[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag schriftelijk overleg inzake de (informele) Telecomraad van april 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-33-1188)

Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D16234, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-08 10:05, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03952:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

1188

Nr. Verslag van een schriftelijk overleg

Binnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties de behoefte om enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de brieven d.d. 9 maart 2026 ‘Naderend Raadscompromis Omnibus AI’ (Kamerstuk 22112-4287), d.d. 9 maart 2026 ‘Antwoorden op vragen commissie over o.a. Fiche: Omnibus AI en Omnibus Digitaal (Kamerstuk 22112-4223)’ (Kamerstuk 22112-4288), d.d. 27 februari 2026 ‘Geannoteerde agenda Telecomraad (Informeel, d.d. 23 – 24 maart 2026)’ (Kamerstuk 21501-33-1188), d.d. 16 januari 2026 ‘Fiche: Verordening Europese Business Wallet’ (Kamerstuk 22112-4232), d.d. 12 januari 2026 ‘Verslag Telecomraad 5 december 2025’ (Kamerstuk 21501-33-1183), d.d. 12 januari 2026 ‘Beantwoording vragen gesteld tijdens het Tweeminutendebat Telecomraad d.d. 5 december 2025’ (Kamerstuk 21501-33-1185), d.d. 12 januari 2026 ‘Antwoorden op resterende vragen commissie over o.a. de Geannoteerde Agenda Telecomraad 5 december 2025’ (Kamerstuk 21501-33-1165).

Bij brief van …… zijn deze vragen en opmerkingen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

Voorzitter van de commissie,

Dekker

Adjunct-griffier van de commissie,

Muller

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen van rapporteurs

II Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

III Antwoord/reactie van de bewindspersoon

I Vragen en opmerkingen van rapporteurs

Vragen en opmerkingen namens de commissie van de rapporteurs Omnibus AI en Digitaal, de leden El Boujdaini (D66) en Van den Berg (JA21) naar aanleiding van de adviezen van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing over EU-voorstellen: Verordening Digitale Omnibus COM (2025) 836 en 837 (Kamerstukken 22112-4301 en 22112-4302)

Ten aanzien van het voorstel voor de EU-verordening Digitale Omnibus inzake AI COM (2025) 836

  • Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om een inschatting van de termijn die nodig is voor het opstellen van geharmoniseerde standaarden bij de belangrijkste verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen, om te bezien of eerdere inwerkingtreding voor enkele of meerdere bepalingen (zoals over transparantie) alsnog mogelijk is?

  • Het kabinet toelichten wat de noodzaak is van het verruimen van de uitzondering voor legacy-systemen, waardoor ook hoog-risico AI-systemen die in de handel worden gebracht tussen de oude en de nieuwe inwerkingtredingsdata, (met uitzondering van de verboden praktijken) nooit aan de regels uit de AI-verordening hoeven te voldoen, tenzij zij aanzienlijke wijzigingen in hun systeem ondergaan?

  • Kan het kabinet toelichten welke verantwoordelijkheden en verplichtingen aanbieders en gebruikers precies zullen behouden volgens het raadscompromis en of daarmee het advies van de EDPB wordt opgevolgd om de inspanningsverplichting voor AI-geletterdheid zoals die nu geldt, te handhaven naast het voorstel uit de Omnibus AI?

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken toe te lichten wat het effect is van de afzonderlijke regels voor SMEs en SMCs op grondrechtenbescherming voor burgers en waarom deze regels afwijken van de insteek van risico-gebaseerd toezicht in de AI-verordening?

  • Is het kabinet zich ervan bewust dat de bevoegdheden van de nationale toezichthouders en de EDPB bij AI-testomgevingen op EU-niveau, en van mensenrechtenautoriteiten bij informatieverzoeken aan aanbieders of gebruikers van AI-systemen, nog verduidelijking behoeven in het licht van het bevorderen van de rechtszekerheid en de bescherming van grondrechten?

  • Kan het kabinet de Europese Commissie verzoeken om, vanwege het ontbreken van een impact assessment, een nadere motivering te geven van de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde wijzigingen van de AI-verordening uit onderdelen A tot en met D van dit advies? Kan in deze nadere motivering in ieder geval worden ingegaan op de verwachte impact op grondrechten, waaraan volgens de richtsnoeren van de Europese Commissie in een impact assessment bijzondere aandacht zou zijn besteed?

Ten aanzien van het voorstel voor EU-verordening Digitale Omnibus COM (2025) 837

  • Is het kabinet bereid de Europese Commissie vragen om een nadere motivering van de noodzaak en proportionaliteit van de onderdelen van de Digitale Omnibus die zien op het wijzigen van de AVG, gezien het ontbreken van een impact assessment? Kan hierbij in ieder geval nader worden ingaan op twee deelonderwerpen waaraan volgens de richtsnoeren van de Europese Commissie in een impact assessment bijzondere aandacht zou zijn besteed? Dit zijn de verwachte gevolgen voor MKB’ers (in het bijzonder ten aanzien van het beoogde doel om meer rechtszekerheid te bieden) en de verwachte impact op grondrechten (in het bijzonder ten aanzien van het recht op bescherming van persoonsgegevens).

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om een onderbouwing van de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde definitiewijziging van persoonsgegevens in het licht van het recht op bescherming van persoonsgegevens en hierbij ook aandacht te geven aan de doorwerking van deze definitiewijziging in de publieke sector en in andere Europese regelgeving op basis waarvan persoonsgegevens worden verwerkt?

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om, in aanvulling op de jurisprudentie waarop de voorgestelde definitiewijziging is gebaseerd, ook in te gaan op andere relevante Europese jurisprudentie waarin uitleg wordt gegeven aan de definitie van persoonsgegevens.

