Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 juni 2026, over Vreemdelingen- en asielbeleid
Vreemdelingenbeleid
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D31343, datum: 2026-09-02, bijgewerkt: 2026-09-03 14:51, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie (VVD)
- Mede ondertekenaar: M.C. Burger, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3625 Vreemdelingenbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z17869:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-06-11 10:00: Vreemdelingen- en asielbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
19637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3625 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 2 september 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 11 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over:
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 juni 2026 inzake besluit- en vertrekmoratorium Libanon (Kamerstuk 19637, nr. 3563);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 juni 2026 inzake uitvoering moties van de leden Rajkowski en Bontenbal inzake artikel 8 EVRM (Kamerstuk 36600-XX, nr. 17) (Kamerstuk 19637, nr. 3564);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 juni 2026 inzake diverse onderwerpen op het gebied van migratie (Kamerstuk 30573, nr. 240);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 28 mei 2026 inzake landenbeleid Afghanistan (Kamerstuk 19637, nr. 3562);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 22 mei 2026 inzake appreciatie Clingendaelrapport "Grenzen verleggen" en brede verkenning naar verdragen (Kamerstuk 19637, nr. 3560);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 22 mei 2026 inzake voortgang aanpak overlastgevende asielzoekers (Kamerstuk 19637, nr. 3559);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 10 juni 2026 inzake actuele situatie in de asielopvang (Kamerstuk 19637, nr. 3570);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 9 juni 2026 inzake verblijfsvergunningen vaker intrekken na veroordeling voor misdrijf en aanscherping glijdende schaal (Kamerstuk 19637, nr. 3569);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 8 juni 2026 inzake doelgroepflexibele regeling (Kamerstuk 19637, nr. 3568);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 8 juni 2026 inzake Stand van de Uitvoering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (Kamerstuk 19637, nr. 3567);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 5 juni 2026 inzake toelichting op de maatregel tot het weren van extremistische vreemdelingen (Kamerstuk 29754, nr. 782);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 5 juni 2026 inzake plan van aanpak wegwerken openstaande asielaanvragen IND (Kamerstuk 19637, nr. 3566);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 2 juni 2026 inzake kinderen in de asielopvang (Kamerstuk 19637, nr. 3565).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie,
Peter de Groot
De griffier van de commissie,
Burger
Voorzitter: Ellian
Griffier: Burger
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Asten, Van Baarle, Boomsma, Bushoff, Diederik van Dijk, Ellian, Markuszower, Russcher, Straatman, Vermeer en Vondeling,
en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, goedemorgen. Welkom bij deze vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. Op de agenda staat het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Ik heet natuurlijk van harte welkom de minister van Asiel en Migratie -- fijn dat u er bent -- en alle aanwezige collega's. Het is druk. Welkom aan alle mensen in de zaal en de mensen die dit debat op andere wijze volgen. We hebben twee leden die geen lid zijn van deze commissie: de heer Markuszower en de heer Bushoff. Ik neem aan dat we het met elkaar goed kunnen vinden dat zij deelnemen aan dit debat. Ja? Oké. Dat is dus akkoord. U heeft vier minuten spreektijd. Interrupties mogen 45 seconden duren, met drie interrupties in totaal. Een interruptie langer dan 45 seconden telt dus voor twee, want we hebben vier uur en we moeten het zien af te ronden. Dan ga ik snel beginnen met de eerste termijn van collega Vermeer, die heeft aangegeven dat hij zich daarna moet excuseren. Begint u snel.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel. Voorzitter, BBB wil vandaag drie onderwerpen aankaarten. Ik begin met het bericht dat door een uitspraak van de rechter voorlopig niet meer in telefoons van asielzoekers mag worden gekeken. BBB vindt dat echt onbegrijpelijk. Natuurlijk moet daar een wettelijke grondslag voor zijn, maar dat kan toch geen verrassing zijn voor het kabinet? Waarom is dit niet eerder geregeld?
Wat BBB hier extra stoort, is het volgende. Na het bekend worden van dit probleem hebben we ook nog wel contact gehad met het ministerie en gevraagd of er hulp nodig was vanuit de Kamer om dit snel te repareren, maar die route is niet benut. Twee weken geleden is het wetsvoorstel Terugkeer en vreemdelingenbewaring door de Kamer aangenomen. BBB vraagt zich af waarom de minister toen niet heeft gekeken of dit punt alsnog kon worden meegenomen, bijvoorbeeld via een nota van wijziging. Dat was misschien procesmatig niet de mooiste route geweest, maar dan had dit probleem in ieder geval al door de Tweede Kamer afgewikkeld kunnen worden. Nu zijn we opnieuw tijd kwijt, en bij veiligheid is tijd geen luxe.
Als iemand Nederland binnenkomt en er serieuze vragen zijn over identiteit, reisroutes, smokkelnetwerken of veiligheidsrisico's, dan moet de overheid gewoon haar werk kunnen doen. In het strafrecht kan onder voorwaarden ook snel in een telefoon worden gekeken. Waarom zou dat bij asielzoekers principieel onmogelijk zijn? BBB vindt dat hierdoor ook ongelijkheid ontstaat tussen de rechten en plichten van asielzoekers en Nederlandse burgers. Daarom vraag ik de minister: waarom heeft het kabinet gewacht? Waarom is dit niet meegenomen in het wetsvoorstel dat net is behandeld? Wanneer komt de minister alsnog met een wettelijke grondslag? Kan hij toezeggen dat die nog dit jaar naar de Kamer komt?
Voorzitter. Dan de Spreidingswet. We zien nu gebeuren waar BBB al langer voor waarschuwde. In gemeenten zijn verkiezingen geweest, mensen hebben gestemd en coalities hebben afspraken gemaakt. In sommige gemeenten is de boodschap heel duidelijk: hier is geen draagvlak voor extra asielopvang. Daar kun je vanuit Den Haag van alles van vinden, maar je kunt niet doen alsof die lokale werkelijkheid niet bestaat. Daar zit precies de spanning waar we voor gewaarschuwd hebben. Draagvlak kun je niet afdwingen met een rekensom uit Den Haag. Als burgemeesters klem komen te zitten tussen de wet, hun college, hun gemeenteraad en de bevolking, dan heeft Den Haag een probleem gecreëerd dat vervolgens weer lokaal moet worden opgelost. Dat is niet eerlijk. We hebben destijds tegengestemd, omdat het volgens ons een dwangwet was. We hebben veel kritiek gekregen op die term, maar nu wordt wel duidelijk dat het een dwangwet is. Mijn vraag aan de minister is daarom: erkent hij dat de Spreidingswet schuurt met lokale democratische keuzes? Wat zegt hij tegen gemeenten waar de bevolking bij verkiezingen heel duidelijk een andere koers heeft gekozen?
Tot slot, voorzitter. Syrië. BBB ziet dat het landenbeleid is aangepast. Maar tegelijkertijd krijgen wij signalen dat de situatie voor christenen in Syrië helemaal niet zo veilig is als door de overheid wordt verondersteld. VluchtelingenWerk wijst erop dat Syrië nog steeds zeer instabiel is en vraagt specifiek om "christenen" als risicoprofiel toe te voegen. Ook uit dit ambtsbericht komen incidenten naar voren rond kerken, bedreigingen, ontvoeringen en grote onzekerheid binnen christelijke gemeenschappen. Dan is de vraag: hoe kan het dat de regering "druzen" wel als risicoprofiel toevoegt, maar "christenen" niet? Waarop baseert de minister dat christenen in Syrië voldoende veilig zouden zijn? Is hij bereid dit opnieuw te wegen, juist op basis van de signalen uit het veld en het ambtsbericht zelf?
Voorzitter. BBB wil een streng, eerlijk en uitvoerbaar asielbeleid: streng voor wie geen recht heeft om hier te blijven, eerlijk voor wie echt bescherming nodig heeft en uitvoerbaar voor gemeenten, politie, IND en samenleving. Daar ontbreekt het wat ons betreft nu nog te vaak aan.
Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt, meneer Vermeer. Meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Hoelang kunnen we nog tegen elkaar zeggen dat het vijf voor twaalf is? Nog even en Nederland knakt. We hebben de afgelopen decennia veel te veel vreemdelingen ons land binnengehaald en we hebben er veel te weinig, eigenlijk niemand, uit gezet. Ik dacht dat inmiddels alle normale politici wel doordrongen waren van het feit dat deze instroomwaanzin moet stoppen. Een overgrote meerderheid van Nederland wil dit ook. Alle normale partijen hebben dit de kiezers bij de laatste verkiezingen ook beloofd, maar ondanks die beloftes doet dit kabinet niks meer om de asielellende te stoppen. Henri Bontenbal en zijn minister van Asiel, Van den Brink, denken ook dat niks meer kan. De VVD sputtert wat, blaft misschien zelfs een keer, maar zelfs de woordvoerder Ulysse Ellian weet dat zijn fractie hem nooit de ruimte zal geven om te bijten.
We moeten als land bereid zijn om moeilijke discussies met elkaar te voeren. Spanje legaliseert nu een half miljoen mensen. Dat is niet de weg die Nederland op moet gaan. We moeten met elkaar, hier in de Tweede Kamer, nadenken over de vraag hoe we zo snel mogelijk een asielstop kunnen invoeren én hoe wij zo snel mogelijk en zo veel mogelijk migranten die hier eigenlijk niet hadden mogen komen, weer terug kunnen sturen, naar huis of naar een veilig derde land.
Artikel 32 juncto artikel 35 van de Vreemdelingenwet stelt dat de IND de verblijfsvergunning van iedere asielzoeker die onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden, kan afwijzen of intrekken. Welnu, honderdduizenden, misschien wel een miljoen asielzoekers, inmiddels statushouders, die hier in Nederland een zielig verhaal hebben gehouden en misbruik hebben gemaakt van onze gastvrijheid, die onze huizen gratis hebben gekregen, onze uitkeringen hebben opgesoupeerd, onze steden onherkenbaar hebben gemaakt, onze politie overuren hebben laten draaien en ons onderwijs, onze zorg en collectieve infrastructuur hebben overbelast, hadden eigenlijk nooit recht op een asielstatus in Nederland. Zij waren niet op de vlucht voor oorlog en geweld. Zij kwamen -- niet allemaal, maar wel bijna 100% van hen -- hiernaartoe nadat ze niet door één, niet door twee, niet door drie, maar soms wel door zeven veilige landen hadden gereisd: landen in hun eigen regio, maar ook veel veilige landen zoals Turkije, Marokko of Tunesië, en natuurlijk al die landen in dat veilige Europa.
Ook wij van DNA zijn barmhartig. Ook wij gunnen iedereen een veilige plek op aarde, maar wij kunnen niet de hele wereld opvangen. Maar dat doen we nu wel. Sterker nog, omdat wij zo veel mensen toelaten die eigenlijk geen recht op asiel hebben, staan de mensen die onze bescherming écht nodig hebben in de kou. Dat is toch eigenlijk voor ons allemaal onverteerbaar.
Aan de minister en aan alle fracties hier vraag ik dus om constructief met ons mee te denken over niet alleen het invoeren van de broodnodige asielstop, die vandaag moet worden ingevoerd, maar ook over het optuigen van massale uitzettingsprogramma's. De IND moet niet alleen illegalen kunnen opsporen en uitzetten, maar ook op basis van de geldende Vreemdelingenwet de individuele vluchtverhalen van de afgelopen 20 en 30 jaar kunnen herbeoordelen. Een eventueel verlies van een status leidt dan in principe tot de inbewaringstelling van een vreemdeling en uiteindelijk tot uitzetting naar een veilig land. De discretionaire bevoegdheid zal dan wel in ere moeten worden hersteld, zodat de minister de mensen en hun gezinnen die de afgelopen jaren een positieve bijdrage hebben geleverd, alsnog kan laten blijven.
Dank u wel.
De voorzitter:
Oké. Dank. Ik kijk even rond. Dan gaan we naar de eerste termijn van de PVV-fractie. Laten we even wachten op de bel.
Mevrouw Vondeling namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. "IS komt naar je toe deze zomer." Weer zijn er twee asielzoekers die worden verdacht van lidmaatschap van IS. Het opengrenzenbeleid van Jetten is crimineel. Iedere week weer laten we 800 tot 1.000 asielzoekers ons land binnen. In het overgrote deel van de gevallen weten we niet eens wie deze mensen zijn, waar ze vandaan komen en wat hun echte bedoelingen zijn. Ze arriveren massaal zonder documenten, vaak met een vaag verhaal en een gloednieuwe iPhone in hun zak. Juist die telefoons staan vol met cruciaal bewijsmateriaal: chatgesprekken met smokkelaars, reisroutes via veilige landen, contacten met terreurnetwerken, foto's van wapens enzovoort. Maar dit kabinet leest die telefoon nog steeds niet systematisch uit.
Terwijl veiligheidsexperts waarschuwen voor levensgevaarlijke risico's, kiest Nederland ervoor om iedereen binnen te laten zonder serieuze screening, zonder controle op terreurbanden, zonder de reis goed te checken. De privacy van asielzoekers gaat boven de veiligheid van het Nederlandse volk. Complete waanzin. Enkele maanden geleden is nota bene nog een motie van de PVV aangenomen om die telefoons en andere gegevensdragers wél direct uit te lezen. Waarom ligt die motie nog in een la? Andere landen doen dat allang. Waarom weigert dit kabinet gewoon om ons eigen land te beschermen?
Terwijl Nederland volledig onder water loopt, durven andere landen wel door te pakken. Kijk naar Duitsland. Daar gaan ze door met de grenscontroles, ondanks dat Brussel dit niet wil. Of kijk naar België. Terwijl in Nederland de asielinstroom de afgelopen drie maanden met maar liefst 30% is gestegen ten opzichte van vorig jaar, daalt de instroom in België juist fors. Dat is geen toeval. Daar durven ze wel door te pakken, bijvoorbeeld door asielzoekers uit een ander EU-land geen opvang meer te geven en statushouders na vier maanden het azc uit te zetten, met als resultaat minder instroom.
Wat doet Nederland? Deze minister vaart blind op het Europees Migratiepact, waarover zelfs de directeur van de IND zegt dat het weinig effect zal hebben. Wij hebben een minister die met hangende schouders zegt dat niets meer mogelijk is en ondertussen heel Nederland volpropt met azc's. Maar Nederland is er klaar mee. Steeds meer Nederlanders komen massaal in verzet tegen deze asielwaanzin. De PVV steunt al die Nederlanders die geen azc in hun dorp of stad willen. Wij trekken het hele land door om demonstranten bij te staan en wij gaan tot het uiterste om al die rampzalige azc's tegen te houden. Nood breekt wet.
Een jaar geleden presenteerde de PVV een tienpuntenplan om immigratie en asiel drastisch aan te pakken. Wij wilden strengere grenscontroles, een volledige asielstop, een stop op nareis, de Spreidingswet van tafel, geen voorrang meer voor statushouders bij het toewijzen van sociale huurwoningen, alle 70.000 tijdelijke statussen van Syriërs intrekken, Syriërs terugsturen naar Syrië en criminele asielzoekers en statushouders na een misdrijf ons land uit zetten. Niet één van deze maatregelen is uitgevoerd. De VVD en de BBB, inclusief mevrouw Keijzer, wilden dit niet. Ondertussen zien we de gevolgen.
De situatie is in een paar maanden tijd onder dit afbraakkabinet van D66, VVD en CDA alleen maar erger geworden. Met de Syriërs loopt het volledig de spuigaten uit. In vrijwel ieder dorp en iedere stad waar Syriërs geplaatst worden, terroriseren ze de lokale bevolking. Ze stelen, steken, vechten, vallen vrouwen lastig en erger. Een groot deel van hen is psychisch zwaar in de war en levensgevaarlijk. De meesten komen niet eens uit Syrië, maar leefden vele jaren in Turkije. Zelfs de IND geeft dat openlijk toe.
Onze verzorgingsstaat wordt afgebroken door de duizenden asielzoekers die we maandelijks binnenlaten. Er gaan jaarlijks miljarden euro's naar de opvang. Alleen al de kosten voor de medische zorg voor asielzoekers zijn de afgelopen jaren ruimschoots verdubbeld. Dit is onaanvaardbaar. Als we onze mensen, onze cultuur en onze verzorgingsstaat willen beschermen, dan moet de kraan nu dicht. Als we geen onthoofding op straat willen zien, zoals we hebben gezien in Belfast, dan moeten we onze grenzen sluiten voor islamitische barbaren.
De PVV zegt: voer nu onmiddellijk het volledige PVV-tienpuntenplan uit. Alleen dan stoppen we de instroom en kunnen we azc's sluiten in plaats van er meer te openen, maken we Nederland weer veilig en kunnen we onze verzorgingsstaat in stand houden.
Voorzitter, tot slot. De PVV ontvangt ernstige signalen over de Gambiaanse Nederlandse taalschool. Daar worden Gambianen klaargestoomd voor het Nederlandse inburgeringsexamen. Volgens bronnen krijgen de studenten de examenvragen vooraf, zodat vooral iedereen met vlag en wimpel slaagt en direct een verblijfsvergunning krijgt. Tegelijkertijd voeren zij op Facebook een campagne om zo veel mogelijk studenten binnen te halen. Is de minister bereid om een onderzoek te doen naar deze taalschool en de Kamer hierover te informeren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Een interruptie, meneer Boomsma?
De heer Boomsma (JA21):
Er is een interessant rapport van Clingendael over het externaliseren van de asielprocedure en de opvang. Ik ben benieuwd hoe de PVV daartegen aankijkt.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Nou ja, zoals bekend is de PVV niet voor asielopvang en asielprocedures in Nederland. Als dat buiten Europa gebeurt en niet op onze kosten, dan vinden wij dat prima. Maar wij hebben altijd al gezegd: opvang in de regio en ook gewoon betaald door de regio. Wij hebben al genoeg bijgedragen. Die mensen kunnen prima veilig verblijven in de hen omringende landen.
De voorzitter:
Een interruptie, meneer Boomsma? Ja.
De heer Boomsma (JA21):
Oké. De PVV steunt dus in ieder geval de inzet om procedures, opvang en dergelijke naar veilige derde landen te verplaatsen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Zoals ik zeg: asielzoekers kunnen prima in de eigen regio veilig verblijven. Dus dat kan naar onze mening gewoon goed. Het is ook niet dat wij er voorstander van zijn om tientallen miljarden euro's te betalen om dat te gaan regelen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de eerste termijn van meneer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank, voorzitter. Morgen is het zover: het Asiel- en migratiepact treedt in werking. Ik neem aan dat de minister onmiddellijk een bataljon Dublinclaimanten gaat terugsturen -- die staan vast allemaal klaar -- om zo de druk op de opvang te verlichten. Ik zou zeggen: begin dan ook met die Palestijnen uit Griekenland. Het blijft natuurlijk vreemd dat heel veel van hen zo plotseling hiernaartoe kwamen. Dat moet bijna wel een besluit zijn geweest of ergens een bewuste actie van iemand, denk ik. De minister zei in antwoord op onze vragen dat hij niet wist hoe dat kwam. Weet hij inmiddels meer? Of kan hij het onderzoeken?
Verder denk ik dat mvv's voor studie niet heel geschikt zijn om mensen uit oorlogsgebieden zoals Gaza te halen. Veel Palestijnen zijn natuurlijk ook geïndoctrineerd. Hoe worden deze mensen gescreend? Kan de minister voorlopig geen mvv's meer verstrekken?
Dan hebben we het plan van aanpak van de IND. Mogen wij de brief lezen die de IND naar de rechtbank heeft gestuurd? Hoe zit het nou met die fittie die was ontstaan met de rechtbank? Ik ben gewoon benieuwd hoe dat nu zit. Welke afspraken zijn er nou gemaakt? Gaat de minister nu z.s.m. die 30.000 Syriërs afhandelen uit de bestaande voorraad? Of is daar toch een andere afspraak over gemaakt in verband met de rechtbanken? Nu aan een groot deel van deze mensen geen asiel wordt verleend in verband met het laatste landenbericht, is het gewoon een hele goede manier om snel de druk op de ketel te verlichten. Waarom zou je dus niet ook daar fiftyfifty doen in plaats van de 30/70-aanpak die nu is voorgesteld?
Voorzitter. Griekenland is al begonnen met het herbeoordelen van Syriërs. Als het daar kan, waarom hier dan niet? Kan hij nagaan hoe dat zit? Welke andere Europese landen zijn daar wel al mee begonnen? Verder denk ik dat een nieuw landenbericht echt eerder dan in december moet. Dat moet je gewoon meteen na de zomer kunnen gaan doen.
Sowieso vinden wij de hele systematiek van openbare landenberichten niet verstandig, want die werkt gewoon niet goed. Mensen kunnen precies zien wat ze moeten zeggen. Heeft de minister een vergelijking waaruit blijkt hoe andere landen omgaan met de systematiek van landenberichten, hoe zij dat doen of hoe zij hun besluit anders onderbouwen? Kan hij dat anders aan ons doen toekomen?
Dan de overlast door criminele asielzoekers. Het blijft mij onduidelijk wat er allemaal precies gaat gebeuren om mensen te beschermen tegen die ellende. Ik zag allemaal hele goede teksten van de minister over het aanscherpen van de glijdende schaal: two strikes out. Daarvoor de complimenten. Heel goed. In hoeverre kun je dat ook gaan toepassen op de amv's om eerder op te treden?
Waar blijft de uitvoering van de motie-Ceulemans voor een plan van aanpak voor Budel en de beveiliging in Ter Apel? Wat wordt daar nou aan gedaan? Wanneer komen de zogenaamde extra opvangunits van Nidos, de PON, er en wanneer worden ze actief?
Dan nog even over de prachtige brief over het Clingendaelrapport. We blijven erbij: je moet de opvang en de procedure verplaatsen naar buiten de EU. Dat is de enige echte oplossing. In het vorige commissiedebat heeft de minister gezegd dat er na de zomer of aan het eind van het jaar een concreet plan komt en dat we nog voor de zomer worden bijgepraat over de gesprekken en trajecten die nu lopen. Daar zien we naar uit. Ik denk dat je bij elk van de vijf externaliseringsopties duidelijk moet maken wat daarbij de inzet is, wat de strategie is, hoeveel en welke maatregelen dat betreft en hoe je dat operationeel gaat maken. Wat ons betreft moet er ook echt een intuïtieve verklaring komen inzake het EVRM. Het probleem zit 'm in de jurisprudentie, maar die wordt in de politieke verklaring juist herhaald. Het is verder een zekere provocatie dat de Nederlandse rechter over het EVRM gewoon heeft gezegd dat hij niet denkt dat rechters anders gaan oordelen. Als je dat artikel 3 niet inkadert, gaat het verplaatsen en externaliseren waarschijnlijk niet goed werken, want er is altijd wel iemand die dan een risico ziet. Kortom, dat protocol blijft nodig. Ik ontvang ook nog graag de schriftelijke input die Nederland heeft geleverd in het voortraject.
Voorzitter. Tot slot over het uitlezen van de mobieltjes. Dit is inderdaad toch wel weer de limit van de zelfdestructieve stupiditeit vermomd als Nederlands regelfetisjisme. We hadden een amendement klaarliggen om de wettelijke grondslag daarvoor in de wet op te nemen. De minister wilde zelf met een plan komen. Nou, dat zou net na de zomer gebeuren, maar nu mag je dus zelfs niet meer vragen of men vrijwillig de telefoontjes wil laten uitlezen. Dat is natuurlijk volstrekt echt van de pot gerukt. Wat mij betreft: kies nou tussen twee dingen. Eén. We willen dat voorstel gewoon binnen een of twee weken hier hebben, zodat we die wettelijke grondslag nog snel kunnen regelen en door de Kamers kunnen krijgen. Wij helpen graag mee als dat nodig is. Ik wil ook wel een paar nachtjes doorhalen om dat te regelen. Dat moet gewoon. Anders zijn we het lachertje van Europa. Je moet gewoon mensen kunnen screenen. Of twee: anders ga je er maar gewoon mee door. In afwachting van die wettelijke grondslag moet je daar gewoon mee doorgaan. Dus welke van de twee wordt het, minister?
