Digitalisering en Leermiddelen in het funderend onderwijs
Digitale leermiddelen
Brief regering
Nummer: 2026D04993, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-03 13:53, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Beslisnota bij Kamerbrief Digitalisering en Leermiddelen in het funderend onderwijs
- Afhankelijkheid en Autonomie - Bigtech-dienstverlening in het funderend onderwijs
- Verkenning Kwaliteitsalliantie Leermiddelen
Onderdeel van kamerstukdossier 32034 -72 Digitale leermiddelen.
Onderdeel van zaak 2026Z02167:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Volgcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 3 februari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Digitalisering en Leermiddelen in het funderend onderwijs |
Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs
Rijnstraat 50
Den Haag
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
www.rijksoverheid.nl
Contactpersoon
Onze referentie
61992788
Bijlagen
2
Intelligente technologie zal onze economie en samenleving fundamenteel transformeren. AI speelt nu al een steeds grotere rol in hoe we werken, leren en beslissingen nemen. De strategische investeringen in de digitale fundamenten van onze samenleving zullen onze toekomstige welvaart en weerbaarheid bepalen.1
Zoals de Onderwijsraad in 2022 al voorspelde, verandert intelligente technologie ook het onderwijs fundamenteel.2 Nu, ruim drie jaar later, zien we dat AI is doorgedrongen in alle lagen van het onderwijs. Leerlingen gebruiken generatieve AI voor huiswerk en toetsvoorbereiding. Ze krijgen kennis en vaardigheden mee om zich optimaal te kunnen ontplooien in een innovatieve economie en een sterke democratie. Intelligente technologie kan ook leerkrachten ondersteunen. Leraren experimenteren met AI bij nakijken en lesontwerp. Daarmee kunnen lesmethodes worden aangepast aan het tempo en de interesses van elk kind, zodat meer tijd overblijft voorandere zaken.3
Structurele samenwerking vereist
Om de kansen van intelligente technologie voor beter onderwijs te benutten, is het volgende nodig:
Bestuurders moeten een visie hebben op de integratie van technologie in het onderwijs die past bij onze waarden.
Scholen moeten veilige (digitale) voorzieningen bieden.
Leerkrachten moeten digitale vaardigheden hebben om intelligente technologie verantwoord te benutten in de les.
De uitdaging om deze voorwaarden te realiseren is te belangrijk en te veelomvattend om de onderwijspartners alleen in te laten staan. Scholen moeten kunnen bouwen op een toekomstvaste infrastructuur van (publieke) voorzieningen en afspraken. Dit vraagt om samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en wetenschap.
We zijn met Groeifondsprogramma’s als NOLAI, Edu-V en Impuls Open Leermateriaal op de goede weg. Maar dit zijn tijdelijke investeringen en AI in het onderwijs is geen tijdelijk experiment, maar een structurele transformatie. De vraag is niet óf technologie het onderwijs verandert, maar onder welke voorwaarden. De komende periode staan we voor een belangrijke keuze: nú richting geven of later noodgedwongen ingrijpen.
Naar een actieplan digitalisering funderend onderwijs
Ik wil met de onderwijspartners regie nemen. Het is mijn overtuiging dat een verstandige inzet van technologie in het onderwijs onmisbaar is voor een innovatief en weerbaar Nederland. Maar dan moeten we hier wel grip op houden. We moeten de kansen van technologie benutten, zonder ons aan de macht van deze technologie te onderwerpen. Dit vraagt structurele aandacht, samenwerking en ondersteuning.
Daarom heb ik opdracht gegeven om een actieplan digitalisering funderend onderwijs op te stellen met het onderwijs, kennisinstellingen, expertorganisaties en private partijen. Voor de zomer wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang.
