[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20-2376)

Europese Raad

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D06540, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 08:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 20-2377 Europese Raad.

Onderdeel van zaak 2026Z02916:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21501-20 Europese Raad

Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld d.d. .. 2026

Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 februari 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20, nr. 2376).

Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie,

Erkens

De griffier van de commissie,

Blom

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie


II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 12 februari 2026. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.  

De leden van de D66-fractie vragen wanneer deze informele Raad wat het kabinet betreft geslaagd is. Welke concrete uitkomsten hoopt het kabinet te bereiken op deze informele top?  

  1. Antwoord van het kabinet

De informele Raad is geslaagd als EU-regeringsleiders op zowel intern als extern domein gemeenschappelijke prioriteiten identificeren ter versterking van het Europees concurrentievermogen. Het kabinet ziet graag concrete acties en deadlines verbonden aan deze prioritering tijdens de formele Europese Raad in maart 2026.

Hoe staat het kabinet tegenover “Buy European”-initiatieven en op welke manier denkt het kabinet dat dit bij kan dragen aan het Europese concurrentievermogen?  

  1. Antwoord van het kabinet

In 2025 kondigde de Europese Commissie een Europees voorkeursprincipe voor publieke aanbestedingen in strategische sectoren aan. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet op 20 november jl. het standpunt van het kabinet ten aanzien van dit voorkeursprincipe met uw Kamer gedeeld.1 Zoals hierin is aangegeven, staat het kabinet terughoudend tegenover de inzet van een Europees voorkeursprincipe, en acht van belang dat per sector zorgvuldig wordt afgewogen of baten opwegen tegen kosten. Het kabinet acht het bijvoorbeeld denkbaar dat het instrument ingezet zou kunnen worden om de weerbaarheid van de Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn, om strategische nieuwe markten te stimuleren. De toepassing zou daarbij tijdelijk, doelmatig en proportioneel moeten zijn. De toegang voor gelijkgestemde handelspartners zou hierin niet belemmerd moeten worden.

De leden van de D66-fractie vragen welke nationale opvolging er tot op heden is gegeven aan het Draghi-rapport. Is de minister bereid om de Kamer periodiek te informeren over de opvolging van het Draghi-rapport? Kan de minister dezelfde vragen beantwoorden voor de Niinistö- en Letta-rapporten?  

  1. Antwoord van het kabinet

Naar aanleiding van de rapporten Letta en Draghi heeft het kabinet een kabinetsvisie op het versterken van het EU-concurrentievermogen gepubliceerd, met prioriteiten en acties.2 Het kabinet heeft zich actief ingezet om verschillende Commissievoorstellen te beïnvloeden langs de lijnen van deze inzet, zoals de Clean Industrial Deal, de interne markt strategie, de omnibussen voor simplificatie van regelgeving en de actieplannen voor de auto-industrie en staalsector. Ook heeft Nederland de semicon coalitie geïnitieerd.

Het versterken van de nationale weerbaarheid is een prioriteit van het kabinet. Zoals gedeeld in de Kamerbrieven weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen3 wordt hier kabinetsbreed aan gewerkt. Ook heeft de minister van Justitie en Veiligheid een Europese weerbaarheidscoalitie in het leven geroepen om middels versterkte samenwerking en gezamenlijke acties de civiele paraatheid en weerbaarheid in zowel de individuele landen als in de EU als geheel te versterken.

Indien de Europese Commissie voorstellen doet die voortvloeien uit voornoemde rapporten wordt uw Kamer daar zoals gebruikelijk per BNC-fiche over geïnformeerd. Daarnaast wordt uw Kamer door de vakdepartementen geïnformeerd over ontwikkelingen in de beleidsinzet die onder hun verantwoordelijkheid vallen en voortvloeien uit de in de rapporten Draghi, Letta en Niinistö behandelde materie.

De leden van de D66-fractie vragen op welke manier de minister van plan is in Europees verband kenbaar te maken dat Nederland positief staat tegenover eerdere toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU), wanneer dit deel uitmaakt van een vredesakkoord in navolging op de aangenomen motie-Klos c.s. (Kamerstuk 36800 V, nr.49). 

