Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (Kamerstuk 36180-164)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D03742, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-27 16:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G. Boswijk, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (CDA)
- Mede ondertekenaar: E. Hoedemaker, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z10916:
- Indiener: R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-06-03 16:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-06-19 16:00: Extra procedurevergadering commissie BHO (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-07-03 14:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-09-03 12:00: Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2026-01-27 16:00: Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2026-01-28 12:00: Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (omgezet in een schriftelijk overleg) (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
Nr.
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld …………. 2026
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp hebben enkele fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de brieven: Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (Kamerstuk 36180, nr. 164), Beantwoording vragen commissie over de Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar (Kamerstuk 36180, nr. 179) en de Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP) (Kamerstuk 32735, nr. 401).
De op 27 januari 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de staatssecretaris bij brief van ……. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Boswijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Hoedemaker
Inhoudsopgave
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng D66-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng CDA-fractie
Reactie van de staatssecretaris
Volledige agenda
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie benadrukken dat gendergelijkheid een belangrijke randvoorwaarde is voor een gezond verdienvermogen en duurzame economische stabiliteit, zowel in Nederland als daarbuiten. Internationale analyses laten zien dat economieën waarin vrouwen en meisjes veilig en volwaardig kunnen participeren innovatiever, productiever en weerbaarder zijn. Zo wijst het World Economic Forum op het positieve verband tussen gendergelijkheid en concurrentievermogen, en becijferde de Europese Investeringsbank dat het verkleinen van de genderkloof het wereldwijde bruto binnenlands product met circa 13 biljoen euro zou kunnen verhogen.
Tegen deze achtergrond constateren deze leden dat het ministerie van Buitenlandse Zaken momenteel geen expliciet beleid voert op het snijvlak van gender en handel. Ook blijkt dat bij het opstellen van de beleidsagenda de verplichte kwaliteitseis ‘effecten op gendergelijkheid’ uit het Beleidskompas niet is toegepast. Handelsbeleid zonder structurele aandacht voor vrouwenrechten en gendergelijkheid dreigt niet alleen bestaande ongelijkheden te bestendigen, maar laat ook aantoonbare economische kansen onbenut.
De leden hebben hierover de volgende vragen: Is de verplichte kwaliteitseis ‘effecten op gendergelijkheid’ van het Beleidskompas uitgevoerd bij de totstandkoming van het huidige handelsbeleid? Zo nee, kan de staatssecretaris toezeggen deze analyse alsnog uit te voeren en de uitkomsten daarvan met de Tweede Kamer te delen?
Kan de staatssecretaris voorts toezeggen dat bij toekomstig handelsbeleid en bij de totstandkoming en herziening van handelsakkoorden structureel een gedegen analyse van de effecten op gendergelijkheid wordt uitgevoerd, en dat de inzichten daaruit aantoonbaar worden meegewogen, conform de bestaande beleidsverplichtingen?
De aan het woord zijnde leden nemen daarnaast met instemming kennis van de ondertekening van het handelsverdrag met India. Zij zien dit als een belangrijke stap in het versterken van de economische relaties tussen de Europese Unie en India. Kan de regering de Kamer informeren over het verdere tijdpad richting ratificatie van dit verdrag, en over de rol die Nederland hierin zal spelen?
Voorts vernemen de voornoemde leden graag in hoeverre de ondertekening van het verdrag met India bijdraagt aan het creëren van momentum voor lopende handelsbesprekingen met Indonesië en Australië. Kan de regering een actuele stand van zaken geven van deze onderhandelingen? In welke sectoren verwacht de regering dat Nederland en de Europese Unie in het bijzonder economisch voordeel zullen behalen uit deze (toekomstige) akkoorden?
Op welke wijze wordt daarbij rekening gehouden met sociale effecten, de positie van vrouwen en meisjes, en de impact op natuur en biodiversiteit? Hoe worden deze overwegingen concreet meegewogen in de onderhandelingsinzet en de uiteindelijke beoordeling van de akkoorden?
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geagendeerde brieven en hebben hierover nog enkele vragen en
aandachtspunten.
De leden van de VVD-fractie benadrukken het belang van handel als verdienvermogen voor de Nederlandse samenleving. Volgens deze leden kunnen ontwikkelingssamenwerking en handel elkaar versterken in het bereiken van de gestelde doelen. Hoe kijkt de staatssecretaris naar het optimaliseren van het gebruik van handel als instrument om ontwikkelingsdoelen te bereiken? Op welke manier werkt de staatssecretaris concreet aan het vooropzetten van onze welvaart en weerbaarheid van de economie in het handelsbeleid?
Om het concurrentievermogen van de Europese Unie te beschermen is volgens de leden van de VVD-fractie meer Europese coherentie nodig als het gaat om het handelsbeleid. Hoe duidt de staatssecretaris de trend in meerdere Europese lidstaten die accepteren dat China een grotere rol speelt in investeringen in infrastructuur, zoals bijvoorbeeld in havens? Welke alternatief kan de Europese Unie bieden tegen deze Chinese investeringen in kritieke infrastructuur? In welke partnerschappen moet worden geïnvesteerd volgens de staatssecretaris om buiten de gevestigde markten handel te bevorderen? Hoe ziet de staatssecretaris kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om via het Global Gateway-initiatief toegang te krijgen tot andere markten? Hoe kan het gebruik van Global Gateway door Nederlandse bedrijven worden bevorderd?
