Antwoord op vragen van het lid Kostic´ over het Arcadis-rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2024
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15189, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 11:39, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede namens: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede namens: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z21298:
- Gericht aan: J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1495
Antwoord van minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 1 april 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 880
Vraag 1
Bent u bekend met het Arcadis-rapport Grondwaterkwaliteit Nederland
2024?1
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Erkent u de conclusie dat de hoogste normoverschrijdingen in
het grondwater worden gevonden bij bestrijdingsmiddelen en PFAS? Zo nee,
op welke wetenschappelijke consensus baseert u zich dan (graag
bronvermelding gebruiken)?
Antwoord
Het Arcadis-rapport geeft informatie over verschillende groepen stoffen.
Figuur 0-1 in het rapport geeft o.a. aan dat de hoogste overschrijdingen
van de gehanteerde normen of signaleringswaarden worden aangetroffen in
de groep ‘overige verontreinigende stoffen’.
Dat neemt niet weg dat de gerapporteerde informatie over de aanwezigheid en normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen én biociden) en PFAS zorgelijk is. Binnen de EU is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de Richtlijn prioritaire stoffen, de Grondwaterrichtlijn en de Kaderrichtlijn water (KRW). Afronding van de besluitvorming hierover is rond april dit jaar voorzien. Hiermee ontstaat ook duidelijkheid over de normen die voor dit soort stoffen moeten worden gehanteerd voor het vaststellen van normoverschrijdingen.
Naar aanleiding hiervan zal de Kamer nader geïnformeerd worden over de wijze waarop met provincies, drinkwaterbedrijven en waterschappen op een onderling afgestemde eenduidige wijze gerapporteerd kan worden over kwaliteit van grondwater. Dit is in lijn met acties uit het advies van de Studiegroep grondwater (Kamerstukken 27 625, nr. 594) over monitoring van grondwaterkwaliteit: actie 7A, ‘stem de bestaande grondwatermeetnetten beter op elkaar af zodat verontreiniging en toestand en trends daarvan eenduidig kunnen worden vastgesteld’, actie 7B, ‘meet in het ondiepe grondwater om snel problemen te signaleren’ en actie 7C, ‘Ontwikkel een indicator voor vergrijzing (mengseltoxiciteit’). Uitvoering van deze 3 acties is momenteel lopende en uitkomsten hiervan worden in de loop van dit jaar besproken met IPO, Unie van Waterschappen, VNG en de Vewin in het Bestuurlijk Overleg Water.
Bij het beoordelen van de gerapporteerde gegevens over gewasbeschermingsmiddelen moet ook in overweging genomen worden dat een aantal genoemde werkzame stoffen waarvan metabolieten/afbraakproducten zijn aangetroffen, niet meer toegelaten is. Er zijn dus al maatregelen getroffen om verdere verontreiniging te voorkomen. In het kader van het Uitvoeringsprogramma van de toekomstvisie gewasbescherming 2030 is met vertegenwoordigers van provincies, drinkwaterbedrijven, LTO, Croplife NL, Ctgb, LVVN en IenW een traject gestart om gezamenlijk de opgaven en oplossingen voor verbetering van grondwaterkwaliteit in beeld te brengen. Daarbij wordt ook vastgesteld welke in grondwater aangetroffen stoffen, of metabolieten daarvan, nog een toelating hebben en in hoeverre het al bestaande beleid voor toelating en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zal leiden tot het terugdringen van normoverschrijdingen. Hierbij wordt ook vastgesteld of in het grondwater aangetroffen stoffen uitsluitend afkomstig zijn van gebruik als gewasbeschermingsmiddel of ook nog een ander gebruik als oorsprong hebben.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat het vervuilen van grondwater een
ernstige bedreiging vormt voor de drinkwatervoorziening en de natuur? Zo
nee, waar baseert u zich dan op?
Antwoord
Vervuiling van grondwater in gebieden waar dat gebruikt wordt voor
winning van drinkwater moet zo veel mogelijk voorkomen worden. De
gegevens van dit rapport betreffen provinciale meetnetten. Meetpunten
van de provincies liggen doorgaans niet in
grondwaterbeschermingsgebieden waar grondwater onttrokken wordt voor
drinkwaterproductie.