  1. Antwoord van het kabinet

Oekraïne bevindt zich in een toetredingstraject naar EU lidmaatschap. Het land boekt onder zeer moeilijke omstandigheden voortgang in het hervormingsproces en Nederland biedt hierbij hulp waar dat kan, onder meer via het MATRA-programma, de Oekraïne-faciliteit van de EU en het actieplan van de Raad van Europa. Nederland blijft deze steun leveren en staat constructief tegenover het voeren van gesprekken over eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne, conform de motie Klos c.s. Daarbij houdt het kabinet vast aan de eisen voor toetreding, waaronder de Kopenhagen criteria.

Een land dat toetreedt tot de Unie moet de waarden van de Unie eerbiedigen en moet voldoen aan alle voorwaarden om volwaardig lid te worden.

Het kabinet wil niet vooruitlopen op een mogelijk vredesakkoord. EU toetreding is een proces tussen de (lidstaten van de ) EU en kandidaat-lidstaten.

Op welke manier zal de minister opvolging geven aan de aangenomen motie-Klos c.s. over een Europese veiligheidsraad (Kamerstuk 36800 V, nr. 48)? 

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet neemt met belangstelling kennis van voorstellen die erop gericht zijn dat Europese landen meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid en defensie. Eerder heeft het kabinet gekeken naar de mogelijke meerwaarde van een Europese Veiligheidsraad. Destijds bleek hiervoor binnen Europa onvoldoende draagvlak te bestaan. In lijn met de aangenomen motie van het lid Klos (Kamerstuk 36 800 V, nr. 48) is het kabinet bereid om dit draagvlak opnieuw te onderzoeken. Bovendien is van belang te vermelden dat Nederland reeds in verschillende verbanden samenwerkt t.b.v. de Europese veiligheid. De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De EU heeft een nuttige aanvullende rol te spelen op het gebied van financiering, coördinatie en vereenvoudigen wetgeving. Daarnaast werken we samen binnen coalities zoals de Joint Expeditionary Force (JEF) de Coalition of the Willing. Verder verwijs ik uw Kamer ook naar de Kamerbrief EU als geopolitieke speler van 27 januari jl.4

Wanneer kan de Kamer een nieuwe versie of een voortgangsrapportage verwachten van de Nationale Grondstoffenstrategie? 

  1. Antwoord van het kabinet

Er is geen reguliere voortgangsrapportage van de Nationale Grondstoffenstrategie. Uw Kamer is vorig jaar december geïnformeerd over de voortgang op onderdelen van de Nationale Grondstoffenstrategie, in de brief Weerbare Waardeketens (Kamerstuk 32852, nr. 395).

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026. Deze leden constateren dat deze Raad vooral in het teken zal staan van het Europees Concurrentievermogen. Zij onderschrijven het belang van een sterk concurrentievermogen, ook in het kader van de recente geopolitieke ontwikkelingen. Wel hebben zij naar aanleiding van de geannoteerde agenda nog een aantal vragen.

Mercosur

De leden van de VVD-fractie merken op dat handelsverdragen het fundament vormen van een economisch welvarend Europa. In het kader daarvan betreuren deze leden dat een meerderheid van het Europees Parlement ervoor heeft gekozen de inwerkingtreding van het EU-Mercosur-akkoord op te schorten om advies in te winnen bij het Europees Hof van Justitie. De Kamer heeft door het aannemen van de motie-Erkens (Kamerstuk 21501-20, nr. 2374) juist aangegeven dat het EU-Mercosur-akkoord alvast in werking dient te treden. Op welke manier heeft het kabinet tot dusver uitvoering gegeven aan deze motie? Welke verdere stappen is het kabinet van plan te nemen om het EU-Mercosur-akkoord alsnog zo snel mogelijk in werking te laten treden?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft op 9 januari jl. in de Raad van de Europese Unie ingestemd met het besluit tot ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord, dat met gekwalificeerde meerderheid is aangenomen. Het kabinet heeft conform de motie Erkens c.s.5 in de informele Europese Raad van 22 januari jl. steun uitgesproken voor de voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord en zal dat blijven doen. Het kabinet blijft zich daarnaast zowel in de Raad als in bilaterale contacten inzetten voor een spoedige inwerkingtreding van het EU-Mercosur akkoord, conform de motie Van der Burg c.s.6

Europese Kapitaalmarktunie

De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet tijdens de Raad onder andere zal pleiten voor een sterke kapitaalmarktunie. Deze leden juichen dit toe. In hoeverre vindt het kabinet in Europa steun voor een Europese kopgroep aan landen die, vooruitlopend op een volledig Europese kapitaalmarktunie, alvast gaan werken aan een diepere integratie van hun kapitaalmarkten?

