[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs

Primair Onderwijs

Brief regering

Nummer: 2026D34993, datum: 2026-07-02, bijgewerkt: 2026-07-03 13:14, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31293 -880 Primair Onderwijs.

Onderdeel van zaak 2026Z15606:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 2 juli 2026
Betreft Kamerbrief overgang po-vo

Goed onderwijs biedt leerlingen de kennis en vaardigheden die belangrijk zijn

Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

65069074

Bijlagen
1. Terugblik CvTE
2. Behoeftepeiling keuzevrijheid
3. Onderzoek CitoLab

voor hun toekomst en draagt bij aan de vooruitgang en ontwikkeling van onze samenleving. Daarom zet ik mij in voor het best mogelijke onderwijs, zodat iedere leerling de kans krijgt diens talenten optimaal te ontwikkelen.

Een soepele overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs is daarbij van belang. Een passend schooladvies helpt daarbij en draagt bij aan de onderwijskansen en leerprestaties van leerlingen. De doorstroomtoets dient daarbij als instrument om te signaleren wanneer een leerling over meer (taal- en reken) vaardigheden beschikt dan verwacht. Met behulp van de doorstroomtoets, als tweede objectief gegeven, kan de leerkracht een passender schooladvies geven.

Tegelijkertijd is duidelijk dat er meer nodig is voor die soepele overgang naar het voortgezet onderwijs. Het vraagt om een integrale aanpak, waar de doorontwikkeling van de doorstroomtoets (op de vorm, functie en inhoud) onderdeel van is.

Met deze brief bied ik de resultaten aan van de doorstroomtoets in schooljaar 2025/2026. Vervolgens ga ik in op de doorontwikkeling van de doorstroomtoets op vorm, functie en inhoud. Conform een eerdere toezegging licht ik de stand van zaken toe van de verkenning naar één (centrale aanbieder van de) doorstroomtoets.1 Tot slot geef ik een update over de verkenning naar een breder schooladvies.

Terugblik afname van de doorstroomtoets 2026

Hierbij ontvangt u de definitieve rapportage van het College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE) over de derde afname van de doorstroomtoets. Dit jaar hebben ruim 175.000 leerlingen van bijna 7000 verschillende scholen één van de zes beschikbare doorstroomtoetsen gemaakt.2 De resultaten van de doorstroomtoetsen 2026 laten een vergelijkbaar beeld zien met 2024 en 2025, zowel voor de toetsadviezen als de behaalde referentieniveaus. De definitieve cijfers omtrent de schooladviezen worden dit najaar officieel vastgesteld en vervolgens openbaar gemaakt door DUO.

Opnieuw is een verschuiving van digitale naar papieren toetsen te zien, waarbij scholen die wisselden naar een papieren toets betere resultaten lijken te halen. Scholen met meer voorlopige ‘vmbo’-schooladviezen kiezen vaker voor adaptieve digitale toetsen.3

Net als voorgaande jaren zien we verschillen in toetsresultaten tussen de diverse toetsen. Daarom blijven we onderzoek doen naar het (prestatie)verschil tussen papieren en digitale toetsen. In de rapportage licht het CvTE toe hoe zij door meerdere onderzoeken naar verschillende aspecten proberen de verschillen in toetsresultaten beter te duiden en monitoren.

Doorontwikkeling vorm van de doorstroomtoets

Toetsen kunnen, mits goed ingezet, een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs. Daarom werk ik onder andere aan de doorontwikkeling van de doorstroomtoets langs de aspecten vorm, functie en inhoud. Een wijziging ten aanzien van de vorm van de doorstroomtoets zie ik als eerste, belangrijke en noodzakelijke, stap binnen een langer traject om toetsing en schooladvisering zo te ontwikkelen dat deze beter bijdragen aan goed onderwijs en een optimale benutting van talent.

Stelsel met één centrale aanbieder

Ik ben voornemens om per schooljaar 2029/2030 over te gaan naar een stelsel met één centrale aanbieder van zowel een papieren als digitale doorstroomtoets, tenzij er zich onverwachte ontwikkelingen voordoen die tot heroverweging van dit besluit leiden. Daarnaast houden we ook nauwlettend de uitkomsten van lopende onderzoeken in de gaten, zoals het onderzoek naar hoe de eerste groep leerlingen die in 2024 binnen het huidig stelsel de doorstroomtoets heeft gemaakt, geplaatst zijn in het derde jaar van het voortgezet onderwijs.

