Tweeminutendebat Fiscaliteit (CD 11/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D14380, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 09:30, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-26 11:45: Tweeminutendebat Fiscaliteit (CD 11/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (š origineel)
Fiscaliteit
Fiscaliteit
Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit (CD d.d.
11/03).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en heet de staatssecretaris van Fiscaliteit,
Belastingdienst en Douane van harte welkom voor het tweeminutendebat
Fiscaliteit. Het commissiedebat heeft plaatsgevonden op 11 maart. Ik
geef als eerste het woord aan de heer Hoogeveen voor zijn inbreng namens
JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. We hebben een goed, inhoudelijk debat gehad over
fiscaliteit. Naar aanleiding van het debat heb ik een drietal
moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het aangenomen amendement-Grinwis c.s. de voorgestelde
verhoging van het box 3-forfait voor overige bezittingen heeft
geschrapt;
overwegende dat een lager forfait er mede toe leidt dat de noodzaak tot
rechtsherstel in bepaalde mate afneemt en de raming van het budgettaire
beslag daarmee mogelijk bijstelling behoeft;
overwegende dat meerdere voorstellen en moties dekking zoeken binnen het
brede vermogensdomein;
verzoekt de regering de raming van het budgettaire beslag van het
rechtsherstel te herijken, mede in het licht van het aangenomen
amendement, inzichtelijk te maken in hoeverre deze eventuele neerwaartse
bijstelling ruimte kan bieden als incidentele dekking voor aanpassingen
in box 3 en voor de financiering van de overgang naar een
vermogenswinstbelasting, en de Kamer hierover te informeren bij het
Belastingplan 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Grinwis.
Zij krijgt nr. 291 (32140) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het heffingsvrije resultaat van ā¬1.800 per jaar niet
overdraagbaar is naar volgende jaren;
overwegende dat belastingplichtigen met een volatiel rendement of
vermogen in de vermogenswinstsystematiek het heffingsvrije resultaat
structureel minder effectief kunnen benutten dan belastingplichtigen met
een stabiel rendement, waardoor zij bij een gelijk gemiddeld rendement
over langere tijd zwaarder worden belast;
overwegende dat dit haaks staat op de in de memorie van toelichting
geformuleerde doelstelling van fiscale neutraliteit tussen risicovol en
stabiel beleggen;
verzoekt de regering te onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrij
resultaat de gesignaleerde ongelijkheid zou mitigeren, en de Kamer
hierover te informeren bij het Belastingplan 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 292 (32140) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat vermogensovergangen bij huwelijk, echtscheiding of
wijziging van huwelijksgemeenschap niet leiden tot daadwerkelijke
realisatie van rendement;
overwegende dat belastingheffing op dergelijke momenten onbedoelde
liquiditeitsproblemen kan veroorzaken;
overwegende dat in de winstsfeer reeds voorzien is in
doorschuifregelingen bij vergelijkbare vermogensovergangen;
verzoekt de regering te onderzoeken of een doorschuifregeling bij
huwelijksvermogensrechtelijke overgangen in box 3 uitvoerbaar is zodat
heffing plaatsvindt bij daadwerkelijke realisatie, daarbij zo nodig
aanvullende dekkingsopties in het brede vermogensdomein te verkennen en
de Kamer over de uitkomsten te informeren bij het Belastingplan
2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 293 (32140) (#3).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng namens de
ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me aan bij mijn voorganger, collega
Hoogeveen van JA21, die sprak van "een goed commissiedebat". Zo kijk ik
er ook op terug. In vervolg op het debat dat we daar gehad hebben, heb
ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met de aangenomen amendementen (36812, nr. 102 en 36813,
nr. 9) op het Belastingplan 2026 de youngtimerregeling zodanig kort voor
de ingangsdatum is gewijzigd dat daardoor onbedoelde neveneffecten voor
verkopers en gebruikers van youngtimers zijn opgetreden, en dat deze
effecten nog groter zullen worden als de minimumleeftijd vanaf 2027 in
ƩƩn stap van 16 naar 25 jaar gaat;
overwegende dat deze onbedoelde neveneffecten te voorkomen zijn met een
andere vormgeving van het transitiepad van de youngtimerregeling,
bijvoorbeeld door de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012,
gecombineerd met een hoger bijtellingspercentage over de economische
waarde;
spreekt uit dat moet worden afgezien van de verhoging van de
minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027;
verzoekt de regering voor de zomer met opties te komen voor een
geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling en dit vervolgens
in de relevante wetgeving te verwerken;
verzoekt de regering voorts een voorstel voor een e-timerregeling uit te
werken, zodat elektrische leaseauto's die na vier of vijf jaar vrijkomen
uit de lease niet langer massaal naar het buitenland worden
geƫxporteerd, en hierbij zo nodig een horizonbepaling te hanteren om een
toekomstige onverwachte beƫindiging van de regeling te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Oosterhuis.