Lopende acties
In de tussentijd hebben we al belangrijke stappen gezet om technologie in dienst te stellen voor beter onderwijs. Hieronder informeer ik u over de volgende zaken:
Kwaliteit en toegankelijkheid van leermiddelen
Meer keuzevrijheid in aanbiedingsmodellen en een bewuster leermiddelenbeleid
Leveringsbetrouwbaarheid van leermiddelen
Versterking van schoolbesturen door samenwerking in SIVON
Alternatieven voor Big Tech
Kinderrechten Impact Assessments
Met deze brief probeer ik te voldoen aan een aantal moties en toezeggingen. Ze komen uit het commissiedebat Digitalisering en leermiddelen van 3 april 2025 en het tweeminutendebat van 22 mei 2025.4 Ik kom hiermee tegemoet aan het verzoek van uw Kamer om u hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren. In de uitwerking heb ik goed gekeken naar het Leermiddelenmanifest5, waarin een brede coalitie van onderwijspartijen aandacht vraagt voor de urgente problemen op de leermiddelenmarkt.
Kwaliteit van leermiddelen
Leermiddelen verschijnen steeds vaker in hybride combinaties van digitale en papieren componenten. De kwaliteit daarvan is beperkt inzichtelijk. Met het nieuwe curriculum voor de deur hebben leraren geactualiseerde leermiddelen nodig. Ik vind het belangrijk dat iedereen die lesmateriaal maakt - leraren, uitgevers, of organisaties die open materiaal ontwikkelen - handvatten krijgen om de kwaliteit daarvan inzichtelijk te maken en te verhogen. Leraren worden hiermee in staat gesteld om het meest passende lesmateriaal te kiezen en optimaal in te zetten voor hun leerlingen.
De afgelopen tijd zijn hierin belangrijke stappen gezet. Leraren gebruiken steeds vaker eigen of open leermiddelen. Het is van belang dat leraren in staat worden gesteld om open leermiddelen kwalitatief goed te ontwikkelen en effectief toe te passen. Daarom ben ik verheugd te kunnen melden dat het Nationaal Groeifonds €38 mln. heeft toegekend aan OCW voor het programma Impuls Open Leermateriaal. Hiermee kan het project zich onder andere richten op de ontwikkeling van leermateriaal voor specifieke doelgroepen, zoals het gespecialiseerd onderwijs, het betrekken van meer scholen en professionele ontwikkeling voor leraren in samenwerking met lerarenopleidingen.
In vervolg op het onafhankelijke adviesrapport van ABDTopConsult6, over de inrichting en governance van een kwaliteitsalliantie voor leermiddelen, heeft een brede coalitie van onderwijspartijen de handen ineengeslagen om deze alliantie vorm te geven. Het doel is om de kwaliteit en toegankelijkheid van leermiddelen structureel te verbeteren.
Daarnaast heb ik het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) en Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) de opdracht gegeven om in nauwe afstemming met deze alliantie een landelijk kwaliteitskader voor leermiddelen te ontwikkelen. Dit kwaliteitskader ondersteunt scholen bij het beoordelen, selecteren en ontwikkelen van leermiddelen en geeft inzicht in de kwaliteit ervan.
Het generieke deel van het kwaliteitskader is vanaf het voorjaar van 2026 beschikbaar voor leermiddelenmakers en scholen, zodat dit aansluit bij de vernieuwing van kerndoelen en eindtermen. Daarna wordt het kwaliteitskader doorontwikkeld en waar nodig van vakspecifieke aanvullingen voorzien. Te beginnen met taal en rekenen/wiskunde, gevolgd door digitale geletterdheid (conform de toezegging aan uw Kamer) en burgerschap.
Parallel werken de partijen die betrokken zijn bij de kwaliteitsalliantie uit welke maatregelen behulpzaam zijn bij de implementatie. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de gewenste mate van sturing en naar mogelijke aanvullende manieren om de toepassing van het kader te bevorderen. Het gebruik van een keurmerk wordt hierin meegenomen, waarmee ik invulling geef aan de toezegging aan uw Kamer.
