Conceptverslag Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D26605, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 12:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-05-27 15:00: Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Commissiedebat), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft op 27 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, over:
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 december 2025 inzake stand van zaken diverse dossiers Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 30);
de brief van de minister van Financiën d.d. 24 april 2025 inzake bancaire dienstverlening Saba en Sint-Eustatius (32013, nr. 305);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 februari 2026 inzake voorhang stichting CariFoodFund voedselzekerheid Caribische delen Koninkrijk (36800-IV, nr. 45);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 februari 2026 inzake evaluatie beleidsdeelneming Saba Statia Cable System B.V. (26643, nr. 1490);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 februari 2026 inzake periodieke rapportage artikel 4 begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties "Bevorderen sociaaleconomische structuur" over de periode 2016-2023 (33189, nr. 22);
de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake beleidsbrief Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 56);
de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake correctie integraal overzicht financiën Bonaire, Sint-Eustatius en Saba 2025 (36800-IV, nr. 54);
de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 24 april 2026 inzake tweede halfjaarrapportage C(A)ft en Cft BES 2025 (36800-IV, nr. 55);
de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 15 mei 2026 inzake rapport SEO Economisch Onderzoek "Integere Bescherming. Naar een betere bescherming van melders van integriteitsschendingen (waaronder klokkenluiders) in Caribisch Nederland" (36800-IV, nr. 58);
de brief van de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid d.d. 22 mei 2026 inzake stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen op het beleidsterrein van Koninkrijksrelaties (36800-IV, nr. 59).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Biekman
De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Hessing-Puts
Voorzitter: Biekman
Griffier: Hessing-Puts
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Biekman, Tijs van den Brink, Heera Dijk, Den Hollander, Nanninga en Tseggai,
en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.
Aanvang 15.01 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, bon tardi en good afternoon. Hierbij open ik deze
vergadering van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties. Wij voeren
vandaag een commissiedebat met de staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties.
Van harte welkom, staatssecretaris Van der Burg. Ook van harte welkom
aan de belangstellenden op de publieke tribune en degenen die via de
livestream meekijken. En een warm welkom aan mijn collega's, aan de
Tweede Kamerleden: het lid Dijk van D66, het lid Nanninga van JA21, het
lid Den Hollander van de VVD, het lid Tijs van den Brink van het CDA en
het lid Tseggai van GroenLinks-PvdA. Mijn naam is Anouschka Biekman en
ik ben voorzitter van deze commissie.
We gaan starten met de eerste termijn en in de eerste termijn sta ik
vier interrupties toe. Dan geef ik nu het woord aan het lid Dijk voor
haar inbreng en haar bijdrage. U heeft daarvoor vier minuten.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin: ik doe deze bijdrage ook
namens mijn collega van de ChristenUnie. Ik had al begrepen dat ik geen
verdubbelaar krijg, dus ik zal me netjes houden aan de tijd. Bon dia en
good morning voor de mensen die meekijken op de eilanden.
Voorzitter. We hebben het vaak over gelijkwaardigheid binnen ons
Koninkrijk, maar we hebben de afgelopen tijd ook een aantal rapporten
mogen ontvangen waarin het over de gelijkwaardigheid gaat tussen
Europees Nederland en Bonaire, Saba en Statia en daar kan je grote
vraagtekens bij zetten. Wij hebben het rapport ontvangen van de
Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. In dat rapport
zijn een aantal aanbevelingen gedaan. Ik weet dat de staatssecretaris
het rapport ook heeft gelezen. Daarom mijn vraag aan de
staatssecretaris: welke aanbevelingen gaat u overnemen en welke hebben
er de meeste prioriteit?
Dan over een ander rapport, het rapport van de Onderwijsraad. Die
schrijft in zijn rapport dat het recht op goed onderwijs in Caribisch
Nederland nog onvoldoende wordt geborgd. Welke concrete stappen gaat de
staatssecretaris zetten om structurele problemen, zoals lerarentekorten,
taalachterstanden en achterstallig onderhoud van onderwijshuisvesting,
aan te pakken?
Voorzitter. De eilanden zijn kwetsbaar. Daar hebben we het al vaker over
gehad. Ze zijn vrijwel volledig afhankelijk van import, terwijl
spanningen, dus de geopolitieke onrust, orkanen en vulkaanuitbarstingen
reële risico's vormen. De Algemene Rekenkamer schrijft zelfs dat op Saba
al binnen één dag een tekort aan drinkwater ontstaat wanneer de aanvoer
wordt onderbroken. Bovendien constateert de Rekenkamer dat er geen
strategische voorraden van drinkwater, voedsel, brandstoffen of
medicijnen aanwezig zijn op de eilanden. In ben benieuwd hoe de
staatssecretaris hiertegen aankijkt. Is hij bereid om een gewenst niveau
aan strategische voorraden vast te leggen?
Dan klimaat. Rechtszaak of niet, uiteindelijk hebben zowel de CAS- als
de BES-eilanden baat bij daadwerkelijke actie als het gaat om het
tegengaan van klimaatverandering. Ik wil van de staatssecretaris weten
welke gevolgen de uitspraak in de Bonairezaak concreet heeft voor zijn
beleid. Naast inzetten op het terugdringen, zullen we ons ook moeten
aanpassen aan een veranderend klimaat. Nog dit jaar zou er een Nationale
klimaatadaptatiestrategie moeten liggen. Wanneer kunnen wij deze als
Kamer verwachten en zal heel het Koninkrijk hierin worden
meegenomen?
Voorzitter. We willen allemaal dat nog vele generaties kunnen genieten
van onze prachtige natuur, ook op en rondom de eilanden. Daarom hebben
we wereldwijd de ambitie uitgesproken om 30% van de zee en het land aan
te wijzen als beschermde natuur tegen 2030. In plaats van kleine stukjes
aanwijzen, zou het mooi zijn als Bonaire en Curaçao gezamenlijk zouden
kunnen komen tot een groot maritiem reservaat tussen de beide eilanden.
Kan de staatssecretaris toezeggen dit voor te leggen aan zijn collega op
Natuur en dit te bespreken met de eilanden en ons hierover te
informeren?
Tot slot, voorzitter. In het vorige debat heeft de staatssecretaris
toegezegd met UNICEF in gesprek te gaan. Dat gesprek heeft
plaatsgevonden, heb ik begrepen. Ik heb ook contact gehad met UNICEF. Ik
zou graag willen weten hoe het nu verdergaat, want ik heb ook begrepen
dat er nog geen duidelijkheid is of er nou wel of geen financiële steun
kan worden toegezegd en dat lijkt me heel erg belangrijk voor zo'n
project van UNICEF.
Tot slot nog even iets over Selibon. Het is een complex vraagstuk, maar
als je ziet waar we vandaan komen, wil ik toch een compliment geven aan
de staatssecretaris voor de concrete stappen die worden gezet, maar we
willen — dit is ook namens de ChristenUnie — toch wel iets meer weten
over de tijdlijn.
Ik zie dat ik mijn microfoon uit moet doen.
De voorzitter:
Dat was keurig binnen tijd. U had nog vijf seconden over. Ik zie wel een
interruptie van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik geef mevrouw Dijk graag nog wat meer spreektijd, dus ik dacht: laat
ik een vraag stellen over wat ons als VVD ook bezighoudt. U heeft een
heel warm pleidooi gehouden over allerlei zaken die wat u betreft nog
wel wat beter kunnen op de eilanden, zeg ik via de voorzitter. Hoe kijkt
de fractie van D66 aan tegen het financieel beheer van de eilanden en
tegen onder andere de integriteitszaken die daar spelen?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Mag ik dan een verhelderende vraag stellen, voorzitter? Bedoelt mevrouw
Den Hollander dan alle drie de eilanden? Volgens mij gaat het op Saba
best goed. Ik zou graag willen weten om welk eiland het gaat. Mag ik dat
vragen, voorzitter?
De voorzitter:
Prima.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dat is natuurlijk al een deel van het antwoord, maar laten we dan
bijvoorbeeld focussen op Bonaire.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Er is natuurlijk, zeg ik via de voorzitter, de afgelopen tijd veel
gewisseld op Bonaire. Dat is voor de lange termijn niet fijn. Het gaat
dan vooral om de financiële zaken en de integriteitszaken. Ik ben wel
blij dat er nu een nieuwe coalitie zit. Daar kun je andere stappen mee
zetten. Ik heb er dus wel vertrouwen in, zeker ook door het nieuwe
kabinet dat wij hier hebben.
De voorzitter:
Ik zie een vervolgvraag van mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik heb nog een tweede vraag, naar aanleiding van wat de fractie van D66
zojuist heeft ingebracht. Is de fractie van D66 ook voornemens om extra
geld vrij te maken om alle ambities die geuit worden dan ook waar te
maken? Waar komt dat geld dan vandaan?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Mag ik weer een verhelderende vraag stellen, voorzitter? Welke ambities?
Heeft u het dan specifiek over mijn hele lijstje? Dan kan ik daar
namelijk prioriteit aan geven.
De voorzitter:
U mag daarop antwoorden, mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter. Mevrouw Dijk heeft het over onderwijs en klimaat
gehad. Dat zijn grote opgaven, waar ook veel geld bij kan als je dat zou
willen. Mijn vraag is in hoeverre u daartoe mogelijkheden ziet.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik begrijp het nu beter. We zitten hier in de KR-commissie. Wij gaan
niet per se over alle budgetten. Wat betreft klimaat en wat betreft
onderwijs moet het in samenspraak met die departementen gebeuren. Dat
kan natuurlijk niet allemaal komen vanuit de begroting van KR, vanuit
ons. Dat moet in samenspraak gebeuren.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Begrijp ik dan goed dat D66 bijvoorbeeld de Onderwijsbegroting anders
zou willen gaan verdelen, zodat er een groter budget zal gaan naar wat
ik gemakshalve "de eilanden" noem? Ik heb dezelfde vraag over klimaat en
andere portefeuilles en begrotingen.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Zo zou je het antwoord kunnen opvatten. Er zijn gewoon grote ambities,
maar ik kan natuurlijk niet zomaar zeggen: dit moet uit het
onderwijspotje. Het zal altijd in samenspraak moeten gaan. We moeten
kijken waar er dan wel ruimte zit. Ik ga nu niet zomaar aan de
Onderwijsbegroting zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ook bedankt voor uw bijdrage. Ik ga over naar mevrouw
Nanninga voor haar inbreng.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter. In het vorige debat, over bestaanszekerheid in Caribisch
Nederland, hebben we stilgestaan bij de kosten van levensonderhoud,
koopkrachtmaatregelen, subsidies op energie, water en telecom en de
inzet op voedselzekerheid via het CariFoodFund. Dat is een mooie lijn en
in de afgelopen jaren is er ook veel gebeurd. Minimumlonen zijn
verhoogd, uitkeringen zijn verhoogd en er zijn verschillende subsidies
ingezet. Dat was ook deels noodzakelijk. Onze centrale boodschap uit dat
debat wil ik hier wel nog herhalen: zorg ervoor dat de eilanden
onafhankelijker en zelfstandiger worden. Geef ze geen vis, maar een
hengel. Maak subsidies en gelden voorwaardelijk aan structurele
verbeteringen en verantwoordingen. De staatssecretaris is wat JA21
betreft de goede richting ingeslagen. Wij hopen en verwachten dat hij
deze lijn blijft doorzetten.
Voorzitter. Ik wil het hebben over Bonaire en de klimaatzaak. Wij zijn
deels blij met de kabinetsreactie. Het kabinet spreekt zelf over
"zwaarwegende juridische redenen" om de uitspraak opnieuw te laten
toetsen. Daar zijn wij het volmondig mee eens. JA21 juicht dit besluit
toe. Relevante klimaatadaptatie en bescherming tegen concrete lokale
problemen zijn natuurlijk prima en ook nodig, maar dat naar een oordeel
van de rechter Nederland de inwoners van Bonaire op klimaatgebied zou
hebben gediscrimineerd, is vergezocht. Er is de afgelopen jaren
geïnvesteerd in natuurbeheer, infrastructuur, subsidies, verduurzaming
en ondersteuning van de eilanden. Nederland heeft Bonaire altijd serieus
genomen en substantieel ondersteund, ook op het gebied van klimaat en
weerbaarheid.
