Voortgang ontwikkeling inkeerregeling geldezels
Bestrijding georganiseerde criminaliteit
Brief regering
Nummer: 2026D13484, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 14:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 29911 -501 Bestrijding georganiseerde criminaliteit.
Onderdeel van zaak 2026Z05937:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-04-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
In het commissiedebat online fraude van 17 december 2025 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd de Kamer nader te informeren over de ontwikkeling van een inkeerregeling voor jonge geldezels, ter uitvoering van de motie Mutluer.1 In de Kamerbrief over de doorontwikkeling van de aanpak online fraude van 9 december 2025 is de Kamer geïnformeerd over de invulling van deze motie.2 Deze brief biedt een meer uitgebreid beeld van de (preventieve) aanpak van gelezels en de te ontwikkelen inkeerregeling.
Bestaande aanpak
Een geldezel is een katvanger die zijn of haar bankrekening laat misbruiken voor criminele activiteiten. Hierbij wordt, al dan niet bewust, frauduleus verkregen geld naar criminelen overgemaakt. Daarbij komt het voor dat geldezels worden geronseld om hun rekening te laten misbruiken, al dan niet onder dwang. Hiermee maakt een geldezel zich – vaak onbewust – schuldig aan het witwassen van illegaal geld en blijft de crimineel erachter anoniem.
Er zijn tal van organisaties die een belangrijke rol hebben in het tegengaan van geldezelproblematiek, zoals het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel (CKM), Keerpunt, jongerenwerk en scholen. Sinds 2022 ontwikkelt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een lokale (preventieve) aanpak voor geldezels van 8 tot 27 jaar. De gemeenten Almere, Enschede, Leeuwarden en Vlaardingen hebben in dit kader eind 2025 pilots afgerond. Deze pilots hebben onder meer een leidraad opgeleverd met handvatten voor gemeenten die hun eigen geldezelaanpak willen opzetten. Deze handvatten bestaan bijvoorbeeld uit:
Samenwerking tussen politie, OM, veiligheidshuis, onderwijs, jongerenwerk en andere lokale partijen, inclusief een convenant voor gegevensdeling;
algemene preventiemaatregelen, bijvoorbeeld structurele voolichtingsplannen en communicatiestrategieën die zich richten op gedragsverandering;
een first offender-aanpak waarbij wordt nagegaan wat ertoe leidde voor de jongere om als geldezel op te treden en die oorzaak proberen weg te nemen, en;
een aanpak voor geldezels met meerdere antecedenten om de geldezel te laten stoppen met zijn criminele gedrag en in de zorgbehoefte te voorzien.
De invulling van de aangenomen motie Mutluer wordt vormgegeven door voort te bouwen op deze aanpak. In 2025 en 2026 zijn aanvullende middelen vrijgemaakt vanuit de aanpak Preventie met Gezag om in een doorontwikkeling te voorzien, met inbegrip van de inkeerregeling. Het CCV ontvangt subsidie om dit te realiseren.
Inkeerregeling voor jonge geldezels
Geldezels kunnen geconfronteerd worden met verschillende impactvolle gevolgen, zeker wanneer ook sprake is van identiteitsfraude of criminele uitbuiting. Zo kan bijvoorbeeld hun toegang tot bankdiensten worden ontnomen, kunnen schulden ontstaan omdat zij aansprakelijk zijn voor het gestolen geld en worden zij mogelijk strafrechtelijk vervolgd.
Het doel van de inkeerregeling is te voorkomen dat jongeren opnieuw als geldezel worden misbruikt, verder afglijden in criminaliteit of door bestaande maatregelen juist extra in de knel komen. Daarbij is het van belang dat er zowel aandacht is voor de bekende risico- en beschermende factoren voor de preventie van jeugdcriminaliteit,3 alsook de aanvullende factoren die specifiek bij geldezelproblematiek spelen. De inzet richt zich daarom op het wegnemen van deze risicofactoren en het vinden van passende hulp voor kwetsbare jongeren.