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om een nadere motivering waarom een uitvoeringshandeling over het pseudonimiseren van persoonsgegevens in dit geval het passende instrument wordt geacht in het licht van artikel 291 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU? Kan de Europese Commissie daarbij ingaan op de mogelijke impact van deze uitvoeringshandeling op het toepassingsbereik van de AVG? Kan het kabinet ook om een verduidelijking vragen van de beoogde praktische impact van de uitvoeringshandeling over het pseudonimiseren van persoonsgegevens, nu ook andere elementen hierbij volgens het voorstel een rol spelen?

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om een nadere onderbouwing van de noodzaak en proportionaliteit van het voorstel voor een aanvullende grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens voor AI op basis van een gerechtvaardigd belang? Kan de Europese Commissie, met het oog op de rechtszekerheid voor ondernemers, daarbij ook ingaan op de verhouding van deze aanvullende grondslag tot de bestaande vereisten in de AVG voor het verwerken van persoonsgegevens op basis van een gerechtvaardigd belang?

  • Kan het kabinet een nadere uitleg geven van de beoogde praktische toepassing van het voorgestelde onvoorwaardelijke recht op bezwaar voor burgers, met inbegrip van de manier waarop burgers worden geïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens zodat zij daadwerkelijk gebruik kunnen maken van dit recht?

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om een nadere motivering van de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde nieuwe grondslag voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens voor de ontwikkeling en exploitatie van AI-systemen, en daarbij in het bijzonder in te gaan op de vraag hoe het recht op bescherming van persoonsgegevens van burgers in het voorstel is meegewogen? En kan de Europese Commissie hierbij ingaan op het advies van de European Data Protection Board om het voorstel op een aantal punten te verduidelijken en aan te scherpen?

  • Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken inzicht te geven in hoeverre er in de praktijk sprake is van misbruik van het inzagerecht waardoor wijziging noodzakelijk is. En om te vragen om een reflectie op de verwachte impact van de beperking van het inzagerecht op de uitoefening van andere fundamentele rechten en vrijheden, zoals het gebruik van het inzagerecht voor journalistieke doeleinden?

  • Kan het kabinet de voorgestelde wijziging van het recht op informatie verduidelijken, met het oog op de rechtszekerheid (met name voor MKB’ers)

  • Kan het kabinet inzicht geven in de verwachte cumulatieve impact van de voorgestelde wijziging van het inzagerecht en het recht op informatie op het recht op bescherming van persoonsgegevens van burgers?

Vragen en opmerkingen namens de commissie van de rapporteur Europese Business Wallet, het lid Emiel van Dijk (PVV)

  • Kan de staatssecretaris de commissie informeren over het eerste compromisvoorstel dat is opgesteld onder het Cypriotisch voorzitterschap en met name waar dit voorstel al dan niet tegemoet komt aan de kernzorgen uit het BNC-fiche, zoals nationale flexibliteit, administratieve lasten en het pad tot implementatie?

  • Kan de staatssecretaris de commissie informeren over de punten die gezien dit compromisvoorstel nog inzet zijn van verdere onderhandelingen in relatie tot het BNC-fiche, bijvoorbeeld rond ex-ante toezicht op aanbieders van wallets, vertrouwensdiensten en technische walletcomponenten en mogelijke certificering, maar ook over de punten die geen inzet meer zijn van verdere onderhandelingen?

II Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad. Deze leden hechten eraan dat Europese digitaliseringsvoorstellen bijdragen aan innovatie en lastenverlichting, zonder afbreuk te doen aan grondrechten, transparantie en uitvoerbaarheid. Tegen deze achtergrond hebben zij de volgende vragen.

De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet het feit beoordeelt dat voor de Digitale Omnibus geen integraal impact assessment door de Europese Commissie is opgesteld, terwijl de voorgestelde wijzigingen direct raken aan de bescherming van persoonsgegevens en fundamentele rechten, zoals privacy, non-discriminatie en bescherming tegen geautomatiseerde profilering. Is het kabinet bereid zich in de Raad te blijven inzetten om alsnog een dergelijk integraal impact assessment te laten uitvoeren voordat een Raadsakkoord wordt bereikt?

Deze leden benadrukken het belang van het tegengaan van AI-gegenereerde desinformatie, waaronder (seksuele) deepfakes. Zij vragen het kabinet hoe het bestaande Europese kader, waaronder de AI-verordening en de Digital Services Act, wordt benut om transparantie, detectie en labeling van AI-gegenereerde content te waarborgen. Waar ziet het kabinet nog lacunes in dit kader, en op welke wijze zet het kabinet zich in EU-verband in om deze te adresseren? In het bijzonder vragen zij hoe het kabinet aankijkt tegen een expliciet verbod op seksuele deepfakes.

De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van effectieve bescherming van minderjarigen online en wijzen op het belang van een veilige digitale omgeving. Deze leden vragen het kabinet hoe maatregelen zoals leeftijdsverificatie zodanig worden vormgegeven dat deze zowel effectief als privacyvriendelijk zijn, en hoe daarbij wordt aangesloten bij bestaande Europese kaders. Daarnaast vragen zij hoe het kabinet bevordert dat deze maatregelen bijdragen aan een veilig, open en betrouwbaar digitaal ecosysteem. Hoe wordt in het bijzonder gestimuleerd dat oplossingen toegankelijk, transparant en handhaafbaar zijn?