De signalen en zorgen van uw Kamer en het onderwijsveld over de werking van het huidige stelsel met veel keuzevrijheid heb ik goed gehoord. Het gaat met name om de vraag in hoeverre de vergelijkbaarheid van toetsresultaten en toetsadviezen voldoende kan worden gewaarborgd om leerlingen zo van een passend advies te voorzien. De spanning tussen vergelijkbaarheid en keuzevrijheid is complex en volledige vergelijkbaarheid tussen toetsen is een utopie. Een goede vergelijkbaarheid van toetsresultaten over jaren vraagt ook om een grote mate van stabiliteit.

De genoemde zorgen vragen om een hernieuwde afweging van het belang van vergelijkbaarheid in relatie tot keuzevrijheid, juist in verband met mijn ambitie om kinderen de kans te geven zich te ontwikkelen. Een wijziging naar één centrale aanbieder draagt daaraan bij, zo stelt ook de Onderwijsraad.4 Dit kan daarmee bijdragen aan meer vertrouwen in de juiste werking van de doorstroomtoets.

Naast de eerder met uw Kamer gedeelde verkenning van het CvTE, Stichting Cito en OCW en het advies van de Onderwijsraad is ook een behoeftepeiling uitgevoerd onder scholen ten aanzien van keuzevrijheid binnen het toetsstelsel.567 Hieruit blijkt dat de meerderheid van de reguliere po- en vo-scholen het aantal doorstroomtoetsen van zes te veel vindt en positief staat tegenover een wijziging. Tegelijkertijd staan scholen minder welwillend tegenover het afnemen van een andere doorstroomtoets dan de toets die zij nu gebruiken. De resultaten van de behoeftepeiling laten ook zien dat scholen hechten aan een keuze tussen een papieren en digitale toets. Scholen in het speciaal (basis)onderwijs hebben zorgen over de toegankelijkheid van toetsen voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte en benadrukken het belang van een, ook voor die leerlingen, passend aanbod van de doorstroomtoets. Een wijziging naar één doorstroomtoets zal in alle gevallen van scholen een omslag vragen. Om die reden wil ik hiervoor een heel zorgvuldig proces doorlopen, waar draagvlak ook een belangrijk onderdeel van is.

Een stelsel met één centrale aanbieder van zowel een papieren als digitale toets zie ik als de meest passende richting voor de toekomst.8 Deze vorm kan de vergelijkbaarheid aanzienlijk verbeteren. Met een aanbod van zowel een papieren als digitale toets kunnen leerlingen gebruik blijven maken van een afnamemodus die aansluit bij de werkwijze op school en wat voor hen vertrouwd is.

Toekomst en vervolgstappen

De afname van de doorstroomtoets met één centrale aanbieder kan op zijn vroegst plaatsvinden in schooljaar 2029/2030. Deze termijn is nodig voor het wetstraject, de ontwikkeling van een nieuwe toets en een zorgvuldige overgangsperiode voor scholen en toetsaanbieders. Dit zorgt tevens voor een redelijke afbouwtermijn van de subsidie aan de huidige toetsaanbieders zodat zij hun werkzaamheden goed kunnen afronden. Ik vind, net als de Onderwijsraad, zorgvuldige invoering noodzakelijk en dat scholen ondersteund moeten worden bij de overgang naar één toets. Het CvTE blijft in aanloop naar de wijziging naar één centrale aanbieder de kwaliteit van de doorstroomtoetsen bewaken en versterken.

