Douane
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Financiën heeft op 1 september 2026 overleg gevoerd met de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, over Douane.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Chris Jansen
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,
Weeber
Voorzitter: Chris Jansen
Griffier: Lips
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Al Biyati, Bushoff, Inge van Dijk, Chris Jansen, Van der Maas en Schoonis,
en de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën.
Aanvang 17.00 uur.
Douane
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 december 2024 inzake jaarplan Douane 2025 (31934, nr. 86);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 december 2024 inzake tweede stand-van-zakenbrief Douane 2024 (31934, nr. 87);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 2 juni 2025 inzake jaarrapportage Douane 2024 (31934, nr. 93);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 2 juni 2025 inzake Stand van de Uitvoering Douane 2025 (31934, nr. 94);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 24 juni 2025 inzake stand-van-zakenbrief Douane 2025 (31934, nr. 96);
- de brief van de minister van Financiën d.d. 2 september 2025 inzake periodieke rapportage Douane 2026 (31934, nr. 97);
- de brief van de minister van Financiën d.d. 6 oktober 2025 inzake rapportage van de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) over rechtsbescherming geschillen douaneheffingen (31066, nr. 1514);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 9 oktober 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over de hervorming douane-unie - algemene Raadsinzet onderhandelingen Europees Parlement (Kamerstuk 22112-4092) (22112, nr. 4185);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 28 november 2025 inzake bestuurlijke reactie op advies van het Adviescollege ICT-toetsing over het project Centralised Clearance Import & Export (CCI/CCE) (31934, nr. 101);
- de brief van de staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 18 december 2025 inzake tweede stand-van-zakenbrief Douane 2025 (31934, nr. 103);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 20 januari 2026 inzake jaarplan Douane 2026 (31934, nr. 106);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 27 maart 2026 inzake uitslag stemming EU-douaneautoriteit (31934, nr. 108);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 12 mei 2026 inzake rapport van de Auditdienst Rijk (ADR) over Wpg-audit Douane (31934, nr. 110);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 21 april 2026 inzake politiek akkoord nieuw Douanewetboek van de Unie (31934, nr. 109);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 28 mei 2026 inzake jaarrapportage Douane 2025 (31934, nr. 111);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 12 juni 2026 inzake nationale handelingskostenvergoeding (31934, nr. 113);
- de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 11 juni 2026 inzake stand van zaken bij de Douane (31934, nr. 112).
De voorzitter:
Goedemiddag, dames en heren. Welkom bij het commissiedebat Douane. We hebben drie uur de tijd voor deze vergadering. Aanwezig zijn in zijn totaliteit zes fracties. De indicatieve spreektijd is vier minuten. Mevrouw Van Dijk vroeg mij om iets coulanter te zijn. Ik ga daarop letten. Nogmaals, we hebben zes fracties. Ik wil het aantal interrupties voorlopig vaststellen op vier per fractie. Mochten we qua tijd verkeerd uitkomen, dan kunnen we de teugels altijd nog iets aanhalen of juist iets meer laten vieren. We moeten even zien wat handig is daarin.
We beginnen aan mijn linkerzijde met de heer Schoonis. Hij zal spreken namens D66.
De heer Schoonis (D66):
Dank je wel, voorzitter. Nederland is een handelsland. Elke dag komen miljoenen goederen ons land binnen. Nederlandse bedrijven exporteren en concurreren wereldwijd. De Rotterdamse haven en Schiphol vervullen ook een belangrijke rol in de doorvoer naar de rest van Europa. Onze sterke internationale positie biedt kansen voor burgers en bedrijven, maar er zijn ook risico's, op het gebied van criminaliteit, onveilige producten en oneerlijke concurrentie. Daarom hebben wij een sterke douane nodig.
Voordat ik verderga met mijn betoog, wil ik een woord van dank richten aan de Douane zelf. Dat zijn namelijk de mensen die voor een veilig Nederland staan. Ze werken vaak in de schaduw, maar hebben toch een zware taak op zich. Ze hebben heel veel taken die wij misschien soms niet zien. Daarvoor onze dank, ook vanuit dit huis, vanuit ons.
Voorzitter. Na dit kleine intermezzo gaan we verder naar de inhoud. We beginnen met de Europese samenwerking. Handelen is per definitie internationaal en het toezicht daarop ook. Dit is geen verlies van controle, maar juist meer grip: grip op informatie en grip op onze veiligheid. De EU heeft de afgelopen jaren stappen gezet op het gebied van Europese douanewetgeving en handhaving. Met de nieuwe Europese Douaneautoriteit wordt die samenwerking verder versterkt. D66 steunt die koers natuurlijk. Nederland heeft hier groot belang bij als een van de belangrijkste doorvoerlanden van de EU. Kan de staatssecretaris reflecteren op de vraag of de compensatie die Nederland als doorvoerland ontvangt, voldoende is om de operationele kosten nu en in de toekomst te dekken?
Voorzitter. Laten we naar e-commerce gaan. Het belang van een Europese douane-unie betreft niet alleen het uitwisselen van data; de unie moet ook gezamenlijk kunnen optreden tegen grote platforms. De Nederlandse douane verwierf in 2004 ongeveer 1,1 miljard e-commercepakketjes, producten die niet altijd voldoen aan de Europese standaarden die wij met elkaar hebben afgesproken. Bedrijven als Temu en SHEIN voegen geen waarde toe aan onze economie. Ze maken onveilige producten op een onethische manier. Dat gaat ten koste van Europese bedrijven, die zich wel aan de regels moeten houden. Dat legt een enorme druk op de Douane. Met de nieuwe invoerrechten op kleine pakketjes en de invoering van de Europese handling fee worden de eerste stappen gezet voor een gelijker speelveld. Kan de staatssecretaris toelichten of hij verwacht dat deze instrumenten voldoende zijn tegen oneerlijke concurrentie buiten de EU? Zijn er eventuele andere maatregelen denkbaar om Nederlandse ondernemers te beschermen?
Voorzitter. Deze oneerlijke concurrentie kan alleen worden aangepakt met een goed functionerende douane. Toch horen wij ook signalen dat de Douane meer capaciteit nodig heeft. Kan de staatssecretaris toelichten waar de grootste knelpunten bij het personeel en de ICT zitten? Wat is zijn plan om die aan te pakken?
Voorzitter, ik rond af. De Nederlandse douane is onmisbaar, nu en voor onze toekomstige economie, niet alleen voor Nederland maar ook voor de rest van Europa. Dat vereist een diepere Europese samenwerking.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dat geeft mij de kans om direct een omissie van mijn kant te herstellen. Ik vergat helemaal om de staatssecretaris welkom te heten, en de dames die naast hem zitten natuurlijk. Welkom in deze commissievergadering.
Dan gaan we naar de tweede spreker. Dat is de heer Van der Maas. De heer Van der Maas zal spreken namens de VVD.
De heer Van der Maas (VVD):
Hartelijk dank, voorzitter. De Douane vervult inderdaad een cruciale rol; dat vindt de VVD ook. De Douane beschermt onze buitengrens, bestrijdt drugscriminaliteit en zorgt voor eerlijke handel. De min of meer 6.500 douanebeambten zijn de poortwachters van Nederland en Europa. Die verdienen echt onze waardering. We scharen ons wat dat betreft helemaal achter D66. D66 zegt dat Nederland een handelsland is; daar zijn we het natuurlijk ook helemaal mee eens.
De VVD vindt echter dat bonafide ondernemers niet onnodig mogen worden belast door trage procedures en onvoorspelbare handhaving en niet mogen lijden onder de malafide ondernemers die een loopje willen nemen met de wet en de regels. Daarom hebben we de volgende vragen. De Douane heeft steeds meer taken gekregen, terwijl de goederenstroom blijft groeien. Dat leidt tot spanningen op de controlecapaciteit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is welk percentage van de capaciteit inmiddels wordt ingezet op risicogerichte controles en of hij bereid is om de inzet nog sterker te richten op de grootste risico's, zodat betrouwbare bedrijven minder vaak onnodig worden gecontroleerd en, zo ja, hoe hij dat voor zich ziet.
Dan de niet-Europese webwinkels die natuurlijk die goederen naar ons toesturen. Die lijken de heffing, de €3, op pakketjes te willen ontwijken door die te verzenden via de landen waar de EU preferentiële handelsafspraken mee heeft. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe dat wordt aangepakt, want het wordt een steeds groter probleem.
Dan ten aanzien van de drugscriminaliteit. In het programma Weerbare Haven Terminals is gebleken dat de uithalersproblematiek complexer is dan gedacht, ook vanwege de verplaatsing van de illegale activiteiten van de ene naar de ander haven. Mijn vraag is hoe het staat met de uitvoering van de aanbevelingen en hoe voldoende mankracht beschikbaar wordt gemaakt.
Handmatig behandelde dossiers blijven lang wachten. De vraag is welke concrete maatregelen de staatssecretaris neemt om de doorlooptijden te verkorten. Is hij bereid hierover periodiek prestatie-indicatoren met de Kamer te delen, zodat inzichtelijk wordt hoe snel de Douane aanvragen, controles en bezwaren afhandelt?
Dan als laatste onderwerp de administratieve omissies of beperkte hoeveelheidsoverschrijdingen die tot forse boetes kunnen leiden terwijl er eigenlijk geen sprake is van fraude of opzet en terwijl die fouten eigenlijk zonder consequenties zouden blijven als de ondernemers de Douane daarvan eerder op de hoogte hadden gesteld. Collega Wendy van Eijk-Nagel heeft anderhalf jaar geleden de regering gevraagd om dit soort situaties met coulance te benaderen. Het is goed om te zien dat er nu een regeling in het nieuwe handboek is opgenomen die dat regelt, maar de vraag blijft wel wat we doen met de reeds lopende gevallen en de nieuwe gevallen die tot aan de inwerkingtreding van dat handboek optreden. Ik vraag me af of er niet meer aan gedaan kan worden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van vooraankondigingen voordat er een controlerapport ligt of door te kijken in hoeverre er in de artikelen 124 tot en met 126 van het huidige DWU ruimte zit, en of dat we dat kunnen gebruiken om toch wat coulance te betrachten in die situaties. Ziet de staatssecretaris daar mogelijkheden toe?
Dat was mijn inbreng, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ook voor u zie ik geen interrupties. Dus dan gaan we naar mevrouw Van Dijk namens het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Ik hoop niet dat het een broodjeaapverhaal is wat ik nu ga vertellen; ik vind het gewoon een mooi verhaal over waar de Douane allemaal tegenaan loopt. In maart 2026 vond de Douane 261 broedeieren van vermoedelijk verschillende papegaaiensoorten in de handbagage van een Aziatisch stel. De eieren waren in papier gewikkeld en vervolgens per twintig stuks in T-shirts gerold. Er zat ook een apparaat bij om ze warm te houden. Tijdens het uitpakken hoorden de douaniers ineens gepiep en gekraak. Eén ei was al aan het uitkomen. Het kuikentje en de overige eieren zijn vervolgens naar een gespecialiseerde opvang gebracht. Papegaaien vallen onder CITES, dus voor handel en vervoer zijn officiële documenten nodig en die hadden de reizigers niet.
