Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026 (Kamerstuk 32317-989)
JBZ-Raad
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D02680, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 13:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: U. Ellian, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (VVD)
- Mede ondertekenaar: B.A. Paauwe, adjunct-griffier
- Beslisnota bij Kamerbrief Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026 (Kamerstuk 32317-989)
- Aanbiedingsbrief
Onderdeel van kamerstukdossier 32317 -991 JBZ-Raad.
Onderdeel van zaak 2026Z01132:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
32317 JBZ-Raad
Verslag van een schriftelijk overleg
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd over de volgende brieven:
Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad, 22-23 januari 2026 (Kamerstuk 32317, nr. 989);
Antwoorden op vragen commissie over o.a. de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8-9 december 2025 (Kamerstuk 32317-978) (Kamerstuk 32317, nr. 984).
Bij brief van … heeft de minister van Justitie en Veiligheid de vragen en gemaakte opmerkingen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Ellian
Adjunct-griffier van de commissie,
Paauwe
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de
fracties blz.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie 1
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie 2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie 4
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie 5
II Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
van 22-23 januari 2026 in Cyprus (informele JBZ-Raad). Naar aanleiding
hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen.
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet voorstellen zal
ondersteunen om CULTNET van een informeel samenwerkingsverband om te
vormen tot een gestructureerd platform met een duidelijk omschreven
operationeel mandaat. Deze leden vragen de minister welke financiële
consequenties verbonden zijn aan het omzetten van CULTNET van een
informeel samenwerkingsverband naar een gestructureerd platform. Kan de
minister aangeven of deze transitie gepaard gaat met extra kosten –
bijvoorbeeld voor organisatie, secretariaat, personele inzet of
ICT-voorzieningen – en, zo ja, hoe hoog deze kosten naar verwachting
zullen zijn?
De leden van de PVV-fractie vragen voorts hoe deze eventuele
kosten zullen worden gefinancierd. Worden deze gedragen binnen bestaande
budgetten of is sprake van aanvullende nationale of Europese middelen?
Indien gebruik wordt gemaakt van EU-financiering, kan de minister
aangeven om welke fondsen het gaat en welke financiële verplichtingen
hier mogelijk voor Nederland uit voortvloeien?
Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie of het beoogde
operationele mandaat van het gestructureerde CULTNET gevolgen heeft voor
de inzet en verantwoordelijkheden van nationale autoriteiten, zoals
politie, Douane of andere betrokken diensten. Kan de minister toelichten
of de versterking van CULTNET leidt tot extra structurele inzet van
Nederlandse capaciteit en hoe dit zich verhoudt tot bestaande
prioriteiten binnen de strafrechtelijke handhaving?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling
kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad. Deze
leden stellen nog enkele vragen.
Confiscatie en bevriezing criminele activa
De leden van de VVD-fractie lezen dat een werksessie zal plaatsvinden
over de confiscatie en bevriezing van criminele activa in een
veranderend financieel landschap. Kan nader worden toegelicht wat de
specifieke inzet van de minister is bij deze werksessie? Welke best
practices wil de minister concreet uitwisselen? En hoe verhoudt de
bespreking in deze werksessie zich tot de nieuwe Confiscatierichtlijn
die in november 2026 moet zijn geïmplementeerd? Is deze
implementatiedeadline voor Nederland nog haalbaar, ook voor de
uitvoering? Op grond waarvan is gekozen een internetconsultatie van drie
maanden te hanteren bij het implementatiewetsvoorstel en waarom is het
wetsvoorstel nadat de consultatietermijn afliep in oktober 2025, nog
altijd niet aangeboden aan eerst de Raad van State en daarna de Tweede
Kamer?
Verordening ter bestrijding van online seksueel
kindermisbruik (CSAM-verordening)
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de trilogen over het
CSAM-akkoord op 9 december 2025 zijn begonnen en dat daarnaast de
tijdelijke regels over detectie van CSAM zullen worden verlengd als het
aan de Europese Commissie ligt. Het Commissievoorstel verlengt deze
derogatie tot 3 april 2028. Deze leden zijn het eens met deze nieuwe
tijdelijke verlenging, die het mogelijk maakt dat aanbieders vrijwillig
kunnen blijven scannen op CSAM en dergelijk materiaal kunnen
verwijderen. Wat vindt de minister van deze tijdelijke verlenging en
deelt hij de mening van deze leden dat het wrang zou zijn voor zoveel
slachtoffers en hun naasten als deze tijdelijke vrijwillige mogelijkheid
voor aanbieders om CSAM te detecteren en te verwijderen, zou komen te
vervallen? Klopt het dat de vrijwillige detectie een effectieve bijdrage
kan blijven leveren aan het tegengaan van CSAM en wat zouden andere
landen ervan vinden als Nederland zich zou keren tegen de verlenging, nu
nog altijd een derde van de door de Internet Watch Foundation
geïdentificeerde URL's1 met seksueel kindermisbruikmateriaal
in Nederland wordt gehost?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen
van de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken. Deze leden
hebben enkele vragen en opmerkingen over bevriezing van criminele
activa, jeugdige drugsdelinquenten en digitalisering. Deze zullen zij
hieronder uiteenzetten.
Bevriezing criminele activa
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over de
mogelijkheden om criminele activa te confisqueren en bevriezen. Er zijn
Europese richtlijnen aangenomen die lidstaten voor 23 november 2026
nationaal door moeten voeren. Kan de minister aangeven welke
aanpassingen er nodig zijn van de Nederlandse wet- en regelgeving om
hieraan te voldoen? Is deze deadline haalbaar voor Nederland en andere
lidstaten? Zo ja, wanneer komen deze plannen naar de Kamer? Zo nee, wat
gaat de minister doen om de implementatie zo veel mogelijk te
versnellen?
Alternatieven voor detentie voor jeugdige
drugsdelinquenten
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben opmerkingen over de
informele discussies over alternatieven voor detentie voor jeugdige
drugsdelinquenten. Eerder zijn in de motie-Mutluer (Kamerstuk 29279, nr.
