Antwoord op vragen van het lid Müller over het bericht “Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school”
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D39953, datum: 2026-08-31, bijgewerkt: 2026-08-31 16:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16586:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2853
Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 31 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel “Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school”1, waarin vier op de tien jonge lhbtiq+'ers aangeeft zich niet veilig te voelen op school en een kwart zich thuis onveilig voelt?
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Deelt u de mening dat vrijheid het recht is om jezelf te kunnen zijn en de plicht de ander te accepteren? En dat religieuze, culturele of andere opvattingen nooit een rechtvaardiging mogen vormen voor intimidatie van of geweld tegen lhbtiq+-jongeren?
Antwoord 2
Ja, deze mening deel ik. Gelijkwaardigheid en vrijheid zijn fundamentele waarden in onze democratische rechtsstaat. In Nederland moeten lhbtiq+ personen overal en altijd veilig en vrij zichzelf kunnen zijn. De vrijheid van de één mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van de ander. Intimidatie van of geweld tegen lhbtiq+ personen is onacceptabel.
Vraag 3
Herkent u het geschetste beeld en de gepresenteerde cijfers? Hoe beoordeelt u de bevinding dat de onveiligheid zich niet alleen op straat of op school voordoet, maar in aanzienlijke mate ook in de eigen thuissituatie?
Antwoord 3
Ja, ik herken het geschetste beeld. Verschillende onderzoeken laten zien dat lhbtiq+ personen nog altijd een hogere mate van onveiligheid ervaren. Dit blijkt ook uit de Landelijke Veiligheidsmonitor (hierna: LVM) in het funderend onderwijs, die inzicht biedt in de ervaren veiligheid op school van onder anderen lhbt leerlingen.2 Die signalen zijn dus helaas niet nieuw. Toch ben ik geschrokken van deze cijfers. Het is aangrijpend dat zoveel lhbtiq+ jongeren zich ook thuis onveilig voelen. Thuis zou juist een veilige omgeving moeten zijn.
Vraag 4
Beschikt uw ministerie over historische data om te beoordelen of hier sprake is van een stijgende trend in het gevoel van onveiligheid onder lhbtiq+-jongeren, of dat er sprake is van een continue/structurele problematiek?
Antwoord 4
Ja, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voert periodiek onderzoek uit naar de ervaren veiligheid van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Dit onderzoek gaat niet over de thuissituatie van lhbtiq+ jongeren. Lhbt leerlingen3 voelen zich minder veilig, worden vaker gepest en maken vaker geweld mee dan niet-lhbt leerlingen in het funderend onderwijs.
Dit geldt voor zowel het primair als voortgezet onderwijs.4 Tabel 1 geeft een overzicht van de veiligheidscijfers in het voortgezet onderwijs, uitgesplitst naar verschillende jaren.
Tabel 1. Percentage leerlingen dat zich veilig voelt, gepest wordt of
verbaal geweld meemaakt in het voortgezet onderwijs, uitgesplitst naar
lhbt en niet-lhbt. Landelijke Veiligheidsmonitor (2021-2022), Monitor
sociale veiligheid in en rond scholen (2018, 2016, 2014).5
| 2014 | 2016 | 2018 | 2021 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Veiligheidsgevoel (voelt zich veilig) |
Lh(b)t | 83,0% | 86,8% | 89,9% | 95% | 95% |
| Niet-lhbt | 94,2% | 95,6% | 97,1% | 98% | 98% | |
| Pesten (wordt (wel eens) gepest) |
Lh(b)t | 24,1% | 18,0% | 7,7% | 13% | 17% |
| Niet-lhbt | 10,5% | 7,4% | 4,7% | 4% | 6% | |
| Verbaal geweld (maakt eenmaal per maand/soms of vaker een incident mee) |
Lh(b)t | 40,0% | 39,5% | 29,8% | N.b. | 36% |
| Niet-lhbt | 29,0% | 26,3% | 26,9% | N.b. | 30% | |
Vraag 5
Heeft u inzicht in de redenen dan wel de achtergrond van deze stagnatie in het veiligheidsgevoel van jonge lhbtiq+’ers? Kunt u die inzichten delen?