Voorzitter. We hebben het vandaag over de Douane, een organisatie met een enorm breed takenpakket. De woorden van dank die door mijn collega's zijn uitgesproken voor de inzet, zijn dan ook zeer terecht. In de praktijk blijkt dus dat de Douane ook gewoon moet opletten of er niet 261 papegaaieneieren in iemands T-shirt zitten.
Maar nu even serieus. Ik heb voor vandaag drie thema's. Allereerst de e-commerce. Jarenlang hebben we een systeem in stand gehouden waarbij miljoenen pakketjes met spotgoedkope producten — denk aan de SHEIN's van deze wereld — Europa binnenkwamen. Terwijl Nederlandse ondernemers belasting betalen, voldoen aan productveiligheidseisen en investeren in duurzaamheid en hun personeel, concurreren zij met goedkope producten waarvan de waarde simpelweg te laag wordt opgegeven of waarvan de aangifte simpelweg niet klopt. Dat is geen vrije markt; dat is oneerlijke concurrentie. De Europese Unie zet nu eindelijk stappen, maar goede wetgeving is waardeloos als de uitvoering erachteraan hobbelt. We hebben de btw-hervorming van 2021 nog vers in het geheugen: Europese regels waren rond, maar IT-systemen, uitvoeringsorganisaties en ondernemers moesten onderweg nog uitvinden hoe het werkte. Hoe garandeert de staatssecretaris dat Nederland niet opnieuw vastloopt doordat Brussel sneller wetgeving vaststelt dan de Douane en onze IT die kunnen uitvoeren?
Dan het bedrijfsleven. Nederlandse importeurs, vervoerders en webwinkels geven aan dat zij moeten investeren in systemen, terwijl belangrijke technische specificaties vanuit de Europese Commissie nog ontbreken. Hoe gaat de staatssecretaris ondernemers tijdig duidelijkheid geven? Komt er een structureel implementatieprogramma, zodat bedrijven niet opnieuw in onzekerheid hoeven te verkeren als ze investeren?
Een belangrijk aspect is ook de handhaving. De Douane krijgt terecht extra capaciteit, maar hoeveel grip hebben we nu werkelijk? Kan de staatssecretaris een eerste beeld geven van de ervaringen sinds 1 juli met de heffing van €3? Hoe verloopt de verwerking, waar zitten de knelpunten en ziet de Douane al effecten op naleving of op de enorme instroom van pakketjes? Kan de staatssecretaris ten slotte inzicht geven in de geschatte omvang van onderwaardering van e-commercegoederen, onjuiste of ontbrekende douaneaangifte, fraude en misbruik door platforms of verkopers en de jaarlijkse gemiste douane- en belastinginkomsten voor Nederland?
Dan heb ik een kort stukje over integriteit. We zien al jaren de risico's met ondermijnende criminaliteit bij de Douane, met stevige discussies, ook politiek, hierover rond 2020. Ook lijken de beleidsopties uit die tijd nog steeds in ontwikkeling, namelijk de mogelijkheden tot versterking van screening van medewerkers. Een paar vragen daarover. We horen al jaren dat screening versterkt gaat worden. Waarom duurt het zo lang voordat continue screening wordt ingevoerd? Daarnaast zien we dat de kwetsbaarheid is verschoven. Rond 2020 ging de discussie vooral over: kan een crimineel een douanier omkopen of infiltreren? Nu heb je daarnaast een veel bredere kwetsbaarheid, namelijk: wie heeft toegang tot data, systemen, selectieregels en bedrijfsinformatie, wie kan welke informatie inzien, wie kan een selectie beïnvloeden, wie kan een aangifte of controle manipuleren en hoe detecteer je dat? Hoe wordt hiermee omgegaan, ook in relatie tot bijvoorbeeld de screening?
Dan de IT-risico's. De ARK gaf in zijn verantwoordingsonderzoek over 2025 aan dat de Douane voor een groot deel afhankelijk is van de Belastingdienst voor het onderhoud en de vernieuwing van IT-systemen. Dit hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, maar is in de praktijk wel een probleem omdat de Douane onvoldoende zicht heeft op de risico's van en getroffen maatregelen ten aanzien van de gebruikte IT-systemen. De Douane is daardoor niet in controle over zijn eigen digitale weerbaarheid. In de brief vermeldt de staatssecretaris dat de Douane een tekort heeft van ruim 17.000 IT-dagen. Daarom hoor ik graag welke prioriteiten de staatssecretaris in 2027 verwacht te gaan stellen: e-commerce, handhaving, Europese data-uitwisseling, markttoezicht en noem maar op. Wat zijn de consequenties van die prioritering?
Tot slot wil ik graag aansluiten bij de vraag van mijn collega van de VVD over de hoeveelheid waarde-overschrijdingen, de motie-Van Eijk en de doorkijk naar de toekomst.
De voorzitter:
Dank u wel. U bent 30 seconden over de tijd heen gegaan. Nou kan ik zeggen "dat kost u één interruptie", maar ja, er worden niet zo heel veel interrupties gepleegd. Het is volgens mij dus een wassen neus als ik daarmee dreig. We gaan naar de heer Bushoff, die gaat spreken namens PRO.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij mijn collega's die woorden van dank uitspraken over het goede werk van de Douane en ook het belang van het werk dat zij doen. Ik heb een aantal punten die ik graag wil aanstippen.
Ik begin met het punt dat er veel stappen zijn gezet, ook op Europees niveau. Dat is alleen maar heel logisch en ook goed. Een van de dingen die tijdelijk zijn ingevoerd, is een heffing van €3 voor producten van buiten de EU van onder de €150. Dat is een tijdelijke heffing die op een later moment weer wordt afgeschaft. Dan zal de Europese douaneautoriteit de tarieven daarvoor gaan vaststellen. Er was ook nog sprake van een eventuele extra heffing daarbovenop voor dat soort producten die Nederland zelf zou invoeren. De voorstellen daarvoor lagen ook al klaar: een heffing van €2. Toen dat voorstel voorlag, werd al duidelijk gemaakt: we gaan dat alleen doen als Frankrijk en België dat ook doen, omdat we anders bang zijn voor een waterbedeffect, namelijk dat dit soort producten in België en Frankrijk worden ingevoerd en vervolgens via die routes in Nederland terechtkomen en dan is het dus niet effectief. Wat blijkt nou? Frankrijk heeft het wel gedaan, België heeft het niet gedaan en wij gaan het ook niet doen. Ik vroeg me eigenlijk een aantal zaken af. Is het niet wenselijk om samen met België op te trekken om dit wél te gaan doen? Dat is de eerste vraag.
Uitvoering van alle taken van de Douane moet natuurlijk ook bekostigd worden. De tweede vraag is: zou het in dat licht, zeker ook gelet op de discussies die we ongetwijfeld de komende week nog gaan voeren en het zoeken naar geld, niet logisch zijn om ook naar zo'n maatregel te kijken?
Voorzitter. Ik zeg dit ook in het licht van bijvoorbeeld de extra middelen die gevonden zijn voor het intensiveren van het markttoezicht als het gaat om e-commerce. Dat is iets wat ik heel goed vind; al die pakketjes van al die winkels en Chinese webshops — volgens mij zei een van mijn collega's hier al iets over — die vaak echt van bizar slechte kwaliteit zijn en soms ook gevaarlijk zijn. Regelmatig is daarbij sprake van onderwaardering of ze categoriseren het als een ander product om die heffingen maar te ontlopen. Ik vind het heel goed om in te zetten op de aanpak van dat soort praktijken, die uiteindelijk de middenstand in Nederland raken omdat het oneerlijke concurrentie is, en waarbij het soms gaat om onveilige producten of het de schatkist geld kost omdat er gefraudeerd wordt. Tegelijkertijd gaan daar tientallen miljoenen mee gepaard, dus ook in dat licht ben ik eigenlijk wel benieuwd of het niet zinvol zou zijn om die extra heffing alsnog in te voeren. Ik ben ook benieuwd of de staatssecretaris kan aangeven of de intensivering op het markttoezicht op het punt van e-commerce voldoende is om het doel te bereiken.
Voorzitter. Dan nog iets over sancties. We hebben gezien dat sinds het instellen van sancties in de richting van Rusland, dus het niet meer kunnen exporteren van een aantal goederen, het aandeel van de goederen die daaronder vallen in de export naar Rusland, sterk is gedaald. Tegelijkertijd zagen we dat het aandeel van die goederen naar zeven andere landen, waarvan verwacht wordt dat die wat makkelijker een oogje dichtknijpen ten aanzien van het sanctieregime, enorm is toegenomen. Dat is natuurlijk volstrekt onwenselijk. Ik ben dan ook benieuwd hoe het staat met een eerder aangenomen Kamermotie om er in ieder geval streng op toe te zien dat niet via een omweg alsnog gesanctioneerde goederen richting Rusland worden geëxporteerd.
Dan helemaal tot slot een praktisch punt dat wij te horen kregen van een aantal medewerkers van de Douane. We zijn benieuwd hoe dat zit en of de staatssecretaris daar verder op kan ingaan. Zij vertelden dat zij best wel veel werkzaamheden doen waarbij het heel zinvol zou zijn als zij bijvoorbeeld een ontheffing kunnen krijgen voor bepaalde verrichtingen op de weg. Die ontheffing hebben zij nu niet, terwijl zij wel bijvoorbeeld stoptekens zouden geven en verkeersacties uitvoeren, allemaal met als doel om ons land veilig te houden en om werkzaamheden zo goed mogelijk te doen. Maar ze zeggen eigenlijk: wij hebben die formele toestemming, zo'n ontheffing, niet; dat is best wel lastig. Ik hoorde dit en dacht: ja, dit klinkt eigenlijk helemaal niet zo heel gek. Misschien zitten er nadelen aan zo'n ontheffing. Speelt dat breder? Is dit signaal misschien bekend bij de staatssecretaris? Ik ben benieuwd of de staatssecretaris hier verder op in zou kunnen gaan.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ook u bent een halve minuut over de tijd heen gegaan. Maar goed, ik heb mevrouw Van Dijk er ook mee laten wegkomen, dus u mag er ook voor één keer mee wegkomen.