Tot zover.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Niemand. Dan gaan we naar meneer Russcher namens Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Morgen treedt het EU-Migratiepact in werking. Jarenlang werd dit gepresenteerd als het keerpunt. Henri Bontenbal zei letterlijk dat we niet veel meer konden doen, en de VVD presenteert het als de meest ingrijpende asielmaatregelen ooit. De inkt is nog niet droog en de IND geeft al aan dat we niet moeten verwachten dat de asielinstroom fors omlaaggaat, omdat een deel zich buiten onze macht afspeelt. Hoe beoordeelt de minister deze vragen? We gaan toch gewoon zelf over wie ons land binnen zou moeten komen?
Dat het EU-Migratiepact niet gaat werken, hadden we al lang van tevoren kunnen weten, maar partijen als de VVD en het CDA houden de bevolking alsmaar een worst voor. Op basis van dit soort beloften creëerden zij draagvlak voor de Spreidingswet met als gevolg een azc in ieder dorp en iedere gemeente. De instroom ging niet omlaag en zal ook met het EU-Migratiepact niet omlaaggaan. Want dit pact is slechts een administratief akkoord over procedures en een verdeling binnen de EU. Alsof de nationale Spreidingswet al niet erg genoeg is, krijgen we er nu ook nog een Europese spreidingswet bij. Mijn vragen aan de minister zijn: wat zijn de concrete instroomcijfers per week waarop u het pact zult beoordelen als werkend, op welk moment volgen aanvullende maatregelen en bij welke instroom per week zal de Spreidingswet geschrapt worden?
Voorzitter. Vanaf morgen worden telefoons en laptops van asielzoekers bij binnenkomst niet meer gescreend. Dit is juist een van de weinige effectieve instrumenten om identiteitsfraude en veiligheidsrisico's te detecteren. In Duitsland en België wordt dit wel nog steeds gedaan. Per wanneer gaat de minister deze screening herstellen en waar zitten volgens de minister precies de belemmeringen?
Syriërs die gevlucht zijn naar Nederland vanwege Assad hebben geen enkele reden meer om hier te blijven en zorgen ook nog eens voor enorme overlast. Neem bijvoorbeeld Utrecht of Amsterdam, waar winkeliers structureel worden aangevallen, bedreigd, bestolen en mishandeld door Syrische asielzoekers. Daarnaast zijn Syriërs bijna vijf keer zo vaak verdachten van seksuele misdrijven als Nederlanders. Ze veroorzaken niet alleen problemen in Nederland, maar in heel Europa. Wanneer start de minister met remigratie van Syriërs?
De Wet invoering tweestatusstelsel maakt de reguliere route voor gezinshereniging strenger, waardoor meer mensen een alternatieve route via artikel 8 zullen zoeken. In de stukken lezen we echter dat het huwelijk geen vereiste meer is voor gezinshereniging onder artikel 8 van het EVRM. Dit biedt alle ruimte voor misbruik. Hoeveel extra beroepen verwacht de minister via deze alternatieve route? Hoe voorkomt hij fraude? Is hij mogelijk bereid het EVRM te herzien om het Nederlands belang voorop te stellen?
Dan iets wat de minister wellicht niet gewend is van Forum voor Democratie: een compliment.
De voorzitter:
Meneer Van Asten voor een interruptie.
De heer Van Asten (D66):
Houd dat compliment vast! Het gaat even over artikel 8. Artikel 8 is natuurlijk ook de enige lijn waarlangs mensen uit de lhbti-community die in het andere land niet kunnen trouwen, hun partner kunnen laten overkomen. De heer Russcher geeft nu aan dat hij het huwelijk in dezen wel heel belangrijk vindt. Ik ben dus benieuwd hoe hij artikel 8 voor die gevallen ziet.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb net een aantal vragen aan de minister gesteld over artikel 8. Wij zijn er bang voor dat mensen op massale schaal gaan claimen dat zij getrouwd zijn. Dat zou bij de groep die u net noemde ook het geval kunnen zijn. We zien nu ook al heel vaak dat mensen zich voordoen als iemand uit de groep die u net omschreef om aanspraak te kunnen maken op asiel. Wij maken ons zorgen dat daarvan massaal misbruik gemaakt zal worden. Dat is dus ook mijn vraag aan de minister: hoe wil hij dat voorkomen?
De voorzitter:
We gaan naar het compliment.
De heer Russcher (FVD):
Ja, het compliment. De minister regelt bijvoorbeeld dat verblijfsvergunningen eerder kunnen worden ingetrokken bij misdrijven. Het is goed dat de minister hier werk van maakt, maar helaas zien we ook dat meer dan de helft van de vreemdelingen na intrekkingen van hun vergunning de illegaliteit induikt en dat uitzetting wordt bemoeilijkt door verdragen zoals het EVRM. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat zij Nederland daadwerkelijk verlaten en niet meer terugkomen?
Voorzitter. Het is niet meer te houden: 1.000 asielzoekers per week komen ons land binnen. Iedere gemeente wordt gedwongen om een azc te openen, statushouders krijgen voorrang op woningen, steden worden geterroriseerd en Nederlanders voelen zich niet meer thuis in hun eigen land. Tijd om de grenzen te sluiten. Tijd om remigratie aan te moedigen en weer te kiezen voor Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. We gaan naar de heer Van Asten namens D66.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. Een historische week voor het migratiebeleid, in Nederland en in Europa. Morgen treedt het Europees Migratiepact in werking. Dat is de grootste stelselwijziging in meer dan twintig jaar. In een dossier waarover Europa jarenlang verdeeld was, spreken we nu met één stem. Dat is een hele grote stap. Ook in Nederland gebeurt veel. Het wetsvoorstel voor overlastgevende asielzoekers is aangenomen. Er ligt een pakket om asielzoekers sneller te laten meedoen en de minister heeft afspraken gemaakt met Italië zodat Nederland de Dublinclaimanten kan terugsturen. Dit zijn voorwaar geen kleine stapjes. Dit laat zien hoe de asielketen weer op orde komt.
Voorzitter. Dan over Ter Apel, want daar is het nog niet op orde. Wat daar gebeurt, raakt mij ook. Mensen slapen op een veld of moeten urenlang in de regen staan. Dat hoort niet bij Nederland. Ik zie wat het doet met de gemeente, met bewoners en met ondernemers, die keer op keer de rekening moeten betalen. Dit is niet iets wat ons overkomt. Dit is het gevolg van jarenlang slechte voorbereiding, terwijl het echt anders kan. Het Rode Kruis dringt aan op een nationaal opschalingsplan voor als de druk oploopt: geen crisisoplossingen op het laatste moment, maar gewoon goede afspraken vooraf, en niet elke keer moeten improviseren, maar vooraf goed ons huiswerk doen, zodat de situatie die we nu zien ons een volgende keer niet weer overkomt. Mijn vraag aan de minister: bent u bereid om samen met gemeenten en organisaties in het veld zo'n plan op te stellen?
Voorzitter. De meesten van ons zijn weleens op een noodopvanglocatie geweest. Dan weet je: dit is geen plek voor een kind. Er is geen vast bed, geen rustige hoek om te leren en geen plekje om gewoon echt kind te zijn. Kinderen die gevlucht zijn voor oorlog en gevaar komen hier aan in een kale hal met een veldbed, omringd door onzekerheid. Dat blijft bij hen. Ik snap dat gemeenten en het COA niet altijd een keuze hebben, maar dat is voor ons geen reden om niet extra ons best te doen om het voor de kinderen zo goed mogelijk te organiseren. Ook op die locaties kunnen we verschil maken, met onderwijs en met hulp aan kinderen die die hard nodig hebben. De Kamer stemde eerder in met een motie van D66 die oproept tot psychosociale hulp in de noodopvang. Dat plan is al af, maar het blijft op dit moment nog liggen, op het departement neem ik dan aan. Mijn vraag aan de minister is dus wanneer dit plan wordt uitgerold, zodat elk kind in de noodopvang de hulp krijgt die het nodig heeft. Kunnen we dat nog deze zomer oppakken?
Op dit moment zitten in de noodopvang ook veel kinderen die niet naar school toe gaan. Deze kinderen lopen vergeleken met hun leeftijdsgenootjes een grote achterstand op. Er zijn goede overbruggingsprogramma's en tussenmaatregelen die werken, die kinderen bijhouden en perspectief geven, maar die draaien vaak op goede wil, en soms loopt men daarbij tegen een muur aan omdat ze niet aan de officiële onderwijseisen voldoen. De lijn moet toch zijn dat we voor deze kinderen een uitzondering kunnen maken, zodat zij in een iets andere vorm toch een stuk onderwijs kunnen krijgen? Kan de minister aangeven welke stappen hij daar nog voor kan zetten? Welke belemmeringen zijn er om die tussenoplossingen mogelijk te maken? Hoe nemen we die belemmeringen zo snel mogelijk weg?
Voorzitter. Tot slot het plan van aanpak met betrekking tot de asielaanvragen die voor 12 juni zijn ingediend. Ik denk dat de minister ook begrijpt dat dit bij mensen tot veel onrust leidt over wat dit nu precies voor hen betekent, zeker gezien de nu al lange wachttijden. De IND kan deze groep echt beter van informatie voorzien. Kan de minister toezeggen dat die handschoen wordt opgepakt en dat de IND de mensen om wie het gaat, die 50.000, proactief gaat informeren, het liefst zo snel mogelijk?
Dank.
De voorzitter:
Ik ga kijken. Wie was er eerst? Mevrouw Vondeling, denk ik. Mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Vrijwel de gehele bijdrage van D66 heeft betrekking op hoe we zo veel mogelijk kunnen doen voor asielzoekers, maar ik hoor de heer Van Asten helemaal niet over bijvoorbeeld de zorgen van Nederlanders over een azc in hun dorp, over onveiligheid, over incidenten. Wat heeft D66 daarover te zeggen?
De heer Van Asten (D66):
Mevrouw Vondeling heeft helemaal gelijk. Mijn bijdrage ging over de zorgen die ik heb over kinderen die in de noodopvang moeten worden opgevangen: hoe kunnen we voor hen goed zorgen, zodat zij onderwijs krijgen en de hulp krijgen die kinderen op de vlucht nodig hebben? In deze Kamer hebben wij om de haverklap een debat waarin ook ik, namens D66, aangeef wat er verkeerd gaat in dorpen en steden. D66 gaat wel altijd voor een goede opvang in elke gemeente of in de gemeentes die dit onderling met elkaar in de regio afspreken. Want dat is conform de wet die wij hier samen hebben vastgesteld. Daar moeten we ons aan houden. Ik denk dat op het moment dat collega's vervolgens niet de boel gaan opjutten, Nederland veel meer kan opvangen, en wel met een rustiger en een beter verhaal, dan op dit moment gebeurt.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Volgens mij luistert u gewoon niet naar de Nederlanders. Ziet u de nieuwsberichten niet? Ziet u de zorgen van de mensen niet? Krijgt u zelf geen berichten in uw mailbox? Ik begrijp het gewoon werkelijk waar niet. U zegt wel "we hebben hier elke week een debat", maar er gebeurt gewoon niets. Het wordt alleen maar erger. Wat zegt D66 tegen al die mensen die zich zorgen maken, die zien dat de instroom niet daalt maar eigenlijk alleen maar toeneemt, die zien dat in steeds meer dorpen azc's komen, die overlast hebben van asielzoekers? Wat zegt D66 nou tegen speciaal deze mensen?
De heer Van Asten (D66):
Ik ben de afgelopen tijd op veel locaties geweest, ook om te praten met mensen die zorgen hebben, zoals laatst nog in IJsselstein. Het is vaak een heel gelaagde zorg: waar komt die noodopvang precies? Vaak gaat het er niet eens over dát er noodopvang moet komen. Ook de mensen die daar nu problemen mee hadden, zeiden: wij hebben de Syriërs en Oekraïners altijd goed opgevangen, dus ook IJsselstein neemt zijn deel daarvan. Ik denk dat het goed is om dat te laten zien. Ik denk dat we dat vanuit deze Kamer ook wat meer mogen uitstralen. Een van de dingen die ik dan wel kwalijk vind, is dat mensen daar aangeven dat ze niet weten wat er in Den Haag gebeurt, terwijl wij hier met het Migratiepact en al die andere wetgeving die ik zojuist opnoemde, enorme stappen zetten en het grootste pakket asielmaatregelen in twintig jaar neerzetten. Ik snap dat de PVV gebaat is bij onrust en onwetendheid hierover in het land, zodat zij de boel nog meer kan gaan ophitsen. Verwacht niet dat ik daaraan meedoe. Verwacht dat D66, en hopelijk vele partijen met ons, daar het eerlijke verhaal over vertelt.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Als je de asielproblematiek wil oplossen, dan is het ook wel belangrijk om een juiste analyse te hebben van hoe het komt. Nou heeft de fractievoorzitter van de partij van de heer Van Asten deze week gezegd dat de asielinstroom vooral door oorlog komt en dat die oorlogen komen door de PVV en door fracties zoals die van mij. Staat de heer Van Asten achter die opmerking?
De heer Van Asten (D66):
Nou, ik ga verder niet op die opmerking in. Ik neem aan dat u dit graag met de heer Paternotte zou willen bespreken. Veel instroom van asielzoekers komt natuurlijk door onrust in de wereld, door oorlog en geweld. Ik las gisteren in een nieuwsbericht dat de wereld in 2025 weer onveiliger is geworden, en als ik afga op wat ik tot nu toe in 2026 zie, denk ik niet dat we dit jaar een veel beter rapportcijfer gaan krijgen. Dat zorgt ervoor dat mensen op de vlucht slaan, want wat denk je op het moment dat de bommen je om de oren vliegen? Dan wil je op een andere plek zijn, en één van die plekken kan natuurlijk Nederland zijn, want hier vliegen die bommen ons gelukkig niet om het hoofd. Ik denk dat wij hier in Nederland ook de taak hebben om de rechtsorde en de wereldvrede te verbeteren en dat na te jagen. Als er ergens in de wereld een conflict is, dan moeten wij ons er actief voor inzetten dat dat conflict beëindigd wordt. Dan moeten we daar dus niet stelling in nemen en proberen dat aan te jagen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het eerste gedeelte van het antwoord is natuurlijk heel laf en duikerig, vooral nu dit komt van een partij die sinds 1973 jarenlang in kabinetten heeft gezeten die heel veel oorlogen hebben gesteund. Maar los daarvan: de heer Van Asten zegt dat er oorlogen zijn en dat die mensen veiligheid zoeken. Dat is op zich inderdaad logisch. Kan de heer Van Asten aan iedereen die dat nu maar wil horen, uitleggen waarom die mensen dan helemaal naar Nederland moeten komen? De meeste oorlogen, en eigenlijk alle oorlogen die nu plaatsvinden of in die de afgelopen 40, 50 of 60 jaar hebben plaatsgevonden, waren totaal niet in de buurt van Nederland. Waarom zou Nederland de poorten moeten opendoen voor iemand uit Eritrea of zo of voor iemand uit het Midden-Oosten? Waarom? Waarom kunnen die mensen niet in de regio worden opgevangen? Waarom moet dat dan per se hier? Begrijpt de heer Van Asten dat er dan voor de echte vluchtelingen die we een keer uit de regio zouden hebben, zoals nu de Oekraïners, die volgens sommigen uit onze regio komen, eigenlijk geen plek is?
De heer Van Asten (D66):
Wat als eerste niet klopt aan het verhaal van de heer Markuszower, blijkt uit het gegeven dat de regio veruit de meeste vluchtelingen opvangt. Miljoenen mensen die door de oorlog in Syrië zijn ontheemd, zijn in Libanon opgevangen. Dat gebeurt zelfs nu nog, in een tijd waarin half Libanon wordt overlopen. In de landen rondom de Hoorn van Afrika en in het Grote Merengebied vindt de meeste opvang plaats. Daar zijn de grootste opvangkampen. Laten we dus niet doen alsof die regio daar niets mee van doen heeft. Dan over de veilige landen waar men doorheen trekt. Stel dat we Libië als veilig land willen neerzetten. Ik ben nooit in Libië geweest; ik ken alleen de verhalen over de uitbuiting en de misdaden tegen asielzoekers die uit verder Afrika komen. Om dat een veilig land te noemen, lijkt mij dus lastig, maar als wij het over veilige landen hebben, zou ik het wel interessant vinden om daar van de heer Markuszower nog wat meer over te horen. Is Polen niet een veilig land en komen de meeste Oekraïners dan niet door Polen? Zou iedereen dan niet in Polen moeten worden opgevangen? Hadden tijdens de Joegoslavië-oorlog niet alle mensen in Oostenrijk opgevangen moeten worden? Zou dat in onze Europese Unie, waar wij toch de lasten verdelen en de welvaart delen, een eerlijk verhaal zijn geweest? Zou dat er dan toe leiden dat Nederland eigenlijk geen enkele vluchteling meer zou moeten opvangen? Ik denk dat dat niet het Nederland is waar de meeste Nederlanders achter staan.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
O ja, dat denk ik wel. Ik denk inderdaad dat landen alleen maar hun directe buren moeten opvangen. Dus inderdaad, goede voorbeelden. Maar nou komen we ergens; in het begin van zijn antwoord zei de heer Van Asten iets verstandigs. Inderdaad, heel veel vluchtelingen, eigenlijk de meeste vluchtelingen, misschien wel meer dan 90% van alle echte vluchtelingen, blijven gewoon in hun eigen regio. Dus wie komen hier nou naartoe? Wie komen nou naar Europa toe? Wie komen naar Nederland toe? Voornamelijk -- 95%, 98%, 99% misschien -- nepvluchtelingen: jonge mannen die genoeg geld hebben om die mensensmokkelaars te betalen, die hun vrouwen, hun kinderen, hun nichtjes en zusjes in die kampen in de regio laten en hier op zoek gaan naar gratis huizen, gratis uitkeringen en al die zaken die de heer Van Asten ze maar wil blijven geven. De échte vluchtelingen blijven in de regio. De nepvluchtelingen komen hiernaartoe, en dat moeten we dus zien te stoppen. Kan de heer Van Asten daar misschien even op reageren en dat gewoon eerlijk toegeven? Dan kunnen we hier misschien met z'n allen kijken hoe we die nepvluchtelingen tegen kunnen houden.
De heer Van Asten (D66):
Ik word gewoon bijna onpasselijk van het verhaal van de heer Markuszower over nepvluchtelingen. Als je de vluchtelingenverhalen daadwerkelijk kent, als je daadwerkelijk eens de moeite zou nemen om eens naar een azc te gaan om daar de verhalen van vluchtelingen te horen, van statushouders, die hierheen zijn gekomen en de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt … En dan hier een beetje met cijfertjes gaan lopen strooien en het maar "nepvluchtelingen" noemen: dat is ook iets wat we hier als Tweede Kamer vooral níet zouden moeten doen. Want dit sijpelt langzaam de samenleving in, waardoor iedereen dadelijk denkt: o, die vluchtelingen krijgen alles gratis, die hebben niks meegemaakt en die komen hier maar een beetje voor de gein en crimineel gedrag vertonen. Dat is waanzinnig schadelijk, en dat weet de heer Markuszower. Ik denk dat ik daar eigenlijk nog wel het meest boos over ben.
De voorzitter:
Oké. Ik ga kijken. Meneer Boomsma heb ik gezien. Daarna meneer Van Baarle en daarna meneer Bushoff. Meneer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
We hebben nu het rapport van Clingendael gekregen en een reactie van het kabinet. Ik ben benieuwd: hoe ziet D66 nou de kansen om de opvang ook te verplaatsen naar derde landen?
De heer Van Asten (D66):
Ik heb dat inderdaad ook in de stukken gelezen. Ik denk dat dat een waardevolle toevoeging is. Wij zien namelijk dat mensen op dit moment afhankelijk zijn van mensensmokkelaars en heel gevaarlijke overtochten maken, over de Middellandse Zee of naar de Canarische eilanden. Dat leidt tot duizenden, zo niet tienduizenden slachtoffers per jaar. Dat moeten wij tegengaan. Ik denk dat Europa die taak ook heeft. We moeten die mensen ook kunnen beschermen. Als wij dus kunnen kijken naar locaties buiten de Unie waar mensen een aanvraag kunnen doen, dan ben ik heel benieuwd of dat zou werken. Ik denk dat dat in ieder geval slachtoffers zou kunnen voorkomen.
De heer Boomsma (JA21):
Ja, dat denk ik ook. Een van de opties is natuurlijk om niet alleen de procedure en de aanvraag te verplaatsen, maar ook de opvang zelf. Het verlenen van asiel in een veilig derde land wordt vanaf morgen ook juridisch mogelijk.
De voorzitter:
U was al door uw interrupties heen, meneer Boomsma, maar deze krijgt u cadeau. Meneer Van Asten, kort.
De heer Van Asten (D66):
Er zit natuurlijk een verschil tussen de terugkeerhubs en de plekken voor het doen van een aanvraag. Over de terugkeerhubs, de mogelijkheden daarvan en of dat op een goede manier zou kunnen, horen we meer aan het einde van het jaar of na de zomer; ik weet niet meer precies wanneer we dat konden verwachten. Die twee moeten we goed uit elkaar houden.
De voorzitter:
Oké. Dan is nu de heer Van Baarle, die geduldig heeft gewacht. Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
In de afgelopen dagen zijn in de Syrisch-Nederlandse gemeenschap heel veel zorgen ontstaan over een motie die in de Tweede Kamer is aangenomen, met steun van D66. Daarin wordt gevraagd om "het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen van asielvergunningen zo veel mogelijk te versnellen". De mensen uit de Syrisch-Nederlandse gemeenschap die ik spreek, geven aan dat de situatie in Syrië nog uiterst moeilijk is. Hoe kunnen D66 en een Tweede Kamer nu zeggen dat het proces om Syriërs terug te sturen en het herbeoordelen van aanvragen versneld moeten worden? Dat is toch spelen met mensen? Dat is toch onzorgvuldig omgaan met de belangen van mensen? Kan de heer Van Asten dat uitleggen?
De heer Van Asten (D66):
Nou, zeker niet. Volgens mij is een van de grootste problemen van het Nederlandse asielstelsel op dit moment dat de termijnen veel te lang zijn. Mensen zitten veel te lang in onzekerheid. Ik denk dus dat je nu prima zou kunnen kijken naar welke landen veilig zouden zijn en dan kan herbeoordelen. Daar kan natuurlijk ook prima uitkomen wat de heer Van Baarle aangeeft, namelijk dat Syrië nog veel te onveilig is om mensen naar terug te sturen en dat dit leidt tot een langer verblijf in Nederland.
De heer Van Baarle (DENK):
In de motie staat: "het proces voor de terugkeer van Syriërs (…) te versnellen". Dat is waar D66 voor heeft gestemd. Ik zeg dat niet voor niks tegen D66. Voor de verkiezingen stond ik namelijk samen met mevrouw Podt, uw collega, bij demonstraties van de Syrisch-Nederlandse gemeenschap toen de Syrisch-Nederlandse gemeenschap demonstreerde tegen de plannen om Syriërs terug te sturen, toen de Syrisch-Nederlandse gemeenschap demonstreerde tegen de plannen om Syrië grotendeels veilig te verklaren. En nu, na de verkiezingen, stemt D66 gewoon voor een motie om die mensen versneld terug te sturen. Eerst bij zo'n demonstratie staan, en dan nu gewoon een dikke middelvinger opsteken naar de Syrische gemeenschap. Ik zou de heer Van Asten echt willen vragen waarom D66 de Syrisch-Nederlandse gemeenschap op deze manier als een baksteen laat vallen.
