[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op verzoek commissie over toezenden conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW (Kamerstuk 36799)

Brief regering

Nummer: 2026D39895, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 14:21, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17469:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Hierbij zend ik u op verzoek van de vaste commissie voor SZW voorafgaand aan de plenaire behandeling van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW (36 799) het “Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de uitwerking van proactieve dienstverlening en het vervallen van de grondslagen voor SyRI”. Het betreft een concept dat nog niet heeft voorgelegen in de ministerraad en derhalve, op onderdelen, kan worden gewijzigd.

Ook informeren wij u over een verandering van de beoogde inwerkingtreding van de wet en het besluit. Voor de wet was beoogd om deze, op zijn vroegst, in werking te laten treden op 1 juli 2026. Voor het wetsvoorstel, en het onderliggende besluit, streven wij nu naar een inwerkingtreding op 1 januari 2027. De streefdatum is mede afhankelijk van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW, de wijziging van de Wet op het kindgebonden budget die nodig is voor de dekking van proactieve dienstverlening1 en de advisering door de Raad van State over de ontwerp-AMvB. Zoals gemeld, is voor enkele onderdelen van het ontwerpbesluit, de bijzondere bijstand en studietoeslag, nog geen dekking gevonden. Deze onderdelen kunnen op het moment dat financiële middelen beschikbaar zijn in werking treden.2

De Minister van Werk en Participatie,

A.A. Aartsen


  1. Kamerstukken II, 2025-2026, 36 923, nrs. 1, 2 en 3 en de Brief van de Minister van Werk en Participatie van 24 april 2026, Kamerstukken II, 2025-2026, 36 915, nr. 28.↩︎

  2. Brief van de Minister van Werk en Participatie van 2 april 2026, Kamerstukken II, 2025-2026, 36 799, nr. 8, p. 4 en zie o.a. antwoord 8 op Kamerstukken II, 2025-2026, Antwoord schriftelijke vragen, nr. 2026Z06783.↩︎