Als laatste komen we bij mevrouw Al Biyati. Zij is hedenmiddag geïnstalleerd als Tweede Kamerlid namens Forum voor Democratie. Welkom in deze schitterende commissie. Ook voor u geldt vier minuten spreektijd. We zien direct hoe coulant uw collega's zijn met de interrupties. Ga uw gang.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Na het lezen van de stukken dacht ik: mijn hemel, wat wordt de Nederlandse Douane toch aangedaan? Het is een dienst met heldere taken: de bescherming van onze financiële belangen, de samenleving en de concurrentiepositie. Het lijkt er echter op dat de Douane er steeds meer en bredere taken bij krijgt, voornamelijk vanuit de Europese Unie. Enkele voorbeelden zijn het Carbon Border Adjustment Mechanism, de Dwangarbeidverordening, de F-gassenverordening en de Ontbossingsverordening, die binnenkort ingaat.
Voorzitter. Dit zijn totaal verschillende terreinen. Het gaat van mensenrechten tot chemie tot klimaat. Tien verschillende opdrachtgevende departementen, maar slechts één uitvoeringsorganisatie: onze Douane. Brussel bepaalt, Nederland voert uit en Nederland betaalt. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: acht hij het wenselijk dat onze Douane de handhaver wordt van het klimaat-, natuur- en mensenrechtenbeleid van de Europese Unie? In de stukken staat dat de Douane nieuwe taken zal beoordelen met impact- en quickscans. Kan de staatssecretaris een overzicht delen van de uitvoeringstoetsen bij deze verordeningen en wat daarin over de uitvoerbaarheid is geoordeeld? Kan de Douane al deze taken überhaupt wel aan? Hoeveel uitbreiding is hiervoor nodig?
Voorzitter. Recent zijn er opnieuw Douanemedewerkers aangehouden voor computervredebreuk en schendingen van het ambtsgeheim. Deze mensen worden door criminelen doelbewust uitgezocht. Heeft de staatssecretaris een profiel van wie dit zijn, bijvoorbeeld hun leeftijd, afkomst, dienstjaren? Kan hij dit met de Kamer delen?
Dan de handelingskostenvergoeding. Nederland is akkoord gegaan met een Europese heffing van nog onbepaalde waarde. Hoe kan dat, vraag ik mij af. Ik vraag aan de staatssecretaris wanneer de Kamer over de hoogte van dit bedrag wordt geïnformeerd.
Ten slotte, voorzitter, het onderwerp dat mij het meest aan het hart gaat: de tabaksaccijnzen. Laten we even teruggaan naar het jaar 2018, toen een pakje sigaretten nog rond €7,80 kostte. Wat een mooie tijd was dat. Tegenwoordig kost een pakje sigaretten gemiddeld €11,50, waarvan zo'n 85% van de totale prijs belasting is. De roker, een gediscrimineerde bevolkingsgroep, zoals reeds voorspeld door de schrijver Willem Frederik Hermans, draagt de zware last van het spekken van de staatskas, maar de overheid overspeelde haar hand en hief te hoge accijnzen, waardoor rokers nu uitwijken naar het buitenland. Mede hierdoor daalde de opbrengst van tabaksaccijnzen van 3 miljard in 2024 naar 2,6 miljard in 2025. Uit het onderzoek Empty Pack Survey van de Douane zelf blijkt dat het aandeel sigaretten dat hier wordt gerookt zonder dat daar ooit Nederlandse accijns over is betaald, in één jaar tijd steeg van 25% naar ruim 45%. In de stukken wordt dit fenomeen heel dramatisch "accijnsfraude" genoemd, maar het grootste deel van die 45% betreft sigaretten die legaal gekocht worden, bijvoorbeeld in Luxemburg.
Voorzitter. Wat mij betreft is dit niet accijnsfraude, maar een logische, voorspelbare marktwerking, waarbij de consument kiest voor de goedkoopste optie. Ja, er bestaat een illegale markt, maar die had deze omvang nooit gehad als de overheid maat had gehouden. De Staat heeft ervoor gezorgd dat we voorbij het optimale punt op de levelcurve zijn geschoten: er worden hogere accijnzen gehanteerd, maar deze leveren niet méér op. Mijn vraag is daarom: ligt de oplossing in dit geval misschien niet in méér handhaving, maar juist in een verlaging van de accijns? Zou het niet beter zijn om de boel niet weg te zetten als "fraude", maar om eens te doen aan zelfreflectie? Gaat de bemoeizucht van de overheid misschien te ver?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. De voorzitter is overigens wat ouder: ik ken nog de prijs van een pakje sigaretten uit de guldentijd. Maar ik rook niet. Ik kijk naar de staatssecretaris: hoeveel tijd heeft u ongeveer nodig?
Staatssecretaris Eerenberg:
Een kwartiertje.
De voorzitter:
Een kwartier pauze. Dan gaan we om 17.35 uur verder met elkaar.
De voorzitter:
We gaan verder met de beantwoording door de staatssecretaris. Ik kijk naar de staatssecretaris: hoeveel mapjes heeft u? Zes en een introductie, hoor ik. Ik kijk naar de leden. Mijn voorstel is om richting de staatssecretaris maximaal vier interrupties te doen. Mocht er meer tijd zijn, dan kunnen we daar altijd nog wat meer coulance in betrachten. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Het is ontzettend fijn om met uw commissie over de Douane te kunnen spreken. We hebben het inderdaad relatief weinig over dat onderwerp, maar de Douane is een van onze uitvoeringsorganisaties — een verschrikkelijke term voor het mooie werk dat zij doen — en is buitengewoon belangrijk voor eigenlijk alles wat er in Nederland reilt en zeilt, of het nou gaat om de veiligheid aan de grens, de producten die wij gebruiken, eerlijke handel zodat onze bedrijven ook kunnen floreren en wat al niet meer. Het is echt een prachtige organisatie. Ik heb er het afgelopen halfjaar een paar keer kennis mee mogen maken als staatssecretaris. Dan zie je dat, zoals de Belastingdienst echt een blauwe familie is, de Douane echt een groene familie is. Mensen kiezen er heel bewust voor om daar te werken en doen dat met veel passie. Daarom heb ik speciaal voor dit debat mijn groene pak aangedaan om zo ook mijn lidmaatschap van die familie aan te tonen, ook al is dat een beetje overdrachtelijk.
Voorzitter. Ik ben nog steeds bij mijn algemene introductie. Ik begin maar even met het nieuws, want we hebben nu voor het eerst ervaring met de nieuwe regels voor de pakketjes in de de-minimisregeling. U vroeg er ook een aantal keren naar, maar het is gewoon mooi om in mijn introductie te zeggen dat het werkt. We zien het aantal kleine pakketjes, met name vanuit China, namelijk flink dalen. Hier komen verse cijfers van de pers. Terwijl ik u dit zeg, gaan we dit ook publiceren op douane.nl, zodat het ook voor de buitenwereld en bedrijven kenbaar is: een afname van 46%, een stijging van 20% van reguliere uitgaven en 134 miljoen douanerechten, waarvan een kwart ten goede komt aan de Nederlandse schatkist. De getallen zijn dus mooi, maar vooral het effect daarvan is mooi.
Ik heb al gerefereerd aan mijn kennismaking met de Douane en aan de trots die er bij de Douane is. Het is de oudste rijksdienst van Nederland, 429 jaar oud. Ik was bij de Dag van de Douane, waarop ook prachtige onderscheidingen worden uitgereikt aan douaniers die net dat stapje extra hebben gezet. Ik heb die verhalen gehoord. Ik kan niet elk verhaal in de openbaarheid met u delen, maar het is echt indrukwekkend hoe mensen, soms ook met heel veel spanning door wat het voor henzelf betekent, alles op alles zetten om ons land veilig te houden. Het werd overigens omlijst door het fantastische Douane Orkest. Volgens mij is dat een van de betere orkesten van de Rijksoverheid, maar het is altijd gevaarlijk om dat te zeggen.
Ik ben ook op Schiphol geweest. Daar vindt de pakketjescontrole plaats. Ik weet niet of u die unboxingvideo's kent; er zijn mensen die daar fan van zijn. Als u daar fan van bent, kan ik u allen adviseren om te solliciteren bij de Douane, want dan is dat je werk, maar je schrikt er ook van. Het is immers een eindeloze stroom dozen. Ik heb het zelf mogen doen. In die dozen zitten andere dozen. In die dozen zitten plastic zakken, in die plastic zakken zitten kleine pakketjes en in die kleine pakketjes kan van alles en nog wat zitten. Het kan kloppen met het etiket en het kan niet kloppen met het etiket. Er kan iets in zitten waarvan je denkt: is het wel veilig en moet het nog getest worden? Het is een eindeloze stroom. Daarom ben ik heel blij met de cijfers die ik u zojuist kon geven.
Wat heb ik nog meer meegemaakt? Ik ben met een drugshond het ruim van een vliegtuig ingegaan. Ook daar helpt de Douane ons land veilig te houden. We hebben niks aangetroffen. Dat ging dus allemaal hartstikke goed.
Tot besluit: ik ga niet alles uit de introductie helemaal met u delen, want u heeft ook hele goede vragen gesteld waar ik later op terug kan komen. Maar de geopolitieke ontwikkelingen — dat is me ook wel duidelijk geworden — worden in toenemende mate complex. Dat betekent dat we ook steeds meer vragen van de Douane om daar allemaal rekening mee te houden.
Wat betreft de weerbaarheid heb ik een heel mooi gesprek gevoerd met een aantal afdelingen waar situaties rondom weerbaarheid gespeeld hebben. Ook douaniers zelf zeggen: zorg nou voor een goede screening, want dat helpt ons ook om erop te steunen dat wij hier met elkaar het werk goed doen. Ik heb bij dat werkbezoek dus ook samen met de directeur-generaal van de Douane gezegd: ja, daar gaan we ook gewoon werk van maken. Ik kom straks in de beantwoording terug op de vraag waarom dat net ietsje ingewikkelder is dan je soms denkt, maar daar moeten we echt stappen op zetten, want we sluiten onze ogen niet voor de kwetsbare kant van het werken bij de Douane.
Voorzitter. Tot zover mijn introductie. Ik heb voor u een blok over het bedrijfsleven en de nieuwe Douanewet, een blok over e-commerce, een blok over IT en blokken over integriteit en ondermijning in elkaars verlengde. Dan heb ik nog de overige vragen. Ik wilde nu beginnen bij het nieuwe Douanewetboek en de effecten daarvan op het bedrijfsleven.
Ik begin bij een vraag van D66, van de heer Schoonis. Dank voor uw vragen. Hij vroeg: hebben we nou, met alles wat er in dat Douanewetboek aan zit te komen, eigenlijk voldoende voor wat er aan instrumenten aan de Douane is gegeven en de opgaven waar we voor staan? Ik denk dat het korte antwoord ja is. Het helpt natuurlijk gewoon dat we weer veel dingen Europees harmoniseren en dat er een goede mix van wortel- en stokmaatregelen in zitten. U hoorde net in mijn introductie dat die ook werken. De Europese handling fee, die per november ingaat, gaat ervoor zorgen dat we nog meer harmoniseren op het gebied van pakketjes en de pakketjesstroom.