Ik ondersteun partijen hierbij met raad en daad. Zo faciliteer ik de ontwikkeling van de Open Keuzecatalogus. Deze maakt het volledige aanbod van leermiddelen inzichtelijk met zowel bibliografische als onderwijskundige kenmerken en biedt ruimte voor beoordelingen van docenten en vaksecties.7 Hiervoor heb ik € 1,4 mln. beschikbaar gesteld. Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie van het lid Oostenbrink.8
Met de inrichting van de kwaliteitsalliantie en de ontwikkeling van een landelijk kwaliteitskader zetten we, met breed draagvlak in de onderwijssector, een belangrijke stap richting meer grip en beter onderbouwde keuzes voor leermiddelen in het onderwijs. Daarmee geef ik invulling aan de motie van het lid Kisteman9 en toezeggingen aan uw Kamer in dit kader.
Toegankelijkheid van leermiddelen
De kwaliteit van leermiddelen is nauw verbonden met de toegankelijkheid hiervan voor alle leerlingen, ook voor degenen met een ondersteuningsbehoefte. Dit voorjaar worden de uitkomsten verwacht van de nulmeting van de toegankelijkheid van leermiddelen. Na afronding zal uw Kamer over de resultaten worden geïnformeerd, conform de gedane toezegging.
De nulmeting wordt uitgevoerd door KBA Nijmegen in samenwerking met Expertisecentrum Nederlands en Stichting Accessibility en brengt in kaart hoe toegankelijk de huidige leermiddelen zijn, zowel digitaal als folio (papier), voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften en welke vervolgstappen nodig zijn om eventuele knelpunten structureel op te lossen. Op basis van deze bevindingen maak ik samen met de sector vervolgafspraken om de toegankelijkheid van leermiddelen te verbeteren. Ook ben ik in gesprek met de deelnemers van de rondetafel ‘Toegankelijk publiceren’ over mogelijkheden om de toegankelijkheid van leermiddelen ook op korte termijn te verbeteren, bijvoorbeeld door het delen van goede voorbeelden onder uitgevers te stimuleren.10
Meer keuzevrijheid in aanbiedingsmodellen en een bewuster leermiddelenbeleid
De moties van de leden Rooderkerk en Soepboer11 Oostenbrink12, Haage13 en Soepboer en Rooderkerk14 verzoeken de regering om maatregelen te treffen ter verbetering van de marktwerking in de leermiddelenmarkt. Uw Kamer wil voorkomen dat scholen verplicht raken om leermiddelen uitsluitend via het LiFo-model15 af te nemen en vraagt alternatieve modellen te stimuleren, het gebruik van wegwerpboeken drastisch te verminderen en duurzame alternatieven te stimuleren. Waar de markt niet tot oplossingen komt, verzoekt uw Kamer tot regulering over te gaan.
Ik vind het van groot belang dat er meerdere aanbiedingsmodellen beschikbaar zijn, zodat scholen goede, betaalbare en duurzame keuzes kunnen maken. Daarom verken ik hoe de markt gereguleerd kan worden om een goede marktwerking te borgen. Samen met mijn collega van het ministerie van Economische Zaken (EZ) laat ik onderzoek uitvoeren naar de marktwerking en de instrumenten die beschikbaar zijn om deze te verbeteren. Uw Kamer ontvangt de resultaten van dit onderzoek voor de zomer van 2026. De resultaten worden gedeeld met de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die parallel werkt aan een onderzoek naar de leermiddelenmarkt.
Kennisnet, SIVON en de branchevereniging van educatieve uitgevers (MEVW) zijn met elkaar in gesprek gegaan over aanbiedingsmodellen in het voortgezet onderwijs. Knelpunten rond het nu gangbare LiFo-model en oplossingsrichtingen zijn in beeld gebracht met scholen, aanbieders, experts, de VO-raad en OCW. SIVON en de MEVW hebben vervolgens gewerkt aan een set aanbevelingen voor alle betrokken partijen. Zowel aanbieders als scholen erkennen dat de sleutels voor verbetering zich aan beide zijden (vraag en aanbod) bevinden. Ook de VO-raad schaart zich achter deze aanbevelingen en trekt samen met SIVON en de MEVW op om deze in de praktijk te brengen.