Voorzitter. Er wringt nog iets fundamenteels in dit verhaal. Je kunt
binnen een land simpelweg niet iedere regio hetzelfde behandelen of voor
iedere regio volledig maatwerkbeleid optuigen, alsof het een aparte
staat is. Nederland kent nu eenmaal verschillen in ligging,
schaalgrootte, economie en kwetsbaarheid. Dat geldt niet alleen voor
Bonaire, maar ook voor Texel, de Achterhoek of andere eilanden en
regio's. Het enkele feit dat er ergens andere omstandigheden gelden,
betekent nog niet automatisch dat er sprake is van discriminatie. Als we
die redenering gaan volgen, wordt het uiteindelijk onmogelijk om
algemeen nationaal beleid te voeren zonder dat iedere regio via de
rechter uitzonderingen of aanvullend beleid gaat afdwingen.
De voorzitter:
Punt. U heeft een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Nanninga zegt dat we niet elke regio hetzelfde kunnen
behandelen. Op zich moeten we ook niet elke regio hetzelfde behandelen,
maar wat betreft het Caribisch deel van ons Koninkrijk hebben we
natuurlijk wel het "comply or explain"-principe. Hoe kijkt JA21 daar dan
naar?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat vinden wij een heel mooi principe.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dan zou JA21, zeg ik via de voorzitter, er toch juist wel voorstander
van moeten zijn dat inwoners van Caribisch Nederland gelijkwaardig aan
inwoners van Europees Nederland worden behandeld? Dat zegt bijvoorbeeld
de NCDR in zijn rapport, maar ook de rechter sloeg erop aan in zijn
vonnis.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Wij zijn het volkomen eens met het gelijkwaardig behandelen van alle
inwoners van het Koninkrijk. Dat lijkt mij evident. Alleen, er is sprake
van discriminatie als er in gelijke gevallen sprake is van ongelijke
behandeling. Hier is het precies andersom. Het zijn geen gelijke
gevallen. Het is een totaal andere situatie, die je dus ook niet
hetzelfde kan behandelen.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want ook in het Caribisch deel van
Nederland hebben kinderen recht op goed onderwijs. In bepaalde
opzichten, zeker wat betreft voorzieningen, zijn er voor de BES-eilanden
natuurlijk dezelfde standaarden als voor Woerden, Capelle aan den IJssel
en — ik noem nog eens een leuke gemeente — Utrecht. Ik begrijp niet
helemaal waarom mevrouw Nanninga dan vindt dat dit niet discriminerend
is.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Het is maar goed ook dat diezelfde criteria voor onderwijs gelden. Ik
had het alleen over de klimaatzaak. Daarbij is er een totaal ander
speelveld dan in Europees Nederland. Derhalve is de uitspraak van de
rechter naar ons oordeel erg bijzonder, omdat er een soort gelijke
behandeling wordt gelegd op heel ongelijke uitgangspunten. Over de
onderwijsnormen heeft u mij niets horen zeggen. U heeft me niet horen
zeggen dat die even anders moeten voor het Caribisch deel van Nederland,
absoluut niet.
De voorzitter:
U heeft nog één interruptie, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
O, ik heb er nog wel één. U overvalt me, voorzitter. Ik dacht dat ik er
al drie gehad had. Ik snap dat mevrouw Nanninga niks heeft gezegd over
onderwijs, maar het idee is natuurlijk dat de inwoners van de
BES-eilanden gelijke bescherming verdienen tegen klimaatverandering en
dat ze daar ook eerder last hebben van klimaatverandering dan wij hier
in Europees Nederland. In dat geval zou je de inwoners van de
BES-eilanden toch gelijke bescherming willen bieden?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat volgt dan niet uit wat mevrouw Tseggai zegt. Als haar bewering klopt
dat inwoners van Bonaire daar meer last van hebben, dan zouden zij juist
meer bescherming moeten krijgen dan het Nederlandse deel van het
Koninkrijk. Mijn punt is dat het niet allemaal een pars pro toto kan
zijn en dat een rechter dus niet een soort dekenoordeel kan leggen over
wat klimaatbescherming moet zijn, terwijl dat daar heel anders is dan
hier. Dat is niet omdat er minder of ongelijk behandeld wordt, maar
omdat omstandigheden gewoon anders zijn.
Waar was ik? Het kan natuurlijk niet zo zijn dat iedere regio via de
rechter uitzonderingen of aanvullend beleid gaat afdwingen. Dat is
bestuurlijk totaal onwerkbaar en politiek onhoudbaar. Kortom, de rechter
gaat hier weer eens op de stoel van de politiek zitten. Ik vind het
belangrijk om dat geluid hier in de democratisch gelegitimeerde Kamer,
de wetgevende macht, toch te laten klinken.
Laten we daarnaast alsjeblieft realistisch blijven. Geen enkele
maatregel op Bonaire, met zijn 27.000 inwoners, gaat ook maar een
milligraad verschil uitmaken in de opwarming van de aarde. Ook mag de
bescherming van Bonaire, die terecht is, niet worden misbruikt als
juridische hefboom om via de rechter algemeen Nederlands klimaatbeleid
af te dwingen. Deze zaak ontwikkelt zich volgens het bekende
Urgendastramien, namelijk: een rechter legt op basis van onzekere
scenario's nationaal beleid op, dat gewoon thuishoort in het parlement.
Het klimaatscenario is een modelmatige toekomstverkenning onder bepaalde
aannames. Het is geen vaststaande zekerheid. Toch zien we in dit soort
klimaatzaken steeds dat mogelijke, extreme of weinig waarschijnlijke
toekomstbeelden leidend zijn.
Afrondend, voorzitter. Het kan niet zo zijn dat een zogenaamde
collectieve belangenbehartiger en een rechter de Staat via een
individuele klimaatzaak met betrekking tot Bonaire, dwingen tot algemene
klimaatdoelen die in feite voor het hele Nederlandse beleid zouden
moeten gelden. Dat raakt de scheiding der machten, het raakt aan
democratische legitimiteit en het raakt aan de ruimte die wij hier als
politiek moeten hebben om belangen tegen elkaar af te wegen.
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Zoals bekend vallen de BES-eilanden rechtstreeks
onder de Nederlandse centrale overheid. Nederlandse ministers en
staatssecretarissen zijn verantwoordelijk voor hun beleidsterreinen op
de eilanden. Bij voorkeur wordt het beleid voor Bonaire, Saba en
Sint-Eustatius volledig gemaakt door de verschillende vakdepartementen
en in de Tweede Kamer behandeld door de vakcommissies. Maar niet alle
ministeries en vakcommissies hebben de BES-eilanden goed op het
netvlies, waardoor dossiers kunnen ondersneeuwen. Op welke manier gaat
de staatssecretaris zich deze kabinetsperiode inzetten om hier
verandering in te brengen?
Om de bestuurlijke verhoudingen en de financiële structuur van Caribisch
Nederland te versterken, wordt er gewerkt aan de herziening van de Wet
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de WolBES, en de Wet
financiën openbare lichamen, de FinBES. De fractie van de VVD kijkt met
belangstelling uit naar deze wetsvoorstellen. Voor de VVD blijven
namelijk in ieder geval het financieel beheer en de begrotingsdiscipline
belangrijk. Beide zaken zijn de basis voor een goede economische
ontwikkeling van de BES. Een goede economische ontwikkeling is nodig
voor het verbeteren van de bestaanszekerheid op de eilanden. Over dat
onderwerp is onlangs tijdens een commissiedebat gesproken.
Voorzitter. Het financieel beheer van Bonaire laat nog steeds te wensen
over, zo is te lezen in het rapport van het College financieel toezicht.
Er waren onder andere vragen over de toename van de begrote lasten ten
opzichte van de gerealiseerde lasten, de onvolledige tweede
uitvoeringsrapportage en de gebrekkige toelichting op de tabellen
daarin. Er lijkt een stap in de goede richting te zijn, want Bonaire
erkent de knelpunten en neemt gerichte maatregelen. Wat gaat er gebeuren
om het financieel beheer op Bonaire te verbeteren? Het is goed om te
zien dat het op de eilanden Sint-Eustatius en Saba een stuk beter gaat
met het financieel beheer.
Een ander punt waar de VVD zich zorgen over maakt, is de
ons-kent-onscultuur van de eilanden. Ook in Europees Nederland is in
kleinere gemeenten te zien dat iedereen elkaar kent. Maar hoe voorkom je
dat er onder de tafel zaken geregeld worden? De waarborgen ontbreken
veelal in Caribisch Nederland. Het rapport van het WODC stelde in 2024
al dat de samenlevingen van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een hoge
prijs betalen voor integriteitsschendingen in de vorm van minder
economische groei en achterblijvende kwaliteit en kwantiteit van
publieke dienstverlening. Het kabinet wil daarom aan de slag gaan met de
aanpak van integriteitsschendingen, waaronder het beter beschermen van
melders van integriteitsschendingen.
Ook wordt er verder gewerkt aan de invoering van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, de Wet Bibob. Kan
de staatssecretaris aangeven wat er inmiddels, na het uitkomen van het
rapport, veranderd is? Wanneer verwacht de staatssecretaris dat er een
wetsvoorstel naar de Kamer kan worden gestuurd?
Voorzitter. De BES-eilanden kennen achterstanden op het gebied van
infrastructuur, volkshuisvesting, connectiviteit, klimaatbescherming en
een gezonde leefomgeving. Inwoners kunnen daar vaak niet profiteren van
fondsen voor mobiliteit en infrastructuur, die wel ten goede komen aan
inwoners van Europees Nederland. Wat is nodig voor verbetering van de
uitvoeringscapaciteit en bestuurskracht op de BES-eilanden? Hoe kijkt de
staatssecretaris naar de petitie die Bonaire op 12 mei jongstleden heeft
overhandigd aan premier Jetten, om structurele rijksverantwoordelijkheid
te nemen voor afval, onderwijshuisvesting, voedselzekerheid, landbouw,
woningnood en de Structuurvisie Bonaire 2050?
De langslepende problemen rondom Selibon schreeuwen om een bijdrage
vanuit de rijksregering voor het komen tot een oplossing. In de brief
die we gister hebben ontvangen, wordt hierop ingegaan. De fractie van de
VVD hoopt dat er in de berichtgeving die de Kamer uiterlijk in september
van dit jaar ontvangt, een duidelijk stappenplan is om de inwoners van
Bonaire zicht te geven op een oplossing. De vraag die we hierbij hebben
aan de staatssecretaris is of er ook gesproken is met de regering van
Aruba, gezien haar ambities om een nieuwe invulling te geven aan de
olieraffinaderijlocatie. Een recycling- of verwerkingsinstallatie voor
circulaire grondstoffen en reststromen lijkt hierbij een kansrijke
optie. Ik ga naar mijn laatste zin.