Bij de voorgestelde wijziging naar het stelsel met één centrale aanbieder van de doorstroomtoets dienen nog verschillende keuzes gemaakt te worden over de stelselinrichting. Deze keuzes zijn van groot belang voor de stabiliteit, uitvoerbaarheid en draagvlak binnen het toetsstelsel. Zo moet in de governance worden bezien welke partij verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van de toets, wie de toets gaat aanbieden en op welke wijze de kwaliteit van de toets wordt bewaakt. Ik ga met toetsexperts, betrokken partijen en belanghebbenden aan de slag om de aansluiting op het geactualiseerde curriculum, de toetsinhoud, de mogelijkheid en wenselijkheid tot adaptiviteit van de digitale toets9, de verhouding tussen toetsmodi en aansluiting op de behoeften van scholen en leerlingen goed uit te werken. Ook zal ik kijken naar het effect van deze wijziging op de leerlingvolgsystemen. De uitwerking van het stelsel met één aanbieder is een grote opgave die tijd kost om dit op een goede manier voor alle leerlingen te regelen. Mijn inzet is een stabiel stelsel met zo min mogelijk wijzigingen door de jaren heen.

Toepassing Caribisch Nederland

Ook de BES-eilanden zijn verplicht een doorstroomtoets af te nemen.10 Op Bonaire is recent een eigen doorstroomtoets ontwikkeld en de evaluatie daarvan is nog gaande. Daarom is het nu te vroeg om Caribisch Nederland ook gelijk mee te nemen in de voorgestelde wijziging naar één centrale aanbieder in Europees Nederland. Mede in het kader van de lopende aanbesteding wordt onderzocht of en wanneer aansluiting bij de voorgestelde wijziging voor Europees Nederland passend is voor Bonaire.

Doorontwikkeling inhoud en functie doorstroomtoets

Naast de ontwikkelingen rondom de vorm van de doorstroomtoets, werk ik aan de doorontwikkeling van de functie en inhoud van de toets.11 Het eerdergenoemde advies van de Onderwijsraad over toetsing neem ik daarbij mee. Ook betrek ik daarbij de verschillende door uw Kamer geuite wensen ten aanzien van de inhoud van de doorstroomtoets.

Onderzoek praktische vaardigheden in doorstroomtoets
Uw Kamer heeft mij verzocht te onderzoeken of praktische vaardigheden in de doorstroomtoets kunnen worden opgenomen, om zo – naast cognitieve vaardigheden – ook praktische vaardigheden positief te herkennen en erkennen.12 Bijgaand (bijlage 3) stuur ik u het onderzoek van CitoLab naar het waarderen van praktische vaardigheden in het primair onderwijs. Vooralsnog biedt dit onderzoek helaas geen aanknopingspunt om praktische vaardigheden op te nemen in de doorstroomtoets.13 Praktische vaardigheden komen in principe tot uiting in concrete handelingen, die zich niet goed laten toetsen in traditionele (gestandaardiseerde) vormen van toetsen. Toch zou ik graag een mogelijkheid voor het waarderen van praktische vaardigheden willen ontwikkelen maar dat vergt nadere verkenning en uitwerking. Een uitgebreidere reactie op de aanbevelingen van dit onderzoek volgt samen met de beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad over toetsing.

Apart toetsadvies praktijkonderwijs

Uw Kamer heeft mijn ministerie verzocht een apart toetsadvies praktijkonderwijs mogelijk te maken.14 Ik ben aan het uitzoeken hoe en op welke termijn dit mogelijk gemaakt kan worden. De genoemde termijn, schooljaar 2026-2027, is niet haalbaar. Voor een zorgvuldige invoering zijn verschillende stappen nodig, waaronder aanpassingen in regelgeving, uitvoering en communicatie. Vóór het einde van 2026 kom ik bij uw Kamer terug met een overzicht van de benodigde stappen voor invoering en per wanneer deze haalbaar zijn.

