[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag schriftelijk overleg over de initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Van der Werf over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (Kamerstuk 36662-2)

Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Van der Werf over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D03043, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-23 14:06, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2024Z19524:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36662 Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Van der Werf over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen 

Verslag van een schriftelijk overleg  

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd over de volgende stukken: 

  • initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Van der Werf over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (Kamerstuk 36662);

  • verzamelbrief brandweer, crisisbeheersing en meldkamers (Kamerstuk 29517, nr. 273).
      

De vragen en opmerkingen zijn aan de initiatiefnemers voorgelegd. Bij brief van … zijn de vragen en gemaakte opmerkingen beantwoord. 

De fungerend voorzitter van de commissie, 

Ellian

Adjunct-griffier van de commissie, 

Meijer 

 

Inhoudsopgave 
 

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 2
1. Vragen en opmerkingen vanuit de VVD-fractie  2
2. Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie 2
3. Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie 3
4. Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie 4

II. Reactie van de initiatiefnemers  5

 

 

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 

1. Vragen en opmerkingen vanuit de VVD-fractie 

De leden van de VVD-fractie hebben met veel belangstelling, waardering en interesse kennisgenomen van de initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Van der Werf over de aanpak van posttraumatische stressstoornis (hierna: PTSS) bij geüniformeerde beroepen (hierna: de initiatiefnota) en onderschrijven het belang van goede PTSS-zorg voor geüniformeerde beroepen. Deze leden hebben nog enkele vragen over de maatregelen die worden voorgesteld in de initiatiefnota.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de initiatiefnemers van harte pleiten voor een landelijk loket dat onafhankelijk is ingericht en buiten de eigen organisaties staat, zodat de drempel om hulp te vragen lager wordt. De aan het woord zijnde leden vragen de initiatiefnemers hoe zij voor zich zien hoe geborgd kan worden dat zo’n landelijk loket over de juiste expertise over de verschillende geüniformeerde beroepen beschikt en dat binnen het landelijk loket alle verschillende geüniformeerde beroepen vertegenwoordigd zijn.

De leden van de VVD-fractie lezen voorts in de kabinetsreactie op de initiatiefnota dat Defensie, de Dienst Justitiële Inrichtingen, Douane en Politie al langer samenwerken aan vraagstukken op het gebied van human resources in een samenwerkingsverband. Zij vragen de initiatiefnemers hoe dit soort samenwerkingen kunnen voort blijven bestaan en waar mogelijk worden versterkt met de oprichting van een landelijk loket.

De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat de drempel om problemen binnen de eigen organisatie aan te kaarten hoog is, indien bijvoorbeeld het risico bestaat dat men direct het dienstwapen in moet leveren en geen werk meer kan uitvoeren. Tegelijkertijd benadrukken deze leden het belang van nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling met de werkgever wanneer er risico ontstaat op het niet langer naar behoren kunnen uitoefenen van de functie. Hoe willen initiatiefnemers deze informatie-uitwisseling met een landelijk loket borgen zonder afbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van het loket?


2. Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie 

De leden van de CDA-fractie hebben met grote interesse kennisgenomen van de initiatiefnota, alsmede van de daarbij behorende stukken. Zij danken de initiatiefnemers hiervoor. Deze leden hebben er nog enkele vragen over.

De leden van de CDA-fractie constateren dat voor de brandweer inmiddels stappen zijn gezet richting een landelijke erkenning van PTSS als beroepsziekte, maar dat de uitvoering primair bij de veiligheidsregio’s blijft liggen. Deze leden vragen de initiatiefnemers hoe wordt geborgd dat deze regeling in de praktijk leidt tot gelijke toegang tot zorg en ondersteuning, ongeacht regio.

De leden van de CDA-fractie constateren dat de initiatiefnota inzet op een landelijk, onafhankelijk PTSS-loket voor geüniformeerde beroepen en herkennen daarbij de wens om voort te bouwen op bestaande kennis en structuren. Zij vragen of de initiatiefnemers ook van mening zijn dat het aansluiten bij bestaande voorzieningen, zoals het Nederlands Veteraneninstituut, kan bijdragen aan een snellere en uitvoerbare realisatie van de doelstellingen uit deze initiatiefnota.

3. Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de initiatiefnota. Geüniformeerde professionals, zoals militairen, politieagenten, buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s), brandweerlieden en ambulancemedewerkers, worden in hun werk geregeld blootgesteld aan heftige en traumatische gebeurtenissen. Daardoor lopen zij een verhoogd risico op het ontwikkelen van PTSS. De initiatiefnemers constateren dat de hulp en ondersteuning voor deze groepen versnipperd, ongelijk en vaak onvoldoende is. PTSS wordt niet overal erkend als beroepsziekte en de kwaliteit van nazorg verschilt sterk per sector en per werkgever.

De leden van de BBB-fractie constateren dat bij Defensie PTSS wettelijk is erkend en er een goed ontwikkeld zorgstelsel bestaat, onder meer via het Nederlands Veteraneninstituut en het 24/7 Veteranenloket. De politie kent sinds 2013 ook erkenning van PTSS als beroepsziekte, maar de zorg is sinds 2023 weer intern georganiseerd, wat de laagdrempeligheid en onafhankelijkheid onder druk zet. Boa’s hebben te maken met een zeer gefragmenteerde werkgeversstructuur (ruim 1.100 werkgevers), geen landelijke erkenning van PTSS en grote verschillen in nazorg. Brandweerlieden zijn afhankelijk van de veiligheidsregio waarin zij werken; PTSS is niet landelijk erkend en nazorg en preventie zijn niet uniform. Voor ambulancemedewerkers bestaan wel opvangstructuren zoals Bedrijfs Opvang Teams, maar de kwaliteit verschilt sterk per regio en slechts enkele regio’s zijn aangesloten bij het Steunpunt Ambulance.

De leden van de BBB-fractie lezen dat de initiatiefnemers benadrukken dat PTSS zich soms pas jaren later openbaart, waardoor mensen die inmiddels geen dienstverband meer hebben, vaak tussen wal en schip vallen. Ook ontbreekt het in opleidingen aan structurele aandacht voor mentale weerbaarheid en het herkennen van PTSS-signalen. De huidige versnippering leidt tot ongelijkheid, vertraagde hulp en onnodige psychische en maatschappelijke schade. Ook stellen de initiatiefnemers dat PTSS als beroepsziekte voor alle geüniformeerde beroepen landelijk erkend moet worden, zodat iedereen toegang heeft tot dezelfde rechten, voorzieningen en ondersteuning, ongeacht werkgever of regio. Daarnaast moet onderzocht worden of andere beroepen met hoge traumarisico’s, zoals binnen Douane, kustwacht, Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij of reddingsbrigades, eveneens baat zouden hebben bij aansluiting op het landelijke loket.

De leden van de BBB-fractie onderschrijven, evenals de initiatiefnemers, het belang van een eenduidig en gelijkwaardig systeem voor alle personen die binnen een geüniformeerd beroep PTSS hebben opgelopen. Het uitgangspunt dat erkenning, zorg en nazorg niet afhankelijk zouden mogen zijn van werkgever, regio of sector, achten zij van groot belang. Deze leden vragen echter hoe de initiatiefnemers onderscheid willen maken tussen alle beroepen die wel of geen aanspraak maken op PTSS-zorg. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de initiatiefnota in belangrijke mate oproept tot nader onderzoek naar de wijze waarop een landelijk systeem vormgegeven kan worden. Gelet op het ontbreken van concrete uitwerking op het gebied van uitvoering, verantwoordelijkheden en financiële consequenties, achten deze leden het op dit moment niet passend om de initiatiefnota te steunen als richtinggevend voorstel. Een systeem zoals wordt voorgesteld in de initiatiefnota gaat miljarden kosten en hier wordt in de nota geen dekking voor gegeven. Zodra er meer duidelijkheid ontstaat over de inrichting van het systeem, de betrokken partijen en de financiële gevolgen, zullen deze leden hun standpunt nogmaals bezien.

4. Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie 
 

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota. Deze leden waarderen de inzet van de initiatiefnemers om aandacht te vragen voor de mentale gezondheid van professionals die in het kader van openbare orde, veiligheid en hulpverlening dagelijks geconfronteerd worden met traumatische gebeurtenissen. Zij maken gaarne gebruik van de mogelijkheid om enkele vragen te stellen.