De voorzitter:
De laatste zin van uw hele betoog? Dan laat ik u het afmaken.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er is helaas niet voldoende tijd over om uitvoerig in te gaan op alle
belangrijke zaken die spelen op de BES-eilanden. Het laatste punt dat ik
wil noemen, is het gebrek aan strategische voorraden en dan met name van
voedsel en drinkwater. Er is niet alleen een groot gebrek aan deze
belangrijke voorzieningen, maar het ontbreekt ook aan beleid om te komen
tot een oplossing. Is de staatssecretaris voornemens om de adviezen uit
het rapport van de Rekenkamer over te nemen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van mevrouw
Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik heb eigenlijk aan de collega van de VVD dezelfde vraag als zij mij
stelde. Er zijn heel veel ambities. Hoe kijkt de VVD er dan tegen aan
hoe we deze ambities kunnen verwezenlijken, met middelen die er wel of
niet zijn? Graag een reactie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Er is een verschil tussen de ambities die wij stellen, namelijk de boel
op orde krijgen, en ambities die de fractie van D66 stelt, namelijk om
heel veel dingen beter te maken. Daar zit echt een gradatie verschil in,
in ieder geval in mijn beleving. De vraag is hoe wij gaan zorgen dat de
inwoners van de eilanden, wat gewoon Nederlandse inwoners zijn, dezelfde
kansen op ontwikkeling krijgen als die van Nederland, maar vooral wat er
nodig is in het lokale bestuur om dat voor elkaar te krijgen en wat
daarbij de rol van de Nederlandse regering is.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dan ben ik wel benieuwd naar wat het lokale bestuur dan kan doen volgens
de VVD. Volgens mij bedoelen we toch hetzelfde. De VVD wil de boel op
orde krijgen en wij willen het beter maken. Dat is potato-potato. Hoe
zou het lokale bestuur daar dan aan moeten bijdragen?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De kern van mijn verhaal zat in integriteit en financieel beheer. Wij
denken dat je pas echt toe kan komen aan het verbeteren van alle andere
zaken als die twee zaken op orde zijn. Op het moment dat er continu
sprake is van bestuurswisselingen vanwege allerlei integriteitskwesties
dan wel onenigheden dan wel allerlei andere zaken die spelen, kom je
niet toe aan het beter maken van het onderwijs, het milieu of andere
zaken. Ik denk dat er eerst een oplossing moet komen om de boel op orde
te krijgen en dat je daarna pas echt kan bouwen aan verbetering van de
omstandigheden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Van den Brink uit voor zijn
bijdrage.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Bon dia, goedemiddag aan iedereen
hier en op Bonaire, Statia en Saba. Goed dat we vandaag praten over de
situatie in het Caribische deel van Nederland. De CDA-fractie is blij
dat zowel staatssecretaris Van der Burg als premier Jetten in de
wittebroodsweken van dit kabinet is afgereisd naar het Caribisch gebied
om de verbondenheid met de drie openbare lichamen en de drie andere
landen binnen het Koninkrijk te benadrukken. Het helpt enorm om daar
geweest te zijn, zeg ik uit ervaring. En dan ben ik allen nog maar op
Aruba geweest in verband met het IPKO.
In de minuten die mij zijn toebedeeld, moet ik kiezen. Daarom begin ik
met een onderwerp dat voor alle drie de eilanden geldt, namelijk de
noodvoorraden. Uit het onderzoek van de Rekenkamer Geen vangnet voor
Caribisch Nederland blijkt dat die voorraden allesbehalve op orde zijn.
Er zijn geen strategische voorraden van brandstof, medicijnen, voedsel
en water voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, terwijl de situatie in de
regio op zijn zachtst gezegd onrustig te noemen is. Mijn vraag aan de
staatssecretaris is: hoe kan dit en kunt u met spoed in overleg met de
besturen van de eilanden om ervoor te zorgen dat deze situatie ten goede
verandert? Het is daarom ook van belang dat we inzetten op handel met
diverse landen. Wat doet de regering daaraan en heeft het
Rekenkamerrapport tot nieuwe maatregelen van de regering geleid?
Dan de vuilstort Selibon op Bonaire. We spraken er eerder over met de
voorganger van de staatssecretaris en met de staatssecretaris zelf. Wat
is de situatie op dit moment? In mijn motie uit maart heb ik het kabinet
opgeroepen alvast met het opzetten van een rijksprogramma te starten.
Die motie is overgenomen. Hoe staat het daar nu mee? Is er zicht op een
doorbraak, is mijn vraag. De eilandsraad van Bonaire heeft in een
petitie aan premier Jetten tijdens zijn bezoek gevraagd om structurele
rijksverantwoordelijkheid op zich te nemen voor Bonaire als het gaat om
afval. Uit de brief van de staatssecretaris van gisteren maken we op dat
het ministerie van IenW daartoe bereid is. Wat betekent dit concreet, is
mijn vraag. Het voornemen is om te stoppen met afval storten, maar
capaciteit opbouwen om afval op Bonaire te verwerken is lastig.
Afvalexport zal de oplossing moeten zijn. We hebben gelezen dat de
export van biomedisch afval goed loopt. Welke lessen kunnen we daaruit
trekken? Welke hulp kan de staatssecretaris bieden om de afvalexport van
Bonaire goed op gang te krijgen?
Sowieso baart de bestuurlijke situatie op Bonaire mijn fractie zorgen.
Het is een komen en gaan van bestuurders. Het lijkt onderhand Nederland
wel. Welke invloed heeft dat volgens de staatssecretaris op de
bestuurskracht van het eiland?
Voor Saba en Statia zijn de veerverbindingen essentieel voor toegang tot
complexe zorg, om naar de bank te gaan en ook om de economie draaiend te
houden. We lezen dat er voor dit jaar en volgend jaar geld is om de
veerverbindingen te helpen financieren. Is al duidelijk hoeveel dat kost
en hoe het kabinet dat gaat betalen? In antwoord op Kamervragen van
collega Dijk en mij gaf het kabinet aan dat de resultaten van die
actualisering in het tweede kwartaal van dit jaar worden verwacht. Mijn
vraag is: hoe staat het daarmee en gaat u zich inzetten om dit geld ook
structureel te regelen na 2027?
Tot slot — als ik nog tijd heb, mevrouw de voorzitter — de bancaire
dienstverlening op Saba en Sint-Eustatius. De brief die vandaag op de
agenda staat, laat zien dat het een lastig probleem is. Met name de
beschikbaarheid van betaalrekeningen, lange doorlooptijden, hoge
transactiekosten en gebrekkige geldautomaten zorgen voor problemen. Er
is veel geprobeerd, maar dat heeft nog niet tot een resultaat geleid.
Het is hoopgevend dat ING aangegeven heeft om op Saba en Statia fysieke
kantoren te willen openen en dienstverlening gelijkwaardig aan Europees
Nederland te willen aanbieden. Hoe staat het daarmee? Gaat dat lukken en
wat kan de staatssecretaris doen om te helpen? Ook lezen we in de brief
dat er een vestigingsvereiste geschrapt gaat worden, omdat dit een
belemmering voor toetreding oplevert. Dat vonden we interessant. Is de
staatssecretaris, die niet alleen van KR is, maar ook van Slagvaardige
Overheid, bereid om te onderzoeken of er meer vestigingsvereisten zijn
die marktfalen op de BES-eilanden in de hand werken?
Ik dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U kon ietsje rustiger praten, want u heeft nog 30 seconden
over. U zat dus mooi binnen de tijd. Mevrouw Tseggai, ik nodig u uit
voor uw inbreng.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Goedemiddag. Bon dia en good morning, zeg ik
tegen de mensen aan de andere kant van de oceaan. Vandaag bespreken we
alle zaken die spelen op de BES-eilanden. Ik vind het lastig, want het
is best een breed debat en de spreektijd is beperkt, dus ook ik zal
moeten kiezen.
Allereerst heb ik met interesse de beleidsbrief van het nieuwe kabinet
gelezen. Ik vind het goed om te zien dat het kabinet een aantal heldere
prioriteiten stelt, maar op sommige punten is de brief wat abstract en
daar heb ik dus een aantal vragen over. Allereerst is het voor
GroenLinks-PvdA van groot belang dat de inwoners van de BES-eilanden als
volwaardige inwoners van het land Nederland worden gezien en dus ook op
gelijkwaardige voorzieningen aanspraak kunnen maken. Al sinds 2010 is
het "comply or explain"-principe het uitgangspunt voor Caribisch
Nederland, maar toch is er op tal van vlakken nog geen sprake van
comply, terwijl hier geen zwaarwegende redenen voor zijn.
De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, de Ombudsman en
ook de rechter in de klimaatzaak Bonaire hebben de rijksoverheid
opgeroepen c.q. verplicht om meer te doen, zodat de inwoners van
Caribisch Nederland dezelfde bescherming en rechtszekerheid hebben als
de inwoners van Europees Nederland. Met name bestaanszekerheid,
gezondheidszorg, onderwijs en connectiviteit in bredere zin en de
gevolgen van de klimaatverandering zijn zaken waarin de verschillen
tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland onevenredig groot zijn.
Mijn oud-collega Raoul White heeft hier eerder ook een motie over
ingediend. Ik hoop dat het kabinet in de brief die hierover nog voor de
zomer komt met concrete maatregelen en een tijdpad zou willen komen om
die achterstand in te lopen. Ik zou dan ook graag een kabinetsreactie
willen ontvangen op de aanbevelingen van de NCDR. Ik hoor graag hoe de
staatssecretaris hiernaar kijkt.
Als we het inhoudelijk over de sociale voorzieningen hebben, zien we nog
steeds grote verschillen. Er is relatief veel armoede op de
BES-eilanden. Bij de komende begroting zal het kabinet een
maatregelenpakket presenteren. Ik zie daarnaar uit, maar ik hoor ook
graag alvast van de staatssecretaris waar hij aan denkt. Ik ben ook
benieuwd wat hij tijdens zijn recente kennismakingsbezoeken aan de
eilanden op dit vlak heeft opgehaald.
Voorzitter, dan iets anders. In Europees Nederland spreken we vaak over
de weerbaarheid van de samenleving. Ook voor Caribisch Nederland is dit
denk ik van groot belang, misschien juist wel extra. Twee weken geleden
kwam de Rekenkamer met het rapport waar een aantal van mijn collega's al
aan refereerden. Daarin staat bijvoorbeeld dat er op Saba maar één dag
drinkwater op voorraad is. Juist omdat die eilanden erg afhankelijk zijn
van import, zouden er voldoende strategische voorraden moeten zijn. De
reactie van het kabinet op deze aanbevelingen verbaasde mij toch een
beetje, want de aanbevelingen om strategische voorraden aan te leggen
lijkt niet te worden opgevolgd. Mijn simpele vraag het kabinet is:
waarom niet? Wat is het kabinet dan wel van plan om te doen om mensen op
de eilanden meer weerbaar te maken in crisis- en noodsituaties?
Voorzitter. Dan kom ik als laatste bij twee punten over Bonaire. Ik
begin met Selibon. Daar ging het net al even over. Gisteren ontvingen we
die brief van het kabinet, waarin een aantal concrete stappen stonden.
Ik ben blij dat er stappen worden gezet en ik ben ook blij dat de
aanbevelingen van de Ombudsman serieus worden opgepakt. Maar eerder was
er geen budget beschikbaar voor een duurzame oplossing. Kan de
staatssecretaris toezeggen dat de financiën in ieder geval geen reden
zullen zijn voor uitstel van noodzakelijke vervolgstappen, ook met het
oog op de gezondheid van omwonenden?
Tot slot heb ik nog een hele concrete vraag over Bonaire. Ik vraag me af
hoe het staat met de buslijn op Bonaire, en welke stappen het kabinet
daarop heeft gezet.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie een vraag van mevrouw Den
Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, mevrouw Tseggai, voor uw mooie verhaal. Wat betreft Selibon
zitten we grotendeels op één lijn; wat daar gebeurt, kan echt niet. Dat
zouden we ook in Europees Nederland nooit toestaan. Maar wat zou een
belemmerende factor kunnen zijn als het niet geld is, denkt u?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De bestuurlijke situatie op Bonaire werd al een aantal keer aangehaald.
Daar heb ik ook wel zorgen over, maar ook die mag wat mij betreft geen
reden zijn om niet naar een duurzame oplossing voor Selibon te zoeken.
Het gaat namelijk om de gezondheid van omwonenden, die echt in gevaar
komt door de situatie daar.
De voorzitter:
Mevrouw Den Hollander, dit is uw laatste interruptie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik weet het. Dank u, voorzitter. Via de voorzitter — dat vergat ik net
eventjes — vraag ik hoe het dan volgens mevrouw Tseggai van
GroenLinks-PvdA opgelost zou moeten worden. Wat is nou de key factor om
het probleem bij Selibon, dat al jarenlang speelt, op te lossen?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Leuk dat mevrouw Den Hollander dat vraagt. Wat mij betreft zou het goed
zijn als de Benedenwindse Eilanden gezamenlijk gaan kijken naar hoe ze
om kunnen gaan met hun afvalverwerking. In het geval van Bonaire zou dat
dan bijvoorbeeld samen met Aruba en Curaçao kunnen. Wat mij betreft zou
het goed zijn als we Selibon op termijn kunnen sluiten, of er in ieder
geval voor kunnen zorgen dat het niet meer gevaarlijk is om naast
Selibon te wonen. Mevrouw Den Hollander zei het zelf heel mooi: in
Europees Nederland zouden we dit nooit toestaan. Wat mij betreft doen we
dat op Bonaire ook niet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van
de Kamer. Ik schors de vergadering tot 16.00 uur. Dan komen we terug met
de kabinetsreacties.
