[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag informele Raden voor Concurrentievermogen 9 en 10 juli 2026 en van 21 juli 2026

Brief regering

Nummer: 2026D40134, datum: 2026-09-01, bijgewerkt: 2026-09-01 11:45, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17518:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 9 en 10 juli 2026 vond de informele Raad voor Concurrentievermogen plaats in Dublin. Deze Raad stond in het teken van de onderdelen interne markt & industrie. Met deze brief stuur ik u het verslag van de Raad, mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei

Ook stuur ik u het verslag van de informele Raad voor Concurrentievermogen van 21 juli 2026 in Dublin. Deze Raad betrof het onderdeel onderzoek & innovatie. Dit verslag stuur ik u mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur, en Wetenschap.

Verder maak ik van de gelegenheid gebruik om mede namens de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit in te gaan op het verzoek van de vaste commissie voor Digitalisering van de Eerste Kamer om de voorstellen uit het Europese Tech Sovereignty Package in onderlinge samenhang te appreciëren. Daarnaast ga ik in op het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei om een passage in het verslag van Telecomraad van 9 juni 2026 nader toe te lichten.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat

Verslag van het Industrie en Interne Marktdeel van de informele Raad voor Concurrentievermogen op 9 en 10 juli

Inleiding

De informele Raad voor Concurrentievermogen (hierna: Raad) op 9 en 10 juli jl. stond in het teken van Interne markt en Industrie. Daarbij legde Raadsvoorzitter Ierland de focus op de volgende boodschap: verduurzaming en concurrentievermogen gaan niet alleen hand in hand, maar verduurzaming is fundamenteel voor het concurrentievermogen van de industrie. De Ieren focusten zich in de beleidsdebatten dan ook op welke randvoorwaarden nodig zijn voor verduurzaming en het concurrentievermogen.

Financieringskloof voor opschaling in Europa

Het voorzitterschap agendeerde een discussie over de financieringskloof voor opschaling in Europa. Volgens het voorzitterschap wordt deze veroorzaakt door de beperkte omvang en diepte van durfkapitaal- en private-equity fondsen. Daarom werd de Raad gevraagd hoe nationale publieke financieringsinstrumenten beter afgestemd kunnen worden op EU-initiatieven, om zo een écht geïntegreerd, pan-Europees scale-up-ecosysteem te creëren en versnippering van kapitaal te voorkomen. Verder werden lidstaten gevraagd hoe er beter kan worden afgestemd tussen nationale en Europese financieringsinstrumenten, zodat kapitaal niet versnipperd raakt over de EU.

De lidstaten benoemden dat Europa over veel talent, ideeën en technologie beschikt. Nederland riep in deze context op om institutioneel kapitaal te mobiliseren. Deze oproep werd gedeeld door een grote groep lidstaten. Daarbij werd de kanttekening geplaatst dat het lastig is om pensioenfondsen te laten investeren met meer risico.

Verder pleitte Nederland voor het gebruik van blended finance instrumenten, volgens het model van het voorgenomen nieuwe Nederlandse blended finance instrument (250 miljoen euro). Ook heeft Nederland benoemd dat we moeten inzetten op opschalingsfinanciering binnen de huidige en toekomstige EU-begroting, o.a. via de Europese Innovatie Raad, het Scale-up Europa Fonds en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF).

Tot slot heb ik opnieuw aandacht gevraagd voor de aanpassing van de definitie van Ondernemingen in Moeilijkheden (OiM). Dit keer door op te roepen voor behoud van snelheid en duidelijkheid van het proces rondom de definitie. Dit om te voorkomen dat Nederlandse innovatieve ondernemingen aarzelen subsidieverzoeken in te dienen of dat deze moeten worden afgewezen. Nederland kreeg hierin bijval van meerdere lidstaten, in lijn met het eerder met uw Kamer gedeelde gezamenlijke statement1.

Verduurzaming van de industrie met oog voor de concurrentiepositie

Het voorzitterschap trapte het beleidsdebat af met de notie dat de gesprekken over energie en klimaat in de juiste gremia, te weten de Energie- en Milieuraad, moeten worden gevoerd.

Het beleidsdebat focuste zich op de rol van hoge energieprijzen voor de verduurzaming en concurrentiepositie van de industrie. Het voorzitterschap vroeg van de Raad hoe lidstaten kosten voor elektriciteit kunnen verlagen en ondersteuningsmechanismen kunnen invoeren om de elektrificatie van de industrie te versnellen. Bovendien vroeg het voorzitterschap welke kortetermijnmaatregelen kunnen worden genomen om netcongestie te adresseren en de uitrol van het elektriciteitsnet te versnellen.

