[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Beleidsreactie Monitor Seksueel Geweld tegen kinderen 2020-2024

Brief regering

Nummer: 2026D17161, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 15:42, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07658:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Hierbij sturen wij uw Kamer, mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) onze beleidsreactie op de Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020-2024. We zijn de Nationaal Rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (hierna: de Nationaal Rapporteur) erkentelijk voor de zorgvuldige wijze waarop zij heeft gesignaleerd wat er al goed gaat en waar volgens haar nog stappen te zetten zijn in de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen. Hieronder geven wij eerst een algemene reactie op de monitor. Daarna wordt per aanbeveling een reactie gegeven vanuit het verantwoordelijke departement.

Bevindingen en algemene reactie

Uit de monitor blijkt de verontrustende schaal waarop seksueel misbruik van kinderen in Nederland voorkomt. Seksueel geweld tegen kinderen is een ernstige schending van hun veiligheid en integriteit, met vaak langdurige gevolgen voor de kinderen en hun omgeving. Dat is onacceptabel.

De politie ontving in de periode 2020-2024 ruim 17.000 meldingen van seksueel geweld tegen kinderen. De meeste meldingen betreffen fysiek seksueel misbruik van kinderen. Daarnaast werden er in 2024 ruim 70.000 meldingen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik gedaan bij het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) van de politie. Het overgrote deel van de meldingen betreft al eerder gezien materiaal. Zorgwekkend is de toename van minderjarigen die onder dwang of misleiding beeldmateriaal maken en delen. Net als tijdens de vorige verslagperiode (2018-2022) zijn slachtoffers overwegend vrouw en gemiddeld 12 jaar oud; 15 jaar komt het vaakst voor (14%). 23% van de verdachten bij het Openbaar Ministerie (OM) is minderjarig. Het aantal meldingen bij Veilig Thuis blijft redelijk stabiel in deze periode, met een lichte daling in 2024. Bij het Centrum Seksueel Geweld stijgt het aantal meldingen kort na het plaatsvinden van seksueel misbruik (<7 dagen), al is er in 2024 sprake van een stabilisering of lichte daling ten opzichte van 2023. Veel jongeren melden seksueel misbruik niet. Vaak is de pleger van seksueel misbruik een bekende. Ondanks dat veel jongeren seksueel misbruik niet melden, nemen meldingen, aangiftes, vervolgingen en veroordelingen toe.

De Nationaal Rapporteur vraagt aandacht voor het feit dat 60% van het seksueel geweld tegen kinderen, net als in de vorige monitor, in een woning plaatsvindt. Dit maakt het voor het kind nóg moeilijker om erover te vertellen, omdat de pleger dan vaak iemand is uit de directe en vertrouwde omgeving. Dat het aantal meldingen bij politie, hulpverlening en meldpunten desondanks stijgt, betekent volgens de Nationaal Rapporteur dat slachtoffers hen weten te vinden en hulp kunnen krijgen. De groeiende maatschappelijke aandacht, in combinatie met de gezamenlijke inspanningen van overheid en maatschappelijke organisaties om bewustwording te bevorderen, lijkt effect te hebben. Dat zien we als een positieve ontwikkeling. Denk hierbij aan campagnes zoals #durftezien (CSA-2023), de campagne over de Wet seksuele misdrijven (Wsm) en het project ‘Seksuele opvoeding door ouders’, met als doel om opvoeders bewust te maken van hun cruciale rol in de seksuele ontwikkeling van hun kind en om hen hierbij handelingsperspectief en tools en vaardigheden te bieden. Daarnaast wordt bijvoorbeeld in het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming toegewerkt naar meer eenduidige werkwijzen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Samen met proeftuinen en betrokken organisaties wordt een handelingskader ontwikkeld. Dit kader geeft richting aan de noodzakelijke veranderingen die professionals houvast en ruimte bieden om te doen wat nodig is voor een gezin of huishouden.

De Nationaal Rapporteur wijst er ook op dat de online wereld voor jongeren naast een bron van verbinding en plezier, steeds vaker ook een bron van onveiligheid is.

Het kabinet deelt deze zorgen. Zoals de Nationaal Rapporteur constateert, zijn er in de aanpak van online seksueel geweld tegen kinderen reeds belangrijke stappen gezet, met onder andere de Wsm, het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP), investeringen in politiecapaciteit, structurele ondersteuning van Offlimits, de inzet van de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) en hulpverlening, via onder meer de hulplijn van Offlimits en Slachtofferhulp Nederland. Dit kabinet blijft, samen met maatschappelijke partners en bedrijven, inzetten op een integrale aanpak waarin aandacht is voor zowel een online veilige wereld als het bijstaan van slachtoffers.

