Inbreng verslag schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda van de Informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08-1022)
Milieuraad
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D04223, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 14:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (VVD)
- Mede ondertekenaar: L. van der Graaf, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z01478:
- Indiener: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Medeindiener: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Medeindiener: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Volgcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Volgcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-01-28 14:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-29 12:00: Informele Milieuraad op 5 en 6 februari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-02-04 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (đ origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| Informele Milieuraad op 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1022) | ||
| Nr. | VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG | |
| Vastgesteld op ⊠2026 | ||
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en aan de minister van Klimaat en Groene Groei over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1022) en het verslag van de Milieuraad van 16 december 2025 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1021). De vragen en opmerkingen zijn op 29 januari 2026 aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en aan de minister van Klimaat en Groene Groei voorgelegd. Bij brief van ... zijn deze door hen beantwoord. |
||
| Voorzitter van de
commissie, Peter de Groot |
||
| Adjunct-griffier van de
commissie, Van der Graaf |
||
| I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties | ||
Inhoudsopgave Inleiding D66-fractie CDA-fractie BBB-fractie Partij voor de Dieren-fractie en GroenLinks-PvdA-fractie |
1 2 4 4 5 |
|
Inleiding De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van geannoteerde agenda van de informele Milieuraad op 5 en 6 februari. Zij hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Milieuraad op 5 en 6 februari 2026, en van het verslag van de vorige Milieuraad. Zij hebben hierbij geen vragen. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Informele Milieuraad van 5 en 6 februari 2026 en hebben daarover nog enkele vragen. De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken voor dit schriftelijk overleg. Zij hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tezamen vragen aan de demissionair staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de demissionair minister van Klimaat en Groene Groei in het licht van de aankomende Milieuraad. D66-fractie De leden van de D66-fractie zijn blij dat het onderwerp circulair plastic tijdens de Milieuraad voor het eerst op politiek niveau wordt besproken en benadrukken dat een sterke Europese samenwerking onmisbaar is voor het verminderen van afhankelijkheden en het behalen van klimaat-, milieu- en grondstoffendoelen. De leden van de D66-fractie verwelkomen de mededeling van de Europese Commissie als een noodzakelijke eerste stap om de Europese plastic- en recyclingindustrie perspectief te bieden. Tegelijkertijd is versnelling cruciaal om verdere faillissementen en verlies van circulaire capaciteit te voorkomen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. Samenhang tussen Klimaat- en Waterweerbaarheid De leden van de D66-fractie schrikken van de cijfers waaruit blijkt dat 25% van de totale Europese klimaatschade van de afgelopen veertig jaar in de laatste vier jaar is ontstaan. Zij onderschrijven de conclusie dat investeren in adaptatie vele malen goedkoper is dan het herstellen van schade achteraf. Deze leden vragen de staatssecretaris hoe hij de âdividend-gedachteâ â waarbij elke geĂŻnvesteerde euro in overstromingsbescherming zich verzesvoudigt â vertaalt naar concreet beleid in de Europese Raad. De leden van de D66-fractie verwelkomen de presentatie van het Europees Milieuagentschap (EMA) over waterweerbaarheid. Welke inzet kiest de staatssecretaris in de Milieuraad om, vooruitlopend op het aangekondigde Europese initiatief over klimaatveerkracht in oktober 2026, te pleiten voor bindende Europese doelstellingen voor klimaatweerbaarheid, analoog aan de bindende doelen voor emissiereductie? Is de staatssecretaris bereid deze inzet actief in de Raad te agenderen, en hoe zal hij zich daarbij hard maken voor een consequente toepassing en verankering van het âdo-no-significant-harmâ-principe in de financiering van grensoverschrijdende waterprojecten? Internationale Klimaatprocessen (COP31) De leden van de D66-fractie constateren dat de geopolitieke verhoudingen de internationale voortgang bemoeilijken. Juist nu moet de EU haar rol als mondiale klimaatdiplomaat opeisen. Op welke manier gaat de staatssecretaris de Europese handelsmacht inzetten om internationale partners te blijven stimuleren tot ambitieuze Nationally Determined Contributions (NDCâs) richting COP31? Hoe kan de EU een âcoalition of the willingâ vormen om de 