  1. Antwoord van het kabinet

De verdieping van de kapitaalmarktunie vereist verschillende initiatieven en acties. De commissie heeft met haar Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP), gepubliceerd in december jl., een blauwdruk neergelegd die als basis kan dienen voor een interne markt voor kapitaal in de EU. Een BNC-fiche is reeds met uw Kamer gedeeld.7 Het kabinet is er binnen de EU voorstander van om met dit pakket echt stappen te zetten ter bevordering van de Europese concurrentiekracht. Waar dat niet in EU verband kan, staat NL ervoor open om met andere lidstaten, in kopgroepen, samen op te trekken. Nederland heeft dit eerder al bijvoorbeeld gedaan in de totstandkoming van het beleggingslabel Finance Europe.8

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de aanstaande informele Europese Raad van 12 februari 2026. Deze leden hebben enkele opmerkingen en vragen over de inzet aldaar.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat tijdens de informele Raad wordt gesproken over het concurrentievermogen van de EU. Ook zijn er enkele non-papers verschenen in aanloop naar deze Raad, bijvoorbeeld van Duitsland en Italië. Deze leden vinden de concurrentiekracht van de EU van essentieel belang, maar benadrukken dat een sterkere concurrentiekracht niet wordt bereikt met het blind afschaffen van werknemersrechten, veiligheidsnormen voor producten en schone lucht-normen. Het blind afschaffen hiervan zou er juist voor zorgen dat werknemers en consumenten minder vertrouwen krijgen in EU-normen en zorgt voor problemen op middellange termijn. Is de minister het ermee eens dat het afbreken van werknemersrechten, veiligheidsnormen voor producten en schone lucht-normen niet de weg is die de EU moet inslaan?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet is het in zoverre met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat vermindering van onnodige regeldruk moet plaatsvinden zonder afbreuk te doen aan onderliggende beleidsdoelstellingen. Bij het terugdringen van regeldruk ten behoeve van de concurrentiekracht van de EU wordt daarom ingezet op behoud van de effectiviteit van de regelgeving. Bovendien moet de aanpassing van Europese regelgeving zo worden vormgegeven dat dit niet in het nadeel is van bedrijven die al een verduurzamingsslag hebben gemaakt in anticipatie op deze regelgeving..

Het versterken van het concurrentievermogen van de EU gaat wat deze leden betreft in grote mate om het doen van de juiste investeringen. Dit schreven Mario Draghi en Enrico Letta – die ook aanwezig zullen zijn bij de bijeenkomst in Antwerpen – nadrukkelijk en uitgebreid in hun beide rapporten. Is de demissionair minister-president bereid tijdens de informele Raad naar voren te brengen dat juist deze investeringen het verschil gaan maken en dat deze achterblijven?

  1. Antwoord van het kabinet

De rapporten van Draghi en Letta benadrukken dat het versterken van het Europese concurrentievermogen essentieel is voor de toekomst van de EU, waarbij de nadruk moet liggen op zowel publieke als private investeringen. Het is belangrijk dat via de EU-begroting private investeringen worden gestimuleerd ter bevordering van het EU concurrentievermogen. De EU begroting functioneert daarbij als hefboom. In de onderhandelingen voor het nieuwe Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) onder het volgende MFK 2028-2034 zet het kabinet zich actief in voor deze cruciale investeringen, met name in de strategische sectoren en kritieke technologieën. Voor het mobiliseren van private investeringen acht het kabinet een grote rol voor het InvestEU-instrument onder het ECF van belang. Tijdens de informele Europese Raad zal Nederland dan ook het belang van het mobiliseren van private investeringen en een ambitieus ECF, gefocust op excellentie en impact, benadrukken.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lazen dat ook de president van de Europese Centrale Bank (ECB) Lagarde de Europese leiders in aanloop naar de informele Raad van advies voorzag in een checklist die zij stuurde met noodzakelijke stappen die leiden tot meer concurrentiekracht. Onder meer zijn hierin punten opgenomen over gezamenlijke investeringen en Europese obligaties. Heeft zij in haar advies ook gesproken over de noodzaak van Eurobonds? Kan de Kamer haar adviezen (desnoods vertrouwelijk) ontvangen?