Zoals de Nationaal Rapporteur al aangaf in de monitor, zijn er belangrijke stappen gezet om meer aandacht voor thema’s als seksualiteit en seksuele weerbaarheid te verankeren in het wettelijk verplicht curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Dit is belangrijk, ook gezien de aanzienlijke grote groep jonge verdachten van seksueel kindermisbruik. Het herziene curriculum maakt dat de nieuwe generatie meer leert over deze thema’s en daarin kennis en vaardigheden opdoet die bijdragen aan meer weerbaarheid tegen grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Ondanks deze maatregelen is het belangrijk telkens stappen te blijven zetten in de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen. De aanpak van deze verwerpelijke vorm van criminaliteit heeft de volle aandacht van het kabinet en van alle (maatschappelijke) organisaties waarmee we samen in deze strijd optrekken.

Momenteel wordt bezien hoe de aanpak van seksueel geweld (tegen kinderen) verder versterkt kan worden, mede in het licht van de voorgenomen Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld en de overige in het coalitieakkoord genoemde maatregelen.

Reactie op aanbevelingen

Aanbeveling 1

De Nationaal Rapporteur beveelt de demissionair staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Stichting Leerplan Ontwikkeling en veldpartijen de opdracht te geven om online seksueel grensoverschrijdend gedrag explicieter aandacht te geven in de kerndoelen en in de uitwerking daarvan in de bijbehorende leerlijnen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie deelt het belang van goede relationele en seksuele vorming, passend bij de leeftijd van kinderen.

Met de herziene kerndoelen gaan álle leerlingen meer leren over thema’s zoals grenzen aangeven en moeten álle scholen zich inspannen om een veilige sociale omgang te stimuleren, evenals weerbaarheid en respectvolle omgang met seksualiteit.

De herziene kerndoelen zijn zo opgesteld dat aan kinderen en jongeren in den brede kennis en vaardigheden wordt meegegeven die zij nodig hebben in het kader van weerbaarheid, waaronder in relatie tot online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Op dit moment worden de herziene kerndoelen verder uitgewerkt in leerlijnen. Binnen de leerlijnen worden de thema’s seksuele weerbaarheid en relationele en seksuele vorming nader uitgewerkt. Scholen worden ondersteund om de nieuwe kerndoelen goed te vertalen naar onderwijs in de klas.

Er wordt een loket bij Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) ingericht om signalen van hiaten in het curriculum mee te nemen in toekomstige wijzigingen. De aanbevelingen van de Nationaal Rapporteur, evenals verplichtingen die volgen uit Europese regelgeving en internationale verdragen, vormen een signaal dat bij toekomstige curriculumwijzigingen wordt meegenomen.

Aanbeveling 2

De Nationaal Rapporteur beveelt de demissionair staatssecretaris en de demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan om budget beschikbaar te stellen voor de (door)ontwikkeling van goed onderbouwd lesmateriaal en het bijscholen van leerkrachten op het gebied van online seksueel grensoverschrijdend gedrag, zodat scholen in staat worden gesteld om kwalitatief goede invulling te geven aan de kerndoelen aan de hand van bewezen effectieve methoden.

De kwaliteit van educatief aanbod wordt beter gewaarborgd in het gehele onderwijsstelsel. Met een kwaliteitsalliantie en een kwaliteitskader voor leermiddelen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, worden scholen ondersteund in het effectief gebruik van educatief aanbod. Deze ontwikkelingen dragen ook bij aan de kwaliteit van onderwijs over relaties en seksualiteit.

Daarnaast worden leraren ondersteund om goed les te kunnen geven over de nieuwe kerndoelen. Bovendien wordt de kennisbasis voor de lerarenopleiding aangepast om ook startende leraren op te leiden om uitvoering te geven aan de nieuwe kerndoelen.

Met bovengenoemde initiatieven wordt gehandeld in lijn met de aanbeveling om kwalitatief goed educatief aanbod waarborgen.