Antwoord 5
Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren van de Universiteit van Amsterdam (2025) geeft inzicht in de lhbtiq+-opvattingen van jongeren.6 De onderzoekers concluderen dat de lhbtiq+-opvattingen van jongeren een complex samenspel van factoren zijn, dat niet te reduceren valt tot één factor. De lhbtiq+-opvattingen van jongeren hangen samen met de mate van conservatisme, geslacht, godsdienst en leerweg. Daarnaast zijn er signalen dat de opkomst van de manosfeer en religieus conservatisme een rol spelen. Medio 2027 publiceert de Universiteit van Amsterdam aanvullend onderzoek met daarin aandacht voor de rol van sociale media en de manosfeer. Ook verschijnt de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026 volgend jaar, met cijfers over de lhbtiq+-opvattingen van jongeren in alle GGD-regio’s in Nederland. Op basis van de resultaten hiervan weeg ik af welk aanvullend onderzoek nodig is.
Vraag 6
Klopt het dat scholen wettelijk verplicht zijn om de sociale veiligheid van leerlingen te waarborgen? Hoe verklaart u tegen die achtergrond dat vier op de tien ondervraagde lhbtiq+-jongeren zich desondanks niet veilig voelen op school?
Antwoord 6
Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid op school. Dat
betekent dat scholen samen met leraren, leerlingen en
medezeggenschap, veiligheidsbeleid maken om incidenten te voorkomen
(preventie) en af te handelen, jaarlijks (of vaker) de veiligheid van
leerlingen onderzoeken, een coördinator hebben om pestgedrag tegen te
gaan, een contactpersoon hebben bij wie leerlingen terecht kunnen als
zij worden gepest, handelen in lijn met de meld-, overleg- en
aangifteplicht seksuele misdrijven en ervoor zorgen dat elk
personeelslid een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
heeft.
Het onderzoek van de NOS is weliswaar niet representatief, maar schetst
een zorgelijk beeld dat ik herken. Ook uit recent onderzoek in opdracht
van Stichting School & Veiligheid blijkt dat lhbtiq+ leerlingen meer
negatieve uitspraken richting zich krijgen dan niet-lhbtiq+ leerlingen7. In de Staat van het Onderwijs
signaleert iets meer dan de helft van de schoolleiders in het voortgezet
onderwijs negatieve uitingen over lhbtiq+ personen.8
Verklaringen hiervoor bevinden zich niet enkel binnen het domein van het
onderwijs, maar in de hele samenleving.
Vraag 7
Heeft u inzicht in het aantal scholen dat de afgelopen vijf schooljaren door de onderwijsinspectie is aangesproken omdat zij onvoldoende zorg droegen voor de sociale veiligheid van lhbtiq+-leerlingen? Welke consequenties werden daaraan verbonden?
Antwoord 7
De inspectie houdt toezicht op de naleving van de zorgplicht voor sociale veiligheid van alle leerlingen op een school op basis van de wettelijke vereisten. Onderdeel daarvan is dat de inspectie erop let of leerlingen uit minderheidsgroepen, zoals lhbtiq+ leerlingen, zich veilig voelen. Wanneer een school niet voldoet aan haar wettelijke zorgplicht, volgt een herstelopdracht en kan bij uitblijven van herstel een financiële sanctie volgen. Als de inspectie een herstelopdracht geeft op de standaard veiligheid, is dat voor de sociale veiligheid als geheel, bijvoorbeeld doordat er geen aanspreekpunt pesten of antipest-coördinator aanwezig is op school. Hierbij wordt niet geregistreerd in hoeverre de veiligheid van een specifieke groep de aanleiding is voor de herstelopdracht.
Op basis van steekproeven van de inspectie kreeg 8% van de scholen in het primair onderwijs een herstelopdracht voor de standaard veiligheid. In het speciaal onderwijs gold dat voor 16% van de scholen en in het voortgezet onderwijs betrof dat 28% van de scholen.
Vraag 8
Hebben schoolleiders op dit moment volgens u voldoende mogelijkheden om direct en zo nodig disciplinair op te treden tegen het discrimineren van dan wel het gebruik van geweld tegen leerlingen? Zo nee, wat hebben zij nodig?
