Conceptverslag Humanitaire Hulp (voortzetting van 1 april jl.)
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D17828, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-15 12:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-09 10:00: Humanitaire Hulp (voortzetting van 1 april jl.) (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, Humanitaire hulp (voortzetting)
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 9 april 2026 vervolgoverleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over:
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 12 januari 2026 inzake de financiƫle invulling van humanitaire hulp in 2026 (36180, nr. 189);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie sloop UNRWA-gebouwen (26150, nr. 242);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie op de aangenomen motie van het lid Van Baarle over bezien of er vanuit de bestaande budgetten voor noodhulp een aanvullende bijdrage gedaan kan worden om de mensen in Gaza te helpen tijdens de winter (Kamerstuk 21501-02-3287) (36180, nr. 195);
de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 20 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over toegang van hulporganisaties tot Gaza (36180, nr. 197);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 30 maart 2026 inzake steun aan UNRWA (26150, nr. 243);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake reactie op verzoek van het lid Dobbe over aanvallen op hulpverleners in Libanon en Gaza (23432, nr. 716);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake besluit tot herstellen financiering UNRWA (26150, nr. 244);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland (23432, nr. 718);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23432-629) (23432, nr. 717);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 8 april 2026 inzake schriftelijke beantwoording openstaande vragen gesteld tijdens het commissiedebat Humanitaire hulp op 1 april 2026 (36180, nr. 199);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 maart 2026 inzake kabinetsreactie op advies van AIV en CAVV over bescherming hulpverleners (36180, nr. 198).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
Den Hollander
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
Prenger
Voorzitter: Den Hollander
Griffier: Reinders
Aanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Van Ark, Van Baarle, Bamenga, Ceder, Dobbe, Eerdmans, Den Hollander, Krƶger, Lammers, Maes, De Roon, Stoffer en Teunissen,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 10.03 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, goedemorgen. Van harte welkom bij de tweede termijn van
de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waarin
wij het debat vervolgen dat vorige week is gevoerd. Ik zou willen
beginnen met even de orde met elkaar vast te stellen. We hebben vorige
keer afgesproken dat er in de tweede termijn ook vier interrupties
zouden zijn. Die zijn door ƩƩn persoon al verbruikt; de meesten van u
hebben er nog drie. Het voorstel is dan om vandaag even opnieuw te
starten met de interrupties. Mevrouw Lammers heeft daar een vraag
over.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik zou graag een ordevoorstel willen doen om een onbeperkt aantal
interrupties toe te staan, en dan misschien met een maximumtijd of
zoiets.
De voorzitter:
We hebben twee uur de tijd, dus er is wat ruimte vanochtend, maar aan de
andere kant kan het ook gierend uit de hand lopen als dat te ver gaat.
Ik wil het ordevoorstel even voorleggen. Het voorstel van onze kant is
om het te houden bij die vier interrupties. Er liggen dan twee
voorstellen. Wie wil daarop reageren?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn voorstel zou zijn om gewoon te beginnen met die vier. Als we dan
nog tijd over hebben, dan kunnen we altijd nog meer interrupties
doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ben nooit tegen een oneindig aantal interrupties, maar ik zou dan wel
aan de voorzitter willen vragen of dan ook de onderwerpen die we
allemaal willen bespreken aan bod komen, dus dat u dan ook zegt: nu gaan
we door. Dan vind ik dat prima.
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben het eens met uw voorstel, voorzitter. Ik zou het graag tot vier
interrupties beperken. Mochten we nog tijd over hebben, dan kunnen we
altijd nog kijken.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is er behoorlijk wat onbesproken gebleven vorige keer en
leven er heel veel vragen bij de Kamer, dus ik zou in ieder geval zeggen
dat er ruimte moet zijn om het meer te laten zijn dan die vier, dus dat
we er niet streng op gaan zitten. Ik doe een tegenvoorstel van misschien
vijf of zes.
De voorzitter:
OkƩ. We willen ook geen Poolse landdag hebben over het aantal
interrupties.
De heer De Roon (PVV):
Ik zou eigenlijk uw voorstel willen volgen, voorzitter, want ik wil
gewoon dat dit onderwerp vandaag wordt afgehandeld. Mocht het toch
anders uitpakken, dan steun ik het idee van mevrouw Van Ark.
De heer Bamenga (D66):
Ik volg graag het voorstel van de voorzitter.
De heer Van Baarle (DENK):
Hoewel het verleidelijk is, vrees ik dat als we onszelf niet enigszins
matigen, we het binnen twee uur niet gaan redden en dat de mensen die
aan het begin heel veel interrumperen het ertoe laten leiden dat andere
Kamerleden niet kunnen stellen. Ik zou dus willen voorstellen ergens
richting het midden van het debat te kijken of we wellicht meer ruimte
kunnen bieden voor interrupties.
De voorzitter:
Bijna iedereen gehoord hebbende, constateer ik dat we het eerst houden
bij vier interrupties. Blijken we veel ruimte over te hebben, dan kunnen
we meer doen. Er is ook nog de mogelijkheid voor een tweeminutendebat
vanmiddag; dat is ook al in concept aangevraagd. Daar kunt u natuurlijk
ook nog even met elkaar verder spreken over dit onderwerp.
Dan wil ik tot slot naar aanleiding van de orde nog aangeven dat de heer
Eerdmans hier vandaag onder ons is. Hij is geen lid dan wel
plaatsvervangend lid van de commissie. Ik wil echter aan de commissie
vragen of hij wel mag deelnemen aan dit debat. Uiteraard is hij hier
omdat zijn collega niet beschikbaar is. Ik zie daar geen bezwaar tegen,
dus dan gaan we dat zo doen.
Dan gaan we starten met het overleg. Daarbij wil ik aangeven dat u
gisteren een brief heeft ontvangen van de minister met de beantwoording
van alle vragen uit de eerste termijn. Dat betekent dat we zo meteen ook
gaan starten met de tweede termijn van de Kamer, maar niet voordat ik de
minister de gelegenheid wil geven om zo gewenst nog een korte inleiding
te geven als start. Gaat uw gang, minister.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Misschien ga ik in op twee dingen in deze inleiding.
Heel kort heb ik het nog even over de vorige weken, omdat er ook een
aantal onderwerpen voorbij zijn gekomen die iets van een recap behoeven.
Dan heb ik het daarna even over UNRWA, want ik vermoed zomaar eens dat
dat de hoofdmoot van dit debat gaat zijn.
Vorige week hebben we het ook over een aantal andere zaken gehad. We
hebben het gehad over de grote crises in Libanon, in Gaza en in Sudan,
over het belang van humanitaire organisaties en over het belang van
humanitaire hulpverleners en dat zij veilig hun werk kunnen doen. We
hebben ook gesproken over de manier waarop het kabinet niet alleen een
donor wil zijn, maar ook een diplomatieke speler. Daarbij hebt u de
reactie ontvangen op het AIV- en CAVV-rapport, waarin wij ook duidelijk
hebben gezegd dat we voor de veiligheid van hulpverleners staan, dat we
voor het oorlogsrecht staan en dat we straffeloosheid tegen willen gaan,
net als normerosie. Voor de rest hebben we inderdaad geprobeerd om de
uitstaande vragen over de andere onderwerpen zo goed als mogelijk
schriftelijk af te doen. Die hebt u inderdaad gisteren ontvangen. Daar
kan later ook nog over gesproken worden.
Ik zal nu eerst kort op UNRWA ingaan en u dan uiteraard de gelegenheid
te geven voor vragen. Daarna heb ik zelf nog staan om in ieder geval ook
nog kort in te gaan op de situatie in Sudan en de medevac, naar
aanleiding van vragen. Die zijn natuurlijk schriftelijk beantwoord, maar
ik kan me voorstellen dat het goed is om daar ook nog mondeling bij stil
te staan.
Dan heb ik over UNRWA misschien nog een paar dingen. Allereerst probeer
ik toch weer even het dilemma en de lastige positie te schetsen waarin
ik mijzelf wist en de positie waarin heb geprobeerd om iedereen recht te
doen en zo transparant mogelijk te zijn. Die overwegingen deel ik
graag.
Aan de ene kant is er, denk ik, de situatie op de grond, dus de situatie
in Gaza, de situatie op de Westelijke Jordaanoever, de situatie in
Libanon en de situatie in Jordaniƫ, waar UNRWA een ontzettend grote maar
bovenal onvervangbare rol speelt in de kritieke hulpverlening richting
Palestijnse vluchtelingen. Dat kan op dit moment niet door andere
organisaties worden overgenomen; dat zeggen ook de organisaties die
aanwezig zijn in die regio. Dat is een van de belangrijkste punten
waarom ik heb gemeend die financiering, zoals ook vermeld in het
coalitieakkoord, door te moeten zetten.
Daarnaast was het tweede deel van het dilemma ā het is niet eens een
dilemma, maar er zijn meerdere elementen die ik heb geprobeerd recht te
doen ā dat het coalitieakkoord er ligt, waarin er een balans is gevonden
tussen de coalitiepartijen, die daar onderling natuurlijk ook
verschillend over denken. Aan de ene kant gaat de financiering van UNRWA
hersteld worden. Aan de andere kant is diversificatie van groot belang.
Daarnaast is het natuurlijk ook van ongelofelijk groot belang ā dat
geldt overigens voor een heel groot deel van uw Kamer; ik denk eigenlijk
voor de hele Kamer ā dat duidelijk is dat UNRWA ver verwijderd blijft
van terreurorganisaties. Daarnaast heb ik geprobeerd recht te doen aan
de partijen in de Kamer die zeggen: ja, we snappen het. Ik wacht heel
even, denk ik, voorzitter.
De voorzitter:
We wachten even totdat de minuutbel is afgelopen, dus we pauzeren heel
kort.
Minister Sjoerdsma:
Ik wilde zeggen dat ik ook de partijen die voor diversificatie pleiten,
zoals het ook in het coalitieakkoord vervat is, recht heb proberen te
doen.
Tot slot was er natuurlijk ook het parlementaire proces. Deze begroting
is zonder de voorgenomen extra bijdrage aan UNRWA door deze Kamer
gegaan. Ze ligt straks ook zonder de voorgenomen bijdrage aan UNRWA in
de Eerste Kamer. Over de additionele 8 miljoen voor UNRWA wordt straks
bij de suppletoire begroting van september gesproken. Dan krijgt u allen
ook de gelegenheid om daar voor of tegen te zijn en die wel of niet aan
de begroting toe te voegen.
Dit waren mijn dilemma's. Bovenal is het, denk ik, vervelend dat we het
debat niet goed hebben kunnen afmaken en dat we het gesprek niet goed
genoeg hebben kunnen voeren. Tegelijkertijd heeft die pauze in het debat
mij ook de gelegenheid gegeven ā ik denk dat dat ook van belang is ā
voor wat reflectie aan mijn kant. Laat ik heel helder zijn. Er zijn
dingen niet goed gegaan. Dat ligt niet aan anderen. Dat ligt aan mij. Ik
snap dus ook de frustraties van de Kamer, dus laat ik ook hier helder
zeggen: hoe dit is gegaan, was niet goed; ik heb dat onhandig gedaan.
Als er verdere vragen zijn, dan beantwoord ik die natuurlijk graag
voordat ik straks nog even stilsta bij Sudan en bij de medevacs.
De voorzitter:
Er zijn naar aanleiding van het eerste blokje wat vragen. Meneer
Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik ben blij met die woorden van reflectie. Ik denk dat de minister dat
goed zegt. "Onhandig gedaan" is, denk ik, wel een understatement. Ook
namens de SGP waren wij zeer verbolgen vorige week, omdat het als een
konijn uit de hoge hoed kwam dat er bij de suppletoire begroting wordt
gerepareerd, terwijl er een amendement in de wet is gevoegd van Stoffer
en Eerdmans dat zegt: we gaan UNRWA afbouwen. Vervolgens wordt het toch
in de wet gebouwd. Dat vinden wij hoogst opmerkelijk. Los van de vraag
die, geloof ik, ook collega Ceder stelde over hoe je nou vanuit een
minderheidskabinet werkt met de oppositie, vind ik het bijzonder dat er
niet gewoon wordt gezegd: dit is de begroting en daar gaan we over
stemmen; bij de volgende begroting, na de Miljoenennota en na
Prinsjesdag, wordt het coalitieakkoord gerealiseerd. Waarom wordt er dan
toch gekozen om via de achterdeur, via de suppletoire begroting, naar de
Eerste Kamer toe te gaan? Ik vind het niet gepast om zo om te gaan met
een begroting die is vastgesteld en die nota bene door JA21 is gesteund
omdat het geld van UNRWA wordt afgebouwd. Ik wil er ook graag een
reactie op waarom er dan toch via de achterdeur wordt gewerkt aan een
reparatie.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap die vraag goed; ik snap het sentiment ook goed. Misschien moet
ik ook even stilstaan bij wat naar mijn gevoel onhandig is geweest;
misschien geeft dat iets van duiding. Ik heb een begroting geƫrfd van
een vorig kabinet, waarvan de begrotingsbehandeling is geweest, waarbij
er amendementen zijn ingediend, waarbij er moties zijn ingediend en
waarbij er appreciaties zijn gegeven door het vorige kabinet, waardoor
ik niet de gelegenheid heb gehad om niet alleen met u, maar met alle
andere Kamerleden van de partijen in gesprek te gaan over die begroting
en over de wensen die er lagen. Dat betekent dat de kennismakingskoffies
die ik kon voeren in aanloop naar de stemming over de begroting
eigenlijk de enige contactmomenten waren die ik had. Er waren voor mij
geen instrumenten meer om daar iets aan te doen. Ik heb besloten om deze
begroting ook in de lijn van het vorige kabinet door te voeren. De kern
van de onhandigheid zit 'm er volgens mij in dat ik heel graag
transparant wilde zijn, maar volgens mij het tegenovergestelde heb
bereikt. Ik zei al: dat is niet goed en dat is onhandig. Ik denk dat die
onhandigheid er ook in zit dat er geen heldere afspraken zijn gemaakt
over deze begroting. Er waren wel verwachtingen over en weer. De heer
Hoogeveen was vrijdag ook heel ruiterlijk over dat er geen afspraak was,
maar dat er wel zeer tegenovergestelde verwachtingen lagen. Ik snap ook
dat de indruk is gewekt bij de heer Eerdmans dat er geen extra geld zou
gaan naar UNRWA boven op de bestaande 11 miljoen euro, terwijl bij mij
dan weer helder vooropstond dat dat in het coalitieakkoord stond. Voor
de duidelijkheid: dat reken ik vooral mezelf aan. Dat is de situatie
waarmee ik moest dealen en van waaruit ik deze discussie moest
voeren.
De voorzitter:
De heer Eerdmans, aanvullend.
