[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Kabinetsappreciatie Commissie rechtsstaatrapport 2026

Brief regering

Nummer: 2026D41136, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 16:41, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z18040:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op 17 juli jl. presenteerde de Europese Commissie (Commissie) haar rechtsstaatrapport 2026.1 In dit rapport doet de Commissie verslag van de rechtsstatelijke situatie in de Europese Unie (EU) als geheel en in de lidstaten afzonderlijk, aan de hand van vier pijlers: justitieel stelsel, corruptiebestrijding, pluriformiteit en vrijheid van de media en andere institutionele kwesties die verband houden met checks and balances. De Commissie doet aanbevelingen en beoordeelt daarbij de belangrijkste ontwikkelingen in de lidstaten sinds de voorgaande rechtsstaatrapporten, zo ook voor Nederland.2

In het rechtsstaatrapport doet de Commissie ook verslag van de rechtsstatelijke situatie in de vier kandidaat-lidstaten die het verst gevorderd zijn in het toetredingsproces: Albanië, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië. Voor de kandidaat-lidstaten zijn geen aanbevelingen opgenomen. Hiervoor verwijst de Commissie naar het jaarlijkse uitbreidingpakket, dat in het najaar zal verschijnen. Verder heeft de Commissie voor de tweede keer een interne marktdimensie in het rechtsstaatrapport opgenomen.

Het rechtsstaatrapport 2026 is het resultaat van een intensieve dialoog van de Commissie met nationale autoriteiten en belanghebbenden, het maatschappelijk middenveld en organisaties binnen de justitiële sector. Ook heeft de Commissie bijdragen ontvangen van het EU-grondrechtenagentschap, de Raad van Europa, en de VN.3 Op 27 januari 2026 ontvingen beide Kamers de input van de Nederlandse regering voor het Nederlandse landenhoofdstuk voor het rechtsstaatrapport 2025.4

De jaarlijkse rechtsstaatdialoog, op basis van het horizontale deel van het rapport, staat geagendeerd op de Raad Algemene Zaken van 22 september a.s., gevolgd door de bespreking van de landenhoofdstukken van Cyprus, Hongarije, Litouwen en Luxemburg op 19 november a.s. Daarnaast komen bij de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) thematische onderwerpen uit het rapport aan de orde. De eerstvolgende JBZ-Raad is gepland op 1 en 2 oktober 2026.

In deze schriftelijke appreciatie van het jaarlijkse rechtsstaatrapport gaat het kabinet eerst in op de bredere, horizontale ontwikkelingen op het terrein van rechtsstatelijkheid in de EU, zoals die in het algemene deel van het rapport worden geschetst. Vervolgens gaat het kabinet in op het Nederlandse landenhoofdstuk langs de vier genoemde pijlers en daarbij de twee aanbevelingen van de Commissie adresseren, die grotendeels voortbouwen op de aanbevelingen ontvangen in 2025. Volgens de Commissie heeft Nederland aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in het justitieel stelsel en het aanpakken van personeelstekorten en is er enige verdere vooruitgang geboekt bij de uitvoering van de voorstellen van de Staatscommissie rechtsstaat ter versterking van een rechtsstaatcultuur. De twee aanbevelingen die de Commissie hierover nog in het rechtsstaatrapport van 2025 opnam zijn daarmee komen te vervallen.

Het kabinet zal in de jaarlijkse kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket eind 2026 ingaan op de rechtsstatelijke ontwikkelingen in de afzonderlijke kandidaat-lidstaten, waaronder de vier kandidaat-lidstaten die zijn opgenomen in dit rechtsstaatrapport.

Reactie op de horizontale rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU-lidstaten

Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU-lidstaten

Uit het rechtsstaatrapport 2026 blijkt dat veel lidstaten sinds het rechtsstaatrapport 2025 positieve vooruitgang hebben geboekt. De Commissie wijst onder meer op verschillende (geïnitieerde) hervormingen ter versterking van de onafhankelijkheid en effectiviteit van de raden voor de rechtspraak, aanvullende waarborgen in de benoemingsprocedures van rechters en tuchtprocedures en versterking van de autonomie van de openbare aanklagers. Ook hebben veel lidstaten investeringen gedaan in hun justitiële stelsels. De Commissie constateert daarnaast dat meerdere lidstaten nieuwe strategieën voor corruptiebestrijding hebben ontwikkeld en hun institutionele capaciteit voor corruptiebestrijding hebben uitgebreid. Ook hebben verschillende lidstaten hervormingen doorgevoerd om de onafhankelijke werking en financiering van publieke media te versterken en transparantie van de toewijzing van overheidsreclame te verbeteren. Verder hebben veel lidstaten concrete maatregelen getroffen om strategische rechtszaken tegen publieke participatie (zogenoemde strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP's)) aan te pakken en zetten zij zich in voor een gunstig werkklimaat voor het maatschappelijk middenveld.

De Commissie uit, ten aanzien van enkele lidstaten, ook zorgen over (de voortgang van) hervormingen aangaande de onafhankelijkheid van de raden voor de rechtspraak, benoemingsprocedures van rechters, tuchtprocedures en de autonomie van openbare aanklagers. Daarnaast moeten volgens de Commissie de preventieve kaders rondom lobbyactiviteiten, belangenconflicten en doeltreffend opsporing en vervolging van corruptie in verschillende lidstaten verder worden versterkt. Verder uit de Commissie zorgen over het buitensporig gebruik van noodwetgevingsprocedures en de beperkte betrokkenheid van belanghebbenden in wetgevende procedures in enkele lidstaten. Ook uit het maatschappelijk middenveld in enkele lidstaten zorgen vanwege belemmeringen in hun financiering en vreedzame vergadering.