Voor de beoordeling van de bedreiging van drinkwaterbronnen wordt gewezen op het binnenkort te verschijnen rapport over ‘early warning monitoring’ in grondwaterbeschermingsgebieden die vallen binnen het leveringsgebied van het drinkwaterbedrijf Vitens. Dit rapport wordt ook betrokken bij het afwegen van beleid voor bescherming van drinkwaterbronnen en de eventuele uitbreiding van drinkwaterwinningen buiten de nu bestaande grondwaterbeschermingsgebieden. Zie ook het antwoord op vraag 21.
Met betrekking tot het deel van de vraag over natuur: ter uitvoering van het ‘Verbeterprogramma Vogel- en Habitatrichtlijn’ is door de grondwaterbeheerders overleg gestart met de uitvoeringsorganisatie BIJ12 die dit verbeterprogramma uitvoert.
Vraag 4
Welke effecten heeft de normoverschrijding, de aanwezigheid en de
stapeling van schadelijke stoffen in ons milieu en voedsel mogelijk op
de gezondheid van mensen, op korte en lange termijn en vindt u deze
effecten verantwoord?
Antwoord
We weten dat PFAS schadelijke effecten kunnen hebben op de gezondheid
van mensen. Of PFAS daadwerkelijk gezondheidseffecten geven, hangt onder
andere af van hoeveel PFAS mensen binnen krijgen over de tijd. Mensen in
Nederland krijgen te veel PFAS binnen via voedsel en drinkwater, heeft
eerder onderzoek van het RIVM uitgewezen2.
Dit vindt het kabinet een onwenselijke situatie en daarom wordt ingezet
op vermindering van PFAS via vier sporen:
Een zo breed mogelijk Europees PFAS-verbod. Nederland is initiatiefnemer van een Europees verbod op het gebruik en op de markt brengen van (producten met) PFAS. Als bedrijven geen PFAS meer gebruiken in hun producten, zal de vervuiling op termijn afnemen.
Het stimuleren van de transitie naar alternatieven voor PFAS.
Er moet zo weinig mogelijk PFAS in het milieu terechtkomen. Bedrijven zijn verplicht om in hun productieprocessen zo weinig mogelijk PFAS te emitteren (minimalisatieplicht), en hebben een vergunning nodig voor het lozen van schadelijke stoffen.
We willen de blootstelling aan PFAS zo veel mogelijk voorkomen. Het RIVM doet in opdracht van de ministeries van IenW, VWS en LVVN onderzoek naar de mogelijkheden om de blootstelling van de mens aan PFAS te monitoren en te verminderen via een onderzoeksprogramma.
Om de gezondheid van mensen te beschermen zijn PFAS en andere chemische stoffen genormeerd in het Drinkwaterbesluit. Voor PFAS is dat een norm van 100 nanogram per liter (ng/l) voor 20 PFAS, die sinds 12 januari 2026 van kracht is in het Drinkwaterbesluit. Binnen de EU is de afweging van een aanscherping van deze norm nog gaande. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werkt op verzoek van de Europese Commissie aan een advies over de blootstelling aan PFAS. Voor meer informatie zie ook de Kamerbrief over PFAS van 21 juli 20253.
De Europese contaminantenwetgeving4 bepaalt de maximumgehalten aan ongewenste stoffen in levensmiddelen, zoals mycotoxinen, zware metalen, dioxines, PFAS en nitraten, om de volksgezondheid te beschermen.
Vraag 5
Kunt u in euro's een inschatting geven van de extra maatschappelijke
kosten die deze schadelijke stoffen en normoverschrijdingen veroorzaken?
Zo nee, kunt u die zo snel mogelijk in kaart laten brengen?
Antwoord
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in juni 2025 het rapport
‘Actualisering monetaire milieuschade’ gepubliceerd’5. In
dit rapport heeft het PBL op eigen initiatief berekend dat de uitstoot
van milieuverontreinigende stoffen in 2022 voor € 46 miljard schade
heeft veroorzaakt aan de gezondheid van mens en natuur in Nederland. Het
PBL is in de berekening uitgegaan van een conservatieve schatting. Voor
veel milieugevaarlijke stoffen bestaat nog onvoldoende kennis over de
omvang van de emissies, de verspreiding door het milieu of de effecten
op menselijke gezondheid en ecosystemen om de monetaire milieuschade te
kunnen berekenen. Daarnaast is ook de waardering van de milieuschade aan
onzekerheid onderhevig. In dit onderzoek concludeert het PBL dat het nog
niet mogelijk is om voor bepaalde moeilijk of niet-afbreekbare stoffen,
zoals PFAS, milieuschade te berekenen, omdat daarvoor geen milieuprijzen
bekend zijn. De broeikasgassen CO2, methaan en N2O
zorgen voor iets meer dan de helft van de berekende schade.