987) alternatieven geschetst. Ook in de nota “Jeugdstraf- en
Herstelplan: Een offensief tegen jeugdcriminaliteit” (Kamerstuk 36445)
staat het voorstel om kleinschalige voorzieningen in de wijken als
alternatief voor detentie. Is de minister bereid om in overleg met de
andere lidstaten te gaan en expliciet te vragen welke ervaringen
lidstaten hebben met onder andere het inzetten van kleinschalige
voorzieningen in de wijken, het verlengen van toezichttermijnen door de
reclassering of jeugdzorg, mogelijkheden voor gedragsbeïnvloedende
therapieën en het versterken van samenwerking tussen instanties op het
gebied van monitoring en begeleiding? Deze leden vragen de minister om
toe te lichten welke suggesties Nederland in deze discussie zelf zal
aandragen.
Digitale Omnibus
Ten aanzien van digitalisering brengen de leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie ten eerste de Omnibus AI2 en
de Omnibus Digitaal onder de aandacht. Deze leden hebben fundamentele
zorgen dat deze Omnibussen zullen leiden tot een afzwakking van de
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de privacybescherming
van Europeanen. Deze leden vrezen dat het openbreken van de AVG en de AI
Act een opmaat kan zijn naar verdere wijzigingen van deze wetgeving.
Daarmee komt de privacy- en consumentenbescherming in het geding. Is de
minister bereid om de zorgen die zijn geuit in het BNC-fiche3, ook ter sprake te brengen tijdens
de informele JBZ-Raad? Met welke lidstaten kan de minister samen
optrekken in de kritiek van het kabinet op de Omnibussen? Is de minister
bereid om steun te zoeken voor het kabinetsstandpunt bij andere
lidstaten?
Ontwikkelingen X
Ten tweede brengen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wat betreft
digitalisering de ontwikkelingen rondom X onder de aandacht. De AI-bot
Grok van het socialemediaplatform X wordt volop gebruikt om seksuele
deepfakes te maken, ook van minderjarigen, op het platform. Volgens deze
leden is dat volstrekt onacceptabel. Kan de minister een formele reactie
geven op dit misbruik? Wat kunnen de slachtoffers van seksuele deepfakes
doen om zich te beroepen op hun rechten en de beelden verwijderd te
krijgen?
Bovendien stellen deze leden dat Nederland zich ten volste in moet
zetten om X verantwoordelijk te houden voor dit soort misbruik. Welke
acties onderneemt Nederland tegen X en Chief Executive Officer Elon
Musk? Kan de minister samen met gelijkgestemde lidstaten optrekken om
eensgezinde maatregelen te bespreken? In welke lidstaten is
beeldmanipulatie van Grok nog niet verboden en wat kan Nederland samen
met andere lidstaten doen om het verbod Europees in te voeren?
Onderhandelingen CSAM-verordening
Wat betreft digitalisering brengen de leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie ten derde de onderhandelingen over de
CSAM-verordening onder de aandacht. Deze leden achten de
CSAM-verordening nog altijd een riskant voorstel waarmee Europese
mensenrechten grootschalig worden geschonden, zonder dat slachtoffers
voortvarend geholpen worden. Kan de minister een stand van zaken geven
over hoe de triloogfase van de CSAM-verordening vordert? Hoe stelt
Nederland zich op en op welke manier geeft de minister invulling aan de
motie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32317, nr. 981), met name aan het tweede
dictum dat vraagt om “zich in de vervolgfase ten volste in te zetten om
alle verplichtingen die kunnen leiden tot massasurveillance op
versleutelde diensten en onacceptabele cyberveiligheidsrisico's uit het
voorstel te slopen”? Welke acties onderneemt de minister om dit uit te
voeren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad. Deze leden maken graag
van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de minister
hierover.
Werksessie I – Versterking van confiscatie crimineel
vermogen in een veranderend financieel landschap
De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens deze werksessie
wordt gesproken over uitdagingen en ontwikkelingen bij de confiscatie
van crimineel vermogen in het licht van veranderingen in het financiële
landschap. In dat kader vragen deze leden wat de stand van zaken is van
het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn
dat in juli 2025 in consultatie is gebracht. Wanneer kan de Kamer dit
wetsvoorstel verwachten en is de regering bereid hier vaart achter te
zetten? In hoeverre komen deze nieuwe financiële instrumenten in dit
wetsvoorstel ook aan bod?
Daarnaast vragen deze leden of de minister verwacht dat deze werksessie
nuttige inzichten zal geven die bruikbaar zijn voor het betreffende
wetsvoorstel en, zo ja, of de minister dit met de Kamer kan delen.
Werklunch – Het bevorderen van alternatieven voor detentie
voor jongeren waaronder doorverwijzen naar een drugsbehandeling
De leden van de CDA-fractie vragen of andere lidstaten soortgelijke
programma’s hebben, zoals Nederland heeft met Preventie met Gezag.
Daarnaast vragen deze leden of andere lidstaten ook werken met
re-integratieofficiers en, zo ja, of hier ook kennis over wordt
uitgewisseld tijdens de werklunch. Tot slot vragen deze leden wat de
minister precies verstaat onder evidence-based preventie en vragen zij
of de minister hier voorbeelden van kan geven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad. Naar aanleiding hiervan
hebben deze leden geen vragen. Wel hebben deze leden enkele vragen over
aanhangende onderwerpen op het terrein van migratie.
De leden van de BBB-fractie ontvangen opnieuw signalen over een
Nederlandse advocaat die zowel in 2019 als in 2024 zonder nadere
toelichting is afgewezen bij een aanvraag inzake het Electronic System
for Travel Authorization (ESTA) voor de Verenigde Staten. Betrokkene
vermoedt dat deze afwijzing mogelijk samenhangt met haar eerdere
betrokkenheid als advocaat in een terrorismezaak. Zij heeft zich
destijds uit die zaak teruggetrokken en behandelt sinds die tijd geen
terrorismezaken meer, mede vanwege zorgen over mogelijke gevolgen voor
haar internationale reisvrijheid.