Voorzitter. Terwijl ik dit tegen de heer Schoonis zeg, kan ik gelijk de vraag van onder andere, uit mijn hoofd, de heer Van der Maas beantwoorden. Als u die vraag niet gesteld heeft: excuses aan het commissielid dat ik door de war haal met de heer Van der Maas. Dat betekent ook dat Frankrijk, hangende dit besluit, haar eigen additionele heffing heeft ingetrokken.
Gaat het nieuwe Douanewetboek ook zorgen voor harmonisatie in IT-systemen, zodat er beter samengewerkt kan worden? Je ziet namelijk ook — dat is altijd zo bij handhavers — dat er ook door partijen gekeken gaat worden: kan ik het slimmer spelen als ik het ene in het ene land doe en het andere in het andere land doe? Daar zijn we echt beter tegen "gewapend" op het moment dat we dat handboek en dat wetboek hebben.
Hoe zien die stappen eruit? Eigenlijk alles wat u allen zegt over de volledige douane-unie, klopt. Sinds '68 hebben we de Europese douane-unie. Dat betekent dat het beleid in Europa wordt gemaakt, maar dat is ook niet iets wat ons overkomt, want we praten volop mee over dat beleid. Sterker nog, Nederland is een van de meer actieve landen in het meepraten over dat beleid. Dat is ook logisch, gezien Schiphol, gezien Rotterdam en gezien het land dat we zijn; we zijn natuurlijk een handelsland. Maar ja, we hebben nou eenmaal een Europese douane-unie. Daar worden de regels bepaald. Wij zorgen ervoor dat we die goed implementeren en goed handhaven.
Waar staan we dan nu? De verwachting is dat het nieuwe Douanewetboek op 19 september formeel gepubliceerd gaat worden. Dat betekent dat wij aan de slag gaan met vragen als: "Wat moeten we allemaal in uitvoerende regelgeving verwerken? Hoe ziet dat eruit?" Ik verwacht weinig weerstand van andere lidstaten, omdat er juist zo veel gepraat is en zo veel bekeken is wat werkt voor iedereen dat wij eigenlijk voor ons zien dat we daarna gewoon vrij snel naar de implementatie kunnen gaan.
Er was een andere vraag van de heer Schoonis, over extra stappen rondom onveilige producten op onlineplatforms. Daar gaat ook dat nieuwe Douanewetboek ons weer bij helpen, want dat introduceert een modern toezichtssysteem voor e-commerce. Dat betekent dat er een wortelmaatregel in zit om te stimuleren om in bulk te importeren. Dat is voor de Douane fijn, want als de Douane weet dat er een container binnenkomt met dezelfde producten, dan kun je daar een steekproef op doen en kun je die hele container van een oordeel voorzien. Dat is veel beter dan de pakketjes die ik zelf heb gezien, waarbij het een totale chaos is wat er allemaal in zit. Dat zit daar dus bijvoorbeeld in. Er zitten natuurlijk ook stokmaatregelen in, bijvoorbeeld dat het duurder wordt als je het langs de andere weg doet. De verwachting is dat je op deze manier eigenlijk een veel meer geordende importstroom krijgt, die je dus ook veel beter kunt controleren. Dat zit aan de kant van het Douanewetboek.
Aan onze kant gaat het ook over de vraag: hoe zorgen we dat de kennis bij de Douane up-to-date is als die bijvoorbeeld bij andere overheidsorganisaties zit, zoals de Voedsel- en Warenautoriteit? Hoe zorg je dus dat je daar beter op samenwerkt of een aantal van de controles of de kennis die ze daar hebben, al naar de Douane kunt halen? Wij gaan daar dus zeker beter in worden. Dat moet ook, want er komt veel meer via onlineplatforms waar je echt je vraagtekens bij kunt stellen.
Dan vroeg de heer Van der Maas naar het bedrijfsleven, dat wat mij betreft terecht aangeeft dat het soms lang wachten is. Dat is niet altijd zo, maar soms wel. Overigens mag ik, denk ik, nadat ik daar in Brussel over gesproken heb, oprecht zeggen dat de Douane een van de betere douanes in Europa is als het gaat over contact met het bedrijfsleven, open communiceren, dilemma's neerleggen en dergelijke. Maar wij onderkennen ook dat dossiers soms, niet altijd, te lang duren. Hier is de truc digitaliseren, het zo veel mogelijk digitaliseren van processen zodat bedrijven mee kunnen kijken en kunnen zien wat er speelt. Laat ik voor u één concreet voorbeeld noemen. Dat is de invoeraangifte. Die moest via e-mail gebeuren en dan moesten mensen bijlages toevoegen en facturen nasturen. Dan ging de Douane daar weer de oorspronkelijke aangifte bij zoeken. Dat duurde eindeloos. Daar hebben we nu gewoon een digitaal systeem voor. Daar kun je je gewoon in één keer aanmelden en dan wordt dat allemaal een stuk gestroomlijnder, sneller en beter. Los daarvan hebben we gewoon heel goed contact met het bedrijfsleven. Op het moment dat zij casuïstiek hebben, kijken we daar dus weer naar en verbeteren we dat.
De heer Van der Maas (VVD):
Zeer hartelijk dank voor deze toelichting. Ik ben het met u eens dat het contact met het bedrijfsleven goed is. Mijn vraag was specifiek of u inzicht kunt geven in de doorlooptijden en of u de periodieke prestatie-indicatoren met de Kamer kunt delen. Dat was mijn vraag.
Staatssecretaris Eerenberg:
Als het anders zit, kom ik er even in tweede termijn op terug, maar ik weet niet of wij bij alle processen alle doorlooptijden makkelijk inzichtelijk kunnen maken. Voor zover we dat kunnen, zeg ik u toe dat we u daar in de volgende stand-van-zakenbrief gewoon even een overzicht van geven. Dan expliciteren we ook even waar dat niet eenvoudig lukt. Dan kunnen we daar het nadere gesprek over hebben.
Dan de andere vraag van de heer Van der Maas, die ook werd gesteld door mevrouw Van Dijk. Die ging over de hoeveelheidsoverschrijdingen. Ik ken de verhalen, ook uit het bedrijfsleven, van mensen die te goeder trouw op enig moment te veel goederen hadden. Als de Douane daarachter komt, moet die ze beboeten. Zou de Douane dat niet doen, dan zou de Nederlandse staatskas dezelfde boete van Europa krijgen. In het nieuwe Douanewetboek — daar is het weer — hebben we dit sowieso opgelost. In nieuwe gevallen zullen we dat dus niet meer zien. Wat we doen om het in het hier en nu te voorkomen, is vooral communiceren, voorlichten en bedrijven daarop attent maken. Maar zodra de Douane het constateert, is er niet meer de handelingsruimte om te zeggen: laten we dit doen.
De heer Van der Maas (VVD):
Dank u voor uw antwoord. Het is natuurlijk jammer dat er niet een soort voortraject kan zijn waarbij je in eerste instantie een indicatie geeft en daarna pas een conclusie trekt, maar als dat niet kan, dan kan dat niet. Maar er liggen nog wel een aantal gevallen waarbij dat dus een probleem is. Ik heb gevraagd of er toevallig mogelijkheden zijn om een soort hardheidsclausule te introduceren voor de bedrijven die daar nu zo hard door geraakt worden.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ken een aantal casussen, maar die zijn ook onder de rechter, dus dan past het mij om daar hier tegen u niks over te zeggen. In zijn algemeenheid heeft de Douane op het moment dat een bedrijf in deze situatie terechtkomt, geen instrumentarium meer. Zou de Douane dat wel doen, dan zouden we gewoon keihard de rekening via Europa terugkrijgen. De casuïstiek waar u mogelijkerwijs aan refereert, moet nu maar even door de rechter beslecht worden. Met "u" bedoelde ik de heer Van der Maas, voorzitter.
Dan ga ik naar een vraag van het CDA. Dat was ook een terechte vraag. Die ging erover dat er veel uit Europa komt, ook als het gaat om IT. Dat betekent dat zowel de Douane als bedrijven hun IT moeten aanpassen. Hoe zorgen we dat we dat op een ordentelijke manier doen en dat mensen dat mee kunnen maken? Ons allerbelangrijkste instrumentarium hier is invloed uitoefenen en zorgen dat de uitvoering een belangrijkere rol krijgt in de gesprekken in Europa. Ik ben zelf bij de verantwoordelijke Eurocommissaris geweest. Toen heb ik dit ook gezegd. We moeten ervoor zorgen dat we op het moment dat we wetgeving maken, echt nadenken over hoe iedereen het mee gaat maken. Dat is één. Als het besluit dan is genomen, is het aan ons om ervoor te zorgen dat daar heel goed over gecommuniceerd wordt, dat er impactscans komen en dat dat bij het reguliere bedrijfslevenoverleg, het ODB, geagendeerd wordt, van: er komt weer een IT-wijziging aan; weet wat u moet doen. Dat is dus wat we dan kunnen doen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik ben het er natuurlijk heel erg mee eens dat je moet proberen zo veel mogelijk aan de voorkant te komen en moet proberen invloed uit te oefenen. Maar aangeven "we hebben behoefte aan dat gesprek aan de voorkant en rekening houden met elkaar", wat heel veel landen moeten gaan doen: heeft dat ook effect? Gebeurt er dan ook daadwerkelijk iets? Of zeggen ze "fijn u gesproken hebben" en "succes; hier heeft u ons implementatiewerkboek"?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb begrip ervaren voor dit standpunt. In welke mate dat uiteindelijk gecodificeerd wordt, dat zullen we zien. Maar het is ook echt een reëel standpunt, niet alleen vanuit ons perspectief en vanuit het bedrijfsleven maar voor de hele Europese Unie, omdat dit ook onderdeel is van concurrerend kunnen zijn. De Europese Commissie schiet er, ook in termen van concurrentiekracht, uiteindelijk dus niks mee op als we een prachtig Douanewetboek of prachtige regelgeving hebben en het niet van de grond komt. Ik heb dus het idee dat de boodschap aankwam. Laten we in een later stadium samen beoordelen of we voldoende effectief zijn geweest. Aan ons gaat het in ieder geval niet liggen als het gaat over communicatie en meenemen. De telefoonnummers zijn ook bekend bij bedrijven. De Douane denkt altijd mee op het moment dat het ingewikkeld wordt. Dat was wat mij betreft het nieuwe Douanewetboek en de bedrijven.
Voorzitter. Dan wil ik het uitstapje maken naar de e-commerce. Daar heb ik stiekem al veel over gezegd.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, u heeft toch nog een vraag over het vorige onderwerp?