Het kabinet zet verder in op het ontwikkelen van handvatten en het aanbieden van informatie aan ouders, kinderen en onderwijsprofessionals specifiek over online seksueel misbruik. De Wegwijzer Seksualiteit online is geactualiseerd en verspreid in het primair-, voortgezet en beroepsonderwijs. Deze Wegwijzer biedt adviezen, stappenplannen en meldpunten voor (preventie van) online seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren biedt, (ondersteund door de ministeries van OCW en JenV).1

Aanbeveling 3

De Nationaal Rapporteur beveelt de demissionair staatssecretaris en de demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan om ervoor te zorgen de relationele en seksuele vorming ook goed geborgd is voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

De thema’s seksuele weerbaarheid en relationele en seksuele vorming hebben reeds een expliciete plek in de examenprogramma’s gekregen, namelijk bij het voor alle leerlingen verplichte vak maatschappijleer en bij het keuzevak biologie.

Binnen het burgerschapsonderwijs in het mbo is ruimte voor relationele en seksuele vorming, inclusief aandacht voor het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Deze duiding zal tevens worden opgenomen in de toelichting op de voorgenomen wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit WEB, waarmee, tegelijk met het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB,2 nieuwe, verduidelijkte kwalificatie-eisen voor burgerschap zullen worden vastgesteld. Ook in het mbo geldt dat burgerschap een basisvaardigheid is, waarmee door het ministerie van OCW een solide basis wordt gelegd voor scholen om onder andere via burgerschap te werken aan preventie diverse vormen van geweld, waaronder seksueel geweld.

Aanbeveling 4

De Nationaal Rapporteur beveelt de demissionair staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan in zaken van seksueel geweld tegen kinderen waar gedragskundige aspecten aan de orde zijn, altijd een pro Justitia-rapportage te laten opstellen, op basis van een voor die casus passende vraagstelling.

De staatssecretaris van JenV deelt de toegevoegde waarde van pro Justitia- rapportages in zaken van seksueel geweld tegen kinderen waarin gedragsdeskundige aspecten aan de orde zijn.

In veruit de meeste van deze situaties vraagt het Openbaar Ministerie nu al, in lijn met de aanbeveling van de Nationaal Rapporteur en in overleg met het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), een gedragsdeskundig onderzoek aan. Slechts in uitzonderlijke casuïstische gevallen kan er een reden zijn om dit niet te doen. Bijvoorbeeld als recentelijk al een pro Justitia-onderzoek heeft plaatsgevonden, als het delict door een recidiverende tbs-patiënt plaatsvindt die nog in behandeling is van een tbs-kliniek en als een verdachte weigert mee te werken en het delict niet zwaarwegend genoeg geacht wordt voor een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum.

Het is aan het Openbaar Ministerie om afhankelijk van de zaak te bepalen of een pro Justitia-rapportage een toegevoegde waarde heeft.

De aanbeveling om standaard een pro Justitia-rapportage op te vragen wordt daarom niet opgevolgd.

In algemene zin kent Nederland een schaarste aan personeel in de geestelijke gezondheidszorg, waaronder psychologen en psychiaters. Deze krapte raakt ook het NIFP dat geruime tijd moeite heeft om te voldoen aan de vraag naar pro Justitia-rapportages en deze tijdig op te leveren. De staatssecretaris van JenV treft diverse maatregelen om deze problematiek het hoofd te bieden. De meest recente is de verhoging van de vergoedingen voor pro Justitia-rapporteurs vanaf 2026. Tevens verkent de staatssecretaris vanwege deze problematiek of het wenselijk is wetgeving aan te passen, zodat de capaciteit van het NIFP gerichter kan worden ingezet. Daarnaast vormt een zorgvuldige en scherpe afweging van de noodzaak van gedragskundige rapportages een belangrijk instrument om aan de voorkant grip te krijgen op het tekort en verdere vertraging in de strafrechtketen te voorkomen. Deze afweging vindt plaats in het triage-overleg tussen het NIFP, het Openbaar Ministerie en de reclassering.

Aanbeveling 5

De Nationaal Rapporteur beveelt de demissionair staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan om te voorzien in centrale coördinatie en duurzame aansturing van de aanpak van seksueel geweld (tegen kinderen) waarin de rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen duidelijk zijn omschreven en de centrale overheid de nodige (financiële) randvoorwaarden en kaders biedt voor de uitvoering van de aanpak op regionaal en lokaal niveau.