De leden van de BBB-fractie vragen de minister hoe deze signalen worden
beoordeeld. Deze leden herinneren de minister eraan dat in 2019
Kamervragen zijn gesteld over een vergelijkbare situatie, waarbij door
het kabinet is aangegeven dat de ontwikkelingen zouden worden gemonitord
en dat hierover contact zou worden onderhouden met de Nederlandse orde
van advocaten (NOvA).
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de BBB-fractie de minister
ten eerste wat er sinds 2019 concreet is gedaan in het kader van deze
monitoring. Kan de minister toelichten of en op welke wijze overleg met
de NOvA heeft plaatsgevonden en wat de uitkomsten daarvan zijn
geweest?
Ten tweede vragen de leden van de BBB-fractie of de minister kan
aangeven of en, zo ja, welke informatie door de Nederlandse Staat wordt
gedeeld met de Verenigde Staten in het kader van de ESTA-procedure. In
welke registers kan dergelijke informatie voorkomen en onder welke
omstandigheden vindt internationale gegevensuitwisseling plaats?
De leden van de BBB-fractie hechten eraan te benadrukken dat het
verlenen van rechtsbijstand aan verdachten geen gevolgen zou mogen
hebben voor de beroepsuitoefening of de persoonlijke reisvrijheid van
advocaten. Deze leden vragen de minister om een nadere toelichting en
reactie hierop.
II Reactie van de minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
van 22-23 januari 2026 in Cyprus (informele JBZ-Raad). Naar aanleiding
hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen.
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet voorstellen zal
ondersteunen om CULTNET van een informeel samenwerkingsverband om te
vormen tot een gestructureerd platform met een duidelijk omschreven
operationeel mandaat. Deze leden vragen de minister welke financiële
consequenties verbonden zijn aan het omzetten van CULTNET van een
informeel samenwerkingsverband naar een gestructureerd platform. Kan de
minister aangeven of deze transitie gepaard gaat met extra kosten –
bijvoorbeeld voor organisatie, secretariaat, personele inzet of
ICT-voorzieningen – en, zo ja, hoe hoog deze kosten naar verwachting
zullen zijn? De leden van de PVV-fractie vragen voorts hoe deze
eventuele kosten zullen worden gefinancierd. Worden deze gedragen binnen
bestaande budgetten of is sprake van aanvullende nationale of Europese
middelen? Indien gebruik wordt gemaakt van EU-financiering, kan de
minister aangeven om welke fondsen het gaat en welke financiële
verplichtingen hier mogelijk voor Nederland uit voortvloeien?
Eerst moet worden afgewacht of de andere lidstaten en de Europese Commissie dit idee ook ondersteunen. Indien dit het geval is, zou voor de financiering van het platform mogelijk een beroep kunnen worden gedaan op het toekomstig EU Meerjarig Financieel Kader 2028-2034, waaronder het Interne Veiligheidsfonds. Daarnaast zouden mogelijkheden verkend kunnen worden om binnen het toekomstige voorstel voor de herziening van het mandaat van Europol een platform te faciliteren. Een andere optie zou zijn om gebruik te maken van een reeds bestaand platform binnen Europol.
De inzet van Europese middelen dient te worden geplaats in
het perspectief van het feit dat effectieve en efficiënte bestrijding
van deze vorm van criminaliteit en ondermijning niet mogelijk is zonder
versterking van de transnationale samenwerking. Indien het noodzakelijk
zou zijn om een secretariaat voor een dergelijk gezamenlijk Europees
platform in te richten, kan worden gedacht aan een totale omvang van 1 à
2 fte en IV-voorzieningen. De totale kosten zijn voor nu nog niet te
bepalen, maar zullen naar verwachting beperkt blijven.
Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie of het beoogde
operationele mandaat van het gestructureerde CULTNET gevolgen heeft voor
de inzet en verantwoordelijkheden van nationale autoriteiten, zoals
politie, Douane of andere betrokken diensten.
CULTNET is een Europees netwerk van politiediensten van de lidstaten. Het besloten deel van de CULTNET-bijeenkomsten staat open voor rechtshandhavingsautoriteiten. Dus ook voor de boa’s van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, douane, FIOD, Financial Intelligence Unit (FIU), et cetera. Het operationele deel zal zien op informatie-uitwisseling van vertrouwelijke informatie. Het open deel is toegankelijk voor alle andere publieke en private betrokkenen en organisaties. Er verandert niets aan de inzet, bevoegdheden of verantwoordelijkheden van nationale diensten; de beoogde wijzigingen hebben enkel tot doel om een sterkere informatiepositie voor hen te bewerkstelligen.
Kan de minister toelichten of de versterking van CULTNET leidt tot extra structurele inzet van Nederlandse capaciteit en hoe dit zich verhoudt tot bestaande prioriteiten binnen de strafrechtelijke handhaving?
De voorgenomen doelstellingen van CULTNET zien in het
bijzonder op de uitwisseling van kennis en deskundigheid. Voorts zijn
voorgenomen activiteiten preventie, informatie-uitwisseling, kennis- en
deskundigheidsbevordering. Deze activiteiten zullen in de eerste plaats
voortbouwen op bestaande initiatieven en ontwikkelingen. De
afwegingskaders zullen voldoende handelingsvrijheid bieden aan de
strafrechtelijke handhaving. Prioritering binnen de Nederlandse
strafrechtketen wijzigt niet hierdoor.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling
kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad. Deze
leden stellen nog enkele vragen.
Confiscatie en bevriezing criminele activa
De leden van de VVD-fractie lezen dat een werksessie zal plaatsvinden
over de confiscatie en bevriezing van criminele activa in een
veranderend financieel landschap. Kan nader worden toegelicht wat de
specifieke inzet van de minister is bij deze werksessie? Welke best
practices wil de minister concreet uitwisselen? En hoe verhoudt de
bespreking in deze werksessie zich tot de nieuwe Confiscatierichtlijn
die in november 2026 moet zijn geïmplementeerd?
