Beleidsreactie op Staat van het Onderwijs 2026
Brief regering
Nummer: 2026D17792, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 11:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Mede ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z07884:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-21 10:15 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-05-21 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-05-26 12:00: Staat van het Onderwijs 2026 met beleidsreactie (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-18 14:15: Inspecteur-generaal van het Onderwijs over de Staat van het Onderwijs 2026 (Gesprek), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 15 april 2026 |
|---|---|
| Betreft | Beleidsreactie Staat van het Onderwijs 2026 |
Het onderwijs geeft jongeren kennis, vaardigheden, zelfvertrouwen en kansen om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij. Daar zetten leraren, onderwijsassistenten, schoolleiders en schoolbesturen zich iedere dag voor in. Dat verdient onze waardering en steun én gaat gepaard met verwachtingen. Goed onderwijs vraagt om vakmanschap en teamwerk.
De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) brengt ieder jaar via de Staat van het Onderwijs (hierna: de Staat) de ontwikkelingen in het onderwijsstelsel in beeld. In de Staat 2026 markeert de inspectie een aantal positieve trends. Bijvoorbeeld de stap die scholen maken naar de integratie van taal in andere vakken. Dit versterkt aantoonbaar de basisvaardigheden van leerlingen. Ook het breed gedeelde urgentiebesef onder besturen en scholen dat onderwijs in basisvaardigheden prioriteit moet krijgen, is een positieve ontwikkeling.
De inspectie constateert ook dat de uitdagingen in het onderwijs nog onverminderd groot zijn. De urgentie om verbeteringen te realiseren is hoog. Duurzame verbeteringen vragen om een stevige, langjarige aanpak, structurele financiering en duidelijke kaders. Dat vraagt wat van de professionals in het onderwijs, maar zeker ook van beleidsmakers en de politiek. Het kabinet erkent deze knelpunten en kiest er daarom ook voor om 1,5 miljard euro te investeren in onderwijs en onderzoek.
In deze beleidsreactie gaan wij in op de vier belangrijkste uitdagingen die de inspectie signaleert. Zo constateert de inspectie dat het duurzaam verbeteren van de basisvaardigheden lastig is. Schoolleiders zijn vaak overladen, en nog niet overal worden de uitdagingen voldoende als team aangepakt. Daarnaast vraagt de professionalisering van leraren om een impuls. Ten slotte ziet de inspectie dat de schoolloopbaan van leerlingen en studenten wordt beïnvloed door de regio waarin zij opgroeien, waardoor talent niet altijd ten volle benut wordt. Hieronder lichten wij toe wat wij doen en gaan doen om de leerprestaties van leerlingen en studenten te verbeteren.
Versterking van de basisvaardigheden is noodzakelijk én urgent
De inspectie stelt vast dat er in de onderbouw van het vo en in het mbo nog altijd sprake is van een daling van de prestaties op de basisvaardigheden. Dat is zorgelijk want een sterke beheersing van basisvaardigheden is onmisbaar om volwaardig mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt, in het vervolgonderwijs en in de samenleving. Op veel scholen die de subsidie Verbetering basisvaardigheden ontvangen, is al wel een trendbreuk zichtbaar in de aanpak van basisvaardigheden.1 Deze scholen geven basisvaardigheden prioriteit en werken op een bewezen effectieve wijze aan verbetering. Dat moet zich nu gaan vertalen in concrete verbetering van leerprestaties. We vinden het belangrijk om voort te zetten wat in de afgelopen jaren door scholen is opgebouwd. Het kost immers tijd voordat de inspanningen van scholen en de uitwerkingen van beleid zich vertalen naar een structurele verbetering van de leerprestaties. Dit kabinet gaat daarom door met gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen. Daarbij kiest het kabinet voor versterking van de aanpak door extra te investeren in vakmanschap voor de klas, zodat leraren de basisvaardigheden van hun leerlingen en studenten duurzaam kunnen verbeteren. Dit betekent meer tijd en aandacht voor de professionele ontwikkeling van leraren zodat zij op een bewezen effectieve manier werken aan de basisvaardigheden, met duidelijke doelen voor leerprestaties.