Zij krijgt nr. 294 (32140) (#4).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Meneer Stultiens krijgt het woord voor zijn
inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee vragen en twee moties. Dat gaat precies
passen. De eerste vraag gaat over de planbatenheffing. Vorig jaar is een
motie aangenomen van collega Habtamu de Hoop met het verzoek om die
heffing in te voeren. Het coalitieakkoord is dubbelzinnig over de vraag
of die heffing er wel of niet gaat komen. Ik hoop dus eigenlijk op een
bevestiging van de staatssecretaris dat hij voortvarend aan de slag gaat
met deze motie. Graag een bevestiging.
De tweede vraag gaat over de hypotheekrenteaftrek. De campagne ging
vooral over de vraag of die wel of niet wordt afgebouwd. Dat lijkt
voorlopig helaas niet te gebeuren, maar we lazen dat de
hypotheekrenteaftrek zelfs verhoogd dreigt te worden, met name voor de
hoogste inkomens. Kan de staatssecretaris hier bevestigen dat dat
absoluut niet de bedoeling is en dat hij dat gaat voorkomen?
Dan de twee moties. De eerste gaat over de verbruiksbelasting.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er breed draagvlak is voor het differentiƫren van de
verbruiksbelasting alcoholvrije dranken naar suikergehalte;
overwegende dat een dergelijke maatregel een bijdrage kan leveren aan de
volksgezondheid;
overwegende dat het zonde zou zijn om hiermee te wachten tot een brede
suikerbelasting kan worden ingevoerd, omdat dan jaren verloren gaan en
met snellere invoering al op korte termijn gezondheidswinst kan worden
geboekt;
verzoekt de regering de differentiatie van de verbruiksbelasting
alcoholvrije dranken zo spoedig mogelijk in te voeren en bij de
vormgeving uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde adviezen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Oosterhuis.
Zij krijgt nr. 295 (32140) (#5).
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De laatste motie gaat over een betere belastingmix.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de komende kabinetsperiode de belastingen op inkomen
en arbeid gaan stijgen met 13,7 miljard, op vermogen en winst met 2,7
miljard, op klimaat en milieu met 2,4 miljard en op de categorie overig
met 1,6 miljard;
van mening dat werken moet lonen en het dus onverstandig is om de
rekening zo eenzijdig bij gewone werkende mensen te leggen;
verzoekt de regering om bij het komende Belastingplan de belastingen op
inkomen en arbeid te verlagen door met een betere belastingmix te
komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 296 (32140) (#6).