De heer Van Asten (D66):
Wat hier gebeurt, vind ik natuurlijk ronduit kwalijk, want dat zegt die motie helemaal niet. Het gaat over een herbeoordeling, en uit die herbeoordeling kan prima komen dat mensen eventueel terug kunnen of dat dat niet het geval is. De hele retoriek die daar nu door de heer Van Baarle bij wordt gegeven, vind ik ook niet bijdragen aan een goed debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Wat ik niet vind bijdragen aan een goed debat, is voor de verkiezingen mensen beloftes doen en de Syrisch-Nederlandse gemeenschap na de verkiezingen als een baksteen laten vallen. Wat ik ook niet goed vind voor het debat, is dat de heer Van Asten niet gewoon eerlijk is over waar die motie over gaat. Het staat er letterlijk: "het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen (…) te versnellen". Terugkeer en herbeoordelingen versnellen, terwijl de situatie in Syrië nog steeds uiterst complex is -- dat weet de heer Van Asten ook -- en de humanitaire situatie nog steeds uiterst moeilijk is. Dan gaat D66 dus eigenlijk op de PVV-toer door te zeggen: ga mensen versneld terugsturen naar Syrië. Ongelofelijk.
De heer Van Asten (D66):
Ja, dat "ongelofelijk" blijf ik maar terugsturen, want hier worden weer dingen gezegd en claims gedaan die totaal niet waar zijn. Nogmaals, in die motie gaat het over de herbeoordelingen. Als die versneld kunnen plaatsvinden, dan ben ik daar een groot voorstander van, want het gaat mij om het geven van duidelijkheid aan de mensen die hier zijn en eventueel terug kunnen. Maar als dat niet het geval is, mogen ze hier blijven. U kent dan de inzet van D66: wij willen die mensen zo snel mogelijk een perspectief geven, op een opleiding, op meedoen in deze samenleving.
De heer Bushoff (PRO):
Ik had ook nog een vraag. Volgens mij was het afgelopen dinsdag dat het regime in Afghanistan nog het vuur opende op demonstranten die demonstreerden voor vrouwenrechten. Op Europees niveau worden ook gesprekken gevoerd tussen de taliban en Europese ambtenaren. Ik ben benieuwd wat D66 daarvan vindt en wat zij vinden van de opstelling van dit kabinet daarbij.
De heer Van Asten (D66):
Ik ben daar al eerder op ingegaan. Praten met de taliban -- een verschrikkelijk regime -- zou ik niet voorstaan, zeker niet als de taliban daar blijkbaar de voorwaarde aan verbinden dat zij hier ambassades openen. Nou, dat wij dadelijk de taliban hier vestigen, in de stad van vrede en recht: dat mag ik toch niet meemaken.
De heer Bushoff (PRO):
Eén vervolgvraag dan. Dit is een helder antwoord, maar wat betekent dat voor D66 voor de opstelling van het kabinet richting de Europese Unie?
De heer Van Asten (D66):
Ik ben geen voorstander van deals met de taliban, want in mijn ogen kan je met dat regime geen zakendoen.
De voorzitter:
Ik kijk rond. Oké. Dan gaan we over naar de eerste termijn van de CDA-fractie. Die wordt uitgesproken door mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. In het kader van de bestrijding van belastingontwijking zei het Britse parlementslid Margaret Hodge ooit: "I'm not accusing you of being illegal, I'm accusing you of being immoral." Deze woorden kwamen deze week bij mij op tijdens de discussie over Maassluis. Aan de provinciale regietafels inzetten op het opvangen van nul asielzoekers past misschien binnen de letter van de Spreidingswet, maar zeker niet binnen de geest ervan. Daarmee wordt de solidariteit tussen gemeenten, waarop deze wet is gebaseerd, ondergraven. Als iedere gemeente op nul inzet, komen we helemaal nergens. Mijn fractie zal blijven herhalen dat we de impasse in de opvangcrisis alleen doorbreken als alle gemeenten hun schouders hieronder zetten. Iedere burgemeester die deze boodschap uitdraagt, zullen wij ten volle steunen.
Voorzitter. Hetzelfde geldt voor de taakstelling in het kader van de plaatsing van statushouders. Ook wat dat betreft zien we grote verschillen tussen gemeenten en komen we onder aan de streep uit op duizenden plekken in de rode cijfers. Dat klinkt misschien als veel, maar als je bedenkt dat we in Nederland 342 gemeenten hebben en een gezin gemiddeld uit vier gezinsleden bestaat, dan zie je ook dat we er met enkele woningen per gemeenten al zouden zijn. Dat zou de opvangketen direct ontlasten. Daarom vraag ik de minister waarom de ontwikkeling van sobere woonvormen voor statushouders zo lang duurt. Kan hij bevestigen dat hij hier samen met de minister van VRO alle prioriteit aan geeft?
Voorzitter. In onze debatten gaat veel aandacht uit naar gemeenten die achterblijven. Dat is begrijpelijk, maar daardoor raken gemeenten die hun verantwoordelijkheid wel nemen uit beeld. Welke mogelijkheden heeft de minister verder nog om die gemeenten in het zonnetje te zetten? Is hij bereid daar een plan voor uit te werken?
Dan het nieuwe plan van aanpak voor de openstaande voorraad. Het is goed dat de minister binnen de bestaande capaciteitsbeperkingen zoekt naar manieren om de procedures te versnellen. Tegelijkertijd moeten we oog houden voor de menselijke gevolgen van de onvermijdelijke vertragingen. Mijn fractie maakt zich vooral zorgen over de veiligheid op opvanglocaties als gevolg van het onderscheid tussen de groep van voor en na 12 juni. Kan de minister aangeven hoe hij de veiligheid op de locaties wil waarborgen?
Ook in het kader van veiligheid: in de brief las ik dat de pilot voor intensieve begeleiding van overlastgevende asielzoekers positieve resultaten laat zien, maar momenteel alleen wordt toegepast op reguliere COA-locaties met een overeenkomst voor minimaal één jaar. Ziet de minister mogelijkheden om deze aanpak ook beschikbaar te maken voor spoed- en noodopvanglocaties met een kortere looptijd? Juist daar doen zich regelmatig veiligheids- en overlastproblemen voor. Een dergelijke uitbreiding kan bovendien bijdragen aan het draagvlak voor deze opvangvormen.
Tot slot, voorzitter. Met de invoering van het pact gaan we een nieuwe fase in, maar wij richten ook onze hoop op de Terugkeerverordening. De minister verwacht eind dit jaar al met een eerste plan vanuit de kopgroep te komen voor de terugkeerhubs. Die zouden volgend jaar al operationeel kunnen zijn. Kan de minister hier meer over zeggen?
Voorzitter. Voor het CDA is er veel aan gelegen dat die terugkeerhubs slagen. In dat kader is het afgelopen jaar artikel 3 van het EVRM onderwerp van gesprek geweest, voor zover dat bijvoorbeeld zag op die Dublinclaimanten. Het is natuurlijk de taak van de rechter om daaraan te toetsen, maar ziet de minister ruimte om aan de voorkant van dit traject over terugkeerhubs met de rechtspraak in gesprek te gaan over de basisvoorwaarden waaraan die hubs moeten voldoen? Natuurlijk zal iedere casus straks op zijn individuele merites beoordeeld moeten worden, maar het zou goed zijn als problemen, waar mogelijk, aan de voorkant aangepakt kunnen worden. Hoe ziet de minister dit?
Laatste punt, voorzitter. De nieuwe Terugkeerverordening biedt meer mogelijkheden om illegale vreemdelingen langer en op andere gronden vast te zetten. Klopt het dat de verordening ook mogelijkheden biedt om vreemdelingen in vreemdelingenbewaring te plaatsen als er geen direct zicht is op terugkeer? Zo ja, biedt dit dan ook mogelijkheden om ongewenst verklaarde, voor terrorisme veroordeelden, die deels al vrij zijn en voor een deel in 2027 vrijkomen, vast te zetten in vreemdelingendetentie tot hun terugkeer kan worden gerealiseerd?
Tot zover.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Toch even over het begin van het betoog van mevrouw Straatman, over de Spreidingswet. Het waren zeer ferm uitgesproken woorden: de wet is de wet, ook als die Spreidingswet heet. Juist van het CDA verwacht ik dan ook dat enigszins rekenschap wordt gegeven van wat dat betekent voor de lokale democratie, gemeenschappen, draagkracht en draagvlak. Ziet het CDA in ieder geval ook dat spanningsveld? Zou ze daar ook op willen reflecteren?
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank voor de vraag, want dat spanningsveld zie ik ook. Daarom vind ik het ook heel goed dat er bijvoorbeeld recent een ondersteuningsteam samen met de VNG is opgezet, om heel veel gemeenten bij een aantal van die dilemma's te helpen en te ondersteunen, bijvoorbeeld bij de communicatie. Maar als we de analyse maken van wat er nodig is, dan zie ik gewoon dat die instroom naar beneden moet. Tegelijkertijd zal die instroom er niet van vandaag op morgen toe leiden dat we die opvangcrisis hebben opgelost. Dat kan alleen maar als gemeenten gezamenlijk die verantwoordelijkheid nemen. Het kan niet zo zijn dat het telkens dezelfde gemeenten zijn of telkens Ter Apel of Groningen is die de klappen moeten opvangen. Dat vind ik gewoon niet fatsoenlijk. Dat vind ik niet fair. Ik vind dat we daarin ook het eerlijke verhaal moeten vertellen. We moeten juist de gemeenten die het goed doen belonen. We mogen de gemeenten die telkens achterblijven daarop aanspreken. Soms moet dat ook met ferme taal.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Als we die gemeenten echt willen helpen … Ik zit sinds 2023 in deze irenische commissie, met heel veel plezier. Ik kan me geen debat herinneren waarin ook het pleidooi is gevoerd om gemeenten de ruimte te geven voor kleinschalige opvang. Keer op keer hoor ik van de minister dat hij dat heel belangrijk vindt, maar het gebeurt niet. Nog steeds horen wij van gemeenten dat ze tegen onmogelijkheden of onwil aanlopen van bijvoorbeeld het COA. Wat ziet het CDA voor zich om die impasse te doorbreken, zodat we ook in die zin meer regie kunnen geven aan de gemeenten die iets willen doen aan opvang, ook als die kleiner is dan misschien het gewenste aantal dat het COA voorstaat?
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik denk dat de situatie dermate urgent is dat we naar alle mogelijkheden moeten zoeken. Ik spreek veel gemeenten en ook gemeenten die zeggen: we lopen ook tegen andere beperkingen aan, bijvoorbeeld als het gaat om stikstof of kleinschalige opvang. Daar wil ik altijd met een open vizier naar kijken. Daarom hebben we nu natuurlijk structurele financiering voor het COA, die het mogelijk maakt om ook op kleinschaliger niveau opvanglocaties te creëren. Daar willen we alle ruimte voor creëren, maar het mag geen reden zijn om te duiken voor de verantwoordelijkheid die er is. Uiteindelijk is de Spreidingswet namelijk gewoon democratisch vastgesteld. Net als iedere wet moet die ook gewoon worden nageleefd. Ik vind het vreemd dat we in iedere commissie spreken over wetten die we moeten naleven, terwijl alleen bij Asiel en Migratie van een wet afgeweken mag worden die ons niet bevalt. Dat lijkt me echt niet de manier voor de toekomst.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de heer Van Dijk voor zijn inbreng namens de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Het uur U nadert, met de U van "uitvoering", wel te verstaan. De weg daarnaartoe is ongeveer net zo lang als het befaamde gedicht van Martinus Nijhoff zelf. Vannacht, klokslag 00.00 uur, treedt het nieuwe Migratiepact in werking. De cruciale vraag is: gaat het werken zoals bedacht? Alle Nederlandse en Europese zeilen moeten worden bijgezet om het pact te laten slagen. De uitvoering is een enorme opgave voor de toelatingsorganisatie van ons land, terwijl de dienst al tegen metershoge stapels aanvragen aankijkt. Daarom nam de Kamer mijn motie aan om te komen met aanvullende maatregelen ter vereenvoudiging en versnelling van de asielbeoordelingsprocedure, en daarbij ook de inrichting en aansturing van de IND-werkprocessen tegen het licht te houden. We moeten voorkomen dat het nog verder vastloopt. Er ligt nu een plan van aanpak voor de lopende aanvragen, maar hoe wordt mijn motie verder opgepakt?
Daarnaast moet de IND qua AI-ontwikkelingen echt een been bijtrekken. Dat zegt de dienst zelf in de laatste Stand van de Uitvoering. Zo heeft de SGP voorgesteld te komen met een proef om IND-gehoren live te vertalen. Graag hoor ik wanneer en hoe deze proef wordt gestart. Welke mogelijkheden ziet de minister verder voor de inzet van AI en komt het kabinet met een wet om belemmeringen weg te nemen? Het kan niet zo zijn dat privacywetgeving het grip krijgen op migratie dwarsboomt, zoals bijvoorbeeld bij het uitlezen van mobiele telefoons van asielzoekers, zeker nu blijkt dat dit het zoveelste punt is waarop Nederland achterblijft bij andere landen. Maar inmiddels zijn ook ten minste drie asielbesluiten verworpen vanwege het simpele feit dat IND-medewerkers mogelijk -- het staat niet eens vast -- AI hadden gebruikt bij de beslissing. De desbetreffende ambtenaar wist niet eens meer zeker of hij bij het redigeren van zijn tekst gebruik had gemaakt van AI. Toch is het besluit afgewezen, en waarschijnlijk zijn dit niet de laatste IND-besluiten die om deze reden zijn verworpen. Het is de omgekeerde wereld. Wat gaat de minister hieraan doen?
Voorzitter. Het kwam net al via een interruptie aan de orde. Er gaat bijna geen debat voorbij of er wordt aandacht gevraagd voor kleinschalige opvang. De minister beaamt vervolgens braaf dat daar ruimte aan wordt geboden. Ondertussen blijven gemeenten bij het COA tegen onmogelijkheden en onwil aanlopen als ze aangeven een kleine azc-locatie op te willen zetten. Het COA hanteert vaak als minimumomvang 150 opvangplekken, terwijl inmiddels alle beetjes helpen. Gaat de minister het COA duidelijk maken dat deze breedgedragen politieke wens nu echt moet worden uitgevoerd?
De SGP is en blijft tegen de Spreidingswet, met name vanwege de dwang richting de gemeenten. Juist daarom zouden wij graag zien dat gemeenten meer regie over de asielopvang krijgen. De SGP heeft eerder voorgesteld om gemeenten de mogelijkheid te geven zelf de opvang te organiseren, waarbij zij COA-diensten inhuren. Is de minister bereid te kijken hoe er meer ruimte kan worden geboden aan gemeentelijke exploitatie, zoals gemeenten bepleiten?
Ook het kabinetsplan om nieuwkomers aan het werk te helpen vraagt veel van gemeenten. Hoe wordt gewerkt aan het minimaliseren van het aantal verhuisbewegingen voor asielzoekers?
Voorzitter. Op aandringen van de SGP scherpt het kabinet de regels aan voor de intrekking van de verblijfsvergunning van criminelen. Het is goed dat er een heldere streep wordt getrokken. De brief zullen we later nog bespreken en dan zal ik daar nadere vragen over stellen. Voor nu: hoe ziet het vervolgproces voor aanpassing van het Vreemdelingenbesluit eruit en wanneer treedt die in werking?
Tot slot. De BBB maakte dit punt ook heel terecht, denk ik. De situatie van Syrische christenen is in de achterliggende maanden hard achteruitgegaan. Er lijkt inmiddels sprake van structurele bedreiging. De islamisering neemt toe en terreurgroepen hebben het voorzien op christenen en andere minderheden. Is de minister bereid het Syrische landenbeleid ten aanzien van religieuze minderheden te herzien?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dan kijk ik wie van de twee het eerst wil, meneer Van Baarle of meneer Bushoff. U was eerder? Helemaal goed. Meneer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Dank, voorzitter. Als Groninger begin ik ook even met de Groningse situatie, want die is gewoon ontzettend treurig. Ik sprak van de week, dinsdag, voordat ik hierheen ging nog met mensen uit Groningen. Die vertelden ook weer hoe treurig het is dat de mensen in Ter Apel buiten slapen, hoe mensonterend het is en hoe inhumaan het eigenlijk is wat zich daar afspeelt. Als je met een beetje Groningse nuchterheid naar die situatie kijkt en je weet dat er een Spreidingswet is, dan zou je toch zeggen: iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen om te voorkomen wat we nu zien in Ter Apel. Toch zie je dat het vooral weer de noordelijke gemeenten zijn -- de gemeente Groningen zelf, zo meteen Pekela en Stadskanaal -- die de klappen opvangen. Ik moedig deze minister dus vooral aan om ervoor te zorgen dat de Spreidingswet goed wordt uitgevoerd, maar ik zou de minister ook willen vragen hoe het nou staat met bijvoorbeeld tijdelijke noodopvanglocaties in rijksvastgoed. De brief daarover vond ik namelijk nog best vaag. Hoe staat het daarmee? Hoe loopt de afstemming met gemeenten daarover? Kan dat de druk in de regio in Groningen verlichten? Dat zou ik van deze minister willen weten. Daarnaast zou ik van de minister willen weten hoe het nu staat met de steun aan de ondernemers in Ter Apel. Daarvoor is er een preventiefonds en een leefbaarheidsfonds opgezet door de gemeente Ter Apel met steun van het Rijk. Er zijn ook schaderegelingen. Ik ben benieuwd of dat naar wens van de ondernemers verloopt en hoe het daarmee staat.
Verder hoor ik ook van een aantal bestuurders af en toe terug dat het COA soms, als er een locatie is aangewezen door een gemeente waar een opvanglocatie gerealiseerd kan worden, er best wel lang over doet om die opvanglocatie ook te realiseren. Ik snap dat het COA de afgelopen tijd met heel veel jojobeleid te maken heeft gehad. Dat is ook niet per se een verwijt aan hen. Herkent de minister dat, als er dan eenmaal een locatiemogelijkheid is voor het realiseren van opvang, het soms nog heel lang duurt voordat die opvang er ook daadwerkelijk is? En als de minister deze signalen ook krijgt, wat kan hij daaraan doen?
Voorzitter. Dan over het Migratiepact. Dat treedt komende vrijdag in werking. Dan zal 70% van de IND-capaciteit worden ingezet voor nieuwe aanvragen. 30% zal worden ingezet voor de bestaande 55.000 aanvragen. Volgens de IND kunnen de wachttijden dan oplopen tot vijf jaar, laat de Algemene Rekenkamer weten. Dat is natuurlijk heel treurig, want ook dat leidt tot langere onzekerheid, extra belasting van de opvang, uitstel van inburgering et cetera. Hoe kijkt de minister hiernaar, zou ik willen weten. Hoe rijmt de minister dit met het nieuwe plan van aanpak voor bestaande aanvragen, waarin wordt voorspeld dat na drie jaar alle bestaande aanvragen van het eerste besluit zijn voorzien? Is deze termijn wel haalbaar, als je dit hoort van de Algemene Rekenkamer? Ik ben heel erg benieuwd: ontstaat er dan niet een hele gekke ongelijkheid in de aanvragen? Kan de minister daar ook op ingaan?
Voorzitter. Tot slot nog een punt. Ik had het er ook al even in een interruptiedebatje over met meneer Van Asten. Het gaat over Afghanistan en het landenbeleid. Ik blijf het heel erg raar vinden dat er gesprekken zouden worden gevoerd met de Taliban. Hoewel de Kamer -- ook D66, moet ik daarbij zeggen -- toch recentelijk nog een motie heeft verworpen die tegen het kabinet zegt "doe dat nou niet", kan ik er met mijn hoofd eigenlijk gewoon niet bij, met een beetje gezond verstand, wil ik zeggen, dat die gesprekken gaan plaatsvinden en dat het kabinet de Europese Unie daarin zal steunen. Daarop hoor ik ook graag een reflectie van deze minister. Ik hoop dat bij een volgende keer een meerderheid van de Kamer, zeg ik ook tegen meneer Van Asten, een voorstel steunt om die gesprekken niet te gaan voeren. Tot voor kort vond de Kamer het blijkbaar in meerderheid prima dat die gesprekken gevoerd werden, gezien de motie die daarover recentelijk door mevrouw Westerveld is ingediend, verworpen is. Dat kwam mede doordat de coalitiepartijen daar tegenstemden. Ik hoop heel erg dat de coalitiepartijen in de komende tijd de woorden gaan volgen die de heer Van Asten daar net over uitsprak. Anders hoop ik dat de minister de duidelijkheid kan geven dat hij, hoewel de motie is verworpen, die gesprekken vanuit de Europese Unie niet gaat steunen. Ik kan er werkelijk waar niet met mijn hoofd bij, als ik zie wat voor verschrikkelijke dingen daar nog gebeuren.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we naar de heer Van Baarle namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
De afgelopen tijd was het elke week raak: geweld en intimidatie van extreemrechts tuig tegen vluchtelingenopvang. Het laatste voorbeeld is Wijk bij Duurstede. In Wijk bij Duurstede waren spandoeken te zien met -- het zijn niet mijn woorden; excuses dat ik ze herhaal -- "kanker-azc" en een verwijzing naar Hitler. Ruiten van het gemeentehuis zijn gebroken, er zijn brandplekken zichtbaar, en de politie werd aangevallen. Wat is de laatste stand van zaken van de veiligheidsmaatregelen die genomen worden om vluchtelingenopvang en lokale bestuurders tegen de anti-azc-terreur te beschermen? Hoe worden de driehoeken hier op dit moment in ondersteund? Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar de rol van extreemrechts in de anti-azc-terreur?
Voorzitter. Dan een ander dieptepunt. Bij het aanmeldcentrum in Ter Apel slapen er weer mensen buiten. De laatste weken waren er verschillende mensen in het gras verbleven of moesten overnachten, soms zonder eten. Wat doet de minister op dit moment concreet om te voorkomen dat mensen buiten slapen in Ter Apel? Worden er extra noodlocaties, met vervoer daarnaartoe, georganiseerd? Gemeenten in Nederland halen de doelstelling uit de Spreidingswet nog steeds onvoldoende. Volgens de NOS halen 250 van de 342 gemeenten de doelstelling niet. Wat is de laatste stand van zaken in de opgave volgens de minister? Hoe effectief is zijn overleg met gemeenten in de afgelopen tijd geweest? Er zijn zelfs gemeenten die een middelvinger naar hem opsteken. Neem het coalitieakkoord van Maassluis, waarin men aangeeft 0 vluchtelingen op te zullen vangen. De burgemeester aldaar wordt nu zelfs bedreigd. Wat vindt de minister van gemeenten die de wet niet willen uitvoeren of de uitvoering van de wet frustreren? Wat gaat hij hiertegen doen? Hoe kan hij zijn wettelijke instrumentarium hierbij inzetten?
