Netcongestie en elektriciteitsnet
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei en de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben op 22 april 2026 overleg gevoerd met de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over Netcongestie en elektriciteitsnet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Zwinkels
De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Bromet
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Nava
Voorzitter: Zwinkels
Griffier: Teske
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Grinwis, Heutink, Jumelet, Klos, Kops, Müller, Van Oosterhout, Russcher, Vermeer en Zwinkels,
en de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Aanvang 10.01 uur.
Netcongestie en elektriciteitsnet
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 11 december 2025 inzake stand van zaken realisatie energie-infrastructuur (29023, nr. 601);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 11 december 2025 inzake Actieagenda Digitalisering van het Energiesysteem (29023, nr. 602);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari 2026 inzake fiche: Aanbeveling voor het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK) over deelname aan de interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan cohesiefondsen (22112, nr. 4265);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 9 februari 2026 inzake kostenbesparingen door betere benutting van het net (29023, nr. 628);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 4 februari 2026 inzake rapport "Aansluitoffensief. Acht doorbraken voor beter benutten van het net" (29023, nr. 626);
- de brief van de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei d.d. 12 maart 2026 inzake aanpak voorkomen volledige aansluitstop FGU-regio (29023, nr. 638);
- de brief van de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei d.d. 2 april 2026 inzake voortgang aanpak netcongestie (29023, nr. 640).
De voorzitter:
Goedemorgen, allemaal. Van harte welkom bij dit commissiedebat over netcongestie en het elektriciteitsnet. Een bijzonder welkom aan de minister en de staatssecretaris; fijn dat u er bent. Welkom aan iedereen op de tribune, de pers en iedereen die live meekijkt. Welkom aan alle Kamerleden, alle commissieleden. We gaan er met elkaar weer een mooi debat van maken.
Ik wil in het bijzonder eventjes aan de collega's vragen of er toestemming is om de heer Heutink aan het woord te laten, omdat hij niet officieel lid is van deze commissie. Ja, ik zie dat dat akkoord is voor iedereen. De fractie van de heer Heutink heet op dit moment nog Groep Markuszower, maar misschien binnenkort wel DNA.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker. Dat verzoek is gedaan.
De voorzitter:
Het verzoek is gedaan, hoor ik. Hartstikke goed. We hebben veel sprekers, zoals u ziet. Ik wil dus voorstellen dat we de zes interrupties van de vorige keer even terugschroeven naar vier in totaal. Mocht het heel voorspoedig gaan, dan gaan we met elkaar naar vijf interrupties. Ik wil namelijk ook genoeg tijd overhouden, zodat u met het kabinet in gesprek kunt. Het zou zonde zijn als we daarop moeten beknibbelen in dit debat. Ik zie dat dat tot instemming leidt. Heel goed. Dan heb ik verder geen mededelingen en stel ik voor dat we gaan beginnen.
Dan geef ik het woord aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Nederland loopt vast, niet door een natuurramp maar door beleid. Het stroomnet zit vol, wachttijden lopen op en woningbouwprojecten komen stil te liggen. Dat raakt niet de tekentafel in Den Haag, maar gezinnen die wachten op een huis, starters die geen kant op kunnen en dorpen waar de leefbaarheid piept en kraakt. In de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht dreigt er zelfs een volledige aansluitstop, ook voor woningbouw. Dat is onacceptabel. We hebben honderdduizenden woningen nodig, maar zonder stroom gebeurt er helemaal niets.
Ik heb een vraag aan de staatssecretaris. Er is namelijk een amendement-Flach/Koekkoek aangenomen bij de Energiewet. Daarin wordt gevraagd om een AMvB die het mogelijk maakt dat decentrale overheden zelf regels kunnen stellen in het belang van de energietransitie. Het gaat dan bijvoorbeeld om netbewuste nieuwbouw en energieopslagsystemen, om zo meer maatschappelijk te kunnen sturen in de energietransitie middels hun verordeningen. De vraag is: waar blijft dat ding?
Dan kom ik bij de huishoudens. Het baart de BBB grote zorgen dat de oplossing steeds vaker gezocht wordt bij huishoudens en mkb'ers. Slim laden, flexibel gebruik, aanpassingen in gedrag en netbewuste bouw kunnen daar allemaal aan bijdragen, maar dat mensen en bedrijven daarvoor moeten opdraaien omdat Den Haag de zaken niet op orde krijgt, is voor BBB onacceptabel. Wie niet kan sturen of investeren, mag wat ons betreft ook niet gestraft worden. Ik vraag dan ook aan het kabinet: kan worden uitgesloten dat nieuwe prikkels rondom netgebruik leiden tot hogere lasten voor huishoudens en bedrijven?
Voorzitter. We moeten ook eerlijk durven zijn over oorzaken. De afgelopen jaren is massaal ingezet op zon en wind, zonder dat de netten meegroeiden. Dat leidt tot pieken, onbalans en uiteindelijk volle kabels. BBB zegt niet: stop de energietransitie. Maar we zeggen wel: je kunt geen stabiel energiesysteem bouwen op wiebelstroom zonder een plan voor de infrastructuur. Erkent het kabinet dat grootschalige weersafhankelijke opwek ook een belangrijke oorzaak is van netcongestie? Is het kabinet bereid om pas nieuwe projecten toe te staan als ook de netimpact aantoonbaar is opgelost?
Voorzitter. In de stukken zien we veel plannen, pilots en verkenningen, maar gezinnen hebben geen boodschap aan plannen zonder stopcontact.
De voorzitter:
Eén moment. Excuus. U krijgt hierover een vraag van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer Vermeer vraagt natuurlijk een beetje naar de bekende weg. Natuurlijk is wind- en zonne-energie een van de oorzaken van netcongestie. Dat is evident. Maar is het niet verstandiger om aan het kabinet te vragen om gewoon per direct te stoppen met het bouwen van nieuwe windmolens, zo veel mogelijk windmolens in de toekomst af te breken en er vol op in te zetten dat we binnen nu en vijf à zeven jaar de eerste kerncentrale met elkaar kunnen openen? Dat zou toch veel verstandiger zijn?
De heer Vermeer (BBB):
Wat verstandig is, gebeurt hier vaak niet. Ik heb dus ook gevraagd of het kabinet bereid is om pas nieuwe projecten toe te staan als de netimpact aantoonbaar is opgelost. Ik vraag hier al twee jaar om de pauzeknop in te drukken. Het is net als in een auto: als het rode lampje op je dashboard brandt, ga je niet extra gas geven. Nee, dan ga je 'm langs de weg zetten en dan ga je de ANWB bellen of wie dan ook om eerst het probleem op te lossen. Dus ook de heer Heutink vraagt naar de bekende weg.
De voorzitter:
U kunt verder met uw inbreng.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Ik was bij pilots, plannen en verkenningen en de brief die we gisteren gekregen hebben. Ik vind het eigenlijk heel erg dat provinciale gedeputeerden nu moeten zeggen dat ze opgelucht zijn dat het niet erger is dan ze dachten. Wij hebben al heel veel geaccepteerd aan beperkingen die er zijn, maar gezinnen kunnen gewoon geen extra aansluiting krijgen als ze bijvoorbeeld op inductie willen koken om van het gas af te gaan. Ik moet hier om 11.00 uur weg, omdat ik naar het debat moet over de energierekening van de huishoudens. Daar staan allerlei maatregelen in die feitelijk door de brief van de staatssecretaris van gisteren gewoon nutteloos zijn. Bewoners en eigenaren kunnen een lening krijgen uit het Warmtefonds om hun woning te verduurzamen, maar vervolgens kun je 'm niet aansluiten. Dat werkt toch niet? Een subsidieregeling voor verenigingen van eigenaren, idem dito. Een inruilregeling voor fossielebrandstofauto's: geen laadpaal. Dit gaat niet werken.
We hadden hier gisteren een heel mooie petitie van mensen uit Delft van de musical Willem van Oranje. Die hadden een Plakkaat van Aansluitinghe gemaakt, een heel mooie variant op een historisch document. Die mensen kunnen dit gewoon aantoonbaar oplossen op het industrieterrein, samen met omliggende bedrijven. Zij hebben 's avonds een musical en overdag zijn de kantoren open. Stedin, de netbeheerder, kan gewoon geen oplossing bieden om die twee dingen contractueel en administratief aan elkaar te koppelen. Als dat zelfs niet kan, gewoon bestaande capaciteit op het net efficiënt benutten … Daar gaat helemaal niets mis mee. Daar kan geen kortsluiting door komen op het net. Het is gewoon iets wat handig uit te rekenen is. Hier moet iets gebeuren.
Ik vraag de staatssecretaris: welke middelen heeft van de Kamer nodig om hier keihard op in te grijpen? Want op deze manier komen we niet verder. Datzelfde geldt voor de ACM. We hebben straks het hele prioriteringskader, maar het is mij gewoon niet duidelijk hoe wij als Kamer hier nog iets van invloed op kunnen uitoefenen op het moment dat het scheefloopt in de praktijk. Er wordt steeds gezegd: onafhankelijke toezichthouder, daar kunnen we niks mee doen. Wat kunnen wij dan wel doen? Geeft u ons het artikel van de wet waar wij dan een voorstel voor moeten maken, en wij doen dat.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, wilt u tot een afronding komen, want u bent al door uw spreektijd.
De heer Vermeer (BBB):
Dan bedank ik u voor uw coulance. Wij kiezen voor realisme. Eerst woningbouw mogelijk maken, eerst kabels in de grond, eerst betaalbaarheid en zekerheid voor huishoudens voordat we de volgende stappen zetten die nog meer druk op het net geven.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Om te beginnen neem ik u graag mee in mijn agenda van vandaag. Die speelt zich af in twee parallelle werkelijkheden. Om 11.15 uur doe ik mee aan het plenaire debat over een pakket van een miljard euro dat vooral inzet op verdere elektrificatie op allerlei terreinen en om 10.00 uur, een uurtje daarvoor, zitten we hier bij elkaar om onder andere te spreken over de situatie in Utrecht, waar de boel gewoon op slot gaat. Ik vraag me dus af of daar in het kabinet onderling wel voldoende over wordt afgestemd. Dat is de eerste vraag die ik zou willen stellen, want op deze manier gaan we met 120 kilometer per uur op een muur af.
Alleen al 15.000 aanvragen van grootverbruikers staan in de wachtstand. Huishoudens die willen overstappen op inductie, een warmtepomp of elektrisch rijden, moeten maar zien of ze ook een zwaardere aansluiting krijgen. Tienduizenden woningen kunnen niet gebouwd worden. Hoewel voor een deel van FGU-regio gelukkig oplossingen gevonden zijn, krijgen veel bedrijven wel een aansluitstop en gaat de stad Utrecht helemaal op slot. Dat betekent nogal wat. Verder constateer ik dat alleen al de autonome groei van het elektriciteitsgebruik betekent dat in congestiegebieden tegen het einde van de congestieperiode de beschikbare transportcapaciteit op piekmomenten met gemiddeld 20% zal worden overschreden. Komt vrijkomende ruimte door congestiemaatregelen dan wel direct beschikbaar voor nieuwe aansluitingen? Misschien scheelt het ook als we de vergaderbel, die nu gaat, wat korter afdraaien. Dat scheelt ook behoorlijk wat stroom, denk ik.
Voorzitter. Zelfs de SGP pleit voor onorthodoxe oplossingen. Ik benoem enkele punten. Wij pleiten al langer voor zwaardere netbelasting en gebruik van de storingsreserve. De staatssecretaris kijkt hiernaar met netbeheerders en de ACM. Hoe gaat hij voorkomen dat het een gebed zonder end wordt? De maatschappelijke kosten van de congestiecrisis zijn torenhoog. We moeten bereid zijn ietsje meer risico te nemen. Komt de staatssecretaris voor de zomer met serieuze stappen? Gaat hij alvast wetgeving voorbereiden om netbeheerders meer ruimte te geven voor gebruik van de storingsreserve en voor versnelling van EMC-vergunningstrajecten, zodat dit klaarligt?
Ik vraag de staatssecretaris ook om vaart te maken met de Crisiswet netcongestie. Het gaat hierbij niet alleen over versnelling van ruimtelijke procedures, maar ook over meer ruimte voor flexibiliteit. Ruimtelijke procedures kunnen versneld worden door het parallel uitvoeren van processtappen, het vroegtijdig en serieus meenemen van belanghebbenden en standaardisering. De vraag is: wordt snel de AMvB Versterking regie volkshuisvesting vastgesteld en komt er ruimte om vergunningsvrij bestaande transformatorstations uit te breiden?
De staatssecretaris wacht met een stikstofvrijstelling tot de Brusselse Grids Package van kracht is, lezen we. Maar we kunnen toch niet wachten tot 2028? Onderzoek toont aan dat het gros van de natuur erop vooruitgaat als energie-infraprojecten en bijbehorende industriële elektrificatie uitgevoerd worden. Dat biedt toch aanknopingspunten voor een landelijke vrijstelling? Voordat de rechter dit eventueel onderuithaalt, zitten we al in 2028.
Voor de FGU-regio is een crisisaanpak opgesteld. Nissewaard geeft aan dat ook hier een aansluitstop dreigt. Ook in andere regio's horen we dat soort waarschuwende geluiden. Komt er een vergelijkbare crisisaanpak?
Voorzitter. De SGP wil ook meer inzetten op flexibiliteit. In congestiegebieden zijn mogelijkheden om met tijdelijke flexibiliteitsoplossingen, zoals batterijen en wkk, toch te starten met woningbouw of met laadpalen voor transportbedrijven. De strakke netregels zitten echter dwars. Wil de staatssecretaris snel ruimte creëren voor passende contractvormen en netcode-ontheffingen? De flexcontracten van TenneT richten zich nu op zodanige flexibiliteit dat de storingsreserve vrijgehouden kan worden. Je zou ook kunnen kiezen voor contracten waarbij alleen teruggeschakeld moet worden als er daadwerkelijk sprake is van storing. Wordt dit opgepakt?
Het kabinet overweegt de Flex-e-regeling toegankelijk te maken voor grotere industriële bedrijven. Ik lees: na 2026. Kan ook dit niet sneller en wordt gekeken naar korting op nettarieven?
Voorzitter. Het is goed dat de stap wordt gezet naar tijdsafhankelijke nettarieven voor kleinverbruikers. Wordt inzichtelijk gemaakt wat dit betekent voor verschillende groepen huishoudens en mkb-bedrijven en wordt er verschil gemaakt tussen de traditionele stroomgebruikers en de gebruikers die met warmtepompen en elektrische auto's een relatief grote bijdrage leveren aan het piekgebruik? Een prioriteringskader zorgt voor hoofdbrekens bij gemeenten. Gemeenten krijgen wel de mogelijkheid om in een vroeg stadium transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en voorzieningen, maar daar zitten wel veel haken en ogen aan. Die voorbereiding kost meer tijd dan gemeenten krijgen. Kan de overstap naar het nieuwe prioriteringskader voor kleinverbruikers enkele weken worden uitgesteld?
Tot slot. Netcongestie is helaas niet tijdelijk. Een volledig duurzaam energiesysteem in 2050 kan maar zo een vier keer hogere elektriciteitsbehoefte hebben, aldus TNO. We moeten volop verzwaren, maar dan nog. Ik wil daarom aan de voorkant inzetten op meer voorspelbare stroomproductie, zoals kernenergie en energie uit water, op warmtesystemen en op gebruik van moleculen. Ook inzet op efficiënt netgebruik en energiebesparing is een blijvende opdracht. Mijn laatste vraag: bij verduurzaming van wagenpark en industrie en het beleid hieromheen speelt inzet op elektrificatie een hoofdrol. Maar gaat dat op langere termijn ook niet enorm wringen met wat het net aankan? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat in het beleid de impact op het energiesysteem aan de voorkant wordt meegewogen?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb u ook enige coulance gegeven, gelet op de spreektijd, maar het valt alleszins mee. We gaan wat mij betreft door naar de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb een opmerking vooraf. Ik heb hetzelfde euvel als mijn collega's hiervoor. Wij gaan vandaag flexibel om met dit debat, maar we laten daarmee ook zien dat we de Kamercapaciteit beter benutten.
De voorzitter:
Kijk, volgens mij is flexibiliteit een kernbegrip.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik moet om 10.30 uur naar de plenaire vergadering.
De voorzitter:
Ik begrijp het. Het is goed dat u dat eventjes meedeelt, zodat mensen ook weten waarom u tijdelijk vertrekt. Ik hoop u ook straks dan wel weer terug te zien.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zeker, zeker.
De voorzitter:
Mooi. Aan u het woord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Netcongestie is één grote ramp, maar die blijkt door de overheden en netbeheerders te worden behandeld als een ongelukje. Althans, dat gevoel bekruipt mij keer op keer als wij hierover debatteren. Ik kan er met mijn hoofd niet bij: als een dijk dreigt te breken, dan versterken we die subiet, maar als TenneT een cruciaal onderstation bij Utrecht moet bouwen, gaan we eindeloos palaveren: kan dat niet ook ergens anders, zit er niet per ongeluk ergens een rugstreeppad, modderkruiper of vleermuis of dreigt niet per ongeluk een zwaard uit de bronstijd verloren te gaan? Kunnen we in dit land echt alleen nog maar pennenlikkend en papierschuivend op de winkel passen? Waarom is er nog geen aanwijsbesluit of heeft het Rijk dit project niet allang overgenomen? Waarom is er geen rijksinpassingsplan? Al dit interbestuurlijke geëmmer levert toch bedroevend weinig op? Met droge ogen beweren dat dit cruciale ding pas in 2031 wordt opgeleverd! Als het meezit! Dat is toch onacceptabel? Is de staatssecretaris dat niet enorm met mij eens? De vraag is dus wat hij eraan gaat doen.
Ondertussen kleurt de netcongestiekaart van Nederland roder en roder. Rond Utrecht gaat er echt een aansluitstop komen, ondanks alle oproepen om die koste wat kost te voorkomen, ook vanuit deze Kamer. Wat kopen de woningzoekenden, bouwers en ondernemers voor alle bezweringsformules van de afgelopen tijd, ook van de voorganger van deze staatssecretaris? Wat zijn nou de harde resultaten? Graag een reactie.
Voorzitter. Neemt de frustratie niet ook bij de staatssecretaris zelf met de dag toe, ook al vervult hij dit prachtige ambt nog maar twee maanden? Bij ons, bij de Tweede Kamerleden, in ieder geval wel. Gisteren stond ik te luisteren bij de aanbieding van de petitie Plakkaat van Aansluitinghe — hulde voor de vorm en titel. Ik hoorde daar van een theater in Delft: het heeft afspraken gemaakt met bedrijven en instellingen daaromheen zoals Deltares, omdat zij elkaar perfect afwisselen tussen dag enerzijds en avond en weekend anderzijds, maar Stedin geeft niet thuis. En dan wordt er dus maar 5.000 liter diesel per week verstookt. Als je dat hoort, vraag je je af: waarom toch? Waarom toch? Het klopt toch dat de ACM in dezen niet een sta-in-de-weg is? Het klopt toch dat de staatssecretaris in dezen niet een sta-in-de-weg is? Het klopt toch dat de gemeente in dezen niet een sta-in-de-weg is? Als het in de bouw moeilijk wordt, leg je met elkaar de boeken op tafel, maar de netbeheerder blijft een gesloten boek, een oester waar je geen vat op krijgt. De samenleving is de dupe. Staatssecretaris, laat het er niet bij zitten. Ga net zo lang op Stedin zitten tot ze meebewegen, want het kan wél.
Voorzitter. Dit alles roept de vraag op of de netbeheerders wel geëquipeerd zijn voor hun job. En ja, ik heb ze heel lang verdedigd. Ik heb het voor ze opgenomen, ook in deze zaal, maar zijn deze organisaties die in vredestijd prima functioneren, wel in staat om de netcongestieoorlog te voeren? Zijn ze in control en in staat een crisis echt aan te pakken? Staan ze daadwerkelijk open voor oplossingen van buiten, voor innovatieve oplossingen van ondernemers om netcapaciteit vrij te maken? Van hen hoor ik maar al te vaak een ontkennend antwoord op deze vraag en daarom krijgt u van mij een aantal vragen.
In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, LAN, zie ik maar zeer beperkt maatregelen die erop gericht zijn dat netbeheerders het anders gaan doen en werkprocessen anders gaan inrichten, terwijl dit in de afgelopen debatten toch een refrein is geweest. Wat gaat de staatssecretaris doen om juist dit te veranderen? Ziet de staatssecretaris dat het noodzakelijk is dat netbeheerders meer transparantie geven en zich meer inzetten om inzicht in de netbelasting te kunnen bieden? Binnenkort moet bijvoorbeeld in elk huishouden een slimme meter staan, maar wanneer staat die in elk trafohuisje?
Congestiemanagement en flexibele contractvormen worden amper uitgerold. Welke rol kan de staatssecretaris spelen om dat te bespoedigen? Kan de Kamer met grote regelmaat — het mag ook flexibel — worden geïnformeerd over de voortgang? Moet geen juridische, technische en financiële duidelijkheid worden geboden bij flexoplossingen, zodat ondernemers daar in vertrouwen mee aan de slag kunnen? Waarom nemen netbeheerders zo weinig risico? Klopt het dat TenneT op cruciale kabels nul procent risico neemt? Enfin, ik verwees al naar het Plakkaat van Aansluitinghe.
Voorzitter. Meer inzet op energieopslag en flexibel vermogen moet een belangrijk onderdeel van de plannen zijn. Welke ambities heeft de staatssecretaris op dit punt? In doorgerekende scenario's zie ik dat netbeheerders rekening houden met een bepaalde opslagcapaciteit in de toekomst, maar gaan we deze capaciteit ook realiseren? En zo niet, hoe intensiveert de staatssecretaris dan de sturing? In de brief lees ik dat uitvoering is gegeven aan mijn motie over het nauwkeurig in kaart brengen van opslaglocaties, maar zowel van de opslagbranche als van de netbeheerders hoor ik dat de motie over het nauwkeurig in kaart brengen van opslaglocaties niet is uitgevoerd. Herkent de staatssecretaris dit ook? Wanneer kunnen we wel een volledige uitvoering verwachten? Moet er niet gewoon een helder kaartje komen?
Dan nog een vraag over lokale flex. Die kan toch nog meer benut worden om het net te ontlasten? Zijn er genoeg prikkels zoals subsidies, normering en financiële prikkels om flex te stimuleren? Moet daarop niet meer worden ingezet, zowel voor klein- als grootverbruikers? Moeten digitalisering en realtimedatadeling niet een nog grotere rol gaan spelen? Zouden bijvoorbeeld thuisbatterijen, mits slim aangestuurd en met de nodige waarborgen, niet toch een rol kunnen spelen in het ontlasten van het net? Is het niet een idee om daar 0% btw op te gaan heffen, nu de saldering eraf gaat? Welke rol kunnen overheidsgebouwen spelen in het ontlasten van het net? Is daar voldoende inzet op, onder meer door voldoende energiebesparing? En hoe staat het met de voortgang van de MKBA van het prachtige project Delta21?
Voorzitter, ik wou nog even een punt maken over groen gas. Is daar nog ruimte voor?
De voorzitter:
Daar is helaas geen ruimte meer voor, want u bent al door uw spreektijd heen. Ik zie dat u wel een aantal interrupties krijgt. Wellicht gaat een van de interrupties over groen gas. Dan bent u gered en kunt u daar alsnog op ingaan.
De heer Van den Berg (JA21):
Sinds gisteren ben ik wel de rapporteur groen gas, voorzitter, maar mijn interruptie gaat daar niet over. Ik hoor het verhaal van de heer Grinwis en ik hoor de zorgen. Daar ben ik het ook helemaal mee eens, maar ik ben wel benieuwd of er in de afgelopen jaren klimaatmaatregelen zijn genomen waar de heer Grinwis tegen heeft gestemd en die geen doorgang hadden moeten vinden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zit even te kijken. Echt tegen … Kijk, er zijn verder niet echt heel veel wetten of zo geweest rondom die maatregelen. Daarbij gaat het natuurlijk vaak om regelingen, zoals de SDE+-systematiek. Ik zit even te denken. Ik heb er wel vaak voor gepleit om bij de SDE++ een systeembenadering toe te passen, dus om het hele vraagstuk mee te nemen en niet alleen maar individuele maatregelen te subsidiëren en dan te kijken naar wat die aan CO2-reductie opleveren of om alleen maar te kijken naar de onrendabele top van die ene maatregel. Daar heb ik samen met oud-collega Erkens en met Bontenbal diverse moties over ingediend. Die zijn allemaal aangenomen, maar niet echt uitgevoerd. Ik heb dus heel vaak wel vanuit de systeembenadering ervoor gepleit om, als je aan de slag gaat met elektrificatie, het op die manier te doen. Dat is een van de antwoorden die ik kan geven.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, heeft u daar een vervolgvraag over?