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk voor haar inbreng
namens het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden over het prettige
debat. We hebben een enorme lijst aan toezeggingen en brieven die we
gaan krijgen. De punten die ik in mijn motie benoemd heb, heb ik ook in
het debat geadresseerd. Ik ga ervan uit dat die terugkomen in een van de
vele brieven. Maar ik wil ze wel echt onderstrepen, omdat het voor ons
zeer belangrijke punten waren. Daarom twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ondernemers in Nederland te maken hebben met diverse
fiscale regelingen die gepaard gaan met hoge administratieve lasten en
complexiteit, waaronder de WKR en de Wbso;
overwegende dat deze complexiteit leidt tot onnodige kosten,
tijdsverlies en onzekerheid voor ondernemers, en daarmee een rem vormt
op ondernemerschap, innovatie en groei;
overwegende dat een eenvoudiger en voor ondernemers beter uitvoerbaar
fiscaal stelsel bijdraagt aan een beter ondernemingsklimaat met meer
ruimte voor innovatie en groei;
verzoekt de regering om met prioriteit, vanuit het perspectief van
ondernemers, fiscale regelingen met hoge administratieve lasten,
waaronder in ieder geval de WKR en de Wbso, te inventariseren,
knelpunten in kaart te brengen en in nauwe samenwerking met ondernemers
en relevante belangenorganisaties concrete vereenvoudigingsvoorstellen
uit te werken;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk op Prinsjesdag te informeren
over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Van Eijk.
Zij krijgt nr. 297 (32140) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de pseudo-eindheffing in de uitvoering enkele
onwenselijke effecten heeft voor werkgevers in het algemeen en
autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het
bijzonder;
overwegende dat de voorgenomen pseudo-eindheffing leidt tot hoge
naheffingen voor werkgevers bij incidenteel gebruik van een vervangend
fossiel voertuig, feitelijk onhaalbare versnelde elektrificatie afdwingt
bij schadeherstel- en verhuurbedrijven en extra administratieve lasten
inhoudt voor onder andere rijscholen;
verzoekt de regering in gesprek te treden met de sector om te werken aan
oplossingsrichtingen voor de onwenselijke effecten van de
pseudo-eindheffing, en hierover aan de Kamer uiterlijk 1 juni nader te
rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Van Eijk.
Zij krijgt nr. 298 (32140) (#8).
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vermeer voor zijn inbreng
namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlanders steeds meer producten kopen over de grens
vanwege de grote prijsverschillen, het zogenoemde grenstoerisme;
overwegende dat deze ontwikkeling een steeds grotere variatie van
producten omvat, zoals tabak, alcohol, brandstof maar ook eerste
levensbehoeften en drogisterijartikelen;
overwegende dat door het invoeren van de suikertaks het risico bestaat
dat deze trend verergert;
overwegende dat dit zeer nadelige effecten heeft voor de economie in met
name de grensregio's;
verzoekt het kabinet om nauwkeurig de gevolgen van grenstoerisme voor de
economische activiteit integraal te onderzoeken over alle
productcategorieƫn, en daarover periodiek te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 299 (32140) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de sierteeltsector nu nog een belangrijke bijdrage van
7,2 miljard euro levert aan de Nederlandse economie en export;
constaterende dat Wageningen Universiteit in 2023 berekende dat een
btw-verhoging van 9% naar 21% kan leiden tot een omzetverlies van 390
miljoen euro en het verdwijnen van 2.500 banen;
overwegende dat de btw-verhoging volgens berekeningen bijna de helft
minder inkomsten oplevert dan de door het kabinet gepresenteerde 338
miljoen euro en de maatschappelijke schade door faillissementen en
WW-uitkeringen groter is dan de baten;
overwegende dat de btw-verhoging bloemisten naar de knoppen helpt en dat
bloemen betaalbaar moeten blijven voor iedereen;
verzoekt het kabinet deze tulpentaks niet in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 300 (32140) (#10).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Ik wil de staatssecretaris meegeven dat de minister van
Financiƫn gisteren in het debat over de economische gevolgen van de
oorlog in Iran duidelijk aangegeven heeft dat het ministerie helemaal
geen cijfers heeft van btw-opbrengsten per productcategorie, terwijl er
toch steeds allerlei bedragen aan gehangen worden bij verhogingen of
verlagingen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens
D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Ook ik kijk terug op een prettig commissiedebat met
deze staatssecretaris. Ik heb geen moties, wel nog twee korte
vragen.