Het Cypriotische voorzitterschap vraagt de ministers tijdens de gedachtewisseling tijdens de informele JBZ-Raad in te gaan op de vraag of, binnen het strafrecht, een focus op adequate implementatie van bestaande instrumenten volstaat, of dat er aanvullende instrumenten nodig zijn om het hoofd te bieden aan de risico’s van het veranderende financiële landschap. De inzet van Nederland is om te focussen op de implementatie van de Confiscatierichtlijn en het anti-witwaspakket. Hieruit volgen grote aanpassingen voor de uitvoeringspartners, die zullen bijdragen aan het af- en aanpakken van crimineel vermogen. Specifiek voor de Confiscatierichtlijn gaat het hierbij over de inbedding van een non-conviction based confiscation (NCBC) procedure en de versterking van internationale samenwerking en informatie-uitwisseling. Nederland benadrukt hierbij het belang van een risico-gebaseerde aanpak bij de implementatie van het anti-witwaspakket.
Daarnaast ziet Nederland mogelijkheden om verkennende gesprekken te voeren over het non-paper van België over internationale samenwerking bij de tenuitvoerlegging van confiscatiemaatregelen, dat eerder met uw Kamer is gedeeld. Een ander onderwerp waar Nederland op inzet is een expertgesprek over knelpunten in wetgeving over, en internationale werkafspraken rondom onderzoeken naar crypto valuta service providers (CASPS).
Daarnaast vraagt het Cypriotische voorzitterschap de JBZ-ministers te reflecteren op publiek-private samenwerking tussen opsporing, de Financial Intelligence Unit (FIU) en de financiële sector, en of dit verder moet worden gepromoot en gereguleerd door de EU. Nederland is van mening dat verdere regulering op dit onderwerp niet opportuun is, omdat er in de anti-witwasrichtlijn die per juli 2027 in werking treedt ook al bepalingen zijn opgenomen over publiek-private samenwerking. Nederland zet in op monitoring en evaluatie van deze bepalingen in de richtlijn nadat deze is geïmplementeerd.
Is deze implementatiedeadline voor Nederland nog haalbaar, ook voor de uitvoering?
Het streven is het aangepaste wetsvoorstel in februari 2026 voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State en het wetsvoorstel vervolgens in het voorjaar van 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Het streven is om de implementatiedeadline te halen. Dit is mede afhankelijk van de tijd die is gemoeid met de advisering door de Raad van State en de parlementaire behandeling. Parallel aan het wetstraject wordt reeds samen met de uitvoeringsorganisaties gewerkt aan de voor een goede uitvoering benodigde (organisatorische) veranderingen.
Op grond waarvan is gekozen een internetconsultatie van drie maanden te hanteren bij het implementatiewetsvoorstel en waarom is het wetsvoorstel nadat de consultatietermijn afliep in oktober 2025, nog altijd niet aangeboden aan eerst de Raad van State en daarna de Tweede Kamer?
Consultatie van een wetsvoorstel dat EU-regelgeving
implementeert is niet verplicht. In dit geval is voor een consultatie
gekozen omdat het wetsvoorstel voorziet in een nieuw strafrechtelijke
instrument (NCBC), dat ingrijpende gevolgen kan hebben voor de
betrokkenen. Bij het bepalen van de duur van de (internet)consultatie is
er rekening gehouden met de zomerperiode, zodat de uitvoeringspartners
over voldoende tijd konden beschikken om het wetsvoorstel zorgvuldig te
beoordelen en hierover te adviseren. De afgelopen periode zijn de
consultatieadviezen in het wetsvoorstel verwerkt.
Verordening ter bestrijding van online seksueel
kindermisbruik (CSAM-verordening)
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de trilogen over het
CSAM-akkoord op 9 december 2025 zijn begonnen en dat daarnaast de
tijdelijke regels over detectie van CSAM zullen worden verlengd als het
aan de Europese Commissie ligt. Het Commissievoorstel verlengt deze
derogatie tot 3 april 2028. Deze leden zijn het eens met deze nieuwe
tijdelijke verlenging, die het mogelijk maakt dat aanbieders vrijwillig
kunnen blijven scannen op CSAM en dergelijk materiaal kunnen
verwijderen. Wat vindt de minister van deze tijdelijke verlenging en
deelt hij de mening van deze leden dat het wrang zou zijn voor zoveel
slachtoffers en hun naasten als deze tijdelijke vrijwillige mogelijkheid
voor aanbieders om CSAM te detecteren en te verwijderen, zou komen te
vervallen? Klopt het dat de vrijwillige detectie een effectieve bijdrage
kan blijven leveren aan het tegengaan van CSAM en wat zouden andere
landen ervan vinden als Nederland zich zou keren tegen de verlenging, nu
nog altijd een derde van de door de Internet Watch Foundation
geïdentificeerde URL's4 met seksueel kindermisbruikmateriaal
in Nederland wordt gehost?
Uw Kamer zal op korte termijn hier apart over worden geïnformeerd .
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen
van de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken. Deze leden
hebben enkele vragen en opmerkingen over bevriezing van criminele
activa, jeugdige drugsdelinquenten en digitalisering. Deze zullen zij
hieronder uiteenzetten.
Bevriezing criminele activa
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over de
mogelijkheden om criminele activa te confisqueren en bevriezen. Er zijn
Europese richtlijnen aangenomen die lidstaten voor 23 november 2026
nationaal door moeten voeren. Kan de minister aangeven welke
aanpassingen er nodig zijn van de Nederlandse wet- en regelgeving om
hieraan te voldoen? Is deze deadline haalbaar voor Nederland en andere
lidstaten? Zo ja, wanneer komen deze plannen naar de Kamer? Zo nee, wat
gaat de minister doen om de implementatie zo veel mogelijk te
versnellen?
Het streven is het aangepaste wetsvoorstel in februari 2026 voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State en het wetsvoorstel vervolgens in het voorjaar van 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Het streven is om de implementatiedeadline te halen. Dit is mede afhankelijk van de tijd die is gemoeid met de advisering door de Raad van State en de parlementaire behandeling. Parallel aan het wetstraject wordt reeds samen met de uitvoeringsorganisaties gewerkt aan de voor een goede uitvoering benodigde (organisatorische) veranderingen.