De vergadering wordt van 15.32 uur tot 16.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor de beantwoording in de eerste termijn van
de staatssecretaris. Staatssecretaris, de vloer is aan u.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Vandaag staan we stil bij Bonaire, Statia en Saba. Morgen
staan we stil bij Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Ik probeer wel altijd
een nadrukkelijke scheiding aan te brengen tussen die twee. We moeten ze
niet op één hoop gooien. Het een is nadrukkelijk een openbaar lichaam,
het andere zijn nadrukkelijk de landen. Er zijn een paar uitzonderingen
op. De eerste uitzondering is als we komen te spreken over het Europese
beleid aangaande overzeese gebieden en territoria, want door Europa
wordt het als één gezien. Daar kom ik straks op één punt nog specifiek
op terug. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in relatie tot 3 januari of
in relatie tot de hurricane, spreek je wel over Bovenwinds en
Benedenwinds, maar verder probeer ik mij toch echt te concentreren op
enerzijds Bonaire, Statia en Saba en anderzijds Curaçao, Aruba en
Sint-Maarten. Die laatste gaan we morgen met elkaar bespreken.
Voorzitter, ik heb een drietal kopjes voor u. Het eerste gaat over goed
bestuur, het tweede gaat over de voorraden en in het derde blokje
bespreek ik alle andere belangrijke zaken die door u als commissie zijn
genoemd. Ik begin even met een combinatie van comply or explain alsook
het rapport van de NCDR, want daar zit een nadrukkelijke koppeling aan
wat mij betreft. De NCDR schreef een rapport met de titel
Gelijkwaardigheid als Grondwettelijke Opdracht. Mevrouw Dijk en ik waren
bij de presentatie en ik mocht het ook in ontvangst nemen. Ik heb
tijdens die bijeenkomst al gezegd dat gelijkwaardigheid als
grondwettelijke opdracht niet alleen iets is van de Nationaal
Coördinator, maar van ons allemaal, of we nu Kamerlid of kabinetslid
zijn. Het is namelijk artikel 1 van de Grondwet. Die geldt voor ons
allemaal. Daar hebben we ook de eed op afgelegd. Zo dienen we ook in den
brede naar ons werk te kijken, en dus ook als het gaat om Bonaire,
Statia en Saba. Daarom hebben we in het kabinetsbeleid, bepaald door een
deel van uw Kamer, comply or explain opgenomen, oftewel: we behandelen
het beleid voor bewoners van Bonaire, Statia en Saba gelijk aan
gemeentes in Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet
te doen. Ik blijf even weg bij het debatje dat ontstond tussen mevrouw
Tseggai en mevrouw Nanninga, maar op zich gaat het hier voor een deel
natuurlijk wel over. Soms heb je te maken met ongelijke situaties,
waardoor je ongelijk beleid hebt. Als je bijvoorbeeld constateert dat er
op bepaalde punten achterstanden zijn die er in Nederland niet zijn, dan
neem je andere stappen dan je in Europees Nederland zou nemen. Daar kom
ik straks nog op in het kader van de 30 miljoen die we specifiek hebben
opgenomen voor bestaanszekerheid gerelateerd aan Bonaire, Statia en
Saba.
Voorzitter. Het gaat er wat mij betreft in ieder geval om dat we kijken
hoe we er als algemeen beleid voor zorgen dat wij Bonaire, Statia en
Saba vergelijkbaar sterk maken aan de situatie in Europees Nederland.
Dat vertaalt zich aan de ene kant in investeren in goed bestuur. Daar
kom ik zo nog op terug. Dat vertaalt zich anderzijds in bijvoorbeeld het
versterken van de economie, en daarmee van een deel van de weerbaarheid,
waar mevrouw Tseggai het ook al over had. In die zin voel ik me ook wel
aangesproken door de woorden van mevrouw Nanninga: uiteindelijk moet je
geen vissen geven, maar hengels. Alleen, je hebt soms vissen nodig om
ervoor te zorgen dat mensen sterk genoeg zijn om die hengel te kunnen
gebruiken. Dat speelt bijvoorbeeld weer in het kader van de discussie
over bestaanszekerheid.
In het rapport van de NCDR wordt een zevental zaken genoemd. Mijn hele
formele reactie — maar daarna volgt gewoon een inhoudelijke reactie — is
dat ik nog met een reactie aan uw Kamer kom op het stuk van de Nationaal
Coördinator, zoals het procedureel gaat. Maar u heeft er nu al vragen
over gesteld, dus ik ga er nu al voor een deel op reageren. De eerste
van die zeven zaken is een afdwingbaar kader voor comply or explain. Nu
hebben wij comply or explain niet alleen opgenomen in het
coalitieakkoord, maar ook heel nadrukkelijk in de verschillende
beleidsbrieven. U bent niet alleen lid van deze commissie, maar ook van
andere commissies, en u heeft dus ook andere portefeuilles. Dan ziet u
ook dat diverse ministeries in hun beleidsbrieven specifiek informatie
hebben opgenomen over Bonaire, Statia en Saba. Het gaat er in ieder
geval om dat we, ik in het kabinet en u als leden van deze Kamer, met
elkaar bewaken, stimuleren dat het ook gebeurt.
Daarbij moeten we wel met elkaar vaststellen dat er verschillen zijn. We
kennen geen provinciestructuur op Bonaire, Statia en Saba. Daarbij
speelt de Rijksoverheid soms een rol en soms ligt het daardoor meer bij
het openbaar lichaam. Doordat we geen provinciestructuur kennen, kennen
we bijvoorbeeld geen provinciale wegen. We kennen ook geen rijkswegen,
dus er is eigenlijk altijd sprake van gemeentelijke infrastructuur.
Kortom, dat soort zaken moeten we goed in de gaten houden, ook als het
gaat om onze wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor sommige vragen die
u stelde, zeg ik plagerig tegen mevrouw Tseggai, die een vraag stelde
over de bus. Als de gemeenteraad van Amsterdam besluit om een metrolijn
in te korten, hoor je die vraag daar te stellen. Als er gestopt wordt
met een lokale bus in Rotterdam, hoor je die vraag daar te stellen. Een
vraag over de buslijn is dus eigenlijk een vraag voor het lokaal bestuur
op Bonaire. Ik snap de vraag van mevrouw Tseggai wel, want wij hebben
geld gegeven om dat te doen. Dan mag je er wel van uitgaan dat daarnaar
gekeken wordt. Ik kom straks dus nog op de bus terug, maar laten we dat
met elkaar in de gaten houden. Het "comply or explain"-principe is wat
mij betreft dus in ieder geval echt de basis van het beleid van het
kabinet, en van mij.
Iets anders wat de Nationaal Coördinator noemt, zijn maatregelen gericht
op bestaanszekerheid. Die pak ik even mee. Ik pak ook de public service
obligation mee en de veerdiensten. Dat zijn nummer twee, nummer zes en
nummer zeven van de zeven adviezen van de Nationaal Coördinator. Die
komen na de zomer terug, als we gaan spreken over de 30 miljoen. De PSO
staat overigens morgen ook op de agenda van uw collega's die zich met de
minister van Verkeer — formeel moet ik "de minister van IenW" zeggen —
gaan uitspreken over de PSO, want de volgorde is: eerste de wet
veranderen, dan eventueel een PSO afsluiten en dan daar geld bij
plaatsen. Als morgen, of beter gezegd na de stemmingen naar aanleiding
van morgen, de wet door de Kamer zo wordt aangepast dat die PSO kan,
komen we na de zomer te spreken over de besteding van de 30 miljoen.
Daarin kan dus geld worden uitgetrokken ten behoeve van de PSO, de
veerdiensten en bestaanszekerheid.
Ik kan me nog een discussie van de vorige keer herinneren wat betreft
bestaanszekerheid. Dat was toen niet met mevrouw Den Hollander, maar met
de heer De Beer, die mevrouw Den Hollander verving. Toen ontstond er
tussen hem en ik weet niet meer precies welke collega de discussie of je
dat dan stopt in inkomensondersteuning of in economieversterking. Beide
kunnen natuurlijk aan de orde komen. Daar komen we na de zomer over te
spreken, op het moment dat we over die 30 miljoen spreken. Die staat
uiteraard in het coalitieakkoord, maar moet zich nog wel vertalen in de
begrotingsvoorstellen die wij na de zomer aan u gaan doen. Een aantal
van de prioriteiten komen daar dus in terug. Uiteindelijk, zeg ik erbij,
bepaalt u natuurlijk de verdeling van die 30 miljoen. U mag echter wel
verwachten dat de heer Vijlbrief en ik namens het kabinet een voorstel
zullen doen. Ga er dan maar van uit dat het een mix zal zijn. Reken niet
op meer, want 30 miljoen is ons "gegeven" in het coalitieakkoord. U mag
er uiteraard ook 300 miljoen van maken — daar gaat u over — maar ik heb
me te houden aan de kaders van het coalitieakkoord. Dat met betrekking
tot de NCDR.
De NCDR sprak ook over de gelijkwaardigheid; dan leg ik ook nog even een
link met mevrouw Tseggai. Dat was natuurlijk ook een punt waar mevrouw
Nanninga in haar bijdrage op inging. Er ligt natuurlijk ook de uitspraak
in het kader van het klimaat. Daartegen zijn wij, zoals u weet, als
kabinet in hoger beroep gegaan, maar we hebben daarbij wel gezegd dat we
met de acties gewoon doorgaan. Het is dus niet zo dat we omdat we in
hoger beroep gaan, niet doorgaan met het nemen van mitigerende
maatregelen. Heet dat zo? Ik zie geknik. We gaan dus wel gewoon door met
het beleid, maar we willen wel een principiëlere uitspraak op dit
specifieke punt van een hogere rechter. Verder geldt ook hiervoor dat
die gelijkwaardigheid zich ook terugvertaalt, bijvoorbeeld als het gaat
om onderwijs. Dat kwam niet alleen in uw discussietje aan de orde, maar
ook in de vraagstelling. Dan gelden daar gewoon dezelfde criteria voor
als in Nederland. Daar ligt wel een groot probleem op het bordje van
mijn collega's van Onderwijs. Ik was vier of inmiddels vijf weken
geleden op Bonaire. We zien nu dat 52% van de kinderen die instromen,
anderstalig is. Dan bedoelen we anderstalig dan Papiaments dan wel
Nederlands. Dat geeft enorme problemen. Een van de grote problemen die
heel nadrukkelijk spelen op Bonaire, is de explosieve bevolkingsgroei,
waardoor men het niet of nauwelijks aankan. Dat zijn allemaal zaken waar
mijn collega's van O nderwijs mee aan de slag zijn.
Mevrouw Den Hollander vroeg terecht hoe we ervoor zorgen dat Bonaire,
Statia en Saba ook echt tussen de oren komen van alle bewindspersonen.
