[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voortgang doorstroomtoetsen en schooladvisering

Primair Onderwijs

Brief regering

Nummer: 2026D20237, datum: 2026-04-24, bijgewerkt: 2026-05-01 14:18, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31293 -872 Primair Onderwijs.

Onderdeel van zaak 2026Z09048:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 24 april 2026
Betreft Voortgang doorstroomtoetsen en schooladvisering

Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

63473240

Bijlagen
  1. Voorlopig beeld doorstroomtoetsen 2026

  2. DUO-Monitor schooladvisering en doorstroomtoets 2024–2025

Het is belangrijk dat alle leerlingen op een school in het voortgezet onderwijs terecht komen die goed bij hen past. De doorstroomtoets is een belangrijk hulpmiddel bij het definitief schooladvies in de overgang van groep 8 naar de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Met de doorstroomtoets kunnen leerlingen in het primair onderwijs laten zien wat ze in hun mars hebben op het gebied van de basisvaardigheden taal en rekenen en biedt dit leerkrachten een extra instrument om een passend schooladvies te geven. Daarnaast is de doorstroomtoets een van de weinige manieren om objectief en kwalitatief scholen te kunnen beoordelen op de bereikte niveaus van de basisvaardigheden taal en rekenen van de leerlingen. Met deze brief wordt u geïnformeerd over enkele zaken met betrekking tot de doorstroomtoets en schooladvisering:

  • de afname van de doorstroomtoets in schooljaar 2025–2026 en het voorlopige beeld van de landelijke toetsresultaten door het College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE);

  • de belangrijkste inzichten uit de Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024–2025 van de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO);

  • de stand van zaken van de doorontwikkeling van de doorstroomtoets en een vooruitblik naar de geplande Kamerbrief die u vóór de zomer ontvangt.

Terugblik afname doorstroomtoets schooljaar 2025–2026

Sinds schooljaar 2023-2024 maken alle leerlingen in groep 8 de doorstroomtoets (voorheen: ‘eindtoets’). In januari en februari van dit jaar is de doorstroomtoets voor het derde jaar afgenomen. In totaal hebben dit jaar circa 177.000 leerlingen een doorstroomtoets gemaakt. Scholen konden, net als in de twee voorgaande jaren, kiezen uit één van de zes erkende aanbieders van de doorstroomtoets. Over de afname van dit jaar zijn door de aanbieders geen grote onregelmatigheden gerapporteerd. Hoewel het noorden van Nederland in de afnameperiode te maken had met uitzonderlijke weersomstandigheden (code rood), is hier door scholen en de aanbieders flexibel en adequaat mee omgegaan. Zo is in de betreffende regio de papieren doorstroomtoets een paar dagen later afgenomen.

In januari jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd over het feit dat de overheidsdoorstroomtoets, de DOE-toets, vanwege het beperkte aantal inschrijvingen dit jaar niet werd afgenomen voor de reguliere doelgroep.1 Wel is de braille- en slechtziende versie afgenomen. De resultaten hiervan zijn vanwege de zeer kleine aantallen niet meegenomen in het voorlopige beeld van het CvTE.

Voorlopig beeld toetsresultaten doorstroomtoets 2026

Een voorlopig beeld van de resultaten van de doorstroomtoets 2026, door het CvTE opgesteld, vindt u als bijlage bij deze brief2. Dit beeld is gebaseerd op voorlopige gegevens en kan nog wijzigen.

Het voorlopig landelijk beeld van 2026 is vergelijkbaar met dat van 2024 en 2025. De verdeling van de toetsadviezen over de verschillende schoolsoorten is stabiel gebleven. Ook de behaalde referentieniveaus voor lezen, rekenen en taalverzorging blijven stabiel. Het overgrote deel (97,9% voor lezen, 93,8% voor taalverzorging en 89,7% voor rekenen) van de leerlingen behaalt het fundamentele niveau (1F) en een kleiner deel (72,1% voor lezen, 52,7% voor taalverzorging en 40,7% voor rekenen) behaalt het streefniveau (2F/1S).