Met het vernieuwde kennisrijke curriculum dat wij de komende jaren invoeren, worden de randvoorwaarden voor kwalitatief hoogstaand onderwijs verbeterd. Het werken met het vernieuwde curriculum is een collectieve verantwoordelijkheid waarbij scholen de komende jaren ondersteund worden door OCW en andere onderwijspartijen. Wij verwachten van scholen dat zij het nieuwe curriculum aangrijpen om hun kwaliteit van onderwijs te versterken door integraal te kijken naar hun onderwijsaanbod: van leermiddelen tot toetsen en professionalisering van het personeel. Bij de herziening van de kerndoelen voor het funderend onderwijs is expliciet aandacht voor het vergroten van de samenhang tussen leergebieden. In de nieuwe kerndoelen zien we daarom in vrijwel alle leergebieden elementen terug van Nederlandse taal, rekenen en wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Dit sluit aan op de bevindingen van de inspectie in de Staat: samenhang in het curriculum is van belang voor een breed en rijk onderwijsaanbod en biedt meer kansen voor het versterken van de basisvaardigheden.
Ook in het mbo is er een blijvende urgentie om het onderwijs in de basisvaardigheden te verstevigen. Binnen de begroting voor het vervolgonderwijs maakt dit kabinet geld vrij om op korte termijn achterstanden te kunnen wegwerken van studenten die met onvoldoende beheersing van de basisvaardigheden het mbo binnenstromen. Voor de langere termijn wordt vanuit de aanpak basisvaardigheden mbo gewerkt aan de kwaliteit van onderwijs en examinering. Uw Kamer ontvangt voor het einde van het jaar een brief over het taalonderwijs in het mbo, waarin we aandacht besteden aan de vernieuwde taaleisen, passende examinering en de positie van de Engelse taal in het mbo. Daarnaast starten we in de tweede helft van dit jaar met de evaluatie van de nieuwe rekeneisen en de digitale examinering van rekenen.
Schoolleider cruciaal voor onderwijskwaliteit
De inspectie constateert dat schoolleiders in het funderend onderwijs een sleutelrol hebben in het sturen op verbetering van huidige knelpunten in het onderwijs. Zo ziet de inspectie dat wanneer schoolleiders inzetten op de versterking van schoolteams, er een cultuur van samenwerking, gedeelde overtuigingen en expertisedeling ontstaat. Teams waarin goed wordt samengewerkt, presteren beter. Tegelijkertijd ziet de inspectie dat veel schoolleiders momenteel onvoldoende toekomen aan onderwijskundig leiderschap, vanwege de toegenomen zwaarte en complexiteit van hun takenpakket.
Het kabinet herkent dit beeld en werkt daarom aan de professionalisering van schoolleiders en aan de versterking van hun positie en zeggenschap, via het wetsvoorstel Versterken inspraak leraren en schoolleiders.2 In de uitwerking daarvan nemen we tevens de resultaten mee van het onderzoek van Regioplan naar het managementstatuut over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van schoolleiders.3 Zo kunnen schoolleiders gericht met hun team en hun bestuur in gesprek over de taakverdeling en ondersteuning, zodat zij prioriteit kunnen geven aan de verbetering van de onderwijskwaliteit. Extra inzet vanuit dit kabinet is gericht op het versterken van het onderwijskundig leiderschap van schoolleiders via bekwaamheidseisen. Goed opgeleide schoolleiders met een stevige stem in het onderwijskundig beleid van de school kunnen namelijk ook in een complexe omgeving de focus houden op de ontwikkeling van het schoolteam en zo de kwaliteit verhogen.
Vakmanschap voor de klas
Leraren zijn het kapitaal van een school of instelling: zonder vakbekwame leraren kan het onderwijs zijn belofte niet waarmaken. Een stevige extra impuls is nodig. Daarom investeren we structureel extra in vakmanschap voor de klas, door leraren meer tijd te geven voor professionele ontwikkeling en voor het benutten van kennis uit een breed palet van onderzoek. Ook zetten we in op betere loopbaanpaden, doorgroeimogelijkheden en specialisaties. Op termijn ziet het kabinet een belangrijke rol weggelegd voor de beroepsgroep bij verplichte continue professionalisering. Zo heeft de Beroepsvereniging mbo (BVMBO) al een rol gekregen bij het vergroten van de professionele autonomie van leraren in het mbo. De inspectie belicht in de Staat dat de ontwikkelbehoefte van leraren contextafhankelijk is. Deze constatering sluit aan bij de bestaande inzet van ons ministerie, waaronder de Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren. Met deze aanpak werken we aan een doorlopende professionalisering van leraren, zonder daarbij de specifieke ontwikkelbehoefte van leraren en ontwikkelingen in de regionale context uit het oog te verliezen.