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, dank daarvoor. Ik hoor net het punt richting het kabinet, zo van: "We zien dit al zoveel jaren aankomen, maar er is eigenlijk niks aan gedaan. Hoe heeft dat nou zo kunnen lopen?" Tegelijkertijd zijn in deze Kamer talloze voorstellen aangenomen, van voorstellen over warmtepompen en elektrificeren tot voorstellen over klimaatdoelen. Die hebben natuurlijk ook, in ieder geval voor een groot gedeelte, geleid tot de vergaande netcongestie. Natuurlijk leidt economische groei óók tot verzwaring van het netwerk, maar als al die maatregelen aan de voorkant ook door de heer Grinwis zijn gesteund, dan moet hij toch ook in de spiegel kunnen kijken: hadden we het niet zélf anders kunnen doen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zeker, maar tegelijkertijd wordt er al heel veel jaren voor gepleit dat netbeheerders actiever hun rol oppakken, meer mogelijkheden krijgen en meer door de aandeelhouders worden aangestuurd om die rol te pakken. Wat is echter mijn ervaring? Bij de aandeelhoudersvergaderingen zaten tot voor kort bij wijze van spreken echt alleen maar de wethouders Financiën met een puur financiële bril op de netbeheerders te controleren. Het aanjagen van het oppakken van een maatschappelijke taak gericht op robuuste netten is maar zeer mondjesmaat en zeer laat op gang gekomen. Daar hebben we heel vaak de nadruk op gelegd. Bovendien moet je de ene warmtepomp en de andere warmtepomp niet over één kam scheren. Dat weet de heer Van den Berg natuurlijk ook. Het piekvermogen van hybride warmtepompen is zodanig dat het niet hoeft bij te dragen aan een overmatige netbelasting. Sterker, als je een hybride warmtepomp op een slimme manier installeert, daar de normering op richt en daar dus ook de aankoop door mensen op richt, dan is dat niet een grote showstopper die zorgt voor heel veel netcongestie. Dat weet de heer Van den Berg ook.
De voorzitter:
Dank voor uw antwoord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou ja, zo kun je ook met groen gas omgaan. Maar die vraag houdt hij tegoed!
De voorzitter:
O, ja! Het was u nog bijna gelukt ook. Ik vind dat u een heel mooi antwoord heeft gegeven op de vragen. Ik stel voor dat u het daar wellicht op een later moment, buiten deze vergadering, nog even met elkaar over heeft, maar we gaan nu door naar een andere interruptie. Ik dacht nog de vinger van de heer Vermeer te zien. Is dat het geval?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog wel heel graag weten wat de heer Grinwis, heel kort, over groen gas wilde vertellen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Aha! Dank u wel voor deze vraag. Dat wordt zeer gewaardeerd, meneer Vermeer. Ik denk dat wij wat betreft netcongestie behoefte hebben aan omdenken. Een van de voorstellen die naar ons toekomen of die er inderdaad al liggen, is de bijmengverplichting voor groen gas. Nu is dit heel erg breed over allerlei eindgebruikers verdeeld, maar niet gericht op sectoren met een hoge systeemwaarde, zoals in de glastuinbouw, waar 3.000 megawattuur aan opgesteld flexibel vermogen staat. Kun je niet veel beter vanuit een soort ketenbenadering tussen veehouders en glastuinbouw komen met misschien een aanvullende SDE++-categorie voor groen gas dat wordt geleverd aan de glastuinbouw? Dat is ook mijn vraag aan de staatssecretaris: kijk daar eens naar en ga op die manier in overleg met onder andere de glastuinbouw, samen met uw collega Erkens. Sorry, de collega van LVVN. Ik denk namelijk dat daar veel meer mogelijkheden zijn. Ik denk dat wij de bijmengverplichting voor groen gas een beetje dom dreigen te gaan implementeren, terwijl wij dat veel slimmer kunnen doen. Dat levert dan direct een bijdrage aan het in stand houden van het opgesteld vermogen bij de glastuinbouw. Ik denk dat we dat de afgelopen jaren te veel in een verkeerd hoekje hebben geplaatst, terwijl dat zo ongelofelijk belangrijk is voor onze elektriciteitsvoorziening. En we gaan het dan gewoon slimmer doen, waardoor we het net ontlasten.
De heer Vermeer (BBB):
Zou de heer Grinwis dan ook voorstellen dat we van een generieke bijmengverplichting gaan naar een "mass balance"-benadering? Die zal administratief op hetzelfde uitkomen en daarmee brengen we groen gas rechtstreeks naar de wijken, waar dan misschien tijdelijk een gascentrale neergezet moet worden, zodat er gewoon doorgewerkt kan worden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, dat ben ik zeer eens met de heer Vermeer. Ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op de vraag of het niet hoog tijd is om eens de klok gelijk te gaan zetten? Juist met het enorme probleem van netcongestie, dat we vandaag bespreken, op het netvlies, maar ook vanwege de kansen die dit biedt om het enorme opgestelde flexvermogen, bijvoorbeeld bij de glastuinbouw, te blijven benutten in de toekomst. Want in het verleden hebben we misschien wel te makkelijk gezegd: we gaan dat allemaal wel een beetje uitfaseren met de warmtetransitie en elektrificatie. Ik ben heel benieuwd wat de staatssecretaris, in lijn met de interruptie van de heer Vermeer en mijn antwoord, daarop zou willen reageren en welke toezegging hij bereid is te doen.
De voorzitter:
Prima. Dank u wel. Fijn dat u deze aanvulling nog heeft kunnen doen. U krijgt nog een laatste interruptie van de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Ik wil de heer Grinwis danken voor zijn zeer urgente, maar toch optimistische bijdrage. Ik deel zijn frustratie over de toch een beetje slappe aanpak, zo van: nou, in 2031 is het misschien een keer af. Daar zou nog veel meer urgentie in mogen. Een van de dingen die het kabinet doet, is het voorbereiden van een Crisiswet netcongestie. Daar heeft u het vandaag niet over gehad. Ik vraag me het volgende af. Welke elementen ziet de heer Grinwis als essentieel voor zo'n crisiswet? Wat zou de versnelling kunnen opleveren die we nu nodig hebben, niet alleen in Utrecht, maar ook elders in het land?
De voorzitter:
Ik wil de heer Grinwis vragen om deze vraag beknopt te beantwoorden, want die nodigt nogal uit om een langer antwoord te geven.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik moet me ook naar de plenaire zaal gaan spoeden, dus dat is ook een aanmoediging. Naast al die voor de hand liggende antwoorden van parallel plannen en dat soort dingen, hoop ik echt dat we wat het zwaarst is, het zwaarst laten wegen. Ik hoop dat we eens voorbij kunnen gaan aan al die verplichtingen die in vredestijd volstrekt logisch zijn, bijvoorbeeld voor natuur, bodemonderzoek en archeologie. Ik weet: over het algemeen ben ik lid van een partij die opkomt voor zachte waarden. Maar wat het zwaarst is, moet wel het zwaarst wegen. Ik ben bang dat we daar nu ... We palaveren alsof we in vredestijd zitten, maar het is oorlog op het net. Dat besef, alsof er een dijk op doorbreken staat, moet veel meer doorklinken. Dat mag ook landen in zo'n wet. Ik weet niet of dat snel genoeg gaat zijn. Ik heb ook aan de staatssecretaris gevraagd: moet je dit project niet gewoon overnemen met een rijksinpassingsplan? Tegelijkertijd wil ik hier geen motie van wantrouwen naar de provincie uitspreken, want dat is niet terecht. Echter, ik constateer wel dat er heel lang gepalaverd wordt over een onderstation: "Moet dat daar wel komen? Ik vind dat niet zo leuk in mijn achtertuin." Ik ben echt helemaal klaar met dat nimby-geneuzel; we moeten doorpakken.
De voorzitter:
Mooi, dat heeft u duidelijk gemaakt. Heeft u nog een vervolgvraag, meneer Klos? Uw microfoon staat namelijk nog aan. Nee? Oké. Dan gaan we naar de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u, voorzitter. Succes bij de plenaire vergadering, meneer Grinwis.
Voorzitter. Zeven jaar geleden, in 2019, kwam ik de Provinciale Staten van Noord-Holland binnen. Een van de eerste waarschuwingen daar was dat het ondoordachte verduurzamingspad onherroepelijk zou botsen met de fysieke grenzen van ons elektriciteitsnetwerk en zou leiden tot black-outs. Toen werd er lacherig over gedaan. Nu, zeven jaar later, zitten bedrijven, maatschappelijke instellingen en woningbouwprojecten vast op wachtlijsten en moet het kabinet in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht met crisismaatregelen een volledige aansluitstop zien te voorkomen. Dan moet je toch eerlijk zeggen: dit is geen technisch incident, en ook geen tijdelijk uitvoeringsprobleem. Dit is het directe gevolg van jarenlang ondoordacht verduurzamen, zonder realiteitszin, zonder systeemkeuzes en zonder serieus oog voor de vraag of het net het überhaupt allemaal wel aankan.
Voorzitter. Precies daar zit het politieke probleem. Jarenlang is gedaan alsof iedere extra elektrificatiestap automatisch vooruitgang was, alsof je eindeloos mobiliteit kon elektrificeren, bedrijven kon verduurzamen, warmtepompen kon uitrollen en tegelijkertijd ook nog een heel nieuw energiesysteem kon optuigen, zonder dat de fysieke infrastructuur het knelpunt zou worden. Realisme bleef simpelweg buiten beeld. Nu zitten we in de situatie waarin het kabinet zelf opschrijft dat schaarste op het net structureel is, dat scherpe keuzes onvermijdelijk zijn en dat niet iedereen meer ruimte krijgt. Dan moet de conclusie toch zijn dat het oude verhaal van grenzeloze elektrificatie zonder harde randvoorwaarden gewoon is stukgelopen op de werkelijkheid? Ik hoor graag hoe het kabinet hierover denkt.
Voorzitter. De staatssecretaris schrijft dat een algehele langdurige aansluitstop in de FGU-regio is afgewend, maar laten we wel precies zijn over wat er wel staat. In geen van de gebieden is op dit moment ruimte voor aansluitingen zonder maatschappelijke prioriteit. Een vraag daarbij: vallen onder die maatschappelijke prioriteit ook asielzoekerscentra? Dit is een veelgehoorde vraag uit de provincie. De regio wordt opgesplitst in vijf congestiegebieden. In vier gebieden kan een deel van maatschappelijk geprioriteerde aanvragen doorgaan, maar voor een groot deel van de provincie Utrecht komt er vanaf de zomer alsnog een tijdelijke pas op de plaats voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. En dat heet dan voortgang. Voor burgers, bedrijven en woningzoekenden betekent dit gewoon dat de schaarste niet is opgelost, maar alleen strakker wordt gemanaged. Daarom is mijn vraag aan de staatssecretaris heel fundamenteel: welk energiesysteem kiest dit kabinet eigenlijk? Daar blijft het kabinet structureel omheen draaien wat ons betreft. In eerdere stukken wordt gesproken over 195 miljard euro aan investeringen in het netwerk tot en met 2040 met oplopende nettarieven en elders werd er weer over 170 miljard euro voor net op land gesproken, met mogelijke besparingen door betere benutting. En laatst was er een rapport van FIEN, dat dan weer over 269 miljard euro sprak.
Wat ontbreekt, is het enige overzicht dat ertoe doet: wat kosten verschillende energiesystemen voor het net? Wat kost een systeem met maximale elektrificatie? Wat kost een systeem met meer spreiding in energiedragers door de bouw van SMR's? Wat kost een systeem waarin je realistischer kijkt naar vraagontwikkeling, leveringszekerheid en ruimtelijke inpasbaarheid? Is de staatssecretaris bereid om die systeemvergelijking zwart-op-wit naar de Kamer te sturen, inclusief de gevolgen voor netinvesteringen, nettarieven en de uitvoerbaarheid? Volgens mij is er een gespecialiseerd bureau dat dat kan, dus wellicht kunnen we dit ook aan hen vragen. Ik vraag dat met nadruk omdat anders steeds hetzelfde gebeurt: eerst wordt een politieke richting gekozen, daarna loopt het net weer vast en vervolgens mogen de belastingbetaler en de energiegebruiker de rekening betalen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is ook: erkent hij dat netcongestie niet alleen een technisch capaciteitsprobleem is, maar ook een direct toekomstig probleem van gemaakte politieke keuzes? Wil hij per groot beleidsdossier inzichtelijk maken welk deel van de toekomstige netverzwaringen voortkomt uit beleidsmatig afgedwongen elektrificatie, welk deel dan uit de autonome economische groei en welk deel uit de keuze voor specifieke opwekprofielen? Dan bedoel ik bijvoorbeeld zon, wind of kernenergie.
Dan kom ik op wind op zee. Ook daar wil ik een eerlijk antwoord op van de staatssecretaris, want wind op zee wordt vaak gepresenteerd als vanzelfsprekende vooruitgang, maar ook dat is niet gratis voor het systeem. Dus hoeveel additionele investeringen in aanlanding, transport, systeeminpassing en netverzwaring op land hangen samen met verdere opschaling van wind op zee? Welk deel van de netkosten in de komende decennia is direct of indirect terug te voeren op de keuze om zwaar in te zetten op wind op zee? Wil de staatssecretaris die kosten niet alleen projectmatig, maar gewoon systeembreed inzichtelijk maken? Met andere woorden: wat kost wind op zee niet alleen op zee, maar juist ook op het hele net? Daar hoort nog een tweede vraag bij. Als wind op zee verder wordt opgeschaald, welke extra druk geeft dat dan op momenten van piekaanbod en op de noodzaak van transport, afschakeling, opslag en reservecapaciteit? Anders gezegd: wat zijn de volledige systeemkosten van wind op zee als je niet alleen naar de productie kijkt, maar ook naar de netten, de balanshandhaving en de inpassing?
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, wilt u tot een afronding komen?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zit toch op vier minuten, of klopt mijn timer niet?
De voorzitter:
Ik vrees dat er iets niet goed gaat met uw timer, want die van mij zegt dat u al in de min staat.
De heer Van den Berg (JA21):
O, mijn excuus. Kan ik dan dezelfde coulance …
De voorzitter:
Geen probleem. Dat kan gebeuren. Misschien kunt u dan nog één of twee dingen uitkiezen die u wilt meegeven.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, zeker. Dat is dan even misgegaan. Dan nog een vraag aan de minister van VRO. Die gaat over de woningbouw. De bouw van 35.000 woningen kan in ieder geval nog doorgang vinden, maar de vraag is dan even wat er gebeurt met alles wat daarbuiten valt. Wat kunnen we nog op het net passen? Hoe voorkomt de minister dat netcongestie feitelijk een nieuwe bouwstop wordt, alleen dan in technocratische taal verpakt?
Daar laat ik het dan maar even bij.
De voorzitter:
Helemaal goed. Wellicht kunt u straks in de tweede termijn nog iets inbrengen. Meneer Klos, aan u het woord.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. De problemen op ons stroomnet vormen de grootste belemmering voor de vooruitgang van Nederland. Het nieuws van gisterenavond is daar het laatste tragische bewijs van. Duizenden mensen die een huis zoeken in Utrecht staan straks in de kou. Duizenden mensen die bij willen dragen aan onze onafhankelijkheid en grip willen krijgen op hun energierekening met een warmtepomp, inductieplaat of laadpaal worden in de steek gelaten. Ondernemers die willen groeien en bijdragen aan een sterker Nederland, lopen vast.
De voorzitter:
Eén moment. Voordat u verdergaat, heeft u een vraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik citeer even een zin: "Het kabinet neemt maatregelen voor een versnellingsoffensief om verduurzaming te versterken." Dat staat in een brief voor een debat dat we zo meteen gaan voeren. Dat gaat over een compensatiepakket vanwege de hoge brandstofprijzen. Erkent de heer Klos dat dit twee parallelle werkelijkheden lijken? Aan de ene kant wordt het gaspedaal vol ingetrapt. Ik was het eens hoor, met de eerste twee zinnen van de heer Klos, maar ik dacht wel: dan moeten we wel even kijken waar het vandaan komt. Zou de heer Klos daarop willen reflecteren?
De heer Klos (D66):
Ja, die twee dingen horen natuurlijk inderdaad bij elkaar. Ik voel ook wel enigszins ongemak over die parallelle werkelijkheden. Ik hoor het kabinet ook steeds zeggen: als we willen verduurzamen, als we meer hernieuwbare energie willen, als we af willen van die fossiele verslaving, dan zullen we ook iets moeten doen aan de capaciteit op het net. Je moet de capaciteit uitbouwen. Je moet meer flexibiliteit toepassen. Dat is een nationale crisis, daar moet je met alle energie en effort die je hebt op inzetten en dat moet je ook tegelijkertijd doen, want anders gaat het niet lukken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Het klinkt mij toch iets te utopisch in de oren. Bij het coalitieakkoord had ik sterk het gevoel "nou, dit heeft vooral de VVD gewonnen", maar bij zo'n compensatiepakket lees ik toch echt wel de inzet van D66 terug. Ik hoor de heer Klos in het ene debat zeggen dat we af moeten van die fossiele verslaving en volop moeten inzetten op verdere verduurzaming. Een debat verder spreekt hij de woorden uit dat gezinnen die willen verduurzamen in de steek worden gelaten. Het kan niet allebei waar zijn. Wanneer komt het moment dat D66 ook zelf zegt "dit komt door onszelf", dat D66 zegt dat we de verduurzaming moeten afremmen omdat we anders vol op een muur afrijden?
De heer Klos (D66):
Ik weiger het probleem bij de verduurzaming te leggen, want verduurzaming is juist de oplossing voor onze weerbaarheid. Het probleem is dat we niet op tijd het net hebben uitgebreid. We moeten in een noodtempo werken om dat alsnog te doen. Het zit niet alleen in de uitbreiding. Het kabinet bereidt daarvoor een crisiswet voor. In een brief worden ook allerlei maatregelen aangekondigd om de uitbreiding te versnellen. Tegelijkertijd moeten we ook energie besparen. Veel maatregelen in de brief die de heer Flach net aanhaalde gaan over energiebesparing. Daarmee leg je minder druk op het net. Tegelijkertijd moeten we veel maatregelen nemen voor flexibiliteit op het net en om het bestaande net zwaarder te kunnen belasten. Ik begrijp dat de complexiteit groot is, maar ik blijf optimistisch dat we dat in Nederland kunnen.
De voorzitter:
Uw derde interruptie.
De heer Flach (SGP):
Dat grenzeloze optimisme zonder daarbij de consequenties te accepteren is volgens mij de kern van het probleem. Ik ben blij dat we hier zijn aangeland. Ik ben het eens met de heer Klos dat we onze weerbaarheid vergroten als we meer energie in eigen huis kunnen opwekken. Dat is waar. Maar als we constateren dat ons net dat nu niet en ook niet voor 2030 of 2035 aankan en we het gaspedaal dieper blijven intrappen ... Het is alsof je in een auto gaat zitten met een blinddoek om en vervolgens over de snelweg gaat rijden. Dan weet je dat er een keer een hele harde botsing komt. Ik wacht, en met mij een groot deel van Nederland, met smart tot het moment dat die blinddoek ook bij D66 af gaat. Het tempo moet omlaag, want anders gaan we allemaal op zwart.
De heer Klos (D66):
Ik denk inderdaad dat hier de crux zit, ook de crux van het probleem met de redenering die de SGP vandaag in dit debat op tafel legt. Zij zien de verduurzaming als het probleem, terwijl die juist de oplossing is voor onze weerbaarheid. Die muur op de snelweg, die er inderdaad is, moeten we afbreken. Dat kunnen we doen met maatregelen. Wij Nederlanders zijn innovatief, vooruitstrevend. In het verleden hebben we vele problemen aangepakt en dat kunnen we nu ook. We kunnen zeker omgaan met de schaarste die er is, want daar zijn wij Nederlanders nu juist goed in.
De voorzitter:
Dank voor het antwoord. Ik heb nog een aantal interrupties voor u in de wachtrij. Ik wil de leden eraan herinneren dat ze op ieder moment een interruptie mogen plaatsen, maar dat de heer Klos net was begonnen aan zijn inbreng en dat er mogelijk nog een antwoord volgt op uw vraag. Het was te proberen, zou ik tegen de heer Heutink willen zeggen, die ik nu het woord geef voor zijn interruptie.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
De crux van het probleem zit natuurlijk hier naast mij. We zien dat D66 jarenlang als een kip zonder kop klimaatbeleid aan het uitrollen is. Tegelijkertijd hebben we een probleem met netcongestie. Het kabinet zegt dat het voor bijvoorbeeld Utrecht niet voor 2031 is opgelost. Tegelijkertijd kondigde D66 een paar weken geleden vol bombarie aan voor 4 miljard euro te investeren in nieuwe windmolens op zee, terwijl we weten dat windmolens een van de oorzaken van netcongestie zijn. D66 moet dan toch gewoon zeggen dat het een ongelofelijk dom idee is om maar te blijven investeren in onbetrouwbare energiebronnen? En ondertussen maar doorgaan met die klimaatideologie van D66.
De heer Klos (D66):
Wat een dom idee is, is om te blijven investeren in onze fossiele afhankelijkheid, die de Nederlandse energierekening tot een speelbal maakt in de flipperkast van de geopolitiek, om te blijven investeren in een systeem dat ons afhankelijk maakt van de sjeiks, van Poetin en van Trump. Ik snap heel goed dat deze oud-PVV'er goede vrienden wil blijven met Trump, maar ik heb liever schone energie van eigen bodem, uit Nederland.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan moet D66 niet als een kip zonder kop 4 miljard euro gaan investeren in een onrendabel windpark op zee, waarvan we weten dat het de problemen met netcongestie alleen maar groter gaat maken. Nee, dan moet D66 ervoor zorgen, met de coalitiepartijen in deze Kamer, dat we volgend jaar een schop in de grond gaan zetten om een kerncentrale te gaan openen. Dat is wat er moet gebeuren, want kernenergie, zeg ik tegen D66, is een vorm van betrouwbare stroom. Dat is een betrouwbare energiebron die daadwerkelijk kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Dát moet de prioriteit zijn van D66. Dát is verstandig beleid en niet als een kip zonder kop investeren in onbetrouwbare energiebronnen, zoals wind op zee.
De heer Klos (D66):
Ik ga iets zeggen wat u misschien gaat verbazen, maar ik ben het eens met de heer Heutink dat er ook morgen een schop in de grond moet voor meer kernenergie, want ik denk dat we alle schone technieken nodig hebben om het probleem dat op ons afkomt op te lossen. Dat gaat over weerbaarheid, dat gaat over een veel te hoge rekening en ja, dat gaat ook over de opwarming van de aarde, die steeds extremer weer veroorzaakt en ervoor zorgt dat onze planeet onleefbaar wordt. Dus hebben we alle schone technieken nodig, niet alleen wind op zee, maar ook kernenergie. Het probleem is niet de verduurzaming, maar het feit dat het net nog niet voldoende is uitgebreid.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb uw vierde en laatste interruptie klaarstaan, meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Nu komen we tot de kern van het probleem. Want wat de kern natuurlijk is, is dat D66 zichzelf heeft vastgeroest in een klimaatideologie, waar ze aan vast blijft houden, en de consequenties van die religie niet meer kan overzien. Ze hebben zich vastgeketend aan het feit dat we morgen allemaal doodgaan op deze planeet als we niks doen aan de opwarming van de aarde en tegelijkertijd hebben we een goede oplossing, namelijk kernenergie. Dan zou daar alle energie in moeten worden gestoken en dan zouden we die windmolens, die foeilelijke windmolens, moeten loslaten. Dat zou D66 ook moeten doen, willen ze iets doen aan netcongestie.
De heer Klos (D66):
Ik zit liever vastgeroest in de wetenschappelijke werkelijkheid dan in de klauwen van Donald Trump en Vladimir Poetin, waar de heer Heutink duidelijk in zit. Bovendien denk ik dat we iets optimistischer mogen kijken naar Nederland. Het is gewoon lui en on-Nederlands om nu een vlaggetje erbij neer te gaan leggen en te zeggen: we stoppen met die verduurzaming. Het zou spreken van moed en van doorzettingsvermogen als we zeggen: we gaan de problemen oplossen, allemaal tegelijkertijd. En dat kunnen wij.
De heer Van den Berg (JA21):
Een beetje moed in het debat is natuurlijk nooit mis, maar de realiteitszin ontbreekt denk ik wel in het verhaal van de heer Klos. In de afgelopen 100 jaar hebben we ons elektriciteitsnetwerk opgebouwd en dat moet in de komende 25 jaar twee tot vier keer uitgebreid worden. Dat zegt wel iets over die opgave. Ik heb nog wel een vraag. Ik hoor dat we niet afhankelijk moeten zijn van Trump, van sjeiks en van Poetin en dat we van onze fossiele verslaving moeten afkomen en over moeten gaan op hernieuwbaar. Hoe kijkt de heer Klos dan naar de afhankelijkheid van meneer Jinping in China, als we daar dan zo op inzetten?
De heer Klos (D66):
Daar ben ik heel kritisch over. Misschien kunnen wij daar een keer samen schriftelijke vragen over stellen als er weer eens een keer Chinese apparaten worden ingekocht, bijvoorbeeld door netbeheerders. Daar zal ik u zeker voor uitnodigen. Ik denk dat we er inderdaad realistisch over moeten zijn dat de kritieke grondstoffen voor heel veel van onze hernieuwbare apparaten ook komen uit landen waar we niet direct zaken mee willen doen. Ik teken daarbij wel aan dat wij als wij in het fossiele systeem blijven tot het einde der dagen iedere dag aan het importeren zijn uit landen waar we geen zaken mee willen doen in plaats van dat we één keer de investering doen in het kopen van een apparaat dat we vervolgens kunnen recyclen. Er zit dus daadwerkelijk wel een verschil tussen het oude systeem en het nieuwe systeem, waarbij ik het nieuwe systeem prefereer boven het oude.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van den Berg, met zijn laatste interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, oké. De eerste windmolen die volledig gerecycled wordt, moet ik nog tegenkomen. Ik ben dus heel erg benieuwd wanneer dat dan gaat komen en wanneer we er dan inderdaad uitkomen. Ik hoor dan ook: we moeten van die fossiele verslaving af. Oké, maar is dan kernenergie volgens de heer Klos onderdeel van het weg bewegen van die fossiele verslaving? Is dat dan ook zo goed en is het dan niet veel beter om daar meer op te zetten, juist bijvoorbeeld in Utrecht? Ik zie namelijk in die brief dat we daar niet meer windturbines en zonnepanelen gaan bouwen om het op te lossen, maar dat we daar gewoon gasgeneratoren neerzetten. Stabiele opwek is dus blijkbaar heel veel waard. Moeten we daar dan niet meer op inzetten, en dus vooral meer op kernenergie en minder op al die andere bronnen?