De heer Eerdmans (JA21):
Ja. Kijk, het was voor JA21 zeer duidelijk ā ik denk voor de rest van de
Kamer ook ā dat wij alleen konden instemmen met die begroting als het
UNRWA-geld zou worden afgebouwd. Dat is de reden waarom we voor hebben
gestemd. Anders hadden we er gewoon tegengestemd en had die begroting
het niet gehaald. Ik vind het een zwak verhaal om dan te spreken over
andere verwachtingen. Nee, er is een stemverklaring afgegeven door JA21,
door de heer Hoogeveen: wij stemmen alleen in omdat dat UNRWA-pad wordt
afgebouwd. Dan voel je dus inderdaad dat je een poets wordt gebakken
achter je rug om. Ik hoop dat de minister dat begrijpt. Ik heb hem dat
ook persoonlijk verteld. Dat voelt helemaal niet prettig. Dan kom je
uiteindelijk op de vraag over de Eerste Kamer, want onze fractie zal
zeer waarschijnlijk ā bij deze manier moet dat niet verbazen ā tegen de
begroting stemmen. Dan zegt mijn collega Hoogeveen: dan rijd je dus ook
in de Eerste Kamer tegen een muur op. Probeer dus wel te kijken naar
wat, denk ik, welwillende en constructieve oppositiepartijen hier
zeggen: dit moet je niet doen; dit gedrag is niet goed voor een prettige
verstandhouding tussen minderheidskabinet en oppositie.
Minister Sjoerdsma:
Ik hoor de heer Eerdmans zeer goed. Ik snap ook het gevoel dat hij uit.
Zoals ik net ook zei, kijk ik er vooral mezelf voor aan dat dat zo is
gegaan. Dat betekent ook dat het richting de Eerste Kamer begint met
vanuit mijn kant allereerst heel goed luisteren naar de signalen van de
Kamer ā die heb ik vorige week en ook afgelopen week natuurlijk
ontvangen ā en daarop te reflecteren, om ervoor te zorgen dat we daar
met een frisse start en met een schone lei kunnen beginnen. Dat
reflecteren hoop ik vandaag te doen. Maar het gaat natuurlijk ook over
het voornemen ā het voornemen waar ik als minister überhaupt mee ben
begonnen ā om in volledige transparantie en in goede samenwerking met uw
Kamer dit soort dingen te doen. Om die reflectie weer terug te pakken,
betekent het dat we wƩl expliciete afspraken en duidelijke afspraken
moeten maken, zodat er geen tegengestelde verwachtingen kunnen ontstaan
richting de Eerste Kamer. Daar geef ik de heer Eerdmans gelijk in. Daar
ligt gewoon echt werk voor mij om te verzetten, en überhaupt, iets
breder, voor dit kabinet.
De voorzitter:
Meneer Eerdmans, uw derde interruptie. Gaat uw gang.
De heer Eerdmans (JA21):
Is er dan niet een veel betere afspraak te maken door te zeggen: wij
verschuiven de coalitieafspraken naar de Miljoenennota? Is dat niet veel
eerlijker, ook naar JA21 en de SGP? Dan zit die afbouw er namelijk nog
gewoon in, zoals afgesproken, en dan wordt er ook niet aan gemorreld. De
nieuwe coalitie kijkt er dan naar en dan is het inderdaad het goede
recht van de coalitie om te zeggen: we zien het dan met een andere
meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer.
Het roept gewoon de vraag op: maak je nou wel of geen afspraak met
elkaar? Dat is eigenlijk wat ons betreft de kern van dit debat. Maak je
nou nog wel als JA21 en SGP afspraken van "zo doen we het"? Doe je dat
nog als het achter je rug om zes dagen later precies de andere kant op
gaat? Als dat vaker gebeurt, dan zeg ik: sorry, maar daar doet JA21 niet
aan mee.
Minister Sjoerdsma:
Dat is, denk ik, helder. Dat signaal hebben we denk ik ook luid en
duidelijk ontvangen, niet alleen tijdens het afgelopen debat, maar ook
gedurende de week en natuurlijk ook in het gesprek dat wij samen met uw
collega Hoogeveen hebben gevoerd. Ik snap ook dit voorstel. Als dat
voorstel op een meerderheid in deze Tweede Kamer kan rekenen, dan zal ik
me daar uiteraard bij neerleggen. Tegelijkertijd zie ik me
geconfronteerd met meerdere voorstellen. In het debat zijn er ook
partijen die zeggen: doe het nu.
Ik zou, gelet op het dilemma dat ik aan het begin schetste, graag
vasthouden aan de route die ik ook vorige week heb geschetst. Dat is een
route waarin het niet in deze begroting zit vervat. De fractie van de
heer Eerdmans heeft ook voor een begroting gestemd, waar dit niet in
zit. Wanneer het in de Eerste Kamer voorligt, zal het ook niet in de
begroting staan. Maar in september zal dit wel voorliggen, tenzij
inderdaad ⦠Dan staat het de heer Eerdmans en andere fracties namelijk
vrij om mij in meerderheid op andere gedachten te brengen.
Ik heb gemerkt wat er gebeurt als ik niet helder ben over het proces of
het proces telkens verandert. Daarom ben ik bang dat, als ik hier nu
weer aan ga morrelen, het lastig wordt om het nog ordentelijk te doen.
En dat zou ik wel graag blijven doen met deze Kamer.
De voorzitter:
We gaan eerst naar mevrouw Lammers, want zij heeft in mijn beleving haar
vinger al een tijdje geleden opgestoken. Gaat uw gang, mevrouw Lammers.
Meneer Van Baarle, ik hoor u protesteren. Het maakt mij verder niet uit:
als u het er samen over eens bent, mag u van mij ook als eerste.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de minister zeggen: het was een voorgenomen verhoging en ik
baseer mij op het coalitieakkoord. Dan rijst bij mij toch een vraag,
want de minister wist dus eigenlijk al voor de stemmingen over de
begroting dat hij twee dagen later die brief zou sturen. Ik begrijp niet
zo goed dat u, minister, niet van tevoren kunt bedenken dat het heel
raar overkomt dat u een deal sluit of een afspraak maakt met andere
partijen en twee dagen daarna een brief stuurt met daarin: nou, ik ga
het toch anders doen. Dan wordt er dus gerefereerd aan: ik voer het
coalitieakkoord uit. Maar dat coalitieakkoord is gebaseerd op een
minderheid. Dus er valt niet zoveel uit te voeren als er niet eerst een
meerderheid voor gevonden is. Ik vraag me af of de minister nog een keer
antwoord kan geven op de vraag of hij dit dus al van tevoren wist, want
dan zou hij eigenlijk moedwillig de Kamer om de tuin hebben
geleid.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb vooral gemerkt dat er na de stemmingen onduidelijkheid begon te
ontstaan over de vraag of het voornemen in het coalitieakkoord nog stond
of niet. Die onduidelijkheid begon te ontstaan bij Nederlandse
ontwikkelingsorganisaties en bij Kamerpartijen.
In de wetenschap dat ik afgelopen woensdag dit noodhulpdebat zou hebben
en wetend dat er vragen zouden zijn ⦠Dat dilemma heb ik ook geprobeerd
vorige week te schetsen. Ik had toen eigenlijk twee keuzes. Of ik had
dit in het debat in antwoord op vragen aan u kunnen melden, met het
grote risico dat je dan in het debat verrast wordt. Als Kamerlid dacht
ik zelf altijd: het is fijn om van tevoren te weten wat de voornemens en
de intenties van het kabinet zijn, want dan kan je dat in het debat
meenemen. Maar ik zei vorige week ook dat het een beetje voelde als:
damned if you do, damned if you don't. Als ik een elegantere en mooiere
route had kunnen bedenken, dan had ik dat zeker gedaan. Maar ik vond wel
dat het belangrijk was om nog voor dit debat helder te zijn over wat het
voornemen van dit kabinet is. Daarbij komt dat ik de Kamer de
gelegenheid wilde geven ā de partij van mevrouw Lammers en andere
partijen krijgen die gelegenheid ook ā om zich hier in september over
uit te spreken. Nogmaals, voor de duidelijkheid, het zit niet in deze
begroting vervat. Het komt in de suppletoire in september.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Als ik de minister zo aanhoor, is pas na het vaststellen van de
begroting de vraag gerezen bij die partijen of die steun er nog zou
komen. Ik vraag me af: was dat er niet eerder? En had de minister dan
niet eerder tegen de Kamer kunnen zeggen dat hij dit van plan was? Hij
zegt nu zelf dat hij toch al van plan was om het coalitieakkoord uit te
voeren, maar dan had hij die brief toch ook drie dagen eerder kunnen
sturen? Dan was gewoon iedereen daarvan op de hoogte geweest en dan was
het allemaal transparant verlopen. Ik begrijp gewoon niet zo goed waarom
dat dan per se daarna moest. De minister refereert steeds aan dit debat,
maar hij had het ook gewoon voor de begroting kunnen doen.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap die vragen. Ik snap ook de vragen over gesprekken met andere
partijen, maar tegelijkertijd denk ik dat het heel helder moet zijn: als
er dingen niet goed zijn gegaan, dan ligt dat bij mij en niet bij andere
partijen. Dus die onhandigheid, waar mevrouw Lammers aan refereert, ligt
bij mij. Die onhandigheid zit er dus vooral in dat er niet expliciet
over gesproken is en dat we dus ook geen expliciete afspraken hebben
gemaakt over deze begroting. Dat heeft met een heleboel dingen te maken.
Dat heeft natuurlijk te maken met de situatie die ik heb geƫrfd: een
begroting die ik heb geƫrfd en een begrotingsbehandeling die al is
geweest. Het heeft ook vooral met mijzelf te maken: ik moet die dingen
explicieter doen. Dat heb ik niet gedaan en dat verwijt ik mezelf.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dat is nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: wist u
van tevoren dat die vragen bij die partijen leefden en waarom heeft u
dan niet die partijen voor de stemmingen over de begroting geĆÆnformeerd?
Waarom heeft u dat pas na die begroting gedaan, terwijl u eigenlijk al
van tevoren wist dat u het coalitieakkoord ging uitvoeren? Ik hoor geen
ontkennend antwoord en u wist dus ook al van tevoren dat die vragen
leefden bij die partijen. De vraag is dus: waarom heeft de minister dat
niet van tevoren aangekondigd, terwijl daar wel gewoon aanleiding toe
was?
Minister Sjoerdsma:
Toch ook hier weer mijn poging om iedereen recht te doen. En ja, dat is
duidelijk niet gelukt. Ik heb geprobeerd om iedereen recht te doen en
bovenal aan de situatie op de grond. Mevrouw Lammers en het kabinet
verschillen, denk ik, van mening over de noodzaak om daar iets aan te
doen door middel van UNRWA, over de noodzaak om recht te doen aan het
coalitieakkoord, over de noodzaak om recht te doen aan het budgettaire
parlementaire proces en over de noodzaak om recht te doen aan die
partijen in de Kamer die zeggen "ja, jongens, het mag wel wat diverser
dan het nu is met UNRWA". Het is overduidelijk en dat heb ik net ook
tegen collega ⦠"Collega" is een beetje een oude reflex. Ik heb dat dus
net ook tegen Kamerlid Eerdmans gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Lammers, u mag als u wil uw vierde interruptie gebruiken. Maar
dan bent u daarna wel door al uw interrupties heen. Ik hoor u zeggen
"drie interrupties en geen antwoorden", maar de minister gaat over zijn
eigen antwoorden.
Dan heb ik nu de heer Van Baarle, dan de heer Ceder en dan de heer
Stoffer. Meneer Van Baarle, gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Het bevreemdt mij zeer dat een minister nu blijkbaar het boetekleed moet
aantrekken, omdat we geld overmaken naar een organisatie die
noodlijdende mensen helpt. Echt bizar! Ik vind het ook bizar dat we ons
nu laten gijzelen door een aantal rechtse partijen die aan het miepen
zijn, terwijl er een gewone meerderheid in het parlement bestaat om dit
te doen. Bovendien bestaat er ook een meerderheid in het parlement om
dit nĆŗ te doen.
De minister gaf terecht aan dat UNRWA de enige organisatie is waarvan
andere organisaties afhankelijk zijn en die op dit moment die hulp kan
geven die de Palestijnen op dit moment nodig hebben. Waarom dan die
noodlijdende Palestijnen op basis van een politiek spel een halfjaar
laten wachten? Wat ik hier hoor, is gewoon politiek! Waarom die mensen
een halfjaar laten wachten op basis van een politiek spel?
De voorzitter:
Meneer Van Baarle, wat is uw vraag aan de minister in deze
interruptie?
De heer Van Baarle (DENK):
Die heb ik net gesteld.
Minister Sjoerdsma:
Ik ben het met de appreciatie van de situatie van de heer Van Baarle
eens, namelijk dat hier gaat over noodhulp, noodhulp voor vluchtelingen,
Palestijnen, die onder zeer moeilijke omstandigheden moeten leven. Er
bestaat inderdaad geen vervanging voor UNRWA. En om daar nog iets aan
toe te voegen: ik sprak het vertrekkend hoofd van UNRWA, de heer
Lazzarini. Hij heeft in zijn afscheidsbrief en die kan ik eigenlijk alle
Kamerleden aan bevelen ⦠Nou, het is niet helemaal een afscheidsbrief,
want het is een formeel document en niet een informele brief. Hij heeft
een formele afscheidsbrief geschreven, waarin hij reflecteert op wat er
met zijn organisatie is gebeurd.
Ik sta daar iets uitgebreider bij stil, omdat het best aangrijpend is en
het ook best belangrijk is om dat hier te delen. Wat hij schrijft, is
namelijk ook onderliggend aan waarom dit kabinet toch positief staat
tegenover het herstellen van deze relatie. Hij beschrijft hoe een door
de AVVN gemandateerde VN-organisatie ⦠Een door de AVVN gemandateerde
VN-organisatie is een van de meest legitieme organisaties die er zijn.
Hij beschreef hoe die organisatie de afgelopen jaren honderden van haar
medewerkers omgebracht heeft moeten zien worden. Zijn gebouwen bevonden
zich niet alleen in Gaza, maar ook elders op de Westelijke Jordaanoever
en in Jeruzalem en hij beschrijft hoe hij die kapot gemaakt heeft zien
moeten worden door de Israƫlische regering. Daarna heeft hij ook nog
moeten zien hoe de Israƫlische regering bijna juichend was over het feit
dat dat gelukt was. Zijn grote pleidooi was: hoe heeft het zover kunnen
komen dat deze mensen, die met grote ervaring en expertise proberen om
onder heel moeilijke omstandigheden vluchtelingen te helpen, zo in de
vuurlinie liggen en niet kunnen rekenen op steun van de internationale
gemeenschap?
In die context wil het kabinet de steun aan UNRWA herstellen. Ik snap
goed dat de heer Van Baarle zegt "liever vandaag dan morgen", maar dit
geld komt wel op tijd, gelet op wat UNRWA hierover met ons communiceert.
Het gaat dit jaar kunnen worden gebruikt als het in september gebeurt.