De heer Bushoff (PRO):
Ja, tenminste, ik denk dat het hier inderdaad bij hoort. De staatssecretaris noemde al eventjes dat Frankrijk heeft afgezien van zijn additionele heffing. Daarmee ligt het niet voor de hand dat Nederland die wel zou gaan invoeren, aangezien wij dat alleen zouden doen als Frankrijk en België dat allebei ook zouden doen. Toch vraag ik me af of het niet wenselijk is om het wel te doen en met die landen daar samen in op te trekken. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris daar nog op kan komen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Zeker. Er komt in november gewoon een Europees bedrag. De onderhandelingen over het bedrag lopen nu. Ik kan u dus meteen toezeggen: zodra we weten wat het bedrag wordt zal ik uw Kamer daarover even met een briefje informeren. Ik zal u niet laten wachten tot de stand-van-zakenbrief. Het wordt dus een relatief kort briefje met "het bedrag is, dubbelepunt". Maar dit gaat gewoon vanaf november vliegen; daar ben ik van overtuigd.
De voorzitter:
Dan zie ik … Wilt u een vervolgvraag stellen, meneer Bushoff? Gaat uw gang.
De heer Bushoff (PRO):
Helder. Dan is de inzet in ieder geval, lijkt me, dat dat bedrag een bedrag is dat wij met z'n allen een redelijk bedrag kunnen vinden en dat niet heel laag ligt. Dan is het niet nodig om eventuele additionele heffingen toe te passen. Daarnaast is dat dan waarschijnlijk ook niet meer mogelijk is als we dat inderdaad in Europa zo hebben afgesproken.
Staatssecretaris Eerenberg:
De onderhandelingen lopen, maar de heer Bushoff heeft vrij accuraat de Nederlandse inzet samengevat.
De voorzitter:
We gaan naar mevrouw Al Biyati die namens Forum ook een vraag heeft.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ik hoor de staatssecretaris net zeggen: we praten volop mee met het EU-beleid. Toen stopte het daar, en ik ben toch wel benieuwd waar dat uit blijkt, hoe dat eruitziet, en wat misschien ook nadelen voor Nederland kunnen zijn.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank en overigens ook vanuit mij — een beetje gek om te zeggen — zeer welkom; leuk om in deze commissie ook het gesprek met u te kunnen hebben. Feit is dat we gewoon een Europese douane-unie zijn. Dat betekent dus dat de regelgeving op Europees niveau gemaakt wordt, en dat het aan ons is om die uit te voeren en te implementeren. Dan is echter de vraag: hoe kom je tot die Europese regelgeving? Nederland is van oudsher … Ik refereerde er in mijn introductie aan dat we vandaag met elkaar de oudste rijksdienst van Nederland bespreken. Die is van oudsher gewoon heel erg goed in "hoe heb je een goed functionerende douane, en een douane die heel erg rekening houdt met de belangen van het bedrijfsleven?". En omdat wij die positie hebben, die naam hebben, zijn wij gewoon een invloedrijke douane binnen Europa. Op het moment dat er beleid wordt gemaakt, wordt er met verschillende douanes in Europa gesproken. Dat gebeurt op verschillende niveaus; soms is dat ambtelijk, soms is dat bestuurlijk. Als ik zo vrij mag zijn: ik vind dat wij als Nederlandse Douane een trackrecord hebben dat wij het beleid gewoon goed weten te beïnvloeden, al was het maar omdat wij — kijk naar de haven van Rotterdam — gewoon de Europese haven hebben. Het is dus ook in het belang van Europa dat het beleid aansluit bij wat de Nederlandse Douane kan waarmaken.
Voorzitter. Ik ga naar e-commerce. De heer Van der Maas vraagt over het ontwijken van de €3-heffing. Via die preferetiënt… die preferentiële handelsafspraken … Voorzitter, u kunt zich voorstellen dat ik de afgelopen dagen niet heel veel slaap heb gehad, dus woorden met iets meer lettergrepen vragen soms iets meer. Het is niet zo dat je de €3-heffing kunt omzeilen. Tenminste, je kunt je niet beroepen op de preferentiële handelsafspraken. De vraag is: wat is het land van herkomst? Ook als het land van herkomst China is en je het doet via een land waar deze afspraken mee zijn, geldt dus gewoon de heffing. Punt. Dat is misschien het kortste antwoord dat ik kan geven.
De heer Van der Maas (VVD):
Dat weet ik. Ik weet dat het land van herkomst de bepalende factor is voor het uitvoeren van de regels, maar als zoiets komt via een land waar we een afspraak mee hebben, dan moet dat dus gecontroleerd worden bij binnenkomst in Nederland. Dat kunnen zomaar duizenden of honderdduizenden producten zijn. Hoe gaan we dat doen? Want dat zijn wel weer iedere keer die pakketjes waar u het over heeft, die "doos-zak-doos-doos-zak" zijn. Hoe gaan we dat dan aanpakken?
De voorzitter:
Hoe gaan we dat doen, staatssecretaris?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat valt dan onder het reguliere toezicht van de Douane. Dat is altijd risicogestuurd, dus de Douane weet altijd verrassend goed op welke dozen ze dan net een beetje extra moeten letten en die net wat eerder opengaan. De Douane houdt ook echt wel in de smiezen of er dan een constructie is zoals de heer Van der Maas aan de orde stelt en of ze daar dan wat mee moet. Dan is het reguliere toezicht dus gewoon van toepassing. Op het moment dat iets niet in de haak is, gaat de Douane ook handelen, want zo kennen we de Douane ook.
Voorzitter. Dat brengt mij bij de vraag van mevrouw Van Dijk over de handhaving. Allereerst, dat de volumes nu minder worden, zoals ik in een interruptie zei, helpt natuurlijk altijd enorm. En ja, het beeld dat wij hebben is dat als straks, met de Europese nieuwe regelgeving, meer in bulk geïmporteerd wordt, de handhaving ook makkelijker wordt, want dan kun je ook met minder mensen beter handhaven. Op dit moment zie ik niet dat de handhaving spaak loopt. Het is bij de Douane altijd risicogestuurd. We kunnen niet elk pakketje individueel openmaken, maar dat risicogestuurde zit wel — dat heb ik zelf mogen zien — waanzinnig slim in elkaar, waardoor er eigenlijk best goed raak geschoten wordt.
Het CDA vroeg ook naar de geschatte omvang van onderwaardering, onjuiste en ontbrekende douaneaangiften, fraude en wat al dies niet meer zij. Aan de kant van markttoezicht en kwaliteit weten we — dat vind ik echt schokkend — dat 60% van de aangeboden producten die van buiten Europa Europa binnengaan, niet aan de Europese kwaliteitseisen voldoet. Dat is echt een krankzinnig hoog aantal als je bedenkt dat dat producten zijn die wij allemaal ook in ons dagelijks leven kunnen gebruiken. Onderwaardering — dat onderkennen we — is een bekend Europeesbreed fenomeen. Daar zitten we ook echt bovenop, ook in het kader van het risicogestuurde toezicht. Dat is ook een van de prioriteiten van de Douane, maar ik heb geen actueel overzicht van hoeveel procent van de binnenkomst nou ondergewaardeerd is. Wij vonden het zelf ook een interessante vraag, dus in de volgende stand-van-zakenbrief gaan we even kijken of we daar een beeld van kunnen schetsen.
De voorzitter:
Dan zie ik een interruptie van de heer Schoonis.
De heer Schoonis (D66):
Ik sla inderdaad even aan op die 60%, want daarvan val je toch bijna van je stoel af? Dat we daarmee doorgaan! Mijn vraag is dus eigenlijk — dat is gewoon een open vraag — of de Douane ook kan straffen. Als je onder meer ziet dat Temu of Shein eigenlijk altijd niet aan de kwaliteit voldoet en dus eigenlijk oneerlijke concurrentie pleegt op de Europese markt, kunnen we dan niet zeggen: we gaan even stoppen met die platformen?
Staatssecretaris Eerenberg:
De Douane heeft een heel arsenaal aan handhavingsinstrumentarium. Dat gaat natuurlijk altijd eerst langs de lijn van boetes et cetera. Het vervelende van de platforms is dat je ook niet altijd weet wie de uiteindelijke producent is. Dat betekent dat het platform ook niet altijd geheel verantwoordelijk gesteld kan worden voor wat er binnenkomt. Dus dit is de, in goed Nederlands, "squeeze" waar we dan in zitten met elkaar, maar de Douane kan gewoon beboeten. Dat is niet leuk. Dat kan er soms ook stevig aan toegaan.
De voorzitter:
Toch een vervolgvraag van de heer Schoonis.
De heer Schoonis (D66):
Het zijn toch de usual suspects, zullen we maar zeggen. Ik maak me toch echt zorgen, meer vanuit de oneerlijke concurrentiepositie van onze eigen ondernemers. Kunnen we die platformen niet toch wat meer verantwoordelijk gaan houden daarvoor? Ik snap best wel dat je dat niet voor duizenden Chinese producenten ineens kan doen, maar je kan wel een platform gewoon verantwoordelijk houden, net zoals je dat misschien bij voetbalstadions doet.
Staatssecretaris Eerenberg:
Omdat we één Europa zijn, is het uiteindelijk de Commissie die beboet. Volgens mij is breed in de media aan de orde geweest dat Temu een flinke boete heeft gekregen. Dat is, denk ik, ook voor Temu flink schrikken. Dat is dus het instrumentarium. Uitsluiten van handel bestaat niet in het instrumentarium.
Voorzitter. Ik ga naar een vraag van de heer Bushoff van PRO. O, die heb ik al behandeld dankzij een interruptie.
Dan een andere vraag van PRO, namelijk of de intensivering op markttoezicht voldoende is om de taken waar te maken, uiteraard binnen de grenzen van risicogestuurd toezicht. Het antwoord daarop is: ja.
Dan een vraag van Forum voor Democratie over de hoogte van de EU-handling fee. Die heb ik eigenlijk al in het interruptiedebatje beantwoord. Dat weten we in november. De Nederlandse inzet is goed.
Voorzitter. Dan ga ik naar de vragen over IT.
De voorzitter:
Uw antwoord is niet voldoende voor mevrouw Al Biyati.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Mijn vraag was tweeledig. Het onderdeel van de vraag dat niet is beantwoord, is hoe het kan dat Nederland akkoord gaat met een handling fee die nog onbepaald is in waarde.
Staatssecretaris Eerenberg:
Het is in die zin een tweetrapsraket. Als Europees land, in dit geval als Nederland, ga je akkoord met het mechanisme. Ik zou echt zeer voor dat mechanisme zijn, want dat zorgt ervoor dat je op één wijze in Europa werkt en dat er geen geitenpaadjes ontstaan voor buitenlandse bedrijven die daarmee gewoon de concurrentiekracht van Europa bedreigen. Dat zijn heel vaak gewoon mooie Nederlandse bedrijven. Je bent ermee akkoord dat je het zo gaat doen. Dan komt daarna de onderhandeling over het bedrag dat daarbij hoort. Dat is hoe het gaat. En we zitten natuurlijk zelf bij de onderhandelingen.
