Lijst van vragen over de initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (Kamerstuk 36773)
Initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven”
Lijst van vragen
Nummer: 2026D05858, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-09 10:34, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z12986:
- Indiener: I. Rooderkerk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: J.A. Vijlbrief, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-07-03 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-09-02 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-06 10:00: Initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (vragen aan de indiener) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Lijst van vragen
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen voorgelegd aan de leden Rooderkerk en Vijlbrief over de initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief “Lezen voor je leven” (Kamerstuk 36 773, nr. 2).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
| Nr | Vraag |
| 1 | Voor hoeveel extra regels gaat dit zorgen en in hoeverre staat dat in verhouding met de opbrengst? |
| 2 | Op welke punten zouden bibliotheken in heel Nederland in ieder geval
moeten worden versterkt, opdat mensen er niet alleen terecht kunnen voor boeken, maar ook voor hulp bij laaggeletterdheid, digitale hulp en taallessen? |
| 3 | Kunt u specificeren welke “domme en asociale bezuinigingen”, waarvoor kabinet-Schoof heeft gekozen, wat de initiatiefnemers betreft in ieder geval van de baan moeten teneinde het beoogde fundament op te bouwen? |
| 4 | In hoeverre komt de vermelde gedachte dat elke school een schoolbibliotheek verdient als basisvoorziening overeen met de uitvoering van de motie Moorman c.s. over een toegankelijke bibliotheekvoorziening in elke school in het funderend onderwijs (Kamerstuk 36 699, nr. 27)? |
| 5 | Wat betekent een voldoende halen voor Nederlands voor kinderen met (ernstige) dyslexie of andere taalproblemen? |
| 6 | Wat zou volgens u de consequentie zijn - en wat zou de consequentie moeten zijn - voor een leerling als deze geen voldoende voor Nederlands haalt? |
| 7 | Welk effect op het slagingspercentage verwacht u indien een 6 als minimaal eindcijfer voor Nederlands wordt ingevoerd? |
| 8 | Hoe weegt u het risico van het voortijdig schoolverlaten bij vmbo-leerlingen die niet aan de taaleis kunnen voldoen van minimaal een voldoende voor Nederlands? |
| 9 | Hoe kijkt u aan tegen de spanning tussen kleinere klassen die vragen om meer personeel en meer lokalen enerzijds en de personeelstekorten en onvoldoende beschikbare huisvesting anderzijds? |
| 10 | Vindt u dat de doorstroomtoets in de huidige vorm op de juiste leeftijd wordt afgenomen? |
| 11 | Hoe verhoudt het schrappen van begrijpend lezen, dat de initiatiefnemers voor ogen staat, zich tot de verkenning hoe schrijfvaardigheid beter valt te toetsen in centrale examens, waar de Kamer om heeft gevraagd met het aannemen van de motie Haage (Kamerstuk 31 293, nr. 838)? |
| 12 | Waarom is digitale geletterdheid geen prioriteit van u als initiatiefnemers? |
| 13 | Waarom focust u zich alleen op daadwerkelijke leesvaardigheid, schrijfvaardigheid, woordenschat, kennisopbouw en reflectie? |
| 14 | Welk budget wilt u vrijmaken voor extra ondersteuning? Wilt u een einde maken aan de mogelijkheid voor ouders om bijles te betalen voor hun kinderen? |
| 15 | Waar haalt u, in tijden van een groot lerarentekort, deze leerkrachten vandaan? |
| 16 | Welke criteria legt u precies aan voor “een actuele, diverse schoolbibliotheek als basisvoorziening”? |
| 17 | Zorgt dit juist niet voor meer onnodige regels? |
| 18 | Hoe kijkt u naar de vraag van het onderwijs voor actuele lesmaterialen? |
| 19 | In hoeverre is “een volwaardige schoolbibliotheek in samenwerking met de lokale bibliotheek” méér dan “een actuele, diverse schoolbibliotheek als basisvoorziening”? |
| 20 | Wat betekent uw voornemen om de drempel om de bibliotheek te bezoeken zo laag mogelijk te laten zijn voor financiële drempels die daarbij dan nog wel aanvaardbaar zijn en welke beslist niet? |
| 21 | Hoe verhoudt uw wens om het curriculum te herzien zich tot de nieuwe kerndoelen die dit jaar door de Kamer worden vastgesteld? |
| 22 | In hoeverre staat u voor ogen dat, nadat de kerndoelen voor het vak Nederlands worden herzien en het centraal examen Nederlands wordt vervangen door toetsen die taalbeheersing objectief en criteriumgerelateerd meten, én een voldoende voor het vak Nederlands verplicht wordt voor het behalen van een VO-diploma, het College voor Toetsen en Examens de N-termen telkens weer mag aanpassen? |
| 23 | Hoe kijkt u bij het beslispunt om de werkdruk van leraren te verlagen en ruimte te creëren voor vakmanschap en lesvoorbereiding, aan tegen de zorgtaken voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte in relatie tot inclusief onderwijs? |
| 24 | Kunt u een indicatie geven van de “landelijke minimumeisen en structurele financiering” die u bij de verplichte Taalhuizen in de bibliotheek, in iedere gemeente als centraal knooppunt voor laaggeletterdheid, voor ogen staan? |
| 25 | Voor welk deel wordt de gewenste “investering in leesbevordering, uitbreiding van de bibliotheek op school, meer tijd voor schoolontwikkeling van onderwijsteams en de aanpak laaggeletterdheid via Taalhuizen en gemeenten” gedekt door inverdieneffecten met de economische groei, waartoe deze leidt? |