Uitgevers hebben de ambitie om alleen in leermiddelen te voorzien die scholen daadwerkelijk gebruiken om goed onderwijs te bieden. Ongebruikte leermiddelen in de oud-papierbak, niet-gebruikte licenties en overstapboetes horen daar niet bij. Daarom heeft de MEVW haar leden aanbevolen om:
overstapboetes per 1 januari 2027 af te schaffen, wanneer scholen binnen de looptijd van een contract willen overstappen op een andere methode;
desgevraagd meer flexibiliteit in het LiFo-model aan te bieden door componenten van het LiFo-model ook in andere combinaties of los aan te bieden;
extra opties beschikbaar te stellen als scholen daarom vragen, bijvoorbeeld eenjaarslicenties in aanvulling op de bestaande, langduriger contractvormen en meer variatiemogelijkheid in de gebruiksduur van (papieren) lesmateriaal;
meer transparantie in kwaliteit, prijsopbouw, en marges te bieden.16
Meer keuzevrijheid biedt ook de kans om daar gebruik van te maken. Daarom beveelt SIVON aan haar leden aan om:
langs een doordacht keuzeproces leermiddelen te kiezen en te werken aan curriculumbewustzijn;
te benutten wat gekocht is, uiteraard passend bij de lespraktijk. Om de mogelijkheden van lesmateriaal optimaal te benutten is de aanbeveling om gebruik te maken van de begeleidende en verklarende hulpmiddelen van de uitgever;
meer bewust aandacht te besteden aan de balans tussen papier en digitaal en het gebruik van open materiaal;
het gebruik van leermiddelen regelmatig te evalueren en leerlingen te vragen zuinig te zijn op hun boeken, zodat deze langer gebruikt kunnen worden.
Doordachte keuzes en een tijdige en voorspelbare vraag gaan helpen bij meer regie van het onderwijs en een betere samenwerking met aanbieders. Op basis van de ervaringen en gesprekken in het voortgezet onderwijs zijn SIVON en MEVW gestart met een vergelijkbare serie gesprekken over het primair onderwijs. Ook voor het primair onderwijs is het doel te komen tot een concrete set aanbevelingen, die met steun van de betrokken partijen opgevolgd kunnen worden door leveranciers en scholen.
Het is goed en nodig dat uitgevers aan de slag gaan met deze aanbevelingen, ook in het kader van de herziening van het curriculum. Ik reken erop dat uitgevers substantiële verbeteringen in hun aanbiedingsmodellen doorvoeren, zodat scholen meer te kiezen hebben uit geactualiseerd lesmateriaal zonder dat dit leidt tot onnodige kostenstijging. En wanneer die mogelijkheden er zijn, verwacht ik dat scholen deze serieus overwegen in hun doordachte keuzeproces. Hiermee geef ik invulling aan de toezegging aan uw Kamer inzake de betaalbaarheid van leermiddelen in het kader van het vernieuwde curriculum.
Ik volg de ontwikkelingen op de voet en heb met de MEVW,SIVON, PO-Raad en de VO-Raad afgesproken dat zij OCW jaarlijks inzicht geven in de voortgang en concrete resultaten, die ik met uw Kamer zal delen. SIVON en de MEVW zullen onder hun leden daartoe informatie verzamelen over de voortgang die besproken kan worden in het overleg. Op basis van de vorderingen en de uitkomsten van het ACM-onderzoek besluit ik op welke wijze ik verder ga met overheidsregulering.
Leveringsbetrouwbaarheid leermiddelen
De laatste jaren beschikten te veel leerlingen in het voortgezet onderwijs niet op tijd over hun leermiddelen; een onwenselijke situatie. SIVON, MEVW en de Vereniging van Educatieve Distributeurs Nederland (VEDN) hebben daarom een convenant afgesloten met afspraken om de leveringsbetrouwbaarheid van leermiddelen te vergroten. Daarin zijn maatregelen opgenomen zoals een leermiddelenkalender, afspraken over de bestel- en levercyclus, inclusief het tijdig aanleveren van lijsten en het op orde hebben van leerlingadministratiesystemen door scholen.