Met betrekking tot Hongarije, merkt de Commissie de intensieve hervormingsinspanningen van de nieuwe Hongaarse regering op, waaronder de opheffing van het Sovereignty Protection Office, de beëindiging van de noodtoestand per 13 mei jl., de nieuwe wetgeving aangaande de Integriteitsautoriteit en de Mediawet, en de bevestiging van de Hongaarse deelname aan het Europees Openbaar Ministerie. Hongarije heeft van de negen aanbevelingen uit het rapport van 2025 voor het eerst één aanbeveling volledig uitgevoerd (aangaande vermogensaangiften). De Commissie formuleert opnieuw acht aanbevelingen die deels voortbouwen op de afspraken die met de Commissie zijn gemaakt over de voorwaarden voor verkrijging van de Europese financiering en het pakket aan maatregelen die zijn gepresenteerd door de Hongaarse regering op 9 juni jl.

Bij Slowakije concludeert de Commissie dat er op meerdere aanbevelingen voortgang is gemaakt. Tegelijkertijd blijven er grote aandachtspunten, onder meer op het gebied van onafhankelijke media en het wetgevingsproces. Verder is het vermogen om corruptie op hoog niveau aan te pakken verslechterd. In 2025 werd geen enkele nieuwe grootschalige zaak gedetecteerd. Ook raken de grondwetswijzigingen in Slowakije van september 2025 aan de voorrang van het EU-recht (hierover startte de CIE ook een inbreukprocedure).5 Tegelijkertijd merkt de Commissie op dat Slowakije zich constructief opstelt in de dialoog over de rechtsstaat. De Commissie benoemt daarnaast dat druk vanuit nationaal en Europees niveau heeft geleid tot het terugtrekken van de fundamentele herziening van het whisteblower protection office.

Kabinetsreactie op de rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU-lidstaten

Respect voor de rechtsstaat in alle lidstaten is essentieel voor een goed functionerende EU en voor het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten. Het is één van de fundamentele waarden die vastliggen in artikel 2 van het EU-Verdrag waar alle lidstaten zich aan hebben gecommitteerd. Het kabinet vindt het preventief en structureel monitoren van de rechtsstaat in de Unie van groot belang, zodat in een vroeg stadium eventuele rechtsstatelijke problemen in de Unie kunnen worden geïdentificeerd, besproken en gezamenlijk tot oplossingen wordt gekomen.

Het kabinet vindt het positief dat uit het rechtsstaatrapport 2026 blijkt dat in veel lidstaten vooruitgang wordt geboekt en hervormingen gaande zijn om de rechtsstaat te versterken. Het rapport draagt, tezamen met EU-wetgeving op verschillende beleidsterreinen, bij aan deze hervormingen van de lidstaten. Het rapport biedt ook een belangrijke basis voor de continue dialoog over de rechtsstaat die met en binnen de lidstaten plaatsvindt. Tegelijkertijd zijn verbeteringen in de naleving van rechtsstatelijke beginselen nodig.

De EU is een waardengemeenschap. Het is belangrijk dat de Commissie, als hoeder van de EU-Verdragen, optreedt indien lidstaten terugval op de rechtsstaat laten zien. Het kabinet blijft de Commissie aansporen om gebruik te maken van al het beschikbare EU-instrumentarium dat afgelopen jaren is ontwikkeld en versterkt om terugval op de rechtsstaat aan te pakken en te voorkomen, ook op aansporen van uw Kamer.6

Conform de motie-Van Lanschot en de motie-Krul/Dassen7 steunt het kabinet de concrete stappen en inzet van Hongarije om de rechtsstaat te hervormen. Het kabinet blijft in dialoog met de Hongaarse regering over het herstel van de rechtsstaat, onder meer via bezoeken en consultaties op hoog niveau zoals dat van de minister van Buitenlandse Zaken in juni 2026, en is bereid Hongarije daarbij waar nodig en gewenst technische en politieke expertise te blijven aanbieden.

Het kabinet blijft eveneens in dialoog met de Slowaakse regering over ontwikkelingen op rechtsstatelijk gebied, onder meer via bezoeken en consultaties op hoog niveau zoals dat van de minister van Buitenlandse Zaken in juni 2026. Het kabinet verwelkomt dat de Slowaakse regering het fundamenteel hervormen van het whistleblower protection office heeft stopgezet, mede door druk vanuit de Commissie.

Het jaarlijkse rechtsstaatsrapport moet verder worden bezien in samenhang met het overige EU-rechtsstaatsinstrumentarium.8 Bij terugval van lidstaten op de rechtsstaat acht het kabinet het van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt en gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatsinstrumentarium. Het kabinet blijft de Commissie aansporen om op te treden tegen lidstaten die rechtsstatelijke beginselen schenden en steunt de Commissie hierin.

Het kabinet zet zich ook in voor de verdere versterking van dit rechtsstaatinstrumentarium. Zo is het kabinet voorstander van het opnemen van sterke waarborgen op het gebied van de rechtsstaat en fundamentele rechten in het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK).9 Het kabinet verwelkomt dat in het Commissievoorstel voor de nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s) een verband zal worden gelegd met de landspecifieke aanbevelingen uit het rechtsstaatrapport en het Europees Semester en vindt het wenselijk dat lidstaten in deze plannen moeten kunnen aantonen opvolging te geven aan die aanbevelingen. Om daarnaast goed voorbereid te zijn op toekomstige uitbreiding van de EU zet het kabinet zich met een kopgroep van EU-lidstaten ook in op aanvullende waarborgen ter bescherming van de waarden van de EU, waaronder de rechtsstaat, in een nieuwe generatie toetredingsverdragen. Hierover is uw Kamer geïnformeerd in een brief van 9 juni jl. en is een non-paper met ideeën daarvoor meegestuurd.10

Verder verwelkomt het kabinet de andere (wetgevende) maatregelen die de Commissie afgelopen jaar heeft getroffen om de waarden van de Unie, waaronder de rechtsstaat, democratie en fundamentele rechten, in de EU verder te versterken. Zo steunt het kabinet de verschillende maatregelen die de Commissie in haar mededeling over het EU Democracy Shield heeft voorgesteld om de (weerbaarheid van de) Europese democratieën te versterken.11 Ook verwelkomt het kabinet de strategie ter versterking van het maatschappelijk middenveld en de vernieuwing van de strategieën aangaande gelijkheid van lhbtiq+ en gendergelijkheid.12 Het kabinet is daarnaast verheugd dat in 2026 de anti-SLAPPs-richtlijn en de anti-corruptierichtlijn hun effect zullen krijgen in de lidstaten via de nationale omzettingen en kijkt uit naar de EU-strategie tegen corruptie die eind dit jaar zal uitkomen.