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel inzake de Europese Business Wallet en verwelkomen de inzet op digitalisering en lastenverlichting. Deze leden vragen het kabinet hoe deze wallets bijdragen aan veilige, betrouwbare en efficiënte gegevensuitwisseling, en hoe daarbij wordt aangesloten bij bestaande Europese kaders. Daarnaast vragen zij hoe het kabinet de balans beoordeelt tussen het ontbreken van een aanbiedplicht voor lidstaten en de acceptatieplicht voor publieke organisaties. De leden van de D66-fractie vragen tot slot hoe het kabinet de invoering bij publieke organisaties wil ondersteunen, zodat deze praktisch uitvoerbaar is en bijdraagt aan betrouwbare dienstverlening. Welke rol is daarbij weggelegd voor open standaarden, interoperabiliteit en publieke regie bij het waarborgen van brede toegankelijkheid?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad d.d. 29-30 april 2026. Deze leden hebben tevens kennisgenomen van het fiche van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) over de Europese Business Wallet. Zij hebben over deze documenten nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie vinden het teleurstellend dat de relevante discussiestukken nog niet zijn gedeeld. Dit bemoeilijkt controle door de nationale parlementen op de inbreng van de nationale regeringen bij de Raad. Is het kabinet bereid tijdens de Raad voor het voetlicht te brengen dat het in het kader van degelijke democratische controle van belang is dat de relevante discussiestukken tijdig worden gedeeld?

Deze leden lezen dat Nederland tijdens de laatste Telecomraad bij het beleidsdebat over regeldrukvermindering heeft ingebracht dat het erop lijkt dat de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) volgens het kabinet fundamenteel van aard zijn en dus in de ogen van het kabinet verder gaan dan alleen vereenvoudiging. Ook zou Nederland hebben aangegeven grote zorgen te hebben over de oprichting van een centraal Europees meldpunt voor het melden van cybersecurity incidenten. Graag ontvangen deze leden een toelichting van het kabinet op de door Nederland ingebrachte punten. Hoe is hier door andere landen op gereageerd?

Zij lezen bovendien dat er tijdens de afgelopen Telecomraad is gesproken over de uitbreiding van ‘Roam like at Home’ naar Moldavië, Oekraïne en de Westelijke Balkan. In het verslag van het kabinet over de Telecomraad ontbreekt echter wat er dan precies is besproken. Graag ontvangen de leden van de VVD-fractie de actuele stand van zaken.

Deze leden hebben daarnaast kennisgenomen van het BNC-fiche over de Europese Business Wallet. Zij zijn in het algemeen positief over de plannen. De leden van de VVD-fractie lezen in het fiche dat er ‘honderden miljarden euro’s’ bespaard kunnen worden bij brede ingebruikname van de wallet. Deze leden vragen waar deze schatting op is gebaseerd, aangezien deze inschatting hen zeer optimistisch voorkomt.

Zij onderschrijven dat de besparingen oplopen naarmate de wallet door meer organisaties, instanties en bedrijven wordt gebruikt. Deelt het kabinet deze mening? Zo ja, hoe wil het kabinet op deze brede ingebruikname concreet aandringen bij de behandeling van dit voorstel in de Raad?

De leden van de fractie van de VVD lezen dat het kabinet het van belang vindt dat de voorgestelde verordening aansluit bij andere EU-initiatieven en bestaande EU-regelgeving op het gebied van digitalisering en digitale identiteit, zoals de eIDAS-verordening. Deze leden lezen dat het kabinet tijdens de onderhandelingen deze coherentie en consistentie wil bewaken. Waar wil het kabinet concreet voor pleiten?

Voor het slagen van de Europese Business Wallet vinden de leden van de VVD-fractie het van belang dat er goed contact over het voorstel wordt onderhouden met het bedrijfsleven. Kan het kabinet bevestigen dat het bij de standpuntbepaling over dit voorstel contact met het Nederlandse bedrijfsleven heeft gehad? Is hierin ook de notariële beroepsgroep meegenomen? Hoe duidt het kabinet het enthousiasme voor de Europese Business Wallet onder het bedrijfsleven? Is het kabinet bereid er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat er in de uitvoering van dit voorstel nauw contact met het bedrijfsleven wordt onderhouden?

Tot slot vragen deze leden wanneer volgens planning de Europese Business Wallet operationeel is.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad van 29 en 30 april. Deze leden hebben hierover enkele vragen.

Zij lezen allereerst dat er enigszins tegemoet is gekomen aan de zorgen die het kabinet had over de Omnibus AI. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie blijven pleiten voor een volledige en snelle implementatie van de AI-verordening met zo min mogelijk aanpassingen in de Omnibus AI. Deze leden roepen de motie-Kathmann/Dassen (Kamerstuk 21501-33-1173) in herinnering die voorwaarden neerlegt bij de behandeling van beide omnibussen. Hoe geeft het kabinet uitvoering aan deze motie? Onder welke voorwaarde(n) zal het kabinet deze omnibus níet steunen? Kan het kabinet expliciet beschrijven welke voorstellen zij heeft gedaan en hoe die in het compromisvoorstel van de Omnibus AI wel of niet verwerkt zijn? Hoe kijkt het kabinet naar de tijdsdruk bij de Omnibus AI, aangezien de AI-Verordening vanaf augustus 2026 in werking treedt? Leidt deze zeer korte termijn tussen deze onderhandeling en de inwerkingtreding volgens het kabinet voor een gedegen wetgevingsproces?

Deze leden zijn op de hoogte dat er wordt gepoogd om bijlage 1 (“Annex I”) van de AI-Verordening aan te passen, en secties A en B samen te voegen. Dit zou kunnen leiden tot meer complexiteit omtrent de regulering van hoog risico AI-systemen. Hoe beoordeelt het kabinet voorstellen van deze aard? Is zij daarnaast van mening dat ook ‘Internet-of-Things’-apparatuur, waarin AI wordt toegepast, gewoon aan de AI-verordening moet gaan voldoen?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen daarnaast op het behandelvoorbehoud dat de Eerste Kamer het kabinet heeft opgelegd. Welke (voor)overleggen zijn er sinds de vorige Telecomraad geweest waar de Omnibus AI ter sprake is geweest? Hoe heeft het kabinet haar zienswijze kenbaar gemaakt, met inachtneming van het behandelvoorbehoud?