Ik snap zijn pleidooi goed, maar ik wil toch ⦠Ik heb dat ook tegen de
heer Eerdmans gezegd dat ik dat fair vind. Ik heb in het vorige debat
ook gezegd dat ik voor een route heb gekozen die recht doet aan de
urgentie van de situatie Ʃn aan het budgetrecht van de Tweede Kamer en
van de Eerste Kamer. De partij van de heer Eerdmans heeft voor deze
begroting gestemd en dit zorgt ervoor dat die begroting niet wordt
gewijzigd, voordat die in de Eerste Kamer komt.
De voorzitter:
Meneer Van Baarle, aanvullend.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister geeft net in zijn eerst beantwoording zelf aan dat er met
hem geen afspraak is gemaakt over de begroting. We zien hier van de
rechtse partijen dus gewoon een schwalbe. Het is gewoon een schwalbe! Op
basis van een schwalbe van Eerdmans en een schwalbe van andere partijen
laten we de Palestijnen wachten. Ik vind dat gewoon echt niet kunnen. De
minister kan dit gewoon met respect voor het budgetrecht van de Kamer
doen, nu of bij de Voorjaarsnota. Mijn vraag blijft: waarom doet hij het
nu niet? Ik weet dat UNRWA elke maand moet gaan kijken of er voldoende
budget is. Ze hebben het gewoon nĆŗ nodig. Geef 't ze nu!
Minister Sjoerdsma:
Toch heel eventjes. Ik denk dat dit begint bij mijn onhandigheid en niet
bij de opstelling van de partijen in de Tweede Kamer. Die onhandigheid
neem ik gewoon voor mijn rekening, want ik denk dat dat is hoe het moet
zijn.
Twee. Er is net ook gewisseld dat als uw Kamer op dit terrein iets wil,
bijvoorbeeld in meerderheid wil dat die betalingen later dan wel eerder
plaatsvinden, ik dan in handen van uw Kamer ben. Maar om het proces
ordentelijk te houden en vanwege de balans, die ik net heb geschetst,
tussen de situatie op de grond en de procedures in de Tweede Kamer, houd
ik vast aan de route die ik nu heb neergelegd. En dat is dus de route in
de richting van de suppletoire begroting. Ik begrijp dat er vanmiddag
een tweeminutendebat is. Als dan blijkt dat een meerderheid vindt dat
dat anders moet, dan zal ik dat uiteraard uitvoeren. Maar voor nu houd
ik vast aan die route.
De heer Van Baarle (DENK):
Die motie om het per direct over te maken, zal ik inderdaad
voorbereiden.
Voorzitter. Ik maak me nogal zorgen over deze minister. Op het moment
dat rechtse politieke partijen een schwalbe plegen en deze minister
direct zijn voornemen intrekt en het boetekleed aantrekt, terwijl we
gewoon zien dat zijn besluit om het geld over te maken nu nodig is, maak
ik me zorgen of deze minister in de komende tijd überhaupt wel in staat
is om plannen uit te voeren en om de dingen te doen die nodig zijn. Ik
vraag het ook in morele zin aan de minister en daarom nogmaals: hoe
ethisch is het om, als we zien dat het geld nu nodig is, op basis van
deze omstandigheden gewoon willens en wetens een halfjaar te wachten?
Deelt de minister dat dat ethisch onverantwoord is?
Minister Sjoerdsma:
Misschien moet ik voor de duidelijkheid noemen ā soms heb ik het idee
dat dat ondersneeuwt ā dat de Nederlandse overheid dit jaar als
onderdeel van deze begroting, waar deze Tweede Kamer voor heeft gestemd,
begin dit jaar reeds 11 miljoen euro aan UNRWA heeft overgemaakt. Dat
staat gewoon in de begroting. Ik weet niet of wij de eersten waren, maar
mijn eigen ervaring met dit soort overmakingen is wel dat Nederland er
meestal echt goed bovenop zit om te zorgen dat dit soort organisaties
heel vroeg in het jaar dat Nederlandse geld hebben. Dus het Nederlandse
geld dat UNRWA van Nederland verwachtte dit jaar, is reeds overgemaakt.
Het geld dat ze later dit jaar nog hard kunnen gebruiken ā ik weet uit
eigen ervaring hoe de begrotingscyclus van dit soort organisaties werkt
ā komt in september. Uiteraard, als uw Kamer daarmee instemt.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb vorige week al aangegeven dat dit punt voor mij veel verder reikt
dan het onderwerp dat nu voorligt. Het raakt voor mij aan de
omgangsvormen tussen de oppositie en de minderheidscoalitie. Een
voorbeeld, als de minister van SZW met mij een afspraak zou maken om de
AOW-verhoging niet door te laten gaan in ruil voor steun aan de
begroting en hij al een dag na de stemmingen bezig is om alsnog de AOW
te verhogen, omdat het coalitieakkoord leidend zou zijn, hebben we een
probleem. En in analogie daarmee is dat nu ook het geval. Dit raakt voor
mij aan betrouwbaarheid. Hoe betrouwbaar is het kabinet in zijn omgang
met de coalitie en de oppositie?
Ik ben blij dat de minister aangeeft dat er dingen niet goed zijn
gegaan, maar dan verwacht ik volledige transparantie van de minister.
Want terwijl de motie van Krƶger werd ontraden en weggestemd, lag er de
dag na de stemmingen een beslisnota om vrijdag in de ministerraad het
geld voor UNRWA wel al te regelen! Dat heeft de facto hetzelfde effect
als het amendement van Krƶger, mocht dat zijn aangenomen. Er ligt een
dag na de stemmingen, woensdag, een beslisnota, maar die nota is
natuurlijk niet binnen een paar uur opgetikt. Nu we het toch hebben over
transparantie en dingen die niet goed zijn gegaan, is mijn vraag aan de
minister: wanneer heeft de minister opdracht gegeven om dat geld te
regelen? Hoe kon er al op de woensdag na de stemmingen een beslisnota
liggen, zodat er op vrijdag in de ministerraad over het voorstel gestemd
zou kunnen worden?
Minister Sjoerdsma:
Wat ik goed begrijp van de vraag van de heer Ceder is dat hij wil weten
op welke wijze je afspraken kunt maken met deze minister of breder. Hij
zegt dat het cruciaal is dat daarbij voorspelbaarheid en betrouwbaarheid
vooropstaan. Voor de duidelijkheid, dat deel ik zeer. Maar soms gaan
zaken ondanks de beste bedoelingen niet goed. Ik wilde iedereen recht
doen en het is overduidelijk dat dat heeft geleid tot onvrede. Ik ben
onhandig geweest en een van de belangrijkste lessen voor mij is dan ook
dat die afspraken juist heel expliciet en duidelijk moeten zijn, in
plaats van impliciet of gebaseerd op wederzijdse verwachtingen, want die
verwachtingen kunnen uiteenlopen. Dat leidt tot situaties als waarin we
ons nu bevinden.
Dat signaal, niet alleen van de heer Ceder maar ook van andere partijen,
neem ik zeer mee. Richting de toekomst betekent dat ook dat ik in de
richting van de Eerste Kamer en in andere debatten met deze Kamer een
frisse start wil maken. Nogmaals toch even herhalen: die intenties,
openheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid op het gebied van
samenwerking, zijn cruciaal. Die zijn echt cruciaal. Ik ben net als u
Kamerlid geweest en ik heb het vanuit die zijde ook altijd gewaardeerd
en belangrijk gevonden. Daarom vind ik het des te vervelender dat het nu
aan deze kant zo loopt.
In alle eerlijkheid, voor de rest herken ik niet wat de heer Ceder zegt.
Wat ik wel herken, en het is toch wel goed om dat weer even te herhalen,
zijn twee dingen. Een. De onduidelijkheid na de stemmingen of de
afspraak in het coalitieakkoord nog stond, heb ik willen wegnemen, in
alle transparantie en met alle gevolgen van dien. Twee. Toch eventjes
heel specifiek, want de heer Ceder zegt dat het amendement dat voorlag,
hetzelfde is als wat ik nu doe. Dat is niet het geval en dat is toch ook
even van belang om te vermelden. Dat amendement was ontraden en heeft
geen nieuwe appreciatie gekregen. Dat heeft alles te maken met het feit
dat daarin niet de balans verscholen zit die wel in het coalitieakkoord
verscholen zit. Ik heb u net ook verteld dat het op sommige punten niet
alleen breed in de Kamer ingewikkeld ligt, maar ook in de coalitie. In
de coalitieonderhandelingen en het coalitieakkoord lag het heel helder.
In het coalitieakkoord lag een balans: aan de ene kant UNRWA herstellen
en aan de andere kant het breder in stelling brengen van andere
hulorganisaties in deze omgeving.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister erkent meermaals dat er dingen niet goed zijn gegaan en hij
probeert het vertrouwen te herstellen, maar hij geeft geen antwoord op
de vraag. Maar dit is voor mij wel belangrijk. De minister geeft
enerzijds aan dat er na de stemmingen reuring is ontstaan, waardoor hij
zich genoodzaakt voelde om te handelen. Maar volgens mij was de minister
voor de stemmingen al van plan om dit te gaan doen. Dat kan gebeuren.
Daar kunnen we het met elkaar over hebben en dan kunnen we, denk ik, ook
wel door, maar dan moet de minister wel duidelijk zijn.
Ik ben bereid om hieraan al mijn interrupties op te maken, want dit
raakt voor mij aan de betrouwbaarheid van de coalitie. Dus mijn vraag is
opnieuw: op het moment dat de stemmingen van dinsdag 24 maart voorbij
waren, lag er binnen 24 uur op 25 maart een beslisnota. De minister
heeft de opdracht gegeven aan de ambtenaren om dit uit te zoeken. Daar
lag dus ook een beslisnota voor. Die is een paar dagen later in de
ministerraad geaccordeerd. Het lijkt me zeer stug dat na de stemmingen
op dinsdag om 17.00 uur en op woensdag alles al uitgezocht was en die
opdracht is dus al daarvoor gegeven.
De voorzitter:
Kunt u tot een vraag komen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is heel simpel: wanneer heeft de minister het ministerie de
opdracht gegeven om deze gelden te herstellen, iets waarvoor er dus een
beslisnota op woensdag 25 maart voorlag?
Minister Sjoerdsma:
Toch heel eventjes. Ik proef een beetje dat de heer Ceder veronderstelt
dat er een soort van kwade opzet achter zat en dat we bewust een loopje
hebben genomen met partijen. Ik wil dat toch nog een keertje heel helder
zeggen, want dat is wel van belang. De heer Ceder lijkt dat te
suggereren en ik wil er heel helder over zijn dat dat niet zo is. Ik
vond dat de heer Hoogeveen daarover heel ruiterlijk was afgelopen
vrijdag. Hij was heel duidelijk over hoe zijn partij hierin stond en
staat. Hij was heel helder over hoe hij het had beleefd, maar
tegelijkertijd was hij ook heel helder over welke afspraken er wel en
niet waren gemaakt. Hij zei dus dat er geen expliciete afspraken waren
gemaakt. En dat, nogmaals, trek ik me vooral aan. Ik wrijf dat JA21 niet
aan, want dat is wat ik niet goed heb gedaan.
Laat ik daarnaast ook helder zijn over het feit dat er in mijn hoofd
altijd sprake van is geweest dat we dit coalitieakkoord zouden moeten
uitvoeren, tenzij een meerderheid in deze Kamer daar anders over denkt.
Dat kan altijd gebeuren, hĆØ. Dat heeft de minister-president desgevraagd
ook in de Eerste Kamer gezegd: "Ja, het coalitieakkoord zijn de
intenties en in sommige opzichten de brandende ambities van dit kabinet.
Maar als een meerderheid in beide Kamers, afhankelijk van hoe het loopt,
zegt dat het anders moet, dan gaat het anders. Maar tot die tijd staan
die voornemens wel."
In alle eerlijkheid: ik had het misschien wel eerder helder willen
hebben. Maar de stemmingen over deze begroting kwamen heel vroeg in deze
kabinetsperiode en wel zo vroeg dat het niet mogelijk was om daarvoor al
allerlei brieven naar u te sturen.
De voorzitter:
Ik zou de Kamerleden willen vragen om in hun interrupties iets sneller
tot een vraag te komen. Meneer Ceder, heeft u nog een aanvullende
vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik probeer de minister niet te betichten van kwade
opzet. Ik constateer alleen dat er door de beantwoording of door het
gebrek aan beantwoording wel een rookgordijn dreigt te ontstaan tijdens
dit debat. Ik krijg geen antwoorden en mijn collega's, zo heb ik eerder
geconstateerd, ook niet. Daarom voor de derde keer mijn vraag: wanneer
heeft de minister opdracht gegeven om het uit te zoeken, zodat op 25
maart, een dag na de stemmingen, de beslisnota voor kon liggen?
Minister Sjoerdsma:
In alle eerlijkheid: dat is natuurlijk eigenlijk al op dag ƩƩn van dit
kabinet geweest. Op dag ƩƩn van dit kabinet lag dit voornemen er. Het
was toen ook duidelijk dat dit een voornemen van de coalitie is.
Laat ik gewoon schetsen wat er is gebeurd. Ik zei net al richting
Kamerlid Eerdmans dat het mij na de stemmingen duidelijk werd dat er
onduidelijkheid ontstond: gaat het kabinet dit nu wel of niet nog doen?
Toen heb ik gezegd: "Ja, jongens, daar moeten we ⦠We hebben twee
keuzes. Keuze ƩƩn is gewoon wachten tot het debat van volgende week en
dan gaan we het in dat debat zeggen." Dat leek mij niet chic en ook niet
gewenst. Optie twee was een brief sturen voorafgaand aan het debat, om
ervoor te zorgen dat niemand verrast werd. Nou, dat laatste is niet
gelukt; ik heb bijna iedereen weten te verrassen. Nogmaals, dat trek ik
ook mezelf aan. Maar zo is het gegaan.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik constateer dat ik al mijn interrupties heb opgemaakt om te vragen op
welke dag de minister opdracht heeft gegeven voor de informatie en voor
de beslisnota van 25 maart. Ik heb al mijn interrupties opgemaakt. Ik
kan het niet meer gaan hebben over Libanon. Ik kan het niet meer gaan
hebben over de situatie in het Midden-Oosten, die mij ook aan het hart
gaat. Ik heb die allemaal op moeten maken en ik heb gewoon geen antwoord
gehad. Ik vroeg om een datum. Het is geen kwade opzet; ik verdenk de
minister niet van kwade opzet. Maar als het zo moet gaan tijdens dit
debat en de minister aangeeft dat er dingen fout zijn gegaan, maar
vervolgens, als we doorvragen, geen enkel antwoord wil geven, dan wordt
het wel heel lastig. Nogmaals, dit gaat mij niet om UNRWA. Dit gaat mij
niet om de begroting BuHa-OS. Het gaat mij erom dat als wij als
oppositiepartij, die mee wil denken, daar bij elk ministerie en elke
minister mee te maken krijgen, dan een groot probleem hebben de komende
jaren. Ik ga toch geen antwoord krijgen, vermoed ik, dus dat was in
ieder geval een concluderende afsluiting van mijn kant.
