Voortgang Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving Q1 2026
Integratiebeleid
Brief regering
Nummer: 2026D09310, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-04 16:05, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
- Analyse 0meting gemeenten_ versterkte gebedsoproepen
- Tussenevaluatie SOWIS najaar 2025
- Factsheet Statushouders en bijstand
- Overzicht maatschappelijke partners AAI
- Beslisnota bij Kamerbrief Voortgang Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving Q1 2026
Onderdeel van kamerstukdossier 32824 -479 Integratiebeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z04068:
- Indiener: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-04 13:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-04 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-09 16:30: Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-03-10 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
32 824 Integratiebeleid
Nr. 479 Brief van de minister van Werk en Participatie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 maart 2026
Op 9 maart 2026 vindt het Wetgevingsoverleg Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW) plaats. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang op de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving (hierna: “Actieagenda”). Met deze brief wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Tseggai (GL-PvdA) over het opnemen van een derde pijler over maatschappelijke samenhang in de Actieagenda.1 De Actieagenda is een lopend traject waarin onder het vorige kabinet verschillende toezeggingen, maatregelen en samenwerkingsinitiatieven in gang zijn gezet. De uitvoering hiervan loopt op dit moment door. Deze brief richt zich primair op het schetsen van de voortgang van eerder ingezette acties binnen de bestaande Actieagenda die in gang zijn gezet door het vorige kabinet.
Sinds enkele weken is een nieuw kabinet aangetreden. Dit kabinet zal zich de komende periode buigen over de koers, accenten en prioriteiten met betrekking tot integratie en samenlevingsvraagstukken en zal daarna aan de slag gaan met de voornemens uit het coalitieakkoord op het terrein van integratie en maatschappelijke samenhang.
Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving
Mijn voorganger heeft u eerder geïnformeerd over de aanpak op het behoud van deze open en vrije samenleving.2 De Actieagenda heeft de doelstelling om de open en vrije samenleving te versterken, te zorgen dat nieuwkomers zo snel mogelijk aan de slag kunnen en de maatschappelijke samenhang te bevorderen. De Actieagenda is opgebouwd uit een aantal pijlers:
De normen en waarden van onze open en vrije samenleving;
Meedoen en aan de slag met taal en werk;
Maatschappelijke samenhang: sociale cohesie, maatschappelijke spanningen en een weerbare samenleving.
Iedere pijler bevat activiteiten die direct dan wel indirect bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de Actieagenda.
Pijler 1: De normen en waarden van onze open en vrije samenleving
Deze pijler richt zich op het bevorderen van de vrijheden in onze samenleving en de manier waarop Nederlanders, met al hun verschillende achtergronden, in ons land met elkaar samenleven.
Recht op zelfbeschikking en preventie van schadelijke praktijken
De externe evaluatie van het meerjarenplan zelfbeschikking 2022-2025 zal naar verwachting komende maand naar uw Kamer worden gestuurd.
Binnen de Actieagenda zijn verschillende maatregelen reeds uitgewerkt die zich richten op het versterken van zelfbeschikking in gesloten gemeenschappen en het voorkomen van schadelijke praktijken, zoals huwelijksdwang, eergerelateerd geweld en vrouwelijke genitale verminking. De uitvoering hiervan loopt door. De inzet bestaat uit drie lijnen:
Verandering van binnenuit
De Alliantie Verandering van Binnenuit 2.0 (OCW) ontvangt jaarlijks financiële ondersteuning. Deze alliantie loopt tot en met 2027. Movisie werkt hierin samen met migrantenorganisaties en lhbti+‑organisaties aan voorlichting en dialoogbijeenkomsten binnen gemeenschappen om mentaliteitsverandering te bereiken, richting acceptatie van gendergelijkheid, seksuele- en genderdiversiteit en persoonlijke vrijheid in het algemeen.3
Het Oranje Fonds ondersteunt zes initiatieven vanuit het Fonds Zelfbeschikking dat SZW mogelijk heeft gemaakt. Deze projecten lopen nog tot medio 2026.4
In oktober 2025 heeft SZW een pilot ‘Wel eer geen geweld’ gestart. Dit betreft de ontwikkeling van een preventieve aanpak gericht op potentiële plegers van eergerelateerd geweld, met name uit Turkse en Syrische gemeenschappen.
Financiële zelfredzaamheid van vrouwen met een migratieachtergrond in een (financiële) afhankelijkheidsrelatie
SZW heeft Diversion een tweejarige subsidie gegeven voor opschaling en verduurzaming van hun aanpak voor financiële zelfredzaamheid in samenwerking met migrantenvrouwenorganisaties. In deze fase worden de vrouwenorganisaties getraind om zelf de effectieve interventie ‘Kiezen voor werk’ uit te voeren en vrouwen aan het werk te helpen. Ook ondersteunt Diversion de samenwerking tussen de migrantenvrouwenorganisaties en gemeenten.
Single Super Mom is in opdracht van SZW net gestart met een pilot gericht op alleenstaande moeders uit gemarginaliseerde gemeenschappen in een financieel kwetsbare situatie.
Versterken van preventie in de ketenaanpak van schadelijke praktijken
Pharos start met financiële ondersteuning van SZW in het voorjaar van 2026 een vierjarig project gericht op deskundigheidsbevordering van professionals in het sociaal domein zodat zij (dreiging van) schadelijke praktijken eerder herkennen en beter signaleren. Daarnaast wordt in twee regio’s waar dit nog ontbreekt ketensamenwerking opgezet. De samenwerking tussen ketenpartners op landelijk niveau wordt ondersteund via het Landelijk Netwerkknooppunt Schadelijke Praktijken met financiële ondersteuning vanuit het Rijk. Als onderdeel van het meerjarige project zal Pharos tevens een digitaal kennisplatform ontwikkelen voor snelle informatie-uitwisseling en beantwoording voor vragen uit het veld. Dit was een wens vanuit de betrokken veldpartijen.