  1. Antwoord van het kabinet

Het document van de Europese Centrale Bank (ECB) is vertrouwelijk gedeeld. Op dit moment zijn wij in overleg met ECB hoe wij dit document vertrouwelijk met uw Kamer kunnen delen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hoewel tijdens deze informele Raad geen besluiten en conclusies worden verwacht er wel posities worden ingenomen tijdens en voorafgaand aan de Raad, bijvoorbeeld door de non-papers die zijn gepubliceerd door lidstaten. Het Duits-Italiaanse non-paper vraagt om een volgende slag om EU-wetten uit te kleden, wat deels zal resulteren in de afbraak van verworven werknemersrechten en veiligheids-, klimaat- en milieustandaarden. Ook wil het Duits-Italiaanse standpunt vooral investeren in ‘European champions’ waarbij ze hun eigen auto-industrie noemen. Wat deze leden betreft is het juist belangrijk dat landen niet alleen kijken naar hun eigen industrie maar kijken naar het Europees belang. Ook in de Nederlandse hoogwaardige industrie moet geïnvesteerd worden om de concurrentiepositie van de EU te versterken. Is de minister het hiermee eens?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet onderschrijft dat de versterking van de Europese concurrentiekracht niet mag leiden tot een afbraak van standaarden, maar juist moet rusten op innovatie en technologisch leiderschap. In plaats van in te zetten op nationale kampioenen, pleit het kabinet voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende publiek-private samenwerkingsverbanden, naar het model van project Beethoven in Nederland. Door publieke ondersteuning als hefboom te gebruiken voor investeringen in strategische sectoren en kritieke technologieën, zoals halfgeleiders, versterken we de productiecapaciteit en de positie van zowel de Nederlandse hoogwaardige industrie als de EU als geheel. Dit is dan ook het uitgangspunt van het nieuwe industriebeleid met focus, waarover uw Kamer recentelijk is geïnformeerd.9 Hierin worden zes technologieën en groeimarkten geïdentificeerd waarop actief wordt gestuurd ten behoeve van de Nederlandse en de Europese concurrentiepositie.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet zich nog niet te voegen bij een van de landen die hun posities al kenbaar hebben gemaakt in een non-paper – ook gezien de demissionaire status van het kabinet en de verwachting van een nieuw missionair kabinet op korte termijn. Deze leden vragen het kabinet nadrukkelijk zich niet aan te sluiten bij het Duits-Italiaanse standpunt. Is het kabinet daartoe bereid?

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals ook blijkt uit het antwoord op vraag 14 heeft het kabinet zich aangesloten bij een door Zweden en Finland geïnitieerd paper omdat de inhoud daarvan in lijn is met staand Nederlands beleid. Het kabinet heeft zich niet aangesloten bij het Duits-Italiaanse of een ander non-paper.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026. 

De leden van de BBB-fractie lezen in het artikel ‘Nederland waarschuwt voor risico’s van ‘koop Europees’ bij aanbestedingen’ (Financieel Dagblad, 5 februari 2026) dat Nederland een non-paper mede zou hebben ondertekend, over de Artificial Intelligence (AI) Act en Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Klopt het dat Nederland in aanloop naar de informele Europese Raad deze non-paper mede heeft ondertekend? Zo ja, kan het kabinet toelichten op welk moment dit besluit is genomen en waarom deze non-paper niet actief met de Kamer is gedeeld? 