Reactie op het landenhoofdstuk over Nederland

Pijler I – Justitiestelsel

De Commissie constateert dat de mate van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Nederland als zeer hoog wordt ervaren. De Commissie waardeert daarom dat de nationale autoriteiten werken aan aanvullende waarborgen voor de rechtsstaat in wetgeving. Ook is de Commissie positief over de belangrijke stappen die zijn gezet om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en het personeelstekort bij de rechterlijke macht aan te pakken. Verder vermeldt de Commissie dat de financiering voor rechtsbijstand structureel is verhoogd en de mate van digitalisering verder is verbeterd. Ook de efficiëntie van het rechtssysteem blijft hoog. Dit positieve beeld komt ook tot uitdrukking in het feit dat de Commissie dit jaar binnen de eerste pijler geen aanbevelingen aan Nederland doet.

Hieronder volgen, waar relevant, enkele overige bevindingen van de Commissie over de onafhankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van het Nederlandse rechtsbestel. De relevante bevindingen van het European Justice Scoreboard (EJS) 2026 worden in deze appreciatie meegenomen.13 De jaarlijkse rapportage van het EJS geeft een overzicht van hoe de rechtsstelsels van alle lidstaten functioneren, op basis van indicatoren die relevant zijn voor de beoordeling van de efficiëntie, de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de rechtsstelsels.

Onafhankelijkheid

Op basis van het EJS 2026 merkt de Commissie op dat in Nederland ook dit jaar het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bij zowel burgers als bedrijven zeer groot is.14 Verder besteedt het EJS aandacht aan rechtsbescherming in relatie tot het investeringsklimaat en structurele waarborgen van de onafhankelijkheid zoals perceptie van rechters op zaakstoedeling en onafhankelijkheid van advocaten.15

De Commissie is positief over de voorstellen die in het coalitieakkoord van 30 januari jl. zijn aangekondigd om de rechtsstaat te versterken. Zo noemt de Commissie de aankondiging van een voorstel om de rechterlijke macht een eigen begroting te geven en de rol van de minister van Justitie en Veiligheid bij de benoeming van leden van de Raad voor de rechtspraak af te schaffen. Het kabinet verwelkomt de aandacht van de Commissie voor deze ontwikkelingen en zet zich in voor de versteviging van de onafhankelijkheid van de rechtspraak. In het coalitieakkoord is opgenomen dat een stevig schot wordt gebouwd tussen de onafhankelijke rechtspraak en de politiek. Het kabinet streeft er naar om eind 2026 een wetsvoorstel inzake de aanpassing van de benoemingsprocedure van leden van de Raad voor de rechtspraak in consultatie te brengen. Ook wordt de Tweede Kamer dit jaar geïnformeerd over de wijze waarop wordt voorzien in een aparte begroting voor de rechtspraak.

De Commissie stelt dat in een sterke rechtsstaat de rechter voorts goede rechtsbescherming kan bieden. In dat kader wijst de Commissie op het door het kabinet aangekondigde voorstel om rechters in staat te stellen wetgeving te toetsen aan klassieke grondrechten die in de Grondwet zijn verankerd. Met dit voorstel wordt beoogd de individuele rechtsbescherming van burgers te versterken en een grondwettelijke cultuur in Nederland te bevorderen. Het kabinet onderschrijft het belang van effectieve rechtsbescherming en ziet constitutionele toetsing als een belangrijke versterking daarvan. Het kabinet meldt dat dit voorstel voor de zomer voor advies aanhangig is gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk.16

Kwaliteit

De Commissie merkt op dat er aanpassingen zijn gedaan ten aanzien van het visueel toezicht in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en op de Afdelingen Intensief Toezicht (AIT) dat per 1 november 2025 is ingevoerd. Vanuit de advocatuur zijn zorgen geuit over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan visueel toezicht en of de vertrouwelijkheid van het contact tussen advocaat en cliënt voldoende gewaarborgd is. Deze zorgen hebben de volle aandacht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Op de zorgen vanuit de advocatuur en de aanpassingen aan het visueel toezicht is ingegaan in diverse Kamerbrieven.17 Zoals de Commissie opmerkt, zullen er audits worden uitgevoerd naar het visueel toezicht in de EBI en AIT’s. Naar verwachting is begin september 2026 meer duidelijkheid over het tijdpad hiervan.

Uit het EJS blijkt dat Nederland op de indicatoren die betrekking hebben op digitalisering overwegend sterk scoort. Het EJS kijkt hierbij onder andere naar de digitale beschikbaarheid van informatie over het rechtsbestel, het gebruik van digitale technologieën door de rechtspraak, de online toegang tot procedures en de publicatie van rechterlijke uitspraken.18 De Commissie is positief over de verdere verbetering van het digitaliseringsniveau van het Nederlandse rechtsbestel. De aanhoudende inzet van mensen en middelen in de diverse digitaliseringsprojecten leidt tot zichtbare resultaten. De Commissie is positief over de zorgvuldige wijze waarop binnen de Rechtspraak de gesprekken worden gevoerd over de implementatie van AI in werkprocessen. Ook de verdere investeringen door het OM in de IT-systemen naar aanleiding van een incident in de zomer van 2025 is volgens de Commissie positief. Het kabinet is verheugd dat de Commissie de vooruitgang die is geboekt erkent en hier waardering voor uitspreekt. Het kabinet onderschrijft het belang van verdere digitalisering, met blijvende aandacht voor een zorgvuldige en verantwoorde toepassing van AI.