We hebben van de minister ook het plan van aanpak wegwerken openstaande asielaanvragen IND ontvangen. In het plan van de minister lezen we niets over hoeveel extra IND-medewerkers er komen en lezen we ook niets over hoe de aanpak wordt gebaseerd op meerjarige financiering. Hij schermt alleen met asielmaatregelen. Waarom wordt dit allemaal niet genoemd? Wat gaan we doen als de aantallen hoger zijn dan in de brief worden genoemd? Welke concrete doelen worden er nou eigenlijk gesteld, en hoe realistisch zijn die?
We lazen ook het bericht dat Nederland en Duitsland willen inzetten op de eerste terugkeerhubs. Kan de minister al concreter aangeven wat de status is van die plannen? Voor ons met name van belang: kan de minister aangeven hoe mensenrechten, en met name ook de rechten van minderjarigen, bij het maken van deze plannen concreet worden geborgd? Hoe worden minderjarigen concreet beschermd in de procedure aan de buitengrenzen, die vanaf 12 juni gaat starten?
Voorzitter. Enkele tijd terug stond er een vertegenwoordiger van de Jemenitisch-Nederlandse gemeenschap voor het parlement om te demonstreren voor hun rechten. Zij hebben mij ook een pleidooi overhandigd. Zij stellen dat het landenbeleid er nu onterecht van uitgaat dat Jemen als grotendeels veilig wordt gezien, en dat de situatie in Jemen absoluut niet geschikt is om mensen naar terug te sturen. Het is onveilig en er is honger. Maar Nederland heeft het landenbeleid aangepast en wijst op dit moment naar verluidt acht op de tien aanvragen af. Wat is de reactie van de minister op de zorgen van de Jemenitische gemeenschap?
Voorzitter. Tot slot een punt over de Syrisch-Nederlandse gemeenschap. Ook zij hebben grote zorgen nu er in de Tweede Kamer een motie is aangenomen over het versnellen van de terugkeer van Syriërs. Ik zou de minister willen vragen om een reactie daarop.
Ik dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. U bedankt. Er zijn geen interrupties. Dan kijk ik wie het voorzitterschap even kan overnemen. Meneer Markuszower?
Voorzitter: Markuszower
De voorzitter:
Ja. Dan geef ik heel graag het woord aan de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de vragen van collega's over het Asiel- en migratiepact. Ik ben benieuwd hoe de minister nu een vinger aan de pols houdt ten aanzien van de landen waarvan wij heel afhankelijk zijn, zoals Griekenland en Italië.
Als het dan gaat over het pact en alle positieve stappen die we hebben gezet: afgelopen week werd ik zeer verontrust over twee arresten op 4 juni jongstleden van het Europees Hof van Justitie. Dat Hof zegt dat de rechter in Nederland feitelijk zelf een oordeel moet vellen -- het mag zich dus niet alleen baseren op het oordeel van de IND -- zelf moet vaststellen of er mogelijk sprake is van refoulement en, zo lees ik het, eigenlijk het feitenrelaas ook zelf moet beoordelen. Weet u, dan zakt mij een beetje de moed in de schoenen. Dan kunnen we hier met de beste wil van de wereld alles bedenken, maar als dit de realiteit wordt, dan gaan wij de voorraden niet wegwerken en gaan nieuwe aanvragen allemaal lang duren. Waarom benoem ik dit? Recent had ik samen met collega Boomsma een prettig debat met de minister over hoe we dit zien in het internationaal geheel. Dan moet mij toch van het hart dat de minister dan zegt: "poeh, goh, de verklaring van Chisinau; ik geloof dat ik mijn werk gedaan heb". In alle eerlijkheid, dat denk ik dus niet. Ik denk echt dat hier wel een probleem zit en we dus écht met een groep van andere landen, en die zijn er, moeten gaan werken aan een aanpassing van internationale verdragen. Op deze manier gaat het namelijk niet werken.
Ik ben ook benieuwd of de minister bereid is om eens een overzicht te sturen van de impact van rechterlijke uitspraken op het asielbeleid. Dat hoeft allemaal niet nu meteen, maar het is denk ik wel goed dat we dat ontvangen, om eens inzichtelijk te krijgen, ook voor de samenleving, wie nou wat bepaalt. Ligt het nou aan ons, of doen wij als wetgever ook ons best, maar hebben we de pech dat anderen ook een oordeel kunnen vormen?
De kwestie van de telefoons is daar denk ik het beste voorbeeld; collega's hebben dit al genoemd. Er ligt een motie van collega Vondeling. Goed gezien. Meneer Boomsma doet zijn best en dient een amendement in. Uiteindelijk, om redenen die de minister ons aandraagt -- "wilt u dat alstublieft niet doen, want dat is gevaarlijk in de Eerste Kamer" -- hebben we nu die grondslag niet. En dan zegt de rechter nu ook nog dat je eigenlijk niet mag vragen om in die telefoon te kijken. Het is echt niet uit te leggen, vooral als het gaat om veiligheid en nationale veiligheid. Ik heb een hele simpele vraag: wanneer komt die wet? Ik hoorde de heer Boomsma zeggen "binnen twee weken, en anders trekken wij een paar nachten door". De VVD-fractie helpt graag mee. Dit soort dingen kunnen niet. Dat raakt natuurlijk ook het recente bericht over dat er niet goed gescreend wordt. Je móét in die telefoons kunnen kijken. Als daar een wettelijke grondslag voor nodig is, dan gaan we dat fiksen. Dus hoe snel krijgen we dat?
Dan wil ik iets zeggen over de IND-voorraden. In de brief schetst de minister een heel plan van aanpak. Maar ja, 30% van de IND-capaciteit wordt dan maar besteed aan de achterstand. Het zou zo fijn zijn als die Syriërs herbeoordeeld kunnen worden -- er ligt een aangenomen Kamermotie -- want dan kun je ook de druk op de COA's verlichten. Dat brengt mij bij het volgende. Ik kijk ook tv. De vorige keer dat ik op tv was, leidde dat tot een leuk debat hier. Nu heb ik gisteren de minister op tv gezien, en die zei over de Spreidingswet: Kamerleden mogen het uitleggen, maar ík ga erover. Oké. Mooi. De minister is dus ook verantwoordelijk. De Kamer gaat natuurlijk wel over richtingen en beleid. Dan ben ik dus benieuwd. Minister, u gaat over de Spreidingswet. Hoeveel instroom is er volgende week minder? 50, 100, 200, 500? Het gaat samen, hè. U bent van de Spreidingswet. We hebben afspraken gemaakt over minder instroom. U zegt: ik ben verantwoordelijk. Mooi. Ik spreek u aan op die verantwoordelijkheid. Hoeveel instroom mogen we voor volgende week dan minder verwachten?
De voorzitter:
Zijn er interrupties voor de heer Ellian? Wie was er eerst? Meneer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Eén vraag. Volgens mij sneed de heer Ellian dat ook aan. 70% van de IND-capaciteit wordt ingezet voor nieuwe aanvragen en 30% voor bestaande aanvragen. Dat kan een nieuwe ongelijkheid creëren, maar bovendien: wat gebeurt er dan met die 55.000 bestaande aanvragen en hoe kijkt de VVD naar deze verdeling? Vindt de VVD niet dat er gewoon ook meer capaciteit zou moeten zijn voor de bestaande aanvragen?
De heer Ellian (VVD):
"Bestaande aanvragen" begrijp ik dan als de aanvragen die er al liggen en wachten. Uit de brief leid ik af dat het tot drie jaar kan duren totdat de hele lijst is weggewerkt. Dan hebben we dus drie jaar lang elke maand hier met elkaar een hele nare discussie, met alle onrust in het land tot gevolg. Uiteraard maak ik de opmerking -- anders krijgen we dat weer -- dat geweld niet goed te praten is. Maar dan hebben we een heleboel onrust in het land vanwege die Spreidingswet. De VVD heeft altijd gezegd: "Oké, het is wat het is. Dat ding is er. Maar als je nou werk maakt van die bestaande voorraad, waar dus 36.000 Syriërs in zitten, en een aangenomen Kamermotie, dan kun je hopelijk wat sneller een beheersbare situatie krijgen." Kijk, de verdeling … Ik snap dat de minister dit doet, ook vanwege het voorbeeld dat je wil geven in Europa als het gaat om het Migratiepact. Maar dat ontslaat de minister niet van de plicht om, denk ik, iets voortvarender te werk te gaan met de IND als het gaat om de bestaande aanvragen. Dat raakt ook het betoog van collega Bushoff over de situatie in Groningen en Noord-Nederland. Je moet iets met die bestaande voorraad, waarvan een deel dus ook kan worden afgewezen en terug kan. Ik gebruik dit moment dan ook maar om de minister te vragen waarom we niet generieker gaan beoordelen. Alleen, dan komt wel weer mijn punt over de rechter; daar zal de minister dan wat steviger in moeten durven opereren.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De VVD zegt dat de minister zelf aangeeft dat hij verantwoordelijk is. De VVD vraagt hoe die aantallen gaan dalen en op welke termijn. Ik wil aan de VVD vragen: wat vindt de VVD wenselijk? Wanneer is voor de VVD de grens bereikt qua aantallen asielzoekers die we wekelijks binnenlaten?
De heer Ellian (VVD):
Weet u, mevrouw Vondeling, de laatste keer dat ik hier iets over gezegd heb, maakte dat nogal wat los. Ik had gezegd: wat de VVD betreft zou dat naar 0 moeten. Dat leidde tot een hoop interessante vragen en situaties, zal ik maar zeggen. Daarmee wilde ik mevrouw Vondeling een soort intentie schetsen van hoe de VVD kijkt naar het asiel- en migratievraagstuk, om de simpele reden dat je niet iedereen uit de hele wereld kan opvangen. Het is ook geen nieuw standpunt. Als mevrouw Vondeling het mij vergeeft, ga ik nu dus niet zeggen wanneer het genoeg is. Ik denk dat iedereen die mij de afgelopen drie maanden heeft horen spreken namens de VVD-fractie heel duidelijk voelt dat ik hier aandacht voor vraag. Ik vraag volgens mij elk debat, elk moment dat ik erover spreek, aan deze minister of de instroom naar beneden gaat of niet. Voor ons is dat echt een essentieel onderdeel van dit alles. Ik heb ook al gezegd dat we een hele sombere realiteit hebben als dit alles, dus deze strengste wetgeving ooit, niet werkt. De urgentie die mevrouw Vondeling namens de PVV-fractie voelt, voelt de VVD-fractie, denk ik, ook. Ik ga me niet vastpinnen op volgende week, over een paar weken of wat dan ook, maar het moet wel gebeuren. Uiteraard, zeg ik tegen mevrouw Vondeling, moet het nu niet nog weer jaren gaan duren, want dat kan Nederland niet aan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag nog een vraag van mevrouw Straatman en de heer Russcher. Ik verzoek de heer Ellian om zijn antwoorden ietsje korter te maken.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb een vraag aan de heer Ellian. De heer Ellian zegt: kom met cijfers over hoeveel de instroom naar beneden moet. Ik ben het helemaal met de heer Ellian eens dat de instroom naar beneden moet. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe hij het kwantificeren van die aantallen ziet. Hoe verhoudt zich dat tot de andere werkelijkheid, die ingewikkelde juridische werkelijkheid die we hebben van het Europees recht, het Europees handvest en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waar hij ook telkens, ik denk heel terecht, aandacht voor vraagt? Hij weet dan toch ook dat dit heel complex is en dat het niet in cijfers te vatten is? Ik vraag me dus af hoe die twee verhalen van de heer Ellian zich tot elkaar verhouden. Hoe denkt hij dat in deze complexe juridische werkelijkheid te kunnen versimpelen tot aantallen?
De heer Ellian (VVD):
Nou, ik versimpel het niet. Ik vind dat de minister het gisteren op tv een beetje versimpelde door, volgens mij, richting de VVD-fractie te zeggen: u gaat niet over de wet; ik ga erover. Het enige dat ik wil markeren, is dat dit een afspraak is waar ook de handtekening van de CDA-fractie onder staat. De Spreidingswet bestaat, maar de instroom gaat naar beneden. Er wordt heel veel gesproken over het een, maar, zeg ik, het ander moet ook. Dan vraag ik: wanneer gaat dat dan gebeuren? Als de realiteit is dat we zijn gebonden aan allerlei rechtelijke uitspraken en er eigenlijk nooit wat kan, dan zou ik het fijn vinden als de minister daar gewoon eerlijk over is en zegt dat hij het niet kan waarmaken. Prima. Dan is het vervolgens aan ons om te zeggen dat we a, b of c gaan doen, want we moeten iets doen. De luisteraar zou uit de vraagstelling van mevrouw Straatman -- zij zegt: het is supercomplex -- kunnen afleiden dat er eigenlijk niks gaat gebeuren met de instroom. Dat is nou net niet waar de VVD-fractie voor staat. Ik zeg tegen de minister: hij voelt zich verantwoordelijk voor het een, dan wil ik ook graag verantwoordelijkheid zien voor het ander.
Mevrouw Straatman (CDA):
Niet alleen de VVD-fractie, maar ook de CDA-fractie wil graag dat de instroom naar beneden gaat. Als er mensen meekijken, denk ik dat we ook eerlijk moeten uitleggen hoe ingewikkeld het is. Ik vind juist de heer Ellian vaak aan mijn zijde om de kluwen van de ingewikkelde juridische wereld die we met elkaar hebben opgetuigd te ontwaren en daar ook een eerlijk verhaal over te vertellen. Daarom heb ik de volgende vraag, bijvoorbeeld als het gaat over artikel 3 van het EVRM en de terugkeerhubs. Hoe kunnen we het aan de voorkant zo inregelen dat het gaat werken als we die deal sluiten? Als ik de heer Ellian hoor zeggen dat we terug moeten naar nul, dat de intentie nul is of dat we er gewoon getallen op moeten plakken, dan vraag ik me af hoe hij dat rijmt met het andere verhaal, waarvan hij ook zegt dat het heel ingewikkeld is? Ik denk dat heel veel mensen gefrustreerd zijn dat we allerlei beloftes doen waarvan we eigenlijk zelf al weten dat we die niet kunnen waarmaken. We kunnen zeggen dat het onze inzet is om de instroom naar beneden te doen en dat we ons daar maximaal voor gaan inzetten, maar we hebben tegelijkertijd te maken met een juridische en geopolitieke realiteit die we niet helemaal in de hand hebben. Daar moeten we ook eerlijk over zijn. Hoe reflecteert de heer Ellian daarop?
De heer Ellian (VVD):
Een intentie kun je natuurlijk wel uitspreken. Ik denk dat de mensen in het land graag willen zien wat de intentie van een partij is. Ik heb die intentie uitgesproken. Daar is niks bijzonders aan, want het staat ook in ons verkiezingsprogramma. Ik denk ook dat dat van belang is. Veel collega's praten nog steeds -- dat is niet erg -- over het fenomeen "op de vlucht voor oorlog en geweld", maar ik voorspel u dat de hele wereld in conflict zal zijn. Dat is wat ons betreft dus niet realistisch. Het gaat erom of je te vrezen hebt voor concreet geweld, bijvoorbeeld op basis van wat je in een land hebt gedaan. Mind you, dat was overigens ooit de traditionele definitie in het Vluchtelingenverdrag. Volgens mij is het prima als ik die intentie uitspreek en is het helder dat we willen dat instroom naar beneden gaat. Als we daar continu bij zeggen dat het allemaal heel ingewikkeld is, dan zou je daar, als ik naar de CDA-fractie luister, bijna uit kunnen afleiden dat we een heleboel gedaan hebben, maar, beste Nederlanders, de instroom gaat niet naar beneden. Dan vraag ik me af hoe de mensen in Groningen hiernaar luisteren, aangezien er nog steeds aanmeldingen in Ter Apel komen. Ik vind dat je beide moet doen. Ik zei net al dat ik het graag wil horen als de minister tot de conclusie komt dat we een fantastisch pact en een Terugkeerverordening hebben gemaakt, maar het hem niet gaat lukken. Het is dan nog steeds onze keuze. Het is een keuze om te zeggen: we gaan a, b, c of d doen. Uiteindelijk zijn wij er om meerdere belangen tegen elkaar af te wegen.
Ik zit op de praatstoel vandaag, voorzitter.
De voorzitter:
Dat is allemaal goed. Mevrouw Straatman heeft nog één interruptie.
Mevrouw Straatman (CDA):
Tot slot heb ik gewoon een concluderende opmerking. De CDA-fractie zegt helemaal niet: we zien wel wat de instroomcijfers doen. We doen wat we maximaal kunnen om die instroom te beperken. Ik denk dat we nu een pact en een heel uitgebreid wettelijk kader hebben opgetuigd om daar maximale grip op te krijgen. Wat ik wil zeggen, is dat we ook het eerlijke verhaal moeten blijven vertellen, namelijk dat maximale grip niet mogelijk is. De heer Ellian houdt een betoog over dat het streefcijfer nul is, maar hij weet ook dondersgoed dat dat helemaal niet kan. Dat wakkert juist heel veel frustratie in de samenleving aan.
De heer Ellian (VVD):
Maar ik mag namens de VVD toch zeggen dat het streven op enig moment nul zou moeten zijn? Ik ga over de woorden van de VVD-fractie. Wat de CDA-fractie vindt … Heel eerlijk, ik heb gezien hoe het in de Eerste Kamer liep. Dit is voor ons de intentie. Ik wacht met interesse af hoe de minister er nu in staat, maar volgens mij vorderen we, doet de minister het zijne en zijn de wittebroodsweken voorbij, voor zover je die kan hebben op dit dossier. De instroom moet naar beneden. Hij zegt dat zelf ook telkens. Het is dan dus niet gek dat ik dit aan de minister vraag. Hij is heel duidelijk in beeld en zegt tegen gemeenten: u moet dit, dat, zus en zo. De VVD-fractie zegt daarvan dat dat nu even de realiteit is, maar dan hoor ik wel graag wat we kunnen verwachten. De beperking op nareis moet honderden schelen de komende tijd. Ik vind dat Nederland het recht heeft om van ons te horen of die instroom dan getalsmatig ook naar beneden gaat. Anders zijn we natuurlijk de mensen …
De heer Russcher (FVD):
Ik ga toch nog terug naar die keer dat de heer Ellian op tv was. Een concrete uitspraak -- hij herhaalde die volgens mij net weer -- is dat de instroom binnen een aantal maanden, in ieder geval na de zomer, zichtbaar omlaag moet met honderden door het Migratiepact dat morgen ingaat. We hebben de directeur van de IND van de week horen zeggen dat het een jaar gaat duren voordat de IND de boel op orde heeft en dat het Migratiepact geen garantie is op de inperking van de instroom. Ik ben heel erg benieuwd hoe de heer Ellian van de VVD daarnaar kijkt.
De heer Ellian (VVD):
Dat is eigenlijk een hele terechte vraag van collega Russcher. Je ziet in toenemende mate dat deskundigen, mensen in de uitvoering, zeggen: "Beste mensen, wacht eens even. Dat pact is echt wel het stevigste construct dat ooit gemaakt is, maar verwacht er niet meteen een enorme daling van." Oké. Ik neem daar kennis van. Ik verwacht eerlijk gezegd wel dat er meteen een daling plaatsvindt. Mevrouw Straatman zei net dat we mensen geen verkeerd beeld moeten voorhouden, maar de hele essentie van het migratiestelsel is nu eigenlijk: men zou alleen op Schiphol moeten arriveren en verder zou je niet meer over land of wat dan ook … Dat is het uitgangspunt. Wetten hebben een uitgangspunt en dat mag je uitleggen. Als er dan nog steeds continu een jaar lang mensen over land blijven komen die bijvoorbeeld al een status hebben ergens anders en we er niet in slagen om daar iets aan te doen, ja, meneer Russcher, dan word ik a heel chagrijnig -- daar ben ik best goed in -- en hebben we b een heel ingewikkeld gesprek met elkaar. U hoort mij niet zeggen: het pact is er, dus ik ga achterover zitten en we hebben het gecheft. Het moet wel gaan werken.
De heer Russcher (FVD):
Enerzijds zegt de heer Ellian: ik heb kennisgenomen van wat de experts en steeds meer mensen zeggen, namelijk dat het pact waarschijnlijk niet gaat werken, of in ieder geval niet op de manier zoals wij willen. Aan de andere kant zegt hij: ik denk wel dat het gaat werken. Forum voor Democratie hoopt ook dat het gaat werken, maar heeft er een hard hoofd in. Tijdens diezelfde aflevering zei hij ook dat als het niet werkt, er naar aanvullende maatregelen en taboes moet worden gekeken. Ik ben benieuwd of hij dit nog steeds vindt. Zo ja, welke maatregelen en taboes zijn dit dan?
De heer Ellian (VVD):
Als ik dat allemaal ga zeggen, wordt het hier heel heet voordat de zomer is begonnen. Iedereen -- ik zeg het daarom ook met een glimlach -- kan het raden, denk ik. Ik denk dat het evident is, meneer Russcher. Als dit allemaal niet werkt … Dit is echt de grootste wijziging ooit in het migratierecht, zo noem ik het maar, en inderdaad in het denken over migratie. Dat kunnen we elke dag met elkaar herhalen, maar het moet wel werken, want anders valt er ook niks te herhalen en te vieren. Ik denk dat iedereen die vindt dat de instroom naar beneden moet ook de plicht heeft om na te denken over wat dan wel werkt. Dat is dan natuurlijk per definitie niet wat je nu gedaan hebt. Het is nu allemaal nationaal, in Europees verband, in Griekenland en in Italië geprobeerd. Straks komen er returnhubs; ik heel benieuwd wat de minister daar nou mee van plan is. Dat is evident, maar laten we -- het is goed dat ik dat uitspreek -- het wel ook even een kans geven. Laten we hopen dat het werkt. Dat zou mooi nieuws zijn, want dan kunnen we een heleboel ellendige dingen oplossen. Maar ik ga niet naïef zijn. Dat is de realiteit.
De voorzitter:
Dit is de laatste interruptie van meneer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
De heer Ellian zegt: laten we hopen dat het werkt. Dat hoop ik ook. Als de baas van de IND zelf al aangeeft dat er geen garantie is dat de instroom ingeperkt of teruggedrongen wordt, dan zegt de heer Ellian: iedereen kan wel raden over welke maatregelen het dan gaat. Ik heb geen idee, dus ik hoor dat graag van de VVD. Hij zei net over de Spreidingswet dat dat "ding" er nou eenmaal is, maar de enige reden dat de Spreidingswet er is, is dat de VVD voorgestemd heeft onder de belofte dat de instroom omlaag zou gaan. Ik hoor dus toch graag een iets uitgebreidere reactie van de heer Ellian op die specifieke vraag.
De voorzitter:
Nou ja, de heer Russcher vraagt om een uitgebreide reactie, terwijl ik de heer Ellian steeds probeer te dwingen tot een korte, maar wel een inhoudelijke reactie.
De heer Ellian (VVD):
Ja, altijd inhoudelijk. Dat is de essentie. Je hebt een wet die heel veel losmaakt in de samenleving. Ik denk ook wel dat het een bijzondere wet is als je kijkt naar de aard ervan. Je moet de instroom naar beneden brengen, daarom hamer ik daar ook zo op. Daarom ben ik ook zo benieuwd naar wanneer het grafiekje naar beneden gaat. De heer Russcher zegt dat alle deskundigen zeggen: je kan er niet van uitgaan dat het pact gaat werken, dus laten we het even aanzien. Het construct, ook met de Terugkeerverordening, is goed bedacht, echt waar. Het valt of staat met wat een aantal landen daadwerkelijk gaan doen. Het valt of staat ook met wat de Europese rechters gaan doen. Ik zag -- ik houd op, hoor, voorzitter -- een conclusie van de ag bij het Europees Hof over Albanië. Zoals de heer Russcher weet, is Italië bezig om detentie… Opvangcentra, moet ik zeggen. Italië is bezig die te realiseren in Albanië. In Albanië mag het niet. Ik heb ook Bulgarije een keer gehoord. Ik bedoel, als er dan niks mag … In Rwanda mocht het een paar jaar geleden ook niet. De Britten waren ons overigens ver voor, denk ik. Als er niks mag en kan en er blijven mensen naar binnen komen, dan gaan we nieuwe dingen bedenken. U moet uw nieuwsgierigheid nog even vasthouden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. Bent u klaar? O, sorry, excuus. Er is nog een interruptie van de heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dit is mijn laatste interruptie, op het laatste onderdeel. Als Den Haag, ondanks alle gedane beloften aan burgers en gemeenten, toch niet weet te leveren en de daling onverhoopt niet inzet, trekt de VVD dan inderdaad het tapijt onder de Spreidingswet weg? Wil de heer Ellian daarop ingaan?