Voorzitter. Dan de vragen over IT. Het CDA vroeg naar het tekort van 17.000 IT-dagen. Dat wilden we in onze brief gewoon heel transparant maken. In mijn rol hou ik ervan om u te vertellen dat het soms kiezen in schaarste is. Soms kunnen dingen niet. Dat betekent dat er ongeveer 40% meer vraag dan aanbod is. Daar komt het op neer. Je moet dus prioriteren; daar vroeg het CDA al naar. Evident is dat in de prioritering het nieuwe Douanewetboek, het nieuwe handboek, met stipt op één staat. Daar moeten we mee aan de slag. Wat daarachter wegkomt, is de douanedatahub. Dat is een Europees project om makkelijker gegevens uit te kunnen wisselen. Dat gaat natuurlijk helpen bij het effectief opereren als Douane. Daarna komt het regeerakkoord. Het regeerakkoord komt dus op plek drie in de prioriteitenlijst. Dan volgt er een hele lange lijst met allerlei wensen. Die zullen uiteindelijk wel een keer opgepakt worden, maar die zijn natuurlijk rijp, groen, groot en klein door elkaar. Het is ontzettend belangrijk dat het Europese systeem maar gewoon gaat werken. Anders krijgen wij wat wij met elkaar willen bereiken, niet voor elkaar.
Dan een eigenlijk vergelijkbare vraag van de heer Schoonis van D66: hoe zit het met knelpunten bij personeel en ICT? Wat betreft ICT heb ik er net al iets over gezegd. Waar zijn nu de grootste vacatures bij de Douane? Bij de aanpak van e-commerce, omdat daar gewoon veel voor moet gebeuren en ook omdat er een nieuwe aanpak is. Op basis van hoe de werving tot nu toe gaat, verwachten wij geen knelpunt bij de invulling van die vacatureruimte. De Douane heeft ook te maken met de taakstelling die op alle overheidsinstanties ligt. Dat betekent dat de Douane ook aan de slag gaat met efficiënter werken. We zijn bezig met een plan. Hoe gaan we dat doen? Het zou natuurlijk wel kunnen dat dat plan ervoor gaat zorgen dat je anders naar de prioritering gaat kijken. Wij spannen het paard achter de wagen op het moment dat wij als gevolg van het invullen van de taakstelling niet gewoon ons werk kunnen doen. We moeten er dus snel voor zorgen dat we efficiënter kunnen werken voor de belangrijke waarden waarvoor de Douane staat.
Dat was het wat IT betreft, voorzitter.
Voorzitter. Dan ga ik naar integriteit en screening. Ik begin met de periodieke screening. Ik ben het hartstikke eens met wat mevrouw Van Dijk zei, ook op basis van een mooi en kwetsbaar gesprek met een aantal collega's van de Douane. Wij gaan er stappen op zetten. We hebben echt de energie om dat aan te pakken. Ik zei in mijn introductie al dat ik u bij het antwoord op deze vraag zou zeggen waarom het toch even iets langer duurt en zorgvuldig moet. Er is namelijk geen grondslag voor in de cao Rijk. Dat betekent dus dat we ook echt met de vakbonden in gesprek moeten over hoe we dit gaan vormgeven en hoe we ervoor zorgen dat het helpt in wat je wil bereiken en dat het niet bedreigend is voor mensen. Dat is namelijk absoluut de bedoeling niet. Omdat het in de cao Rijk zit, is onder anderen de minister van BZK er ook bij betrokken. Ook met de collega's van het kabinet spreek ik hier dus over. Wat ons betreft gaat de Douane er ook op koplopen. Het is een vraagstuk dat op meer plekken bij de Rijksoverheid speelt. Laten we met de Douane dan maar eens laten zien hoe je het goed kan inrichten, zodat het helpt. Zo hoeft het ook geen bedreiging te zijn, zeg ik tussen aanhalingstekens, voor mensen die zeggen: zit je dan de hele tijd over mijn schouder mee te kijken? Nee, we vertrouwen je. Maar daar hoort ook een goede screening bij. Bij de douaniers die op de luchthavens werken, dus bij de burgerluchtvaart, is het al wel van toepassing, omdat de risico's daar nog net iets groter zijn.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik begrijp dat het allemaal niet zo makkelijk is en dat je met de cao et cetera te maken hebt. Maar de discussie speelt natuurlijk al best wel lang. Als je terugkijkt, zie je dat die discussies al in 2020 zijn begonnen. Ik vraag me dus af wanneer we hierop voortgang kunnen verwachten, in plaats van dat we over zes jaar weer terugkijken en denken: er zijn weer zes jaar voorbij en het is er nog steeds niet.
Staatssecretaris Eerenberg:
Kijk, de periodieke screenings gaan gewoon goed. Dat is onderdeel van het werk. De vraag is hoe je doorstapt naar de continue screening. Dan moet je met de vakbonden om tafel, omdat er geen grondslag is. Dat proces doorloopt zijn eigen tijdlijn en gaat samen met het ministerie van BZK. We hebben gezegd: laten we daarop met de Douane proberen te koplopen. Zes jaar lijkt me dus … Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken, zeg ik tegen de gehele commissie. Laat ik u er gewoon in de volgende stand-van-zakenbrief een update over geven. Dan blijven we dat dossier gewoon met elkaar volgen.
Dan een vergelijkbare vraag van het CDA, over autorisaties en toegang. Hoe zit dat in elkaar? Dat is eigenlijk best goed geregeld. Het wordt namelijk echt maatwerk per douanier: in welke systemen mag die wel en in welke systemen mag die niet? Je krijgt niet meer autorisaties verleend dan strikt noodzakelijk. Dat is één kant van het verhaal. Een andere kant van het verhaal gaat over een goed werkgever zijn. Je moet douaniers dus uitleggen welke risico's er zijn op het moment dat je in systemen zit en bij informatie kan en hoe je die informatie dan wel of niet — liever niet! — deelt. Dus: gebruik het zo beperkt mogelijk. We werken ook aan goede logging. Zo kan je zien wat mensen wel of niet in systemen hebben gedaan. Ik noem ook het invoeren van het vierogenprincipe bij kwetsbare processen, dus dat er altijd een collega meekijkt. De Douane zet dus echt stappen om er heel strak op te zijn. Het is namelijk hele kwetsbare informatie. Dan moet je gewoon niet naïef zijn.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Het is niet zozeer bedoeld als aanval, maar meer uit interesse. De IT-ontwikkelingen gaan natuurlijk echt razendsnel. Wat je gisteren niet bedacht kon hebben, is er bij wijze van spreken morgen al. Het lijkt me best een uitdaging om te proberen om daarbij in het kader van veiligheid in ieder geval bij te blijven. Kunt u ons daar iets meer in meenemen, staatssecretaris?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zou zeggen dat "alertheid" dan het allerbelangrijkste woord is. Het gaat erom je er bewust van te zijn — en dat is de Douane absoluut — dat dit zo is, dat ontwikkelingen snel gaan en dat het steeds meer datagedreven is. Dat hele risicogestuurde wat er bij de Douane heel erg in zit, is altijd gebaseerd op wat we weten, en dat is data. Ik denk dat dat de kern is. Op het moment dat je beseft dat het zo is, kun je ook al je processen erop inrichten dat je de systemen moet aanpassen en dat je de logging op orde moet hebben. Hier en daar is dat ook echt nog wel een been bijtrekken. Het is niet voor de volle honderd procent op dit niveau. Maar de Douane is er echt alert en scherp op. Ik weet niet of ik nu iets zegt wat helemaal klopt bij hoe het intern georganiseerd is, maar op basis van mijn eigen werkbezoeken zie ik ook dat het bijna een beetje een soort schillenmodel is. Sommige mensen bij de Douane kunnen met echt hele gevoelige informatie bijvoorbeeld de call maken om een container wel of niet in Rotterdam of in een andere haven te doen. Nou, daarbij zijn echt veel meer checks-and-balances aan de orde dan bij andere zaken. Er wordt dus echt vanuit die schillen gewerkt. Ik was bij het werkbezoek in ieder geval onder de indruk van wat er allemaal op die afdeling werd geregeld wat betreft hoe mensen wel en niet met gevoelige informatie mogen omgaan. Maar alertheid is key, evenals niet naïef zijn. Er zijn namelijk mensen die het natuurlijk gewoon gaan proberen.
Dan vroeg Forum voor Democratie of wij een profiel hebben van de douaniers die verdacht zijn. Omdat het mensen zijn die verdacht zijn en je in dit land gelukkig onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen, ga ik daar verder niets meer over zeggen. Het is nu ook aan het OM om daar het volgende mee te doen.
Voorzitter. Dan ga ik naar ondermijning, wat natuurlijk een verlengde is van deze discussie. De vraag van de VVD over de weerbare haventerminals. Er zijn heel veel maatregelen genomen in de Rotterdamse haven. De vertrouwensketen is op orde gebracht. Het virtuele hek is er. Er zijn extra controles. De uithalersproblematiek in de Rotterdamse haven is als gevolg daarvan echt sterk verminderd. Er is één maatregel — daar vroeg u ook naar — uit het programma die wij nog wel moeten invoeren. Die gaat over de aanzegtermijn. Die staat nu op 72 uur, maar die moet verkort worden naar 24 uur, zodat de informatiepositie beter wordt. Maar dan moeten we ook weer met de IT aan de slag. Daar is voldoende man- of vrouwkracht voor beschikbaar. Deze maatregel is op de IT-kalender naar boven geprioriteerd, dus daar gaan we mee aan de slag. Dat is denk ik even voor nu … O, voorzitter, als ik zo vrij mag zijn, heb ik ook nog wat feiten hierover. Dit jaar zijn er tot nu toe acht uithalers aangetroffen. In 2025 werden er 80 uithalers in dezelfde Rotterdamse haven opgepakt. In 2024 waren het er 226. Je ziet dat die aanpak in die zin ook werkt. Ook daar weer moeten we niet naïef zijn. Niet al deze mensen zijn daarna een ander beroep gaan doen, dus dan moeten we ook weer kijken waar ze dan wel naartoe zijn gegaan.