Luchtverontreinigende stoffen die onder de Europese NEC-richtlijn vallen
(NOx, ammoniak, zwaveldioxide, fijnstof en NMVOS) veroorzaken bijna alle
overige schade. Andere schadelijke stoffen, waarvan de emissies meestal
veel lager liggen, zorgen voor de resterende twee procent van de schade,
aldus het PBL. Deze cijfers zijn in lijn met de conclusie van het in
2023 mede door Nederland ingediende voorstel voor een brede Europese
PFAS-restrictie waarin is vastgesteld dat de sociaaleconomische lasten
van het gebruik van PFAS groter zijn dan de baten.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het feit dat in 96% van het ondiepe grondwater één of
meerdere milieuvreemde stoffen worden aangetroffen, waarbij in 85% van
de gevallen PFAS, en waarvan 70% de gehanteerde normen (vaak fors)
overschrijdt?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 7
Deelt u de zorgen uit het rapport, wanneer hierin gesproken wordt over
"zorgwekkend hoge percentages van normoverschrijdingen in het diepere
grondwater" als "een bedreiging voor de bereiding van drinkwater uit
grondwater op basis van eenvoudige zuivering"?
Antwoord
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 8
Wat zegt dit alles volgens u over de effectiviteit van het
huidige PFAS-beleid?
Antwoord
Het kabinet zet in op vermindering van PFAS via vier sporen,
zoals toegelicht in het antwoord op vraag 4. Deze sporen vormen een
totaalaanpak die moet leiden tot een sterke vermindering van PFAS in
onze leefomgeving. Dat betekent helaas niet dat PFAS per direct een halt
toegeroepen kunnen worden. Het zijn persistente stoffen die soms al
decennia geleden in ons milieu terecht gekomen zijn en daar niet of
nauwelijks afbreken. Een belangrijk deel van de problemen nu wordt
veroorzaakt door de historische vervuiling. Ook wordt er op dit moment
nog volop PFAS-houdende producten gebruikt. Met het onder vraag 4
genoemde voorstel voor een Europese restrictie willen we dat gebruik zo
ver mogelijk terugdringen.
Vraag 9
Ziet u voor de bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en
milieu en voor het blijven garanderen van schoon drinkwater reden voor
meer snelheid en actie om PFAS en andere schadelijke stoffen beter aan
te pakken? Zo ja, wat gaat u dan concreet doen op korte termijn en welke
tijdlijn hoort daarbij? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het aanpakken van PFAS is een prioriteit van het kabinet, zoals ook
toegelicht in het antwoord op vraag 4, en er worden dan ook volop acties
op ingezet. Zo is Nederland een van de initiatiefnemers voor het
voorstel voor de Europese restrictie op PFAS en zijn eind 2024 alle PFAS
aangewezen als Zeer Zorgwekkende Stoffen, waarvoor een
minimalisatieplicht geldt. Ook worden decentrale overheden ondersteund
bij het aanpakken van met PFAS verontreinigde grond via een specifieke
uitkering (SPUK Bodem).
Over de voortgang van het onderzoeksprogramma PFAS is de Kamer onlangs geïnformeerd (Kamerstukken 35 334, nr. 421). Op de website https://www.rivm.nl/pfas/onderzoeksprogramma wordt per thema een overzicht gegeven van alle lopende en geplande onderzoeken uit het onderzoeksprogramma. Daarnaast wordt gewezen op de Kamerbrief van 21 juli 2025 met als onderwerp ‘Problematiek rondom stikstof en PFAS’ (Kamerstukken 35 334, nr. 407) die onder punt 5 specifiek in gaat op het onderwerp ‘PFAS in drinkwater’.