Alternatieven voor detentie voor jeugdige
drugsdelinquenten
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben opmerkingen over de
informele discussies over alternatieven voor detentie voor jeugdige
drugsdelinquenten. Eerder zijn in de motie-Mutluer (Kamerstuk 29279, nr.
987) alternatieven geschetst. Ook in de nota “Jeugdstraf- en
Herstelplan: Een offensief tegen jeugdcriminaliteit” (Kamerstuk 36445)
staat het voorstel om kleinschalige voorzieningen in de wijken als
alternatief voor detentie. Is de minister bereid om in overleg met de
andere lidstaten te gaan en expliciet te vragen welke ervaringen
lidstaten hebben met onder andere het inzetten van kleinschalige
voorzieningen in de wijken, het verlengen van toezichttermijnen door de
reclassering of jeugdzorg, mogelijkheden voor gedragsbeïnvloedende
therapieën en het versterken van samenwerking tussen instanties op het
gebied van monitoring en begeleiding?
Tijdens de informele JBZ-Raad is er voor iedere lidstaat gelegenheid om te reflecteren op het onderwerp ‘alternatieven voor detentie’, met aandacht voor aanwezige drugsverslavingsproblematiek. Door het uitwisselen van nationale best practices kunnen lidstaten elkaar tijdens deze sessie informeren en inspireren. De gedachtewisseling biedt daarbij gelegenheid om te bezien of er lidstaten zijn met wie we nader (bilateraal) in overleg kunnen gaan om meer te leren over hun ervaringen.
Deze leden vragen de minister om toe te lichten welke suggesties Nederland in deze discussie zelf zal aandragen.
Nederland zal tijdens de informele JBZ-Raad wijzen op het
belang van gestructureerde risicotaxatie bij jeugdige delinquenten met
aandacht voor zowel risico- als beschermende factoren. In dergelijke
factoren kan ook de oorzaak van middelengebruik liggen. Daar kan
vervolgens op worden ingespeeld in bijzondere voorwaarden, bijvoorbeeld
door daarin medewerking aan hulp of behandeling op te nemen, met
reclasseringstoezicht. Een van de best practices die Nederland
zal noemen is daarom het bevorderen van gestructureerde risicotaxatie
bij het geven van strafadviezen door organisaties vergelijkbaar met onze
Raad voor de Kinderbescherming.
Digitale Omnibus
Ten aanzien van digitalisering brengen de leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie ten eerste de Omnibus AI5 en
de Omnibus Digitaal onder de aandacht. Deze leden hebben fundamentele
zorgen dat deze Omnibussen zullen leiden tot een afzwakking van de
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de privacybescherming
van Europeanen. Deze leden vrezen dat het openbreken van de AVG en de AI
Act een opmaat kan zijn naar verdere wijzigingen van deze wetgeving.
Daarmee komt de privacy- en consumentenbescherming in het geding. Is de
minister bereid om de zorgen die zijn geuit in het BNC-fiche6, ook ter sprake te brengen tijdens
de informele JBZ-Raad?
Tijdens de informele JBZ-Raad staat de Digitale Omnibus niet op de agenda en zal deze daarom niet worden besproken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid brengt de zorgen die in het BNC-fiche zijn geuit op dit vlak wel reeds ter sprake in relevante besprekingen op Europees niveau. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken. Zo zijn de Nederlandse zorgen eerder geuit tijdens de JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025. 7
Met welke lidstaten kan de minister samen optrekken in de kritiek van het kabinet op de Omnibussen? Is de minister bereid om steun te zoeken voor het kabinetsstandpunt bij andere lidstaten?
Nederland onderzoekt op dit moment de mogelijkheden voor samenwerking met andere lidstaten om de zorgen gezamenlijk in te brengen tijdens besprekingen van de Digitale Omnibussen. Op dit moment is nog niet duidelijk welke lidstaten deze inzet zullen kunnen steunen.
Ontwikkelingen X
Ten tweede brengen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wat betreft
digitalisering de ontwikkelingen rondom X onder de aandacht. De AI-bot
Grok van het socialemediaplatform X wordt volop gebruikt om seksuele
deepfakes te maken, ook van minderjarigen, op het platform. Volgens deze
leden is dat volstrekt onacceptabel. Kan de minister een formele reactie
geven op dit misbruik? Wat kunnen de slachtoffers van seksuele deepfakes
doen om zich te beroepen op hun rechten en de beelden verwijderd te
krijgen?
De minister van Justitie en Veiligheid betreurt het dat zoveel mensen, met name vrouwen en kinderen, slachtoffer worden van zogenaamde deepnudes (seksueel getinte nepafbeeldingen of -video’s). De impact en de gevolgen van online seksueel misbruik kunnen voor slachtoffers en hun omgeving enorm zijn, mede doordat nepmateriaal vaak niet te onderscheiden valt van echt materiaal.
Dit gedrag is niet alleen onacceptabel, maar ook strafbaar. De strafbaarstelling van artikel 254ba Wetboek van Strafrecht omvat onder meer het, zonder toestemming van de afgebeelde, vervaardigen van (nep) seksueel beeldmateriaal. Ook het openbaar maken en het voorhanden hebben van (nep) naaktbeelden vallen onder het bereik van dit artikel en is dus strafbaar. Wanneer het materiaal van minderjarigen betreft is het kinderpornografisch materiaal en is het strafbaar op grond van artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht. In Nederland moeten platformen kinderpornografisch materiaal op verzoek en/of verwijderbevel van de officier van justitie of de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) verwijderen.