De heer Van der Maas (VVD):
Dat is precies mijn vraag. Die problematiek heeft zich misschien, mogelijk, waarschijnlijk verplaatst naar een andere haven, naar kleinere havens, misschien zelfs naar Harlingen. Mijn vraag is in hoeverre daar zicht op is en of er voldoende spreiding mogelijk is van de personenkracht, om het zo te noemen in plaats van mankracht of vrouwkracht, om dat te organiseren.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat is een herkenbaar waterbedeffect. De Douane is ook hier weer gewoon echt scherp op. Met bijvoorbeeld North Sea Port, het havenbedrijf van Vlissingen, is nu ook een convenant ondertekend om te kijken wat we daar gaan doen. Daar wordt bijvoorbeeld erg gewerkt aan het verbeteren van het cameratoezicht. Er is een traject dat de komende maanden gaat spelen om met kleinere zeehavens en een aantal regionale luchthavens te kijken of we daarmee ook dat soort convenanten kunnen afsluiten. Per locatie kijken we wat er nodig is om gewoon scherp te zijn en de pakkans te vergroten. De Regionale Informatie- en Expertisecentra, de RIEC's, hebben er een soort probleemanalyse onder gelegd. We zijn ook bezig om te kijken of we daar weer een platform voor kunnen maken, waarin we al die "kleinere" havens en luchthavens — "kleinere" zet ik hierbij tussen aanhalingstekens, want sommige zijn eerlijk gezegd nog best groot — kunnen verenigen, zodat er ook van elkaar geleerd kan worden. Het andere wat we doen is met een heel aantal partners dit gesprek voeren. Dat is onder andere met de Koninklijke Marechaussee, of de KMar, zoals die consequent bij de Douane wordt genoemd, maar ook met de Europese collega's in met name België, zodat we er ook voor zorgen dat alles wat wij doen, ook weer in België tot een verhoogde pakkans leidt of dat je van elkaar kan leren en vice versa. Maar we zijn hier alert op. We moeten niet naïef zijn. Zo werkt helaas deze wereld.
Voorzitter. Dan ben ik bij de faits divers, de diverse vragen. Een vraag van de heer Schoonis: krijgt de Douane voldoende vergoeding voor haar Europese werk? We krijgen een kwart. Tenminste, we mogen een kwart van wat we afdragen, zelf houden. Dat zijn de perceptiekosten. Dat is voldoende om het werk te kunnen doen.
Dan een vraag van de heer Bushoff over de extra bevoegdheden voor de douaniers op de weg. De Douane heeft speciale teams die deze al hebben. Zij mogen harder rijden dan de snelheidslimiet en mogen zwaailichten voeren. Dat zijn bijvoorbeeld de teams die in een haven drugs aantreffen. Die drugs moeten naar een plek gebracht worden waar die vernietigd worden. Dan wil je ervoor zorgen dat je daar snel bent en dat je door kan rijden. Dan heb je zwaailichten nodig. Er zijn ook een aantal teams die die bevoegdheden niet hebben. Dat schijnt al langer onderwerp van discussie tussen partijen te zijn, maar dat is ook hoe het is. Het is uiteindelijk aan IenW om te bepalen wie wel en wie niet. We hebben het nu relatief praktisch opgelost, namelijk dat dat controles zijn waarbij de politie altijd meerijdt, zodat er vanuit de politie zwaailichten gevoerd kunnen worden. Dat is een beetje de pragmatische aanpak om beide bevoegdheden te combineren.
Dan ...
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, krijgt u een vraag van de heer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Ja, heel kort. Helder, dank voor de toelichting. Uiteindelijk ligt deze verantwoordelijkheid dus bij IenW, lijkt mij. Dat hoorde ik u zeggen. Dat is goed. Dan weet ik voor nu even voldoende.
De voorzitter:
Dat klopt, zeg ik als ex-staatssecretaris van IenW.
Staatssecretaris Eerenberg:
Kijk, voorzitter, het is fijn dat in dit debat ook u een vraag kan beantwoorden op basis van uw ervaring. Ja, het klopt: het ligt bij IenW.
De heer Van der Maas had het over risicogericht toezicht. Ik denk dat ik daar in mijn beantwoording al relatief veel over heb gezegd. Ja, dit betekent ook — want dat was de achtergrond van uw vraag — dat een ondernemer die te goeder trouw is, relatief eigenlijk weinig met de Douane te maken hoeft te krijgen. Sterker nog: er zijn zelfs, straks helemaal in het nieuwe Douanewetboek, samenwerkingsvormen waarbij je eigenlijk helemaal vrijgesteld kan worden van douanetoezicht, mits je aan voldoende voorwaarden voldoet. Om het even in mijn taal te zeggen: je moet dus wel deugen, maar dan kan dat. Ik ben het dus eigenlijk met uw analyse eens en de Douane richt zich daar ook helemaal op.
Dan een vraag van Forum voor Democratie over uitvoeringstoetsen. Alle uitvoeringstoetsen die aan wetgeving gekoppeld zijn, zijn meegestuurd naar de Kamer. Dat overzicht heeft u als Kamerlid dus nog sneller dan ondergetekende, want u heeft een hartstikke fijne zoekmachine waar ik ook zelf weleens eerder gebruik van maak dan van sommige andere zoekmachines. Wat betreft datgene wat nog in gesprek is bij de Europese Commissie: u krijgt de BNC-fiches, waar de Nederlandse inzet in staat. Daarin wordt ook altijd aandacht besteed aan het aspect van de uitvoering. Mijn beeld is dus dat u eigenlijk een redelijk compleet beeld heeft van de impact op de uitvoering.
Voorzitter. Dan sanctieomzeilingen in de geopolitiek. Dat is helaas een bekend fenomeen. De Douane doet daar relatief veel aan en is daar dus heel scherp op. De Douane ziet dus ook de door de heer Bushoff geschetste beweging, namelijk dat iets wat niet mag, bij andere landen wel gebeurt, en gaat daar dan ook kijken. Dan begint dus ook weer het risicogerichte toezicht. Er wordt dan dus net wat vaker gekeken bij de landen waar die trend zich voordoet. Het kan ook zijn dat er dan extra exportbeperkingen worden opgelegd. Turkije, India en China zijn voorbeelden van landen die dan boven komen drijven. Bedrijven zijn ook gewoon verplicht om voor de goederen waar het hier om gaat, in de contracten een clausule op te nemen waarin staat dat die goederen bijvoorbeeld niet naar Rusland doorgevoerd mogen worden, zodat er in de hele keten gecontroleerd kan worden. Ik ga niet verhullen dat er een grote mate van creativiteit in de markt kan plaatsvinden en dat het risicogerichte toezicht zich daartoe moet verhouden. Dat is zonder meer waar, maar de Douane is erop gebrand om du moment dat dit zich voordoet, alle parameters zo aan te passen dat de pakkans weer groter wordt. Het is altijd moeilijk om u vanuit deze positie te beloven dat dit waterdicht is. Maar zitten we erbovenop? Ja. Handelen we snel? Ja. Is de markt creatief? Ook.
Voorzitter. Dan tot besluit de accijnzen op tabak.
De voorzitter:
Meneer Bushoff heeft nog een vraag, volgens mij naar aanleiding van het vorige antwoord. Laten we dat dus maar eerst doen.
De heer Bushoff (PRO):
Uit het onderzoek van het CBS en de RUG blijkt dat opvallend veel jonge kleine bedrijven die voor 2022 nog geen gesanctioneerde producten exporteerden, opeens die producten zijn gaan exporteren, juist naar landen waarnaar dat wel mag, maar waarbij we ook het risico zien dat zij die producten doorvoeren naar landen waarvan het niet de bedoeling is dat die producten daar eindigen. Is zoiets ook een indicatie voor bijvoorbeeld de Douane om daar extra op in te zetten? Wellicht deugt het allemaal, maar dit komt op mij ook over als weer een creatieve manier waarop de markt die sancties omzeilt, zoals de staatssecretaris zelf ook al benoemde.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik kan daar twee dingen op antwoorden. In de eerste plaats: als de Douane dit ziet en herkent, gaat men ook altijd weer kijken wat handelen op die patronen betekent voor het toezicht van de Douane. Er zijn ook nog administratieve controles achteraf. Als dergelijke routes zich voordoen, vraagt de Douane dus achteraf: hoe is dat nou precies gegaan? Dan kun je achteraf allicht toch nog achter omzeiling komen en dan kun je daar ook naar handelen. Dat is dan weer aan de Europese Commissie. Het zijn wel vaak zaken waarin het heel moeilijk is om het bewijs rond te krijgen. Tegelijkertijd is de lijn van niet alleen de Douane, maar ook van ondergetekende: dat mag ons er niet van weerhouden.
Voorzitter. Dan de accijnzen. Het klopt inderdaad dat een groter deel van de sigaretten nu in het buitenland wordt gekocht. Daar hebben we het bij het commissiedebat Fiscaliteit ook uitgebreid over gehad. Gedeeltelijk mag dat gewoon. Dat hoort bij een douane-unie en bij een open interne markt. Je mag niet oneindig veel; daar zitten allemaal regels aan. Maar het is belangrijk dat er niet alleen een budgettair doel met de tabaksaccijns wordt beoogd te bereiken, maar ook een gezondheidsdoel. Als wethouder van … "Wethouder"? Dat was mijn oude rol. Het uurtje slaap begint echt aan te tikken. Als staatssecretaris van Financiën krijg je natuurlijk relatief veel mensen op bezoek die vinden dat de belasting hier en daar een beetje te hoog is. Dat snap ik natuurlijk ook. Maar als er nou één belasting of accijns is waarvan het gewoon heel gemakkelijk is om die niet te hoeven betalen, is het deze. Dan komen we bij het gezondheidseffect, want als mensen gewoon minder roken, hoeven ze deze accijnzen ook minder te betalen.
Wat moeten we dan doen? Moet je dan niks doen? Nee, we moeten zeker niks doen, maar ik vind, ook vanuit het gezondheidsdoel dat we willen bereiken, dat de oplossing aan de andere kant van het spectrum ligt, namelijk dat we moeten zorgen voor Europese harmonisatie. Je ziet nu overigens ook dat de accijnzen in andere Europese landen omhooggaan, bijvoorbeeld om andere pakketten te kunnen maken. Zo zijn er in andere Europese landen Iranpakketten gemaakt, zoals wij dat in het voorjaar ook hebben gedaan. Dat we dat moeten doen, ben ik met Forum voor Democratie eens. Alleen, ik zou het aan de kant van harmonisatie willen zoeken.
De voorzitter:
En toch krijgt u een vraag van mevrouw Al Biyati.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ik ben benieuwd of de staatssecretaris kan aantonen dat de verhoging van de accijnzen ook heeft geleid tot een gezondere bevolking en, zo ja, waaruit dat dan blijkt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan ga ik even in mijn geheugen graven, want ik weet dat er diverse onderzoeken zijn geweest en zijn gepubliceerd die laten zien dat prijsprikkels op gezond gedrag in zijn algemeenheid werken. Dat is één. Twee: ze laten zien dat dat in het bijzonder ook voor tabak zo is. Maar dat onderzoek laat ook wel zien wat de nuances en de grijstinten daarin zijn. Als het u helpt, kan ik samen met u nog wel even kijken waar we dat kunnen vinden, maar daar is onderzoek naar gedaan.