De afspraken werken goed. Ze zijn recent aangescherpt en met een jaar verlengd. De betrokken partijen zijn tevreden met de afspraken en zien de werking ervan met vertrouwen tegemoet. Ik heb uw Kamer toegezegd te bezien of het convenant zich leent om ook prijs en transparantie hierin te betrekken. In het convenant zijn afspraken gemaakt over een transparante bevoorschottingsystematiek, zodat scholen garanties hebben over de voorschotten die zij betalen. Andere aspecten rond prijs en transparantie van leermiddelen zijn ondergebracht in de hierboven beschreven acties rond kwaliteit en aanbiedingsmodellen, waarmee de toezegging aan uw Kamer afgedaan is om het gesprek met SIVON en andere partijen breder te trekken. Als het gaat om prijs en transparantie zijn afspraken tussen scholen en uitgevers nodig. Deze worden door de betrokken partijen verder voorbereid en uitgewerkt.
Versterking van schoolbesturen door samenwerking in SIVON
Met de toenemende digitale transitie in het onderwijs neemt de invloed van grote leveranciers van leermiddelen en educatieve technologie op het onderwijs toe. Hiermee ontstaat voor scholen en schoolbesturen een complex vraagstuk. De producten van deze leveranciers kunnen het onderwijs op innovatieve wijze ondersteunen en verbeteren. Tegelijkertijd roept het vragen voor scholen op, bijvoorbeeld hoe deze leveranciers omgaan met privacy, controle over gegevens en de veiligheid van deze toepassingen. In bredere zin rijst de vraag in hoeverre scholen voldoende regie hebben over het marktaanbod van digitalisering en leermiddelen bezien vanuit de onderwijsbehoefte en publieke waarden.
Scholen willen meer zeggenschap hebben over het aanbod van marktpartijen, zowel wat de inhoud en functionaliteiten van de producten betreft, als de voorwaarden ten aanzien van prijs en kwaliteit waaronder deze geleverd worden. Als individueel schoolbestuur is het lastig om hier invloed op uit te oefenen, of over te stappen naar een andere leverancier. Daarom is het van groot belang dat schoolbesturen hierin samen optrekken. Samenwerking in een coöperatie zou in mijn optiek dan ook een vanzelfsprekende zaak voor schoolbesturen moeten zijn. De coöperatie SIVON behartigt de collectieve belangen van de aangesloten schoolbesturen richting de leveranciers en zet zich in voor een gezonde markt. Gezamenlijk kunnen schoolbesturen via SIVON hun functionele wensen expliciet maken en publieke waarden vertalen naar concrete eisen.
Inmiddels is een substantieel deel van schoolbesturen lid: SIVON representeert nu ruim 40% van schoolbesturen en zodoende 70% van alle leerlingen. Daarmee heeft SIVON flinke slagkracht in de vraagarticulatie op de markt. De motie van het lid Haage17 roept de regering op om met SIVON en Kennisnet in gesprek te gaan over structurele financiering van projecten zoals Veilig Internet en over wat er nodig is om scholen standaard lid te maken van SIVON. Ik subsidieer de opbouw van de Dienst Veilig Internet in ieder geval tot medio 2030.18 Bovendien kan SIVON op basis van het draagvlak in de sector ook activiteiten ontplooien die ten goede komen aan álle schoolbesturen, zoals het uitvoeren van privacy- en gevensbeschermingstoetsen (DPIA’s) namens de leden op producten van grote technologiebedrijven. Ik subsidieer SIVON voor de periode 2026-2029 met € 8 mln. voor dergelijke activiteiten voor de hele sector.19
Daarnaast voer ik regelmatig overleg met SIVON en Kennisnet waarbij de ondersteuningsbehoefte van scholen bij het geven van goed digitaal onderwijs centraal staat. Ik vind het belangrijk dat scholen optimaal gebruik kunnen maken van de mogelijkheden van SIVON. Lidmaatschap van een coöperatie is in essentie vrijwillig. Een sterk SIVON is gebaat bij schoolbesturen die lid worden en actief participeren in de coöperatie vanuit de overtuiging dat het lidmaatschap zowel de eigen scholen ten goede komt, als ook het collectief versterkt en daardoor waarde heeft voor de hele sector. Daarom roep ik alle nog niet aangesloten schoolbesturen op om lid te worden van SIVON. Het is mijn stellige overtuiging dat organisaties als Kennisnet en SIVON de komende jaren van groot belang zijn om de digitale transitie in goede banen te kunnen leiden.
