Reactie op het onderzoek 'Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel'
Brief regering
Nummer: 2026D18982, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 08:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Rapport 'Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel'
- Beslisnota bij Kamerbrief Reactie op het onderzoek 'Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel'
Onderdeel van zaak 2026Z08434:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-05-20 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Met deze brief infomeer ik u over de uitkomsten van het onderzoek ‘Buiten beeld. De aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal en de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel’, dat ik uw Kamer hierbij aanbied. Het onderzoek is via het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) uitgevoerd door Ipsos I&O en Bureau Beke.
Winkeldiefstal is een breed maatschappelijk probleem. Voor veel ondernemers vormt winkeldiefstal een hardnekkig vraagstuk, dat leidt tot financiële schade en gevoelens van onveiligheid en frustratie. Ook het winkelende publiek ervaart negatieve gevolgen van winkeldiefstal, zowel door de impact op het ervaren winkelklimaat als in de doorberekening in productprijzen.
Tot dusverre ontbrak het echter aan een actueel en betrouwbaar beeld van de omvang en aard van winkeldiefstal in de Nederlandse detailhandel. Het doel van het onderzoek is geweest om meer inzicht te krijgen in de problematiek en de bevindingen mee te nemen in de preventieve en repressieve aanpak van winkeldiefstal vanuit zowel publieke als private partijen. Deze brief betreft een weergave van de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen uit het onderzoek en mijn reactie hierop.
Bevindingen onderzoek
Het onderzoek richt zich allereerst op de aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal. Vervolgens is er gekeken naar de weerbaarheid van de detailhandel tegen winkeldiefstal en welke instrumenten er kunnen worden ingezet om die weerbaarheid te verhogen. Om tot deze antwoorden te komen is er gebruik gemaakt van diverse kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden.1
De geschatte omvang van winkeldiefstal in de Nederlandse detailhandel in 2024 wordt geschat op tussen de 647.000 en 1.019.000 winkeldiefstallen.2 Binnen het onderzoek zijn er verschillende methoden en scenario’s verkend om tot deze schatting te komen, omdat een dergelijke schatting onderhevig is aan verschillende onzekerheden. Het meest plausibele scenario betreft 833.000 winkeldiefstallen. Er is een grote kloof tussen het aantal geregistreerde winkeldiefstallen bij de politie in 2024, bijna 39.000, en de schatting. Het onderzoek verklaart dit doordat er waarschijnlijk slechts van 1 tot 4 procent van de winkeldiefstallen aangifte wordt gedaan bij de politie.
Naast het aantal delicten is ook gekeken naar de omvang van de schade van winkeldiefstal. De schade door winkeldiefstal bestaat uit omzetderving/ productschade (directe schade) en de tijd die is gemoeid met de afhandeling van winkeldiefstal en de kosten van verstoord voorraadbeheer (indirecte schade). De directe schade door waargenomen winkeldiefstallen in de Nederlandse detailhandel in 2024 wordt geschat op een bedrag tussen €39 en €60 miljoen. De onderzoekers schatten dat een ondernemer voor indirecte schade gemiddeld 3 tot 4 werkdagen per jaar kwijt is aan de afhandeling van waargenomen winkeldiefstallen, en tussen de €33 en €46 miljoen aan verstoord voorraadbeheer.
Winkeldiefstal komt voor in vrijwel alle branches van de Nederlandse detailhandel. De kenmerken van de winkel (de mate van overzicht, het klantprofiel en de ligging van de winkel) en het type product (bijvoorbeeld de bruikbaarheid voor heling) hebben hierbij invloed op de aard en omvang van winkeldiefstal. Of en in welke mate winkeldiefstal voorkomt in een winkel, hangt af van de specifieke context. Het onderzoek doet hier geen harde uitspraken over.
De onderzoekers komen tot drie typen winkeldieven. Als eerste de gelegenheidsdief: bij incidentele winkeldiefstallen, voor eigen gebruik en zonder voorbedacht plan. Dit is het meest voorkomende type. Als tweede de meervoudige winkeldief, met regelmatige winkeldiefstallen, zonder duidelijk plan en zonder gebruik te maken van hulpmiddelen. Als derde de professionele winkeldief, die stelselmatige en geplande winkeldiefstal pleegt, gericht op heling.
In het onderzoek wordt er onderscheid gemaakt tussen drie categorieën motieven voor winkeldiefstal:
Individuele beweegredenen, zoals economische deprivatie, drugsgebruik en de mogelijkheid tot doorverkoop.