De Nederlandse interventie focuste zich op het belang van vraagcreatie voor groene producten en schone technologie als middel voor het versnellen van de groene en digitale transitie. Enkele lidstaten ondersteunden dit punt en vroegen ook om meer aandacht voor het belang van vraagcreatie.

Verder droeg Nederland drie oplossingen aan voor versnelde elektrificatie. Ten eerste zekerheid op lange termijn door middel van een indicatieve, sector-overschrijdende EU-doelstelling voor elektrificatie, handhaving van de integriteit van het ETS en behoud van de huidige opzet van de elektriciteitsmarkt. Ten tweede het ontwikkelen van een Europese aanpak om hoge netkosten te beperken en het concurrentievermogen van de industrie te versterken, met behoud van een gelijk speelveld. Ten derde noemde Nederland dat er prioriteit geven moet worden aan netuitbreiding, vergunningsprocedures vereenvoudigen en flexibele vraag ondersteunen om netcongestie aan te pakken.

Verschillende lidstaten gingen tijdens het beleidsdebat ook in op de herziening van het emissiehandelssysteem (ETS)2 van 17 juli 2026, en het functioneren van het koolstofcorrectiemechanisme aan de grens (CBAM). Een brede groep lidstaten benadrukte het belang om prijsstabiliteit te vergroten en de Europese industrie beter te beschermen tegen koolstoflekkage. Enkele lidstaten pleitten hierbij voor het afzwakken en/of opschorten van het huidige emissiehandelssysteem. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat een sterke en stabiel ETS investeringszekerheid biedt, bedrijven stimuleert investeringen te doen in schone productie en een belangrijk instrument is voor een kosteneffectieve transitie. Daarbij gaven deze lidstaten aan dat afzwakking of opschorting van het ETS de prikkel tot verduurzaming vermindert, afbreuk doet aan de investeringszekerheid en bedrijven benadeelt die al geïnvesteerd hebben.

Interne markt

Tijdens het lunchdebat vond een brede discussie plaats over de vraag hoe de interne markt verder kan worden versterkt. De Europese Rondetafel voor Industrie (ERT) opende het beleidsdebat met een oproep voor eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten in het wegnemen van belemmeringen op de interne markt. Lidstaten zijn om die reden ook blij met de interne markt-sherpastructuur die wordt opgezet naar aanleiding van de Europese interne-marktstrategie van mei 2025.3 Op verzoek van de Commissie benoemt elke lidstaat een interne-marktsherpa, om zo te zorgen voor meer coördinatie en doorzettingsmacht op het interne-marktdossier.

Recent heeft het kabinet een geactualiseerde interne-marktactieagenda aan de Kamer gestuurd.4 Deze bevat een kabinetsbrede lijst met acties om de interne markt te versterken en belemmeringen weg te nemen. Ook zet het kabinet in op betere, met name meer uniforme, toepassing van interne-marktregels. Dit sluit aan bij het voornemen uit het coalitieakkoord om de interne markt te voltooien, in te zetten op zoveel mogelijk harmonisatie van regels die ondernemers raken en afspraken te maken met toezichthouders, zodat zij regels niet strenger interpreteren dan nodig is.

Verslag van het onderzoeks- en innovatiedeel van de informele Raad voor Concurrentievermogen op 21 juli 2026

Dit deel van het verslag is mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gaat enkel over het onderzoeks- en innovatiedeel van de Raad.

Eén Europa, één markt: de totstandkoming van een markt voor onderzoek en innovatie

De Raad voerde een beleidsdebat over wat er nodig is voor de totstandkoming van een markt voor onderzoek en innovatie (O&I).

Het Ierse voorzitterschap lichtte toe dat dit debat geagendeerd is om te bespreken welke acties nodig zijn om de vrije, grenzeloze uitwisseling van O&I binnen Europa te bereiken, de zogenaamde vijfde vrijheid, zonder hierbij de diversiteit aan nationale onderzoekssystemen uit het oog te verliezen.

De Eurocommissaris bevestigde dat dit een belangrijk onderwerp is en dat de op handen zijnde European Research Area Act (ERA Act) hierin cruciaal zal zijn. Bij de ERA Act zal het niet gaan om het standaardiseren van beleid over de lidstaten heen, maar om betere coördinatie na te streven. De Eurocommissaris gaf aan dat er nu actie nodig is, want als we op de huidige manier doorgaan, zal de streefwaarde van 3% bbp voor onderzoek en ontwikkeling pas in 2057 bereikt worden.