Afhankelijkheden van grote techbedrijven
De producten van grote techbedrijven zoals Microsoft en Google worden in het onderwijs veel gebruikt. Ze zijn gebruiksvriendelijk en gunstig geprijsd. Naarmate deze producten steeds verder met het primaire proces van het onderwijs verweven raken, komen ook de afhankelijkheden en risico’s nadrukkelijker naar voren.
Onderzoeksbureau Dialogic heeft de huidige stand van zaken ten aanzien van dienstverlening door grote techbedrijven in het funderend onderwijs in kaart gebracht. Daarbij heeft Dialogic scenario’s uitgewerkt om in de Nederlandse onderwijscontext de beschikbaarheid en het gebruik van alternatieven voor bigtech-toepassingen te kunnen stimuleren. Dit onderzoek ‘Alternatieven voor bigtech-toepassingen in het funderend onderwijs’ is als bijlage bij deze brief meegestuurd. Dit onderzoek is een vervolg van een eerste verkenning naar de afhankelijkheid van grote techbedrijven in het funderend onderwijs, waarover uw Kamer met de brief van 22 november 2024 is geïnformeerd.20
De inventarisatie van it-toepassingen toont een dominante positie van dienstverlening door grote techbedrijven in het funderend onderwijs. Publieke waarden zoals privacy en autonomie komen in het gedrang en er ontstaan vendor- en data lock-ins. Netwerkeffecten en schaalvoordelen leiden tot knelpunten rondom toetreding, keuzevrijheid en overstapmogelijkheden. Er zijn vooral afhankelijkheden in het geval van gegevensopslag in de cloud en bij platforms die het mogelijk maken om samen te werken en bestanden uit te wisselen.
Voor de totaaloplossingen die grote techbedrijven bieden, bestaan op dit moment geen één-op-één alternatieven. De afhankelijkheden zijn complex en de oplossing hiervan overstijgt de mogelijkheden van het funderend onderwijs alleen. Het vraagt samenwerking tussen onderwijssectoren, op nationaal niveau en in EU-verband en handelingsperspectieven op langere termijn vragen nieuw beleid en bijbehorende financiering.
Tegelijkertijd vind ik het van groot belang om nu al te doen wat mogelijk is. De eerste belangrijke stappen op korte termijn liggen op het terrein van het stimuleren van bewustwording over afhankelijkheden van grote techbedrijven en het stimuleren van alternatieven. SIVON heeft in 2025 een pilot uitgevoerd met een zogenoemde Open Source Program Office (OSPO).21 Dit OSPO ondersteunt schoolbesturen om bewuste keuzes te maken tussen alternatieven, inzicht te krijgen in maatregelen die daarbij nodig zijn om continuïteit en privacy te borgen, en zich bewust te worden van de gevolgen als producten van grote techbedrijven niet meer beschikbaar zijn. In een context van toenemende geopolitieke onzekerheid vind ik het van groot belang om hierop door te pakken. Daarom verleng ik de subsidie voor het OSPO zodat het werk kan maken van de aanbevelingen van Dialogic. Het OSPO zal bijdragen aan bewustwording van schoolbesturen, inkoopvoorwaarden aanscherpen en aanvullende marktconsultaties doen. Schoolbesturen die aan de slag willen met alternatieven voor grote techbedrijven, kunnen bij het OSPO terecht voor ondersteuning.