De voorzitter:
Is er nog behoefte om daar desondanks op te reageren, minister? De
microfoon doet het even niet, maar er is behoefte aan, zegt de
minister.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de frustratie bij de heer Ceder. Het is niet mijn bedoeling om
die aan te wakkeren. Maar het is toch niet heel erg anders dan ik net
heb geschetst. Na de stemmingen werd mij heel snel duidelijk dat er
onduidelijkheid over ging ontstaan of het kabinet dit nog ging doen en
of het coalitieakkoord nog stond. Ik heb toen gevraagd ā dat is evident,
denk ik ā naar weging of ik van tevoren een brief ging sturen of niet.
Ja, ga dit maar voorbereiden voor het debat, want we weten dat dit eraan
zit te komen. Dat was dus snel, maar dat is, denk ik, niet gek gelet op
de roering die het veroorzaakte bij diverse van de partijen in de Kamer,
van midden tot links, maar ook bij noodhulporganisaties. Ik heb gezegd:
jongens, we moeten hier wel helder over zijn; begin alsjeblieft met het
maken van die brief. Die brief heeft u volgens mij op maandag bereikt.
Ik heb geprobeerd u die zo snel als mogelijk te sturen.
De voorzitter:
Dan is de heer Stoffer. Daarna zijn volgens mij mevrouw Dobbe en de heer
De Roon aan de beurt. Meneer Stoffer, gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Er is al veel gevraagd en veel geantwoord. Laat ik vooropstellen dat ik
de reflectie van de minister kan waarderen. Dat hij in de spiegel heeft
gekeken en gezegd dat dit niet handig was, staat; het is ook goed dat
dat hier gezegd wordt. Ik kom terug op datgene wat door de heer Eerdmans
werd gezegd en ook door de heer Ceder. Wat zojuist geantwoord werd door
de minister is, denk ik, helder. Je kunt altijd zeggen: er is geen
expliciete afspraak met JA21 gemaakt rond steun voor de begroting. Naar
onze beleving was het wel helder dat JA21 zowel vorig jaar als dit jaar
heel helder was over onder welke condities men die begroting steunde.
Volgens mij moet je er dan ook van uit kunnen gaan als Kamer dat bij de
vaststelling van de begroting de beleidskeuzes die gemaakt worden in die
begroting, het samenhangende kader vormen. Mijn vraag is: kijkt de
minister er inderdaad zo naar dat die het kader vormen, of kunnen dan
allerlei andere zaken, zoals een coalitieakkoord en dergelijke, dat een
paar dagen later, een paar weken later of een paar maanden later weer
doorkruisen? Is dat niet een staand kader totdat we een nieuwe begroting
maken?
Minister Sjoerdsma:
Dank aan de heer Stoffer. Dank voor zijn vraag. Dank ook voor het begrip
dat spreekt uit die vraag. Het klopt ā ik ga dat gewoon toch nog een
keer herhalen ā dat het probleem van niet expliciet een afspraak maken
bij mij ligt. Dat trek ik mijzelf ook aan. Je moet expliciet maken wat
dat dan wel en wat dat dan niet betekent voor het coalitieakkoord; dat
had hier, denk ik, ook gemoeten. Dat hebben we niet gedaan, van beide
zijden niet. Ik moet daarbij wel ƩƩn algemene aantekening maken; ik hoop
dat de heer Stoffer die ook zal begrijpen. Gedurende een jaar, zeker op
een begroting als die van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking, kunnen er echt wel heel veel dingen gebeuren
die nopen tot aanpassing van de begroting. Ik zal even ƩƩn voorbeeld
noemen, zeg ik richting de heer Stoffer. Dat gaat over een wijziging die
hij wellicht beter kan dragen dan de wijziging die ik hier voorstel voor
september. We hebben gemeend, gelet op de enorme crisis die we zien in
Libanon en elders, om in de Voorjaarsnota 100 miljoen toe te voegen aan
de begroting van dit jaar. Dat was ook niet afgesproken in de begroting
en dat hebben we ook niet met elkaar doorgenomen, maar gelet op wat er
gebeurde in de buitenwereld hebben we wel gemeend dat dat het juiste
was. Ja, volgens mij moeten wij als kabinet en Kamer goede afspraken
maken met elkaar. We moeten ervoor zorgen dat die afspraken helder,
transparant en doordacht zijn en kunnen gelden van begroting tot
begroting, dus Tweede Kamer en Eerste Kamer. Ergens zal er wel ruimte
moeten zijn om in te spelen op wat er gebeurt in de wereld. Ik hoop dat
de heer Stoffer ook ziet dat daar in de begrotingssystematiek iets van
ruimte voor moet zijn. Al die wijzigingen komen ook weer bij u langs.
Dat geldt voor de Voorjaarsnota en voor de suppletoire begroting.
De heer Stoffer (SGP):
Dat er door een jaar heen onvoorziene zaken zijn waar je op moet
reageren, is heel helder. Volgens mij is dat ook altijd de situatie
geweest. De situatie waar we hier over spreken, gaat over het
amendement-Stoffer/Eerdmans. Daarbij wordt het geld overigens niet
weggehaald, zeg ik bijvoorbeeld ook richting de heer Van Baarle. Die 19
miljoen staat gewoon, maar die wordt via diversificatie aan andere
organisaties toebedeeld. Tenminste, dat is de opzet en met de jaren
wordt het dan afgebouwd. Maar dit was te voorzien.
In het verlengde daarvan wil ik het volgende zeggen en ik denk dat ook
de heer Ceder trachtte dat naar voren te brengen. Als het dadelijk zo
wordt dat de steun voor een begroting ⦠Ik noem maar even dit voorbeeld.
Stel nu eens dat ik straks de begroting van Infrastructuur en Waterstaat
voor volgend jaar zou steunen, onder voorwaarde dat de wegenbelasting
niet omhooggaat. Als ik dat soort te voorziene zaken nog expliciet op
papier vast moet gaan leggen met handtekeningen eronder om te voorkomen
dat de wegenbelasting een paar weken later bij het Belastingplan
misschien toch omhooggaat, dan weet ik niet of dat de manier is waarop
je samen wil werken als kabinet en Kamer, zeker niet in de constellatie
waarin we nu zitten. Het is zoeken als minderheidskabinet en een
oppositie die een meerderheid heeft. Mijn vraag is: kan de minister
daarop reflecteren? Wil je naar de situatie toe waarin je voorziene
zaken echt vast moet gaan leggen op papier, in plaats van de situatie
waarin het op een gegeven moment gewoon zo klaar als een klontje is dat
het zo bedoeld is? Volgens mij is de heer Eerdmans met JA21 ā ik was
zelf natuurlijk vorig jaar en dit jaar nadrukkelijk betrokken bij het
amendement-Stoffer/Eerdmans ā daar wel klip-en-klaar over geweest.
Moeten we willen dat je het nog expliciet vast moet gaan leggen met
handtekeningen erbij? Dat is mijn vraag aan het kabinet.
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vraag. Ik ga allereerst in op het eerste punt, namelijk
het amendement-Stoffer/Eerdmans en de diversificatie van de hulp. In de
huidige set-up doen we en-en. De diversificatie wordt niet alleen door
de SGP en JA21 van groot belang geacht, maar ook door andere partijen en
overigens ook door het kabinet. Dat deel blijven we dus uiteraard zeer
onderstrepen. Impliciet vraagt de heer Stoffer of dit voor herhaling
vatbaar is en of dit de manier is waarop deze minister wil opereren. Het
antwoord daarop is nee. Ik denk dat dit in heel veel opzichten een wijze
les is van hoe je als minderheidskabinet niet zou moeten opereren. Ik
denk dat het belangrijk is dat die afspraken helder zijn. Ik proef dat
ook bij de heer Stoffer. Ik ben het er met hem over eens dat het niet
prettig samenwerken is als elke afspraak als een soort contract bij
elkaar moet worden voorgelegd. Ik reken het mezelf vooral aan dat het
allemaal veel te impliciet is.
Ik denk dat daarbij wel geldt dat het van groot belang is dat je kunt
komen tot een begroting die zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer
kan passeren. Ik weet niet of ik daar begrip voor wil vragen, maar ik
wil dit wel meegeven als situatie. Mijn startpositie was een begroting
waarover een groot deel van deze Kamer zei: daar wil ik mijn handen niet
aan branden en die ligt te ver van mijn idealen. Een ander deel van de
Kamer zei daarover: ik ben wellicht mede-architect geweest van de
begroting, maar ik zal die ook niet meer steunen. Dat plaatst mij in een
niet al te makkelijke en benijdenswaardige positie. Dat wil niet zeggen
dat ik goedpraat wat ik niet goed heb gedaan. Zo bedoel ik het niet. Wel
maakt dat het af en toe echt ingewikkeld om dit op een consistente en
goede manier te doen. Dat heb ik hier niet goed gedaan en dat was
onhandig.
De voorzitter:
Ik wil u er allemaal op wijzen dat wij met deze lange interrupties en
lange antwoorden vandaag niet gaan toekomen aan een tweede termijn. Ik
wil u allen de gelegenheid geven, maar dan is wel de consequentie dat we
geen tweede termijn doen en alleen nog een tweeminutendebat doen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb nog een inhoudelijke vraag. Voor zover mijn informatie strekt,
staat Israƫl het niet toe aan UNRWA om in de Gazastrook te werken. Zou
de minister aan kunnen geven waar die 11 miljoen die nu al is
vrijgegeven, terechtkomt? Is dat in Zuid-Libanon, Jordaniƫ of op de
Westelijke Jordaanoever? Zou hij ook aan kunnen geven waar die andere 8
miljoen, voor andere organisaties, terechtkomt en of die wel via andere
organisaties in de Gazastrook terechtkomt? Die 8 miljoen staat namelijk
wel. Volgens mij staat voor iedereen die hier aan tafel zit voorop dat
die mensen in de Gazastrook, de Palestijnse bevolking, wel geholpen
moeten worden. Dat geldt overigens ook voor mensen op andere plekken.
Volgens mij is dat inhoudelijk bij iedereen hetzelfde doel. Zou hij in
kunnen gaan op de bestemming van de gelden?
Minister Sjoerdsma:
Het is goed dat de heer Stoffer het weer terugbrengt naar de situatie
daar en naar de ongelofelijk ingewikkelde catastrofale situatie in Gaza
en de moeilijke situatie in Jordaniƫ en Libanon, die hij ook noemt. Ik
denk dat medemenselijkheid daar gepast is, gelet op wat daar allemaal
gebeurt en gebeurd is. Zo proef ik het ook bij de heer Stoffer. Hij
vraagt twee dingen. Concreet ā laat ik daarmee beginnen ā vraagt hij
naar de andere organisaties, de organisaties buiten UNRWA. Daar hebben
we best intensieve besprekingen mee om te kijken hoe we hun hulp kunnen
intensiveren. Dat betreffen organisaties ā ik denk dat de heer stoffer
dat zal aanspreken ā als UNICEF, WFP en het Rode Kruis. Daar zullen we
ook mee doorgaan.
Tegelijkertijd is UNRWA nog steeds actief in Gaza, in weerwil van alle
belemmeringen en moeilijkheden die daar op dit moment zijn. Het
Nederlandse geld zal gebruikt worden door UNRWA op een wijze waarop zij
denken dat het het nuttigst is. Dat kan in Libanon, Jordaniƫ en op de
Westelijke Jordaanoever zijn, maar voor zover het mogelijk is, kan dat
ook in Gaza zijn.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie, meneer Stoffer. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Dank voor het antwoord. Ik ga in op de diversificatie. Zou de minister
bijvoorbeeld voor het zomerreces of in ieder geval uiterlijk voor
Prinsjesdag een terugkoppeling kunnen geven aan de Kamer over de
voortgang op diversificatie en wat die concreet oplevert? Ik stel mij
voor dat dat schriftelijk kan.
Minister Sjoerdsma:
Dat is goed. Dat doe ik graag. Dat zeg ik graag toe. Ik zal even
nadenken over het beste moment om dat te doen. Ik denk eigenlijk dat we
ervoor moeten zorgen dat die brief er dan ook voor de suppletoire
begroting ligt. Ik denk dat dat in zekere zin met elkaar verbonden is.
Dan kunt u ook kijken hoe u de suppletoire begroting weegt en hoe u de
inspanningen hier ziet. Weet dat wij de aansporingen om daar tempo mee
te maken en om te doen wat we kunnen doen zeer ter harte nemen. Ik denk
dat het vorige kabinet die ook al ter harte heeft genomen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als we het hebben over UNRWA, dan gaat het over mensen in hele grote
nood. Wat betreft diversificatie en een alternatief hoorde ik deze
minister al zeggen dat er op dit moment geen alternatief voor UNRWA is.
Ook alle experts zeggen dat. Diversificatie qua hulp is op dit moment
gewoon heel erg moeilijk. Mensen zijn dus afhankelijk van de hulp van
UNRWA. Dan hebben we het over een organisatie waar geen alternatief voor
is. De minister zegt ook dat UNRWA medewerkers en middelen verloren
heeft en onder grote druk staat om dat werk nog te kunnen doen, terwijl
de humanitaire nood eigenlijk alleen maar groter is geworden. Deze
minister kiest er nu voor om dit pas weer in het najaar voor te leggen
aan de Kamer omdat er gedoe is in de Kamer omdat dit minderheidskabinet
nog niet zo goed weet met wie het op welke manier moet samenwerken. Deze
mensen mogen daar toch niet onder lijden? Mijn vraag aan de minister is
dan: vindt hij niet dat de humanitaire nood van mensen in Gaza en op
andere plekken op dit moment voorop zou moeten staan en dat er dus niet
gewacht moet worden tot het einde van het jaar?
Minister Sjoerdsma:
Het is misschien goed om in algemene zin te zeggen dat voor het kabinet,
zeker wat betreft noodhulp, de nood voor mensen vooropstaat, centraal
staat en de eerste prioriteit heeft. Ik denk dat dat ook de reden is dat
het vorige kabinet nog met deze begroting begin dit jaar reeds 11
miljoen euro aan UNRWA heeft overgemaakt. Ik denk dat het wel goed is om
nog iets specifieker te zijn als het gaat over noodhulp, wat ook ziet op
de vraag van de heer Stoffer. Wat is onvervangbaar bij UNRWA? UNRWA
heeft een ontzettend groot palet aan dienstverlening dat zij aanbiedt.