In samenwerking met de Koninklijke Marechaussee (KMar) wordt gewerkt aan een campagne gericht op potentiële slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating, vrouwelijke genitale verminking en mensenhandel. De campagne richt zich op personen die op het punt staan uit te reizen en wijst hen op beschikbare (nood)hulp. In de afgelopen maanden is met veldorganisaties gekeken naar de opvolging van meldingen op de luchthaven, de inzet van beschermingsmaatregelen, mogelijkheden voor opvang en zorg, en de rol van Veilig Thuis. De campagne-uitingen worden de komende maanden verder uitgewerkt, met als streven deze vóór de zomervakantie gereed te hebben.
Holocausteducatie
Per 1 juli 2025 maakt het begrip Holocaust en de betekenis ervan onderdeel uit van de eindtermen van het inburgeringsexamen Kennis Nederlandse Maatschappij. Dit betekent dat inburgeraars worden getoetst op hun kennis van de Holocaust. Binnen de Actieagenda zijn verschillende acties in gang gezet om Holocausteducatie in de inburgering te versterken. De uitvoering hiervan loopt op dit moment door:
Er wordt gewerkt aan een handreiking voor inburgeringsdocenten over het doceren van de Holocaust aan nieuwkomers. De handreiking bevat onder meer een inventarisatie van beschikbaar lesmateriaal naar taligheid en abstractieniveau, en aandachtspunten voor het onderwijs aan deze doelgroep. Oplevering wordt verwacht in de eerste helft van 2026.
Naar aanleiding van de motie Van Dijk (SGP)5 over bezoeken van inburgeraars aan instellingen voor Holocausteducatie is in het kader van het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie (NPVHE) een verkenning uitgevoerd naar de inhoudelijke en financiële consequenties van deze bezoeken. Hieruit blijkt dat het organiseren van een dergelijk bezoek kostbaar is en veel vraagt van de uitvoering, inhoudelijke programmering en begeleiding. Omdat hiervoor momenteel onvoldoende middelen beschikbaar zijn, wordt in 2026 gestart met een pilot, gefinancierd vanuit de middelen van de nationale Strategie Bestrijding Antisemitisme. Hierdoor kunnen in 2026 bezoeken plaatsvinden aan instellingen, waarbij wordt onderzocht hoe deze bezoeken op een effectieve wijze kunnen worden vormgegeven. In het kader van deze pilot wordt ook een educatieve video ontwikkeld om inburgeraars voor te bereiden op hun bezoek.
Inburgeraars uit acht verschillende gemeenten zullen in 2026 een bezoek brengen aan het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam (hieronder vallen het Joods Museum, het nationaal Holocaustmuseum, de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg) of het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De pilot wordt samen met deze gemeenten en instellingen vormgegeven.
Ongewenste buitenlandse inmenging (OBI)
Er wordt gewerkt aan de totstandkoming van een vertrouwenslijn OBI. De verwachting is dat deze voor de zomer van dit jaar live gaat. De Kamerbrief van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), mede namens SZW verzonden, gaat nader in op de vertrouwenslijn.6
In februari en maart 2026 organiseert SZW samen met de NCTV vier regionale bijeenkomsten voor gemeenteambtenaren. Tijdens deze bijeenkomsten staan bewustwording, kennisdeling en het inventariseren van lokale behoeften rondom OBI centraal.
Ook verschijnt voor de zomervakantie een handreiking die gemeenten concrete handvatten biedt voor het omgaan met signalen van OBI in hun gemeente. Na de zomer wordt deze handreiking ook geschikt gemaakt voor maatschappelijke organisaties en gemeenschappen.
Begin van dit jaar starten de voorbereidingen voor dialogen met gemeenschappen die later dit jaar plaatsvinden. Deze dialogen richten zich op bewustwording, weerbaarheid en het voeren van open gesprekken over spanningen door internationale ontwikkelingen en OBI.
Via de decembercirculaire 2025 hebben enkele gemeenten een decentrale uitkering ontvangen voor extra inzet tegen polarisatie onder andere als gevolg van OBI. Deze middelen worden ingezet ter versterking van bestaande lokale aanpakken en voor het mogelijk maken van nieuwe interventies.
Preventie van radicalisering en extremisme
In de voortgangsbrief over de Versterkte Aanpak Online van de toenmalig minister van Justitie en Veiligheid die op 17 december jl. met uw Kamer is gedeeld, worden verschillende acties genoemd die het afgelopen jaar door SZW zijn uitgevoerd ter preventie van online radicalisering en extremisme.7 De uitvoering van deze acties loopt in 2026 door. Hieronder volgt een overzicht van de lopende activiteiten:
Een lopende actie is de opdracht voor het opbouwen van een regionale Online Coalitie.8 Deze coalitie heeft als doel het aanjagen en ondersteunen van samenwerking tussen lokale partners ter preventie van radicalisering. Uit de geleerde lessen van deze samenwerkingen volgt na de zomer een landelijk ondersteuningsaanbod voor lokale partners.9
De pilot Samen sterk tegen online haat en discriminatie, uitgevoerd door Netwerk Mediawijsheid en Diversion, is in december 2025 afgerond. In deze pilot zijn samen met jongeren preventieve interventies ontwikkeld om online haat en discriminatie tegen te gaan.10
Ook hebben vier gemeenten via de decembercirculaire van 2025 een decentrale uitkering ontvangen, waarmee zij het aankomende jaar hun lokale inzet op de preventie van online radicalisering zullen versterken.
In 2025 zijn de eerste stappen gezet om het bewustzijn over (online) radicalisering onder jongeren, ouders en professionals te vergroten, onder meer in samenwerking met gemeenten en het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Deze werkzaamheden worden in 2026 voortgezet.
Momenteel wordt in opdracht van SZW een preventieve interventie voor ouders geëvalueerd over opvoeden en sociale media door Radar Advies. De resultaten van deze evaluatie worden voor de zomer verwacht en geven het ministerie meer inzicht in de ondersteuningsbehoeften van ouders op dit onderwerp.