Faciliterende factoren die het plegen van winkeldiefstal ‘vergemakkelijken’, zoals de ingeschatte (lage) pakkans en geringe consequenties bij betrapping.
Principiële argumenten (voor rechtvaardiging), zoals de grote winsten van winkels.
Er worden verschillende werkwijzen van winkeldieven benoemd in het onderzoek. Dit betreft een niet uitputtende lijst, juist omdat de modus operandi zich aanpast aan ontwikkelingen in winkelkenmerken (zoals overzichtelijkheid en productaanbod).
Het wegstoppen van het product, eventueel met behulp van externe hulpmiddelen zoals een geprepareerde tas.
Het misleiden van winkelpersoneel, bijvoorbeeld met een oude kassabon en een niet-betaald product.
Het gebruiken van de (introductie van de) zelfscankassa, waaronder ook het bewust selecteren van een goedkoper product bij de zelfscankassa terwijl iemand het duurdere product meeneemt.
De toepassing van speciale vaardigheden.
Een belangrijk gesignaleerd neveneffect vormt het vertonen van agressief en/of gewelddadig gedrag door een op heterdaad betrapte winkeldief om onder de verdenking van diefstal uit te komen. Experts en ondernemers in het onderzoek verklaren dat dit komt door een bredere normvervaging in de samenleving. De opstelling van publiek op de winkelvloer is volgens de onderzoekers sinds de coronaperiode veranderd.
Tenslotte besteedt het rapport aandacht aan vier externe factoren die kunnen samenhangen met de aard, omvang en modi operandi van winkeldiefstal. Deze ontwikkelingen zijn in bredere zin van invloed op de detailhandel of samenleving, maar kunnen wel samenhangen met bovengenoemde individuele factoren en beweegredenen.
Introductie van de zelfscankassa: 77% van de gelegenheidsdaders vindt dat winkeldiefstal makkelijker is geworden door de introductie van zelfscankassa’s. Ook ondernemers wijzen op een relatie tussen winkeldiefstal en zelfscankassa’s. Experts plaatsen hier vraagtekens bij en wijzen ook op het belang van de aanpak van andere vormen van winkeldiefstal.
Inflatie: 70% van de daders vindt dat winkeldiefstal aantrekkelijker is geworden doordat de prijs van producten de laatste tijd sterk is gestegen. Bij experts en ondernemers is er twijfel over de relatie tussen inflatie en winkeldiefstal.
Beschikbaarheid van winkelpersoneel: 41% van de daders vindt dat winkeldiefstal aantrekkelijker is geworden doordat er minder personeel aanwezig is in de winkels. In het onderzoek wordt daarbij gewezen op het verloop en vooral het gebrek aan ervaring van veel van het winkelpersoneel.
Normen en normvervaging ten aanzien van winkeldiefstal: slechts 60% van de daders vindt winkeldiefstal een serieuze overtreding van de wet.
Het onderzoek gaat vervolgens in op een breed scala aan preventieve en repressieve instrumenten voor winkeldiefstal. De meest genomen preventieve maatregelen zijn volgens de slachtoffers het begroeten of aanspreken van klanten (66%), camerabewaking (65%) en communiceren met andere ondernemers over verdachte situaties (27%). Met betrekking tot repressie (maatregelen na constatering van winkeldiefstal in dit onderzoek), zijn de meest genomen maatregelen het doen van aangifte (36%) of een melding (31%) bij de politie. Van de ondernemers geeft daarnaast 28% aan de dader alsnog te laten afrekenen en 27% legt een (individueel) winkelverbod op.
Er volgt een vijftal aanbevelingen voor maatregelen om de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel verder te vergroten.
Het uitbreiden van training aan winkelmedewerkers, zowel preventief in het herkennen en signaleren, als bij afhandeling in benaderingsvormen en het controleren van aankopen, door de detailhandel.
Het inzetten van innovatieve technologieën voor de preventie van winkeldiefstal, door de detailhandel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan maatregelen die het verlaten van de winkel lastiger maken als er nog niet is betaald.
Het centraliseren van het aangifteproces binnen winkelketens, door de detailhandel. De investering is vooral zinvol bij winkels met een bepaalde schaal en omvang.
Het aanpakken van normvervaging bij gelegenheidswinkeldieven middels een publiekscampagne, met aandacht voor maatschappelijke normen, door de Rijksoverheid.