De heer Ellian (VVD):
Ik dacht dat meneer Van Dijk ging zeggen: het tapijt onder het kabinet. Toen kreeg ik wel even ... Volgens mij staat letterlijk in het akkoord dat als de Spreidingswet overbodig is geworden, omdat de voorraad, of het tekort aan plekken, is opgelost, de wet van tafel gaat. Voor mij is de insteek dus continu: doe wat je kan om het tekort aan plekken op te lossen, niet alleen door te praten over dat er meer plekken moeten komen, maar door ervoor te zorgen dat Syriërs teruggaan, dat er doorstroomlocaties zijn et cetera. Ik snap alle vragen over de toekomst, wat de VVD gaat voorstellen en of het tapijt onder dingen gaat worden weggetrokken. Volgens mij laat ik ook weer zien ... Ik zeg dit niet allemaal om mensen een worst voor te houden. Nee, ik zeg dit omdat wij hier echt in … "Geloven" is het verkeerde woord, maar de situatie is heel serieus. Zo simpel is het.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zou graag het woord terug willen geven aan de voorzitter.
Voorzitter: Ellian
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Markuszower, dat u zo vriendelijk wilde zijn om het voorzitterschap even over te nemen. Ik kijk naar de minister. Ik vermoed dat hij gaat zeggen dat hij een schorsing van 30 minuten nodig heeft. Dan schorsen we tot … Moet u ver lopen, minister, of valt het mee? Oké. Dan gaan we om 11.55 uur verder vergaderen. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 11.26 uur tot 11.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, ik heropen deze vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. We gaan verder met het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Meneer Markuszower, u heeft een vraag?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zou graag een verzoek aan u willen doen, of een punt van orde willen maken. In de eerste ronde heb ik in ieder geval gemerkt dat drie interrupties zo weinig is. Als we met z'n allen afspreken dat we wat korter interrumperen en de antwoorden ook wat korter zijn, kunnen we dan misschien wat meer interrupties van u krijgen?
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Ik ben er altijd voorstander van om de regering scherp te bevragen.
De heer Van Asten (D66):
Op zich heb ik hier geen bezwaar tegen, maar laten we dan wel even kijken of we op de eindtijd blijven afkoersen en dat u dan naar inzicht ingrijpt.
De voorzitter:
Oké. U legt veel verantwoordelijkheid bij mij neer. Minister, heeft u een inleiding of valt dat mee?
Minister Van den Brink:
Nee, ik heb geen inleiding.
De voorzitter:
Kijk, we gaan gewoon meteen zakendoen.
Minister Van den Brink:
Ik heb een paar blokken die u bekend in de oren klinken, denk ik. Dat begint bij het pact. Daarna zal ik het over de IND hebben en over het plan van aanpak wat betreft het landenbeleid. Dan heb ik nog de blokjes opvang, criminaliteit, overlast en een slotblokje.
De voorzitter:
Oké. Als het allemaal korte vragen en korte antwoorden zijn, gaan we proberen zo veel mogelijk af te handelen. Brand los, minister.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen maanden natuurlijk al heel vaak in deze zaal, of in een zaal in de Eerste Kamer, gezeten. Volgens mij is het mijn twaalfde week als minister. Ik denk dat dat ongeveer een-op-een loopt met het aantal debatten op dit onderwerp. Zowel van uw kant als van mijn kant zit daar, denk ik, een groot besef van de noodzaak om meer grip te krijgen op migratie. Tegelijkertijd staan we nu aan de vooravond van de invoering van de grootste hervorming middels het pact. Ik heb het al vaker gezegd: het is de grootste hervorming in 25 jaar. U blijft natuurlijk bij mij op de deur kloppen met de vraag: waarom zie ik nog geen resultaat? Ik denk dat we dat debat blijvend met elkaar zullen voeren. Het is, denk ik, goed om te beginnen met het invoeren van al die afspraken. Dat gaan we vanaf morgen doen. Het gaat dan om de Europese afspraken, maar bovenal natuurlijk om de nationale afspraken. Een aantal van u hebben daar ook op gewezen. Dat zit 'm natuurlijk met name op het tweestatusstelsel en de nareisbeperkingen. Dat heeft natuurlijk een groot effect. Dat zal ook effect gaan hebben op de instroom.
Tegelijkertijd heb ik vanaf dag één altijd gezegd dat als u mij over instroom hoort spreken, u mij over opvang hoort spreken, want die zijn niet los verkrijgbaar en horen bij elkaar. Dat maakt ook dat ik blijf herhalen hoe groot de urgentie is om de instroom te beperken en dat de complexiteit die daarbij komt kijken tegelijkertijd niet te versimpelen is tot een getal waar je opeens aan kan ophangen hoe hoog die instroom de komende weken, de komende maanden gaat zijn. We hebben een ambitie. Die ambitie is lager dan in het verleden en het heden. Daar blijf ik elke dag op aanspreekbaar. Ik blijf daar ook aan werken. Het is een fundamentele herziening en een veel strikter, selectiever beleid dan we in het verleden ooit hebben gehad. Ik wil ook nog een keer herhalen dat dit niet alleen aan dit kabinet toe te schrijven is. Meerdere kabinetten hebben hieraan gewerkt. Meerdere partijen, die ook hier aan deze tafel zitten, hebben daar dus ook een bijdrage aan geleverd.
Tegelijkertijd herhaal ik wat de directeur van de IND van de week ook al heeft gezegd: laten we nu wel beginnen met de uitvoering. Laten we starten. Geef ons een kans, want het is echt een operatie. Wij hebben in al die weken al heel vaak gedebatteerd, maar er zijn ook mensen en organisaties die het moeten invoeren en uitvoeren. Het is ons vak om te blijven agenderen. U moet mij controleren en ik moet blijven agenderen en blijven sturen op die veranderingen, maar het zijn natuurlijk geen computers die het werk doen. Het is gewoon mensenwerk. Het asielrecht gaat om een individuele beoordeling van een individueel verzoek. Daar komt ook die tijd en complexiteit bij kijken, die al zo vaak aan de orde zijn geweest. Vanaf morgen doen we dat echt op een andere leest. Ik ben daar dus hoopvol over.
De voorzitter:
Ja. U heeft een vraag van meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zal het allemaal heel kort doen, zoals beloofd. Begrijp ik goed uit de verwijzing naar de directeur van de IND dat de minister nu eerst het Migratiepact wil laten uitvoeren en de komende tijd, misschien het komende jaar, geen extra nationale maatregelen gaat voorstellen om de asielinstroom te beperken? Of heb ik dat verkeerd begrepen?
Minister Van den Brink:
Ik ben elke keer bereid om maatregelen te overwegen die uitvoerbaar en juridisch houdbaar zijn. Dus ik zou zeggen: kom maar op!
Wij hebben hier in heel Europa natuurlijk gesprekken over gevoerd. Ik denk dat velen van u ook wijzen op de kwetsbaarheden die we uit het verleden kennen en waardoor we, denk ik, soms nog een beetje huiverig zijn of het allemaal gaat werken. De heer Ellian, de heer Boomsma en anderen hebben daarop gewezen. Uiteindelijk doen we dat via de lijn van de Europese Commissie. Die gaat de implementatie volop volgen en kijkt ook of landen de afspraken nakomen. U heeft vanochtend misschien de uitspraak van mijn Griekse collega-minister gelezen. Volgens mij hebben ze daar eergisteren de wet door het parlement gehaald. Hij zegt: wij willen af van het zijn van een transitland en wij willen weer een land worden dat asielverzoeken afdoet en mensen laat terugkeren. Hij zei daar speciaal bij -- dit zei hij letterlijk -- dat hij wil dat de Nederlanders dat weten. Ik kan u verzekeren dat dat echt andere gesprekken zijn dan die van de afgelopen jaren. Wij zullen daar dus ook op blijven toezien. De Europese Commissie komt in oktober met de eerste rapportages over de stand van zaken. We zullen daar de komende maanden ongetwijfeld ook al meer over horen.
De heer Markuszower heeft daarbij herhaald dat hij hierbovenop nog de zo vaak herhaalde en genoemde asielstop voor ogen heeft. Ik denk dat ik net in mijn inleiding al heb aangegeven hoe wij daartegen aankijken. We gaan starten met wat we nu allemaal hebben liggen. Ik ben altijd aanspreekbaar op nadere maatregelen, maar ze moeten uitvoerbaar en haalbaar zijn. Daar valt deze niet onder.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Zegt de minister nu op voorhand al dat -- hij heeft dat ook in de media gezegd, dus chapeau dat hij dat dan ook in het debat zegt -- een asielstop volgens deze minister niet, nooit, uitvoerbaar en nooit juridisch haalbaar is?
Minister Van den Brink:
De vorige minister, die uit een partij komt waar u zelf een tijd zitting in had, heeft ook al bij herhaling laten weten dat het Europees recht geen mogelijkheid voor een asielstop biedt. Het is belangrijk om dat gewoon heel duidelijk uit te spreken. Daarmee kom ik misschien ook al een beetje op het punt waar de heer Ellian mij gisteren op tv over hoorde, want dat ging eigenlijk helemaal niet over een partij of iemand die iets in persoon heeft gezegd. Het gaat erover dat de samenleving van ons mag verwachten dat wij …
Dit is wel een moment, voorzitter. Mag ik heel even de zaal uitlopen? Mijn zoon belt mij.
De voorzitter:
Gaat uw gang. Ik schors de vergadering voor een ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Kijk, de minister is terug. Sommigen van ons dachten dat u meteen de asielstop ging afkondigen, maar ...
(Hilariteit)
De voorzitter:
Wilt u het zelf toelichten?
Minister Van den Brink:
Ja, het is wel grappig; je bent gewoon een debat aan het voeren, maar dan word je toch kneiterzenuwachtig als je ziet dat je zoon je belt. Misschien vraagt u zich nu af: waarom wordt u niet zo zenuwachtig van onze vragen en ons vuur aan de schenen? Maar hij is geslaagd, dus we hebben er volgend jaar weer een mbo'er bij. Dat is fantastisch.
De voorzitter:
Wij feliciteren u, uw zoon en de familie van harte.
Minister Van den Brink:
Dank jullie wel.
Terug naar het onderwerp. Wat ik daar zo belangrijk aan vind, is dat wij als politici, denk ik, de verantwoordelijkheid hebben om de samenleving voor ogen te laten houden wat kan en wat niet kan. Ik ben dus helemaal niet beducht om dat debat te voeren, ook niet over deze voorstellen, maar leg het dan op tafel. Laat zien, zou ik bijna willen zeggen, hoe dat dan eruit zou zien. Dan kunnen we ook met elkaar dat debat voeren. Het tegenovergestelde daarvan is om het zo te blijven zeggen. Dan laten we aan de samenleving doorklinken dat dat een optie is. De samenleving is voor een deel ook gewoon aan ons allen toevertrouwd, in de zin dat zij denken "dat zou misschien weleens kunnen" en het dan weer niet blijkt te kunnen. Dat hebben we de afgelopen jaren te veel gezien in het migratiedebat. Te veel zaken zijn gezegd en te weinig is gerealiseerd, omdat het niet kon. Nu hebben we de kans om echt iets voor elkaar te krijgen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Toch nog even dit. Allereerst ook van harte gefeliciteerd voor uw zoon; ik moet wel vaststellen dat uw zoon geslaagd is, maar u wat mij betreft niet met dit laatste antwoord. Dat kan echter nog veranderen in de tweede ronde.
Twee dingen. De vorige ministers of staatssecretarissen hebben toen misschien geoordeeld dat een asielstop niet mogelijk zou zijn, ook omdat zij of de ambtenaren of de juristen of wie dan ook vonden dat de nood niet zo hoog was. De vraag is natuurlijk: wat als deze minister of dit kabinet of deze ambtenaren of deze rechters -- weet ik veel wie hier allemaal over kan gaan -- wel vaststellen dat de nood hoog is? Dat begint volgens mij echt bij de minister. De minister kaatst ook wel een beetje de bal terug. Dat is gelijk ook een vraag. Het is natuurlijk niet aan de Kamer om een noodtoestand uit te roepen. Zo werkt de wet niet. Het begint echt bij het kabinet en bij de minister. Mijn vraag aan de minister is dus eigenlijk: deelt de minister dat een asielstop in theorie mogelijk en juridisch haalbaar is, mits het kabinet in eerste instantie van oordeel is dat er sprake is van nood?
Minister Van den Brink:
Het simpele antwoord is: nee.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké.
De heer Boomsma (JA21):
Over wat kan en wat niet kan: er wordt weleens gezegd dat er frustratie in Nederland is omdat politici dingen beloven die niet kunnen. Ik denk dat een heel groot deel van de frustratie er juist is omdat er voortdurend wordt gedaan alsof wij geen grip hebben, alsof migratie ons maar overkomt en er niets tegen te beginnen is, dat het een soort natuurlijk fenomeen is zoals de grutto's die in de lente maar komen. Uiteindelijk is de kern van soevereiniteit wel dat je als democratie, als land, kunt bepalen wie zich in jouw land gaan vestigen. Als we dan constateren "het kan niet" ... Het zou toch in ieder geval aan de politiek moeten zijn om dat besluit te kunnen nemen en desnoods de wetgeving zo aan te passen dat het wel kan?
Minister Van den Brink:
Dat deel ik. Daar ben ik het mee eens. Ik deel de lijn die u daarin neerlegt over de Nederlandse soevereiniteit, in Europese context; dat moet je erbij zeggen. Je moet de soevereiniteit binnen Europa en de Nederlandse soevereiniteit verenigen. Dat is wat we nu, met dit pact, doen. Als we daar andere zaken in willen bereiken dan wat we nu kunnen of willen en noodzakelijk achten, dan zal het gesprek over wat je dan voor ogen hebt, ook weer opnieuw in het nationale parlement, in het Europees Parlement of in Europa gevoerd moeten worden. In die zin volg ik uw lijn. Je moet het debat voeren en dan meerderheden vinden, en op die manier kan je zaken aanpassen. Dat is de wijze waarop je, denk ik, ook duidelijk maakt wat onze verantwoordelijkheid is.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling. We zouden het kort houden met elkaar.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Nog even aanvullend daarop: het gaat ook om de uitstraling die een minister heeft. Alles komt via social media aan in Afrika. Als wij hier een minister hebben die met hangende schouders zegt "niets is meer mogelijk" en "wij gaan ervoor zorgen dat er een bed voor u is, dat u een uitkering krijgt, dat u met voorrang een woning krijgt", dan komt dat ook aan. Ik wil de minister er wel op wijzen dat er meer daadkracht moet komen en meer een uitstraling van: we kunnen het in Nederland niet meer aan en het is vol; zoek een andere bestemming.
Minister Van den Brink:
Volgens mij noemt u allemaal zaken die ik nooit gezegd heb, dus in die zin is het makkelijk: dat is niet namens mij richting wie dan ook gezegd, als die mensen al mee zouden luisteren. Wij hebben volgens mij het meest restrictieve nareisbeleid dat mogelijk is. Ik durf zelfs te stellen dat het, denk ik, nog strikter is dan in een aantal ons omringende landen. Dat gaan we vanaf morgen toepassen en daarmee laten we zien dat wij alles op alles zetten om de instroom te beperken. Dat is volgens mij een belangrijk vertrekpunt en dat signaal mag ook prima duidelijk zijn voor iedereen die overweegt om met secundaire migratie naar Nederland te komen.
De voorzitter:
Minister, gaat u verder.
Minister Van den Brink:
Dan heb ik nog een paar dingen die in de Europese context relevant zijn, namelijk Dublin, statushouders en de Griekse situatie, waar we eerder al over hebben gesproken. Ik heb u toen een toezegging gedaan. U leest ook in dat interview met die Griekse minister van vandaag dat hij zegt: dat gaan we weer oppakken. Dat heb ik vorige week ook opnieuw besproken met de Italiaanse minister. Tegelijkertijd kent u allen de uitvoeringsaspecten daarvan. Daar gaan we nu mee starten, dus in die zin zijn daar geen beletsels meer voor. Bij Griekenland hebben we natuurlijk eerder uitgelegd dat we nu met een groep statushouders gaan starten met dat project dat we in Griekenland hebben draaien. Tegelijkertijd heb ik vorige week ook nog met mijn Griekse collega gesproken en die herbevestigt, en dat zullen we ook met elkaar gaan uitwisselen, dat de arbeidsmarkt bij hen gewoon te bereiken valt, dus dat daar gewoon gewerkt kan worden. Natuurlijk spelen daar soms kwesties die we hier ook kennen, met het bsn-nummer en dat soort zaken, maar er is gewoon werk in Griekenland. Hij gaf dus aan dat hij gewoon de ruimte ziet om daar actief te zijn.
Dan waren er in het verlengde hiervan nog de vragen van de heer Boomsma over Clingendael en de hele uitwerking van de vijf sporen. Ik begrijp dat wij in overleg zijn met de beheerders van de Kameragenda. Wij zijn beschikbaar om hier de technische briefing te doen en ik weet dat die nu ingepland wordt. Daar kunnen alle aspecten die u noemt, denk ik worden langsgelopen. Over de vraag wat op die verschillende sporen onze inzet zal zijn, kunnen we in zo'n technische briefing meer zeggen. Dat is aanstaande en dat gaan wij inplannen.
Mevrouw Straatman vroeg naar de terugkeerhubs. Daar hebben we vorige week opnieuw over gesproken. Het mooie aan de Terugkeerverordening die er nu ligt, is dat dat die daar de juridische basis voor is. In die zin kunnen we daar nu ook mee verder. Dat is een solide basis. In de laatste bijeenkomst van de kopgroep hebben we de voortgang besproken. Het voornemen van de kopgroep is om vóór het einde van het jaar concrete voortgang te hebben geboekt met een derde land, mogelijk met meerdere landen. Die gesprekken worden op dit moment gevoerd; daar zijn wij ook met andere landen voor op bezoek geweest. Soms was dat met ons en op andere momenten alleen door andere landen. Als we daar nieuws over hebben, zal ik dat laten weten.
U wilde daarin een koppeling maken met de rechtspraak. Tegelijkertijd is het natuurlijk zo -- dat komt straks ook nog wel terug bij het plan van aanpak van de IND -- dat de rechter uiteindelijk achteraf beoordeelt of individuele gevallen in lijn zijn met de regelgeving. Vooraf met hen daarover in gesprek gaan zou ik zelf een interessante dialoog vinden, maar dat is vaak niet hoe dat vanuit de rechterlijke macht wordt gedaan. We moeten vooral zorgen dat er een solide juridische basis is; die is er. Tegelijkertijd zullen we de Terugkeerverordening natuurlijk ook nog in nationale wetgeving omslaan, dus op die manier kan er ook vanuit de Raad voor de rechtspraak nog op gereageerd worden.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik begrijp dat in de trias politica de rechtspraak een heel andere rol heeft dan de uitvoerende macht. Tegelijkertijd hebben we van het verleden geleerd dat artikel 3 EVRM al vaak goede plannen die we hadden, in de praktijk dwarsboomde. Juist omdat terugkeer zo'n belangrijk punt is, is mijn vraag: zou de minister in die ingewikkeldheid, die ik ook wel zie tussen de machten van de trias, kunnen kijken op welke manier we die rechtspraak aan de voorkant wel mee kunnen nemen? Dat zal in individuele gevallen wellicht niet voldoende zijn, maar je kunt die partij wel op hoofdlijnen meenemen om het als een gezamenlijk probleem te kunnen oplossen. Uiteindelijk heb je namelijk niks aan deals als iedere deal straks tegen een verbod vanwege artikel 3 EVRM aanloopt.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat dit raakt aan vragen van meerdere partijen die al meerdere malen zijn gesteld, ook in dit debat. Ik was afgelopen maandag bij de oprichting van de Vereniging voor Migratierecht, waarin rechters, advocaten en uitvoeringsorganisaties de handen ineen hebben geslagen om in ieder geval de uitwisseling van kennis over hoe dit werkt en hoe dit gaat, met elkaar op poten te zetten. Ik heb daar expliciet aandacht gevraagd voor artikel 3 EVRM en het belang van het EVRM, maar ook voor de bedoeling van het EVRM, juist om dat gesprek te starten. Misschien moet ik iets meer tijd nemen en dat gesprek, die dialoog, verder uitwerken, want ik weet niet helemaal precies hoe je dit op poten zet, en dat moet van de andere kant natuurlijk ook worden ontvangen. Maar in dat platform waar we maandag bij elkaar waren, is dat mogelijk. Ik denk ook dat er, gelet op wat anderen hebben gevraagd, ook de heer Ellian en de heer Boomsma, op z'n minst een gesprek moet kunnen worden gevoerd over de wederzijdse posities. Vaak kan je vanuit dat soort gesprekken misschien wel een nieuw platform creëren.
De heer Boomsma (JA21):
Dat lijkt me heel goed. Het probleem van artikel 3 EVRM is dat in de jurisprudentie zowel is gezegd dat het absoluut is als de reikwijdte enorm is opgerekt. Dat kan niet allebei. Met de politieke verklaringen in Moldavië heb je eventueel een soort aanknopingspunt om daar iets in terug te duwen. Je zou dus ook niet blindelings nu alle jurisprudentie moeten volgen die al bestaat of die ervoor al is gekomen, maar je zou ook een stap terug moeten zetten.
Minister Van den Brink:
Over dat laatste, even het meest zorgvuldig uitgedrukt: met de Terugkeerverordening en het Migratiepact ligt er natuurlijk ook een nieuwe basis. Ik neem als voorbeeld de vraag van mevrouw Straatman over vreemdelingenbewaring. Er komen natuurlijk allemaal nieuwe ruimtes door de Terugkeerverordening. Daar zullen dus ook de rechters zich toe te verhouden hebben. Natuurlijk hebben wij de hoop dat dat zich ontwikkelt op een bepaalde manier, zoals we dat letterlijk bedoeld hebben, namelijk strikt, restrictief. Dat is absoluut de inzet van dit kabinet.
In die lijn had mevrouw Straatman nog een vraag over de vreemdelingenbewaring. De ruimte wordt vergroot. Tegelijkertijd moet er wel zicht op uitzetting zijn. Die twee kanten blijven dus bestaan, maar de ruimte wordt absoluut vergroot. De bewaringsgrond wordt in de Terugkeerverordening verbreed met een veiligheidsrisico, dus die kunnen we ook op die manier gaan toepassen.
