[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op SER-brief over kwaliteit EU-regelgeving

Brief regering

Nummer: 2026D40065, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-03 10:42, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17499:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze brief voldoe ik aan het verzoek van uw Kamer om te reageren op de signalering van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de kwaliteit van EU-regelgeving.1

De SER spreekt in de brief zorgen uit over de kwaliteit, voorspelbaarheid en legitimiteit van het Europese wetgevingsproces, in het bijzonder bij de zogenoemde omnibusvoorstellen. De SER roept het kabinet op zich in Brussel actief in te zetten voor wetgevingskwaliteit en proceswaarborgen, een duidelijke Nederlandse visie op EU-wetgevingskwaliteit uit te dragen en sociale partners tijdig te betrekken bij specifieke voorstellen.2

Het kabinet neemt deze signalering serieus. Het kabinet is het met de SER eens dat Europese regelgeving zorgvuldig, conform de daarvoor bestemde procedures tot stand moet komen en, uitvoerbaar, voorspelbaar en goed onderbouwd moet zijn. Dat geldt ook voor voorstellen die gericht zijn op vereenvoudiging en vermindering van regeldruk. Dit is van belang voor burgers, werknemers, bedrijven en andere maatschappelijke partijen. Voor bedrijven is rechtszekerheid bovendien een belangrijke vestigingsfactor en daarmee onderdeel van een sterk Nederlands en Europees concurrentievermogen. Ook in de beantwoording van Kamervragen over de geannoteerde agenda van de informele Raad voor Concurrentievermogen van 9 en 10 juli 2026 heeft het kabinet aangegeven dat zorgvuldige, uitvoerbare, voorspelbare en goed onderbouwde Europese regelgeving het concurrentievermogen ten goede kan komen.3

Het kabinet herkent de zorgen van de SER dat de kwaliteit van het Europese wetgevingsproces onder druk kan komen te staan wanneer regelgeving in hoog tempo wordt aangepast zonder dat de gevolgen daarvan voldoende in kaart worden gebracht. Ook het kabinet hecht daarom aan een zorgvuldige voorbereiding van (voorstellen voor) Europese regelgeving, met aandacht voor impact assessments, consultaties en uitvoerbaarheid. Nederland brengt dit in Brussel ook consequent onder de aandacht, waaronder bij de beoordeling en bespreking van omnibusvoorstellen.

Tegelijkertijd is het een prioriteit van het kabinet dat onnodige regeldruk wordt teruggedrongen. Regeldruk kan ondernemers, professionals en uitvoeringsorganisaties belemmeren, tijd en middelen wegnemen van hun kerntaken en investeringen en daarmee innovatie en (economische) groei in de weg staan. Daarom werkt het kabinet nationaal aan een gerichte aanpak om regels te schrappen of te vereenvoudigen waar deze in de praktijk merkbaar knellen. Ook bestaande Europese regelgeving wordt periodiek tegen het licht worden gehouden. Het vereenvoudigen van regelgeving kan bijdragen aan betere regelgeving die onnodige regeldruk vermindert en het Europese concurrentievermogen versterkt.

Daarbij geldt wel dat vereenvoudiging zorgvuldig, volgens de daarvoor geldende procedures moet plaatsvinden met oog voor de verschillende publieke belangen die met regelgeving worden gediend, zoals bescherming van werkenden, (dier)gezondheid, mensenrechten, milieu, consumentenbescherming en een goed functionerende interne markt. Het kabinet verwelkomt daarom alle inspanningen om de regeldruk te verminderen zonder de daarmee verband houdende beleidsdoelstellingen te ondermijnen. Deze inzet sluit aan bij het BNC-fiche over de mededeling van de Europese Commissie over Betere Regelgeving, dat op 5 juni 2026 aan uw Kamer is toegezonden.4 In dat fiche heeft het kabinet benadrukt dat vereenvoudiging en vermindering van regeldruk hand in hand moeten gaan met al deze uitgangspunten van Betere Regelgeving.

Nederland vraagt hier in Brussel op verschillende manieren aandacht voor. In BNC-fiches beoordeelt het kabinet nieuwe Commissievoorstellen op onder meer subsidiariteit, proportionaliteit, regeldruk, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Wanneer bij een voorstel met significante gevolgen een impact assessment ontbreekt, benoemt het kabinet dat expliciet en roept het de Europese Commissie op de effecten alsnog goed in kaart te brengen. Ook in Raadsverband en tijdens onderhandelingen over concrete voorstellen vraagt Nederland aandacht voor de uitgangspunten van Betere Regelgeving. Daarbij werkt Nederland in de Raadswerkgroep Betere Regelgeving samen met de Europese Commissie en andere lidstaten aan versterking en goede toepassing van het Europese Better Regulation-beleid.

Het kabinet hecht daarbij aan een sterke rol van de Regulatory Scrutiny Board (RSB) als onafhankelijke kwaliteitscontrole op impact assessments. Een goede impact assessment en onafhankelijke toetsing daarvan dragen eraan bij dat de gevolgen van EU-voorstellen zorgvuldig in beeld worden gebracht voordat besluitvorming plaatsvindt. Dit is ook van belang bij vereenvoudigingsvoorstellen, waarbij het kabinet erop blijft inzetten dat de uitgangspunten van Betere Regelgeving volledig worden toegepast. De Europese Commissie heeft in haar mededeling over Betere Regelgeving van 28 april 2026 verschillende stappen aangekondigd om de kwaliteit, eenvoud en handhaafbaarheid van EU-regelgeving te versterken.5 De Commissie zet onder meer in op een goed ontwerp van regelgeving, betere consultatie van belanghebbenden, meer en gerichtere impact assessments, het doorlichten van bestaande regelgeving en betere implementatie en handhaving. Deze benadering is in lijn met de inzet van het Kabinet en ik constateer dat deze ook raakt aan de zorgen die de SER in de brief benoemt.