De Commissie constateert verder dat er significante vooruitgang is geboekt in de opvolging van de aanbeveling om personeelstekorten en moeilijke arbeidsomstandigheden in het justitieel stelsel aan te pakken. De koers die is ingezet om het personeelsbestand van de rechtspraak te versterken, heeft effect gehad. De structurele capaciteit aan rechters is vorig jaar licht toegenomen en ook het aantal gerechtsambtenaren blijft groeien. De uitbreiding van capaciteit is en blijft volgens het kabinet noodzakelijk.19 De Rechtspraak zet daarom nog steeds volop in op het opleiden van nieuwe rechters. Ook wordt gewerkt aan het structureel maken van de zogeheten tijdelijke ’70 plus regeling’. Gestreefd wordt naar het indienen van het wetsvoorstel daarover bij de Tweede Kamer voor 16 november 2026.20 In de komende periode zet het kabinet samen met de Rechtspraak de ingeslagen positieve koers voort in de aanpak van werkdruk en personeelstekorten in de rechtspraak.

De Commissie is ook positief over de investering in de vergoedingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand die per 1 februari 2026 is gedaan. Uit het EJS blijkt dat Nederland goed scoort op de vergoedingen voor straf en civiele zaken.21 Het kabinet verwelkomt deze positieve beoordeling en onderschrijft het belang van een duurzaam stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand voor de toegang tot het recht. Samen met de betrokken partijen uit het veld is een visie met concrete maatregelen voor de toekomst van de sociale advocatuur uitgewerkt.22 Onderdeel hiervan is de uitwerking van een kantoortoeslag, waarvan de Commissie in het rapport meldt dat deze nog ontbreekt.

Efficiëntie

De Commissie stelt dat de efficiëntie van het rechtsbestel in Nederland hoog blijft. De Commissie baseert zich hierbij op cijfers uit het EJS over de doorlooptijden, afhandelingspercentages en achterstanden.23 Het kabinet verwelkomt deze positieve beoordeling van de efficiëntie van het Nederlandse rechtsbestel.

De Commissie constateert op basis van informatie van de vakbond NVvR en Raad voor de Rechtspraak dat de gewenste verbetering in de doorlooptijden en werkvoorraden slechts gedeeltelijk is gerealiseerd na afronding van het programma Tijdige rechtspraak. Het kabinet onderschrijft dit. Binnen het programma zijn wel enkele belangrijke stappen gezet, onder andere op het gebied van roosteren en plannen, goede managementinformatie en verbetering van de begrijpelijkheid van communicatie aan rechtzoekenden.24 Daarnaast zijn de gerechten meer gaan samenwerken om succesvolle initiatieven en kennis te delen. Ook na de formele beëindiging van het programma Tijdige rechtspraak blijft de Rechtspraak zich inzetten voor het verbeteren van tijdigheid en voorspelbaarheid. De opbrengsten van het programma worden geïntegreerd in de werkprocessen van de Rechtspraak en verschillende initiatieven lopen door.

Pijler II – Anti-corruptiekader

Het kabinet is verheugd te lezen dat de opsporing en vervolging van corruptie in algemene zin door de Commissie als effectief wordt beoordeeld. Dit neemt niet weg dat waakzaamheid geboden blijft, zoals recente voorbeelden van corruptie laten zien.25 Het kabinet onderkent het belang van een blijvend stevige inzet op corruptiebestrijding en heeft daarom recent aangekondigd hoe zij de aanpak van corruptie aanscherpt.26 De aanpak bestaat uit zowel preventieve als repressieve maatregelen gericht op de private en publieke sector. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan onderwerpen waar het corruptierisico het hoogst en de weerbaarheid het laagst is. Dit gebeurt op basis van de inzichten uit de National Risk Assessment Corruptie (NRA) van het WODC,27 de themastudie ‘Criminele Inmenging’28 en het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland van het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit.29

Op EU-niveau is de Anti-Corruptierichtlijn op 31 mei 2026 in werking getreden.30 De Richtlijn draagt bij aan een gezamenlijke en effectieve Europese aanpak van corruptie. De Richtlijn harmoniseert onder andere de strafbaarstelling van corruptie-gerelateerde delicten in Europa, stelt eisen aan minimale maximumstraffen en verjaringstermijnen en verplicht tot het nemen van preventieve maatregelen. Nederland heeft twee jaar de tijd om de Richtlijn te implementeren. Het kabinet zal de Kamer op de hoogte houden van het wetgevingstraject.

De politie neemt verder diverse maatregelen om integriteit binnen haar organisatie te bevorderen en (politiële) corruptie te voorkomen en de weerbaarheid van de organisatie en de medewerkers te versterken. Eén van de maatregelen ziet op het monitoren van oneigenlijk gebruik van informatiesystemen waarin politiegegevens worden verwerkt (protective monitoring). Door afwijkend gedrag beter te detecteren en te analyseren zijn de informatiesystemen van de politie beter beschermd tegen interne dreigingen, de zogenaamde insider threat. Sinds 2025 wordt protective monitoring in de hele organisatie toegepast.

Het kabinet heeft in mei 2026 twee voorstellen naar de Tweede Kamer gestuurd ten behoeve van de herziening van de regels voor opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten door Kamerleden, ministers en staatssecretarissen. Dit omvat zowel een grondwetswijziging als een gewone wetswijziging. In september staat een technische briefing gepland waarin de Tweede Kamer feitelijk wordt geïnformeerd over de voorstellen, alvorens zij een schriftelijk verslag zullen uitbrengen over de voorstellen.