Voor een substantiële beweging naar het verminderen van afhankelijkheden en het vergroten van aanbod en gebruik van alternatieven zijn structurele maatregelen en investeringen nodig. Op dit moment loopt vervolgonderzoek van Dialogic naar afhankelijkheden van grote techbedrijven in de andere OCW-sectoren. De uitkomsten hiervan komen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar. Voor de zomer van 2026 ontvangt uw Kamer op basis hiervan een uitgebreidere OCW-visie op de handelingsperspectieven voor de langere termijn ten aanzien van dit vraagstuk.
Kinderrechten Impact Assessments
Op 4 september 2025 heeft de staatssecretaris van BZK een brief22 aan uw Kamer verzonden over de Kinderrechten Impact Assessments (KIA’s)23. BZK heeft het instrument achter de KIA doorontwikkeld en in de brief is een aantal resultaten van het KIA met uw Kamer gedeeld. Ik heb met SIVON afgesproken om het instrument ook toe te passen in de reeds bestaande processen voor het toetsen van digitale onderwijsproducten. Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie van het lid Ceder.24
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Koen Becking
Nationaal AI Deltaplan: https://aiplan.nl/deltaplan.↩︎
Onderwijsraad, Inzet van intelligentie technologie, een verkenning, Den Haag 2022.↩︎
Nationaal AI Deltaplan: https://aiplan.nl/deltaplan.↩︎
Zie voor eerdere Kamerbrieven Digitalisering en Leermiddelen: Kamerstukken II, 2022-2023, 36200-VIII nr. 251 en Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 54.↩︎
Zie voor dit manifest: https://www.poraad.nl/system/files/2024-06/20240612_manifest_meer_grip_op_leermiddelen.pdf↩︎
Dit rapport van ADBTopConsult is als bijlage van de brief opgenomen.↩︎
De Open Keuzecatalogus wordt door SIVON ontwikkeld en bouwt voort op de informatie in het Koppelpunt Catalogusinformatie van Kennisnet.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 63↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 36600-VIII, nr. 83↩︎
De Ronde Tafel Toegankelijk Publiceren wordt gevormd door vertegenwoordigers van Onbeperkt Lezen, Oogvereniging, Mediafederatie, Koninklijke Visio, Bartiméus Onderwijs, Koninklijke Bibliotheek en Dedicon.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 65↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 62↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 61↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 67↩︎
Licentie-Folio is een leermiddel dat een combinatie biedt van een digitale licentie en optioneel een papieren leerwerkboek. De leerling houdt het leerwerkboek en kan daar aantekeningen in maken.↩︎
Om het gesprek over transparantie in kwaliteit, prijsopbouw en marges te faciliteren heeft de MEVW onderzoek naar de kostenstructuur van lesmethodes in het voortgezet onderwijs door PwC laten uitvoeren (https://www.mevw.nl/actueel/rapport-pwc-rapportage-vo-leermiddelen). De komende tijd organiseren SIVON en de MEVW gezamenlijke verdiepingssessies over dit onderzoek, om zo beter inzicht te krijgen en te delen in het functioneren van de markt.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 60↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 29240 nr. 177↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 54↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 32034 nr. 54↩︎
Een Open Source Program Office (OSPO) is een centrale plek voor kennis, samenwerking en ondersteuning op het gebied van het gebruik van open source oplossingen. Zie verder: https://sivon.nl/ospo-voor-het-onderwijs/↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 26643, nr 1391.↩︎
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de Kinderrechten Impact Assessment (KIA) laten ontwikkelen. Het is een hulpmiddel om te komen tot de best mogelijke beoordeling van de digitale dienst in relatie tot de rechten en het welzijn van kinderen. En met dit instrument worden risico’s op schendingen van kinderrechten in kaart gebracht.↩︎