Slachtoffers kunnen terecht bij verschillende organisaties. Zo geven medewerkers van Slachtofferhulp Nederland kosteloos emotionele steun en juridisch advies. Voor aanvullende ondersteuning kan Slachtofferhulp Nederland doorverwijzen naar gespecialiseerde organisaties. Zo heeft Centrum Seksueel Geweld een speciale kinderpagina met informatie over seksueel misbruik, en wat slachtoffers kunnen doen als het hen overkomt. Slachtoffers kunnen ook terecht bij de hulplijn en het meldpunt van Offlimits, een expertisecentrum dat online misbruik bestrijdt. Bij Offlimits kunnen slachtoffers worden ondersteund om de beelden verwijderd te krijgen, kunnen slachtoffers tips krijgen als aangifte bij de politie wordt overwogen en kunnen slachtoffers worden doorverwezen naar andere gespecialiseerde organisaties.
Voor wat betreft verwijdering van de beelden, is verder relevant dat de digitaledienstenverordening (DSA) online platforms verplicht om het melden van illegale inhoud, zoals ongeoorloofde deepfakes/deepnudes, mogelijk te maken. Online platforms zullen die meldingen – die ook kunnen worden ingediend door of met hulp van Offlimits als zogenaamde trusted flagger8 – op een tijdige, zorgvuldige, niet-willekeurige en objectieve wijze moeten beoordelen. In dit soort gevallen zal dat moeten resulteren in verwijdering of ontoegankelijk maken van het materiaal. Doen zij dat niet, dan riskeren zij aansprakelijkheid. Als een platform tekortschiet in de afhandeling van dit soort meldingen, kan de toezichthouder daartegen optreden, bijvoorbeeld middels het opleggen van een boete. Daarnaast hebben mensen de mogelijkheid om, naast het doorlopen van de interne klachtenafhandelingsprocedure bij een aanbieder, een gerechtelijke procedure te starten.
De aanpak van deze problematiek is een prioriteit voor het kabinet. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is continue met verschillende partners, zowel de handhaving als de toezichthouders, over deze problematiek en de wijze waarop de aanpak kan worden versterkt in gesprek, waaronder met de politie, het openbaar ministerie, de Autoriteit Consument en Markt, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), het commissariaat voor de media en de ATKM. Hierbij wordt ook gesproken over een verbod aan de kant van de aanbieders en de haalbaarheid ervan, nationaal dan wel Europees.
Bovendien stellen deze leden dat Nederland zich ten volste in moet zetten om X verantwoordelijk te houden voor dit soort misbruik. Welke acties onderneemt Nederland tegen X en Chief Executive Officer Elon Musk?
Als aangewezen zeer groot online platform zal X moeten voldoen aan de verplichtingen uit de digitaledienstenverordening (DSA).9 In die hoedanigheid is X verplicht om de systeemrisico’s die kunnen voortvloeien uit de verspreiding van illegale content, zoals deepfakes of deepnudes, te identificeren en te beperken. Het primaat van het DSA-toezicht op X als zeer groot online platform ligt bij de Europese Commissie. Daarbij wordt zij ondersteund door de Ierse toezichthouder als toezichthouder van de lidstaat waar X zijn hoofdvestiging heeft. In dit toezicht is voor Nederland dus geen rol weggelegd. Wel blijft Nederland vanzelfsprekend zijn steun uitspreken voor handhaving van de DSA door de Commissie, en blijft Nederland de ontwikkelingen op dit gebied volgen. In dit kader is relevant dat de Commissie begin december 2025 een eerste boete aan X heeft opgelegd wegens niet-naleving van verplichtingen uit de DSA.10
X heeft ondertussen aangegeven maatregelen te hebben genomen om te voorkomen dat Grok beelden genereert waarop echte personen worden uitgekleed. Zo heeft Grok naar verluidt het bewerken van afbeeldingen van echte personen tot “bikini-, ondergoed- of vergelijkbare kleding” geblokkeerd voor alle gebruikers en kunnen enkel betalende abonnees gebruik maken van de functie om afbeeldingen te maken en om afbeeldingen te bewerken.
Hoewel het toezicht op X primair bij de Commissie ligt, heeft Nederland reeds een aantal wetgevingsinstrumenten die kunnen helpen om seksuele misdrijven en kinderpornografisch materiaal tegen te gaan. Zoals de Wet seksuele misdrijven en de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal. Zoals genoemd is de aanpak van deze problematiek is een prioriteit voor het kabinet. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is continue met verschillende partners, zowel de handhaving als de toezichthouders, over deze problematiek en de wijze waarop de aanpak kan worden versterkt in gesprek, waaronder met de politie, het openbaar ministerie, de Autoriteit Consument en Markt, de AP, het commissariaat voor de media en de ATKM om in kaart te brengen wie wat op welk moment kan handhaven en hoe ze daarbij kunnen samenwerken.
Kan de minister samen met gelijkgestemde lidstaten optrekken om eensgezinde maatregelen te bespreken?
De digitaledienstenverordening (DSA) is hier van toepassing. De DSA is een horizontale Europese verordening die rechtstreeks van toepassing is in alle EU-lidstaten. Dit creëert rechtszekerheid en een level playing field. In zoverre wordt er dus al gelijk opgetrokken. Gelet op het maximumharmoniserende karakter van de DSA is de ruimte voor aanvullende, nationale maatregelen beperkt. Een aantal landen onderzoekt wel een socialemediaverbod voor minderjarigen. Australië is daarvan een relevant voorbeeld. Denemarken en Frankrijk willen met een vergelijkbaar verbod als Australië komen. Nederland volgt deze ontwikkelingen met belangstelling. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal dit verder opvolgen.
In welke lidstaten is beeldmanipulatie van Grok nog niet verboden en wat kan Nederland samen met andere lidstaten doen om het verbod Europees in te voeren?
X geeft aan dat de beeldmanipulatie waarbij echte mensen worden uitgekleed tot bikini, ondergoed of vergelijkbare kleding wordt geblokkeerd in landen waar zulke online inhoud illegaal is met behulp van geoblocking. In landen waarbij dit soort beeldmateriaal niet illegaal is, kan de Grok bot nog steeds gebruikt worden om nepnaaktbeelden te genereren.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid beziet hoe ook tegen aanbieders van dit soort apps en tools, waarmee beelden worden gemanipuleerd, kan worden opgetreden en slachtoffers kunnen worden beschermd. Hierbij worden ook de mogelijkheid en wenselijkheid van een verbod, nationaal dan wel Europees, voor het aanbieden van dit soort apps en tools meegenomen. Op Europees niveau wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden in het kader van de AI-verordening.