De leden van de SGP-fractie lezen dat volgens de initiatiefnemers de huidige aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen onvoldoende samenhang en gelijke behandeling biedt. Deze leden vragen de initiatiefnemers om concreet uiteen te zetten welke lacunes er zijn in de bestaande zorg-, preventie- en nazorgstructuren voor PTSS bij geüniformeerden en hoe deze lacunes zijn vastgesteld. Zij vragen tevens welke definitie van PTSS de initiatiefnemers hanteren binnen hun nota en of deze in lijn is met de meest recente medische en epidemiologische richtlijnen, om zowel onder- als overdiagnose te vermijden.

De leden van de SGP-fractie lezen dat de voorgestelde maatregelen onder meer een landelijke structuur voor erkenning, betere preventie en consistente nazorg voor PTSS bij geüniformeerden beogen. Deze leden vragen welk juridisch kader en welke juridische consequenties de initiatiefnemers zien bij de wens om tot landelijke erkenning en regie te komen, met name ten aanzien van bestaande arbeids-, socialezekerheids- en verzekeringskaders. Zij vragen in hoeverre de voorgestelde landelijke structuur rekening houdt met verschillen tussen sectoren (bijvoorbeeld politie, brandweer, Defensie, ambulancediensten) en hoe wordt voorkomen dat één standaard onvoldoende maatwerk biedt.

De leden van de SGP-fractie hebben enkele vragen met betrekking tot de beslispunten die in de initiatiefnota worden opgesomd. Zij vragen de initiatiefnemers te verduidelijken wat precies wordt verstaan onder landelijke erkenning en regie. Zo vragen zij of hiermee wordt beoogd dat PTSS als beroepsziekte formeel wordt erkend en, zo ja, binnen welke wettelijke kaders. Voorts vragen deze leden welke juridische consequenties voorzien worden voor werkgevers, werknemers en het socialezekerheidsstelsel. Zij vragen de initiatiefnemers hoe een dergelijke erkenning zich verhoudt tot bestaande regelingen zoals de recente financiële inzet voor een PTSS-regeling bij bepaalde groepen geüniformeerden.

De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers om concrete specificatie van de voorgestelde preventieve maatregelen en screeningsinstrumenten. Zij vragen daarbij in het bijzonder in te gaan op de wijze waarin wordt voorkomen dat screening kan leiden tot stigmatisering of ongewenste gevolgen voor de inzetbaarheid van medewerkers. Zij vragen de initiatiefnemers hoe de relatie wordt gelegd tussen vroege signalering en bestaande verantwoordelijkheden van leidinggevenden, bedrijfsartsen en arbodiensten.

De leden van de SGP-fractie vragen hoe de voorgestelde zorg‐ en nazorgpaden zich onderscheiden van het bestaande aanbod binnen de geestelijke gezondheidszorg en specialistische zorgstructuren voor geüniformeerden. Zij vragen welke garanties gegeven kunnen worden dat de voorgestelde behandeltrajecten empirisch onderbouwd en effectief zijn.

De leden van de SGP-fractie vragen hoe aandacht wordt besteed aan re-integratie en participatie in werk en samenleving, naast medische behandeling. Voorts vragen zij de initiatiefnemers of onderzocht is of bestaande regelingen kunnen worden verbeterd zonder nieuwe wettelijke verplichtingen.

De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers inzicht te geven in de beoogde monitoringssystematiek, inclusief welke gegevens worden verzameld en hoe privacy wordt gewaarborgd. Zij vragen hierbij in te gaan op de hiervoor te hanteren indicatoren voor effectiviteit en kwaliteit van de maatregelen. Zij vragen de initiatiefnemers ook hoe de uitkomsten van monitoring en evaluatie periodiek worden teruggekoppeld aan de Kamer voor mogelijke bijstelling.

De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers om een financieel overzicht van de voorgestelde beslispunten, uitgesplitst naar preventie, organisatie en zorgcomponenten, en te verduidelijken hoe deze kosten gedekt kunnen worden binnen bestaande begrotingskaders. Zij verzoeken de initiatiefnemers aan te geven hoe de rol van het Rijk zich verhoudt tot die van werkgevers en sectorale instanties bij de financiering en implementatie van de voorgestelde maatregelen.

II. Reactie van de initiatiefnemers