Vraag 10
Wat gaat u eraan doen om de hoeveelheid schadelijke stoffen minstens
terug te brengen onder de normen? Welk tijdpad hoort daarbij?
Antwoord
Zie de antwoorden op de vragen 3, 4, 5, 8 en 9.
Vraag 11
Wat gaat u op korte termijn concreet doen om richting burgers
de transparantie te vergroten over deze schadelijke stoffen en de
aanwezigheid daarvan in producten/middelen en uiteindelijk onze
leefomgeving? Welk tijdpad hoort daarbij?
Antwoord
Het kabinet heeft zich ingezet voor en blijft inzetten op transparante
communicatie richting burgers over schadelijke stoffen en de
aanwezigheid van deze stoffen in producten/middelen. Dit wordt onder
andere gedaan via de website van het RIVM. Hier bevindt zich ook een
PFAS ‘landingspagina’, waar algemene informatie wordt gegeven over PFAS,
het gebruik ervan, de effecten en de aanwezigheid van PFAS in de mens en
het milieu. Ook over andere stoffen is informatie te vinden bij het
RIVM, zoals via de website Risico's van stoffen van het RIVM6.
Daarnaast wordt via de website https://waarzitwatin.nl/ informatie gegeven over chemische stoffen, waaronder PFAS, en de aanwezigheid van chemische stoffen in producten en middelen. Dit is een website gericht op consumenten, waarbij per productgroep de mogelijkheid voor de aanwezigheid van (schadelijke) chemische stoffen in het product en de mogelijke risico’s hiervan worden besproken in begrijpelijke taal. Op de website van MilieuCentraal is informatie te vinden over bestrijdingsmiddelen7. Al deze genoemde websites worden regelmatig bijgewerkt wanneer nieuwe relevante informatie beschikbaar is gekomen.
Industriële bedrijven zijn verplicht om de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) naar lucht en water minimaal eenmaal per vijf jaar te rapporteren aan het Bevoegd Gezag. Sinds 1 januari 2025 is het verplicht om deze rapportage te doen via de ZZS-emissiedatabase. De informatie hieruit zal te zijner tijd actief openbaar worden gemaakt na de evaluatie van deze database die gepland staat voor 2026.
Vraag 12
Deelt u de zorg dat bestrijdingsmiddelen en PFAS ook in 18% van diepere
grondwaterlagen worden teruggevonden, waar drinkwater wordt gewonnen?
Welke risico’s ziet u hiervoor op de langere termijn voor de gezondheid,
de natuur en het milieu en waar baseert u uw inzichten precies op (graag
bronnen vermelden)?
Antwoord
Zie de antwoorden op vragen 3 en 4.
Vraag 13
Waarom lukt het ondanks bestaande regelgeving nog steeds niet om
normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen terug te dringen? Waar
schiet het beleid tekort, wat gaat u precies beter doen en wanneer gaat
u dat doen?
Antwoord
Dat de toelating van een aantal eerder als gewasbeschermingsmiddel
toegelaten stoffen, veelal herbiciden/onkruidbestrijdingsmiddelen, is
ingetrokken duidt erop dat het toelatingsbeleid zijn uitwerking heeft.
Zoals in de antwoorden op vraag 2 en 3 is aangegeven wordt momenteel met
betrokken partijen in beeld gebracht welke opgaven resteren en of het
bestaande beleid voor toelating en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
naar verwachting ook volstaat om verdere achteruitgang van
grondwaterkwaliteit (ook wel vergrijzing genoemd) en
normoverschrijdingen te voorkomen. Hierbij wordt ook in beeld gebracht
hoe aan de hand van monitoringsresultaten van grondwater eerder kan
worden vastgesteld of een herbeoordeling nodig is om
normoverschrijdingen te voorkomen.
Vraag 14
Kunt u een uitputtende opsomming geven van alle aanbevelingen en
conclusies uit onafhankelijke evaluaties die het ministerie in het
verleden heeft ontvangen als het gaat om beleid met betrekking
tot bestrijdingsmiddelen? Kunt u daarbij per punt aangeven wat u er wel
of niet mee heeft gedaan?