In het commissiedebat hebben we het gehad over een andere invulling van
de 567 miljoen belasting voor de afvalsector, die leidt tot een hogere
rekening voor huishoudens, tot problemen voor de reststromen van
recyclingbedrijven en tot onzekerheid voor investeringen in
CO2-opslag. De staatssecretaris zou nog een ultieme poging
doen om te kijken of daarover in het voorjaar tot een alternatieve
invulling zou kunnen worden besloten, zoals ook de motie die we bij het
Belastingplan hebben aangenomen vraagt. Ik wil hem vragen of hij
daarover een update kan geven en kan laten weten hoe het daarmee
staat.
Mijn tweede vraag sluit aan op de inbreng van de heer Stultiens. Het
Centraal Planbureau heeft bij de analyse van dit coalitieakkoord
inderdaad een technische veronderstelling gedaan over de doorwerking van
lagere zorgpremies op de inkomstenbelasting. Daardoor zou ook de
hypotheekrenteaftrek worden verruimd. Dat is natuurlijk niet de gewenste
richting, want dan moet de belasting op werk of pensioen verder omhoog
dan noodzakelijk. De minister van Financiƫn deed ook gisteren in het
debat, als reactie op de motie van Jimmy Dijk, alsof dit een soort
natuurwet is. Dat is natuurlijk niet het geval. Kan de staatssecretaris
bevestigen dat het hier nu om een technische veronderstelling gaat en
dat hier beleidskeuzes mogelijk zijn? En kan hij ook richting de
augustusbesluitvorming mogelijkheden in kaart brengen om dit effect te
voorkomen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten. Daarna gaat de staatssecretaris over
tot beantwoording.
De vergadering wordt van 12.12 uur tot 12.18 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank. Ik ga eerst de aan mij gestelde vragen beantwoorden en
dan langs alle moties.
Ik begin met de vraag van de fractie van GroenLinks-PvdA of wij als
kabinet nog aan de slag gaan met de planbatenheffing. Deze vraag ligt
eigenlijk op het terrein van mijn collega van VRO, maar er bestaat
natuurlijk ƩƩn kabinet, dus ik heb ook als service naar uw Kamer even
contact gezocht. De minister van VRO geeft aan graag met uw Kamer in
gesprek te gaan over dit onderwerp en dat het haar ambitie is om óf met
de planbatenheffing, zoals genoemd in de motie, óf met een vergelijkbaar
systeem te komen. Zij kijkt uit naar het gesprek met uw Kamer.
Voorzitter. Dan ga ik naar de vraag van de heer Oosterhuis. U heeft het
kabinet als huiswerk gegeven om een ultieme poging te doen om bij de
Voorjaarsnota helderheid te scheppen over de afvalsector. Dit vraagt
echt een breed gesprek in het kabinet, want dit gaat niet alleen over
het verdelen van de belasting, maar ook over het op de goede plek
neerleggen van de prikkel voor allerlei circulaire dingen die wij ook
met elkaar nastreven. Een eerste gesprek met de minister van KGG heeft
inmiddels plaatsgevonden. Ten aanzien van het tijdsframe richting de
Voorjaarsnota heeft u gisteren van de minister van Financiƫn gehoord dat
het morgen in de ministerraad wordt besproken, dus er moeten wel
wonderen gebeuren om vanmiddag nog het definitieve ei te liggen. Een
ultieme poging is zeker gedaan, maar rondom Prinsjesdag kunt u het
antwoord van het kabinet integraal verwachten.