Vanuit het programma Weerbaarheid van de Rijksoverheid tegen Ondermijning (ministerie van BZK) worden met prioriteit maatregelen getroffen om de weerbaarheid van de bedrijfsvoering en medewerkers van de bestuursdepartementen en uitvoeringsorganisaties te verbeteren. Departementen en hun uitvoeringsorganisaties worden geholpen bij het opzetten van een Insider Risk Management programma, waarmee risico’s door goedgelovige, hulpvaardige, onoplettende of kwaadwillende medewerkers worden beperkt. Binnen het programma worden verschillende activiteiten en maatregelen ondernomen. De focus van het programma ligt met name op het vergroten van bewustwording van rijksorganisaties en hun medewerkers én protective monitoring. In opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is een toolkit opgeleverd, waarmee rijksorganisaties laagdrempelig een eigen risicoanalyse kunnen uitvoeren die gericht is op het onderkennen van corruptie- en ondermijningsrisico’s. De toolkit wordt ook met medeoverheden gedeeld. Gemeenten, provincies en waterschappen willen graag vergelijkbare stappen zetten als het Rijk om weerbaarder te worden tegen corruptie. 31

Aanbeveling I: Wettelijke bepalingen invoeren om strengere transparantieregels inzake lobbyactiviteiten vast te stellen voor leden van de regering en het parlement.

De Commissie constateert dat beperkte vooruitgang geboekt in de opvolging van de aanbeveling inzake strengere transparantieregels voor lobbyactiviteiten voor leden van de regering en het parlement. De Commissie beveelt Nederland aan om wettelijke bepalingen in te voeren om strengere transparantieregels inzake lobbyactiviteiten vast te stellen voor leden van de regering en het parlement.

In een Kamerbrief van 8 mei jl. heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aangekondigd dit najaar een hoofdlijnenbrief te sturen met de contouren van het lobbyregister.32 Die brief omvat in ieder geval een wetgevingstraject. In het coalitieakkoord is reeds aangekondigd dat dit register praktisch en werkbaar moet zijn voor zowel de overheid als belangenbehartigers.

Integriteitsbeleid Rijksambtenaren

De Commissie verwijst naar de herziening van de Gedragscode Integriteit Rijk voor rijksambtenaren, die zich op dit moment in de afrondende fase bevindt. Naar verwachting treedt deze einde van dit jaar in werking. De Commissie merkt op dat speciale adviseurs op het gebied van ethiek en integriteit ter beschikking worden gesteld aan de politieke assistenten van ministers. In de kabinetsreactie op het onafhankelijk advies over het integriteitskader van politiek assistenten van bewindspersonen heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezegd dat binnen elk departement één of twee van de bestaande vertrouwenspersonen worden aangewezen als preferente vertrouwenspersoon voor de politiek assistenten.33 Departementen hebben dit inmiddels geregeld.

De Commissie merkt verder op dat de Algemene Rekenkamer in 2027 zal beoordelen of de door de regering genomen maatregelen ter verbetering van de integriteit tegemoet komen aan de punten van zorg die de Algemene Rekenkamer in zijn controle van 2025 aan de orde heeft gesteld.34 In reactie op het rapport ‘Integriteit als basis’ van de Algemene Rekenkamer uit 2024 heeft de minister aangegeven de coördinerende rol voor het integriteitsbeleid binnen de sector Rijk actiever in te gaan vullen.35 Hierop zijn verschillende acties ondernomen. Zo is het streven aan het einde van dit jaar een visie op integriteit en sociale veiligheid op te leveren waarin duidelijk wordt hoe de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zijn coördinerende rol invult.

De herziening van de regeling inzake vermogens- en belangenverklaringen

In september 2025 heeft het toenmalig kabinet de procedure voor aantredend bewindspersonen, waaronder ook het kader voor zakelijke en financiële belangen, geactualiseerd. Daarbij zijn de belangrijkste uitgangspunten ten aanzien van het afleggen van nevenfuncties, het op afstand plaatsen van conflicterende zakelijke belangen en de wijze waarop hierover verantwoording wordt afgelegd ongewijzigd gebleven.

Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen

De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen is per 20 februari 2026 in werking getreden. Dit is een belangrijke stap in het stellen van integriteitsregels voor bewindspersonen voor na het ambt. De adviezen van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (ARPA) worden sindsdien openbaar gemaakt op het moment dat gewezen bewindspersonen het ambt na advisering aanvaarden. Binnen drie jaar zullen de doeltreffendheid en de effecten van de regels in de praktijk worden geëvalueerd.

Wet op de politieke partijen

Het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp) is op 12 mei 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. De Wpp versterkt de onafhankelijke positie van politieke partijen door hun wettelijke positie duidelijker te regelen, de transparantie verder te vergroten en de bestaande regels voor politieke partijen zoveel mogelijk in één wet te bundelen. Op 7 en 14 december a.s. vindt een wetgevingsoverleg plaats in de Tweede Kamer.

Klokkenluiders

De Commissie merkt op dat het kabinet zich beraadt over mogelijke wijzigingen van de wetgeving inzake klokkenluiders. De Kamer is in een brief van 10 juli 2025 hierover geïnformeerd.36 Zo is in deze brief toegelicht dat de algemene maatregel van bestuur over anoniem melden niet verder in procedure wordt gebracht en betrokken wordt bij het komende wetsvoorstel ter aanpassing van de Wet bescherming klokkenluiders. Dit geldt ook voor het onderwerp toezicht en handhaving. De Commissie noemt verder dat in 2026 een evaluatie gepland staat van de wetgeving inzake klokkenluiders. De uitkomst van de wetsevaluatie wordt ook betrokken bij de vraag of aanpassing van regelgeving nodig is.

Pijler III – Mediapluriformiteit- en vrijheid

Aanbeveling II: de werkzaamheden met betrekking tot de handhaving van journalistieke normen door de publieke media voortzetten.

De Commissie concludeert dat het Commissariaat voor de Media (CvdM) efficiënt en onafhankelijk blijft opereren. De Commissie gaat in het rapport in op de toereikendheid van de Raad voor de Journalistiek, de toezichthoudende rol van het CvdM op de naleving van de aanbevelingen uit 2024 uit het rapport van de Onderzoekscommissie Gedrag en cultuur omroepen (OGCO) en beschrijft de meerjarige strategie 2025-2030 van het CvdM.