De heer Russcher had nog een vraag aan mij over artikel 8 EVRM. Daar was ook al even een debat over met de heer Van Asten. Ik denk ik dat ik hiermee tegemoet ben gekomen aan een best brede wens tijdens de Kamerbehandeling rondom het tweestatusstelseldebat, zowel hier als in de Eerste Kamer. Nareis wordt beperkt tot het kerngezin. In dat "kerngezin" zit echter een soort verouderde interpretatie van wat een "huwelijk" is. De heer Van Asten legde dat ook al uit. Dat doen we door datgene in artikel 8 EVRM zo op te schrijven dat het toegepast gaat worden volgens de stand van nu, om het maar zo te zeggen, dus hoe we nu aankijken tegen het huwelijk. Dat kan dus ook een duurzame relatie zijn; met name in de lhbtq-gemeenschap is dat relevant. Maar wij verwachten er eigenlijk geen grote aantallen van, want uiteindelijk is het een beperking tot het kerngezin. Daar zit de grootste verandering dus al in.
Dan had de heer Van Baarle een vraag over minderjarigen en de buitengrenzen. Iedere lidstaat is verplicht om een onafhankelijk monitoringsmechanisme in te richten dat zal toezien op de uitvoering van de screenings- en grensprocedure in de lidstaten. Er is ook een rol voor de Europese Commissie, het Europees Asielagentschap, om te zien of de procedures correct worden toegepast. Daar zitten dus alle waarborgen in, ook als het gaat om minderjarigen.
Dan kom ik eigenlijk nu al aan bij het plan van aanpak van de IND.
De voorzitter:
Mag ik, als VVD-woordvoerder, een vraag stellen met goedvinden van de collega's? Het blokje is afgehandeld, begrijp ik. Ik ga me ook even bedienen van een als-danvraag, gehoord hebbende wat er gezegd werd over artikel 3 EVRM. Wordt de minister net zo chagrijnig als ik als een rechter straks zou zeggen: het plan van de minister met Uganda, Rwanda, Albanië -- maakt niet uit -- kan niet, want we kunnen niet weten of iemand in dat land misschien in de penarie zou komen? Ik chargeer een beetje, maar dat is wel hoe het nu zit. Wat doet de minister dan?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat ik er dan zo snel mogelijk een nieuw voorstel tegenover zal zetten om daar invulling aan te geven, want -- dat geldt eigenlijk voor al het beleid -- we hebben een doel. Het doel is de instroom te beperken en de terugkeer te versnellen en te verhogen. Op elk moment dat ik geconfronteerd word met een probleem dat zich op dat punt aandient, ben ik op zoek naar hoe ik om dat probleem heen kom en zal ik weer met nieuwe voorstellen komen om dat op te lossen. Voor nu verwachten we niet dat het nodig is, omdat we denken echt een solide basis te hebben. Tegelijkertijd is het een totaal nieuw systeem. Daarom noemen ze het ook een "innovatieve oplossing". Maar ik zal dan aan de slag gaan om dat gelijk op te lossen.
De heer Van Asten (D66):
Volgens mij valt deze vraag onder het pact. Mijn laatste vraag ging namelijk over het informeren van de groep van 50.000.
Minister Van den Brink:
Ik had even een splitsing gemaakt. Dit gaat met name over de IND, over het plan van aanpak. Ik snap heel goed -- daar hebben we al vaker over gesproken -- dat het natuurlijk een dilemma is hoe hiermee om te gaan. Dat dilemma heb ik ook gewogen en met de IND besproken. Je wil eigenlijk zo snel mogelijk weg uit de situatie waarin al die openstaande aanvragen er nog liggen. Dit zijn overigens ook allemaal mensen die nog steeds in de opvang wachten, dus je wil zo snel mogelijk duidelijkheid geven. Als we op de oude voet verder zouden gaan, dan zou de situatie ontstaan dat er zowel met het pact, met de versnelde procedure, achterstanden zouden ontstaan, maar dat er ook nog steeds een hele tijd nodig zou zijn om de openstaande aanvragen op te lossen. De IND heeft dat met ons besproken en heeft gezegd dat er een enorme versnelling aan te brengen is doordat we de Europese procedure die morgen in werking treedt, toepassen op alle aanvragen. Dat scheelt al enorm. Een van de voorbeelden is dat ze geen voornemen hoeven uit te spreken. Tegelijkertijd is daarmee het uitgangspunt vastgeklikt dat het Migratiepact vooraan komt, want dat willen we bijhouden. Dat is de langetermijnoplossing. Daarmee wordt de asielketen, zoals we dat dan noemen, duurzaam ontlast en opgelost.
Maar dan is de vraag: hoe ga je met de openstaande aanvragen om? Daar heeft de IND uitgangspunten voor gehanteerd en die leidden tot het plan van aanpak dat er nu ligt. En ja, dan is drie jaar voor een individu dat hier al is echt lang. Ik was gisteren op locatie, dus ik heb ook zelf verschillende mensen daarover gesproken. Dat is een enorme tijd. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat dit voor de langere termijn de beste manier is om dit op te lossen. We gaan daar op zorgvuldige wijze mee om. Ik zal het blijven monitoren. Ik heb u ook toegezegd om die monitoring te verhogen. U kunt dus, als die registratie er is, vanaf 1 oktober duidelijk zien hoe dat verloopt.
Maar dan komen er natuurlijk nog wel zorgen achter weg. Dat is wat mevrouw Straatman vroeg en wat de heer Van Asten ook heeft aangegeven met betrekking tot het COA. Men wil natuurlijk meer van ons dan we tot nu toe geleverd hebben. Ik denk dat we dat gewoon moeten erkennen, in de zin dat we heel erg bezig geweest zijn om dit nu goed uit te werken. Nu gaat het er ook om de communicatie goed te doen, dus dat zullen we met het COA verbeteren, zodat mensen duidelijkheid krijgen vanuit de IND over hoe de procedure nu gaat verlopen. We gaan dat versnellen, zodat er voor de zomer goede informatie wordt verstrekt via het COA op de locaties.
De heer Boomsma vroeg mij nog naar de IND-brief. Die zal ik eens even opsnorren en delen. Er vindt overigens voortdurend regulier overleg plaats tussen de IND, de rechtspraak en de advocatuur om de processen zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Die dingen leer je dan, maar er is dus aan de achterkant een soort continu overleg over. Omdat er personeelsschaarste is, zowel bij de advocatuur als bij de rechtbank, is er eigenlijk continu overleg om de procesflow -- dat soort woorden krijg je dan te horen -- zo goed mogelijk te laten verlopen. Daar is dus al overleg over. Dat blijft ook zo. Maar dat gaat natuurlijk niet over hoe de rechtbanken hun werk moeten doen. Dat is de inhoudelijke kant van de zaak en dat is aan de rechtbanken zelf. Het gaat echt om de praktische toepassing. Als ik die brief heb opgesnord, komt die uw kant op.
De heer Van Asten (D66):
Ik kom nog even terug op het vorige onderwerp, over het informeren van die eerdere groep. Ik hoorde de minister zeggen dat het COA die mensen gaat informeren. Ik vroeg me even af: is het COA de instantie die die informatie zou moeten geven of is dat de IND?
Minister Van den Brink:
Sorry. Nee, het is de IND die de informatie moet verstrekken. Maar ik zit nog even na te denken: dat wordt natuurlijk algemene informatie via de kanalen van de IND. Ik ben niet voornemens om alle aanvragers nog weer een individueel informatiepakket te sturen. We moeten zorgen dat er op de verschillende COA-locaties goede informatie beschikbaar komt, zodat mensen die daar vragen over hebben, dat goed uitgelegd krijgen.
De heer Van Asten (D66):
Ik hoorde de minister ook zeggen dat dat nog voor de zomer gaat gebeuren.
Minister Van den Brink:
Ja, dat is mijn vraag aan hen geweest.
De voorzitter:
Meneer Bushoff had een vraag.
De heer Bushoff (PRO):
Ik heb ook een vraag op het punt van communicatie. Ik kan mij best voorstellen dat het tot onrust leidt als je hoort wat er voor jou nog aan zit te komen, vooral als je hoort hoelang dat nog duurt. Wordt er nog iets extra's gedaan in de communicatie naar bijvoorbeeld alleenstaande minderjarigen? Worden de medewerkers die dit moeten overbrengen en hier misschien vragen over krijgen, nog extra geholpen om die communicatie goed te laten verlopen? Ik maak mij daar best zorgen over. Ik vind het nogal wat voor de medewerkers die straks uitleg moeten geven op de vragen die hierover ontstaan.
Minister Van den Brink:
Dat snap ik. Ik denk ook dat dat het been is dat we bij moeten trekken richting het COA en de medewerkers van het COA. Overigens valt de amv hierbuiten. De amv's blijven gewoon een prioritaire groep. Het probleem van de personeelscapaciteit dat we nu al hebben, blijft gewoon. Daar verandert deze aanpak niks aan. Ik snap het echter heel goed. Ik hoor de roep uit de Kamer. Ik zal dit dus op die manier overbrengen.
De heer Van Dijk vroeg nog naar zijn motie. We blijven met elkaar zoeken naar versnellingen die mogelijk zijn. Als die zich aandienen, zullen we die dus implementeren. Gisteren was ik bij de IND op werkbezoek, ook om dat uitgelegd te krijgen. De verandering die zij nu gaan doorvoeren, is enorm. De versnellingen zitten daar helemaal in, maar zij zullen vast opnieuw dingen ontdekken en dan zal die versnelling ook worden toegepast. Waar dat kan, zullen we dat dus gaan doen.
De voorzitter:
Een vraag van meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik weet niet of dit het hele antwoord was, maar in dit verband vroeg ik ook aandacht voor het inzetten van AI.
Minister Van den Brink:
Daar kom ik nog op.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Daar komt u nog op terug. Prima. Dank u wel.
Minister Van den Brink:
U stelt meerdere vragen in één vraag en dan krijgt u ook meerdere antwoorden.
Dan is er nog de vraag over de openstaande Syrische aanvragen. In het plan van aanpak heeft u kunnen lezen dat dit de groep is waar we als eerste mee aan de slag gaan. Dat zijn de cohorten waar we mee starten. Dat is in het plan van aanpak opgenomen, dus daar gaan we mee aan de slag.
Dan nog de vraag van de heer Van Dijk over AI. De IND start binnenkort met een pilot om safe door middel van AI te vertalen. De ontwikkelingen op het gebied van AI worden nauwlettend in de gaten gehouden. Waar dat mogelijk is, zal de IND daarvan gebruikmaken. Daarbij moeten wel de nodige waarborgen in acht worden genomen. Daar zijn we in de praktijk ook af en toe tegen aangelopen, maar zij gaan daar wel mee aan de slag, ook omdat in de Migratiepactverordening is opgenomen dat gehoren moeten worden opgenomen. Dat geeft wellicht ook mogelijkheden om die met slimme technologie om te zetten.
Ik kom aan bij het blokje van het landenbeleid. Zowel de heer Vermeer als de heer Van Dijk had vragen over de situatie van de christenen. We werken natuurlijk met het ambtsbericht dat we daarover hebben uitgebracht. Het is niet gebleken dat zij in Syrië in algemene zin als eerste een groot risico lopen. Wel is bekend dat recent incidenten hebben plaatsgevonden waarbij christenen betrokken zijn geweest, maar die zijn nog niet zodanig dat het hele landenbeleid in die zin wordt aangepast dat zij als risicogroep worden aangemerkt. Wij houden de situatie zeker in de gaten. U heeft dit in het vorige debat ook al onder mijn aandacht gebracht. Wij zullen dus nauw in de gaten blijven houden of daar aanleiding toe bestaat.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het sluit hier misschien niet geheel bij aan, maar ik wil even stilstaan bij de onthoofding, of bij de poging tot moord of de poging tot onthoofding, in Belfast. Toen ik net het antwoord van de minister hoorde, vroeg ik mij af of wel wordt stilgestaan bij de veiligheid van de mensen die hier wonen -- de christenen, maar ook anderen -- dus van de mensen die hier in Nederland wonen of in Europa wonen. Wij halen mensen binnen, maar de minister kan ze een tijdlang niet screenen. We weten dus eigenlijk niet zo goed wie we binnenhalen. Er zijn ook vragen gesteld over de telefoons. We weten niet wat we binnenhalen en het duurt ook heel lang voordat we dat wel weten. Lopen onze eigen mensen niet potentieel gevaar, gelet op wat er deze week in Belfast is gebeurd?
Minister Van den Brink:
Ik moet even heel goed nadenken over de manier waarop ik de situatie in Ierland kan vertalen naar een Nederlandse context of kan beoordelen in die context. Daar zou ik het liefst iets langer over nadenken en niet zomaar uitspraken over doen. In zijn algemeenheid geldt gewoon dat we altijd, in welke situatie dan ook, proberen om de nationale veiligheid maximaal te beschermen. Daar wordt door diensten op ingezet. Ik zal binnenkort de vraag beantwoorden hoe de screening verloopt. Eén punt daarin is het socialmediadeel. Tien jaar geleden leidde dat echt nog tot best wel veel informatie, maar inmiddels is dat in de praktijk echt anders dan tien jaar geleden. Maar ik heb niet zomaar een vergelijking die ik op die manier met Ierland kan maken.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké. Laat me dan toch nog een poging wagen. Kan de minister garanderen dat er tussen de mensen die wij binnenlaten, die wij in de asielprocedure laten, aan wie wij misschien zelfs een status geven, die dus in dat proces zitten, geen mensen zitten die een gevaar kunnen vormen voor de nationale veiligheid?
Minister Van den Brink:
Een minister kan in zijn algemeenheid natuurlijk nooit een garantie geven, over welk onderwerp in het debat dan ook en op welk beleidsterrein dan ook. Dat geldt dus ook hiervoor. We hebben natuurlijk een inzet voor de nationale veiligheid. We hebben een inzet met politie en justitie. Iedereen werkt in die omgeving dag en nacht om Nederland veilig te houden. Dat is dus waar we van uitgaan en hoe we ons werk doen, maar voor de meest verschrikkelijke dingen bestaan helaas geen garanties.
De voorzitter:
Meneer Markuszower, dit zou uw zesde worden. Als ik dat toesta, zit ik in de penarie. Oké, twee zinnen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat de minister geen garanties kan geven. Kan de minister de Kamer dan in ieder geval in die zin geruststellen dat alle procedures zodanig op orde zijn dat het maximale wordt gedaan om onze nationale veiligheid in relatie tot de asielinstroom te garanderen? Ja, ik moet dat woord toch gebruiken. Is de minister comfortabel met de procedures die er nu zijn?
Minister Van den Brink:
Volgens mij laat de Rekenkamer zien dat eigenlijk heel helder is hoe de procedures ingericht zijn en dat dat ook voor iedereen duidelijk is. Tegelijkertijd werken we met achterstanden, maar er is een maximale inzet om dat goed te laten verlopen. Ik denk dat ik u via de daarover gestelde Kamervragen al vrij snel zal informeren over hoe dat nu verloopt.
Dan heb ik nog een aantal vragen over Syriërs. Ik heb in het vorige debat al aangegeven hoe dat verloopt. We wachten nu het volgende landenbeleid af. Ik ken de wens om dat te versnellen, maar dat debat hebben we natuurlijk al vaker gehad. Dat kost echt gewoon tijd. Als het landenbeleid er aan het eind van het jaar is, zal ik uw Kamer daar zo snel mogelijk over informeren.
De heer Boomsma vroeg opnieuw aandacht voor de systematiek. De ambtsberichten bevatten feitelijke informatie over de situatie. Die rapporten zijn in verschillende lidstaten openbaar. Er is ook een veelvoud aan andere gezaghebbende internationale openbare bronnen waarin dergelijke feitelijke informatie te vinden is. Het vorige kabinet heeft die ambtsberichten kortstondig niet openbaar gemaakt, maar hetzelfde vorige kabinet heeft dat besluit teruggedraaid naar aanleiding van een oordeel van verschillende colleges.
De heer Bushoff heeft mij nog gevraagd naar de gesprekken die in Brussel plaatsvinden. Ik heb daar de vorige keer ook best wel een debat over gehad. Ik bekijk het echt gewoon helemaal door de lens van migratie. Er zijn mensen in Europa die uit Afghanistan komen en van wie de aanvraag wordt afgewezen. Dan sta je dus voor het dilemma hoe je invulling geeft aan de vertrekplicht. Verschillende lidstaten hebben in Brussel aangegeven daarover een gesprek te voeren met de de facto autoriteit. We moeten afwachten wat daaruit komt. Ik heb daar nog geen nieuwe informatie over, maar het is op geen enkele manier een legitimatie van wie dan ook. Het is een zoektocht naar hoe wij ook de terugkeer van die uitgeprocedeerde mensen vorm kunnen geven.
De heer Bushoff (PRO):
Natuurlijk is dat een zoektocht, maar de vraag blijft natuurlijk wel openliggen of je vindt dat die gesprekken moeten kunnen plaatsvinden. Als je dat doet, legitimeer je het natuurlijk wel als een de facto autoriteit. Dat zou ik in het geval van de taliban toch wel heel raar vinden.
Minister Van den Brink:
Dat laatste doen we dus niet, maar tegelijkertijd voeren we wel gesprekken met de de facto autoriteit. Ik snap dat dat klinkt als een soort warm en koud tegelijkertijd. Dat is het ook. Dat is het dilemma dat hieronder ligt. Tegelijkertijd is het vanuit migratieperspectief noodzakelijk om ook op deze manier terugkeer mogelijk te maken, maar we weten niet wat het vervolg gaat zijn. Het is dus ook mogelijk dat het helemaal geen vervolg krijgt. Dat weet ik gewoon nog niet. Het is in dat opzicht een technische bijeenkomst.
De heer Van Baarle heeft mij een vraag gesteld over Jemen. In het landenbeleid is voor het overgrote merendeel van de Jemenitische provincies aangenomen dat er sprake is van een relatief hoog niveau van willekeurig geweld. Dat is het zogenaamde artikel 15c. Voor vijf provincies wordt een relatief laag niveau van willekeurig geweld aangenomen en slechts voor drie provincies wordt aangenomen dat er geen sprake is van willekeurig geweld. Daarnaast zijn er verschillende risicoprofielen aangemerkt in het beleid. Het landenbeleid schetst dan ook geenszins dat Jemen veilig zou zijn. Ik denk dat het goed is om dat te onderstrepen. De situatie is dus echt anders dan ten tijde van het hoogtepunt van de oorlog. Dat heeft ook geleid tot een ander landenbeleid dan het landenbeleid dat jarenlang gold. Langs de lijnen van dat landenbeleid voeren we nu de asielprocedure uit.
Dan kom ik bij een aantal vragen over opvang; dat was volgens mij de bedoeling. Dan komen we natuurlijk eigenlijk al gelijk bij de vragenronde over Ter Apel en wat daar op dit moment speelt. De situatie is eigenlijk al een tijdje onveranderd. Er is sprake van gecontroleerde toegang. We hebben gelukkig gemeenten die bijspringen met nachtopvang. Daar ben ik ze zeer erkentelijk voor, maar dat geldt nog meer voor het Rode Kruis, dat op een ongelofelijke wijze laat zien wat de kracht is van maatschappelijke organisaties in de Nederlandse samenleving. Ik wil graag onderstrepen hoe fijn het is dat ze ons daarin bijstaan en tegelijkertijd hoe professioneel dat gebeurt, want alle gemeenten die hiermee te maken hebben, zijn diep onder de indruk van het werk van het Rode Kruis op dit vlak. Tegelijkertijd is dit niet iets om te vieren, want we zouden eigenlijk gewoon voldoende opvangplekken moeten hebben. Die gesprekken blijf ik dus voeren. Wij zijn op dit moment nog niet zover dat ik iets kan zeggen over een oplossing die daarvoor nu voorhanden is; dat was wat de heer Bushoff mij vroeg over de locaties van Defensie of de andere typen locaties. Daar zijn we nog steeds mee bezig. Daar kan ik pas iets over zeggen als we dat hebben opgelost. Verschillende gemeenten hebben zich ingezet. We lopen dat uit. Als daar nog ideeën voor zijn, zijn die altijd welkom. Het COA legt dan contact, ook in combinatie met het Rijksvastgoedbedrijf. Als daar iets concreets aan de orde is, laat ik dat weten.
De heer Bushoff (PRO):
Het blijft voor mij wel heel erg vaag waar dit op stukloopt. Je zou kunnen zeggen dat het inzetten van rijksvastgoed en die locaties voor die tijdelijke noodopvang soelaas zou kunnen bieden voor de situatie. Tegelijkertijd hoor ik de minister zeggen: als daar iets over te melden is, meld ik het. Dat vind ik wel heel erg vaag. Wat doet de minister er dan aan om ervoor te zorgen dat deze locaties mogelijk geschikt worden gemaakt en dat zij daadwerkelijk soelaas bieden voor de situatie, bijvoorbeeld in Ter Apel?
Minister Van den Brink:
Soms denk je dat een locatie te gebruiken is, maar blijkt die al over een maand of nog eerder weer voor iets anders bestemd te zijn of om een andere reden ongeschikt te zijn. Soms is er in het contact met de gemeente op geen enkele manier ruimte om met de gemeente tot afspraken te komen. Het zijn dus eigenlijk altijd de dichte deuren die ervoor zorgen dat ik nog niet over een oplossing communiceer. Tegelijkertijd gaan er op dit moment natuurlijk ook nog gewoon locaties open en zijn er ook gemeenten die wél instappen. Als ik het over rijksvastgoed heb, gaat het vaak over grote locaties, want die zouden ons gelijk in één keer kunnen verlichten. Tegelijkertijd gaan er op heel veel plekken ook nog gewoon kleinere locaties open. Daar ben ik ook ontzettend blij mee. Daar blijven we dus gewoon mee doorgaan, maar op dit specifieke punt gaat het om grote locaties en is de deur nog niet ergens voldoende open om daar nu iets over te zeggen.
Dat brengt mij bij uw vraag over de opvanglocaties en de duur daarvan. Het realiseren van de duurzame, langjarige opvanglocaties kost tijd. Dat gaat ook over het verkrijgen van de omgevingsvergunning, goede burgerparticipatie en afstemming met de omgeving. Maar ook hier loop je aan tegen netcongestie en stikstof. We hebben ook hier dus te maken met alle andere problemen die in het fysieke domein spelen. Dat zijn dus de doorlooptijden. Tegelijkertijd versnellen we dit waar we dit kunnen versnellen. Als u signalen krijgt dat dit op enige manier ligt aan de vorm van organiseren of hoe wij ons werk doen, hou ik me aanbevolen om die signalen van u te krijgen. Dat zou ik eigenlijk ook richting de heer Van Dijk willen zeggen, omdat hij altijd een groot pleitbezorger is en blijft van kleinschalige opvang. Dat ben ik ook. Ik heb u ook bij herhaling gezegd, en dat doe ik vandaag opnieuw: als u voorbeelden heeft, laat het dan weten, want dan gaan we die oplossen. Mochten er klachten zijn op plekken waar men kleinschalig wil starten, maar dat niet mag … Ik ben nog niet gebeld sinds de keren dat ik dat al heb gevraagd. Ik zou zeggen: dat is altijd mogelijk.
De heer Van Dijk vroeg ook naar kinderen in de noodopvang die niet naar school gaan. Dat is natuurlijk iets wat we met OCW bespreken. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende aanbod in de regio. Het COA wijst ouders op de mogelijkheid en aanmeldprocedures. Het COA en OCW werken nauw samen om opvang en onderwijs beter te verbinden. Bij nieuwe locaties worden vooraf afspraken gemaakt met gemeenten en schoolbesturen over capaciteit en eventuele tussenoplossingen voor onderwijs. We hebben allemaal regiocoördinatoren die daarmee aan de slag zijn, maar op die noodopvanglocaties blijft dat gewoon lastig. Nogmaals, dat is de reden waarom die structurele oplossing noodzakelijk is. Als je structurele oplossingen noemt, kom je vanzelf bij de Spreidingswet, want dat is de structurele oplossing voor het opvangvraagstuk.