Het CvTE publiceert vóór de zomer de ‘Terugblik normering doorstroomtoetsen’ met de definitieve resultaten. In de brief over het vervolg van de verkenning naar de vorm van de doorstroomtoets die uw Kamer voor de zomer ontvangt, gaan wij hier nader op in.

Uitkomsten DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024-2025

Jaarlijks monitort DUO de ontwikkelingen op het gebied van schooladvisering en de schoolloopbanen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Bijgevoegd bij deze brief ontvangt u de monitor over schooljaar 2024–2025.3 Dit jaar heeft DUO ook verschillende kruispunten van leerlingkenmerken onderzocht, zoals sociaaleconomische status (SES) in relatie tot herkomst.4 De monitor bevat daarnaast ook een analyse van scholen die (bijna) geen enkel schooladvies bijstellen, wanneer de toets daar aanleiding toe geeft.5

Net als afgelopen jaren krijgt iets meer dan de helft van de leerlingen een pro tot en met vmbo-t/havo-advies en iets minder dan de helft een havo tot en met vwo-advies. Leerlingen die risico lopen op onderpresteren door factoren zoals een lage sociaaleconomische status (SES) blijken vaker dan gemiddeld onder- of overgeadviseerd te worden. Voor deze groep sluit het voorlopig schooladvies daardoor minder vaak aan bij wat zij op de doorstroomtoets laten zien.

Circa 28 procent van de leerlingen kan op grond van de toets meer uitdaging aan dan uit het voorlopig schooladvies blijkt.6 De doorstroomtoets maakt het mogelijk het schooladvies bij te stellen, waardoor meer leerlingen een definitief schooladvies krijgen dat past bij hun vaardigheden.

Het aandeel bijgestelde adviezen is gestegen van minder dan 30 procent vóór invoering van de maatregel naar 71 procent in 2024–2025. Ook is het aantal scholen dat niet of beperkt bijstelt afgenomen (circa 29 scholen).

Voor sommige groepen is dit extra van belang, omdat zij vaker te maken krijgen met onderschatting van hun capaciteiten.7

DUO laat zien dat de doorstroomtoets en de mogelijkheid een bijgesteld advies te krijgen voor sommige groepen meer van belang zijn, omdat zij vaker te maken krijgen met onderschatting van hun capaciteiten.

Iets meer dan 70 procent van de leerlingen die nu in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs zitten, volgt (zonder te blijven zitten) de route die gelijk is aan het schooladvies dat zij in groep 8 kregen. Meiden komen in leerjaar 3 vaker ‘boven’ en minder vaak ‘onder’ hun advies uit dan jongens. Leerlingen met een lage SES zitten zowel het vaakst ‘boven’ als ‘onder’ hun advies en doubleren meer dan twee keer zo vaak. Ook komen zij bij een dubbel schooladvies vaker aan de ‘onderkant’ van het advies uit, terwijl leerlingen met een hoge SES vaker aan de ‘bovenkant’ van een dubbel advies uitkomen.

Met de inzichten uit de DUO-monitor krijgen wij een goed beeld van het aandeel leerlingen dat doorstroomt conform het eerder gegeven schooladvies. Dit jaar wordt vervolgonderzoek gedaan naar onderadvisering, in lijn met het verkennend onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.8 De uitkomsten van de meest recente DUO-Monitor worden meegenomen in deze opdracht.

Vooruitblik doorontwikkeling van de doorstroomtoets

Deze resultaten, tezamen met eerdere onderzoeken en wensen van uw Kamer met betrekking tot de doorstroomtoets, gebruik ik voor de doorontwikkeling van de vorm, functie en inhoud van de doorstroomtoets. Vóór de zomer stuur ik de bouwstenen aan uw Kamer ten behoeve van besluitvorming over de vorm van de doorstroomtoets. Dit gaat onder andere over het aantal aanbieders van de doorstroomtoets en de verschillende afnamemodi van de toets. Een wijziging van de vorm van de doorstroomtoets zal logischerwijs resulteren in een wijziging van het toetsstelsel. Een aanpassing in het stelsel van de doorstroomtoets moet daarbij wat mij betreft toekomstbestendig zijn om het onderwijsveld niet keer op keer te confronteren met (grote) veranderingen Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid staan hierin voor mij centraal. Zoals reeds in december 2025 met uw Kamer gedeeld, geldt dat het invoeren van een stelsel met daarin één centrale aanbieder van doorstroomtoets op zijn vroegst haalbaar is in 2029.