Over eerder geconstateerde zorgen over de toereikendheid van de Raad voor de Journalistiek meldt de Commissie dat de impact van de genomen maatregelen nog moet blijken maar dat uit het jaarverslag van de Raad over 2024 blijkt dat de initiatieven in de praktijk goed werken. Het aantal klachten is toegenomen, waarvan een groot deel om verschillende redenen niet in behandeling is genomen.37 De volledige effecten van de maatregelen moeten daarom nog blijken.

De Commissie gaat in het rapport verder in op de geplande hervorming van de landelijke en lokale publieke omroep. Het wetsvoorstel om de landelijke publieke omroep te hervormen gaat binnenkort in internetconsultatie en wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 aan de Tweede Kamer gestuurd. De Commissie constateert dat met de hervorming voortgang wordt geboekt ten aanzien van de implementatie van aanbevelingen voor een veilige werkomgeving. Het verzoek voor de implementatie van dergelijke aanbevelingen werd onder andere gedaan door journalistenverenigingen, in reactie op het actieplan van de NPO voor de opvolging van het rapport van de Onderzoekscommissie Gedrag en cultuur (OGCO). De journalistenverenigingen wezen in navolging van het plan in het bijzonder op de onzekerheid rondom de positie van journalisten als gevolg van onduidelijke besluitvormingsstructuren binnen de landelijke publieke omroep en de prevalentie van tijdelijke contracten. Andere belanghebbenden constateren enkele verbeteringen naar aanleiding van het actieplan van de NPO. Het wetsvoorstel ter versterking van de lokale publieke omroepen is op 2 juli 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De beoogde inwerkingtreding van het voorstel is op 1 november 2026.

Uitdagingen met betrekking tot een hoge mate van mediaconcentratie en beperkte transparantie over media-eigendom blijven volgens de Commissie bestaan. Daarbij wordt aangegeven dat het kabinet voornemens is om, in het kader van de implementatie van de Europese Mediavrijheidsverordening (EMFA), wetgeving voor te stellen over de beoordeling van mediaconcentraties met mogelijk een aanzienlijke impact op mediapluralisme en redactionele onafhankelijkheid. Verder merkt de Commissie op dat een zeer hoog risico met betrekking tot de transparantie van media-eigendom bestaat (vergeleken met een hoog risico in het rapport van 2025). Het CvdM heeft daarbij aangegeven problemen te ondervinden bij het verkrijgen van informatie over media-eigendom wegens gebrek aan bevoegdheden, met name bij complexe financiële constructies. Het kabinet verwacht dat dit probleem wordt ondervangen door de verplichting uit de EMFA aan mediabedrijven om transparantie te verlenen over het eigendom.

Met betrekking tot de fusie tussen DPG Media en RTL Nederland is het volgens belanghebbenden te vroeg om te rapporteren over de effecten op het Nederlandse medialandschap van de structurele voorwaarden die de ACM op heeft gelegd. De brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven heeft de noodzaak benadrukt om de verdienmodellen van lokale commerciële nieuwsmedia te beschermen. In lijn met de bevindingen van vorig jaar, geeft de Monitor voor de pluriformiteit van de media 2026 aan dat de risico's voor de pluriformiteit van de mediamarkt weliswaar middelmatig tot hoog zijn, maar dat het risico voor de redactionele onafhankelijkheid nog steeds als zeer laag wordt beschouwd.

De Commissie constateert hiernaast dat verdere stappen gezet zijn om de veiligheid van journalisten te waarborgen en dat het PersVeilig-initiatief nog steeds wordt gewaardeerd door belanghebbenden en de overheid en wordt gezien als een belangrijke factor in het vergroten van de veiligheid van journalisten, zowel online als offline. De Commissie verwijst naar een brief van 25 februari 2026 aan de betrokken ministers waarin belanghebbenden opriepen om politici ter verantwoording te roepen voor opmerkingen die de onafhankelijkheid en integriteit van de media in twijfel trekken en de redactionele onafhankelijkheid en persvrijheid belemmeren.38 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft met de initiatiefnemers hierover gesproken en blijft met hen in gesprek. Verder benoemt de Commissie het belang van handhaving tegen online bedreigingen aan het adres van journalisten.

Het wetsvoorstel tot (volledige) omzetting van de anti-SLAPP-richtlijn39, is op 7 juli 2026 aangenomen door het parlement en is op 14 juli 2026 in werking getreden40. De richtlijn is grotendeels geïmplementeerd door bestaand recht, te weten bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Boek 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. Dat heeft als voordeel dat die bepalingen nu ook al kunnen worden toegepast in nationale gevallen, die op zichzelf buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen. Alleen de in de richtlijn opgenomen maatregel van zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding moest nog worden geïmplementeerd. Omdat de richtlijn alleen betrekking heeft op grensoverschrijdende gevallen, geldt die maatregel nu alleen voor die grensoverschrijdende gevallen. Het voornemen is echter om deze maatregel op zo kort mogelijke termijn ook voor nationale gevallen te introduceren en een wetsvoorstel daartoe voor te bereiden, zoals toegezegd aan het parlement.