Om de reeds beschikbare kennis over preventie radicalisering en extremisme beter vindbaar te maken voor gemeenten en uitvoerende professionals ontwikkelt Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) in opdracht van SZW een laagdrempelige en toegankelijke online database met goed onderbouwde interventies.
Ook de regionale advisering van gemeenten over de preventie van radicalisering en extremisme wordt in 2026 voortgezet. De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) organiseert in diverse regio’s kennis- en netwerkbijeenkomsten om lokale professionals te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun preventieve beleid, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de gemeenten in de vorm en aanpak van radicalisering.
Tenslotte wordt samen met betrokken departementen en het veld
– (praktijk)experts, wetenschappers en jongeren – bekeken waar de Rijksbrede inzet op de preventie van online radicalisering bij jongeren kan worden versterkt. Hiervoor worden in 2026 verschillende activiteiten ondernomen.
Verkenning juridisering problematisch gedrag
Het advocatenkantoor Stibbe heeft op verzoek van SZW onderzocht of er mogelijkheden zijn om het juridisch instrumentarium inzake verschillende soorten problematisch gedrag uit te breiden. De verkenning is inmiddels ontvangen. Uw Kamer ontvangt de verkenning voorzien van mijn reactie op korte termijn.11
Verbeteren regelgeving versterkte gebedsoproep
In de Actieagenda en bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ergin (DENK) is aangekondigd om de Tweede Kamer te informeren over de tussentijdse resultaten van het traject rondom de versterkte gebedsoproepen.12 In de bijlage bij deze brief treft u de landelijke nulmeting aan over versterkte gebedsoproepen. Met de nulmeting wordt in kaart gebracht hoeveel moskeeën gebruikmaken van versterkte gebedsoproepen en hoe vaak dit gebeurt, in welke mate er sprake is van overlast, hoe het toezicht geregeld is en op welke wijze er gecommuniceerd wordt met gemeenten. Aan deze landelijke nulmeting hebben in totaal 145 gemeenten meegedaan waarvan 104 ingezonden reacties als valide kunnen worden beschouwd. Bij 71 van deze 104 gemeenten is er sprake van aanwezigheid van religieuze geluidsuitingen, 10 gemeenten geven aan (ook) structurele versterkte gebedsoproep vanuit moskeeën te hebben.
Pijler 2: Meedoen en aan de slag met taal en werk
Binnen de Actieagenda zijn verschillende acties gestart die gericht zijn op het ondersteunen van gemeenten en andere partners bij de arbeidstoeleiding van nieuwkomers. De uitvoering van deze acties loopt op dit moment door. Hieronder volgt een overzicht van de lopende activiteiten.
Asielzoekers aan het werk
Eerder is een verkenning gedaan naar de manier waarop de begeleiding naar werk van asielzoekers kan worden vormgegeven. Daarbij is geconcludeerd dat aansluiting bij bestaande structuren voor arbeidstoeleiding het meest voor de hand ligt. Tegelijkertijd bestaan er nog verschillende vragen over de meest effectieve vorm van ondersteuning, variërend van basisvoorlichting tot intensieve begeleiding met taalonderwijs, matching en leer‑werktrajecten.
In het kader van de Actieagenda is daarom door het vorige kabinet extra budget beschikbaar gesteld voor pilots en onderzoek naar effectieve mechanismen voor arbeidstoeleiding van asielzoekers. De volgende activiteiten zijn in gang gezet:
Ondersteuning van vijf gemeenten(Assen, Arnhem, Enschede, Gouda en Utrecht) bij de uitvoering van pilots en een onderzoek naar de effectieve mechanismen voor ondersteuning van asielzoekers naar werk.
Samenwerking met Platform31 (5 pilots) en met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (3 pilots) om effectieve mechanismen te onderzoeken.
SZW laat een data-analyse uitvoeren naar de meerwaarde van werken tijdens de periode in het AZC voor de kans op werk na statusverlening en vestiging in een gemeente.
SZW laat een inventarisatie doen naar alle lopende pilots gericht op asielzoekers en werk.
Startbanen
De arbeidsdeelname van statushouders is in de eerste jaren na statusverlening relatief laag. Om inzicht te krijgen in mogelijkheden om werk en inburgering te combineren, zijn onder het vorige kabinet verschillende pilots gestart met zogenoemde startbanen. In deze pilots worden werkwijzen uitgetest waarbij statushouders bij vestiging in een gemeente direct een baan aangeboden krijgen in combinatie met inburgeringsactiviteiten.
In de eerste pilots (8 proeven in 30 gemeenten) zijn gemeenten vooral aan de slag gegaan met intensieve begeleiding en de afstemming tussen taal en werk. Tijdens de uitvoering is een aantal knelpunten aan het licht gekomen, daarom is er de afgelopen jaren vanuit de Actieagenda extra geld beschikbaar gesteld om te experimenteren met meer en andere mogelijkheden om betaald werk en inburgering te combineren. In december 2025 zijn dertien extra proeven gefinancierd om hiermee aan de slag gaan. Dit doen ze onder andere door:
Taallessen op een flexibelere manier in te vullen, bijvoorbeeld door avondlessen, weekendlessen of een taalbootcamp;
Taalles op de werkvloer en taalapps;
Verbeteren van de voorbereiding op werk door voorschakeltrajecten tijdens inburgering (zoals empowerment voor vrouwen);
De inzet van financiële prikkels, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de mogelijkheid in de Participatiewet In Balans om bij te verdienen naast uitkering;
Eerder te starten met inburgeren en/of werken op het AZC;
Meer ondersteuning van werkgevers.
De inzichten uit de proeven worden meegenomen in de evaluatie van de Wet Inburgering in 2027.
Ook biedt de Subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers Inzet Statushouders (SOWIS-regeling) werkgevers een financiële stimulans om statushouders onder andere voor een startbaan in dienst te nemen. Deze regeling ondersteunt werkgevers bij het overbruggen van taal- en cultuurverschillen op de werkvloer.