1,5-graad-doelstelling levend te houden, ook buiten de traditionele multilaterale blokkades om? Winterpakket Circulaire Economie & Plastics De leden van de D66-fractie verwelkomen de mededeling van de Europese Commissie over de circulariteit van plastics en het geplande steunpakket voor de recyclingindustrie. Naar aanleiding van de geannoteerde agenda hebben deze leden echter nog enkele prangende vragen: welke harde randvoorwaarden acht de staatsecretaris noodzakelijk bij de toepassing van de geactualiseerde massabalansregels voor chemische recycling om greenwashing te voorkomen en de transparantie en controleerbaarheid te waarborgen? Hoe borgt de staatssecretaris dat chemische recycling daadwerkelijk complementair blijft aan hoogwaardige mechanische recycling en niet leidt tot verdringing van bestaande circulaire ketens? Erkent de staatsecretaris dat, ondanks enkele sectorspecifieke verplichtingen, het huidige beleid nog grotendeels leunt op vrijwillige maatregelen? Acht het staatssecretaris dit voldoende om structurele vraag naar recyclaat te creĂ«ren, of is de staatssecretaris bereid zich in te zetten voor verplichte minimumaandelen recyclaat in de komende EU-productregelgeving onder de Circular Economy Act? Kan de staatssecretaris bevestigen dat hij dit specifiek zal agenderen om een harde marktgarantie voor recyclers te creĂ«ren? De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over onder geprijsde importen uit derde landen die bijdragen aan het faillissement van Europese recyclers. Acht de staatsecretaris de aangekondigde âImport Surveillance Task Forceâ en de huidige antidumpingmaatregelen voldoende om deze oneerlijke concurrentie op de Europese recyclaatmarkt tegen te gaan? Of zijn aanvullende handelsmaatregelen nodig, en zo ja, welke? Is de staatsecretaris bereid om zich binnen de EU actief in te zetten voor een gerichte investeringsagenda voor recyclingcapaciteit en innovatieve circulaire technologieĂ«n, vergelijkbaar met de aanpak voor andere strategische industrieĂ«n (zoals chips of waterstof)? Kan de staatssecretaris toelichten via welke instrumenten hij dit wil bereiken en hoe de beoogde Trans-Regional Circularity Hubs hieraan bijdragen? CDA-fractie De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie onlangs een pakket heeft gepubliceerd om de circulariteit van plastics te promoten. Ook de einde-afval-criteria voor mechanisch plasticrecyclaat komen daar in terug. Door aangepaste regels die in alle EU-lidstaten hetzelfde zijn, moet het makkelijker worden om plasticrecyclaat binnen Europa te verhandelen en ontstaat er een gelijk speelveld voor bedrijven. Deze leden vinden het belangrijk dat deze maatregelen, waaronder de einde-afval-criteria en de massabalansregels voor chemische recycling, zo snel mogelijk worden ingevoerd. Zij vragen de staatssecretaris wat in dat kader een realistisch tijdpad zou kunnen zijn voor de definitieve invoering van onder andere. de einde-afval-criteria in Nederland en in de rest van de EU. De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Commissie tevens van plan is om investeringen in de innovatie en opschaling van circulaire technologieĂ«n, waaronder recycling, te versterken. De uitwerking van deze plannen volgt nog. Deze leden vragen wat de staatssecretaris, in afwachting van de verdere uitwerking al kan vertellen over de doelstellingen van deze investeringen, op welke termijn de uitrol wordt verwacht en welke rol hij ziet weggelegd voor het bedrijfsleven bij de uitvoering ervan. De leden van de CDA-fractie merken op dat er geruchten rondgaan dat de herziening van REACH-verordening mogelijk niet doorgaat, maar dat er enkel wijzigingen zullen plaatsvinden via comitĂ©procedure. Deze leden vragen de staatssecretaris of hij op de hoogte is van deze geruchten en wat zijn reactie daarop is. Deelt de staatssecretaris de mening dat het onwenselijk zou zijn als de herziening van REACH-verordening niet doorgaat? BBB-fractie De leden van de BBB-fractie lezen dat er wordt gesproken over een Europese Waterweerbaarheidsstrategie die gericht is op een "economie die slim met water omgaat" (geannoteerde agenda). Kan de staatssecretaris garanderen dat deze strategie niet zal leiden tot nieuwe dwingende beperkingen voor de agrarische sector wat betreft watergebruik of onttrekking? Hoe verhoudt dit zich tot de Nederlandse subsidiariteit op het gebied van eigen regionaal waterbeheer? De leden van de BBB-fractie lezen er een aanzienlijke "investment gap" voor klimaatadaptatie is, die oploopt tot 137 miljard euro per jaar. In hoeverre is het kabinet bereid te voorkomen dat de rekening voor deze miljardeninvesteringen eenzijdig bij de landbouw en visserij terechtkomt via het âdo-no-significant-harmâ-principe bij financieringsprogramma's? De leden van de BBB-fractie lezen dat het Europees Milieuagentschap stelt dat klimaatbeleid voor de landbouwsector vooral rendement zal opleveren door schade te beperken. Deelt de staatssecretaris de opvatting van deze leden dat deze visie en de stapeling van Europese regelgeving (zoals de Kaderrichtlijn Water en nieuwe adaptatiewetgeving) de economische levensvatbaarheid van boerenbedrijven juist direct onder druk zet? De leden van de BBB-fractie lezen dat EU-eenheid onder druk staat binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), wat betreft het Net Zero Framework. Kan de staatssecretaris toelichten waar deze verdeeldheid over gaat? Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat Nederland strengere maritieme eisen krijgt opgelegd dan concurrerende landen buiten de EU? Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat er tijdens de raad gesproken zal worden over de gevolgen van klimaatverandering. Hoe houden verouderde richtlijnen, zoals de nitraatrichtlijn, maar ook de vogel- en habitatrichtlijnen, rekening met de gevolgen van klimaatverandering? Is de minister van Klimaat en Groene Groei het met deze leden eens dat doelen achterhaald kunnen zijn, en dat door klimaatverandering doelen die in het verleden zijn opgesteld, nu niet meer realistisch zijn? Partij voor de Dieren-fractie en GroenLinks-PvdA-fractie De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie willen benadrukken hoe belangrijk het is dat
Nederland inzet op betere bescherming van gezonde leefomgeving, stabiel
klimaat, natuur, schoon water en gezondheid. Deze leden wijzen op de
uiteindelijk hoge (economische) kosten van te weinig doen. REACH Het probleem met wijzigingen via zulke comitĂ©-structuren: ten eerste vindt geen fundamentele herziening van de verordening zelf plaats, terwijl die vanuit allerlei invalshoeken broodnodig werd geacht en de Kamer hier ook op heeft ingezet via onder andere een brief aan de Europese Commissie. In die brief wordt beschreven waarom fundamentele herziening nodig is:om procedures te versnellen (goed voor het bedrijfsleven), om het beschermingsniveau te waarborgen nu steeds meer nieuwe stoffen op de markt komen (goed voor mensen en biodiversiteit) en om dierproeven te verminderen (door het leggen van verbinding met de roadmap voor het uitfaseren van dierproeven). Daarnaast, los van de inhoud, is wijziging op comitĂ©niveau een slechte zaak omdat een zo belangrijk onderwerp als chemische stoffen op politiek niveau hoort te worden behandeld, in de Raad en in het Europees Parlement. Dat is de enige manier om het democratisch gehalte van de besluitvorming te waarborgen en om transparantie voor de burgers te garanderen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich hier ernstig zorgen over en constateren dat deze ontwikkeling tegen de lijn van de Kamer in zou gaan. Kan de staatssecretaris reageren op de bovenstaande geruchten dat de herziening van de REACH-verordening mogelijk niet doorgaat maar dat hooguit wijzigingen zullen plaatsvinden via comitologie? Heeft de staatssecretaris anders aanwijzingen dat de herziening van REACH conform de reguliere weg zal gaan en niet via de weg van comitologie? Wat is daarover bekend bij de staatssecretaris en sinds wanneer precies? De Kamer heeft de herziening van REACH tot prioriteit benoemd en richting de Europese Commissie per brief aangedrongen op een snelle herziening van de verordening. Is de staatssecretaris bereid om bij de informele Milieuraad deze kwestie op te brengen en zich er sterk voor te maken dat een echte herziening van REACH zoals gepland doorgaat en de bespreking daarvan op politiek niveau, transparant en via de gebruikelijke democratische wijze doorgang vindt? Is de staatssecretaris daarbij bereid om en marge van de informele Milieuraad actief samenwerking te zoeken met collega-bewindspersonen en na te gaan of gezamenlijke actie kan worden ondernomen? Klimaat De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de Britse inlichtingendiensten bevestigen dat belangrijke ecosystemen wereldwijd "op het punt staan om in te storten" en waarschuwen dat dit de nationale veiligheid van het Verenigd Koninkrijk in gevaar brengt. De inlichtingendiensten constateren dat nu al steeds meer oogsten mislukken, weerextremen toenemen en steeds vaker besmettelijke ziektes uitbreken. Zonder actie kan dit in de nabije toekomst tot onder andere voedseltekorten en stijgende prijzen leiden. Is de minister het met de conclusies van de inlichtingendiensten eens en erkent de minister dat de aanpak van de klimaat- en biodiversiteitscrisis een kwestie is van nationale, Europese en internationale veiligheid en voedselzekerheid? Is de minister bereid om bij de informele Milieuraad aandacht te vragen voor deze conclusies van de inlichtingendiensten en samen met collega's op te trekken in niet alleen sterker beleid voor klimaatadaptatie, maar ook in het versterken van internationaal en Europees beleid in het voorkomen van verdere ontwrichtende klimaatverandering? Zo nee, waarom niet? Omarmt de minister de conclusies van het Europees Milieuagentschap (EMA) dat extra beleid (met name op landbouw, transport en energie) vooral rendement zal opleveren en dat uitstel van actie meer kost dan nu investeren? Zo nee, op welke wetenschappelijk conclusies baseert de minister zich dan? Ziet de minister ook de âinvestment gapâ dat het EMA aankaart en op welke manier gaat de minister zich inzetten om dat gat zo snel mogelijk te overbruggen (aangezien de kosten van nu niet investeren veel groter zullen)? |
||
| II Reactie van de bewindspersoon | ||