De basisdienstverlening die zij biedt aan Palestijnse vluchtelingen is
onvervangbaar. Ik zou zelf willen zeggen dat UNRWA ook onvervangbaar is
als het gaat over noodhulp, maar er zijn wel andere organisaties die ook
in de positie zijn om iets te doen. Ook gelet op de brede steun die ik
proef in uw Kamer, voorbij het punt over het politieke proces, om ervoor
te zorgen dat het lijden van Palestijnen en Palestijnse vluchtelingen zo
goed mogelijk wordt verlicht, gaan we wat betreft die noodhulp volle
kracht vooruit. Dat geldt ook voor organisaties als UNICEF, WFP en het
Rode Kruis.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is ook goed, hĆØ. Niemand hier is tegen diversificatie van hulp. Het
is nooit goed als hulp aan bijna een heel volk afhankelijk is van ƩƩn
organisatie. Niemand is daarop tegen, maar we weten ook dat dat op dit
moment heel moeilijk is. We zien dat andere humanitaire organisaties de
toegang is ontzegd. We zien dat bijvoorbeeld voedselhulp, maar ook
humanitaire hulp nog steeds maar beperkt binnenkomt, ook in het geval
van Gaza. We zien de noden in Libanon Ʃnorm toenemen op dit moment; ook
een hele grote groep Palestijnen die daar zit, is volledig afhankelijk
van UNRWA. De humanitaire noden zijn nu gewoon heel hoog. Ik vraag mij
dan af wat er in dit debat moet prevaleren. Moet de zoektocht van dit
kabinet hoe het als minderheidskabinet omgaat met de oppositie
prevaleren of moeten we laten prevaleren om op dit moment binnen het
budgetrecht van de Kamer ā de minister zegt dat dat kan ā en ook binnen
deze begroting de humanitaire nood te zien en daar ook nu aan te
voldoen? Ik ben zo bang dat heel veel humanitaire hulp voor mensen in
het gedrang komt als we wachten tot het najaar.
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vraag. Hier geldt dat Nederland echt een heel grote
inspanning levert en ook een hele grote verantwoordelijkheid voelt om
het leed daar ter plekke te verzachten. Dat ziet deels op de financiƫle
steun die wij geven aan organisaties die daar levensreddend werk doen
onder hele moeilijke omstandigheden. Maar het ziet voor een deel
natuurlijk ook op iets anders en dat is ervoor zorgen dat die
organisaties hun werk kunnen doen en dat er toegang is. Ik denk dat dat
aspect tot nu toe onderbelicht is gebleven in dit debat. Het is cruciaal
dat Nederland samen met andere bondgenoten de druk op de Israƫlische
regering hoog houdt om ervoor te zorgen dat die essentiƫle noodhulp en
essentiƫle diensten, middelen en goederen de Gazastrook ingelaten
worden, dat de noodhulp gewoon op peil is en dat de problemen die
mevrouw Dobbe terecht noemt, kunnen worden aangepakt. Nogmaals, als het
gaat over wanneer dit geld ter beschikking aan UNRWA kan komen: begin
dit jaar is er reeds 11 miljoen euro overgemaakt. Onze route nu is via
de suppletoire begroting van september. Als uw Kamer dat in meerderheid
later dan wel eerder wel dan wel niet wenst, is dat aan uw Kamer. Dat is
de realiteit van een minderheidskabinet: wij zijn gehouden aan hoe uw
Kamer het in meerderheid wenst.
De voorzitter:
Volgens mij is mevrouw Dobbe tevreden op dit moment. We gaan naar de
heer De Roon.
De heer De Roon (PVV):
Ik wilde het toch nog even hebben over een andere uitspraak van de
minister, namelijk "UNRWA is onmisbaar". Er zijn ook mensen die zeggen
dat Hamas onmisbaar is. Ik neem niet aan dat dat het standpunt is van de
minister. Als dat wel zo is, dan moet hij dat nu zeggen. Mijn vraag gaat
natuurlijk over UNRWA. De minister kwam met die afscheidsbrief van
Lazzarini, het voormalig hoofd van UNRWA. Dat is een beetje een
larmoyante brief, waarin UNRWA in een soort slachtofferrol kruipt door
zich af te vragen hoe het toch kan dat zo veel van hun mensen in het
schootsveld zijn terechtgekomen in Gaza. Het antwoord op die vraag is
heel simpel, want dat is nou juist die verwevenheid die tussen UNRWA en
Hamas is ontstaan. Het is in het vorige stuk van het debat allemaal al
uitvoerig aan de orde geweest, maar ik herhaal toch nog eventjes dat 30
werkplaatsen van UNRWA rechtstreeks toegang gaven tot dat tunnelstelsel
van Hamas, waarin zij hun terroristische daden konden voorbereiden. Als
je dat laat ontstaan binnen je organisatie ā meneer Lazzarini heeft dat
niet alleen gedaan, zijn voorganger heeft dat ook al laten ontstaan ā
dan is dat dus een soort ā¦
De voorzitter:
Wat is uw vraag aan de minister?
De heer De Roon (PVV):
Iedereen heeft de gelegenheid gekregen om een inleidend praatje te
houden.
De voorzitter:
U heeft nu inmiddels meer dan ƩƩn minuut gesproken. Zou u tot de vraag
kunnen komen?
De heer De Roon (PVV):
Nou, ik ga het afronden. UNRWA is gewoon een etterende zweer geworden.
Ze heeft er niets aan gedaan om dat tegen te houden en heeft zelfs
altijd die verwevenheid met Hamas ontkend. Dan moet je natuurlijk niet
raar opkijken als er gezegd wordt dat UNRWA is verweven met Hamas. Is
het dan niet zo dat we uiteindelijk van UNRWA in deze vorm af moeten?
Dat is mijn vraag aan de minister.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, ik hoop dat u mij toestaat om toch even op een aantal
elementen te antwoorden. Het eerste element is uiteraard dat dit
kabinet, net als denk ik alle Nederlandse kabinetten hiervoor, de
grootst mogelijke afstand tot Hamas bewaart, het als een
terreurorganisatie beschouwt, daar niks mee te maken wil hebben en niet
wil dat daar op enigerlei wijze, direct of indirect, ook maar een euro
Nederlands belastinggeld naartoe gaat.
Tegelijkertijd wil ik iets tegenover de verwevenheid die de heer De Roon
hier schetst, stellen. Dat gaat over de beschuldigingen die tegen deze
organisatie zijn gedaan op 26 januari 2024 vanuit Israƫl, namelijk dat
twaalf UNRWA-medewerkers werden verdacht van mogelijke betrokkenheid bij
de aanslagen. Laat ik daar heel helder over zijn: als dat zo zou zijn,
is dat uiteraard verschrikkelijk. De genoemde medewerkers zijn op
staande voet ontslagen. Daarna zijn er onderzoeken gedaan door zowel de
VN zelf, het Office of Internal Oversight Services, het OIOS-rapport,
als een onafhankelijk onderzoek door Colonna, dat zeer doorwrocht is.
Als je het onderzoek van Colonna doorneemt, dan lees je dat er staat:
geen grote systemische problemen, robuuste mechanismes voor het
waarborgen van het neutraliteitsprincipe, meer dan alle andere
VN-organisaties. Dat is best een stevige constatering, nadat er eerst
ook stevige beschuldigingen tegenover stonden. Niettemin constateert
Colonna wel ruimte voor verbetering. Die verbeteringen zijn gevangen in
50 aanbevelingen, waarvan UNRWA heeft toegezegd ze allemaal te willen
uitvoeren; dat hebben ze ook herhaald in de richting van mijn
ministerie. Ze maken op dit moment goede voortgang, maar hebben tot nu
toe nog niet alles uitgevoerd. Ze zijn daar wel mee bezig.
Om het even in alle transparantie uit te splitsen, wil ik het ook nog
even hebben over dat OIOS-onderzoek en de negentien medewerkers die zijn
onderzocht: voor ƩƩn van hen is geen bewijs geleverd, in negen gevallen
bleek het bewijs onvoldoende om betrokkenheid aan te tonen en in de
negen overige vallen ā dit komt even op een precieze formulering ā zou
"het bewijs, indien het gevalideerd en bevestigd zou kunnen worden,
hetgeen niet gebeurd is, mogelijk kunnen onderbouwen dat de
beschuldigden betrokken zijn geweest". Ondanks het feit dat het niet
bewezen is, dat het geen harde lijn is en dat ze daar geen harde feiten
op tafel hebben gelegd, heeft de VN deze mensen toch ontslagen. Ik vind
dat goed. Het getuigt van het heel serieus nemen van de zorg, die de
heer De Roon en anderen in deze Kamer ook hebben, dat er geen
verwevenheid mag ontstaan tussen aan de ene kant UNRWA en aan de andere
kant Hamas. Ik proef uit die rapporten dat UNRWA daar ontzettend hard op
zit, zowel aan de preventieve kant als wanneer er geconstateerd wordt
dat er mogelijkerwijs toch iets is. Kijkend naar het plaatje herhaal ik:
UNRWA is inderdaad echt onontbeerlijk; daar kunnen we niet omheen.
De voorzitter:
Meneer De Roon, een vervolgvraag.
De heer De Roon (PVV):
Ik constateer dat de minister in ieder geval niet ingaat op die 30
werkplaatsen van UNRWA, die rechtstreeks toegang gaven tot de tunnels
van Hamas. Maar wat daar ook van zij, UNRWA kan gewoon niet functioneren
in Gaza als Hamas het niet toestaat. Er moet dus samenwerking zijn
tussen Hamas en UNRWA, op welke manier dan ook. Ik zeg niet dat UNRWA
zichzelf per definitie schuldig heeft gemaakt aan terrorisme, maar
sommigen van hen wel. In Libanon is door Israƫl een Hamasterrorist om
het leven gebracht die op de loonlijst van UNRWA stond. U kunt die
verwevenheid wel klein proberen te maken door te zeggen dat het maar van
een aantal bewezen is en dat er bij een aantal anderen die verdacht
werden, is ingegrepen, maar het is natuurlijk logisch dat als je je
schuld, je betrokkenheid en je verantwoordelijkheid daarvoor wil
witwassen, je zorgt dat je van die mensen afkomt. Dat hebben ze dus ook
gedaan bij UNRWA.
De voorzitter:
Uw vraag is?
De heer De Roon (PVV):
Mijn vraag, of beter gezegd mijn opmerking, is dat dit hiermee allemaal
niet witgewassen is. Er zijn natuurlijk veel aanwijzingen voor
betrokkenheid van UNRWA bij wat Hamas doet. Tegen met name mensen van
UNRWA die dat doen, is nooit goed opgetreden. Dat is pas gebeurd als er
onomstotelijk bewijs lag.
De voorzitter:
Dus uw vraag is, meneer De Roon?
De heer De Roon (PVV):
Dat betekent dus, naar mijn mening, dat de minister de hele kwestie van
de verwevenheid van UNRWA en Hamas niet heeft weggenomen. Die bestaat
tot op de dag van vandaag.
Minister Sjoerdsma:
Zoals ik de organisatie ken en zoals de heer Lazzarini over de
organisatie spreekt, zou het witwassen van dingen die niet witgewassen
zouden mogen worden, het laatste zijn wat hij zou willen doen. In alle
eerlijkheid vind ik dat de VN hierin best ver is gegaan. Dat betekent
dat aan de preventieve kant geconstateerd is dat de systemen die ervoor
zijn om dit soort onverkwikkelijke zaken te voorkomen, op orde zijn.
Vervolgens is er heel serieus onderzoek gedaan. Uit dat onderzoek is er
geen bewijs geleverd voor het grootste deel van de mensen die erbij
betrokken waren. Voor andere mensen is er een soort van signaal of een
schijn van bewijs geleverd dat niet gevalideerd of geverifieerd kon
worden. Ondanks het feit dat er geen hard bewijs is, heeft de VN gezegd:
we ontslaan deze mensen toch. Dat gaat heel erg ver. Als je dat in
Nederland zou doen op basis van die signalen, zou je voor de rechter
staan. Dan denk ik dat je gedwongen zou worden om die medewerkers weer
terug in dienst te nemen. Vanwege de zorgen, die de heer De Roon ook
heeft en die ik heel goed snap, heeft de VN gezegd dat ze de schijn op
geen enkele manier willen laten bestaan. Zij willen heel helder zijn
over hun mandaat en over hoe ze opereren. Dat is niet met Hamas, maar
langs hun eigen VN-mandaat. Dat vind ik te waarderen, ook in die
moeilijke omstandigheden.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
We zitten nu een dik uur in het debat. Er is veel gewisseld. De minister
heeft geprobeerd uit te leggen dat er dingen niet goed zijn gegaan en
dat hij het onhandig heeft aangepakt. Eigenlijk is voor mij nog steeds
volstrekt onduidelijk wat hij nou anders gaat doen en wat dat betekent
voor zijn opstelling richting de Tweede en met name de Eerste Kamer. Hij
rijdt daar gewoon op een rechte muur af. Hij heeft namelijk een
begroting waarvan hij weet dat rechts geen meerderheid biedt, als het
kabinet werkelijk voornemens is om UNRWA te steunen. Hij weet dat voor
partijen zoals Progressief Nederland, voor ons, deze
monsterbezuinigingen van het vorige kabinet absoluut niet draaglijk
zijn.
Minister Sjoerdsma:
Deze vraag ziet ook op de volgende vraag die sommige van de collega's
van mevrouw Krƶger hebben gesteld. Hoe wil deze minister dat vertrouwen
herstellen? Ik denk dat er twee dingen zijn. EƩn. Ik denk dat het van
belang is om goed te luisteren naar de signalen uit deze Kamer over wat
hier is gebeurd en daarop te reflecteren. Dat heb ik hopelijk vandaag
gedaan door heel helder aan te geven wat ik beter had moeten doen en wat
ik niet goed heb gedaan. Tegelijkertijd klopt het: deze begroting moet
richting de senaat. Ik kan daarop niet al te veel vooruitlopen, want die
luxe heb ik niet, zoals mevrouw Krƶger terecht schetst. Tegelijkertijd
wil ik de senaat ook met open vizier tegemoet treden. Ik zal ook daar,
net zoals ik in de Tweede Kamer heb gedaan, met alle partijen spreken,
omdat dit een begroting is waarin ontzettend veel belangrijke zaken
zitten. Er zitten handelsinstrumenten in die echt van cruciaal belang
zijn in deze ingewikkelde geo-economische tijden. Er zitten ook hele
serieuze ontwikkelingssamenwerkingsprojecten en -programma's in die weer
cruciaal zijn voor óf het welzijn van de wereld óf ons eigenbelang,
afhankelijk van hoe je erin zit. Ik heb niet zo lang geleden een
constructief eerste gesprek gehad met uw commissie, maar dan de variant
van de Eerste Kamer. Daar hebben sommige partijen, waaronder de partij
van mevrouw Krƶger, PRO, en overigens ook de partij van de heer Stoffer,
heldere signalen afgeven over hoe zij deze begroting zien en wat daaraan
veranderd moet worden. Ik zal langs al deze senatoren gaan om mijn oor
te luisteren te leggen om te kijken op welke wijze we daar tot een
meerderheid kunnen komen.