Vrouwelijke statushouders
Onder het vorige kabinet zijn verschillende acties gestart om de arbeidsparticipatie van vrouwelijke statushouders te verbeteren. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat 22 procent van de vrouwelijke statushouders aan het werk is tegenover 48 procent van de mannelijke statushouders. Tevens blijkt uit het onderzoek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN)dat vrouwelijke statushouders iets extra’s nodig hebben om aan het werk te komen. Zo helpt het als gemeenten een specialistisch team voor de begeleiding naar werk van statushouders inrichten en als vrouwelijke statushouders in groepsverband worden begeleid. Dit voorjaar gaan er tien gemeenten starten met een traject van de HAN voor het beter begeleiden van vrouwelijke statushouders. Het gaat om vrouwelijke statushouders die klaar zijn met de inburgering. Voor deze groep gelden dezelfde arbeids- en re‑integratieverplichtingen binnen de Participatiewet als voor andere bijstandsgerechtigden.
Taaleis in de bijstand
Er is structureel extra geld beschikbaar voor taalonderwijs aan mensen die nieuw instromen in de bijstand. In 2027 gaat het om een bedrag van
€ 3,7 miljoen oplopend tot € 17,4 miljoen structureel. Hiermee kunnen gemeenten extra taalonderwijs organiseren en aanbieden.Ook worden er gesprekken gevoerd met gemeenten, taalaanbieders, ervaringsdeskundigen en werkgevers over wat de beste manier is om de Nederlandse taal te leren en mee te doen in de samenleving. De gesprekken gaan over de knelpunten in de uitvoering en hoe die weggenomen kunnen worden.
Gemeenten zien het belang van taal als middel naar werk. Daarom wordt verwacht dat zij de taaleis zullen opleggen en handhaven. Met de overheveling van de handhaving van de Participatiewet naar het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten zullen gemeenten hier beter toe in staat zijn. Onder het voorgenomen maatregelenbeleid kan de uitkering met 25% worden verlaagd bij een geconstateerde overtreding. Bij herhaalde overtredingen kunnen gemeenten de uitkering tot 100% verlagen.
Ondersteuning van werkgevers
Uit onderzoek van TNO blijkt dat slechts 2,7% van de werkgevers statushouders in dienst heeft.13 Om werkgevers te ondersteunen bij het aannemen en begeleiden van statushouders is de subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers Inzet Statushouders (SOWIS) ingericht. Deze regeling helpt werkgevers bij het overbruggen van taal- en cultuurverschillen op de werkvloer.
In 2025 is in totaal € 2,8 miljoen aan subsidie verstrekt. Uit de evaluatie van het eerste tijdvak (2024) door Regioplan, opgenomen in de bijlage, blijkt dat werkgevers tevreden zijn over de regeling. Het vermindert de drempel om statushouders aan te nemen. Ook had 37% van werkgevers nog nooit eerder een statushouder aangenomen. De subsidieregeling is verlengd tot en met 2029 en aangepast zodat meer werkgevers gebruik kunnen maken van ondersteuning bij het duurzaam in dienst nemen van statushouders.
Om meer werkgevers te bereiken binnen het beschikbare budget hebben we het bedrag per werkgevers van € 5.000 verlaagd naar € 3.000.
Werkgevers die voor het eerst de subsidie aanvragen, krijgen € 3.000 extra voor de ontwikkelkosten van een traject.
Verder wordt het mogelijk om ieder jaar opnieuw subsidie aan te vragen omdat werkgevers ieder jaar opnieuw de kosten voor de begeleiding moeten betalen.
Naast financiële ondersteuning is het van belang om werkgevers praktische handvatten te bieden voor het in dienst nemen van statushouders. Daarom organiseert SZW samen met werkgeversorganisaties bijeenkomsten voor werkgevers die ervaring hebben met het in dienst nemen van statushouders. Het doel hiervan is het ontwikkelen van effectieve en eenvoudig toepasbare interventies, zodat meer werkgevers met deze doelgroep aan de slag gaan.
Tekortsectoren
Zoals eerder genoemd is de arbeidsdeelname van statushouders laag. Dit geldt ook voor werk in tekortsectoren zoals de zorg, de bouw of de IT-sector.14 Werk in deze sectoren vraagt een basis beheersing van de Nederlandse taal en het hebben van basisniveau van beroepsvaardigheden voor het werk in die sector. Zo is bijvoorbeeld het hebben van een VCA-certificaat noodzakelijk om te kunnen werken in de bouw. Dit is lastig voor nieuwkomers. Voor een groot deel van de nieuwkomers geldt dat hun opleiding en werkervaring niet of beperkt passend is voor wat de Nederlandse arbeidsmarkt vraagt. Onderzoek laat zien dat de kans op werk sterk toeneemt met een Nederlands diploma. Binnen de Actieagenda zijn daarom verschillende acties gestart om de instroom van statushouders in tekortsectoren te vergroten:
Er wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van het opleidingsniveau en de werkervaring van inburgeringsplichtige statushouders in lijn met de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer.15 Ook is het van belang dat werkgevers weten wat de vaardigheden van statushouders zijn. Daarom heeft CompetentNL in september een skillstaal ontwikkeld voor het (mbo-)onderwijs en de arbeidsmarkt. Deze skillstaal moet ook passend zijn voor statushouders.
Om meer statushouders een Nederlandse vakopleiding te laten afronden, wordt samengewerkt met het ministerie van OCW en vertegenwoordigers van sectoren aan de ontwikkeling en toepassing van sectorale Ontwikkelpaden. Deze brengen in beeld welke functies er in een sector zijn en via welke praktijkgerichte opleidingen mensen hierop in- of door kunnen stromen. Ook voor nieuwkomers biedt dit kansen. Zo zijn instapfuncties, waar geen kwalificatie-eisen voor zijn, onderdeel van Ontwikkelpaden. Ook wordt onderzocht hoe voorschakeltrajecten kunnen worden gekoppeld aan deze Ontwikkelpaden, zodat deze toegankelijker worden voor statushouders. In het voorschakeltraject kunnen werkzoekenden zich oriënteren op werk en werknemers- en basisvaardigheden, waaronder taal leren. Eventueel aangevuld met eerste beroepsvaardigheden. Voor de opleidingen in Ontwikkelpaden voor maatschappelijk cruciale sectoren kunnen werkgevers tevens subsidie ontvangen voor de opleidingskosten, ook van nieuwkomers. Hierbij wordt samengewerkt met het Aanvalsplan arbeidsmarkttekorten Techniek, bouw en energie.