Antwoord
Verwezen wordt o.a. naar de Tussenevaluatie van de Nota Gezonde Groei,
Duurzame Oogst met de titel ‘Geïntegreerde gewasbescherming nader
beschouwd’8 (Kamerstukken 27 858, nr. 478) en
het koepelrapport van de Tussenevaluatie van de KRW (Kamerstukken 27
625, nr. 696).
Daarnaast heeft de Kamer via een brief van de minister van LVVN en de staatssecretaris van IenW de evaluatie van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ontvangen (Kamerstukken 35 756, nr. 29).
Met een brief van de minister van LVVN ontving de Kamer recent de evaluatie van het Nationaal actieplan dat voor implementatie de Richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden is opgesteld (Kamerstukken 27 858, Nr. 741). De duiding van deze evaluaties geeft aan wat er met de aanbevelingen wordt gedaan.
Vraag 15
Heeft u ook gelezen dat het rapport ook concludeert dat op grond van de
grote verschillen in percentages van normoverschrijdingen tussen
enerzijds medische stoffen en anderzijds bestrijdingsmiddelen en PFAS
het voor de hand ligt om ter verbetering van de grondwaterkwaliteit het
accent te leggen op maatregelen gericht op bestrijdingsmiddelen en PFAS?
Erkent u die feiten en welke acties verbindt u aan die conclusie?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 16
Bent u het ermee eens dat het, gezien die feiten, duidelijk onwenselijk
is dat bestrijdingsmiddelen met PFAS worden gebruikt? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord
Allereerst wordt verwezen naar de antwoorden van de minister LVVN op de
Kamervragen die het lid Bromet eerder over dit onderwerp heeft gesteld
(Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 203) en naar de
appreciatie van de verworpen motie van het lid Bromet om in navolging
van Denenmarken PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen te verbieden
(Kamerstukken 27 585, nr. 725).
Ook is van belang dat het Ctgb op 18 december 2025 publiek heeft gemaakt dat naar aanleiding van het besluit van de Deense toelatingsautoriteit, in Nederland 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten tussentijds opnieuw beoordeeld zullen worden. Net als Noorwegen en Zweden, die ook voor herbeoordeling kozen, wil het Ctgb daarover uiterlijk op 30 april 2028 alle besluiten nemen9. Het Ctgb heeft per brief de ministers van LVVN en IenW geïnformeerd over de stappen die volgens artikel 44 van de EU-Verordening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk zijn om juridisch houdbaar robuuste bescherming van het grondwater te kunnen waarborgen. De minister van LVVN heeft de Kamer deze brief op 19 januari jl. toegezonden (bijlage bij Kamerstukken 27 858, nr. 739).
Het Ctgb constateert dat de herbeoordeling mogelijk grote gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland en adviseert het Rijk o.a. om een impactanalyse te laten uitvoeren en alternatieven te inventariseren voor middelen die mogelijk wegvallen. De minister LVVN heeft de WUR gevraagd deze impactanalyse uit te voeren en de uitkomsten daarvan worden in het tweede kwartaal van 2026 verwacht.
Vraag 17
Erkent u - tegen de achtergrond dat Nederland in Europa de officiële
positie heeft dat we snel een verbod op PFAS willen, juist omdat het
onwenselijk is dat het overal in ons milieu en lichaam terecht komt
- dat door het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen alsnog
PFAS overal in onze bodem, milieu en lichaam terecht kan komen? Zo nee,
waar baseert u zich dan op?
Antwoord
Ja. Mede om die reden loopt op dit moment zowel Europees als nationaal
een herbeoordeling van werkzame stoffen en gewasbeschermingsmiddelen met
een PFAS als werkzame stof. Zie ook het antwoord op vraag 16.
Vraag 18
Hoe beoordeelt u het risico voor de gezondheid van mens en
dier, als PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen steeds in ons voedsel
terechtkomen en zo schadelijke stoffen zich in ons lichaam opstapelen,
ook gezien het feit dat de meeste Nederlanders nu al te veel PFAS in hun
bloed hebben?
Antwoord
Het is bekend dat de blootstelling aan PFAS via voedsel en het
drinkwater boven de gezondheidskundige grenswaarde ligt.10
Dat betekent dat effecten van PFAS op het immuunsysteem niet uit te
sluiten zijn. Met het PFAS-programma wordt beoogd de blootstelling aan
PFAS te verminderen. Naar aanleiding van Deens onderzoek, dat laat zien
dat verschillende PFAS stoffen afbreken tot TFA en in het grondwater
komen, heeft het Ctgb besloten 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS
bevatten tussentijds opnieuw te gaan beoordelen. Zie ook het antwoord op
vraag 16.