Dan ga ik naar een vraag die in verschillende varianten zowel door de
heer Stultiens als de heer Oosterhuis is gesteld. Die gaat over de
hypotheekrenteaftrek. Het is goed om hier even het volledige verhaal te
vertellen. Bij de onderhandelingen in het coalitieakkoord zijn een
aantal afspraken gemaakt, waaronder afspraken over de vrijheidsbijdrage,
maar ook afspraken die effect hebben op de zorgpremies. De afspraken
over die beide onderwerpen hebben straks effecten. Voor dat laatste
geldt dat het CPB technisch heeft gekeken: hoe gaan we dat nou
verwerken? Dat zei de heer Oosterhuis ook heel mooi in zijn vraag. De
technische verwerking daarvan geeft aan dat dat effect heeft op de
eerste en de tweede schijf van de belastingtarieven. Het is nog geen
kabinetsbesluit dat we dat zo gaan doen. Dat besluiten we uiteindelijk
in augustus. Dat doen we ook in het licht van alle vraagstukken die we
dan rond de koopkracht hebben enerzijds, en de vraag die ook de fractie
van Volt aan het kabinet heeft gesteld om nog eens kritisch naar alle
belastingregelingen te kijken. Dus het definitieve antwoord op deze
vraag kan ik u pas in augustus geven. Tot die tijd weet ik het antwoord
gewoon feitelijk ook nog niet.
De voorzitter:
Maximaal twee vervolgvragen. Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat het zo werkt met de zorgpremies en zo is allemaal oud nieuws. Zo
werkt het nou eenmaal in het inkomstenkader. Het is op straat aan
niemand uit te leggen, maar zo werkt het. Maar oorspronkelijk, in 2017,
is de hypotheekrenteaftrek teruggebracht tot de eerste schijf, tot de
basisschijf in de ib. Ik wil aan deze staatssecretaris vragen om die
gewoonte, die eigenlijk in het kabinet-Schoof is doorbroken doordat er
werd gespeeld met de eerste twee tarieven, wat eerder de basisschijf was
in de ib, in box 1, weer in ere te herstellen, zodat die verhoging, die
heel slecht uitlegbaar is, niet doorgaat. Is de staatssecretaris daartoe
bereid?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb u net gezegd hoe dit traject loopt. Tot nu toe kijken we vooral
naar een technische doorwerking. Wat betreft de beleidskeuzes van het
kabinet: die zijn nog niet gemaakt. Die landen in augustus. U doet ā "u"
is de heer Grinwis, voorzitter; net op tijd! ā een suggestie die we
daarbij kunnen meenemen. Die neem ik ter harte, zonder daarop vooruit te
willen lopen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Kijk, het Centraal Planbureau maakt aannames, maar die komen natuurlijk
niet helemaal vanuit het niks. Zij hebben met iedereen overleg, dus
meestal is het wel een soort vooraankondiging van wat eraan kan komen.
Ik snap dat het nog niet definitief is, maar ik mag toch hopen dat de
staatssecretaris op zijn minst vasthoudt aan die zin in het
coalitieakkoord, "de fiscale behandeling van het eigen huis blijft
ongewijzigd", wat ik al een matig compromis vond, en hij niet nog verder
naar rechts gaat en zegt: het kan toch gebeuren dat het in augustus
verruimd gaat worden.
Staatssecretaris Eerenberg:
Het coalitieakkoord is het coalitieakkoord, vanzelfsprekend. Daar hoeft
u een lid van het kabinet niet aan te herinneren. De keuzes zijn nog
niet gemaakt. Die gaan toch echt in augustus landen. Ik kan u in het
kader van verwachtingenmanagement wel alvast vertellen dat alles wat je
hieraan wil veranderen, kwalificeert als een structuurverandering. Dat
betekent dat alles wat je eraan zou willen veranderen, welke kant dan
ook op, zeg ik nog even oordeelvrij, een grote opgave betekent bij de
Belastingdienst. Wijzigingen zullen dus altijd veel ingewikkelder zijn
of lijken dan u en ik, denk ik, allebei willen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, ik heb de vragen gehad, zie ik in mijn administratie, want
ik heb twee vragen gecombineerd beantwoord. Ik ga dan nu naar de
appreciatie van de moties.