Deze leden hebben meermaals gevraagd om in te zetten op een Europees verbod op Nudify-apps, als onderdeel van artikel 5 van de AI-verordening. Deze zorgen zijn eerder geuit in vragen van het lid Kathmann.1 Zij zijn tevreden dat de Europese Unie, mede door druk van het Europees Parlement, van plan is om dit uit te voeren.2 Ook een brede vertegenwoordiging van Nederlandse organisaties en experts verwelkomt deze stap.3 Hoe reageert het kabinet op deze oproep van organisaties en experts? Kan het kabinet meer vertellen over hóé dit verbod er uit gaat zien? Zijn er nieuwe ontwikkelingen sinds de beantwoording van de eerdergenoemde Kamervragen van 17 maart 2026 die kabinet met de Kamer kan delen? Per wanneer zijn Nudify-apps definitief verbannen uit Europese appstores, en wordt ook het gebruik en het delen van Nudify-beelden bestraft? Vanaf wanneer worden seksuele deepfakebeelden aangemerkt als illegale content die zoekmachines na notificatie direct offline moeten halen? Wat kunnen lidstaten doen om dit zo snel mogelijk in werking te brengen? Wanneer is het Europese onderzoek naar X en de chatbot Grok, die ook gebruikt wordt om naaktbeelden te genereren, gereed? Welke conclusies kunnen uit dat onderzoek volgen? Is het verbieden van de chatbot Grok, of in het uiterste geval het hele X-platform, een mogelijke uitkomst? Zou het kabinet dat steunen?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat het waardevol inzetten van AI vraagt om een zorgvuldige afweging van alle risico’s die hiermee gepaard gaan. Er gaan grote maatschappelijke, sociale en economische risico’s gepaard met de grootschalige adoptie van AI. De AI-markt wordt gedomineerd door enkele miljardenbedrijven die zelf de regels en voorwaarden bepalen waar Europese burgers aan worden gehouden. Volgens deze leden is het noodzakelijk dat Nederland een meerjarige strategie bepaalt, op basis van mogelijke toekomstbeelden over de ontwikkeling van AI, die naast de economische kansen ook uitgaat van de gevolgen voor mensenrechten, klimaat en arbeid. Is het kabinet bekend met de scenariostudie van The Centre for Future Generations ‘Advanced AI: Possible Futures’4 over mogelijke toekomstbeelden van AI in Europa? Kent het kabinet meer gezaghebbende scenariostudies waar zij haar AI-beleid op baseert? Ziet het kabinet er meerwaarde in om een gezaghebbende scenariostudie uit te voeren over wat de mogelijke langetermijn gevolgen kunnen zijn van hoe AI zich de komende jaren ontwikkelt? Zo ja, is zij bereid om op korte termijn zo’n scenariostudie naar de Nederlandse context uit te voeren?

Zij kijken ook vooruit naar het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa in 2027. Het voeren van AI-diplomatie en het organiseren van evenementen over de ethische, sociale en mensenrechtelijke gevolgen van AI zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie als een waardevolle invulling van dit voorzitterschap. Nederland kent immers veel expertise en gezag op het gebied van waardevolle digitalisering. Is het kabinet van plan om dit onderwerp onder haar voorzitterschap volgend jaar ter sprake te brengen? Zo ja, welke concrete plannen zijn er om verantwoorde AI als onderwerp aan te dragen? Welke voorbereidingen worden nu getroffen om de Nederlandse zienswijze op verantwoorde AI zo effectief mogelijk over te brengen in verband met de 46 landen die aangesloten zijn bij de Raad van Europa?

Deze leden wijzen erop dat in de Raad van Europa het Kaderverdrag over kunstmatige intelligentie, mensenrechten, democratie en de rechtsstaat is ondertekend.5 De EU heeft namens alle lidstaten dit verdrag ondertekend. Echter betekent dit dat niet het hele Koninkrijk, inclusief Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES), heeft ondertekend, maar dit alleen geldt voor Europees Nederland. Deze leden vragen het kabinet om uit te leggen waarom zij niet met een notificatie het Kaderverdrag ook namens de BES heeft ondertekend. Is het de wens van de BES om ook onder de reikwijdte van het Kaderverdrag te vallen? Is het kabinet bereid om hierover in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van de BES, om te bezien of Nederland via een notificatie het verdrag voor dit deel van het Koninkrijk van toepassing kan maken indien dat gewenst wordt? Wat zijn volgens het kabinet de voor- en nadelen hiervan? Op welke termijn kan het kabinet de Kamer informeren over deze mogelijkheid?