Nederland bracht onder andere op dat de vijfde vrijheid belangrijk is voor het versterken van het Nederlandse en Europese concurrentievermogen evenals voor strategische autonomie en algemene maatschappelijke welvaart. Net als Nederland en de Eurocommissaris, zagen ook andere lidstaten een belangrijke rol voor de ERA Act om de vijfde vrijheid verder vorm te geven. Veel lidstaten, waaronder Nederland, vinden dit van belang omdat er gerichte inzet nodig is om de ambities uit de rapporten van Letta en Draghi waar te maken en Europa's sterke onderzoeksbasis om te zetten in meer concurrentiekracht, veerkracht en opschalingsvermogen. De ERA Act zou verdere invulling kunnen geven bij het beschermen van Europese waarden, zoals gendergelijkheid en academische vrijheid en het waarborgen van kennisveiligheid. Ook het behoud van talent voor Europa door het aantrekkelijker maken van onderzoekscarrières en het bevorderen van de mobiliteit van onderzoekers, werd veelvuldig door lidstaten genoemd als elementen waarop verbetering nodig en mogelijk is.

Naast deze elementen kwamen verder het verminderen van fragmentatie tussen onderzoekssystemen, regeldruk en administratieve lasten alsook het belang van open science, kennis- en technologie-overdracht en de toegang van onderzoekers tot onderzoeks- en technologische infrastructuren aan bod als onderwerpen om rekening mee te houden in de context van de vijfde vrijheid. Ten slotte benoemden vele lidstaten, waaronder Nederland, de kracht van de diversiteit in nationale systemen en dat de nationale competenties gerespecteerd dienen te worden.

Eén Europa, één markt: onze innovatieprestaties verbeteren

De Raad voerde een beleidsdebat over het verbeteren van Europa’s innovatieprestaties.

Het Ierse voorzitterschap reflecteerde op de vraag hoe effectief bestaande innovatie-instrumenten zijn, met name ten aanzien van de valorisatie en commercialisering van Europese kennis en onderzoek. Daarbij stelde het voorzitterschap de vraag hoe een coherent en passend portfolio van instrumenten ingericht kan worden, waarbij het huidige instrumentarium als uitgangspunt wordt gebruikt en bekeken wordt wat daarin verbeterd kan worden. Hierbij gaf het voorzitterschap aan dat de verbinding tussen Horizon Europe (2028-2034) en het Europees concurrentievermogen onder het Meerjarig Financieel Kader (2028-2034) zal bijdragen om kennis beter richting de markt en samenleving te brengen, zoals ook voortkomt uit de adviezen van Draghi en Letta. De inzet ten aanzien van een goede wisselwerking tussen Horizon Europe en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) werd breed onderschreven door lidstaten, waaronder Nederland.

Veel lidstaten brachten, net als Nederland, in dat er naast financiële EU-instrumenten ook ingezet dient te worden op coördinatie om nationale inzet en EU-inzet complementair te laten zijn aan elkaar en samenwerking te bevorderen. Hierbij is subsidiariteit van wezenlijk belang. Publieke financiering is een belangrijke hefboom om tot meer private investeringen te komen en daardoor de doelstelling van 3% investeringen in onderzoek en ontwikkeling te bereiken. Goede publiek-private samenwerking brengt Europa vooruit. Het is noodzaak om sterke en strategische O&I-ecosystemen binnen Europa (nog) beter met elkaar te verbinden om de innovatiepositie te versterken en schaal te creëren. O&I-financieringsprogramma’s, zoals Horizon Europe, hebben bewezen bij te dragen aan het versterken van grensoverschrijdende samenwerking en O&I-ecosystemen.

Ook gaven Nederland en veel lidstaten aan dat we met het opzetten en verder vormgeven van de Europese Innovatieraad (EIC) een succesfactor is om kennis en innovatie op te schalen. Het is belangrijk om de EIC verder te blijven ontwikkelen om te voorzien in de eerste fases van opschaling van O&I. Nederland en enkele lidstaten benadrukten dat het opzetten van het Scale-up Europe Fund een noodzakelijke volgende stap is om met bedragen tot € 100 mln. bij te dragen aan verdere opschaling binnen Europa. Dit fonds is tevens een voorbeeld van hoe er vanuit bestaand instrumentarium doorontwikkelingen plaats kunnen vinden zonder geheel nieuwe instrumenten en uitvoeringskaders op te zetten. Ook bracht Nederland in dat het bij opschaling niet enkel gaat om beschikbare financiële middelen, zo is het belangrijk om de definitie van ondernemingen in moeilijkheden goed vorm te geven om te voorkomen dat financiering van innovatieve startups en scale-ups wordt gezien als ongeoorloofde staatssteun.5

In het verlengde van het eerste debat gaven enkele lidstaten ook aan dat inzet op onderzoeks- en technologische infrastructuren nodig is om het volle innovatiepotentieel goed te benutten en O&I- ecosystemen te versterken.