Voor de instroom in tekortsectoren wordt samengewerkt met de ministeries van Economische Zaken (EZ), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en OCW, die specifieke trajecten voor statushouders hebben opgezet.
Daarnaast werkt de energiesector aan een op maat gemaakt voortraject waarmee 1.000 statushouders worden begeleid naar werk in de techniek. Er wordt daarbij nauw samengewerkt met het Aanvalsplan Techniek, een initiatief van verschillende technische sectoren in samenwerking met VNO-NCW en MKB Nederland. Voor het leer-werktraject is subsidie beschikbaar uit het Klimaatfonds van het ministerie van EZ.
Ook de zorgsector is actief. Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft een traject ontwikkeld voor nieuwkomers met een zorgachtergrond, gericht op instroom als assistent-verpleegkundige en doorgroei naar een vaste functie.
Om het arbeidsmarktpotentieel van statushouders en Oekraïense ontheemden beter te benutten, is de Sociaal-Economische Raad (SER) om advies gevraagd over de mogelijkheden hiervoor en de rol van Rijksoverheid, sociale partners en arbeidsmarktregio’s. De SER verwacht in het tweede kwartaal met een advies te komen.
Gelijke kansen op de arbeidsmarkt
Het mkb is de grootste werkgever van Nederland. Uit onderzoek blijkt dat 74% van de mkb‑werkgevers het belang onderschrijft van het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie. Dit bewustzijn leidt echter niet altijd tot aanpassing van werkwijzen. Zo geeft 80% van de werkgevers aan kandidaten primair te beoordelen op eerste indruk of persoonlijke klik, wat risico’s met zich meebrengt op bias of onbewuste vooroordelen.16
Binnen de Actieagenda worden werkgevers en stageorganisaties ondersteund bij het verder professionaliseren van hun wervings- en selectieprocessen bij de in- en doorstroom van werknemers en stagiairs. De inzet richt zich onder meer op:
Samen met werkgeversorganisaties, werkgevers te activeren en te ondersteunen bij het inzetten van onbenut talent in tekortsectoren én het vergroten van gelijke kansen in de dagelijkse praktijk;
Het verder ontwikkelen van praktisch toepasbare hulpmiddelen zoals inclusieve vacatureteksten en objectieve selectiecriteria;
Het stimuleren van de samenwerking tussen bedrijven binnen sectoren, regio’s en branches.
Regionale inclusiedesks
Er is vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF +) voor de periode 2025 tot en met 2027 vijf miljoen euro beschikbaar gesteld om de huidige regionale inclusiedesks voor mkb-bedrijven in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht uit te breiden naar andere regio’s.
Naast de voortgang van de al lopende activiteiten uit de tweede pijler van de Actieagenda, zijn er twee extra onderwerpen van belang voor de uitvoering: ‘matching vraag en aanbod’ en ‘regionale verbinders’, die hieronder nader worden toegelicht
Matching vraag en aanbod
Het lukt onvoldoende om werkgevers en nieuwkomers bij elkaar te brengen. Statushouders vinden het lastig om via de reguliere kanalen zoals jobsites werk te vinden. Er wordt onderzocht hoe de doorontwikkeling van het matchingsplatform Refugeework kan plaatsvinden. Hiermee kunnen statushouders direct reageren op vacatures van werkgevers die aan de slag willen met nieuwkomers.
Er zijn weinig statushouders die kiezen voor het ondernemerschap, terwijl ondernemerschap wel kansen biedt om snel en duurzaam deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Om meer inzicht te krijgen in de belemmeringen die statushouders ervaren en welke kansen er liggen, heeft SZW aan bureau Labyrinth gevraagd hier onderzoek naar te doen. We zullen de resultaten van dit onderzoek in de volgende voortgangsbrief delen met de Kamer.
Regionale verbinders
Gemeenten en arbeidsmarktregio’s vervullen een belangrijke rol bij de begeleiding naar werk van statushouders. Tegelijkertijd bleek bij de lancering van het plan Statushouders aan het Werk in 2023 dat iedere regio het wiel opnieuw aan het uitvinden was. Kennis en kunde werden nauwelijks gedeeld. Daarom heeft SZW in 2024 de regionale verbinders in het leven geroepen.
De regionale verbinders vervullen binnen de arbeidsmarktregio’s een spilfunctie in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van werk. Inmiddels zijn er in 30 arbeidsmarktregio’s regionaal verbinders aan de slag. Zij vormen ook een landelijk netwerk dat de uitwisseling van best practices binnen de verschillende regio’s bevordert. In 2026 loopt de financiering van de regionaal verbinders af. Op dit moment start SZW een evaluatie waarvan in september de resultaten bekend zijn.
Pijler 3: Maatschappelijke samenhang: Sociale cohesie, maatschappelijke spanningen en een weerbare samenleving
Binnen de Actieagenda zijn verschillende acties gestart die gericht zijn op het versterken van de sociale cohesie en het voorkomen van polarisatie, discriminatie en maatschappelijke spanningen. De uitvoering hiervan vindt plaats in samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties.
Polarisatie en maatschappelijke spanningen
Versterken van de lokale aanpak op polarisatie en maatschappelijke spanningen
Er zijn decentrale uitkeringen verstrekt aan Amsterdam, Delft, Zaanstad, Den Haag, Deventer en Utrecht in het kader van interventies gericht op het versterken van de sociale cohesie en de aanpak van polarisatie. SZW zal de interventies in samenspraak met gemeenten evalueren eind 2026.