Zij volgen de ontwikkelingen rondom leeftijdsverificatie met een kritische blik. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderstrepen volledig het belang van bescherming van minderjarigen online, en hebben meerdere voorstellen gedaan om dit te waarborgen. Tegelijkertijd zijn deze leden van mening dat beschermingsmaatregelen niet ten koste mag gaan van de online anonimiteit, privacybescherming, en vrije toegang tot informatie die randvoorwaardelijk zijn voor een open en vrij internet. Zij vragen het kabinet of haar opvatting hierover wezenlijk verschilt van het kabinet-Schoof, en zo ja, op welke punten. Welke wijze van online leeftijdsverificatie vindt het kabinet acceptabel en proportioneel? Kan zij een praktisch beeld schetsen van hoe het door het kabinet aangekondigde leeftijdsverbod tot 16 jaar voor sociale media er uit gaat zien? Moeten gebruikers van bijvoorbeeld YouTube, Instagram en Snapchat zich volgens het kabinet straks als 16+ legitimeren om van deze diensten gebruik te mogen maken? Is het gerechtvaardigd en proportioneel als alle volwassen gebruikers straks mogelijk hun data moeten afstaan aan het techbedrijf of de overheid om toegang te krijgen tot deze platforms? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat bij zo’n grote, ingrijpende maatregel, er zo veel mogelijk gestreefd moet worden naar uniforme regels. Dit is nu niet het geval. Zo gelden er in Frankrijk en Denemarken al grenzen van 13 jaar, en mogen 14- en 15-jarigen alleen met toestemming van ouders sociale media gebruiken. Hoe kijkt het kabinet naar deze consent-constructie waarbij de begrenzing voor 14- en 15-jarigen weer bij ouders wordt neergelegd? Hoort dit thuis in de Europese afspraken die worden gemaakt over leeftijdsverificatie, of pleit het kabinet voor één eenduidige Europese minimumleeftijd? Zo ja, hoe onderbouwt het kabinet welke leeftijd dit moet zijn?

Deze leden blijven van mening dat de meest effectieve aanpak van online haat en intimidatie uitgaat van het ingrijpend reguleren van verslavende en polariserende ontwerpkeuzes. Zij vragen het kabinet om haar inzet dan ook altijd te richten op maatregelen die voor álle gebruikers een prettige online leefwereld realiseren. Welke concrete maatregelen wil het kabinet terugzien in de Digital Fairness Act (DFA)? Moet deze, in lijn met de visie van deze leden, een verbod op verslavend ontwerp bevatten?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie brengen ter sprake dat, naast AI en leeftijdsverificatie, andere grote digitale ontwikkelingen in Europees verband spelen. Deze leden zijn verbaasd dat de agenda geen melding maakt van de Cloud & AI Development Act (CAIDA),6 de Open Source Digital Strategy,7 of de Strategic Roadmap for Digitalisation and AI in the Energy Sector.8 Kan het kabinet ingaan op de tijdlijn en belangrijke beslismomenten voor deze drie ontwikkelingen? Binnen welke gremia worden deze voorstellen nu besproken en door wie? Vooral de CAIDA heeft de interesse van deze leden. In welke fase bevindt de CAIDA zich nu, en wanneer verwacht het kabinet een Commissievoorstel voor deze verordening? Welke elementen bevat deze vermoedelijk? Bevat deze ook regels over het energieverbruik van digitale infrastructuur? Kan het kabinet expliciet in gaan op de rol van de CAIDA om Europese inkoop- en aanbestedingsregels te definiëren die het mogelijk maken om ‘Buy European’-beleid te voeren op het gebied van ICT in de publieke sector? Met welke EU-lidstaten trekt het kabinet op om zich hiervoor in te spannen, conform meerdere aangenomen Kamermoties?9

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie blijven de ontwikkelingen rondom chatcontrole nauw volgen. Recent besloot het Europees Parlement de tijdelijke derogatie voor vrijwillige controle niet te verlengen.10 Deze leden vragen het kabinet om haar positie hierover aan de Kamer toe te lichten, met inachtneming van de aangenomen motie-Kathmann c.s.11 Hoe reageert het kabinet op het bericht dat techbedrijven alsnog vrijwillige chatcontrole op hun platforms toepassen?12 Deelt het kabinet de opvatting van deze leden dat na de stemming in het Europees Parlement, er geen democratische legitimiteit en wettelijke basis meer is voor vrijwillige chatcontrole door techbedrijven? Handelen de techbedrijven nu in strijd met de wet? Welke juridische gevolgen heeft dit voor de bedrijven, nu de uitzondering op de ePrivacy-richtlijn die dit toestond per 3 april is vervallen? Waren lidstaten op de hoogte dat deze bedrijven vrijwillige detectie zouden blijven toepassen? Hoe wordt op zo kort mogelijke termijn een oplossing gevonden zodat er geen chatcontrole meer wordt toegepast, en er een juridisch houdbare, niet op surveillance-gebaseerde aanpak voor in de plaats komt?

Tot slot merken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat bezoeken heeft afgelegd naar Brussel en Parijs om kennis te maken met relevante partners op het gebied van digitalisering. Graag ontvangen deze leden nadere informatie over de aard van deze bezoeken en meer informatie over wat er inhoudelijk besproken, afgesproken of toegezegd is in deze overleggen met betrekking tot de Nederlandse positie over digitaal beleid.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad en van het fiche over de Verordening Europese Business Wallet.
Deze leden vernemen dat ten tijde van het verzenden van de geannoteerde agenda aan de Kamer er nog geen discussiestukken onderliggend aan de geagendeerde beleidsdebatten beschikbaar waren. Zij vragen of dit inmiddels wel het geval is en of het kabinet naar aanleiding daarvan nadere informatie kan geven over de door haar voorgenomen inzet bij de aankomende informele Telecomraad.

De leden van de CDA-fractie zijn verheugd te lezen dat er bij de informele Telecomraad een beleidsdebat plaats zal vinden over leeftijdsverificatie en maatregelen ter bescherming van minderjarigen online. Deze leden zijn ook zeer te spreken over de inzet uit het coalitieakkoord voor een minimumleeftijd voor sociale media van 16 jaar in Europees verband. Zij vragen of het kabinet voornemens is om dit onderwerp ook op te brengen tijdens dit beleidsdebat in de informele Telecomraad. Hierbij vragen de leden van de CDA-fractie welke andere lidstaten overwegen een leeftijdsgrens voor sociale media in te stellen en of zij daarbij eveneens een leeftijdsgrens van 16 jaar zullen hanteren.