De heer Klos (D66):
Dit is een herkenbare inzet van JA21. Ik zie een staatssecretaris die volgens mij staat te popelen om met de kleine modulaire reactoren aan de slag te gaan. Volgens mij gaat dat zeker onderdeel van ons energiesysteem zijn, maar nog niet morgen. Ik wil daarbij zeggen: het plaatsen van windmolens en zonnepanelen dicht bij de afnemer kan op dit moment juist een oplossing zijn om netcongestie te lijf te gaan. Dat is ook precies wat het kabinet schetst in de brief aan de Kamer. Ik denk dat dat een verstandige route is. Nogmaals, die twee sporen kunnen we tegelijkertijd bewandelen. Ik nodig JA21 uit om gelijktijdig naar die twee sporen te blijven kijken.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Klos zegt: verduurzaming is niet het probleem, maar de oplossing. We zitten hier in een debat over netcongestie. Gisteren is alleen al 20% tot 30% van alle zonne-energieopwekking afgeschaald, in april! Het moet allemaal nog op gang komen. Het grote probleem is toch dat partijen als D66 een klimaatrevolutie aan het ontketenen zijn, in plaats van een transitie? Bij een revolutie vallen gewoon slachtoffers. Daar kunnen we de geschiedenisboeken op nalezen. Dat gebeurt ook hier. Daarom moeten wij straks naar de plenaire zaal om te praten over de energiekosten, en dan hebben we het nog niet eens over een verviervoudiging van de netwerkkosten, die ons ook nog boven het hoofd hangt. Er wordt doorgedrukt op iets terwijl we weten dat we de grenzen van het systeem allang bereikt hebben. Dit kan zo toch niet verder? De heer Klos moet toch gewoon zeggen: ja, ik ben idealistisch, maar ik moet ook realistisch zijn en die jaartallen eens op gaan schuiven? We gaan echt niet per 1 januari 2051 dood ...
De voorzitter:
Ja, dank voor uw vraag.
De heer Vermeer (BBB):
… als de klimaatopwarming net een halve graad te veel is.
De heer Klos (D66):
Ik vind het interessant dat de heer Vermeer het woord "revolutie" gebruikt. De oprichter van mijn partij, Hans van Mierlo, zei altijd: we moeten een revolutie maken voordat die uitbreekt. Dat ging toen over de democratie. Ik denk dat hetzelfde geldt voor het klimaatbeleid: de revolutie die we moeten maken is dat we een schoon land hebben met een gematigd klimaat, waarin we goed kunnen boeren, goed kunnen ondernemen en goed kunnen bouwen. Daar is wel degelijk verduurzaming voor nodig. De randvoorwaarden daarvoor zijn dat we een elektriciteitsnet hebben dat die verduurzaming aankan. Daarom heb ik allerlei concrete vragen aan het kabinet. Ik heb met veel belangstelling de brief gelezen over wat het kabinet van plan is om te doen om dat mogelijk te maken. Maar ik weiger de oplossing te accepteren dat we minder aan verduurzaming gaan doen, want daar zit voor mij nou juist de oplossing en het grote maatschappelijke belang.
De voorzitter:
De laatste interruptie van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ben blij dat de heer Klos het voorbeeld van Wiegel aanhaalt met die revolutie, maar hij bedoelde een revolutie in denkbeelden van hoe je de democratie en het beleid moet benaderen. Dit vraagt, nu ook weer ... Ik denk dan: D66, doe eens een revolutie in je eigen starre dogma dat we moeten versnellen; we moeten het gewoon realistisch benaderen. Ook D66 is blijkbaar toe aan een nieuwe revolutie, terwijl het voor mij gezond verstand is om te zeggen: als iets niet kan, moet je je tempo vertragen.
De heer Klos (D66):
Volgens mij is het starre dogma van de BoerBurgerBeweging dat we minder aan klimaat moeten doen en grijpt de heer Vermeer iedere mogelijkheid aan om dat mogelijk te maken. Volgens mij moeten we in dit debat gewoon vragen om concrete maatregelen om netcongestie op te lossen. Dat zal ik zeker doen, en ik hoop met hem.
De voorzitter:
Volgens mij bent u het niet met elkaar eens. Dat gebeurt zelden, wordt er geroepen. We gaan door naar de heer Russcher, die ook nog een interruptie heeft.
De heer Russcher (FVD):
Het kabinet heeft al aangegeven dat onorthodoxe maatregelen expliciet niet uitgesloten worden en dat deze ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. Ik hoorde u net zeggen, volgens mij in een interruptiedebatje met de heer Heutink, dat we kunnen en moeten omgaan met de schaarste die bestaat. Ik vroeg me af wat u daar precies mee bedoelde.
De heer Klos (D66):
In eerste instantie bedoel ik daarmee: het bestaande net zwaarder belasten. Ik denk namelijk dat daar veel mogelijkheden voor zijn. Ik denk dat er ook veel mogelijkheden zijn voor flexibiliteit, dus dat bijvoorbeeld grote bedrijven op een ander moment van de dag elektriciteit gaan gebruiken. Dat zou ook voor kleinverbruikers kunnen. Ik denk wel dat het uitgangspunt van het beleid zou moeten zijn dat wij het net gaan uitbreiden, zodat we zo veel mogelijk elektriciteit kunnen gebruiken. We hebben het vaak over kilowatturen, kabels en hoogspanningsstations, maar het gaat gewoon over licht en warmte in de huizen van mensen. Daar moeten we meer van hebben en niet minder.
De heer Russcher (FVD):
De heer Klos gaf net aan dat het ook om kleinverbruikers kan gaan. Ziet D66 dit dan als een mogelijke verplichting of blijft dit altijd vrijwillig? Wanneer mensen hun elektrische auto opladen, wanneer ze de wasmachine aanzetten, wanneer ze de vaatwasser gebruiken: blijft het wat D66 betreft altijd vrijwillig op welk moment ze dat doen, of komt daar een vorm van verplichting voor?
De heer Klos (D66):
Volgens mij moeten we dat inderdaad in vrijwilligheid doen, want anders is er geen draagvlak voor het veranderen van de tariefstructuur naar een structuur waarbij je beloond wordt als je elektriciteit verbruikt op een moment van de dag dat het net niet vol zit. Daar zou juist een beloning voor moeten zijn. Het is een heel logisch economisch principe dat je in schaarste differentieert in wat een logisch moment is om elektriciteit te gebruiken en wat niet. Daar zijn we als maatschappij als geheel bij gebaat.
De voorzitter:
Dank voor het antwoord. Dat waren de interrupties op dit punt van uw betoog. We waren een halve minuut onderweg, dus ik geef u snel het woord om uw betoog te hervatten.
De heer Klos (D66):
Voorzitter, dank. Veel is al enigszins voorgekomen, dus als er dubbelingen zijn, hoop ik dat u mij dat vergeeft. Ik probeer de dubbelingen te beperken.
Verzwaring van het net is de enige structurele oplossing, in Utrecht en in heel Nederland. Als er ooit behoefte was aan een crisiswet om dat in een noodtempo mogelijk te maken, dan is dat nu: liever gisteren dan vandaag. In het coalitieakkoord wordt hier de hoogste prioriteit aan gegeven. Toch blijkt de staatssecretaris vooral bestaande plannen voort te willen zetten in een wetgevingsprogramma dat de naam "crisis" niet meer mag dragen. Welke extra maatregelen neemt de nieuwe staatssecretaris nu eigenlijk ten opzichte van wat het vorige kabinet al van plan was?
De staatssecretaris kan zelf nu ook al direct aan de slag met het centraliseren van het bevoegd gezag voor alle projecten van nationaal belang. Het kabinet past dit nu toe op 25 projecten. Kennelijk brengt dat enige versnelling, maar er zijn 105 projecten. Juist omdat het gaat om projecten die gemeente- en provinciegrenzen overstijgen, ligt nationale regie voor de hand. Alleen dat al kan twee jaar schelen. Graag een duidelijk antwoord van de staatssecretaris op de vraag of hij bereid is om deze versnelling mogelijk te maken op deze manier.
Voorzitter. Het is te prijzen dat het kabinet versnelling nastreeft bij projecten zoals het hoogspanningsstation ten noorden van Utrecht door procedures tegelijkertijd uit te voeren en te verkorten, maar dat kan geen uitzondering blijven. Wat nu mogelijk lijkt, hadden we eigenlijk al in het hele land moeten doen. Hoe gaat de staatssecretaris deze projectaanpak landelijk standaardiseren? Hoe zorgt hij ervoor dat er genoeg mensen werken aan de opgaven? Kan hij bijvoorbeeld toezeggen dat de vliegende brigade, zoals het ministerie het noemt, fors wordt uitgebreid? We willen de regio Utrecht zo snel mogelijk van het slot halen en voorkomen dat andere regio's te maken krijgen met een aansluitstop. Flexibiliteit kan nu al ruimte bieden op het net, bijvoorbeeld via flexibele contracten en groepscontracten voor kleinverbruikers. Door lokale opwek, opslag en verbruik slim te combineren achter één aansluiting kunnen meer woningen binnen dezelfde netcapaciteit worden gerealiseerd tegen lagere kosten. Grootverbruikers hebben deze mogelijkheden al, maar kleinverbruikers eigenlijk nog nauwelijks. De Kamer heeft daar eerder al om gevraagd. De vraag is nu hoe het staat met de uitvoering. Graag een update van de staatssecretaris.
Voorzitter. De wijk van de toekomst biedt de oplossing. Met slimme combinaties van zonnepanelen, opslag, elektrische auto's en collectieve warmte kunnen we vandaag al bouwen, zonder te wachten op extra netcapaciteit. De staatssecretaris noemt terecht de kansen van netbewuste en zelfs netpositieve bouw, maar hoe gaat hij er dan voor zorgen dat de meerkosten van netbewuste en netpositieve wijken geen belemmering voor ontwikkelaars vormen?
Tot slot. Er zit heel veel energie en veerkracht in Nederland. We kunnen de nationale crisis van netcongestie te boven komen, zoals we dat hebben gedaan bij corona en bij de Oekraïnecrisis. Als we uit het niets nieuwe vaccins konden ontwikkelen en in no time een lng-terminal konden aanleggen in de Eemshaven, kunnen we nu ook met spoed hoogspanningsstations en transformatorhuisjes bouwen. Aan de slag!
De voorzitter:
Dank u wel. Fijn dat u het zo kort heeft weten te houden, heel prettig. Er is nog een vraag voor u, van mevrouw Van Oosterhout, dus u krijgt nog een laatste interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor net in het betoog van de heer Klos veel over de verzwaring van het net en over flexibiliteit, maar wat ontbreekt — dat ontbreekt ook in de brieven van het kabinet — is energiebesparing. Ik ben benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt in deze context.
De heer Klos (D66):
Die noemde ik net ook in een van de interruptiedebatten als een van de noodzakelijke pijlers. Als je minder energie gebruikt, als er minder stroom door het net hoeft, dan heeft het net minder last van de stroom die we gebruiken. Dat lijkt me dus een hele belangrijke pijler onder de aanpak van netcongestie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik zou het fijn vinden als D66 daar nog iets concreter in zou kunnen worden. Welke maatregelen zouden we kunnen nemen op het gebied van energiebesparing in deze context?
De heer Klos (D66):
Ik denk dat een aantal van die maatregelen al in het pakket zit dat straks besproken zal worden in het plenaire debat; daar werd al een aantal keer aan gerefereerd. Wat mij betreft zouden we de energiebesparingsplicht nog wel wat beter kunnen handhaven en zouden we ervoor moeten zorgen dat we daar ook meer uit halen, bijvoorbeeld door de terugverdientijd wat langer te maken dan de vijf jaar die deze nu is.
De voorzitter:
Dank voor dat antwoord. Dan gaan we nu door naar de heer Heutink voor zijn inbreng.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Een korte mededeling: ik moet zo meteen ook naar de plenaire zaal, dus ik spreek mijn tekst uit en dan moet ik helaas dit debat verlaten. Dan weten jullie waar ik ben.
Voorzitter. Gisteren kwam het nieuws dat een groot deel van Utrecht niet meer kan worden aangesloten op het stroomnet. Utrecht is niet alleen. Op dit moment wachten maar liefst meer dan 14.000 bedrijven op een aansluiting op het Nederlandse stroomnet. Dat zijn 14.000 ondernemers die niet eens een beetje stroom kunnen krijgen. Hoe bestaat het dat we van Nederland zo'n ongelofelijke puinhoop hebben weten te maken? Onze fractie weet het wel. Het zit namelijk in het DNA van al die partijen die hier al decennia aan de macht zijn om ons land te verwoesten met foeilelijke windmolens en zonnepanelen. Dat zijn partijen die meer geloven in peperduur en onbetrouwbaar klimaatbeleid dan in ons mooie Nederland. Het zijn precies die windmolens en precies die zonnepanelen die medeverantwoordelijk zijn voor netcongestie en die er dus voor zorgen dat het bedrijfsleven tot stilstand komt. Immers, de zon schijnt niet altijd en het waait ook niet altijd. Dat noemen we in vakjargon — ik maak de zin even af — een tekort aan regelbaar vermogen.
De voorzitter:
Ik vond het een goed idee om u deze zin even af te laten maken. We komen bij mevrouw Müller voor een vraag.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind dat toch een interruptie waard, want volgens mij deed u een week geleden nog een voorstel om de salderingsregeling opnieuw in het leven te roepen. Ik zoek dus toch even naar hoe dit zich tot elkaar verhoudt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als mevrouw Müller heeft opgelet, dan weet ze dat ik daar heb gepleit voor vrijwillige zonnepanelen op daken en dat ik de grote zonnevelden in weilanden heb verafschuwd, net als die foeilelijke windmolens. Als mevrouw Müller had opgelet, dan had ze precies geweten wat ik hiermee bedoel.
De voorzitter:
Meneer Heutink, ik stel voor dat we er met elkaar van uitgaan dat de woordvoerders opletten. Het is dus denk ik niet nodig om dat te zeggen. U heeft wel een goed inhoudelijk antwoord gegeven op de vraag. Ik kijk nog naar mevrouw Müller om te zien of zij hier nog op wil reageren. Nee. Dan kunt u door met uw inbreng.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil het toch anders verwoorden: kabinet na kabinet heeft miljarden uitgegeven aan onbetrouwbare energiebronnen en blijft dat de komende jaren doen. Dat is niet alleen pure domheid; het is ook nog eens verschrikkelijk onbetrouwbaar. Hoe denkt het kabinet het probleem dat netcongestie heet op te lossen als het miljarden blijft investeren in onbetrouwbare energiebronnen? Het gaat om een vorm van energie die medeverantwoordelijk is voor het probleem dat we hier met elkaar proberen op te lossen vandaag. Het is een beetje hetzelfde als een auto waarvan er nu veertien rode lampjes op het dashboard branden: je weet eigenlijk dat je daar niet meer in moet rijden omdat die anders kapotgaat, maar je bent zo ongelofelijk eigenwijs dat je het toch doet. Wat is dan de consequentie? Je staat langs de snelweg naast een uitgebrande auto. Dan heb je dus helemaal niets. Ik heb twee vragen aan het kabinet. Bent u bereid om die windmolens gewoon te slopen? Wanneer gaan we beginnen met het bouwen van kerncentrales? We hebben het er al jaren over, maar er gebeurt maar niets. Ga bouwen, zeg ik tegen de staatssecretaris. Bouw aan stabiele energiebronnen, en heel erg snel a.u.b.
De voorzitter:
U zag het zelf ook al: dat levert een vraag op van de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik luister naar de heer Heutink en ook ik heb toch wel de drang om te reageren, want hij heeft het over "onbetrouwbare energiebronnen". Dan heeft hij het over wind en zon. Hij gaat zo meteen naar de plenaire zaal. Over onbetrouwbare energiebronnen gesproken: ik noem fossiel, dus olie en gas. Kan de heer Heutink daarop reflecteren? Nogmaals, volgens mij hebben we deze problemen als het gaat om de prijzen nu ook door de problematiek in de geopolitieke wereld van dit moment. Hoe betrouwbaar zijn die energiebronnen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat vooral niet betrouwbaar is, is het feit dat het kabinet — dat wordt zo meteen ook besproken in de plenaire zaal — een fooi aan de Nederlander geeft en helemaal niets wil doen aan de brandstofprijzen. Dat is onbetrouwbare politiek. Daar heeft de Nederlander helemaal niets aan. Feit is dat gas en olie, waar je het ook vandaan haalt, altijd werkt. Het is technisch bewezen dat het een goede brandstof is die altijd functioneert. We moeten het gewoon zien te krijgen. Gas hebben we voldoende in Groningen; dat kunnen we gewoon gaan oppompen, hebben we al eerder gesteld. Er zijn dus voldoende mogelijkheden om daar gewoon voldoende van in huis te hebben. Zolang meneer Jumelet niet kan bepalen wanneer de zon schijnt en wanneer het waait … Konden we dat maar, want dan was het best wel heel erg makkelijk geweest. Maar dat kunnen we niet. Dat is dus onbetrouwbaar.
De heer Jumelet (CDA):
Ik permitteer me dan toch ook maar een stevige uitspraak: ik vind het een versimpeling van de werkelijkheid.
De voorzitter:
Dat was een constatering. U wilt ook naar de plenaire zaal, dus gelet op de tijd stel ik voor dat u doorgaat met uw inbreng.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Soms moet je problemen simpel maken om ze ook daadwerkelijk op te lossen. Ik constateer hier dat problemen dusdanig complex worden gemaakt dat ze nooit worden opgelost.
Voorzitter. De ondernemer zit in het DNA van onze fractie. We zijn zo trots op al die bedrijven. Al jarenlang zien we hoe we grote bedrijven van de grond wisten te trekken tot wereldwijd succesvolle organisaties. Het was onze handelsgeest die van Nederland een groot land heeft gemaakt. Maar nu zorgt het klimaatbeleid van het kabinet ervoor dat een volgend bedrijf straks niet die grote internationale organisatie kan worden, niet dat grote verschil op de arbeidsmarkt kan gaan maken, niet die ene uitvinding kan bedenken die we zo hard nodig hebben. En waarom? Omdat er partijen in dit huis zijn die denken dat we morgen allemaal doodgaan aan klimaatverandering. Het is niet alleen de allergrootste onzin, het is ook doodzonde en pure armoede. Tot overmaat van ramp maakte de staatssecretaris gisteren bekend dat een groot deel van Utrecht niet kan worden aangesloten op het stroomnet. Niet alleen ondernemers, maar ook normale huishoudens komen bij dit kabinet op de wachtlijst. Het klimaatbeleid is zo ongelofelijk stuk dat Henk en Ingrid de eigen meterkast niet meer kunnen verzwaren om elektrisch te gaan koken en dus geen geld kunnen besparen op peperduur gas. Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?
Voorzitter. Ik hoop dat het gezond verstand weer gaat zegevieren, dat we stoppen met onbetrouwbaar en peperduur klimaatbeleid en dat het kabinet als de wiedeweerga gaat investeren in betrouwbare energie, namelijk kernenergie. Stop alstublieft met het creëren van nog meer puinhopen op basis van klimaatideologie om vervolgens weer te moeten constateren dat we weer pleisters moeten plakken. Er moet iets structureels gebeuren willen we Nederland echt klaarmaken voor de toekomst.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Wat leuk dat de casus-Henk weer aan bod kwam. Dat is eerder gebeurd in deze commissie. Dat is ook meteen een bruggetje naar de volgende spreker, namelijk Henk Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De heer Heutink verlaat de zaal, maar laat ík positief beginnen. Iedereen is tegen netcongestie en voor het oplossen ervan. Dat is volgens mij een positieve constatering. Maar netcongestie raakt alle sectoren. Het bedreigt de voortgang van de energietransitie, het verdienvermogen en de woningbouw. Zo kan op maar liefst twee van de drie potentiële woningbouwlocaties niet worden gebouwd door een gebrek aan netcapaciteit en staan zo'n 15.000 bedrijven in de wachtrij voor een aansluiting. Netcongestie moet daarom zo snel mogelijk worden opgelost. Bij een bijeenkomst over netcongestie betoogde een spreker onlangs: eigenlijk is er geen netprobleem, maar een organisatieprobleem. Nou kun je aan deze woorden wellicht iets willen afdoen, maar kortgezegd is er bij netcongestie sprake van overbelasting van transformatorstations en stroomkabels op piekmomenten. Congestie is er dus maar ongeveer 15% van de dag. Dat is er als de auto aan de laadpaal staat, als we thuiskomen van werk, de auto opladen, de kookplaat aanzetten en daarna de vaatwasser en de wasmachine, en dat allemaal tussen 16.00 uur en 22.00 uur. Dat zijn de momenten waarop het fout gaat op het net en onze kabels op sommige plekken dreigen te bezwijken. Op plekken waar dan ook nog groot verbruikende industrie zit zonder flexibel te maken productieproces, is overbelasting een feit en is er geen nieuwe ruimte op het net. Toch is er in de FGU-regio, bestaande uit Flevoland, Gelderland en Utrecht, een maatregelenpakket afgesproken waardoor in vier van de vijf congestieregio's toch ruimte is gevonden door anders te organiseren en door gewijzigde aannames, zo lezen we.
Voorzitter. Ik constateer dat de staatssecretaris in samenwerking voortvarend uit de startblokken is gegaan en dit kabinet de urgentie ziet. Ik heb toch een vraag over wat we gisteren mochten ontvangen in de brief en wat er nu aan de orde is. Hoe is er gekomen tot de opsplitsing in congestiegebieden? Kan er wellicht sprake zijn van waterbedeffecten? Is er bijvoorbeeld een impactanalyse uitgevoerd? Graag een reactie daarop. Biedt deze aanpak of oplossing ook soelaas voor de andere regio's die op rood staan op dit moment? Mocht deze aanpak nou inderdaad gestandaardiseerd kunnen worden, dan zijn we natuurlijk erg benieuwd hoe snel dat kan.
Voorzitter. Het CDA vraagt, naast de versnelde investeringen in het net, vandaag ook aandacht voor de systeemkeuzes. Het rapport Financiële Impact Energiebeleid voor Netbeheerders, afgekort FIEN, laat zien dat de investeringsopgave voor de energie-infrastructuur richting 2040 sterk oploopt. Netbeheerders investeren jaarlijks 13 tot 18 miljard euro, vooral in uitbreiding. Nettarieven voor huishoudens en bedrijven kunnen daardoor fors stijgen en elektriciteitstarieven kunnen richting 2040 zelfs verdubbelen. Daar maken we ons ook zorgen over.
Volgens de netbeheerders zelf kan dit worden beperkt door slimmer gebruik te maken van bestaande infrastructuur en door integrale systeemkeuzes. Een optimale energiemix met investeringen in elektriciteit, in samenhang met de ontwikkeling van onder andere warmtenetten, groen gas, CCS en blauwe waterstof, zorgt ervoor dat de druk op het net afneemt en maatschappelijke kosten beheersbaar blijven. Tegen deze achtergrond is het wat het CDA betreft van belang dat het kabinet regie voert op een toekomstbestendig en betaalbaar energiesysteem, waarbij dus niet alleen gestuurd wordt op maximale elektrificatie maar ook op de meest efficiënte combinatie van energiedragers en infrastructuur.
Ik heb een aantal vragen daarover. Hoe ziet de staatssecretaris de integrale sturing op de optimale energiemix van elektriciteit, warmte, groen gas, kernenergie, CCS en waterstof én besparing, zodat een onnodige, dure uitbreiding van het net wordt voorkomen. Welke concrete keuzes moeten er de komende jaren worden gemaakt ten aanzien van onder andere de inzet van hybride warmtepompen, warmtenetten en waterstof, zodat investeringen in het energiesysteem doelmatiger worden en netcongestie wordt verminderd? In hoeverre wordt er bij de besluitvorming over toekomstige klimaat- en energiemaatregelen een integrale systeemtoets uitgevoerd, waarbij niet alleen CO2-reductie maar ook netimpact, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid expliciet worden meegewogen? Is daar op dit moment voldoende aandacht voor?
Voorzitter. Omdat de minister van VRO vandaag ook aanwezig is, wil ik het ook hebben over netcongestie en woningbouw. Om netcongestie aan te pakken is netbewuste nieuwbouw nodig. Daarbij wordt het energieprofiel van woningen en de elektrische mobiliteit in wijken afgestemd op de beschikbare netcapaciteit. Zo kunnen er binnen de beschikbare netcapaciteit meer woningen gebouwd worden. Echter, voor succesvolle netbewuste nieuwbouw zijn harde randvoorwaarden nodig, waaronder voldoende financiering en aansluitgarantie, structurele transparantie en toegang tot de energiedata én, wat ons betreft, ook versnelde vergunningsprocedures voor energie-infrastructuur. Kan de minister ingaan op het belang van energieplanologie, om te voorkomen dat locatiekeuzes voor woningbouw spaak lopen? Ziet de minister ook de noodzaak om ervoor te zorgen dat de elektriciteitsinfrastructuur een leidend principe wordt in de Nota Ruimte? Oftewel: geen plannen meer voor woonwijken of bedrijven, als er geen elektriciteitsinfra is voorzien om deze plekken van stroom te voorzien.
De voorzitter:
Meneer Jumelet, rondt u af?