Het is verder noodzakelijk zicht te krijgen op de curricula van de initiële lerarenopleidingen. De inspectie constateert dat er verschillen zijn in hoe leraren worden opgeleid en dat de wijzen waarop de wettelijke bekwaamheidseisen zijn vertaald naar curricula uiteenlopen. De ambitie van dit kabinet is dat er één stevig fundament voor de lerarenopleiding komt, met een vastgestelde kern waarbij er in ieder geval voldoende aandacht is voor lezen, schrijven en rekenen. Wij zijn hierover ook in gesprek met de opleidingen. De lerarenopleidingen herijken momenteel de inhoud van de landelijke kennisbases voor de pabo en hun onderlinge afspraken over de implementatie daarvan in de curricula. De lerarenopleidingen hebben aangegeven daarbij een expliciete verbinding te maken met de wettelijke bekwaamheidseisen en de kerndoelen voor het basisonderwijs. Dat is een ontwikkeling die wij van harte ondersteunen.
In het mbo werken we momenteel aan aanvullende opleidingstrajecten voor mbo-leraren die onderwijs verzorgen in de basisvaardigheden, om de kwaliteit van leraren op dit gebied te versterken. De opleidingstrajecten zijn bedoeld voor leraren met een Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG) of een getuigschrift van een niet-aanverwante lerarenopleiding. In deze trajecten verdiepen leraren zich in de vakinhoud en vakdidactiek van één van de basisvaardigheden.
Verschillen in onderwijsloopbanen
De inspectie wijst op regionale verschillen in de onderwijsloopbanen en de toegankelijkheid van onderwijs. Verschillen in onderwijsconcepten tussen scholen zullen er altijd zijn. Dat geeft ruimte om aan te sluiten bij regionale behoeftes en behoeftes van ouders. Maar de kwaliteit van het onderwijs moet op alle scholen op orde zijn en leerlingen moeten overal gelijke kansen hebben op een bij hen passende onderwijsloopbaan. De afstand tot een school, het aanbod en de kwaliteit van een school mogen daarvoor geen belemmering zijn. De verschillen zijn nu te groot. Zeker in het beroepsgerichte vmbo is een groeiende verschraling van het regionale onderwijsaanbod zichtbaar.4 Daarom onderzoeken we of er aanpassingen in het stelsel nodig zijn om de talenten van leerlingen optimaal tot ontplooiing te laten komen, waar zij ook wonen en naar welke school zij ook gaan. De Onderwijsraad brengt volgend jaar een advies uit over welke inrichting van het onderwijsstelsel goed onderwijs voor alle leerlingen en studenten waarborgt. Daarbij is het belangrijk dat leerlingen onderwijs krijgen dat recht doet aan hun capaciteiten, ontwikkeling en wensen. Ook het schooladvies moet dat ondersteunen. Op dit moment wordt, conform de breed aangenomen motie van het lid Rooderkerk, een verkenning uitgevoerd naar een breder schooladvies.5
Tot slot
De uitdagingen in het onderwijs vragen om een voortvarende aanpak. Voor het meireces ontvangt uw Kamer een brede beleidsbrief waarin wij nader ingaan op deze en de andere ambities voor onderwijs, wetenschap, emancipatie, media en cultuur. Waarmee we gaan realiseren waar het ons allemaal om gaat: het beste onderwijs voor onze leerlingen en studenten.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Rianne Letschert
De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
Judith Zs.C.M. Tielen
Kamerstukken II, 2025-2026, 31 293, nr. 855.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 27 923, nr. 518.↩︎
Eindrapport Onderzoek Managementstatuut Regioplan | Aanpak Lerarentekort↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30 079, nr. 125.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 31 293, nr. 817.↩︎