Het kabinet vindt het positief dat de Europese Commissie bij de recente omnibusvoorstellen over Taxation en over Energy Products impact assessments heeft opgesteld.6 Dat lijkt erop te wijzen dat de Commissie de zorgen over de zorgvuldigheid van het proces ter harte neemt. Het kabinet zal de Commissie blijven aansporen zorgvuldig de geldende procedures te volgen, zeker wanneer voorstellen grote gevolgen kunnen hebben voor bedrijven, werknemers, burgers, medeoverheden, milieu of andere maatschappelijke belangen.

Een belangrijk onderdeel van Betere Regelgeving is dat de relevante effecten van voorstellen goed in beeld worden gebracht. Daarbij gaat het niet alleen om economische effecten of regeldruk, maar ook om sociale en milieuaspecten. Welke aspecten centraal moeten staan in een impact assessment hangt af van de aard en het doel van het voorstel. Bij voorstellen met gevolgen voor het bedrijfsleven ligt het voor de hand dat de Europese Commissie de Europese mkb-toets uitvoert. Bij andere voorstellen kunnen juist sociale, ecologische of andere maatschappelijke effecten centraal staan. Het kabinet vindt dat de Commissie per voorstel transparant moet motiveren welke kernaspecten zij heeft onderzocht.

Ten aanzien van stakeholderbetrokkenheid onderschrijft het kabinet het belang van tijdige, brede en transparante consultatie. In eerste instantie is het aan de Europese Commissie om bij Europese wetgevingsvoorstellen de maatschappelijke gevolgen en in kaart te brengen en relevante partijen tijdig te consulteren. Nederland dringt daar in Brussel consequent op aan. Vervolgens is het aan het kabinet om Commissievoorstellen te beoordelen. Daarbij worden, waar nodig, aanvullende signalen opgehaald bij relevante stakeholders en wordt deze inbreng benut voor de Nederlandse inzet in de onderhandelingen.

Het kabinet onderkent dat de sociale partners, uitvoerders en toezichthouders daarbij een belangrijke rol spelen. Signalen van deze belanghebbenden kunnen helpen om de praktische gevolgen van EU-voorstellen beter in beeld te brengen, bijvoorbeeld ten aanzien van uitvoerbaarheid, administratieve lasten, nalevingskosten, overgangstermijnen, investeringszekerheid en bescherming van werkenden. Die inbreng kan bijdragen aan beter uitvoerbare en minder belastende regelgeving, zonder afbreuk te doen aan beleidsdoelstellingen . Ook in het nieuwe Europese Platform voor Vereenvoudiging is volgens de Europese Commissie voorzien dat naast nationale, regionale en lokale autoriteiten ook het Comité van de Regio’s, het Europees Economisch en Sociaal Comité, sociale partners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden samengebracht.7

Het kabinet waardeert de bereidheid van de SER om de zorgen en ideeën nader toe te lichten. De inbreng van de SER en sociale partners draagt bij aan een betere beoordeling van de gevolgen van EU-regelgeving en aan een evenwichtige Nederlandse inzet. Het kabinet zal deze inbreng, waar beschikbaar en relevant, betrekken bij de verdere inzet op Europese wetgevingskwaliteit. Daarbij bezien de verantwoordelijke departementen per voorstel welke stakeholders tijdig en zorgvuldig worden betrokken.

Samenvattend hecht het kabinet net als dat de SER aan zorgvuldige, voorspelbare en goed onderbouwde EU-regelgeving. Het kabinet blijft zich in Brussel inzetten voor toepassing van de principes van Betere Regelgeving, waaronder goede impactanalyses, een sterke rol van de RSB, brede stakeholderconsultatie, proportionaliteit, uitvoerbaarheid en transparantie. Tegelijkertijd blijft het kabinet zich inzetten voor het verminderen van onnodige regeldruk en het verbeteren van de uitvoerbaarheid van regelgeving. Juist de combinatie van zorgvuldige wetgeving, stabiele kaders en het gericht aanpakken van onnodige lasten draagt bij aan brede welvaart en een sterk Europees concurrentievermogen.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat


  1. Brief van de vaste commissie voor Europese Zaken aan de minister van Economische Zaken, 15 juli 2026, kenmerk 2026Z14707/2026D36687.↩︎

  2. Sociaal-Economische Raad, Signalering kwaliteit EU-regelgeving, kenmerk 26.41049, 30 juni 2026.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 21 501-30, nr. 707.↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4364.↩︎

  5. Europese Commissie, mededeling A Simpler, Clearer and Better Enforced EU Rulebook, COM(2026) 380 final, 28 april 2026.↩︎

  6. Kamerstukken II 2025/26, 21 501-30, nr. 707.↩︎

  7. Europese Commissie, mededeling A Simpler, Clearer and Better Enforced EU Rulebook, COM(2026) 380 final, 28 april 2026.↩︎