De heer Jumelet (CDA):
Tot slot, voorzitter. In de brief van de staatssecretaris lezen we dat publieke laadpalen in het herziene kader van de ACM geen prioriteit krijgen. Daarmee sluit ik aan bij de vorige sprekers, aangezien op dit moment in de plenaire zaal het hele pakket wordt besproken. Vervolgens lezen we dat publieke laadpalen geen prioriteit krijgen bij de aanpak hiervan, terwijl het kabinet voorstelt om te investeren in elektrisch rijden. Ik krijg ook graag daar een reactie op.
Voorzitter. Dat was mijn bijdrage. Dank u wel.
De voorzitter:
Prima. Dank u wel voor uw inbreng. U heeft nog één interruptie, van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter, het is ook mijn laatste. Bij het CDA zie ik toch altijd net iets meer realisme als het gaat om de energietransitie dan bij de collega's van D66. Toch staat ook de handtekening van het CDA onder het coalitieakkoord en onder dat pakket dat we straks bespreken, waarin wordt voorgesteld om het gaspedaal van de verduurzaming alleen maar verder in te trappen. Begint nu ook bij het CDA het besef te ontstaan dat dat misschien niet zo'n goed idee is en dat we het tempo van de verduurzaming echt omlaag moeten brengen om überhaupt straks nog energie te hebben in de meeste van onze provincies?
De heer Jumelet (CDA):
Uit de laatste opmerking die ik maakte, heeft u zelf wel al kunnen opmaken dat we vinden dat, wat we willen doen in het pakket, schuurt met wat we juist vandaag aan de orde hebben als het gaat om de beschikbaarheid van energie, zeker van elektriciteit. Het CDA kiest ervoor om de stap vooruit te zetten, maar u weet ook dat we bijvoorbeeld een opmerking hebben gemaakt over het misschien wel langer openhouden van kolencentrales of om daar in ieder geval aandacht voor te hebben. Ik denk dat het goed is om dat realisme te houden, maar tegelijkertijd niet stil te gaan staan. Ik denk dat het vooral goed is dat dat pakket nu aan de orde is. Vooral in de situatie van nu is betaalbaarheid een heel groot en belangrijk punt. Ik denk dat verduurzaming een heel belangrijk gegeven is waar we op moeten inzetten. Tegelijkertijd moeten we ook kijken hoe we daar kunnen komen. Die randvoorwaarden zijn belangrijk, maar u mag ons realisme aanmeten.
De voorzitter:
Dank voor dat antwoord. We gaan door naar de heer Russcher voor zijn inbreng.
De heer Russcher (FVD):
Voorzitter. Huishoudens worstelen met stijgende energierekeningen. Honderdduizenden woningen kunnen niet gebouwd worden. In Den Haag krijgen we stapels brieven vol met bestuurlijke taal: aansluitoffensief, doorbraken, actieagenda. Wie hier doorheen prikt, ziet dat er slechts één conclusie te trekken is: de energietransitie loopt vast; de rekening ligt opnieuw bij de werkende Nederlander en het plan werkt niet. TenneT meldt in haar eigen investeringsplan dat 60% van de projecten gemiddeld tweeënhalf jaar vertraging oploopt. Het kabinet noemt dat zelf "opvallend" en "zeer zorgelijk". Veel bedrijven wachten dus nóg langer, vaak wel jaren. Op dit moment staan er 14.044 aanvragen open bij de regionale netbeheerders, plus nog eens 212 aanvragen bij TenneT, met een totale omvang van 38 gigawatt. Ter vergelijking: de piekvraag in heel Nederland bedraagt 19 gigawatt. De wachtrij is twee keer zo groot als ons volledige gebruik. In de FGU-regio, Flevoland, Gelderland en Utrecht, dreigt deze zomer een volledige aansluitstop. De staatssecretaris kondigde gisteren al aan dat per 1 juli het stroomnet rond de stad Utrecht voor een deel op slot gaat. Nu is het Utrecht. Als we zo doorgaan, komen er in heel Nederland geen nieuwe woningen, geen nieuwe bedrijven, maar komt er niets. De staatssecretaris schrijft zelf dat hij niet zeker weet of die stop in de FGU-regio nog afgewend kan worden. Onorthodoxe maatregelen worden door het kabinet dan ook expliciet niet uitgesloten. Deze kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook: aan wat voor ingrijpende gevolgen moeten Nederlanders dan denken?
Dan ga ik naar de kosten. Minimaal 195 miljard euro tot 2040: laat dat bedrag even op u inwerken. Als gevolg hiervan kunnen de nettarieven voor huishoudens bijna verdrievoudigen. Een gezin dat nu al moeite heeft om de maand door te komen, krijgt straks een energierekening die twee à drie keer zo hoog is. En waarvoor? Nederland had decennialang een energievoorziening om trots op te zijn. Het Groninger gasveld voorzag miljoenen huishoudens van goedkoop, betrouwbaar gas. Onze industrie draaide op de laagste energieprijzen van Europa. Er was niets mis met onze energie-infrastructuur totdat klimaatideologen de agenda mochten bepalen, gesteund door VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA. Het Parijsakkoord werd blind omarmd. In 2019 volgde de Klimaatwet, waarmee politici toekomstige kabinetten vastpinden aan doelen die zij zelf niet eens wisten te halen. Groningen ging op slot en de belastingbetaler mocht opdraaien voor een ideologisch project waar niemand om had gevraagd. We saboteren onszelf. Welk normaal functionerend land schaft zijn eigen energievoorziening af, terwijl er goedkope energie onder zijn voeten ligt? Welk land zegt: eigen gas willen we niet; we kopen het liever peperduur in Qatar of Amerika? Dit had nooit mogen gebeuren. De netcongestie, de dreigende aansluitstop, de onbetaalbare energierekeningen en de woningbouwcrisis zijn allemaal directe en voorspelbare gevolgen van keuzes die tegen alle waarschuwingen in zijn gemaakt.
Waarom saboteren wij onszelf? Nederland is verantwoordelijk voor minder dan 0,5% van de mondiale CO2-uitstoot. Zelfs als wij als enige land ter wereld op 0% uitstoot zouden uitkomen, is het effect op de mondiale temperatuur niet meetbaar. Wat wel meetbaar zal zijn, is de economische aftakeling van Nederland. Terwijl China elke week nieuwe kolencentrales opent, India zijn steenkoolwinning uitbreidt en de Verenigde Staten olie pompen, sluiten wij ons Groninger gasveld, slopen we onze gascentrales en proppen we ons landschap vol met onrendabele windturbines en zonnevelden. Forum voor Democratie ziet een andere weg: stop de zinloze en onbetaalbare energietransitie, trek de Klimaatwet in en zeg het Parijsakkoord op! Maak gebruik van het Groningengasveld, heropen onze kolencentrales en verlaag de energiebelastingen per direct! En stop met de plaatsing van windturbines en zonnepaneelvelden!
Voorzitter. Het is tijd om de klimaatideologie te vervangen door gezond verstand. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Prachtig binnen de tijd. Ik zie geen interrupties en dus gaan we door naar mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het net loopt vol en in Nederland dreigt stilstand. Maar wij willen vooruitgang, zodat iedere Nederlander toegang heeft tot goedkope groene elektriciteit en ook onze bedrijven en woningbouw erop kunnen rekenen. We moeten netcongestie gewoon oplossen en ik hoop dat we daar Kamerbreed constructief aan kunnen samenwerken. Daarbij willen we ervoor zorgen dat gewone mensen worden meegenomen in dit technische verhaal en dat ze er gerust op kunnen zijn dat de schaarse aansluitingen eerlijk worden verdeeld. De file op het stroomnet leidt namelijk tot zorgen.
We zien de problemen in Utrecht. Terwijl er voor andere gebieden ruimte wordt vrijgemaakt, werd gisteren aangekondigd dat zij daar achterblijven met een aansluitstop. Die maatregel komt in Utrecht extra hard aan, omdat er weinig mogelijkheden zijn voor extra capaciteit en er een enorme woningbouwopgave ligt, die nu bijna volledig stil zal vallen, juist nu de prijzen van gas, diesel en benzine zo duur zijn geworden door de oorlog in Iran. Dat mogen we niet laten gebeuren.
Utrecht is nog maar de voorbode, want ook in Brabant gaat het de verkeerde kant op. De rest van het land dreigt te volgen en mensen maken zich hier terecht zorgen over. We vragen de staatssecretaris daarom welke perspectieven hij Utrecht kan bieden en op welke wijze hij gemeenten, ondernemers en bewoners zal ondersteunen. Denkt hij bijvoorbeeld aan middelen om zelf batterijen aan te kunnen schaffen? Zal de staatssecretaris de meerkosten van netbewust bouwen compenseren, zodat woningen gebouwd kunnen blijven worden in Utrecht?
Mensen zijn het meest gebaat bij eerlijkheid en duidelijkheid over hun situatie. Tot wanneer moeten mensen wachten op hun uitbreiding of verduurzaming? En wat doet de staatssecretaris eraan om te voorkomen dat andere regio's binnenkort tegen dezelfde problemen aanlopen als Utrecht?
Verder zijn er ook zorgen over de prioriteiten in het kader van de ACM. Is het allemaal wel eerlijk? Wie mag het eerst aansluiten en waarom moet een ander wachten? Wat als een rood gebied met een aansluitstop grenst aan een groen gebied waar het nog wel kan? Kan het gebeuren dat er over een paar maanden in het rode gebied een ziekenhuis moet wachten op een aansluiting terwijl 10 kilometer verderop niet-essentiële activiteiten wel nieuwe elektriciteit krijgen? Wat doet de staatssecretaris om ook de eerlijkheid tussen verschillende gebieden te waarborgen en hen niet tegen elkaar uit te spelen?
Flexibel elektriciteitsgebruik is deel van de oplossing, maar tegelijkertijd moeten we er bij flexibiliteit ook voor waken dat mensen niet mee kunnen komen. Heel wat mensen begrijpen nauwelijks wat er op hun energierekening staat, want het is allemaal best wel technisch. Laat staan dat het voor iedereen duidelijk is hoe flexibiliteit voor hen werkt. Wat gaat de staatssecretaris doen om mensen goed te begeleiden in deze soms erg technische veranderingen?
Naast flexibiliteit en uitbreiding van het net helpt ook energiebesparing. Bedrijven vragen daar ook zelf om. Door efficiënter met onze energie om te gaan kunnen we nu al meer doen met het bestaande net. Hoe maakt de staatssecretaris energiebesparing volwaardig onderdeel van de aanpak van netcongestie en is hij bereid nieuwe energiebesparingsmaatregelen te bestuderen, daarop actie te ondernemen en de Kamer hier spoedig over te informeren?
Een andere oplossing is meer batterijen, want die kunnen optreden als congestieverzachter. Zal de staatssecretaris gezamenlijk met de netbeheerders en de opslagsector bekijken hoe batterijen gestimuleerd kunnen worden en op welke locaties? Kijkt hij hiervoor ook naar de nettarieven en kunnen de netbeheerders transparantie bieden over hun scenario's voor de groei van batterijen in het systeem? En hoe wil de staatssecretaris lokale opslag, zoals bijvoorbeeld buurtbatterijen, stimuleren?
Daarnaast zijn er met warmtenetten minder warmtepompen nodig en dat speelt meer ruimte op het net vrij. Wanneer verschaft het kabinet duidelijkheid over de verdere uitrol van warmtenetten, een simpeler en effectiever tariefstelsel, het warmtewaarborgfonds en de aankoop van private warmtebedrijven? En waar blijft het wetsontwerp voor de uitvoering van de hervorming van de elektriciteitsmarkt om energiedelen te faciliteren? Zal het kabinet daarbij kiezen voor een eenvoudig model, zonder dat burgers btw-plichtige ondernemers moeten worden? En zal ook nabijheid van energieopwekking beloond worden?
Kortom, voorzitter, er zijn heel wat oplossingen mogelijk en wij staan klaar om daaraan bij te dragen. We willen gewone mensen en bedrijven aan zekerheid van goedkope groene energie helpen. Daarvoor moeten we die file op het stroomnet oplossen en zorgen dat het ook eerlijk gebeurt met heldere communicatie en transparantie. De tijd van praten is voorbij. Laten we allemaal samenwerken, zodat Nederland weer vooruitgaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Meneer Kops, aan u het woord.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk om moedeloos van te worden, want ooit was ons elektriciteitsnet zo'n beetje het beste ter wereld. Het hebben van een elektriciteitsaansluiting was vanzelfsprekend, maar tegenwoordig zijn er wachtlijsten, voor bedrijven maar ook voor huishoudens. En het wordt ook nog eens met de dag erger.
Voorzitter. Eind 2022 al waarschuwde TenneT voor het eerst dat de grenzen van het hoogspanningsnet in de regio Flevopolder, Gelderland en Utrecht in zicht kwamen. Kort daarna werd de regio aangewezen als congestiegebied en kwamen grootverbruikers op de wachtlijst. Op 12 februari van dit jaar waarschuwde TenneT opnieuw voor een mogelijke totale aansluitstop vanaf de zomer. En toen al zei het toenmalige kabinet "we moeten er alles aan doen om dat te voorkomen; alle opties liggen op tafel", enzovoorts, enzovoorts.
Vervolgens kwam de nieuwe staatssecretaris, deze staatssecretaris, met een brief en ook hij schreef dingen als "er zijn geen taboes; we moeten een aansluitstop koste wat kost voorkomen, onorthodoxe maatregelen nemen", enzovoorts, enzovoorts. Zo gaat het telkens. Telkens mooie woorden. Maatregelen worden aangekondigd en vooral herhaald, maar wat is er nu eigenlijk in de tussentijd concreet gebeurd, gedaan, uitgevoerd, geprobeerd? Geef er een naam aan, want het is onder aan de streep niet gelukt. Hoe kan het dat de problemen al vanaf 2022 bekend waren, maar dat die aansluitstop, in ieder geval in Utrecht, nu toch een feit is? Graag een reactie.
Voorzitter. Ik heb de brief van de staatssecretaris van gisteravond gelezen en ik citeer: "De voornaamste uitkomst is dat met de gezamenlijke inzet een algehele langdurige aansluitstop is afgewend." Veel van zulk soort teksten komen nogal bagatelliserend over. "Een algehele aansluitstop is afgewend": ja, maar dat maakt de ellende daar in Utrecht er natuurlijk niet minder om. De jaarlijkse schade bedraagt honderden miljoenen euro's en de verwachting is dat een op de vijf woningbouwprojecten sneuvelt. Dat is nogal wat.
"Een langdurige aansluitstop is afgewend." Nou, voorzitter, we lezen dat de problemen pas voorbij zijn als het net flink is verzwaard en dat dat mogelijk pas in 2031 zal zijn. Dat is toch vrij langdurig, nietwaar? En hoe kan het eigenlijk dat het allemaal zo lang moet duren, doordat er in de regio Noord-Utrecht een nieuw hoogspanningsstation moet komen, maar er nog altijd geen definitieve locatie is? Dat is althans wat ik heb begrepen. Wat is hier het probleem? Is dat pure bureaucratie? Is het besluiteloosheid? Hoe kan dit?
Voorzitter. Even terug naar de brief van 2 april van de staatssecretaris. Daarin staat dat het kabinet inzet op, één, uitbreiding van het net en, twee, structureel betere benutting van het net door flexibel gebruik van elektriciteit als het nieuwe normaal. Het staat er echt! Ik citeer pagina 1: "We keren niet terug naar de oude toestand waarin transportcapaciteit voor elektriciteit altijd en overal praktisch oneindig beschikbaar was."
Voorzitter. Netcongestie is dus een heel groot probleem. We ontvangen dan een brief van zo'n vijftien pagina's over de aanpak daarvan en meteen al op pagina 1 lezen we, even in mijn eigen woorden: die vanzelfsprekendheid van het hebben van een aansluiting is er inderdaad niet meer én die komt ook helemaal niet meer terug. Alsof de staatssecretaris zich er eigenlijk al een beetje bij heeft neergelegd. Zo komt het althans over. We mogen toch zeker hopen van niet. Wat is dan eigenlijk de boodschap van al die brieven? Is dat "we gaan de netcongestie oplossen" of is dat "ach, wen er maar aan, want dit is nu eenmaal het nieuwe normaal"?
Voorzitter. In zijn brief heeft de staatssecretaris het over allerlei maatregelen. Ten eerste, heel veel daarvan zijn helemaal niet nieuw. En ten tweede: hoe, waar en wanneer kunnen we daar dan wat van verwachten? Want zo gaat het zo ontzettend vaak: we ontvangen als Kamer brief na brief na brief, analyses, plannen, maatregelen, heel veel mooie woorden, beloftes, maar een aansluitstop is inmiddels wel een feit. Dus daar gaat iets grandioos mis. Hoe staat het bijvoorbeeld met het zwaarder belasten van het net? Wat is daar mogelijk? Wat zijn daar de risico's? Hoe zit het met het inzetten van de storingsreserve? Wat is daar mogelijk? Wat zijn daar de risico's? Ik weet het niet en we lezen er ook niets over. En natuurlijk ook: hoe staat het nou met het uitbreiden van het net?
Uitbreiding van het net is misschien wel het allerbelangrijkste, maar wat lezen we daar nou over? We lezen dan en ik citeer: "De aanleg van energie-infrastructuurprojecten wordt door stikstofbeperkingen drie tot twaalf maanden vertraagd." Ook dat is wel om moedeloos van te worden. Het is eigenlijk ook wel een beetje sneu. Laat dat toch eens tot je doordringen: het uitbreiden van het net — heel belangrijk, hè — wordt vertraagd, met alle gevolgen van dien voor huishoudens, de woningbouw en noem het allemaal maar op. En dat allemaal vanwege zoiets geks, zoiets stoms als stikstof! Het is echt te gek voor woorden. Ook hierbij is de vraag: hoe wordt het opgelost en wanneer is het opgelost?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor deze inbreng. Dan komen we bij mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De netcongestieproblematiek is enorm. Bedrijven kunnen niet uitbreiden en moeten inefficiënte noodgrepen uithalen of kunnen niet verduurzamen. Nederland loopt daarmee jaarlijks miljarden aan economische waarde mis. De aankondiging van gisteren, namelijk een aansluitstop voor Utrecht, is voor de inwoners en ondernemers in Utrecht zeer ingrijpend nieuws. Dat leidt tot grote bezorgdheid. Wat de VVD betreft zetten we alles op alles om ervoor te zorgen dat de zogenoemde pauze ook echt een pauze blijft. Wat is de inzet van het kabinet richting het weegmoment in oktober? Hoe zorgt de staatssecretaris samen met TenneT voor een goede communicatie richting de inwoners van de provincie? Hoewel is voorkomen dat de drie provincies een volledige aansluitstop hebben gekregen, zijn de vooruitzichten ook voor de andere regio's niet rooskleurig. Het kabinet, de netbeheerders en de lokale overheden zullen de komende tijd alles op alles moeten blijven zetten om meer ruimte te maken voor nieuwe aansluitingen en tegelijkertijd het stroomnet betrouwbaar te houden.
Wat de VVD betreft zetten we vol in op enerzijds het flexibeler gebruiken van het net en anderzijds het versnellen van de verzwaring van het net. Netbeheerders hebben zich eraan gecommitteerd om flexibiliteit bij bedrijven voortvarend in te kopen, maar hierover ontvangen wij gemengde geluiden. De onbenutte ruimte op het net is vaak niet inzichtelijk of vraag en aanbod komen niet bij elkaar. Hoe gaat het kabinet de netbeheerders faciliteren in deze taak? Hoe kunnen flexcontracten aantrekkelijker worden gemaakt? In de FGU-regio hebben provincies en gemeenten een actieve rol gepakt door netbeheerders te ondersteunen bij het benaderen van geschikte partijen. Kunnen daaruit lessen worden getrokken voor andere provincies en gemeenten? Eerder heeft de VVD gevraagd om de FGU-regio aan te merken als innovatiegebied met extra experimenteerruimte. Wat is daarvan de status, vraag ik aan de staatssecretaris.
Voorzitter. Ook het potentieel van flexibiliteit bij kleinverbruikers moet wat de VVD betreft beter benut worden. Het benaderen van huishoudens om tegen vergoeding hun verbruik van warmtepomp, thuisbatterijen en laadpalen te verschuiven, is dan ook een logische stap. De staatssecretaris schrijft dat de inzet is om de komende winter deze flexibiliteit al te kunnen inzetten. Welke belemmeringen in wet- en regelgeving zijn daarvoor geïdentificeerd? En zijn die tijdig opgelost? Kan er ook niet hier met een experimenteerruimte gestart worden?
Dan de versnelling van de verzwaring van het net. Wat de VVD betreft is het onbestaanbaar dat deze projecten vaak vijf tot tien jaar duren doordat we jaren verliezen in procedures. De staatssecretaris moet dan ook snel werk maken van de Crisiswet netcongestie, die in het coalitieakkoord is afgesproken. Wanneer kunnen wij dat wetgevingsprogramma verwachten? Wat mijn fractie betreft kunnen we niet spreken van een crisiswet, als deze pas in 2028 in werking treedt. Haast is hierbij geboden. Welke opties voor wetgeving overweegt de staatssecretaris? Denkt hij bijvoorbeeld aan een versnelde beroepsprocedure voor congestieverzachters? Of aan een uitbreiding van de verplichte rijks- of provinciale projectbesluiten, zodat onduidelijkheid over bevoegd gezag eerder wordt weggenomen? Momenteel duurt het geven van een antwoord op de vraag wie bevoegd gezag is, en dus mag beslissen, soms langer dan de beoordeling van de aanvraag zelf. Dat moet echt afgelopen zijn.
Voorzitter. Ook op Europees niveau wordt er gewerkt aan het versnellen van procedures van energieprojecten. Het is dan ook goed dat het kabinet in Brussel zich ervoor inzet om bijvoorbeeld de stikstofvrijstelling voor energieprojecten te verbreden. Maar voordat deze wetten zijn uitonderhandeld in Europa en geïmplementeerd in Nederland, kunnen we jaren verder zijn. Ik wil de staatssecretaris en de minister dan ook oproepen om vooruitlopend op deze wetstrajecten deze versnellingsmogelijkheden al actief in te zetten en hier eventueel het gesprek met de Europese Commissie over te voeren. Graag een reflectie hierop.
Voorzitter. Naast de inzet op flexibel netgebruik en de versnelling van de verzwaring van het net wil ik drie onderwerpen kort aanstippen. De VVD vindt het verstandig dat er opnieuw gekeken is naar een aantal aannames in de rekenmodellen van de netbeheerders, maar voor ons is het lastig te beoordelen of deze aannames niet alsnog te conservatief zijn. Wie beoordeelt of deze aannames kloppen? Is een derde onafhankelijke partij hiervoor ingeschakeld? Kan de staatssecretaris dat eventueel doen? Voor woningbouw werkt het kabinet aan landelijke eisen voor netbewuste nieuwbouw. De VVD heeft liever landelijke eisen dan een woud aan verschillende netbewuste eisen in verschillende gemeentes en provincies, maar als zulke eisen landelijk worden vastgesteld, dan moet daar wat de VVD betreft tegenover staan dat marktpartijen de zekerheid hebben dat zij een aansluiting kunnen krijgen. Hoe trekken de minister van VRO en de staatssecretaris hier gezamenlijk in op? En hoe wordt voorkomen dat dat woud aan verschillende eisen van gemeentes en provincies ontstaat?
Tot slot een vraag over het nieuwe tarievenstelsel, waaraan de ACM werkt. Een ingrijpende wijziging in hoe we voor onze stroom betalen is niet alleen een technische exercitie maar vraagt om politieke afwegingen. Wordt er gewerkt aan verschillende opties en krijgt de Kamer die opties, inclusief een heldere analyse van de voor- en nadelen, tijdig voorgelegd?
Voorzitter, ik sluit af. Het kabinet moet flink aan de bak om Nederland van het netcongestieslot af te halen. U mag erop rekenen dat wij daar scherp op zullen toezien.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dat levert nog een interruptie op van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Ik wil de VVD dezelfde vraag stellen als de vraag die ik aan D66 stelde. Dat betreft de onorthodoxe maatregelen die expliciet niet uitgesloten worden en ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. Dat gaat natuurlijk over stroomgebruik tijdens piekuren tussen 16.00 en 19.00 uur. Wat zegt u dan tegen die hardwerkende ondernemer of loodgieter of iemand anders die van 8.00 uur 's ochtends tot 17.00 uur 's middags op pad is en daarna zijn vaatwasser wil aanzetten, zijn was wil doen en desnoods zijn elektrische auto wil opladen? Hoe kijkt de VVD hiernaar? Zal dat altijd vrijwillig blijven of komen hiervoor ook verplichtingen?
Mevrouw Müller (VVD):
De VVD heeft altijd gezegd dat we mensen willen stimuleren om buiten piekmomenten bijvoorbeeld te kunnen opladen. Dus nee, wij zijn geen voorstander van negatieve prikkels.
De heer Russcher (FVD):
Dat komt wel neer op een verkapte verplichting, want als iemand niet anders kan en zijn elektrische auto pas kan opladen, of zijn was pas kan doen of zijn vaatwasser pas kan aanzetten na 17.00 uur, dan zit hij straks met een nog hogere energierekening, omdat dit kabinet hem wil prikkelen om buiten de piekuren stroom te gebruiken. Dat lijkt me ook niet iets wat je zou moeten willen als VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Nee, daarom heeft de VVD ook altijd gezegd dat wij graag positieve prikkels willen hebben. We wachten ook af waar het kabinet in dit geval mee komt.
De voorzitter:
Dank voor dat antwoord. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn van de commissie. Ik dank de leden voor hun inbreng. Hoelang wil de staatssecretaris schorsen? Is het mogelijk om om 12.00 uur te vervolgen?
Staatssecretaris De Bat:
Dat gaat lukken.
De voorzitter:
Dan stel ik voor dat we tot 12.00 uur schorsen en meteen ook lunchen met elkaar. Daarna kunnen we door met de beantwoording vanuit het kabinet.