De Europese Commissie gaf tot slot aan dat haar inzet niet is om meer instrumenten te creëren, maar bestaande instrumenten anders vorm te geven. Ook benadrukte de Commissie dat lidstaten beter gebruik kunnen maken de Seal of Excellence6 om goede ideeën te financieren vanuit cohesiebeleid.

Diversenpunt – Oostenrijks initiatief voor onderzoek naar vrede en conflicten

Oostenrijk lichtte toe dat er een aantal weken geleden een beleidsnota is afgerond met als titel ‘The need for a new EU research agenda on peace and conflict’. Oostenrijk nodigde de lidstaten uit om deze nota te delen met stakeholders en hierover verder met Oostenrijk in gesprek te gaan. Een aantal landen sprak expliciete steun uit voor dit initiatief.

Verzoek Eerste Kamer om een appreciatie inzake de samenhang van de voorstellen van het Europese Techsoevereiniteitspakket

Het kabinet heeft de Mededeling Europese Techsoevereiniteit, inclusief de Europese Open Source Strategie, de Cloud & AI Development Act (CADA) en de Chips Act 2.0 (CAII), vanaf de presentatie door de Europese Commissie op 3 juni jl. beschouwd als één samenhangend pakket. Deze integrale benadering sluit aan bij de Nederlandse inzet zoals verwoord in het non-paper An Integrated Approach for the EU Tech Sovereignty Package van 17 april 20267, waarin is gepleit voor een geïntegreerde benadering van de Europese technologiestack.

Deze lijn is vervolgens consequent uitgewerkt in de afzonderlijke BNC-fiches, die respectievelijk op 17 juni jl. en 7 juli jl. met uw Kamer zijn gedeeld.8 Daarbij staat centraal dat de voorstellen weliswaar betrekking hebben op verschillende delen van de Europese technologiestack en daarmee niet direct op dezelfde technologie van toepassing zijn, maar er gezamenlijk op gericht moeten zijn om elkaar te versterken. Bij overlappende bepalingen binnen het Tech Sovereignty Package is daarom expliciet verwezen naar de andere BNC-fiches om deze samenhang te waarborgen.

In dit kader ziet het kabinet ook een duidelijke relatie met de European Tech Creators Coalition (TCC), een industriegedreven initiatief gericht op het versterken van het Europese technologie-ecosysteem door de ontwikkeling van concrete projecten en investeringen. De integrale technologiestack-benadering van de TCC sluit aan bij de Nederlandse inzet voor het Tech Sovereignty Package, waarin de samenhang tussen onder meer halfgeleiders, digitale infrastructuur, software, cloud en AI centraal staat. Het kabinet onderzoekt momenteel op welke wijze dit initiatief kan worden ondersteund en hoe het kan bijdragen aan de verdere identificatie, prioritering en opschaling van strategische projecten binnen Europa. Daarbij is het van belang dat de TCC complementair blijft aan bestaande Europese initiatieven, waaronder de Chips Act 2.0 (CAII), de Cloud & AI Development Act (CADA) en het voorgestelde instrument voor Strategische Projecten.

De gewenste samenhang tussen de voorstellen komt ook concreet terug in de voorstellen van de Commissie voor de introductie van Grand Challenges in zowel de CADA als de CAII. Hoewel de Grand Challenges in beide voorstellen inhoudelijk zijn gericht op verschillende onderdelen van de technologiestack, benadrukt de Commissie dat de implementatie ervan gecoördineerd dient plaats te vinden. Hiermee wordt beoogd dat de verschillende instrumenten elkaar versterken en gezamenlijk bijdragen aan een sterker Europees innovatie- en concurrentievermogen.

Meer in algemene zin is het uitgangspunt dat vraag- en aanbodmaatregelen in onderlinge samenhang worden bezien en dat open source fungeert als een dwarsdoorsnijdende enabler voor het versterken van het Europese concurrentievermogen, de economische veiligheid en daarmee de technologische soevereiniteit van de Europese Unie. Zo dienen investeringen in AI- en cloudontwikkeling tevens de Europese halfgeleiderindustrie te ondersteunen, terwijl innovaties in de halfgeleidersector op hun beurt de verdere ontwikkeling van AI en cloud mogelijk maken.