Wet open overheid

De Commissie merkt de inzet van het kabinet op om de toegang tot overheidsinformatie te verbeteren, onder meer door een versterkte focus op actieve openbaarmaking onder de Wet open overheid (Woo). Op dit moment werkt het kabinet, in samenwerking met medeoverheden, aan de implementatie van de actieve openbaarmaking van zeventien verplichte informatiecategorieën en aan de wijze waarop overheden invulling geven aan de inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking, met een focus op betekenisvolle transparantie.41 Het kabinet herkent het beeld dat de afhandelingstermijnen van Woo-verzoeken nog te vaak worden overschreden en blijft daarom werken aan verbetermaatregelen, zoals opgenomen in de kabinetsreactie op de Woo-invoeringstoets.42 Deze zomer start een interbestuurlijke werkgroep met als doel te komen tot een efficiënter, responsiever en navolgbaar Woo-proces. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden tot dejuridisering en het verkorten van parafenroutes om besluitvorming te versnellen. Toegang tot overheidsinformatie en transparantie zijn van groot belang voor een goed functionerende democratische rechtsstaat. Het kabinet blijft zich, mede op basis van het onderzoek naar de uitvoeringslasten van de Woo en de aankomende wetsevaluatie, inzetten voor een goed functionerend en uitvoerbaar openbaarheidsstelsel.

Pijler IV – Overige zaken m.b.t. checks and balances

De Commissie concludeert dat enige vooruitgang is geboekt met betrekking tot de aanbevelingen van de staatscommissie rechtsstaat. Het kabinet onderschrijft de voortgang op de uitvoering van de aanbevelingen van de staatscommissie ent zet zich onverminderd in voor het versterken van de rechtsstaat zoals ook uit het coalitieakkoord blijkt.43 Ook vindt op 7 september 2026 in het kader van de 'Week van de Rechtsstaat' een eerstvolgende rechtsstaatdialoog plaats met de verschillende staatsmachten. In overeenstemming met de aanbeveling van de staatscommissie blijft dit kabinet zich inzetten voor een terugkerende rechtsstaatdialoog, zodat signalen over de effecten van de rechtsstaat in de samenleving binnen de staatsmachten onderling kunnen worden uitgewisseld. Verder merkt de Commissie op dat de hervorming van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet meer aan de orde is, maar dat de Raad van State wel nog met de regering van gedachten wisselt over sterkere wettelijke waarborgen voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke functie binnen de Raad van State.

De Nederlandse Orde van Advocaten en de Raad voor de Rechtspraak merken volgens de Commissie op dat in verschillende wetgevingsinitiatieven de procedurele waarborgen worden verzwakt, onder meer door de afschaffing van één niveau van rechterlijke toetsing in de standaard bestuursrechtelijke beroepsprocedures in twee fasen. Dergelijke maatregelen werden door enkele departementen getroffen om de behandeltijd van bestuursrechtelijke beroepen te versnellen. Het kabinet werkt aan een afwegingskader voor departementen om te stimuleren dat er bij het treffen van versnellingsmaatregelen altijd balans bestaat met rechtsbescherming, rechtsvorming en rechtseenheid. Ook wordt een wetsvoorstel in procedure gebracht om de bestuursrechter de gelegenheid te geven de beroepszaken sneller te behandelen.

College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman

Het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale ombudsman voeren volgens de Commissie hun mandaat nog altijd op effectieve wijze uit. Het kabinet acht het van belang dat beide instituties hun onafhankelijke rol effectief kunnen blijven vervullen. Daarnaast heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid de Beleidsagenda Caribisch Nederland 2026–2030 gepubliceerd, waarin onder meer prioriteiten zijn opgenomen om de rechtsstaat in Caribisch Nederland te versterken. Het kabinet blijft zich hiermee inzetten voor de verdere versterking van de rechtsstaat en de bescherming van grondrechten in Caribisch Nederland.

Demonstratierecht

Eind december 2025 is het onderzoek van het WODC naar demonstratierecht verschenen en is aan het parlement aangeboden.44 De hoofdconclusie van het WODC-rapport is dat de Wet openbare manifestaties (Wom) in combinatie met andere wet- en regelgeving, in beginsel voldoende ruimte biedt voor zowel de uitoefening van het demonstratierecht als het beperken van de demonstraties waar dat noodzakelijk is gelet op andere rechten, vrijheden en belangen.45 Deze hoofdconclusie heeft het toenmalige kabinet overgenomen. Het huidige kabinet heeft in het coalitieakkoord de wens uitgesproken om het wettelijk kader op een aantal punten aan te passen. Zo wordt een bevoegdheid voor burgemeesters tot het verplaatsen van groepen personen geïntroduceerd, wordt in de Wom een verwijzing naar de noodbevoegdheden uit de Gemeentewet opgenomen en wordt de strafbepaling van de Wom aangepast zodat de rechter strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder kan wegen.46 Op dit moment bereidt het kabinet een reactie voor op het WODC-rapport, evenals op het rapport van de Nationale ombudsman naar demonstratierecht.47 Deze reactie zal begin september naar het parlement gestuurd worden.

Vertrouwen in investeringsbescherming en onafhankelijkheid van de ACM

Het kabinet verwelkomt het positieve beeld dat de Commissie geeft over de rechtsbescherming van ondernemingen in Nederland. Zo heeft 71% van de ondervraagde ondernemingen veel of redelijk veel vertrouwen in de bescherming van investeringen door wetgeving en rechtspraak, een stijging ten opzichte van 68% in 2025. Ook beoordeelt 67% van de ondernemingen de onafhankelijkheid van de ACM als (zeer) goed. Dit percentage is wel gedaald ten opzichte van 2025 (75%). Het kabinet vindt het van belang het vertrouwen van ondernemingen in onafhankelijke en effectieve instituties op een hoog niveau te houden.

Een sterke rechtsstaat is niet alleen van fundamenteel belang voor burgers, maar vormt ook een belangrijke randvoorwaarde voor een goed functionerende interne markt. Onafhankelijke rechtspraak, effectieve rechtsbescherming en betrouwbare instituties dragen bij aan rechtszekerheid en het vertrouwen van ondernemingen om te investeren en grensoverschrijdend actief te zijn. Daarbij zijn ook duidelijke en voorspelbare regelgeving en het terugdringen van onnodige regeldruk van belang. Het kabinet blijft zich daarom inzetten voor een voorspelbaar en werkbaar regelgevend kader en een aantrekkelijk ondernemings- en investeringsklimaat, met behoud van effectieve rechtsbescherming.