Afwegingskader voor deelname inkeerregeling
Het is bekend dat geldezels in sommige gevallen hun bankrekening ter beschikbaar stellen door manipulatie of onder dwang. Zo kan er sprake zijn van criminele uitbuiting, bijvoorbeeld van jongeren in een kwetsbare positie. Deze jongeren kunnen als slachtoffer worden gezien. Echter zijn er ook gevallen waarin geldezels bewust hun bankrekening beschikbaar stellen voor criminelen met de intentie hier gewin uit te halen. Dit kenmerkt daderschap. In de inkeerregeling wordt er een onderscheid gemaakt tussen deze twee groepen.
In samenwerking met het Openbaar Ministerie, politie, en de Zorg- en Veiligheidshuizen zal een kader tot stand komen waarin de voorwaarden gesteld worden waaraan een jongere moet voldoen om deel te nemen aan de inkeerregeling. Met dit kader, dat bij aanvang van nieuwe pilots dit voorjaar gereed is, wordt beoogd de kwetsbare, hulpbehoevende jongeren de juiste hulp te bieden en perverse prikkels voor opportunistische daders tegen te gaan. De inkeerregeling is niet beschikbaar voor daders voor wie het strafrecht een meer passende keuze is. Deze afweging, die in de praktijk vaak in een grijs gebied plaatsvindt, zal binnen de gestelde kaders in de lokale context worden gemaakt door de professionals die dichtbij de jongere staan.
Kwetsbare geldezels en het bieden van de juiste zorg
Doel is om vanuit verschillende lokale contexten tot een effectieve werkwijze te komen om de gevolgen voor kwetsbare geldezels te beperken en ondersteuning te bieden waar de jongere dat nodig heeft. In dat proces staat de jongere centraal. Daarom wordt beoogd te werken met een procesregisseur die het primaire aanspreekpunt voor de jongere is. Het is aan de procesregisseur om de jongere van de juiste hulp te voorzien of de jongere hier aan te koppelen.
Het op orde hebben van hun financiële situatie is voor geldezels een belangrijke voorwaarde om hun leven weer op te kunnen pakken. Met de Nederlandse Vereniging van Banken en Betaalvereniging Nederland lopen gesprekken over de procedure rond het sluiten van rekeningen en de basisbankrekening, zodat hulpverlening hier beter op kan steunen. Ook het treffen van betalingsregelingen met schuldeisers is onderdeel van de hulpverlening.
Daarnaast wordt naar de persoonlijke situatie van de jongere gekeken, en waarom hij of zij geldezel is geweest. Afhankelijk van de behoefte kan de lokale hulpverlening de situatie van de geldezel verbeteren en zo de aanleiding die tot het optreden als geldezel heeft geleid, wegnemen en recidive voorkomen. Daarnaast wordt ondersteuning geboden bij het doen van aangifte tegen het criminele netwerk dat misbruik van de jongere heeft gemaakt.
Evaluatie en verdere verspreiding
Bij de inzet op criminaliteitspreventie is het van groot belang om te monitoren in hoeverre deze inzet effectief is. Daarom worden de eind 2025 afgeronde pilots op proces geëvalueerd. De inzichten die hieruit voortkomen, worden verwerkt in de nieuwe pilots. In april starten de nieuwe pilots om tot een werkzame inkeerregeling te komen. Deze pilots worden naar verwachting in de zomer van 2027 afgerond en worden geëvalueerd op effect. Het doel is om te komen tot een effectieve aanpak voor kwetsbare jongeren die zijn ingezet als geldezel. De ontwikkelde werkwijze wordt door het CCV vastgelegd in een geüpdatete lokale aanpak die voor alle gemeenten beschikbaar wordt gesteld en landelijk onder de aandacht wordt gebracht. De Kamer wordt over de voortgang geïnformeerd via de reguliere voortgangsbrief Preventie met gezag.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II, 2024/25, 26 643, nr. 1249.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29 911, nr. 490.↩︎
Kamerstukken II, 2023/34, 28741, nr. 116.↩︎