Het verzoek van de vaste commissie voor Digitalisering van de Eerste Kamer om de voorstellen ook in hun onderlinge samenhang te appreciëren is op 1 juli jl. ontvangen. De resterende BNC-fiches, waaronder die voor de CADA en de CAII, zijn vervolgens op 7 juli jl. gepubliceerd. Met deze appreciatie, in samenhang met de afzonderlijke BNC-fiches, geeft het kabinet invulling aan dit verzoek en wordt de samenhang van het gehele Europese Techsoevereiniteitspakket inzichtelijk gemaakt.

Verzoek Eerste Kamer om nadere toelichting over de passage over digitale omnibussen in het verslag Telecomraad van 9 juni 2026

Op 7 juli heeft de vaste commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei verzocht om een passage over digitale omnibussen in het verslag van Telecomraad van 9 juni 2026 nader toe te lichten. Via deze weg kom ik, mede namens de Staatssecretaris Economische Zaken - Digitale Economie en Soevereiniteit, tegemoet aan dit verzoek.

De bespreking tijdens de Raad vond plaats tijdens de diversenpunten. Diversenpunten worden gebruikt om aan het eind van een Raad kort te informeren over actuele onderwerpen die geen formeel besluit of uitgebreide bespreking vereisen. Nederland intervenieert daarom over het algemeen niet vaak bij diversenpunten. Tijdens de Telecomraad van 9 juni gaf het Cypriotische Voorzitterschap bij het agendapunt lopende wetsvoorstellen een stand van zaken over twee lopende wetgevingstrajecten in het digitale domein: de digitale omnibussen en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). Het voorzitterschap deelde dat op 13 maart 2026 de Raad een onderhandelingsmandaat vaststelde voor de Omnibus AI, wat op 6 mei 2026 heeft geresulteerd in een triloog akkoord met het Europees Parlement en de Europese Commissie. Het tweede voorstel uit het Digital Omnibus-pakket wordt nog besproken binnen de Antici Group on Simplification (AGS).

De Commissie vulde de toelichting van het Voorzitterschap aan met een herhaling van de doelstellingen van de digitale Omnibussen. Enkele lidstaten hebben kort geïntervenieerd, Nederland niet. Een lidstaat heeft uitgesproken tevreden te zijn met het akkoord op de Omnibus AI omdat daarmee echt vereenvoudiging is bereikt en hoopt dat hetzelfde ambitieniveau kan worden bereikt met de Omnibus digitaal. Een tweede lidstaat heeft aangegeven dat de digitale omnibussen echt verbeteringen moet brengen voor start-ups en dat het ambitieniveau hoog moet blijven. Een derde lidstaat gaf ook aan dat het ambitieniveau hoog moet blijven om de beoogde doelen van de omnibus digitaal te bereiken. Er heeft geen besluitvorming plaatsgevonden.

Op 18 juni heb ik uw Kamer geïnformeerd9 over de naderende Raadspositie voor de Omnibus Digitaal en de kabinetsinzet voor verschillende onderdelen daarvan. Sindsdien blijft Nederland zich actief inzetten om de Nederlandse prioriteiten onder de aandacht te brengen en steun te verwerven voor de kabinetsinzet, zoals beschreven in het BNC-fiche. Er is op dit moment nog geen Raadspositie bereikt. Het kabinet zal u informeren over het uiteindelijke compromis.


  1. Bijlage bij Kamerstukken II 2025-2026, 32637, nr. 758: open.overheid.nl/documenten/32e0a5d8-cc82-46c1-8edf-313ed9c9c832/↩︎

  2. Het beleidsdebat vond plaats voor publicatie van het voorstel voor de ETS-herziening. Commission boosts Europe's competitiveness, decarbonisation and independence↩︎

  3. COM (2025) 500. Zie voor het BNC-fiche over de strategie: Kamerstukken II, 2024-2025, 22112, nr. 4096.↩︎

  4. Kamerstukken II, 2025-2026, 22112 nr. 4361.↩︎

  5. Nederland wil met 7 EU-landen betere regels onderneming in moeilijkheden | Rijksoverheid.nl↩︎

  6. Seal of Excellence - Research and innovation - European Commission↩︎

  7. Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 1195, Non-paper on the EU Tech Sovereignty Package↩︎

  8. Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4406, Fiche: Mededeling Europese Tech Soevereiniteit;

    Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4395, Fiche: Cloud & AI Development Act;

    Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4407, Fiche: Chips Act 2.0↩︎

  9. Kamerstukken I, 2025 – 2026, 179856↩︎