In 2026 wordt er, via decentrale uitkeringen, opnieuw budget beschikbaar gesteld voor gemeenten om lokale interventies die bijdragen aan het versterken van de sociale cohesie en het uitvoeren van de aanpak van polarisatie.
Om de reeds beschikbare kennis beter vindbaar te maken voor gemeenten en uitvoerende professionals ontwikkelt KIS in opdracht van SZW een laagdrempelige en toegankelijke online database met goed onderbouwde interventies die zich richten op polarisatie en maatschappelijke spanningen.
Stimuleren van dialoog en samenwerking
SZW subsidieert in 2026 samen met OCW een voortzetting van het project ‘Schurende gesprekken’. De projectsubsidie, uitgevoerd door het Expertisepunt Burgerschap, beoogt leraren in het primair en voortgezet onderwijs en docenten in het mbo te ondersteunen bij het voeren van gesprekken over gevoelige of controversiële thema’s in de klas. Daarbij is ook aandacht voor de manier waarop leraren en docenten kunnen omgaan met (online) desinformatie en het kritisch beoordelen van bronnen in het voeren van deze gesprekken.
Tijdens de uitvoering van de projectsubsidie wordt ook een onafhankelijk onderzoek gedaan. Dit onderzoek volgt de impact van de regeling en helpt om het beleid voor het versterken van burgerschapsvaardigheden en het verminderen van polarisatie en maatschappelijke spanningen nog verder te verbeteren.
Nationale Dialoog
Op 4 november 2025 vond de aftrap van de Nationale Dialoog plaats. Dit jaar wordt hieraan vervolg gegeven en zullen in vijf verschillende regio’s door het land dialogen plaatsvinden om op die manier breed een gesprek in de samenleving te kunnen voeren. De inzichten van de eerste dialoog worden meegenomen in de organisatie van de regionale dialogen.
De dialogen worden georganiseerd in samenwerking met lokale partners waarbij bestaande contacten en regionale infrastructuren worden benut. In alle dialogen worden sleutelpersonen betrokken die draagvlak hebben binnen hun gemeenschap.
De dialogen bieden ruimte om spanningen en sentimenten rondom thema’s te erkennen én gezamenlijk te zoeken naar manieren om het samenleven en de sociale cohesie te versterken. De regionale bijeenkomsten vormen de inhoudelijke basis voor een afsluitende bijeenkomst begin 2027, waarin deelnemers, experts, beleidsmakers en andere betrokken partijen de gezamenlijke inzichten duiden en omzetten in beleidsrelevante aanbevelingen als ook in de adviserende en ondersteunde rol door de Expertise-unit Sociale Stabiliteit.
Via de Nationale Dialoog wordt er uitvoering gegeven aan de motie Ceder (CU), Boomsma (NSC) en Bamenga (D66) en wordt er een bredere beweging op gang gebracht waarin mensen elkaar ontmoeten buiten de eigen bubbel, werken aan het luisteren naar elkaar en opnieuw in verbinding komen te staan met anderen en de overheid.17
Burgerschap
Faciliteren van goede initiatieven
SZW faciliteert goede initiatieven die bijdragen aan maatschappelijke verbinding:
SZW subsidieert vanaf 2025 de Respect Foundation. De subsidie is enerzijds gericht op het ondersteunen van de Week van Respect op verbondenheid en sociale cohesie en anderzijds het versterken van burgerschapsvaardigheden, respectvolle omgangsvormen en weerbaarheid bij jongeren via hun opvoeders, lokale sleutelfiguren en jeugdprofessionals in de wijk.
Stichting Said en Lody organiseerde met financiële steun van SZW de eerste Nationale Vredesconferentie voor jongeren. Samen met een drie maanden durende module bood dit jongeren handvatten voor vreedzaam samenleven. Door het steunen van dit soort initiatieven versterkt SZW de weerbaarheid en burgerschapsvorming van jongeren.
Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
SZW werkt samen met Maatschappelijke Diensttijd (MDT), onderdeel van het ministerie van OCW, aan het stimuleren van burgerschapsvorming en de maatschappelijke participatie van jongeren, en het versterken van sociale cohesie in de samenleving.
Imamopleiding
Momenteel lopen gesprekken met verschillende onderwijsinstellingen om de doorstart naar een nieuwe bekostigde en geaccrediteerde imamopleiding mogelijk te maken. Vanaf maart 2026 zal een verkenner alle betrokken partijen spreken om op korte termijn tot een consortium te komen die samen met afgevaardigden vanuit de gemeenschappen kunnen werken aan de realisatie van een nieuwe bekostigde en geaccrediteerde imamopleiding.
Huidige onderwijsinstellingen die bereid zijn om een imamopleiding aan te bieden geven aan dat er nog één bekostigde onderwijsinstelling wenselijk is om een consortium te vormen. Hierna kan er samen met het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) een doorstart gerealiseerd worden. SZW gaat deze ‘verkenningfase’ faciliteren.
Zodra er een bekostigde en geaccrediteerde imamopleiding van start gaat zal in lijn met de aangenomen motie Becker (VVD)18 het toelatingsbeleid rondom geestelijke voorgangers uit het buitenland opnieuw bezien worden.
Bevorderen sociale cohesie
Tegengaan scheidslijnen en segregatie in de buurt
Met een subsidie aan het Oranje Fonds worden, onder de naam ‘Impuls Samenleven in superdiversiteit’, sociale initiatieven geholpen met financiële ondersteuning en met kennis. Met deze subsidie ondersteunt en begeleidt het Oranje Fonds lokale maatschappelijke initiatieven gericht op versterken van de sociale samenhang. Door middel van diverse activiteiten worden ontmoetingen en samenwerking gerealiseerd, over diverse scheidslijnen zoals leeftijd, sociaaleconomische en migratieachtergrond heen.