Onderhandelingen CSAM-verordening
Wat betreft digitalisering brengen de leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie ten derde de onderhandelingen over de
CSAM-verordening onder de aandacht. Deze leden achten de
CSAM-verordening nog altijd een riskant voorstel waarmee Europese
mensenrechten grootschalig worden geschonden, zonder dat slachtoffers
voortvarend geholpen worden. Kan de minister een stand van zaken geven
over hoe de triloogfase van de CSAM-verordening vordert?
Het Cypriotische voorzitterschap heeft aangegeven de ambitie te hebben om in juni tot een akkoord met het Europees Parlement (EP) te komen in de triloog over de CSAM-Verordening. Er vinden wekelijks technische trilogen plaats, waarvan de eerste heeft plaatsgevonden met een discussie over het op te richten EU Centrum. Op korte termijn zal de eerste politieke triloog plaatsvinden. Ook zullen er regelmatig Radengroepen gepland worden om de Raad – waar Nederland onderdeel van uitmaakt - te informeren over het verloop van de triloog.
Hoe stelt Nederland zich op en op welke manier geeft de minister invulling aan de motie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32317, nr. 981), met name aan het tweede dictum dat vraagt om “zich in de vervolgfase ten volste in te zetten om alle verplichtingen die kunnen leiden tot massasurveillance op versleutelde diensten en onacceptabele cyberveiligheidsrisico's uit het voorstel te slopen”?
Nederland zal zich tijdens de trilogen blijven inzetten binnen de kaders van het kabinetsstandpunt en de door uw Kamer aangenomen moties. Zorgen en aandachtspunten die Nederland heeft, zullen dan ook ingebracht worden in bijvoorbeeld de Radengroepen. Conform de gebruikelijke werkwijze zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de voortgang en eventuele wijzigingen.
Welke acties onderneemt de minister om dit uit te voeren?
Nederland blijft gedurende de onderhandelingen haar kabinetspositie, in lijn met de aangenomen moties, in Brussel uitdrukken.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad. Deze leden maken graag
van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de minister
hierover.
Werksessie I – Versterking van confiscatie crimineel
vermogen in een veranderend financieel landschap
De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens deze werksessie
wordt gesproken over uitdagingen en ontwikkelingen bij de confiscatie
van crimineel vermogen in het licht van veranderingen in het financiële
landschap. In dat kader vragen deze leden wat de stand van zaken is van
het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn
dat in juli 2025 in consultatie is gebracht. Wanneer kan de Kamer dit
wetsvoorstel verwachten en is de regering bereid hier vaart achter te
zetten?
De afgelopen periode zijn de consultatieadviezen verwerkt in het wetsvoorstel. Het streven is het aangepaste wetsvoorstel in februari 2026 voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State en het wetsvoorstel vervolgens in het voorjaar van 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden.
In hoeverre komen deze nieuwe financiële instrumenten in dit wetsvoorstel ook aan bod?
Het betreffende wetsvoorstel voorziet in de implementatie van de Confiscatierichtlijn. Indien in de toekomst nieuwe financiële instrumenten moeten worden geïmplementeerd, zal dit plaatsvinden via een afzonderlijk wetsvoorstel.
Daarnaast vragen deze leden of de minister verwacht dat deze
werksessie nuttige inzichten zal geven die bruikbaar zijn voor het
betreffende wetsvoorstel en, zo ja, of de minister dit met de Kamer kan
delen.
De Confiscatierichtlijn als zodanig maakt geen onderdeel uit van de focus die het Cypriotische voorzitterschap heeft geagendeerd voor de gedachtewisseling tijdens de informele JBZ-Raad. Op basis hiervan is de verwachting dat de werksessie geen nadere inzichten zal geven die op dit moment van belang zijn voor het wetsvoorstel ter implementatie van de Confiscatierichtlijn. In het verslag van de informele JBZ-Raad dat op korte termijn met uw Kamer wordt gedeeld, kan uw Kamer lezen over het verloop van de gedachtewisseling op dit thema.
Werklunch – Het bevorderen van alternatieven voor detentie voor
jongeren waaronder doorverwijzen naar een drugsbehandeling
De leden van de CDA-fractie vragen of andere lidstaten soortgelijke
programma’s hebben, zoals Nederland heeft met Preventie met Gezag.
Ook internationaal zien we dat preventie steeds hoger op de nationale agenda’s staat. Vanuit het programma Preventie met Gezag is er momenteel veel contact met onder andere Zweden en Ierland om geleerde lessen uit te wisselen. In deze landen is er ook sprake van een sterke integrale samenwerking en staat er een stevige aanpak voor de preventie van respectievelijk bendegeweld en het voorkomen van doorgroei in de criminaliteit. Ook andere nabijgelegen landen als Frankrijk, Duitsland en België zijn actief op dit terrein. Nederland behoort qua integraliteit en omvang tot een van de voorlopers van Europa.
Daarnaast vragen deze leden of andere lidstaten ook werken met re-integratieofficiers en, zo ja, of hier ook kennis over wordt uitgewisseld tijdens de werklunch.
Voor zover bij ons bekend is er geen re-integratieofficier of soortgelijke aanpak in het buitenland. We hebben er uiteindelijk niet voor gekozen om de re-integratieofficiers als best practice aan te dragen omdat het geen alternatief voor detentie vormt, maar een vrijwillig traject gericht op re-integratie na detentie.
Tot slot vragen deze leden wat de minister precies verstaat onder evidence-based preventie en vragen zij of de minister hier voorbeelden van kan geven.