Antwoord 8
Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid is verboden en strafbaar. Scholen en schoolleiders hebben de mogelijkheid om op te treden. Dat begint uiteraard met goed veiligheidsbeleid, het uitvoeren van de burgerschapsopdracht en een positief pedagogisch klimaat op school. Als het nodig is, kunnen scholen ook repressieve maatregelen treffen. Bijvoorbeeld schorsing, verwijdering en aangifte. Verder ondersteunt Stichting School & Veiligheid scholen bij het werken aan een veilige school. Ook de VO-raad en PO-Raad ontvangen subsidie om samen met scholen en ouders te werken aan een positieve pedagogische schoolcultuur.
Vraag 9
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat schoolbesturen signalen van onveiligheid voortaan direct onderzoeken en daar daadwerkelijk consequenties aan verbinden? Hoe ondersteunt u scholen daarin?
Antwoord 9
Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid. Dat houdt ook in dat scholen optreden bij onveiligheid. De inspectie houdt toezicht op de naleving van wettelijke plichten en kan indien nodig handhavend optreden door middel van het opleggen van een herstelopdracht. Stichting School & Veiligheid ondersteunt scholen bij het werken aan een veilig schoolklimaat. Daarnaast ondersteunt het kabinet scholen bij het versterken van de sociale veiligheid door te investeren in praktische ondersteuning. Via COC Nederland wordt onder meer de Paarse Vrijdag-aanpak verder ontwikkeld, inclusief ondersteuningsmateriaal voor scholen, trainingen en handvatten voor schoolleiders en leraren.
Vraag 10
Welke onderdelen van het inmiddels verworpen wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs acht u nog steeds noodzakelijk om deze problematiek aan te pakken en wanneer komt het kabinet met een nieuw voorstel om de ontstane lacunes te dichten?
Antwoord 10
Voor mij staat voorop dat alle leerlingen zich veilig moeten voelen op school. Om die reden beraad ik mij momenteel over een vervolg. Zodra daar meer duidelijk over is, informeer ik de Tweede Kamer hierover. De maatregelen die onderdeel waren van dit wetsvoorstel kunnen niet zonder meer opnieuw ingezet worden in beleid of wetgeving. Zaken als een evaluatie van het veiligheidsbeleid of het hebben van een vertrouwenspersoon zijn helaas nog niet gebruikelijk op alle scholen.
Vraag 11
Hoe worden jongeren die zich in hun thuissituatie onveilig voelen vanwege hun geaardheid of genderidentiteit ondersteund en hoe wordt hierin samengewerkt met gemeenten, de jeugdzorg en maatschappelijke organisaties?
Antwoord 11
Leerlingen die zich onveilig voelen kunnen in het onderwijs terecht bij leraren, mentoren, vertrouwenspersonen of zorgcoördinatoren. Jongeren die een luisterend oor nodig hebben, kunnen contact opnemen met de Kindertelefoon, Switchboard en Genderpraatjes. Op www.injebol.nl kunnen jongeren terecht voor betrouwbare informatie over mentale gezondheid, laagdrempelige ondersteuning en doorverwijzingen naar meer specifieke vormen van ondersteuning. Op dit platform is ook informatie te vinden over seksualiteit en seksuele gerichtheid.
Deze jongeren kunnen ook terecht bij het lokale wijkteam of Veilig Thuis voor advies en ondersteuning. Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het organiseren van passende jeugdhulp en de samenwerking met onder meer onderwijs en sociaal domein. Maatschappelijke organisaties, zoals COC Nederland, bieden laagdrempelige ondersteuning, informatie en contact met lotgenoten.
Het kabinet werkt ook aan preventie van onveiligheid bij lhbtiq+ personen en specifiek jongeren. Zo financiert het kabinet het programma Regenboogsteden die op lokaal niveau werken aan het verbeteren van de sociale acceptatie en sociale veiligheid van lhbtiq+ personen. Op school kunnen jongeren zich ook aansluiten bij Gender & Sexuality Alliances (GSA’s), een initiatief van COC Nederland. Dit zijn groepen die leerlingen zelf vormen om steun en herkenning te vinden bij elkaar.
Vraag 12
Welke indicatoren en meetinstrumenten worden gebruikt om te bepalen of beleidsmaatregelen daadwerkelijk leiden tot een veiliger klimaat voor lhbtiq+-jongeren op scholen en in de samenleving?