Gewicht doorstroomtoets in schooladvies

Uw Kamer heeft opgeroepen het gewicht van de doorstroomtoets af te halen en de toetsuitslag als ondersteuning van het schooladvies van de leerkracht te laten meewegen.15 Zoals mijn voorganger in debat met uw Kamer heeft aangegeven is de toets momenteel ook al een ondersteunend hulpmiddel naast bestaande gegevens over de leerling. De maatregel ‘bijstellen schooladvies’ verplicht scholen het schooladvies bij te stellen, wanneer de leerling op de toets laat zien meer uitdaging aan te kunnen.16 Het is onverstandig deze maatregel in het huidige stelsel af te schaffen: jaarlijks zouden duizenden leerlingen hierdoor een schooladvies krijgen dat niet passend is bij de vaardigheden die zij op de toets lieten zien, bijvoorbeeld meiden die te maken krijgen met een (onbewuste) onderschatting van hun vaardigheden.17 Uit monitoringsonderzoek blijkt dat de toets als tweede objectief gegeven nog steeds nodig is om leerlingen een passend schooladvies te geven.18 Ook het advies van de Onderwijsraad over toetsen onderschrijft deze functie van de doorstroomtoets.19 Scholen hebben en gebruiken al de vrijheid om af te wijken van bovengenoemde maatregel, indien bijstellen van het schooladvies niet in het belang van de leerling is.20 Wanneer schooladviezen breder zijn en leerlingen met meer flexibiliteit kunnen starten in het vo, kan bekeken worden wat het gewicht van de doorstroomtoets in die situatie moet zijn. Ik neem deze motie daarom mee in de verkenning naar een breder schooladvies (zie hieronder).

Verkenning breder schooladvies

Uw Kamer heeft middels de motie Rooderkerk verzocht te verkennen hoe leerlingen een breder schooladvies kunnen krijgen aan het einde van de basisschool, waardoor leerlingen later in de middelbareschooltijd de keuze kunnen maken voor een definitieve, zo nodig smallere, richting.21 Zoals toegezegd geef ik een update over deze verkenning.22 De huidige praktijk is dat we relatief smalle schooladviezen hebben en dat scholen relatief smalle onderbouwklassen aanbieden.23 Wanneer leerlingen een breder schooladvies zouden krijgen, dan moeten zij daarmee goed kunnen landen in de onderbouw van het vo. Vo-scholen moeten hiermee uit de voeten kunnen. Om de schooladviezen te verbreden moeten we dus (ook) kijken naar de inrichting van de onderbouw in het vo. De verkenning naar deze verbreding loopt over drie sporen.

1. Inventarisatie ervaren belemmeringen

Het eerste spoor verkent de vraag wat de ervaren belemmeringen zijn voor scholen bij het aanbieden van brede brugklassen of dakpanklassen.24 Uit verschillende gesprekken met scholen kwam een divers beeld naar voren. Er is veel enthousiasme bij scholen om hier, vanuit het oogpunt van kansengelijkheid, energie in te steken.25 Veel scholen bieden leerlingen langer de tijd om een passende plek te vinden. Bijvoorbeeld in mavo/havo/vwo-brugklassen of in 10-14-scholen. Bredere stromen zijn dus in de praktijk al mogelijk, maar scholen geven ook aan soms tegen knelpunten aan te lopen, zoals leermiddelen en toetsen die gescheiden zijn per onderwijsrichting, concurrentie van scholen die geen verbreding willen aanbieden, voortkomend uit de schoolkeuze van ouders, differentiatievaardigheden van leerkrachten en (veronderstelde) verwachtingen vanuit de inspectie. Tegelijk leven er zorgen over leerlingen bij wie de juiste onderwijsrichting al vroeg duidelijk is, met name vanuit het praktijkonderwijs en gymnasia. Ook de behoeftes van deze leerlingen wil ik meenemen in beleid.

2. Vermindering verkokering

Het tweede spoor zet in op minder verkokering in de onderbouw van het vo. De onderbouw van het vo wordt vaak ingericht naar leerwegen in de bovenbouw, met name in het vmbo. Zo zijn er veel vmbo-scholen die aparte onderbouwklassen aanbieden voor bijvoorbeeld bb-, kb- of tl-niveau, terwijl de wet dit helemaal niet voorschrijft. Ik verken daarom met een aantal vmbo-scholen of één onderwijsprogramma voor deze groep leerlingen in de onderbouw mogelijk is en wat dit vraagt van de school.26

3. Kennisontwikkeling en kennisdeling

Het derde spoor zet in op kennisontwikkeling over hoe de geconstateerde belemmeringen weggenomen kunnen worden en wie daarvoor aan zet is. Er is al veel bewijs dat het voor kansengelijkheid goed is om leerlingen later te selecteren.27 Scholen geven aan dat er daarnaast behoefte is aan meer kennis over het inrichten van brede brugklassen. Samen met onder andere het Landelijk Expertisepunt po-vo, de Gelijke Kansen Alliantie en de VO-raad werk ik aan de benodigde kennisdeling en ondersteuning. Met de leertrajecten van NKO wordt de kennisbasis over dit thema verder uitgebouwd, bijvoorbeeld over het effect van verschillende brugklasvarianten op cognitief sterkere leerlingen.28 We blijven in gesprek met de Inspectie over de uitwerking van toezicht op brede stromen, en hoe eventuele misverstanden over dat toezicht mogelijk kunnen worden weggenomen.