De voorzitter:
U krijgt uw tweede vraag, mevrouw Al Biyati, maar ik denk dat deze vraag bij VWS misschien duidelijker kan worden beantwoord. Gaat uw gang.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ik vraag het hier omdat de staatssecretaris zelf met het gezondheidsargument kwam. Daar was ik dus benieuwd naar. Ik heb niet het gevoel dat ik hieruit direct een antwoord kan krijgen. Het aantal rokers in Nederland is nu volgens mij helemaal teruggedrongen tot ongeveer 10%, 11% of 12%. In ieder geval is het nog best wel een klein deel. Hoever gaan we dan nog met de accijnzen? Gaan we het helemaal verdringen tot 0%, of tot 5%? Wanneer is die bemoeizucht van de overheid genoeg?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan ga ik u wel naar mijn collega bij VWS verwijzen, want die heeft de gezondheidsdoelstellingen. We weten hoe het heet, dus dat kan ik wel zeggen: de Rookvrije Generatie. Daarin zit de doelstelling besloten. De accijnzen dragen daaraan bij. In die zin is het kabinet ook niet voornemens om iets anders met de accijnzen te doen, anders dan Europese harmonisatie.
De voorzitter:
De staatssecretaris is door zijn beantwoording heen. Ik kijk naar de commissieleden. Is er iemand die nog een vraag open heeft staan uit de eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan denk ik dat we vrij vlot door de vergadering heen gaan.
We gaan naar de tweede termijn. Ik kijk naar de commissie. Vindt u twee minuten genoeg voor een tweede termijn? Dat is het geval. Dan beginnen we bij de heer Schoonis. Ga uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Dank u, voorzitter. Ik kom toch nog even terug op de oneerlijke concurrentie. Ik wil toch nog even de open vraag stellen. U zegt inderdaad dat er boetes opgelegd kunnen worden door de Europese Commissie. Dat zijn eigenlijk een soort van waarschuwingen. Maar vindt u zelf niet, als eigen reflectie, dat je op den duur ook kan zeggen "nu is het genoeg"? Zou de staatssecretaris ervoor willen pleiten om uiteindelijk de platformen te kunnen sluiten die al de troep opsturen die de Douane dan ook nog moet gaan controleren? Dat is echt zonde van de tijd en van onze eigen concurrentie. Ik stel dus toch nog even de open vraag of je na al die waarschuwingen niet ook gewoon kan zeggen: nu is het gewoon klaar. Dat doen we toch ook bij mensen en bij andere bedrijven, dus waarom niet bij Chinese bedrijven? 60%, dat kan toch niet waar zijn? Dat is mijn eigen frustratie, geloof ik.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de heer Van der Maas.
De heer Van der Maas (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat over de kiosken voor internationale reizigers bij de exit points, waar de internationale reizigers Nederland verlaten, om btw terug te vragen op de goederen die ze in Nederland hebben gekocht. Andere landen om ons heen hebben die kiosken geplaatst. Daardoor zie je dat sommige mensen hun spulletjes niet in Nederland kopen maar in het buitenland, omdat het daar makkelijker is om btw terug te krijgen. De staatssecretaris heeft daarover gesprekken gevoerd met de belanghebbende bedrijven. Ik zou hem graag willen vragen naar de uitkomsten van de verkenning. Wat is zijn conclusie daarvan? Ik verzoek hem zo snel mogelijk actie te ondernemen, want dat zou betekenen dat we het bedrijfsleven echt kunnen helpen. Internationale reizigers zijn in de regel mensen met aardig wat centjes. Die kopen graag dingen. Het is alleen maar goed voor het bedrijfsleven als we dat kunnen realiseren. Dat is dus mijn vraag aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst bedankt voor de beantwoording. Het is ook wel indrukwekkend wat er allemaal gebeurt en het is weer opvallend hoe weinig wij erover spreken. Ik zei net tegen mijn collega dat het misschien ook wel tijd wordt voor werkbezoeken, zeker als we het enthousiaste verhaal van de staatssecretaris horen.
Als CDA vinden we uitvoerbare wet- en regelgeving belangrijk. We vinden dus het transparante gesprek daarover belangrijk, ook waar het niet goed gaat en waar extra ondersteuning nodig is om echt te kunnen gaan doen wat we beloven. De staatssecretaris verontschuldigde zich er bijna voor dat hij transparant was over IT. Doe het vooral wel. Geef ook vooral aan welke gekkigheid er vanuit externe factoren of vanuit ons gebeurt waardoor het werk lastiger wordt.
Dan de hoeveelheid warenoverschrijdingen, waar de collega het zojuist ook even over heeft gehad. Ik snap dat het onder de rechter is. Ik zou het wel goed vinden als we meegenomen worden in wat daar vervolgens uit komt, want daar zitten inderdaad een aantal schrijnende gevallen bij. Daar wil ik toch wel aandacht voor vragen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Bushoff, geen tweede termijn voor u? Oké. Mevrouw Al Biyati, heeft u een bijdrage in tweede termijn? Nee. Dan kijk ik naar de staatssecretaris. Hoelang heeft u ongeveer nodig? We wachten een paar minuutjes, zodat u rustig de beantwoording kunt voorbereiden.
De voorzitter:
De staatssecretaris heeft zijn beantwoording op orde. Ga uw gang.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank. Dank ook voor uw tweede termijn. De open vraag van D66 kan ik, denk ik, toch wat bevredigender beantwoorden dan in de eerste termijn. Dat heeft weer te maken met het nieuwe Douanewetboek. Dat geeft in zijn escalatieladder uiteindelijk wel de mogelijkheid om partijen op zwart te zetten, maar dan is natuurlijk gewoon nog wel in technische zin de vraag hoe je dat dan gaat doen en welke andere wegen zich dan gaan openen. Ook hier zal de creativiteit aan de andere kant vrij snel postvatten. Zodra wij echter die nieuwe Europese douaneregelgeving geïmplementeerd hebben, wordt ons instrumentarium hier rijker en kun je in ultimo inderdaad veel strengere maatregelen inzetten, maar die zullen nog wel even in de praktijk getoetst moeten worden als het gaat over "hoe gaat dat dan werken?" en "heeft dat nou ook het effect dat je denkt dat het heeft?". Maar het is natuurlijk een goede stap vooruit dat het straks überhaupt mogelijk is, mits het allemaal aangenomen wordt.
De heer Schoonis (D66):
Dat is een pak van mijn hart. Ik begon volgens mij al te denken aan actievoeren. Maar wanneer zouden die nieuwe Europese wetten er zijn? Dat vind ik wel belangrijk.
Staatssecretaris Eerenberg:
Wij, mijn ambtenaren en ik, zeggen hier tegen elkaar dat we weten dat het pakket in september wordt aangenomen. Dan wordt er van alles gefaseerd ingevoerd. Wij hebben hier nu niet paraat hoe precies die fasering is en waar deze maatregel in die fasering zit. Maar aangezien uw commissie … Ik zie ook non-verbaal veel steun voor deze beweging. Ik zal u gewoon in de volgende stand-van-zakenbrief sowieso informeren over de implementatie, want er speelt heel veel, maar we kunnen dit punt daar even uitlichten. Dan weten we hopelijk ook meer over wat de fasering gaat doen.
Voorzitter. Dan nog twee vragen van de VVD. Het punt over de intermediairs is bekend, zou ik zeggen. Twee dingen daarover. Er moet echt nog wat aan de communicatie gebeuren omdat we gewoon zelf dingen beter kunnen doen in "hoe werkt het proces?" en "wat kunnen we uitleggen?". Maar het gaat ook over het proces bij de Belastingdienst. Daar hebben we inmiddels het gesprek over, zowel over "hoe kan het beter en eenvoudiger en voorspelbaarder?" als over "hoe zorgen we ervoor dat mensen die te kwader trouw aan deze kant van de medaille zitten, dan ook uit dat proces wat makkelijker boven komen drijven om te kunnen handhaven?". Dat is één.
Er lopen inmiddels gesprekken over de kiosk. Daar lopen inmiddels gesprekken over met Schiphol. In die zin ziet het er dus goed uit voor de kiosk. Het is wel ingewikkeld – daar kan ik me ook nog wel in verplaatsen – dat Schiphol natuurlijk zegt: wij willen ook gewoon dat mensen snel door dat hele proces bij Schiphol komen. Op het moment dat wij te veel tussenstationnetjes in die processen maken, stroopt die reizigersstroom op. Het gesprek met Schiphol is nu vrij praktisch van aard: waar komt die kiosk? Zodra we weten waar die het minste in de weg staat – ik zeg het maar even huiselijk – en toch zijn werk gaat doen, hebben wij ook in Nederland, op Schiphol, deze mooie kiosk. Dus ook hier zal ik ervoor zorgen dat ik het meld in de stand-van-zakenbrief op het moment dat we weten waar die landt.
Het CDA vroeg om nog op de hoogte gehouden te worden over de casuïstiek betreffende de hoeveelheidsoverschrijdingen die onder de rechter ligt. Dat zeg ik u uiteraard toe. De gewone reguliere cyclus van de stand-van-zakenbrief lijkt me daar goed geschikt voor.
Voorzitter, dank u wel voor dit fijne debat over de groene familie, over de Douane. Ik weet zeker dat ze gewoon morgen weer allemaal aan de grens, en niet alleen aan de grens, zitten om ons land veilig te houden, zowel op het punt van wat er binnenkomt als op het punt van wat eruit gaat en van wat wij dagelijks met elkaar gebruiken.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is geen aanvraag gedaan voor een tweeminutendebat. Dat is voor de plenaire Griffie waarschijnlijk heel fijn om een keer te horen. Wij hebben een aantal toezeggingen. Die zal ik eerst oplezen voordat wij de vergadering gaan sluiten.
- De eerste toezegging is gedaan aan het lid Van der Maas. De staatssecretaris zal ten aanzien van de doorlooptijd voor het bedrijfsleven de Kamer in de volgende stand-van-zakenbrief nader informeren.
- De tweede toezegging is aan het lid Bushoff. De staatssecretaris zal de Kamer nader informeren op het moment dat de Europese heffingsbedragen voor de handling fee bekend zijn. Dat is naar verwachting in november van dit jaar.
- De derde toezegging is aan de hele commissie gedaan. De staatssecretaris zal in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief de Kamer nader informeren over de onderwaardering en waardeoverschrijdingen.
- De vierde is een toezegging aan het lid Van Dijk. De staatssecretaris zal ten aanzien van continue screening van personeel in samenwerking met het kabinet in de volgende stand-van-zakenbrief de Kamer nader informeren.
Dan hebben we alle toezeggingen op orde. Is er nog iemand die een toezegging mist? Dat is niet het geval. Dan hebben we volgens mij de administratie helemaal op orde. Ik dank de commissieleden voor hun inbreng, en natuurlijk ook de staatssecretaris en de begeleiding voor hun deskundige beantwoording.
Voordat ik de vergadering sluit wil ik natuurlijk de mensen in de zaal bedanken. Dank voor uw aanwezigheid. Een fijne avond.
Ik sluit de vergadering.