De voorzitter:
Mevrouw Krƶger heeft een vervolgvraag.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Eigenlijk blijft de minister weglopen van het feit dat
er een duidelijke keuze voorligt. Je kan niet shoppen. Het kan niet de
ene keer UNRWA over rechts zijn om dan de volgende keer te proberen over
links een meerderheid te zoeken. Dat kan niet. Dat heeft deze Kamer
volgens mij nu in verschillende toonaarden aangegeven. De Voorjaarsnota
die voorligt, laat zien dat er nog minder geld naar OS gaat dan onder
kabinet-Schoof. Deze minister legt een monsterbezuiniging vanuit het
vorige kabinet aan de Eerste Kamer voor. En er ligt een politieke wens
om UNRWA te steunen. Dat heeft de minister in een brief aan de Kamer
duidelijk gemaakt. Er moet dus een keuze gemaakt worden. De minister zei
net de hele tijd "ik wil iedereen recht doen", maar dat moet geen
eufemisme worden voor van twee walletjes eten, en dat dreigt wel
behoorlijk te gebeuren.
Minister Sjoerdsma:
Ik denk dat dit een duidelijke vraag is. Tegelijkertijd kan ik ook niet
voorsorteren op wat de gesprekken in de senaat opleveren. Ik heb
simpelweg niet de luxe ⦠Heel plat gezegd, heb ik deze begroting geërfd
van een vorig kabinet en moet ik het in eerste instantie daarmee doen.
De begrotingsbehandeling daarvan is geweest, de amendementen zijn
geapprecieerd en de stemmingen zijn geweest. Richting de Eerste Kamer
zal ik simpelweg bescheiden met de pet in de hand rond moeten om te
kijken langs welke route deze begroting een meerderheid kan krijgen. Ik
ben het zeer met mevrouw Krƶger eens dat je dat het liefst op een zo
consistent mogelijke manier doet. Dat zou ook zeker mijn inzet zijn. Dat
is ook wat ik heb proberen te zeggen in mijn openingsstatement, namelijk
dat het ongelofelijk belangrijk is dat afspraken expliciet zijn en dat
ze consistent kunnen zijn, inderdaad het liefst van de Tweede Kamer naar
de Eerste Kamer. Die luxe is mij niet gegund, mede door mijn eigen
onhandigheid. Dat betekent dat ik in de gesprekken met de senaat open
zal staan voor wat zij daar aan voorwaarden of wensen neerleggen. Dan
zullen we moeten zien op welke wijze wij tot een meerderheid kunnen
komen.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
De minister benadrukt de hele tijd dat hij deze begroting heeft geƫrfd
en dat hij eigenlijk niet precies weet wat de verwachtingen zijn van de
verschillende fracties, maar volgens mij zijn die verwachtingen
glashelder. Onze verwachting is neergelegd in twee amendementen, ƩƩn om
UNRWA te steunen en ƩƩn om de extra bezuiniging die is ontstaan door de
koppeling los te laten, ongedaan te maken. De verwachting vanuit rechts
was ook helder, namelijk: geen steun voor UNRWA en geen aanpassing van
de begroting. Gegeven dat die verwachtingen glashelder zijn, is de vraag
aan de minister eigenlijk of er al gesprekken zijn met de minister van
Financiƫn over extra budget.
Minister Sjoerdsma:
Die vraag snap ik goed, maar het begint eerst gewoon met gesprekken in
de senaat. Ik denk ook dat dat gepast is. Ik zal eerst in de senaat
gewoon moeten ophalen hoe zij aankijken tegen deze begroting, hoe zij
aankijken tegen hetgeen er gebeurd is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat
de samenwerking daar met een schone lei kan beginnen. Die signalen moet
ik vervolgens meenemen de boezem van het kabinet in om ā¦
O, hallo. Mevrouw Hermans komt zich ook even melden. Als er nog meer
komen, kunnen we dat gesprek met het hele kabinet meteen hier voeren. Ze
is alweer weg. Wellicht keek een van u wat streng.
Pas op basis van die signalen kan ik dat gesprek in het kabinet voeren
en niet eerder. Het zou ook niet goed zijn om daarop vooruit te lopen.
Dat zou ook geen recht doen aan de positie van de collega's van mevrouw
Krƶger in de senaat. Tegelijkertijd zal ik daar ook benadrukken ā daar
heb ik dan ook de kans toe, zeker als we die begroting daar behandelen ā
hoe ongelofelijk belangrijk deze begroting en datgene dat er wel in
staat in deze tijden zijn. Dat gaat om het geld voor
ontwikkelingssamenwerking en voor maatschappelijke organisaties, om de
mogelijk om weer in Nederland te lobbyen, maar aan de andere kant ook om
hoe ongelofelijk belangrijk de handelsinstrumenten zijn die in deze
begroting staan. Dat zal ik ook onder de aandacht brengen. Dan zal ik
kijken welke respons ik daar krijg en die zal ik weer mee terug nemen
naar het kabinet.
De voorzitter:
Mevrouw Krƶger, uw laatste interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw Krƶger (GroenLinks-PvdA):
Ja, dit is mijn laatste interruptie. De minister is gaan slalommen, maar
de minister staat niet alleen. Het is een minderheidskabinet dat
duidelijk nog geen plan heeft voor hoe tot meerderheden te komen.
Volgens mij is het duidelijk dat je een stabiele meerderheid niet met
politieke trucs bouwt. Ik mis bij de minister eigenlijk de erkenning dat
je het onderwerp ontwikkelingssamenwerking en de politieke wens van dit
minderheidskabinet om UNRWA te steunen alleen kunt doen met partijen die
daar ook vóór zijn. Hij blijft eigenlijk in de slalomstand. Dat baart
mij wel zorgen. Nogmaals, ik mis een plan.
Minister Sjoerdsma:
Dit sentiment snap ik. Het hangt wel echt samen met de situatie zoals ik
die heb aangetroffen. Ik heb gewoon een begroting aangetroffen van een
vorig kabinet. Ik kan daar zelf ook van alles van vinden, maar het
betekent dat een van de voornemens, geen onbelangrijk voornemen, van
deze coalitie om 257 miljoen euro toe te voegen aan de OS-begroting ā ik
kan me voorstellen dat dat vanuit de zijde van PRO zou worden
toegejuicht ā pas in 2027 is; dat is niet in dit jaar. Ik kan dat er ook
niet zomaar bijgoochelen, helaas. Dat betekent dat ik me heb te
verhouden tot deze begroting en tot de wensen en voorwaarden die
Kamerleden stellen voor de goedkeuring van die begroting. Nogmaals, ik
snap dat dat frustrerend is en ik snap ook dat mevrouw Krƶger nu
duidelijkheid wil, maar die kan ik pas geven nadat ik in de senaat ben
geweest, nadat ik de collega's van mevrouw Krƶger heb gesproken om te
bezien welke route daar mogelijk is. Ik snap goed welke route zij
voorstelt. Dat is een duidelijk geschetste route en ik denk ook dat het
een van de routes is, maar ik zal wel echt langs al die Kamerleden
moeten gaan.
De voorzitter:
Dank u, minister, voor dat antwoord. Ik constateer dat wij nog vier
interruptieaanvragen hebben staan. Allereerst is de heer Bamenga, dan
mevrouw Van Ark, mevrouw Maes en mevrouw Lammers. Ik constateer ook dat
we nu geen tweede termijn van dit debat gaan doen. Ik roep degenen die
nog interrupties hebben daarom op om die, als u die nog wilt doen, voor
twaalf uur te doen, want dan kan het nog. U kunt de tweede termijn dan
in het tweeminutendebat doen, als dat tenminste aangevraagd wordt. Dan
gaan we nu gewoon de interrupties afmaken, want het is belangrijk om dit
onderwerp goed te bespreken, denk ik, dus daar wil ik iedereen de
gelegenheid toe geven. We gaan eerst naar de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Terwijl we hier aan het debatteren zijn, zijn er
mensen die in de meest verschrikkelijke en catastrofale situatie moeten
overleven. De minister sprak net al over Libanon, dat op dit moment te
maken heeft met Israƫlische aanvallen. Er wordt gesproken van de
grootste aanvalsgolf tot nu toe, met honderden doden en explosieve
wapens die ingezet worden in dichtbevolkte gebieden. Ik zou allereerst
van de minister willen weten hoe dit kabinet deze aanvallen van Israƫl
op Libanon beoordeelt.
Minister Sjoerdsma:
Deze vraag ligt deels op het terrein van de minister van Buitenlandse
Zaken, denk ik. Ik herhaal datgene wat hij daarover heeft gezegd en wat
de minister-president daarover naar buiten heeft gebracht: Nederland
heeft niet alleen het staakt-het-vuren in de omgeving van Iran
verwelkomd, maar dringt ook nadrukkelijk aan op een staakt-het-vuren
tussen Israƫl en Libanon. Dat is van ongelofelijk groot belang, vanwege
de redenen die de heer Bamenga ook noemt, namelijk de enorme
hoeveelheden burgerslachtoffers, de vernietiging van civiele
infrastructuur en het aantal hulpverleners en journalisten dat is
omgekomen. Elke minuut, elk uur en elke dag dat dat geweld doorgaat is
er een te veel.
Voor een staakt-het-vuren zijn wel twee dingen nodig. Aan de ene kant is
het nodig dat Israƫl de gewelddadigheden stopt, maar aan de andere kant
is het natuurlijk ook nodig dat Hezbollah stopt met het afvuren van
raketten. Dat deden ze gisteren of vandaag ā ik ben even kwijt wanneer
het precies is gebeurd ā nog steeds. Wij denken dat het cruciaal is dat
het staakt-het-vuren er komt, omdat er voor deze gewelddadigheden
eigenlijk best perspectief was dat de Libanese regering langzaam maar
zeker de formele macht in dat land wist over te nemen van Hezbollah. Er
was vooruitgang bij de ontwapening van Hezbollah. Dat dreigt nu teniet
te worden gedaan. Hezbollah krijgt uiteraard zware klappen, maar we zien
tegelijkertijd dat de organisatie nu weer groter aanzien geniet, omdat
de Libanese regering zelf niet voldoende in staat is om de eigen burgers
te beschermen. De inzet van Nederland hierbij is op dat
staakt-het-vuren. De inzet hierbij is natuurlijk ook ā dat is dan meer
vanuit mijn eigen portefeuille ā om alles te doen wat wij kunnen doen om
ervoor te zorgen dat de ontheemden in Libanon toch iets van opvang en
ondersteuning krijgen. De aantallen lopen namelijk elke week, elke dag
weer op. We zitten volgens mij op meer dan een miljoen intern ontheemden
in een land dat bovendien al honderdduizenden Syrische vluchtelingen
binnen de eigen grenzen huist. We moeten daar alles aan doen. Dat is ook
waarom ik anderhalve week geleden nog een keer 6 miljoen euro Nederlands
geld beschikbaar heb gesteld om de noden daar te lenigen.
De voorzitter:
Meneer Bamenga, een vervolgvraag.
De heer Bamenga (D66):
Dank voor de reactie dat het kabinet in ieder geval aandringt op een
staakt-het-vuren. Mijn vraag ziet ook op de proportionaliteit van de
aanvallen en de beoordeling daarvan. In hoeverre beoordeelt het kabinet
ook of dit in lijn is met het oorlogsrecht? Wil het kabinet dat in ieder
geval veroordelen?
Minister Sjoerdsma:
Dank voor die vraag. Ik heb me daar ook eerder over uitgesproken toen
het ging over een aanval op gezondheidsmedewerkers. Hiervoor geldt dat
het van het grootste belang is om dingen formeel vast te stellen. Dat is
soms best frustrerend; ik snap die frustratie goed. We voelen allemaal
aan deze situatie dat er dingen niet goed gaan, gelet op het aantal
burgerdoden en het aantal gedode hulpverleners. Tegelijkertijd zijn
bewijsvergaring en gedegen onderzoek van groot belang om daadwerkelijk
te kunnen vaststellen wat er is gebeurd en om daar vervolgens een
positie over in te nemen. Dat doet Nederland ook. Nederland dringt aan
zowel de Libanese als de Israƫlische zijde zeer aan op onafhankelijk
onderzoek, op bewijsvergaring en op het acteren op die bewijsvergaring.
Dat gaat over de dingen die gebeurd zijn, in bredere zin. Ik denk dat
dat nogmaals onderstreept hoe ongelofelijk urgent Nederland inzet op dat
staakt-het-vuren, om te voorkomen dat er nog meer van dit soort zaken
plaatsvinden.
De heer Bamenga (D66):
Het lijkt me goed dat Nederland blijft aandringen op het
staakt-het-vuren. In hoeverre levert Nederland ook een bijdrage aan de
bewijsvergaring hiervan?
Minister Sjoerdsma:
Die is cruciaal. Ik heb toevallig gisteren de kans gehad om hier ook
even met onze ambassadeur in Libanon over te spreken. Hij voelt ook ā
dat is volgens mij een breed gevoel onder Europese lidstaten wat betreft
Libanon en Beiroet ā dat je in deze tijden ook niet helemaal van de
Libanese regering mag verwachten dat zij alles in hun eentje doen en
daar ook de middelen voor hebben. Wij zijn dus met enige urgentie aan
het kijken naar wat wij kunnen doen en naar wat in onze macht ligt om
hen daarin te ondersteunen, waarbij natuurlijk ook gezegd moet worden
dat het ook van belang is dat er aan de Israƫlische zijde onderzoeken
plaatsvinden. Dat kan niet alleen maar vanuit de Libanese zijde
gebeuren. Daarvoor is diplomatieke druk dan weer van belang. Met die
combinatie proberen we daar stappen in te zetten.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank aan de minister voor de antwoorden. Ik denk dat de minister heel
duidelijk heeft gezegd: dit had anders gemoeten. Wat mij en het CDA
betreft siert dat de minister. Heel veel dank daarvoor. Ik heb nog een
vraag aan de minister. Ik denk dat hij terecht constateert dat de banden
tussen UNRWA en Hamas op dit moment niet aanwezig zijn. Kan de minister
ook aangeven hoe we er in Nederland voor zorgen dat het geld dat wij
besteden aan hulporganisaties zoals UNRWA, maar ook aan andere
Nederlandse organisaties die heel belangrijk werk doen in gebieden zoals
Gaza, goed terechtkomt? Kan de minister daarop ingaan?
Minister Sjoerdsma:
Ja, of het goed terechtkomt ... Ik denk zelf in alle eerlijkheid dat de
noden in Gaza zo groot zijn dat elke euro die je daar kan besteden, alle
hulp die daarnaartoe kan gaan, goed besteed wordt. Het is denk ik ook
ongelofelijk moeilijk voor hulporganisaties. Zij staan voor zeer
ingewikkelde keuzes. Met de beperkte budgetten die ze hebben, moeten ze
kiezen tussen welke noden ze nu moeten gaan lenigen: moet het geld naar
de opvang, naar medicijnen, naar water of naar voedsel? Daarbij speelt
ook nog een geografische vraag, namelijk waar ze wel en waar ze niet bij
kunnen komen, en moeten ze soms kiezen tussen gezinnen. Ik denk dus dat
er daarbij hele grote dilemma's zijn en ik ben blij dat ik er niet
dagelijks voor gesteld wordt. Ik zou niet weten hoe ik daarmee om moet
gaan. Die organisaties doen dat wel. Ik wil hun bij onze financiering
ook wel de vrijheid geven om daar zelf goed naar te kijken en om zelf
elke keer die afweging te kunnen maken.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik bedoel eigenlijk ook nog duidelijker te vragen: hoe zorgen we ervoor
dat we in Nederland onze duediligenceprocessen goed op orde hebben? Mijn
ervaring is dat Nederlandse organisaties aan heel veel
beoordelingscriteria moeten voldoen, zoals risicoassessments. Heel veel
organisaties kennen bijvoorbeeld de ORIA wel. Kunt u misschien ingaan op
wat de organisaties allemaal moeten doen om ervoor te zorgen dat ze geen
risico lopen?