De leden van de CDA-fractie lezen dat er een beleidsdebat plaats zal vinden over AI. Deze leden vragen hoe het kabinet aankijkt tegen de recente oproep van onder andere de Autoriteit Persoonsgegevens om seksuele deepfakes expliciet te verbieden via de AI-verordening.

Zij zien de mogelijke meerwaarde van het voorstel voor een Europese Business Wallet voor het verminderen van administratieve lasten en voor betere grensoverschrijdende digitale dienstverlening aan bedrijven. Tegelijk achten de leden van de CDA-fractie uitvoerbaarheid, veiligheid en proportionaliteit van groot belang. Deze leden lezen dat het kabinet in algemene zin positief is over de doelstelling van het voorstel, maar ook zorgen heeft over de uitvoerbaarheid voor publieke instanties en de samenloop met bestaande systemen. Zij vragen welke concrete meerwaarde het kabinet op korte termijn ziet voor Nederlandse bedrijven, in het bijzonder voor het mkb, en hoe het kabinet borgt dat de beoogde vereenvoudiging in de praktijk ook daadwerkelijk leidt tot een werkbare en efficiënte digitale dienstverlening voor zowel ondernemers als betrokken overheidsorganisaties.

De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet inzet op een steviger toezichtstelsel en meer waarborgen vooraf. Deze leden vragen welke minimale eisen het kabinet noodzakelijk acht om de cybersecurity en veiligheid van de Europese Business Wallet voldoende te borgen.

Tot slot lezen zij dat het gebruik van de Europese Business Wallet voor bedrijven vrijwillig blijft, terwijl publieke instanties deze wel moeten accepteren. Deze leden vragen hoe het kabinet borgt dat deze vrijwilligheid in de praktijk behouden blijft, en hoe het kabinet de voorgestelde implementatietermijnen beoordeelt gelet op de benodigde aanpassingen in toezicht, ICT-systemen en publieke dienstverlening.

Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie

De leden van de JA21-fractie besteden graag aandacht aan de voorgestelde wijzigingen die zijn opgenomen in de Digitale Omnibus Verordening, allereerst ten aanzien van het verruimen van het begrip ‘’gerechtvaardigd belang’’ bij AI-ontwikkeling. Dit begrip is nader uitgewerkt in artikel 6 van de AVG. Er moet in het kader van rechtszekerheid immers sprake zijn van een gerechtvaardigd belang om persoonsgegevens te verwerken.

Deze leden vragen echter of een verruiming van dit begrip in dit kader wenselijk is. Het is lastig om te veronderstellen dat rondom AI-ontwikkeling altijd sprake is van een gerechtvaardigd belang. Ook is onduidelijk wie of welke instantie dit zal toetsen, aangezien toezicht vaak gebeurt nadat de verwerking al heeft plaatsgevonden. AI-ontwikkeling kan voor kleinere bedrijven bovendien nadelig zijn aangezien enkel grote bedrijven grootschalig gebruik kunnen maken van data. Zij hebben de volgende vragen: hoe zet het kabinet zich in EU-verband in om te voorkomen dat AI-ontwikkeling een containerbegrip wordt waarmee vrijwel elke verwerking kan worden gerechtvaardigd? Kan het kabinet verduidelijken hoe in de praktijk getoetst zal worden of het gerechtvaardigd belang van de ontwikkelaar zwaarder weegt dan dat van de burger? Kan het kabinet toelichten hoe voorkomen wordt dat er een ongelijk speelveld ontstaat tussen grote techbedrijven en mkb? En hoe verhoudt de verruiming van het begrip ‘’gerechtvaardigd belang’’ zich tot het doelbindingsbeginsel in het kader van AI-training?

De leden van de JA21-fractie hebben tevens kennisgenomen van een tweede wijziging die is voorgesteld, die betrekking heeft op het instellen van meerdere uitzonderingen op het verbod op verwerking (artikel 9 AVG). Kan het kabinet toelichten welke waarborgen worden gesteld om te voorkomen dat een uitzondering voor AI-training leidt tot een zeer brede verwerking van bijzondere persoonsgegevens?

In de onderhandelingen wordt tevens gesproken over een mogelijkheid om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken voor het detecteren en corrigeren van bias in AI-systemen. Deze leden van erkennen het belang van het voorkomen van discriminatie door AI, maar vragen hoe wordt voorkomen dat deze bevoegdheid leidt tot een structurele verwerking of opslag van gevoelige persoonsgegevens. Kan het kabinet toelichten welke concrete waarborgen worden voorzien om te verzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden gebruikt wanneer dat strikt noodzakelijk is?

Zij willen graag onder de aandacht brengen dat naar hun mening niet enkel binnen de DSA, maar ook binnen de AI-Verordening sprake is van te brede regelgeving. Aangezien bij de AI-Verordening een zeer ruime definitie van AI-systemen wordt gehanteerd, vallen ook AI-systemen die weinig met AI van doen hebben hieronder.

De leden van de JA21-fractie wensen ook stil te staan bij artikel 3 van de AI-Verordening.
Dit artikel betreft de introductie van de categorie Small Mid-Caps. De voorgestelde verruiming naar ondernemingen met minder dan 750 werknemers en een omzet tot €150 miljoen betekent een aanzienlijke uitbreiding ten opzichte van de eerdere definitie. Het gaat hier om bedrijven die beduidend groter zijn dan het traditionele mkb, maar die wel vergelijkbare privileges krijgen, zoals vereenvoudiging van technische documentatie. Dat roept de vraag op of hiermee het gelijke speelveld niet onder druk komt te staan. Kleinere bedrijven beschikken immers over minder middelen, terwijl grotere ondernemingen binnen deze nieuwe categorie mogelijk profiteren van dezelfde lastenverlichting.