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland heeft in aanloop naar de informele Europese Raad een non-paper over Strategic Competitiveness ondertekend. Dit non-paper is naast de initiatiefnemers Zweden en Finland ook ondertekend door Estland, Letland en Litouwen. In het non-paper wordt breed ingegaan op maatregelen die genomen moeten worden om het Europese concurrentievermogen te versterken. Versimpeling van Europese regelgeving, waaronder de reeds gepresenteerde digitale omnibus (AI, AVG), is daar onderdeel van.10

Omdat het non-paper in lijn is met staand beleid, was het kabinet voornemens dit paper bij de eerst mogelijke geëigende gelegenheid met uw Kamer te delen. Zodoende is het paper als bijlage bij dit schriftelijk verslag gevoegd.

De leden van de BBB-fractie lezen in de non-paper11 onder meer de volgende passage: 

In a time of fast-paced technological advancement, too complicated and burdensome regulation cannot stand in the way of EU’s technological leadership and sovereignty. Simplification will remain key in the digital sphere. We welcome the ambitions in the Digital Omnibus package both on AI and GDPR, but more needs to be done.” Deze leden onderschrijven deze analyse. Europa dreigt achterop te raken wanneer regelgeving innovatie en investeringen in de weg staat. Deze leden zien al langer dat ondernemers, midden- en klein bedrijven en ook agrarische technologiebedrijven vastlopen in complexe digitale verplichtingen, uiteenlopende interpretaties en stapeling van toezicht. Kan het kabinet nader concretiseren wat in deze passage wordt bedoeld met “more needs to be done”, bovenop de reeds aangekondigde vereenvoudiging in de Digital Omnibus, zowel ten aanzien van de AI Act als de AVG? Welke aanvullende vereenvoudigingen acht Nederland wenselijk?  

  1. Antwoord van het kabinet

In het BNC-fiche over de Omnibus AI en Omnibus Digitaal dat op 12 december 2025 met uw Kamer is gedeeld heeft het kabinet aangegeven dat het de vereenvoudiging en stroomlijning van digitale wetgeving verwelkomt. Daarbij zet het erop in dat huidige en toekomstige vereenvoudigingsvoorstellen zich focussen op versimpeling, verduidelijking en stroomlijning van wetgeving en dat de doelen van de wetgeving daarbij overeind blijven.

De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet borgt dat vereenvoudiging daadwerkelijk leidt tot meer rechtszekerheid en minder regeldruk in de praktijk en niet slechts tot herschikking van bestaande verplichtingen. Deze leden wijzen in dit verband op de door de Kamer aangenomen motie-Flach/Vermeer (Kamerstuk 21501-33, nr. 1171), waarin de regering wordt verzocht zich in Europees verband actief in te zetten voor het schrappen van onnodige regeldruk en nationale koppen op Europese regelgeving. Kan het kabinet expliciet toelichten hoe de inzet in deze non-paper en de verdere onderhandelingen over de digitale agenda zich verhouden tot deze motie? Ziet het kabinet deze non-paper als concrete invulling van deze aangenomen motie? 

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet zet zich in voor het verminderen van regeldruk en het bevorderen van betere regelgeving, zoals vastgelegd in het Actieprogramma Minder Druk met Regels. Het kabinet verwelkomt daarom voorstellen gericht op het vereenvoudigen en stroomlijnen van wetgeving en zet daar ook op in tijdens de onderhandelingen over de digitale agenda. Daarmee is de Nederlandse inzet in lijn met deze aangenomen motie.

  1. Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken


  1. Kamerstuk 21501-30 nr. 680, bijlage 1 ‘Kabinetsstandpunt inzake het Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen’.↩︎

  2. Kamerstuk 21 501-30 nr. 621↩︎

  3. Kamerstuk 30 821, nr. 249↩︎

  4. Kamerstuk 36715, nr. 32↩︎

  5. Kamerstuk 21501-20, nr. 2374↩︎

  6. Kamerstuk 21501-02, nr. 3309↩︎

  7. Fiche 3 - Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP), Kamerstuk 22 112 nr. 4241↩︎

  8. Verslag bijeenkomst 'Finance Europe': een beleggingslabel voor investeren in Europa, bijlage bij Kamerstuk 21 501-07 nr. 2118↩︎

  9. Kamerstuk 29 826 nr. 277↩︎

  10. BNC fiche digitale omnibus, Kamerstuk 22 112 nr. 4223↩︎

  11. Swedish – Finnish non-paper on European Strategic Competitiveness (20260205_europe_table_se-fi-non-paper-competitiveness.pdf)↩︎