De doorstroomtoets wordt ook gebruikt door de Inspectie van het Onderwijs om toezicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs op een school. Ten aanzien van die functie van de doorstroomtoets werk ik met de PO-Raad en de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) aan een pilot om de rol van de doorstroomtoets in het toezicht te onderzoeken.

Daarnaast lopen er verschillende onderzoeken die bijdragen aan de inhoudelijke doorontwikkeling van de doorstroomtoets. Onderdeel hiervan is een pilot om te onderzoeken op welke manier schrijfvaardigheid getoetst kan worden binnen de doorstroomtoets. Deze pilot wordt uitgevoerd bij de deelnemende scholen van de DOE-toets in schooljaar 2026–2027. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de motie Bisschop (SGP).9

Tot slot

Een passende plek in het voortgezet onderwijs is voor alle leerlingen belangrijk. De doorontwikkeling van de doorstroomtoets moet er nog beter voor zorgen dat leerlingen van een goed en passend advies worden voorzien. Ik informeer uw Kamer voor de zomer over de definitieve resultaten van de doorstroomtoets en de toekomst van het stelsel van de doorstroomtoets.

Hoogachtend,

de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,

Judith Zs.C.M. Tielen


  1. Kamerstukken II 2025/26, 31 293, nr. 866↩︎

  2. Zie bijlage 1↩︎

  3. Zie bijlage 2↩︎

  4. De monitor spreekt sinds dit jaar niet meer van ‘migratieachtergrond’, maar van ‘herkomst’. Ook met deze monitoring van herkomst geef ik uitvoering aan de motie van het lid Van Baarle: vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII nr. 117.↩︎

  5. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van het lid Ergin, die de regering verzoekt om de monitor doorstroomtoets uit te breiden met een verdiepende analyse van zogenoemde nulbijstellers, waarin mogelijke oorzaken, ontwikkelingen over meerdere jaren en regionale verschillen inzichtelijk worden gemaakt: Kamerstukken II 2025/26, 31 293, nr. 863. Naast deze kwantitatieve analyse van DUO ben ik in gesprek met de inspectie van het Onderwijs, om te verkennen of hiernaast een kwalitatief onderzoek wenselijk en haalbaar is.↩︎

  6. Bepaalde leerlingengroepen krijgen nog altijd vaker te maken met een onderschatting van hun capaciteiten in hun voorlopig schooladvies: leerlingen met een voorlopig schooladvies vmbo, leerlingen met een lage SES, leerlingen op scholen in niet tot weinig stedelijk gebied, leerlingen met een herkomst van buiten Europa en meiden. De kruispuntanalyse van DUO laat zien dat de hogere onderschatting van leerlingen met een herkomst van buiten Europa, met name te maken heeft met het feit dat zij disproportioneel vaak ook een lagere SES hebben. Binnen de verschillende SES-categorieën worden leerlingen met een herkomst van buiten Europa namelijk niet vaker dan andere leerlingen onderschat in het voorlopig advies. Bij het percentage bijstellingen is er wél een verschil te zien dat gebaseerd is op herkomst: leerlingen met een herkomst van buiten Europa die in aanmerking komen voor een bijstelling krijgen vaker een bijgesteld advies dan andere leerlingen die daarvoor in aanmerking komen. De onderadvisering van meiden is eind 2025 door DUO specifieker onderzocht in:

    Verschil in schooladvies tussen jongens en meiden: Meiden op achterstand.↩︎

  7. Het gaat om scholen waar geen adviezen zijn bijgesteld, ondanks dat er 5 of meer leerlingen voor een bijstelling in aanmerking kwamen. OCW neemt deze resultaten mee in gesprekken met de Inspectie van het Onderwijs over een eventueel kwalitatief onderzoek naar niet-bijstellen.↩︎

  8. Kamerstukken II 2024/25, 31 293, nr. 798↩︎

  9. Kamerstukken II 2021/22 31 293 nr. 629↩︎