Het kabinet onderschrijft de aanbeveling van centrale coördinatie en duurzame aansturing van de aanpak van seksueel geweld (tegen kinderen) en beschouwt deze als bevestiging van het reeds ingezette beleid. Het kabinet is verder positief over de erkenning van de verschillende trajecten en initiatieven waarmee de afgelopen tijd is ingezet op het versterken van de aanpak van seksueel geweld (tegen kinderen). De Nationaal Rapporteur noemt in dit verband onder meer het traject Goed georganiseerd Landschap van Hulp-, Meld- en Steunpunten, de invoering van de Wsm, de acties van het Actieplan versterken ketenaanpak zedenzaken, met als doel het verkorten van doorlooptijden en het streven om zedenzaken betekenisvoller af te doen, en de pilot Actieve doorverwijzing slachtofferadvocatuur. Ook het NAP wordt in deze context als belangrijke aanpak genoemd.

Tegelijkertijd benadrukt de Nationaal Rapporteur het belang van centrale coördinatie en duurzame aansturing om te voorkomen dat initiatieven elkaar overlappen of tegenwerken, dat geld onnodig wordt uitgegeven en dat een pilot eindigt zonder duurzame opvolging.

Momenteel worden de resultaten van het Actieplan Versterking ketenaanpak zedenzaken, die eind 2025 is afgerond, geborgd. Zoals toegelicht in de Voortgangsbrief aanpak seksuele misdrijven van 16 maart 2026, wordt de met het actieplan opgebouwde structuur en samenwerking ook in 2026 voortgezet.3 De betrokken organisaties blijven nauw samenwerken en komen regelmatig bijeen om de ontwikkelingen te volgen, hier waar nodig snel op in te spelen en de behaalde resultaten te waarborgen. Voor de nog lopende trajecten, zoals het traject Goed georganiseerd Landschap van Hulp-, Meld- en Steunpunten en de pilot Actieve doorverwijzing slachtofferadvocatuur wordt zoveel mogelijk gezorgd dat deze trajecten elkaar niet doorkruisen en dat beslissingen in het ene traject geen (financiële) impact hebben op het andere traject.4

De ontwikkelingen op het terrein van seksueel geweld (tegen kinderen) kunnen niet los worden gezien van bredere maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en kindermishandeling. In de Kamerbrief van 18 december 2025 over de voortgang in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt toegelicht dat het kabinet het belang erkent van versterkte coördinatie en samenhangend beleid om geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling beter te kunnen voorkomen en slagvaardiger te kunnen bestrijden.5

Het kabinet zet in op het versterken van de coördinatie door het zo snel mogelijk aanstellen van een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. Onder de scope van de Nationaal Coördinator vallen alle vormen van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder dus ook seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, in lijn met het verdrag van Istanbul. De Nationaal Coördinator heeft als belangrijke taak het tot stand brengen van en het sturen op de uitvoering van een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en daarmee op het realiseren van samenhang en overzicht in het beleid en de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Voor nadere informatie over dit traject wordt verwezen naar de eerder genoemde brief van 18 december 2025. Het streven is om de aanstelling van de Nationaal Coördinator voor de zomer van 2026 te hebben afgerond.

5. Tot slot

Achter de data in de monitor van de National Rapporteur gaan talloze persoonlijke verhalen van kinderen schuil. De bescherming van kinderen tegen seksueel geweld heeft zoals gezegd onverminderd hoge prioriteit voor het kabinet. Het werk van de Nationaal Rapporteur is daarbij van groot belang.

Veel inzichten uit de monitor zijn reeds verwerkt in beleid en worden als signaal meegenomen bij ontwikkelingen, zoals het eerdergenoemde coördinatietraject rondom geweld tegen vrouwen of bij toekomstige curriculumwijzigingen.

Het is verder van groot belang een volledig beeld te krijgen van de prevalentie van seksueel geweld tegen kinderen in alle leeftijdsgroepen. We zien het als een waardevolle stap dat de Nationaal Rapporteur hier in toekomstige rapporten prioriteit aan geeft.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

M. Sterk

De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,

Judith Zs.C.M. Tielen


  1. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/

    documenten/publicaties/2025/06/05/wegwijzer-seksualiteit-online↩︎

  2. Zie voor de status van het wetsvoorstel https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK025579↩︎

  3. Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/2026, 34843, nr. 130.↩︎

  4. Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2025-2028: ‘Meer recht doen’ Kamerstukken II, 2024/2025, 33 552, nr. 137 Slachtofferbeleid (33.552); brief regering; Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2025-2028: ‘Meer recht doen’ (TK, 137) - Eerste Kamer der Staten-Generaal↩︎

  5. Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/2026, 28 345, nr. 293 Voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling)↩︎