Ik zeg er meteen tegen u bij: en bij alle andere 145 Kamerleden — sorry,
voorzitter, ik bedoel 144 Kamerleden — die niet in deze commissie het
woord voeren dan wel voorzitter zijn. We hebben weliswaar een commissie
Koninkrijksrelaties, maar zoals ik al heb gezegd moeten we er als het
gaat om de BES eigenlijk naar streven dat deze commissie geen functie
meer heeft. Dit is eigenlijk de enige keer dat ik "BES" zeg, want je
moet Bonaire, Statia en Saba niet op één hoop gooien. Dat hoort namelijk
gewoon aan de orde te komen bij de desbetreffende vakcommissie, zoals
dat ook het geval is met Maastricht, Delfzijl of Terneuzen. Tot nu toe
kan dat nog niet, en dus moeten we dat vooral ook zo doen. Er blijft
natuurlijk altijd een relatie met Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, die
weer anders is. Maar we moeten er vooral naar streven dat heel veel van
de discussies in de vakcommissies besproken worden, en dat is niet om
mijn leven lichter, leuker of lekkerder te maken. Dat is vooral omdat
dat gewoon goed is, tenzij het bijvoorbeeld gaat om die 30 miljoen, want
dan hoort het echt hier thuis. Dan hebben we namelijk generiek beleid
voor Europees Nederland en specifiek beleid voor Bonaire, Statia en
Saba.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Den Hollander een interruptie heeft. Ik wil daarbij
vermelden dat iedereen weer vier interrupties krijgt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het is goed om te horen dat de staatssecretaris, net als de fractie van
de VVD, vindt dat het tussen de oren moet komen. Wij hebben daar een
taak toe, maar mijn vraag was ook hoe de staatssecretaris dat gaat doen.
Hij zegt nu alleen dat hij dat gaat doen, maar hoe gaat hij ervoor
zorgen dat de andere ministeries zich hier volwaardig mee
bezighouden?
Staatssecretaris Van der Burg:
Op een aantal manieren, ten eerste gewoon door inderdaad letterlijk
overleggen te hebben met mijn collega's om specifieke punten te
bespreken. We komen straks bijvoorbeeld op Selibon. Althans, ik ga het
daar met u over hebben. Dan zult u ook zien dat het dan snel gaat over
mijn contacten met collega Bertram van IenW als het gaat om het creëren
van een type IV-situatie. Dat doe ik dus gewoon door te overleggen. Ik
spreek gewoon met mijn collega's van onderwijs over de specifieke
situatie die ik niet alleen aantref tijdens mijn werkbezoeken, maar die
ik ook terugkrijg als ik spreek met de gezaghebbers of anderen.
Dat doe ik ten tweede door gezamenlijk met collega's bij u te gaan
zitten. Als ik met u spreek over die 30 miljoen, zit ik hier samen met
Hans Vijlbrief, en niet alleen. Als Hans Vijlbrief op bezoek gaat, gaan
we daar samen kijken om daar samen beleid voor te maken. Dat zijn zaken
die daarbij nadrukkelijk helpen. Verder heb ik natuurlijk ook gewoon
ambtenaren die in de verschillende deeloverleggen aan de orde komen.
Breng ik het in tijdens de Rijksministerraad of doen anderen dat? Het is
heel simpel. Ik heb letterlijk tegen de drie premiers en de gezaghebbers
gezegd wat zij van mij mogen verwachten. De drie premiers kennen hier
een gevolmachtigde minister. Ik zei: jullie mogen ervan uitgaan dat ik
ook jullie, niet officiële, gevolmachtigde bewindspersoon ben als ik
hier in Nederland ben en er geen gevolmachtigde minister in de buurt is.
Dan ben ik de ambassadeur en de boodschapper. Ik ben ook de
vertegenwoordiger van de gezaghebbers in de overleggen binnen het
kabinet. Ik ga soms ook gewoon een pain in the ass zijn, om het maar
even in slecht Nederlands te zeggen. Dat doe ik door te prikkelen.
Een van de belangrijke punten die u noemde betreft de verbetering van de
uitvoeringscapaciteit. Met "u" bedoel ik de commissie, maar het was
toevallig mevrouw Den Hollander, dus in die zin sluit het ook aan. In
2024 — dan hebben we het volgens mij over het voorvorige kabinet, al is
het een beetje afhankelijk van hoe je dat meet — heeft het kabinet
natuurlijk 13,6 miljoen structureel toegevoegd voor het versterken van
de uitvoeringscapaciteit van de BES-eilanden. Dat is een van de
maatregelen die toen genomen zijn. Verder ligt er natuurlijk een grote
verantwoordelijkheid bij de eilanden zelf, maar we coachen, sturen en
helpen ze daar wel nadrukkelijk in. Ik heb vanochtend nog overleg gehad
met de VNG. Dat ging onder andere over de VNG Caribendesk en de rol die
de VNG daarin kan spelen. Denk ook aan het Projectbureau Caribisch
Nederland en de inzet daarvan en aan de inzet van de
omgevingsdiensten.
Komende maandag, tijdens het wetgevingsoverleg, komen we te spreken over
de versterking van de bestuurders. Dat gaat niet alleen over de
kwantitatieve component — we gaan namelijk het aantal eilandsraadsleden,
en daarmee het aantal bestuurders, uitbreiden — maar ook over de
kwalitatieve kant. Daarover gaat u ongetwijfeld maandag vragen stellen.
We gaan daar ook trainingen geven, opleidingen doen en kijken naar de
ambtelijke ondersteuning, om het op die manier sterker te maken.
Mevrouw Den Hollander had het bijvoorbeeld over de financiële component.
Er zijn extra controles ingezet om daarin zaken te doen. Mijn directeur
was afgelopen week toevallig op Bonaire. Nou, het was niet toevallig.
Hij was daar om stil te staan bij een aantal zaken die niet alleen
gingen over Selibon, maar ook over de breedte. Het is voor ons een
hoofdthema. Overigens geldt dat niet alleen voor Bonaire, Statia en
Saba, maar ook voor Sint-Maarten, Curaçao en Aruba. Dat is wel in
verschillende gradaties, maar daar komen we morgen over te spreken. Op
alle eilanden is het voor ons een bijzondere prioriteit.
Meneer Van den Brink, het is terecht dat u de nuance maakt dat ze op de
regering in Nederland beginnen te lijken. U had het over de instabiele
situatie en het aantal wisselingen dat daar heeft plaatsgevonden. Dat
helpt inderdaad niet. Het betekent namelijk dat je elke keer opnieuw
moet beginnen. Dat is alleen natuurlijk niet anders dan bij
verschillende gemeentes in Nederland, waar ook weleens colleges willen
vallen en nieuwe raden willen komen. De colleges en gemeentes in
Nederland functioneren alleen in een andere context. We hebben hier ook
gemeentes waarvan je kunt zeggen: goh, die wisselen wel heel erg vaak.
Maar dan heb je én de provincie én zitten de gemeenten vaak in allerlei
gemeenschappelijke verbanden én zijn de buren dichterbij, om het zo maar
eventjes te zeggen. Nou liggen de buren op zich wel dichtbij, maar een
van de grootste buren van Statia en Saba is natuurlijk een ander land.
Bij Bonaire hebben ze zelfs geen buurgemeentes of buurlanden, dus is de
context anders. Maar het beïnvloedt het uiteraard niet positief.
Tegelijkertijd betreft dit ook wel echt democratie op de eilanden en in
dit specifieke geval Bonaire zelf.
Mevrouw Den Hollander verwees ook naar het WODC-rapport. Dat is vertaald
in de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland. Die is vorig jaar met u
gedeeld. Dat was weliswaar door een van mijn voorgangers, maar wel met u
als Kamer, zal ik dan maar even zeggen. Verder wordt er gewerkt aan het
verstevigen van de procedures met betrekking tot inkoop en aanbesteden
en aan het bevorderen van de bewustwording aangaande integriteit. We
hebben de Monitor Integriteit en Veiligheid voor Caribisch Nederland.
Ook heb ik ... Ik zeg "ik", maar dat moet "de staatssecretaris" zijn.
Het gaat om mij als functionaris, niet als mens. Ik heb middelen
beschikbaar gesteld voor het opzetten en professionaliseren van
integriteitsbureaus op de eilanden. U wordt specifiek daarover in het
najaar, dus na de zomer, door mij geïnformeerd middels een
Kamerbrief.
Selibon was een belangrijke reden voor mijn directeur om vorige week op
Bonaire te zijn. We zien dat daarop, zeker ten opzichte van vorig jaar,
goede stappen zijn gezet en nu ook goede stappen lijken te worden gezet.
U noemde het al in een aantal van uw vragen, bijvoorbeeld wat betreft
medisch afval: dat wordt nu goed opgeslagen. Dat heb ik zelf ook gezien.
We zijn er uiteraard zelf ook geweest en zijn er zelf gaan kijken. Dat
gaat nu goed. Wel wordt het verscheept naar Nederland, wat natuurlijk
behoorlijk duur is. Wat betreft asbest zijn er nu stappen gezet om
containers daar beter te maken dan ze waren, maar het moet wel van het
eiland af worden verscheept, wat ontzettend duur is. Dat is het gevolg
van de specifieke situatie waarin je daar zit. Er zijn nu goede
afspraken gemaakt voor de komende jaren, '26, '27 en '28, met het
bestuur, maar afspraken zijn nog geen daden. Wij monitoren het dus heel
sterk. Een belangrijke stap die nu wel is gezet — dat stond ook in de
brief die u gisteren heeft ontvangen — is dat er overgegaan wordt tot
type IV. Dat betekent dat het ministerie van IenW nu verantwoordelijk
wordt voor de handhaving. Het gaat dus niet over het beheer van Selibon
als zodanig, maar om de handhaving. Die gaat nu door IenW gedaan
worden.
Ik zei al dat er belangrijke afspraken gemaakt zijn. Die moeten nog wel
bevestigd worden door de bestuurscommissie. Daar wachten we op. Zodra ik
daar meer informatie over heb, krijgt u die. Dat staat los van de motie
waar de heer Van den Brink naar verwees. Er ligt ook nog een andere
motie, namelijk de motie-Ceder/Van der Burg. Die verzocht dat ik voor de
zomer schriftelijk met een verhaal moet komen. U mag ervan uitgaan dat
we de uitstekende motie van die twee Kamerleden zeker zullen
uitvoeren.
De heer Van den Brink en mevrouw Den Hollander spraken ook over de
petitie die is aangeboden. In beginsel is afvalbeheer gewoon een taak
van gemeentes, dus ook van het openbaar lichaam. We maken daarin geen
onderscheid tussen wat er op Bonaire, Saba of Statia geregeld is. De
bevoegdhedenstructuur is gelijk. Ook daarvoor geldt: comply or explain,
dus voer uit of leg uit. We proberen qua bevoegdhedenstructuur juist zo
dicht mogelijk te zitten bij hoe we het in Europees Nederland geregeld
hebben. Dat past ook bij comply or explain. We zien echter wel dat het
op Bonaire wat lastiger gaat, dus we zitten er dichter bovenop, ook
omdat er geen provincie is die een rol kan spelen. De provincierol ligt
deels bij de Rijksvertegenwoordiger, die dat doet namens het Rijk als
totaal, en deels bij ons, maar in beginsel zijn zij verantwoordelijk. We
hebben nu dus wel een stap gezet met betrekking tot het type IV maken.
Dat gaat al helpen in het kader van handhaving. Dat ontlast ze op de
handhavingscomponent, maar niet op de uitvoeringscomponent, want die
ligt nog steeds daar. Ik heb wel concreet mijn hulp aangeboden aan het
bestuur van Bonaire, want ik zie de problemen die daar zijn.
Ik weet dat u niet direct een vraag over financiën heeft gesteld, maar
wellicht heeft u daar wel iets over gehoord omdat uw collega's of een
van u in een andere commissierol daar twee weken geleden waren. Daar
speelde financiën een rol. Ook daar zijn nu afspraken over gemaakt die
door de bestuurscommissie worden bevestigd en uitgevoerd. Dat soort
stappen kunnen in ieder geval voor '26, '27 en '28 worden gezet.
Wat betreft andere zaken die genoemd worden …
De voorzitter:
Staatssecretaris, ik zie een ... O, oké. Mevrouw Den Hollander wacht nog
even af.