Vraag 19
Kunt u uitleggen waarom PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen
(PFAS-pesticiden) nog altijd op de markt mogen blijven, terwijl bekend
is dat PFAS persistent, toxisch en nauwelijks afbreekbaar zijn?
Antwoord
Zie antwoorden op de vragen 16, 17 en 18.
Vraag 20
Bent u als eindverantwoordelijke voor gezondheid bereid om ook voor een
verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen te pleiten, naar voorbeeld
van landen als Denemarken? Zo nee, waarom kan Denemarken het wel en
waarom beschermt u de gezondheid van onze burgers niet?
Antwoord
Nee. Zoals aangegeven in de antwoorden op de vragen 16, 17 en 18 gaat
het Ctgb 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS als werkzame stof
bevatten tussentijds opnieuw beoordelen. Het Ctgb gebruikt de nieuwe
gegevens over de vorming van TFA en het Nederlandse grondwatermodel om
te bepalen of de betreffende middelen ook hier leiden tot overschrijding
van de grondwaternorm. In dat geval voldoen de middelen niet meer aan de
toelatingscriteria en moeten toelatingen worden gewijzigd of worden
ingetrokken. PFAS kan in een bestrijdingsmiddel
(gewasbeschermingsmiddelen en biociden) zitten als werkzame stof of als
hulpstof. De eerste groep is uitgesloten van de brede Europese PFAS
restrictie, de tweede groep gaat wel vallen onder deze restrictie.
Vraag 21
Bent u bereid het gebruik van bestrijdingsmiddelen waar PFAS in
zitten op zijn minst te verbieden in grondwaterbeschermingsgebieden?
Antwoord
Dit wordt verder afgewogen bij de uitvoering van de
motie-Tjeerd de Groot (Kamerstukken 27 858, nr. 587) die oproept om het
gebruik van bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden te
stoppen. Aangezien dit rapport aantoont dat in grondwater aangetroffen
stoffen vooral onkruidbestrijdingsmiddelen of metabolieten van deze
middelen betreffen, behoeft juist de onkruidbestrijding in
grondwaterbeschermingsgebieden specifieke aandacht bij de uitvoering van
deze motie. De Kamer wordt specifiek geïnformeerd over de uitvoering van
deze motie. Hierbij worden zo mogelijk ook de uitkomsten van de in het
leveringsgebied van het drinkwaterbedrijf Vitens uitgevoerde early
warning monitoring betrokken (zie het antwoord op vraag 3).
Vraag 22
Hoe waarborgt u dat Nederland gaat voldoen aan de KRW-doelen,
nu Europa hierin naar alle waarschijnlijkheid ook PFAS-grensnormen gaat
opnemen?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 2. Daarnaast wordt er voor de goede orde
gewezen op dat het onder de verantwoordelijkheid van de provincies
opgestelde rapport het volgende aangeeft: ‘Dit rapport is geen
Kaderrichtlijn water (KRW)-rapportage’, maar deze rapportage
heeft een ‘early warning’ functie’. Zo zal het ook benut worden
voor de bestuurlijke dialoog over het behalen van KRW-doelen die o.a.
met de provincies in het Bestuurlijk Overleg KRW gevoerd wordt.
Vraag 23
Bent u bereid om de monitoring van PFAS en bestrijdingsmiddelen uit te
breiden, zoals aanbevolen in het rapport? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De provincies en drinkwaterbedrijven zijn als eerste verantwoordelijk
voor monitoring van grondwaterkwaliteit en het is aan hen om hierin een
afweging te maken. Dit in afstemming met het ministerie IenW in het
kader van de in het antwoord op vraag 2 benoemde uitwerking van de
acties 7A, 7B en 7C uit het advies van de Studiegroep grondwater. Zie
ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 24
Bent u bereid om – gezien het feit dat bij meerdere bedrijven is
geconstateerd dat ze goochelen met uitstootcijfers en informatie
achterhouden (zoals bij CFS) - meer regie te nemen en meer in te zetten
op onafhankelijk, continu, fijnmazig en zoveel mogelijk real time meten
van gevaarlijke stoffen en deze data zo veel mogelijk openbaar
beschikbaar te maken, zodat de controle hierop en de toegang tot wat in
de omgeving aan stoffen wordt uitgestoten verbeterd wordt en minder
afhankelijk is van bedrijven (ook in lijn met motie-Teunissen c.s.,
Kamerstuk 28089, nr. 302)?