De voorzitter:
Goedemiddag, inmiddels. Welkom terug bij dit commissiedebat over netcongestie. We hebben zojuist de eerste termijn vanuit de leden gehad. We komen nu aan bij de beantwoording vanuit het kabinet. Ik zou graag de staatssecretaris daartoe het woord willen geven. Ik wil de leden vragen om zich te beperken tot vier interrupties in totaal. Mocht het allemaal heel voorspoedig verlopen, dan kunnen we wellicht een extra interruptie toestaan.
Aan u het woord, staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Ik ga zo inderdaad beginnen met een introductie. Daarna wil ik focussen op de FGU, met ook daarbij een kleine introductie. Vervolgens ga ik in op sneller bouwen en het beter benutten. Daarna heb ik nog een aantal overige vragen. Daarna zal de minister nog een aantal vragen rondom woningbouw beantwoorden. Als dat de volgorde mag zijn, dan gaan we het op die manier doen.
De voorzitter:
Vindt u het dan fijn om aan het einde van een blokje de interrupties te ontvangen? Is dat voor u ook werkbaar?
Staatssecretaris De Bat:
Ja, dat is voor mij werkbaar. Het mag allebei. Ik heb daar geen moeite mee.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk even naar de leden. Heeft iemand een voorkeur?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik vind het altijd wel goed voor de dynamiek om direct op de antwoorden op de vragen te kunnen interrumperen.
De voorzitter:
Ja? Oké. Dan ga ik het als voorzitter toestaan om direct te interrumperen en niet het einde van het blokje af te wachten. Laten we kijken hoe dat gaat.
De heer Van den Berg (JA21):
Vijf stuks?
De voorzitter:
Ik heb alle vertrouwen in deze commissie. In totaal heeft u voorlopig vier interrupties. Als het allemaal goed gaat, krijgt u er mogelijk een bij.
Staatssecretaris De Bat:
Dan zijn ze misschien snel op, voorzitter. Dat is dan weer een voordeel!
De voorzitter:
Ja, zo kunt u er ook naar kijken! Aan u het woord, staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dank. Na zo veel opmerkingen en toch ook wel stevige taal over wat er aan de hand is, kan ik niet anders dan dat ook gewoon beamen. Er is een groot vraagstuk. Netcongestie hindert heel veel, doet heel veel met bedrijven, doet heel veel met inwoners en doet ook heel veel met mensen die bezig zijn met de oplossingen. Ondanks het feit dat we vandaag spreken over alles wat nog moet, wordt er in de buitenwereld gewoon keihard gewerkt — het gaat om duizenden projecten per jaar — aan duizenden kilometers aan kabel en heel veel netwerkstations. Ook die mensen voelen dit debat en willen ook sneller en meer. Zij willen dit ook helpen oplossen.
Ik wil de balans bewaken tussen wat er aan de hand is en waar we naartoe willen ten opzichte van wat nu precies de oorzaak is. Het is zo dat er oorzaken zijn waar beleidsmatige keuzes aan ten grondslag liggen. Daar kunnen we een behoorlijk ideologisch debat over voeren. Dat doe ik op zich ook best graag, maar ik wil me in de beantwoording toch vooral richten op datgene wat er moet gebeuren. Dat is heel veel. Er zijn gelukkig veel mogelijkheden. Die hebben we gisteren via de FGU op tafel kunnen leggen. Maar er zijn ook gewoon zaken die tijd vragen. Daar kom ik zo meteen, als het gaat om de wetgeving, zeker op nog even op terug.
Helder is dat niemand niet mee kan doen. Het is een vraagstuk waarin we als Rijksoverheid een taak hebben, waarin de medeoverheden een taak hebben, waarin de netbeheerders een taak hebben, maar waarin gelukkig ook ondernemers en inwoners zelf een taak kunnen pakken. Er zijn namelijk ook nog heel veel oplossingen mogelijk door zelf dingen net iets anders te doen. Dit alles wordt afgestemd met andere vraagstukken in de wereld. Denk aan het debat dat een zaal verderop plaatsvindt. De maatregelen moeten passen in datgene wat we doen. Wij denken dat dat kan. Wij hebben daar vanzelfsprekend goed over nagedacht en we hebben ook die balans bewaakt. Maar het is echt helder dat dat een puzzel is.
Ik wil ook proberen om enigszins weg te blijven van tegenstellingen. Ik heb echt dezelfde frustratie. Ik heb ook chagrijn — dat is een term die u allen gebruikt — gevoeld richting wie dan ook, maar uiteindelijk zul je toch aan tafel moeten om het probleem op te lossen. Dat is hoe wij hier zitten. Dat is onze houding. Het kan namelijk. Het is niet dat we geen enkel handvat meer hebben. Alleen, het gaat nooit snel genoeg. Die conclusie kunnen we ook trekken met elkaar.
Ik ga dan toch maar heel snel naar de FGU toe, die we gisteren hebben aangekondigd. Die heeft iedereen op een heleboel manieren beziggehouden. De Kamerbrief kwam ook vrij laat, omdat we tot vrij laat bezig zijn geweest met het vinden van oplossingen. De casus is in februari begonnen. Toen werd aangekondigd dat er voor het hele gebied wellicht een aansluitstop dreigt. Dat moet je dan ook wel direct goed formuleren, want het gaat dan om alles, terwijl we eigenlijk al weten dat er voor woningbouw sowieso wachtlijsten bestaan. Het is dus een extraatje daarop. We zijn heel snel aan de slag gegaan met een crisisaanpak, even los van wetgeving. Ik heb het over een aanpak hoe we met iedereen aan tafel een aantal dingen ter discussie kunnen stellen en hoe we dingen anders kunnen gaan doen. De twee lijnen, waar ik zo meteen dieper op inga, komen hier echt samen. Het gaat aan de ene kant om sneller bouwen. Ja, in het voorproces is te lang geaarzeld met de locatiekeuze. Er zijn wellicht te veel locaties onderzocht, waardoor je te lang blijft hangen bij de vraag waar het zou kunnen. Het gevolg is dat je je procedure niet kunt starten.
Daar zijn nu in ieder geval keuzes in gemaakt. De locatie is gekozen, wordt uitgerold en moet een juridische procedure in. Ook daar kom ik straks op terug. Dit heeft ertoe geleid dat we twee jaar eerder in het proces zitten als het gaat om het opleveren van het benodigde 380kV-station en het 150kV-station. Tegelijkertijd zijn we op zoek gegaan naar hoe het precies zit met de beschikbaarheid van alles, met de modellen die erachter liggen. Uiteindelijk is het voor een deel het prognosticeren van de toekomst: wat verwachten we precies? Daar kun je best keuzes in maken, maar dan wel keuzes die je vervolgens kunt waarborgen naar de toekomst toe. Je wilt namelijk niet dat het net onveilig wordt, met als gevolg dat je een situatie krijgt dat op een bepaald moment een transformatorstation daadwerkelijk doorbrandt, met als gevolg dat je veel langer een storing hebt. Alles moet dus binnen het kader van netveiligheid gebeuren.
Toch hebben we daar keuzes in kunnen maken. We hebben aannames gedaan, zoals in de brief beschreven, die minder conservatief zijn, die wat optimistischer zijn over wat er kan en wat er mag. We zijn met risicomitigerende maatregelen aan de slag gegaan: wat nu als er zich toch een situatie zou voordoen als ...? Ik geef één voorbeeld. Daar zit bijvoorbeeld het volgende in. Een aantal van u heeft gevraagd naar de aanpak van batterijen. We gaan ervan uit dat er in de komende jaren 1 gigawatt aan batterijcapaciteit wordt gerealiseerd. Dat is nogal wat. Die staat er nog niet. Dat moet allemaal nog geregeld worden. Dat zit nu wel in het model om ruimte te creëren voor de toekomst. Dat is geen wishful thinking; dat is met elkaar doorakkeren wat er kan en ervoor zorgen dat je daadwerkelijk ruimte gaat creëren. Daar nemen we risico's in. Dat hebben we met open vizier gedaan. Daarmee is de aansluitstop voor een groot deel van het gebied voorkomen en is er — helaas, helaas, helaas — voor Utrecht nog die pauze. Ook daaraan blijven we werken, want daar kunnen misschien nog wel op dezelfde manier een aantal oplossingen verzinnen in de flex. Dat betekent ook dat je daar ieder halfjaar een peilstok in moet steken en ervoor moet zorgen dat je opnieuw herberekent en zoekt, wetend dat de uiteindelijke oplossing er echt pas is als we de capaciteit van de stations beschikbaar hebben, dus als ze gebouwd zijn.
In de tussentijd hebben we ook geregeld dat de woningen die voor de komende drie jaar gepland staan in ieder geval nog wel gebouwd kunnen worden. Datgene wat er nu is, gaat dus door. Daarna moet je je projectplanningen en je planningen voor de beschikbaarheid van elektriciteit naast elkaar leggen, in de hoop dat je dan ergens toch, op het goede moment, de juiste woningen kunt bouwen. Maar dat gaat pijn doen, zeker ook voor mensen die na 1 juli met die uitbreidingen aan de slag willen. Je hebt dan twee opties: je kunt constateren dat het gewoon niet kan, maar hopelijk is er altijd nog ergens een oplossing binnen je eigen aansluiting, wat weer behoorlijk wat doordenking en kennis vraagt van de mogelijkheden die er zijn. We moeten erover nadenken hoe we daarin kunnen ondersteunen.
Ik vind het ook belangrijk om te melden dat dit alles vanzelfsprekend niet gratis is. Het plaatsen van 1 gigawatt aan batterijcapaciteit of het inkopen van flexibiliteit via de flexcontracten zit in gereguleerde systemen. Dat zal dus doorwerken in de netwerkkosten. Dat kan niet anders, want dat is het systeem dat we met elkaar daarop hebben liggen. Maar, nogmaals, we zijn op weg. We gaan ieder halfjaar de peilstok erin steken en zoeken naar nieuwe mogelijkheden. We blijven in gesprek met de regio om ook voor Utrecht de pijn zo klein mogelijk te maken.
Voorzitter. Ik ga kijken of er nog concrete vragen zijn die daarop slaan.
Een belangrijke vraag van de heer Grinwis ging over hoe we borgen dat het daadwerkelijk gaat. Dat heeft te maken met de beschikbaarheid aan mankracht bij de netbeheerders, want het moet uiteindelijk wel lukken. Een van de opties die we hier hebben ingeroepen, is veel meer parallel doen. Dat is leuk en aardig, maar dat betekent wel dat je je capaciteit moet gaan richten op dat parallelle plannen. Dat gaat ook niet vanzelf. Dat hebben we wel ingericht en gaan we regelen.
Er was een vraag van mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-PvdA over hoe we tot de opsplitsing van de gebieden zijn gekomen. Eerst was het één gebied. Dan zou het hele gebied op rood, op slot, blijven. Vervolgens hebben we naar het volgende gekeken. Als je kleinere eenheden maakt — dat doen de netbeheerders; dat doet het Rijk niet — dan kun je misschien meer gebieden vrijgeven, omdat niet in elk gebied hetzelfde vraagstuk zich afspeelt. Dat hebben we gedaan. De netbeheerders hebben de keuze gemaakt om niet voor vier gebieden te gaan, maar voor vijf gebieden. Dat hebben ze onderbouwd, doordat je dan in meer gebieden daadwerkelijk capaciteit beschikbaar hebt om vrij te geven. Er kan een waterbedeffect ontstaan — dat was ook uw vraag — maar dat weten we nog niet zeker. Wij denken dat dat heel erg meevalt. De netbeheerders hebben dat doorgerekend. Gisteren is ook de afspraak gemaakt dat we dat preciezer gaan doorrekenen en dat dat ook weer op de bestuurlijke tafel komt, zodat we als daar wél onverwachte effecten uitkomen die men met elkaar nu niet verwacht altijd weer de kans hebben om daarop in te grijpen. De route is dus op deze manier doorgaan, tenzij er iets gebeurt waardoor je in moet grijpen. Die verwachting is er gewoon niet. De opgave voor Utrecht, zeker voor het gebied dat op slot gaat, blijft dus net zo groot. Daar gaat geen verandering in komen. We moeten er inderdaad voor zorgen dat gebieden niet tegen elkaar uitgespeeld gaan worden. Dat is in Nederland sowieso een vraagstuk, want er zijn gebieden waar nog ruimte is op het net en gebieden waar dat niet zo is, dus in die zin zie je economische activiteit zich al verplaatsen; het is nu eenmaal zo dat ondernemers ook wel volgen waar er nog ruimte is. In de basis zal hier echter vooral de onderlinge afspraak overeind blijven dat men vanuit de gebieden blijft praten met elkaar en dat we als er héle rare situaties ontstaan in het kader van het prioriteringskader opnieuw aan tafel gaan en die ook weer bespreken. Dat hebben we gisteren dus met alle bestuurders goed kunnen vastleggen.
De heer Jumelet (CDA):
Dank voor het antwoord, allereerst. Uw laatste zinnetje maakt de interruptie misschien overbodig, want ik had de vraag: hebt u dat kunnen afstemmen met de bestuurders, in ieder geval met de partijen aan tafel? Ik vroeg namelijk ook nog of er een impactanalyse kon worden gemaakt, op korte termijn natuurlijk. Ik kan me ook goed voorstellen dat in het gesprek al een heel aantal elementen naar voren zijn gekomen waar ook de bestuurders in Utrecht naar hebben gevraagd. Dan stel ik toch maar even nog een keer de vraag hoe dat daar gevallen is.
Staatssecretaris De Bat:
We hebben gisteren echt lang gepuzzeld om iedereen aan tafel te houden, want de belangen kunnen soms verschillen. Het was ons een lief ding waard om iedereen mee te krijgen in die gezamenlijke aanpak. Daar hebben we alles op gericht. Daarvoor hebben we ook gewoon gezocht naar oplossingen om geen verschillen tussen de regio's te krijgen. Dat is gisteren gelukt. We zijn uiteindelijk tot een afspraak gekomen die ook op papier staat en waarmee we de komende jaren aan elkaar verbonden zijn, want dit is nu ingezet, maar we zijn nog jaren bezig voordat het daadwerkelijk opgelost is.
Dan was er een vraag van de heer Grinwis.
De voorzitter:
Eén moment. Voordat u verdergaat met de beantwoording, zijn er nog twee Kamerleden met een vraag. Allereerst mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ja, op dit punt, het opdelen van congestiegebieden. We gaan er wellicht naartoe dat deze gebieden over heel Nederland kunnen plaatsvinden. Gaat u dan dezelfde aanpak hanteren en deze grotere congestiegebieden ook opknippen in kleinere? Gaat u de lessen die u hieruit leert dus ook gebruiken in de toekomst?
Staatssecretaris De Bat:
Dan is dus het nadeel dat we tussentijds interrumperen, want dit was ook een vraag van de heer Jumelet die ik nog moest gaan beantwoorden. Van deze aanpak kunnen we ontzettend veel leren. Ik denk ook dat we deze aanpak niet eens helemaal hoeven uit te rollen, want het modelmatige denken dat we nu hebben geïntroduceerd, kan eigenlijk heel makkelijk door de netbeheerders op andere plekken worden gebruikt. Dat gaat dus ook gewoon gebeuren. De heer Jumelet maakte dat nog concreter. Hij noemde het gebied de Nissewaard, waar dan ook een probleem ontstaat, maar we hebben ook vanuit Brabant vragen gekregen en Noord-Holland heeft de vraag bij ons neergelegd. Op een heleboel plekken gaat dit spelen. Waar het kan, gaan wij die crisisaanpak ook echt ondersteunen. Tegelijkertijd zijn de teams die bij ons aan dit soort vraagstukken werken ondertussen al vrij groot. We zitten langzamerhand ook wel aan een capaciteitsbeperking, dus we moeten vooral proberen het zo te doen dat het heel makkelijk te vertalen is naar andere gebieden en dat de regio's daar ook gezamenlijk mee overweg kunnen. Aannames hoef je bijvoorbeeld niet iedere keer opnieuw te doen, dus die kun je ook op andere plekken gewoon gaan doorrekenen in de modellen. Op die manier willen we de aanpak die we nu geleerd hebben dus doorvertalen en ook voor andere gebieden toepasbaar gaan maken.
De heer Klos (D66):
Een van de meest schrijnende consequenties hiervan is natuurlijk dat de woningbouwopgave bemoeilijkt wordt door de problematiek op het net. De staatssecretaris schrijft in de brief dat in ieder geval de geplande woningbouw gered is met dit besluit, maar de woningbouwambitie reikt natuurlijk veel verder dan de geplande woningbouw. Er zijn ook toekomstige woningbouwplannen die hier mogelijk door geraakt worden. Heeft het ministerie of heeft de staatssecretaris er nu een inschatting van gemaakt hoeveel woningen niet worden opgeleverd in de komende vijf jaar als gevolg van dit besluit?
Staatssecretaris De Bat:
De netbeheerders kunnen heel exact aangeven wanneer welke stroom weer beschikbaar is. Dat proces gaat zich nu ook afrollen. Daarover zal met alle gemeenten gesproken gaan worden. Met sommige projecten kun je gewoon doorgaan, want die zitten nog in zo'n vroege fase dat de eerste steen pas in 2030 gestapeld zal worden; dan is het niet erg dat er in 2031 pas stroom is, want dan kun je daar gewoon naartoe werken. Andere projecten hebben daar wel last van. De exacte aantallen worden beschikbaar gemaakt in de gesprekken met de regio. Die aantallen zullen dus ook een keer bekend worden, maar daar zit nog wel heel veel wat zachtere plancapaciteit in. We hebben nu in ieder geval die 35.000 aan onderhanden werk, zoals dat genoemd wordt, die wel door zijn. Dat maakt in ieder geval dat er de komende tijd gebouwd kan worden. Mensen die nu bijvoorbeeld een contract hebben getekend, kunnen er zeker van zijn dat er stroom is. Als we daar de gegevens van hebben, zullen we die zeker delen, maar daar zitten ook weer allerlei vraagstukken omheen over wat je wel en niet mag delen, maar die worden ook met de regio exact bepaald en gedeeld.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat het, omdat het zo'n zware maatschappelijke consequentie is en omdat zo veel mensen op een woning wachten, heel relevant is om ook met de Kamer en de samenleving te delen wat nou precies de gevolgen zijn voor de woningbouw. Misschien is dan dus toch de vraag aan de staatssecretaris — het kan ook in tweede termijn — om in ieder geval een vorm van inschatting te maken van hoe dit nou de toekomstige woningbouw juist in deze regio, in Utrecht, gaat raken en niet alleen de geplande woningbouw, die voor nu gered is.
Staatssecretaris De Bat:
Maar dat is moeilijk te doen vanaf deze plek, want daar zit veel meer omheen. Ik gaf al aan dat dit voor een deel ook nog zachte plancapaciteit is. Daar zitten soms meer vragen aan vast die nog beantwoord moeten worden. Als we een getal kunnen noemen, wil ik dat met alle plezier in tweede termijn doen, maar rekent u er niet op, want we zijn daar gewoon nog niet. Nu moeten we met het pakket dat er ligt en met de beschikbaarheid van elektriciteit die er komt opnieuw een heel aantal zaken gaan bekijken en gaan prioriteren. Ik ben dus bang dat dat getal gewoon nog niet te noemen is. Dan kan ik wel gaan gokken, maar dat moet ik dan ook niet doen. Je kunt natuurlijk de ooit genoemde 240 en dan die 35 … Je kunt ergens wel een getal gaan proberen te maken, maar er hangt veel meer omheen. Dan kijk ik ook naar de minister, want dan zullen we ook moeten bekijken welke plannen er vanuit de Rijksoverheid zijn met de 30 grote woningbouwlocaties.
De voorzitter:
Misschien is dat iets om in de tweede termijn verder op te pakken. Eerst had ik nog mevrouw Van Oosterhout gezien. Daarna is de heer Van den Berg. Nogmaals zeg ik tegen de leden: stel vooral ook nieuwe vragen, want andere vragen uit de eerste termijn worden natuurlijk gewoon nog beantwoord; houd dat in het achterhoofd.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien komt de precieze beantwoording van mijn vraag nog, maar als het gaat om het opsplitsen in die verschillende congestiegebieden hoor ik de staatssecretaris pleiten voor vooral een modelmatige aanpak. Tot op zekere hoogte kan ik dat volgen. Tegelijkertijd ontstaat er natuurlijk een nieuwe situatie. We moeten inderdaad, zoals de staatssecretaris ook aangeeft, goed bekijken hoe dat in de praktijk gaat uitwerken. Mijn vraag is dus de volgende. Stel je voor dat er nog steeds een aansluitstop is in bijvoorbeeld Utrecht, maar er 10 kilometer verderop wel groen licht is om door te gaan met niet-essentiële activiteiten, hoe gaat dat dan in de praktijk werken? Is het dan aan de regio's om daar onderling uit te komen of gaat de staatssecretaris daar zelf een wat actievere rol in spelen en vooral ook de regie daarop houden?
Staatssecretaris De Bat:
Dat laatste niet, want dat mag ik niet. Er is uiteindelijk een prioriteringskader. Dat prioriteringskader geldt per gebied. Per gebied wordt dat prioriteringskader dus afgewandeld en zal de ACM toezien op de juiste toepassing daarvan. De theoretische situatie dat men in een bepaald gebied in categorie 4 komt en in een ander gebied categorie 1 nog aangesloten zou moeten worden, is echt een puur theoretische situatie. Maar we hebben afgesproken met elkaar: mocht dat wel gaan gebeuren, dan gaan we voordat categorie 4 wordt uitgegeven in een bestuurlijk overleg aan tafel om te bekijken of we daarvoor een andere puzzel kunnen leggen. Meer kunnen we niet doen, want uiteindelijk zit daar gewoon het prioriteringskader onder dat dit bepaalt. Maar we gaan wel eerst aan tafel voordat er wordt toegekend.
De voorzitter:
Ik zie dat u verder kunt, staatssecretaris. O nee, excuus. Meneer Van den Berg. Daarna gaat u verder met uw beantwoording.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk dat de staatssecretaris hier wel weer een heel belangrijk punt maakt, namelijk dat de modelberekeningen die hieronder zitten, waarin we kijken wanneer we nou weer netcapaciteit hebben, in 2031, natuurlijk allemaal op basis van modellen zijn voor hoeveel mensen gaan gebruiken, in hoeverre de economie groeit en in hoeverre hernieuwbaar nog wordt uitgebreid. Ik vind het soms moeilijk dat wij als Kamer geen inzicht hebben in wat nou al die aannames zijn over wat er nog allemaal gaat gebeuren. Daardoor voelt het vanuit de Kamer ook dat wij verrast blijven worden door wat er gaat komen. Dat zag je een paar jaar geleden al in Noord-Holland. In 2035 zou het hoogspanningsstation klaar zijn bij Vijfhuizen. Dat wordt volgens mij nu 2038, maar wij kunnen niet zien hoe dat er nou exact komt. Kortom, kan de staatssecretaris dat toch met ons delen?
Staatssecretaris De Bat:
De opdracht was al gegeven om de modellen die ten grondslag liggen aan veel berekeningen dubbel te checken en er een second opinion op te doen. Dat hebben we gedaan. We hebben datgene wat door de netbeheerders wordt opgeleverd nog een keer laten bekijken door een onafhankelijke derde partij. Die heeft gezegd dat de cijfers kloppen. Daar zit niet het verschil. De netbeheerders rekenen goed — dat lijkt me ook een hele gelukkige constatering, want als het daar fout zou gaan, dan hebben we een nieuw vraagstuk met elkaar — maar je kunt het wel hebben over de aannames die je er aan de voorkant in stopt. Dat hebben we dus gedaan. Die discussie kunnen we nu dus ook gaan voeren op een heleboel andere gebieden. Dat gaat ook echt helpen om nieuwe ruimte te vinden. De netbeheerders zijn hier geweest en zijn te allen tijde bereid om daar opnieuw een toelichting op te komen geven, want ze snappen ook dat daar altijd vragen over zijn, maar dat moeten zij zelf doen. Dat inzicht heb ik ook niet. Dus dan zou ik zeggen: nodig de netbeheerders uit en laat hen op dat specifieke punt zelf een toelichting geven op hoe ze dat doen en hoe ze omgaan met dat rekenwerk. Dat lijkt me prima.
De voorzitter:
De Kamerleden kunnen daarover nadenken. Ik zou eigenlijk aan mevrouw Müller willen vragen om haar interruptie heel eventjes op te sparen. Ik ga u straks het woord geven, maar ik wil ook wat tempo maken, omdat we 14.00 uur vandaag echt als harde eindtijd hebben. Het is nu al bijna 12.30 uur. Ik wil u dus vragen om verder te gaan met de beantwoording, meneer de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dat is goed, voorzitter. Er waren 116 vragen en ik was bij vraag 4.
Ik kom bij de vraag van de heer Grinwis waarom er nog geen aanwijsbesluit is en waarom er geen Rijksinpassingsplan is gemaakt. Ik neem aan dat de heer Grinwis dit terugkijkt. We doen niet meer aan Rijksinpassingsplannen; dat heet tegenwoordig een projectbesluit. De provincie Utrecht heeft hier al een stap in gezet. Wij denken ook dat het niet altijd beter is als het Rijk het doet. We doen nu al heel veel projecten vanuit het Rijk. Als we alle projecten zouden moeten doen die enigszins van importantie zijn, dan hebben we ook een probleem, want dan komen we echt aan een vertienvoudiging van wat we nu al doen. Ik denk niet dat we daaraan moeten beginnen. We moeten de cruciale projecten eruit pikken en die doen. Hier geldt ook dat we met kennis en expertise de provincies ondersteunen om ervoor te zorgen dat zij daarin tempo kunnen maken. Daar is ook iets van een versnelling uit naar voren gekomen. Het kan misschien nog wel sneller. Dat is dan ook weer hoe we naar de volgende casussen komen, want voor een deel is het ook echt het kiezen van de goede locatie aan de voorkant, zoals ik net ook al heb geschetst. Als dat goed en sneller gebeurt, dan kun je veel sneller beginnen en dan kun je met parallel plannen en allerlei andere opties die er zijn, ervoor zorgen dat je de versnelling op die bouwwerkzaamheden realiseert.