Staatssecretaris Van der Burg:
Mevrouw Den Hollander had het namelijk niet alleen over Selibon, maar
ook over onderwijs, huisvesting, voedselzekerheid, landbouw, wonen en
structuurvisie. Die worden namelijk ook genoemd. We zijn wat die
onderwerpen betreft ook aan het kijken naar specifieke situaties. Denk
bijvoorbeeld aan voedselvoorziening. Daar hebben het CariFoodFund voor
opgericht. Overigens hebben we dat voor zowel de drie landen als voor de
openbare lichamen gedaan, want dat raakt heel erg aan voldoende voedsel
op het eiland, bestaanszekerheid en voedselzekerheid. Daar hebben we dat
fund voor opgericht. U ziet dat we er dichter bovenop zitten dan we
zouden doen als het gaat om gemeenten in Nederland. We hebben wel veel
overleggen met elkaar. Ik zeg "we", maar ik bedoel de verschillende
ministeries over verschillende thematieken.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn vraag is: wanneer gaat Selibon nou dicht? Want dat is wat er
volgens de Ombudsman moet gebeuren.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan moet er eerst een andere locatie zijn. Je kunt Selibon wel
dichtdoen, maar het afval blijft elke dag komen. Het eilandsbestuur moet
eerst een besluit nemen over waar de andere locatie komt. Dat is één.
Die andere locatie moet nog worden ingericht. Dat is twee. Drie. Dit
alles zou in 2028 moeten resulteren in een nieuwe situatie. Zo lang gaat
het in ieder geval duren. We hebben het nu vooral over 2026 en 2027, en
deels over 2028. Het gaat dan om het beheren van de huidige locatie,
want die zal dit jaar, volgend jaar en aan het begin van 2028 gewoon nog
in gebruik zijn.
De voorzitter:
Ik zag ook nog … O, de heer Van den Brink heeft nog een
vervolgvraag.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn vraag is hoe veilig of gevaarlijk het daar nu is.
Staatssecretaris Van der Burg:
Die vraag is moeilijker te beantwoorden dan te stellen, maar dat is
uiteraard geen verwijt. Als het gaat om asbest en medisch materiaal, dan
zijn er echt stappen gezet. Tegelijkertijd poppen er nog steeds af en
toe ondergrondse branden op en dat is echt een probleem. Men is nu
begonnen met het afdekken en dat kan heel erg helpen. Als je het
comprimeert, dan haal je de lucht eruit. Die lucht zorgt voor een
verhoogd risico op branden, dus dat helpt. Een van de problemen is dat
Selibon bovenwinds ligt. Als er brand uitbreekt, dan gaat die rook dus
over een deel van het eiland heen. Dat is op dit moment een gegeven dat
we niet kunnen veranderen. We kunnen het niet nu verplaatsen naar
benedenwinds en we kunnen ook de wind niet aanpassen. Er moet dus zo
veel mogelijk worden voorkomen dat daar branden uitbreken. Ik zie wel
dat er duidelijke verbeteringen zijn aangebracht. Maar nogmaals, u
krijgt van ons voor de zomer een rapportage. We zitten hier bovenop
richting het gemeentebestuur en de directie van Selibon.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Den Hollander. Heeft u nog een
vraag?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ja. Mijn vraag gaat niet specifiek over Selibon, maar over de petitie in
zijn algemeenheid. Stel dat de gemeente Nijmegen, Groningen of welke
gemeente dan ook met een petitie komt waarin staat: "Rijk, kunt u de
regie nemen over onze onderwijshuisvesting, onze structuurvisie en onze
woningnood?" Hoe zou de Nederlandse overheid, de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, dan reageren? Wat maakt het verschil met hoe we
omgaan met deze vraag? Ik beschouw dit toch een beetje als een roep om
hulp vanuit Bonaire. Hoe gaan we om met zo'n hulpvraag over een zaak
waar we als rijksregering eigenlijk niet over gaan?
Staatssecretaris Van der Burg:
Daar wil ik een paar dingen over zeggen. Eén. In beginsel communiceert
het kabinet met het bestuur van een gemeente of openbaar lichaam. Deze
petitie kwam van eilandsraadsleden en niet van het bestuur van Bonaire.
Om de vergelijking te maken: als het gaat om Nijmegen — laten we even
bij die gemeente blijven — dan communiceren wij met het gemeentebestuur
van Nijmegen en niet met de gemeenteraad. We zeggen hiermee overigens
niks over Nijmegen. Ik gebruik alleen het voorbeeld dat mevrouw Den
Hollander noemt. In beginsel zou de primaire reactie zijn: luister,
vrienden in gemeente x of y, u bent conform de Gemeentewet — in dit
geval gaat het om de WolBES — verantwoordelijk voor deze taken en die
moet u uitvoeren. Als men die taken zodanig verwaarloost dat wij denken
"dit kan niet langer", dan grijpen we in. Dat is ook gebeurd door de
Rijksvertegenwoordiger. Die heeft aangaande Selibon op een gegeven
moment gezegd: nu is het klaar; ik grijp in. Voor de helderheid: de
Rijksvertegenwoordiger deed dat namens het kabinet. Maar de rechter
heeft gezegd: dat mag niet; zolang er minimaal wordt geleverd, is dit
een bevoegdheid waarin u niet mag treden. Dat zou ook in Nijmegen het
geval zijn. Ik zeg het nogmaals voor de notulen: we hebben geen enkele
aanleiding om ook maar iets te doen ten aanzien van Nijmegen. Dit was
een theoretisch voorbeeld. Dat is wat hier speelt. In eerste instantie
is men zelf verantwoordelijk. Tegelijkertijd zijn de bewoners van
Bonaire ook uw en mijn bewoners. Je hebt een rijksverantwoordelijkheid
voor alle 18 miljoen inwoners, of ze nu in Nijmegen of op Bonaire, Saba
of Statia wonen. In die zin zitten we erbovenop, maar dan doel ik meer
op adviseren dan op ingrijpen, want dat kan niet aan de orde zijn.
Ik vond het interessant dat mevrouw Den Hollander het had over een
eventuele samenwerking met Aruba. Dat ging specifiek over Selibon. We
hebben op Aruba overleg gehad met de Europese Commissie. Met "we" bedoel
ik de drie landen, de drie openbare lichamen en Nederland. De Europese
Commissie maakt geen onderscheid tussen landen en openbare lichamen. Die
zijn gelijk, de zogeheten "OCT's". Het gaat dus over de zes plus
Nederland. We hebben daar een overleg gehad. Waste management was toen
een belangrijk thema. Dat werd ingebracht door Aruba, maar dat speelt
ook in bredere zin. Ook op Sint-Maarten is waste management een punt,
bijvoorbeeld in het kader van Irma. Sorry, ik moest het even voordoen. U
zag mij de hurricane fysiek uitbeelden. Dit is een goed punt. U zag dat
ik een briefje kreeg. Op Bonaire is men aan het kijken naar samenwerking
met Aruba. Wij pakken dit verder op.
Voorzitter. De strategische voorraden zijn belangrijk. Die zijn door
veel mensen genoemd. Of beter gezegd ... Sorry.
De voorzitter:
Ik wilde wachten totdat u uw zin had afgemaakt.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, maar ik zag mevrouw Tseggai en dan kan ik niks meer.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris wilde verdergaan met het volgende punt, maar ik
wilde nog iets vragen over de afvalverwerking. Dus als dat mag …
De voorzitter:
Prima.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik vroeg mij twee dingen af. Eén: hoe ziet de staatssecretaris zijn
aanjagende rol in de samenwerking tussen Aruba en Bonaire? En wordt ook
Curaçao daarbij betrokken? Want ik krijg signalen dat het bij Selikor
ook niet fantastisch gaat.
Staatssecretaris Van der Burg:
Het ligt voor de hand om te kijken of je hier een drie-eenheid van kunt
maken, met het verschil dat Curaçao en Aruba landen zijn en dat Bonaire
een openbaar lichaam van ons is. Dat brengt meteen bepaalde zaken met
zich mee, want je hebt het dan formeel over de export van afval vanuit
Nederland naar een ander land. Dat kan, want Italië brengt ook een deel
van zijn afval naar Nederland. Volgens mij gebeurt dat in de buurt van
het huis van mevrouw Den Hollander. Het kan daarnaartoe worden
geëxporteerd. Ik zal dat altijd stimuleren. Maar ik kan dringender en
drangender, of in ieder geval stimulerender, zijn als het gaat om
Bonaire, want dat is een openbaar lichaam van ons. Aruba en Curaçao zijn
gelijkwaardige zusters. Dat is het verschil. Maar ik weet in ieder geval
dat de heer Eman nadrukkelijk openstaat voor samenwerking. Ik zeg
"meneer Eman", maar ik moet natuurlijk "premier Eman" zeggen. Het ligt
voor de hand om ook naar Curaçao te kijken.
De voorzitter:
Gaat u door met de beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Ik zou bijna willen zeggen: wie is er niet begonnen over de
strategische voorraden? Van de mensen aan de overkant, is volgens mij
iedereen daarover begonnen. Er is sprake van een enorme kwetsbaarheid.
Daar ga ik niet omheen draaien. In Nederland hebben niet alle gemeenten
een voorraad op allerlei niveaus. Onze kerosine ligt in Amsterdam en
onze benzine in Rotterdam, maar daarmee kun je wel heel Nederland
bedienen. Je kunt dat op Saba of Statia niet inrichten op de manier
waarop je dat in Nederland kan doen, waarbij je in de buurt zit van
grote terminals. Wij halen water gewoon uit de grond en hoeven het
"alleen maar te zuiveren". Daar moet water letterlijk gemaakt worden. Er
zijn dus grote verschillen met de situatie in Nederland. Brandstof is op
dit moment een heel belangrijke. Brandstof is niet alleen noodzakelijk
in het kader van energievoorziening, maar het water wordt ook gemaakt
met behulp van brandstof. De brandstofvoorziening is dus de
allerbelangrijkste. Wij zien op dit moment geen acute risico's als het
gaat om de brandstofcomponent. Daarmee kunnen ze het water op de
eilanden produceren. Bij voedsel zien we iets heel anders. Vers voedsel
is een probleem. Op Saba en Statia — ik moet ook hier weer een
onderscheid maken tussen Saba, Statia en Bonaire — komt één keer in de
week de boot met vers voedsel. Even heel praktisch: dat betekent dat je
op de dag van of de dag na de boot verser voedsel hebt dan op de dag
voor de boot. Dat is een aandachtspunt. Een van de dingen die we
daarvoor doen, is het volgende. U weet dat we investeren in de haven op
Saba. Daar kunnen dan ook koelcontainers komen. Als die koelcontainers
er zijn, kun je alweer meer doen met het opslaan van vers voedsel. We
kijken ook naar de terminalsituatie op Bonaire. Dat is een nadrukkelijke
wens van Bonaire, die ook is ingebracht op die conferentie op Aruba. We
kijken naar de mogelijkheid om naast Aruba en Curaçao ook Bonaire beter
op te nemen in de routering van schepen. De bevoorradingsmogelijkheden
nemen daarmee toe.
Die voorraden zijn in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de
drie openbare lichamen zelf, maar als het gaat om drinkwater moet dat
altijd in samenspraak gaan met IenW, als het gaat om brandstof met EZK,
als het gaat om voedsel met LVVN en als het gaat om medicatie met VWS.
We pakken dat dus nadrukkelijk op. "We" zijn dan de vijf ministeries,
dus niet alleen die vier ministeries, maar zeker ook BZK als
coördinerend ministerie. Ik onderschrijf in ieder geval de aanbeveling
van de Algemene Rekenkamer dat daar meer voor nodig is. Ik noemde net de
vijf ministeries die hierbij betrokken zijn. Het belangrijkste
ministerie is — ik wilde zeggen "formeel gezien", maar dat klinkt alsof
het materieel niks doet — wellicht nog JenV, want die is
crisisverantwoordelijke als het gaat om de BES. Wij moeten dus met z'n
zessen zorgen dat dat goed gaat. Ik zie de heer Van den Brink met zijn
hoofd schudden in de zin van: nou, Van der Burg, dat is weinig
bevredigend. Daarmee lok ik een interruptie uit en dat moet ik niet
doen.