Evidence-based criminaliteitspreventie betekent dat beleid, interventies en maatregelen tegen criminaliteit worden ontwikkeld en uitgevoerd op basis van wetenschappelijk bewijs, aantoonbare effectiviteit en systematische evaluatie. In de praktijk betekent dit dat interventies worden ontwikkeld op basis van uit de wetenschap effectief gebleken elementen en een goede theoretische onderbouwing. Vanuit de wetenschap is bijvoorbeeld bekend dat werk en opleiding beschermende factoren zijn tegen criminaliteit. Daarom zetten veel gemeenten activiteiten in om arbeid- en schoolparticipatie te verhogen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we ook dat er een paar interventies bewezen effectief zijn, zoals ‘Alleen jij bepaalt wie je bent’ of ‘Multi Dimensionale Familie Therapie’.
Helaas is het erg duur en arbeidsintensief om alle
interventies uitgebreid op effecten te evalueren. Daarom worden werkzame
elementen uit elders wetenschappelijk bewezen methoden (zoals
begeleiding door een mentor op verschillende leefgebieden
tegelijkertijd) binnen diverse verschillende interventies toegepast. Om
gemeenten te helpen bij deze vertaalslag tussen theorie en praktijk is
het Landelijk Kwaliteitskader Effectieve Interventies (KEI) ontwikkeld.
Gemeenten die meedoen aan Preventie met Gezag moeten het KEI gebruiken
om te beoordelen of interventies voldoen aan evidence-based eisen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de
geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad. Naar aanleiding hiervan
hebben deze leden geen vragen. Wel hebben deze leden enkele vragen over
aanhangende onderwerpen op het terrein van migratie.
De leden van de BBB-fractie ontvangen opnieuw signalen over een
Nederlandse advocaat die zowel in 2019 als in 2024 zonder nadere
toelichting is afgewezen bij een aanvraag inzake het Electronic System
for Travel Authorization (ESTA) voor de Verenigde Staten. Betrokkene
vermoedt dat deze afwijzing mogelijk samenhangt met haar eerdere
betrokkenheid als advocaat in een terrorismezaak. Zij heeft zich
destijds uit die zaak teruggetrokken en behandelt sinds die tijd geen
terrorismezaken meer, mede vanwege zorgen over mogelijke gevolgen voor
haar internationale reisvrijheid.
De leden van de BBB-fractie vragen de minister hoe deze signalen worden
beoordeeld.
Nederland heeft geen inzicht in de redenen waarom individuen een ESTA afwijzing krijgen. De Verenigde Staten gaan zelf over de geldende inreisvoorwaarden. Personen die een ESTA afwijzing krijgen, kunnen wel een visumaanvraag indienen bij het Consulaat-Generaal van de VS in Amsterdam om hun zaak beter uit te leggen. Tegelijkertijd is de minister van Justitie en Veiligheid van mening dat advocaten vrij moeten zijn in de uitoefening van hun beroep, gelet op de belangrijke rol die zij spelen in de verwezenlijking van het recht van verdachten op een eerlijk proces, en bij een ESTA of visumaanvraag niet beoordeeld zouden moeten worden op hun betrokkenheid in strafzaken bij de verdediging van hun cliënten.
Deze leden herinneren de minister eraan dat in 2019 Kamervragen zijn
gesteld over een vergelijkbare situatie, waarbij door het kabinet is
aangegeven dat de ontwikkelingen zouden worden gemonitord en dat
hierover contact zou worden onderhouden met de Nederlandse orde van
advocaten (NOvA).
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de BBB-fractie de minister
ten eerste wat er sinds 2019 concreet is gedaan in het kader van deze
monitoring. Kan de minister toelichten of en op welke wijze overleg met
de NOvA heeft plaatsgevonden en wat de uitkomsten daarvan zijn
geweest?
Het ministerie van Justitie en Veiligheid onderhoudt nauw contact met de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) over onderwerpen die de advocatuur raken. Er zijn mij geen recente signalen bekend over weigering van ESTA-aanvragen van advocaten. Mocht een dergelijk geval in de toekomst zich voordoen zal in overleg met de NOvA worden besproken of en hoe daar gevolg aan zal worden gegeven.
Ten tweede vragen de leden van de BBB-fractie of de minister kan aangeven of en, zo ja, welke informatie door de Nederlandse Staat wordt gedeeld met de Verenigde Staten in het kader van de ESTA-procedure. In welke registers kan dergelijke informatie voorkomen en onder welke omstandigheden vindt internationale gegevensuitwisseling plaats?
Er wordt door de Nederlandse Staat geen informatie gedeeld met de VS in het kader van de ESTA-procedure.
De leden van de BBB-fractie hechten eraan te benadrukken dat het
verlenen van rechtsbijstand aan verdachten geen gevolgen zou mogen
hebben voor de beroepsuitoefening of de persoonlijke reisvrijheid van
advocaten. Deze leden vragen de minister om een nadere toelichting en
reactie hierop.
Zoals ook is aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen van de leden Kuiken en Ploumen (PvdA) en Kamervragen van Van Nispen en Karabulut (SP) van 13 juni 201911, is de minister van Justitie en Veiligheid van mening dat advocaten niet beoordeeld moeten worden op hun betrokkenheid in een strafproces bij de verdediging van hun cliënten. Advocaten hebben een belangrijke rol in onze rechtsstaat en moeten hun beroep dan ook vrij kunnen uitoefenen zonder dat dit gevolgen heeft voor hun persoonlijke reisvrijheid. Een weigering van de toegang tot een land vanwege het optreden als advocaat kan een belemmering opleveren voor de uitoefening van diens beroep. Daarbij geldt eveneens dat landen zelf beslissen over de criteria voor toelating tot hun grondgebied.
Uniform Resource Locator.↩︎
Artificiële intelligentie.↩︎
Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.↩︎
Uniform Resource Locator.↩︎
Artificiële intelligentie.↩︎
Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 7010422 nr. 987.↩︎
Offlimits officieel erkend als Trusted Flagger door ACM | Offlimits.↩︎
Supervision of the designated very large online platforms and search engines under DSA | Shaping Europe’s digital future.↩︎
Commission fines X €120 million under the Digital Services Act.↩︎
Kamerstukken II 2018-19, nr. 2467 en nr. 2469.↩︎