Stimuleren

Dit kabinet wil aansluiten bij de wens van scholen om aan de slag te gaan met het versoepelen van de overgang van po naar vo en bredere stromen in de onderbouw van het vo. Dit doen we met de subsidieregeling verbinding po-vo. Momenteel werken 150 coalities van po- en vo-scholen aan een soepele overgang voor leerlingen zodat zij hun leerprestaties in lijn met hun potentie voortzetten en met zelfvertrouwen starten in de brugklas. De opbrengsten van de subsidieregeling worden momenteel geëvalueerd. In het coalitieakkoord zijn daarnaast middelen beschikbaar gesteld om te werken aan een goede beschikbaarheid van breder onderwijs. Scholen kunnen hier zelf ook al mee aan de slag en ik roep scholen dan ook op dat te gaan doen. Ik rapporteer uw Kamer hierover na de zomer.

De versoepeling van de overgang van basis naar middelbaar onderwijs is een complex transitievraagstuk. Een beweging richting een breder schooladvies vergt naast een grotere flexibiliteit binnen de onderbouw van het vo ook een maatschappelijke omslag. De nadruk hoort te liggen op het vinden van vervolgonderwijs dat goed past bij de talenten van een leerling. Dit vraagt bijvoorbeeld dat meer ouders kiezen voor scholen en schoolrichtingen die goed aansluiten op de brede talenten van hun kind.

Tot slot

In deze brief ben ik ingegaan op verschillende verzoeken van uw Kamer rondom de doorstroom van het primair naar het voortgezet onderwijs. Zoals toegelicht in de brief zie ik kansrijke aangrijpingspunten om met een wijziging naar één centrale aanbieder van de doorstroomtoets het onderwijsveld de duidelijkheid te bieden die nodig is. Graag ga ik op korte termijn met uw Kamer en het onderwijsveld in gesprek over dit voorstel om daarna de plannen verder te concretiseren. Na de zomer ontvangt u van mij een reactie op het advies van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’, waarin ik ook inga op de verschillende functies van toetsing en hoe we daarmee omgaan.

De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,

Judith Zs.C.M. Tielen


  1. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 854↩︎

  2. In januari jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd over het feit dat de overheidsdoorstroomtoets, de DOE-toets, vanwege een beperkt aantal inschrijvingen niet is afgenomen voor de reguliere doelgroep. Wel is de braille- en slechtziende versie afgenomen. De resultaten hiervan zijn vanwege de kleine aantallen niet meegenomen in de terugblik.↩︎

  3. Een adaptieve toets is een toets waarbij de opgaven tijdens de afname aangepast worden aan het niveau van de leerling.↩︎

  4. Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.: p.50.↩︎

  5. Onderdeel van de evaluatie Wet doorstroomtoetsen PO.↩︎

  6. Verkenning van scenario's voor de afname van één doorstroomtoets | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  7. Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.↩︎

  8. Inclusief een passend doorstroomtoetsaanbod voor ondersteuningsbehoeften↩︎

  9. Bij een adaptieve toets wordt de moeilijkheidsgraad van de vraag aangepast aan de vaardigheden van de leerling.↩︎

  10. WPO BES, artikel 51b.↩︎

  11. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 872.↩︎

  12. Motie van de leden Beertema en Paul: Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII nr. 143.↩︎

  13. Parallel loopt er tot 2029 een promotieonderzoek naar de mogelijkheden om praktijkgerichte vaardigheden te meten en toetsen in de doorstroomtoets, waar wellicht andere uitkomsten uit voort komen: Praktische vaardigheden meten in de doorstroom naar het vo | CitoLab.↩︎