Op de vraag over dat weegmoment heb ik al antwoord gegeven.
We hebben met de provincie Utrecht afgesproken om in mei zo snel mogelijk die kant op te gaan om met zowel de overheden als inwoners in gesprek te gaan over de consequenties van dit besluit en wat we doen om daarop door te pakken. Dat was een vraag van mevrouw Müller. Dat gaan we dus zeker doen.
Wat betreft de onorthodoxe maatregelen hebben we dus echt heel kritisch gekeken naar de aannames. We hebben afsprakenkaders gemaakt. We gaan werken met congestiealerts voor het geval er in die aannames toch iets niet goed gaat. We zijn uitgegaan van een bepaalde temperatuur en van een bepaalde beschikbaarheid van wind en zon. Stel dat alles tegenvalt, dan heb je kans dat je stroom tekortkomt. Dan moet je dus iets gaan doen. We gaan met alarmeringssystemen werken. In uiterste nood zul je misschien ook ergens tot een afschakeling moeten komen. Het voordeel is dat TenneT het een jaar van tevoren doorrekent, een paar maanden van tevoren, een week van tevoren en ook een dag van tevoren. Je hebt dus verschillende momenten waarop je in zou kunnen grijpen, mocht zoiets dreigen. In die berekeningen neemt TenneT bijvoorbeeld ook de weersvoorspellingen mee, zodat je ook weet wat eraan komt. We hebben met elkaar dus de mogelijkheid gecreëerd om altijd nog in te kunnen grijpen.
Dat waren de vragen die met FGU te maken hadden, voorzitter.
De voorzitter:
Ik kijk allereerst even naar mevrouw Müller, omdat zij nog een interruptie wilde plaatsen bij dit blokje.
Mevrouw Müller (VVD):
Komt de staatssecretaris nog terug op de aannames die gemaakt zijn en die wij moeilijk kunnen beoordelen als Kamer, ook als we hier de netbeheerders uitnodigen, zoals de staatssecretaris als suggestie meegaf? Wij zijn geen experts op dit technische vlak. Is er een onafhankelijke partij die ons kan vertellen of de aannames die gemaakt zijn inderdaad niet te conservatief zijn? Laat u zich daar zelf ook over informeren?
Staatssecretaris De Bat:
Ja, daar hebben wij ook externe deskundigheid op ingewonnen. Die mensen hebben meegekeken op alles wat we doen. Het antwoord daarop is dus: ja. We moeten dat zo mogelijk doen, maar uiteindelijk is het ook een keuze. Je kunt bijvoorbeeld uitgaan van -5 graden op 31 december 2032 of je kunt uitgaan van -4 graden. Dat is uiteindelijk ook gewoon een keuze. Als je voor -4 graden kiest, wat zijn dan de consequenties en hoe ga je daar dan mee door? Het is enorm theoretisch, maar dat is wel hoe we het model moeten inrichten, want als je nu aansluitingen uitgeeft, bestaan ze ook, dus moet je ook leveren.
De voorzitter:
Ik begrijp alle toelichtingen, maar probeer alstublieft ook de beantwoording op de interrupties kort te houden, want dan kunnen we snel door naar het volgende blokje. Ik geef eerst nog het woord aan mevrouw Müller voor een korte vervolgvraag.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp dat de staatssecretaris dit zegt. Ik vind het ook fijn dat onafhankelijke experts hiernaar gekeken hebben, maar voor ons is het heel erg moeilijk te beoordelen of dat inderdaad gebeurd is en of dat ook goed gebeurd is. Ik denk dat het de Kamer zou helpen als wij de adviezen zien van onafhankelijke experts die zeggen dat de aannames die gemaakt zijn inderdaad niet te conservatief zijn. Dat daar keuzes achter zitten, is logisch en niet gek, maar hoe kunnen wij die keuzes beoordelen als we die alleen vanuit u krijgen?
Staatssecretaris De Bat:
Ik kom daar in de tweede termijn even op terug, want volgens mij hebben we een hoop van die gegevens al verstrekt. Als dat niet zo is, dan kom ik daar in de tweede termijn even op terug.
De voorzitter:
Volgens mij was dit ook meer een hulpvraag voor hoe wij dit als Kamerleden goed kunnen beoordelen. Wellicht zijn daar ideeën voor. Ik ga eerst naar mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij om te horen dat de staatssecretaris in gesprek gaat in Utrecht om te horen wat daar nodig is. Ik vroeg me af welke middelen de staatssecretaris beschikbaar gaat stellen, bijvoorbeeld voor de uitvoer van batterijen. Of aan welke andere middelen denkt de staatssecretaris om de pijn wat te verzachten? Daar had ik een specifieke vraag over gesteld.
Staatssecretaris De Bat:
Daar is nu nog geen concreet antwoord op te geven, omdat we dat in eerste instantie met generieke beschikbare middelen zullen moeten doen. Voor de hele uitrol in de FGU-regio zullen we, indien het allemaal past en kan, bij de augustusbesluitvorming een vraag moeten stellen, omdat we daar nu ook geen middelen voor hebben, behalve dan de wel beschikbare generieke middelen. Dat is gelukkig nog best een pakket. We gaan kijken hoe we dat nog passender kunnen maken.
De voorzitter:
Helemaal goed. Meneer Klos, heeft u nog een vraag?
De heer Klos (D66):
Ja, voorzitter. Ik hoorde de staatssecretaris net zeggen dat het vanwege de capaciteit op ambtelijk vlak ingewikkeld is om het bevoegd gezag over te nemen en als Rijk ervoor te zorgen dat er een locatie komt in plaats van dat daarover gesteggeld wordt door provincie en gemeente. Dat snap ik, maar tegelijkertijd leidt dat er nu natuurlijk wel toe dat we aan de tiende locatie toe zijn en dat dat project enorme vertraging heeft opgelopen, met grote maatschappelijke gevolgen. Mijn vraag is: hoe gaan we ervoor zorgen dat dat niet gebeurt bij al die andere grote projecten — Utrecht is niet het enige probleemkind — en dat het Rijk daar wél die verantwoordelijkheid neemt? Wat heeft de staatssecretaris daar nou voor nodig?
Staatssecretaris De Bat:
Ik denk dat het daar vooral belangrijk is om veel vaker en sneller met elkaar in contact te zijn, want hier had het Rijk wellicht veel eerder moeten helpen om de locatiekeuze te maken. Nu we op dit ministerie in capaciteit zijn verdubbeld, mag u van ons aannemen dat we daar juist bovenop gaan zitten en dat we veel beter selecteren waar we het sowieso wel willen en waar we van een provincie verwachten dat ze deze stap zelf zetten ten opzichte van gemeenten.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie al.
De heer Klos (D66):
Dat is niet erg, want ik vind dit erg belangrijk. Hier zit volgens mij juist het probleem. Ik snap dat we beter contact met elkaar gaan hebben, maar er moet één iemand verantwoordelijk voor zijn. Dit zijn nou juist projecten die de grenzen van gemeenten en provincies overstijgen en waar een essentieel nationaal belang speelt. Dit is een nationale crisis, die we dus ook moeten gaan oplossen met een crisisaanpak en een crisismentaliteit. Daar moet het Rijk voor naar voren stappen. Ik stel de staatssecretaris nogmaals de vraag: hoe zorgen we er nou voor dat het bij de andere projecten gaat lukken dat het Rijk wél het bevoegd gezag overneemt en niet alleen in gesprek gaat met medeoverheden?
Staatssecretaris De Bat:
We hebben nu 25 projecten in die projectenaanpak. In totaal zijn er 105 projecten. Wij gaan voor de zomer keuzes maken welke daadwerkelijk naar ons toe moeten komen. We kunnen niet alle 105 de projecten oppakken die er nog zijn; dat is te veel. Welke we wel doen, moeten we heel gericht uitzoeken. En waar wij het niet doen, gaan we er heel gericht het gesprek over voeren in de zin van: dan zult ú het doen. Want ook een provincie heeft uiteindelijk natuurlijk zelf een belang bij veel sneller keuzes maken hierin. Dat is niet een eenzijdig belang van het Rijk. Dat is net zo goed een belang van de provincie.
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij zijn we dan rond. Dan kunt u door met de beantwoording. We gaan door naar het volgende blokje. Dat heet volgens mij "sneller bouwen".
Staatssecretaris De Bat:
Dat klopt, voorzitter. Daarachter zit voor een groot deel natuurlijk ook het vraagstuk van de wetgeving, al dan niet die crisiswet en wat we daar allemaal doen.
Gisteren kreeg ik twee rapporten overhandigd van de NVDE, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. Daar waren wij heel blij mee, om twee redenen. Eén rapport heeft tien casussen doorgelicht op de vraag waarom het daar wel snel gegaan is. Daar kunnen we heel veel rode draden uit halen, en die toepassen op andere projecten. Het tweede rapport was een juridische analyse van waar het klem zit en waar je kunt versnellen. Het is gewoon echt superwaardevol. Het zijn er negen, waarvan er acht op ons wensenlijstje staan. Daar gaan we dus mee aan de slag. Eentje gaan we niet doen: dat je een vergunning verleent als je niet op tijd reageert. Dat zou heel veel onrust creëren. Wij denken ook dat het juridische onzekerheid creëert. Lex positivo gaan we dus niet doen, maar met de andere acht kunnen we allemaal uit de voeten. Die gaan we dus ook allemaal oppakken. Het is mooi dat de buitenwereld met ons meedenkt juist op dit punt.
Vervolgens hebben wij een wetgevingsprogramma gemaakt waarin 26 elementen staan. Die komen heel snel in brokken naar de Kamer. We gaan dus niet wachten tot we ergens iets tegenkomen. Nee, we hebben 26 programmaregels gedefinieerd. Die gaan we in programma's bij u terugleggen, om op een aantal punten de versnelling te organiseren. Net na de zomer komt de eerste al naar u toe. Daar gaan we dus echt op doorpakken.
Daarbij hoort de vraag van de heer Klos hoe je de totale projectaanpak en dus ook deze elementen kunt standaardiseren. Dat gaan we doen. We gaan gewoon sneller bepalen wat het bevoegd gezag is; dat was ook zo'n vraag. Het gaat niet alleen om de vraag welke keuze je maakt voor een locatie, maar ook om wie het bevoegd gezag is. Daar kun je soms enorm lang over discussiëren. Dat moet je gewoon snel beslissen. Als je er niet uit komt, til je het maar naar het niveau dat het in ieder geval kan. Daar gaan we dus echt op doorpakken.
Door de heer Flach werd gevraagd wanneer de AMvB zou komen. Dat hangt samen met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daar kan de minister waarschijnlijk nog wel iets over zeggen. Of zal ik die nog meenemen, minister? Ik weet het eigenlijk niet. "Neem maar mee", zegt de minister. Er is een advies van de Raad van State op deze AMvB gekomen. Daar moeten wij dus nog op reageren. Het gaat met name om het versnellen van de procedures, dus dat je in een keer naar de Raad van State gaat. Daar zit het punt van de werklast enorm achter. De Raad van State moet het namelijk wel aankunnen. Als je in één keer naar de Raad van State gaat, betekent dat natuurlijk dat alle projecten daar komen. Dat moet de Raad van State dan wel aankunnen. Daar zit dus gewoon een punt; dat moeten we nog bespreken. We willen wel dat dit uiteindelijk gaat vliegen. Daar moeten we dus oplossingen voor verzinnen.
Komt er ruimte vrij om bestaande transformatorstations uit te breiden? In samenwerking met TenneT kijken we sowieso hoe we dat kunnen doen. Vergunningen waarbij het vooral om simpele oplossingen gaat, willen we zo snel mogelijk kunnen verlenen. De onnodige tijd die soms zit in het doorlopen van procedures, zou je daar weg kunnen halen. In de verkenning willen we kijken wat er past. Dit ronden we zo snel mogelijk, voor de zomer, af. Dat leggen we dan ook weer bij u terug. Zo weten we of het kan, hoe het past en hoe we ermee omgaan.
Van zowel de heer Van den Berg als de heer Grinwis kwam de vraag of de netbeheerders geëquipeerd zijn. Er werd sowieso redelijk geschoten op de netbeheerders. Ik snap soms de frustratie. Tegelijkertijd zullen we toch ook met hen samen dit hele vraagstuk moeten oplossen. Ik heb onder andere in FGU gemerkt dat er ook bij hen heel veel wil is om het op te lossen. We moeten het vooral samen doen.
De heer Klos vroeg of er voldoende personeel is om alle elektriciteitsinfrastructuur aan te leggen. Via het Actieplan Groene en Digitale Banen slaan we met een aantal ministeries samen een stevige slag wat betreft het beschikbaar hebben van voldoende personeel. De netbeheerders hebben een eigen Taskforce Elektra. Daar hebben ze ook middelen voor gekregen vanuit het Klimaatfonds. Zo kunnen ze meer talent werven en eigen vakscholen oprichten. We doen er dus ook daar alles aan om zo veel mogelijk mensen in die sector te laten werken. Maar er is natuurlijk een enorme strijd tussen verschillende sectoren. Overal is eigenlijk wel een tekort.
De heer Klos vroeg ook of we de vliegende brigade kunnen uitbreiden. Die is al uitgebreid, onder andere voor de complexe middenspanningsprojecten. Daar is ook 22 miljoen voor vrijgemaakt uit het Klimaatfonds. Op die manier willen we mensen opleiden tot procesmanager of projectleider. Momenteel onderzoeken we ook nog of er een aanvullende aanpak op midden- en laagspanning kan zijn. Daarvoor zou dan ook weer geld vanuit het Klimaatfonds beschikbaar kunnen komen. We hopen u daarover voor de zomer te kunnen informeren.
De heer Flach had ook een vraag over de snelheid van de crisiswet. Daarvan heb ik net al gezegd dat we zo snel mogelijk met al die 26 elementen naar u toe komen. Een eerste stap wordt in ieder geval al na de zomer gezet.
Een aantal van u, waaronder de heer Kops, vroeg naar het Grids Package vanuit de EU. In eerste instantie zou het in 2028 zijn. Wij begrijpen vanuit Europa dat men naar voren wil, wellicht al naar deze zomer. Dan is het vanzelfsprekend ook aan ons om daar al dan niet op vooruit te willen durven lopen. Dat is een beetje de zoektocht die we moeten doen. De AMvB wordt al gemaakt. Zodra Europa zegt "dit is het", kunnen wij dus direct met een AMvB komen en het daadwerkelijk regelen. Nogmaals, waar nodig gaan we echt zoeken wat er kan. Dit is namelijk gewoon een manier om het vraagstuk van stikstof in ieder geval niet te laten zorgen voor een belemmering van de aanleg van ons elektriciteitsnet.
Er was de vraag waarom alles zo lang moet duren. Kan de wet niet sneller? We komen heel snel met nieuwe wetgeving. Tegelijkertijd heeft de aanpak ons ook geleerd dat het 'm lang niet altijd in wetgeving zit, maar vooral in het maken van keuzes.
Dat was het tweede blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat het nog een paar vragen oproept. Allereerst de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Een van de vragen die ik had gesteld, is nog niet beantwoord. Kan de staatssecretaris ook kijken of bijvoorbeeld kleinere centrales in deze gebieden voor verlichting van netcongestie kunnen zorgen? De staatssecretaris refereerde aan het rapport van de NVDE. Daar werd hij heel enthousiast van. Ik heb net even zitten kijken. Ze spreken daar van "congestieverzachters" rond lokale opwek. Die zouden dus helpen. Overweegt de staatssecretaris om dat ook met kernenergie te doen? Wat zijn dan de voordelen van het implementeren van die stappen, ook voor de kosten?
Staatssecretaris De Bat:
Konden we ze maar bestellen! Dan hadden we daar misschien nu direct profijt van. Het kan, hoor ik u zeggen. Maar dan heb je ze nog steeds niet in de periode waarover we nu spreken en waarin oplossingen nodig zijn. Daar zit het probleem. Maar inderdaad, hoe beter je vraag en aanbod op plekken bij elkaar brengt, hoe beter het is voor het net. Dan hoef je het net namelijk niet te gebruiken om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. In de basis is dat gewoon een feit. Ik kom straks nog terug op een aantal vragen die met het systeem te maken hebben. Die zaten in mijn laatste blokje.
De voorzitter:
Prima. Het blokje overig was dat, dacht ik.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel voor het antwoord op de vraag wanneer de delen van de crisiswet naar ons toe komen. U heeft het over 26 regels, staatssecretaris. Dat is veel; dat is een groot pakket. Ik zou de staatssecretaris eigenlijk willen aansporen. Ook ik heb het NVDE-rapport gezien en ook ik was daar heel enthousiast over. Delen ervan kunnen eigenlijk redelijk snel toegepast worden. Daardoor kun je al met maanden of soms jaren versnellen in die hele procedures. Ik zou de staatssecretaris dus willen aansporen om niet te wachten tot hij een perfect pakket van 14 of 15 regels heeft. Als hij er net na de zomer al 8 of 9 op de plank heeft liggen, kan hij die gewoon met de Kamer delen. Zo kunnen we de wetgeving zo snel mogelijk rond krijgen. Het is een aansporing aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank daarvoor. Dat was ook uw laatste interruptie voor dit debat.
Staatssecretaris De Bat:
De aansporing is gehoord. Dat gaan we doen. We wachten niet tot alles rond is. We komen met het eerste deel omdat we hier gewoon na de zomer mee willen starten. Het is ook niet altijd wetgeving; het zit 'm soms ook in keuzes. De Hollandse Waterlinie is UNESCO Werelderfgoed geworden. Dat geeft enorme beperkingen op de mogelijkheid om daarbinnen iets te doen. Daar moeten we dan ook gewoon in durven te kiezen. Daar botst wetgeving dus: het belang van het oplossen van de netcongestie botst met het belang van het beschermen van een gebied. Daar moeten we in durven te kiezen. Ik kan nu nog niet zeggen hoe, maar we moeten daarin wel gaan kiezen.
De voorzitter:
U kunt verder met uw beantwoording.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Over het beter benutten waren allerlei verschillende vragen. Een vraag van BBB en CDA ging over de positie van laadpalen in het geheel. Hoe kun je nou elektrisch rijden stimuleren terwijl je aan de andere kant zegt dat er geen elektriciteit beschikbaar is? Dat is natuurlijk niet per definitie zo. We spreken namelijk ook voor een deel over pieken. Het laden van auto's zou je juist kunnen benutten om de pieken weer af te vangen. Je laadt ze niet op het moment dat er heel veel vraag van andere vragers is en je benut de batterij door die leeg te trekken op momenten dat je stroom nodig hebt. Het zou zelfs een congestieverzachter kunnen zijn, maar dat is heel erg regio- en gebiedsspecifiek. In algemene zin geldt dat, vanzelfsprekend, eigenlijk voor alle slimme apparaten. Daarom zit in de flexaanpak ook heel vaak de stap naar flex benutten.
De voorzitter:
Eén moment. Voordat u verdergaat, krijgt u nog een vraag van de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
De staatssecretaris begon over de publieke laadpalen. De opmerking was vooral bedoeld om ook even stil te staan bij het feit dat ze van de ACM eigenlijk geen prioriteit hebben gekregen. We hebben met elkaar geconstateerd dat elektrisch rijden aangemoedigd wordt. In de plenaire zaal wordt daar ook over gesproken. Wij constateren hier — om te voorkomen dat we parallelle werelden hebben, om even met de heer Flach te spreken — dat dat met elkaar in tegenspraak is. De vraag is hoe we daar dan mee omgaan. Moeten we daar niet ook met elkaar aandacht voor vragen?
Staatssecretaris De Bat:
Die aandacht is er, want voor een groot deel kun je dat soort publieke voorzieningen ook netneutraal aansluiten en dan kan het dus wel. Het is ook een kwestie van waar het aanbod van bijvoorbeeld zon zit. Kun je dat koppelen aan de vraag via laadpalen? Als die netneutraal worden aangesloten, kun je ze wel aansluiten. Ook daarvoor geldt weer dat gebiedsspecifiek werken enorm kan helpen om toch stappen vooruit te zetten.
Dan het voorbeeld van het theater in Delft. Dat zat ook in dit blokje. Daar kwam de heer Vermeer mee. Ik snap dat er een petitie is aangeboden, maar wat ik niet begrijp, is dat we de oplossing niet kunnen vinden. Er bestaat namelijk de mogelijkheid voor een groepscontract. Dat kan nu al. Dat betekent dat in het gebied waar dit zich afspeelt het theater en de bedrijven gezamenlijk een groepscontract kunnen afsluiten, waardoor ze kunnen delen. Dan kunnen ze precies doen wat ze willen, namelijk overdag de bedrijven en in de avonden en het weekend het theater. Dat kan dus in één groepscontract. Volgens mij kan dat morgen gesloten worden. Ik snap dus werkelijk niet waarom het niet lukt. Ik wil zeker een keer kijken of ik daar nog wat druk op kan zetten, van "doe dat nou maar". Dat kun je namelijk ook voor drie jaar doen. In die drie jaar kun je dan zien of het werkt en of er nog andere opties zijn. Na drie jaar wordt het definitief, maar je hebt drie jaar de tijd om te bepalen of dit misschien toch een oplossing kan zijn. Ik vind het echt lastig dat dit dan toch niet lukt, terwijl er een heel goede oplossing ligt, dus ik ga daar zeker nog even naar kijken.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb toch nog even een nabrander. De staatssecretaris zei dat elektrische auto's een zeer zware belasting zijn voor het energienetwerk, maar dat diezelfde auto's op een gegeven moment ook kunnen terugleveren aan het netwerk. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar de realiteit is dat die standaarden pas over een paar jaar worden vastgesteld. Op dit moment zijn er nog geen protocollen voor hoe je dat gaat verrekenen of hoe het zit met de netveiligheid. Dan zitten we eerder tegen 2030 dan volgend jaar. Ik volg dus niet helemaal waarom die opmerking wordt geplaatst in de context dat nu geen woningen kunnen worden gebouwd door die bouwstop, terwijl we pas over een paar jaar dit soort oplossingen kunnen inzetten.
Staatssecretaris De Bat:
De eerste opmerking was dat de heer Jumelet gelijk heeft en dat je dus op plekken geen publieke laadvoorziening meer kunt creëren, maar dat we moeten zoeken hoe je eventueel naar de toekomst toe weer wel aansluitingen kunt organiseren. Dan moet je dus gaan zoeken naar dit soort mogelijkheden. En ja, dat duurt nog even, maar ook daar zoeken we naar hoe dat sneller kan, omdat dat ook weer een oplossing kan zijn voor het geheel. Zo heb ik de opmerking in ieder geval bedoeld.
De voorzitter:
Mooi dat dat op die manier is opgehelderd. Dan gaan we door met de beantwoording.
Staatssecretaris De Bat:
Er waren een aantal vragen, onder andere van de VVD, D66 en SGP, over de flexibele contracten, de groepscontracten en de uitvoering daarvan. Om te beginnen is het belangrijk dat alle huishoudens kunnen meeprofiteren van de veranderingen in het energiesysteem. Een uitgangspunt is dan ook belonen. Dat is een eerste stap. Regie houden hoort daar ook bij, en natuurlijk ook de keuzevrijheid van de consument, want die vinden we met z'n allen ook heel belangrijk. Die drie dingen moet je meewegen. We zijn in Nederland nooit eerder op die manier te werk gegaan. Er is nu in ieder geval een letter of intent getekend. Dat zou kunnen betekenen dat, als onderdeel van het FGU-pakket, al deze aankomende winter, '26, met dit hele pakket wordt gewerkt in het FGU-gebied, maar dat vraagt nog wel een behoorlijke uitwerking. De netbeheerders hebben gezegd dat ze daar hun best voor willen doen en dat ze daar ook voor gaan, want dat helpt weer om ruimte te creëren voor het vrijgeven van het gebied. Het wordt dus niet wachten tot alle contracten klaar zijn. We zijn er al mee bezig. We gaan er al mee van start en de netbeheerders werken het al uit.
De heer Flach en de heer Vermeer vroegen of het kabinet projecten gaat toestaan als de impact aantoonbaar is opgelost, bijvoorbeeld door tijdelijke flexibiliteitsoplossingen. Ook daarvoor geldt dat we juist in het FGU-gebied aan de slag zijn gegaan met conceptontwikkeling en het proberen naar voren te halen van woningbouwprojecten die congestieneutraal zijn. Dat brengt uiteindelijk inderdaad kosten met zich mee. Daar moet je dan ook iets mee doen. Daarvoor kun je ook weer het concept voor laadpalen ontwikkelen.
De heer Grinwis had een vraag over dat congestiemanagement en flexcontractvormen nog te weinig worden uitgerold. Het aantal contracten is vorig jaar al gestegen. Het capaciteitsbeperkingscontract is bijvoorbeeld van 18 naar 243 gegroeid. Als je die groei exponentieel maakt, kunnen we fors aan de bak. Laten we daar in ieder geval mee doorgaan. In het aansluitoffensief — dat staat ook in de brief van april — willen we doorgaan met het nog beter maken van de contractvoorwaarden. We maken een top 50-aanpak, dus we gaan proberen een eigen aanpak te creëren met de top 50 grootste vragers. Denk ook aan het contracteren boven de financiële ondergrenzen, zodat je uiteindelijk met betere voorwaarden meer ondernemers ervan kunt overtuigen dat dit flexcontract een goede manier van werken is. Ook de ACM kijkt mee — dat moet dan ook weer; dat hebben we met elkaar zo geregeld — om die afspraken met netbeheerders ook daadwerkelijk te controleren.