Minister Sjoerdsma:
Excuses, ik had de vraag net iets anders begrepen. Nederland is daar
echt ontzettend strikt in. Mevrouw Maes stelde die vraag ook in de
eerste termijn. Nederland is echt ontzettend strikt in de due diligence,
in procedures, in wat wij de organisaties waarmee wij werken en die
financiering van ons ontvangen, opleggen ā ik denk dat wij hun dat ook
terecht opleggen ā om te voorkomen dat er iets gebeurt, dat zij
bijvoorbeeld op de een of andere manier in aanraking komen met
terreurorganisaties. Het is terecht dat we dat doen; laat ik dat als
eerste zeggen. Maar het is wel zo zwaar dat sommige van die organisaties
zeggen: dit is echt een hele serieuze zware last. Ik vind: dat is dan
jammer; ze moeten dat dan maar dragen, gelet op het feit dat we dat
risico niet willen lopen. Maar aan de andere kant is het ook zo dat als
er wel iets fout gaat, Nederland daarin enorm transparant is. Ik denk
dat het goed is om ook dat te zeggen. Wij vinden het ongelofelijk
belangrijk dat als er malversaties zijn, die niet worden weggemoffeld,
maar dat ze worden aangepakt en dat we die ook melden, niet alleen in
het onderling overleg met die organisaties, maar ook in de richting van
de Kamer, en dat we vervolgens duidelijk maken welke maatregelen wij of
die organisaties zelf daarop hebben genomen of nog moeten gaan
nemen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Maes voor haar eerste interruptie.
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben heel blij met de reflecties van de minister naar aanleiding van
het debat van vorige week. Ik denk dat die op hun plaats zijn. Die
worden ook zeker gewaardeerd van mijn kant. Ik heb nog een aanvullende
vraag ten aanzien van UNRWA, die heel erg in lijn is met wat mijn
collega Van Ark daarover zojuist vroeg, maar die ietsje verder gaat.
Voor ons is die screening dus echt belangrijk. Dat is heel duidelijk,
denk ik. Het gaat niet alleen om de screening. Als we het erover hebben
dat het belangrijk is om die diversificatie toe te passen, is het ook in
dat opzicht belangrijk om daar een zekere mate van screening op toe te
passen. Ik hoop dat de minister daarover iets meer helderheid kan geven.
Die behoefte heb ik namelijk wel.
Minister Sjoerdsma:
Ik zoek even naar welke helderheid voor mevrouw Maes hierbij van belang
is, maar ik denk dat in algemene zin voor de ontwikkelingssector geldt
dat het de meest geƫvalueerde sector op aarde is. Als je de evaluaties
goed bekijkt, zie je dat die vaak heel positief zijn.
Twee. Als het gaat over deze specifieke regio, is de screening van
Nederland echt wel heel fors. Om maar even de analogie te trekken met de
evaluaties: deze organisaties behoren tot de best en zwaarst gescreende
organisaties. Dat betekent dat we er aan de voorkant echt alles aan
doen, en dat die organisaties daar overigens zelf ook alles aan willen
doen. Even voor de duidelijkheid: die verantwoordelijkheid wordt daar
enorm zwaar gevoeld. Zij zien ook de noodzaak om daarover op geen enkele
manier ook maar enige verdenking te laten bestaan. Dat was twee.
Dan drie. Ik denk dat het van groot belang is dat als er toch iets
gebeurt, het kabinet daar ook op acteert, maar dan zijn signalen of
andere dingen niet genoeg. Dat onderstreep ik toch even. Het moet dan
wel gaan om verifieerbaar bewijs, omdat we ook hebben gezien, en dat
raakt soms ook Nederlandse organisaties, dat er rapporten verschijnen
waarbij er, als je er vervolgens doorheen prikt, niet zo veel over
blijft van die aantijgingen. Dus ja, a aantijgingen moeten we serieus
nemen, en b moeten we die vervolgens onderzoeken en c: als er niks uit
komt, kun je ze afdoen, maar als er wel iets uitkomt, moet er uiteraard
geacteerd worden.
De voorzitter:
Mevrouw Maes voor een vervolgvraag.
Mevrouw Maes (VVD):
Prima. Dank u voor het antwoord. Wat u zegt over de aantijgingen en dat
die verifieerbaar moeten zijn, is helder. Met betrekking tot het
diversificeren van de hulp bedoelde ik ook het volgende. We hebben bij
UNRWA toch nog steeds wel onze twijfels over of dat geld op een goede
manier besteed wordt, niet zozeer of het bij de goede mensen
terechtkomt, maar met name of er geen elementen in zitten die toch
gelieerd zijn aan Hamas. Als het gaat om de andere organisaties die we
zouden willen steunen met het geld dat voor Palestijnen beschikbaar
komt, heb ik de vraag hoe je er dan voor zorgt dat je bij die
organisaties heel goed in beeld houdt dat daarmee op dezelfde nette
manier om wordt gegaan.
Minister Sjoerdsma:
Misschien toch heel eventjes het volgende. De gevoelens van mevrouw Maes
kan ik niet wegnemen. Als zij er nog steeds bedenkingen bij heeft, moet
ik die bij haar laten. Ik hoop dat ik helder ben geweest over wat er van
de zijde van de VN aan onderzoeken is geweest, niet alleen doorlichting
aan de preventieve kant, maar ook acteren op de dingen die zijn gebeurd.
Ik denk dat het ook van belang is ā en dat geldt niet alleen voor UNRWA
ā dat COGAT screent wie er wel of niet Gaza binnenkomt. Dat is een
Israƫlische organisatie. Daarmee hebben zij zelf een grote mate van
controle over wie daar wel of niet werkt. In aanvulling op mijn antwoord
van net: UNRWA deelt de staflijsten met gastlanden. Ook dat faciliteert
weer screening. Als je dat vergelijkt met hoe andere VN-organisaties
werken in andere conflictgebieden, dan zie je dat dit echt een mate van
screening is die nergens anders ter wereld voorkomt, denk ik.
Mevrouw Maes (VVD):
Helder. Ik heb nog ƩƩn vervolgvraag. Eigenlijk is dat een andersoortige
vraag. Die gaat over iets wat u vorige week zei. U zei vorige week, en u
heeft dat in dit debat ook een paar keer gezegd, dat het eigenlijk
onmogelijk is om in Gaza te werken zonder UNRWA. Misschien moet ik het
iets specifieker verwoorden. U heeft gezegd: je kan de Palestijnen niet
helpen zonder ā¦
De voorzitter:
Ik was niet bij dat debat; graag via de voorzitter spreken.
Mevrouw Maes (VVD):
Sorry. Excuses. Mijn vraag is dus op welke manier u daarmee om wil gaan.
Mijn gevoel is dat als het gaat om die diversificatie en de meerdere
organisaties, u erg toch erg vasthoudt aan UNRWA blijven steunen en
misschien nog wat andere, extra organisaties. Maar het zou toch wel onze
voorkeur hebben om te bekijken of je UNRWA kunt afbouwen en langzaamaan
andere VN-organisaties meer de ruimte kunt geven en dus ook de fondsen
daarnaartoe over te hevelen. U heeft daar vorige week over gezegd ⦠Nee,
sorry. Voorzitter, daar is vorige week door de minister over gezegd dat
dat onmogelijk is, maar ik zou daar graag nog wat meer toelichting op
willen krijgen.
Minister Sjoerdsma:
Dat is een vraag die ik goed begrijp. UNRWA doet een heleboel dingen. Ik
denk dat het goed is om dat uit elkaar te trekken. Aan de ene kant
verlenen zij noodhulp, maar zij doen ook ongelofelijk veel aan
basisdienstverlening. Als het gaat over noodhulp: ja, er zijn er ook
andere organisaties werkzaam in Gaza. Ik denk dat daar diversificatie
mogelijk is. Daar is het mogelijk dat andere organisaties, aanvullend op
UNRWA, zeer nuttig werk verrichten. Maar dat is niet mogelijk als het
gaat over die basisdiensten, die echt essentieel zijn, ook voor de
leefbaarheid van Gaza. In zekere zin ben ik het met mevrouw Maes eens
dat het goed zou zijn als UNRWA op een gegeven moment niet meer nodig
zou zijn, als er een Palestijnse staat zou zijn die in vrede en
veiligheid, en in goede nabuurschap met Israƫl kan samenleven, en dat
die staat kan zorgen voor de basisdienstverlening van de eigen inwoners.
Maar zo ver zijn we op dit moment om allerlei redenen nog lang niet.
Zolang dat niet zo is, wil ik ook niet doen alsof UNRWA zomaar
vervangbaar is. Daar kan ik gewoon niet in meegaan. Dat is helaas niet
hoe het op de grond is.
De voorzitter:
Mevrouw Lammers, voor haar laatste interruptie.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor de minister net zeggen dat de processen bij UNRWA allemaal goed
gescreend worden, maar nu heeft dus de heer Lazzarini zelf gezegd dat
zowel de Verenigde Staten als Zweden in 2025 al de financiering van
UNRWA heeft stopgezet. Daarnaast hebben Arabische landen ook nog 90%
minder financiering aan UNRWA toegekend. Ik vraag mij af wat deze landen
weten dat de minister niet weet.
Minister Sjoerdsma:
Volgens mij hebben de Verenigde Staten en Zweden dat stopgezet naar
aanleiding van de berichtgeving die er toen was over de eventuele
betrokkenheid van sommige van de personeelsleden van UNRWA bij Hamas.
Dat is ook de aanleiding geweest voor de onderzoeken die ik net
aanhaalde. Overigens is dat destijds ook voor Nederland de aanleiding
geweest om hulp aan UNRWA op te schorten. Dat zijn dus niet alleen de
Verenigde Staten en Zweden geweest, ook Nederland en vele andere
Europese lidstaten hebben dat gedaan. Dat heeft geleid tot de
onderzoeken die ik heb genoemd. Ik denk dat die onderzoeken zeer gedegen
zijn geweest en dat ze ook zijn geaccepteerd door een groot deel van
deze donorstaten. Het is volgens mij van groot belang dat de
aanbevelingen die daaruit voortkomen nu volledig worden uitgevoerd. De
situatie zoals mevrouw Lammers die beschrijft, ligt inderdaad enigszins
achter ons. Ik ben het wel met haar eens dat het ook in het Nederlands
belang en in het belang van Gazanen is om ervoor te blijven zorgen dat
het aantal landen dat bijdraagt aan UNRWA niet alleen afhankelijk is van
Nederland, maar dat ook Arabische landen een eigen verantwoordelijkheid
hebben. Absoluut. Die verantwoordelijkheid voelen ze volgens mij ook,
als ik afga op de gesprekken die ik met hen heb.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik wil toch nog even terugkomen op het punt over Libanon. We hebben
gezien wat er in Libanon, Gaza, Iran en nu ook in de gevangenissen van
Israƫl gebeurt. Dat zijn natuurlijk geen op zichzelf staande incidenten.
Het is een verzameling van dat een regime bezig is dat zich helemaal
niets aantrekt van het internationaal recht, dat genocidale taal en
daden hanteert, dat openlijk spreekt over vernietiging en zuivering en
dat nu met een doodstrafwet komt die alleen geldt voor Palestijnen. Mijn
vraag is of de minister erkent dat de situatie in Libanon geen op
zichzelf staand incident is. Erkent de minister dat er sprake is van een
patroon?
Minister Sjoerdsma:
Ik denk dat mevrouw Teunissen terecht zegt dat onze zorgen heel breed
zijn als het gaat over wat de Israƫlische regering doet; die zijn echt
heel erg breed. Dat betreft inderdaad niet alleen wat er in Libanon
gebeurt, hoewel dat nu misschien in zekere zin het meest actueel is. Dat
betreft ook wat er in Gaza is gebeurd en nu gebeurt, het niet toelaten
van humanitaire hulporganisaties. Dat betreft de zorgen over de alsmaar
uitbreidende illegale nederzettingen. Zo zijn er helaas nog een aantal
zaken waar het Nederlandse kabinet zorgen over heeft. Wij proberen al
die zaken, individueel dan wel in samenhang, aan te kaarten bij
Israƫlische counterparts. Dat doen we alleen dan wel met bondgenoten,
publiekelijk dan wel achter de schermen om te kijken of we daar toch
iets van verbetering in kunnen krijgen. Het is uiteindelijk van het
grootste belang dat ook de Israƫlische regering zelf inziet dat de
acties die ik net noemde niet in het belang zijn van de staat Israƫl en
niet in het belang zijn van de Israƫlische bevolking. Daar waar praten
niet werkt, heeft uw Kamer ook een aantal moties aangenomen die nog
steeds in ons hoofd zitten en die ook nog steeds in de Europese
overleggen naar voren worden gebracht. Daarbij geldt vaak wel dat
consensus vinden in Europa niet altijd makkelijk is. Tegelijkertijd
hebben we nationale maatregelen overeind staan, die u ook heel goed
kent. Sommige daarvan zijn al uitgevoerd, bijvoorbeeld als het gaat over
het tot persona non grata verklaren van mensen. Andere maatregelen zijn
nog in aantocht. Daarbij gaat het meer over wetgeving.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor in het antwoord van de minister dat hij erkent dat er wel een
patroon zit in het plegen van mensenrechtenschendingen door Israƫl. Ik
hoor ook in zijn antwoord een patroon in de opstelling van de
Nederlandse regering. Bij alles wat Israƫl doet, zegt de Nederlandse
regering: we hebben diepe zorgen, we hebben nationale maatregelen en het
is heel moeilijk om Europese maatregelen te nemen. De minister zegt net
zelf dat het voor een staakt-het-vuren in Libanon nodig is dat Israƫl
stopt. Is de regering het ermee eens dat als een staat gewoon
straffeloos doorgaat met schendingen van het internationaal recht, je
dan ook de maatregelen daartegen zult moeten intensiveren, ook op
nationaal niveau? Mijn vraag is de volgende. De minister is
verantwoordelijk, niet alleen voor ontwikkelingssamenwerking maar ook
voor handel. Van heel Europa is Nederland nog steeds een van de grootste
investeerders in Israƫl. Ik spreek de minister aan op zijn
verantwoordelijkheid. Welke verantwoordelijkheid ziet de minister om nu
extra maatregelen te nemen in zijn portefeuille?