Antwoord 12
In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor. Deze monitor bevat cijfers over de ervaren leefbaarheid en veiligheidsbeleving in de woonbuurt, waaronder die van lhbtiq+ personen.9 Daarnaast geeft de tweejaarlijkse Lhbtiqa+-monitor inzicht in onder andere de veiligheid, discriminatie en gezondheid van lhbtiq+ personen in Nederland.10 Deze monitor wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Uw Kamer ontvangt de eerstvolgende monitor in Q4 van dit jaar.
Ik werk momenteel aan het Wetsvoorstel borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs. Dit wetsvoorstel ligt momenteel in uw Kamer. Dit wetsvoorstel bevat een wettelijke taak en grondslag om tweejaarlijks de veiligheid van leerlingen en personeel in het funderend onderwijs te monitoren middels de LVM. Het wetsvoorstel en de onderliggende regeling regelen dat de LVM inzicht geeft in de veiligheid van lhbtiq+ leerlingen. Daarmee komt er actueel zicht op de trends en trendontwikkelingen in de veiligheid van lhbtiq+ leerlingen. Dit kan betrokken worden bij de beoordeling en evaluatie van het landelijke beleid.
Een van de beleidsmaatregelen ter bevordering van de veiligheid van lhbtiq+ leerlingen op school is het hebben van een GSA. Het Nederlands Jeugd Instituut heeft GSA’s erkend als goed onderbouwde interventie. Daarnaast laat veel onderzoek positieve effecten van GSA’s zien op de veiligheid en het welbevinden van lhbtiq+ jongeren. Ook weten we dat het bespreekbaar maken van diversiteit zorgt voor een veiliger schoolklimaat. Ik wil hier graag nader onderzoek naar laten doen binnen de Versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid.
Vraag 13
Bent u bereid om de veiligheidsbeleving van jonge lhbtiq+'ers (zowel op school als in de thuissituatie) jaarlijks expliciet op te nemen als vast meetpunt in bijvoorbeeld voortgangsbrieven?
Antwoord 13
Met de LVM zoals beschreven in het antwoord op vraag 12 wordt tweejaarlijks inzicht gegeven in de veiligheidsbeleving van lhbtiq+’ers op school. Deze rapportage wordt ook met de Kamer gedeeld. Ook de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor en Lhbtiqa+-monitor worden met uw Kamer gedeeld.
NOS, d.d. 25 juli, 2026, Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school, Veel jonge lhbti+'ers voelen zich onveilig thuis en op school↩︎
Hier wordt de term ‘lhbt’ gebruikt, omdat deze gebruikt is in de Landelijke Veiligheidsmonitor.↩︎
De Landelijke Veiligheidsmonitor hanteert de term ‘lhbt’ in plaats van ‘lhbtiq+’.↩︎
Landelijke Veiligheidsmonitor 2021/2022 (2023), ResearchNed, p. 14, p.25; Monitor sociale veiligheid in en rond scholen 2018, Praktikon, p. 85-89.↩︎
De percentages in de jaren 2014, 2016 en 2018 laten het gemiddelde zien over lesbische, homoseksuele en transgender leerlingen. In deze monitors is geen uitsplitsing gemaakt naar biseksuele leerlingen. In 2018 was het aantal transgender respondenten laag, waardoor resultaten gevoelig zijn voor toevallige afwijkingen.↩︎
Dekker, N. P., Bakker, B. N., Munniksma, A., Daas, R., & van der Maas, H. L. J. (2026). De lhbtiq+-opvattingen van jongeren: een empirische studie. Universiteit van Amsterdam. Kamerstukken II, 2025-2026, 30420, nr. 446↩︎
Invloed van de manosfeer op de sociale veiligheid in het onderwijs (2026), Stichting School & Veiligheid.↩︎
Staat van het Onderwijs (2026), Inspectie van het Onderwijs, p. 93.↩︎
CBS, Veiligheidsmonitor 2025. Kamerstukken II, 2025-2026, 28684, nr. 847↩︎
Panteia, Movisie & Ipsos I&O (2024). Lhbtiqa+-Monitor 2024. Kamerstukken II, 2024-2025, 30950, nr. 426↩︎