De heer Grinwis vroeg: "Ziet de staatssecretaris meer noodzaak in transparantie en inzicht in netbelasting bij de netbeheerders? Moeten digitalisering en realtimedatadeling niet veel groter worden?" Ja, daar ben ik het honderd procent mee eens. Dat is heel belangrijk. Daar dringen we ook op aan. Het is ook gewoon nog niet voldoende. Bedrijven en huishoudens moeten gewoon kunnen bouwen op het inzicht van de netbeheerders. Dat is gewoon onvoldoende. Ik weet dat ze er echt alles aan doen, maar we blijven er ook enorm op drukken. Digitalisering kan daarbij helpen. Experimenteren met AI kan ook. Soms is het praktisch om het via energy hubs ook heel concreet te maken en te proberen de data bij elkaar te brengen binnen zo'n hub, maar we moeten meer inzicht hebben in de netbelasting en in alle getallen. Daar drukken we heel stevig op.
De heer Grinwis vroeg nog of het klopt dat TenneT nul risico neemt. Dat is niet waar. Alleen al in FGU wordt op 33 plekken extra risico genomen door TenneT. Het is dus absoluut zo dat ook zij zien dat op nul en op safe spelen niet meer werkt. Veiligheid was misschien het allerbelangrijkste wat ze voor ogen hadden, maar het kunnen aansluiten van bedrijven en partijen is een steeds belangrijker element geworden.
De heer Kops en de heer Flach vroegen of zwaarder belasten een gebed zonder eind wordt. De vraag was ook hoe het zit met de storingsreserve. Er kan met de storingsreserve in ieder geval al meer dan eerst. Daar hoort wel bij dat we zowel technisch als juridisch moeten onderzoeken hoe ver we daarin kunnen gaan. Er komt ook een snellere en pragmatischere aanpak van de EMC, van de — dat is altijd een lastig woord — elektromagnetische compatibiliteit. We denken dat dat misschien zonder aanpassing van wetgeving kan. Het zou dan zelfs dit jaar al kunnen. Zo niet, dan moeten we dat ook gaan regelen in een van de programma's die we hebben.
"Welke middelen heeft de staatssecretaris nodig om in te kunnen grijpen?" Ik hoop dat de heer Vermeer niet alleen financiële middelen bedoelde, want die zijn zeker ook wel nodig, maar het begint ook gewoon met draagvlak voor de aanpak die we nu onder andere in FGU hebben uitgerold, maar ook breder willen uitrollen. Het betreft draagvlak bij netbeheerders, bij medeoverheden en bij inwoners die mee willen draaien in het anders benutten van het totale netwerk. We komen nu thuis en willen op dat moment koken, wassen, de telefoon opladen en nog heel veel meer. Als we dat wat meer gespreid over de dag doen, dan kun je in het net al een heleboel winnen. Daarvoor is dus ook draagvlak bij bedrijven en inwoners nodig. We moeten hier gewoon heel scherp aan de wind zeilen en iedereen meenemen.
"Kan de Flex-e-regeling niet sneller toegankelijk worden gemaakt voor de grootste industriële bedrijven?" Die wordt doorontwikkeld. Ik heb er vorige week in het debat over industriebeleid ook al iets over gezegd. We zitten nog met een klein staatssteunvraagstuk. Dat is een uitdaging, omdat de subsidiebedragen hoger worden. Dan kom je met de Europese Commissie in aanraking. We denken dus dat we het op zijn vroegst begin 2027 kunnen openstellen, maar als bedrijven daar nu al naartoe kunnen werken, dan is het ook wel iets wat bij die bedrijven past. Het is niet per se een probleem dat dat nu nog een halfjaar duurt, als we maar zeker weten dat we die dan open gaan stellen. Daar gaan we zo snel mogelijk helderheid over verschaffen.
Komt de vrijgekomen ruimte direct beschikbaar? Dat vroeg de heer Flach. Ja. Wellicht heeft u het meegekregen: vanmorgen is nog het bericht verschenen dat er in Zeeland 260 megawatt is gevonden. Dat is natuurlijk een heel lang proces geweest, want ik weet nog waar dat vandaan komt. Dat is een heel mooi voorbeeld. Die gevonden megawatts worden nu dus weer beschikbaar gesteld voor het totaal oplossen van de wachtrij. Dat wordt dus gedaan. Maar dan moet dat volgend jaar wel weer opnieuw berekend gaan worden met allerlei nieuwe getallen. Zodra die beschikbaar is, wordt die ook vrijgegeven, mits netveiligheid geen blokkade vormt.
Hoe kan de Kamer invloed uitoefenen op het prioriteringskader? Dat was ook een vraag in het kader van het beter benutten. Dat is toch een exclusieve bevoegdheid van de ACM. Als we iets anders willen, hebben we iets anders te regelen. Het is wel zo dat de ACM heeft gezegd dat ze het kader dat ze nu hebben opgeleverd binnen twee jaar willen evalueren. Dan kunnen we daar opnieuw naar kijken. Wij kunnen vooral advies geven. Uiteindelijk moet je prioriteren. Als je niet prioriteert of als je iedereen prioriteert, want dat is dan ook vaak de vraag, dan prioriteer je niet. We moeten dus prioriteren, anders dan doe je degenen die het echt nodig hebben tekort.
Kan het enige tijd worden uitgesteld? Het simpele antwoord is nee. Op 1 juli treedt het kader in werking voor kleine verbruikers. Het eerder aanvragen start dan vanaf 1 oktober. We zijn daarover in goed gesprek met VNG en gemeenten.
De heer Van den Berg vroeg: krijgen asielzoekerscentra prioriteit? Ja. Ook zij kunnen prioriteit aanvragen. Die moeten volgens het kader behandeld worden. Die vallen onder de categorie collectieve woonvoorzieningen. Dat zijn het ook, dus in die zin is het vrij logisch dat zij daaronder vallen.
Dat was het blokje beter benutten, voorzitter. Ik had nog een vraag, excuus. Die kreeg ik net nog aangereikt. Die gaat over de tijdgebonden tarieven voor kleinverbruikers en hoe die worden verdeeld over verschillende groepen. Er zijn veel grotere verschillen dan vroeger tussen een klein appartement en een vrijstaande woning met een warmtepomp en een eigen laadpaal. De verschillen zijn dus al veel groter geworden. Het tarief houdt rekening met hoeveel iemand gebruikt en wanneer iemand dat gebruikt. Huishoudens met slimme apparaten hebben perspectief op het aanpassen van het gebruik. Ook voor het mkb is eerder inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn. In die zin wordt er dus al heel veel gewerkt aan het krijgen van inzicht in die verschillen. Op die manier worden die tijdgebonden tarieven uiteindelijk ingesteld. Dat was wel de laatste vraag in dit blokje.
De voorzitter:
Prima, dank u wel. We hebben straks nog één blokje te gaan, namelijk het blokje overig. Ik stel voor om dat blokje in z'n geheel in één keer te doen, zodat de leden ook weten of er nog antwoorden missen of niet. Voordat we daarnaartoe gaan, zijn er nog twee interrupties. De eerste is van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb geen antwoord gehad op mijn vraag over welke onorthodoxe maatregelen het kabinet het heeft als het aangeeft dat die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. De staatssecretaris gaf net wel kort aan: we willen een beetje spreiden wanneer mensen hun wasmachine of vaatwasser gebruiken. Maar het gaat hier over onorthodoxe maatregelen die ingrijpende gevolgen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. Mijn vraag is: wat wordt hier precies mee bedoeld?
Staatssecretaris De Bat:
Ik dacht dat ik daar via de drieslag die we in de FGU gebruiken antwoord op had gegeven. Het begint met het aanpassen van de aannames. Je neemt namelijk meer risico via de aannames. Dat betekent dat je voor het volgende vraagstuk kunt komen te staan. Als al die aannames niet uitkomen en het dus wel kouder is en er minder wind en zon is, dan kan een netbeheerder tot de conclusie komen: ik kan de stroom die gevraagd wordt straks niet leveren. Op dat moment zal er ergens een knop omgezet moeten worden. Dat is vrij ingrijpend, want dat kennen we nog niet in Nederland, behalve bij storingen. Dat betekent dat er een bericht uit zal gaan of er een afspraak met een bedrijf gemaakt wordt: op die dag tussen die en die tijd heb je even geen stroom beschikbaar. Dat kun je niet zomaar doen. Daar moet je waarschuwingen voor uitgeven. Maar dat is vrij onorthodox. Want dan zeg je dus gewoon: er is even geen stroom. Het is aan ons, met z'n allen, om ervoor te zorgen dat dat niet voor gaat komen en dat we dat met sneller bouwen uiteindelijk helemaal oplossen.
De voorzitter:
Oké. Dan hebben we de laatste interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Vier interrupties is wel heel magertjes, voorzitter, maar ik ga het toch proberen. Ik wil het nog even over die vraag over het asielzoekerscentrum hebben, want dat vind ik wel een hele pijnlijke. Het antwoord op de vraag hoeveel woningbouwprojecten hier nou echt last van zullen hebben, werd net even ontweken. Hoeveel projecten kunnen er nou echt geen aansluiting krijgen? Het is dan dus wel zo dat als die voorraad over drie jaar opdroogt en ze nog steeds geen aansluiting hebben, het zo zou kunnen zijn dat er wellicht dus tienduizenden woningen in de regio Utrecht niet gebouwd kunnen worden, maar dat de stroom die dan beschikbaar komt in eerste instantie wel verdeeld kan worden tussen de maatschappelijke doelen. In dit geval gaat het dan om de asielzoekerscentra. Snapt u dat dat wringt met waar we voor staan in deze maatschappij, namelijk dat we de woningnood moeten oplossen? Ik vind dat echt heel moeilijk te begrijpen.
Staatssecretaris De Bat:
Ze vallen in dezelfde categorie, dus er wordt niet voorgetrokken; ze zitten gewoon in dezelfde categorie. Zodra er prioritering moet plaatsvinden — dat zal heel vaak moeten — betekent dat dat de woningen in dezelfde categorie zitten als andere woonvoorzieningen.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we toch heel eventjes doorgaan nu en dat we eventueel straks nog een vijfde interruptie toestaan. Die interruptie zal dan wat mij betreft ook bij de minister zijn, want we hebben ook nog een beantwoording van de tweede bewindspersoon. Ik hoor de heer Van den Berg zeggen dat hij vier interrupties weinig vindt, maar ik ga me — dat zeg ik richting de heer Van den Berg — toch aan de regels van dit debat houden. We willen ook over een uurtje klaar zijn. Dat vind ik ook belangrijk.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat is wel jammer. Het is prima; ik ga ermee akkoord. Ik vind het eerlijk gezegd moeilijk te volgen of we nou uiteindelijk op vier interrupties uitkomen of wellicht toch op zes en waar dat dan afhankelijk van is. Dat is voor mij wel moeilijk. Ik denk dat bij zo'n belangrijk onderwerp vier interrupties wel zeer spaarzaam zijn. Dat wilde ik even meegeven.
De voorzitter:
Ik snap uw persoonlijke mening, maar we hebben van tevoren heel duidelijk vier interrupties afgesproken. Ik heb u van tevoren ook aangekondigd … Nee, meneer Van den Berg, ik heb het niet over zes gehad vandaag. Ik heb aangekondigd dat we eventueel een vijfde gaan toestaan, afhankelijk van of de tijd dat toelaat. Op dit moment liggen we op schema, dus ik ben daar heel optimistisch over. Wellicht horen we u straks dan voor de vijfde keer.
Ik kijk eventjes of de staatssecretaris naar zijn laatste blokje kan.
Staatssecretaris De Bat:
Het zijn gelukkig nog maar een paar vragen, voorzitter.
Het kopje energiesysteem, waar een aantal vragen over zijn gesteld, is het belangrijkste. Ja, we hebben in 2023 voor de eerste keer een NPE gemaakt, een Nationaal Plan Energiesysteem. We zijn bezig met een nieuw Nationaal Plan Energiesysteem. Dat zal er wel echt iets anders uitzien dan dat van '23. Dat heeft ermee te maken dat de kosten niet in het plan van '23 zaten, want het was een systeem gericht op het halen van de klimaatdoelen. Er zal nu veel breder gekeken worden. Daarin speelt een rol dat het uiteindelijk een mix zal moeten zijn. Elektrificatie is een heel belangrijk onderdeel van het energiesysteem, maar moleculen, dus zowel groen gas als groengas, zullen een onderdeel zijn van die energiemix. Ook warmte zal een belangrijk onderdeel zijn van het energiesysteem. We moeten dat in balans brengen, waarbij we verschillende publieke belangen moeten wegen: betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en het bereiken van CO2-reductie. Dat zal allemaal in dat energiesysteem terug moeten komen, zodat je daar keuzes in kunt maken. Wij zullen proberen die keuzes op korte termijn inzichtelijk te maken, zodat we tegemoet kunnen komen aan de vragen die er zijn over inzicht in dat geheel. We willen zeker ook nog toelichting geven op hoe de totale uitwerking van zo'n energiesysteemstudie werkt. Er zijn meerdere systeemstudies uitgevoerd rondom systeemkosten. Ook de ruimtelijke inpasbaarheid is onderzocht. Dat alles is onderlegger om tot keuzes in het NPE te komen, zodat we een nationaal plan neerleggen dat uitvoerbaar en betaalbaar is en dat ook de doelen haalt. Dat is wat we met elkaar willen. Dat was het over het energiesysteem.
Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag hoe we energiebesparing onderdeel maken van het totale pakket. Volgens mij is dat de eerste stap in alles. Alles wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken of ergens naartoe te transporteren. Dat is ook nog eens goed voor rekeningen. We doen dat met een aantal subsidieregelingen, zoals de VEKI en de ISDE, maar ook met een aantal fiscale regelingen, onder andere de EIA. De EIA is verruimd in het pakket dat nu een zaal verderop besproken wordt, zodat die besparingsmogelijkheid voor bedrijven er in ieder geval meer is dan die er was. Dus, ja: we gaan zo veel mogelijk besparen en we zullen de bestaande instrumenten ook blijven inzetten om het net minder te belasten.
Er was een vraag van de ChristenUnie over de ketenbenadering met betrekking tot veehouders, glasbouw en de bijmengverplichting van groen gas. Samen met de staatssecretaris van LVVN kijken we daar inderdaad naar, want voor de glastuinbouw kan dit een enorme potentie opleveren. Flexibiliteit beter benutten is gewoon belangrijk, dus die koppelkans willen we heel graag benutten. Er zijn verschillende projecten met groen gas, die ook nog eens heel goed zijn voor het vraagstuk van stikstofreductie. Dat is dus langs alle kanten een goede manier van werken. We gaan dus proberen om dat flexibele vermogen te vergroten.
Deze vraag ging nog over opslag, namelijk over sturen op batterijen en de motie die de heer Grinwis had ingediend. We hebben daar al op gereageerd. Het bewijs is dat we in de prognoses bij het FGU-vraagstuk 1 gigawatt aan batterijen meenemen die we nog moeten gaan bouwen. Volgens mij sturen we daar dus heel erg op, maar is het echt nog niet genoeg. We gaan dus door met die hele batterijaanpak. We zullen de Kamer zeker informeren over een volgende stap. Ik begreep overigens ook dat we zelfs bij ons eigen pand ondertussen een batterij hebben staan, dus we doen zelf ook mee.
Dan nog het vraagstuk van het delen van energie. Wanneer komt de wet om dit makkelijker te maken? Ik begrijp dat dat wetsvoorstel komende maand al naar de Tweede Kamer komt.
Dan nog een vraag over warmte. Wanneer verschaffen we duidelijkheid over de verdere uitrol van warmtenetten? Daar ligt een opdracht. Dat weten we heel goed. We werken aan het aantrekkelijker maken van de warmtetarieven. Er komt voor de zomer een brief in samenwerking met de minister van VRO en de minister van KGG over het hele vraagstuk van warmtetarieven en hoe we daarop kunnen gaan sturen. Uiteindelijk is voor dit geheel de communicatie ook ontzettend belangrijk. Het doel is dat de warmteoplossing met de laagste nationale kosten ook de laagste eindgebruikerskosten heeft. In het interbestuurlijk overleg willen we daar met gemeenten een volgende stap in zetten. Daarmee gaan we dus ook zeker door.
Voorzitter, daarmee heb ik de gestelde vragen beantwoord.
De voorzitter:
Dank voor uw beantwoording. Ik zie dat die nog een vraag oproept bij de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik vroeg vandaag ook nadrukkelijk naar de systeemkeuzes. De staatssecretaris ging daar ook op in; dank voor de beantwoording. Hij verwijst naar het NPE. Dan komt er vervolgens een uitkomst, waar ook weer aannames in zitten. Daarover spraken we ook vorige week met elkaar in een commissiedebat, om ook transparantie te krijgen over welke aannames dat nou zijn. Ik denk dus dat het goed is om dat punt nog te maken als het gaat om de afweging die je met elkaar maakt over wat we gaan doen. Netcongestie leidt uiteindelijk tot grote problemen, maar we hebben het ook over groen gas, een warmtenet en de inzet van waterstof; de keuze is niet reuze op dit moment. Vaak wordt er gekozen voor elektrificatie en dan leidt dat tot netcongestie. De vraag is dus of we dat naar voren moeten trekken. Moeten we dat niet alleen bij het NPE leggen, maar in de afweging nu al kijken of we de miljarden die wij of de netbeheerders investeren, op een slimmere manier investeren? Het lijkt mij goed om die afweging naar voren te trekken en dat niet alleen in het NPE te laten landen. Dat was mijn vraag.
Staatssecretaris De Bat:
Terecht. Ik heb geprobeerd te schetsen wat we met dit NPE anders doen ten opzichte van 2023 en hoe we juist willen proberen die bredere mix vorm te geven. Daarin willen we de aspecten van kosten en ruimtelijke inpasbaarheid een veel grotere plek geven. Daar liggen echt heel veel studies onder. Volgens mij hebben we al toegezegd om daar een keer meer inzicht in te geven tijdens een technische briefing. Het lijkt me goed om dat te doen, zodat we u mee kunnen nemen in al de aannames en keuzes die er liggen. Misschien is dat niet precies voldoende en zouden we nog veel meer scenario's kunnen doorrekenen, maar op een gegeven moment zeg je ook: we gaan deze kant op en dit zijn de keuzes waarop dat gebaseerd is. Maar die keuzes of die onderliggende studies kunnen we zeker toelichten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat er nog een laatste interruptie is. Die is van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Toch nog even terugkomend op die energiebesparing. Ik ben namelijk blij om te horen dat de staatssecretaris dat toch belangrijk vindt ondanks dat het ontbreekt in alle Kamerbrieven, maar ik hoor eigenlijk alleen maar bestaande subsidies in het rijtje van dingen die we doen aan energiebesparing. We zitten toch in een crisissituatie met elkaar. Mag ik dus constateren dat de staatssecretaris niks extra's wil gaan doen op het gebied van energiebesparing, zoals bijvoorbeeld versterkte handhaving van de bestaande besparingsverplichtingen?
Staatssecretaris De Bat:
Voor zover ik weet, en dat weet ik vrij zeker, zit er in het pakket dat in de plenaire zaal besproken wordt echt een aanvulling. Daarin is er dus al een extra stap gezet. We werken ook aan een actualisatie van de energiebesparingsplicht. Daar wordt sowieso aan gewerkt. Volgens mij is eind vorig jaar een eerste brief gekomen over de voorgenomen aanpassingen, of bent u daar in ieder geval over geïnformeerd. Die aanpassingen worden binnenkort middels een internetconsultatie naar buiten gebracht. Er komen dus ook nog aanpassingen op de energiebesparingsplicht. In die zin komen er dus zeker veranderingen aan, maar het begint er gewoon mee dat we zo veel mogelijk mensen via communicatie en op allerlei andere manieren meenemen in wat ze zelf kunnen doen en hoe ze een bijdragen kunnen leveren aan het besparen, al dan niet ondersteund door bepaalde subsidies.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat we naar de volgende bewindspersoon gaan, wil ik even aankondigen dat er ruimte is voor een vijfde interruptie. Ik stel voor om die te gebruiken bij de minister van VRO, maar meneer Van den Berg had net ook nog een vraag. Wilt u die aan de staatssecretaris stellen of spaart u die nog even op?
De heer Van den Berg (JA21):
Die spaar ik nog even op.
De voorzitter:
Ja? Helemaal goed. Nogmaals dank aan de staatssecretaris. Dan gaan we snel door naar de minister. Aan u het woord.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb van de vragen twee mapjes gemaakt, het ene heet woningbouw en het andere ruimte en netcongestie. Ik begin met woningbouw.
De heer Van den Berg vraagt of het de facto niet gewoon een bouwstop is. Die zorgen heb ik natuurlijk net zo goed als u en al de mensen die op een woning zitten te wachten. Zoals de staatssecretaris net ook al aangaf, gaat het onderhandse werk door, dus de geplande woningbouw, maar gaat het nog wel iets betekenen. Wat het precies gaat betekenen, weten we nog niet precies. Dat zijn we met elkaar in kaart aan het brengen, zodat we dat veel preciezer te weten komen. Ondertussen — het heeft geen zin om alleen te wachten tot er van alles in kaart wordt gebracht — zijn we met alle partijen in gesprek over de manier waarop we woningen netneutraal kunnen aansluiten, zodat het bouwen van woningen gewoon doorgang kan vinden.
Dan de vraag van de heer Klos en mevrouw Van Oosterhout over de kosten van netbewust en netneutraal. We zetten in op het voorkomen van kostenverhogende regels. Tegelijkertijd zien we natuurlijk dat als we inzetten op landelijke regels voor netbewuste nieuwbouw, dat effect zou kunnen hebben op de kosten. Dit is het dilemma dat ik bijna elke dag in de woningbouw tegenkom. Het is een kip-eiverhaal. Het is nodig om in het ene te investeren om het andere voor elkaar te kunnen krijgen. Sommigen zullen zeggen "het is een kip" en anderen zullen zeggen dat het een ei is. Ik weet dus nog niet precies welke kosten hiermee gemoeid gaan zijn. Wij gaan dat onderzoeken. De eerste resultaten daarvan verwachten we al begin mei. Op basis van die inzichten gaan we kijken naar de normering en op basis van de normering gaan we kijken naar landelijke regels voor netbewuste nieuwbouw. Op basis daarvan hopen we in ieder geval voor de zomer een eerste inzicht te kunnen geven in wat dat zou betekenen.
Dan de vraag van mevrouw Müller over landelijke regels. Daar zei ik net al iets over. Ja, ik zet in op landelijke regels om de versnippering tegen te gaan. Ik ga samen met de staatssecretaris in gesprek met netbeheerders, marktpartijen en medeoverheden om deze regels vorm te geven. Ik wil namelijk wel inzetten op regels die vervolgens ook uitvoerbaar en werkbaar zijn en waarvan de marktpartijen zeggen: hier kunnen we iets mee. Aan zinloze regels heeft tenslotte niemand wat.
U vroeg ook of ik met zekerheid kan aangeven dat de marktpartijen gegarandeerd aangesloten kunnen worden. Dat kan ik op dit moment nog niet, omdat we uiteindelijk die keuzes moeten gaan maken op basis van de hoeveelheid beschikbare netwerkcapaciteit.
Tot slot was er in dit mapje nog een vraag van de heer Grinwis.
De voorzitter:
Voordat u daaraan toekomt, is er eerst nog een vraag van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel voor de beantwoording. Ik begrijp dat u nu nog niet tegen al die marktpartijen kan zeggen: als u met deze eisen gaat bouwen, dan heeft u sowieso een aansluitgarantie. Het gaat mij meer om het volgende. Zodra er de keuze gemaakt wordt dat er met de bouw van een heel project of een wijk kan worden gestart, dan moeten zij een garantie krijgen op een aansluiting als ze aan die landelijke eisen voldoen. Dat hoeft niet breed of landelijk toegezegd te worden, maar ik wil wel dat er veel eerder, dus al aan het begin van een project, duidelijkheid kan worden geboden aan deze marktpartijen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat ben ik natuurlijk helemaal met u eens. We kunnen mensen niet eerst aan het werk zetten en ze vervolgens toch met zo'n bouwstop te maken laten krijgen. Wat mij betreft hebben we straks een normering die realistisch en transparant is en die ons voldoende vooruitzicht biedt op de toekomst. Ik zorg er samen met de staatssecretaris voor dat we niet te idealistisch zijn op het punt van woningbouw als het net het niet aankan. We moeten zorgen voor duidelijkheid en transparantie. Als we "ja" zeggen, moet die "ja" ook een "ja" betekenen.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Kan de minister heel concreet aangeven wat er met de woningbouwlocaties gebeurt die nu in voorbereiding zijn, maar uiteindelijk toch niet aangesloten kunnen worden?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is wat ik net probeerde aan te geven in mijn antwoord. Ik heb ook pas vrij recent te horen gekregen wat er wél door kan gaan. Ik ben er ook heel erg blij mee dat het niet om een volledige bouwstop gaat en dat er nog heel veel wel gebouwd kan worden. Tegelijkertijd is er ook een plek waarop er niet wordt gebouwd. We gaan de komende periode in kaart brengen wat dit precies betekent en op basis daarvan kunnen we de Kamer informeren over de consequenties daarvan.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Van den Berg. Ik snap dat u daar misschien nog op door wil vragen, maar we gaan dit noteren als een toezegging. Ik probeer 'm straks concreet te maken. Misschien kunt u ons daar dan nog wat bij helpen, zeg ik richting de heer Van den Berg. Ja? Oké.