  14. Motie van de leden Boomsma (JA21) en Rooderkerk (D66): Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 745, nr. 19.↩︎

  15. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293 nr. 834.↩︎

  16. De werking van deze maatregel en uitzondering omtrent leerlingen met een voorlopig schooladvies praktijkonderwijs staan beschreven in de Handreiking schooladvisering: Handreiking schooladvisering (versie december 2025) | Rijksoverheid.nl↩︎

  17. Zie Verschil in schooladvies tussen jongens en meiden - DUO Open Onderwijsdata, met beantwoording schriftelijke vragen Tweede Kamer, 2025Z21151. Vóór invoering van de doorstroomtoets kregen jaarlijks ca. 8500 meiden een bijgesteld schooladvies, ná invoering van de DST 21.000. Gegevens van schooljaar 2024-2025 zijn te vinden in DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024-2025.↩︎

  18. DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024-2025, beleidsreactie in: Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 872.↩︎

  19. Onderwijsraad (2026), Kijk anders naar toetsing: Kijk anders naar toetsing | Onderwijsraad.↩︎

  20. Bij meer dan één op de vier leerlingen die op de doorstroomtoets laten zien over meer vaardigheden te beschikken dan verwacht, wordt het schooladvies niet bijgesteld. Ook wordt het schooladvies vaak maar gedeeltelijk bijgesteld, bijvoorbeeld door van een enkelvoudig advies naar een dubbelvoudig advies te gaan. Zie DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2024-2025.↩︎

  21. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293 nr. 817.↩︎

  22. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293 nr. 854.↩︎

  23. Op dit moment zijn er voor het regulier onderwijs tien mogelijke schooladviezen (pro, vmbo-bb, vmbo bb/kb, vmbo-kb, vmbo-kb/tl, vmbo-tl, vmbo-tl/havo, havo, havo/vwo en vwo) en zes mogelijke toetsadviezen (pro/vmbo-bb, vmbo-bb/kb, vmbo-kb/tl, vmbo-tl/havo, havo/vwo en vwo).↩︎

  24. De brugklas is de eerste (soms ook tweede of derde) klas van het vo. We onderscheiden categorale oftewel homogene brugklassen, met één schooltype, bijvoorbeeld havo. Daarnaast zijn er brede oftewel heterogene brugklassen met twee of meer schooltypes gecombineerd. Dakpanbrugklassen zijn daarin de smalste vorm van brede brugklassen: daar is sprake van twee schooltypes, bijvoorbeeld havo/vwo.↩︎

  25. Zo hebben 728 vo-scholen met subsidie op grond van de subsidieregeling heterogene brugklassen (2022-2023) hun aanbod van brede brugklassen uitgebreid en doorontwikkeld.↩︎

  26. Op initiatief van de raden werkt een adviesteam vanuit scholen aan een advies over de overgang po-vo (verwacht eind 2026): Adviesteam Overgang PO-VO officieel van start | PO-Raad. De Onderwijsraad verwacht begin 2027 klaar et zijn met hun Stelselverkenning naar de inrichting van het onderwijs | Onderwijsraad.↩︎

  27. O.a. adviezen en rapportages van de Sociaal-Economische Raad (SER) (2021) Gelijke kansen in het onderwijs - Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen, de Onderwijsraad (2021) Later selecteren, beter differentiëren | Onderwijsraad en (2019) Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland 2019, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) (2021): Samen of gescheiden naar school; De betekenis van sociale scheiding en ontmoeting in het voortgezet onderwijs en het Centraal Planbureau (CPB) (2020): Ongelijkheid van het jonge kind. Recente onderzoeken zijn Elffers, L. (2022), Onderwijs maakt het verschil: kansengelijkheid in het Nederlandse onderwijs; Terrin, É., & Triventi, M. (2023), The effect of school tracking on student achievement and inequality: A meta-analysis; SEO & Sardes (2024), Meerwaarde heterogene brugklassen en capaciteitentesten; Kohnstamm Instituut (2024): Doorstroom in een kansrijk stelsel | Rijksoverheid.nl.↩︎

  28. Zie Doorstroom in een kansrijk stelsel | Nationaal Kennisinstituut Onderwijs.↩︎