De heer Van Baarle vroeg mij wat de stand daarvan is. Momenteel zijn er 119 gemeenten die voldoen, 117 die gedeeltelijk voldoen en 107 die niet voldoen. De gemeenten die niet of deels voldoen, hebben we onlangs nog een brief gestuurd, twee weken geleden, dat zij worden uitgenodigd voor een gesprek. In dat gesprek worden zij bevraagd op het niet voldoen aan de wettelijke taak. De eerste gesprekken daarover hebben plaatsgevonden. Daarin laten we weten dat we van ze verwachten dat ze op korte termijn alsnog voldoen aan hun wettelijke taak. De volgende stap is dan het actieve toezicht. We lopen de bestuurlijke ladder dus gewoon af. Ik heb ook een heel aantal gemeenten gehad die niet eens een reactie hebben gestuurd op mijn brief. Die heb ik toch even laten weten dat ik dat met enige verbazing aanschouw, als je kijkt naar wat voor discussies hierover in de samenleving zijn. Dat je dan niet eens de moeite neemt om even te reageren, vind ik een verbazingwekkende manier van werken.
De heer Vermeer vroeg naar de Spreidingswet in verhouding tot democratische keuzes op lokaal niveau. Dat is een heel interessante discussie, een heel interessant vraagstuk, zou ik bijna zeggen. Ik zou een parallel willen trekken. Als we een situatie van enorme instroom in de jeugdzorg zouden hebben en de gemeenten zou zeggen "dit kunnen wij niet meer aan", dan vervalt ook niet opeens die wettelijke taak. Die wettelijke taak hebben we in dit parlement vastgelegd. Het is een wettelijke taak om asielopvang te realiseren. Als we dat samen oplossen, dan zijn de opvangproblemen ook snel voorbij. Als we de instroom hebben laten dalen, zal die opvang ook weer voor andere doeleinden beschikbaar komen. Dat willen we ook met elkaar, dat die opvang vanaf nu niet alleen voor dit onderwerp beschikbaar is, maar ook voor studenten en andere groepen in de lokale situatie. Iedere gemeente moet daarmee aan de slag.
De heer Van Asten vroeg mij naar het Rode Kruis. In het kader van het Migratiepact is een noodplan opgesteld. Dat is in wezen ook een nationaal opschalingsplan. Dit noodplan is gebaseerd op bestaande opschalingsplannen, en daar is het Rode Kruis ook onderdeel van. Daar is het Rode Kruis aan verbonden. Dat gaan we binnenkort nader bespreken met de betrokken partijen.
U vroeg nog naar de psychosociale ondersteuning. Op dit moment vinden op veel locaties reeds activiteiten plaats in het kader van het psychosociale welzijn. Partijen als De Vrolijkheid, Save the Children en VluchtelingenWerk zijn daarbij betrokken. We zijn op dit moment nog aan het onderzoeken hoe de financiering die daarvoor nodig is verbeterd en georganiseerd kan worden. Als dat is afgerond, dan zal ik uw Kamer daarover informeren.
De heer Van Asten (D66):
Enig idee wanneer dat dan plaatsvindt? Het ligt er natuurlijk al even.
De voorzitter:
Wanneer we de brief krijgen is dan de vraag.
Minister Van den Brink:
Dat wordt kort na de zomer. Dat zijn onmogelijke toezeggingen, hè?
De voorzitter:
Ja, dat zijn vrij …
Minister Van den Brink:
Na de zomer.
De voorzitter:
Nou, nee, want dat kan ook 2048 zijn. September?
Minister Van den Brink:
September, oktober, ja.
De voorzitter:
Derde kwartaal. Goed. We schrijven op "derde kwartaal".
Minister Van den Brink:
Mevrouw Straatman vroeg naar de ontwikkeling van de sobere woningen voor statushouders. Wat is de stand daarvan? De minister van VRO en ik geven hier in samenwerking met de VNG, Aedes en het IPO onverminderd prioriteit aan. Ik heb een soort landelijke regietafel en ik kom aan provinciale regietafels. Dat gaat zowel over statushouders als over de Spreidingswet. Daar voeren we dat gesprek. Dat hebben we natuurlijk nodig, want we kunnen het COA nog veel sneller ontlasten als we statushouders zouden uitplaatsen. Dat kan in vormen van sobere opvang of op tijdelijke locaties; het kan op allerlei manieren. Daarvoor willen we een bindend convenant sluiten. Het streven is om daar voor het zomerreces een conceptversie van gereed te hebben. Dat is waar we nu aan werken. Hopelijk hoort u daar voor de zomer meer over via mijn collega van VRO.
Mevrouw Straatman (CDA):
Een korte vervolgvraag. De minister zegt dat er voor de zomer een plan komt via de commissie van VRO. Is het misschien mogelijk om die informatie ook met deze commissie te delen? In de kern raakt het aan hoe we de opvangketen kunnen verbeteren.
Minister Van den Brink:
Zeker. Ik denk dat ik de grootste belanghebbende ben. Daar ben ik graag toe bereid. Ik kom bij het blokje …
De voorzitter:
Meneer Van Dijk heeft een vraag, en dan meneer Van Asten.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik begreep dat de minister aan het einde is gekomen van het blokje opvang. Ik heb in mijn bijdrage nog aandacht gevraagd voor het volgende. Het is al heel lang een wens van de SGP dat de gemeenten meer regie krijgen over de opvang. Dan is het voorstel: geef gemeenten de mogelijkheid om zelf opvang te organiseren en huur COA-diensten in.
Minister Van den Brink:
Dank u wel dat u dat nog herhaalt. Ik zie dat als een antwoord op de ook door mij geconstateerde spanningen in de samenleving. Op de plekken waar gemeenten het heft in eigen handen nemen -- dat is soms ook met maatschappelijke organisaties uit de directe lokale omgeving, en dat kan het Rode Kruis zijn, maar ook een ander type organisatie die daar actief is -- en zelf de opvang inregelen, zie je dat dat helpt om het lokale draagvlak te vergroten. De vrijwilligersparticipatie is overigens enorm hoog op alle plekken waar opvang wordt gestart. Ik zie dat zeker als een soort "right to challenge"; laat het maar zien. Ik ben natuurlijk nog maar net bezig, maar het staat hoog op mijn wensenlijstje om hiermee aan de slag te gaan richting gemeenten en het maatschappelijk veld en daar invulling aan te geven.
De heer Van Asten (D66):
Ik hoorde de minister net een toelichting geven op regulier onderwijs en vluchtelingen. Ik heb in mijn bijdrage een lans gebroken voor kinderen die in de noodopvang zitten en daar niet naar school gaan. Je hebt daar wel een soort overbruggingsprogramma's om kinderen toch niet een te grote achterstand te laten oplopen. Volgens mij is de minister daar niet op ingegaan.
Minister Van den Brink:
Dat is denk ik -- daar houd ik nooit zo van, zeg ik eerlijkheidshalve -- iets wat ik samen met de minister van Onderwijs in samenwerking moet doen als het gaat om nieuwkomersonderwijs, wat schijnbaar nu opnieuw vorm heeft gekregen. Ik denk dat ik hierop ga toezeggen dat ik even met mijn collega overleg welke rol ik daarin heb. Ik heb daar nu eigenlijk niet een heel goed beeld van. Ik ga toezeggen dat ik daarop terugkom.
De voorzitter:
Hoe en wanneer?
Minister Van den Brink:
Laat ik dat dan wel sneller doen. Ik zorg dat er voor de zomer een kort briefje komt over hoe we daarmee bezig zijn.
De voorzitter:
Is er een brief waar we dit in kunnen fietsen?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat ik nog wel een paar briefjes stuur, dus ik zal zorgen dat ik …
De voorzitter:
Het komt voor de zomer. Zullen we het zo doen? Dat scheelt weer.
Minister Van den Brink:
Ja, dank u wel. Dank voor de hulp.
Dan waren er vragen naar aanleiding van mijn brief aan u over de glijdende schaal, die ongetwijfeld op een later moment ook aan bod gaat komen. Die wijziging gaan we nu doorvoeren, zeg ik tegen de heer Van Dijk. Dat gaat naar de Raad van State, want het is een aanpassing van een algemene maatregel van bestuur. Dan hebben we ook overleg met de uitvoeringsorganisatie voor een toets. Daar gaan we nu gewoon mee van start. Ik kan u niet exact zeggen wat de doorlooptijd is, maar daar starten we nu mee.
We trekken de vergunning dus in bij herhaalde misdrijven. Wanneer de verblijfsvergunningen van criminele vreemdelingen worden ingetrokken, moeten zij Nederland verlaten. Tegelijkertijd heb je dan natuurlijk gewoon te maken met terugkeer, zeg ik tegen de heer Russcher. Voor deze doelgroep heb je dus ook gewoon de afspraken te maken. Dat hangt ook af van het land waar die vandaan komt. Bij sommige landen is dat geen enkel probleem; daar hebben we gewoon goede afspraken mee. Maar er zijn ook landen waar dat lastiger is. Ook dan hebben we met de nieuwe Terugkeerverordening meer ruimte om zo iemand langer in bewaring te houden. Natuurlijk wordt dit vaak ook gekoppeld aan een inreisverbod. Daarmee kan die persoon ook op een andere route in het strafrecht terechtkomen als die daar geen gehoor aan geeft.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Volgens mij doe ik dit elk debat, hoor. Ik wil voornamelijk nog een vraag stellen over die criminele Syriërs. Er zijn voorbeelden van landen die al enkele, tientallen, ik weet niet hoeveel Syriërs naar Syrië hebben gestuurd. Maar wat ik ook lees, en wat de IND zelf ook toegeeft, is dat heel veel Syriërs gewoon vanuit Turkije komen. De minister is nog niet bereid om ze gedwongen terug te sturen naar Syrië. Ik vraag me ook af of die Syriërs dan wel worden teruggestuurd naar Turkije.
Minister Van den Brink:
Ik heb over dat eerste uitgelegd gekregen wat de aantallen zijn. Een tijdje geleden waren er vier mensen uit Duitsland en drie uit Oostenrijk. Dat zijn de aantallen die we nu kennen van gedwongen terugkeer van Syriërs in al die maanden. Dat heeft natuurlijk ook te maken met wat ik al eerder aangaf, namelijk dat die situatie nog niet is veranderd. In die zin is er nu nog geen Syrische autoriteit waarmee dat op die manier kan worden vormgegeven. Tegelijkertijd wijzen we nu natuurlijk wel veel Syrische aanvragen af, omdat de situatie in Syrië gewoon veranderd is. Ik zie ook uit naar het moment dat we wel die afspraken kunnen maken met de Syrische autoriteiten. Het is denk ik een groter vraagstuk waar niet alleen Nederland, maar heel Europa aan moet bijdragen. Syrië zegt: "Daar willen we zeker aan meewerken. Tegelijkertijd moeten we ons land opnieuw opbouwen. Hoe kunnen we dat combineren?" Het gaat dan even niet om die criminelen, want die zullen zij er misschien ook niet gelijk aan willen laten bijdragen, maar wel om mensen die in Syrië komen helpen om het land opnieuw op te bouwen. Daarover voeren wij in het Europa het gesprek over hoe we daar invulling aan kunnen geven.
Dan de vraag over Turkije. Dat heb ik nu eigenlijk … Ik zit even hardop te denken. Wij zetten nog niemand uit, dus dat kan dan ook nog niet naar Turkije. U bedoelt waarschijnlijk, denk ik even hardop, dat dat een veilig derde land kan zijn op enig moment in die route. Maar daar is nu nog geen route voor. We hebben nu alleen maar afgewezen asielaanvragen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik vind het zo lastig, dit. Dan denk ik bij mezelf … Het land is wel veilig. We wijzen asielzoekers af. Het land moet nog opgebouwd worden. Nou, daar kunnen die Syriërs heel goed bij helpen, denk ik dan. Tegelijkertijd zitten wij hier met die criminelen. In Groningen wordt een jongen, waarschijnlijk door drie of vier Syriërs, ernstig mishandeld in de supermarkt. Er worden Syriërs en Irakezen opgepakt in azc's omdat ze banden hebben met IS. En vanwege al die regeltjes blijven wij nu zitten met dit soort gekken. Kan de minister zich er meer voor inzetten om mogelijkheden te vinden om in ieder geval … Wij hebben het liefst al die Syriërs terug, maar begin dan in ieder geval met die criminelen, die zware criminelen, om die ons land uit te krijgen. Het lijkt wel alsof die Syriërs meer rechten hebben dan de Nederlanders hier, die gewoon in veiligheid willen leven.
Minister Van den Brink:
Het recht voor criminele Syriërs is dat ze gewoon in de cel zitten, want daar zijn ze toe veroordeeld. Dat is het belangrijkste dat het strafrecht te doen heeft. Tegelijkertijd zie je dat andere landen niet meer voor elkaar krijgen dan we tot nu toe gezien hebben, een paar maanden geleden, die vier en drie. Ik zie ook -- dat is niet alleen omdat u dat heel vaak heeft gezegd; ik ben er zelf ook van overtuigd -- dat Syrië in de nabije toekomst de situatie gaat opleveren dat dit gewoon weer mogelijk moet zijn. Ik ben daar zeker over in gesprek, zowel in Europa als met Syrische autoriteiten. Dat zal ik ook blijven vervolgen.
Dan heb ik een aantal vragen van de heer Boomsma, over de motie-Ceulemans en het plan van aanpak Budel. Daar zijn eigenlijk al heel veel maatregelen getroffen. Er staat een toezichtteam en extra beveiliging op station Maarheeze. Er worden extra middelen verstrekt aan de gemeente Cranendonck voor preventieve maatregelen om overlast tegen te gaan. Vanuit de gemeente vindt in samenspraak met het COA actieve monitoring plaats op overlast in reguliere veiligheidsoverleggen. Daar worden de specifieke vraagstukken opgelost. Mochten daar nieuwe signalen over zijn, dan moeten we die oppakken, maar op dit moment heb ik het idee dat we daar best wel goed invulling aan geven.
Dat geldt ook voor de beveiliging van de buslijn in Ter Apel, van de motie-Ceulemans. Daarover heb ik toen uitgelegd dat het met de vervoerders moet worden overlegd. De beveiliging van de pendelbus wordt verzorgd door de inzet van boa's. Wij dragen ook op allerlei manieren bij aan de boa-inzet ter plaatse, rondom de stations. Dat is ook in samenwerking met de beveiligers van Trigion. Ook op die manier wordt daar invulling aan gegeven.
Dan vroeg hij ook nog naar de extra opvangunits van Nidos en of dat al uitgebreid is. Het streven is, zoals u ook aangaf, om de kleinschalige opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen met overlastgevend gedrag uit te breiden. Nidos is daarover nog steeds in nauw overleg met gemeenten om geschikte locaties te vinden. Dat traject loopt nog. Ik heb daarvan op dit moment nog geen nieuwe stand van zaken.
De heer Bushoff vroeg hoe het staat met de ondernemers en de steun in Ter Apel. Deze week worden de puntjes op de i gezet voor het plan van aanpak voor de schaderegeling. Daarover is een bericht opgesteld voor de ondernemers en bewoners van de gemeente Westerwolde. Dat zal zo snel mogelijk gedeeld worden. Het blijft van belang dat we werken aan een goede schaderegeling en dat die goed afgehandeld kan worden. Ik zal zelf, als ik kort voor de zomer in Ter Apel ben, ook met ondernemers spreken om van henzelf te horen hoe zij hiertegen aankijken.
Dan had mevrouw Straatman ten slotte een vraag over de intensieve begeleiding van overlastgevende asielzoekers. Zij vroeg of die ook op andere plekken ingezet kan worden. Die intensieve begeleiding op locatie is in het afgelopen jaar uitgerold op meer dan 80 locaties. Dat kost altijd even tijd. Bovendien geldt dat de aanpak binnen een termijn van zes maanden tot een jaar vanaf implementatie effect laat zien. Het is de inzet dat de locaties met een korte doorlooptijd onder andere met de uitvoering van de Spreidingswet worden gecombineerd. We willen natuurlijk wel dat locaties daarom kunnen vragen, ook als het een noodlocatie is. Dan kan er een ambulant ondersteuningsteam worden ingezet. Het zal dus niet uitgebreid worden naar alle noodopvanglocaties, want er zijn natuurlijk ook locaties die op enig moment weer moeten sluiten. Het is dus met name gericht op de plekken waar duurzame opvanglocaties zijn gerealiseerd.
Dan kom ik tot een afronding, met een aantal overige onderwerpen. Mevrouw Vondeling brengt mij signalen onder de aandacht van fraude onder taalscholen in Gambia. In zijn algemeenheid geldt dat die signalen van fraude met taalexamens kunnen worden gemeld bij DUO. Ik wil u niet op die manier naar DUO sturen, dus ik ben altijd bereid om dit soort signalen te ontvangen. Dan zal ik dat ook met mijn collega, de minister van Werk en Participatie, bespreken. Die heeft daar de verantwoordelijkheid voor. Ik ga mij daarover nog met u verstaan. Dank u wel.
Dan heb ik meerdere vragen gehad over de telefoons en dat is, denk ik, begrijpelijk. Dit vraagstuk speelt al een tijdje. Mijn ambtsvoorgangers -- dat zijn er meerdere -- hebben u geïnformeerd over de uitspraken die er lagen. In februari 2025 informeerde mevrouw Faber uw Kamer over de jurisprudentie daarvan. De toen aangenomen motie-Brekelmans -- volgens mij was het zelfs de motie-Brekelmans/Van den Brink -- zou worden betrokken bij een verdere verkenning van hoe dit moest worden opgelost. De heer Van Weel heeft uw Kamer ook naar aanleiding van die motie laten weten dat ze ermee aan de slag zouden gaan. We hebben toen het debat hier ook gehad. Ik wil daarbij opmerken dat dit te maken heeft met de AP, de Autoriteit Persoonsgegevens. Die moet hier advies over geven. Dat was mijn argument toentertijd bij het neergelegde amendement. Als een amendement zonder AP-advies in de Eerste Kamer behandeld wordt, en dat geldt overigens ook daarna voor de toepassing, dan gaan we daar vrij snel spijt van krijgen, denk ik. Dat zijn we op dit moment aan het doen. Het is geen makkelijk voorstel, zeg ik daar wel bij, want het raakt gelijk aan allemaal privacyvereisten die we inmiddels hebben in dit land en in Europa. Dat moeten we dus op een zorgvuldige wijze doen. We zijn daar op dit moment mee bezig. We hadden u voorgesteld dat dat voor de zomer zou zijn. Dat gaat ons niet lukken. Na de zomer zal dit wetsvoorstel in consultatie gaan. Over het doel is geen enkele discussie. Als de snelwegroute die u voorstelt een optie zou zijn, dan zou ik mij daar geheel toe invoegen. Maar zonder een advies van de Autoriteit Persoonsgegevens op zo'n onderwerp even iets regelen, dat is op de korte termijn lol, maar op de lange termijn geen plezier.
De heer Boomsma (JA21):
Ik begrijp dit toch niet zo goed. A, er is nu natuurlijk een nieuwe situatie ontstaan, omdat je het ook niet meer vrijwillig zou mogen vragen. Ik zou willen oproepen om daar gewoon mee door te gaan. Je kunt toch gewoon vrijwillig vragen "geef je telefoon", zoals men deed? Daar is geen reden om daarmee te stoppen. Ten tweede: waarom kan de Autoriteit Persoonsgegevens niet gewoon een spoedadvies geven? Zó ingewikkeld kan het toch niet zijn dat we hier maanden en maanden mee bezig zijn? Dit moet gewoon nu geregeld worden.
Minister Van den Brink:
Het klopt dat je iedereen vrijwillig kunt vragen: mag ik in je telefoon? Maar je moet daarna natuurlijk wel een heel systeem hebben ingericht om die data te kunnen bewaren. En wat mag je daar dan mee doen? Daar is eigenlijk de hele tijd discussie over. Ik denk dat het klopt dat je, als je geen grondslag hebt voor het bewaren van die data, in die telefoon kunt kijken en dat kunt vragen, maar je moet dat gewoon goed geregeld hebben. Dat is niet geregeld. Dat wisten we eigenlijk al een tijdje. Ook mijn voorgangers wisten dat al. Maar dat heeft vooralsnog niet geleid tot het wetsvoorstel. Ik zeg u toe dat dat na de zomer in consultatie gaat. Als het sneller zou kunnen, zou dat wat mij betreft bespreekbaar zijn, maar we moeten dit zorgvuldig doen. Dat gaat inmiddels over het privacyelement in deze samenleving. Dat is niet alleen zo omdat het over asiel gaat; dat geldt voor allerlei terreinen. De heer Van Weel heeft u volgens mij ook laten weten dat het ook op andere plekken in de criminaliteitsbestrijding op dit moment een probleem is.
De heer Boomsma (JA21):
Er is een duidelijke intentie: volgens mij wil de hele Kamer dat dit gebeurt. Het gaat er alleen om dat er een goede grondslag in de wet staat, maar in principe is er een overtuiging en een breed gedeelde wens om dit te kunnen doen, die wordt gesteund. Dan kan je daar toch ook gewoon naar verwijzen en zeggen: die intentie is er, dus laten we doorgaan met het uitlezen van die telefoons tot het formeel wettelijk is geborgd. Tot die tijd moet je er gewoon mee doorgaan, want het is iets wat wij moeten kunnen doen. Wij moeten gewoon zicht hebben op wie hier komen. Die informatie is nodig om een asielverzoek te beoordelen.
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen: daarom. Ik discussieer hier niet over het doel. Ik discussieer over de uitspraken die er liggen. Die geven aan dat ook als je het vrijwillig uitvraagt, dat wordt gezien als een ongelijke verhouding tussen degene die de vraag stelt en wat hij met die informatie gaat doen, en de persoon. Dat is de uitspraak die er ligt. Daar moeten we ons toe verhouden. Dat is al een tijdje bekend. Tegelijkertijd vraagt dit een zorgvuldig traject. Soms heb ik boodschappen die niet fijn zijn om te geven, maar dat is wel de realiteit. U heeft mij opnieuw aangemoedigd om dat te versnellen, maar dat was ik al van plan. Die boodschap heb ik intern ook al verschillende malen afgegeven. Ook bij de AP bestaat niet zoiets als een spoedadvies met een verzoek om een reactie binnen een week.
De voorzitter:
Mag ik met het welvinden van de collega's iets zeggen? Ik vind dat, als VVD-woordvoerder, echt ongelofelijk. Ik zeg dit met alle respect voor de Autoriteit Persoonsgegevens. Ik weet dat in de wet staat dat zij een advies moet geven als het gaat om het bewaren van gegevens. Maar hier is de nationale veiligheid evident in het geding! Dat zegt de Algemene Rekenkamer en er zijn rapporten van de AIVD en de MIVD waarin migratiestromen ook worden genoemd. Ook de toename van terroristische invloeden uit bepaalde … Kom op! Dan kunnen we het als volgt doen. Dien die wet in. De Raad van State kan om een spoedadvies worden gevraagd. Daar kan de minister-president een briefje bij doen. Dan kunnen wij desnoods, of de Voorzitter van de Kamer, het aan de AP vragen. Ik hoor nu een beetje: het kan wel, maar het gaat lang duren. Maar dan is mijn vraag: wat moet ik uitleggen als mij op straat de vraag wordt gesteld die net gesteld is, namelijk of wij nu doen wat we kunnen om te controleren dat er geen terroristen Nederland binnenkomen? Dan moet ik dus zeggen "nee, dat doen we niet", want we kijken niet eens in iemands telefoon.