De minister van Buitenlandse Zaken,




T.B.W. Berendsen

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Pieter Heerma

De minister van Onderwijs, Cultuur

en Wetenschap,

Rianne Letschert

De minister van Justitie en Veiligheid,

David van Weel

De minister van Justitie

en Veiligheid,

D.M. van Weel

De Staatssecretaris van Justitie

en Veiligheid,

Claudia van Bruggen


  1. 2026 Rule of law report - Communication and country chapters - European Commission.↩︎

  2. De rechtsstaatrapporten van 2020-2025 zijn te vinden op de website van de Commissie: Annual Rule of Law Cycle - European Commission.↩︎

  3. De ontvangen bijdragen zijn te vinden op de website van de Commissie: 2026 Rule of law report - targeted stakeholder consultation - European Commission.↩︎

  4. Kamerstuk 21 501-02, nr. 3320.↩︎

  5. Kamerstuk 21 501-01, nr. 3292.↩︎

  6. Zie voor het afgelopen jaar o.a. motie van de leden Paternotte en Van Campen van 13 maart 2025, Kamerstuk 21 501-02, nr. 3079; motie van het lid Van Campen c.s. van 27 maart 2025, Kamerstuk 21 501-08, nr. 986; motie van het lid Klaver c.s. van 12 juni 2025, Kamerstuk 36 715, nr. 6; motie van het lid Dassen van 3 juni 2025; motie van het lid Dassen c.s. van 16 oktober 2025, Kamerstuk 21 501-20, nr. 2299 en motie van Van Campen en Dassen, Kamerstuk 21 501-02, nr. 2308.↩︎

  7. Kamerstuk 21 501-02, nr. 3383 en Kamerstuk 36 866, nr. 9.↩︎

  8. Zie ook Kamerstuk 21 501-02, nr. 2894.↩︎

  9. Kamerbrief inzake update Nederlandse inzet ten aanzien van de onderhandelingen over het MFK en het EMB 2028-2034, Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  10. Kamerstuk 23 987, nr. 412.↩︎

  11. Kamerstuk 22 112, nr. 4247.↩︎

  12. Kamerstuk 22 112, nr. 4208 en nr. 4346.↩︎

  13. THE 2026 EU JUSTICE SCOREBOARD.↩︎

  14. Fig. 48 en 50.↩︎

  15. Fig. 52, 54 en 58.↩︎

  16. Kabinet stuurt wetsvoorstel constitutionele toetsing naar Raad van State | Rijksoverheid.nl.↩︎

  17. Kamerstuk 29 911 , nr. 495; Kamerstuk 24 587, nr. 1089; Kamerstuk 24 587, nr. 1133.↩︎

  18. Fig. 39, 40-42, 44-45 en 46-47.↩︎

  19. https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/raad-voor-de-rechtspraak/jaardocumenten/jaarverslag-rechtspraak-2025, p. 33.↩︎

  20. Kamerstuk 29 279, nr. 1016 en Kamerstuk 36 358, C.↩︎

  21. Fig. 24 en 25; en Kamerstukken 31 753, nr. 312.↩︎

  22. Kamerstukken 31 753, nr. 315.↩︎

  23. Fig. 4-8, 9-11 en 12-14.↩︎

  24. https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/raad-voor-de-rechtspraak/jaardocumenten/jaarverslag-rechtspraak-2025.↩︎

  25. Zie voor voorbeelden de recente Kamerbrief Verscherping gecoördineerde corruptieaanpak, Kamerstuk 29 911, nr. 510.↩︎

  26. Kamerstuk 29 911, nr. 510.↩︎

  27. Kamerstuk 31 477, nr. 123.↩︎

  28. Themastudie SKC - Criminele Inmenging.↩︎

  29. Kamerstuk 29 911, nr. 505.↩︎

  30. Richtlijn - EU - 2026/1021 - EN - EUR-Lex.↩︎

  31. Kamerstuk 29 911, nr. 510.↩︎

  32. Kamerstuk 28 844, nr. 303.↩︎

  33. Kamerstuk 28 844, nr. 297.↩︎

  34. Bijlage bij Kamerstuk 36 945 VII, nr. 2.↩︎

  35. Kamerstuk 28 844, nr. 254.↩︎

  36. Kamerstuk 35 851, nr. 74.↩︎

  37. De Raad voor de Journalistiek heeft verschillende gronden om hiertoe te beslissen. In het merendeel van de gevallen moest de klager zich eerst tot het medium wenden en heeft de klacht vervolgens niet wordt doorgezet. Hierover geeft de Raad in het jaarverslag een toelichting. Zie: Jaarverslag 2025, Raad voor de Journalistiek (2026) p.33 https://rvdj.nl/assets/uploads/2026/06/2025-jaarverslag-RvdJ.pdf.↩︎

  38. Brief van 25 februari 2026 aan de ministers Letschert en Van Weel, ondertekend door NDP Nieuwsmedia, Nederlandse Vereniging van Journalisten, Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en Free Press Unlimited, Free Press Unlimited (2026).↩︎

  39. Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad.↩︎

  40. Staatsblad 2026, 185 en 197.↩︎

  41. Resp. art. 3.3 en 3.1 van de Woo. Zie verder Kamerstuk 32 802, nr. 132.↩︎

  42. Kamerstuk 32 802, nr. 94.↩︎

  43. Zie paragraaf ‘Veilig Nederland, sterke samenleving’ in Coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’.↩︎

  44. Kamerstukken 34 324, nr. 39.↩︎

  45. N.J.L. Swart e.a., Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat (WODC-rapport 3548), Den Haag: WODC 2025.↩︎

  46. Kamerstuk 34324, nr. 40.↩︎

  47. Nationale ombudsman, ‘Sta voor protest! Een onderzoek naar de mate waarin de overheid het demonstratierecht behoorlijk beschermt en faciliteert’, 26 mei 2026, publicatienummer: 20260043.↩︎