Het verbeteren van centrale registratie in de systematiek van (collectieve) winkelontzeggingen, door het Centrum voor Criminaliteitspreventie (CCV).
Beleidsreactie
Ik wil allereerst benadrukken dat ik mij hard maak voor een veilig winkelgebied en een positief ondernemersklimaat. Winkeldiefstal heeft hierin geen plek. Winkeldiefstal is een strafbaar feit en het is dan ook van essentieel belang dat dit preventief wordt voorkomen en repressief wordt aangepakt.
In het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) werk ik structureel samen met publieke en private partijen aan de brede aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven, middels de uitvoering van het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026. Het onderzoek wordt, met de publicatie, dan ook gedeeld met de leden van het NPC.
Vanuit het NPC is er vorig jaar reeds invulling gegeven aan het plan voor het versterken van de aanpak van winkeldiefstal.3 Uw Kamer is hierover geïnformeerd in het eerste en tweede halfjaarbericht politie 2025.4,5 Dit onderzoek naar de aard en omvang van winkeldiefstal is een belangrijke bijdrage aan de actielijn ‘zicht op de problematiek’. Vanuit de publiek-private werkgroep wordt gekeken naar de opvolging van de aanbevelingen.
Normvervaging
Eén van de aanbevelingen is specifiek gericht aan de Rijksoverheid, te weten de vierde maatregel die een wens vanuit ondernemers betreft voor een publiekscampagne, met als doel meer normnaleving door gelegenheidsdieven. Ik verken welke maatregelen mogelijk zijn om meer normnaleving onder gelegenheidsdieven te bereiken. Ik voer hierover gesprekken, in samenwerking met gedragsdeskundigen, met de politie, het Openbaar Ministerie, branchevertegenwoordigers van de detailhandel en Platform Veilig Ondernemen over een kansrijke invulling.
Momenteel werk ik ook samen met de partners van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing aan de invulling van de Week van de Veiligheid, in oktober 2026. De activiteiten tijdens deze week richten zich op bewustwording en handelingsperspectief bij ondernemers, middels onder andere trainingen gericht op geweld tegen winkelpersoneel.
Brede blik
De bevindingen uit het onderzoek zijn niet los te zien van bredere ontwikkelingen en zichtbare fenomenen in de samenleving. Ik deel de zorgen rondom normvervaging in de samenleving. Iedereen moet gerust kunnen werken, ondernemen en winkelen in het winkelgebied. In winkels, maar ook in de horeca, tegen dienstverleners, op straat en online komt agressie en onbeschoftheid veel te vaak voor. Wij moeten samen opkomen voor onze normen en waarden zoals we die met elkaar hebben afgesproken. Het herstellen van het gezag op straat is de komende periode een van mijn prioriteiten.
Ik neem de inzichten mee binnen het traject naar het volgende Actieprogramma Veilig Ondernemen 2027-2030. In het NPC van april jl. is besproken dat een van de thema’s binnen dit programma geweld- en vermogenscriminaliteit betreft; hieronder valt ook winkeldiefstal en geweld tegen winkelpersoneel. Ik zet mij actief in om de bevindingen en aanbevolen maatregelen bij de juiste partners te agenderen. Dit betreft niet alleen de partners die uitvoering geven aan de acties uit het Actieprogramma Veilig Ondernemen voor winkeldiefstal, maar ook aan het tegengaan van gerelateerde fenomenen als heling en geweld tegen het bedrijfsleven.6
Tenslotte, conform het coalitieakkoord ben ik met de politie en het Openbaar Ministerie aan het verkennen welke mogelijkheden er zijn om de mogelijkheden bij de politie voor het afdoen van overtredingen en lichte misdrijven, waaronder (winkel)diefstal, te verbreden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Het betreft geregistreerde winkeldiefstallen, microdata met informatie over daders en modus operandi, een enquête onder slachtoffers en een enquête onder daders. Deze bronnen zijn aangevuld met deskresearch, 11 expertinterviews, een analyse van uitspraken op Rechtspraak.nl, casusgerichte diepte-interviews en een expertmeeting.↩︎
Winkeldiefstal door eigen personeel maakt geen deel uit van de schatting.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 36600, nr. 81.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29628, nr. 1277.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29628, nr. 1302.↩︎
Er wordt momenteel in publiek private samenwerking gewerkt aan een gezamenlijk plan van aanpak gericht op het tegengaan van geweld tegen personeel in het bedrijfsleven.↩︎