De voorzitter:
U had al een interruptie uitgelokt, zag ik. Dit is uw tweede, mevrouw
Tseggai, dus u zit nog goed qua aantal interrupties.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik zit even na te denken over wat de staatssecretaris net zei over het
drinkwater. Hij zegt eigenlijk, als ik het zo mag samenvatten:
drinkwater wordt gemaakt op de eilanden en daarvoor is brandstof nodig;
met brandstof voorzien wij geen problemen, dus met water ook niet. Maar
we hebben toch ook de EU-verplichting om strategische voorraden aan te
leggen? Los van het feit dat wij als Nederland denken dat er geen acute
brandstoftekorten zullen ontstaan, is het volgens EU-regelgeving toch
alsnog verplicht om een strategische voorraad aan te leggen?
Staatssecretaris Van der Burg:
Laat ik hier zo op terugkomen, want anders ga ik te veel dingen uit de
losse pols tegen u zeggen. Ik heb hier wel gedachten bij, maar ik zit
wat minder in EU-wetgeving en water. Ik zeg het nu hardop, dus nu hebben
de ambtenaren boven gehoord dat ik om hulp vraag. Als het goed is,
gebeurt er zo dan wat.
De voorzitter:
Gaat u verder met de beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
De heer Van den Brink had nog een specifiek punt aangaande de
handelsdiversificatie. Dat is een belangrijk punt. We zijn ook echt aan
het kijken naar die routering, want hoe vaker de handelsroutes ervoor
zorgen dat de boten op de verschillende plekken aanleggen … In die zin
gaat dit ook nog te maken hebben met de 30 miljoen. De connectiviteit is
belangrijk. Hoe meer boten er komen, hoe meer bevoorrading je namelijk
kunt hebben. Dat is een terecht punt van de heer Van den Brink.
Tot slot, voorzitter. Het levert niet meteen die noodzakelijke voorraden
op. In het kader van de Week van de Crisisbeheersing, die komende week
start, zullen de crisismanagers van de zes eilanden bijeenkomen. Dan
gaan we ook gesprekken hebben over het specifieke punt van de
strategische voorraden. Dat wil ik u nog graag meegeven.
Dan de vraag van mevrouw Dijk over het maritiem reservaat. Ik breng uw
punt onder de aandacht bij zowel Bonaire als Curaçao. Bij Bonaire spelen
wij natuurlijk nog een rol. Bij dit soort zaken gaat het natuurlijk ook
over Nederland en Curaçao, maar in eerste instantie moeten we ook even
kijken hoe dat speelt bij Bonaire. Ik zal uw punt over het groot
maritiem reservaat dus onder de aandacht brengen.
Dan was er nog een vraag aangaande de klimaatzaak. Ik heb er al het een
en ander over gezegd. We zijn dus wel in hoger beroep gegaan. We wachten
dus niet met plannen maken. Ik wijs u er ook op dat er op 12 mei en
gisteren vragen zijn gesteld, onder anderen door mevrouw Tseggai en
mevrouw Van Oosterhout, aan de minister van Klimaat en Groene Groei over
specifiek dit punt. Naar aanleiding van de vragen van mevrouw Tseggai en
mevrouw Van Oosterhout, en trouwens ook van mevrouw Teunissen van de
Partij voor de Dieren, zal de minister van Klimaat en Groene Groei nog
op dit punt antwoorden.
Wanneer komt de Nationale klimaatadaptatiestrategie, vroeg mevrouw Dijk.
Deze zal, als het goed is, eind van het jaar worden vastgesteld en dan
naar uw Kamer worden gestuurd.
Is het al duidelijk hoeveel de veerverbinding voor Saba en Statia gaat
kosten en hoe het kabinet dit gaat financieren? Waar het hier om gaat,
is of wij in het kader van verbetering van de connectiviteit daar geld
voor gaan uittrekken uit die 30 miljoen. Wij gaan dat niet gratis
aanbieden; dat is niet aan de orde. De vraag is of je een vaste
kostprijs wil. Dan is de vraag weer of je een vaste kostprijs wil voor
iedereen die reist of alleen voor eilandbewoners. Dit moeten we dus met
elkaar bespreken in het kader van de besteding van die 30 miljoen. Dat
komt na de zomer naar u toe. Die 30 miljoen is overigens structureel. We
hebben voor '26 en '27 1,5 miljoen ter beschikking gesteld. Dan kunnen
we kijken hoe we het na '27 met elkaar gaan financieren. Morgen is er
een discussie met IenW over luchtvaart. Dan komt dat ook terug, ervan
uitgaande dat IenW en de Kamer tot iets komen dat wetgeving heet. Dan
kan die PSO komen en dan krijgt u de vraag of u daar geld aan wil
besteden vanuit die 30 miljoen.
Ik zei net plagend dat de buslijnverbetering echt een gemeentetaak is.
Dat is wel zo. Wij zitten daar wel achteraan richting Bonaire. Dat heb
ik zelf nog aan de orde gesteld in mijn gesprek met het bestuur van
Bonaire. We hebben daar namelijk geld voor ter beschikking gesteld. Ik
vind daarom ook dat we moeten zorgen dat die buslijn er komt. Niet
alleen is er niks mis met openbaar vervoer — sterker nog, het is om heel
veel redenen te prefereren — maar het draagt bijvoorbeeld ook bij aan de
bestaanszekerheid. Dat breng ik ook onder de aandacht van Bonaire, maar
het is aan het bestuur van Bonaire om dat te regelen. Dus ik heb geen
datum voor u op dit moment.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Eigenlijk ging mijn interruptie over dat laatste zinnetje. "Ik heb geen
datum", zei de staatssecretaris. Welke stappen zijn er nu nog nodig voor
die buslijn? Anders hebben we het de resterende drieënhalf jaar van deze
kabinetsperiode over die buslijn, maar dan rijdt die nog steeds niet.
Dus wat is er dan voor nodig dat die bus wél gaat rijden op
Bonaire?
Staatssecretaris Van der Burg:
De besluitvorming van het bestuurscollege. Dat betekent dat zij nu
stappen moeten zetten. Ik ga er wel op aandringen, omdat wij er geld
voor hebben gegeven. Wij hebben gezegd: jongens, als jullie geld van mij
krijgen moeten jullie dat wel besteden aan datgene waarvoor het bedoeld
is. Zij zullen nu gewoon stappen moeten zetten. Het nieuwe bestuur, dat
nu zes weken zit, denk ik, heeft wel aangegeven dat het nu
nadrukkelijker naar die plannen zal kijken en dan snel aan de slag zal
gaan. Maar "snel" is niet wat mevrouw Tseggai wil horen. Zij wil horen:
datum X, 's ochtends om half acht. Zodra ik dat weet, weet u het
ook.
Mevrouw Tseggai had ook een vraag over de 30 miljoen. Daar komen we echt
over te spreken met elkaar na de zomer. Dan komen de heer Vijlbrief en
ik met voorstellen. Normaal gesproken wordt het een mix van zowel
collectiviteit, inkomenszaken en economiestimulering, om maar even drie
thema's te noemen. Bij collectiviteit gaat het uiteraard niet alleen
over PSO of ferry; het kan ook gaan over telecom. Maar daar komen we dus
over te spreken na de zomer.
Zowel mevrouw Dijk als mevrouw Tseggai hadden een vraag over het rapport
van de Onderwijsraad. De minister en de staatssecretaris van Onderwijs,
zo luidt mijn formele antwoord, zijn dit rapport nu aan het bestuderen
en komen nog voor de zomer met een kabinetsreactie. In deze reactie gaan
ze in op de aanbevelingen uit het rapport. Daar kan ik nu niet op
vooruitlopen, zo heb ik als instructie richting u meegekregen.
Mevrouw Dijk sprak over UNICEF. Ja, klopt. Ik heb de vorige keer gezegd:
dat ga ik ook met ze bespreken. Dat heb ik uiteraard ook gedaan. In dat
gesprek zeiden zij: wij zouden graag door willen gaan met een aantal
zaken. Heel specifiek werden daarin "kindvriendelijke gemeentes"
genoemd. In het Engels gaat het over "child friendly cities", maar dat
werkt niet als het gaat om Saba, Statia en Bonaire, dus ik noem de
Nederlandse titel "kindvriendelijke gemeentes". Ik heb aangegeven dat,
aangezien ik wel keuzes moet maken, ik pas na deze commissievergadering
daarover een besluit ga nemen, opdat ik ook van uw commissie kan
meenemen wat uw commissie daarvan vindt. Ik heb uw mening in ieder geval
gehoord. Van de andere vier zeg ik even nog wat minder, maar ik wil
daarin ook de mening van de commissie mee kunnen wegen. Want als ik daar
geld aan geef, kan ik ergens anders geen geld aan geven, tenzij u
natuurlijk straks een tweeminutendebat aanvraagt en met een voorstel
inclusief dekking komt. Maar als u dat niet doet, dan moet ik ergens
geld vandaan gaan halen om het te kunnen financieren. Vandaar dat ik heb
gezegd: ik wacht deze commissievergadering af, misschien komt er nog een
slimme suggestie van een van u.
Ik kom zo op bancaire zaken, maar eerst even mevrouw ...
De voorzitter:
Er zijn goede suggesties gedaan, zie ik, want mevrouw Dijk wil hierop
reageren.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Misschien is het goed voor de collega's — het was een mooie pitch voor
UNICEF — als de staatssecretaris ook wat meer kan aangeven waar de
commissie, als we hierover gaan beslissen, dan ja op zegt. Dat heb ik
nog niet helemaal gehoord — behalve dan die kindvriendelijke
cities.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat moet ik even niet zo uit mijn hoofd doen. Laat ik u op een andere
manier even melden — het ligt voor de hand om dat schriftelijk te doen —
wat UNICEF dan precies wil.
De voorzitter:
Ik zie dat er wordt geknikt, dat het akkoord is. U kunt dus weer
doorgaan. Heeft u ook een tijd voor wanneer het schriftelijk kan?
Woensdag, begrijp ik?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, laten we zeggen volgende week.
De voorzitter:
Voor volgende week woensdag. Oké.
Staatssecretaris Van der Burg:
Morgen zijn de ambtenaren weer bezig met het debat van morgen …
De voorzitter:
Dank u wel.
Staatssecretaris Van der Burg:
… en vrijdag met het debat van maandag. We zien elkaar gelukkig
veel.
De laatste vraag, althans vanuit mijn kant, was van de heer Van den
Brink en ging over de bancaire dienstverlening op Statia en Saba. Ik was
zes weken geleden op Saba. Ik heb gezien dat de automaten er in ieder
geval zijn; dat is het probleem niet meer. Er moesten nog een aantal
bancaire zaken worden geregeld. De inzet is dat ik over drie weken,
aangezien ik dan op Saba ben, mijn eerste geld daar uit de automaat kan
trekken; ik zeg er nadrukkelijk bij: privé. Dan maak ik daar een foto
van en zult u het ongetwijfeld op de socials zien. Het streven is dat ik
dan — dat is over drie weken — formeel de opening verricht door het
eerste geld uit de automaat te trekken. Of het gaat lukken, weet ik
niet, maar dat is in ieder geval de termijn waar we aan denken.
De voorzitter:
Er wordt hier nu het een en ander buiten de microfoon gezegd, maar ik
herinner de commissie eraan dat we nog steeds via de voorzitter praten.
We zullen de socials van de staatssecretaris volgen. Dat was uw laatste
vraag. Dank u wel voor de beantwoording in de eerste termijn. Daarmee
ronden we ook de eerste termijn af en gaan we over naar de tweede
termijn. Ik kijk even wie van de Kamerleden er een inbreng heeft. Het
woord is aan mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording. Ik wil toch een
tweeminutendebat aanvragen. Dat was ook een goeie tip van de
staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat staat genoteerd bij de griffie. Mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Die was uitgebreid
en deskundig, zoals we dat van hem in deze commissie gewend aan het
worden zijn. Veel ambtsgenoten stelden vragen die onze fractie
natuurlijk ook van belang vinden; wij kozen ervoor, ook gezien de tijd,
even te focussen op het punt van de klimaatzaak. Daarover heb ik nog één
vraag. Ik maakte er natuurlijk een beetje een theoretische exercitie
over beleidsruimte versus rechterlijke uitspraken van. Ik ga toch
proberen de staatssecretaris een uitspraak te ontlokken over het
juridische kader en de verplichtingen die de rechtbank afleidt uit de
COP-besluiten. Kan de staatssecretaris aangeven hoe principieel
wenselijk of onwenselijk hij, en daarmee het kabinet, het vindt dat deze
COP-normen via de rechter worden omgezet in nationale verplichtingen en
kan hij aangeven hoe de regering aankijkt tegen de vraag in hoeverre dat
strijdig is met de scheiding der machten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Den Hollander, heeft u behoefte aan inbreng in de
tweede termijn?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Ik ben ook woordvoerder Landbouw, dus ik vind ook
voedselzekerheid superbelangrijk voor de BES-eilanden, en trouwens ook
voor de CAS-eilanden. Ik ben nog een beetje aan het worstelen met dat
water. We maken water uit zeewater. Dat is supercomplex en daar is heel
veel energie voor nodig, maar volgens mij schijnt op de eilanden ook de
zon vrij veel. In hoeverre kunnen er dus ook goeie circulaire
oplossingen gerealiseerd worden en wat kan Nederland doen om daaraan bij
te dragen?