Deze leden willen eveneens aandacht besteden aan artikel 4 over AI-geletterdheid. Waar eerder sprake was van een bindende verplichting voor aanbieders en gebruikers om te zorgen voor voldoende AI-vaardigheden bij personeel, wordt dit nu afgezwakt naar een inspanningsverplichting voor lidstaten om dit te ‘’stimuleren’’. Dat verlaagt de administratieve lasten, maar brengt ook risico’s met zich mee. Personeel kan minder goed voorbereid zijn op de inzet en de risico’s van AI. Dat raakt niet alleen de kwaliteit en veiligheid, maar ook de concurrentieverhoudingen. Bedrijven die investeren in AI-vaardigheden maken kosten die anderen mogelijk niet maken, aldus deze leden.

De leden van de JA21-fractie hebben verder een aantal vragen: Kan het kabinet toelichten in hoeverre deze verruiming kan leiden tot concurrentie ten opzichte van kleinere mkb-bedrijven? Is er inmiddels een kabinetsstandpunt ingenomen over de proportionaliteit van deze voordelen voor Small Mid-Caps? Zo ja, hoe luidt dat standpunt? En zo nee, wanneer kan de Kamer hierover duidelijkheid verwachten? Kan het kabinet eveneens toelichten hoe beoordeeld gaat worden welke systemen daadwerkelijk onder de brede definitie van AI in de AI-verordening vallen? Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat beperkt AI-gerelateerde systemen onnodig zwaar gereguleerd worden? Kan het kabinet verder verduidelijken welke concrete verplichtingen voor organisaties voortvloeien uit de bepalingen over AI-geletterdheid, en hoe wordt voorkomen dat deze verplichtingen leiden tot extra administratieve lasten voor mkb-bedrijven? Kan het kabinet toelichten hoe toezichthouders het niveau van AI-geletterdheid gaan monitoren nu dit geen bindende verplichting meer is? Hoe wordt voorkomen dat verschillen in investeringen in AI-vaardigheden leiden tot oneerlijke concurrentie tussen bedrijven? Tot slot, acht het kabinet het wenselijk dat er op Europees niveau minimale normen of richtsnoeren komen om een gelijk speelveld te waarborgen?

Deze leden stellen graag enkele vragen over de herziening van de Cybersecurity Act (CSA).
De nieuwe voorstellen hebben namelijk tot gevolg dat lidstaten minder autonomie krijgen om zelf af te wegen welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Nederlandse bedrijven dreigen zo met meer verplichtingen en hogere kosten geconfronteerd te worden. De Europese Commissie wil een centrale aanpak hanteren, aangezien zij cyberdreigingen als grensoverschrijdend probleem ziet. Kan het kabinet toelichten hoe wordt gewaarborgd dat lidstaten zoals Nederland hun eigen veiligheidsafwegingen kunnen blijven maken, zonder dat de digitale autonomie en innovatie van Nederlandse bedrijven wordt beperkt?

De leden van de JA21-fractie willen ten slotte de rechtsgevolgen van de Europese Business Wallet (EBW) onder de aandacht brengen. Deze leden maken zich zorgen over de mogelijke juridische uitwassen. De EBW zal worden gebruikt bij rechtshandelingen met soms zeer ingrijpende rechtsgevolgen. Het is dan ook van belang om duidelijk in kaart te brengen hoe het onboardingsproces wordt ingericht. Juist in deze fase wordt namelijk vastgelegd welke onderneming toegang krijgt tot de wallet en welke bevoegdheden daaraan zijn gekoppeld. Kan het kabinet toelichten welke waarborgen worden voorzien in het onboardingsproces van de EBW om te voorkomen dat onjuiste of onbevoegde entiteiten toegang krijgen tot de wallet, en hoe wordt omgegaan met aansprakelijkheid indien hier toch fouten optreden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Telecomraad. Deze leden hebben hiertoe nog enkele vragen en opmerkingen.

Zij onderschrijven het belang van Europese samenwerking op het gebied van AI, met name waar het gaat om het versterken van het verdienvermogen en de strategische autonomie van Europa. Tegelijkertijd vinden de leden van de BBB-fractie dat ambities alleen waarde hebben als ze worden omgezet in concrete investeringen en duidelijke keuzes, juist ook in Nederland.

Deze leden hebben daarom de volgende vragen: Wat is de verwachting van de staatssecretaris ten aanzien van de groeiende vraag naar rekencapaciteit in Nederland en Europa? Ziet zij in Europees verband schaarste ontstaan, zowel op kortere als op langere termijn? Ook vragen zij hoe de staatssecretaris zal waarborgen dat deze AI-infrastructuur en de bijbehorende subsidies daadwerkelijk terechtkomen bij innovatieve Nederlandse mkb-bedrijven en niet enkel ten goede komen aan "Big Tech" bedrijven uit het buitenland of grote academische clusters in de Randstad. In hoeverre is de staatssecretaris bereid om bij deze projecten de Nederlandse cybersecuritybedrijven voorrang te geven boven buitenlandse cloudleveranciers, om onze digitale soevereiniteit echt te borgen?