Ik begin bij de fractie van JA21, en wel bij de motie op stuk nr. 291,
van de heer Hoogeveen. Deze motie ga ik ontraden. Dat heeft ermee te
maken dat het amendement waarnaar verwezen wordt in de motie, al in
werking is getreden. Dat betekent dat alle ramingen daar ook op
gebaseerd zijn. We weten nog niet hoe het gaat uitpakken, dus ik kan u
op dit moment nog niet zeggen welke budgettaire ruimte er per ongeluk
toch kan blijken te zijn. Het kabinet staat uiteraard achter de raming.
Ik kan wel nog iets anders doen, en dan valt het oordeel misschien toch
een beetje mee. Je zou een gedeelte van de motie ook als een
informatieverzoek kunnen interpreteren, namelijk: laat eens zien hoe het
gaat met het benutten van het budget voor die hersteloperatie box 3. Dan
kunt u met die informatie weer het uwe doen. Ik zeg u toe dat ik in de
voortgangsrapportage die de Belastingdienst in het voorjaar naar uw
Kamer stuurt ā dat is gewoon een regulier product ā in ieder geval het
informatieverzoekdeel van deze motie zal inwilligen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 291 wordt ontraden. Ik zie ƩƩn vervolgvraag.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, ik heb hier wel een vraag over. De staatssecretaris zegt dus dat het
aangenomen amendement-Grinwis al in werking is getreden. We hebben die
ramingen al gedaan, zegt de minister, dus dat wordt dan wel naar boven
of naar beneden bijgesteld. Dat is dus al meegenomen in de financiƫle
plaat, om het maar zo te zeggen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Zo is het maar net.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 292.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 292 geef ik oordeel Kamer. Ik ga dit graag
onderzoeken en ik wil, eerlijk gezegd, bij het antwoord op de
Kamervragen die ook over dit onderwerp gesteld zijn door de heer
Hoogeveen, meteen reflecteren op deze vraag. Dan kunnen we ook relatief
snel met elkaar zakendoen op dit onderwerp.
De voorzitter:
Oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 293.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 293 is ook van Hoogeveen en ook die geef ik oordeel
Kamer, mits ik de motie mag interpreteren als een oproep tot het doen
van een onderzoek.
De voorzitter:
Ik zie dat dat mag.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan ga ik naar de motie van de heer Grinwis op stuk nr. 294. Fijn dat u
deze beweging maakt! Daarover hebben we ook in het commissiedebat met
elkaar gewisseld. Tegelijkertijd zal het in de praktijk nog best een
ingewikkelde puzzel zijn. Die disclaimer geef ik er nadrukkelijk bij,
maar ik geef de motie wel oordeel Kamer, omdat ik ook zie wat we hier
gezamenlijk te doen hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 294: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
295.
Staatssecretaris Eerenberg:
Die geef ik het oordeel ontijdig, omdat we nog aan het kijken zijn hoe
we dit nou verstandig doen met elkaar. Dat heb ik ook in het
commissiedebat gezegd. Er zijn twee manieren van verstandigheid. Een:
alles wat we met de verbruiksbelasting doen, is qua principes niet in
strijd met wat we straks met de suikerbelasting willen doen. Dat is net
zo verstandig als tempo maken, omdat we ook wat voor de volksgezondheid
te doen hebben. U krijgt van mij nog een brief ā die heb ik al toegezegd
ā over welk van deze twee verstandige sporen bovenliggend gaat worden.
De motie is dus ontijdig.
De voorzitter:
Dan is het de vraag of de heer Stultiens bereid is om de motie aan te
houden.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ja, daar ben ik toe bereid, maar inderdaad met de kanttekening dat het
tempo belangrijk is. Er liggen best al wat ambtelijke adviezen en
wetenschappelijke rapporten, dus we weten eigenlijk al wat de beste
optie. Het is fijn dat hier tempo bij blijft. Dan houd ik de motie aan
totdat er extra info naar de Kamer komt.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stultiens stel ik voor zijn motie (32140, nr.
295) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 296.
Staatssecretaris Eerenberg:
Die ga ik ontraden. Als u nu aan mij zou vragen om toch eens een
wezenlijke verschuiving te doen tussen de varianten van belasting die in
de motie genoemd zijn, dan gaat het natuurlijk heel erg snel over
verschuivingen van 50 tot 70 miljard. Dat kan ik u hier niet per motie
toezeggen. Dat begrijpt u, denk ik, ook. De trend gaat overigens wel de
goede kant op. Misschien valt dat dan toch weer mee. In 2018 hadden we
53% belasting op arbeid in de mix en in 2026 is dat 49%. Ontraden!
De voorzitter:
EƩn vervolgvraag.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Nu word ik volgens mij links ingehaald door de staatssecretaris, want ik
pleit niet voor verschuivingen van 50 of 70 miljard. Ik vind inderdaad
dat het nu niet in balans is, maar daar heb ik niet om gevraagd. Ik
vraag juist om een betere mix. Ik heb het aantal miljarden open gelaten.
Bedragen van 50 miljard herken ik niet.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat is de ordegrootte waar je snel aan denkt als je naar procentpunten
gaat kijken. Het tweede deel van het antwoord zou zijn dat ook hiervoor
geldt dat het kabinet alle besluitvorming rond het Belastingplan nog te
voeren heeft. Die doen we nadrukkelijk in het kader van de koopkracht.
Dat hebben we ook vaker met uw Kamer gewisseld. Ik kan me voorstellen en
verwacht eerlijk gezegd ook wel dat wij rond die tijd dit debat nog
veelvuldig met elkaar zullen voeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 297.
Staatssecretaris Eerenberg:
Inderdaad, voorzitter. Dat is de motie van mevrouw Van Dijk. We hebben
in het commissiedebat hierover al met elkaar van gedachten gewisseld en
toen is dit toegezegd. Ik kan uiteraard niet anders dan die motie nu
oordeel Kamer geven. Ik denk: fijn als die ook met kracht op deze manier
wordt ingediend. Dank daarvoor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 298.
Staatssecretaris Eerenberg:
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 298; dezelfde redenatie.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 299.
Staatssecretaris Eerenberg:
Die gaat over de grenseffecten van allerlei regelingen die wij hebben.
Ik ontraad deze motie nu, maar ik zeg er wel een zin extra bij, namelijk
dat ik wel begrijp waar deze vraag vandaan komt. Ik vind het zelf ook
ongemakkelijk dat de fractie van BBB hier vaak aandacht voor heeft en
vraagt om er integraal naar te kijken en dat het antwoord dan steeds is:
we kijken soms bij de suikerbelasting en soms bij de accijnzen op
brandstoffen en soms ⦠Dat snap ik. Ik wil voorstellen dat ik nog eens
ga kijken wat wij toch meer gecombineerd inzichtelijk kunnen maken over
de grenseffecten. Dat is heel moeilijk en dat vraagt ook om overleg met
de collega's van EZ. Ik wil de Kamer daar met alle liefde voor de zomer
een brief over schrijven.
De voorzitter:
EƩn vervolgvraag.
De heer Vermeer (BBB):
Dit is meer een advies aan de staatssecretaris. Gisteren in het debat
kwam ook naar voren dat er wellicht steekproeven gedaan kunnen worden.
Op die manier wordt er een soort quickscan gedaan in plaats van het weer
helemaal tot in den treure uit te zoeken. Doe eerst eens een check,
bijvoorbeeld bij benzinestations in bepaalde regio's. Dan krijg je ook
al een beeld.