Antwoord
Op dit moment is er geen aanleiding voor meer regie op het toezicht op
afvalwaterlozingen zoals bij het bedrijf CFS. In het geval van
afvalwaterlozingen hebben bedrijven monitoring- en
rapportageverplichtingen, en doet het bevoegd gezag onafhankelijke
controles hierop.
Bedrijven zijn verplicht hun lozingen te meten, te registreren en te rapporteren conform de vergunningsvoorschriften. Deze gegevens vormen een belangrijk onderdeel van het toezicht, maar staan niet op zichzelf. Waterbeheerders, zoals waterschappen en Rijkswaterstaat, voeren daarnaast eigen metingen uit. Deze metingen vormen, in samenhang met de bedrijfseigen cijfers, de basis voor de controle op de naleving van vergunningen. Deze onafhankelijke controles bieden een noodzakelijke en structurele borging van de juistheid van de emissiedata en verkleinen de afhankelijkheid van bedrijfsrapportages.
Waar signalen daartoe aanleiding geven, kan het bevoegd gezag aanvullende metingen uitvoeren of specifieke meetverplichtingen opleggen. Ook wordt bij vergunningverlening en actualisatie steeds bezien of de voorgeschreven monitoring passend is bij de risico’s voor de waterkwaliteit, met bijzondere aandacht voor prioritaire en zeer zorgwekkende stoffen. Ik zie daarom op dit moment geen aanleiding voor meer regie in de gekozen systematiek voor afvalwaterlozingen.
Vraag 25
Wanneer wordt aan de toezegging voldaan, inclusief de beloofde
vervolgstappen, zoals geuit in de Voortgangsbrief Industrie en
Omwonenden (Kamerstuk 28089, nr. 335) dat eind dit jaar alle
onderzoeksresultaten voortvloeiend uit het rapport en actieagenda
Industrie en Omwonenden integraal zouden worden gewogen en gedeeld met
de Kamer, samen met een tijdpad van mogelijke
acties die hieruit voortvloeien?
Antwoord
Hier is aan voldaan met de Kamerbrief ‘Uitkomsten Actieagenda Industrie
en Omwonenden’ gepubliceerd op 19 december 2025 (Kamerstukken 28089, nr.
346). De onderzoeksuitkomsten zijn als bijlage bij de genoemde
Kamerbrief gevoegd en de vervolgacties worden in de Kamerbrief
toegelicht.
Vraag 26
Kunt u deze vragen zo snel mogelijk één voor één beantwoorden?
Antwoord
Vanwege de benodigde afstemming tussen de ministeries van IenW, VWS en
LVVN was het niet mogelijk om deze vragen binnen de gebruikelijke
termijn te beantwoorden. De Kamer heeft hierover een uitstelbrief
ontvangen.
Arcadis, 20 november 2025 (https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/rapport-grondwaterkwaliteit-nederland-2024-beschikbaar)↩︎
RIVM (2023), Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands, https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2023-0011.pdf↩︎
Kamerstuk 35 334, nr. 407↩︎
EU Verordening 2023/915, https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2023/915/oj/eng↩︎
PBL (2025), Actualisering monetaire milieuschade: https://www.pbl.nl/publicaties/actualisering-monetaire-milieuschade↩︎
https://www.milieucentraal.nl/huis-en-tuin/ongediertebestrijding/bestrijdingsmiddelen-en-het-milieu/↩︎
https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2019-geintegreerde-gewasbescherming-nader-beschouwd-3549_0.pdf↩︎
https://www.ctgb.nl/documenten/2025/12/18/persbericht-herbeoordeling-pfas↩︎
RIVM (2023), Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands https://www.rivm.nl/publicaties/risk-assessment-of-exposure-to-pfas-through-food-and-drinking-water-in-netherlands↩︎