Dan wil ik de minister vragen om tot een afronding van haar beantwoording te komen, want volgens mij was ze bij haar laatste punt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Van dit mapje, ja.
Er was een vraag van de heer Grinwis. Hij vroeg of er voldoende inzet is op de rol van overheidsgebouwen. Ik ben net als de heer Grinwis van mening dat we als Rijk het goede voorbeeld moeten geven. Gelukkig doet het Rijksvastgoedbedrijf dat ook, door bij renovatie, verduurzaming en nieuwbouw heel nauwkeurig het goede voorbeeld te geven, door het energienet te ontlasten, door zelf energie op te wekken, door energie op te slaan en door hier slim op te sturen.
Als u het goedvindt, ga ik gelijk door met de vragen in het volgende mapje. De heer Jumelet en de heer Vermeer vroegen of ik in kan gaan op energieplanologie en of het principe van één elektriciteitsinfrastructuur in de Nota Ruimte een leidend principe kan zijn. Er is ook nog een vraag gesteld over de AMvB.
Die laatste vraag heeft de staatssecretaris in zijn pakket al beantwoord.
Dan de energieplanologie. Die is hartstikke belangrijk, want dat is het moment waarop we alles met elkaar afwegen en van tevoren, vroegtijdig, afstemmen op de energie-infrastructuur.
Dan de Nota Ruimte. Dat is een visiedocument, die zo ver als 2050, maar zelfs richting 2100 kijkt. Dat is een beetje ver vooruit als het gaat over deze problematiek. Idealiter hebben we hier op weg naar 2050 natuurlijk al een heleboel stappen in gezet, maar dit is wel een leidend principe in de Nota Ruimte. Ik denk dus dat ik de heer Grinwis, die hier volgens mij ook een vraag over stelde, hiermee gerust kan stellen.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank aan de minister. Voordat ik naar de leden kijk, zeg ik dat de staatssecretaris ook nog een tweetal antwoorden voor u heeft. Die wil ik dus ook graag nog even het woord geven. Dan kunnen we daarna met elkaar bekijken of het zo rond is.
Staatssecretaris De Bat:
Ik had beloofd om in de tweede termijn op deze twee vragen terug te komen, maar ik heb de antwoorden nu al. Ik kan ze dus maar beter nu al geven, denk ik.
De eerste vraag was die van mevrouw Müller over de validatie van de getallen. Die kunnen we u toesturen. Dat zullen we zo snel mogelijk doen. Daar zoeken we nog even een goede weg voor, maar die zijn er en die kunnen we ook gewoon met u delen, dus dan heeft u die.
De tweede gaat over de aantallen. Daarvoor geldt dat we die zullen koppelen aan de monitor van de woondeal, omdat we die gewoon nog niet helemaal scherp hebben. Het is dus niet zo dat we nu precieze aantallen kunnen noemen ten aanzien van de vraag: welk project wel en welk project niet? Die moet echt gekoppeld worden aan de monitor van de woondeal. Dan kunnen we die getallen pas leveren. Elk getal dat we nu noemen, kan zomaar morgen achterhaald zijn. U zult dus nog even geduld moeten hebben, maar die komen wel.
De voorzitter:
Kunt u ons even helpen? Dat waren de aantallen van …
Staatssecretaris De Bat:
De heer Klos wilde weten op hoeveel woningen het feit dat er nu op de pauzeknop wordt gedrukt voor Utrecht, betrekking heeft. Dat was uw vraag. Daar zouden we het liefst een concreet antwoord op willen geven, maar dat kunnen we nu gewoon nog niet doen. We kunnen alleen zeggen dat die 35.000 gelukkig wel doorgaan; dan gaat het over onderhanden werk. Dat is volgens mij de positieve kant van dit verhaal. Dat moeten we ook verwerken in de woondeal. Dat zal de minister vast en zeker doen. Dan komen we ook met de bredere uitwerking van die getallen. We kunnen die nu gewoon niet noemen.
De voorzitter:
Prima. Ik zie dat dit nog twee interrupties oplevert, allereerst van de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Wat is ongeveer de tijdlijn waar u het dan over heeft? Ik kan me voorstellen dat juist de regio Utrecht graag wil weten wat dit nou voor effect heeft. Je wil juist op hele korte termijn weten over welke aantallen het gaat, zodat je kunt voorkomen dat die geplande en nog niet geplande woningen hier slachtoffer van worden.
Staatssecretaris De Bat:
Wij zeggen samen toe dat die voor de zomer zal komen.
De voorzitter:
Dat is mooi. Tenminste … Ja. Ik zie dat dit tot tevredenheid leidt. We gaan snel door naar de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik wil nog even tegen de minister uitspreken dat ik snap wat ze zegt over de Nota Ruimte. Tegelijkertijd hoor ik vanuit gemeente- en provincieland dat men worstelt met dat leidend principe als het gaat om de elektriciteitsinfrastructuur. Er moet gekozen worden. De ruimte is schaars. Maar we constateren hier met elkaar — u noemde het zelf een kip-eidiscussie — dat het soms gaat om de vraag wat we waar doen. Als je niet aan de voorkant op de elektriciteits- of energievoorzieningen let … Je moet er alle oog voor hebben dat die zaken goed worden geborgd, ook naar de toekomst toe, al is het pas in 2100. Ik pleit er echt voor om hier nadrukkelijk aandacht voor te hebben en ruimte voor te bieden in de Nota Ruimte.
De voorzitter:
Minister, wilt u daar nog op reageren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat kan ik u toezeggen, want ik ben het helemaal met u eens. Het moet een sturend en leidend principe zijn dat we meenemen als we nadenken over de inrichting van het land.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan met elkaar over tot de tweede termijn van dit debat. Ik kijk even rond. Is de heer Van den Berg al zover?
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker. Allereerst wil ik een tweeminutendebat aanvragen. We hebben wat moties in voorbereiding om hier nog even wat tempo in te krijgen. Dank voor de beantwoording, maar wat ons betreft gebeurt er gewoon nog niet genoeg.
Nog even over die woningbouw. Er wordt gezegd dat er 35.000 woningen gebouwd kunnen worden en dat men voor de rest niet zo goed weet om hoeveel woningen het gaat en wat daar dan mee gebeurt. Ik vind het heel pijnlijk dat woningen niet gebouwd kunnen worden, maar ik voel wel aan dat dit gewoon de keiharde realiteit is. Ik zou het dan ook wel moedig van de minister en staatssecretaris vinden als ze dat ook gewoon zouden kunnen stellen, zo van: "Die woningen kunnen niet aangesloten worden, dus dan worden ze ook niet gebouwd. De gezinnen die naar een woning zoeken, hebben gewoon pech." Ik denk dat dit gewoon de realiteit is. Dat moeten we dan ook gewoon toegeven.
Dan nog het tweede punt. Daarna rond ik af. Wij zouden heel graag willen zien wat de mogelijkheden zijn van de SMR's, bijvoorbeeld in relatie tot industrieclusters. Denk aan het Noordzeekanaalgebied, Chemelot, Delfzijl of aan de Rotterdamse haven. Wat gebeurt er nou als je daar lokale opwek mogelijk maakt? Wat voor impact heeft dat dan op de uitbreiding van het netwerk? Die zou dan veel minder zwaar kunnen zijn. Dat betekent ook dat de elektriciteit die je dan niet hoeft te transporteren, veel eerder ingezet kan worden voor die woningbouw, die we allemaal zo graag willen. Ik denk dat dit een hele nuttige verkenning zou kunnen zijn, waar we met z'n allen heel veel aan zouden kunnen hebben. Dit is ook een beetje in lijn met wat de heer Jumelet zei: je moet gewoon integraal bekijken wat de voor- en nadelen zijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. De staatssecretaris begon met woorden die mij wel konden bekoren, namelijk: het kan wél. Die mentaliteit waardeer ik zeer in dit debat, maar we moeten dan nog wel heel veel gaan doen. Dat is ook wel gebleken uit dit debat. Die crisiswet moet er heel snel komen. De ingrediënten liggen er, maar ik denk echt dat alle capaciteit daar nu voor nodig is, van het kabinet, maar ook op ambtelijk niveau, omdat dit op dit moment het belangrijkste project van het kabinet is. De file op het net is de grootste belemmering voor de vooruitgang in Nederland. Een crisisaanpak en een crisiswet zijn dus nodig. Het is heel goed dat het Rijk bevoegd gezag gaat overnemen bij de belangrijkste nationale projecten. Ik zie zeer uit naar de brief voor de zomer over wanneer en hoe dat gaat gebeuren.
Ik heb alleen geen antwoord op mijn vraag gekregen over de groepscontracten voor woningen. De Netcode elektriciteit staat dat nu niet toe, wel voor grootverbruikers, maar nog niet voor kleinverbruikers. Ik vraag in dit debat om een toezegging van de minister dat er met de Autoriteit Consument & Markt, de ACM, wordt gepraat om dat toch mogelijk te maken, juist omdat je dan kan gaan bouwen.
Tot slot, voorzitter. Nederland kan dit. Laten we hier niet in zak en as gaan zitten. We kunnen dit als land. We kunnen ruimte maken. Ik wens de staatssecretaris alle voorspoed, moed en optimisme toe in die missie.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik sluit me graag aan bij deze laatste woorden van de heer Klos. Ik wil de bewindspersonen bedanken voor hun beantwoording. De staatssecretaris schetst eigenlijk een mooie drieslag van waar hij op heeft ingezet. Aan de ene kant zegt hij: "We versnellen de verzwaring van het net. We komen na de zomer heel erg snel richting de Kamer met in ieder geval een gedeelte van de crisiswet." Ik kijk daar ook heel erg naar uit. Ten tweede zegt hij: we zetten maximaal in op het stimuleren van het flexibele gebruik. Daar ben ik heel erg blij mee.
Ten derde noemt hij steeds dat er gewerkt is om te kijken naar de aannames die worden gebruikt in de rekenmodellen. Hier blijft toch een klein beetje mijn ongemak zitten. De staatssecretaris zegt mij toe dat hij ons de validatie van het rekenmodel kan toesturen. Ik geloof dat. Ik geloof dat het rekenmodel klopt, maar het gaat om de aannames, om de mate waarin die aannames conservatief zijn en wat die aannames precies zijn. Wij kunnen vanuit de Kamer moeilijk toetsen of die aannames wel of niet conservatief zijn. Het helpt ons als wij dat wel zouden kunnen doen, ook omdat het belangrijke gevolgen heeft. Als die aannames bijvoorbeeld superconservatief waren gebleven, was er misschien wel een aansluitstop geweest in de gehele FGU-regio. Doordat die minder conservatief zijn gemaakt — dat zegt u ook zelf — is dat beperkt gebleven. Ik zou dus toch willen kijken, helemaal in aanloop naar het weegmoment in oktober, hoe de Kamer beter inzicht zou kunnen krijgen in hoe conservatief deze aannames nou eigenlijk zijn.
Daar wilde ik het bij laten.
De voorzitter:
Helemaal goed, dank u wel. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Ik sluit me bij dezen ook bij mevrouw Müller aan op het punt van de aannames. Ik denk dat we vandaag met elkaar constateren dat de brief van gisteren ons toch wel heeft laten zien dat netcongestie echt lastig is, in het bijzonder in de FGU-regio. In vier van de vijf is er nog ruimte. In een daarvan, Groot-Utrecht, is het nu echt een heel groot probleem. Dat vinden we ontzettend jammer, en nog meer dan dat. Het is schrijnend — het werd ook door een aantal mensen hier genoemd — zeker als het gaat om de elementaire zaken waar je op wil inzetten wat betreft verduurzaming en woningbouw in de regio Utrecht. Het CDA betreurt dat ook zeer.
Maar ik zou ook willen kijken naar de kansen die het biedt. Je hebt namelijk met elkaar in een snelkookpan gezeten. Je hebt met al die partijen om tafel gezeten. Er zijn in mijn beleving ook elementen uit te halen die kunnen helpen voor de rest van Nederland. Ik zou er dus heel erg toe willen oproepen om al die opgedane en gemaakte afspraken in de rest van Nederland te gebruiken wat netcongestie betreft.
Het laatste punt, voorzitter. Communicatie. We hebben met elkaar geconstateerd dat je soms wordt verteld dat je tussen 16.00 uur en 21.00 uur of 22.00 uur je auto niet moet opladen. Nou hebben niet alle mensen een elektrische auto. Toch betreft het ook mensen die bij wijze van spreken nadenken over isoleren of manieren om toch gebruik te maken van elektrische apparaten. Ik kan me voorstellen — dat is niet zozeer een vraag, maar een oproep — dat je ook moet kijken hoe je nou eigenlijk communiceert over dit probleem. Hoe kun je de kansen benutten om er een antwoord op te geven? Ik zou dat dus nog willen meegeven als suggestie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Prima, dank u wel.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik wil nog even terugkomen op het flexibel gebruiken van stroom. Het gaat dan natuurlijk vaak over de piekuren, tussen 16.00 uur en 21.00 uur. Dan zou het stroomnet ontlast moeten worden. Het gaat nu over prikkels, dus het duurder maken van stroom in de piekuren en het goedkoper maken buiten die piekuren. Dat komt eigenlijk al neer op een verkapte verplichting voor mensen die gewoon naar werk gaan en die om een uur of zes, zeven thuiskomen en dan de was willen doen en willen koken met een elektrische kookplaat. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of dit kabinet kan garanderen dat het nooit zal gaan bepalen tussen welke tijdstippen mensen stroom gaan gebruiken, en in welke hoeveelheid zij dat doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Allereerst veel dank voor de beantwoording van alle vragen die zijn gesteld. Ik heb nog een paar vragen waar ik graag antwoord op zou willen.
Naast de verzwaring van het net en flexibiliteit is het heel goed om te horen dat de staatssecretaris ook wil inzetten op de uitrol van batterijen, maar op welke termijn wordt die extra gigawatt uitgerold en is er wellicht nog potentie voor meer?
In het overzicht van maatregelen tegen de energieschok dat het kabinet maandag naar de Kamer stuurde, las ik ook het voorstel om in batterijnoodvermogen op rijkslocaties te voorzien. Dat helpt natuurlijk ook bij netcongestie. Gaat de staatssecretaris hier concreet mee aan de slag?
Dan nog even over het prioriteringskader van de ACM. De Kamer heeft in december een motie van mij aangenomen die de regering verzoekt snel na de inwerkingtreding van het prioriteringskader een evaluatie uit te voeren en de resultaten hiervan in het najaar van 2026 met de Kamer te delen. Maar ik hoor nu van de staatssecretaris dat de ACM binnen twee jaar wil evalueren. Legt de staatssecretaris mijn motie dan naast zich neer?
Tot slot wil ik benadrukken dat we naast verzwaring en flexibiliteit ook altijd moeten blijven inzetten op energiebesparing. Ik zou de staatssecretaris op willen roepen om dat ook structureel mee te nemen in de aanpak van congestie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Kunnen we direct door naar de beantwoording of moet er een moment geschorst worden? Ik hoor dat we door kunnen. Dat is hartstikke mooi. Dan wil ik, denk ik, de staatssecretaris als eerste het woord geven. Aan u het woord.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter, dank. De heer Van den Berg vroeg naar de rol en positie van de SMR's. Daar heb ik, denk ik, wel op gereageerd, maar het lijkt me goed dat we daar nog eens over doorpraten, ook in het kader van de routekaart die we ontwikkelen om tot 7 gigawatt nucleair te komen. Al zou ik het heel graag willen: voor het huidige vraagstuk van netcongestie hebben die geen nut. Ze staan er niet binnen nu en twee, drie, vier, vijf jaar. Daar moeten we dus ook realistisch in zijn. In die routekaart gaan we met elkaar schetsen hoe snel we die wel kunnen gaan benutten. Het is gewoon een feit dat je het net ontlast als je vraag en aanbod dicht bij elkaar brengt. Dat is in ieder geval een hele positieve ontwikkeling.
De heer Klos vroeg of we nog voor de zomer kunnen melden hoe we dat met de projecten doen. Ja, dat gaan we doen. Voor de zomer willen we vertellen bij welke projecten we meer regie gaan nemen als Rijk. Maar ik blijf ook zeggen: er zijn genoeg projecten waar we juist een goed gesprek met de provincie moeten voeren, omdat zij het vaak net zo goed of beter kunnen, omdat ze er dichter op zitten. Die keuze gaan we dus wel iedere keer expliciet maken. Die zullen we u dan ook mededelen.
Mevrouw Müller vroeg naar de aannames. Het rapport dat door Arup is gemaakt, kunnen we toesturen. Daar zit alles al in. Maar ik kan me ook voorstellen dat dat een technisch rapport is. We kunnen dat wellicht nog een keer toelichten als we de netbeheerders uitnodigen voor een technische briefing. Het gaat in het rapport om de deskundigheid die al bij TenneT zit bij het maken van die aannames, maar het zijn uiteindelijk ook keuzes. Die keuzes hebben we gechallenged met een extern bureau. We kunnen heel lang discussiëren over wat de temperatuur is op 31 december 2031, maar dat weten we niet. Het gaat erom: wat durf je aan in je model om risico's te nemen? Daar moet je gewoon het gesprek met de deskundigen van TenneT over hebben, want die gaan daar uiteindelijk over. Zij gaan er ook alleen over; wij kunnen het niet afdwingen. We kunnen alleen iets meegeven.
De heer Russcher vroeg of we nooit gaan bepalen wanneer iemand stroom gebruikt: nee, dat bepalen mensen altijd zelf. Maar Nederlanders zijn wel gevoelig voor prijsprikkels; dat weten we ook. Dat kan wel weer helpen om de pieken uit het verbruik te halen. We kijken er dus op die manier naar. Dan de vraag naar batterijen en of het meer dan 1 gigawatt kan worden. Als het kan, doen we dat. Maar 1 gigawatt met elkaar … Het is ook maar een getal; het kan ook 900 megawatt of 1,1 gigawatt zijn. Het gaat erom dat we een richting hebben. We gaan heel veel batterijcapaciteit organiseren om het netcongestievraagstuk op te lossen. Hoe dat precies uitpakt, dat gaan we zien.
Dan is er denk ik nog één vraag voor mij. De vraag over het noodvermogen begreep ik niet helemaal, dus ik kijk of u die misschien nog kunt toelichten. De vraag over het prioriteringskader. Er zijn twee evaluaties. De ACM heeft haar eigen rol waarin zij daadwerkelijk gaat kijken hoe het prioriteringskader werkt. Dat is hun vaste werk. De motie roept op om dit najaar al een evaluatie te doen. We zullen dus een evaluatie doen, maar die zal nooit zo diepgaand kunnen zijn als die van de ACM, omdat die over de uiteindelijke verwerking en aanpassing kan gaan. Wij kunnen u wel vertellen wat de invoering teweeg heeft gebracht, wat er is gebeurd, dat soort algemeenheden. Dat zal geen brede, diepe, uitvoerige evaluatie zijn. Dat kan gewoon ook niet, omdat het nog maar net is ingevoerd. In die zin is de motie ook wel een beetje heel vroeg, maar als die aangenomen is, dan gaan wij daar met een reactie op komen. Zo werkt het.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat we verdergaan naar de minister, wil ik de leden even de gelegenheid geven om eventueel een korte vervolgvraag te stellen. Ik ga gewoon even het rijtje af; misschien is dat het makkelijkst. U mag uw vraag ook bewaren voor het einde, maar ik zag net al een paar vingers. Ik dacht: voordat we op hele andere onderwerpen uitkomen, eerst even richting de staatssecretaris. Iemand? De heer Klos wil alvast zijn vraag stellen.
De heer Klos (D66):
Ik had in de tweede termijn aan de staatssecretaris gevraagd of hij kon toezeggen om met de ACM in gesprek te gaan, omdat de Netcode elektriciteit het nu niet toestaat om voor woningen een groepscontract af te sluiten, terwijl dit wel mogelijk is voor grootgebruikers. Ik denk dat dit juist gaat helpen bij de woningbouw, omdat je dan niet meer alleen individuele aansluitingen hebt, maar binnen een groep energie kunt gaan delen. De toezegging waar ik om vroeg was iets concreter dan het antwoord dat volgens mij op een ander punt zag.
De voorzitter:
Kunt u daar meteen op reageren?
Staatssecretaris De Bat:
Ja, voorzitter. Wat ik ervan begrepen heb, is dat groepscontracten toch nog vrij ingewikkeld en technisch zijn, en dat je dat beter met een professionele partij erbij kunt doen omdat het voor individuele huishoudens en collectieven daarvan ingewikkeld is om een groepscontract te sluiten. Ik wil zeker nog een keer aan de ACM vragen hoe zij daarnaar kijken. Dat zal ik doen. Maar weet wel dat dit het uitgangspunt is.
De voorzitter:
Mooi. Hartstikke goed. Dan kijk ik verder. Ik stel voor dat we … O, kijk eens aan. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij vroeg de staatssecretaris nog om opheldering van de vraag. Die gaat over de brief die twee dagen geleden is gestuurd, over de energiecrisis en mogelijke oplossingen. Daar stond ook iets in over batterijnoodvermogen op rijkslocaties. Daar ging de vraag over.
Staatssecretaris De Bat:
Daar heb ik in de eerste termijn al op geantwoord dat we ondertussen zelfs als EZK al een batterij hebben geplaatst. Het gesprek wordt gevoerd met onder andere Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf om te kijken wat we daar kunnen met het plaatsen van vermogen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. De vraag van de heer Van den Berg. De absolute prioriteit nu is om in kaart te brengen wat dit precies betekent, zodat we heel nauwkeurig weten waar we het over hebben. Vervolgens gaan we alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat er wel gebouwd kan worden. Daarbij gaan we inzetten op zo veel mogelijk netneutraal aansluiten. Dat is onze inzet. Daarmee gaan we aan de slag. Parallel daaraan moeten we daar die gesprekken over voeren met elkaar. We moeten ook een goed beeld hebben van wat het precies betekent.
De voorzitter:
Was u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording in de tweede termijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja.
De voorzitter:
O, kijk eens aan. We hadden al met de heer Van den Berg afgesproken dat hij nog even kort kon reageren.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, saved the best for last, maar hij is voor de staatssecretaris! Dank voor de beantwoording van de minister. Ik hoor de minister zeggen dat de SMR nog een paar jaar duurt, maar ik wil hier toch even reflecteren op het feit dat in Noord-Holland-Noord netcongestie pas in — schrik niet — 2038 is opgelost. In Vijfhuizen in 2036. Dat is respectievelijk over tien en twaalf jaar vanaf nu. Als we nou eerder dan die tijd daar een SMR weten te realiseren, dan is in theorie die netcongestie ook eerder op te lossen. Dat is een feit. De vraag is alleen of de staatssecretaris dat ook gaat doen.
Staatssecretaris De Bat:
We gaan niet overtoepen wie er meer fan van SMR's is, maar dat ik daar ook in geloof, is helder. Dat we daarom ook met een routekaart komen voor hoe we ze kunnen uitrollen, is ook helder. Als ze kunnen helpen om de netcongestie ook in die gebieden te verzachten, dan gaan we ze vanzelfsprekend ook benutten. De routekaart moet eerst uitwijzen hoe snel we ze kunnen hebben. We hebben de AMR's, we zijn bezig met de allerkleinste, en we zijn over de SMR's in gesprek. Die gaan we allemaal een plek geven in die routekaart. We gaan daar zeker nog mooie dingen mee doen. Tegelijkertijd lossen we de netcongestie in die gebieden wellicht ook op allerlei andere manieren op. Ook daar blijven we naar zoeken.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we hier op 27 mei over verder praten. Dan is namelijk het commissiedebat Kernenergie. Het hoort inderdaad ook bij netcongestie. Dank aan het kabinet voor de beantwoording. Dat brengt mij bij de toezeggingen. Die zal ik even voorlezen; ze zijn voorbereid. We hebben een vijftal toezeggingen vanuit de staatssecretaris. O, dat zijn er inmiddels zes. Er is er één vanuit de minister. En er is zojuist een tweeminutendebat aangevraagd door de heer Van den Berg.
- De eerste toezegging is richting de heer Klos. Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over aanvullende maatregelen met betrekking tot de mogelijkheden voor de vliegende brigades. Dat is meervoud, begrijp ik.
- De tweede toezegging. Kort na de zomer ontvangt de Kamer de eerste regels met betrekking tot de 26 wetgevingsprogramma's. Die is richting mevrouw Müller.
- De derde toezegging, richting de heer Grinwis. De Kamer wordt geïnformeerd over de batterijaanpak.
Dan is nog de vraag welke termijn we daaraan mogen hangen. Kort na de zomer, hoor ik.
- De vierde toezegging. De Kamer ontvangt op korte termijn de validatie van het nieuwe rekenmodel. Die is richting mevrouw Müller.
- Voor de zomer wordt de Kamer via de woonmonitor geïnformeerd over de gevolgen van de pauzeknop voor de woningbouw in Utrecht, in concrete cijfers. Die is richting de heer Klos.
Dat waren de toezeggingen van de staatssecretaris. Klopt dat, of heeft iemand nog een toezegging gemist? Het klopt. Mooi. Dan hebben we één toezegging van de minister van VRO.
- Voor de zomer informeert de minister de Kamer over netbewuste nieuwbouw. Die is onder anderen richting de heer Van den Berg.
Ik kijk nog even rond. Ik zie allemaal instemmend geknik, dus dan wil ik richting een afronding van dit commissiedebat. Ik wil iedereen hartelijk bedanken voor zijn actieve bijdrage. Hiermee sluit ik deze vergadering. Bedankt voor uw aanwezigheid.