Staatssecretaris Eerenberg:
Goede adviezen zijn altijd welkom bij ondergetekende, dus dank
daarvoor.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Eerenberg:
De laatste motie, op stuk nr. 300, is van de heer Vermeer. Ik denk dat
hij niet verrast zal zijn als ik die ontraad, met twee hoofdargumenten.
EƩn. Hij staat in het coalitieakkoord. En twee. Het is echt een van die
maatregelen waarvan is gebleken dat die eigenlijk niet effectief zijn.
De oproep in deze Kamer is toch steeds heel breed: doe nou wat aan die
niet-effectieve maar wel ingewikkeld makende regels in ons
belastingstelsel. Daar valt deze onder. Uiteraard ben ik niet doof voor
zorgen en kritiek, dus ook hiervoor geldt dat ik graag met de sector in
gesprek ga. Dat zal ik ook van harte doen.
De voorzitter:
Tot slot meneer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Toch nog een vraag over de appreciatie van mijn eerste motie, op stuk
nr. 291. Ik zat er even over na te denken. De staatssecretaris zei dat
dat amendement al in werking is getreden, dat er al is gekeken naar de
ramingen en dat het al is verwerkt in de financiƫle plaat. Maar in welke
financiƫle plaat moet ik dat dan zoeken? Is dat de Voorjaarsnota? Staat
dit al vast? Wat beweegt de staatssecretaris om hier niet, op z'n minst,
naar te kijken? Dit is dus blijkbaar echt al in beton gegoten.
Staatssecretaris Eerenberg:
Daarom zei ik dat ik ook een informatieverzoek lees in de motie van de
heer Hoogeveen. Ik wil dus ook graag voor u inzichtelijk maken hoe het
zit met die budgetten en ook met de benutting van die budgetten. Dat is
natuurlijk gestoeld op een aantal aannames. We zullen ook zien hoe het
gaat met het aantal hersteloperaties rondom box 3. Maar we hebben het
beeld dat die raming toch echt zorgvuldig is gedaan en dat ook de motie
van de heer Grinwis er zorgvuldig in meegenomen is. Ik kan u nu niet
zeggen welke budgetten eventueel mee zullen blijken te vallen, omdat we
dat simpelweg niet weten. Ik ga u wel dat inzicht geven. Dan kunt u met
dat inzicht doen wat u wilt. Dat inzicht is dan natuurlijk voor de hele
Kamer relevant. Dat is ƩƩn.
En twee. Ja, dan toch even de begrotingsregels. Stel dat er minder
gebruikgemaakt wordt van de box 3-hersteloperatie als gevolg van het
verlagen van het forfait naar aanleiding van het amendement van de heer
Grinwis, dan valt het vrij in het saldo. Dan verhinderen onze
begrotingsregels het om het op deze manier met uw motie te doen. Dat is,
bij doorvragen, een extra argument om 'm te ontraden, maar u krijgt wel
het inzicht van mij.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben wel benieuwd wanneer dat inzicht dan komt. Ik weet hoe het met de
begrotingsregels werkt, maar er is wel al lang een discussie over de
hardheid van de raming, ondanks dat het CPB er ook naar gekeken heeft en
ook ondanks de interferentie die de heer Hoogeveen beschrijft. Dus ik
ben wel benieuwd wanneer.
Staatssecretaris Eerenberg:
In de eerstvolgende reguliere rapportage van de Belastingdienst, die in
het voorjaar geprogrammeerd staat. Daar zijn wij nu eigenlijk aanbeland,
dus dat gaat relatief snel. Dan kunt u een eerste beeld zien, maar dat
is een beeld gebaseerd op een relatief korte doorlooptijd. De vraag is
dan welke conclusies we daaraan durven te verbinden. Maar u krijgt een
eerste beeld.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter?
De voorzitter:
Nee, nee, nee, we hadden ƩƩn vervolgvraag gezegd. De minister van VWS
zit al klaar. Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik
dank de leden voor hun aanwezigheid. Daarmee is een einde gekomen aan
dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. De vergadering is
kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.