Conform motie Van Dijk (SGP) wordt er gewerkt aan het tegengaan van scheidslijnen en segregatie in de buurt.19 Naar advies van de WRR20 en KIS21 wordt er in dit kader ingezet op het bewerkstelligen van spontane laagdrempelige ontmoeting en herkenning (publieke familiariteit) in de publieke ruimte. Publieke familiariteit draagt bij aan de vertrouwdheid in en met de buurt en kan ook een opmaat zijn voor verdere sociale interactie en contact.
In samenwerking met het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) is er een traject opgezet om door middel van ontwerpend onderzoek na te gaan hoe ingrepen in de fysieke leefomgeving, laagdrempelige ontmoeting tussen mensen met verschillende achtergronden tot stand kan brengen. Buurtbewoners en andere lokale stakeholders hebben actieve inspraak in het traject en werken hierin onderling samen. Op deze wijze draagt het proces zelf ook bij aan ontmoetingen tussen mensen van verschillende achtergronden. Het CRa is inmiddels gestart met de uitvoering van dit traject, dat zal lopen tot 2029.
Preventieve aanpak discriminatie op grond van huidskleur, afkomst en religie
Er wordt aanhoudende inzet gepleegd op de versterkingen vanuit de Nationale Programma’s tegen discriminatie en racisme van 2022 en 2023, die voor mijn portefeuille raken aan de preventieve aanpak van discriminatie op grond van huidskleur, afkomst en religie.
Opvolgend aan de Catshuissessie van september, vindt er elk half jaar onder coördinatie van minister BZK een interdepartementaal gesprekplaats met de moslimgemeenschappen over de aanpak van moslimdiscriminatie. 22 Daarnaast is KIS gevraagd om een werkgroep in te richten met verschillende stakeholders. Met de leden van de werkgroep worden actiegerichte interventies in kaart gebracht op basis van wat evidence based werkt in de aanpak van moslimdiscriminatie. De werkgroep is dit jaar gestart en komt met een voorstel aan de ministeries BZK en SZW over het mogelijk inzetten van deze interventies.
In het kader van de preventieve aanpak van antisemitisme, als onderdeel van de rijksbrede Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030, is er in september 2025 een pilot op het gebied van interreligieuze dialoog afgerond.23 Uw Kamer is hierover door het voorgaande kabinet per brief d.d. 30 september 2025 geïnformeerd.24 Momenteel wordt uitgewerkt hoe hier verder opvolging aan kan worden gegeven.
Op het gebied van de aanpak van anti-Aziatisch racisme is een opdracht aanbesteed aan het Indisch Herinneringscentrum voor onderzoek naar de doorwerking van het koloniaal verleden met betrekking tot het gebied rondom de Indische Oceaan en de periode van contractarbeid in hedendaagse discriminatie en racisme. Doel van deze opdracht is bijdragen aan meer kennis, erkenning en bewustwording over dit specifieke onderdeel van het koloniaal verleden, en over de wijze waarop dit verleden doorwerkt in hedendaagse vooroordelen en stereotypen. Meer bewustwording en begrip hierover kan helpen in de wijze waarop mensen elkaar bejegenen.
Binnen de aanpak van anti-zwart racisme is de pilot gericht op het realiseren van een duurzame relatie tussen lokale Afro-Nederlandse gemeenschappen en gemeenten voortgezet.
Ter bevordering van de preventieve aanpak door gemeenten van discriminatie is een meerjarig Leernetwerk aanbesteed aan Movisie. In het Leernetwerk worden gemeenten ondersteund in het opzetten en versterken van de preventieve aanpak van discriminatie en racisme op grond van huidskleur, afkomst en religie in de eigen lokale context.
Moties en toezeggingen
Naast de motie Tseggai (GL-PvdA) over het herschikken van de reeds lopende acties uit de Actieagenda, wordt er in deze brief ook nader in gegaan op andere moties van en toezeggingen uw Kamer.25 Op 4 maart 2025 heeft uw Kamer feitelijke vragen ingediend over de Actieagenda. Eerder is toegezegd om uit te zoeken hoeveel procent van de bijstandsgerechtigden een statushouder is.26 Inmiddels is dit onderzocht en blijkt dat van de bijstandspopulatie 20 procent een (voormalig) statushouder is.27 Deze en andere relevante data over statushouders in de bijstand kunt u terugvinden in de bijlage bij deze brief.
Tijdens het Commissiedebat Inburgering en Integratie van 6 juli 2022 heeft toenmalige minister SZW toegezegd een onderzoek te doen naar ‘Hoe pubers, mogelijkerwijs met een migratieachtergrond, weerbare volwassenen worden’. Aan deze toezegging is invulling gegeven door middel van een onderzoek naar de veerkrachtontwikkeling en de rol van informele scholing bij jongeren in de superdiverse Nederlandse samenleving.28 Uit onderzoek blijkt dat naschoolse activiteiten en jongerenwerk zoals sportlessen, muzieklessen, de scouting en cultureel-religieus informeel onderwijs bijdragen aan de veerkrachtontwikkeling van jongeren. De beleidsverantwoordelijkheid op dit thema ligt momenteel bij OCW.
Motie Eerdmans (JA21) en Flach (SGP)
De motie Eerdmans (JA21) en Flach (SGP) verzoekt het kabinet om in de Actieagenda specifiek in te gaan op de rol die de islam speelt in integratieproblematiek.29 De Actieagenda richt zich nadrukkelijk op het bevorderen van de gedeelde normen en waarden van onze samenleving. Met specifieke aandacht voor alle gedragingen die hiermee in strijd kunnen zijn, ongeacht hun oorsprong. Dergelijke gedragingen kunnen voortkomen uit diverse overtuigingen, waaronder religieuze of sociaal-culturele.
Zoals beschreven in de hierboven genoemde voortgang, wordt dit onder andere gedaan door in te zetten op zelfbeschikking en het voorkomen van radicalisering en extremisme. Daarnaast draagt de Actieagenda bij aan de weerbaarheid van de samenleving tegen deze gedragingen door in te zetten op burgerschap en het bevorderen van onderlinge dialoog. Hiermee beschouw ik de motie Eerdmans (JA21) en Flach (SGP) als afgedaan.