Minister Van den Brink:
Tegelijkertijd geldt dat alleen voor dat element. Op alle andere momenten in de screening van de procedure worden wel degelijk 1F, social media, het horen en de openbare bronnen gebruikt. Er worden dus wel allerlei andere dingen gedaan. Maar u merkt terecht op dat dit een onderdeel kan zijn waarop we informatie kunnen gebruiken. Laat ik het zo zeggen. De realiteit van de autoriteit kan ik niet zo aanpassen. Ik kan u alleen zeggen dat we kort na de zomer de consultatie starten. Ik zal mij opnieuw verstaan met de autoriteit om het spoedbelang vanuit mijzelf, en mocht dat niet overtuigend genoeg zijn, ook dat van de Kamer hierbij over te brengen.
De voorzitter:
Ik heb een korte feitelijke vraag. Reageert de autoriteit dan in de consultatiefase of moet zij nog apart …
Minister Van den Brink:
Laat ik het even goed uiteenzetten voor uw Kamer, want ik denk dat we dit debat anders nog een paar keer gaan herhalen. Ik zal even uiteenzetten hoe dit traject loopt en op welke plekken de autoriteit haar advies uitbrengt. Wat mij betreft gebeurt dat parallel. Die consultatie kan wat mij betreft na de zomer plaatsvinden, maar dan moeten alle partijen daarin wel hun rol nemen. Ik zal voor de zomer in dezelfde brief, die ik net al heb toegezegd, uiteenzetten hoe dit proces gaat lopen.
De voorzitter:
Ik was het nog even aan het laten indalen, maar ik zie dat mevrouw Vondeling een interruptie heeft.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik vind dit echt onvoldoende, juist ook omdat het al zo lang bekend is. Nu zegt de minister eigenlijk dat de autoriteit pas in de consultatiefase gaat adviseren. Betekent dat dat het wetsvoorstel nu nog niet af is? Kan de minister de stand van zaken van het wetsvoorstel toelichten? Andere landen hebben het ook opgenomen in hun wetgeving, dus het lijkt me niet heel ingewikkeld. Er zijn best wel wat wetgevingsjuristen om die wet te maken. Kan het wetsvoorstel dan niet voor de zomer in consultatie worden gebracht?
Minister Van den Brink:
Dat komt doordat er inmiddels meerdere uitspraken zijn gedaan. Op basis van de eerste uitspraak is er gewerkt aan een wetsvoorstel. Toen kwam er vrij recent een nieuwe uitspraak overheen. Die moet nu dus ook juridisch worden verwerkt in het wetsvoorstel dat we aan het maken zijn. Dat zijn de effecten van zo'n uitspraak. Maar zoals gezegd, is er urgentie vanuit mijzelf en vanuit u. Ik laat voor de zomer goed uiteenzetten hoe de procedure daarvoor loopt en welke tijdsplanning daarbij hoort.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nu we toch bezig zijn, heb ik een heel simpele vraag: hoe hebben andere landen deze wetgeving ingeregeld? Waarom kopiëren wij geen wetgeving die in andere landen blijkbaar goed werkt?
Minister Van den Brink:
Die vraag is altijd best lastig om te beantwoorden. Ik heb deze discussie over de vergelijking met andere landen ook heel vaak gehad tijdens de coronaperiode. Dan moet je er even goed induiken om te ontdekken wat het echte verschil is. Die vraag kan ik vanaf hier dus niet zomaar beantwoorden. In zijn algemeenheid geldt dat in die landen hetzelfde Europese recht geldt, want we hebben het hier over een Europese rechtsgrond.
De voorzitter:
U gaat verder.
Minister Van den Brink:
Ik heb tot slot nog één vraag, van de heer Ellian, over het overzicht van de impact van gerechtelijke uitspraken. In de brief die we eerder hebben gestuurd naar aanleiding van het Clingendaelrapport, hebben we in beeld gebracht hoe in het verleden de verhouding was tussen het Europees Hof van Justitie en het Hof in Straatsburg. Er bestaat een verschil in welke van beide de meeste impact heeft. Dat betreft met name het Europees recht. We zien dat het Europees Hof van Justitie daarop de meeste impact heeft. Tegelijkertijd zijn we, denk ik, zelf aan zet om de dingen die uit uitspraken voortkomen en ons voor nieuwe situaties stellen, binnen het Europees recht op te lossen. Over heel grote uitspraken, zoals het Aroja-arrest, heb ik de Kamer eerder ook geïnformeerd. Ik wil die lijn eigenlijk voortzetten. Bij impactvolle arresten en uitspraken informeer ik de Kamer. U volgt de arresten misschien vrij goed, maar dat zijn er echt heel veel. Een compleet en structureel overzicht van alle uitspraken is dus geen gemakkelijke uitvoeringsvraag. Maar de impactvolle arresten en uitspraken zal ik zeker onder uw aandacht brengen, omdat het goed is dat we daar met z'n allen kennis van nemen.
De voorzitter:
U bent aan het einde gekomen van …
Minister Van den Brink:
Ja, van alles.
De voorzitter:
Ik hoop niet "van alles", want dat zou erg definitief zijn. Ik kijk even rond of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Dan is het handig die meteen even in een rondje langs te lopen.
De heer Boomsma (JA21):
Ik had een vraag gesteld over het feit dat Griekenland inmiddels is begonnen met het herbeoordelen van Syrische vergunningen. Als Griekenland het kan …
Minister Van den Brink:
Ik heb die informatie nu niet zo paraat. Ik ga even uit van de informatie die u mij geeft; dat zouden we dus moeten nagaan. Wij hebben altijd aangegeven -- dat hebben we ook in de brief geschreven -- dat er verschil zit tussen een juridische beoordeling bij een asielverzoek en bij een herbeoordeling. Bij de herbeoordeling gaat het om de vraag of er sprake is van niet voorbijgaande aard. Daar is naar ons oordeel nog geen sprake van. Maar dan ga ik speculeren. Ik weet dus niet op welke grond Griekenland in dat opzicht tot een ander oordeel is gekomen.
De voorzitter:
Ik had zelf, als VVD-woordvoerder, gevraagd naar de impact van de twee arresten van het Europese Hof van Justitie van 4 juni jongstleden, waarin geoordeeld wordt dat de Nederlandse rechter zelf een oordeel zou moeten vormen over het feitenrelaas. Eerlijk gezegd denk ik dat dat vrij impactvol is.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat dat in de tweede termijn komt. Het is altijd gevaarlijk, omdat de impact van die uitspraken ook nog wel verschillend wordt gewogen. Ik heb dat arrest zelf nog niet gelezen, dus voordat ik met u in die discussie beland …
De voorzitter:
Wat mij betreft kunnen we het in de brief voor de zomer doen. Er zijn toch een hoop brieven die we nog krijgen. Dan kunnen jullie er rustig naar kijken.
Minister Van den Brink:
Ja, prima. Dan nemen we de impactvolle uitspraken mee die wij kennen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb nog één onbeantwoorde vraag over de gemeentes die meer doen dan wat de taakstelling nu is. We hebben natuurlijk die financiële bonusregeling, maar ziet de minister ook nog andere mogelijkheden om deze gemeenten een keer positief in het nieuws te laten komen?
Minister Van den Brink:
Ja. Waar is de camera? Haha. Nee, laat ik het volgende zeggen. Het positieve voor die gemeenten is vooral dat zij helpen om het opvangprobleem in Nederland op te lossen. Maar op de langere termijn -- dat is ook wat ik tegen heel veel gemeenten zeg … We hebben natuurlijk de hele casus Maassluis in dat opzicht nog niet verder doorgeakkerd. De nuloptie bestaat natuurlijk niet als je niet met elkaar tot afspraken komt aan de provinciale regietafel. Als je erboven gaat zitten, heb je de mogelijkheid om die locatie op de langere termijn te gaan gebruiken voor andere typen opvang. De gemeenten die dus boven de Spreidingswet opvang bieden, hebben straks, als de instroom daalt of als we minder opvangplekken nodig hebben, de mogelijkheid om heel snel ruimte te bieden in hun gemeente voor andere groepen die ook een vorm van opvang nodig hebben. Dat kunnen daklozen, de ggz of studenten zijn. Het grote voordeel voor gemeenten die erboven gaan zitten, is dus dat ze daar op de langere termijn veel plezier van gaan hebben, omdat ze dan ook gelijk ruimte hebben voor andere typen opvang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De minister gaat, in reactie op de heer Ellian, schriftelijk terugkomen op de impact van bepaalde rechterlijke uitspraken. Mag ik daar misschien iets aan toevoegen, als dat behulpzaam is? Ik maakte er gewag van dat er ten minste drie asielbesluiten door de rechter verworpen zijn, omdat de IND-medewerker misschien AI had gebruikt. Ik vraag me af: wat is daarvan de impact en kan dat worden meegenomen in diezelfde brief?
Minister Van den Brink:
Ja. Ik heb nu al zin om die brief in mijn e-mailbox op het werk te krijgen, want dan krijg ik antwoord op al deze vragen. Dank u wel.
De voorzitter:
Die brief is voor de weekendtas, toch? Oké. Dan gaan wij over naar de tweede termijn. U weet het: u heeft 1 minuut en 20 seconden. Ik begin bij meneer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Laten we dan ook maar een tweeminutendebat aanvragen. Ik heb nog heel kort een paar punten voor deze tweede termijn. Eén. Volgens mij ging het al een tijdje over de communicatie naar aanleiding van het Migratiepact, maar ook naar aanleiding van het nieuwe plan van aanpak. Die communicatie is cruciaal voor bewoners van azc's. De minister zei daarover: voor de zomer beginnen we ermee. Ik zou de minister willen vragen om de Kamer zo snel mogelijk te informeren over hoe hij dat precies gaat doen. Ik hecht daar namelijk heel veel waarde aan en ik kan me voorstellen dat het tot onrust leidt. Dat is één.
Twee. Ik ben blij dat de minister zei dat de puntjes op de i worden gezet rondom de schaderegeling in Ter Apel. Daar kijk ik naar uit.
Eén ding wat ik de minister nog wil vragen gaat over die rijksvastgoedlocaties. Daar kan ik eigenlijk nog niet goed bij met mijn hoofd. We hadden er ook een interruptiedebat over. Ik kan me niet voorstellen dat er geen enkele locatie beschikbaar is. Toch krijg ik een beetje het gevoel dat het heel moeizaam loopt. Is het echt zo dat er geen locatie beschikbaar is, of zijn er een aantal voorhanden die op korte termijn misschien wel wat soelaas gaan bieden?
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. In tegenstelling tot de minister vindt de PVV het juist heel goed dat heel veel gemeenten zeggen dat ze niet meer asielzoekers willen opvangen. Wij steunen die gemeenten ook. We begrijpen ook de mensen die zeggen dat ze het gewoon niet willen, dat het overlast en onveiligheid veroorzaakt en dat ze huizen voor hun eigen mensen willen.
Als het verder gaat om het uitlezen van die telefoons, vind ik echt dat het te lang gaat duren tot dat geregeld is. Ik zal dus met een motie daarover komen.
Als laatste valt het mij gewoon op … De minister zei net over criminele Syriërs: andere landen doen het ook nog niet. Elke keer loopt Nederland dus achter op andere landen. Waarom nemen wij nou niet juist het voortouw? Er wordt altijd gezegd: binnen de kaders en binnen de regels. Probeer het op z'n minst! Dat mis ik heel erg bij deze minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank. De minister verwees naar het interview met de Griekse collega. Het is goed dat Dublinclaimanten nu terug kunnen, maar ik neem aan dat het niet alleen gaat om nieuwe gevallen, maar ook om de hele bestaande voorraad. We horen dan ook graag om hoeveel gevallen het gaat en hoe snel die kunnen worden teruggestuurd.
Het landenbeleid. Ik weet hoe Nederland het doet, maar ik weet ook dat andere landen een andere procedure hebben, waarbij niet alles openbaar wordt gemaakt. Ik wil gewoon heel graag weten hoe andere landen dat doen, of wij daar nog iets van kunnen leren en hoe onze aanpak zich ertoe verhoudt.
De mobieltjes. Het is ook een soort mystificatie, van die Autoriteit Persoonsgegevens. Het kán gewoon. Dat blijkt uit andere landen. Er moet gewoon een zin in de wet staan. Het moet inderdaad een goeie zin zijn. Die rechtsstaat is er niet alleen voor precieze regeltjes. Het gaat om rechtvaardigheid. Het gaat om morele waarden. Er is geen enkele morele waarde die zich verzet tegen het uitlezen van deze telefoons. Ik zou dus ook zeggen dat totdat die wet er is, die intentie genoeg is. Doe het totdat die wet er echt is toch gewoon zonder. Ik vraag me ook af waarom je die niet gewoon nu al voor de zomer in de consultatie knalt. Dat kan je altijd later nog finetunen, maar dan winnen we gewoon weer tijd.
De voorzitter:
Meneer Van Asten en mevrouw Straatman slaan over. Meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de minister voor de gegeven antwoorden. Het is veel gegaan over het pact. We hopen dat het op een goede manier zal uitpakken en dat het inderdaad iets doet aan het beperken van de instroom. Tegelijkertijd, zoals meerdere collega's hebben gezegd: als je dan de discussie hoort over rechterlijke uitspraken en over de telefoons et cetera, dan realiseer je je eens te meer dat er een stevige spanning begint te ontstaan tussen aan de ene kant regels, verdragen en de rechtsstaat, met al het goeds dat daarvan te zeggen is, en aan de andere kant de democratie. Waar wil je naartoe met dit land? Dat wordt wel een toenemende spanning, ben ik bang.
Ik ben verder blij met de antwoorden van de minister als het erom gaat te trachten meer regie aan de gemeenten te geven voor de opvang en het daarbij waar mogelijk gebruikmaken van de inhuur van COA-diensten. Ik denk dat dat veel goeds kan doen, ook lokaal, en ik zie uit naar de vervolgstappen op dit punt.
De voorzitter:
Dan zal ik zelf als woordvoerder van de VVD kort nog iets zeggen, ik denk in aansluiting op een aantal collega's, maar daar kunnen we een hele boom over opzetten. Je hebt iets als legaliteit en legitimiteit. Die twee kunnen niet zonder elkaar bestaan. Het gaat wel heel veel over legaliteit, merk ik. Legitimiteit is ook van belang, waarmee ik bedoel te zeggen dat als mensen een andere perceptie van rechtvaardigheid hebben of van de vraag of wat hun overkomt rechtvaardig is, je wel een uitdaging hebt.
Ik dank uiteraard de minister voor zijn beantwoording. Het is prettig dat we met enige regelmaat zo met elkaar kunnen spreken over een situatie die ons land terecht bezighoudt. Hartelijk dank aan de mensen van de ondersteuning van de minister, die de antwoorden en de mapjes weer hebben voorbereid.
Ik had nog één vraag, die ik verzuimd had te stellen in de eerste termijn. We hebben hier veel gesproken over de effectiviteit van het systeem. De een is positiever dan de ander. Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat het niet de bedoeling is dat de regels omzeild worden. Nou moet ik toch even aan deze minister vragen naar de kwestie van de mvv en de Palestijnse studenten, ook omdat zijn collega-bewindspersoon -- al spreekt het kabinet met één mond; er zijn echter natuurlijk verschillende verantwoordelijkheden -- naar zichzelf verwijst. Is de minister het in ieder geval wel met de VVD-fractie eens dat dit een aantrekkelijke route kan zijn om asiel- en migratieregels te omzeilen? Universiteiten regelen immers een visum en dan krijg je een machtiging tot voorlopig verblijf. Dan doe je een asielaanvraag en zegt de IND: u mag blijven. Is de minister het in ieder geval met ons eens dat dát niet de bedoeling kan zijn?
Minister Van den Brink:
Nee.
De voorzitter:
Kijk!
Minister Van den Brink:
Laat ik gelijk met dat laatste beginnen, want dat had de heer Boomsma volgens mij ook gevraagd. Ik moet even goed nadenken. Laat ik het zo zeggen: de hele mvv werkt natuurlijk via een referent. De referent is degene via wie je dat aanvraagt en dat is in dit geval dan misschien de universiteit of een bedrijf. De hele mvv-route is natuurlijk voor werken of studie. Tegelijkertijd: u doelt daarmee op de vraag wat er dan gebeurt als iemand die asielprocedure in stapt. Daar is het natuurlijk gewoon niet voor bedoeld. Daarom heb ik uw Kamer ook toegezegd om u voor het zomerreces een cijfermatige analyse daarover te sturen, om aan u te laten zien of en in welke mate daarvan sprake is. Daarna zal u, denk ik, maar ik ook met mijzelf, het debat voeren over de vraag wat de conclusie daarvan moet zijn. Dan ga je natuurlijk wel in het debat komen over de vraag wat de referent is, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe je daar dan tegen aan moet kijken. Ik kom daar dus bij uw Kamer op terug, maar de regel is er niet voor bedoeld. De mvv heeft een ander doel, namelijk de studie of het werk voor de periode dat je daarvoor naar een ander land komt. Dat is dus absoluut ook het uitgangspunt dat we moeten blijven hanteren.
Ik doe het allemaal even in omgekeerde volgorde. U noemde, denk ik, terecht legaliteit en legitimiteit. In dezelfde speech die ik afgelopen maandag gaf, heb ik ook op die manier tegen die zaal en al die mensen daar gezegd dat de rechtsstaat en de democratie twee zaken zijn die met elkaar in balans moeten blijven. In die rechtsstaat hebben we het vandaag ook weer veel over uitspraken. De democratie is de hoeder daarvan, maar is tegelijkertijd ook de legitimiteit, waardoor je er draagvlak in de samenleving voor houdt. Dat is absoluut een belangrijke om in het oog te houden in ons werk op dit vlak.
Ik heb de SGP toezeggingen gedaan rondom de informatie die wij hun toesturen. Ik deel ook absoluut die gemeentelijke invulling: gemeenten zelf meer regie laten hebben over de opvang. Verschillende partijen noemden natuurlijk nog een keer die hele kwestie rondom telefonie. Ik heb u al toegezegd dat ik u zo snel mogelijk ga informeren over hoe die route eruitziet. We hebben geen discussie over het doel, maar wel over welke juridische route ik moet doorlopen om dat te bereiken. Ik kom daarover dus zo snel mogelijk op de lijn.
Richting de heer Boomsma zou ik rondom Dublin nog willen zeggen dat we het oude Dublin nu hebben afgerond. We starten vanaf morgen, 12 juni, met de aanvragen vanaf dat moment, en dus ook met de situatie van mensen die aanvragen bij ons doen en daar Dublin op toepassen. We hebben die oude natuurlijk helemaal weggezet in het solidariteitsmechanisme en in alles wat er in het verleden over is afgesproken. We beginnen vanaf morgen dus echt met een schone lei, ook omdat heel veel van die aanvragen natuurlijk al lang uit de tijd gelopen waren en dus al in de reguliere procedure zijn opgenomen.
Richting mevrouw Vondeling zeg ik dat ik absoluut gemotiveerd ben om dingen te proberen. Maar ik ben wel een realist. Dat is misschien ook wel een reflectie op het verleden; daar heb ik in het begin van het debat ook al woorden aan gewijd. Ik heb in het verleden te vaak gezien dat mensen, en ook mensen op deze stoel, dingen probeerden waarvan ze eigenlijk al wisten dat het niet ging vliegen. Ik wil de teleurstelling die daaruit voortvloeit echt voorkomen. Ik wil ook voorkomen dat de samenleving daar dan over zegt: je had het toch beloofd, dus waarom lukt het nou niet? Dus: moedig mij aan om dingen te proberen, maar die dingen moeten wel echt haalbaar zijn.
Dan de heer Bushoff. Ik denk dat u mij goed verstaat. Op die rijksvastgoedlocaties is het gewoon heel ingewikkeld, omdat het op alle terreinen heel ingewikkeld is om met gemeenten tot afspraken te komen over grote opvanglocaties. We hebben er natuurlijk een tijdje één in Breda gehad en één in Goes. Er zijn dus plekken waar het wel gelukt is, maar tot nu toe blijft die deur gewoon dichtzitten. Dat heeft uiteindelijk vooral te maken met lokale instemming. Dat is de realiteit. Het zit 'm niet in de overtuigingskracht van mijn kant, van die van de commissaris van de Koning of van die van burgemeesters die er nog wel eens oren naar hebben. Het moet wel op lokale instemming kunnen rekenen, in welke vorm dan ook.
In dezelfde brief die ik al heb toegezegd -- die zal een hele mix aan onderwerpen bevatten -- kom ik ook terug op de toezegging over het informeren van de mensen die nog moeten wachten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Voor onze administratie: hoe heet deze brief inmiddels?
Minister Van den Brink:
"Een zak gemengde drop." Nee, het is een verzamelbrief voor de zomer.
De voorzitter:
Verzamelbrief. Oké, perfect.
Dan ga ik de administratie doen. Ik kijk nog één keer rond. Heeft iedereen alles kunnen zeggen en alles kunnen vragen? Volgens mij wel. De minister zat aardig op de toezeggingenbank. Ik weet dus niet of we alles hebben genoteerd, maar we denken van wel. Anders kijken we het terug. We hebben er in ieder geval een paar.
- De minister zegt toe de Kamer in het derde kwartaal van 2026 nader te informeren over de mogelijkheden voor psychosociale hulp voor kinderen in de noodopvang. Ik denk dat dat richting de heer Van Asten was. Die had "net na de zomer" gevraagd. Daar hebben we "derde kwartaal" van gemaakt.
- De minister zegt toe de Kamer voor de zomer te informeren over de vraag hoe en in welke vorm kinderen in de noodopvang onderwijs kunnen krijgen. Dat is dan diezelfde brief.
- De minister zegt toe de Kamer voor de zomer te informeren over het traject van het wetsvoorstel over het uitlezen van telefoons en de bijbehorende tijdsplanning.
Ik kijk even rond. Het klopt. Misschien dat deze brief snel zou kunnen komen. Ik hoorde collega Vondeling namelijk zeggen dat ze een motie wilde indienen. Ik hoor dat dit voor het tweeminutendebat kan. Top. Ik teken daarbij aan dat er ook nog een tweeminutendebat ligt van het vorige commissiedebat. Zo snel gaan de dingen. Dat zou wel eens volgende week ingepland kunnen worden. Maar dit zou geen ingewikkelde brief moeten zijn, toch? We kunnen het dus regelen.
- De minister van Asiel en Migratie zegt toe de Kamer in het vervolg te informeren over impactvolle arresten. Dat deed de minister al, maar we noteren dit als een vriendelijke toezegging.
- De minister zegt toe de Kamer voor de zomer te informeren over de impact van de arresten van 4 juni en over het informeren van COA-bewoners over de nieuwe procedures.
Enfin, er komt een verzamelbrief Asiel en Migratie voor het zomerreces. Is er iemand die daar nog specifiek iets … Mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
De informatie over de doorstroomlocaties van de minister van VRO.
De voorzitter:
De doorstroomlocaties.
Minister Van den Brink:
Ja, het convenant.
De voorzitter:
Wil iemand er nog iets bij doen? Nu kan het nog.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ja: de AI-besluiten.
De voorzitter:
Ja, dat heeft de minister ook beloofd. Het komt er allemaal in. Okido.
Dan dank ik de minister voor zijn aanwezigheid. Ik dank alle aanwezige collega's, de geïnteresseerden in de zaal en anderen die dit debat gevolgd hebben. Ik dank ook onze eigen ondersteuning en die van de minister. Dank jullie wel. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 13.27 uur.