Ik denk ook aan de vis en de hengel van mevrouw Nanninga. Als het echt
lukt om die voedselzekerheid, die zelfredzaamheid en de watervoorziening
daar te verbeteren, gaan we namelijk zo'n enorm verschil maken. Het zou
mooi zijn als Nederland daar een rol in zou kunnen spelen. Hoe kijkt de
staatssecretaris daartegen aan?
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Hartelijk dank voor de beantwoording door de staatssecretaris. Ik heb
nog twee vragen. Er stond volgens mij nog één vraag van mij open,
namelijk de vraag over de vestigingsvereisten op de eilanden in relatie
tot het marktfalen. Zou u die vraag nog willen beantwoorden?
Wat betreft Selibon hou ik er toch een beetje een ongemakkelijk gevoel
aan over dat we daar — wat was het? — een halfjaar geleden ook een debat
over gevoerd hebben en dat dat nog steeds weer kan gebeuren. Toen waren
we allemaal … Ik zou niet zeggen dat we "in paniek" waren, maar we waren
echt wel heel erg bezorgd over wat daar gaande is. Kunt u mij
geruststellen? Dat is eigenlijk de vraag.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Ook dank aan de staatssecretaris voor zijn uitgebreide
beantwoording. Allereerst kijk ik uit naar de plannen die vlak voor of
na de zomer gaan komen. Maar ook ik houd wat zorgen, zowel over de
strategische bevoorrading, waar mevrouw Den Hollander het over heeft,
als over Selibon. Wat betreft de strategische bevoorrading: de
staatssecretaris heeft gezegd dat hij nog terugkomt op mijn vraag over
de EU-regelgeving, maar het gaat natuurlijk ook om het ietwat onrustige
geopolitieke gebied waarin de eilanden zich bevinden. Ik hoop dat de
staatssecretaris mij wil geruststellen.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik wil de toorn van mevrouw Den Hollander niet opnieuw over me afroepen,
voorzitter, dus ik ga gelijk door!
De voorzitter:
De staatssecretaris gaat gewoon in één ruk door. Dat is fijn voor de
commissie. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor de
beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik doe het even in de omgekeerde volgorde.
Nee, mevrouw Tseggai, ik kan u nog niet geruststellen. Dit is echt een
thema waarbij we het advies van de Rekenkamer buitengewoon serieus
moeten nemen. Ik vind dat we met elkaar naar de strategische voorraden
moeten kijken, gezien het advies van de Rekenkamer. Er geldt aparte
wetgeving voor drinkwater, namelijk de Wet elektriciteit en drinkwater
BES. Die is weer anders. Maar los daarvan moeten er wel grotere
strategische voorraden zijn dan nu, dus daar komen we nog bij u op
terug. Ik kan u op dit moment nog niet teleur... Sorry, ik kan u wel
teleurstellen, maar nog niet geruststellen.
De voorzitter:
Volgens mij is dit uw laatste interruptie, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Kan ik daaruit opmaken dat het kabinet wel het advies van de Rekenkamer
gaat opvolgen om strategische voorraden aan te leggen? Want daar ging
mijn vraag in de eerste termijn precies over, namelijk: waarom volgt het
kabinet dat advies niet op?
Staatssecretaris Van der Burg:
Wij moeten de adviezen van de Rekenkamer altijd serieus nemen, maar dat
is niet hetzelfde als alle adviezen in één keer opvolgen. U krijgt nog
van mij een reactie over wat ik vind van het advies van de Rekenkamer,
zoals dat hoort.
Ook de heer Van den Brink ga ik nog niet geruststellen. Het meest
nadrukkelijke probleem dat we in de afgelopen tijd hebben gezien, zijn
die branden, waardoor er rook ontstaat, die over de lagune gaat. U weet
waar de bewoners zitten. Er wordt van alles gedaan om dat risico te
verkleinen, maar het is pas weg op het moment dat er op een nieuwe
locatie een nieuwe afvalstort is geregeld. Ik zou zeggen: het liefst
benedenwinds, want dan speelt dat probleem niet meer. Ik kan u nu niet
geruststellen door te zeggen dat dit soort zaken niet meer zullen
voorkomen, maar ik zeg wel tegen u: wij zitten er vol bovenop en ik zie
ook hoe hard de directie van Selibon aan het werk is. Het bestuur van
het openbaar lichaam geeft nadrukkelijk aan dat het hier grote stappen
in gaat zetten in de komende tijd, maar ik ben nog niet tevreden.
De vestigingsvereiste geldt in den brede. U heeft natuurlijk gelijk: ik
ga ook over een slagvaardige overheid, inclusief Bonaire, Statia en
Saba. Op dit specifieke punt deed zich vorige week iets grappigs voor.
Ik werd gebeld door de minister van Economische Zaken, die zei: "Ik ben
bezig met de aanpak slagvaardige overheid. Wat ga jij doen om ervoor te
zorgen dat er minder regels komen waar bedrijven die zich willen
vestigen in Nederland of anderszins mee te maken hebben, last van
hebben?" Ik zei tegen haar: het lijkt me het goede voorbeeld dat ik nu
word aangesproken door mijn collega's op wat ik ga doen aan een
slagvaardige overheid. Ik ben nu bezig met een tour langs de ministers
onder het motto: don't ask what slagvaardige overheid can do for you,
maar what you can do voor slagvaardige overheid. Ik zie in ieder geval
dat de minister van Economische Zaken hier vol bovenop zit. Dit
specifieke punt zal ik direct morgen ... Nee, ik jok tegen u. Ik zal dit
overmorgen onder haar aandacht brengen, want ik vind het een sterk punt.
Daarmee laat ik ook zien dat we haar oproep aan mij serieus nemen. Ik
zal u als — hoe zeg ik dat? — auteur benoemen.
Mevrouw Den Hollander. Op dit moment zien we dat het op de eilanden over
het algemeen al veel duurzamer gaat dan in Europees Nederland, onder
andere met zonne-energie. Als u bij het eiland Saba komt aanvliegen, dan
ziet u het zonnepark al meteen rechts liggen. Bij de haven wordt nu een
extra zonnepark aangelegd. Op het gebied van duurzaamheid worden daar al
stevige stappen gezet. Dat geldt overigens ook voor de andere twee
eilanden. Je moet zeker kijken hoe je die duurzaamheid kunt vergroten.
Op het moment dat je zonne-energie en windenergie gebruikt, maak je
jezelf namelijk ook onafhankelijker; dan heb je minder olie nodig.
Toevallig is het ook nog goed voor de klimaatopgave en voor
duurzaamheid. Het is dus een verdu... Punt, punt.
De voorzitter:
Oké, punt.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik ben vooral op zoek naar de relatie met voedselzekerheid. Het winnen
van water kost heel erg veel energie, maar het koelen voor opslag en dat
soort zaken bijvoorbeeld ook. Wordt er ook specifiek ingezet op het punt
hoe je de combinatie maakt van de klimaatopgave en de grote
energiebehoefte die er is om de voedselzekerheid te verbeteren?
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is op dit moment nog niet echt langsgekomen bij mij, maar ik vind
het een interessant punt om naar te kijken. We zien wel dat er juist ten
aanzien van voedselzekerheid stappen worden gezet. Overigens heb je op
Saba en Statia in het kader van klimaat natuurlijk het probleem van de
hurricane. Daar is men dus vooral bezig met de vraag: hoe maken we onze
voedselzekerheid hurricanebestendig, zodat het niet allemaal wegwaait op
het moment dat er een orkaan overheen komt? Dit thema neem ik specifiek
mee.
Tot slot snap ik dat mevrouw Nanninga mij wil verleiden tot een
antwoord. Dat krijgt ze echter niet, omdat dit veel verder gaat dan de
rol van de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties. Het thema dat
mevrouw Nanninga aansnijdt, is daarvoor echt te breed. Het is eerder aan
de minister van BZK of de minister van Justitie om daarop in te gaan.
Mevrouw Nanninga, op dit punt vinden we elkaar dus eventjes niet.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Dan hebben we de tweede termijn heel snel
afgerond. Dank daarvoor, zeker ook voor de snelle beantwoording van de
staatssecretaris.
Ik zal de toezeggingen die door de staatssecretaris zijn gedaan, nog
even opnoemen:
De Kamer wordt in het najaar van 2026 geïnformeerd over de opzet van een integriteitsbureau.
De Nationale klimaatadaptatiestrategie wordt eind 2026 vastgesteld en naar de Kamer gestuurd.
De Kamer ontvangt voor de zomer een kabinetsreactie op het rapport van de Onderwijsraad.
Tot slot.
De Kamer wordt volgende week schriftelijk geïnformeerd over de wensen van UNICEF.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Gaat die kabinetsreactie op het rapport van de Onderwijsraad naar de
commissie voor OCW of ook naar deze commissie?
De voorzitter:
De toezegging is hier gedaan. Ik denk dat die dus ook naar deze
commissie komt, maar ik kijk even naar de griffier.
Mevrouw Nanninga (JA21):
We krijgen die reactie ongetwijfeld onder ogen, want die stukken zijn
natuurlijk openbaar. Maar misschien is het handig om die ook proactief
hier te delen.
De voorzitter:
Ik vraag aan de staatssecretaris welke bewindspersoon die reactie
stuurt.
Staatssecretaris Van der Burg:
In beginsel stuurt de bewindspersoon van Onderwijs het naar de commissie
voor Onderwijs. Als u het wil hebben, kunnen wij dat natuurlijk gewoon
faciliteren door dat ook naar u te sturen. Als ik de Kamer daarmee
gelukkig maak ...
De voorzitter:
Vanuit de griffie zorgen we ervoor dat het ook in de commissie voor KR
komt, als volgcommissie. Ik zie dat de heer Van den Brink en mevrouw
Tseggai een vraag hebben. De heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik had het idee dat ik een soort van toezegging had over de
vestigingsvereisten. Kun u ons daar iets over laten horen als u de
minister heeft aangesproken?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja.
De voorzitter:
Oké, dat is dan ook een toezegging.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had opgeschreven dat de staatssecretaris nog met een kabinetsreactie
komt op het rapport van de NCDR.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is juist.
De voorzitter:
Dan noteren we dat ook als toezegging. Volgens mij zijn de toezeggingen
dan ...
Staatssecretaris Van der Burg:
Hm.
De voorzitter:
Ja, staatssecretaris?
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik wil iets zeggen over uw eerste toezegging, of eigenlijk niet úw
eerste, maar de eerste toezegging die u voorlas. Ik kom met een
rapportage over goed bestuur en dáár zit integriteit in.
De voorzitter:
Dat staat genoteerd en wordt gecorrigeerd. Dank u wel daarvoor.
We hebben vastgesteld dat er een tweeminutendebat is aangevraagd met als
eerste spreker mevrouw Dijk. Dat wordt zo snel mogelijk ingepland.
Ik wil de staatssecretaris, de Kamerleden, de mensen op de publieke
tribune en de mensen die online meekijken, hartelijk bedanken voor hun
belangstelling in deze commissie. Ik wens u nog een hele fijne dag. Ik
sluit de vergadering. Dank u wel.
Sluiting 17.02 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|