Minister Sjoerdsma:
Misschien toch ook heel even een klein beetje procedureel: volgende week
heeft uw Kamer ook nog een Midden-Oostendebat, waar u uitgebreid met de
minister van Buitenlandse Zaken zult spreken. Maar terecht spreekt
mevrouw Teunissen mij aan op de onderdelen van de portefeuille die bij
mij liggen. Ik wil benadrukken dat dat wel in goede samenhang gebeurt.
Datgene dat de minister van Buitenlandse Zaken en de minister-president
zeer nadrukkelijk bespreken met onze Israƫlische counterparts, de druk
die daar ook bij wordt gelegd door middel van de maatregelen die
Nederland heeft voorgesteld en blijft voorstellen, ligt ook bij mijn
portefeuille. Uiteraard liggen daar stevige opties. Een van de opties is
het thema wapenexport, dat bij u in eerdere debatten natuurlijk al
voorbijgekomen is. Eigenlijk gaat alleen nog maar de verdedigende
wapenexport voor de Iron Dome die kant op. Het tweede thema gaat over de
nederzettingen. Er is wetgeving in voorbereiding voor producten uit
nederzettingen. Daar maken we zo goed als mogelijk haast mee, waar dat
kan in goed overleg met andere landen. We doen daar dus wel degelijk
heel veel. Tegelijkertijd gebiedt het realisme mij ook te zeggen dat
hoewel Nederland altijd het oor van de Israƫlische regering heeft en er
altijd gesprekken mogelijk zijn, het niet zo is dat het automatisch
leidt tot gedragsverandering als wij iets zeggen. Dat is teleurstellend.
Wij denken ook dat het niet in het belang is van de Israƫlische regering
zelf, maar de echte drukmiddelen liggen op dit moment elders. Daar zijn
we ook voor een deel van afhankelijk.
De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, een vervolgvraag.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister draait er hier toch wel een beetje omheen. Volgende week
hebben we een debat over het Midden-Oosten, maar in de eerste termijn
hebben we het al gehad over waar voor deze minister nou de rode lijn
ligt. Israƫl heeft een doodstrafwet ingevoerd en het enige wat de
Nederlandse regering zegt, is: we spreken ons daartegen uit. Vervolgens
zagen we in Libanon gisteren weer 250 doden extra, grondoffensief. De
minister zegt: we hebben diepe zorgen hierover. Ik zie dus op geen
enkele manier dat deze minister ook echt acties onderneemt, zoals
economische maatregelen of schorsing van de wapenhandel. We hebben ook
nog gezien dat een Nederlands schip gewoon munitie heeft vervoerd; daar
is in ieder geval grote schijn van. Er is geen enkel onderzoek gedaan
vanuit deze minister. Ik vraag hem dus: is deze minister bereid om ook
zijn best te doen om de inzet van de Nederlandse regering te
verstevigen, ook op zijn portefeuille, bijvoorbeeld als het gaat om
handelsmaatregelen?
Minister Sjoerdsma:
Wij zoeken altijd naar wat effectief is en naar waar wij resultaat mee
kunnen bereiken. Ik ben bereid naar alles te kijken en alles te
onderzoeken ā laat dat helder zijn ā maar het moet ook wel kunnen leiden
tot iets wat resultaat boekt. Het tweede is dat het ook moet kunnen
rekenen op een meerderheid in uw Kamer. Naar alles wat u mij vraagt,
waar u mij toe oproept en waar u een meerderheid voor heeft, zal dit
kabinet zeer serieus kijken, maar ik denk dat we dat niet moeten
onderschatten hoe duidelijk de Nederlandse regering op dit moment is.
Dat is wel van belang. Ik kan niet nalaten dat ze zeggen. Ik snap dat
dat niet voldoende is voor mevrouw Teunissen en dat zij dat steviger wil
zien, maar ik denk dat het heel stevig is.
De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, uw laatste interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uit alles blijkt dat de Nederland helemaal niet duidelijk is en dat de
Nederlandse regering Israƫl de hand boven het hoofd houdt. De reactie op
wat er gebeurt in Libanon is het meest recente voorbeeld daarvan: "We
hebben diepe zorgen." Kan deze minister een voorbeeld nemen aan de
Spaanse premier? Die zegt heel duidelijk: het is onverteerbaar wat er nu
gebeurt in Libanon; we moeten acties ondernemen tegen Israƫl, waaronder
de opschorting van het associatieverdrag. Ik zie dat Nederland in de
schriftelijke beantwoording van de minister reageert met: we hebben
ergens in februari gezegd dat het een mogelijkheid zou kunnen zijn om
artikel 2 van het associatieverdrag toch weer te gaan herzien. Dat noem
ik geen inzet voor sancties tegen Israƫl. Kan de minister zeggen dat hij
in ieder geval zijn inzet gaat intensiveren om echt sancties op te
leggen aan Israƫl voor de schendingen van het internationaal recht en
voor de mensenrechtenschendingen?
Minister Sjoerdsma:
Mevrouw Teunissen verwijst naar een statement van de Spaanse premier.
Misschien deed hij het op een andere toon dan de Spaanse premier of op
een andere toon dan mevrouw Teunissen wenst, maar ook onze
minister-president heeft zich zeer duidelijk uitgesproken, naar
aanleiding van een gesprek met de Israƫlische president Herzog. Het kan
inderdaad zijn dat de sterkte van de bewoordingen publiekelijk misschien
niet helemaal hetzelfde is, maar daar zit misschien minder licht tussen
dan nu wordt gesuggereerd. Ik denk dat hierin van cruciaal belang blijft
dat als je hier effectief iets tegen wil doen, die bewijsvergaring van
groot belang blijft. Dat hebben we in een eerder deel van dit debat ook
met elkaar besproken. Ik weet dat het soms frustrerend is.
Bewijsvergaring is van belang om vast te stellen wat er is gebeurd, wie
er verantwoordelijk voor is en wat je daar vervolgens mee kan doen. Ook
bij de suggestie de mevrouw Teunissen doet ā ik doe haar de toezegging
dat ik die mee zal nemen en zal bespreken met de minister van
Buitenlandse Zaken in aanloop naar het debat over het Midden-Oosten ā en
bij instrumenten als sancties en dat soort zaken hoort echt heel
serieuze bewijsvoering. Dat kan niet zomaar uit de losse pols, ook omdat
dat soort maatregelen aanvechtbaar zijn bij Europese rechters en omdat
je groot reputatieverlies lijdt op het moment dat je dat te makkelijk
doet. Maar ik heb haar goed gehoord. Ik heb haar suggesties ook goed
gehoord. Die neem ik mee terug.
De voorzitter:
U heeft geen interrupties meer, meneer Ceder. Het spijt mij. U bent
erdoorheen. We zijn best coulant geweest met interrupties. Meneer
Eerdmans heeft er nog ƩƩn. U wacht nog even, zie ik. Dan gaan we het
afronden. Meneer Van Baarle heeft nog een interruptie. Gaat uw
gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik wil in het verlengde van wat mevrouw Teunissen vraagt even doorvragen
bij deze minister. Er ligt gewoon een door de Tweede Kamer aangenomen
motie die de regering vraagt naar draagvlak te zoeken voor opschorting
van in ieder geval het handelsdeel van het EU-Israƫl-associatieakkoord.
Die motie is niet lang geleden met een meerderheid van de stemmen
aangenomen door de Kamer. Ik vraag van deze minister om er op zijn
portefeuille in Europa in internationaal verband, ook in de uitingen die
gedaan worden, gewoon actief werk van te maken om die motie uit te
dragen. Deze Kamer vraagt u dat.
Minister Sjoerdsma:
Voor de duidelijkheid: die motie vraagt dat; die is in meerderheid
aangenomen en is zeker niet zoekgeraakt; daar wordt aan gewerkt. Maar ik
zeg het nogmaals: het is helder wat wij als Nederland willen en wat u
als Kamer wilt, maar er ligt nog een enorm gat voordat dat zich ook laat
vertalen tot een Europese consensus. Op dit moment zit er dus echt nog
een kloof tussen de inspanning aan de ene kant en het verwachte
resultaat aan de andere kant. Ik kan dat helaas niet mooier maken dan
het is: er is op dit moment gewoon geen consensus over in de Europese
Unie. Maar ook dit zal ik mee terugnemen. U heeft volgende week dat
debat over het Midden-Oosten. Ik zal dit ook weer met de minister van
Buitenlandse Zaken bespreken.
De voorzitter:
Dan is nu de laatste gelegenheid om eventueel nog vragen te stellen.
Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb dan een punt van orde. Ik begreep dat de medische evacuaties nog
aan de orde komen en misschien ook nog Sudan. Ik snap dat de tijd bijna
om is, maar laten we nu nog niet stoppen. Ik wil daar nog wel graag
antwoorden over.
De voorzitter:
We hebben nog acht minuten. Dit was een punt van orde. We gaan niet
langer door dan tot 12.00 uur. We hebben in ieder geval nog een
afsluiting die twee minuten duurt. Er zijn pak 'm beet nog vijf minuten
over. Wat is concreet uw voorstel? We hebben geen tijd voor een tweede
termijn.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn voorstel is om niet eerder te stoppen dan noodzakelijk, omdat we
nog tijd hebben en omdat we in ieder geval nog antwoorden krijgen over
waarom deze minister bijvoorbeeld niet kijkt naar kinderen die nu op
hulp wachten in de regio en die al medisch zijn geƫvacueerd naar
bijvoorbeeld Egypte. Die kinderen zouden eventueel ook kunnen worden
meegenomen als het gaat over medische evacuaties. Uit de antwoorden van
deze minister begrijpen we dat hij nu vooral kijkt naar de kinderen die
nog in Gaza zijn en daar niet uit kunnen komen, maar er zijn ook een
heleboel kinderen die nu wachten op medische hulp, die die hulp ernstig
nodig hebben en die daar nu vastzitten.
Minister Sjoerdsma:
Dank aan mevrouw Dobbe voor deze vraag. We hebben inderdaad geprobeerd
om alle vragen over Sudan en de medische evacuaties schriftelijk te
beantwoorden. Deze vraag is ook helder, denk ik. We hebben in de
beantwoording en in de brief hierover gezegd dat wij langs de lijn van
de motie van mevrouw Dobbe welwillend kijken naar de evacuatie van
kwetsbare kinderen uit Gaza. We hebben daarbij geschetst welke dilemma's
dit kabinet ziet. We hebben volgens mij recent gezien welke
moeilijkheden er zijn bij die evaluatie. Van de week is er helaas ook
medewerker van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, omgekomen toen
dit gebeurde. Ik zal deze suggestie zeker meenemen. Dat kunnen we
onderzoeken. Evacuaties uit de regio in plaats van uit Gaza zijn in
zekere zin makkelijker, simpelweg vanwege de veiligheid bij het eruit
krijgen van mensen. Tegelijkertijd heeft het kabinet zich gefocust op
het verzoek van mevrouw Dobbe in de motie, gesteund door de hele Kamer.
Dat is onze eerste prioriteit geweest. Ik hoor mevrouw Dobbe daar nu aan
toevoegen dat ook kinderen in de regio aandacht moeten krijgen. Dat punt
zal ik gewoon meenemen, maar we zijn gewoon nog in gesprek binnen het
kabinet over hoe we dit op de beste manier kunnen doen. We doen dat wel
met inachtneming van de lessen van vorige keren dat we medisch
geƫvacueerd hebben, want daar zijn veel dingen goed gegaan, maar er zijn
ook een aantal dingen gebeurd waarvan ik denk: dat kunnen we misschien
op een andere manier regelen, zodat dat meer recht doet aan de kinderen
en de gezinnen.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank voor de beantwoording. Het is nooit onze bedoeling geweest dat de
motie om welwillend te kijken naar de medische evacuaties, om het
besluit dat het vorige kabinet heeft genomen voort te zetten, op die
manier te beperken in die zin. We hebben altijd in de debatten hierover
gezegd dat er heel veel Palestijnse kinderen zijn die acuut medische
zorg nodig hebben omdat ze heel erg ziek zijn of gewond zijn die al zijn
geƫvacueerd naar bijvoorbeeld Egypte. Wij hebben hier ook een
rondetafelgesprek gehad, voorafgaand aan het toenmalige besluit, waaruit
bleek dat Egyptische artsen zeiden: we worden hier volledig overlopen.
Dat is nu natuurlijk nog veel erger, omdat daar zeker een miljoen
vluchtelingen uit Sudan nu ook zijn gearriveerd. Mijn verzoek is dus
echt om daar met spoed naar te kijken, want ik denk dat dat heel erg
helpt. Ondertussen moet natuurlijk worden doorgegaan met het opbouwen
van de medische capaciteit in de regio, want we weten ook dat die
onvoldoende is. Hier kunnen we wel levens mee redden, dus dat is echt
mijn oproep aan deze minister.
Minister Sjoerdsma:
Helder. Ik beschouw dit ook als een handreiking van mevrouw Dobbe om
hierop mee te denken. Zij benadrukt denk ik terecht dat de medische zorg
in de regio op dit moment piept en kraakt. Natuurlijk, landen als Egypte
doen echt wat ze kunnen. Die zijn tot het uiterste gegaan om mensen op
te vangen, eigenlijk buiten de capaciteit die ze überhaupt voor hun
eigen mensen hebben. Het heeft natuurlijk niet een gezondheidszorg zoals
we die in Nederland kennen. Ik neem deze even mee voor de afweging van
het kabinet. De motie van mevrouw Dobbe die is aangenomen, is helder.
Dit zou het misschien kunnen vergemakkelijken, maar misschien ook
bemoeilijken. Dat durf ik nou niet helemaal te zeggen, maar ik zal deze
suggestie in ieder geval meenemen.
De voorzitter:
Dank u wel, minister. Er is geen ruimte voor een coulanceronde, want dan
wil iedereen daar gebruik van maken. Als mensen die nog interrupties
hebben daar geen gebruik van willen maken, gaan we over tot een
afronding. Nee, meneer Ceder. U heeft al acht interrupties gehad. Als ik
dat toesta, dan wil iedereen. Het spijt me heel erg. U kunt vanmiddag
twee minuten lang weer uw best doen tijdens het tweeminutendebat. De
volgende keer gaan we weer verder met elkaar.
Er staat onder voorbehoud een tweeminutendebat gepland. Dat moet nog wel
officieel aangevraagd worden. Mevrouw Lammers wilde dat doen.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ja, ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen.
De voorzitter:
Dan is dat bij dezen officieel aangevraagd en gaan we dat doorgeleiden.
Het staat vooralsnog gepland om 14.30 uur in de plenaire zaal.
We hebben ƩƩn toezegging van de minister gekregen, aan het lid
Stoffer.
De minister zegt toe een brief over de voortgang van de diversificatie voor de suppletoire begroting aan de Kamer te sturen.
Daarmee wil ik u allen hartelijk danken voor uw inbreng en de
minister voor de beantwoording van alle vragen. Ik wens u succes
vanmiddag met het tweeminutendebat.
Dank u wel.
Sluiting 11.57 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|