Motie Becker (VVD) en Eerdmans (JA21)
De motie Becker (VVD) en Eerdmans (JA21) vraagt het kabinet om in de Actieagenda speciale aandacht te hebben voor de ongelijkwaardige positie van sommige meisjes en vrouwen, waaronder in elk geval het bewerkstelligen van meer financiële zelfredzaamheid, een verbod op het goedpraten van genitale verminking en het bestraffen van medeplichtigheid aan eerwraak.30 In de uitwerking van de meerjarige inzet van SZW op het versterken van zelfbeschikking en de preventie van schadelijke praktijken, is binnen alle drie de actielijnen veel aandacht voor de vaak kwetsbare positie van meisjes en vrouwen.
Om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen, is het nodig om ook het systeem om meisjes en vrouwen heen en de gemeenschap waarvan zij deel uitmaken, te betrekken. Medeplichtigheid aan eerwraak is overigens al strafbaar. De ministeries van VWS, OCW, J&V en SZW werken gezamenlijk aan het versterken van de ketenaanpak van schadelijke praktijken.
Voor wat betreft de uitbreiding van het gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding, is in het coalitieakkoord afgesproken dat het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding blijft bestaan en dat hier actiever op gehandhaafd zal worden door sneller boetes uit te delen.31
Motie Bamenga (D66) en Eerdmans (JA21)
De motie Bamenga (D66) en Eerdmans (JA21) vraagt de regering om actief het gesprek aan te gaan met initiatieven als open hiring en te verkennen hoe de bekendheid en toepassing van dergelijke methoden breder verspreid kunnen worden.32 In het bijzonder om nieuwkomers sneller aan het werk te helpen.
Open hiring is een wervingsmethode waarbij mensen zonder sollicitatieprocedure direct aan het werk kunnen. Deze methode kan daarmee bijdragen aan betere kansen op werk voor werkzoekenden die door traditionele methoden moeilijker bij bedrijven binnenkomen. Onderzoek van UWV onder 4.500 werkgevers laat zien dat open hiring daadwerkelijk kan bijdragen aan het vergroten van de kandidatenpool en het verlagen van drempels voor werkzoekenden.
SZW heeft daarom de inzet van open hiring ondersteund als onderdeel van het tijdelijke actieplan Dichterbij dan je denkt. De uitvoering ligt nu primair bij uitvoerings- en samenwerkingspartners, zoals UWV, gemeenten, werkgeversorganisaties en maatschappelijke initiatieven, die open hiring toepassen binnen hun reguliere dienstverlening.
Motie Becker (VVD)
Als samenleving beschermen en koesteren we onze vrijheden, normen, waarden én verschillen, en is het ieders verantwoordelijkheid om actief bij te dragen aan het behoud van deze open en vrije samenleving. Het behalen van resultaat op deze gedeelde maatschappelijke opgave kan alleen in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners. Zij zijn het die uitvoering geven aan de activiteiten uit de Actieagenda en daarmee het waarborgen van de voorwaarden voor de open en vrije samenleving. Ter voldoening aan motie Becker (VVD) 33 zijn daarom in deze brief, waar al bekend, de betreffende maatschappelijke partners opgenomen.34
Het maatschappelijk middenveld speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van integratie en maatschappelijke samenhang. Binnen de Actieagenda is hiervoor onder het vorige kabinet een basis gelegd via verschillende samenwerkingsinitiatieven met gemeenten en maatschappelijke organisaties. Het nieuwe kabinet zal in de komende periode bezien op welke wijze deze samenwerking verder vorm kan krijgen en hoe de inzet van het maatschappelijk middenveld hierbij optimaal kan worden benut. Uw Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de verdere uitwerking hiervan.
De minister van Werk en Participatie,
A.A. Aartsen
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 474.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824 nr. 448., Kamerstukken II, 2024/25, 32 824 nr. 456.↩︎
Kamerstukken II, 2023/24, 30950, nr. 388.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 30 821, nr. 325.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29 754, nr. 774.↩︎
Naar voorbeeld van de Utrechtse Online Coalitie, deze Online Coalitie heeft betrekking op een regio in landelijk gebied.↩︎
Lokale partners zoals het jongerenwerk, scholen, OOV (Openbare Orde en Veiligheid) partners en zorg- en welzijnspartners.↩︎
Samen Sterk tegen Online Haat en Discriminatie - Netwerk Mediawijsheid↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 32824, nr.427; Kamerstukken II 2024/25, 36600 XV, nr. 19↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 443↩︎
TNO (2024), Werkgevers Enquête Arbeid 2024.↩︎
Algemene Rekenkamer (2026), Onbenut potentieel.↩︎
Algemene Rekenkamer (2026), Onbenut potentieel.↩︎
TNO (2024), Werkgever enquête Arbeidsmarkt 2024.↩︎
Kamerstukken II 2024/25 36 600 XV, nr. 26.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 30 821, nr. 310.↩︎
Kamerstukken II 2024/25 36 651, nr. 26↩︎
WRR (2018), De nieuwe verscheidenheid.↩︎
KIS (2023), Kennen is het niet, maar we komen elkaar hier wel tegen.↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 30 950, nr. 505.↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 30 950, nr. 429.↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 30 950, nr. 490.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 474.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 451.↩︎
Hierbij zijn alle mensen genomen die sinds 2014 een status hebben gekregen, een deel hiervan is inmiddels genaturaliseerd en is officieel geen statushouder meer. Daarom wordt er gesproken over (voormalig) statushouders. Van deze 20 procent heeft 13 procent een status en is 7 procent inmiddels een Nederlander.↩︎
Fontys Hogeschool (2025) Veerkrachtontwikkeling bij jongeren. Dit onderzoek staat gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 469.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 461.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 34 349, nr. 32.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 471.↩︎
Kamerstukken II, 2023/24, 35 228, nr. 45.↩︎
Een overzicht hiervan is opgenomen in de bijlage.↩︎