Ten aanzien van de bescherming van minderjarigen online steunen de leden van de BBB-fractie het uitgangspunt dat kinderen beschermd moeten worden in de digitale wereld. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid met ouders. Tegelijkertijd achten deze leden het van groot belang dat maatregelen uitvoerbaar en proportioneel zijn. De staatssecretaris stelt dat leeftijdsverificatie nodig kan zijn om kinderen beter te beschermen op sociale media. Tegelijkertijd betekent effectieve leeftijdsverificatie in de praktijk dat alle gebruikers zich moeten identificeren om hun leeftijd te bewijzen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen: Hoe voorkomt de staatssecretaris dat leeftijdsverificatie leidt tot onnodige inbreuken op privacy of tot praktische problemen voor gebruikers en aanbieders, en welke inzet kiest Nederland hierin richting de Europese Commissie? Hoe voorkomt de staatssecretaris dat hierdoor feitelijk een algemene identificatieplicht op internet ontstaat, waarbij ook volwassenen hun identiteit moeten prijsgeven om gebruik te maken van online diensten, met alle risico’s voor privacy en dataveiligheid van dien? Kan de staatssecretaris garanderen dat leeftijdsverificatie niet leidt tot centrale registratie of monitoring van het surfgedrag van burgers?

Deze leden constateren verder dat de Europese Business Wallet grensoverschrijdend zakendoen makkelijker moet maken, maar de financiële impact voor medeoverheden baart deze leden zorgen.
De Europese Commissie schat de opstartkosten per overheidsinstantie op circa €76.500, maar het kabinet verwacht dat de werkelijke kosten veel hoger zullen uitvallen. Waarom stemt Nederland in met een verplichte acceptatie voor publieke instanties (waaronder gemeenten en provincies) zonder dat er een harde garantie is dat het Rijk deze kosten volledig dekt? Hoe wordt voorkomen dat de verplichte acceptatie van de Business Wallet bij lokale overheden leidt tot de sluiting van fysieke loketten of papieren alternatieven, wat de toegankelijkheid van de overheid voor minder digitaal vaardige ondernemers in de regio ondermijnt?

Het kabinet uit in de verslagen grote zorgen over een centraal Europees meldpunt voor cybersecurity-incidenten. Waarom wordt er op Europees niveau überhaupt nog onderhandeld over de centralisatie van incidentmeldingen (zoals in geval van de NIS2- en CER-richtlijn), terwijl dit een evident risico vormt voor de nationale veiligheid en de soevereiniteit van lidstaten over hun eigen vitale infrastructuur?

Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat uit de verslaglegging van de laatste Raad voor Concurrentievermogen blijkt dat de Nederlandse inzet rondom de Digital Fairness Act (DFA) vragen oproept. Deze leden signaleren een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in de Nederlandse non-paper, waarin enerzijds wordt ingezet op handhaving en vereenvoudiging van bestaande regels, terwijl anderzijds wordt gepleit voor nieuwe regelgeving. Dit lijkt bovendien af te wijken van de door de Kamer aangenomen moties die juist inzetten op handhaving en versimpeling. Zij hebben hierover de volgende vragen: Kan de staatssecretaris toelichten waarom zij in de praktijk met de non-paper over de DFA inzet op nieuwe regelgeving, terwijl de Kamer zich expliciet heeft uitgesproken voor handhaving en vereenvoudiging van bestaande regels? Op welke wijze geeft de staatssecretaris met deze inzet uitvoering aan de aangenomen moties (bijvoorbeeld de motie Vermeer/Martens-America, Kamerstuk 21501-30-645) die oproepen tot vereenvoudiging en consolidatie van het bestaande digitale regelgevingskader, en hoe wordt geborgd dat de politieke richting van de Kamer hierin leidend blijft? Kan de staatssecretaris garanderen dat de voorgestelde wijzigingen in de Digitale Omnibus niet slechts leiden tot een technische herschikking van regels, maar tot daadwerkelijke schrapping van regels die de productiviteit van mkb-ondernemers remmen? Tot slot vragen deze leden waarom er wordt ingestemd met fundamentele wijzigingen in de AVG (zoals het toestaan van AI-training op bijzondere persoonsgegevens zonder expliciete toestemming), terwijl het kabinet zelf erkent dat er geen bewezen bijdrage is aan het verlagen van de regeldruk? Is dit niet het paard achter de wagen spannen ten koste van de privacy?

III Antwoord/reactie van de bewindspersoon


  1. Vergaderjaar 2025-2026, zie ook 2026Z00696&did=2026D01643">2026Z00696.↩︎

  2. Politico, 11 maart 2026, ‘EU set to ban AI nudification apps in wake of Grok scandal’.↩︎

  3. ACM, 1 april 2026, ‘Dutch regulators, the Dutch Police, and the Dutch Public Prosecution Service welcome a European ban on ‘AI nudify apps and websites’.↩︎

  4. Centre for Future Generations, 10 juli 2025, ‘Advanced AI: Possible futures’.↩︎

  5. Expertisecentrum Europees Recht, 5 september 2024, ‘Raad keurt ondertekening van het eerste wereldwijde verdrag over kunstmatige intelligentie goed’.↩︎

  6. EU Cloud and AI Development Act.↩︎

  7. Europese Commissie, 12 januari 2026, ‘Commission opens call for evidence on Open-Source Digital Ecosystems’.↩︎

  8. Europese Commissie, 6 augustus 2025, ‘Strategic Roadmap for digitalisation and AI in the energy sector – consultations opened’.↩︎

  9. O.a. motie-El Boujdaini c.s. (Kamerstuk 26643-1478) en motie-Dassen (Kamerstuk 26643-1480).↩︎

  10. Tweakers, 26 maart 2026, ‘EU kan het definitief niet eens worden over verlenging van chatcontrole’.↩︎

  11. Zie ook motie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32317-981).↩︎

  12. Tweakers, 6 april 2026, ‘Techbedrijven zetten chatcontrole op kindermisbruik voort na mislukt EU-overleg’.↩︎