Op welke manier ondersteunt de staatssecretaris Invest International en Atradius Dutch State Business (ADSB) om ondernemers te ondersteunen met financiering en exportverzekeringen? Wanneer volgt een evaluatie van de pilot van ADSB voor het vergroten van de toegang van Nederlandse bedrijven tot kritieke grondstoffen? Kan de staatssecretaris de resultaten van deze evaluatie met de Kamer delen?
Daarnaast hebben de leden van de VVD-fractie kennisgenomen van de ‘Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten 2024.’ De leden lezen in de reactie van de staatssecretaris dat in de cacao, palmolie en textiel-ketens meer strategische samenwerking is gefaciliteerd. Op welke manier kunnen deze resultaten worden ingezet in andere ketens die van belang zijn voor de Nederlandse economie? Op welke manier worden ondernemers meegenomen in het nieuwe IMVO-beleid? Kan de staatssecretaris nader uitleggen wat wordt bedoeld met de ‘zuivere en lastenluwe omzetting van de CSDDD’?
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Beleidsagenda
Buitenlandse Handel. Deze leden hebben hier enkele vragen over.
De leden van de CDA-fractie vragen de staatssecretaris wat haar inschatting is of de Mercosur-handelsovereenkomst voorlopig in werking zal kunnen treden, zoals verzocht in de aangenomen motie Erkens c.s. (Kamerstuk 21501-20, nr. 2374). Wat de leden van de CDA-fractie betreft kan Europa zich stilstand niet veroorloven in een wereld waarin handelsblokken verschuiven en zekerheden wegvallen.
Nederland werkt aan strategische partnerschappen voor kritieke grondstoffen en halfgeleiders met landen als Vietnam, Zuid-Korea, Canada en India. De aan het woord zijnde leden vinden dit verstandig, maar vragen wel naar welke landen we nu nog meer kijken. Is het in kaart gebracht waar we wel en niet de banden aanscherpen? Kan de staatssecretaris daarnaast aangeven wat de status is van de innovatie attaches op de ambassades? Klopt het dat op sommige ambassades deze attaches geheel verdwijnen? Brengt dit onze ambities niet in gevaar?
Internationale handel vraagt ook aandacht voor de regio. Ons handelsinstrumentarium staat open voor alle bedrijven, maar in de praktijk zien we dat vooral de Randstad profiteert, terwijl onze regio's achterblijven. Herkent de staatssecretaris dit vanuit het werkbezoek dat ze onlangs aan de provincie Fryslân bracht? De leden van de CDA-fractie vinden het een gemiste kans dat onze regio's niet evenredig profiteren van de kansen die er liggen. Natuurlijk zit ook buiten de Randstad topkennis, zeker op het gebied van water, voedselzekerheid en klimaat slimme landbouw. Wie de wereld wil helpen met water gerelateerde uitdagingen, moet ook de regio’s meenemen die daarin uitblinken. Provinciale besturen kunnen daarbij de brug slaan, bijvoorbeeld door mkb-bedrijven actief te informeren en te betrekken bij handelsmissies. Is de staatssecretaris het met de voornoemde leden eens dat hier een strategische kans ligt? Deelt de staatssecretaris de opvatting dat het huidige aanbod via de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) gefragmenteerd is, waardoor bedrijven in delen van het land slechts beperkt worden ondersteund en daardoor ook minder gebruikmaken van het RVO instrumentarium?
Is de staatssecretaris bereid om samen met provincies en het bedrijfsleven te verkennen welke knelpunten er zijn en hoe kan worden toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk van regionale exportprogramma’s via de ROM’s, zodat bedrijven in alle regio’s laagdrempelig en gelijkwaardig toegang hebben tot ondersteuning bij hun internationaliseringsstrategie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete stappen gaat de staatssecretaris zetten om deze kansen daadwerkelijk te benutten?
In de IOB-evaluatie lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederlandse bedrijven regelmatig opdrachten binnenslepen bij internationale organisaties. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het overzicht ontbreekt: waar liggen die kansen precies, en wat levert het Nederland concreet op? De aanbeveling is daarom om deze informatie beter en inzichtelijker te maken, bijvoorbeeld door structureel te laten zien welke opdrachten en opbrengsten Nederlandse bedrijven via multilaterale organisaties binnenhalen. De leden van de CDA-fractie zouden het zeer waarderen als het ministerie deze aanbeveling overneemt. Kan de staatssecretaris dat toezeggen?
II. Reactie van de staatssecretaris
III. Volledige agenda
Kamerstuk 36180, nr. 164: Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’.
Kamerstuk 36180, nr. 179: Beantwoording vragen commissie over de Beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar.
Kamerstuk 32735, nr. 401: Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP).