7e vergadering, dinsdag 29 september 2026
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 148 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en de heer Aartsen, minister van Werk en Participatie, mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 29 september 2026.
Vragen Schenk
Vragen Schenk
Vragen van het lid Schenk aan de minister van Werk en Participatie over het bericht "Bedrijven willen niet langer twee jaar loon doorbetalen bij ziekte: 'Wij durven geen mensen meer in dienst te nemen'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerst het woord aan de heer Schenk voor zijn mondelinge vragen namens Forum voor Democratie aan de minister van Werk en Participatie, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Als u zover bent, meneer Schenk, dan heeft u het woord.
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Een aantal weken terug sprak ik met een ondernemer die een aantal jaar geleden een installatiebedrijf is begonnen. Eerst werkte hij alleen, maar al snel groeide het aantal klussen en bestond dus de mogelijkheid om ook personeel aan te gaan nemen. Zijn bedrijfje werd groter en bereikte mooie dingen. Deze ondernemer leidde jonge monteurs op, bood sommigen van hen een vaste baan aan en bouwde zijn onderneming stap voor stap uit tot een bedrijf dat uiteindelijk acht werknemers had. Tot een van zijn monteurs langdurig uitviel: vanaf dat moment moest deze ondernemer niet alleen het loon van die monteur, zijn zieke werknemer dus, twee jaar lang blijven doorbetalen, hij moest ook vervanging zien te vinden in een sector met grote personeelstekorten, een re-integratiebureau betalen, aan allerlei administratieve verplichtingen voldoen en aan allerlei wettelijke verplichtingen die hem werden opgelegd voldoen. Voortdurend moest hij ook rekening houden met een mogelijke sanctie wanneer iets niet goed zou gaan. Ondertussen liepen logischerwijs de reguliere werkzaamheden die hij met zijn bedrijfje verrichtte gewoon door. Deze ondernemer maakte in sommige gevallen uiteindelijk bijna 100 uur per week om zijn klanten te bedienen en bovenal zijn bedrijf overeind te houden. De maat was uiteindelijk vol: hij nam geen personeel meer aan en besloot zo'n twee jaar terug zelfs om volledig te stoppen.
Voorzitter. Dit verhaal staat helaas niet op zichzelf. Dit is de realiteit waarmee Nederlandse ondernemers worden geconfronteerd. Eén langdurig zieke werknemer kan een klein bedrijf simpelweg volledig ontwrichten. Ondernemers willen wel mensen aannemen, maar moeten daarbij een onaanvaardbaar risico dragen bij een mogelijke ziekte. Een groot deel van de Nederlandse werkgevers noemt de verplichtingen rond ziekte en arbeidsongeschiktheid expliciet als belemmering bij het aannemen van personeel. Dit probleem voor voornamelijk mkb'ers is binnen de politiek al jaren bekend, maar verschillende kabinetten, meerdere aangenomen moties en zelfs bedrijven die in de tussentijd zijn omgevallen, hebben nog niets kunnen veranderen aan de realiteit. Ondernemers in Nederland zitten vast aan maar liefst twee jaar loondoorbetaling wanneer een werknemer langdurig ziek uitvalt. Dat is de langste loondoorbetaling bij ziekte van heel Europa.
Nu presenteert de minister zes mogelijke scenario's, maar nog geen concrete oplossing. Het is nu de bedoeling dat er opnieuw verder wordt gesproken, dat er debatten gaan plaatsvinden en dat sociale partners er weer iets van gaan vinden, maar daar heeft die mkb'er op dit moment niks aan. Ik vraag de minister dus om spoedige actie. Welke van de zes uitgewerkte mogelijkheden heeft zijn voorkeur? Wanneer wil hij een concreet voorstel aan de Kamer voorleggen? Wat zegt hij tegen die ondernemers die jarenlang smeken om verlichting, maar morgen nog steeds kopje-onder kunnen gaan vanwege een systeem waarin zij maar liefst 104 weken loon moeten doorbetalen? Ik zeg er nog maar eens bij dat dat de langste loondoorbetaling bij ziekte is van heel Europa.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Aartsen:
Dank, meneer de voorzitter. Dank aan de heer Schenk voor zijn vragen, uiteraard. Het voorbeeld van de monteur dat de heer Schenk noemt, is, helaas, bekend. Dat is ook de reden waarom dit kabinet een belangrijke ambitie heeft neergezet. Dat is de ambitie om ervoor te zorgen dat de loondoorbetaling bij ziekte voor in ieder geval het mkb weer werkbaar gaat worden. Dat doen we om twee redenen. De eerste is dat we zien dat het voor heel veel ondernemers, maar vooral voor kleine ondernemers, echt een zware last is. Europees lopen we inderdaad zwaar uit de pas. De last van loondoorbetaling bij ziekte is voor het hele bedrijfsleven bijna 20 miljard euro. 20 miljard euro zijn bedrijven kwijt aan die twee jaar loondoorbetaling. Maar er zijn inderdaad vooral risico's voor bedrijven zoals een schildersbedrijf met maar vijf medewerkers. Als een van die mensen zo lang ziek wordt of zo lang uitvalt, loop je als kleine ondernemer gewoon een enorm groot risico.
Het is echter ook belangrijk dat we dit probleem voor werkenden, dus voor werknemers, aanpakken. We zien namelijk gewoon in de arbeidsmarkt dat heel veel ondernemers het niet aandurven om vaste contracten te geven. Ze zeggen: "Ik durf dit risico niet aan, want als er wat gebeurt, als er iemand ziek wordt, loop ik zo'n groot risico. Laat ik dus maar een flexcontract aanbieden of een uitzendbureau inzetten." Het zijn dus juist die kwetsbare mensen die niet aan de bak komen, dus de mensen die de wind niet mee hebben gehad in het leven. Dat zijn mensen die bijvoorbeeld een ziekteverleden of een werkloosheidsverleden hebben. Zij krijgen geen vast contract, waar ze dus wel op zitten te wachten.
Voorzitter. Daarom zijn we aan de slag gegaan langs drie lijnen. Lijn 1: wat kunnen we doen aan de hoogte van de loondoorbetaling? Dat is die 100% die nu vaak in de praktijk wordt bijbetaald. Wat kunnen we doen aan de lengte, die 104 weken, twee jaar lang? Wat kunnen we nou doen aan die bureaucratische invulling, aan die rapportageverplichtingen die werkgevers tijdens die twee jaar ervaren? Daarover hebben wij gezegd: we maken een aantal scenario's om te delen met uw Kamer, maar ook met werkgevers en werknemers, zodat we daar samen over kunnen spreken. Er zitten namelijk voor- en nadelen aan.
De heer Schenk vroeg mij ook wat het kabinet nu doet. Los van het feit dat we werken aan die uiteindelijke permanente oplossing, zijn er drie dingen die wij doen. We werken op dit moment hard aan een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter. Ik heb gisterochtend zelf nog met kleine mkb'ers mogen spreken over zaken waar zij tegenaan lopen in de dagdagelijkse praktijk. Wij hebben een wetsvoorstel gemaakt ten aanzien van de zogeheten RIV-toets. Wij zorgen ervoor dat ondernemers niet meer bang hoeven te zijn voor een loonsanctie op het moment dat ze het advies van hun bedrijfsarts opvolgen. Het derde ding is dat er een wetsvoorstel bij u in de Kamer voorligt om kleine werkgevers vanaf het tweede ziektejaar meer duidelijkheid te geven.
Voorzitter. Is dit voor nu voldoende? Nee. We hebben de ambitie om echt aan de slag te gaan, maar de "afdeling makkelijke oplossingen" is al een tijd gesloten. We moeten dit goed doen. Daarom heb ik deze scenario's naar uw Kamer gestuurd. Ik zie uit naar het gesprek met uw Kamer en met werkgevers en werknemers, om te kijken hoe we dit probleem kunnen oplossen.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoor dat de minister veel van mijn zorgen, en de zorgen van een groot deel van de Kamer, erkent. Hij zegt terecht dat een vast contract niet aantrekkelijk is. Maar aan de andere kant doet het kabinet er ook van alles aan om flexwerken zo veel als mogelijk te ontmoedigen, met allerlei nieuwe wetten en regelgeving. Er zijn nu een aantal scenario's voorgesteld. Eentje daarvan is dat cao's als het ware opzij worden geschoven. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd dat er nog maar maximaal 70% mag worden doorbetaald in plaats van de 100% die in sommige cao's staat. Ik vraag mij sterk af of dat juridisch überhaupt mogelijk is. Daar hoor ik ook graag opheldering over van de minister.
Verder verwees hij naar drie dingen waar het kabinet nu mee bezig is, maar er is nog een vierde ding waar het kabinet mee bezig is en wat het eigenlijk nog absurder maakt: die transitievergoeding. Twee jaar lang heeft de werkgever loon doorbetaald, re-integratie georganiseerd, vervanging betaald en alle administratieve verplichtingen volbracht, maar wanneer er ontslag volgt, moet die ondernemer ook nog een transitievergoeding betalen. Het is nu mogelijk om daar compensatie voor te krijgen, maar het kabinet werkt aan een voorstel om die af te schaffen, waardoor er een nog grotere last bij de werkgever terechtkomt. Ik vraag de minister of hij in dat licht bereid is om het wetsvoorstel, op wat voor manier dan ook, niet naar de Kamer te sturen om zo die nog grotere last bij ondernemers weg te halen.
Minister Aartsen:
Het kabinet werkt niet alleen aan dit deel. In het coalitieakkoord staat ook de ambitie opgeschreven om te kijken of we iets kunnen doen aan de transitievergoeding na twee jaar ziekte. Ja, we doen wat aan de compensatie. Daar heeft de heer Schenk gelijk in. Tegelijkertijd zeggen we ook: als een ondernemer netjes twee jaar lang alle re-integratieverplichtingen heeft doorlopen, hoe rechtvaardig is het dan om ook nog een transitievergoeding te moeten betalen aan een medewerker? En dat terwijl je weet dat die medewerker niet de arbeidsmarkt op gaat, maar waarschijnlijk helaas in de WIA terechtkomt. De transitievergoeding is vooral bedoeld om mensen te helpen op de arbeidsmarkt. Dat is de reden waarom het kabinet heeft gezegd: dat is een belangrijke ambitie die wij hebben. Er wordt op dit moment hard gewerkt om te kijken hoe we dat handen en voeten kunnen geven. We kijken naar alle belemmeringen die er op dit moment zijn in de twee jaar loondoorbetaling, zowel de hoogte en de lengte als de bureaucratische belemmeringen.
Nogmaals, ik heb gisteren weer een aantal voorbeelden mogen horen. Dan denk je: jongens, dit moet toch beter kunnen? Het moet ook persoonlijker kunnen. Ik kom zelf uit een ondernemersnest. Heel veel ondernemers zeggen: "Mijn medewerkers zijn mijn familie. Ik weet wanneer ze jarig zijn en wanneer hun kinderen geboren zijn. Als ze 25 jaar getrouwd zijn, dan stuur ik een bosje bloemen. Maar op het moment dat ze ziek zijn, ben ik vanwege de wet- en regelgeving huiverig om een berichtje te sturen om te vragen hoe het met ze gaat en om een bosje bloemen te sturen na een operatie." Het is ook de ambitie van het kabinet om dat persoonlijke element terug te zien in de aanpak van loondoorbetaling bij ziekte.
De heer Schenk (FVD):
Ik sta nu op een andere plek, want mijn spreektijd achter het spreekgestoelte was om.
Dit antwoord is helaas toch niet helemaal bevredigend. De minister noemt van alles, maar er zijn ondernemers die er nu echt last van hebben. We kunnen weer allerlei gesprekken en debatten voeren, maar het is tijd dat het kabinet gewoon koers gaat kiezen en er zo snel mogelijk voor gaat zorgen dat de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte wordt afgeschaft of mogelijk wordt teruggebracht naar één jaar. Er is onlangs een motie aangenomen door de Kamer waarin de minister wordt gevraagd om voor 1 december met een voorstel te komen om het tweede jaar te collectiviseren. Wat gaat de minister doen met die motie? Want volgens mij is er Kamerbreed erkenning dat dit van tafel moet en dat ondernemers verlichting nodig hebben, dus ik hoop dat er zo spoedig mogelijk actie komt.
Minister Aartsen:
Dat doen we ook. We gaan daar zo spoedig mogelijk actie op ondernemen. We zorgen ervoor dat we dit verder gaan uitwerken. Als u de brief over de scenario's goed heeft gelezen, dan ziet u dat er nog twee andere dingen zijn toegevoegd aan de scenario's. Het eerste is een prijskaartje. Ik heb in de motie helaas niet gezien hoe het betaald moet worden. We moeten dit wel netjes doen. We moeten er ook voor zorgen dat we het netjes kunnen uitvoeren. In de scenario's staat ook aangegeven wat de uitvoeringsconsequenties zijn. Wij kunnen hier wel zeggen "we moeten het gewoon doen", maar het UWV moet het ook kunnen uitvoeren. Vraag één is: kan het UWV het uitvoeren? Zo nee, wat is er nodig zodat het UWV het wél kan uitvoeren? Als dat ingewikkeld is, kun je ook nadenken over andere routes dan het UWV om dit systeem uiteindelijk te kunnen uitvoeren. Ik blijf herhalen dat de "afdeling makkelijke oplossingen" niet bestaat. We moeten dit zorgvuldig doen. Vandaar de invulling van de scenario's, die ik naar u heb toegestuurd. Maar ik deel met uw Kamer de ambitie om iets te doen aan loondoorbetaling bij ziekte, zowel wat betreft de hoogte, de lengte als de bureaucratische invulling.
De heer Ceulemans (JA21):
Er werd door de heer Schenk en de minister al verwezen naar de zes scenario's die de minister naar de Kamer heeft gestuurd naar aanleiding van een aangenomen motie van JA21. Ik wil de minister het volgende vragen. Hij schetst verschillende scenario's over de hoogte en de duur. In Nederland wordt er 104 weken doorbetaald versus 2 en 6 weken in België en Duitsland. Dan kan er, ongeacht het prijskaartje, toch geen andere conclusie zijn dan dat er fundamenteel iets moet worden veranderd aan de duur? Politiek is uiteindelijk ook keuzes maken. Er is kennelijk geld om de bezuinigingen op SZW te schrappen en er is ontzettend veel geld om aan het klimaat te besteden, dus dan zou er ook geld beschikbaar moeten zijn ten faveure van het mkb.
Minister Aartsen:
Nogmaals, de ambitie is gedeeld. We willen echt kijken hoe we dit kunnen doen, samen met werkgevers en werknemers. We moeten wat doen aan dit probleem. Ik merk ook dat er heel veel partijen zijn die hier iets aan willen veranderen, maar we moeten dat ook wel netjes en zorgvuldig doen. Dat betekent ook dat er een financiële dekking bij hoort. De komende periode ga ik graag met uw Kamer het gesprek aan, maar ook met de werkgevers en de werknemers, over hoe we dit op een goede manier kunnen oplossen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank aan de minister voor deze brief. Het is in ieder geval een startpunt van een broodnodige discussie; dat ben ik zeer met hem eens. We moeten vooral de kleine mkb'ers helpen om deze enorme financiële strop iets te verlichten. Over die bureaucratie hebben we als Kamer gezegd dat moet worden gekeken naar de knelpunten in de Wet poortwachter. Daar is ook een motie van mijn hand over aangenomen. De analyse van die knelpunten zouden we voor de zomer krijgen, maar die heb ik nog niet gezien. Het is juist van belang voor de werkgevers dat zij in de tijd dat een werknemer ziek is, niet een enorme druk van boetes boven het hoofd hebben als ze al die verplichtingen niet goed na zouden komen. Wanneer krijgen we die brief?
Minister Aartsen:
Een terecht punt. We hebben gezegd dat die knelpuntenanalyse er moet komen. We hebben ook gezegd dat we dat niet vanaf een ivoren toren en een bureau moeten doen; we willen dat samen met onder andere ondernemers doen. Gisteren was de ondernemerssessie ten aanzien van de knelpuntenanalyse. Dat was een goede sessie. Ik mocht er zelf een halfuur bij zijn om ook met die ondernemers te bespreken waar ze tegen aanlopen. Die verhalen zijn echt heel waardevol, omdat het soms echt gewoon op hele praktische zaken zit. Er zijn inmiddels vijf van dit soort sessies georganiseerd. Ik kan u toezeggen dat ik u het rapport — dat zal overigens wel zonder appreciatie van het kabinet zijn, want daar hebben we wel wat meer tijd voor nodig — voor de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken kan doen toekomen, zodat uw Kamer er ook over kan spreken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
We hebben ons in dit land toch wel knap in de hoek geschilderd; dat kunnen we toch wel met elkaar vaststellen. Het gaat nu al een kwartier over onze wetgeving, die op zichzelf een goed doel heeft, namelijk het ondersteunen van mensen die ziek zijn. Maar waar we het niet over hebben, is de andere kant van deze medaille, namelijk de 100.000 mensen die in een uitkering zitten of het feit dat we met elkaar nog geen 31 uur gemiddeld per week werken. Wat gaat deze minister er nou aan doen om hier daadwerkelijk wat aan te veranderen? Het vak van PRO glimt tegen je op, maar de oplossingen die dit land zo nodig heeft, gaat dit kabinet waarschijnlijk niet bereiken de komende tijd.
Minister Aartsen:
Dat laatste deel ik niet met mevrouw Keijzer, en overigens dat eerste ook niet. Ik denk toch echt dat mevrouw Patijn misschien wat anders aankijkt tegen de loondoorbetaling bij ziekte. We proberen juist een voorstel te maken dat past bij het geven van ruimte, het geven van rust aan ondernemers. We willen hun eindelijk wat ademruimte geven. Die twee jaar doorbetaling van 100% is echt een zware financiële last, juist ook voor kleine bedrijven. Maar mevrouw Keijzer heeft natuurlijk gelijk dat de keerzijde is dat mensen niet worden aangenomen of geen vast contract krijgen omdat heel veel kleine mkb'ers zeggen: ik durf dat risico van een vast contract niet aan, want dan zit ik er straks twee jaar aan vast en moet ik 100% doorbetalen; ik kies daarom wel voor een andere oplossing. Dat houdt economische groei tegen, dat houdt die bedrijven tegen en dat is niet goed voor de mensen die uiteindelijk een vast contract willen om daar een gezin op te kunnen bouwen.
Mevrouw Patijn (PRO):
We hebben natuurlijk de brieven gelezen. Ik denk dat het heel erg belangrijk is om eens goed te kijken naar OCTAS, naar de CPB-cijfers, maar ook naar het ibo WIA. Daar blijkt steeds uit dat als je de loondoorbetaling bij ziekte in het tweede jaar zomaar helemaal afschaft, de instroom in de WIA met een derde toeneemt. Hoe rijmt dat met het idee dat de minister, of in ieder geval het ministerie, uiteindelijk toe wil werken naar een lagere instroom?
Minister Aartsen:
Dat is dus een van de zaken die we nog goed moeten uitzoeken de komende periode. Ik heb daarom ook meerdere scenario's gestuurd. Ik heb ook gezegd dat het kabinet geen standpunt inneemt over die scenario's, maar graag het gesprek wil aangaan met de Kamer, maar ook met de werkgevers en de werknemers. Er zijn een aantal voordelen en een aantal nadelen aan het huidige systeem, maar ook wat betreft toekomstige scenario's kun je erover nadenken hoe je ervoor kunt zorgen dat er veel meer aandacht is voor preventie. Ook het huidige systeem is wat dat betreft niet zaligmakend. Ik spreek te veel ondernemers en medewerkers die langdurig ziek zijn die zeggen: "We hebben het wel heel erg gebureaucratiseerd. Iedere vorm van persoonlijk contact is eruit. Het enige wat nog telt is de rapportageverplichting en het inleveren van het juiste formuliertje in plaats van het gesprek dat je misschien wil hebben, bijvoorbeeld over 'hoe gaat het met u?', 'hoe kunnen we ervoor zorgen dat u op een andere manier aan de slag kan in ons bedrijf?' of 'hoe kan ik je helpen om misschien op een andere plek aan de te slag te gaan?'" Wij zorgen er met het huidige systeem echt voor dat zowel ondernemers als werknemers te lang stil blijven zitten en te lang hun leven op pauze hebben staan. Ik zou het goed vinden als het ons lukt om hier in gezamenlijkheid met uw Kamer een oplossing voor te verzinnen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen El Boujdaini
Vragen El Boujdaini
Vragen van het lid El Boujdaini aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Je telefoon als spionage-apparaat: app voor ouderlijk toezicht gebruikt voor stalking".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw El Boudjaini voor haar vragen namens de D66-fractie aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Het woord is aan mevrouw El Boudjaini. Gaat uw gang.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag aan de minister. Wat heeft de minister afgelopen vrijdagmiddag besproken in de ministerraad?
De voorzitter:
Ja … Excuus. Gaat uw gang.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Dank voor deze vraag van het lid El Boudjaini. Die is wel een beetje ongepast, want wat wij bespreken in de ministerraad is geheim. Maar ik weet waar u naartoe wilt. Gelukkig hebben wij geen devices in de ministerraad. Er is dus geen kans dat iets daarvan ergens anders verschenen is.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Volledig terecht ook. Goed om te horen dat devices daar niet aanwezig mogen zijn. Mochten die daar wel aanwezig zijn, dan is het dus ook zaak dat precies niemand weet wat daar precies gebeurt. Wat zou de minister ervan vinden als we niet alleen zouden weten wat daar besproken was, maar ook waar hij verder precies was die vrijdag, met wie hij belde en aan wie hij nog een mailtje stuurde. Wat zou hij ervan vinden als we konden meeluisteren en meelezen met alles? Want dat is wel wat grote aantallen mensen in Nederland is overkomen vanwege de spionageapps op hun telefoon. Die apps werden stiekem geïnstalleerd op hun telefoon door hun ex of een controlerende partner, waardoor die toegang hebben tot berichten, camera, locatiegegevens en ook het geluid. Ze konden dus meeluisteren.
Door apps zoals mSpy wordt digitale stalking een steeds groter probleem. In Europa hebben minstens 2,4 miljoen mensen deze app op hun telefoon. Dat is zogenaamd om hun kinderen in de gaten te houden, maar uit alles blijkt dat het wordt gebruikt voor stalking en dwingende controle. Dit heeft grote gevolgen voor de privacy van deze mensen, maar ook voor hun veiligheid. Vaak is het gedrag dat deze apps mogelijk maakt namelijk een voorbode van femicide. Daarom vraag ik me af wat het bestaansrecht is van deze apps. Dat vraag ik ook aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, nogmaals, voor deze vraag. Ik ben me rot geschrokken toen ik het filmpje keek dat bij het NRC-artikel hoorde en zag waartoe deze app allemaal toegang heeft en wat daarmee gezien kan worden. Ik ben ook geschrokken van het feit dat je hem niet kunt terugtraceren. Ik heb gekeken of ik kon zien of de app op mijn iPhone aanwezig is, maar ook dat is zelfs niet mogelijk. Dat gaat wel ontzettend ver en dat maakt het voor mij een heel gevaarlijke app, juist vanwege het doel dat u benoemt, namelijk stalking. We weten allemaal dat stalking en dwingende controle rode vlaggen zijn in de opmaat naar ergere zaken als geweld en uiteindelijk femicide. Daarnaast kan stalken ook enorme psychische schade aanrichten.
Dan het middel als zodanig. Ik ben bereid in gesprek te gaan met de Autoriteit Persoonsgegevens om te kijken of er met de app als zodanig juridisch wat mis is. Maar het is wel een teken van een middel dat op zich niet illegaal is, maar dat wel wordt gebruikt voor illegale praktijken. Bijvoorbeeld iTags of trackers zijn legale middelen, maar als je ze inzet voor het stalken van een partner of ex-partner, dan worden het strafbare feiten. Nou, wat dat betreft wil ik dus met de AP naar de app kijken.
Ten tweede ben ik ook wel blij dat we hier het bewustzijn kunnen creëren dat dit soort zaken bestaan en dat mensen daar alert op moeten zijn. Als zij ontdekken dat ze hiermee gevolgd worden of dat dit op hun telefoon staat, dan kunnen ze daar ook gewoon aangifte van doen en moeten zij zich kunnen melden.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Fijn om te horen dat de minister hier ook met de AP over in gesprek wil gaan. Dat is heel belangrijk. Ik vraag me dan alleen wel het volgende af. We richten ons nu op de gebruikers van deze apps, maar de bron is natuurlijk de app zelf. We zien dat we de bron zouden moeten aanpakken, want het is eigenlijk gewoon spyware die op de telefoons van mensen staat om daarmee andere mensen in de gaten te kunnen houden. Ik wil de minister dus ook vragen of we de capaciteit hebben om deze gebruikers uiteindelijk aan te pakken.
Minister Van Weel:
De vraag of deze app uiteindelijk al dan niet toegestane dingen doet, is waarover we het gesprek moeten aangaan met de Autoriteit Persoonsgegevens. In de kern is het installeren van een app op iemands telefoon zonder toestemming al computervredebreuk. Zelfs als er geen sprake is van stalking kun je daar aangifte van doen. Dan zal de politie dat oppakken. In het kader van het coalitieakkoord en de intensivering bij de politie kijken we juist heel scherp naar gedigitaliseerde criminaliteit. Dat is een van de speerpunten waar we meer aan moeten doen, want deze vorm van criminaliteit komt meer en meer voor.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Zouden we in aanvulling hierop dan ook kunnen kijken naar het verbieden van deze apps, juist om cybercrime hiermee tegen te gaan?
Minister Van Weel:
Zoals ik in mijn vorige antwoord zei: ik weet niet in hoeverre de Autoriteit Persoonsgegevens daar aanknopingspunten voor ziet; die moet daar namelijk toezicht op houden. Daarover ga ik het gesprek aan met de Autoriteit Persoonsgegevens.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil graag verder met het volgende punt. Ik ben heel erg benieuwd naar de uitkomst van dat gesprek, dus ik wil de minister vragen of hij de Kamer kan informeren over het gesprek dat hij aangaat met de Autoriteit Persoonsgegevens. Verder wil ik het ook nog hebben over Filomena. Zij geven aan dat in de casussen die zij behandelen op het gebied van geweldpleging achter de voordeur, dit soort spyware in de aanloop naar femicide in meer dan de helft van de gevallen wordt gevonden. Dat is heel erg verontrustend. Daarom wil ik de minister vragen of hij, naast het gesprek met de AP, in kaart kan brengen welke spyware-apps er nog meer in omloop zijn die gedownload kunnen worden, waarmee de kans op misbruik heel erg groot is. Kan de minister ook een inschatting maken van hoeveel Nederlanders dit soort apps op hun telefoon hebben? We weten nu van die 2,4 miljoen gebruikers van mSpy. Hoe zit het met de rest?
Minister Van Weel:
Ik wil dit fenomeen graag betrekken bij de aanpak van femicide die we hebben. In de volgende voortgangsrapportage zal ik expliciet aandacht besteden aan spyware: wat is het beeld en wat kunnen we ertegen doen? Ik wil nogmaals benadrukken dat het niet altijd mogelijk is om iets wat ook een legale toepassing heeft te verbieden, maar daar is het gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens voor bedoeld. Dan kunnen we kijken of er in dit geval wel aanknopingspunten voor zijn.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dan wil ik wel nog graag het volgende aangeven. Voorheen hadden we de nudify-apps. Die zijn nu ook verboden. We hadden de website Motherless. Daarvan hebben we de server uit de lucht kunnen halen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat bij deze apps ook gaan doen. We kunnen beter voorkomen dan genezen, vooral in het kader van femicide. Ik zou de minister willen vragen om ook het overzicht van de andere spyware-apps expliciet mee te nemen in het plan van aanpak dat hij met de Kamer gaat delen.
Minister Van Weel:
Ja.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Ik denk dat we helemaal niet tegenover elkaar staan vandaag als ik zeg dat het echt onbestaanbaar is dat zo'n app zo lang en zo openlijk illegaal misbruikt wordt en zo veel slachtoffers maakt. Ik vind dit echt het bewijs dat we in Brussel en Den Haag te laks zijn met ingrijpen als het gaat om technologie. Dit is meer een verzuchting dan een vraag, maar ik vraag me dan af: hoeveel slachtoffers moeten er nog vallen? Ik vind de vragen van mevrouw El Boujdaini heel terecht. Ik wil daar nog één vraag aan toevoegen: zou de minister ook in gesprek kunnen gaan met de telefoonaanbieders? Het is namelijk heel zorgelijk dat er niets gesignaleerd kan worden. Als je wordt gefilmd, zie je het lampje niet. Alle signalen die je zou moeten krijgen, krijg je niet. Kan de minister dat ook meenemen in de brief die naar de Kamer komt?
Minister Van Weel:
Zoals ik zei, ben ik zelf gaan checken of ik die app ook had, omdat ik het schokkend vond wat je daarmee allemaal kunt doen. Ik neem die vraag dus zeker mee.
Mevrouw Armut (CDA):
Je zou maar een van deze personen zijn. Als je je telefoon in je hand hebt, is er werkelijk geen moment meer waarop jouw gewelddadige partner niet weet waar je bent en wat je doet. Zelfs als je dan de moed hebt verzameld om hulp te zoeken bij de politie, weet je partner dat je dat aan het doen bent. We zouden ervoor moeten zorgen dat slachtoffers weten waar ze terechtkunnen als ze het vermoeden hebben dat dit gebeurt. Bij deze aanbieders zouden toch alle alarmbellen moeten afgaan als ze de vraag horen: hoe kan ik mijn partner gaan bespioneren? Dan moet je toch ingrijpen als aanbieder? Mijn vraag aan de minister is dan ook of hij van mening is dat aanbieders van dit soort apps de plicht zouden moeten hebben om een melding te doen bij de aangewezen instanties als ze overduidelijke tekenen hiervan krijgen.
Minister Van Weel:
Ja, maar zoals we ook zagen in het NRC-artikel, is de aanbieder hier heel ambivalent. Formeel-juridisch wijst die wel op het feit dat dit niet kan, maar in de gesprekken van de klantenservice zien we ook de suggestie gewekt worden dat ze zelfs helpen bij deze praktijken. Dat zijn de zaken waar ik echt even in wil duiken en op terug wil komen in die brief.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil toch nog even gebruikmaken van de aanvullende vragen. Dank u wel voor uw eerdere beantwoording. Ik heb nog wel een vraag over de slachtoffers die we al hebben. Er zijn dus al slachtoffers van de stalkers door deze spywareapp. Daarnaast zijn er misschien ook mensen die het vermoeden hebben dat ze deze spyware op hun telefoon hebben staan, dus wil ik de minister graag vragen waar deze slachtoffers zich kunnen melden voor hulp. Is er misschien al iets voor hen geregeld? Kan dat nog ingeregeld worden?
Minister Van Weel:
Voor het ontdekken of die spyware op je telefoon staat, zou ik hetzelfde willen adviseren als ik net heb gedaan, namelijk gewoon op internet zoeken naar hoe je dit vindt op je Android of je iPhone. Dan krijg je stappen waarin wordt uitgelegd hoe je kunt zien of je slachtoffer bent geworden van deze spyware. Ik zou dat zeker aanraden voor diegenen die vermoeden dat ze hier slachtoffer van zijn. Mensen die weten dat ze hier slachtoffer van zijn geweest, zou ik echt aanraden om contact te zoeken met ofwel de politie ofwel als eerste stap met Veilig Thuis. Sinds vandaag is Veilig Thuis met chatfunctie ook 24/7 beschikbaar. Ik hoop echt dat dat leidt tot veel meer bewustzijn en ook een lagere drempel voor vrouwen om zich te melden met dit soort zaken, want dit is niet oké.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik heb nog één aanvullende vraag. Goed om te horen dat de minister het ook niet oké vindt. Ik hoop eigenlijk wel dat er nog iets meer gedaan kan worden voor die slachtoffers in de toekomst als we die apps nog niet kunnen verbieden. Mijn aanvullende vraag gaat over de intentie van deze app, waarom die is gemaakt. We zien dus eigenlijk dat deze app van origine Wit-Russisch is. Ik zie daarom dus ook wel veiligheidsrisico's als die apps bijvoorbeeld terechtkomen op telefoons van ambtenaren of politici.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Wordt hier ook over nagedacht?
Minister Van Weel:
We nemen het mee.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Zoals we allemaal weten, komt binnenkort ook de Wet strafbaarstelling psychisch geweld. Ik ben even benieuwd of de minister kan aangeven of het gebruik van spyware aanleiding kan geven tot vervolging voor psychisch geweld en dwingende controle als die nieuwe wet ingaat. Kan dit daarin meegenomen worden?
Minister Van Weel:
Ja. Dit is vaak een hele concrete uiting van stalking, zeker op het moment dat iemand die app stiekem heeft geïnstalleerd en vervolgens ook die data heeft bekeken. Ik denk dat je dan al vrij snel een zaak rond hebt. Met die Wet strafbaarstelling psychisch geweld veranderen we ook dat stalking niet meer hoeft te worden voorzien van aangifte. Dus een melding as such is genoeg voor het OM om tot vervolging over te gaan. Dat kan ook de drempel weghalen voor vrouwen die uit angst, en terecht, die aangifte niet zelf durven te doen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Ceulemans
Vragen Ceulemans
Vragen van het lid Ceulemans aan de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president over het bericht "IND: ongeveer 70 mensen bestempeld als gevaar voor nationale veiligheid".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Ceulemans voor zijn vragen aan de minister van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. De heer Ceulemans stelt zijn vragen namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. 70 personen zijn afgelopen tien jaar door de IND aangemerkt als gevaar voor de nationale veiligheid, waaronder terroristen en Syriëgangers. Dat bleek afgelopen week uit onderzoek van Nieuwsuur. Eigenlijk weten we maar één ding echt zeker: we hebben voor een groot deel geen idee waar ze zijn. Tikkende tijdbommen die een enorm potentieel gevaar vormen voor onze bevolking zijn van de radar verdwenen. Het beschermen van onze nationale veiligheid is een absolute kerntaak van de overheid, maar nadat eerder al bekend werd dat er geen zicht meer is op illegaal in Nederland verblijvende jihadisten, erkent het ministerie van Justitie en Veiligheid nu ook dat er geen cijfers beschikbaar zijn over personen die een gevaar voor de nationale veiligheid vormen en die inmiddels op vrije voeten zijn. Dat is gewoon compleet onaanvaardbaar en aan werkelijk niemand uit te leggen. Er worden allerlei obstakels genoemd, bijvoorbeeld rondom het inreisverbod: IND-beoordelingen kunnen complex en tijdrovend zijn, herkomstlanden werken tegen, rechterlijke uitspraken belemmeren vast- en uitzettingen, waarbij uiteraard ook weer het EVRM wordt aangegrepen om te voorkomen dat terroristen gedenaturaliseerd kunnen worden, en ga zo maar door.
Voorzitter. Dit is niet een of andere stoffige procedure. Het gaat erom dat onze inwoners 's ochtends veilig in de trein kunnen stappen of met hun gezin een evenement kunnen bezoeken. Ik wil daarom geen "kan niet"- of "mag niet"-verhaal van deze minister horen. Wat ik wel van hem wil horen, is het volgende: wat weet de minister over het aantal personen uit deze groep dat op vrije voeten is? Welke wettelijke belemmeringen ervaart de minister om personen vast te zetten, indien het uitzetten niet lukt? Wat doet hij om deze belemmeringen zo snel mogelijk weg te nemen? Wat doet hij om de mensen die nu vrij rondlopen op te sporen? Wat doet hij om te voorkomen dat zij op Nederlands grondgebied vrijkomen? Wat doet hij om hen uit te zetten? Welke druk zet hij op herkomstlanden die terugkeer tegenwerken?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister van Asiel en Migratie.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor deze vragen. Het is terecht dat de heer Ceulemans op het belang van de nationale veiligheid wijst. Precies dat belang is hier aan de orde, want het nieuwsbericht gaat over inreisverboden die voor twintig jaar zijn opgelegd. Die berichten gaan natuurlijk vaak over terrorismeveroordeelden, terwijl de cijfers breder zijn. Wanneer een terrorismeveroordeelde zonder rechtmatig verblijf uit detentie komt, wordt er allereerst intensief ingezet op vertrek. Er wordt zo veel mogelijk aan vertrek gewerkt op het moment ze nog in detentie zitten. Wanneer vertrek niet onmiddellijk lukt, zijn er verschillende toezichtmaatregelen die kunnen worden toegepast. U heeft daar de afgelopen jaren ook veel debatten over gevoerd met de minister van Justitie, onder andere over de Wet langdurig toezicht, de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en het vreemdelingenrechtelijke aspect, waar u ook vragen over heeft gesteld.
In het coalitieakkoord is aangekondigd dat er voor een specifieke doelgroep die een dreiging voor de nationale veiligheid vormt, wordt gewerkt aan het versterken van het toezicht, waaronder mogelijkheden om een gebiedsgebod op te leggen met elektronische monitoring. U haalt hier dus een reëel vraagstuk aan. Dit kabinet onderkent dat, net als vorige kabinetten. Er wordt dus door de verschillende diensten met man en macht gewerkt om de hoogrisicopersonen in beeld te krijgen. Dat is dan ook mijn antwoord op uw vraag over het aantal personen.
Alle betrokken diensten, onder coördinatie van de NCTV, werken samen om het vertrek te realiseren van terrorismeveroordeelden met een hoogrisicoprofiel die weer vrij zijn gekomen en om de risico's te mitigeren. Het is een extra uitdaging dat er hierbij natuurlijk vaak sprake van is dat het Nederlanderschap is ingenomen. Vastzetten kan dus alleen op het moment dat we zicht hebben op terugkeer. We werken er aan alle kanten aan om die medewerking te krijgen. Dit is een van de onderwerpen waar de minister van Justitie, de minister van Buitenlandse Zaken en ik zeer veel en intensief overleg over hebben, zodat we in diplomatieke zin met andere landen tot afspraken komen. We hebben andere landen nodig voor medewerking om deze mensen uiteindelijk te laten terugkeren, omdat ze niet meer in Nederland mogen blijven. Zij hebben het recht op het Nederlanderschap verspeeld door zich tegen de Nederlandse samenleving te keren en een terrorismedaad te plegen. We zetten dus alles op alles om terugkeer te realiseren.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik krijg, met alle respect, een vrij algemeen antwoord, dat in bijna geen enkel geval een antwoord is op de vraag die ik heb gesteld. Laat ik om te beginnen een hele heldere vraag aan de minister stellen, namelijk mijn allereerste vraag: klopt het dat u op dit moment niet weet hoeveel van de 70 mensen die de afgelopen tien jaar tot gevaar voor de nationale veiligheid zijn bestempeld op dit moment op vrije voeten zijn?
Minister Van den Brink:
Van degenen die op vrije voeten zijn, weten wij wie van hen tot de groep van terrorismeveroordeelden met een hoogrisicoprofiel behoren. Wij werken volop samen met de diensten om daar zicht op te hebben, mitigerende maatregelen te nemen en te werken aan vertrek. Daarnaast is er een categorie met een laagrisicoprofiel. Zij kunnen zich op allerlei plekken binnen en buiten Nederland begeven.
De heer Ceulemans (JA21):
"Mensen die zich op allerlei plekken binnen en buiten Nederland kunnen begeven." Je wordt in Nederland niet zomaar bestempeld tot gevaar voor de nationale veiligheid. Ik vraag het nog één keer heel duidelijk aan de minister. Ik denk namelijk dat het aan niemand die op dit moment thuis zit uit te leggen is dat we in tien jaar tijd 70 mensen hebben bestempeld tot gevaar voor de nationale veiligheid, maar dat zelfs van die beperkte groep niet gezegd kan worden hoeveel mensen daarvan op dit moment vrij rondlopen.
Minister Van den Brink:
Zoals gezegd, zoals ook al eerder in debatten gewisseld en zoals ook al door het vorige kabinet uiteengezet: bij mensen die het Nederlanderschap verliezen en weer vrijkomen, vormt het een complexe opgave om daar met alle diensten aan te werken om daar zicht op te houden én te werken aan terugkeer. Daar wordt met man en macht aan gewerkt. We hebben daar ook veel overleg over met het lokale gezag, zoals de burgemeester. In zo'n gemeente nemen wij ook deel aan lokale casusoverleggen. Op allerlei manieren wordt er dus gewerkt om hier zicht op te houden. We hebben in het coalitieakkoord ook afgesproken om naar Brits voorbeeld nieuwe maatregelen te treffen via elektronische monitoring en gebiedsgeboden, zodat ze op die manier in beeld blijven.
De heer Ceulemans (JA21):
De minister noemt een aantal maatregelen, maar ik trek de conclusie dat er inderdaad op dit moment onvoldoende zicht is op mensen, een hele beperkte groep, die een groot gevaar voor Nederland vormen. Dat vind ik stuitend.
Ik heb nog een vraag over de NCTV. Die waarschuwt dat er de komende jaren flink wat hoogrisicogevallen bij komen. Ik citeer de reactie van de NCTV uit het artikel van Nieuwsuur: "Nieuwe vrijlatingen van dergelijke veroordeelden kunnen de terroristische dreiging in de komende jaren verhogen. Deze groep heeft veelal geen vaste woon- of verblijfplaats, waardoor het voor de autoriteiten moeilijker is om zicht op hen te houden." Daarom een hele simpele vraag aan de minister: deelt hij de conclusie dat op het moment dat vrijlatingen de terroristische dreiging in Nederland verhogen, die vrijlatingen dan simpelweg niet mogen plaatsvinden? Wat gaat hij doen om dat te voorkomen? Het lijkt mij namelijk dat de veiligheid van onze bevolking belangrijker is dan het braafste jongetje van de klas willen zijn.
Minister Van den Brink:
Het werkt in Nederland natuurlijk zo dat op het moment dat iemand voor een terrorismedelict wordt opgepakt, hij naar de rechter wordt gebracht. De rechter kan dan besluiten om een terrorismeveroordeling op te leggen. Bij die terrorismeveroordeling kan er vanuit de Wet langdurig toezicht een maatregel opgelegd worden zodra hij vrijkomt, zodat er toezicht op blijft bestaan. Op het moment dat hij onherroepelijk is veroordeeld, kan het Nederlanderschap worden ingenomen. Vanaf dat moment wordt gewerkt aan terugkeer, aan het terugkeerbesluit, en leggen wij een inreisverbod op. Op allerlei mogelijke manieren maken wij dus duidelijk: deze persoon hoort niet binnen Nederland. Tegelijkertijd werken alle diensten samen om daar zicht op te houden en te werken aan terugkeer.
De heer Ceulemans (JA21):
"Werken aan terugkeer"? De NCTV zegt: er gaan vrijlatingen plaatsvinden en als die plaatsvinden, dan leiden die tot een groter risico op terroristische activiteiten in Nederland. Als er belemmeringen zijn, welke belemmeringen moeten dan worden weggenomen? En nogmaals, kan de minister garanderen dat deze vrijlatingen dan gewoon niet plaatsvinden?
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen: die vrijlatingen zijn gewoon vanuit het recht. Iemand is veroordeeld voor de duur dat hij is veroordeeld, door de rechter bepaald. Daaraan kan de Wet langdurig toezicht toegevoegd worden, om toezicht te houden op het moment dat diegene weer vrijkomt. Maar het is zeker waar dat dit kabinet bereid is om alle maatregelen te treffen die hiervoor noodzakelijk zijn. Dat is ook de reden waarom er onlangs een bezoek is afgelegd aan Groot-Brittannië: om de maatregelen die ze daar opleggen aan terrorismeveroordeelden die weer vrijkomen, ook in Nederland toe te passen. Dat staat in het coalitieakkoord en daar zal dit kabinet volle bak op inzetten, omdat ons allen de veiligheid in dit land zeer aan het hart gaat.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ceulemans (JA21):
Afrondend een korte vraag over de weigerende herkomstlanden. De minister zei: we hebben de medewerking van herkomstlanden nodig, maar die medewerking is er vaak niet. Wanneer gaat de minister over tot het treffen van stevige maatregelen tegenover weigerachtige herkomstlanden, waaronder het niet verlenen van visa, het intrekken van landingsrechten, het stopzetten van ontwikkelingshulp en het dichtdraaien van de financiële kraan?
Minister Van den Brink:
De door de heer Ceulemans genoemde maatregelen zijn allemaal mogelijkheden om een doel te bereiken. Uiteindelijk gaat het erom het doel te bereiken. Wij blijven dus inzetten op het gesprek met die landen. We overwegen dit soort maatregelen indien dat proportioneel is om het doel te bereiken, namelijk terugkeer van deze mensen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is echt volslagen krankzinnig dat deze minister van tientallen gevaarlijke terroristen, die een gevaar vormen voor de Nederlandse samenleving, niet weet waar ze zich bevinden en of ze hier in onze straten en onze wijken lopen. De minister heeft daar geen weet van. Hoe kan de minister de veiligheid van de Nederlanders garanderen als hij niet weet of ze nog in Nederland zijn?
Minister Van den Brink:
Zoals gezegd wordt er rondom de terrorismeveroordeelden met een hoogrisicoprofiel die op een gegeven moment weer vrijkomen op hele intensieve wijze samengewerkt tussen de diensten en de lokale gezagen, ook al hebben zij geen Nederlanderschap meer door het verlies van hun paspoort en hebben ze een uitzetbesluit opgelegd gekregen, om daar toch zicht op te houden. Dat vergt veel van de diensten. Dat is ook de reden dat we die samenwerking met de lokale gezagen zeer waarderen. Tegelijkertijd zien we dat er meer nodig is. Daarom treffen we voorbereidingen voor elektronische monitoring en gebiedsgeboden.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De minister geeft nu een antwoord dat tegenstrijdig is met wat hij net zei, want net gaf hij aan dat er van een aantal niet bekend is waar ze zijn. Zij worden dus kennelijk niet gevolgd. Daarnaast denk ik dat een enkelband iemand met een bomgordel er niet van weerhoudt een aanslag te plegen. Waarom zorgt de minister er dus niet gewoon voor dat hij, als hij ze niet uit kan zetten, ze in ieder geval vastzet door middel van administratieve detentie? Daar pleit de PVV al heel lang voor. Op die manier kunnen we onze straten veilig houden. Is het kabinet daartoe bereid?
Minister Van den Brink:
Deze maatregel is op dit moment niet voorhanden. Er zijn eerder ook debatten over gevoerd in hoeverre dat binnen ons stelsel toepasbaar en rechtsstatelijk is. Waar wij mogelijkheden voor vreemdelingendetentie zien, omdat terugkeer mogelijk is, zetten wij mensen vast. Daarnaast gebruiken we alle mogelijke toezichtsmaatregelen om deze mensen te volgen en in beeld te houden. Ook leggen we ze allerlei verplichtingen op om zich te melden. Op die manier houden we zo goed als mogelijk zicht op deze mensen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Er lopen terroristen vrij in dit land rond. Er wordt gesproken over enkelbanden en misschien een postcodeverbod. Ik mis de urgentie bij dit kabinet. Ik heb de afgelopen jaren heel vaak reparatiewetgeving of spoedwetten naar de Kamer zien komen als het urgent en belangrijk was. En nu, na vijf jaar — dit dossier speelt al jaren — geeft de minister aan dat het kabinet nog steeds bezig is met maatregelen nemen en treffen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de minister voor de begroting van JenV een lijst kan sturen met wat er mogelijk is qua spoedwetgeving, zodat we als Kamer kunnen aangeven waar we de prioriteiten leggen, want kennelijk ligt de prioriteit van het kabinet niet op dit dossier.
Minister Van den Brink:
Volgens mij zijn er door verschillende kabinetten in de afgelopen periode maatregelen getroffen die onder andere zien op het in beeld houden. Daarom ligt er ook een verlenging van de Wet intrekking Nederlanderschap voor. Ik hoop dat u daar binnenkort snel over komt te spreken. Dat is namelijk een van de maatregelen die getroffen kunnen worden om mensen met een dubbel paspoort hun paspoort af te nemen, nadat ze een terrorismeveroordeling hebben gehad. Daarmee stellen we heel duidelijk de norm: als je je keert tegen de Nederlandse samenleving, raak je je paspoort kwijt. Ik zal met de minister van Justitie in overleg treden of dit beeld geleverd kan worden voor de begroting van Justitie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Hier word ik niet vrolijk van. Ik heb het net over maatregelen om ervoor te zorgen dat terroristen het land uit gaan. De minister zegt: er komt een wet aan waardoor we paspoorten af kunnen pakken. Het probleem is juist dat ze in dit land blijven. Het antwoord van de minister is dus niet een oplossing voor het probleem dat ik schets, namelijk dat er terroristen in dit land zijn en we behalve een enkelband, een postcodeverbod en het afpakken van een paspoort geen maatregelen treffen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of ik naast het doorgeleiden een toezegging kan krijgen dat er een brief komt met concrete maatregelen, daar waar nodig met spoedwetgeving, om ervoor te zorgen dat dit urgentie krijgt van het kabinet en dat mensen het land verlaten, want dat is het doel.
Minister Van den Brink:
Volgens mij is daar onlangs, voor de zomer, nog met de minister van Justitie over gesproken. Hij heeft juist alle maatregelen toegelicht die hierop zien, om deze mensen zo snel mogelijk uit Nederland te verwijderen. Dat is de inzet van het kabinet, dus als dat nog een keer aan uw Kamer moet worden toegezonden, zullen we dat zeker doen. Dit is namelijk een urgent vraagstuk, waar we met heel veel diensten en organisaties dagdagelijks enorm veel inzet op plegen om hier een goed beeld van te houden en te werken aan terugkeer van deze mensen, want dat is uiteindelijk de oplossing. De heer Ceder is zeer goed bekend met het asielvraagstuk en dus ook met alle issues die spelen op het vlak van terugkeer. Die issues dienen zich hier ook aan. Daarvoor zijn wij op heel veel plekken diplomatiek actief vanuit mijn ministerie, het ministerie van JenV en de minister van Buitenlandse Zaken. Dit is op alle plekken waar wij in het buitenland komen onderwerp van gesprek.
De heer Struijs (50PLUS):
In het kader van de "operatie ontmaskering" wil ik de minister wat voorleggen. De NCTV, de diensten, de AID en de politie zeggen: we hebben het nu over veroordeelde terroristen, maar we hebben meer dan honderden, mogelijk duizenden mensen rondlopen van wie we de ID niet kennen en niet kunnen uitsluiten dat ze in het verleden bij terrorisme betrokken waren. Zij zouden daar een veel intensievere scan op willen hebben.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Struijs (50PLUS):
Daar zijn mogelijkheden voor. Is de minister bereid om die ontmaskeringsscan, zoals ik het maar even zal noemen, te intensiveren zodat we nog meer boven water halen? Er lopen er meer rond.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat ik dit zal meenemen in mijn gesprek met de minister van Justitie voor de brief waar de heer Ceder net om vroeg. Ik weet dat er wordt gewerkt aan risicoprofielen en aan het scherper zicht daarop krijgen. Op die manier proberen we goed in beeld te krijgen wat voor profielen er zijn en welke maatregelen daarvoor moeten worden ingericht. Wij nemen dit mee in de toegezegde brief.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, dat wilde ik horen. Dank.
Mevrouw Straatman (CDA):
De minister zegt net terecht dat iemand die in Nederland een terroristische daad pleegt of wil plegen, zijn recht op het Nederlanderschap heeft verspeeld en zo snel mogelijk weg moet. Als hij in detentie zit, gaat hij daarna het liefst direct vanuit detentie naar de vreemdelingendetentie. Ik denk dat het een frustratie van ons allen is dat we in een soort juridisch moeras terecht zijn gekomen. Juist de mensen die heel snel weg moeten, voldoen niet aan allerlei juridische criteria en lopen vervolgens vrij rond. Bij de vreemdelingendetentie is het criterium altijd "zicht op terugkeer".
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ziet de minister met de nieuwe Terugkeerverordening die op komst is, ruimte om dat begrip zo op te rekken dat mensen daadwerkelijk vanuit de gevangenis direct in vreemdelingendetentie kunnen worden geplaatst?
Minister Van den Brink:
Dat is een van de redenen waarom we bij de Terugkeerverordening hebben gepleit voor een veel ruimere toepassing om een grotere ruimte toe te kennen aan het openbare-ordecriterium en voor een langere duur. Wij weten dat dit in de Terugkeerverordening zit, die ergens deze maand of begin oktober van kracht wordt. Alle mogelijkheden die zich daarbinnen aandienen, zullen worden aangegrepen. Die kunnen mogelijk ook in deze casuïstiek mogelijkheden bieden om mensen sneller weer in vreemdelingenbewaring te plaatsen.
De heer Vermeer (BBB):
Er waren twee mensen betrokken bij de aanslag op het Turkse consulaat. Later werd door de rechter geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding was om te denken dat die een ernstige bedreiging zouden vormen voor de fundamentele belangen van de samenleving. Ik vraag de minister hoever iemand moet gaan voordat hij volgens de regering een ernstige bedreiging is voor de belangen van onze samenleving. Biedt het nieuwe wetsvoorstel dat er komt echt een oplossing hiervoor of moeten we het wat de minister betreft nog verder aanscherpen aan de hand van alles wat er nu over verschijnt?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat we een heel palet aan maatregelen hebben die we kunnen inzetten. Dat gaat om het intrekken van het Nederlanderschap. Dat moeten we permanent maken. Wij kunnen het uitzetbesluit inzetten. Er is het inreisverbod, zodat mensen nooit meer terugkeren zodra ze definitief vertrokken zijn. Dat kan op basis van de nationale veiligheid als criterium. Die maatregelen moeten we gewoon toepassen en inzetten, en dan ook werken aan de terugkeer. In deze specifieke casus kan ik niet helemaal overzien wat de afweging is geweest. Het was ook een uitspraak van de rechter, dus ik moet dan sowieso wat terughoudend zijn. Maar wij willen de maatregelen graag uitbreiden om meer zicht te houden op deze mensen zodra ze vrij komen. Daar is alles op gericht.
De heer Vermeer (BBB):
Er was ook nog een lagere rechter die zei dat het afnemen van een paspoort en een nationaliteit discriminerend zou zijn. Dat is nog maar te betwisten op het moment dat iemand twee nationaliteiten heeft. Gaat de regering ook die lijn in hoger beroep vasthouden, dus dat dit niet discriminerend is?
Minister Van den Brink:
Ja. Daarbij geldt dat deze Kamer in de wet heeft verankerd dat bij een onherroepelijke terrorismeveroordeling het Nederlanderschap kan worden ingetrokken bij een dubbele nationaliteit. De wetgever heeft dat bepaald. In die zaak zullen wij het hoger beroep dus ook langs die lijn voeren. In het verleden heeft dat ook geleid tot bevestiging van de lijn van de wetgeving die door beide Kamers is aangenomen.
De heer Ellian (VVD):
De nationale veiligheid, de veiligheid van Nederlanders, delft dus het onderspit, want terroristen krijgen we het land niet uit. Ik vraag me ook af of de minister goed weet wie Nederland binnenkomt. Informatie van de diensten komt te laat binnen bij de IND en we zien een terreurverheerlijker gewoon als student hier binnenkomen. Ik heb een simpele vraag. Voelt de minister zich nu echt verantwoordelijk voor enerzijds het uitzetten van terroristen en anderzijds het ervoor zorgen dat er geen terroristen Nederland binnenkomen? Ik mis ook een beetje de urgentie waar andere Kamerleden om vragen.
Minister Van den Brink:
Volgens mij is dit kabinet, met de minister van Justitie naast mij, hier juist volle bak mee bezig omdat wij ons niet neergelegd hebben bij de status quo. We hebben nieuwe maatregelen in het vooruitzicht gesteld: we willen het intrekken van het Nederlanderschap permanent maken en we willen de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent maken. Dat doen we omdat wij ons niet willen neerleggen bij het gegeven dat mensen misbruik maken van onze Nederlandse samenleving door zich daartegen te keren. En als ze hiernaartoe komen, willen we alle signalen oppikken die gebruikt kunnen worden om het beeld van die mensen op te bouwen en ze buiten te houden.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
We weten allemaal dat de screening bij de IND enorm achterloopt. In sommige gevallen wordt die ook niet goed uitgevoerd. Zo zagen we ook afgelopen weekend: een student van de Universiteit Maastricht prees Hamas aan en claimde zelf ook Hamasstrijder te zijn. Vandaag gaat het over 70 gevallen, maar er zijn in Nederland natuurlijk veel meer gevallen. Mijn vraag aan de minister is eigenlijk: hoe kan het dat al deze terroristen of potentiële terroristen er niet worden uitgefilterd?
Minister Van den Brink:
Kijk, wat wij doen bij mensen die gewoon naar Nederland toe komen via een mvv — dat is een vergunning om Nederland te mogen inreizen — is het volgende. Dan worden alle openbare registers, zowel nationaal als internationaal, geraadpleegd. Dat zijn dus onze bronnen om vast te kunnen stellen of iemand strafrechtelijke daden in het buitenland gepleegd heeft en welke strafrechtelijke daden dat dan waren. Dat is een reden om iemand af te wijzen. Daarnaast vervolgen wij in Nederland iedere terrorismeverdachte, leggen we hem de intrekking van het Nederlanderschap op en werken we daarna aan terugkeer.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Ik schors tot 15.00 uur, en dan zal de Kamer verdergaan met de herdenking naar aanleiding van het overlijden van de heer Brinkman. De vergadering is geschorst.
Herdenking van de heer Brinkman
Herdenking van de heer Brinkman
Aan de orde is de herdenking van de heer L.C. Brinkman (oud-fractievoorzitter CDA).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de herdenking van Elco Brinkman. Ik heet de aanwezige familie, onder meer in de Voorzittersloge, van harte welkom. Ik verzoek u allen om, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan.
In zijn memoires Bouwen en bewaren schreef Elco Brinkman het volgende. "Wie niet tegen lijden in Den Haag kan, moet maar in Leiden op een terrasje blijven zitten." Ook zonder al te gedetailleerd in te gaan op de aanloop naar de verkiezingen van 1994 en Brinkmans vertrek uit de Tweede Kamer een klein jaar later, kunnen we stellen dat hij de harde kant van Den Haag heeft leren kennen. Toch zal hij maar weinig op een terras in Leiden hebben gezeten, niet alleen omdat zijn vrouw Janneke ooit vertelde dat hij zelfs in de heftigste tijd van zijn politieke loopbaan opgewekt en vrolijk bleef, maar ook omdat hij er simpelweg geen tijd voor moet hebben gehad.
Doorgaans is het bij een herdenking verleidelijk om iemands loopbaan van begin tot eind langs te lopen, maar bij Elco Brinkman zou dat lastig worden. "Afwachten en stilzitten kan ik nu eenmaal niet", zei hij eens, en dat blijkt ook wel uit zijn enorme staat van dienst. Die is nauw vervlochten met de publieke zaak en doordrenkt van passie voor het politieke metier. Als ik bij al zijn posities en betrekkingen stil zou staan, dan zouden we de stemmingen van vandaag tot morgen moeten uitstellen. Daarom wil ik het vooral hebben over zijn verhouding tot deze Kamer. Die valt zonder meer in de categorie "zonder wrijving geen glans".
Elco Brinkman betrad het politieke toneel toen hij in 1982 op 34-jarige leeftijd zijn opwachting maakte als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Al kort na zijn aantreden werd hij door Joop den Uyl aangesproken op opmerkingen die hij over de Tweede Kamer had gemaakt. In een interview had hij zich kritisch uitgelaten over het functioneren van de volksvertegenwoordiging. Kamerleden zouden zich volgens Brinkman soms wel erg nadrukkelijk met het bestuur bemoeien, en voor besluiten van ministers mocht er wat hem betreft best wel wat meer respect bestaan.
De jonge minister bood zijn excuses aan, en werd jaren later zelf nota bene een kritisch Tweede Kamerlid en fractievoorzitter namens het CDA. In die hoedanigheid deed hij misschien wel een van zijn bekendste uitspraken: "Het speelkwartier is voorbij", waarmee hij zijn onvrede over het derde kabinet-Lubbers kracht bijzette. Een uitspraak die karakterologisch niet uit de toon viel, maar uiteindelijk wel een opmaat bleek voor de ferme wending die zijn partijpolitieke carrière zou nemen.
Toen hij zestien jaar na zijn vertrek uit Den Haag terugkeerde als fractievoorzitter namens het CDA in de Eerste Kamer, had hij het openbaar bestuur en maatschappelijk middenveld van bijna alle kanten gezien. Zijn gave en bereidheid om het politieke bedrijf een spiegel voor te houden, was hij in al die jaren overigens niet verloren. In zijn maidenspeech riep hij niet alleen het kabinet, maar ook de volksvertegenwoordiging en daarmee ook zichzelf op om kritisch naar het eigen optreden te kijken, een oproep die later volgens Eerste Kamervoorzitter Broekers-Knol een terugkerend thema zou worden in zijn bijdragen. De jonge minister van weleer was een ervaren parlementariër geworden.
Elco Brinkman overleed op 31 augustus 2026. Namens de Tweede Kamer wens ik zijn familie en allen die hem dierbaar waren, heel veel sterkte toe met dit verlies.
Ik geef het woord aan de vice-premier.
Minister Van den Brink:
Meneer de voorzitter, beste familie. Ik leerde Elco Brinkman pas echt kennen tijdens de Catshuisonderhandelingen in 2011. Iedere ochtend voerde het CDA overleg op de kamer van de minister van Economische Zaken. Aan de hoek van de tafel zat Elco Brinkman, net terug in de politieke arena als voorzitter van een senaatsfractie. Aan de andere kant van die tafel zat ik; ik mocht aantekeningen maken. Elco had toen al veruit de meeste senioriteit, maar hij zat daar niet om de jongere generatie uit te leggen hoe de wereld in elkaar zat. Nee, hij luisterde en hij was er, en als hij kon helpen, hielp hij. Ik zal nog veel goede eigenschappen noemen, maar dit is wat mij vooral is bijgebleven: zijn onnadrukkelijke aanwezigheid en zijn loyaliteit.
Ruim 30 jaar geleden was Elco Brinkman in deze Kamer fractievoorzitter van het CDA. Dat is ook de reden waarom wij hem hier vandaag herdenken. Maar zijn allergrootste verdienste voor Nederland heeft hij eigenlijk gehad in de periode daarna. U refereerde al aan het duizelingwekkende aantal functies en nevenfuncties die Elco Brinkman bekleed heeft. Maar waarom werd er toch zo vaak een beroep op hem gedaan? Elco Brinkman had allereerst een heel klein ego en een heel groot netwerk; die combinatie is even zeldzaam als nuttig. Hij maakte zich altijd klein, onderdeel van een groter geheel. Op die manier bleek hij twintig jaar geleden bijna ongemerkt de meest invloedrijke Nederlander te zijn geworden.
Hij belichaamde meer zeldzame combinaties en eigenschappen. Hij was breed geïnteresseerd en uitstekend onderlegd, maar dan weer geen betweter. Hij was zeer scherp, maar geen ruziemaker. Hij was rechtlijnig en helder, maar immer bereid tot het compromis wanneer dat een goede reden had. Daarbij kwam dat hij betrouwbaar was; afspraak was afspraak. Volgens sommigen speelde zijn achtergrond daarin mee. Hij was groot geworden in de calvinistische traditie en kwam voort uit de Anti-Revolutionaire Partij, de bloedgroep binnen het CDA. Plichtsbesef en betrouwbaarheid stonden in die traditie zeer hoog in het vaandel, maar voor Elco Brinkman speelden bloedgroepen nooit enige rol. Hij trad eenieder eenvoudigweg als mens tegemoet. Daarin was hij juist de belichaming van het moderne CDA. Hoe dan ook, zijn betrouwbaarheid opende deuren. Volgens mij is dat een van de verklaringen waarom Elco voor zo veel organisaties actief is geweest.
U noemde al een heel aantal functies. Toch was hij geen rusteloze jobhopper. Het voorzitterschap van Bouwend Nederland bekleedde hij achttien jaar lang, dat van het Rode Kruis vijftien jaar en dat van VNO-NCW achttien jaar. Ook in de pensioensector, de culturele sector en de boeken- en bibliotheekwereld was hij tientallen jaren actief. En natuurlijk was hij actief bij het CDA. Bij elkaar was hij ruim twee decennia actief als bestuurder en volksvertegenwoordiger voor het CDA.
De meest bevredigende functie was misschien wel het voorzitterschap van de senaatsfractie. Het CDA had hem nodig, dus keerde hij terug naar het Binnenhof. Het werken in de Eerste Kamer sloot aan bij zijn beschouwelijke natuur en zijn enorme verantwoordelijkheidsgevoel, zijn betrokkenheid bij de publieke zaak en zijn constructieve inslag en oplossingsgerichtheid. Of hij daar in de oppositie zat of in de coalitie: in beide gevallen zocht hij compromissen waar het land mee verder kon. "Want", zei hij, "het land moet wel bestuurd worden." Voor hem was de Eerste Kamer de chambre de réflexion. Daar was het geen politiek scherpslijpen, maar werk je samen aan oplossingen.
Politiek kan mensen littekens bezorgen. Dat is met Elco Brinkman ook gebeurd. 1994 werd het jaar waarin hij politiek leider werd van het CDA. Het jaar daarna nam hij afscheid van de politiek. Door toenmalig politiek leider Ruud Lubbers is hij niet goed behandeld. Dat liet zijn sporen na. Maar Elco Brinkman had een bijzondere veerkracht. Toen hij in 2011 terugkeerde op het Binnenhof, droeg hij dat politieke litteken niet meer zichtbaar met zich mee. Ik heb hem weleens gevraagd hoe hij terugkeek op die tijd in '94. Hij antwoordde met een relativering en een twinkeling in de ogen, die velen van hem kennen. Het definieerde hem ook niet. Hij was namelijk zoveel meer. Dan doel ik niet op de functies of de ambten, maar op iets veel belangrijkers: zijn thuis was zijn alles.
Hij vertelde altijd enorm trots over zijn vrouw Janneke, bijvoorbeeld over welke containerladingen er nu weer onderweg waren met Jannekes kunstzinnige creaties. Ook vertelde hij honderduit over zijn kinderen en kleinkinderen. In deze zaal gaat het vrijwel altijd over de politiek, maar over Elco Brinkman moeten we zeggen: allereerst was hij man, vader, broer en opa. Ik wens Janneke, de kinderen, de kleinkinderen en de verdere familie dan ook heel veel sterkte en troost toe bij het verwerken van dit verlies.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mag ik alle aanwezigen verzoeken om een moment van stilte in acht te nemen?
De voorzitter:
Dank u wel. Er is gelegenheid om de familie te condoleren in het Ledenrestaurant.
Ik schors de vergadering voor een enkel ogenblik.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:
- een brief van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (34050, nr. 5);
- de aangehouden motie-Grinwis c.s. (36800-XXII, nr. 35);
- de aangehouden motie-Van der Plas/Coenradie (29628, nr. 1331);
- de aangehouden motie-Inge van Dijk c.s. (31066, nr. 1565).
Er zijn twee leden die voor de stemmingen graag het woord wensen. Als eerste geef ik daarvoor het woord aan de heer Schenk.
De heer Schenk (FVD):
Vorige week hebben wij de beraadslaging over de Wet markt en overheid afgerond. Er is ons toen een brief toegezegd door de minister van Economische Zaken. Die brief hebben wij inmiddels, maar die laat vragen die wij in dat debat gesteld hebben nog steeds onbeantwoord. Dat heeft gevolgen voor de rechtsbescherming van ondernemers. Ik zou eigenlijk willen verzoeken om de stemmingen onder de punten 13 en 14 over de amendementen en moties in het kader van die wet uit te stellen en een derde termijn te openen, om de mogelijkheid te hebben om de minister nogmaals te bevragen en eventueel nieuwe moties in te dienen.
De voorzitter:
Het zijn twee verzoeken: uitstel van stemmingen onder de punten 13 en 14 en heropening van het debat in een derde termijn. Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Ik ben voorstander van het uitstellen van de stemmingen. Ik ben geen voorstander van een derde termijn. Ik heb nog een vraag. We zouden volgende week over de wet stemmen. Stellen we dat dan ook met een week uit?
De heer Prickaertz (PVV):
Voorzitter, steun.
De voorzitter:
Voor de voorstellen van de heer Schenk?
De heer Prickaertz (PVV):
Voor beide.
De heer Schoonis (D66):
Vanuit ons is er alleen steun voor de heer Kisteman.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik ben geen voorstander van een derde termijn. Discussies over zbo's en hun wettelijke taken kunnen bij de begrotingsbehandeling of op een ander moment plaatsvinden. Het moment van stemmen maakt mij niet zo heel veel uit, behalve dan dat er, zoals eerder is afgesproken, wel een week moet zitten tussen het stemmen over de amendementen en de moties en het stemmen over de wet.
De voorzitter:
Steunt u het uitstel?
De heer Van der Lee (PRO):
Dat mag. Maar geen derde termijn.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ook steun voor uitstel, maar niet voor een derde termijn.
De heer Vermeer (BBB):
Steun voor beide voorstellen.
De heer Flach (SGP):
Steun voor het voorstel van de heer Kisteman.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Steun voor uitstel. Geen steun voor een derde termijn.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Uitstel van stemmingen is prima, maar geen derde termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Hetzelfde: steun voor uitstel, maar geen steun voor een derde termijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Dito.
De voorzitter:
Er is een meerderheid voor uitstel van stemmingen, maar geen meerderheid voor een derde termijn. Dat betekent dat er later zal worden gestemd over de punten 13 en 14 op de stemmingslijst.
Er is een tweede verzoek. Mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb het verzoek om de stemmingen over de bijmengverplichting voor groen gas met een week uit te stellen. Dat ziin de punten 3 en 4. Er is een nieuw rapport verschenen van Kalavasta, met twee heel belangrijke conclusies. Daaruit blijkt dat de klimaatwinst van groen gas zeer twijfelachtig is. Wij zouden heel graag een kabinetsreactie willen op deze conclusies. Er is een reactie gekomen, maar daarin negeert het kabinet deze twee conclusies. Ik zou dus eerst die brief willen zien en vervolgens willen stemmen.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we sowieso door. Ik breng het voorstel in stemming om de punten 3 en 4 op de stemmingslijst uit te stellen.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik zou vandaag graag willen stemmen over de moties, maar we kunnen de stemmingen over de amendementen en de wet misschien wel volgende week dinsdag doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik kan dat laatste punt ondersteunen. Deze wet wordt met de hoogste spoed door het parlement gejaagd, dus wat rust daarbij zou heel goed zijn voor het proces.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat mij betreft torpederen we deze wet vandaag nog en stemmen we die dus ook vandaag weg.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun voor het verzoek.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, vandaag de moties en volgende week de amendementen en de wet wat ons betreft.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. We hebben hier vorige week ook een discussie over gehad. Dat betekent dat de ingangsdatum die nu in de wet staat, niet door kan gaan. Ik hoop dat iedereen zich realiseert dat dat hiermee ook besloten wordt.
De voorzitter:
En wat betekent dat voor uw oordeel?
De heer Vermeer (BBB):
Nou, we hebben het hier de vorige keer al over gehad. Geen steun.
De heer Klos (D66):
Steun, maar dan wel op de manier waarop mijn collega van de VVD het zojuist voorstelde.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Steun voor uitstel van de stemmingen over punt 3, maar geen steun wat betreft punt 4. De moties zou ik vandaag in stemming willen laten komen.
De heer Kops (PVV):
Hoe meer uitstel, hoe beter, dus steun.
De heer Flach (SGP):
Steun voor het voorstel.
De voorzitter:
Er is een meerderheid om vandaag te stemmen over de moties en er is ook een meerderheid om later te stemmen over de amendementen en het wetsvoorstel. Dan gaan we dat doen.
We brengen nog even de administratie op orde.
Stemmingen moties Wet bijmengverplichting groen gas
Stemmingen moties Wet bijmengverplichting groen gas
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas),
te weten:
- de motie-Grinwis/Van Oosterhout over het Noodfonds Energie zo inzetten dat huishoudens zich niet gedwongen voelen de kachel uit te zetten (36947, nr. 24);
- de motie-Grinwis c.s. over de broeikasgasbeprijzing in de glastuinbouw zodanig vormgeven dat de glastuinbouwsector rendabel blijft (36947, nr. 25);
- de motie-Grinwis/Van den Berg over verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven kan worden (36947, nr. 26);
- de motie-Grinwis/Vermeer over een gelijk speelveld tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas (36947, nr. 28);
- de motie-Grinwis/Vermeer over bezien of door de bijmengverplichting groen gas minder of later beschikbaar komt voor bepaalde sectoren (36947, nr. 29);
- de motie-Flach/Grinwis over bezien hoe de glastuinbouw buiten ETS2 gehouden kan worden (36947, nr. 30);
- de motie-Müller/Meulenkamp over langjarige afspraken met de glastuinbouw over investeringen in verduurzaming (36947, nr. 31);
- de motie-Vermeer over vóór de eerste verhoging van de bijmengverplichting inzichtelijk maken of de benodigde productiecapaciteit tijdig gerealiseerd kan worden (36947, nr. 32);
- de motie-Jumelet c.s. over als uitgangspunt hanteren dat de bijmengverplichting doorloopt tot 2040 (36947, nr. 33);
- de motie-Van Oosterhout over onderzoeken of SDE++-categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij (36947, nr. 34);
- de motie-Van Oosterhout over middelen vrijmaken voor verduurzaming voor huishoudens evenredig aan de opbrengsten van de buy-out (36947, nr. 35);
- de motie-Van Oosterhout over het structureel verlagen van de energierekening (36947, nr. 36);
- de motie-Klos over de bijmengverplichting meenemen in de ontwikkeling van de leveringsprijs (36947, nr. 37);
- de motie-Klos over een Europese bijmengverplichting voor groen gas (36947, nr. 38);
- de motie-Van den Berg over geen hoger beleidsdoel voor groen gas dan waar de bijmengverplichting naar streeft (36947, nr. 39);
- de motie-Van den Berg over een jaarlijkse evaluatie van de gevolgen van beleidskeuzes voor de energierekening en energiearmoede (36947, nr. 40);
- de motie-Van den Berg over de gevolgen voor het wkk-vermogen monitoren en maatregelen nemen wanneer de leveringszekerheid in gevaar komt (36947, nr. 41).
Ik wil mevrouw Al Biyati het woord geven voor een stemverklaring, maar ik zie ook de heer Vermeer bij de interruptiemicrofoon.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Wij hadden om een stemverklaring gevraagd bij de amendementen, maar dat gaat nu niet door, dus ik wilde vragen of ik mijn stemverklaring dan bij de moties mag afleggen.
De voorzitter:
Zeker weten, maar ik nodig eerst mevrouw Al Biyati uit en daarna de heer Vermeer voor een stemverklaring bij de moties, onder agendapunt 4. Gaat uw gang.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Voorzitter. We stemmen zo dadelijk over een motie van de ChristenUnie en PRO om de rampzalige gevolgen van de torenhoge energieprijzen te camoufleren met nieuwe subsidies. Die moeten weer worden opgebracht door werkende mensen en ondernemers, waardoor we allemaal armer worden en we weer nieuwe subsidies nodig hebben. Het zijn schijnoplossingen. De torenhoge energieprijzen zijn gecreëerd door jarenlang wanbeleid: de sluiting van Groningen en de absurd hoge gasbelasting. FVD wil geen doekje voor het bloeden, maar het bloeden zelf stoppen en daarom stemmen wij tegen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn stemverklaring namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. BBB ziet kansen voor groen gas, juist door reststromen en dierlijke mest nuttig te gebruiken. Maar deze wet moet wel aansluiten op de werkelijkheid op het boerenerf. Het kabinet rekent voor de opschaling van groen gas stevig op mestvergisting, terwijl tegelijkertijd beleid wordt gevoerd dat leidt tot minder vee en daarmee tot minder beschikbare mest. Die twee werkelijkheden kunnen niet los van elkaar gezien worden. Voor BBB is het daarom een harde randvoorwaarde dat mestvergisting een oplossing biedt voor een daadwerkelijk mestoverschot. Het kan niet zo zijn dat we straks mest nodig hebben voor een wettelijke bijmengverplichting en de daarbij behorende klimaatdoelen in plaats van dat we die voor akkerbouwers en kringlooplandbouw beschikbaar hebben. De moties hebben wij daarom beoordeeld op de uitvoerbaarheid, voldoende beschikbaarheid van mest en de gevolgen voor boeren. De nadere brief die het kabinet vandaag gaat sturen over de begrotingen is voor BBB van groot belang om te bepalen wat we in de komende weken gaan stemmen met betrekking tot deze wet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt de motie-Grinwis/Van Oosterhout (36947, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36947, nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Van den Berg (36947, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36947, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36947, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Flach/Grinwis (36947, nr. ??, was nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Müller/Meulenkamp (36947, nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36947, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jumelet c.s. (36947, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (36947, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (36947, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (36947, nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos (36947, nr. 37).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos (36947, nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36947, nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36947, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36947, nr. 41).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Wet proactieve dienstverlening SZW
Stemmingen Wet proactieve dienstverlening SZW
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW) (36799).
Er is een stemverklaring van mevrouw Wiersma. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. BBB staat ervoor dat mensen de ondersteuning krijgen waar ze recht op hebben. Deze wet beoogt burgers met het recht op een uitkering proactief te benaderen, maar vereist daarvoor vergaande gegevensverzameling met aanzienlijke privacyrisico's, ook voor hen die het niet aangaat. Bovendien is deze wet pure symptoombestrijding. Dat burgers door de immense stelselcomplexiteit niet eens een aanvraag durven te doen, toont het failliet van dit systeem. In plaats van dit stelsel fundamenteel te hervormen, tuigen gemeenten nu versnipperd en bureaucratisch kolossen op. Dat is wat ons betreft geen duurzame oplossing. Dat is ook de reden dat wij tegen de amendementen op de stukken nrs. 13, 14 en 23 zullen stemmen, en uiteindelijk ook tegen de wet.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Biekman (stuk nr. 44, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 44 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-De Beer (stuk nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder/Bolhuis (stuk nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Ceder/Biekman (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Ceder/Biekman (stuk nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Bolhuis (stuk nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Edgar Mulder (stuk nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Bolhuis (stuk nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 42) tot het toevoegen van een onderdeel J.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Biekman/Bolhuis (stuk nr. 41) tot het toevoegen van een onderdeel J.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-De Beer c.s. (stuk nr. 20) tot het toevoegen van een onderdeel J.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Biekman (stuk nrs. 44, I tot en met III), het amendement-De Beer (stuk nr. 15), het gewijzigde amendement-Ceder/Bolhuis (stuk nr. 43), het amendement-Ceder/Biekman (stuk nr. 13), het amendement-Ceder/Biekman (stuk nr. 14), het amendement-Bolhuis (stuk nr. 23), het nader gewijzigde amendement-Biekman/Bolhuis (stuk nr. 41) en het amendement-De Beer c.s. (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wet proactieve dienstverlening SZW
Stemmingen moties Wet proactieve dienstverlening SZW
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW),
te weten:
- de motie-Ceder/Bolhuis over uitspreken dat vereenvoudiging van gemeentelijke regelingen en proactieve dienstverlening in samenhang moeten worden bezien (36799, nr. 27);
- de motie-Ceder/Schenk over mogelijk maken dat burgers gelijktijdig voor alle betrokken bestuursorganen bezwaar kunnen maken (36799, nr. 28);
- de motie-Biekman over bij nieuwe wetgeving het uitgangspunt hanteren van op termijn automatisch uitkeren (36799, nr. 29);
- de motie-Biekman over gegevensuitwisseling voor inkomensafhankelijke subsidies opnemen in het besluit proactieve dienstverlening (36799, nr. 30);
- de motie-De Beer over bij proactieve dienstverlening de verbinding leggen met regionale Werkcentra (36799, nr. 31);
- de motie-Bolhuis/Ceder over onderzoeken welke aanpassingen in wetgeving nodig zijn om het ambtshalve kwijtschelden van gemeentelijke belastingen mogelijk te maken (36799, nr. 32);
- de motie-Hamstra/Bolhuis over bij de verdere uitwerking van de Wet proactieve dienstverlening SZW structureel de mogelijke betrokkenheid van informele partijen onderzoeken en stimuleren (36799, nr. 33);
- de motie-Ceulemans over waarborgen dat proactieve dienstverlening alleen in het Nederlands plaatsvindt (36799, nr. 34);
- de motie-Edgar Mulder over het vaststellen van landelijke, objectieve en uniforme selectiecriteria voor proactieve dienstverlening (36799, nr. 35);
- de motie-Schenk over als uitgangspunt nemen dat gemeenten alleen een resultaat- of selectiesignaal ontvangen en onderliggende persoonsgegevens alleen verstrekken indien dit aantoonbaar noodzakelijk is (36799, nr. 36).
De heer Bolhuis wenst zijn aangehouden motie op stuk nr. 32 te wijzigen en verzoekt deze vervolgens in stemming te brengen.
In stemming komt de motie-Ceder/Bolhuis (36799, nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (36799, nr. ??, was nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Biekman (36799, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Biekman (36799, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Beer (36799, nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Bolhuis/Ceder (36799, nr. ??, was nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hamstra/Bolhuis (36799, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceulemans (36799, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36799, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Schenk (36799, nr. ??, was nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, wij hebben een foutje gemaakt. De ChristenUnie wil geacht worden voor de motie op stuk nr. 34 te hebben gestemd.
De voorzitter:
Welk nummer, zegt u?
De heer Ceder (ChristenUnie):
34.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd. Dank u wel.
Stemmingen moties Zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
Stemmingen moties Zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld,
te weten:
- de motie-Beckerman over ervoor zorgen dat slachtoffers bij het Centrum Seksueel Geweld geen eigen risico meer hoeven te betalen (36841, nr. 4);
- de motie-Beckerman c.s. over voor de begroting van VWS in beeld brengen hoe met de extra middelen het CSG beter gefinancierd kan worden (36841, nr. 5);
- de motie-Beckerman over regelen dat er altijd een professionele tolk kan worden ingezet op plekken waar slachtoffers van seksueel geweld zich melden (36841, nr. 6);
- de motie-Beckerman over de financiering van het CSG laten meestijgen met de inflatie en het aantal hulpvragen (36841, nr. 7);
- de motie-Beckerman over concrete stappen zetten om zorgverleners beter te trainen en voor te lichten over het herkennen van signalen van seksueel geweld (36841, nr. 8);
- de motie-Beckerman over de benodigde financiering om de nieuwe werkwijze bij hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld tot een succes te maken (36841, nr. 9);
- de motie-Vliegenthart/Wiersma over een landelijk plan voor structurele deskundigheidsbevordering van zorg- en hulpverleners (36841, nr. 10);
- de motie-Vliegenthart over in kaart brengen wat nodig is om minimaal één gespecialiseerd nazorgspreekuur voor VGV per regio te realiseren (36841, nr. 11);
- de motie-Vliegenthart over voorafgaand aan de wettelijke verankering van de EU-richtlijn inzichtelijk maken of de huidige Wmo-financiering toereikend en passend is (36841, nr. 12);
- de motie-Vliegenthart/Westerveld over in kaart brengen wat nodig is om succesvolle vormen van groeps- en lotgenotenondersteuning te borgen (36841, nr. 13);
- de motie-Becker c.s. over verbetering van het proces van melding en aangifte voor slachtoffers van seksueel geweld (36841, nr. 14).
In stemming komt de motie-Beckerman (36841, nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (36841, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36841, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36841, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36841, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36841, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart/Wiersma (36841, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Vliegenthart (36841, nr. ??, was nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (36841, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart/Westerveld (36841, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Becker c.s. (36841, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Funderingsproblematiek
Stemmingen moties Funderingsproblematiek
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Funderingsproblematiek,
te weten:
- de motie-Mooiman over de positie van net ingestroomde starters structureel meenemen bij de verdere uitwerking van de aanpak van de funderingsproblematiek (28325, nr. 337);
- de motie-Mooiman over voorkomen dat modelmatige risico-indicaties tot onnodige onrust en onterechte stigmatisering leiden (28325, nr. 338);
- de motie-Mooiman over werken aan uniforme standaarden voor funderingsonderzoek en -herstel (28325, nr. 339);
- de motie-Mooiman over toewerken naar één landelijke publieke voorziening voor funderingsloketten (28325, nr. 340);
- de motie-Zalinyan/Van Leijen over garanderen dat het funderingsrisico kenbaar wordt gemaakt bij iedere woning die te koop wordt aangeboden (28325, nr. 341);
- de motie-Zalinyan/Kostić over het risicoprofiel van de woning verbreden tot droogte, wateroverlast, bodemdaling en hitte (28325, nr. 342);
- de motie-Wiersma over de staat van de fundering van een woning pas openbaar maken als de kwaliteit voldoende is vastgesteld (28325, nr. 343);
- de motie-Nobel over bij verdere uitwerking van de funderingsproblematiek waar mogelijk binnen de bestaande middelen meer te besteden aan de uitvoering (28325, nr. 344);
- de motie-Claassen over een landelijk toepasbaar kader om de ontwikkelwaarde van woningtoevoeging te benutten voor noodzakelijk herstel en verbetering van bestaande gebouwen (28325, nr. 345);
- de motie-Van Leijen c.s. over in kaart brengen hoe een meerjarige gebiedsgerichte aanpak voor funderingsproblematiek kan worden vormgegeven en gefinancierd (28325, nr. 346);
- de motie-Clemminck over in de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek de positie van ondernemers en bedrijfspanden opnemen (28325, nr. 347).
In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 337).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 338).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 339).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 340).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Zalinyan/Van Leijen (28325, nr. 341).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (28325, nr. 342).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wiersma (28325, nr. 343).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Nobel (28325, nr. 344).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van PRO ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (28325, nr. 345).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, de PvdD, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Leijen c.s. (28325, nr. 346).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Clemminck (28325, nr. 347).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van PRO ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Staatsdeelnemingen
Stemmingen moties Staatsdeelnemingen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Staatsdeelnemingen,
te weten:
- de motie-Kostić over in het deelnemingenbeleid de definitie van "publiek belang" opnemen (28165, nr. 480);
- de motie-Kostić over zich ervoor inzetten dat alle relevante FMO-documenten en informatie toegankelijk worden gemaakt voor nabestaanden en benadeelden (28165, nr. 481);
- de motie-Ceulemans/Hoogeveen over gelijktijdig uitvoeren van het wetgevingstraject bij Financiën en JenV omtrent mogelijke privatisering van de Nederlandse Loterij (28165, nr. 482);
- de motie-Ceulemans c.s. over de borging van kritieke Nederlandse defensiecapaciteit primair vormgeven via langjarige opdrachten en concrete bestellingen (28165, nr. 483);
- de motie-Bushoff over de nationale investeringsinstelling mandateren om zich ook te richten op projecten waarvan het rendement onzeker is maar die mogelijk wel de economie ten goede komen (28165, nr. 484);
- de motie-Bushoff over publieke belangen sterker verankeren in het staatsdeelnemingenbeleid (28165, nr. 485).
De voorzitter:
Het lid Kostić verzoekt de aangehouden motie op stuk nr. 481 alsnog in stemming te brengen.
In stemming komt de motie-Kostić (28165, nr. 480).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (28165, nr. 481).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceulemans/Hoogeveen (28165, nr. 482).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceulemans c.s. (28165, nr. 483).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bushoff (28165, nr. 484).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wij willen worden geacht vóór de motie op stuk nr. 481 te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben het gecorrigeerd.
In stemming komt de motie-Bushoff (28165, nr. 485).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking
Stemmingen moties Monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking,
te weten:
- de motie-Stultiens/Oosterhuis over zich aansluiten bij het nog op te richten panel voor ongelijkheid (31066, nr. 1566);
- de motie-Stultiens over onderzoeken hoeveel miljonairs in Nederland niet of nauwelijks inkomstenbelasting betalen (31066, nr. 1567).
In stemming komt de motie-Stultiens/Oosterhuis (31066, nr. 1566).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stultiens (31066, nr. 1567).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Evaluatie CO2-heffing industrie en CO2- minimumprijs elektriciteitsopwekking
Stemmingen moties Evaluatie CO2-heffing industrie en CO2- minimumprijs elektriciteitsopwekking
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Evaluatie CO2-heffing industrie en CO2- minimumprijs elektriciteitsopwekking,
te weten:
- de motie-Teunissen over garanderen dat koplopers niet de dupe worden van het afschaffen van de CO2-heffing (32813, nr. 1572);
- de motie-Teunissen over inzichtelijk maken wat de kosten van ecologische en maatschappelijke klimaatschade zijn (32813, nr. 1573);
- de motie-Teunissen over de CO2-heffing in ere herstellen voor grote uitstoters (32813, nr. 1574).
In stemming komt de motie-Teunissen (32813, nr. 1572).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32813, nr. 1573).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (32813, nr. 1574).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Belastingdienst
Stemmingen moties Belastingdienst
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Belastingdienst,
te weten:
- de motie-Van Eijk/Inge van Dijk over waarborgen dat kennisgroepstandpunten niet onnodig beperkend werken op de professionele beoordelingsruimte van inspecteurs (31066, nr. 1568);
- de motie-Ergin/Stultiens over bij onderzoek naar RAM en vergelijkbare lijsten niet alleen kijken naar financieel nadeel (31066, nr. 1569);
- de motie-Ergin over feiten en bevindingen over RAM doorgeleiden naar de commissie-Maatoug (31066, nr. 1570);
- de motie-Ergin over onderzoeken of bij de vernietiging van documenten uit het RAM-onderzoek relevante informatie verloren is gegaan (31066, nr. 1571);
- de motie-Oosterhuis/Inge van Dijk over laagdrempelige fiscale rechtsbescherming stimuleren binnen de Belastingdienst (31066, nr. 1572);
- de motie-Ceulemans/Hoogeveen over bij iedere aan de Kamer verstrekte raming ook een toelichting leveren (31066, nr. 1573).
In stemming komt de motie-Van Eijk/Inge van Dijk (31066, nr. 1568).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin/Stultiens (31066, nr. 1569).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ergin (31066, nr. 1570).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin (31066, nr. 1571).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Oosterhuis/Inge van Dijk (31066, nr. 1572).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
We bladeren door naar agendapunt 15, stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Stemmingen moties Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
Stemmingen moties Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord (IZA) / Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA),
te weten:
- de motie-Wiersma over structurele borging van IPSO-zorg (31765, nr. 994);
- de motie-Tijmstra/Poortman over ruimte maken voor voorlopers in passende zorg (31765, nr. 995);
- de motie-Maeijer over het doel van 20% zinnige administratietijd in 2030 niet uit beeld laten raken (31765, nr. 996);
- de motie-Van Brenk over gemeenten ondersteunen en faciliteren bij initiatieven rondom zorgzame buurten en voorzorgcirkels (31765, nr. 997);
- de motie-Bushoff over het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt nemen bij de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg (31765, nr. 998);
- de motie-Bushoff/Vliegenthart over bevorderen dat wijkverpleging per regio herkenbaar, samenhangend en eenduidig wordt georganiseerd (31765, nr. 999);
- de motie-Coenradie over gemeenten meerjarige financiële zekerheid geven voor de uitvoering van het IZA en het AZWA (31765, nr. 1000);
- de motie-Coenradie over een pilot om het totale zorglandschap opnieuw in te richten (31765, nr. 1001);
- de motie-Vervuurt over in de beleidsagenda voor de medtechsector vastleggen hoe overheid en zorgsector als eerste klanten van Nederlandse medische technologie kunnen optreden (31765, nr. 1003);
- de motie-Claassen over een voorstel voor een tijdelijke voorwaardelijke toelating van CE-gecertificeerde digitale zorgtoepassingen tot het basispakket (31765, nr. 1004).
In stemming komt de motie-Wiersma (31765, nr. 994).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Tijmstra/Poortman (31765, nr. 995).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (31765, nr. 996).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk (31765, nr. ??, was nr. 997).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (31765, nr. 998).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff/Vliegenthart (31765, nr. 999).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (31765, nr. 1000).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (31765, nr. 1001).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vervuurt (31765, nr. 1003).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (31765, nr. 1004).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen moties Caribisch Nederland VWS
Stemmingen moties Caribisch Nederland VWS
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Caribisch Nederland VWS,
te weten:
- de motie-Van Brenk over een gezondheidscheck aanbieden aan omwonenden van Selibon (37020-IV, nr. 4);
- de motie-Van Brenk over structureel aanvullende middelen voor casemanagement dementie op Sint-Eustatius (37020-IV, nr. 5);
- de motie-Van Brenk over structureel aanvullende middelen voor een 36-urige werkweek voor de zorg op de BES-eilanden (37020-IV, nr. 6);
- de motie-Diederik van Dijk over de samenwerking tussen openbare lichamen en kerken ten aanzien van zorg en ondersteuning versterken (37020-IV, nr. 7);
- de motie-Van Meetelen over geen cent extra voor de zorg in Caribisch Nederland zolang er in Europees Nederland op de zorg wordt bezuinigd (37020-IV, nr. 8);
- de motie-Vliegenthart over een digitale pilot met groepsgewijze zwangerschapsvoorlichting in Caribisch Nederland (37020-IV, nr. 9);
- de motie-Vliegenthart over een plan van aanpak voor passende kraamzorg op de BES-eilanden (37020-IV, nr. 10);
- de motie-Claassen over de uitwerking van de juridische grondslag voor het gebruik van het bsn als patiëntidentificatie in de zorg op de BES-eilanden versnellen (37020-IV, nr. 11);
- de motie-Vervuurt c.s. over een versnellingsaanpak voor bewezen zorginnovaties op de BES-eilanden (37020-IV, nr. 12);
- de motie-Tijmstra over het aanbod van gezonde voeding op scholen in Caribisch Nederland uitbreiden (37020-IV, nr. 13);
- de motie-Tijmstra c.s. over doorgaan met de ontwikkeling van het Integrated Care and Living Centre en Nos Bario (37020-IV, nr. 14).
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-IV, nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-IV, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (37020-IV, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (37020-IV, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (37020-IV, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (37020-IV, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vliegenthart (37020-IV, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Claassen (37020-IV, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vervuurt c.s. (37020-IV, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijmstra c.s. (37020-IV, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijmstra c.s. (37020-IV, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Toegang tot het recht
Stemmingen moties Toegang tot het recht
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Toegang tot het recht,
te weten:
- de motie-Straatman over een reservistenregister voor de sociale advocatuur (31753, nr. 317);
- de motie-Dobbe over de POK-middelen structureel maken als blijkt dat deze bijdragen aan de toegang tot het recht (31753, nr. 318);
- de motie-Dobbe over kijken waar Huizen van het Recht van toegevoegde waarde kunnen zijn (31753, nr. 319).
In stemming komt de motie-Straatman (31753, nr. 317).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (31753, nr. 318).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (31753, nr. 319).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Kansspelen
Stemmingen moties Kansspelen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Kansspelen,
te weten:
- de motie-Bikker/Diederik van Dijk over in kaart brengen hoe en wanneer de Kansspelautoriteit het opensourcerisicomodel van de UvA kan gebruiken (24557, nr. 286);
- de motie-Tijs van den Brink over bij een DNS-blokkade van een goksite de gebruikers wijzen op de risico's van online gokken (24557, nr. 287);
- de motie-Bikkers c.s. over een boete voor platforms die illegale gokreclames tonen na een verwijderverzoek (24557, nr. 288);
- de motie-Diederik van Dijk over een totaalverbod op reclame voor kansspelen (24557, nr. 289);
- de motie-Diederik van Dijk/Bikker over de minimumleeftijd voor de meest risicovolle kansspelen verhogen naar 21 jaar zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan (24557, nr. 290);
- de motie-Diederik van Dijk over een scenario uitwerken waarin de Staat zich volledig terugtrekt uit het aanbieden en exploiteren van kansspelen (24557, nr. 291);
- de motie-Mohandis/Mutluer over een centrale lijst van illegale onlinekansspelaanbieders voor toezicht en handhaving (24557, nr. 292);
- de motie-Mohandis/Mutluer over een pilot om de digitale infrastructuur achter illegale onlinekansspelaanbieders te verstoren (24557, nr. 293);
- de motie-Dobbe over een vergelijkbare zorgplicht voor cryptodienstverleners als voor gokbedrijven (24557, nr. 294);
- de motie-Al Biyati over de kansspelbelasting terugbrengen naar 34,2% (24557, nr. 295);
- de motie-Al Biyati over onderzoeken of en hoe prediction markets gereguleerd kunnen worden (24557, nr. 296);
- de motie-Keijzer/Schilder over geoormerkt meespelen bij goededoelenloterijen (24557, nr. 297).
In stemming komt de motie-Bikker/Diederik van Dijk (24557, nr. 286).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Tijs van den Brink (24557, nr. 287).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikkers c.s. (24557, nr. 288).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (24557, nr. 289).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Bikker (24557, nr. 290).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (24557, nr. 291).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Mohandis/Mutluer (24557, nr. 292).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mohandis/Mutluer (24557, nr. 293).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (24557, nr. 294).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Al Biyati (24557, nr. 296).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Profielschets en advertentietekst voor de nieuw te benoemen Nationale ombudsman
Stemming brief Profielschets en advertentietekst voor de nieuw te benoemen Nationale ombudsman
Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over de profielschets en advertentietekst voor de nieuw te benoemen Nationale ombudsman (34050, nr. 1).
De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken te besluiten en in te stemmen met de profielschets en de advertentietekst.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Sportbeleid
Stemmingen moties Sportbeleid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Sportbeleid,
te weten:
- de motie-Mohandis/Inge van Dijk over begin 2027 met een concreet tijdpad voor een sport- en beweegwet komen (30234, nr. 446);
- de motie-Mohandis/Inge van Dijk over een landelijke klankbord- en adviesraad van vrijwillige verenigingsbestuurders faciliteren (30234, nr. 447);
- de motie-Dobbe/Mohandis over een pilot met een variant op schoolzwemmen (30234, nr. 448);
- de motie-El Abassi over ervoor zorgen dat strafbare racistische uitingen niet bij een melding blijven (30234, nr. 449);
- de motie-El Abassi over effectieve technologie zo snel mogelijk inzetten voor het identificeren van daders van strafbare racistische uitingen tegen Nederlandse sporters (30234, nr. 450);
- de motie-El Abassi over bij de verdere uitvoering van Ons voetbal is van iedereen een afzonderlijke aanpak voor online racisme opnemen (30234, nr. 451);
- de motie-Inge van Dijk/Mohandis over het revolverend fonds sport zo inrichten dat dit complementair is aan de subsidieregeling BOSA (30234, nr. 452);
- de motie-Inge van Dijk/Mohandis over sport en bewegen als eerstvolgende casus opnemen in de verdere uitwerking en toepassing van de richtlijn passend bewijs voor preventie (30234, nr. 453);
- de motie-Huizenga/De Kort over onderzoeken of het testen van hulpmiddelen met een laag risico kan worden vrijgesteld van de zware medisch-ethische toetsing (30234, nr. 455).
Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Volgens mij noemde u ons net bij de motie op stuk nr. 296, bij de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Kansspelen, maar wij worden graag geacht tegen die motie te hebben gestemd.
De voorzitter:
Dat is bij dezen hersteld.
In stemming komt de motie-Mohandis/Inge van Dijk (30234, nr. 446).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mohandis/Inge van Dijk (30234, nr. 447).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Mohandis (30234, nr. 448).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30234, nr. 449).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30234, nr. 450).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (30234, nr. 451).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Mohandis (30234, nr. 452).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Een "verhapseling", zoals dat tegenwoordig geloof ik heet. Ik wil worden geacht tegen de motie op stuk nr. 449 te hebben gestemd en voor de motie op stuk nr. 450.
De voorzitter:
We hebben het gecorrigeerd. Dank u wel.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Tot uw dienst.
In stemming komt de gewijzigde motie-Inge van Dijk c.s. (30234, nr. ??, was nr. 453).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Huizenga/De Kort (30234, nr. 455).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Bescherming persoonsgegevens en grote datalekken
Stemmingen moties Bescherming persoonsgegevens en grote datalekken
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Bescherming persoonsgegevens en grote datalekken,
te weten:
- de motie-Kathmann c.s. over het verder verbieden van het dragen van gluurbrillen (32761, nr. 347);
- de motie-Rajkowski over onderzoeken welke gevoelige persoonsgegevens na een datalek aangepast kunnen worden om identiteitsfraude te voorkomen (32761, nr. 349).
In stemming komt de gewijzigde motie-Kathmann c.s. (32761, nr. ??, was nr. 347).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Bij het vorige onderwerp, stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Sportbeleid, worden wij geacht voor de motie op stuk nr. 453 te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben dat gecorrigeerd.
In stemming komt de motie-Rajkowski (32761, nr. 349).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Digitale inclusie
Stemmingen moties Digitale inclusie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Digitale inclusie,
te weten:
- de motie-El Boujdaini/Vervuurt over onderzoeken voor welke instellingen WCAG-richtlijnen niet gelden en wel toegepast kunnen worden (26643, nr. 1558);
- de motie-Kathmann over uiterlijk eind 2027 een onafhankelijke toezichthouder voor de digitale toegankelijkheid van de overheid aanstellen (26643, nr. 1559);
- de motie-Kathmann c.s. over een rijksbreed plan maken om Nederland digitaal inclusief te maken (26643, nr. 1561).
In stemming komt de motie-El Boujdaini/Vervuurt (26643, nr. 1558).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kathmann (26643, nr. 1559).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kathmann c.s. (26643, nr. 1561).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Ontwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Stemmingen moties Ontwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022,
te weten:
- de motie-Boon/Vondeling over de wachttermijn voor toegang van asielzoekers tot de arbeidsmarkt niet verkorten naar drie maanden (19637, nr. 3628);
- de motie-Boon/Vondeling over de eigen bijdrage voor asielzoekers fors verhogen (19637, nr. 3629);
- de motie-Ceulemans over de wachttermijn van drie maanden alleen laten gelden voor asielzoekers met een nationaliteit waarvan het inwilligingspercentage boven de 20% ligt (19637, nr. 3630);
- de motie-Bolhuis/Patijn over de wettelijke verantwoordelijkheid voor arbeidstoeleiding voor asielzoekers, statushouders en Oekraïens ontheemden bij gemeenten beleggen (19637, nr. 3631);
- de motie-Bolhuis/Patijn over de verkenning van het alternatief voor de tewerkstellingsvergunning voor het einde van 2026 naar de Kamer te sturen (19637, nr. 3632).
In stemming komt de motie-Boon/Vondeling (19637, nr. 3628).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon/Vondeling (19637, nr. 3629).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ceulemans (19637, nr. ??, was nr. 3630).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis/Patijn (19637, nr. 3631).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis/Patijn (19637, nr. 3632).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Uitvoeringsproblematiek UWV
Stemmingen moties Uitvoeringsproblematiek UWV
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitvoeringsproblematiek UWV,
te weten:
- de motie-Bolhuis/Patijn over belemmeringen voor betere re-integratie in kaart brengen (26448, nr. 909);
- de motie-Bolhuis/Patijn over een actieplan tegen het bevorderen van uitval (26448, nr. 910);
- de motie-Edgar Mulder over borgen dat ernstige uitvoeringsfouten, rechtmatigheidsproblemen en financiële risico's bij het UWV aan de Kamer worden gemeld (26448, nr. 911);
- de motie-Schenk over werk- en herstelmethoden waarbij behandeling en werkhervatting tegelijk plaatsvinden toegankelijk maken voor werknemers en mensen in de Ziektewet (26448, nr. 912).
In stemming komt de motie-Bolhuis/Patijn (26448, nr. 909).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis/Patijn (26448, nr. 910).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (26448, nr. 911).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (26448, nr. 912).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Volt ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Pensioenonderwerpen
Stemmingen moties Pensioenonderwerpen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen,
te weten:
- de motie-Van Brenk over de uitwerking en implementatie van additionele koopkrachtinstrumenten versnellen en als stelselverantwoordelijke meer regie nemen (32043, nr. 718);
- de motie-Bolhuis c.s. over tot na afronding van de stelseltransitie het aantal mensen monitoren dat compensatie misloopt en deze groep zo klein mogelijk houden (32043, nr. 719);
- de motie-Bolhuis/Van Ark over uitbreiding van de wettelijke bevoegdheid van de Autoriteit Financiële Markten onderzoeken (32043, nr. 720);
- de motie-Bolhuis/Van Ark over wettelijk vastleggen dat pensioeninstellingen jaarlijks deelnemers oproepen hun partner en nabestaanden aan te melden of hun registratie te herbevestigen (32043, nr. 721);
- de motie-Neijenhuis c.s. over bezien of en hoe doorwerken na de AOW-leeftijd beter kan worden gefaciliteerd (32043, nr. 724);
- de motie-Schenk over een mogelijkheid voor voortzetting van een uitkeringsovereenkomst onder het financieel toetsingskader (32043, nr. 725);
- de motie-Ceulemans over bewerkstelligen dat het keuzerecht voor het bedrag ineens ten laatste ingaat op 1 januari 2028 (32043, nr. 726).
In stemming komt de motie-Van Brenk (32043, nr. 718).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis c.s. (32043, nr. 719).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis/Van Ark (32043, nr. 720).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bolhuis/Van Ark (32043, nr. 721).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Neijenhuis c.s. (32043, nr. 724).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (32043, nr. 725).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceulemans (32043, nr. 726).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie
Stemmingen moties Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie,
te weten:
- de motie-Ergin over de strijd tegen alle vormen van discriminatie opvoeren middels een nieuw actieplan (29544, nr. 1326);
- de motie-Ergin over de VIA-werkagenda aanvullen met minstens één handhavend of controlerend instrument tegen arbeidsmarktdiscriminatie (29544, nr. 1327);
- de motie-Edgar Mulder over geen asielzoekers naar werk begeleiden (29544, nr. 1328);
- de motie-Edgar Mulder over maatregelen nemen waardoor werknemers die meer uren gaan werken, daar substantieel financieel op vooruitgaan (29544, nr. 1329);
- de motie-Edgar Mulder over belemmeringen verminderen die werkgevers ervaren bij het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking (29544, nr. 1330);
- de motie-Schenk/Ceulemans over geen publieke middelen meer besteden aan programma's waarin bij de werving, selectie en/of samenstelling van het personeelsbestand wordt gestuurd op geslacht, huidskleur, afkomst of andere persoonskenmerken (29544, nr. 1331);
- de motie-Patijn over voldoende stageplekken creëren en beleid ontwikkelen voor groepen die worden achtergesteld bij stageplekken (29544, nr. 1332);
- de motie-Van Brenk/Dassen over scenario's uitwerken om de gevolgen voor de welvaartsstaat van AI en robotica tijdig op te vangen (29544, nr. 1333);
- de motie-Van Brenk over een onderzoek naar de redenen en oorzaken van werkloosheid bij oudere werknemers (29544, nr. 1334).
In stemming komt de motie-Ergin (29544, nr. 1326).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin (29544, nr. 1327).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (29544, nr. 1328).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (29544, nr. 1329).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (29544, nr. 1330).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk/Ceulemans (29544, nr. 1331).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Patijn (29544, nr. 1332).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk/Dassen (29544, nr. ??, was nr. 1333).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (29544, nr. 1334).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen overige moties Bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht
Stemmingen overige moties Bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht,
te weten:
- de motie-Lammers over samen met de Algemene Rekenkamer vóór de begrotingsbehandeling met een nieuw en compleet rapport komen over de aangiften die zijn blijven liggen (29628, nr. 1349);
- de motie-Lammers over aangiften van ernstige misdrijven die niet zijn opgepakt opnieuw laten beoordelen en in behandeling nemen (29628, nr. 1350);
- de motie-Lammers over in overleg met het OM en de politie ervoor zorgen dat bij de inzet van politiecapaciteit hoofdprioriteit wordt gegeven aan ernstige fysieke criminaliteit (29628, nr. 1351);
- de motie-Martens-America c.s. over zo snel als mogelijk met de Algemene Rekenkamer om tafel gaan om tot harmonisering van de cijfermatige beelden te komen (29628, nr. 1352);
- de motie-Straatman c.s. over een concreet plan van aanpak om de (29628, nr. 1353);
- de motie-Keijzer/Lammers over de Kamer ieder halfjaar inzicht geven in het aantal aangiften dat niet in behandeling is genomen, de redenen daarvoor en een uitsplitsing naar type misdrijf (29628, nr. 1355);
- de motie-Mathlouti c.s. over concrete en meetbare doelen vaststellen voor het terugdringen van het aantal aangiften dat niet wordt opgepakt (29628, nr. 1356).
In stemming komt de motie-Lammers (29628, nr. 1349).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Lammers (29628, nr. 1350).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Lammers (29628, nr. 1351).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Martens-America c.s. (29628, nr. 1352).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Straatman c.s. (29628, nr. 1353).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Keijzer/Lammers (29628, nr. 1355).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mathlouti c.s. (29628, nr. 1356).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Stemming motie Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Stemming motie Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026,
te weten:
- de motie-Grinwis c.s. over de inbrengwaarde van grond baseren op de residuelewaardemethodiek (36800-XXII, nr. 35).
In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis c.s. (36800-XXII, nr. ??, was nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Politie
Stemming motie Politie
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Politie,
te weten:
- de motie-Van der Plas/Coenradie over uitspreken dat het vertrouwen tussen de korpsleiding en de werkvloer ernstig is beschadigd na het oordeel over politiemedewerkers die politiesystemen zouden hebben geraadpleegd in de zaak-Lisa (29628, nr. 1331).
In stemming komt de motie-Van der Plas/Coenradie (29628, nr. 1331).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire
Stemming motie Datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over een datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire,
te weten:
- de motie-Inge van Dijk c.s. over onafhankelijk laten toetsen of de (31066, nr. 1565).
In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (31066, nr. 1565).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
Dat waren de stemmingen. Dank voor uw medewerking. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer een debat over het burgerinitiatief Stop de Postcode Loterij (36615, nr. 18).
Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag aan de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid:
- op maandag 5 oktober 2026 van 14.30 uur tot 18.30 uur over de Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen (36918);
- op maandag 25 januari 2027 van 10.00 uur tot 14.00 uur over de Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging (36914);
- op maandag 8 februari 2027 van 10.00 uur tot 14.00 uur over de wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad (Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid) (36906).
Voorts stel ik voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag aan de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op maandag 18 januari 2027 van 10.00 uur tot 16.30 uur over de AMvB Dierwaardige veehouderij.
Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag aan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken op maandag 9 november van 15.00 uur tot 21.00 uur over het postennet.
Ik deel aan de Kamer mee dat de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tot haar ondervoorzitter heeft gekozen het lid Koorevaar.
Op verzoek van de fractie van de FVD benoem ik in de commissie voor de Werkwijze het lid Dekker tot lid.
Op verzoek van de fractie van de PVV benoem ik in de commissie voor de Verzoekschriften en burgerinitiatieven het lid Maeijer tot lid in plaats van plaatsvervangend lid.
Ik deel mee dat het dertigledendebat over het tekort aan pleegouders is komen te vervallen en dat de aangehouden motie op stuk nr. 298 (29435) (#1) is vervallen.
Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 29279-1053; 36045-299; 36800-XVI-181; 32847-1477.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Integriteit openbaar bestuur (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Tseggai van PRO;
- het tweeminutendebat Landelijke publieke omroep (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Mohandis van PRO;
- het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht in de zorg (+IGJ en Zorgfraude) (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Wendel van de VVD;
- het tweeminutendebat Volkshuisvesting en fiscaliteit (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Nobel van de VVD;
- het tweeminutendebat Duurzaam vervoer (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Van Leijen van D66;
- het tweeminutendebat Gevangeniswezen (CD d.d. 24/09), met als eerste spreker het lid Abdi van PRO.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan het lid Kostić voor een verzoek namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Het is al heel lang geleden dat we in deze zaal een discussie hebben gevoerd over de investeringen voor Tata Steel. In de tussentijd is er van alles gebeurd: allerlei incidenten, overtredingen van de wet, en ook strafvervolging door het OM. Er ligt nu gelukkig een brief van het kabinet, maar deze roept meer vragen op dan die antwoorden geeft. Omdat dit gaat om miljarden aan belastinggeld is het volgens mij belangrijk dat we hier een debat over voeren, hoe je ook in de wedstrijd zit. Daarom dus graag een debat met de minister van K&GG en de staatssecretaris over de keuzes rondom Tata Steel.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit jaar in te plannen.
De voorzitter:
Ja.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Niet dit jaar en niet volgend jaar. Dus geen steun.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben in december een debat over verduurzaamde industrie staan. Daar kunnen we de andere staatssecretaris bij betrekken. Ik ben het ermee eens: we moeten het er met elkaar over hebben. De ministeries hebben een uitgebreide brief voor ons neergelegd. We kunnen die gewoon in het commissiedebat behandelen.
De heer Schoonis (D66):
Voor ons ook: bij het commissiedebat.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun voor het verzoek.
De heer Chris Jansen (PVV):
Steun.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, geen steun. Het kan in het commissiedebat.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Steun.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, maar nog wel een volgend verzoek.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een dertigledendebat, voorzitter.
De voorzitter:
Dertig leden: op de lijst.
U heeft nog een verzoek.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat kan kort. Morgen is er besluitvorming over de bescherming van ons milieu en onze gezondheid in Europa. Als we daar op tijd bij willen zijn, moet de stemming over een tweeminutendebat dat vanavond plaatsvindt, ook vanavond plaatsvinden. Vandaar mijn verzoek in de regeling om die stemming vanavond nog te laten plaatsvinden.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Schoonis (D66):
Steun.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Steun.
De heer Bikkers (VVD):
Steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voor vanavond? Dan kom ik meteen ... Nee, steun.
De heer Van den Berg (JA21):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Dobbe voor een verzoek namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Weet u nog: de stemming over de motie-Jimmy Dijk tijdens de Algemene Beschouwingen? Velen van u waren daar toch wel bij. Die ging over het eigen risico en het plan van dit kabinet om het eigen risico te indexeren, waardoor het eigen risico volgend jaar stijgt naar €400. Die motie wilden wij opnieuw in stemming brengen toen bleek dat collega's aangaven helaas verkeerd te hebben gestemd. We gingen toen akkoord met het aanvragen van een interpellatiedebat de dinsdag daarna, zodat we niet hoefden te heropenen in de nacht van de APB. Vorige week vroeg mijn collega Jimmy Dijk dat interpellatiedebat aan en daar was wel steun voor, maar niet om het vorige week te houden. Dat debat staat nu op de planning, maar de deadline is 1 oktober. Daarom het verzoek aan de Kamer om dit debat voor 1 oktober in te plannen, zodat wij ons daar als Kamer in ieder geval nog over kunnen uitspreken.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Van harte steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ook steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Die motie was gewoon heel erg onduidelijk, wat zorgde voor verwarring. Maar de initiële stemming tegen, die geldt nog steeds.
De heer Vervuurt (D66):
Dit is een beetje een hervatting van de discussie die we vorige week hebben gevoerd. De motie waar mevrouw Dobbe naar verwijst, had al geen meerderheid bij de APB. Gezien de terugtrekkende bewegingen van sommige partijen had die ook geen meerderheid gehaald. Ik herhaal hier dus wat ik vorige week ook al heb gezegd in dezelfde discussie: geen steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Belofte maakt schuld, dus mede namens de ChristenUnie steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun, in lijn met de woorden van de heer Vervuurt.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Bushoff (PRO):
Wel steun. Ik vrees wel dat die deadline van 1 oktober heel snel nadert en er een wetswijziging nodig is. Bovendien kwam ik, toen ik telde, ook niet op een meerderheid uit. Het is dus nog wel even ingewikkeld, maar steun voor het debat.
De heer Poortman (CDA):
Geen steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Het is echt een verwachting die geschept is tijdens de APB, dus buiten dat het inhoudelijk belangrijk is, is het ook gewoon collegiaal. Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Belofte maakt schuld: steun.
De heer Dassen (Volt):
Daar sluit ik mij bij aan, dus steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid ...
Mevrouw Dobbe (SP):
Hm, jammer, voorzitter.
De voorzitter:
... maar nog wel een verzoek.
Mevrouw Dobbe (SP):
De volgende keer willen we dus wel midden in de nacht stemmingen; dat snappen jullie wel.
Er is weer nieuw onderzoek, nu van de universiteiten van Amsterdam en Tilburg. Weer een enorme alarmbel. Vrouwen voelen zich onveiliger, maken zich grotere zorgen over seksueel geweld en meer mannen vinden het een probleem als vrouwen meer verdienen dan een man. Ze vinden het een probleem als een vrouw meer verdient dan een man! Steeds meer mensen in Nederland vinden het oké dat een man een vrouw slaat; een op de zes is dat nu.
De voorzitter:
Uw verzoek.
Mevrouw Dobbe (SP):
Een op de zes mensen in Nederland vindt het te rechtvaardigen als een man z'n vrouw slaat. Vorige week bleek ook dat het in Nederland steeds slechter gaat met de gelijkheid van vrouwen. Eerder dit jaar werd Nederland ook al op de vingers getikt, omdat we tekortschieten als het gaat om het beschermen van de mensenrechten van vrouwen!
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Hoeveel alarmsignalen zijn er nog nodig? Daarom willen wij graag een debat met de staatssecretaris van OCW en de minister van JenV.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Moorman (PRO):
Toen ik vanochtend wakker werd met het nieuws dat meer Nederlanders het normaal vinden dat een man een vrouw slaat, dacht ik echt dat ik nog in een nachtmerrie zat. Het is niet te geloven dat dit cijfer er nu is. We zien ook in veel meer onderzoeken dat dit toeneemt. Van harte steun dus. We moeten het echt over die manosfeer gaan hebben.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Dit is een zeer belangrijk onderwerp. Wij zouden het graag willen toevoegen aan het plenaire debat over femicide dat al gepland staat. Graag zo snel mogelijk op de agenda.
De voorzitter:
Dus geen steun?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Geen steun voor een apart debat.
Mevrouw Müller (VVD):
Ook wij vinden het erg zorgelijk. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Werf. We hebben ook nog een wetgevingsoverleg Emancipatie staan, dus ik denk dat er verschillende momenten zijn waarop dit debat sneller gevoerd kan worden.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Vrouwenrechten kachelen achteruit in Nederland. Het is echt heel erg belangrijk dat we hier nu snel over spreken. Wat mij betreft doen we dat gewoon in een apart debat, want dit verdient echt veel aandacht.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Steun. Ik hoop dat we dan ook de invloed van de islam in dezen meenemen.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Van harte steun voor dit verzoek. Voorts ben ik van mening dat dit onderwerp niet gebruikt mag worden om de islam of moslims te meppen en tot zondebok te maken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dat laatste ligt aan de definities in het onderzoek. Ik heb nog geen tijd gehad om het te lezen. Ik ga dat zeker doen. Als het net zo'n onderzoek is als dat over homoacceptatie, dan zou de uitkomst anders kunnen zijn. Ik ga dit bespreken bij het WGO Emancipatie. Daar lijkt het mij echt thuis te horen. Dat is ook de snelste manier. Daarom geen steun, maar ik vind het zeker wel belangrijk.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik sluit me aan bij D66; dit kan bij het plenaire debat over femicide worden betrokken.
De heer Schenk (FVD):
Dan kunnen we het eindelijk eens over de oorzaken hebben, dus steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.
Het woord is aan mevrouw Vondeling voor twee verzoeken namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. Lijsten met de meest ernstige incidenten bij de IND en het COA met asielzoekers worden al een jaar lang onder de pet gehouden door de minister. Volgens het ministerie wordt er nu een inhaalslag gemaakt vanwege capaciteitsgebrek, maar in werkelijkheid riekt dit naar een asieldoofpot om de burger onwetend te houden over de excessieve criminaliteit door asielzoekers. Daarom wil ik graag een debat met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Steun voor het debat, maar ik zou tevens willen vragen om het asieldebat nou eens een keer te gaan inplannen, want we hebben ... Sorry?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Sorry, ja, volgens mij staat dat er niet meer op. Ik wil 'm wel opnieuw aanvragen …
De voorzitter:
Nee, nee. Het is een boodschap aan het rostrum, begrijp ik.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Als ik het goed begrijp, staat dat debat er niet meer op. Dan steun ik nu zeker. Ik zou toch ook wel weer een keer willen pleiten voor een asieldebat, maar daar gaan we natuurlijk zelf over.
De voorzitter:
Het is inderdaad vervallen. We noteren steun voor het verzoek van mevrouw Vondeling.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, steun voor dit verzoek dan.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun voor het verzoek. Dan is het volgens mij ook de hoogste tijd dat er een nieuw verzoek wordt gedaan voor een alomvattend plenair asieldebat.
Mevrouw Armut (CDA):
Voorzitter. Het kan bij een commissiedebat, maar we zouden daar wel graag een brief over ontvangen.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dit kan wat ons betreft ook bij een commissiedebat, maar het verzoek om een brief steun ik.
De heer Van Baarle (DENK):
Er is al meer dan genoeg over dit onderwerp gesproken; geen steun voor een apart debat.
Mevrouw Piri (PRO):
Geen steun.
De heer Ellian (VVD):
Eerst een brief.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Deze informatie is gewoon beschikbaar, dus ik zou zeggen: stop het in die brief die gevraagd wordt; dan kunnen we het erover hebben. Steun voor dit verzoek.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Een brief is prima. Geen steun voor dit verzoek.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Oké.
Een nieuwe poging, over Ter Apel. Het aantal incidenten van geweld of diefstal in en rond het aanmeldcentrum in Ter Apel is zo groot dat de politie het nauwelijks meer aankan. Afgelopen juni en juli was er een toename van 80% aan geweldsincidenten ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het is één bak ellende in Ter Apel doordat we iedereen maar binnenlaten en het tuig niet ons land uitzetten. Vorige week kwamen er weer 900 gelukszoekers bij. Daarom een debat met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun; dit kan bij het commissiedebat.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Geen steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Wij delen de zorgen, maar dit kan het snelste bij een commissiedebat besproken worden.
De heer Van Baarle (DENK):
Voldoende debatten over asiel; geen steun.
De heer Vervuurt (D66):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun hiervoor. T.z.t kan het eventueel worden toegevoegd aan het asieldebat.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Afgelopen week kwamen er 900 asielzoekers bij. De minister verdeelt deze ellende graag over de rest van het land via de Spreidingswet. Steun voor dit verzoek.
De heer Ellian (VVD):
Volgende week hebben we twee tweeminutendebatten, voorzitter. Daar kunnen we allemaal moties indienen over Ter Apel, dus geen steun.
De heer Schenk (FVD):
Van harte steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Vondeling.
Het woord is aan de heer Van den Berg namens JA21 voor maar liefst vier verzoeken.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, het zal u behagen: het verzoek over de dieselvoorraad komt te vervallen.
De voorzitter:
Oké.
De heer Van den Berg (JA21):
Het laatste was een tweeminutendebat over gluurbrillen, voorzitter.
De voorzitter:
We gaan nu wel naar de camerabrillen, begrijp ik.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, de camerabrillen. Zeker, voorzitter.
Camerabrillen rukken snel op en de Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt terecht voor de grote privacyrisico's. Tegelijkertijd is er inmiddels een motie aangenomen om die gluurbrillen te verbieden. Dat loopt wat ons betreft vooruit op een inhoudelijk debat, dat we als Kamer nog helemaal niet hebben gevoerd. De zorgen zijn natuurlijk terecht, maar als we als Tweede Kamer goede wetten willen maken, dan moeten we eerst een goed debat voeren over de voors en tegens en dat slaan we nu over. Daarom wil ik hierover graag een debat met de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit en met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Steun.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Geen steun, want ik denk dat we nog even moeten wachten op de uitwerking van het kabinet van de motie die zojuist is aangenomen. Als die uitwerking er is, kunnen we in debat over iets wat voorligt. Dat lijkt me een heel goed plan.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik denk ook dat het zinvol is om te spreken over iets wat er ligt, dus inderdaad de uitwerking. Als er dan een debat wordt aangevraagd, steunen we dat van harte.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Steun, voorzitter. Maar ik kan me voorstellen dat het commissiedebat over opkomende technologieën eerder is, dus dan zou ik dit onderwerp niet willen uitstellen.
Mevrouw Beckerman (SP):
De bril die ik op heb, is geen gluurbril. Ik ben blij dat de motie net is aangenomen. Het lijkt me heel verstandig om te kijken hoe het kabinet die gaat uitvoeren en welke stappen het gaat zetten, dus nu geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun voor dit debat. Ik hoop ook dat het snel ingepland kan worden.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter. Ik denk dat de eerder aangenomen motie, waar wij ook steun aan hebben verleend, een goede stap is geweest. Maar die was misschien wat te voorbarig, want het is belangrijk om eerst een debat te voeren. Daarom steun voor dit voorstel.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid en u heeft nog een verzoek.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter.
Dan over iets anders: we zagen in de afgelopen winter wat er gebeurt als je als land geen visie hebt op je gasbeleid. De gasopslagen waren aan het einde van het stookseizoen zelfs een factor vier lager vergeleken met toen we midden in de energiecrisis zaten met Oekraïne. Het is onvoorstelbaar. Sindsdien hebben de heer Grinwis en ik verschillende moties aangenomen gekregen om dit nu wel de goede kant op te sturen. Het resultaat is verre van bevredigend. Leveringszekerheid of lagere prijzen zitten er niet in. Daarom wil ik ook namens de ChristenUnie en de heer Grinwis in oktober nog een debat voeren met de minister van Klimaat en Groene Groei over de te maken keuzes.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind dit ook een heel belangrijk onderwerp. Tegelijkertijd zijn de begroting en waarschijnlijk ook het commissiedebat eerder, dus ik zou het daarbij willen betrekken.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, daar sluit ik me bij aan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik heb me hier echt heel erg kwaad over gemaakt. Jarenlang zei het kabinet "we moeten de gaswinning in Groningen door laten gaan voor de leveringszekerheid", maar nu doet dat er ineens niet meer toe. Nu doet het kabinet te weinig om de voorraad te vullen. Ik vind het een heel goed idee om daar juist plenair over te gaan debatteren, hoewel ik er heel anders in sta dan de aanvrager.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Vanwege het klimaat en het energiebeleid zijn we zo langzamerhand een derdewereldland geworden. Het is heel belangrijk om hierover te praten. Steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
We zijn gelukkig nog een heel mooi land, maar wel steun.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter, het kan sneller bij een commissiedebat of de begroting, dus geen steun.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik kan er een heel verhaal over houden, maar gewoon steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik denk dat het zinvol is om over dit onderwerp de debatteren, dus op zich steun voor het verzoek, maar als het sneller kan in de commissie of bij de begroting, dan is dat natuurlijk altijd verstandig.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid …
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
… en nog een vooraankondiging. Ja, ik help u er zelf aan herinneren!
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Ik heb inderdaad nog een vooraankondiging voor het tweeminutendebat voor de Telecomraad, die volgens mij op 13 en 14 oktober plaatsvindt. Dat tweeminutendebat moet dan nog voor die tijd worden ingepland om er nog over te kunnen stemmen.
De voorzitter:
12 en 13 oktober.
De heer Van den Berg (JA21):
Ah, bijna.
De voorzitter:
We gaan er rekening mee houden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Als ik u niet had!
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Wiersma namens de BBB voor een verzoek.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Voorzitter. Je zult maar eindelijk een nieuwbouwwoning hebben kunnen kopen en vervolgens te horen krijgen dat de bouw niet kan beginnen vanwege hazen en konijnen. Dat is de realiteit in Nederland en wat er nu ook gebeurt in Renswoude. De bouw van ongeveer 40 woningen in Beekweide II ligt stil vanwege deze beschermde diersoorten. Ondertussen zitten de kopers met de gevolgen, want hypotheekoffertes dreigen te verlopen. Door de hogere rente vraagt een jonge koper zich inmiddels af of zij haar woning straks nog wel kan betalen. Natuurbescherming is belangrijk, maar als woningbouw maandenlang stilligt, ondanks pogingen om maatregelen te treffen voor de aanwezige dieren, moeten we ons ook afvragen of onze regels in de praktijk wel proportioneel en werkbaar uitpakken.
Mag ik het nog even afmaken?
De voorzitter:
En daarom wilt u een debat.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja. Renswoude staat niet op zichzelf, want dit gebeurt op veel plekken. Nu is het door hazen en konijnen, maar soms komt het ook door de rugstreeppad. Ik zou dus graag een debat willen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat zou eventueel ook kunnen met de minister van LVVN en het kabinet. Ik verzoek het kabinet voorafgaand aan dat debat de Kamer te informeren over situaties zoals Renswoude, maar ook alle andere.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we sowieso door naar het kabinet. Ik ga kijken of u een meerderheid heeft voor een debat.
Mevrouw Beckerman (SP):
De wooncrisis is heel urgent en vertragingen zijn echt een drama. Alleen, de afgelopen weken heb ik meerdere debatverzoeken van de heer Claassen gesteund en vorige week een van De Hoop. Die staan op al de lijst. Volgens mij staat er al een meerderheidsdebat op de lijst. Daarom vind ik dit debat erg dubbel. Ik zou het logisch vinden om te kijken of we die niet kunnen uitbreiden qua spreektijd en of we daar de minister of de staatssecretaris van LVVN bij kunnen uitnodigen.
De heer Schoonis (D66):
Dit kan bij de begroting of bij het commissiedebat RO.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Namens mijn collega Nobel: dit kan bij de begroting.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik ben blij dat de BBB mijn stokje deze week overneemt. Terecht. Mijn debataanvragen werden niet gesteund, terwijl van PRO dezelfde debataanvraag wel werd gesteund. Daar kan dit bij. Maar ik wil met heel veel liefde net zo goed dit debat steunen.
De heer Van Baarle (DENK):
Het is belangrijk om het te hebben over hoe regels die we hebben opgelegd, de bouw vertragen. Alleen, dat kan in heel veel debatten die er voor de komende tijd al staan. Dus geen steun voor een apart debat.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Een belangrijk punt, maar het kan in het commissiedebat. Geen steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan meneer Boomsma in de persoon van de heer Ceulemans voor een vooraankondiging.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter. Namens collega Boomsma even. 1 en 2 oktober is er een JBZ-Raad. Morgen is daar een commissiedebat over. Ons verzoek is dus ook om er uiterlijk morgen een tweeminutendebat over te houden, inclusief stemmingen.
De voorzitter:
Wij gaan daar rekening mee houden.
Het woord is aan mevrouw Maeijer voor een verzoek namens de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Vorige week ontvingen we een brief van de minister van Langdurige Zorg, waaruit bleek dat Villa ExpertCare, een organisatie die ernstig zieke en meervoudig gehandicapte kinderen opvangt, opnieuw de belofte verbreekt om de deuren niet te sluiten voordat er voor alle kinderen een passende plek is gevonden. Opnieuw hebben ze dus lak aan de afspraken die zijn gemaakt, met alle gevolgen van dien voor ouders en kinderen. De minister deed er afgelopen vrijdag uitspraken over in de media waarover bij ons nog vele vragen leven. Wij willen daarom graag op korte termijn in debat met de minister van Langdurige Zorg, voorafgegaan door een brief en de beantwoording van de vragen bij het schriftelijk overleg.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter. Mijn fractie wil dit steunen, maar stelt wel als voorwaarde dat eerst de hoorzitting die mijn collega Westerveld heeft aangevraagd in de commissie plaatsvindt. Pas daarna een plenair debat.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou het ook willen steunen. Maar het debat moet dan wel plaatsvinden na de hoorzitting, maar dan wel in de week daarna. Als we namelijk weer een halfjaar moeten wachten hierop, is het écht te laat voor dit onderwerp. Ik zou dus graag willen voorstellen dat we het in de week na die hoorzitting doen.
De voorzitter:
Dat is niet het verzoek, maar we kunnen overal rekening mee houden.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Er wordt al verwezen naar de hoorzitting. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat die eerst plaatsvindt. Ik kan mij voorstellen dat we naargelang de uitkomst van die hoorzitting mogelijk nog een keer willen kijken of er een plenair debat komt of niet. Maar vooralsnog dus geen steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Die hoorzitting is inderdaad erg belangrijk. Laten we die eerst doen en dan kijken wat de vervolgstap is.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Claassen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dit is een belangrijk punt, maar juist daarom denk ik dat bij de begroting het snelste is.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun, maar wel na de hoorzitting.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Eigenlijk hetzelfde: eerst alle informatie op tafel. Dus als het later ingepland kan worden, dan van harte steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik ben het eens met de heer Claassen.
De heer Van Baarle (DENK):
Steun voor het verzoek. Ik snap ook de oproep om het na de hoorzitting te doen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik steun het voorstel van de heer Vervuurt: eerst de hoorzitting en daarna verder.
De voorzitter:
En dan voorwaardelijk een debat daarna, of daarna pas de afweging of een debat wenselijk is? Geen steun dus. U heeft geen meerderheid, mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar wel genoeg voor een dertigledendebat?
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan laat ik dat er graag op zetten.
De voorzitter:
We zetten het erbij.
Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor een verzoek namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik was mijn papier kwijt, maar dit kan ik gewoon … Nee, meneer Vermeer, u hoeft niet hiernaartoe te komen.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Hij wilde alleen maar aardig zijn!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tuurlijk! Nee, dat snap ik. Dat is ook echt superlief.
De voorzitter:
U zegt het zo passief-agressief.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hij is een hele lieve man. Ik hou van hem. Maar dat betekent wel dat hij niet hiernaartoe hoeft te komen lopen, want ik kan dit gewoon uit mijn hoofd doen.
Uit metingen van het RIVM blijkt dat de stikstofdepositie in de Hollandse duinen lager is dan de modellen van AERIUS. De modellen van AERIUS zorgen voor de sloop van ons platteland en van onze boeren. Ik wil hier dus een debat over.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. We hebben echt talloze debatten over stikstof geagendeerd staan voor het komende najaar. Daar kan mevrouw Van der Plas dit inbrengen.
De heer Schoonis (D66):
Geen steun. Dat kan in al die andere debatten.
De heer Chris Jansen (PVV):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Koorevaar (CDA):
Het is goed dat de droge depositie wordt gemeten. Ik neem dit punt graag mee in een van de komende stikstofdebatten. Geen steun dus.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun, en ook graag een brief hierover van de minister.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De modellenwerkelijkheid sloopt de boeren en trekt het platteland leeg. Dat blijkt nu wel weer. Van harte steun voor dit verzoek, en graag een zeer inhoudelijke reactie van het kabinet op dit onderzoek.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden wij door naar het kabinet.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Geen steun. We hebben nog vier stikstofdebatten dit jaar.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heb ik wel 30 leden?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wou ik het daar graag aan toevoegen.
De voorzitter:
We zetten het op de lijst. Groetjes aan meneer Vermeer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De groeten aan de heer Vermeer.
De voorzitter:
Het woord is aan meneer Van Meijeren namens Forum voor Democratie.
De heer Van Meijeren (FVD):
Voorzitter. Het was de bedoeling dat we vorige week een debat zouden voeren over de vele duizenden aangiftes van ernstige misdrijven die onbehandeld bij de politie op de plank blijven liggen, maar dat debat werd volledig overschaduwd door de poging van de minister om de Kamer te misleiden, de kritiek van de Rekenkamer daarop, de vraag of de minister gelogen heeft en de vertrouwensvraag. Daarmee is geen recht gedaan aan het werk van de onderzoekers en temeer niet aan de slachtoffers, die vorige week getuige zijn geweest van een wanvertoning. Daarom doe ik hierbij het verzoek om alsnog een volwaardig plenair debat te voeren over de bevindingen van de Algemene Rekenkamer.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Geen steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun. Dit kan bij het WGO Politie.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. We hebben dit debat een paar dagen geleden gevoerd. Er is wel degelijk een poging gedaan om het ook over de inhoud te hebben. Het goede nieuws voor de heer Van Meijeren is dat we over vier weken een WGO hebben staan.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik heb het wel over de inhoud gehad. Er zijn ook inhoudelijke moties ingediend en aangenomen, die precies dit onderwerp verder tot helderheid gaan brengen. Daarom nu geen steun voor dit verzoek.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, het is veel te weinig over de inhoud gegaan, dus ik steun dit debatverzoek.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Wat mevrouw Keijzer net zei, dus geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik herinner me wel dat diverse fracties zich tijdens het debat continu beklaagden over het feit dat we het niet over de inhoud konden hebben, dus wel steun hiervoor.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van Meijeren, ook niet voor een dertigledendebat.
De heer Van Meijeren (FVD):
Helaas.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Ellian namens de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. De afgelopen dagen bleek dat je kunt zeggen dat je in Nederland wilt studeren en dat Nederland dan ook nog zo vriendelijk is om dat voor je te regelen, terwijl je ondertussen 7 oktober en de gruweldaden daar verheerlijkt en mogelijk ook nog zelf betrokken bent bij die misdaden. Dat roept voor mijn fractie de vraag op waarom universiteiten dit doen en hoe het kan dat dit soort verschrikkelijke daden niet gezien worden door de veiligheidsdiensten. Ik wil een debat met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Onderwijs.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Het is gewoon letterlijk om van te walgen en te kotsen, deze beelden die we hebben gezien. We moeten ons afvragen wat voor mensen we hier binnenhalen in ons land. Wat voor mensen halen we hier binnen? Ik steun dit debatverzoek dus van harte en ik hoop echt dat dit debat snel wordt gevoerd, want zo lopen er misschien nog ik-weet-niet-hoeveel rond in Nederland. Dit debat moeten we snel voeren. Steun voor het verzoek.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Vooral de labbekakkerige houding op onze universiteiten richting dit soort types en richting protesten die dit soort zaken ondersteunen is mij een doorn in het oog. Van harte steun dus. En ik wil zéker de minister van Onderwijs erbij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dit raakt niet alleen de veiligheid op universiteiten. Dit raakt ook aan de screeningsmogelijkheden van de IND en de vraag hoe dit heeft kunnen plaatsvinden. Steun voor het debat. Ik zou wel graag zo snel mogelijk een brief willen om uitsluitsel te geven, want dit zorgt voor heel veel onrust in het land. Steun voor het debat dus.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De PVV waarschuwde in juni van dit jaar al voor het binnenhalen van Palestijns extremisme en terroristen, maar het kabinet luisterde niet. Nu zitten we met de gebakken peren, dus van harte steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Topje van de ijsberg, ben ik bang. Dit is het topje van de ijsberg, zowel wat we binnenhalen als hoe universiteiten hiermee omgaan. Dus zeker steun voor dit debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Als ik de inhoud zo hoor, dan willen een aantal partijen een anti-Palestina- en anti-Palestijnendebat voeren. Daar geen steun voor. Als het gaat om alle andere zaken die genoemd worden, bijvoorbeeld de IND, dan zijn er voldoende debatten die daarover gaan. Dus geen steun, geen steun, geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun voor het verzoek en ook steun voor de brief die gevraagd is.
De heer Schenk (FVD):
Steun voor het verzoek.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Ellian.
Het woord is aan de heer Van Baarle voor een verzoek namens DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. We hebben gezien dat de Israëlische regering het besluit heeft genomen om Nederlandse diplomaten toegang en verblijf te ontzeggen. Maar belangrijker nog dan dat is dat we zien dat de sancties die genomen zijn door Nederland, met het importverbod, maar ook op andere vlakken, gewoon geen effect hebben. Israël gaat gewoon door met de misdaden. Israël gaat door met het plegen van de genocide. De misdaden op de Westelijke Jordaanoever gaan door. Ik vind dat we het dus met elkaar moeten hebben over ten eerste hoe we hier krachtig op reageren en ten tweede hoe we de druk op Israël opvoeren om met die misdaden te stoppen. Daar wil ik graag een debat over met de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Steun. De reactie van de minister dat hij dit onnodig vond en dit misschien ook niet zag aankomen, vind ik wel een reden om een debat te voeren over in hoeverre zijn geopolitieke strategie ten aanzien van mogelijke escalerende effecten voldoende vooruitziend was. Dus steun.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Dit kan volgende week besproken worden bij de RBZ.
Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter. Ik steun het wel. Het is nogal schandalig. We hebben het hier over een consulaat in Ramallah. Dat is gewoon Palestijns gebied. Daar gaat Israël helemaal niet over. Terecht om een debat hierover te steunen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. "Wat had je dan gedacht als je constant dit soort gif rondspuit?", zou ik willen zeggen tegen de heer Van Baarle. Geen steun voor dit verzoek.
De heer De Roon (PVV):
Een begrijpelijke zet van Israël. Ik heb geen behoefte aan dit debat.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun. Dit kan bij de RBZ volgende week.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De reactie van Israël is bepaald niet verrassend, gezien de dwaasheid van de boycot. Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wel steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Tseggai. Nee, aan mevrouw Piri. Eerst mevrouw Piri en dan mevrouw Tseggai. Maar beiden spreken namens PRO.
Mevrouw Piri (PRO):
We hebben wel andere verzoeken. Dank u wel, voorzitter. Ik stond hier vorige week ook. Toen was er gelukkig brede steun, van links tot rechts, voor een debat over de sterk verslechterde veiligheidssituatie. Daar hebben we morgen ook een briefing over van de MIVD. Alleen, kennelijk was het niet duidelijk dat je dit debat niet pas over drie maanden gaat voeren, als je het hebt over een sterk verslechterde veiligheidssituatie. Mijn verzoek is dus om dit met spoed in te plannen. Ik snap dat we de begrotingen doen; begrotingen gaan altijd voor, maar daarnaast hebben we elke week nog één dag voor debatten. Ik wil dit debat dus graag zo snel ingepland hebben, dus met spoed.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Steun.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Steun.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter, geen steun. Ik wil eerst een brief van de regering waarin een brede analyse wordt gemaakt van dit onderwerp. Ik wil ook voldoende voorbereidingstijd hebben voor een debat over zo'n breed onderwerp. Ik begrijp de urgentie die mevrouw Piri ziet, maar ik denk dat we het niet moeten overhaasten, want dan krijgen we een waardeloos debat.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Steun.
De heer Schenk (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Wat de heer De Roon zegt.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Steun voor het verzoek, met dien verstande dat er is voorgesteld een briefing te organiseren en er om een brief is verzocht. Ik zou de oproep willen doen om die brief zo snel mogelijk te laten versturen, zodat we het debat snel kunnen voeren.
De voorzitter:
De informatieverzoeken geleiden we door naar het kabinet.
De heer Vermeer (BBB):
Het debat pas voeren nadat de brief ontvangen is.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Piri. We doen geen toegiften meer, mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Ik wil alleen zeggen dat er vorige week vanuit de hele commissie om die brief is gevraagd. We wachten dus tot die binnenkomt.
De voorzitter:
Akkoord.
Dan is nu toch echt het woord aan mevrouw Tseggai voor haar verzoek namens PRO.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag verscheen er wederom een vernietigend rapport van de Ombudsman over de discriminatie van Roma, Sinti en reizigers. De conclusie was dat het in Nederland helaas normaal is geworden. Ook de overheid zelf discrimineert soms. Na talloze rapporten, onderzoeken en brandbrieven lijkt het mijn fractie goed om hier nu over te debatteren met de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van VRO.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dit wordt eigenlijk al jarenlang aan de orde gesteld in rapporten en door de gemeenschappen. Heel goed om hierover dus een debat te voeren. Steun.
De heer Vervuurt (D66):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
De heer Vermeer (BBB):
Zeker steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Dit kan in een commissiedebat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Al jaren wordt dit onderwerp een beetje weggemoffeld, dus ik denk dat het weleens tijd is voor een plenair debat voor deze groep.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (PRO):
Ik wil dit graag aanmelden voor de lijst met dertigledendebatten.
De voorzitter:
Dat noteren wij. Wij zetten het op de lijst met dertigledendebatten.
Het woord is aan mevrouw Kröger voor een verzoek namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Vanavond hebben we een debat over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Dat debat wordt al vijftien jaar gevoerd. Dat sluiten we nu af met dit plenaire debat. Mede namens D66 heb ik het verzoek om de spreektijd naar zes minuten te zetten, aangezien het een groot onderwerp is, met ook grote maatschappelijke gevolgen.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
De voorzitter:
U bent medeaanvrager, dus we hebben u al genoteerd, meneer Schoonis, maar als u wilt, mag u zich uitspreken. Dat is niet het geval.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zeg altijd: als je het in vier minuten niet kunt vertellen, lukt het in zes minuten ook niet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat mij betreft mag de spreektijd gewoon op vier minuten blijven staan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Mijn collega Peter de Groot wil graag zes minuten over Schiphol praten.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb vernomen van míjn collega dat hij ook graag extra de tijd zou nemen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter, steun voor het voorstel.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Tot slot is het woord aan mevrouw Teunissen voor het laatste verzoek bij deze regeling van werkzaamheden. Dat doet zij namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. We weten allemaal dat de klimaatcrisis heel slecht is voor mens, dier en natuur, maar nu hebben we weer in het nieuws gezien dat die ook tot enorme economische schade leidt. De hitte en droogte van de afgelopen zomer heeft de Nederlandse economie ruim 9 miljard euro gekost. Dat was vooral bij de binnenvaart en de boeren, die hard werden getroffen. Als we andere landen erbij nemen, zien we dat de wereldwijde schade nog veel groter is. Het is dus onverstandig om op onze handen te blijven zitten. Daarom wil de Partij voor de Dieren nú werk maken van het bestrijden van de klimaatcrisis. Daarom wil ik graag een debat met de minister van Financiën over de financiële gevolgen van klimaatverandering.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Van harte steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
De heer Schoonis (D66):
Steun.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, wel 30 leden. We zetten 'm op de lijst.
Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik schors heel kort. Dan gaat de Kamer verder met het tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers. De vergadering is kort geschorst.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers d.d. 23-24 juli 2026. Ik heet de leden van de Kamer welkom. Ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Ik ga als eerste de heer Huidekooper het woord geven. Gaat uw gang.
De heer Huidekooper (D66):
Dank, voorzitter. Onze fractie heeft niet deelgenomen aan het schriftelijk overleg. Ik verzoek de leden om coulance om toch deel te kunnen nemen aan dit debat.
De voorzitter:
Ik zal eens even kijken of daar enthousiasme voor is. Dat is zo. U bent de vijfde spreker. Wij gaan als eerste luisteren naar het lid Kostić, die namens de Partij voor de Dieren spreekt. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Steeds meer mensen maken zich zorgen over wat vervuiling met hun kinderen doet, maar in Brussel staan ze op het punt om de bescherming van de gezondheid van burgers, natuur en milieu af te zwakken. Dat heet dan verhullend de "Milieuomnibus". Die wordt ons in een ongekend hoog tempo en, volgens de Europese ombudsvrouw, op ondemocratische en onzorgvuldige wijze door de strot geduwd. Dan moet je echt voor je burgers en voor een zorgvuldig democratisch proces gaan staan als kabinet en Kamer. Het kabinet heeft nu nog invloed, maar zodra de onderhandelingen met het Europees Parlement starten, is er weinig ruimte om nog iets binnen te halen. Het is dus nu of nooit. Vandaar de volgende moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de regering eerder heeft verzocht te borgen dat vereenvoudigingen in Europese wet- en regelgeving niet zullen leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu (21501-08, nr. 1020);
constaterende dat uit de onafhankelijke Commissie mer en de nationale quickscan blijkt dat het Milieuomnibusvoorstel mogelijk achteruitgang in de bescherming van gezondheid en milieu betekent, en het laatste voorstel die gevaren voor bescherming van milieu en gezondheid niet wegneemt;
constaterende dat steeds meer mensen zich zorgen maken over vervuiling, terwijl de Milieuomnibus kan leiden tot meer vervuiling met ziekmakende stoffen en meer kosten voor de belastingbetaler;
verzoekt de regering op te komen voor Nederlandse burgers en geen steun te verlenen voor de Milieuomnibus, bijvoorbeeld door zich te onthouden van stemming, totdat er een effectbeoordeling is gedaan waaruit duidelijk blijkt dat doorvoeren van het Omnibusvoorstel daadwerkelijk lastenverlichting oplevert en zeker niet zal leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Zalinyan.
Zij krijgt nr. 1047 (21501-08) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 8 van de Milieuomnibus in overeenstemming moet zijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn en duidelijk moet worden afgebakend, en anders dreigt dat verdere achteruitgang van diersoorten wordt ingezet, terwijl de Kamer juist verbetering wil zien (21501-08, nr. 942);
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten om artikel 8 zodanig aan te passen dat:
- dit uitsluitend van toepassing is op soorten met een gunstige staat van instandhouding;
- vernietiging en beschadiging van nesten en eieren wordt uitgesloten;
- het uitsluitend betrekking heeft op projecten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2 van de MER-richtlijn en geen terugkerende onderhoudswerkzaamheden mogen bevatten;
- alle noodzakelijke mitigerende maatregelen worden vereist, gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke gegevens;
- cumulatieve effecten exclusief door de bevoegde autoriteit worden beoordeeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Zalinyan.
Zij krijgt nr. 1048 (21501-08) (#3).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar … Nee, de heer Huidekooper heeft eerst nog een vraag.
De heer Huidekooper (D66):
Laat ik vooropstellen dat de D66-fractie de onvrede deelt over het ontbreken van een grondig milieu-impactassessment bij deze Omnibus. In die zin volg ik dus ook de motie die het lid Kostić hier indient. Ik heb wel een vraag om scherp te krijgen waar die motie precies toe oproept. In een eerdere versie van het dictum dat ik heb gezien, riep de motie op om tegen de verordening over het versnellen van milieubeoordelingen te stemmen. Ik hoor het lid Kostić net zeggen dat de oproep is om tegen de hele Omnibus te stemmen. Graag hoor ik van het lid Kostić een verduidelijking op dat punt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, tegen dat onderdeel. Je moet nu kiezen. Dat onderdeel is niet goed. Het zorgt ervoor dat die basis, namelijk dat we het huidige beschermingsniveau van onze gezondheid en ons milieu behouden, niet wordt geborgd. Zoals ik al eerder zei, was de inzet van het kabinet om dat op z'n minst te waarborgen. De inzet van de Kamer was om dat te waarborgen; dat was zelfs een eis. Dat is dus niet gelukt, terwijl dat het minimale is voor de burgers. Wij zeggen dan dat je op z'n minst hier een streep moet trekken. Als je verder in het proces zit, heb je namelijk echt geen invloed meer, wat de staatssecretaris straks ook mag zeggen. Je moet echt een punt maken als het ook nog eens op een niet-transparante en ondemocratische manier gaat, zoals de Europese ombudsvrouw zegt.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Huidekooper (D66):
Dank voor deze verduidelijking. Ik begrijp het voorstel van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Eigenlijk zeggen we ook: als je het spannend vindt om nee te zeggen, dan kan je je altijd nog onthouden van stemmen. Dan maak je in ieder geval een punt en doe je recht aan burgers.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Zalinyan, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de regering eerder heeft verzocht te borgen dat vereenvoudigingen in Europese wet- en regelgeving via Omnibussen niet zullen leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu (21501-08, nr. 1020) en eerder opriep maatregelen te nemen om negatieve trends met betrekking tot diersoorten en natuur te keren (21501-08, nr. 942);
constaterende dat experts zich grote zorgen maken over de grote verbreding van de definitie van "strategische projecten" die in aanmerking zouden komen voor uitzonderingen op bescherming van gezondheid en milieu;
constaterende dat de Europese Commissie eerder al heeft verzocht dat de huidige wetgeving voldoende ruimte biedt voor dit soort projecten;
constaterende dat deze definitie volgens het voorstel wordt verbreed om ook onder andere datacenters te omvatten, terwijl hier juist grote zorgen over leven onder Nederlandse burgers;
verzoekt de regering om gezondheid van burgers en hun omgeving te beschermen als zwaarwegend publiek belang en niet akkoord te gaan met de verbreding van de definitie van "strategische projecten",
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Kostić.
Zij krijgt nr. 1049 (21501-08) (#4).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik ga even kijken hoelang de staatssecretaris nodig heeft voor de appreciaties. Eén minuut? Ik schors voor één minuut.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties. Ik geef daartoe van harte het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. We hebben op dit vlak al een aantal maanden een gezamenlijke reis doorgemaakt. We hebben namelijk gezegd dat het belangrijk is dat er een effectbeoordeling komt. Ik heb bij het vorige debat ook beloofd dat ik een quickscan zou laten uitvoeren als die niet vanuit Europa zou komen. Dat heb ik gedaan. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is geweest. Inmiddels zijn we op basis van die quickscan aan de slag gegaan om in het voorstel in Brussel een aantal wijzigingen doorgevoerd te krijgen. Ook dat is op een aantal fronten gelukt.
Dan kom ik bij de moties. Dat betekent dat, als ik kijk naar de balans tussen uiteraard gezondheid en vereenvoudiging en wat het kabinet wil, ik de motie op stuk nr. 1047 ontraad.
De tweede motie …
De voorzitter:
Excuus. De motie op stuk nr. 1047 wordt ontraden.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 1048 krijgt oordeel Kamer, maar wel als ik de motie zo mag lezen dat artikel 8 binnen de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn blijft en het beschermingsniveau niet wordt aangetast. Ik snap heel goed dat deze motie wordt ingediend.
Dan de motie …
De voorzitter:
Eén moment. Ik kijk even naar de indiener. Er wordt geknikt. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 1048 oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 1049 krijgt ook oordeel Kamer, mits ik de motie zo kan lezen dat we ons ervoor inzetten om deze verbreding te voorkomen. Ik kan dat namelijk nooit honderd procent toezeggen.
De voorzitter:
De indiener knikt ja. Met deze interpretatie krijgt ook de motie op stuk nr. 1049 oordeel Kamer. Eén vraag, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, over die eerste motie. Die is echt fundamenteel. We hebben het volgende met elkaar afgesproken. Prima wat ze in Brussel allemaal proberen te doen, maar één ding mag niet gebeuren. Dat is dat het huidige beschermingsniveau van de gezondheid van onze mensen achteruitgaat. Dat zouden we borgen. Dat was de ondergrens. Dat blijkt dus niet geborgd. Waarom kiest de staatssecretaris er dan toch voor om deze route door te zetten?
Staatssecretaris Bertram:
Omdat mijn appreciatie van de situatie mogelijk een andere is dan die van het lid Kostić. Wat ik belangrijk vind, zoals ik ook in het debat heb gezegd, is het volgende. We zoeken een balans tussen vereenvoudiging en het vasthouden aan de milieu- en gezondheidsdoelen. Daar sta ik ook voor. Als ik zie wat er in de tussentijd door onze inbreng al gewijzigd is, denk ik echt dat dat allemaal verbeteringen zijn ten opzichte van het voorstel zoals het was. Alles bij elkaar genomen ontraad ik op dit moment de motie.
De voorzitter:
Ik wil eigenlijk afronden. We lopen namelijk uit en we hebben nog een tweeminutendebat en vanavond nog een groot plenair debat. Ik denk dat dit een oneensconstructie blijft. De appreciatie van de motie op stuk nr. 1047 blijft "ontraden".
De voorzitter:
Ik ga voor tien minuten schorsen, aangezien besluitvorming morgen plaatsvindt. Na tien minuten gaan wij stemmen over de ingediende moties. Ik schors voor tien minuten.
Stemmingen moties tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers d.d. 23-24 juli 2026
Stemmingen moties tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers d.d. 23-24 juli 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers d.d. 23-24 juli 2026,
te weten:
- de motie-Kostić/Zalinyan over opkomen voor Nedelrandse burgers en geen steun verlenen voor de Milieuomnibus door zich te onthouden van stemming (21501-08, nr. 1047);
- de motie-Kostić/Zalinyan over zich in Europees verband inzetten om artikel 8 van de Milieuomnibus zodanig aan te passen dat deze uitsluitend van toepassing is op diersoorten met een gunstige staat van instandhouding (21501-08, nr. 1048);
- de motie-Zalinyan/Kostić over de gezondheid van burgers en hun omgeving beschermen als zwaarwegend publiek belang (21501-08, nr. 1049).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan stemmen over een drietal moties.
In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (21501-08, nr. 1047).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We gaan het nog één keer doen.
In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (21501-08, nr. 1048).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (21501-08, nr. 1049).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vraag me even af waarom de tweede motie verworpen is.
De voorzitter:
Dat is de opvolging van de motie-Oosterhuis. Als wij fractiegewijs stemmen en we de uitslag niet kunnen vaststellen, is de motie na de tweede stemming verworpen. Dank u wel.
Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van deze stemmingen. Ik schors voor een enkel ogenblik.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister van harte welkom in vak K. Ik ga eerst collega Van Dijk het woord geven.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop in dit debat collega Flach te vervangen, die elders vertoeft. Alleen, in verband met mijn eigen agenda zou ik heel graag boven mevrouw Van der Plas op de sprekerslijst willen. Ik heb van de meeste collega's daartoe toestemming gehad, maar ik heb niet iedereen kunnen spreken, zeg ik heel eerlijk. Misschien dus bij dezen toestemming?
De voorzitter:
Ik zal eens even kijken of dat op enthousiasme kan rekenen. Dat is zo, dus we gaan de heer Flach, die nu de heer Van Dijk is, op nummer 2 zetten. Daarmee blijft de lijst ongewijzigd en gaan we als eerste luisteren naar het lid Kostić. Die spreekt namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onder andere het PBL stelt dat in het Ontwerp-Natuurplan de noodzakelijke aanvullende maatregelen voor herstel van de mariene ecosystemen van de Noordzee, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee ontbreken;
verzoekt de minister om in het Natuurplan vanaf 2027 gebiedsgerichte herstelmaatregelen voor de Noordzee, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee op te nemen, voorzien van concrete hersteldoelen, en deze maatregelen zorgvuldig af te stemmen met alle betrokken partijen, waaronder het Noordzeeoverleg en het Omgevingsberaad Waddengebied,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 547 (33576) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland behoefte heeft aan doorbraken, en voor grote opgaven staat omtrent ruimtegebruik en natuurherstel;
constaterende dat beleid op verschillende ministeries niet tegenstrijdig moet zijn maar moet aanvullen en versterken, zodat het werkelijk effect resulteert;
verzoekt de regering de Nota Ruimte en het Natuurplan met elkaar te harmoniseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 548 (33576) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het PBL stelt dat het Ontwerp-Natuurplan niet voldoende is om alle wettelijke doelen te halen;
overwegende dat de Kamer eerder de regering heeft verzocht om de inrichting van Nederland in de Nota Ruimte juridisch houdbaar te maken (29435, nr. 303);
verzoekt de regering ook het Natuurplan ten minste juridisch houdbaar te maken en in lijn met bestaande (wettelijke) afspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 549 (33576) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat meerdere provincies, gemeenten, en waterschappen zich al inzetten voor natuurherstel door middel van bloemrijke dijken en natuurlijk bermbeheer;
constaterende dat de Kamer de regering heeft verzocht om ervoor te zorgen dat de negatieve trend voor verschillende dierpopulaties, zoals wilde bijen en vlinders, zo snel mogelijk wordt gekeerd (21501-08, nr. 942);
overwegende dat natuurlijk dijk- en bermbeheer binnen de bestaande ruimteverdeling een effectieve manier is om te werken aan natuurherstel en instandhouding van bestuivers voor onze voedselzekerheid;
verzoekt de regering natuurlijk dijk- en bermbeheer in Nederland zo veel mogelijk de norm te maken, hierover met gemeenten, provincies en waterschappen afspraken te maken, en deze op te nemen in het Natuurplan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 550 (33576) (#8).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, voorzitter. Als PRO hebben wij dit ingebracht in het debat. Toen heeft de minister ook een toezegging gedaan; ik ga zo meteen vragen hoe het daarmee staat. Deze motie is dus een beetje mosterd na de maaltijd en overbodig, lijkt mij.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Als dat zo overbodig blijkt te zijn, lijkt het me natuurlijk prima om die motie dan ofwel met z'n allen breed te ondersteunen, ofwel aan te houden of in te trekken met een stevige toezegging van de minister in deze lijn. Dat is allemaal wel prima; we doen hier geen wedstrijdje, we proberen er gewoon iets moois van te maken.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Van Dijk, die spreekt namens de fractie van de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan al mijn goede collega's voor de coulance. Ik denk dat Landbouw echt een mooie commissie is; dat ervaar ik zo.
Voorzitter. Laten we voorkomen dat we allerlei getallen op gaan schrijven die we niet waar kunnen maken, maar waar Brussel ons wel op gaat afrekenen. Zorgvuldige behandeling van het definitieve Natuurplan is daarom cruciaal. Kan de minister toezeggen dat het plan uiterlijk 1 juni naar de Kamer komt?
Op twee punten zou ik graag per brief meer informatie willen. In het Natuurplan staat dat er 2.300 hectare droge heide bij moet komen. Ik vroeg tijdens het debat: waarom zoveel? We hebben het afgepeld en kwamen uiteindelijk uit bij een ecologische analyse uit 2014, waarin plompverloren staat dat er meer dan 10% droge heide bij moet komen, zonder verdere onderbouwing. Kan de minister alsnog zorgen voor herleiding naar de inhoudelijke ecologische onderbouwing? Mijn boodschap hierachter is: schrijf getallen niet klakkeloos over, zeker niet als ze tot doel verheven worden.
Dan het andere punt. De Natuurherstelverordening geeft definities voor het herstel van habitattypen in een goede toestand. In het ontwerpplan staat een tijdelijke werkdefinitie voor "goede toestand". Dat roept vragen op; het luistert nauw. Wil de minister ons informeren over zijn uitleg ervan: wordt het niet gebaseerd op de kritische depositiewaarde?
Tot slot één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan aangeeft dat de toestand van honderden vierkante kilometers wetlands aan de kust in 2030 en daarna hersteld moet worden;
overwegende dat deze opgave met name betrekking heeft op de estuariene natuur in de Westerschelde, waar eerder al ingrijpende ontpolderingen ten koste van vruchtbare landbouwgrond hebben plaatsgevonden;
verzoekt de regering in het definitieve Natuurplan als uitgangspunt op te nemen dat na eerdere ontpolderingen in het Westerscheldegebied geen sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen en dat herstel buitendijks gerealiseerd moet worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Flach.
Zij krijgt nr. 551 (33576) (#9).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu wel luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Vier moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland tegen de Natuurherstelverordening stemde en die verordening alleen een meerderheid kreeg doordat een Oostenrijkse minister tegen de wens van haar eigen regering voorstemde;
overwegende dat nu stoppen goedkoper is dan doorgaan met de verdere uitvoering van een verordening die de Kamer in eerste instantie al niet wilde hebben;
verzoekt de regering te onderzoeken of er binnen de EU voldoende steun bestaat om de Natuurherstelverordening in te trekken, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 552 (33576) (#10).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het Nederlandse concept-natuurherstelplan te vergelijken met de beschikbare plannen van ten minste Duitsland, België en Frankrijk en een aantal andere lidstaten, en inzichtelijk te maken waar Nederland verder gaat dan de Europese verplichtingen, en de Kamer hierover te informeren vóór vaststelling van het definitieve plan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 553 (33576) (#11).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat boeren en ondernemers niet mogen vastlopen omdat ieder denkbaar effect op de natuur moet worden uitgesloten;
overwegende dat de Natuurherstelverordening ook buiten Natura 2000 geldt, maar niet mag leiden tot een sluipende uitbreiding van het Natura 2000-regime;
verzoekt de regering het voorzorgsbeginsel binnen Natura 2000 helder af te bakenen, zodat beperkingen berusten op een concreet en voldoende onderbouwd risico en de bewijslast voor initiatiefnemers proportioneel blijft;
verzoekt de regering buiten Natura 2000 geen verdergaande bescherming in te voeren dan de Natuurherstelverordening vereist, met inachtneming van de daarin opgenomen drempels en uitzonderingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 554 (33576) (#12).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft. De laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Rijk verantwoordelijk is voor het nationaal natuurherstelplan, terwijl provincies en andere medeoverheden een groot deel van de uitvoering op hun bord krijgen;
verzoekt de regering geen nieuwe taken bij provincies en andere medeoverheden neer te leggen zolang benodigde capaciteit en middelen niet zijn geregeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 555 (33576) (#13).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij gaan luisteren naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er wordt in deze Kamer nog weleens gedaan alsof natuur en economie niet twee kanten van dezelfde medaille zijn. Niks is minder waar. Dat blijkt ook uit het manifest Netto Natuurwinst, waar het al even over ging tijdens het debat; collega Bromet noemde het. Aan dit manifest hebben projectontwikkelaars, banken en natuurorganisaties, die kansen zien, zich verbonden. Graag hoor ik van de minister of hij dezelfde kansen ziet en of hij bereid is het principe van het manifest actief mee te nemen in de uitwerking van het natuurplan. Dan een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van LVVN heeft toegezegd de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 een statusupdate over het Natuurplan te sturen, inclusief reflectie van het kabinet op de PBL-doọrrekening van het Natuurplan;
overwegende dat de keuzes in het Natuurplan, zoals de ruimtelijke toedeling van de natuuropgave die raakt aan de verdeling van schaarse ruimte, politiek-bestuurlijke afwegingen vergen;
overwegende dat de Kamer niet in de positie is deze afwegingen mede te maken als de Kamer pas in juni 2027 voor het eerst inhoudelijk kan debatteren over het Natuurplan, gegeven de Europese deadline van 1 september;
verzoekt de regering de toegezegde statusupdate uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 aan de Kamer te sturen en daarin, na overleg met medeoverheden (provincies, waterschappen) en maatschappelijke partners, voor alle inhoudelijke verplichtingen uit de Natuurherstelverordening beleidsopties uit te werken en de gevolgen van deze opties in beeld te brengen;
verzoekt de minister daarbij per artikel in te gaan op in ieder geval de vereisten van de NHV per artikel en de beleidsopties die de minister ziet om hieraan te voldoen, inclusief voor- en nadelen, verwachte effectiviteit, ruimtelijke toedeling en juridische borging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar.
Zij krijgt nr. 556 (33576) (#14).
Dank u wel. En naar collega Koorevaar gaan we nu luisteren. De heer Koorevaar spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Natuurherstelverordening voorschrijft dat in het natuurherstelplan de voorzienbare sociaal-economische effecten en geraamde voordelen van herstelmaatregelen worden opgenomen;
overwegende dat natuurherstelmaatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor de economische ontwikkelmogelijkheden en de leefbaarheid op het platteland;
overwegende dat Vlaanderen voorafgaand aan beleidskeuzes een wetenschappelijk onderbouwde en maatschappelijk gedragen sociaal-economische impactanalyse laat uitvoeren, zodat naast de ecologische effecten ook de kosten, maatschappelijke effecten en aanvaarding kunnen worden betrokken bij de te maken keuzes;
verzoekt de regering om, voordat definitieve keuzes over maatregelen in het Nederlandse natuurherstelplan worden gemaakt, een onafhankelijke sociaal-economische analyse uit te voeren, waarin zowel de economische haalbaarheid als de gevolgen voor de leefbaarheid van het platteland worden meegewogen, en deze analyse met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar, Den Hollander, Vellinga-Beemsterboer, Van der Plas en Boomsma.
Zij krijgt nr. 557 (33576) (#15).
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Bromet, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Ik hoor een heleboel moties ingediend worden waaruit een angst voor de natuur spreekt, terwijl de natuur ook iets heel moois kan zijn. Daar strekt mijn motie toe.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Natuurherstelverordening doelen stelt voor stedelijke ecosystemen, terwijl keuzes over begrenzing, monitoring, methodiek en de opgave na 2030 in het Ontwerp-Natuurplan nog ontbreken;
overwegende dat ambitieuze doelen voor stedelijke vergroening hittestress voorkomen en bijdragen aan leefbaarheid, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk eind 2026 te informeren over de begrenzing, monitoring en methodiek rondom stedelijke ecosystemen en de gevolgen voor woningbouw en infrastructuur;
verzoekt de regering voor de zomer van 2027 samen met gemeenten en de bouwsector een landelijke methodiek en uitvoeringsstandaard te ontwikkelen waarmee gemeenten kunnen bepalen waar extra bomen en groen wenselijk zijn en hoe dit bijdraagt aan de doelen van de Natuurherstelverordening;
verzoekt de regering gemeenten met de wijken met de meeste hittestress extra bij te staan met financiële en andere ondersteuning om vergroening zo spoedig mogelijk te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 558 (33576) (#16).
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Ik heb nog een vraag, over het bermbeheer, waar ik het net over had naar aanleiding van een motie van de Partij voor de Dieren. Daarover heeft de minister gezegd: ik ga hierover spreken met de minister van IenW. Ik wil aan de minister vragen of hij dat inmiddels gedaan heeft en, zo ja, wat de uitslag was.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Boomsma, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Natuurherstelverordening verplicht tot herstelpercentages van habitattypen, positieve trends voor bestuivers, stedelijk groen en andere doelen;
overwegende dat Nederland zelf de toestand van habitats, ecosystemen, referentieoppervlakten, bevredigende niveaus en de relevante trends kan en moet bepalen;
overwegende dat het bepalen van referentiewaarden, meetmethoden en indicatoren daartoe en de beoordeling van de huidige toestand bepalend zijn voor de opgave en daarmee tevens grote juridische gevolgen kunnen hebben;
overwegende dat de Kamer eerder heeft besloten geen nationale koppen te hanteren, maar dat de vraag ook is hoe de doelen en opgaven worden vastgesteld alvorens te kunnen weten wat wel geldt als nationale kop en wat niet;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van het natuurherstelplan per natuur- en hersteldoel inzichtelijk te maken:
- welke normen, doelen en eisen rechtstreeks door de Natuurherstelverordening worden voorgeschreven;
- welke variabelen, indexen, meetmethoden en referentiewaarden door Nederland zelf worden gekozen om de herstelopgaven, doelen, en bevredigende niveaus vast te stellen, te meten, en hoe trends daarin worden gewogen en beoordeeld;
- op welke wetenschappelijke onderbouwing deze berusten, welke keuzes daarin eventueel nog kunnen worden gemaakt en welk effect dat heeft op de omvang van de Nederlandse herstelopgave,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 559 (33576) (#17).
De heer Boomsma (JA21):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 4 van de Natuurherstelverordening verplichtingen bevat voor het herstel en de uitbreiding van habitattypen;
overwegende dat voor bedrijven en medeoverheden tijdig duidelijk moet zijn waar de herstel- en uitbreidingsopgave tot 2030 wordt gerealiseerd;
verzoekt de regering uiterlijk 31 januari 2027 per habitattype, zoals bedoeld in artikel 4 van de Natuurherstelverordening, inzichtelijk te maken in welke Natura 2000-gebieden de herstel- en uitbreidingsopgave tot en met 2030 wordt gerealiseerd, en daarbij te motiveren en onderbouwen in welke gevallen realisatie buiten bestaande Natura 2000-gebieden noodzakelijk wordt geacht en waarom,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 560 (33576) (#18).
Dank u wel. Dan gaan wij eerst luisteren naar mevrouw Den Hollander van de VVD, maar ik waardeer het enorme enthousiasme van de heer Grinwis. Blijf dus vooral in de buurt, zou ik zeggen. Gaat uw gang.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. Niet alleen de heer Grinwis is enthousiast vandaag, want het regent daadwerkelijk moties. Dat was ook wel een beetje de verwachting na het debat dat we gevoerd hebben in de commissie.
Ook de VVD heeft heel veel vragen gesteld in de commissie, onder andere over nationale koppen, over of dingen wel proportioneel zijn, over de beschermde status van diersoorten — kunnen we daar nog eens kritisch naar kijken als dieren floreren en overlast veroorzaken voor andere belangrijke zaken? — en over objectieve metingen in natuurgebieden. Ik hoor vandaag alles langskomen in moties, dus we gaan de appreciatie zo meteen horen. Dan zullen we bekijken hoe onze stem uitpakt.
Wij hebben heel veel toezeggingen ontvangen en zijn daar heel tevreden mee. Daarom hebben we vandaag geen moties. Maar we zullen wel enkele moties ondersteunen die vandaag toch goed gevonden zijn.
De komende maanden zullen we alle voorstellen die langskomen, goed bekijken. We zullen vooral beoordelen of ze noodzakelijk, proportioneel, uitvoerbaar, juridisch houdbaar en financieel gedekt zijn, waar wij een toezegging op hebben gekregen in het commissiedebat.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu wel luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank u wel. Ik heb alleen maar moties met mevrouw Den Hollander. Dit wordt dus goed gemaakt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) een belangrijke rol kan spelen in het creëren en onderhouden van natuur in het landelijk gebied;
overwegende dat voor een effectieve uitvoering van de Natuurherstelverordening inzicht nodig is in de bijdrage die het ANLb kan leveren aan het behalen van de instandhoudings- en hersteldoelen;
verzoekt de regering om in het definitieve Natuurplan inzichtelijk te maken wat de bijdrage wordt van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer aan de doelen uit artikelen 10 en 11 van de Natuurherstelverordening, en daarbij aan te geven welke randvoorwaarden, middelen en aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om deze bijdrage daadwerkelijk te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 561 (33576) (#19).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Twee.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat natuurdoelen moeten worden geïmplementeerd in gebieden die sterk verschillen in landschap, grondgebruik, ecologische omstandigheden en sociaaleconomische context;
overwegende dat succesvolle implementatie vraagt om betrokkenheid van bewoners, agrariërs, natuurbeheerders, medeoverheden en andere gebiedspartijen;
verzoekt de regering om bij de uitvoering van het Natuurplan zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande gebiedsprocessen en gebieden de ruimte te geven invulling te geven aan de doelen op een manier die past bij de lokale omstandigheden, en dit uitgangspunt expliciet op te nemen in het definitieve Natuurplan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 562 (33576) (#20).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten slotte.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het Ontwerp-Natuurplan onvoldoende inzichtelijk is welke resterende opgave er is boven op bestaand beleid, en welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de verplichtingen uit de Natuurherstelverordening te voldoen;
overwegende dat duidelijkheid over de aard, omvang, planning en financiering van de resterende opgave noodzakelijk is om tijdig politieke keuzes te kunnen maken;
verzoekt de regering om voor vaststelling van het definitieve Natuurplan de Kamer te informeren over en te betrekken bij de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de resterende opgave, inzichtelijk te maken welke ruimte deze maatregelen vergen en deze maatregelen te voorzien van een tijdpad en financiële onderbouwing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 563 (33576) (#21).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover.
De voorzitter:
Wat een samenwerking. Dank u wel. Dan gaan wij tot slot luisteren naar de heer Dekker, die spreekt namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Veluwe achtereenvolgens loofbos, ijzerproductiegebied, molenlandschap met sprengen, schapenheide, productiebos en militair oefenterrein is geweest;
constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan desondanks uitgaat van "terug naar de oorsprong", zonder te bepalen naar welke periode dat zou moeten;
overwegende dat herstel van sprengen, heide of loofbos geen objectieve natuurmaatregel is, maar een keuze van smaak met concrete kosten voor huidig gebruik;
verzoekt de regering in het Natuurplan per gebied expliciet te onderbouwen naar welk historisch referentiejaar wordt hersteld, wat dat kost en welke bestaande functies daarvoor wijken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 564 (33576) (#22).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan zelf stelt dat bestaand beleid niet volstaat en dat er een restopgave resteert;
constaterende dat verslechteringsverbod en verbetergebod betekenen dat elke hectare, trendlijn of indicator later kan worden ingezet in bezwaarprocedures en vergunningstillegging;
overwegende dat de nadelen hiervan op korte termijn neerslaan bij boeren en vissers, terwijl de beoogde baten onzeker en langjarig zijn;
verzoekt de regering geen restopgave, areaaldoelen of indicatoren vast te stellen die extra gebruiksbeperkingen voor landbouw en visserij tot gevolg hebben, zolang niet is aangetoond dat de Nederlandse natuur aantoonbaar verslechtert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 565 (33576) (#23).
De heer Dekker (FVD):
Ten slotte.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wat nu nog "ontwerp" en "nog geen keuzes" heet, volgend jaar "wet", "middelen" en "gebiedsbeleid" kan worden;
overwegende dat de EU-Natuurherstelverordening Nederland dwingt tot herstel van een landschap dat grotendeels door mensen is gemaakt;
verzoekt de regering de verordening politiek te bestrijden, geen nationale koppen te zetten op de implementatie en geen gebiedsgerichte herstelplannen vast te stellen voordat de Kamer zich heeft uitgesproken over de restopgave en de juridische gevolgen van het verslechteringsverbod,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 566 (33576) (#24).
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben om tot appreciaties van de ingediende moties en tot beantwoording van de vragen te komen. Ik schors voor tien minuten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan. We zijn toegekomen aan de termijn van het kabinet. Ik geef daartoe de minister van harte het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Van Essen:
Voorzitter. Omwille van de tijd en de hoeveelheid moties zal ik het kort proberen te houden. De motie-Kostić op stuk nr. 547 over herstelmaatregelen voor mariene ecosystemen zou ik graag oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 547 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 548 over de Nota Ruimte is wat mij betreft overbodig; uiteraard stemmen we grote beleidstrajecten goed met elkaar af.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 548 is overbodig.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 549 zou ik oordeel Kamer willen geven; die gaat over de juridische houdbaarheid van het Natuurplan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 549 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 550 over afspraken voor natuurlijk dijk- en bermbeheer is volledig in lijn met de motie die mevrouw Bromet recent heeft ingediend. Die zou ik daarmee het oordeel overbodig willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 550 krijgt de appreciatie overbodig.
Dan de motie op stuk nr. 551.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 551 gaat over de ontpoldering van de Westerschelde. Zoals ik in het debat heb gezegd, realiseer ik me heel goed dat ontpoldering in Zeeland zeer gevoelig ligt. Wij onderzoeken op dit moment wat er nodig is voor de wetlands wat betreft die NHV-opgave. Wij combineren dat ook nadrukkelijk met andere kansen in het gebied. Deze motie komt daarmee te vroeg en is dus ontijdig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 551 krijgt de appreciatie ontijdig.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 552 over de EU-inzet wat betreft de NHV zou ik willen ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 552 wordt ontraden.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 553 is wat mij betreft overbodig, omdat we de motie-Van Campen al uitvoeren en daarmee al geen nationale koppen toevoegen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 553 is overbodig.
Dan de motie op stuk nr. 554.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 554 zou ik willen ontraden, omdat het Europees Hof gaat over de interpretatie van het voorzorgsbeginsel.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 554 wordt ontraden.
Mevrouw Van der Plas heeft een vraag over de motie op stuk nr. 552 of over de motie op stuk nr. 553. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Om te beginnen heb ik er eentje over de motie op stuk nr. 552. De minister zegt gewoon: die ga ik ontraden. Daar kwam helemaal geen toelichting op. Misschien kan ik wel een toelichting geven op mijn motie. Wij horen namelijk van andere lidstaten die voor hebben gestemd, dat die zich kapot geschrokken zijn van wat dit eigenlijk inhoudt. Die zitten nu een beetje op het punt waarop ze zich afvragen: hadden we dit nou wel moeten doen? De vraag is gewoon — volgens mij is die vraag heel legitiem — om te onderzoeken, samen met de andere partners en lidstaten in de EU, hoe de vlag er nou bij hangt. Ik vind het dus heel raar dat die motie ontraden wordt. Dat wordt die gewoon omdat de minister dat niet wil doen.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, de minister gaat over z'n eigen appreciaties.
Minister Van Essen:
Deze minister heeft een opdracht en in die opdracht uit het coalitieakkoord staat dat we de NHV uitvoeren. Dat is voor mij leidend. Ik heb altijd oog — dat zult u ook in andere moties zien — voor de sociaal-economische impact, maar uiteindelijk is natuurherstel ook gewoon een kans.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, over de motie op stuk nr. 553? Of over de motie op stuk nr. 554?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even kijken. Wat was de appreciatie bij de motie op stuk nr. 553? Dat had ik even gemist.
De voorzitter:
Overbodig.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die was overbodig.
De voorzitter:
Omdat er een voorgaande motie is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
O ja, dat was ...
Minister Van Essen:
De motie-Van Campen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... de motie-Van Campen over dat er geen nationale koppen zouden komen. Nou, ik maak mij ernstig zorgen, hoor, want elke week hier op dinsdag bij de stemmingen vliegen de nationale koppen je om de oren; daar wordt dan allemaal voorgestemd. Ik zou de minister dus willen verzoeken om toch eens echt goed te kijken, samen met die omringende landen die in de motie worden genoemd, of dit inderdaad niet gebeurt, want als het eenmaal gebeurt, dan is het ook te laat en kunnen we het ook niet meer terugdraaien. Ik voel gewoon zo veel onwil bij deze minister — ik ga hier over mijn eigen woorden — terwijl dit gewoon hele grote gevolgen kan hebben in de toekomst, niet alleen voor boeren, maar ook voor gemeentes en ook voor provincies.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, u gaat over uw eigen woorden maar niet over de tijd van uw interrupties.
Minister Van Essen:
Ik denk dat die motie van de heer Van Campen heel duidelijk is en die voeren we uit: geen nationale koppen. En Nederland gaat niet verder dan de minimale vereisten van de NHV. Volgens mij kan ik dat niet duidelijker zeggen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank voor de twee positieve appreciaties. Ik wil bij dezen aangeven dat ik de motie op stuk nr. 550 gewoon aanhoud.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Over de motie op stuk nr. 548 heb ik nog een vraag. Die wordt namelijk als overbodig gezien, maar wij vragen om de Nota Ruimte en het Natuurplan eigenlijk gezamenlijk aan te pakken. Dan zegt de minister: dat doen we sowieso al. Het is fijn dat deze minister dat wil gaan doen, maar in het verleden hebben we dat gewoon mis zien gaan, dus mijn concrete vraag is als volgt. Is het eigenlijk zo dat de minister zegt "ik ga hierover in gesprek met de minister van VRO en dat komt wel goed"?
Minister Van Essen:
Ja, dat is eigenlijk wat ik zeg. We hebben het Natuurplan kwantitatief verwerkt in de Nota Ruimte en voor 2040 en 2050 hebben we het kwalitatief verwerkt. Daarom kom ik tot het oordeel dat deze motie overbodig is.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 555.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 555 gaat over de natuurtaken. Die motie is overbodig, omdat ik in juni als vertegenwoordiger van het Rijk met medeoverheden bestuurlijke afspraken heb getekend, waarin eigenlijk al is afgesproken waar deze motie om vraagt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 555 krijgt de appreciatie: overbodig. Mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil even wachten totdat alles ... Ik heb namelijk een vraag over de motie op stuk nr. 547.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, heeft u een vraag over uw eigen moties?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 547.
De voorzitter:
Dan mag u die nu stellen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hierin worden namelijk specifiek het Noordzeeoverleg en het Omgevingsberaad Wadden genoemd, maar ik ga ervan uit dat er ook gewoon met de visserij wordt gesproken, want dit gaat natuurlijk hele grote gevolgen hebben voor de visserij. Wellicht is de minister dus bereid om aan de appreciatie toe te voegen dat er natuurlijk ook met de gebruikers van die gebieden, bijvoorbeeld de visserij, gesproken wordt.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga u helpen, want er staat "met alle betrokken partijen". Ik ga ervan uit dat de minister het ook zo gelezen heeft.
Minister Van Essen:
Ja, voorzitter. Ik heb met het NZO, waar de vissers ook in zitten, ook gewoon overleg hierover, dus ik vind het een vanzelfsprekendheid om te doen wat mevrouw Van der Plas hier vraagt.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De NZO? Ik ken wel de Nederlandse Zuivel Organisatie, maar ...
Minister Van Essen:
Het Noordzeeoverleg, waar ook vissers, natuurorganisaties en overheden in zitten.
De voorzitter:
Ik wil graag verder naar de motie op stuk nr. 556.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 556 zou ik oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 556 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 557 zou ik ook oordeel Kamer willen geven, mits ik er een kleine interpretatie op los mag laten. Ik kijk daar ook even voor naar de heer Koorevaar. We hebben de WUR namelijk gevraagd om een sociaal-economische impactanalyse uit te voeren op die taskforcemaatregelen. Op het moment dat de andere maatregelen daarbuiten in een natuurplan zouden komen, voor de andere artikelen, dan maken we daar een eigen impactanalyse voor. Dan wordt er dus voor alles een impactanalyse gemaakt, maar het is niet één gehele impactanalyse. Met die interpretatie kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik kijk voor deze interpretatie naar de heer Koorevaar. Hij gaat heel enthousiast reageren, zie ik. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Daar kan ik mee leven, maar het is een sociaal-economische analyse. Ik neem aan dat u dat ook bedoelt.
De voorzitter:
De minister.
Minister Van Essen:
Ja, dat bedoel ik.
De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 557, zeg ik even voor de Handelingen, met deze interpretatie: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 558.
Minister Van Essen:
Voorzitter. Ik vraag om de motie op stuk nr. 558 aan te houden. Ik begrijp dat ik die vraag krijg, maar de motie ligt primair op het beleidsterrein van de minister van VRO. Ik wil u vragen de motie aan te houden, zodat ik de minister kan vragen deze schriftelijk te appreciëren.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Bromet of zij daartoe bereid is.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik hoop dat dit voor de stemmingen van dinsdag kan.
Minister Van Essen:
Dat verzoek zal ik daar neerleggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 558 wordt aangehouden. Er wordt gewacht op de appreciatie van de collega in het kabinet.
De voorzitter:
Heb ik het zo goed afgeconcludeerd?
Minister Van Essen:
Uitstekend.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 559.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 559, over de NHV-opgave, zou ik ook oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 559 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 560 zou ik willen ontraden, omdat 31 januari 2027 niet haalbaar is. 31 maart 2027 zou wel haalbaar zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 560 wordt ontraden.
De heer Boomsma (JA21):
Ik ga er nog even naar kijken, maar ik denk dat ik de motie dan wijzig met de andere datum, die de minister noemde.
De voorzitter:
Voor de Handelingen: ik concludeer nu dat de heer Boomsma de datum gaat wijzigen naar de datum die de minister net noemde. Met die wijziging zou de motie oordeel Kamer krijgen.
Minister Van Essen:
Ja, dat vind ik een mooie positieve verwoording van wat we net zeiden.
De voorzitter:
Ik check nog even de hulplijn. Moment. We hadden zelfs een dubbele hulplijn.
Minister Van Essen:
Check, check, dubbelcheck.
De voorzitter:
Het klopt: met de nieuwe datum krijgt de motie op stuk nr. 560 oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 561 van de ChristenUnie, over het ANLb, zou ik oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 561 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 562. Die zou ik ook oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 562 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 563, over de maatregelen restopgave en de financiering daarvan, zou ik ook oordeel Kamer willen geven onder verwijzing naar het debat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 563 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 564 is wat mij betreft overbodig. Het Natuurplan gebruikt als basis ook de VHR-rapportage 2019-2025.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 564 krijgt de appreciatie "overbodig".
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 565 zou ik willen ontraden onder verwijzing naar het debat. Daarin hebben de heer Dekker en ik al het een en ander gewisseld.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 565 wordt ontraden. Tot slot de laatste motie.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 566 zou ik ook willen ontraden omdat we de NHV uitvoeren zoals bepaald in het coalitieakkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 566 wordt ten slotte ook ontraden. Hiermee kijk ik naar de minister of er nog vragen openstaan.
Minister Van Essen:
Ik zou graag willen eindigen, maar ik heb nog vragen te beantwoorden. De eerste vraag, van de heer Van Dijk, gaat over het definitieve Natuurplan naar de Kamer sturen. Ik zal mijn toezegging gestand doen dat u als Kamer in de gelegenheid wordt gesteld om met mij het debat te voeren over het Natuurplan voordat ik het indien bij de Europese Commissie. Ik zal de Kamer voor het einde van het jaar verder informeren over de planning. Daar zal dit dan ook terugkomen.
Dan de tweede vraag, over de definities van "herstel": worden die niet gebaseerd op de KDW? Nee, die worden niet gebaseerd op de KDW.
Dan een vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over het manifest Netto Natuurwinst. Ik zie dat ook als kans. We hebben daar ook over gesproken in het commissiedebat. Ik ben erover in gesprek met de initiatiefnemers, dus dat is positief.
De vijfde vraag is hoe het staat met ecovriendelijk bermbeheer. Dit is een vraag van mevrouw Bromet. Ik heb inmiddels contact opgenomen met de minister van IenW. Het kabinet heeft een onderzoek bij Wageningen Environmental Research uitgezet om te kijken hoe het nu staat met natuurvriendelijk ecologisch bermbeheer bij de diverse overheden. Dat is met name gericht op gemeenten, provincies en waterschappen. Ik verwacht daarvan resultaat in het eerste kwartaal van volgend jaar. De minister van IenW heeft zelf ook een onderzoek uitgevraagd naar het bermbeheer bij Rijkswaterstaat. Daar verwacht ik eind dit jaar resultaten van. Laten we uiteindelijk ook gewoon constateren dat ecologisch beheer een hele belangrijke bijdrage levert aan de NHV-doelen, met name op het gebied van bestuivers. We nemen dat ook mee in het definitieve Natuurplan.
De voorzitter:
Bent u aan het einde gekomen van de vragen?
Minister Van Essen:
Nee, ik heb er nog een, namelijk over de droge heide en de onderbouwing daarvan. Wetenschappers gebruiken methodes uit Europese guidelines om te bepalen wat genoeg is voor een gunstige staat van instandhouding. Hoeveel precies genoeg is, is niet met een schaartje te knippen. Daarom wordt met de beste kennis het zo concreet mogelijk gemaakt. Maar getallen zijn niet in beton gegoten. Die wetenschappelijke bandbreedtes die we hanteren, zijn ook onderbouwd.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één korte vraag.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben blij om te horen dat de minister in gesprek is met de mensen van Netto Natuurwinst, maar de vraag was of de minister ook kansen ziet om dit als uitgangspunt mee te nemen in de uitwerking van het Natuurplan.
Minister Van Essen:
Ik ben daar positief over. Ik heb een gesprek met ze. Op basis van dat gesprek zou ik dat willen bepalen. U hoort al aan mij dat ik eigenlijk wel voornemens ben om dat te doen, maar ik wil het laten afhangen van het gesprek dat ik met hen heb.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Wij stemmen volgende week dinsdag over de moties. Ik dank de leden en de minister voor hun aanwezigheid. Ik schors voor 45 minuten.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over het Luchthavenverkeerbesluit. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister, die mogelijk gaat plaatsnemen in vak K, ook van harte welkom. We gaan vanavond als eerste luisteren naar mevrouw Kröger, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Er zijn weinig dossiers waar ik in de afgelopen negen jaar als Kamerlid mee te maken heb gehad met zo veel machteloze woede bij burgers als Schiphol. De vergelijking met de Groningse aardbevingsellende is snel gemaakt, want mensen voelen zich totaal gepiepeld, geparkeerd in inspraak zonder tanden en weggerekend in modellen. Hun zorgen, hun slapeloze nachten en hun gezondheidsschade hebben moeten wijken voor ongefundeerd gedram over de hubfunctie en de bv Nederland. Uiteindelijk zijn mensen naar de rechter gestapt. Die heeft snoeihard geoordeeld: de belangen van omwonenden zijn structureel genegeerd. De minister denkt vandaag dat dat hoofdstuk nu afgesloten gaat worden met dit Luchthavenverkeerbesluit, maar de brief van deze week vanuit alle omwonendenorganisaties en die van de zeventien gemeenten rondom de luchthaven laat zien dat dit niet het geval is. De tekortkomingen in het LVB zijn geen abstracte juridische kwestie, schrijven zij. Er zijn meer dan 800.000 mensen met ernstige hinder en 220.000 mensen die ernstige slaapverstoring ervaren. Zij vragen ons om niet weg te kijken. Dat vraag ik vanavond ook met klem aan de collega's. Aan de minister stel ik de vraag: erkent hij dat er een besluit voorligt zonder draagvlak bij de mensen om wie het gaat? Een aantal van hen zit op de publieke tribune. Het is een besluit zonder draagvlak.
Voorzitter. De kritiek vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage, de ILT en de Raad van State is stevig. Ook blijkt dat het ministerie van LVVN grote obstakels ziet voor het afgeven van een natuurvergunning. En toch doet de minister geen fundamentele aanpassingen. Ik vraag de minister: waarom kiest hij voor dit wankele juridische pad?
Er zijn wat mij betreft drie grote pijnpunten. In de eerste plaats is de belangenafweging tussen omwonenden enerzijds en het economische belang van Schiphol anderzijds nooit transparant gemaakt. Met minder vluchten kan Schiphol Nederland ook heel goed dienen en kunnen we heel veel mensen hun nachtrust teruggeven.
De voorzitter:
Daar hoorde ik een punt. Ik geef vanavond de ruimte voor hele korte, bondige interrupties in drievoud. De heer Heutink gaat het goede voorbeeld geven.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ga mijn best doen, voorzitter. Of er draagvlak is, gaan we in deze Kamer natuurlijk eens even met elkaar bepalen. Maar ik hoor mevrouw Kröger zeggen dat de Raad van State kritisch is. Waar blijkt dat uit? Want na spoedadvies, op verzoek van nota bene Progressief Nederland, komt er een dictum b uit. Volgens mij is dat een prima dictum, waar we eigenlijk allemaal mee uit de voeten zouden moeten kunnen. Mijn vraag is dus: waar zit die kritiek dan?
Mevrouw Kröger (PRO):
Dan stel ik de vraag terug: heeft de heer Heutink het advies gelezen?
De voorzitter:
Dat doen we niet. De heer Heutink kan een vraag stellen en u kunt antwoord geven.
Mevrouw Kröger (PRO):
Als de heer Heutink het advies had gelezen, dan had hij gezien dat er gewoon fundamentele kritiek in zit. Er zijn aanwijzingen aan de minister om die kritiek echt ter harte te nemen. Dan gaat het over de vraag of de fair balance echt is gevolgd, wat natuurlijk het fundament was van de rechtszaak waarin omwonenden in het gelijk zijn gesteld dat mensenrechten geschonden zijn, dat artikel 8 EVRM geschonden is. Je ziet dat de Raad van State zorgen heeft over het referentiejaar van de MER. Zo zijn er nog een aantal zaken. Dus ik zie dat er stevig advies ligt van de Raad van State. Daarnaast heb je de ILT. Daarnaast heb je de milieueffectrapportage. Daarnaast heb je de MRS. Daarnaast heb je de omliggende gemeentes. Er ligt dus nogal wat.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat er ligt, is een dictum b van de Raad van State. Ik kan me herinneren dat, als wij hier wetten bespreken waarbij de Raad van State een dictum b uitvaardigt, diezelfde mevrouw Kröger hier aan deze kant van de microfoon staat en zegt dat het allemaal niet deugt. De vraag is waarom mevrouw Kröger, nu het een dictum b is en het eigenlijk allemaal wel mee lijkt te vallen, niet gewoon heel eerlijk zegt: "Wij willen helemaal niet vliegen. Wij willen Schiphol helemaal niet. Ga toch heen met die vliegtuigen." Als u dat had gezegd in plaats van deze grote woorden, dan was u eerlijk geweest naar al die mensen.
De voorzitter:
Het is "mevrouw Kröger" en u spreekt via de voorzitter.
Mevrouw Kröger (PRO):
Als je écht om Schiphol geeft, zorg je voor een luchthaven met draagvlak in de omgeving. Over alle partijen die op deze manier eigenlijk de omwonenden negeren en verder op achterstand zetten, denk ik: dan kies je voor de korte termijn en niet voor een gedragen luchthaven waarvoor draagvlak is bij de omwonenden.
De heer Peter de Groot (VVD):
Mevrouw Kröger weet het goed te zeggen. Alleen, het is niet eerlijk. Het is niet eerlijk, want we zijn al bijna toe aan 15% geluidsreductie voor de omgeving. We doen heel veel voor de omgeving. Dat is ook wat de Raad van State concludeert met dat dictum b: het Luchthavenverkeerbesluit is daar de basis voor. Als het goed is, gaan we na vanavond voor het eerst in achttien jaar weer een Luchthavenverkeerbesluit vaststellen. Het zal toch moeten gaan om die 15% geluidsreductie? Het gaat toch niet om het aantal vluchten? Het gaat toch om geluidsreductie?
Mevrouw Kröger (PRO):
Het gaat zeer zeker om geluidsreductie. Maar dan zou ik heel erg graag willen wijzen op — het is vrij technisch, maar goed — een studie van het RIVM naar het blootstellingseffect … Hoe heet het ook alweer? Ah, dank, minister: de blootstellingsrespons. Ik ben blij dat de minister het onderzoek kent, al blijkt dat niet geheel uit de stukken.
(Hilariteit)
De voorzitter:
We gaan niet op deze manier alvast uitlokken. Het was een indirect compliment; laten we het zo afronden.
Mevrouw Kröger (PRO):
Laten we het vooral zo afronden.
Dit is een bijzonder serieus onderwerp. Mijn zorg en de zorgen van de omwonenden en de gemeenten die ik spreek, gaan uiteindelijk over de impact van luchtvaartgeluid op de gezondheid. Kijk naar de WHO-normen. De Wereldgezondheidsorganisatie zegt wat er eigenlijk nodig is. Als je dan kijkt wat het RIVM constateert, dan schiet dit LVB wat mij betreft tekort om mensen afdoende te beschermen. Volgens mij is dat de crux van dit debat. Daarom sta ik hier en pleit ik voor een steviger aanpak in het LVB.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is mooi, maar daar ging mijn vraag niet over. Mevrouw Kröger doet net alsof er niets gebeurt. Dat is heel wat anders. We kunnen discussiëren over alle rapporten, die van het RIVM bijvoorbeeld, en daar gaan we vast ook nog over debatteren, maar het is niet zo dat er niets gebeurt. Er wordt een Luchthavenverkeerbesluit gemaakt. Daarmee herstellen we de rechtsbescherming van omwonenden en geven we zekerheid voor de toekomst van Schiphol. Tegelijkertijd is er sprake van enorme geluidsreductie. Ik krijg graag een antwoord op de vraag of we daadwerkelijk wat doen en of er sprake is van geluidsreductie.
Mevrouw Kröger (PRO):
In de aangepaste MER lees ik dat het aantal slaapverstoorden sinds 2002 met 85% is gestegen. Dat is ook wat de MRS concludeert. Dat is nogal wezenlijk. Als de heer De Groot aan mij vraagt of er op papier 15% geluidsreductie is bereikt, dan gaat het mij om de mensen die buiten de contour wonen. Mij gaat het om de mensen die last hebben van de piekbelasting en de mensen die snakken naar een nacht doorslapen. Daar gaat het mij om.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. De rechter verwees naar het Mensenrechtenverdrag en vroeg om een onderbouwde fair balance. Maar nergens maakt de minister echt duidelijk wat hij met die uitspraak heeft gedaan. Waarom is er niet gekozen voor die 440.000 of 460.000 vluchten, waarvan de onderzoeken die de minister zelf gebruikt, laten zien dat dat het meest positief is voor onze welvaart?
Voorzitter. De geluidsregels zijn zo ruim opgesteld dat mensen heel veel vliegtuigen over zich heen kunnen krijgen en het toch nog als minder hinder mag tellen. De minister werkt namelijk met het Totaal Volume Geluid. Dat is wat mij betreft een onbegrijpelijk systeem dat op geen enkele manier recht doet aan wat mensen echt meemaken. Niemand heeft last van een gemiddeld geluid in een regio; het gaat om de aantallen, het piekgeluid, de nachtrust en de gezondheid. We hebben betere criteria. De Kamer is al jaren geleden beloofd dat datgene wat mensen ervaren, het uitgangspunt wordt gemaakt. Dat is niet gebeurd. Uit de nieuwe RIVM-studie en de aangepaste MER blijkt dat het aantal slaapverstoorden sinds 2002 met 85% is gestegen. Maar de minister maakt het abstracter in de berekeningen en bezuinigt vervolgens op de handhaving ervan. Hij voegt handhavingspunten toe, maar de lastige punten, zoals handhavingspunt 25 bij Uithoorn, verdwijnen. Het nieuwe handhavingspunt dat daar vlakbij ligt, mag 40% meer herrie hebben. Met dit kabinet zijn mensen niet goed beschermd. Wéér niet, moet ik zeggen. Mensen zijn weer niet goed beschermd.
Voorzitter. Tot slot: stikstof. Als er namelijk iets juridisch wankel is aan dit Luchthavenverkeerbesluit, dan is het wel stikstof. Terwijl de natuur achteruitgaat en heel, heel veel boeren zich grote zorgen maken over de toekomst van hun bedrijf, heeft Schiphol een gedoogvergunning gekregen. De vorige was vernietigd, en die daarvoor was goed voor half zoveel vliegtuigen. Tot eind volgend jaar mag Schiphol gewoon doorvliegen zonder natuurvergunning. Het is echt te absurd voor woorden. Het voedt het wantrouwen van mensen over de manier waarop belangen worden gewogen door dit kabinet. Die gedoogvergunning moet echt zo snel mogelijk worden omgezet in een rechtsgeldige natuurvergunning, op basis van de beschikbare emissieruimte en rekening houdend met de als maar meer stikstofuitstotende vliegtuigen. Als blijkt dat daar minder vliegbewegingen voor nodig zijn, dan moet de minister rap terug naar de Kamer met een aangepast LVB. Kan de minister bevestigen dat hij voor een aanpassing van het aantal vliegbewegingen in het kader van de natuurwetgeving niet langs Brussel hoeft en dus geen Balanced Approachprocedure hoeft te doorlopen? En kan hij bevestigen dat ook hierbij geldt dat de meest knellende norm de omvang van Schiphol bepaalt?
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw betoog?
Mevrouw Kröger (PRO):
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Ik heb het vermoeden dat het nog maar een paar regels zijn.
Mevrouw Kröger (PRO):
Er staan nog 40 seconden op de klok.
De voorzitter:
U mag het van mij afmaken.
Mevrouw Kröger (PRO):
Oké. Tot slot, voorzitter. Het is duidelijk dat wij als PRO dit Luchthavenverkeerbesluit zeer problematisch vinden. Het feit dat de minister zelfs nog heeft besloten om weer meer groei mogelijk te maken, terwijl geen van de structurele problemen is opgelost, is echt een klap in het gezicht van de omwonenden. Als er technologische vooruitgang is waardoor de vliegtuigoverlast afneemt, laten we omwonenden daar dan alsjeblieft van laten profiteren. Laten we niet iedere rekenkundige geluidswinst uitkeren in extra vliegtuigen boven het hoofd van mensen. Ik weet dat het CDA en D66 hier allebei ook niet gelukkig mee zijn en dat zij hebben geprobeerd om waarborgen in de wet te zetten. Maar wat mij betreft biedt dat de omwonenden echt niet genoeg bescherming. Het groeiverdienmodel moet gewoon uit dit LVB. Als Kamer kunnen we vandaag die stap zetten. Dat lijkt me echt het minste, echt het minste, wat we kunnen doen voor al die omwonenden die zoveel jaren zijn genegeerd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik als eerste de heer Goudzwaard het woord.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik waardeer echt de bevlogenheid van mevrouw Kröger, ook richting de omwonenden. Ik zou hier graag op de best mogelijke manier een serieus en respectvol debat over willen voeren. Dat begint eigen met de vraag: aan welke documenten refereert mevrouw Kröger nu continu? Als ik de laatste data erbij pak, dus de laatste brieven en de Balanced Approach, dan zie ik toch echt dat we alleen wat betreft de 58 decibel geluidscontour nog niet helemaal op het niveau van de doelstelling zitten. Dat brengt mij een beetje in verwarring. Welk document wordt in dit debat nu steeds aangehaald?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik ben volgens mij heel duidelijk geweest. Er is een studie van het RIVM, van begin juli, meen ik. Ik heb de minister van tevoren gevraagd of hij de meest recente informatie over wat de blootstelling aan vliegtuiglawaai doet met de gezondheid van omwonenden, kan betrekken bij de verdere besluitvorming. Dat is ook toegevoegd aan de aangepaste MER. Dat is waar ik me op baseer.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank voor dit antwoord. Het is natuurlijk ook echt zoeken, want ik gebruik ook andere data en andere documenten. Insinueert mevrouw Kröger nu dat al die onderzoeken wegvallen en niets meer doen, die onderzoeken waar tientallen mensen bij betrokken zijn, allerlei stakeholders in het Schipholdossier, en dat het RIVM-rapport waar mevrouw Kröger steeds aan refereert de heilige graal is?
Mevrouw Kröger (PRO):
Nee. Er zijn een heleboel studies. Er is de brief, de studie, van het ILT; daar heb ik ook aan gerefereerd. Er is de milieueffectrapportage; daar heb ik ook aan gerefereerd. Er zijn dus een heleboel studies onderliggend aan het Luchthavenverkeerbesluit. Maar ik denk dat de heer Goudzwaard een punt heeft. Uiteindelijk gaat het erom, denk ik, of je de omwonenden en de impact die luchtvaartoverlast op hun gezondheid heeft als vertrekpunt neemt om te kijken naar hoe normen eruit zouden moeten zien, of dat je een rekenmodel neemt, waarbij eigenlijk net zo lang gerekend wordt tot het allemaal past. En dat laatste … Nou ja, ik neem heel graag de gezondheid van omwonenden als uitgangspunt. Ik vind dat het ook mijn verantwoordelijkheid is, en overigens de verantwoordelijkheid van ons allen hier, om op die manier met het algemeen belang om te gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja, afrondend. Natuurlijk moeten we daarnaar kijken, maar de scope is natuurlijk ook breder dan dat, volgens mij. We moeten ook kijken naar het verdienvermogen van Nederland, want er zijn meer dan 100.000 banen gemoeid met Schiphol. Ik heb nog een vraag. Oké, mevrouw Kröger zegt dat er meerdere onderzoeken zijn. Het blijft misschien ook gewoon moeilijk zoeken in dat bos van al die rapportages. Je wordt er op een gegeven moment gewoon hoorndol van; ik volg dit ook al vijf, zes jaar. Het lid Kröger zei net: ik wil niet een besluit zonder draagvlak. Dan even heel concreet, via de voorzitter: wanneer is er volgens mevrouw Kröger dan genoeg draagvlak? Wanneer zegt PRO: oké, wij zijn hier content mee en willen onze krabbel hieronder zetten? Kan mevrouw Kröger daar nog even kort over uitweiden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Zeker. Ik zou ook wel graag willen reageren op het eerste punt dat gemaakt werd. Er moet sprake zijn van een fair balance. Zo heeft de rechter geoordeeld. Er moet dus een fair balance zijn van economische belangen en de belangen van de gezondheid van omwonenden. Ik vind het moeilijk me voor te stellen hoe deze fair balance heeft plaatsgevonden als de minister in zijn eigen onderzoeken uitkomt op een optimum van 460.000 vliegbewegingen voor de welvaart van Nederland. Dat staat in de rapporten die onderliggend zijn aan dit LVB. Als je een balans moet vinden tussen aan de ene kant de economie en aan de andere kant omwonenden — voor de economie is 460.000 het beste, voor de omwonenden waarschijnlijk een stuk lager — hoe kan je dan uitkomen op 478.000, met groei naar 500.000? Dat is mij een volstrekt raadsel.
Dan nog het tweede stuk van de vraag: wanneer zijn wij tevreden? Ik interpreteer het maar zo. Op het moment dat zowel de MRS als alle omwonendenorganisaties als de gemeente allemaal zeggen dat dit ze niet voldoende bescherming biedt, dan is het voor mij evident dat dit een besluit is zonder draagvlak. En dus moet dat aangepast. Een allereerste stap zou in ieder geval zijn om dat groeiverdienmodel eruit te halen. En we hebben altijd gezegd dat nachtsluiting wat ons betreft cruciaal is, omdat daar de meeste gezondheidswinst mee te behalen is.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor mevrouw Kröger zeggen dat het allemaal niet deugt en dat het allemaal ruk is en dat het voorstel eigenlijk …
De voorzitter:
Wilt u op uw taalgebruik letten, meneer Heutink?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is een bijvoeglijk naamwoord, gewoon …
De voorzitter:
Ik waarschuw u één keer voor uw taalgebruik.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als dat niet meer kan, dan krijgen we weer een leuke avond.
De voorzitter:
Doe uw best.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als het allemaal niet goed is en als het hele plan van tafel moet, hoe denkt mevrouw Kröger dan de mensen die bescherming te kunnen bieden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik denk dat dat een hele valide vraag is, want na zo lang gedogen, is dit natuurlijk eigenlijk het moeilijkste punt. Er is zo lang een wankel juridisch kaartenhuis in stand gehouden en op dit moment moet je dan akkoord gaan met een LVB dat eigenlijk gestoeld is op onvoldoende bescherming. Wij maken daarin de afweging dat wij liever aan de minister vragen om dit LVB echt stevig te maken, ook als dat iets langer tijd kost. Dat is ook het geluid dat wij zowel van de omwonenden, de MRS als de gemeenten horen: liever iets meer tijd nemen en het stevig maken. Ik wil daarbij nogmaals opmerken dat de minister zelf in de Eerste Kamer de volgende woorden heeft gesproken: de meest knellende norm bepaalt de omvang van Schiphol. Ik kan mij goed voorstellen dat de stikstofcrisis waar we nu in zitten een zeer knellende norm is.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Progressief Nederland zegt dus eigenlijk tegen alle mensen die meekijken en op de tribune zitten: u mag nog even tien jaar wachten. Op het moment dat wij dingen moeten gaan aanpassen, is dat namelijk de realiteit. Er moet dan misschien wel een nieuwe Balanced Approachprocedure worden uitgevoerd. Dat betekent dat je gewoon meer dan tien jaar verder bent, net zolang als we nu onderweg zijn. Feit is ook dat precies dit LVB veel meer geluidsnormen en handhavingspunten gaat opleveren. Die gaan namelijk van 35 naar 148 per etmaal. Er wordt op veel meer plekken gemeten, niet alleen landelijk maar ook lokaal. De ILT kan nu van anticiperend handhaven naar daadwerkelijk handhaven. Dat betekent dus dat de rechtszekerheid van mensen geborgd is en dat mensen ergens naartoe kunnen op het moment dat het allemaal niet deugt. Wil PRO dat daadwerkelijk in de prullenbak gooien, met het risico dat die mensen zo meteen niets meer hebben?
Mevrouw Kröger (PRO):
De heer Heutink houdt ervan om door zijn manier van debatteren ergens een karikatuur van te maken. Volgens mij heeft echt niemand hier gezegd dat dit tien jaar moet duren. Het feit dat dit dossier al zo lang sleept, komt onder andere omdat een aantal ministers achter elkaar het hebben laten slepen. Het kan dus gewoon snel. Laten we wel wezen: rechtszekerheid gaat niet alleen over de vraag of je je recht kan halen, maar ook over of je rechten geborgd zijn. Wat ons betreft zijn de rechten van omwonenden onvoldoende geborgd met dit LVB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten natuurlijk allemaal dat GroenLinksers en D66'ers eigenlijk het meeste van vliegen houden. Dat is een tijdje geleden gebleken uit een onderzoek van I&O Research. Daarin zijn de achterbannen van politieke partijen onderzocht. Het aantal theoretisch opgeleiden speelt dan bijvoorbeeld ook mee. Zou PRO de eigen achterban niet gewoon eens een spiegel voor willen houden dat er daar het meeste gevlogen wordt? Het gemiddelde ligt op 0,76 vluchten per jaar; bij de PRO-achterban is dat 0,83. De Amsterdamse wethouders hebben negen van de vijftien dienstreizen met het vliegtuig gemaakt. Wat zegt mevrouw Kröger nou tegen haar eigen achterban, die zo lekker dol is op vliegen, terwijl een groot deel van de mensen met de laagste inkomens helemaal niet in een vliegtuig kan stappen, omdat het onbetaalbaar is?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik zou heel graag tegen mevrouw Van der Plas willen zeggen dat wij Schiphol op dit moment niet gebruiken op een manier die Nederlanders de meeste waarde biedt of het meest dienstdoet, ook Nederlanders die willen vliegen. Het maakt daarbij niet uit of dat nou mensen zijn uit mijn achterban, uit die van mevrouw Van der Plas of uit die van wie dan ook. Het gaat mij erom dat we een luchthaven hebben die we uit de klauwen hebben laten groeien en die ten koste gaat van de omwonenden, de natuur en daarmee ook de boeren. In plaats van daarin in te grijpen en er echt voor te zorgen dat Schiphol maximaal dienend is aan Nederland, zet de minister dit pad door. Ik zou veel liever hebben dat wij Schiphol goed gebruiken voor de Nederlandse reizigers en dat we minder leunen op de overstappers, laat staan dat we de overstappers onbelast gebruik laten maken van onze luchthaven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er wordt nu heel erg omheen gedraaid, maar de cijfers staan natuurlijk wel gewoon vast. Ik zie in het reizenregister van de Kamerleden — ik raad iedereen aan om daar eens in te kijken — dat de GroenLinksfractie echt de hele wereld over vliegt: ze gaan naar India, Zuid-Amerika, Bonaire, Curaçao, Amerika. Dat is een heel vlieglustig volkje. Nogmaals, mijn vraag is: zou je niet gewoon eens even in de spiegel moeten kijken, ook bij de achterban? Diezelfde achterban steunt namelijk PRO, de partij die hier zorgt voor allemaal extra regelgeving, waardoor het vliegen voor gewone mensen die misschien een keertje op vakantie willen naar Ibiza, of waar dan ook, duurder wordt. Tegelijkertijd kunnen ze het zelf makkelijk betalen met hun hogere inkomens. Diezelfde achterban stapt zelf gewoon lollig in het vliegtuig en gaat de hele wereld over, inclusief de eigen Kamerleden.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Van der Plas maakt dit heel erg een debat alsof het gaat om de individuele keuzes van individuele reizigers. Volgens mij zijn wij hier aan zet om het met elkaar te hebben over hoe we het algemeen belang dienen, hoe we zorgen dat Schiphol het algemeen belang dient en hoe wij als Kamer het algemeen belang dienen. Daarvoor is voor mij van belang dat ik de gezondheid van omwonenden vooropstel, want die zijn tientallen jaren genegeerd. Daar gaat wat mij betreft dit debat over.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is ook wel een beetje practice what you preach: breng in de praktijk wat je tegenover andere mensen predikt. Het is ook wel een beetje — ik gebruik weer een Engelse term, dus ik zal die nog even vertalen — do as I say, not as I do: doe wat ik zeg, niet wat ik doe. Nogmaals, als ik in het reizenregister van de linkse fracties reizen zie staan voor werkbezoeken, denk ik soms: waarom moeten we daar helemaal voor naar Chili reizen? Is er in de fractie van mevrouw Kröger niet een soort vliegquotum? Vraagt uw fractie zich nooit af: moeten we hier echt naartoe en is het echt nodig om al die vliegtuigkilometers te maken naar de andere kant van de wereld? Wat horen wij hier in het parlement daar ooit over terug? Ik zie geen verbetering in Nederland komen door dat soort reizen. Vindt PRO niet een klein beetje dat ze daar zelf ook aan meedoen en dat ze anderen wel een beetje de maat nemen als ze zeggen dat het allemaal zo lawaaiig is, dat er minder gevlogen moet worden en dat het allemaal slecht is voor het milieu en het klimaat? Dat is toch een beetje hypocriet, of niet?
Mevrouw Kröger (PRO):
Wat ik heel hypocriet vind, is om zo'n belangrijk debat als dit, dat gaat over de toekomst van onze luchthaven, over Schiphol en over de gezondheid van omwonenden, te proberen te verengen tot een soort individuele keuze. Ik hoop dat we met z'n allen voorbij het punt zijn waarop we alle heil proberen te verwachten van individuele keuzes. Het gaat juist over hoe je als overheid stuurt. Mevrouw Van der Plas noemt een aantal voorbeelden. We hebben een hele grote luchthaven. We kiezen er op dit moment voor om die grotendeels te gebruiken als hub. Dat betekent dat vooral overstappers daarvan profiteren, overstappers die daar geen belasting voor betalen. Dat is niet de keus die wij maken.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
De vraag die ik heb aan mevrouw Kröger is de volgende. Er wordt gezegd: dienstbaar aan Nederland. Wat is de definitie daarvan? Wanneer is Schiphol "dienstbaar" aan Nederland?
Mevrouw Kröger (PRO):
Schiphol is wat mij betreft dienstbaar aan Nederland als we echt goed kijken hoe we de vliegbewegingen die we hebben zo goed mogelijk ten dienste stellen van onze bevolking en de economie. Ik denk dat de balans daarin nu zoek is. Schiphol is dienstbaar aan Nederland als het valt binnen de grenzen van geluid, van gezondheidsschade aan omwonenden, van het klimaat, van stikstof en de natuur. Als het moment dat wij echt een balans vinden … We hebben het vaak over balans in dit debat. Dit is wat mij betreft een debat over balans, met aan de ene kant de rol die Schiphol speelt. Het is evident dat Schiphol een belangrijke rol speelt als knooppunt om Nederland verbonden te houden met de wereld. Maar waar die balans ligt … Ik bedoel, als de minister in zijn eigen onderzoeken al uitkomt op 440.000 tot 460.000, begrijp ik niet waarom we hier 487.000 tot 500.000 staan te bediscussiëren, terwijl de omwonenden er geen steek mee opschieten. Dan is de balans echt zoek.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik snap dat het een tegenstelling van belangen kan zijn. We hebben het over dienstbaar zijn aan Nederland en de Nederlanders, ook economisch gezien. Tegelijkertijd wordt de hubfunctie hier al een aantal keer enorm bekritiseerd, omdat er geen belasting betaald zou worden. Volgens mij kan 78% van de vluchten alleen maar gevlogen worden vanwege de hubfunctie, omdat ze internationaal vol gezet worden. Dat komt ook weer ten goede aan de economische belangen van Nederland. Zo kunnen zakenlieden reizen en noem maar op. Je kunt de hubfunctie toch niet scheiden van de fundamentele rol die Schiphol speelt voor economisch Nederland? Het lijkt hier steeds alsof dat gescheiden zou kunnen worden: als we de hubfunctie weghalen, dan kunnen de Nederlanders vliegen. Zo werkt het natuurlijk niet.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat is een vraag waar ik toevallig in 2019 een initiatiefnota over heb geschreven. Die gaat over hoe we zouden kunnen sturen op een Schiphol dat meer dienstbaar is aan Nederland. Ik denk dat de logica van de hub op dit moment is — dat zit ook heel erg in het businessmodel van KLM — dat elke verbinding erbij per definitie heel belangrijk is voor de economische waarde van Schiphol en van Nederland. Je kan natuurlijk wel zeggen dat ook daar een optimum in zit. Bepaalde verbindingen zijn superbelangrijk, maar een verbinding naar een vrij unieke locatie waar maar 8% nationale passagiers op reist en voor de rest alleen maar overstappers, voegt wel heel veel schade toe, maar minder economische welvaart. Daar moet je een optimum in vinden. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur heeft daar een heel goed rapport over geschreven in 2017, meen ik, getiteld Mainports voorbij. Ik denk dat die discussie en ook de wil van de politiek, van ons als Kamer en van deze minister, om daarop te sturen echt aan de basis hiervan liggen. Wij hebben met Schiphol natuurlijk een hub. Daarnaast heb je Frankfurt en Charles de Gaulle. Dat zijn drie grote internationale hubs op een steenworp afstand van elkaar, als je kijkt op de wereldkaart. Zou je in die hubs niet veel meer met elkaar kunnen samenwerken, zodat je elkaar niet altijd beconcurreert op bepaalde bestemmingen, maar misschien wel complementeert? Op die manier kan je denk ik veel meer gebruikmaken van Schiphol op een manier die waarde toevoegt, maar waarbij je toch zorgt voor minder vliegbewegingen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil nog even kort stilstaan bij de waarde van Schiphol voor de economie. Mevrouw Kröger had het net over de wens tot een nachtsluiting. De VVD is het er helemaal mee eens dat we stiller moeten vliegen in de nacht. In het coalitieakkoord hebben we de afspraak gemaakt dat er stiller moet worden gevlogen in de nacht. Maar een nachtsluiting betekent wel dat de vluchten met bloemen uit het Westland niet meer vanaf Schiphol kunnen worden gevlogen. Het betekent ook dat de vluchten van DHL, die nu vliegt met alle pakketjes die wij in Nederland willen versturen en die naar Leipzig moeten, niet meer gevlogen kunnen worden. Het heeft dus enorme impact op de economie in Nederland als we overgaan tot een nachtsluiting. Waarom kiezen we niet gewoon voor de slimme oplossing, die wij in het coalitieakkoord ook hebben afgesproken, van de verdere verstilling van de nacht?
Mevrouw Kröger (PRO):
Omdat je helaas in onderzoek van het RIVM en in onderzoek van de GGD ziet dat juist de slaapverstoring in de nacht immense gezondheidsschade met zich mee brengt en dat juist maatregelen nemen in de nacht de beste manier is om de gezondheid van omwonenden beter te borgen. Die afweging maak ik daarin. Die afweging maken overigens ook sommige andere luchthavens. Uiteraard is dat een keuze die ook gevolgen heeft. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat er gevolgen aan vastzitten als een luchthaven in misschien wel het dichtstbevolkte stuk van de wereld ligt, en dat je dan waarborgen moet bieden voor de gezondheid van mensen. Ik denk dat vliegtuigen die een beetje stiller zijn maar net zo vaak vliegen, dat niet gaan oplossen. Dat denken de omwonenden en de gemeenten overigens met mij.
De heer Peter de Groot (VVD):
Je kunt Schiphol in de nacht dichtdoen. Dan is er overigens geen enkele luchthaven in Nederland meer open in de nacht. Dat moeten we beseffen. In geen enkel ander land is dat zo, maar dat terzijde. Ik vond het juist zo mooi dat mevrouw Kröger zei dat het in balans is. We doen het voor de omgeving. Schiphol dient de bereikbaarheid, maar ook de economie. Dat moet in balans zijn. Er worden veel maatregelen genomen in de nacht. Er zijn stillere vliegtuigen, er wordt gekrompen in de nacht en er zijn minder vliegtuigen. Het gaat er ook om een balans te vinden tussen enerzijds het houden van die economische waarde, dus het versturen van pakketten, het versturen van goederen uit Nederland, of het nou van ASML of van wat dan ook is, en anderzijds ervoor zorgen dat het minder overlastgevend is in de nacht. De keuze van mevrouw Kröger is om rücksichtslos te zeggen: ik kies maar voor dat ene belang, want ik doe het in de nacht gewoon dicht. Dat snap ik gewoon niet.
Mevrouw Kröger (PRO):
De belangenafweging gaat over de hele omvang van Schiphol. De rechter is snoeihard geweest: de belangen van omwonenden zijn onvoldoende in ogenschouw genomen, consequent, jaren- en jarenlang. Nu gaan we, zegt de minister, iets doen om die belangenafweging eerlijker te maken. Daarvan zeggen eigenlijk alle omwonendenorganisaties én de gemeenten én de Maatschappelijke Raad Schiphol dat het onvoldoende is. Ze zeggen: we worden onvoldoende beschermd. Als je dan echt iets wilt doen aan de gezondheid van omwonenden en de rechten van omwonenden, is de nacht de plek om in te grijpen, want daar vindt die slaapverstoring plaats en daar vindt die gezondheidsschade plaats. Daar waarschuwt het RIVM ons voor. Ja, dan vind ik dat wij, na zo veel jaren schofferen van de omwonenden, dit nu moeten doen en dat we juist een stap moeten zetten richting een nachtsluiting.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
We gaan dus weer helemaal de kant op dat het allemaal niet goed is. Ik dacht dat we een mooie balans hadden gevonden. We doen wat voor de omgeving, we zorgen voor de bereikbaarheid in de wereld en het dient ook de economie. Maar dan is het dus gewoon: sluiten in de nacht en we kijken niet naar de economie. Eigenlijk gaat het weer alleen de kant op dat het dicht moet en dat er geen mogelijkheden zijn. Ik dacht dat we wat hadden gevonden met elkaar en dat we erover konden debatteren. Ik dacht: we kunnen kijken wat we misschien nog verder kunnen vinden in de nacht. Maar die ruimte is er bij mevrouw Kröger niet. Dat is dan de constatering.
Mevrouw Kröger (PRO):
We hebben het over een balans voor de hele operatie Schiphol, voor heel Schiphol. Die balans is wat mij betreft zoek. Omwonenden worden onvoldoende beschermd. De minister gaat voor meer vluchten, waarvan zijn eigen rapporten zeggen dat het goed is voor Nederland. De balans slaat dus door naar economie. Dan zeg ik: doe echt iets voor omwonenden; ga voor nachtsluiting om die balans überhaupt weer een beetje terug te krijgen. Want in dit voorstel, in dit LVB, is de balans zoek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt namens de fractie van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over de nieuwe Schipholregels, die vastgelegd worden in het Luchthavenverkeerbesluit. Die regels bepalen onder andere hoe we Schiphol moeten gebruiken, hoeveel we mogen vliegen en hoe we omgaan met gevolgen voor omwonenden.
Voorzitter. Woord voor woord raken beslissingen over Schiphol miljoenen mensen. De geluidshinder die omwonenden rond Schiphol ervaren, is verschrikkelijk. Zij hebben recht op bescherming daartegen. We moeten het dan ook opnemen voor deze mensen. Tegelijkertijd moeten in diezelfde belangenafweging ook andere belangen worden geplaatst. Mensen moeten gewoon betaalbaar hun familie kunnen blijven bezoeken, tot rust komen of reizen wegens hun werk. Ook voor deze mensen moeten we het opnemen.
Daarnaast hebben we ook nog de werknemers. Schiphol is alleen al goed voor 110.200 banen. Dat betreft gewone mensen met een inkomen, een gezin en een toekomst. Die zijn mede afhankelijk van een goed functionerende luchthaven. Ook voor deze mensen moeten we het opnemen. Het onbetaalbaar maken van vluchten waardoor onze luchtreizigers uit Nederland naar België of Duitsland moeten vliegen, moet ook een keer klaar zijn. Dat is niet eerlijk. Ook voor deze mensen moeten we het opnemen. Het kan niet zo zijn dat buitenlandse reizigers goedkoper kunnen vliegen, of door de hubfunctie goedkoper kunnen reizen via Schiphol, terwijl Nederlanders zich rot betalen voor minder kilometers, die ze vanuit hun eigen land willen afleggen. Voor al deze mensen moeten we het opnemen.
Daarom blijf ik ook pleiten voor de betaalbaarheid en bereikbaarheid van onze luchtvaart, waarbij we rekening houden met alle belangen. Dat probleem heb ik in mei ook al aangekaart. Sinds mei is er veel gebeurd. Op 9 september heeft de Raad van State opnieuw beslist over het nieuwe LVB. Daarin wordt onder andere een maximum van 478.000 vliegbewegingen voorgesteld, waarvan 27.000 in de nacht. Zodra de geluidshinder voldoende verlaagd is, kunnen de vliegbewegingen worden opgeschaald naar maximaal 500.000. Zoals de minister zelf ook opmerkte is Schiphol de eerste luchthaven ter wereld die door overheidsbeleid letterlijk krimpt. Het kabinet beperkt Schiphol tot 500.000 vliegbewegingen. Sterker nog: het begint bij 478.000. De garantie dat we 500.000, of überhaupt de 478.000, aantikken is er niet. Deze krimp raakt keihard de bereikbaarheid, de betaalbaarheid en de internationale positie van onze nationale luchthaven. Alle belangen dienen gewogen te worden en het mag niet zo zijn dat belangen ondergeschikt worden aan één criterium.
Het aantal vluchten is niet het enige probleem. Eerder, in maart 2026, oordeelde de Raad van State dat minder vliegbewegingen niet per definitie ook minder geluidshinder betekent. Niet elk vliegtuig maakt in dezelfde mate geluid, en niet elke omwonende ervaart dezelfde last. Gevolg: vernietiging van het besluit waarmee Schiphol werd gemaximeerd op 478.000 vliegbewegingen per jaar. Kan de minister daarom uitleggen wat de inkrimping van Schiphol daadwerkelijk oplevert? Uit de stukken kan ik nog steeds niet opmaken wat de minister nu echt aan het doen is. Is de minister het met mij eens dat het dan logischer is om sterker in te zetten op maatregelen die de geluidshinder direct verminderen, waarvan we wel weten dat die geluid verminderen, zoals misschien het belonen van stillere vliegtuigen?
Voorzitter. Dan de betaalbaarheid. Onlangs zei deze minister dat hij met België en Duitsland heeft gesproken over de vliegbelasting. Daarbij — dat heeft hij echt opgemerkt, voorzitter — gaf hij aan dat hij hen had gevraagd om hun vliegbelasting flink te verhogen. Als dat de insteek is geweest, dan heeft de minister het probleem niet goed begrepen. Onze vliegbelasting moet juist omlaag, geef ik nu heel duidelijk aan, want zoals het nu is, jagen wij reizigers letterlijk weg. Mijn vraag aan de minister is wanneer wij het complete plaatje van ticketprijzen, luchthaventarieven, capaciteit en uitwijkgedrag krijgen, conform de motie die oordeel Kamer heeft gekregen.
Voorzitter. Tot slot de nacht, waarvoor ik eerder ook al heb gewaarschuwd. Als je deze zelfde hoeveelheden verkeer in minder uren probeert te proppen, dan kan de hinder verschuiven naar de vroege ochtend en de late avond. De minister erkende dat het huidige stelsel vooral naar het totale geluidsvolume kijkt en dat frequentie en piekbelasting pas nadrukkelijk onderdeel worden van het nieuwe geluidsstelsel richting 2030. Kan de minister uitleggen waarom die zaken niet eerder aan bod komen? Het kan toch niet zo zijn dat we er straks achter komen dat we de geluidshinder niet verminderen, maar juist vermeerderen, omdat we al die vliegbewegingen bij elkaar proppen?
Voorzitter. Ik wil het hierbij laten en u bedanken, uiteraard. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Graag gedaan. Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een jarenlange reis achter de rug, kunnen we wel zeggen, maar de landing lijkt nu toch echt ingezet te zijn. Het is geen reis zonder turbulentie geweest, maar we zijn er toch bijna: een nieuw Luchthavenverkeerbesluit, LVB afgekort. Toch vraag ik mij af of dat nou helemaal de bestemming was waar wij op koersten. In de tussentijd is er namelijk veel gebeurd. Het besluit werd een tijdje gekaapt door de vorige minister en daardoor lijkt de eindbestemming niet meer op waar we ooit wilden landen, namelijk een goede balans tussen Schiphol en zijn omgeving.
Voorzitter. Zijn we nou in het zicht van de luchthaven gestrand, of hebben we daadwerkelijk vaste grond onder onze voeten? Dat is mijn vraag aan de minister. Het uitgangspunt was in 2020 onder minister Harbers "het bieden van een goede juridische basis voor Schiphol". Daarvoor waren een paar zaken essentieel. Het hebben van een geldige natuurvergunning allereerst. Ten tweede rechtszekerheid voor omwonenden. Ten derde een goede balans tussen omwonenden en de economische functie van Schiphol. Daarbij werd destijds aangegeven dat er ongeveer 440.000 vliegbewegingen nodig waren om de publieke belangen rondom Schiphol te borgen.
Wat is er sindsdien veranderd? We koersen nu op 478.000 vliegbewegingen, er is nog steeds geen natuurvergunning en er bestaan grote vragen over de juridische houdbaarheid en de handhaafbaarheid van het stelsel. De vraag is daarom niet alleen of dit besluit Schiphol juridisch verder helpt, maar ook of het voorkomt dat we over enkele jaren opnieuw voor de rechter staan. Hoe schat de minister dat eigenlijk in, en waarom? Dit besluit zal dus moeten worden gebouwd op drie pijlers, maar hoe stabiel staan die pijlers?
Ook de Raad van State stelt kritische vragen bij al deze aspecten. Om te beginnen over de natuurvergunning, want die werd aan het begin nog als randvoorwaarde voor een nieuw LVB gezien. Waarom is dat losgelaten en op welke termijn verwacht de minister alsnog een onherroepelijke natuurvergunning te verkrijgen? Als we de brief van de collega-minister van Landbouw lezen, lijken daar nog veel vragen over te bestaan, want hoe bewijst de minister dat Schiphol niet te veel stikstof uitstoot en dat Schiphol de ruimte door het uitkopen van boeren daadwerkelijk kan benutten? Dan worden ze ook nog eens gematst door de regels in AERIUS, dat het vanaf 3.000 voet allemaal niet meer meetelt. Worden volgens de minister Schiphol en PAS-melders nou hetzelfde bejegend, of is de een toch meer gelijk dan de ander? Terwijl er op LVVN fundamentele twijfels zijn, roept de minister van IenW dat de juridische basis hiermee op orde komt. Hoe geloofwaardig is dat nou? Legt de minister hiermee niet opnieuw een juridische tijdbom onder Schiphol, terwijl hij ondertussen toch wel een beetje mooi weer speelt? Kan de minister mij ervan overtuigen dat het LVB echt goed in elkaar zit en stand gaat houden?
De Raad van State stelt kritische vragen over het groeimodel naar 500.000 vliegbewegingen. Zij stellen dat een motivering ontbreekt over de vraag of de gefaseerde terugkeer naar 500.000 vliegbewegingen te verenigen is met de doelen van het onderliggende ontwerpbesluit. Waarom is dat aantal dan precies noodzakelijk? Welke studies laten zien dat dit past binnen de überhaupt nog niet afgegeven natuurvergunning en de bescherming van omwonenden?
Daarnaast mist de Raad van State zorgvuldigheid bij het stapsgewijs automatisch verhogen van het aantal vliegbewegingen. Wordt daarmee genoeg zekerheid geboden aan omwonenden dat deze afname daadwerkelijk wordt gerealiseerd? Dat vraag ik aan de minister, samen met de Raad van State.
Ook heeft de Raad van State stevige vragen over de handhaving door de ILT, de inspectie. Kunnen zij echt ingrijpen als normen worden overschreden? Heeft het systeem zonder bestuurlijke boete wel voldoende tanden? Is daarmee de rechtszekerheid voor omwonenden opnieuw een wassen neus?
Voorzitter. Al wordt geluidsoverlast voor sommige mensen onmiskenbaar verminderd, voor anderen kan het zomaar eens meer worden. Door de autonome vlootvernieuwing worden vliegtuigen stiller, waardoor binnen dezelfde geluidsgrens lokaal meer vliegtuigen kunnen komen overvliegen. In de praktijk betekent dit vaak meer overlast voor mensen, omdat het vooral afhangt van het aantal vliegtuigen. Hoe voorkomt de minister dat een theoretische afname van geluid per vliegtuig leidt tot meer overlast onder de streep? Is de minister bereid om te onderzoeken hoe grenswaarden dynamisch kunnen worden vormgegeven, zodat omwonenden niet alleen maar meer vliegtuigen zien overvliegen? Daarover is er eerder een motie ingediend door collega's Zwinkels en Köse.
Als al deze vragen blijven bestaan, blijft voor onze fractie de vraag openstaan of we op de juiste eindbestemming gaan aankomen, met daadwerkelijke zekerheid voor omwonenden, Schiphol en de natuur. Daarom zie ik uit naar de reactie van de minister in eerste termijn.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar het lid Kostić, namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Waar moet je heen als je eigen huis geen plek van rust meer is? Dat is al decennialang de realiteit van omwonenden van Schiphol. Denk aan geen fatsoenlijk gesprek kunnen voeren met je kleinkinderen in je eigen achtertuin of moeten slapen met een koptelefoon op. Honderdduizenden mensen worden er letterlijk ziek van. De vrijheid van mensen in hun eigen huis en hun eigen slaapkamer wordt hun ontnomen. Ik heb dat al vaker gezegd. Ik kijk specifiek naar de partij met "vrijheid" in haar naam. Let een keer op de vrijheid van deze mensen.
Dit debat gaat over één fundamentele vraag: zet de overheid gezondheid van haar inwoners op één of de luchtvaartlobby? De pijnlijke waarheid is dat de overheid al minstens zestien jaar voor de luchtvaartlobby kiest. Zestien jaar lang mocht Schiphol via gedoogconstructies illegaal schade toebrengen aan natuur, klimaat en gezondheid, met hulp van het Rijk. Schiphol opereert al jarenlang zonder een natuurvergunning. Ik denk dat een gemiddelde kroeg om de hoek inmiddels meer vergunningen heeft dan Schiphol. Het kabinet vindt dat wel prima. De rechter moest zelfs oordelen dat het Rijk decennialang mensenrechten van omwonenden heeft geschonden door steeds weer te kiezen voor de belangen van de luchtvaartbobo's van Schiphol en KLM boven de gezondheid van omwonenden.
Met het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit, waar het vandaag over gaat, zouden omwonenden eindelijk weer worden beschermd. De minister zegt dit ook allemaal voor omwonenden te doen. Het besluit moet volgens hem daarom snel door de Kamer, voor de omwonenden. Maar de realiteit is: geen enkele omwonendenorganisatie is ook maar een beetje blij met wat er nu ligt. Niemand vraagt om perfectie. Toch weet de minister de burgers voor wie hij dit zegt te doen, niet mee te krijgen. Erkent de minister op z'n minst dat hij hierin heeft gefaald? En is de minister bereid om het LVB aan te passen totdat hij in ieder geval één omwonendenorganisatie zover heeft gekregen dat die er een beetje blij mee is? Omwonendenorganisaties hebben de Kamer namelijk een brief gestuurd met de oproep: wij hebben liever dat het kabinet wat meer tijd neemt om de gezondheid van omwonenden beter te borgen in het besluit, dan dat het nu zulke slechte wetgeving erdoor drukt. Is de minister op z'n minst bereid om excuses aan te bieden voor het feit dat de Staat jarenlang mensenrechten van omwonenden heeft geschonden?
Voorzitter. Het Rijk heeft de illegale groei van Schiphol jarenlang laten gebeuren. Met het besluit van vandaag legaliseert het Rijk die jarenlange groei. Dat is alsof iemand jarenlang 130 kilometer per uur rijdt waar 100 is toegestaan en de overheid vervolgens zegt: dan veranderen we de snelheidslimiet gewoon naar 130. Het ergste is dat de minister in dit besluit, dat dus moest gaan om betere bescherming van omwonenden, een automatische groeioptie voor Schiphol heeft verwerkt. Schiphol mag nu dus zo enorm blijven als Schiphol al is, en straks mag het misschien nog meer groeien.
Voorzitter. De Partij voor de Dieren vindt dat toondoof en wereldvreemd. Het is alsof de klimaatcrisis er niet is, alsof Schiphol niet nu al te veel ten koste gaat van woningbouw en alsof mensen niet nu al knettergek en ziek worden van de hoeveelheid vliegtuigen boven hun hoofd. Zowel de Commissie mer als de Raad van State is zeer kritisch op deze groeioptie. Die is niet nodig, gelet op wat dit LVB volgens de rechter zou moeten doen, namelijk de rechtszekerheid en bescherming van omwonenden borgen. Het is puur een cadeautje van de VVD voor de luchtvaartbobo's. Dan zou je verwachten dat het CDA en D66 dit echt niet laten gebeuren. Je zou verwachten dat ze dit, dus nog meer dreiging van groei van Schiphol voor honderdduizend omwonenden terwijl hen zo lang onrecht is aangedaan, niet laten verankeren in de wet. Ik roep die partijen op om die schadelijke groeioptie samen met ons van tafel te halen. Voorkom dat die überhaupt in de wet komt. Samen hebben we namelijk een meerderheid. Laten we het doen.
De voorzitter:
Hier hoorde ik wel een punt. Ik zie de heer Heutink, maar die geeft heel galant het woord aan de heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is heel galant van de heer Heutink.
De voorzitter:
Maak er wat moois van.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Ik was even aan het wachten op het moment waarop ik zou worden uitgemaakt voor iemand die voor de luchtvaartlobby of luchtvaartbobo's zou werken. Dat moment is aangebroken. Het is traditioneel dat we dat in dat debat altijd even wisselen en dat het lid Kostić mij daar even van beticht. Dan zijn we daar ook maar weer geweest. Mijn vraag is de volgende. De bewonersvertegenwoordiging, dus de gemeenteraad en het college, van Haarlemmermeer, dat 167.000 inwoners heeft, heeft geen brief gestuurd. Hoe kijkt het lid Kostić daartegenaan?
Kamerlid Kostić (PvdD):
We hebben verschillenden omwonendenorganisaties. Die vertegenwoordigen meerdere omwonenden die zelf niet de tijd hebben omdat ze keihard moeten werken. De mensen van al deze omwonendenorganisaties hebben naast het werk dat ze moeten doen — misschien moeten ze voor hun kinderen zorgen of op school werken — de tijd genomen om voor een groter gedeelte van de bevolking op te staan. Ze zeggen: wij laten dit niet meer gebeuren. Heel veel andere mensen zijn gewoon murw geslagen. Ik noem mijn eigen vader. Die woont vlak bij Diemen. Ik heb het de vorige keer ook in het debat gezegd: mijn kind van 2 kan niet normaal met mijn vader praten in zijn eigen tuin, omdat er om de vijf minuten een vliegtuig over de tuin vliegt. Mijn vader heeft het gewoon geaccepteerd. Hij heeft er geen energie voor. Hij heeft een oorlog meegemaakt. Hij vindt het best, maar normaal is het niet. Dat vindt hij ook niet; hij vindt het vervelend. Maar hij gaat geen brieven sturen. Dat geldt voor heel veel mensen: ze zijn gewoon murw geslagen, want ze hebben niet alleen maar de luchtvaartbobo's tegenover zich, maar ook de VVD en telkens weer verschillende kabinetten.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik snap dat. Ik snap dat we moeten werken aan het beter beschermen van omwonenden. Dat wil ik nogmaals gezegd hebben. Maar als ik kijk naar wie de brieven ondertekend hebben, zie ik Extinction Rebellion, Greenpeace, de Natuur- en Milieufederatie. Ik denk dan bij mezelf: we hebben eens in de vier jaar verkiezingen in Nederland. Dan wordt er een gemeenteraad gekozen; dat is het moment waarop mensen naar de stembus kunnen en kunnen zeggen dat ze tegen Schiphol zijn. Haarlemmermeer ligt natuurlijk onder de rook van Schiphol. Natuurlijk hoor ik ook de geluiden van Aalsmeer en Uithoorn, en natuurlijk moeten we er wat aan doen. Maar er zijn gewoon meer dan 150.000 mensen die tegen de volksvertegenwoordigers in Haarlemmermeer zeggen: "Het is heel goed; ga maar door met Schiphol en zorg ervoor dat we als omwonenden beter beschermd zijn. Maar de luchthaven is heel erg belangrijk." Dat kunnen we hier in dit debat toch niet ontkennen, vraag ik aan het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik weet niet precies waar de VVD heen wil. Wil de VVD tegen de mensen thuis zeggen dat ze zich alleen maar kunnen uitspreken bij verkiezingen, dat dat het enige is wat telt en dat je verder gewoon maar je mond moet houden? Er zijn ongelofelijk veel mensen die zich zorgen hierover maken, of die letterlijk ziek worden. Dat zijn er niet tien of twintig: honderdduizenden mensen worden letterlijk ziek van Schiphol. En dan denkt de VVD dat het gepast is om hier naar de interruptiemicrofoon te lopen en zo'n verhaal te houden, terwijl de rechter heeft gezegd dat kabinetten onder leiding van onder andere de VVD, mensenrechten van die omwonenden hebben geschonden. Dan heeft de VVD het lef om naar de interruptiemicrofoon te lopen en met zo'n verhaal te komen. Persoonlijk vind ik dat gewoon schandalig.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is dan fijn, hè. Het is prima dat het lid Kostić dat schandalig vindt, maar ik probeer hier gewoon het serieuze punt te maken dat zij hier een beeld neerzet alsof de hele omgeving en de hele wereld tegen Schiphol is, terwijl dat niet zo is. Dat is misschien een harde constatering. Dat zegt ook niets over wat we te doen hebben voor de omgeving. Maar het is niet zo dat de hele wereld tegen Schiphol is. We hebben er namelijk ook heel veel welvaart aan te danken; onze economie profiteert ervan. Mensen vliegen ook graag: 77% van de Nederlanders vliegt graag. Die moeten ergens vandaan vliegen. Die gaan nu over grenzen reizen om te kunnen vliegen. Het is dus niet zo dat heel Nederland tegen vliegen is. Dat beeld wil ik ontkrachten. Maar het is wel zo dat we iets moeten doen voor de omgeving. Daar staat de handtekening van de VVD ook onder.
De voorzitter:
De heer Heutink.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, ik wil hierop reageren, want er worden mij hier woorden in de mond gelegd. Ik heb nergens gezegd dat iedereen tegen vliegen is. Dat is helemaal … De meeste mensen vliegen niet eens. Maar er hebben gewoon waanzinnig veel mensen last van Schiphol. Als dan uit onderzoek van het ministerie zelf blijkt dat je met een kleiner Schiphol die welvaart gewoon kunt behouden, waarom zou je dat dan niet doen? Dan heb ik het niet over al die transferpassagiers voor buitenlandse reizigers, maar je kunt dit voor onze eigen Nederlandse reizigers heel goed behouden. Waarom zou je dat dan niet doen? Het is echt een soort rupsje-nooit-genoeg. Schiphol heeft een groeiverslaving. De VVD gaat daar op de een of andere bizarre wijze in mee, ten koste van de belastingbetaler. Dit wanbeleid kost ons namelijk al jaren waanzinnig veel geld. Het kost ons dus geld; het levert ons geen extra geld op.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het huidige juridische geluidsstelsel is grotendeels gebaseerd op het LVB uit 2008. Die bevat geen hard aantal maximumvluchten, maar begrenst Schiphol op basis van geluidsgrenswaarden en vaste handhavingspunten. Dat kwam in de praktijk neer op 480.000 vliegbewegingen terwijl er in werkelijkheid in 2008 428.000 vliegbewegingen waren. Waarom tovert de Partij voor de Dieren dan telkens het verhaal uit de hoge hoed dat de groei van Schiphol illegaal zou zijn als het LVB uit 2008 op nog meer vluchten zit dan de minister hier voorstelt?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat baseren we op wat we al aan juridische adviezen en van experts hebben gehoord. Er was nooit een vergunning of goede regelgeving voor die megalomane groei van Schiphol. Schiphol kon gewoon zijn gang gaan. Schiphol had geen natuurvergunning — gewoon niets! Al die jaren lang kon Schiphol zijn gang blijven gaan. Zoals ik zei, volgens mij heeft een gemiddelde kroeg om de hoek inmiddels meer vergunningen dan Schiphol. Nu zijn we zover dat we ongeveer op die 478.000 vliegbewegingen op Schiphol zitten. Die krimp is ook gewoon maar op papier. Die hoeveelheid is er al. Het vliegt al gewoon boven onze hoofden. Nogmaals, als je uit onderzoek weet dat het kleiner kan, met een gezonde economie en gezonde omwonenden als gevolg, waarom zou je het dan niet doen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hij is leuk gevonden, "de kroeg om de hoek heeft meer vergunningen", maar van metaforen hebben we in dit huis al genoeg. De feiten zijn natuurlijk simpel. In 2008 was het aantal vliegbewegingen gemaximeerd vanwege geluidsnormen op 480.000 vluchten. Dat zijn er 2.000 meer dan dat deze minister voorstelt. Nogmaals — ik krijg namelijk geen antwoord, want het lid Kostić blijft er allemaal dingen bij halen — is mijn vraag: dat zijn meer vluchten dan nu wordt voorgesteld; dat kunt u toch niet ontkennen?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, nee, dit klopt niet. Mijn collega van inmiddels de Groep Markuszower leidt gewoon af van het echte probleem. We hebben een té groot Schiphol. Dat maakt mensen ziek, dat maakt natuur kapot. Het heeft kunnen groeien omdat het Rijk had besloten om dat te laten gebeuren, zonder de juiste procedure, zonder de juiste vergunningen, "ga maar lekker je gang". Dat gaat uiteindelijk ook ten koste van onze economie en de belastingbetaler.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, ik …
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil u niet in de rede vallen, voorzitter. Ik constateer dat het probleem niet hier staat. Ik constateer ook dat het probleem niet in vak K zit. Ik constateer dat het probleem bij de Partij voor de Dieren zit.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ah!
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is de realiteit. Wat de Partij voor de Dieren doet, is keer op keer een stuk rood vlees in de arena werpen en zeggen: vliegen is allemaal niet goed, vliegen is niet leuk en we moeten er maar mee stoppen. Ik zeg tegen het lid Kostić, via u, voorzitter: stop met die bangmakerij.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik moet erom lachen, omdat ik in de afgelopen debatten die ik over luchtvaart heb gedaan nooit heb gezegd: stop met vliegen. Maar mijn collega van Groep Markuszower heeft dat wel heel vaak gedaan, via deze weg. Kijk, er zit gewoon een dogmatisch iets in het hoofd van mijn collega met: "We moeten Schiphol gewoon alle ruimte blijven geven. Het maakt niet uit wat verder de feiten zijn en het maakt niet uit dat we prima met een kleiner Schiphol kunnen voor een gezonde economie en voor gezonde burgers. Dat doet er niet toe." Dat is prima; dat is een keuze van de Groep Markuszower. Wij baseren ons op feiten. Wij kiezen ook expliciet voor de gezondheid van burgers en zetten die op één, voor gezondheid van onze kinderen. Ik vind het niet normaal dat je niet in je eigen huis meer veilig bent — en met mij heel veel mensen thuis, denk ik. Dus daar blijf ik bij.
De voorzitter:
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Dan …
De voorzitter:
O, u was nog niet aan het einde van uw betoog.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, ik heb nog een paar seconden.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. De minister breidt het aantal punten uit waar het geluid wordt gemeten, maar wat zijn deze punten waard als de geluidsnormen zo zijn opgerekt dat zelfs een ambtenaar zegt: deze grenswaarden doen niets? Erkent de minister dat hij de omwonenden op deze manier niet goed beschermt? Het LVB gaat volledig voorbij aan de ernstige schade die omwonenden hebben doordat soms iedere twee minuten een vliegtuig over hun hoofd vliegt. Zogenaamd stillere vliegtuigen maken voor omwonenden geen verschil. Zij willen minder vliegtuigen boven hun hoofd.
Voorzitter. De Commissie mer is vernietigend over het voorliggende voorstel van de minister. Het is slecht handhaafbaar, het garandeert niet de beloofde afname van geluidshinder en biedt geen bescherming tegen overmatig geluid. Deze minister bouwt aan luchtkastelen, een modelwerkelijkheid waarin het lawaai, waarmee 100.000 mensen in Nederland te maken hebben, wordt weggestopt onder veel te ruime normen. Kan de minister toezeggen dat hij het aangevraagde advies van de Gezondheidsraad over de cumulatieve gezondheidseffecten op mensen direct in de wet verwerkt, zodra dat er is?
Voorzitter. Bij een nieuw LVB hoort ook handhaven, maar nu geeft de Luchtvaartinspectie van de ILT aan dat zij het LVB helemaal niet kan handhaven. De doelen zijn niet handhaafbaar en er zijn flinke tekorten bij de ILT. Kan de minister toezeggen dat hij voor de behandeling van de IenW-begroting de Kamer informeert over wat er extra nodig is voor de ILT om fatsoenlijk te kunnen handhaven en omwonenden daadwerkelijk te kunnen beschermen?
Voorzitter, tot slot. Ook met deze minister zien we helaas een voortzetting van oude trucjes: beleid maken waarvan je weet dat het omwonenden niet echt beschermt, maar dit bewust doen om burgers het weer te laten oplossen bij de rechter. Dit is geen kwestie van voor of tegen vliegen; dit gaat om bescherming van mensen en kinderen, om durven kiezen voor ruimte voor mensen, wonen, een veilig klimaat en natuur boven de winsten van de luchtvaartlobby. Een kleiner Schiphol betekent aantoonbaar een gezondere economie, gezondere mensen en een gezonder klimaat. Laten we daar gewoon een keer voor kiezen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij … Er is nog een interruptie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Het lid Kostić heeft het steeds over een kleiner Schiphol en minder zieke mensen. Als dat waar is, zouden we nu dus honderdduizenden zieke mensen hebben door Schiphol?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mensen die in hun gezondheid worden geschaad, inderdaad.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wat is het maximale aantal zieke mensen dat dan wel acceptabel is voor het lid Kostić? Het lijkt erop dat het lid Kostić ofwel nul zieke mensen wil — maar dan moet Schiphol verboden worden — ofwel zegt: nou oké, 30.000 zieke mensen vind ik dan wel acceptabel; dat weegt op tegen de economische winst van het vliegveld.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit is dus hoe er in deze Kamer wordt gedacht over mensenlevens. Ik vind dat echt weer schrikken. Ik schetste het net heel duidelijk. Nogmaals, dit is niet mijn mening of de mening van de Partij voor de Dieren alleen; we baseren dit op nota bene rapporten in opdracht van het ministerie zelf. Daarnaast zijn er nog tientallen onafhankelijke rapporten die zeggen: juist voor onze welvaart is een kleiner Schiphol heel goed, én je krijgt de positieve effecten op de gezondheid, natuur, klimaat en milieu er gewoon gratis bij. Waarom is het zo moeilijk om dat te omarmen en moeten we het hebben over hoeveel mensen we willen opofferen? Waar gáát dit over?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja, waar moet ik beginnen? Het lid Kostić gaat natuurlijk over haar eigen woorden, maar er is geen antwoord gegeven op mijn vraag. Er is een prijs die betaald moet worden als we Schiphol willen houden, hoe groot of hoe klein ook. Of het lid Kostić wil nul slachtoffers en dus geen Schiphol — dat kan een keuze zijn, maar dan moeten we dat debat met elkaar voeren, want dan is dat eigenlijk wat er gaande is — of het lid Kostić zegt: oké, 30.000 is het maximumaantal zieken dat ik wil accepteren om de economische functie in stand te houden. Dat is de vraag die ik stel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit debat is een beetje surrealistisch. Ik vertel dus net dat je ook met de helft van het huidige formaat van Schiphol prima kunt voldoen aan de behoefte waar sommigen in deze Kamer zich druk om maken, die van de Nederlandse reiziger. Dan heb je gewoon een gezonde luchtvaart binnen de grenzen van wat aanvaardbaar is voor de gezondheid, natuur, milieu en klimaat. Maar daar wordt gewoon niet voor gekozen, en ik begrijp dat gewoon niet. Dat snap ik niet. Mensen kunnen niet veilig in hun eigen huis zijn. Dat zijn we hier blijkbaar in meerderheid gaan accepteren in de afgelopen decennia. Mensenrechten van omwonenden worden volgens de rechter geschonden. In Nederland! Waarom worden daar hier geen vragen over gesteld? Altijd maar Schiphol!
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De metafoor van zonet van het lid Kostić, dat hier een stuk rood vlees in de arena gooit, blijft me altijd bij. Ik denk niet dat we dat hier gaan meemaken. Een pak amandelmelk of een vegaburger misschien wel, denk ik, maar daar rent niet iedereen op af. Maar goed. Schiphol. Sorry, voorzitter, zou mijn bureautje iets omhoog kunnen, of hoe noem je dat?
De voorzitter:
Over het knopje van het bureautje ga ik niet, maar ik zal ervoor zorgen dat uw katheder omhooggaat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Katheder, ja. Dank u wel. Het is gewoon een tafeltje, hoor.
Voorzitter. Na jaren van gedogen ligt er nu eindelijk een Luchthavenverkeerbesluit Schiphol voor. Eerlijk gezegd had dit veel eerder gemoeten, want jarenlange onzekerheid heeft niemand geholpen. Omwonenden moeten weten waar ze juridisch aan toe zijn, maar dat geldt net zo goed voor de luchthaven. Het geldt ook voor de luchtvaartmaatschappijen en voor de werknemers en ondernemers die hun levens hebben opgebouwd in en rondom Schiphol. De wijziging moet een einde maken aan het anticiperende handhaven en zowel de rechtsbescherming van omwonenden als de juridische basis van Schiphol herstellen.
Voor BBB is daarbij steeds het uitgangspunt geweest dat Schiphol meer is dan een optelsom van vliegbewegingen. De luchthaven is belangrijk voor onze internationale bereikbaarheid en ons vestigingsklimaat. Tegelijkertijd hoort daar ook de verantwoordelijkheid bij om hinder voor omwonenden terug te dringen. Stillere en schonere luchtvaart moet daarbij daadwerkelijk kunnen meewegen. Het besluit legt maximaal 478.000 vliegbewegingen vast, waarvan 27.000 in de nacht. Tegelijkertijd blijft er perspectief op een gefaseerde terugkeer naar maximaal 500.000 bewegingen wanneer aan de gestelde geluidsvoorwaarden wordt voldaan.
BBB vindt dat een belangrijk en een goed uitgangspunt. Als vliegtuigen aantoonbaar stillen worden, moeten die technische vooruitgang en miljardeninvesteringen beloond worden. Voor BBB is daarbij wel van belang dat dit groeiperspectief ook echt perspectief blijft. Als Schiphol aantoonbaar stiller wordt en aan de gestelde voorwaarden voldoet, moet de winst uiteindelijk kunnen leiden tot meer vliegbewegingen. Kan de minister bevestigen dat er geen aanvullende beleidsmatige voorwaarden worden toegevoegd die niet in het LVB, het Luchthavenverkeerbesluit, zijn vastgelegd?
Bij de tweede meting blijkt dat bijna alle geluidsdoelen worden gehaald. Drie van de vier doelen zijn al bereikt. Alleen het doel om het aantal woningen in een zwaar met vliegtuiggeluid belaste zone met 15% te verminderen, wordt nog net niet gehaald. De daling is nu 14%. Bij de eerste meting bleek bovendien dat nieuwe, stillere vliegtuigen nog niet goed waren meegenomen in de berekeningen. Dat is inmiddels aangepast. Hoe wordt structureel geborgd dat nieuwe vliegtuigtypen en gewijzigde geluidsprestaties tijdig in de gebruikte modellen worden verwerkt, voordat op basis daarvan besluiten over geluid, handhaving of beschikbare geluidsruimte worden genomen?
Voorzitter. De Raad van State vraagt aandacht voor de handhaafbaarheid van het nieuwe stelsel. Duidelijk moet zijn welke mogelijkheden de ILT heeft wanneer de grenswaarden dreigen te worden overschreden. Dat is voor BBB extra belangrijk omdat we niet opnieuw in een situatie van juridische onzekerheid terecht willen komen. Ook wijst de Raad van State op de gevolgen van preferentieel baangebruik voor specifieke groepen omwonenden. De gemiddelde afname van geluid betekent immers niet automatisch dat iedere omgeving erop vooruitgaat. Welke concrete wijzigingen brengt de minister naar aanleiding van dit advies aan in het handhavingsinstrumentarium van de ILT? Krijgt de ILT voldoende ondersteuning om alle nieuwe taken uit te voeren? Kan de minister ook aangeven welke groepen omwonenden door het preferentieel baangebruik juist meer geluidshinder kunnen ondervinden en hoe hun belangen afzonderlijk zijn meegewogen bij het vaststellen van het LVB?
In de passende beoordeling bij dit LVB wordt bovendien nog steeds gerekend met stikstofruimte van tien agrarische bedrijven. Kan de minister aangeven of Schiphol ook zonder stikstofruimte uit de landbouw aan de natuurregels kan voldoen? Zo nee, waarom moet opnieuw landbouwruimte worden ingezet om de ontwikkeling van een andere sector mogelijk te maken?
Voor BBB is de kern helder: Schiphol moet juridisch op orde zijn, omwonenden moeten goed worden beschermd en stillere, schonere vliegtuigen moeten ook daadwerkelijk ruimte opleveren voor de luchtvaart. We moeten daarom niet alleen sturen op papieren aantallen, maar op de daadwerkelijke hinder voor mensen én op het belang van een luchthaven die Nederland internationaal bereikbaar houdt.
Ik maak 'm even af, voorzitter; het is nog maar kort.
De voorzitter:
Oké. Dat is ook een interessante wending. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil eindigen met het volgende. Schiphol koopt boeren uit voor stikstofruimte; ik zei het net al. BBB is daar altijd tegenstander van geweest. Je kunt namelijk geen ammoniak inruilen voor NOX, de emissie uit bijvoorbeeld de luchtvaart. Dit zijn twee totaal verschillende dingen. BBB blijft erbij dat er schotten moeten komen tussen ammoniak en stikstof. In de komende landbouwdebatten die over stikstof gaan, zullen we ons tot de laatste snik blijven verzetten tegen de waanzin van de modellenwerkelijkheid waardoor onze boeren, tuinders, vissers en het platteland worden gesloopt vanwege de stikstofwaanzin waarin wij zijn beland. De rekenkundige ondergrens is nog niet eens ingevoerd.
Dat is een gotspe. Ik vraag aan deze minister om druk te zetten in het kabinet om dit zo snel mogelijk te doen, want dit zou duizenden PAS-melders helpen. Ja, we zijn voor een florerend Schiphol en de economie daaromheen, maar waarom worden de boeren de duimschroeven aangedraaid? Wil de minister er in het kabinet voor zorgen dat er bij het stikstofbeleid ook een eerlijke balans, een balanced approach, komt? Dat gaat om het borgen van de continuïteit, de haalbaarheid, de uitvoerbaarheid en de economische waarde. Met alle respect: Schiphol geeft 112.000 mensen een baan en levert 12 miljard op aan inkomsten. Maar beste mensen, de agrarische sector is goed voor 600.000 banen, 77 miljard aan inkomsten én voedselzekerheid. De opdracht van BBB aan deze minister is: ga even met Van Essen praten, en voer zeker die rekenkundige ondergrens in. Dan zijn we van een hele hoop ellende af.
Dank u wel.
De voorzitter:
Zal ik het woord geven aan mevrouw Kröger?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is heel goed dat mevrouw Van der Plas haar betoog heeft afgemaakt, want mijn vraag gaat juist over stikstof.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daarom.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Van der Plas noemde in haar betoog dat er eindelijk een einde kan komen aan het gedogen. Maar op het gebied van stikstof wordt doorgegaan met gedogen. Schiphol heeft nu een gedoogvergunning gekregen die geldig is tot eind 2027. Is de BBB het met mij eens dat ook Schiphol zo snel mogelijk een fatsoenlijke, onherroepelijke natuurvergunning nodig heeft?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kijk, dit is voor ons altijd een hele moeilijke kwestie geweest. Ik vind het onverteerbaar dat zo veel boeren in de ellende zitten vanwege dat bizarre stikstofbeleid. De partij van mevrouw Kröger steunt dat overigens van harte en heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ook gezegd dat er niks van mag worden afgezwakt. Aan de andere kant zit Schiphol met een gedoogvergunning. Boeren worden achtervolgd door rechtszaken, handhavingsverzoeken en dwangsommen. Het voert allemaal terug op het beleid dat hier door meerdere kabinetten in gang is gezet en dat gebaseerd is op modellen, wat ik ook echt idioterie vind. Wij hebben altijd meegestemd met moties die gingen over een natuurvergunning, maar ik zie ook het belang van een florerende economie en een Schiphol dat heel veel mensen banen oplevert. Wij zeggen niet: omdat boeren ellende wordt aangedaan, zijn wij tegen Schiphol. Ik vind gewoon dat ze allebei eerlijk behandeld moeten worden. Het moet allemaal in balans zijn. Dan zie ik dat Schiphol boeren uitkoopt voor hun stikstofruimte en dat ze vervolgens de ammoniakruimte gebruiken om NOx uit te stoten. Dat is toch te bizar voor woorden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Volgens mij is niemand hier tegen Schiphol en zoeken we allemaal naar manieren om er als overheid beter grip op te krijgen. Er is vijftien jaar lang geluidsoverlast gedoogd. Schiphol heeft nu een gedoogvergunning en geen natuurvergunning. Mijn angst is dat dat ook weer een eindeloos traject wordt. Daarom vraag ik mevrouw Van der Plas of zij het met mij eens is dat we er echt voor moeten zorgen dat Schiphol zo snel mogelijk een fatsoenlijke natuurvergunning heeft, en dat dat niet weer een heel gedoogtraject moet worden, zoals met het geluid is gebeurd. Dat zou toch volstrekt oneerlijk zijn, ook richting de boeren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij wegen alles tegen elkaar af. Als dit weer aan de orde komt, zullen we weer een heel zorgvuldige afweging maken. De pijn zit 'm bij ons in de vraag: waarom voor Schiphol wel en voor boeren niet? Dat is gewoon heel pijnlijk. Dat is niet uit te leggen. We moeten in deze Kamer altijd afwegingen maken. Daarom zeg ik hier ook heel expliciet bij dat ik wat betreft Schiphol niet de kont tegen de krib ga gooien omdat hier een kabinet zit dat een krankzinnig beleid heeft gemaakt op het gebied van stikstof; dat geldt overigens ook voor de eerdere kabinetten, zoals Rutte I, II, III, noem ze maar op. Wat ons betreft is er geen stikstofprobleem, maar een stikstofwetprobleem. Die afweging zullen wij dus altijd maken. Dit is ook een hele belangrijke; dat ben ik eens met mevrouw Kröger.
De heer Köse (D66):
Mevrouw Van der Plas gaf in het begin van haar betoog aan dat als vliegtuigen een tikje stiller kunnen, we best eens meer kunnen gaan vliegen. Maar dan ben ik toch benieuwd hoe zij kijkt naar de Aldersparadox, waarbij eigenlijk precies dat als probleem wordt aangegeven. Sorry, zei u wat?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, nee, ga door.
De heer Köse (D66):
Als we vliegtuigen gaan verstillen en daardoor juist meer vliegbewegingen gaan inzetten, dan nemen de pieken misschien wel af omdat de vliegtuigen stiller worden, maar juist de frequentie van vliegtuigen die steeds maar over komen waaien, veroorzaakt het probleem en zorgt er juist voor dat de hinder stijgt. Hoe verklaart mevrouw Van der Plas dat?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, kijk, we zijn ook met meer mensen gekomen, hè. Inmiddels telt Nederland 18 miljoen mensen. Dat moet naar … Nou ja, van mij moet dat helemaal niet; van mij mag het wel ietsje minder. Maar we gaan naar 20 miljoen mensen toe en al die 20 miljoen mensen, plus de landen om ons heen en het zakelijke verkeer en het commerciële verkeer … Het zal gewoon blijven stijgen. Dat is gewoon een feit. Mensen gaan niet minder vliegen; mensen gaan meer vliegen. Als dat stiller, schoner en zuiniger kan, dan is dat natuurlijk wel winst. Als je een vliegtuigindustrie, om het zo maar eventjes te noemen, of een luchtvaartsector, in de benen kan houden, dan kunnen die sectoren en de bouwers van vliegtuigen bijvoorbeeld ook veel meer investeren in elektriciteit. Dat staat nu nog een beetje in de kinderschoenen, maar uiteindelijk zullen we ook in de periode komen dat de eerste elektrische commerciële vluchten al kunnen vliegen, in ieder geval op Europees gebied. Daar heeft een sector wel gewoon body voor nodig. Je moet wel kunnen investeren. Als je een sector afbreekt en inkrimpt, dan verdwijnen ook de kennis en de innovatie. Het is hetzelfde als met de agrarische sector.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat hier nou precies het probleem zit, want mevrouw Van der Plas legt het uit alsof we wel meer vluchten móéten hebben omdat we als bevolking groeien. Maar we hebben een hubfunctie op Schiphol. Dus die vliegtuigen gaan niet op en neer voor mevrouw Van der Plas en mij en alle Nederlanders. Nee, we vliegen voor mensen die Schiphol gebruik als hub, om even hier te parkeren en weer door gaan naar de bestemming waar ze moeten zijn. Het is niet omdat wij als Nederlanders graag meer vliegen. Het is voor het buitenland dat we dit onze omwonenden, die ook hier in het publiek zitten, aandoen. Die verstilling is heel goed — dat ben ik met u eens — maar als dat betekent dat mevrouw Van der Plas en velen aan de rechterkant van deze Kamer zeggen dat we er wel twee of drie over kunnen laten vliegen omdat ze iets stiller worden, dan zijn we niet aan het verstillen. Dan zijn we precies die papieren werkelijkheid, die hier steeds genoemd wordt, aan het leven: een papieren werkelijkheid die laat lijken dat het stil is, terwijl het dat niet is en we deze mensen voor de gek houden. Hoe reflecteert mevrouw Van der Plas hierop?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet of je die mensen voor de gek houdt. Ik denk dat wij er gewoon verschillend naar kijken. Kijk bijvoorbeeld naar auto's. In de jaren zeventig, toen ik opgroeide, was het allemaal veel vervuilender, ronkende motoren, harder geluid. Als je dan langs een snelweg stond, voor zover die er al waren, had je daar ook veel last van. In de loop van de jaren zijn er meer auto's bij gekomen, die wel stiller zijn gaan rijden. Er zijn natuurlijk ook geluidsschermen gekomen. Je moet je er ook aan aanpassen. Wij zeggen niet: o, doe bij wijze van spreken maar een miljoen vluchten dan; het maakt ons allemaal niet uit. Die hubs hebben natuurlijk ook een functie, ook voor Schiphol. Het heeft ook een economische functie. Mensen besteden een hoop geld op Schiphol, mensen … Nou, noem alles maar op. Zoals ik ook tegen mevrouw Kröger zei: we bekijken gewoon bij elke afweging wat de juiste afweging is. Natuurlijk willen wij ook dat er goed gezorgd wordt voor omwonenden. Dat heb ik ook in mijn inbreng gezegd; ik hoop dat mensen op de tribune dat ook hebben gehoord. Wij zeggen niet: laat ze maar barsten. Je hoort mensen weleens roepen: jullie zijn daar komen wonen, dus dan moet je het er maar mee doen. Dat hoor je ons niet zeggen. Wij willen ook die afwegingen gewoon goed maken, maar ik wil ook de luchtvaartsector de kans geven om inderdaad te investeren in stiller, schoner en zuiniger en ik wil ook gewoon in gesprek blijven met de omwonenden.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Köse (D66):
Het is fijn dat mevrouw Van der Plas nog een beetje terugkomt op het statement dat ze aan het begin van haar betoog maakte. Het lijkt me goed om te kijken hoe we echt kunnen verstillen in plaats van die papieren werkelijkheid te creëren. Ik zal daarvoor met voorstellen komen, dus ik hoop dat de BBB die dan kan steunen. Zo klinkt het al wel, dus dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die conclusie laat ik aan u. Ik heb gezegd dat wij alles altijd tegen elkaar afwegen en daar onderbouwde keuzes in maken. Dat zal er soms toe leiden dat iemand hartstikke blij en het helemaal met ons eens is en soms zal dat ertoe leiden dat mensen misschien wat minder blij met ons zijn. Wij gaan nooit over een nacht ijs; laat ik dat in ieder geval zeggen. De droom dat wij alle D66-voorstellen steunen, wil ik wel eventjes uiteen laten spatten. Maar we gaan er zeker naar kijken, natuurlijk.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. We gaan luisteren naar de heer Heutink. Hij spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Even kijken of het bureautje goed staat.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Het schijnt dat de minister is gaan logeren, niet in een hotel maar direct naast de landingsbaan. Allereerst wil ik van de minister weten hoe hij daar heeft geslapen. Heeft u een goede nachtrust gehad? Heeft u, zoals de Partij voor de Dieren ons doet vermoeden, gillend in bed gelegen door het verschrikkelijke geluid? We zijn heel erg benieuwd.
Voorzitter. Vandaag spreken we over de enige luchthaven ter wereld die gaat krimpen. U hoort het goed: die gaat krimpen. In een tijd dat onze economie onder druk staat door de geopolitieke onrust in de wereld kiezen we ervoor om de grootste luchthaven van Nederland te laten krimpen. Dat is natuurlijk doodzonde. Ik vertelde al eerder over boer Knibbe. Hij verkocht in 1916 twee percelen van ongeveer 12 hectare in de noordoosthoek van de Haarlemmermeerpolder aan de Nederlandse overheid. Moet je nu toch eens kijken wat wij daar met elkaar van gemaakt hebben. Daar kunnen we toch eigenlijk alleen maar heel erg trots op zijn?
Na een lang traject, met verschillende interventies en pogingen, staat hier een minister die knokt voor Schiphol. Ik moet hem ook niet te veel complimentjes geven, want dan gaat hij wellicht naast zijn schoenen lopen en dat kunnen we niet gebruiken vandaag. Desondanks hoop ik dat de minister het nu gewoon voor elkaar gaat boksen. Als Kamer zouden wij hem moeten steunen in die missie. Juist daarom is het zo goed dat we vandaag het Luchthavenverkeerbesluit bespreken, niet omdat we blij zijn dat Schiphol gaat krimpen — dat zijn we absoluut niet — maar om ervoor te zorgen dat niemand ons Schiphol nog kan afpakken. Schiphol mag ons niet worden afgepakt door milieufundamentalisten, groene partijen of mensen die een hekel hebben aan vliegen. Het is goed dat het bestaan van Schiphol, de vliegbewegingen en de ruimte waarin geopereerd kan worden eindelijk juridisch worden verankerd en dat de rechtszekerheid van mensen die overlast ervaren beter wordt beschermd.
Het nieuws stapelt zich ook op. Vandaag werd bekend dat het eerste stille vrachtvliegtuig van KLM is vertrokken. Dat is een mijlpaal voor een stiller en schoner Schiphol. De overlast zal hiermee voor de helft verminderen. Ik denk dat iedereen daar alleen maar blij mee kan zijn. We moeten KLM, maar ook andere maatschappijen, dus aanmoedigen om daarmee door te gaan. We moeten ze niet bang maken, zoals hier in dit huis weleens gebeurt, maar ze juist enthousiasmeren. Dat is wat we moeten doen. Gisteren werd bekend dat de nieuwe Labourpremier van Groot-Brittannië, de vriend van de PRO-fractie, een nieuwe landingsbaan bij Heathrow toch niet ziet zitten. Mijn vraag aan de minister is: heeft u al een taart gestuurd naar Downing Street 10? Dit geeft Schiphol natuurlijk enorm veel kansen om te blijven groeien en de hubfunctie daadwerkelijk te versterken. Als Londen het nalaat, dan kunnen we het maar beter zelf doen.
Voorzitter. Ons verhaal is heel simpel. Wij willen niet minder Schiphol. Wij willen niet minder vliegen. Wij willen meer Schiphol, een groter Schiphol en een sterker Schiphol. We willen meer vliegen. Wij willen dat mensen meer kunnen vliegen. Onze vraag is dus: hoe gaat de minister er concreet voor zorgen dat het groeipad richting de 500.000 vluchten intact blijft? Hoe zorgt de minister ervoor dat dit groeipad er niet uit wordt gesloopt? We zien dat namelijk al gebeuren als het gaat over het groeipad: er is hier al gewisseld over amendement na amendement, rechtszaak na rechtszaak. Ze zullen alles uit de kast halen, zeg ik via de voorzitter tegen de minister, om deze plannen de nek om te draaien. U, beste minister, zeg ik via de voorzitter, heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat u uw gelijk gaat halen, dat het belang van Schiphol overeind blijft en dat we gewoon kunnen vliegen. Dat is in het belang van onze economie en dus in het belang van het DNA van Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Köse. Hij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Al zestien jaar wachten de omwonenden van Schiphol op een geldig Luchthavenverkeerbesluit, zestien jaar waarin de luchthaven boven de wet opereert en in feite gedoogd wordt, zestien jaar waarin omwonenden wachten op rechtsbescherming. Het is tijd voor een doorbraak. Hoe verenigen we het belang van een internationale hub met het recht op een goede nachtrust en een gezonde leefomgeving? Biedt dit LVB daadwerkelijk voldoende bescherming? Ik vraag de minister hierop te reflecteren.
Voorzitter. Dit LVB biedt de mogelijkheid voor verdere ontwikkeling van Schiphol onder voorwaarden. Buiten kijf staat dat dit kabinet, zoals is toegezegd door deze minister, Schiphol niet zal laten groeien. Voor D66 zijn duidelijke en strikte voorwaarden dan ook van belang. Wat ons betreft zijn een gezonde leefomgeving en minder hinder hier leidend in. Het advies van de Raad van State onderschrijft dit. Ook de Raad van State vraagt hoe wordt geborgd dat die verbetering er echt komt en blijft. Die vraag delen wij. Daarom dienen wij hier met het CDA een voorstel mede in. De toelichting laat ik uiteraard aan mevrouw Zwinkels, maar wat D66 betreft is dat een voorstel dat duidelijk maakt dat groei naar 500.000 vluchten echt niet zomaar kan zonder het afronden van de Europese procedure waarin een nachtsluiting wordt meegenomen, maar ook niet zonder te voldoen aan het CO2-plafond voor Lelystad en Schiphol. Kan de minister zich vinden in deze lijn, waarin groei niet vanzelf volgt, maar wordt verdiend onder strikte voorwaarden? Hoe borgt hij vooraf, bij iedere stap, dat aan de randvoorwaarden is voldaan?
Voorzitter. In dit LVB is het pad voor groei wel duidelijk. Zoals ik al aangaf, komen wij met voorstellen om daar strikte en duidelijke voorwaarden aan te verbinden, maar we kijken nog niet naar de andere kant. Wat als we onze doelen niet halen? Wat als Schiphol te veel geluidsoverlast veroorzaakt, terwijl er technisch gezien nog groei in het aantal vluchten mogelijk is? Het is dan onduidelijk of en hoe het aantal vluchten omlaag kan. Wat D66 betreft moeten we dan op de noodrem trappen. Die is nodig, want achteraf handhaven is te laat. Als de geluidsruimte wordt overschreden, moet de toezichthouder direct kunnen handhaven en desnoods ingrijpen in het aantal vluchten.
Ik zie een interruptie, voorzitter.
De voorzitter:
Ik was aan het wachten op een punt, maar u mag het ook overnemen.
De heer Köse (D66):
Nee, punt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
D66 begon heel mooi, maar toen werd het heel vaag. D66 zegt: groei kan onder voorwaarden. Daarna wordt het heel ingewikkeld en technisch et cetera. Erkent D66 dat Schiphol al heel groot is, dat 478.000 vliegbewegingen enorm is en dat dit, zoals de heer Köse al schetste, zorgt voor die overlast, voor die schade aan de gezondheid van mensen op dit moment en dat het onwenselijk is om verder te groeien?
De heer Köse (D66):
Ik schetste wat het LVB aangeeft, namelijk dat groei mogelijk zou zijn onder voorwaarden. Zoals is toegezegd, gaat dat niet deze kabinetsperiode gebeuren. Daar ben ik in ieder geval al heel blij mee. Ik denk dat dat het belangrijkste is. We zijn het natuurlijk heel erg met elkaar eens dat we iets aan Schiphol moeten doen. We steunen elkaars voorstellen daarover ook heel vaak. Dat zijn we dus zeker met elkaar eens.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, maar dat is toch heel gek. D66 legt ook aan BBB uit dat het aantal vluchten dat we nu hebben, al te veel is voor mensen. Het aantal moet dus naar beneden, maar D66 laat het toch gebeuren dat we nu in de wet vastleggen dat er een mogelijkheid komt voor Schiphol om verder te groeien. Dat is toch onvoldoende waarborg? Dan laat je het toch afhangen van de politieke wind die waait om die omwonenden voldoende te beschermen?
De heer Köse (D66):
Nee, dat is zeker niet wat wij doen. Ik kom er zo in mijn spreektekst ook nog op. Wij willen dat we als overheid eindelijk eens rechtsbescherming gaan bieden. Dat moet niet met een zwak LVB — ik ga met voorstellen komen, want ik ben ook kritisch — maar met een LVB dat eindelijk zegt: "Dit zijn de grenswaarden. Schiphol, houd je aan de wet. Als je dat niet doet, hebben we een toezichthouder die daar hard op kan toezien en het instrumentarium heeft om daarop te handelen." Daarmee zeggen we: "Genoeg is genoeg. We gaan niet meer gedogen; die tijd is voorbij." Dat is precies wat ik zeg. Ik zal ook met voorstellen daarvoor komen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben heel benieuwd naar de voorstellen. Ik weet dat mijn collega zijn best doet, maar ik begrijp het oprecht niet. Ten eerste weten we al dat die grenswaarden te veel opgerekt zijn. Dan zou je dus ook met voorstellen moeten komen om die flink te versmallen. De belangrijkste vraag blijft staan. Voor het LVB en voor die rechtszekerheid is de clausule van mogelijkheid tot groei voor Schiphol totaal niet nodig. Ik zei het net al: het is gewoon een cadeautje van de VVD voor de luchtvaartlobby.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
We kunnen het samen met D66 en het CDA gewoon eruit halen. Mijn uitnodiging aan D66 is om straks samen met ons met een voorstel te komen of de motie van PRO te steunen om dat er nu uit te halen. Is D66 daartoe bereid?
De heer Köse (D66):
Dit is niet nieuw. We hebben eerder een LVB-debat gehad. Toen heb ik dat voorstel gesteund en hebben we geen meerderheid gehaald. Ja, precies. Wij — ik wijs naar de Kamer — hebben geen meerderheid gehaald. Ik heb het wel gesteund. Wat ik nu probeer te doen, en ik hoop dat u mij daarbij helpt, is het volgende. Ik wil niet zeggen: ik ga als D66 even lekker profileren; ik ga precies doen wat ik het liefste zou willen. Dat ligt zeker dicht bij elkaar. Wij geven om die omwonenden; dat ben ik met het lid Kostić eens. Laten we nu eens gaan kijken van: oké, dit is de politieke realiteit, wat kunnen we wel doen? We kunnen dan met voorstellen komen die we hard afdwingen en waar we over onderhandelen, die echt impact gaan maken. Dit is de realiteit en we moeten ons best doen om stappen te zetten voor de omwonenden. Ik heb goede hoop dat het met mijn voorstellen in ieder geval beter gaat zijn dan wat we nu hebben.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is voor mij echt volstrekt onbegrijpelijk waarom D66 het groeiverdienmodel accepteert. Het is volstrekt onbegrijpelijk. Maar de heer Köse zegt: ik ga het een beetje beter maken. Mijn vraag aan de heer Köse is dan: hoeveel beter gaat de heer Köse het maken in decibellen?
De heer Köse (D66):
Het groeiverdienmodel wordt aangehaald. Ik accepteer dat niet. Ik heb daartegen gestemd. Ik heb ervoor gestemd om het te schrappen. Dat is niet gelukt. In plaats van bij de pakken neer te gaan zitten kom ik nu met voorstellen om het te verbeteren, ook het groeiverdienmodel. Ik had het net over de noodrem. Dat heeft mevrouw Kröger kunnen horen. Ik dien een voorstel van het CDA mede in om de voorwaarden voor groei harder te maken, dus om het moeilijker te maken om te groeien. Dat is namelijk het alternatief als we geen meerderheid hebben voor schrappen. Daarnaast ga ik, in plaats van omhoog te kijken naar groei, kijken hoe we kunnen krimpen als dat noodzakelijk is omdat we de doelen niet halen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mijn vraag was: hoeveel geluidsverbetering gaat het voorstel van de heer Köse opleveren? Nu is 0,5 decibel de geluidswinst en dan mag je gaan groeien. Dat is het voorstel van het kabinet. Hoeveel beter maakt de heer Köse het?
De heer Köse (D66):
Ik dien een motie van het CDA mede in waarin dat nader beschreven is. Mevrouw Zwinkels zal die nader toelichten. Maar we gaan er dus ook naar kijken hoe je het groeiverdienmodel nog strakker maakt en hoe je meer geeft aan omwonenden. Ook daar kom ik dus met stappen. U vraagt concreet naar decibels, maar mijn voorstellen gaan over die noodrem. Die gaan niet over decibels, maar over minder gaan vliegen. Daar hebben omwonenden — ik legde net de paradox uit — echt wat aan, dus aan het trekken aan de noodrem als de doelen niet worden gehaald.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
De heer Köse zit nog niet zo lang in de Kamer, maar is volleerd in het om een antwoord heen draaien. Uiteindelijk gaat het erom hoeveel geluidswinst het voorstel van de heer Köse gaat brengen. De heer Köse schudt heel hard van nee, maar dat is de systematiek die hij gaat steunen als hij dit LVB steunt. Bij 0,5 decibel mag er al worden gegroeid. Hoeveel strenger gaat de heer Köse dat maken? Ik vraag het nog een keer. Vanaf 3 decibel kun je het horen. Hoeveel beter maakt de heer Köse het?
De heer Köse (D66):
Mevrouw Kröger wil een ander antwoord horen omdat dit haar waarschijnlijk niet tevreden stelt, maar dit is toch wat het is. Er komt een voorstel van CDA-zijde, dat ik mede zal indienen, om bij het groeiverdienmodel meer verstilling aan omwonenden te geven. Tegelijkertijd kom ik zelf met voorstellen — u wilt heel graag de decibels horen — om minder te gaan vliegen. Daar hebben omwonenden meer aan dan dat we over 3 decibel of 4 decibel praten. Dat gaat het niet oplossen.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik vind het wel leuk om te zien dat een niet-luchtvaartgezinde partij wordt aangevallen door andere niet-luchtvaartgezinde partijen. Ik zou eigenlijk de volgende vraag willen stellen. Als we in Europa kijken naar de overlast per vervoersmodaliteit, hebben 100 miljoen mensen last van regulier werkverkeer — dat gaat om 55 decibel — 20 miljoen mensen van treinverkeer en maar 4 miljoen van vliegverkeer. Dat is natuurlijk ook ernstig, maar ik plaats het even in perspectief. Dan zijn we vervolgens het enige land dat gaat krimpen. Dan gaan wij een Balanced Approach inzetten, die ook nog aan alle kanten wordt gehaat. Vervolgens komen we aanzetten met een enorm hoge vliegbelasting. Dan is er een minister die ons eindelijk, na tien jaar, uit een moeras van juridische onzekerheid gaat helpen en zegt u: weet je wat, het is niet genoeg; ik kom nog met een motie aanzetten. Voor mij is dat totaal onnavolgbaar. Zou u dat willen toelichten?
De heer Köse (D66):
Ik vind het mooi hoe eigenlijk precies de reden wordt aangegeven waarom dit niet oké is. U gaf aan "4 miljoen mensen" …
De voorzitter:
Het is "de heer Goudzwaard gaf aan".
De heer Köse (D66):
Excuus, voorzitter. De heer Goudzwaard gaf aan dat 4 miljoen mensen hieronder te lijden hebben. We hebben een rapport van GGD GHOR dat zegt dat er — wat is het? — een half miljoen mensen of 400.000 mensen last hebben van verstoring door geluidsoverlast, waarvan 200.000 mensen ernstige slaapverstoring hebben. In ons land! Dat gebeurt gewoon momenteel. Die mensen zitten nota bene op de tribune. Dan gaat het over 4 miljoen mensen: "Ja, dat is ook wel veel, maar er zijn ook andere dingen." Dit is precies de reden waarom ik me zo hard maak voor die mensen, waarom ik voor hen wil opkomen. Ik snap dus niet … Het antwoord is eigenlijk al gegeven.
De heer Goudzwaard (JA21):
Nee, het antwoord is totaal niet gegeven. Ik schets juist hoe … Natuurlijk geef ik aan — dat heb ik net ook gedaan bij de interruptie — dat ik het erg vind dat mensen ernstig last hebben van luchtvaart. Daar wil mijn partij ook de verantwoordelijkheid voor pakken. Ik schets het volgende. Kijk naar het wegverkeer, kijk naar treinverkeer. Het aantal gehinderden is vele, vele malen groter. Dan zeg ik ook nog eens: dan gaan wij het als enige land ter wereld laten krimpen. Dan gaan we de Balanced Approach opleggen, of tenminste, die moeten we van Europa uitvoeren. Zo onredelijk zijn we bezig. Dan knallen we er nog eens een keer de hoogste vliegtaks overheen, en dan komt D66 doodleuk aanzetten met "ik vind het niet genoeg". Ik vraag u om dáárop te reflecteren.
De heer Köse (D66):
Ik hoor de collega van JA21, de heer Goudzwaard, praten over de hoogste vliegtaks en noem het maar op en dat we het allemaal onmogelijk maken. We leven in een land waarin honderdduizenden mensen last hebben van de hub die wij niet voor de Nederlander hebben. Dat zou de heer Goudzwaard moeten aangaan. Honderdduizenden Nederlanders hebben last van deze industrie die vooral de grote bedrijven rijk maakt en die faciliteert dat mensen ons land als hub kunnen gebruiken; ik zal het even in JA21-termen zeggen. Dus dat: we zetten ons land in de uitverkoop, maken de grote bedrijven rijk en laten de Nederlander ervoor opdraaien. Vervolgens kunnen we in dit land, terwijl we die problematiek hebben, voor vijf tientjes naar Milaan of Barcelona vliegen. Dan hoor ik "o, de vliegbelasting gaat omhoog". Gelukkig is dat op de meest vervuilende vluchten. Ik denk dat we met goede dingen bezig zijn, dat we toe moeten naar een eerlijke prijs voor luchtvaart, en dat we die stappen moeten blijven zetten. De heer Goudzwaard gaf al mooi aan waarom dit zo'n groot probleem is en dat we het ook moeten doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik heb het geprobeerd. Ik wilde alleen maar richting de heer Köse schetsen hoe enorm wij als klein landje Schiphol de duimschroeven aan het aandraaien zijn. Ik had overigens ook van D66 verwacht dat zij echt waarde zouden hechten aan al die hightech bedrijven die zeggen: juist vanwege Schiphol ga ik mij hier vestigen. Laten we het bijvoorbeeld nemen — de minister heeft dat zelf gezegd — van Eli Lilly. Eli Lilly zegt: ik ga naar Katwijk omdat Schiphol hier is. Dan hebben we alleen al tijdens de bouw van die fabriek 1.500 banen en daarna nog eens een keer 500 reguliere banen. Dat geld gaat dus deels naar bedrijven, maar daar worden ook gezinnen van onderhouden. Dat wilt u toch niet ontkennen?
De voorzitter:
Dat wil de heer Köse …
De heer Goudzwaard (JA21):
De heer …
De heer Köse (D66):
Ik hecht natuurlijk waarde aan de Nederlandse economie. We mogen ook best trots zijn op dingen die we hebben opgebouwd. Daar zijn we het totaal niet over oneens. Maar ik erken ook de waarde van de wetenschap. Kijk naar het rapport van CE Delft. Dat zegt eigenlijk wat ik net al schetste: die hubfunctie maakt economisch helemaal niks uit. Als je die eraf zou halen, zou dat niks betekenen voor de mobiliteit, voor het aantal vluchten, voor de economie. Sterker nog, voor de brede welvaart en ook economisch zou dat heel veel opleveren voor de rest van het land. Dus als we een economisch sterk verhaal willen hebben, dan zie ik graag dat de heer Goudzwaard mijn voorstellen gaat steunen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik denk dat het hart van dit debat de uitspraak van de rechter is dat er een fair balance moet zijn. Vindt de heer Köse dat er met 478.000 vliegbewegingen sprake is van een fair balance?
De heer Köse (D66):
Ik ben daar gewoon heel kritisch op geweest; dat is geen geheim. Zoals ik net al liet zien: ik kan heel veel vinden, maar uiteindelijk is er een meerderheid, groei je naar elkaar toe en moet je een beslissing nemen. Waar ik het meeste waarde aan hecht, is dat we nou eindelijk afgaan van die gedoogsituatie en dat we toewerken naar een situatie waarin omwonenden eindelijk beschermd gaan worden. Dat is, denk ik, het belangrijkste. Is dit het eindstation? Nee. Is het een goede eerste stap die we nu gaan zetten, in combinatie met de voorstellen die ik wil doen? Ja, dat denk ik echt wel.
Mevrouw Kröger (PRO):
Volgens mij kan je absoluut niet spreken van een fair balance op het moment dat er in een rapport staat dat economisch het optimum 460 is en dat voor omwonenden nog veel meer krimp nodig is. Hoe kan je dan op 478 uitkomen? Is dit LVB inclusief de groeisystematiek dan niet gewoon een teken dat D66 deze onderhandelingen op luchtvaart in de coalitie kei- en keihard verloren heeft?
De heer Köse (D66):
We zijn hier volksvertegenwoordigers en vertegenwoordigen de stem van onze achterban. Dat zijn niet alleen mevrouw Kröger en ik; samen zijn wij het misschien eens, maar dat geldt niet voor deze hele Kamer. We moeten dus in dit land ... En het is een minderheidskabinet, overigens. Ook u heeft daar een verantwoordelijkheid in. We kunnen samen voorstellen doen, maar zoals ik net al schetste met het groeiverdienmodel: dat hebben we samen geprobeerd, maar die meerderheid was er niet. Dan ga ik niet bij de pakken neerzitten, maar kom ik met voorstellen om in ieder geval die voorwaarden en aan de andere kant de krimp mogelijk te maken. Dat is hoe ik erin sta.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Afrondend dan. De heer Köse geeft aan dat voor hem belangrijk is dat het gedogen eindelijk voorbij is. Dat is natuurlijk nog helemaal niet voorbij, want op stikstof gaan we gewoon door met gedogen, tot 1 januari 2028. Is de heer Köse het met mij eens dat er dan geen verlenging mag plaatsvinden en er gewoon een geldige, onherroepelijke natuurvergunning moet liggen, net zoals we van alle andere bedrijven en boeren in Nederland vragen?
De heer Köse (D66):
Wat mij betreft moet er gewoon een natuurvergunning komen en moet Schiphol zich aan de wet houden, zeker.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al zei: de tijd van gedogen is wat D66 betreft voorbij. Daarom kom ik met een voorstel om de noodrem vast te leggen in het Luchthavenverkeerbesluit. Dan kan het maximumaantal vluchten omlaag, zodra er te veel geluidsoverlast is. Dat geeft zekerheid en duidelijkheid aan omwonenden, maar ook aan de sector. Nog veel belangrijker is dat wij laten zien dat we ons aan de afspraken houden. Door daadkrachtig op te treden, beschermen wij onze inwoners wanneer Schiphol de wet overtreedt. Deelt de minister onze mening dat er bij perspectief op groei ook perspectief moet zijn op een noodrem?
Voorzitter. Kijk ook naar de brief van de Maatschappelijke Raad Schiphol van 24 september over het nieuwe Schipholbesluit. De MRS waarschuwt daarin voor iets geks: de geluidsgrenzen liggen nu vast, maar vliegtuigen worden door vlootvernieuwing natuurlijk steeds stiller en daardoor ontstaat er straks vanzelf ruimte om extra vluchten toe te voegen, zolang ze binnen die vaste grens blijven. Daar trekken wij zelf echt een grens, want dat gaat rechtstreeks in tegen de motie die wij samen met het CDA indienden, en die door maar liefst 146 zetels in deze Kamer werd gesteund. Dit moeten we dus niet willen. Hoe rijmt de minister de vaste grenswaarde met de motie die uitspreekt geen extra ruimte te bieden voor geluidshinder of meer vliegbewegingen? Is hij voornemens om geen extra ruimte te bieden voor meer vliegbewegingen, zoals de eerste motie al verzocht?
Voorzitter. Door het nieuwe Schipholbesluit komt er straks ook veel op het bordje van de toezichthouder, de ILT, te liggen, die twee verschillende handhavingssystemen moet gaan combineren. Daar moet natuurlijk wel voldoende financiering tegenover staan. Tegelijkertijd staat de ILT al onder druk. In haar jaarplan van 2027 geeft de inspectie zelf aan dat zij door aanhoudende bezuinigingen op meerdere terreinen, waaronder geluid bij luchtvaart, al minder toezicht kan houden dan wenselijk zou zijn. En er is dus nu al te weinig capaciteit voor het bestaande toezicht, terwijl de taak straks fors groter wordt.
Voorzitter. Ik gaf eerder al aan dat de tijd van gedogen voorbij is. Daarvoor is het belangrijk dat een toezichthouder z'n tanden kan laten zien en Schiphol aan de wet kan houden. Ik zal daarom met een voorstel komen om te zorgen voor voldoende capaciteit bij de ILT, zodat het toezicht vanaf inwerkingtreding van het LVB direct op het juiste niveau zit. Zo geven wij concreet vorm aan het woordje "rechtsbescherming" dat in luchtvaartdebatten steeds genoemd wordt.
Voorzitter. Het kabinet kiest een grens van 40 decibel voor de handhavingspunten rond Schiphol, maar de Raad van State, de rechtbank Den Haag en het RIVM wijzen erop dat een groot deel van de mensen met slaapverstoring buiten die grens woont. Wie beschermen we dan precies? Het doel van dit besluit is juist om omwonenden te beschermen. De Raad van State vraagt daarom om de keuze voor deze grens beter te onderbouwen en zo nodig ook punten daarbuiten toe te voegen. Het is een technisch verhaal, maar het raakt de praktijk keihard. Vliegtuigoverlast zorgt voor minder diepe slaap en stress. Dit leidt tot serieuze gezondheidsrisico's, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, depressie en slechtere concentratie. Dat moeten we niet willen, en al helemaal niet voor kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en ploegendienstmedewerkers. Daarom heb ik twee vragen aan de minister. Hoe zorgt u ervoor dat ook mensen buiten de contour die wel slaapverstoring ervaren, volwaardig worden meegenomen? Kunt u toezeggen dat u zich hard gaat maken voor de adviezen van de Gezondheidsraad, GGD GHOR en de WHO?
Tot slot, voorzitter. Verduurzaming en groei kunnen alleen samengaan als de bescherming van omwonenden dik in orde is. Na zestien jaar moeten we nu echt stoppen met gedogen en ervoor zorgen dat rechtsbescherming werkt. Recht hebben op bescherming is geen theoretisch doel, maar het fundament voor een leefbare omgeving.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Zwinkels, die spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Als CDA willen we een balans in economische belangen, leefomgeving van omwonenden en het milieu. We sturen daarom op effecten op de omgeving, zoals geluid en CO2-uitstoot. Voor het CDA zijn groei of krimp van Schiphol geen doel op zich. Ik heb mij in eerdere debatten die wij hier al hebben gehad over het LVB Schiphol sterkgemaakt voor de belangen van omwonenden en voor een duidelijke, voorspelbare koers voor luchtvaart. Ik constateer dat deze minister zich daarvoor heeft opengesteld. Vanaf deze plek wil ik hem daarvoor complimenteren. Daardoor hebben we met elkaar op een aantal punten stappen kunnen zetten.
Dit LVB is hard nodig om duidelijkheid te geven in een zeer technisch en juridisch dossier dat erg complex is geworden. In het vorige debat hebben we daarom een motie ingediend, en aangenomen gekregen, die pleit voor een goede communicatie over de grenswaarden van de handhavingspunten die onbedoeld meer ruimte voor extra vliegbewegingen zouden kunnen bevatten, in samenwerking met medeoverheden. Kan in het nieuwe hoofdstuk van de herziene mer nog iets worden opgenomen over de communicatie hierover?
Als CDA willen we ook oog houden voor de gevolgen van preferentieel baangebruik, voor een groep omwonenden die daardoor vaker te maken krijgt met overlast. De minister gaat naar aanleiding van het Raad van Stateadvies een nadere toelichting schrijven voor de omwonenden die vaak met die geluidsoverlast te maken hebben. Wat zal de strekking daarvan worden? In het vorige debat heb ik daar al een aantal suggesties toe gedaan.
Voorzitter. Als we met elkaar normen en regels vaststellen waarbinnen de luchthaven Schiphol moet opereren, is het ook belangrijk dat die regels worden gehandhaafd. Voor omwonenden moet duidelijk zijn waar zij aan toe zijn. Maar ook de Kamer moet kunnen controleren of de afspraken worden nagekomen. Het gaat dus om degelijke uitvoering en handhaving in de praktijk. Daar hoort ook bij dat ILT genoeg instrumenten heeft om op te treden wanneer dat nodig is. Wat het CDA betreft hoort daar ook de mogelijkheid bij om bestuurlijke boetes op te leggen. Wat mij betreft wacht de minister niet op de herziening van de Luchtvaartwet in 2030 om dat te regelen, maar maken we daar zo snel mogelijk werk van. Kan de minister toezeggen dat hij op zo kort mogelijke termijn met de daarvoor noodzakelijke wetswijziging komt?
Voorzitter. Dan over de groeiverdiensystematiek. Eerder heeft de minister ons duidelijk toegezegd dat een eventueel besluit over deze systematiek voor inwerkingtreding aan de Kamer wordt voorgelegd. Ook hebben wij ons erover uitgesproken dat eventuele groei naar 500.000 vliegbewegingen niet in deze kabinetsperiode zal plaatsvinden. Ik heb daar nog twee punten bij. De Raad van State wijst erop dat het nodig kan zijn om het maximumaantal naar beneden bij te stellen, als de geluidsnormen dat niet toelaten. Mijn vraag aan de minister is daarom hoe dit precies werkt onder de huidige systematiek. Wat gebeurt er als dreigt dat Schiphol niet binnen de vastgestelde geluidsnormen blijft? Welke maatregelen komen dan als eerste in beeld? En wanneer is het noodzakelijk om het maximumaantal toegestane vliegbewegingen naar beneden bij te stellen?
Mijn tweede punt. Als die groei komt, moet de Kamer kunnen zien dat het daadwerkelijk past binnen de afgesproken voorwaarden. Dat sluit ook aan bij de oproep van de Raad van State om hier zorgvuldig mee om te gaan. Daarom dien ik straks een motie in die de regering oproept om vooraf duidelijk te onderbouwen dat aan alle voorwaarden voor het activeren van de groeiverdiensystematiek is voldaan en dat er een betere balans wordt gevonden tussen de luchtvaartsector en de omgeving.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt, maar ik vroeg mij ook af of u bijna aan het einde van uw betoog bent.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja. Ik wilde uitspreken: voorzitter, ik rond af.
De voorzitter:
Kijk! Ik ga u die gelegenheid geven.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel. Voorzitter, ik rond af. Wij vinden het getuigen van een zorgvuldige behandeling dat we dit extra debat met elkaar hebben gevoerd naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Dat bevestigt ook onze eerdere inbreng: we hopen zo rust te brengen in het dossier en bij te dragen aan het vertrouwen in een overheid die haar burgers beschermt en voorspelbaar en betrouwbaar is voor haar bedrijfsleven.
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank aan mijn collega van het CDA voor de bijdrage. Ik vraag me toch nog één ding af. Het zit me gewoon dwars. Je kan vinden dat groei of geen groei niet uitmaakt en daar je eigen kaders bij zetten. Maar dit LVB zou erom moeten gaan dat we de omwonendenbelangen weer gaan beschermen. Dat zouden we doen naar aanleiding van de uitspraak van de rechter dat hun mensenrechten zijn geschonden. Toch zit dan, als een soort bonusje, die groeiverdiensystematiek in dit voorstel van de minister.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag is dan: waarom gaat het CDA daarin mee? D66 heeft net gezegd dat echt een slecht idee te vinden en mee te gaan in het idee van Partij voor de Dieren en andere partijen om dat van tafel te halen. Blijkbaar is het dan alleen maar het CDA dat dwarsligt; ik kan namelijk wel tellen. Waarom wil het CDA dat per se doorzetten?
De voorzitter:
De interrupties moeten echt korter en bondiger. Het is 20.50 uur en we zijn nog niet aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Wij willen een robuust LVB. Ik denk dat dictum b van het advies van de Raad van State laat zien dat we dat hebben. De Raad van State heeft ook aandachtspunten aan ons meegegeven. Daar heb ik over doorgevraagd, ook zojuist in mijn inbreng. Ik vind het namelijk belangrijk dat we dit op een goede manier doen. Tegelijkertijd heb ik samen te werken met partijen en heb ik ervoor gekozen om op deze manier met de groeiverdiensystematiek om te gaan. Wij vinden het namelijk heel erg belangrijk dat je daadwerkelijk eerst de verbetering realiseert voordat je eventuele groei in de toekomst toestaat. Daarom geef ik ook aan: let op; er moet aan die randvoorwaarden worden voldaan. Ik ga er straks met die motie voor zorgen dat de omgeving met deze systematiek meer gaat profiteren. Ik denk namelijk dat ik het met het lid Kostić eens kan zijn dat dit niet een cadeautje moet zijn voor de sector. Het is heel erg belangrijk dat we dit heel serieus nemen. Dat doe ik. Daarom heb ik in een eerder debat al gezorgd voor die voorhang. De minister zal terugkomen naar de Kamer als die verdiensystematiek daadwerkelijk in zicht komt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Maar de Raad van State heeft wel gezegd: die groeiverdiensystematiek, dat moet je niet doen. Haal die er nou gewoon uit, juist omdat die niet bijdraagt aan het doel van het LVB dat we met z'n allen hebben afgesproken. Ik herhaal mijn vraag dus. Ik daag mijn collega uit; probeer die toch even te beantwoorden. Waarom moet deze systematiek, dit cadeautje voor de sector, volgens het CDA per se in dit LVB? Er is geen noodzaak volgens de omwonenden, er is geen noodzaak volgens de Commissie mer, er is geen noodzaak volgens de Raad van State. Waarom moet het wel volgens het CDA? Dat is namelijk beslissend.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb me hier in de voorbereiding van dit debat natuurlijk in verdiept. Ik was al erg blij met de toezegging over de voorhang die mij in het vorige debat is gedaan. Ik heb in de tussentijd natuurlijk gekeken wat er mogelijk is. Het is ook geen geheim hoe wij naar die verdiensystematiek kijken. Ik heb me echter ook laten vertellen dat dit LVB echt een samenhangend pakket is en dat het niet mogelijk is om daar zomaar een bouwsteen uit te trekken. Ik wil dat om die reden dus ook niet doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik kom toch tot de conclusie dat het CDA dit niet kan uitleggen, niet naar omwonenden, niet naar de Raad van State. Er is maar één conclusie: er is geen reden om dat groeiverdienmodel in dit LVB te regelen, anders dan dat de VVD deze strijd op luchtvaart wederom heeft gewonnen. Lieve mensen, zou ik zeggen, kom op! Steun die motie van PRO, en hopelijk van Partij voor de Dieren. Laten we dat stuk er gewoon uit krijgen en onze energie focussen op het echt verbeteren van het LVB.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat dat laatste juist is wat ik probeer te doen. Ik heb met deze motie die ik straks zal indienen juist een hele grote verbetering voor de omgeving te pakken. Ik hoop dat we met elkaar naar die oplossingen gaan kijken en dat we er op die manier met elkaar uit gaan komen in deze Kamer. Ik merk namelijk dat het een zeer gepolariseerd debat is. Ik probeer daarin echt de middenkoers te varen en ons coalitieakkoord te bewaken. Daarom zag u de afgelopen dagen, en vandaag ook, deze voorstellen van mij.
Mevrouw Kröger (PRO):
De motie moet nog ingediend worden, maar het gaat volgens mij om een geluidswinst van 0,05 decibel. Dat is amper hoorbaar. Een hele grote stap durf ik het dus niet te noemen. Maar mevrouw Zwinkels zei net iets heel interessants. "Ik heb me laten vertellen dat het een bouwsteen is in het LVB die je er niet zomaar uit kunt trekken". Bedoelt zij juridisch niet, of politiek niet? Wat bedoelt mevrouw Zwinkels?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat we echt op het punt staan om een hele grote stap te zetten in het luchtvaartdossier rondom Schiphol. Het is mij echt heel veel waard om dat met elkaar te kunnen doen. Ik wil rust krijgen op dit dossier. We hebben de discussies gezien rondom de Balanced Approach-procedures die eventueel opnieuw doorlopen zouden moeten worden bij de Europese Commissie. Dat zijn dingen die ik niet heel licht opvat. Ik heb me inderdaad laten vertellen dat het echt heel erg belangrijk is om daar voorzichtig mee te zijn. Ik ben ook kritisch op die groei naar 500.000; die heb ik hier nooit bepleit. Maar op deze manier lukt het toch om daar heel kritisch op en voorzichtig mee te zijn, en toch waarborgen te kunnen inbouwen. Dit moet namelijk opnieuw naar de Kamer. Ik heb ook nog gewoon een concrete wijziging voorgesteld. Volgens mij is dat tot nu toe de grootste beweging van deze avond geweest in dit hele debat.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Zwinkels zegt wederom: ik heb mij laten vertellen. Ik neem aan dat dat de minister is geweest, want ik zou niet weten wie anders. Zij zegt: anders moet er misschien weer een nieuwe Balanced Approach-procedure doorlopen zijn. Maar er ís een Balanced Approach-procedure doorlopen voor die 478.000. Wij zijn wie dan ook op geen enkele manier juridisch verplicht om die groeiverdiensystematiek nu wettelijk vast te leggen. Mijn vraag aan mevrouw Zwinkels is dus nogmaals: zegt zij nu eigenlijk gewoon dat je dit er politiek gezien niet uit kunt halen omdat anders het hele kaartenhuis in elkaar dondert omdat de VVD dan te boos wordt? Is dát wat ze zegt?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nee, dat is niet wat ik zeg. Het is inderdaad zo dat dit uiteraard ook een politieke onderhandeling betreft; dat mag mevrouw Kröger best weten. Maar ik heb me ook juist door ambtenaren van het ministerie hierover laten informeren. Daarmee heb ik dus ook echt veel meer inzicht gekregen in wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn. Ik wil daar op een hele verstandige en gedegen manier mee omgaan. Daarom heb ik telkens de grenzen opgezocht van wat voor mij vanuit deze positie mogelijk is. Ik denk dat ik daar echt heel ver mee ben gekomen. Ik hoop daarom ook op steun van mevrouw Kröger, ook al weet ik dat zij anders naar het LVB kijkt dan ik, zodat we deze verbetering met elkaar kunnen doorvoeren. Dat is toch ook een kans?
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik ga kritisch naar de motie kijken, maar 0,05 decibel riekt naar een schaamlap. Mijn vraag is een andere. Het CDA zegt hier: ik heb mij door ambtenaren van het ministerie laten vertellen dat als we de groeiverdiensystematiek eruit halen, het hele LVB wankel wordt. Dat is volslagen nieuwe informatie voor mij. Het lijkt mij dat wij als Kamer allemaal dezelfde informatiepositie moeten hebben. Dan zou ik heel graag van mevrouw Zwinkels willen weten wat die ambtenaren precies hebben gezegd. Waarom wordt het dan juridisch wankel? Aan de minister vraag ik of deze informatie van de ambtenaren naar de hele Kamer kan komen, want we horen allemaal dezelfde informatiepositie te hebben. En dit is een volstrekt nieuw argument.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Volgens mij hoorde ik een informatieverzoek richting de minister. Ik ben dus ook benieuwd hoe de minister daarop reageert. Ik heb alleen maar willen uitleggen dat ik heel kritisch ben op die groeiverdiensystematiek en dat ik telkens degene ben geweest die daarover is begonnen en die telkens het kabinet daarop heeft gecontroleerd en er voorstellen voor heeft gedaan. Die voorstellen halen het ook. Dat geldt zowel voor de voorhang, in het eerdere debat, als voor de handhavingspunten, een motie in het vorige debat die het ook heeft gehaald. Ik deel namelijk dat punt dat we ervoor zorgen dat er niet onbedoeld marge ontstaat voor extra vliegbewegingen. Ik ben continu aan het kijken hoe we het met elkaar strak kunnen houden. Dat is ook wat ik vanavond weer doe.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb in dit interruptiedebatje een informatieverzoek richting het kabinet gehoord. Dat geleid ik door naar het kabinet. Er wordt geknikt.
Mevrouw Kröger (PRO):
Kan dat dan in de beantwoording van de minister meegenomen worden, zodat we deze informatie krijgen als Kamer?
De voorzitter:
Daar ga ik van uit, mevrouw Kröger. Meneer De Groot, u mag vanavond spreken namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik stond al te trappelen, want dit is een bijzondere avond: we spreken over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Als het goed is, stellen we dat vast in de komende periode en hebben we voor het eerst in achttien jaar weer een juridisch kader voor Schiphol. Dat is een belangrijk moment voor mensen rondom Schiphol, maar ook voor de luchthaven zelf. Schiphol is immers van groot en strategisch belang voor Nederland. De hubfunctie zorgt ervoor dat Nederland rechtstreeks verbonden blijft met economische kernregio's over de hele wereld, met Europese hoofdsteden en met vele vakantiebestemmingen, waar Nederlanders dan zonder ellenlange overstappen heen kunnen vliegen. In eerdere debatten over Schiphol heb ik gezegd — dat doe ik vandaag ook — dat het grote netwerk van Schiphol essentieel is voor ons vestigingsklimaat, voor internationale handel, voor toerisme en voor de vele duizenden banen, die direct en indirect afhankelijk zijn van de luchtvaartsector. De concurrentie in en buiten Europa is enorm op dit vlak. Nederland moet daarin niet naïef opereren, terwijl omliggende landen investeren in hun luchthavens en internationale verbindingen. Tegelijkertijd geeft een luchthaven als Schiphol overlast. Daar hebben dagelijks veel mensen mee te maken. Ik heb steeds herhaald dat omwonenden wat de VVD betreft recht hebben op betere rechtsbescherming en minder geluidsoverlast. De afspraken die daarover zijn gemaakt, moeten worden nagekomen. Het doel moet zijn: minder hinder, juridisch houdbaar beleid en behoud van de economische kracht van Nederland.
Voorzitter. De doorlopen Balanced Approach voor dit LVB ging niet alleen over beperkingen, maar ook over de winst die wordt gemaakt met stillere vliegtuigen en slimmer opereren. Voor het eerst in tientallen jaren is een groot pakket maatregelen voor geluidsreductie in werking. Luchtvaartmaatschappijen investeren in stillere en schonere vliegtuigen en Schiphol stimuleert de inzet van stillere toestellen via de tarieven. Daarom vraag ik ook aan de minister of hij verwacht dat de verdere vlootvernieuwing, innovatie en tariefdifferentiatie voldoende zullen zijn voor de komende 20% geluidsreductie die we nodig hebben.
Voorzitter. Het ontwerpbesluit biedt perspectief om bij verdere geluidsreductie stapsgewijs te groeien naar maximaal 500.000 vliegbewegingen. Dat perspectief is voor de internationale luchtvaartsector essentieel. Als investeringen in stillere vliegtuigen aantoonbaar minder geluid opleveren, zou het eigenlijk wel gek zijn als een deel van de geluidswinst in de toekomst niet ingezet mag worden. Eerst zetten we een grote stap naar minder geluidshinder voor de omgeving. Daarna wordt het nog stiller en mogen luchtvaartmaatschappijen een deel van die geluidsruimte invullen. De Raad van State onderschrijft het belang van herstel van de rechtsbescherming, maar stelt scherpe vragen over de uitwerking. Hoe wordt voor iedere stap naar meer vluchten verzekerd dat de vereiste geluidsreductie duurzaam wordt gehaald? En wat gebeurt er als de geluidsruimte bij handhavingspunten al op is voordat het toegestane aantal vluchten is bereikt?
In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag zegt de minister dat de strengste norm steeds de ruimte voor vluchten bepaalt. Meer vluchten op papier betekent dus niet automatisch meer vluchten in de praktijk. Meer handhavingspunten geven omwonenden namelijk pas betere bescherming als overschrijdingen ook daadwerkelijk kunnen worden voorkomen. Bij een dreigende overschrijding moet de sector een beheersplan opstellen. De Raad van State vraagt welke maatregelen daarin kunnen staan en of de inspectie voldoende middelen heeft om naleving af te dwingen. De minister heeft al beloofd concrete maatregelen beter te beschrijven en noemt een afzonderlijk wetstraject voor een bestuurlijke boete als mogelijkheid. Welke maatregelen kunnen dan op korte termijn worden ingezet als een grens dreigt te worden overschreden, vraag ik aan de minister. Wanneer is er duidelijkheid over een apart wetstraject? En hoe zorgt de minister voor een effectieve handhaving zonder de vaststelling van het LVB opnieuw onnodig te vertragen? De VVD zal de motie van D66 over de capaciteiten van de ILT daarom van harte ondersteunen. Dit moet op orde zijn.
Voorzitter. De Raad van State vraagt aandacht voor bewoners die door preferentieel baangebruik juist meer geluid kunnen krijgen en voor slaapverstoorden buiten de contouren waarop de nachtelijke handhavingspunten zijn gebaseerd. Kan hij concreet maken hoe de belangen van die bewoners zijn meegewogen en waarom hun bescherming voldoende is? De VVD wil ook dat we de goede ervaringen die er zijn met het toepassen van preferentieel baangebruik niet onbenut laten. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Voorzitter. We hebben vandaag als politiek een grote beslissing te nemen, want na bijna twintig jaar gaat er een Luchthavenverkeerbesluit komen dat omwonenden, Schiphol én de luchtvaartsector rechtszekerheid geeft. We kunnen het ons niet veroorloven hun toekomst onduidelijk en voer voor juridische procedures te laten zijn. Als het aantoonbaar stiller is geworden voor de omgeving, is het logisch dat er ruimte is voor groei van Schiphol. Als het netwerk eenmaal uitwijkt, krijgen we dat namelijk niet zomaar terug. Voor de VVD is de inzet helder: een toekomstbestendige luchtvaartsector die stiller, schoner en innovatiever wordt, maar Nederland ook internationaal verbonden en economisch sterk houdt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Kröger, gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
De VVD vraagt hier aandacht voor mensen die buiten de contouren wonen, met name in de nacht, maar dit speelt natuurlijk ook overdag. Een van de kritiekpunten die wij, maar ook omwonendenorganisaties en gemeenten hebben, is eigenlijk dat die contouren te beperkt zijn. Mijn vraag aan de VVD is: welk percentage van de mensen die hinder ervaren woont buiten die 45 dB-contour?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb het gevoel dat dit een soort quizvraag is die ik moet beantwoorden. Ik weet niet of we een soort technische uitwisseling van details moeten gaan doen. Misschien kan mevrouw Kröger het mij gewoon vertellen en daarna de vraag stellen die ze daarover zou willen stellen.
Mevrouw Kröger (PRO):
75% van de gehinderden woont buiten de contour die mensen zou moeten beschermen. 75%. Vindt de VVD dat de gezondheid van omwonenden en de belangen van omwonenden daarmee afdoende beschermd zijn?
De heer Peter de Groot (VVD):
Wat ontzettend belangrijk is, is dat we bezig zijn met 20% geluidsreductie. Dat is enorm. Als je kijkt naar de historie van Schiphol, dan is dat een enorme stap die we zetten. Het is ook een enorme versnelling van geluidsreductie rondom Schiphol. Als ik het vergelijk met de jaren 2018 en 2019, waarin 500.000 vluchten werden gevlogen met veel luidruchtiger toestellen, dan maken we met elkaar een enorme stap. Ik denk dat we vooral daarnaar moeten kijken met elkaar, dus naar die enorme stap die we zetten, wat ontzettend goed is voor omwonenden.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dit debat gaat erom of we doorgaan met een papieren werkelijkheid die mensen niet helpt of dat we echt iets doen voor mensen. Als 75% van de gehinderden buiten de contouren valt waarover de heer De Groot het heeft en waar deze minister op toeziet, dan helpen we mensen toch niet? We moeten toch iets doen wat meer doet dan voor maar 25% van de gehinderden? Dat kan de VVD toch niet met mij oneens zijn?
De heer Peter de Groot (VVD):
Een stiller vliegtuig stopt niet met stil zijn buiten de contouren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Kröger had in het interruptiedebatje met mij over de natuurvergunning van Schiphol natuurlijk wel een goed punt. Wij hebben ons daar ook altijd tegen verzet, juist omdat het zo in contrast is met hoe boeren worden behandeld. Ik had het met mevrouw Kröger ook over het invoeren van de rekenkundige ondergrens. Duizenden PAS-melders zouden daarmee in een klap verder kunnen. Nou heb ik bij de Algemene Politieke Beschouwingen samen met collega Vermeer een motie ingediend om bij de aanpassing van het AERIUS-model in oktober meteen de rekenkundige ondergrens mee te nemen. Daar heeft de VVD tegen gestemd. Kan de heer De Groot uitleggen waarom daartegen werd gestemd? Dat contrast met boeren die in de problemen zitten, terwijl ze alles hebben gedaan wat de overheid van hen vroeg, is groot. Met die rekenkundige ondergrens zouden die boeren in ieder geval een heel stuk geholpen kunnen worden, los van de 95% van alle projecten in Nederland.
De heer Peter de Groot (VVD):
Gezien het risico dat ik hier ga freewheelen als een soort stikstofwoordvoerder ga ik dat niet doen. Ik zal mevrouw Van der Plas een deel van het antwoord echt schuldig moeten blijven. Wat ik wel kan zeggen, is dat ik vind dat de luchthaven ook een natuurvergunning moet krijgen. Dat geldt overigens voor elke luchthaven. Dat is belangrijk voor de luchthaven zelf en voor de duidelijkheid die dat schept richting andere sectoren. Ik vind ook dat elke sector een evenredige bijdrage moet leveren aan het vrijkomen van ruimte door de stikstofaanpak. Maar gezien het risico dat ik iets ga zeggen wat ik niet honderd procent zeker weet, doe ik dat niet. Daarvoor zult u bij mijn collega Renate den Hollander moeten zijn, die stikstofwoordvoerder is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is heel raar, want luchtvaart is ook stikstofuitstoot. Het is dus heel raar dat de heer De Groot zegt: ik ga hier niet over stikstof praten, want dat is aan collega Den Hollander. Alsof stikstof alleen bij landbouw ligt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Maar dat zei ik niet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want dat is natuurlijk niet het geval. Op Infrastructuur en Waterstaat liggen bijvoorbeeld heel veel wegenprojecten stil vanwege stikstof. Het lijkt me dat je daar juist als IenW-woordvoerder met collega Den Hollander intensief over spreekt. Heel veel van dat soort projecten kunnen dan ook losgaan. Het is dus niet alleen een boerendiscussie. Het gaat erom dat heel veel projecten, boeren en PAS-melders in een klap verder kunnen als je die rekenkundige ondergrens omhoog doet. Dan kunnen we het hier verder hebben over de natuurvergunning van Schiphol, wat nu iets heel raars is.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, waarom vindt de heer De Groot dat hij het hier niet over stikstof moet hebben, terwijl het hier bij IenW juist ook heel veel over stikstof gaat?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is flauw, want ik heb niet gezegd dat we het niet over stikstof kunnen hebben. Ik ken alleen de achtergrond van die specifieke casus rond die motie niet. Dat zal een technische reden hebben. Als wij over het LVB praten en over 478.000 of 500.000 zit daar ook heel veel techniek en inhoud achter. U kent mij: als ik ergens over ga praten, wil ik weten waar ik het over heb. Dat er een beeld wordt neergezet alsof ik hier niet over stikstof zou willen praten, vind ik niet terecht.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat ik het dan anders zeggen. Ik begrijp niet waarom alles wat over stikstof gaat — of het nou over landbouw, infrastructuur, de woningbouw of Schiphol gaat — niet als één geheel wordt gezien, maar is opgeknipt tussen twee woordvoerders: die van luchtvaart, infrastructuur en waterstaat en die van landbouw. Ik vind dat heel gek. Als het over stikstof gaat, ligt dat bij de VVD kennelijk alleen bij de landbouwwoordvoerder en niet bij die van infrastructuur. Kan de heer De Groot mij uitleggen hoe dat in de fractie werkt?
De heer Peter de Groot (VVD):
Mevrouw Van der Plas probeert er gewoon een karikatuur van te maken. Dat vind ik jammer. Ik heb twee keer gezegd dat ik de specifieke casus van die motie niet ken. Ik heb vandaag nog met collega Jurgen Nobel, de woordvoerder op het gebied van wonen, gesproken over hoe je kan doorbouwen als er stikstofrestricties zijn. Dan kijken we met elkaar naar de belasting, om hoeveel stikstof het gaat, hoe woningen uit de fabriek kunnen worden geplaatst bij gevoelige natuur, en of dit ook echt werkt binnen het huidige stikstofbeleid van het kabinet. Het is dus helemaal niet zo dat ik niet praat met collega's die woordvoerder zijn op het gebied stikstof, wonen, wegen of spoor. Dat werp ik echt ver van mij. U stelde een ... Niet u, voorzitter. Mevrouw Van der Plas stelde een specifieke vraag over een motie. Ik heb die kennis hier niet paraat. Dan ga ik er ook niks over zeggen. Dat is het punt.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Ik heb niet de volle zes minuten nodig. Dat is misschien wel fijn.
De voorzitter:
Wat een goed begin.
De heer Goudzwaard (JA21):
Sorry, wat zei u?
De voorzitter:
Wat een goed begin.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja toch?
De voorzitter:
Ja.
De heer Goudzwaard (JA21):
Zeker, zeker. Laat ik nu wel beginnen. Dit minderheidskabinet spreekt graag over grote doorbraken. Vandaag gloort er daadwerkelijk eentje aan de horizon: een nieuw Luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol. Schiphol werkt al jaren met strikt preferentieel baangebruik, maar de regels van het stelsel zijn nog niet allemaal in het LVB vastgesteld. Daarom moet de ILT al sinds 2015 anticiperend handhaven. Met dit nieuwe LVB kunnen we eindelijk afscheid nemen van die situatie. Na meer dan tien jaar dwalen in een juridisch niemandsland is dat een compliment waard.
Voorzitter. De onzekerheid waar ik zojuist aan refereerde, heeft volgens mij niemand geholpen. Omwonenden willen weten op welke bescherming zij kunnen rekenen. Luchtvaartmaatschappijen, werknemers en investeerders willen weten binnen welke regels Schiphol kan opereren. Door gebrekkig werk en getreuzel van de overheid kreeg onze nationale luchthaven zelfs het etiket "illegaal" opgeplakt, met alle reputatieschade van dien. JA21 is daarom positief over dit LVB. Het legt het preferentieel baangebruik vast, stelt concrete doelen voor het verminderen van geluidshinder en biedt onze luchtvaart perspectief. We hebben er vertrouwen in dat dit besluit Schiphol en zijn omgeving de duidelijkheid geeft waar zij al zo lang op wachten. De Raad van State geeft het voorstel een b-advies. Het is geen tien met een griffel — dat geef ik toe — maar het is wel een positief advies met opmerkingen waarmee het kabinet, de minister, rekening moet houden.
Voorzitter. Schiphol is van groot belang voor Nederland. De luchthaven verbindt ons met de rest van de wereld en versterkt ons vestigingsklimaat. Mijn vraag aan de minister is: hoe borgt hij dat Nederland ook in de toekomst concurrerend blijft binnen Europa? Terwijl andere luchthavens investeren in capaciteit, connectiviteit en innovatie, dreigt Nederland zichzelf op achterstand te zetten met een torenhoge vliegbelasting op korte en middellange afstanden. Het kabinet moet niet alleen sturen op leefbaarheid — dat is zeker heel belangrijk — maar ook op bereikbaarheid en economische kracht. Dit LVB biedt een werkbare balans tussen de belangen van de omwonenden en het belang van een bereikbaar en economisch krachtig Nederland.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is bij dit soort debatten inderdaad altijd lastig. Je wilt het goed doen voor de bv Nederland, de Nederlandse economie maar ook Schiphol en KLM, en ook voor omwonenden. Ik denk dat wij altijd een beetje hebben geprobeerd de kerk in het midden te laten, zeker de laatste jaren. Daarom hebben wij ook de initiatieven voor de Maatschappelijke Raad Schiphol gesteund. De ILT kan nu handhaven, wat de heer Heutink net ook al zei. Er is een juridische kadering, wat meneer De Groot net al zei. Wij hebben altijd gevraagd zo veel mogelijk in te zetten op geluidsreductie in plaats van op krimp.
Schiphol is samen met KLM van onschatbare waarde, zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk, en volgens ons echt onmisbaar voor Nederland. De luchthaven heeft een centrale ligging en een groot netwerk en verbindt ons op een veilige, snelle manier met de rest van de wereld, want we moeten ook niet vergeten dat vliegen relatief nog steeds een van de veiligste manieren van voortbewegen is; ik geloof dat onderzoeken dat hebben uitgewezen. Als een vliegtuig neerstort, dan haalt dat natuurlijk de wereldpers, maar ik hoorde vandaag dat er steeds meer mensen sterven die thuis vallen, zelfs nog meer dan bij verkeersongevallen. Dat is schrikbarend. Dat kwam vandaag naar buiten. Zo sterven er heel veel motorrijders en automobilisten en fietsers. Het is dus een relatief veilige manier van voortbewegen in een vliegtuig. Ik voel me in een vliegtuig altijd veiliger dan in de auto of in een trein.
Schiphol bestaat fors langer dan een eeuw. Vrijwel iedereen die nu rondom Schiphol woont, ging daar toch min of meer vrijwillig wonen. Als mensen mij benaderden, heb ik dat ook vaak gezegd. "Jullie zijn toch in de buurt gaan wonen." Sommige mensen hebben ook onbedoeld last gekregen; dat gebeurt ook bij Lelystad. Daar heb ik toen ook een punt van gemaakt. Er waren mensen die daar niet voor gekozen hebben en mensen op de Veluwe die plotseling met lage vluchten te maken krijgen. Die mensen hebben er niet specifiek voor gekozen om bij een luchthaven te gaan wonen. We moeten het zo goed mogelijk doen. Dat zei ik ook in een interruptiedebatje met mevrouw Kröger vorige week. Waar en indien mogelijk moeten we overlast zo veel mogelijk kunnen beperken. Daar is de hele Kamer het over eens. Wij willen dat niet in de vorm van krimp of beperking van het aantal vliegbewegingen, maar door meer in te zetten op geluidsreductie. Ik vind dat luchtvaartmaatschappijen daar volop mee bezig zijn. Tenminste, als je ziet wat ze zijn gaan investeren in een zuinigere maar daardoor ook stillere vloot. Daar hebben de omwonenden uiteindelijk ook profijt van. Dat zijn natuurlijk gigantische investeringen.
De PVV heeft ooit, zeker sinds 2012, zelfs gepleit … Laten we het zo zeggen: er is een hoop gebeurd en er zijn een hoop crises gekomen. Ik weet dat de toenmalige directeur, CEO, van Schiphol zei dat ze met het toenmalige baangebruik konden groeien tot 800.000 vliegbewegingen. In principe is dat nu op dit moment niet nodig, maar ik denk wel dat groei tot 600.000 bewegingen in de toekomst toch wenselijk zal zijn, zeker als we dadelijk stillere en zuinigere toestellen krijgen. Mogelijk dat vliegen daardoor op de lange termijn ook goedkoper zal worden, wie weet. We zullen het afwachten allemaal.
Wij maken ons ook zorgen om twee regionale luchthavens: Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Dat is misschien niet helemaal gepast hier, maar toch wil ik daar iets over zeggen, als u dat toestaat, mevrouw de voorzitter, want ze vallen wel min of meer onder Schiphol. Die luchthavens ervaren door hun grensligging extra veel last van regionale ongelijkheid. Daar had ik dus toch graag een reactie op gehad. Ik weet ook dat wij er moties over hebben ingediend. Ik weet dat meneer Eerdmans daar bij de Algemene Politieke Beschouwingen nog een motie over heeft ingediend. Wij maken ons daar zorgen over. Ik woon zelf in het grensgebied. Ik ben zo in Duitsland, zo in België. Het is niet normaal wat de verschillen zijn, niet alleen als het om vliegen gaat. Het is gigantisch hoeveel goedkoper heel veel spullen zijn in België en Duitsland, ook vliegen. Daar krijg ik graag een reactie op, want wij maken ons wel zorgen. Beide luchthavens, Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport, zijn van nationaal belang. Groningen is dat voor de medische vluchten en Maastricht Aachen Airport voor de vrachtvluchten. Ik weet nog goed dat mijn vader me als kleine jongen daar mee naartoe nam en dat die Antonovvliegtuigen daar landden; die grote jongens konden daar goed landen en stijgen.
De voorzitter:
Hoever bent u met uw betoog?
De heer Graus (PVV):
Ehm, ik ben nog wel even klaar. Ik wil mijn collega best even te woord staan, hoor.
De voorzitter:
U bent nog wel even bezig, bedoelt u?
De heer Graus (PVV):
Ja. Ik heb nog een minuut.
De voorzitter:
Ja, maar u hoeft uw tijd niet op te maken.
De heer Graus (PVV):
Nee, maar ik heb nog een paar dingetjes.
De voorzitter:
Oké. Meneer De Groot, ik ga uw microfoon aanzetten. Dat gaat helpen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank voor het geluid, voorzitter. Ik wil even inhaken op het punt van de heer Graus over de regionale luchthavens. De VVD maakt zich daar ook zorgen over, met name over Groningen en de medische vluchten. De Lifeliner staat daar. De opleiding van de KLM zit daar. Er wordt daar geoefend met militaire vliegtuigen. Er zit een school voor de luchtvaart. Er is daar een heel ecosysteem gebouwd. Dat zorgt ervoor dat die luchthaven een belangrijke waarde heeft in het hele opleidingstraject, ook naar Schiphol toe, waar het vandaag over gaat. Ik denk dat we zelfs weleens onderschatten hoeveel functies daar eigenlijk geborgd zijn. Mijn simpele vraag aan de heer Graus is dan: wat hebben we daar te doen? Wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld Groningen Airport Eelde kan blijven voortbestaan?
De voorzitter:
Ik ga een klein punt van orde maken als voorzitter. Wat we namelijk te doen hebben, is volgende week het commissiedebat Luchtvaart voeren. Daar zijn de regionale luchthavens een groot onderdeel van. Ik sta deze ene vraag toe, maar daarna vraag ik de heer Graus om verder te gaan met zijn betoog over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol.
De heer Graus (PVV):
Wij vragen hetzelfde als we hebben gevraagd toen het over de brandstoffen ging: verlaging van de accijnzen en verlaging van de btw. Wij vragen hier heel duidelijk om. Dat doen we niet alleen, maar met meerdere partijen, ook met uw partij. We vragen om afschaffing van de tickettaks en vliegheffingen en alles. Ik ben, geloof ik, een van de langstzittende luchtvaartwoordvoerders en ik vraag eigenlijk al heel veel jaren consequent en consistent hetzelfde. Ik denk dat dat de oplossingen zijn. Ik wil ook graag vragen om nivellering van de tarieven. Het is heel erg dat mensen … Het is een mondiale wereld, hè? Het is heel raar dat wij … Wij zijn zogenaamd één Europa, maar ondertussen is dat helemaal niet zo. Er is een ontzettende ongelijkheid binnen Europa. Het is helemaal niet één Europa. Dat vind ik altijd het verdrietige van dit verhaal. De voordelen die al vanuit de EEG zijn ontstaan, zouden hier juist oplossingen voor moeten bieden. Ik wil daar dus ook graag een reactie op hebben. Tot slot heeft Groningen Airport Eelde inderdaad heel veel functies die van nationaal belang zijn, net als Maastricht Aachen Airport. Daarom noem ik beide expliciet. Ik ga nu mijn verhaal afronden.
De voorzitter:
Ja, ik ga u uitnodigen om weer terug te gaan naar het onderwerp van het debat.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel. We willen de regering vragen om een juridisch houdbaar Luchthavenverkeerbesluit, om zo die tijdrovende en geldverslindende processen te voorkomen. Ik vind het niet normaal wat daarin aan geld en tijd omgaat. Ik moet zeggen dat ik daar ook vaak moeite mee heb. Ik bedoel: we hebben een trias politica, maar ik vind dat rechters toch weleens op de plek van de Tweede Kamer gaan zitten. Ik vind dat dat niet helemaal kan. Nogmaals, ik ben blij dat ze er zijn, maar zorg in ieder geval dat die processen er minder kunnen komen.
We willen de uitwijkmogelijkheden van vrachtvluchten voorkomen, en daarmee de schade aan onze economie. Desnoods moet het aantal nachtvluchten worden bijgesteld.
We willen vragen om nivellering van tarieven, middels afschaffing dan wel verlaging van vliegbelastingen tot minimaal het niveau van buurlanden.
We willen de regering verzoeken om een juridisch houdbaar toekomstplan voor te bereiden voor het behoud van de hubfunctie van Schiphol, de toekomstige groei en het aantal vliegbewegingen.
Als laatste willen we de regering verzoeken het nationaal belang, waaronder het financiële, economische en sociaal-maatschappelijke belang van onze luchthaven, te borgen, maar ook dat van de regionale luchthavens die ik noemde, door een speelveld te creëren dat minimaal gelijk is aan dat van de ons omringende landen.
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Van Duijvenvoorde. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Voorzitter, dank u wel. Rozen die we met Valentijnsdag kopen, hopen te ontvangen of weggeven, komen via het vliegtuig uit Ecuador en Nigeria Nederland binnen. Telefoonhoesjes voor ouderen die hun pasjes daarin willen bewaren, komen via Schiphol. En zelfs de verse vis die op vrijdag door de meer traditionele gezinnen wordt gegeten, komt via het vliegtuig op tafel. Kortom, de luchtvaartsector is van groot nationaal belang. Nederland moet gewoonweg sterk in verbinding staan met de rest van de wereld. Als het aan ons ligt, breiden we dit alleen maar uit. We zijn daarom tegen de onzinnige maximering van het aantal vliegbewegingen. Schiphol en de luchtvaart moeten ruim baan krijgen om te groeien.
Maar ook nu weer geldt, om met de Franse schrijver Flaubert te spreken: je droomt van de hemel, maar je valt in de modder. Er is een werkelijkheid waarin we ons nu eenmaal bevinden en waarvan we maar het beste moeten zien te maken. Daarom begrijpen we dat in die altijd tekortschietende werkelijkheid de sector een nieuwe juridische grondslag nodig had om de zekerheid en stabiliteit te bieden waarop Schiphol en de luchtvaartmaatschappijen verder kunnen bouwen. FVD stemt daarom ook in met de LVB, met enige voorzichtigheid.
Daarmee is echter nog niet gezegd dat de luchtvaartsector met deze nieuwe juridische grondslag weer kan floreren. Integendeel, het nieuwe LVB legt weliswaar een maximum van 478.000 vliegbewegingen vast met de mogelijkheid tot een beperkte groei naar 500.000 met zeer strenge eisen, maar een groei van Schiphol en de Nederlandse luchtvaart lijkt onder de huidige omstandigheden heel ver uit zicht.
Voorzitter. Een eerste vraag. Wat heeft Schiphol aan juridische zekerheid als we de luchthaven tegelijkertijd economisch op achterstand zetten? Dat is zorgelijk, want in de stukken wordt opnieuw duidelijk hoe belangrijk de netwerkconnectiviteit en de hubfunctie van Schiphol voor Nederland zijn. Schiphol is goed voor ongeveer 11,8 miljard euro aan toegevoegde waarde, 1,1% van ons bbp en 111.200 banen. Het kabinet noemt de hubfunctie zelf ook een belangrijke troef voor Nederland.
Maar juist die connectiviteit staat onder druk, zoals recent onderzoek van Econic Partners in opdracht van Delta Air Lines liet zien. De havengelden op Schiphol stijgen tussen 2019 en 2027 met maar liefst 119%, terwijl de vliegbelasting voor een vlucht naar Rome ruim drie keer zo hoog is als in België en bijna tweeënhalf keer zo hoog als in Duitsland. Vindt de minister het dan gek dat Nederlandse reizigers steeds vaker over de grens gaan kijken? Het kabinet heeft nu weliswaar voorgesteld om de vliegbelasting op langeafstandsvluchten te verlagen naar het niveau van Duitsland om toe te werken naar een gelijk speelveld, maar ook dat niveau vinden wij nog altijd veel te hoog.
Nederland moet niet alleen proberen om een gelijk speelveld met Duitsland en andere Europese landen te creëren, Nederland moet juist het beste speelveld van Europa worden. Wij moeten centraal gaan staan in de luchtvaartsector op het continent. Tijdens het vorige commissiedebat Luchtvaart zei ik tegen de andere Kamerleden dat ik ze wat meer Anthony Fucker zou gunnen ... Nee, Anthony Fokker! Freudiaans, hè? U weet hoe dat gaat. Maar hiermee bedoelde ik: denken in grootsheid, kansen en mogelijkheden. Deze mentaliteit hebben we op dit dossier weer nodig.
Daarbij is het ook een probleem dat de belasting op korteafstandsvluchten niet wordt verlaagd. Korte- en langeafstandsvluchten kunnen namelijk niet los van elkaar worden gezien. Schiphol draait op een hub-and-spokemodel. Europese verbindingen voeden het intercontinentale netwerk en onze kleine thuismarkt kan dat netwerk niet zelfstandig dragen, wat de partijen hier ook zeggen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Was dat een slip of the tongue?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik denk dat de heer Heutink bij de huidige premier moet zijn voor slips of the tongue!
De voorzitter:
Maar gaat u vooral verder met uw betoog over het Luchthavenverkeerbesluit.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja.
Een vraag aan de minister. Wanneer de kosten van die Europese verbindingen oplopen en routes daardoor minder aantrekkelijk of minder rendabel worden, raakt dat uiteindelijk ook de kracht van de hub en het intercontinentale netwerk. Erkent de minister dat de combinatie van hoge vliegbelastingen voor Nederlandse reizigers, sterk gestegen havengelden en capaciteitsbeperkingen de concurrentiepositie van Schiphol aantast en daarmee uiteindelijk ook de hubfunctie en het intercontinentale netwerk onder druk kan zetten? En is de minister daarom bereid om de vliegbelasting nog verder te verlagen, om Schiphol concurrerend te houden en die hubfunctie te versterken?
Voorzitter. Nog één keer terug naar die rozen voor Valentijn. Ik kom zelf uit de bloemenstreek. Ooit werden zulke rozen hier gekweekt door bedrijven die generaties lang hun vak hadden opgebouwd. Hoge energiekosten en steeds zwaardere regelgeving hebben de teelt hier veel moeilijker gemaakt. Daarom importeren we bloemen steeds vaker vanuit duizenden kilometers verderop, uit Ecuador, zoals ik al noemde. Maar vervolgens maken we ook die verbinding met de rest van de wereld weer duurder en moeilijker.
Voorzitter. Uiteindelijk moet de inzet eenvoudig zijn: Schiphol moet weer kunnen groeien en floreren, nieuwe verbindingen aantrekken, ruimte geven aan innovatie en onze positie in de wereld versterken. Nederland heeft niets aan een luchthaven die langzaam wordt teruggebracht tot wat binnen alle modellen nog net mogelijk is. Daarom een laatste vraag voor de minister: hoe gaat hij ervoor zorgen dat Schiphol niet alleen juridische zekerheid krijgt, maar ook daadwerkelijk het economisch perspectief om zijn hubfunctie te behouden en in de toekomst weer te kunnen groeien?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven een krappe 30 minuten nodig te hebben voor de beantwoording van alle vragen. Hoe eerder de minister klaar is, hoe eerder wij ook weer beginnen, dus blijf in de buurt. Ik schors voor een krappe 30 minuten.
De voorzitter:
Ik heropen het debat. Wij debatteren momenteel over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Wij hebben de eerste termijn van de Kamer achter de rug en zijn toegekomen aan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef daartoe de minister graag het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Schiphol heeft twee kanten, die vandaag uitgebreid in het debat aan de orde zijn geweest. Aan de ene kant is er de positieve kant; zo noem ik het maar. Aan de andere kant is er de meer negatieve kant, die hinder voor omwonenden behelst. Laat ik met de positieve kant beginnen. Luchtvaart is een belangrijke pijler onder onze economie. Het is Schiphol dat Nederland en de Nederlandse economie met de rest van de wereld verbindt. Dat is zeker voor een van de meest open economieën van de wereld van cruciaal belang. Schiphol is namelijk een van de weinige luchthavens ter wereld die binnen 24 uur verbonden is met zo'n beetje elk economisch centrum, eigenlijk zelfs met elke mogelijke bestemming, in de wereld. Het is daarmee een ontzettend belangrijk handelsknooppunt in de wereldeconomie. Het is een eeuwenoude economische wet dat welvaart daar ontstaat waar handelsknooppunten zijn. Door Schiphol kunnen Nederlandse bloemtelers, biotechbedrijven en andere ondernemers makkelijk zakendoen in het buitenland, waar wij nog steeds een derde van ons geld verdienen. Het is ook de reden dat bedrijven naar Nederland komen en hier investeren. Die bedrijven zorgen ook voor banen en belastinginkomsten, waardoor wij alles kunnen doen wat wij belangrijk vinden: investeren in ouderenzorg, in jeugdzorg, in de politie. Dat staat nog los van de 111.200 directe en indirecte banen die Schiphol oplevert en waaraan ontzettend veel Nederlandse gezinnen hun bestaanszekerheid ontlenen.
Ik zei het in het begin al: tegelijkertijd erkent het kabinet dat een luchthaven van deze omvang onvermijdelijk en onlosmakelijk hinder veroorzaakt. Ik wil dat geenszins bagatelliseren. Vorige week heb ik nog — de heer Heutink had het er net al even over — gelogeerd bij een lid van de MRS, direct onder de Zwanenburgbaan. Als je daar logeert, zeker met het raam open, dan merk je dat. Dat heeft een enorme impact. Daarom heeft het kabinet zich ook tot doel gesteld om de geluidshinder te reduceren, daarmee de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen en te zorgen voor juridische duidelijkheid en stabiliteit voor alle partijen. Met dit LVB wordt dat doel bereikt. Met een geluidsdoel van 20% minder ernstig gehinderden en 15% minder slaapverstoring in de nacht zorgt het kabinet ervoor dat substantiële hinderreductie gerealiseerd kan worden. Tegelijkertijd blijft hiermee de goede verbondenheid van Nederland in het nationale en algemene belang gewaarborgd.
Om invulling te geven aan het geluidsdoel is vervolgens de verplichte Europese Balanced Approachprocedure doorlopen; we kennen 'm allemaal. Binnen deze procedure heeft een afweging plaatsgevonden, inclusief raadpleging van alle stakeholders, over de mogelijke geluidsreducerende maatregelen. Dit heeft geleid tot het volgende maatregelenpakket. Het weren van de meest lawaaiige toestellen in de nacht, stimulering van stillere toestellen door middel van tariefdifferentiatie, inzet van stillere toestellen in de nacht door KLM, reductie van het aantal nachtvluchten van 32.000 naar 27.000 en reductie van het maximumaantal vliegbewegingen van 500.000 naar 478.000. Hiermee wordt het doel voor de nacht gehaald en de eerste 15% van de 20% voor het etmaal. Sterker nog, het doel voor de nacht zit er ruimschoots overheen. Schiphol is daarmee wel de eerste luchthaven ter wereld die moet krimpen, in een sector die jaar op jaar groeit. Het kabinet heeft in dit proces uitdrukkelijk de belangen van alle stakeholders evenwichtig gewogen en is van mening dat hierbij de juiste balans is gevonden.
Voor de zomer heeft uw Kamer de voorhang van het LVB afgerond en verzocht om een debat na publicatie van het advies van de Raad van State. Het advies van de Raad van State betreft een dictum b en richt zich hoofdzakelijk op aandachtspunten die in de toelichting nader moeten worden gemotiveerd. Dit zorgt ervoor dat het LVB een heel stuk dichterbij komt. De afdeling onderschrijft ook het belang om de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen en een evenwicht te vinden tussen de belangen van de luchthaven en diens gebruikers en de belangen van omwonenden. Afgelopen vrijdag heb ik u tevens een brief gestuurd met een nadere duiding van het advies van de Raad van State. In dit debat spreek ik graag verder met de Kamer over hoe om te gaan met de aandachtspunten die de Raad van State heeft gegeven en hoe ik daar verder opvolging aan geef.
Voorzitter. Dat ter introductie. Er zijn veel vragen gesteld, die ik ga beantwoorden in blokjes. Ik weet dat u er prijs op stelt als ik van tevoren aangeef welke blokjes dat zijn. Dat is allereerst handhaving en ILT, vervolgens bescherming, terugkeer naar 500.000, natuurvergunning, belangenafweging, MER en overig.
De voorzitter:
Ik heb het idee dat mevrouw Kröger een blokje mist, of vul ik dat te voorbarig in? Ik wilde ondertussen ook aan de Kamer voorstellen dat we vragen toestaan na afronding van elk blokje. Dan weten we ook zeker dat de minister de vragen over dat onderwerp allemaal beantwoord heeft.
Mevrouw Kröger (PRO):
Aangezien de minister in zijn introductie al vrij uitvoerig praat over de belangenafweging, had ik gehoopt dat hij dat blokje als eerste zou doen. Maar ik kan mijn vraag over de belangenafweging ook gewoon stellen. Hoe kan de minister schetsen dat er een fair balance is getroffen, een belangenafweging is gemaakt, als de rapporten die hij zelf heeft uitgevraagd zeggen dat het optimum bij 460.000 ligt, dus dat voor de economie 460.000 het beste is, terwijl het evident is dat voor omwonenden minder vluchten beter zouden zijn? Hoe kan hij dan met droge ogen in de Kamer 478.000 vluchten verkopen als een fair balance?
Minister Karremans:
Rondom luchtvaart gelden ontzettend veel regels, onder andere regels die gelden op Europees niveau als een lidstaat bijvoorbeeld geluidsdoelen wil realiseren rondom een luchthaven. Dat is de Balanced Approachprocedure. Daarin stop je een geluidsdoel. Dat heeft het kabinet afgewogen. Het kabinet heeft uiteindelijk gekozen voor 15% plus 5%, dus daarmee 20% geluidsreductie op het etmaal. Daar is de Balanced Approachprocedure doorlopen. Die is doorspekt met regels en geeft precies aan wat voor maatregelen je eerst moet nemen om vervolgens te komen tot capaciteitsvermindering. Dat zit allemaal in het LVB. Dat heeft uiteindelijk geleid tot 478.000 vluchten, vliegbewegingen die als maximum gaan gelden in een jaar op Schiphol. De 460.000 die mevrouw Kröger noemt, herken ik niet, zeker niet als optimum. Nergens, in geen enkel rapport, staat beschreven dat dat een optimum zou zijn. Er is wel een aantal scenario's in kaart gebracht, maar daarbij is niet gezegd dat dit een optimum zou zijn. Dat is dus ook niet het geval.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het SEO-rapport 2025 vergelijkt 500.000 met 460.000. De minister kiest ervoor om te willen groeien naar 500.000. Hij zou ook kunnen zeggen: ik heb de ambitie om te krimpen naar 460.000. Dat was ook een optie geweest. Dan moet je inderdaad weer door stappen heen, maar het kan wel je ambitie zijn. Het aantal van 460.000 is beter voor onze welvaart dan 500.000, dus waarom denkt de minister dat het een goed idee is, een fair balance waarbij je de economie en de belangen van omwonenden tegen elkaar afweegt, om nu in te zetten op 478.000 met groei naar 500.000?
Minister Karremans:
Nogmaals, ik herken de conclusie niet dat dat het optimum zou zijn. Ten tweede heb je je te houden aan Europese voorgeschreven regels. Die zeggen dat je er een geluidsdoel in zet en dat er vervolgens een aantal maatregelen uit komen, waaronder dus uiteindelijk een capaciteitsvermindering en dus een aantal vliegbewegingen, en dat is dat aantal van 478.000.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat is gewoon geen antwoord op mijn vraag. De minister klikt "478.000" vast en wil doorgroeien naar 500.000. Mijn vraag is waarom hij niet gaat krimpen naar 460.000, aangezien SEO, in een rapport dat voor hem is geschreven, zegt dat dat beter is voor onze economie dan 500.000. Dus waarom kiest de minister daar niet voor?
Minister Karremans:
Ik blijf mezelf herhalen, maar nogmaals: ik herken niet dat dat een optimum zou zijn. Het kabinet heeft helemaal aan het begin van deze procedure gezegd dat er een nieuwe balans moet komen tussen aan de ene kant de belangen van omwonenden en aan de andere kant de gerechtvaardigde belangen — overigens zijn de belangen van de omwonenden natuurlijk ook gerechtvaardigd — van de luchtvaartsector, het nationaal en algemeen belang en de verbondenheid van Schiphol, die belangrijk is voor onze economie. Dat heeft het kabinet geformuleerd in een geluidsdoel. Dat geluidsdoel is de basis geweest van de Balanced Approachprocedure. Daarvan zijn die 478.000 vluchten het resultaat.
De voorzitter:
Start u met het blokje handhaving en ILT.
Minister Karremans:
Dank u wel. De eerste vraag is van mevrouw Zwinkels. Kan ik toezeggen dat de ILT voldoende instrumenten heeft om op te treden en dat ik niet ga wachten op 2030 maar zo spoedig mogelijk kom met een wetswijziging? Het klopt dat ik in de brief die ik de Kamer heb gestuurd naar aanleiding van het advies van de Raad van State, heb aangegeven dat er een mogelijkheid zou zijn om de bevoegdheid van de ILT om een bestuurlijke boete op te leggen vorm te geven in een apart wetstraject. Dat zou een sneller traject zijn dan als je het zou meenemen in de totale herziening van het stelsel vliegtuiggeluid. Volgens mij is de heel directe vraag van mevrouw Zwinkels aan mij of ik dat wil doen. Ik heb de Kamer natuurlijk breed gehoord. Ik wil toezeggen dat ik dat ga doen. Ik zal dat dan ook verwerken in een nader rapport en in de toelichting van het LVB, omdat ik het belangrijk vind dat er lik op stuk plaatsvindt als er sprake is van overschrijding van een grenswaarde. Dat neemt overigens niet weg — dat is het punt dat de Raad van State gemaakt heeft en waarover mevrouw Zwinkels mij nu een toezegging heeft gevraagd — dat er ontzettend veel mogelijkheden zijn voor de ILT om te handhaven. Wanneer dus bijvoorbeeld een regel in het LVB wordt overtreden, dan kan de ILT nu al direct een boete opleggen. Dat gaat bijvoorbeeld over baangebruik of over het gebruik van APU's. Bij een dreigende overschrijding van de grenswaarden — daar is het ook over gegaan — moet er een beheersplan worden opgesteld door Schiphol, LVNL en de sectorpartijen; dat staat ook in het LVB. In dat beheersplan moeten stuurmaatregelen zitten om uiteindelijk overschrijding te voorkomen. We kijken dus niet alleen maar achteraf, we houden ook per maand bij of er sprake zou zijn van een dreigende overschrijding. Als dat het geval is, kan de ILT dus ingrijpen. Mochten die stuurmaatregelen volgens de ILT niet afdoende zijn, dan kan die een aanwijzing geven om ervoor te zorgen dat die stuurmaatregelen dat wel worden. Daarbij kunnen ze een last onder dwangsom opleggen. Bij overschrijding van een grenswaarde, dus ondanks dat beheersplan, kan de ILT een handhavingsmaatregel opleggen. Die ziet erop dat het jaar erna de overschrijding niet nog een keer kan plaatsvinden.
Deze maatregel is vormvrij, zeg ik erbij. De ILT zal dit doen, afhankelijk van de reden van overschrijding. Als de handhavingsmaatregel niet wordt nageleefd, kan de ILT een last onder dwangsom opleggen, en uiteindelijk kunnen ze dan ook een boete opleggen. Daarmee heeft de ILT voldoende middelen om het LVB actief en effectief te handhaven. Ik zeg er wel bij: ik heb natuurlijk ook het advies van de Raad van State gelezen en ik heb ook de Kamer gehoord en de vraag van mevrouw Zwinkels. Wij zullen dat wetstraject apart gaan vormgeven en zo snel mogelijk naar de Kamer sturen. Daar zitten nog wel een paar ingewikkeldheden in, maar we gaan morgen gelijk aan de slag, zou ik zeggen.
Dan de vraag van de heer Grinwis over de vragen van de Raad van State ten aanzien van de handhaving door de ILT. Kunnen zij echt ingrijpen als normen worden overschreden? Volgens mij heb ik net ook toegelicht wat de ILT allemaal kan, dus het antwoord daarop is ja. Ik heb net iets toegezegd richting mevrouw Zwinkels: dat ik omwille van de snelheid een apart traject vorm zal geven ten aanzien van de bestuurlijke boete bij directe overschrijding van de grenswaarden.
Dan de vraag: heeft het systeem zonder bestuurlijke boete niet onvoldoende tanden? Op die vraag heb ik eigenlijk hetzelfde antwoord.
De vraag van het lid Kostić is of ik kan toezeggen vóór de behandeling van de IenW-begroting aan te geven wat nodig is voor de ILT om het LVB te kunnen handhaven. Dat kan ik inderdaad toezeggen. Dat zullen we de Kamer dan toesturen. Ik heb ook al eerder richting mevrouw Kröger gezegd dat wij dat handhavingscapaciteitsvraagstuk ook gaan bespreken met de ILT. Laat ik één ding helder zeggen: als er regels zijn, moet er ook worden gehandhaafd. Dat moeten we dus linksom of rechtsom met elkaar gaan regelen.
Dan de vraag van mevrouw Van der Plas: welke concrete wijzigingen breng ik naar aanleiding van dit advies aan in het handhavingsinstrumentarium van de ILT? En krijgt de ILT voldoende ondersteuning om al haar nieuwe taken uit te voeren? Ik heb net al gezegd dat ik dus aan de slag wil met die tussentijdse wijziging van de wet waarmee de ILT de mogelijkheid krijgt om een bestuurlijke boete direct op te leggen.
Dan de vraag van de heer Köse hoe ik de vaste grenswaarden rijm met de motie die uitspreekt geen ruimte te bieden voor geluidshinder of meer vliegbewegingen. Hij vraagt of ik voornemens ben de breed gedragen motie uit te voeren en geen extra ruimte te bieden voor vliegtuigbewegingen. Vanzelfsprekend! In de motie wordt onder andere verzocht om inzichtelijk te maken dat de grenswaarden alleen marges voor reguliere variatie in de operatie bevatten, en niet onbedoeld extra ruimte voor geluidshinder of meer vluchten bieden. Dat is inderdaad het geval. De grenswaarden zijn zo bepaald dat ze passen bij het hinderbeperkende maatregelenpakket uit de Balanced Approachprocedure, en ze creëren geen extra ruimte. Wel is het zo dat er natuurlijk gevoeligheidsanalyses op zijn uitgevoerd. Er wordt historisch gekeken uit welke hoek de wind komt waaien. Dat bepaalt namelijk nogal veel voor onder andere het baangebruik. Dus zo is ernaar gekeken. De realiteit is natuurlijk ook dat de operatie wel gewoon binnen de grenswaarden gevlogen moet kunnen worden, en niet meer dan dat. In de herziene MER hebben we die nadere informatie over de werking van het stelsel en de grenswaarden opgenomen. Na vaststelling van het LVB wordt gezorgd voor duidelijke communicatie richting omwonenden, iets waarover mevrouw Zwinkels ook al eerder bij ons aan de bel heeft getrokken.
Mevrouw Zwinkels zegt ook: er is eerder een motie ingediend over de handhavingspunten, en we vragen ons af of er toch niet iets over de communicatie — dat gaat dus inderdaad hierover — opgenomen kan worden in een nieuw hoofdstuk dat is toegevoegd aan de herziene MER. De MER bevat een beschrijving van de milieueffecten. Los daarvan doen we die communicatieaanpak. Ik denk ook niet dat iedere omwonende van Schiphol de MER erbij pakt. Maar dat willen we gewoon op een goede, laagdrempelige manier doen. Dat zullen we doen na inwerkingtreding van het LVB.
Wat gebeurt er als de geluidsruimte bij een handhavingspunt al op is voordat het toegestane aantal vluchten is bereikt? De normen voor de handhavingspunten staan vast. Zodra er zicht is op een dreigende overschrijding, stelt Schiphol in samenwerking met LVVN en de sector een beheersplan op om deze overschrijding te voorkomen. Ik heb net toegelicht hoe de hele regelgeving daaromtrent is geregeld.
Welke maatregelen kunnen er op korte termijn worden ingezet als een grens dreigt te worden overschreden? Ik denk dat ik net ook al heb toegelicht wat de mogelijkheden dan zijn.
De vraag van de heer De Groot is: wanneer is duidelijk of er eventueel een apart wetstraject komt? We zullen daar zo snel mogelijk mee aan de slag gaan. We zullen de Kamer natuurlijk op enig moment informeren over de voortgang en de verwachte planning.
Er is gevraagd hoe ik zorg voor effectieve handhaving zonder de vaststelling van het LVB opnieuw onnodig te vertragen. Het ILT beschikt met dit LVB over voldoende handhavingsmiddelen, dus het kan zonder vertraging worden vastgesteld.
Tot slot vroeg mevrouw Van der Plas: hoe wordt structureel geborgd dat nieuwe vliegtuigtypen en gewijzigde geluidsprestaties tijdig in de gebruikte modellen worden verwerkt, voordat op basis daarvan besluiten over geluidshandhaving en beschikbare geluidsruimte worden genomen? Toesteltypes en hun geluidsprestaties zijn opgenomen in de zogenoemde ANP-database van EASA, overigens niet te verwarren met de persdatabase. EASA voert het beheer hierover. Bij elk nieuw besluit wordt uitgegaan van actuele gegevens. De handhaving is altijd gebaseerd op dezelfde gegevens als waarmee de norm is gesteld, want anders is het een kwestie van appels met peren vergelijken.
Mevrouw Van der Plas heeft natuurlijk ook een vraag gesteld naar aanleiding van die ene keer dat er nog wat moest worden geüpdatet. Die casus betrof dit gebruiksjaar. In de BA-monitoring is bij het eerste monitoringsmoment met dezelfde toestellen gewerkt als bij het vaststellen van het doel in 2023. Door de BA-maatregelen bleken er toestellen te worden ingezet die niet in de database zaten. Daarom is voor het tweede monitoringsmoment gekozen om de database te actualiseren met de nieuwe toestellen. Dat zal ook weer worden gedaan bij de volgende monitoringsmomenten. Daarmee is dat dus opgelost.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de collega's. Het lid Kostić was er net al, maar laat mevrouw Zwinkels eerst aan het woord.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank aan de minister voor de toezegging ten aanzien van de bestuurlijke boete, namelijk om daar een wetswijziging voor naar voren te trekken. Ik zie ook dat de minister daar haast mee heeft en dat zo snel mogelijk gaat oppakken. Ik ben natuurlijk wel nieuwsgierig of hij al kan schetsen wanneer dat ongeveer onze kant op zou gaan komen. Daar mag hij ons ook later over informeren.
Minister Karremans:
Dat zou ik graag later willen doen, omdat dat nog best wel ingewikkeld is. Je moet namelijk ook kijken wie je aanspreekt bij welke overschrijding. Maar daar moeten we uit kunnen komen. We zullen de Kamer zo spoedig mogelijk daarover informeren.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel. Dan wil ik ook nog even refereren aan de andere toezegging die ik heb gekregen, namelijk de toezegging ten aanzien van de communicatie omtrent de handhavingspunten. Ik ben erg blij dat dat bij de inwerkingtreding gaat gebeuren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Hoor ik de minister nu zeggen dat hij voor de begroting van IenW gaat kijken waar hij extra geld vandaan gaat halen voor extra capaciteit voor de ILT?
Minister Karremans:
Ik heb gezegd dat de bottomline is dat de handhaving linksom of rechtsom gewoon goed geregeld moet worden. Als dat een capaciteitsvraagstuk is, moeten we, moet ik, dat oplossen. De vraag van het lid Kostić was volgens mij of ik inzichtelijk kan maken wat de financiële vraag is. Dat wil ik natuurlijk toezeggen. Ik heb ook al toegezegd in antwoord op een vraag van mevrouw Kröger dat ik dat met de ILT ga bespreken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voor ons is het belangrijk dat de minister zegt: ik sta er ook voor open dat we extra budget voor de ILT vrijmaken als dat nodig is. Is de minister daartoe bereid?
Minister Karremans:
Ja, daar sta ik zeker voor open.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje twee: bescherming.
Minister Karremans:
Ja, dank u wel, voorzitter. Dat begint met het informatieverzoek aan mij over de groeiverdiensystematiek en wat ambtenaren daar precies over gezegd hebben. Dit is aan de orde gekomen tijdens een technische briefing door ambtenaren van IenW aan de Kamerleden, afgelopen april. Daar is toen toegelicht dat er internationaal, en dan zeg ik het erg eufemistisch, veel aandacht is voor de krimp van Schiphol, en ook dat er internationaal veel waarde wordt gehecht aan het bieden van perspectief op groei. Als ik het goed heb, bent u beiden bij de technische briefing geweest, net als wel meer Kamerleden. Er is dus sprake van gelijke informatiestand. Om het precies te maken: ambtenaren hebben daar aangegeven hoe belangrijk dit is in de internationale context. Om het nóg preciezer te maken, zonder in al te veel detail te treden: de Amerikaanse overheid heeft hier op meerdere momenten met klem aandacht voor gevraagd en heeft aangegeven dat er anders tegenmaatregelen overwogen zouden worden. Als dat zou gebeuren, zou dat hele desastreuze effecten hebben op de Nederlandse luchtvaart, de positie van Schiphol en Nederlandse luchtvaartmaatschappijen.
De voorzitter:
We waren nog niet aan het einde van het blokje, maar ik sta u een vraag toe, omdat het over een informatieverzoek ging, mevrouw Kröger. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het CDA zei net: wij gaan nu mee in de groei van Schiphol, omdat die nodig is om de doelen te halen. De minister zegt nu: er is een dreigement van de Amerikanen, die zeggen dat ze hele vervelende maatregelen gaan nemen; daarom moeten we Schiphol laten groeien. Is dat de argumentatie?
Minister Karremans:
Kijk, de luchtvaart is een sterk internationale sector. Een vliegtuig stijgt ergens op en moet ergens landen. Verschillende landen, en de Europese Commissie ook, hebben grote belangen bij een sterke positie van Schiphol. Daar zijn ook sterke Amerikaanse belangen bij gemoeid. Het is dus ook niet gek dat overheden zich daarmee bemoeien. Daar hebben we ons rekenschap van te geven. We kunnen niet doen alsof we in die zin alleen op de wereld zijn. Dat is iets wat het kabinet natuurlijk moet meewegen in het geheel. We hebben te maken met een groeiverdiensystematiek in een groeiende sector. De luchtvaart groeit jaar op jaar met ongeveer 3%. We zien om ons heen allerlei landen, onder andere Kopenhagen, investeren in de luchtvaartsector, in luchthavens. Als Schiphol krimpt en vervolgens stil blijft staan, is dat uiteindelijk natuurlijk heel slecht voor je concurrentiepositie. We vinden het te verdedigen in het licht van het meer in balans brengen van de luchthaven met de belangen van omwonenden. We staan alleen een terugkeer toe onder hele strikte voorwaarden. Dat vind ik dus goed te verdedigen, ook in het licht van de incentive, de prikkel, die je wil geven aan luchtvaartmaatschappijen om te investeren in stillere toestellen op Schiphol. Daar hebben we natuurlijk niet alleen wat aan voor het laatste beetje extra vluchten ten aanzien van de 478.000, maar daar heeft de hele operatie, van 478.000 plus wat er dan ook bij zit tot de max van 500.000, ontzettend veel profijt van.
Mevrouw Kröger (PRO):
Nederland heeft zich dus laten chanteren door de Amerikaanse overheid om Schiphol te laten groeien, ondanks het feit dat het slecht is voor de omwonenden en dat de rapporten van de minister zelf zeggen dat 460.000 economisch gezien beter is dan 500.000? We zijn gezwicht voor chantage door de Amerikanen. Is dat het argument?
Minister Karremans:
Nee, dat heb ik net ook niet gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
De minister gaf net aan dat er sterke belangen waren vanuit Amerika, dat zei dat we groei mogelijk moesten maken, en dat dat een van de redenen is geweest waarom wij nu groei toestaan. Correct? We zijn dus gezwicht voor deze druk van de Amerikanen.
Minister Karremans:
Nee, daar gaat mevrouw Kröger toch veel te snel over één nacht ijs. Ik heb gezegd: je hebt je in de luchtvaartsector, in een sterk gereguleerde internationale situatie, rekenschap te geven van de belangen van andere landen, omdat die ook belangen hebben bij Schiphol, net zoals wij belangen hebben bij luchtvaartbeleid in bijvoorbeeld Amerika, Duitsland of Frankrijk. Het is dus logisch dat overheden zich daarmee bemoeien. Nederland heeft natuurlijk alles netjes meegewogen — dat heeft het kabinet gedaan — waaronder de belangen van omwonenden, de economische belangen van Schiphol en de internationale context. Daar hebben wij nooit geheimzinnig over gedaan. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het Luchthavenverkeerbesluit dat nu voorligt.
Voorzitter. Mevrouw Kröger vroeg of ik erken dat er een besluit voorligt zonder draagvlak van de mensen om wie het gaat. Nee, dat is niet het geval. Door het vastleggen van de regels in het LVB wordt het anticiperend handhaven beëindigd en is er dus weer rechtsbescherming voor omwonenden. Ik heb de afgelopen tijd ook ontzettend veel omwonenden gesproken die zeggen: "Ik snap dat Schiphol moet bestaan. Sterker nog, we verdienen er een hele goede boterham aan. Maar zorg alsjeblieft voor regels." Dat is inderdaad het minste wat we voor de omwonenden kunnen doen; dat vind ik ook. Dat is een van de grootste redenen, zo niet de grootste reden, waarom ik vind dat we dit LVB moeten vaststellen.
Daarnaast is de bescherming van omwonenden meegenomen bij het bepalen van nieuwe handhavingspunten. Ik doel op het aantal en de locaties. Zo zijn er in het nieuwe handhavingsstelsel veel meer handhavingspunten: 148 in plaats van 35 voor het etmaal en 59 in plaats van 25 voor de nacht, en in een groter gebied rond Schiphol. Omwonenden kunnen zich hierop beroepen. Ik kan niet ontkennen dat niet iedereen hier tevreden over is. Daar wil ik ook helemaal niet van weglopen. Maar het kabinet vindt dit de juiste balans.
Dan vroeg mevrouw Kröger waarom ik kies voor dit wankele juridische pad. Ik denk niet dat het een wankel juridisch pad is. Ik denk dat het LVB juridisch robuust is. Er is namelijk alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat het LVB juridisch houdbaar is, onder andere door aan alle verkregen adviezen opvolging te geven. Zo is de MER herzien, is er een extra referentiesituatie naar het hoofdrapport getild en wordt het advies van de Raad van State opgevolgd. Het advies dictum b van de Raad van State geeft vervolgens vertrouwen in het vervolg. Ik heb natuurlijk ook de commentaren op dat advies gezien. Het is een advies dictum b. In de regel krijg je daarvoor in de ministerraad applaus. Een advies dictum b is iets wat je als bewindspersoon graag krijgt. Uiteindelijk is het uiteraard aan de rechter om de juridische houdbaarheid te toetsen; dat is niet aan mij.
Dan vroeg de heer El Abassi of ik kan uitleggen wat de inkrimping van Schiphol daadwerkelijk oplevert. Ik denk dat het belangrijk is dat we naar die nieuwe balans toe gaan. Aan de ene kant is Schiphol natuurlijk heel belangrijk voor onze economie, maar aan de andere kant speelt natuurlijk al heel lang de kwestie van die rechtsbescherming die moet worden hersteld; dat doen we hiermee. De geluidshinder voor omwonenden wordt gereduceerd en er wordt juridische duidelijkheid gecreëerd voor de sector. Dat zijn alle drie zeer belangrijke doelen om na te streven. Dat zijn ook drie doelen die we met dit LVB realiseren.
Dan een vraag van de heer El Abassi over de nacht, en over dezelfde hoeveelheid verkeer in minder uren proberen te proppen. De minister erkent dat het huidige stelsel vooral naar TVG kijkt en dat frequentie en piekbelasting pas nadrukkelijk onderdeel worden van het nieuwe geluidsstelsel richting 2030. Kan hij dan uitleggen waarom die zaken niet eerder aan bod komen? Het is toch niet zo dat we er straks achter gaan komen dat we maatregelen aan het nemen zijn die de geluidshinder niet verminderen maar juist vermeerderen, omdat we al die vliegbewegingen bij elkaar proppen? Er zijn verschillende manieren om hinder te beperken. Onder het nieuwe stelsel is het voornemen om dat te doen met een aanvullende hinderindicator, bijvoorbeeld frequentie of piekbelasting. Daar wordt dus aan gewerkt. Ik zeg er gelijk bij dat dit wel ingewikkeld is. Maar in de huidige Wet luchtvaart is het alleen mogelijk om te sturen op het Totale Volume Geluid. Dat doen we hier dus ook. Maar we sturen niet alleen op het Totale Volume Geluid. Er zitten in feite drie sloten op de deur. Het gaat om het maximumaantal vliegtuigbewegingen, om het Totale Volume Geluid en om de beperking middels grenswaarden in de handhavingspunten.
Dan de vraag van de ChristenUnie. Die gaf aan dat door autonome vlootvernieuwing vliegtuigen stiller worden, waardoor er binnen dezelfde geluidsgrens lokaal meer kan worden gevlogen: "In de praktijk betekent dat vaak meer overlast voor mensen omdat het vooral afhangt van het aantal vliegtuigen. Hoe voorkomt de minister dat een theoretische afname van het geluid per vliegtuig leidt tot meer overlast?" Schiphol wordt sowieso per definitie stiller. Het TVG blijft. We hebben nu al die doelstelling in de nacht ruimschoots gehaald: het doel was -15% ernstig slaapverstoorden. We zitten inmiddels op -34%. We zijn goed op weg om ook die -15% op het etmaal te halen, onder andere door die capaciteitsbeperking.
Maar overlast blijft altijd subjectief. Ik heb stellen gesproken rondom Schiphol waarvan de man zei "ik heb er helemaal geen last van" terwijl de vrouw er ontzettend veel last van heeft. Het blijft altijd subjectief. Dat wil niet zeggen dat het geen realiteit is, want dat ís de realiteit van mensen. Maar dat is natuurlijk wel wat dit gecompliceerd maakt.
Dan het punt over de rechtszekerheid. Is die voor de omwonenden opnieuw een wassen neus? Dat denk ik niet. We creëren hier juist rechtszekerheid mee. Het aantal handhavingspunten wordt ook flink uitgebreid, zoals ik net al zei.
Kan ik erkennen dat de omwonenden met dit LVB niet goed beschermd zijn? Dat was een vraag van het lid Kostić. Dat kan ik vanzelfsprekend niet erkennen. Integendeel. De omwonenden krijgen uiteindelijk een veel betere bescherming, met duidelijke geluidsnormen en meer handhavingspunten, na een zorgvuldige procedure waarmee geluidsreductie is gerealiseerd. Dat is dus het geval.
Kan ik toezeggen om het advies van de Gezondheidsraad direct in de wet te verwerken, zodra dat advies er ligt? Ik heb inderdaad, onder andere op instigatie van de MRS, gezegd dat we de Gezondheidsraad om een advies gaan vragen. Die adviesaanvraag is in voorbereiding. De verwachting is dat het totale adviestraject ongeveer anderhalf jaar zal duren. Ik kan niet vooruitlopen op die uitkomsten. Als het advies er ligt, ontvangt de Kamer daar vanzelfsprekend een appreciatie van.
Kan ik bevestigen dat er geen aanvullende beleidsmatige voorwaarden kunnen worden toegevoegd die nu niet in het LVB zijn vastgelegd? In het LVB worden in ieder geval wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Voor een gefaseerde terugkeer geldt dat als de 20% geluidsreductie is bereikt, er een apart besluit genomen wordt en er een voorhang is bij beide Kamers. Dat is een toezegging richting mevrouw Zwinkels. Verzoeken die door de Tweede Kamer worden geuit, krijgen zo goed mogelijk een plek.
De keer Köse vroeg hoe we het belang van een internationale hub verenigen met goede nachtrust. Biedt het LVB voldoende bescherming? Ik zei net al dat het geluidsdoel in de nacht ruimschoots is behaald. Dat was 15% en dat is nu -34%. Met het geluidsdoel voor het etmaal zijn we goed op weg. Bij het vaststellen van dit doel zijn de betrokken belangen gewogen, zowel het belang van een goede verbondenheid van Nederland als de belangen van de omwonenden. Een goede nachtrust is daar natuurlijk een belangrijk onderdeel van. Op basis van het geluidsdoel is de Balanced Approachprocedure doorlopen. Daarnaast staat in dit coalitieakkoord, waar ook mijn handtekening onder staat, en hele duidelijke ambitie om in de nacht nog verder te verstillen. Het kabinet werkt eraan om dat vorm te geven.
De heer Köse vroeg hoe ik ervoor zorg dat ook mensen buiten de 40dB-contour die wel slaapverstoring ervaren, volwaardig worden meegenomen. Wil ik mij hardmaken voor de adviezen van de Gezondheidsraad, GGD GHOR en de WHO-richtwaarde? Met die 40dB-contour wordt juist aangesloten bij de richtlijnen van de WHO. Met dit LVB verkleinen we het gebied waar de geluidsbelasting hoger is dan 40dB Lnight. De handhavingspunten binnen deze contour hebben natuurlijk ook een beschermende werking voor het gebied daarbuiten, omdat het geluid buiten die contour nooit hoger kan zijn dan binnen die contour. Daarmee bescherm je dus ook de mensen die buiten de contour wonen. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State heb ik in de brief gezet dat de modellen bij een lagere geluidsbelasting niet goed gevalideerd kunnen worden door metingen. De WHO zegt dat ook. Handhavingspunten hanteren buiten de 40dB-contour is daarom niet goed uitvoerbaar, omdat de modellen bij dit soort geluidsniveaus onvoldoende betrouwbaar zijn. Je kunt het luchtvaartgeluid dan niet goed onderscheiden van ander omgevingsgeluid. Dat was het antwoord op die vraag.
Dan de vraag van mevrouw Zwinkels: is het nodig om ook een bepaling op te nemen om het maximumaantal naar beneden bij te stellen, zoals de Raad van State zegt, of wordt het aantal van 478.000 dan simpelweg niet bereikt omdat de hindervoorschriften dit niet toelaten? Dat laatste is het geval. Het gaat dan weer om de drie sloten op de deur. De meest knellende norm is inderdaad leidend. Dat heb ik mevrouw Kröger ook horen zeggen. Ik ga het zo nog hebben over de natuurvergunning. Als de luchtvaart op Schiphol tegen de TVG-norm aanloopt, dan is het klaar. Meer mag er niet komen. De ILT zal daarop handhaven. Hetzelfde geldt voor grenswaarden in de handhavingspunten en voor het maximumaantal vliegtuigbewegingen.
Dan een vraag van de heer De Groot of ik verwacht dat verdere vlootvernieuwing, innovatie en tariefdifferentiatie voldoende zullen zijn om die 15% te halen. De tweede tussentijdse monitoringresultaten die naar de Kamer zijn gestuurd, laten een resultaat van 14% zien. Ik heb er ook vertrouwen in — er wordt namelijk hard gewerkt — dat we nog dit jaar compenserende maatregelen treffen die zorgen voor structurele geluidsreductie. Ik heb er vertrouwen in dat daarmee die 15% behaald gaat worden. Het zal uiteindelijk moeten blijken uit de definitieve monitoring na afloop van dit gebruiksjaar.
De Raad van State onderschrijft het belang van herstel van de rechtsbescherming, maar stelt scherpe vragen over de uitwerking. Hoe wordt voor iedere stap naar meer vluchten verzekerd dat de vereiste geluidsreductie duurzaam wordt gehaald? In de systematiek wordt de norm voor het totale volume aan geluid in drie stappen lager. Zo is er een garantie dat de verstilling ook plaatsvindt, want dat wordt dan de geldende norm, waarop de ILT kan handhaven. Er kunnen alleen meer vliegtuigbewegingen zijn als de sector voldoet aan alle normen, waaronder de TVG-norm, ook gedurende het aflopen van die trappetjes.
Dan wil de VVD ook dat goede ervaringen die er zijn met preferentieel baangebruik niet onbenut blijven. Hoe kijk ik hiernaar? Het preferentieel baangebruik zorgt ervoor dat zo veel mogelijk banen worden ingezet waar de minste mensen last van hebben. Dat is natuurlijk een wenselijke uitkomst. Daarom leggen we de regels van het preferentieel baangebruik vast in het LVB. Ook de grenswaarden in de handhavingspunten zijn gebaseerd op dit principe.
De heer Graus vraagt of ik kan zorgen voor een juridisch houdbaar LVB. Dat doen we hiermee, maar uiteindelijk is het aan de rechter, zoals ik net ook al heb gezegd, om er een oordeel over te vellen, als het voor zou komen bij de rechter.
Voorzitter, dat waren alle vragen in dit blokje.
De heer Graus (PVV):
Meteen even over het laatste punt — inderdaad, de minister haalde dat tien minuten geleden ook al aan — namelijk het juridisch houdbare LVB, Luchthavenverkeerbesluit. Wat ik gewoon niet begrijp — ik heb dat ook bij andere dossiers al een keer behandeld — is dat het OM bepaalde strafvorderingseisen heeft, maar de strafoplegging door de rechter daar vaak niet bij aansluit. Nu is het eigenlijk een beetje hetzelfde verhaal. Het ministerie moet toch een paar oud-rechters bij de kladden kunnen pakken of, netjes gezegd, bij hun oren kunnen pakken om te zeggen: jongens, kijk eens effe mee of dat wel zo juridisch houdbaar en logisch is. Iedere rechter kan anders beslissen binnen bepaalde wettelijke kaders; dat begrijp ik ook wel. Maar waarom worden die rechters niet eerder betrokken om ook geldverslindende procedures te voorkomen? Nu zegt deze minister: ja, ik laat het aan de rechter. Maar je kan rechters toch ook vooraf erbij betrekken?
Minister Karremans:
Volgens mij is het niet mogelijk om in Nederland daar prejudiciële vragen over te stellen aan Nederlandse rechters, maar het is zo dat er heel veel wijze en verstandige mensen die heel veel verstand van zaken hebben, gekeken hebben naar het LVB. Uiteindelijk heeft ook de Raad van State dat natuurlijk gedaan, als belangrijkste adviseur van de regering, die natuurlijk ook naar het juridische aspect kijkt. De raad heeft een dictum b-advies uitgegeven, wat een heel positief advies is.
De heer Graus (PVV):
Ik begrijp het en ik weet ook nog alles van de trias politica en zo. Maar je kunt ook oud-rechters, die hier al eerder bij betrokken waren, wel raadplegen. Die mensen vinden het vaak ook nog fijn om te doen. Dat zijn toch mensen die echt aan het front hebben gezeten. Ik weet dat bepaalde rechters niet benaderd zijn. Dat is mij al ter ore gekomen. Ik kan dat gewoon niet begrijpen, want daarmee kunnen we een hele hoop kosten en tijd besparen voor de bv Nederland.
Minister Karremans:
Ik ben heel tevreden met de adviezen die daarover gegeven zijn, ook met dat van de Raad van State, dat natuurlijk een zwaarwegend adviesorgaan is voor de regering.
De voorzitter:
Kort en afrondend, meneer Graus.
De heer Graus (PVV):
Afrondend. Maar hoe kan het dan toch dat rechters vaak totaal anders besluiten aan de hand van wetgeving die wij met z'n allen maken in Nederland en dat rechters daar vaak ook gehakt van maken? Ik denk dat we anders moeten gaan werken. Ik begrijp dat het moeilijk, dat het heel lastig is met rechters die nog zittingen doen. Dat moeten we ook niet willen. Maar je kan toch oud-rechters erbij betrekken? Ik kan niet begrijpen dat dit niet gebeurt.
Minister Karremans:
Ik blijf bij mijn antwoord.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Waar ik een beetje moeite mee heb — ik denk dat dit ook geldt voor veel mensen thuis en de mensen op de publieke tribune — is het gebrek aan reflectie van de minister op de weging van de zwaarte van wat zich tot nu toe allemaal voorgedaan, zoals de mensenrechtenschendingen, volgens de rechter, richting de omwonenden. Er is uitgesproken dat de Staat keer op keer heeft gekozen voor de belangen van de luchtvaart boven het belang van omwonenden. Daar hoort toch een beter verhaal richting de omwonenden tegenover te staan, zodat je op z'n minst kan zeggen: ik heb één omwonendenorganisatie aan mijn zijde?
Minister Karremans:
Maar ik ben het er niet mee eens dat dit een eenzijdig verhaal voor de luchtvaart is. Hiermee wordt Schiphol de eerste luchthaven ter wereld ooit die gaat krimpen vanwege door de overheid opgelegd beleid. Hiermee realiseren wij significantie geluidsreductie in de omgeving. Dat zit ook in de monitoringsrapportages. Je ziet het ook bij het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol. Daar zijn in het eerste kwartaal van 2026, zeg ik uit mijn hoofd, 25% minder meldingen over het etmaal binnengekomen ten opzichte van het jaar daarvoor. In het tweede kwartaal van 2026 was dat 27% minder. Je ziet dus daadwerkelijk effect van die geluidsreducerende maatregelen. Ik denk dat dat belangrijk is, omdat ik ook altijd heb gezegd: een luchthaven als Schiphol gaat altijd onvermijdelijk en onlosmakelijk gepaard met hinder, maar het is wel belangrijk dat zo'n luchthaven zo veel mogelijk rekening houdt met zijn buren, terwijl de verbondenheid van Nederland voor ons allemaal, voor onze economie en alle dingen die we hier belangrijk vinden en waar we geld aan uitgeven, behouden blijft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit bedoel ik dus. Dit is echt een klap in het gezicht van al die omwonenden. De minister zegt: we doen eigenlijk al heel veel; het gaat eigenlijk al heel goed. Er is helemaal geen sprake van krimp. De omvang van Schiphol blijft gewoon hetzelfde. Die 478.000 vluchten is ongeveer wat ze nu ook al maken. Dat gaat niet krimpen. En de geluidsreductie waar de minister het over heeft, gaan die omwonenden niet merken, omdat de hoeveelheid vluchten ongeveer hetzelfde blijft. Dat heeft D66 net ook uitgelegd. Dat is allemaal al vastgesteld. Ik vraag dus nogmaals aan de minister of hij erkent dat hij hier echt een grotere beweging moet maken richting omwonenden, gezien het verleden en het grote onrecht dat ze is aangedaan.
Minister Karremans:
Blijkbaar merken ze het wel. Nogmaals, overlast blijft natuurlijk altijd subjectief, maar ik heb net niet voor niets het aantal meldingen bij het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol vermeld. Daarnaast is het zo dat er nu inderdaad 478.000 vluchten gevlogen worden — dat is hoeveel er vorig jaar ongeveer gevlogen is — omdat er sprake is van anticiperend handhaven. Er is dus gekeken naar de uitkomst van de Balanced Approachprocedure en toen zijn ze anticiperend op het LVB gaan vliegen. Maar dat neemt niet weg dat de Hoge Raad heeft gezegd dat de 500.000 vluchten die feitelijk zijn gevlogen in 2019 het uitgangspunt zijn bij het ingaan van die Balanced Approachprocedure. Daarmee krimpt Schiphol dus wel degelijk. Ik denk dat het een verdedigbare stap is, juist in het licht van het meer in balans brengen van de belangen van de omwonenden en de belangen van Schiphol.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De minister probeert met allemaal technische woorden te verhullen dat hij helemaal niks doet wat er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat de schade aan de gezondheid van omwonenden gaat verminderen. Dan stel ik hem nog een laatste vraag. Noem één omwonendenorganisatie, slechts één, die blij is met wat er nu voorligt.
Minister Karremans:
Ik heb leden van de MRS gesproken die achter dit voorstel staan. Ja, dat is wel waar.
De voorzitter:
Ik ga de leden, alle aanwezigen, ook in vak K, vragen om iets bondiger te worden. Het debat is ontzettend belangrijk, dus ik wil daar ook de tijd voor geven, maar ik denk dat we elkaar ook een beetje helpen als het allemaal wat bondiger wordt. De heer Köse gaat daar, denk ik, een heel goed voorbeeld in geven.
De heer Köse (D66):
Ik hoop het, voorzitter. Ik vroeg hoe het zit met de mensen die buiten de contouren zitten van die 40 decibel voor de nachtrust. De minister ging daar heel snel overheen en zei: dat is moeilijk te meten en dat kun je eigenlijk niet doen. Maar er ligt gewoon een advies van de Raad van State. Die zegt: daar zou je iets mee moeten doen, desnoods misschien zelfs meten. Dat staat letterlijk in het advies.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Köse (D66):
Tegelijkertijd zegt ook de Rechtbank Den Haag dat we hier iets mee moeten. Mijn vraag is dus: hoe kan de minister hier zo snel overheen gaan?
Minister Karremans:
De Raad van State zegt: doe daar wat aan of licht beter toe waarom je dat doet. Ja, zeker wel. Dat doen we ook door beter uit te leggen waarom dat het geval is. Ten eerste zegt ook de WHO dat het onder die 40 decibel moeilijker meetbaar is. Dan krijg je niet-gevalideerde modellen. Ten tweede sluiten we aan bij de richtlijnen die de WHO daar ook al over heeft. Ik zeg inderdaad "ook", want de geluidsbelasting achter de grens van die contour is minder dan dichterbij de luchthaven.
De heer Köse (D66):
De minister gaat nog steeds voorbij aan het feit dat er een vonnis ligt van de Rechtbank Den Haag. Die zegt: neem het grote aantal mensen dat buiten de contouren woont en dat ook last heeft van slaapverstoring serieus; doe daar wat mee en maak daar beleid voor. Daar gaat de minister nu letterlijk totaal aan voorbij. De Raad van State geeft, naast datgene wat de minister zegt, wel degelijk ook aan dat je ook zou kunnen meten. Dat staat letterlijk in dat advies. Hoe reflecteert de minister daarop? Is hij bereid hier meer actie op te ondernemen? Dit voelt namelijk toch als veel te weinig.
Minister Karremans:
Kijk, ik kan geen ijzer met handen breken. Als dat niet te meten is, dan is dat niet te meten. Dat zegt de WHO ook. Op zich is 40 decibel een vrij laag aantal decibellen en toch hebben we daar handhavingspunten op gelegd. De WHO zegt dat het op een gegeven moment niet meer meetbaar is als je nog lager gaat, dus dat je dat niet moet doen. Dat zijn wetenschappelijke inzichten die wij daarbij hanteren. Ik snap het punt van de heer Köse heel goed. Dat willen we goed uitleggen. Maar ik wil er wel eerlijk over zijn dat dat natuurlijk wel de grens is hoever ik kan gaan bij die handhavingspunten, die — dat is wel de realiteit — enorm worden uitgebreid, van 35 naar 148.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Köse (D66):
Kort en afrondend, voorzitter. De minister zegt nu met name "ik kan het niet meten" en "het is moeilijk", maar de rechtbank vraagt om duidelijk beleid. Dus wat kan de minister doen, vraag ik heel concreet, om deze mensen te helpen, ook buiten die contouren? Wat zijn concreet de dingen die hij kan doen? Ik snap dat hij daar nu misschien geen antwoord op heeft, maar is hij bereid daarop terug te komen richting de Kamer? Hoe gaat hij de mensen buiten de contouren die nachtrustverstoring hebben, ook helpen?
De voorzitter:
Hoe gaat de minister buiten de contouren …
Minister Karremans:
Natuurlijk doordat alle maatregelen die worden genomen in het LVB ook ten gunste komen van die groep mensen. Dat is natuurlijk ook het geval. De maatregelen die daarin genomen worden en die flinke hinderreductie opleveren, komen ook ten gunste van die groep mensen. Daarnaast is het zo dat die verdere verstilling in de nacht van Schiphol natuurlijk ook ten gunste komt van die mensen. Dat weet de heer Köse ook. Sterker nog, daar is hij groot voorvechter van.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje drie: de terugkeer naar 500.000.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. In dit blokje zitten niet al te veel vragen. Allereerst de vraag van de heer Heutink. Hij vraagt mij hoe ik er concreet voor ga zorgen dat het groeipad intact blijft en niet wordt gesloopt. In het LVB is een gefaseerde terugkeer naar 500.000 vliegtuigbewegingen opgenomen. Ik ben niet voornemens deze uit het LVB te halen. Er zitten natuurlijk wel ontzettend veel voorwaarden aan vast. Ook het advies van de Raad van State geeft geen aanleiding om dat eruit te halen.
Dan de vraag van de heer Köse: "Waarom is niet gekozen voor een besluitvormings- of toetsingsmoment bij elke afzonderlijke stap in plaats van een automatisme na het behalen van de eerste stap, gegeven dat de Raad van State stelt dat dat automatisme zich moeilijk verhoudt tot de vereiste zorgvuldigheid? Welke garantie heeft de Kamer dat de beoogde geluidsreductie per stap ook daadwerkelijk duurzaam is gerealiseerd voordat de volgende stap automatisch ingaat?" Zoals ik ook in de brief heb gezet, is een jaarlijkse beoordeling niet goed uitvoerbaar. Als de resultaten van het afgelopen gebruiksjaar beschikbaar zijn na afloop van het gebruiksjaar, is de capaciteit voor het lopende gebruiksjaar al ver in het proces van capaciteitsverdeling. Sterker nog, die is dan al gedeclareerd. Wijzigingen kunnen dus pas effect hebben in het daaropvolgende gebruiksjaar. Bovendien worden bestellingen van vliegtuigen ver vooruit geplaatst. Die heb je niet zo snel binnen als bij een pakketje van Amazon of Bol.com, dus die bestellingen lopen ver vooruit. Het gaat om zeer grote investeringen, en daarvoor is duidelijkheid nodig. We willen juist graag dat luchtvaartmaatschappijen investeren in stillere toestellen op Schiphol. Nogmaals, dat is niet alleen goed voor dat kleine stukje terugkeer, maar ook voor de hele operatie op Schiphol. Vandaar dat er gekozen is voor een systematiek met één besluitmoment. Dat wordt natuurlijk wel voorgehangen aan beide Kamers; dat had ik al gezegd. Ik heb ook al richting mevrouw Zwinkels gezegd dat ik dat niet ga doen in deze kabinetsperiode.
Dan nog een vraag van de heer Köse. Hij zei: als de geluidsruimte de grens bereikt, moet niet de norm worden opgerekt, maar het aantal vluchten worden aangepast. Hij vroeg of ik de mening deel dat er naast perspectief op groei ook perspectief moet zijn op een noodrem. Ja, daar ben ik het zeer mee eens. Ik ben het er ook zeer mee eens dat er moet worden gehandhaafd als er sprake is van overschrijdingen. Zoals ik net al zei, moet er bij zicht op een dreigende overschrijding een beheersplan worden opgesteld. Daarin moeten stuurmaatregelen worden opgenomen. Daarbij kijkt de ILT ook mee. Dat kan ultimo ook leiden tot minder vliegtuigbewegingen in het jaar. Dat is dus inderdaad het geval.
Mevrouw Zwinkels stelde een vraag over de groei naar 500.000 vliegtuigbewegingen in deze kabinetsperiode. Wat gebeurt er als Schiphol niet binnen de huidige systematiek past? Dan kan er niet worden gegroeid naar die 500.000. Dat is dus superstreng. Ik geloof dat mevrouw Zwinkels nog een voorstel heeft om het nog wat strenger te maken, maar daar zullen we het zo over hebben. Dat is dus gewoon een harde grens. We hebben die knellende grenswaarden voor het TVG.
Voorzitter. Dat zijn de antwoorden op de vragen over de terugkeer naar 500.000.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden van de Kamer.
Mevrouw Kröger (PRO):
Klopt het dat het met maar 0,5 decibel geluidswinst onmogelijk wordt om door te groeien, en dat mensen dan dus wel 12.000 vluchten extra boven hun hoofd krijgen? Wat doet dat met de hinderbeleving van mensen?
Minister Karremans:
Die 0,5 decibel herken ik niet. Dat moet ik zo even nazoeken. Daar kom ik in de tweede termijn op terug.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat staat in de tabel van het advies van de Raad van State. Volgens mij is de essentie als volgt. De minister zorgt misschien voor 20% minder gehinderden binnen die contour, maar 75% van de mensen woont daar al buiten. Het worden er alleen een beetje meer, maar het verschil is nauwelijks hoorbaar. Wat betekent "minder gehinderden" nu echt qua aantal? Hoeveel mensen worden er minder gehinderd?
Minister Karremans:
Het doel voor de nacht zat op 15% minder en nu is dat 34%. Op het etmaal is het nu bijna 15%.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat was niet mijn vraag. De minister antwoord over de vluchten in de nacht. Mijn vraag was de volgende. De minister ziet voor zich dat er gegroeid mag worden als er minder hinder is. Hoeveel mensen zijn er daadwerkelijk minder gehinderd voordat er gegroeid mag worden? 75% van de mensen valt namelijk buiten die contour. Om hoeveel minder gehinderde mensen gaat het voordat er gegroeid mag worden?
Minister Karremans:
Allereerst moet die -20% bereikt zijn. Dan kan er een beetje teruggekeerd worden naar die 500.000. Daarbij is het knellende criterium TVG, dus daar wordt naar gekeken. Binnen die normen kan Schiphol dan een beetje terugkeren. Dat "ernstig gehinderde" is dan weer afhankelijk van de blootstellingsresponsrelatie die je dan gebruikt. Dat is natuurlijk ook weer elke keer anders. Als het een hele specifieke vraag is over het precieze aantal gehinderden, dan moet ik daar zo even in de tweede termijn op terugkomen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vier, de natuurvergunning.
Minister Karremans:
Dank u wel. Allereerst: "Hoe verhoudt het LVB zich tot de natuurvergunning? Is de natuurvergunning randvoorwaardelijk voor het LVB? Zijn die nog gekoppeld aan elkaar?" Het antwoord daarop is: nee. Bij de vernietiging van het versnelde LVB door de Raad van State is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in, dacht ik, rechtsoverweging 13.5 gesteld dat het twee gescheiden trajecten zijn en ze dus niet aan elkaar gekoppeld zijn. Dat maakt het dus ook mogelijk om per 1 november met het LVB de gedoogsituatie te beëindigen, de rechtsbescherming voor omwonenden te herstellen en juridische helderheid voor alle partijen te creëren.
Dan kom ik bij de vraag op welke termijn ik verwacht dat Schiphol alsnog een onherroepelijke natuurvergunning verkrijgt. Ik heb geen rol bij de natuurvergunning voor Schiphol. De minister van LVVN is bevoegd gezag voor de natuurvergunning en moet een nieuw besluit op de aanvraag van Schiphol nemen. Voorwaarde om de natuurvergunning te kunnen verlenen is dat de mitigerende maatregelen die Schiphol neemt, voldoen aan het additionaliteitsvereiste. Dat kan op dit moment nog niet, zelfs niet met ontzettend voorgenomen activiteiten. Daarom heeft LVVN een gedoogbesluit genomen tot december '27 voor maximaal 500.000 vliegbewegingen; dat werd al even aangehaald. Met het maatregelenpakket dat is opgenomen in de brief van het kabinet van 26 juni jongstleden beoogt het kabinet de natuurdoelen te realiseren en daarmee het aantonen van de additionaliteit weer mogelijk te maken en de vergunningverlening ook voor Schiphol weer vlot te trekken.
Een vraag van mevrouw Van der Plas was of ik kan aangeven of Schiphol ook zonder stikstofruimte uit de agrarische sector aan de natuurregels kan voldoen en waarom opnieuw landbouwruimte moet worden ingezet om de ontwikkeling van een andere sector mogelijk te maken. Schiphol heeft in de passende beoordeling bij eerdere aanvragen om een natuurvergunning diverse mitigerende maatregelen genomen die nodig zijn om aan de natuurregels te voldoen. Hiertoe heeft Schiphol als initiatiefnemer zelfstandig overeenkomsten gesloten met agrarische bedrijven, waarin is overeengekomen dat deze bedrijven hun activiteiten vrijwillig beëindigen. De keuze voor de mitigerende maatregelen om de natuurvergunning te verkrijgen is aan de initiatiefnemer van het project.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Van der Plas over de schotten tussen ammoniak en stikstof en over de rekenkundige ondergrens. Ik ben het er natuurlijk zeer mee eens dat de rekenkundige ondergrens zo snel mogelijk moet worden ingevoerd. Dat moet natuurlijk wel op een juridisch houdbare manier gaan, zoals het kabinet ook gesteld heeft. Daar wordt aan gewerkt, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Wat betreft de schotten is eerder onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om de uitwisseling van ammoniak en stikstofoxiden te voorkomen. Daarin is geconcludeerd dat de uitwisseling van NH3 voor NOx niet leidt tot extra nadelige gevolgen voor de natuur. Een verbod op uitwisseling kan er wel toe leiden dat projecten in alle sectoren minder eenvoudig kunnen worden gerealiseerd. Dit komt doordat bij de meeste projecten zowel NOx als NH3 vrijkomt, ook bij agrarische ondernemingen.
Dat waren de vragen in dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Kijk eens. Dan is het goed dat mevrouw Van der Plas nog in de buurt is. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Doordat ik even een nonverbale communicatie had met de voorzitter heb ik dat laatste antwoord, over NH3 en ammoniak, niet gehoord. Dus misschien dat de minister dat zo nog heel even kan herhalen.
Ik stel wel alvast ook een vraag. Er wordt steeds maar gezegd: het moet juridisch houdbaar zijn. Maar echt, er is er een verschil tussen een drempelwaarde en een rekenkundige ondergrens. Dit heb ik al honderdduizend keer gezegd, en velen met mij, ook degene die met de rekenkundige ondergrens kwam, namelijk de wetenschapper Arthur Petersen. Een rekenkundige ondergrens is geen drempelwaarde. Ik snap dat deze minister misschien die kennis niet helemaal paraat heeft — of misschien wel, dat zou ik hartstikke fijn vinden — maar dat is iets anders. De rekenkundige ondergrens is aan een knop draaien in AERIUS. Het AERIUS-model wordt in oktober geactualiseerd. In plaats van dat we daar 0,005 in zetten, zetten we er 1 mol in. Dat is het.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is het. Ten eerste is mijn vraag aan de minister of hij, samen met het hele kabinet, wil stoppen met zeggen dat het juridisch houdbaar moet zijn, want het is gewoon draaien aan een knop. Ten tweede vraag ik de minister om zich daar gewoon hard voor te maken. Heel veel boeren en heel veel projecten zijn gewoon uit de problemen als dat gebeurt.
Minister Karremans:
Het is ook zo dat Lelystad Airport geen natuurvergunning meer nodig heeft als die rekenkundige ondergrens wordt ingevoerd. Daar werkt dit kabinet ook aan. Ik zie dat belang dus natuurlijk heel evident in. Ik wil voorkomen dat dit een stikstofdebat wordt. Ik ben er zelf ook al helemaal ingezogen door die rekenkundige ondergrens, de drempelwaarden, de vraag of je die ondergrens beleidsmatig gaat hanteren of niet en de vraag of je dan rekening moet houden met accumulatie ten aanzien van de natuur in het kader van de VHR. Wij kunnen daar uren mee vullen, denk ik. Ik denk alleen dat dat plaats moet vinden in een ander debat, maar de oproep is hartstikke helder.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar verzet ik me dus tegen, want …
Minister Karremans:
Dat merk ik!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er wordt steeds gezegd: dit is niet dat debat. Vliegen is ook stikstof. Er wordt de hele tijd maar gezegd dat het allemaal landbouw is. Nee, het is niet alleen maar landbouw. Bij landbouw gaat het over ammoniakemissies en niet over NOx-emissies, die uit het verkeer en de luchtvaart voortkomen. In ons beleid, dat hier jaren geleden op een bizarre, waanzinnige manier is gemaakt, hebben we het gewoon stikstof genoemd. Nu zegt de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die zelf heel veel last heeft van al die bizarre wetgeving, dat dat een ander debat, een landbouwdebat, is. Nee! Het gaat hier ook over stikstof. Sterker nog, Schiphol koopt stikstofruimte van boeren — dat zijn ammoniakemissies — om de NOx-emissies uit vliegtuigen geregeld te krijgen. Dat kan toch niet? Dat kan toch gewoon niet?
Minister Karremans:
Ik ontken natuurlijk niet dat stikstof onmiskenbaar te maken heeft met de luchtvaart. Ik word er elke dag mee geconfronteerd dat dat het geval is. Hetzelfde geldt voor infrastructuur en mobiliteit. Ik vind dat dus ook. Ik ben daarom ook onderdeel van de taskforce in het kabinet. Ik werk op die manier aan de belangen die gemoeid zijn met mobiliteit, luchtvaart en infrastructuur. Alleen, de beleidsmatige verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de minister van LVVN. Ik zeg dus hierbij ook dat ik dat onderken. Ik herhaal het kabinetsstandpunt. Ik weet wat de opvatting van mevrouw Van der Plas is ten aanzien van het kabinetsstandpunt, maar dat is uiteraard wel wat ik dien te verkondigen. Dat is dus ook wat ik hier doe. Om te voorkomen dat wij in een hele gedetailleerde discussie over de rekenkundige ondergrens terechtkomen, zeg ik: ik snap het punt. Ik zie het belang van het invoeren van een rekenkundige ondergrens. Het hele kabinet ziet dat. In de brief die het kabinet daarover heeft gestuurd, is ook uiteengezet hoe het kabinet dat wil doen. Ik ontken geenszins dat luchtvaart onmiskenbaar te maken heeft met stikstof.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten dat de stikstofplannen die de minister van Landbouw op tafel heeft gelegd de vergunningverlening helemaal niet gaat lostrekken. Dat hebben een heleboel deskundigen ook al gezegd. Deze minister kan wel in het kabinet, in de ministerraad, zeggen: nu is het verdorie eens een keer afgelopen en gaan we gewoon aan de gang met die rekenkundige ondergrens van 1 mol, want ook mijn projecten liggen stil, ook ik kan niks doen. We moeten dat nu gewoon eens een keer gaan doen. Dat kan deze minister, samen met zijn andere VVD-ministers … Sorry, een minister is van de Kroon; I know. Hij kan dat gewoon doen in de ministerraad. Dat is toch waar? Wat ik hier nu vertel, is toch geen onzin?
Minister Karremans:
Nee, zeker niet. Zeker niet. Mevrouw Van der Plas kan er natuurlijk op rekenen dat ik opkom voor de belangen van infrastructuur, mobiliteit en luchtvaart.
Mevrouw Kröger (PRO):
De minister zegt hier: de verantwoordelijkheid voor die stikstofvergunning ligt niet bij mij. Het lijkt mij wel dat hij er verantwoordelijk voor is dat Schiphol draait met geldende vergunningen. Het lijkt mij dus dat het ook zijn verantwoordelijkheid is dat Schiphol een onherroepelijke, geldige natuurvergunning heeft.
Minister Karremans:
Zeker. Daar heb ik natuurlijk ook belang bij, als de minister die de verantwoordelijkheid draagt voor de luchtvaart in Nederland.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dus wat zegt de minister hier tegen de Kamer over het feit dat het gedogen op geluid ... Daar wil de minister vanaf, maar nu gedogen we op stikstof. Dus wat zegt de minister ons hier toe over wanneer dat gedogen gestopt is?
Minister Karremans:
Dat is ingewikkeld om te zeggen, omdat het kabinet nu natuurlijk nog een heel aantal zaken uitwerkt. Die zijn bij het stikstofpakket gepresenteerd, maar er moet nog heel veel uitgewerkt worden. Uiteindelijk is het aan Schiphol om ... Daar heb ik formeel geen rol in; die bevoegdheden zijn ook bewust gescheiden, zodat niet het departement dat gaat over luchtvaart ook gaat over de vergunning ten aanzien van de natuurruimte. Ik denk dat het ook gezond is dat dat het geval is. Daar heb ik dus formeel geen rol in, maar daar heb ik natuurlijk wel belang bij. Maar wanneer dat het geval zal zijn, kan ik nu niet zeggen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Er is nu een gedoogvergunning tot 1 januari 2028. Is het voor de minister überhaupt een optie dat er daarna nog gedoogd wordt? Of is dat iets wat geen mogelijkheid is, aangezien ze net zoals elk ander bedrijf gewoon een geldige vergunning moeten hebben?
Minister Karremans:
De intentie zal natuurlijk altijd zijn om zo snel mogelijk tot een geldige natuurvergunning te komen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vijf. Daar gaan we bijna aan beginnen, maar eerst nog mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik had nog even een vraag, maar ik had nog even wat non-verbale communicatie met de voorzitter over mijn interruptie.
De voorzitter:
Dat u zich zó laat afleiden door de voorzitter!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat is echt enorm; daar moet ik echt wat aan doen. Maar kan de minister het laatste antwoord op mijn vraag nog even herhalen?
Minister Karremans:
Over die schotten, hè? Ja. Daarvan heb ik gezegd dat eerder onderzocht is of het mogelijk en wenselijk is om de uitwisseling van ammoniak en stikstofoxide, dus NH3 en NOX, te voorkomen. Daarbij is geconcludeerd dat de uitwisseling van NH3 en NOX niet leidt tot extra nadelige gevolgen voor de natuur, terwijl een verbod op uitwisseling er wel toe kan leiden dat projecten in alle sectoren minder eenvoudig kunnen worden gerealiseerd. Dit komt doordat bij de meeste projecten zowel NOX als NH3 vrijkomt, ook bij boeren, als die proberen te ondernemen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vijf: de belangenafweging.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst een vraag van mevrouw Kröger: waarom heeft de minister niet gekozen voor een fair balance van 440.000 of 460.000? Volgens mij hebben we dat net met elkaar behandeld.
Kan ik bevestigen dat ik voor de aanpassing van het aantal vliegtuigbewegingen vanwege stikstof niet langs Brussel hoef en geen Balanced Approachprocedure nodig heb? Dat klopt. Een BA-procedure is alleen nodig bij geluidsgerelateerde acties.
Wat is er sindsdien veranderd, vroeg de heer Grinwis. Nou, er is alles aan gedaan om te zorgen dat het LVB juridisch houdbaar is, onder andere door aan alle verkregen adviezen opvolging te geven. Zo is het MER herzien en het Raad van State-advies zal worden opgevolgd; het dictum b-advies geeft natuurlijk vertrouwen in het vervolg.
Dan de vraag van de heer El Abassi of ik het ermee eens ben dat het beter is om direct in te zetten op maatregelen die geluidshinder verminderen, zoals de inzet van stillere vliegtuigen. Ja, dat is ook precies wat we doen en dat is ook precies wat de Balanced Approachprocedure voorschrijft, dus het is niet alleen capaciteitsvermindering, maar ook tariefdifferentiatie, nachtoptimalisatie van KLM, additionele vlootvernieuwing van KLM en het weren van lawaaiige toestellen in de nacht.
Dan vraagt het lid Kostić of ik bereid ben om het LVB zo aan te passen dat tenminste één omwonendenorganisatie blij is. Daar heb ik net ook al op geantwoord dat we een brede belangenafweging hebben gemaakt, waarvan dit de uitkomst is.
Kan ik aangeven welke groep omwonenden door het preferentieel baangebruik juist meer geluidshinder kunnen ondervinden en hoe hun belangen afzonderlijk zijn meegewogen bij het vaststellen van het LVB? Nou, in het Aldersadvies zijn vier regels beschreven die tezamen het systeem van het preferentieel baangebruik vormen. Dit systeem houdt in dat banen worden ingezet met zo min mogelijk hinder voor de omgeving en niet meer banen dan strikt noodzakelijk; dat zijn de Kaagbaan en de Polderbaan. De belangen van deze groep omwonenden zijn expliciet meegewogen bij de totstandkoming van het LVB. De toelichting zal, ook op instigatie van de Raad van State, worden uitgebreid.
Zie ik ook spanning met het EVRM en hoe gaat de nadere toelichting eruitzien? Bij de operatie en regulering van een luchthaven moet inderdaad acht worden geslagen op universele rechten, waaronder de mensenrechten die zijn verankerd in het EVRM. En hoewel het EVRM geen expliciet recht op een schone en rustige leefomgeving bevat, kunnen omwonenden wel bescherming aan artikel 8 van het EVRM ontlenen. Lawaai, emissie, stank en andere vormen van interferentie kunnen, mits voldoende ernstig, leiden tot een inmenging op het recht op eerbiediging van het privéleven en de eigen woning. Uit het EVRM volgt daarom de verplichting voor lidstaten om te voorkomen dat op dat recht onrechtmatige inbreuken worden gemaakt. De rechten uit artikel 8 EVRM zijn echter niet absoluut. Niet iedere inmenging in deze rechten leidt tot een onrechtmatige inbreuk. In plaats daarvan is de essentiële vraag of de hinder die het kabinet toestaat, is gestoeld op een redelijke belangenafweging en een fair balance, ofwel een afweging van alle belangen. Het gaat daarbij om het economische belang van de luchthaven, bijvoorbeeld werkgelegenheid en verbondenheid, en het belang van de kwaliteit van de leefomgeving en de bescherming van omwonenden. Ook voor de preferente banen is gezorgd voor een betere balans. Het maatregelenpakket uit de Balanced Approach biedt omwonenden, ook rond de preferente banen, voordelen. Met name de maatregelen in de nacht hebben in hoge mate effect op de preferente banen.
Tot slot was er de vraag of de overheid de gezondheid van haar inwoners op het spel zet ten gunste van de luchtvaartlobby. Het antwoord daarop is nee.
Dat waren de vragen in dat blokje.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door naar het volgende blokje.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb nog een vraag ten aanzien van het laatste punt, de preferente banen. Dat is voor ons belangrijk in het kader van het EVRM. Ik ben benieuwd of de minister iets kan zeggen over welke maatregelen nog denkbaar zijn in de operatie om tegemoet te komen aan de omwonenden die daar vaker overlast van gaan ervaren?
Minister Karremans:
Wij denken dat die belangenafweging uiteindelijk goed heeft plaatsgevonden. Dat zullen we nog nader toelichten bij het Luchthavenverkeerbesluit en opnemen in het nader rapport. Het gaat erom dat je gebruikmaakt van die preferentiële banen, omdat daarmee per saldo de hinder veel minder is, omdat er gevlogen wordt over de minst bebouwde, minst bewoonde, gebieden. Dat is één. Ik denk dat dat gerechtvaardigd is. Twee. Er zijn omvangrijke isolatieprogramma's, die ook worden uitgebreid met dit LVB. Tot slot komen de maatregelen die in de nacht worden genomen, waar aanzienlijke geluidsreductie op wordt geboekt, voornamelijk ten gunste van de mensen rond de preferentiële banen, omdat daar voornamelijk wordt gevlogen in de nacht.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje zes: MER.
Minister Karremans:
Voorzitter. Twee vragen daarover. Allereerst werd er gevraagd hoe ik onderbouw dat de gekozen vergelijking van milieueffecten voldoende basis biedt voor een juridisch houdbaar besluit. In het MER zijn de milieueffecten bij het besluit inzichtelijk gemaakt. Daarbij is er ook gekeken naar de effecten bij de preferentiële banen. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State worden enkele uitgangspunten in het MER nader toegelicht. Hier hebben we de Kamer over geïnformeerd.
Er was ook een vraag gesteld over de fundamentele twijfels van de minister van LVVN over de juridische basis. Die twijfels zijn inmiddels echter achterhaald. Het meest actuele advies van LVVN is betrokken bij de herziening van het MER. Daaruit blijkt dat LVVN de natuurvergunning en het LVB inderdaad als gescheiden trajecten ziet, zoals ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vastgesteld. De minister van LVVN staat vanzelfsprekend achter de aanpak die ik hier volg.
Dat was het kopje MER.
Mevrouw Kröger (PRO):
Is dit advies van LVVN met betrekking tot de aanpassing van de MER met de Kamer gedeeld? Is dat publiek?
Minister Karremans:
Volgens mij zit het gewoon in de MER, maar dat kan ik zo nog even dubbelchecken.
Mevrouw Kröger (PRO):
Wat ik een beetje moeilijk vind aan de redeneerlijn van de minister is het volgende. Het zijn inderdaad gescheiden vergunningstrajecten. Alleen, door nu dit LVB vast te leggen, is wel per definitie de natuurvergunning voor tenminste 478.000 nodig. En deze minister heeft geen flauw idee of dat kan. Uit de eerdere brief van de minister van LVVN blijkt dat er grote twijfels zijn over of die 478.00 ooit met een natuurvergunning vergund gaan worden. Dat maakt dit toch een heel wankel verhaal?
Minister Karremans:
Nee, want ik zeg net: de minister van LVVN staat hierachter, ook dat dat advies achterhaald is door de uitspraak die de Raad van State daarover gedaan heeft. Je kan het dus los daarvan vaststellen. Nu is het zo dat de gedoogbeschikking die afgegeven is door LVVN al geldt voor 500.000 vluchten. En door de rechter is bevestigd dat Schiphol voldoende extern gesaldeerd heeft, dus dat er geen extra belasting van de natuur plaatsvindt door de operatie van Schiphol. Dat heeft de Raad van State ook netjes onderzocht, en die heeft ook bevestigd dat dat het geval is. Alleen additionaliteit kan niet worden aangetoond. Dat is natuurlijk het hele punt. Dat zal moeten volgen uit het stikstofpakket van het kabinet, waar we natuurlijk niet voor niets heel hard aan werken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Nu wuift de minister het hele feit weg dat er vanuit LVVN grote zorgen zijn over dat vergunnen met een stikstofvergunning van die 478.000. De minister schudt nu zijn hoofd, maar dan wil ik graag zien waar LVVN zegt dat die 478.000 makkelijk vergund kunnen worden. Dat is niet de informatie die wij hebben. Misschien zijn het wel gescheiden trajecten, maar uiteindelijk draait het er toch om of er ooit een natuurvergunning komt voor deze operatie van Schiphol. Zo niet, dan zitten we weer tien jaar in een gedoogconstructie, en die heeft deze minister dan opgetuigd.
Minister Karremans:
We zitten nu per definitie in een gedoogconstructie. U kunt mij verwijten dat we dan in een gedoogconstructie zitten, maar dat is precies waar we nu juist uit willen komen. Die redeneerlijn snap ik dus niet. Het volgende is het geval. Het is een kabinetsbrief. Daar staat de minister van LVVN achter. Ik heb net al gezegd: ik zal even nagaan waar dat precies staat, of dat erin staat. Daar kom ik zo dus even op terug. Maar hoe het ook gaat, het is niet zo dat LVVN zegt: hier heb je zoveel stikstofruimte. Het bedrijf en de initiatiefnemer zoals Schiphol is zelf verantwoordelijk voor de natuurvergunning. Schiphol doet een aanvraag bij het ministerie van LVVN. Dat hebben ze ook in het verleden gedaan. Ze hebben gezegd: "Kijk, we hebben zoveel extern gesaldeerd. We hebben geen extra belasting op de natuur." Dat heeft de rechter dus bevestigd. Er is alleen het probleem van de additionaliteitsvereiste ten aanzien van de gebieden rondom Schiphol dat eerst zal moeten worden opgelost. Dat ben ik helemaal met mevrouw Kröger eens. Maar het is niet zo dat ik nu roep dat dat even makkelijk kan worden vastgesteld. Nee, daar moet nog heel veel werk voor gebeuren, maar dat is natuurlijk wel de ambitie van het kabinet.
De voorzitter:
Gaat u verder met het laatste blokje: overig.
Minister Karremans:
De heer Heutink vroeg mij hoe ik heb gelogeerd. Ik verwijs gemakshalve en vanwege het tempo even naar het MRS-debat dat we daarover gehad hebben.
Dan de vraag: wanneer krijgen wij het totaalplaatje over ticketprijzen, uitwijkgedrag, luchthaventarieven en capaciteit? De heer El Abassi vroeg dat. Uitwijkgedrag laten we eens in de drie jaar door het KiM onderzoeken. Daar hebben we in mei een debat over gevoerd. Toen heb ik ook een aantal toezeggingen richting de heer El Abassi gedaan, om dat in die onderzoeken mee te nemen. Die komen dan dus.
Dan de vraag of ik ervoor wil zorgen dat er ook in het stikstofbeleid een balanced approach komt. Ik snap die oproep van mevrouw Van der Plas. Ik vind het alleen lastig om daar zo even makkelijk op te antwoorden, want stikstofbeleid is de verantwoordelijkheid van de minister van LVVN. Dat hebben we natuurlijk net ook besproken, maar de oproep van mevrouw Van der Plas is helder.
Of ik bereid ben om excuses aan te bieden voor het jarenlange schenden van de mensenrechten, vraagt het lid Kostić. Daar hebben we het vorige week ook al over gehad. Die vraag heb ik toen ook al beantwoord.
Dan nog een vraag over de concurrentiepositie van Groningen en Maastricht. Die is van de leden Graus en De Groot. Er is al eerder toegezegd om vóór de begrotingsbehandeling van IenW te komen met beleidsopties voor de concurrentiepositie van Groningen en Maastricht. Dat zal ook gebeuren.
De heer Van Duijvenvoorde vraagt of ik erken dat de combinatie van hoge vliegbelasting, sterk gestegen havengelden en een capaciteitsbeperking de concurrentiepositie van Schiphol en daarmee het intercontinentale netwerk onder druk zet. De zaken die de heer Van Duijvenvoorde schetst, kunnen inderdaad een effect hebben op de concurrentiepositie van Schiphol. We erkennen dat de lasten van de luchtvaart zijn gestegen. We hebben hier natuurlijk ook scherp oog voor. Het kabinet zet zich in voor geharmoniseerde EU-wetgeving en vliegbelasting, zoals ook in het coalitieakkoord staat.
Er is gevraagd of ik bereid ben de vliegbelasting nog verder te verlagen om Schiphol concurrerend te houden. Ik denk dat het al een hele goede stap is dat wij het hoogste niveau naar het niveau van Frankfurt brengen. Voor verdere verlaging zie ik geen ruimte in de begroting, ben ik bang.
Hoe gaat de minister er niet alleen voor zorgen dat Schiphol juridische zekerheid krijgt, maar ook dat economisch perspectief kan worden behouden en dat Schiphol in de toekomst weer kan groeien? Volgens mij doen we dat voor een deel, onder hele strikte voorwaarden, in dit LVB.
Wat ga ik doen om de luchtvrachtsector in Nederland te houden? Het ministerie verkent doorlopend met de sector hoe de positie van de luchtvrachtsector in Nederland in de toekomst verder kan worden versterkt. Dat is belangrijk voor onze ondernemers hier. Zo heeft slotcoördinator ACNL recent een nieuwe werkwijze geïntroduceerd. ACNL geeft aan het begin van het seizoen extra ad-hocslots uit, vooruitlopend op slots die later vrijkomen. Dat helpt vooral het deel van de vrachtsector dat een flexibele operatie kent.
Tot slot was er het verzoek aan de minister om het belang van de regionale luchthavens te borgen. Volgens mij heb ik daar net ook wat over gezegd. Dat is ook mijn antwoord op die vraag.
De voorzitter:
Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de minister, maar er zijn nog een aantal vragen.
De heer Graus (PVV):
Ik heb enkel een vraag over de toezegging die de minister deed over de stukken die er komen, over de onderzoeken naar de concurrentiepositie van Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Wanneer kunnen meneer De Groot en ik die verwachten? Daar is namelijk nog geen termijn voor genoemd.
Minister Karremans:
Mij is gevraagd dat voor de begrotingsbehandeling te regelen, dus dat zal ook voor de begrotingsbehandeling gebeuren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Toch nog even over de excuses over de mensenrechtenschendingen. We hebben het er vorige week eventjes over gehad, maar we hebben toen ook gezegd: denk er nog even over na, minister. Althans, die oproep heb ik gedaan. Vandaag gaat het expliciet over de belangen van omwonenden en het onrecht dat ze jarenlang is aangedaan. Ik vraag de minister: waarom is het zo moeilijk om gewoon excuses aan te bieden?
Minister Karremans:
Ik ben erop gericht dat de rechtsbescherming hersteld moet worden. Dat is natuurlijk precies waar dat rapport van AT Osborne over gaat. Daar is al mijn energie en inzet op gericht. Dat heb ik u vorige week natuurlijk ook gezegd.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat begrijp ik. Ik zie er nog weinig van. Daar zijn de meningen blijkbaar over verdeeld. Maar één van de adviezen is: bied je excuses aan. Vindt de minister dat ook gepast, gezien de zwaarte van het grote onrecht dat die omwonenden is aangedaan? Dat is bevestigd door de rechter, die gewoon zei: de Nederlandse regering schendt hiermee mensenrechten.
Minister Karremans:
Nou ja, ik blijf bij mijn eerdere antwoord. Al mijn inzet is erop gericht om uiteindelijk de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, tot slot. Dit is natuurlijk niet uit te leggen aan de mensen thuis. Over de maatregelen die de minister nu zegt te nemen voor de omwonenden, is op zijn zachtst gezegd al heel veel twijfel. Beantwoord op z'n minst de volgende vraag. Waarom vindt de minister het zo moeilijk om gewoon te zeggen: excuses, dit hebben we gewoon niet goed gedaan?
Minister Karremans:
Daar hebben we het vorige week uitgebreid over gehad. Ik heb gezegd: ik ga geen excuses aanbieden; ik ga werken aan de rechtsbescherming van omwonenden. Dat is het allerbelangrijkste en dat is ook wat omwonenden van mij vragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik stel voor dat we direct doorgaan met de tweede termijn van de Kamer. We gaan in de tweede termijn luisteren naar mevrouw Kröger, die spreekt namens PRO.
Termijn inbreng
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de automatischegroeibepaling in het voorliggende LVB Schiphol van kracht wordt bij een theoretische afname van de totale gemiddelde geluidsbelasting van 0,5 decibel;
overwegende dat dit geen enkel waarneembaar verschil maakt voor omwonenden en dat omwonenden primair lijden onder piekbelastingen, aantallen verstoringen en het moment van de herrie;
verzoekt de regering om af te zien van de clausule voor een automatische groei van Schiphol;
verzoekt de regering om bij de bepaling van hinder en hinderreductie voor omwonenden zich voortaan primair te baseren op de blootstelling-responsrelatie van de herrie en gerelateerde gezondheidseffecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Kostić.
Zij krijgt nr. 638 (29665) (#25).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Schiphol geen geldige natuurvergunning heeft en nu opereert onder een ministerieel gedoogbesluit, dat eind 2027 afloopt;
overwegende dat alle sectoren hun aandeel moeten leveren aan het oplossen van de stikstofimpasse;
overwegende dat een geldige natuurvergunning een voorwaarde is voor een legale operatie;
overwegende dat aanpassingen aan de operatie omwille van natuurwetgeving geen Balanced Approachprocedure behoeft;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat Schiphol bij de capaciteitsdeclaratie voor 2028 een geldige en volgens de reguliere procedure verleende natuurvergunning heeft, en de Kamer hierover tijdig te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Grinwis.
Zij krijgt nr. 639 (29665) (#26).
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Dan rest mij te zeggen dat ik het een debat vond waarin de minister heel veel heeft gestrooid met argumenten zonder eigenlijk op de kern in te gaan, namelijk: hoeveel mensen gaan nou daadwerkelijk minder overlast, minder gezondheidsschade, hebben? Dat is de kern. We moeten mensen beschermen. Ik ben eigenlijk echt verbijsterd dat CDA en D66 toch gewoon meegaan in de groei. Ik vind het onrecht richting omwonenden en niet goed voor het vertrouwen in de politiek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ik heb een aantal moties. Die lijken beantwoord te zijn, maar gaan iets verder dan de beantwoording of de toezeggingen die ik eerder van de minister heb gekregen. Ik zal meteen beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat reizigers bij hun keuze voor een luchthaven onder andere worden beïnvloed door vliegbelastingen;
overwegende dat effectief beleid tegen ongewenste grenseffecten alleen mogelijk is wanneer duidelijk is welke factoren daadwerkelijk doorslaggevend zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren Nederlandse reizigers ertoe bewegen om vanaf buitenlandse luchthavens te vliegen, en daarbij ten minste vliegbelasting, luchthaventarieven, ticketprijzen, bereikbaarheid, parkeerkosten, betrouwbaarheid, capaciteit en bestemmingenaanbod afzonderlijk in beeld te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 640 (29665) (#27).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse reizigers uitwijken naar luchthavens in onder meer België en Duitsland;
overwegende dat voor goed luchtvaartbeleid inzicht nodig is in hoeveel Nederlandse reizigers daadwerkelijk uitwijken, naar welke luchthavens zij uitwijken en hoe dit zich door de tijd ontwikkelt;
verzoekt de regering het uitwijkgedrag van Nederlandse luchtvaartreizigers structureel te laten monitoren, en daarbij in ieder geval onderscheid te maken naar luchthaven, woonregio, bestemming en reismotief, en de Kamer hierover jaarlijks te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 641 (29665) (#28).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillen in vliegbelasting tussen Nederland en omringende landen kunnen leiden tot uitwijkgedrag van reizigers;
overwegende dat onvoldoende duidelijk is in welke mate dit effect optreedt bij korte, middellange en lange vluchten;
verzoekt de regering in beeld te brengen in welke mate de verschillen in vliegbelasting tussen Nederland, Duitsland en België van invloed zijn op de keuze van Nederlandse reizigers voor een Nederlandse dan wel buitenlandse luchthaven, en daarbij afzonderlijk onderscheid te maken tussen korte, middellange en lange vluchten, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 642 (29665) (#29).
De heer El Abassi (DENK):
Dan de laatste, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek naar een nachtsluiting op Schiphol blijkt dat beperking van nachtvluchten kan leiden tot verschuiving van vluchten naar onder meer de late avond en vroege ochtend;
overwegende dat vermindering van hinder in de nacht niet zou moeten leiden tot ongewenste piekbelasting en verplaatsing van hinder naar andere tijdstippen of andere groepen omwonenden;
verzoekt de regering bij het nemen van maatregelen ongewenste piekbelasting en verplaatsing van hinder naar de randen van de nacht te voorkomen, en de Kamer te informeren over de wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 643 (29665) (#30).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nog niet luisteren naar het lid Kostić. Is mevrouw Van der Plas al zover voor haar bijdrage? Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Schiphol geen geldige natuurvergunning heeft, maar een tijdelijke gedoogbeschikking;
constaterende dat Schiphol stikstofruimte heeft gekocht door tien boeren uit te kopen, terwijl ammoniak (NH3) en NOx twee verschillende soorten emissies zijn;
constaterende dat er sinds 2019 nog duizenden PAS-melders buiten hun schuld in de knel zitten door het handelen van de overheid destijds;
constaterende dat PAS-melders nooit een gedoogbeschikking, zoals Schiphol, hebben ontvangen en dit rechtsongelijkheid betekent;
constaterende dat vele PAS-melders in één klap weer verder kunnen én daarnaast vele woningbouw- en infrastructurele projecten doorgang kunnen vinden als de rekenkundige ondergrens wordt verhoogd naar 1 mol;
constaterende dat dit heel snel kan door bij de actualisatie van het AERIUS-model in oktober de rekenkundige ondergrens te verhogen;
verzoekt de regering om bij de actualisering van het AERIUS-model de rekenkundige ondergrens te verhogen naar 1 mol,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 644 (29665) (#31).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet bij Schiphol via de Balanced Approach zoekt naar een balans tussen het belang van de luchthaven en de gevolgen voor de leefomgeving;
overwegende dat ook de landbouw met 600.000 banen direct en indirect van economische en maatschappelijke waarde is voor Nederland;
overwegende dat PAS-melders nog altijd te maken hebben met onzekerheid over hun vergunning;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het stikstofbeleid de maatschappelijke en sociaal-economische gevolgen voor de landbouw en het platteland expliciet mee te wegen, waarbij de legalisatie van PAS-melders prioriteit krijgt boven externe saldering van agrarische stikstofruimte naar niet-agrarische sectoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 645 (29665) (#32).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Köse, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Zoals aangekondigd, heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het advies van de Raad van State erop wijst dat de geluidsruimte in een of meer handhavingspunten mogelijk eerder "vol" raakt dan het maximumaantal toegestane vliegtuigbewegingen wordt bereikt, en dat de toelichting niet duidelijk maakt of en hoe het maximumaantal in dat geval naar beneden kan worden bijgesteld;
overwegende dat de omwonenden moeten kunnen rekenen op naleving van geluidsnormen en dat een ontbrekende noodrem afbreuk doet aan de beoogde bescherming;
verzoekt de regering om in de toelichting van het LVB duidelijk te maken dat wanneer blijkt dat de geluidsruimte in een of meer handhavingspunten eerder wordt bereikt dan op basis van het toegestane maximum is voorzien en andere stuurmaatregelen onvoldoende effect sorteren, het aantal vliegtuigbewegingen zal moeten worden verlaagd, zodat de normen niet overschreden worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Grinwis.
Zij krijgt nr. 646 (29665) (#33).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in haar HUF-toets op het ontwerp-Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol van 29 september 2025 aangeeft dat voor het op het huidige niveau uitvoeren van toezicht en handhaving op het gewijzigde LVB een structurele uitbreiding van 2,2 fte nodig is, plus circa €47.000 aan eenmalige opleidings- en uitrustingskosten;
constaterende dat de ILT dit tekort onder meer verklaart doordat met het gewijzigde LVB twee handhavingsstelsels voor geluid moeten worden geïntegreerd, en de doelgroep voor toezicht op het taxiën met één motor minder sterk wordt uitgebreid;
overwegende dat zonder deze capaciteitsuitbreiding het toezicht op het gewijzigde LVB niet met dezelfde diepgang en kwaliteit kan worden uitgevoerd als thans het geval is, terwijl de wijziging van het LVB juist is bedoeld om de rechtsbescherming van omwonenden tegen geluidsoverlast te herstellen;
overwegende dat berichtgeving bevestigt dat er zorgen bestaan over de handhaafbaarheid van de nieuwe geluidsregels rond Schiphol en het risico dat onvoldoende capaciteit bij de ILT dit verder ondermijnt;
verzoekt de regering samen met de ILT te zorgen voor voldoende capaciteit bij de ILT-Luchtvaartautoriteit, zodat het toezicht op het gewijzigde LVB Schiphol vanaf de inwerkingtreding op het benodigde niveau kan worden uitgevoerd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse, Zwinkels, Peter de Groot en Grinwis.
Zij krijgt nr. 647 (29665) (#34).
Dank u wel. U heeft een hele korte vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is meer een toelichting op de ILT-motie. Ik had een vergelijkbare motie. Alleen, ik vroeg daarin daadwerkelijk om extra geld voor ILT. De motie van D66 kan ook gelezen worden als: zoek het maar binnen het huidige budget van ILT. Is dat wat D66 bedoelt? Of stuurt D66 op meer geld?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat we daarbij op één lijn zitten. Ik bedoel dat we gewoon gaan bekijken hoe we meer capaciteit krijgen. Ik benoemde ook al het tekort aan geld. Ik zie de minister instemmend knikken.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, we gaan naar u luisteren. U spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording en de diverse toezeggingen. Mij resteert nog één motie in te dienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State benadrukt dat groei van Schiphol naar maximaal 500.000 vliegbewegingen pas kan plaatsvinden als bij elke stap daarnaartoe aan de daarvoor geldende randvoorwaarden is voldaan;
constaterende dat de regering reeds heeft toegezegd de activering van de groeiverdiensystematiek vooraf aan de Kamer voor te leggen;
overwegende dat omwonenden duidelijkheid moeten hebben over de daadwerkelijke afname van geluidshinder en erop mogen rekenen dat reductiedoelstellingen daadwerkelijk worden gehaald;
overwegende dat eventuele groei van het aantal vliegtuigbewegingen door de groeiverdiensystematiek niet mag plaatsvinden in de nachtelijke uren, inclusief de randen van de nacht;
verzoekt de regering de Kamer duidelijk te informeren over de geldende randvoorwaarden van de groeiverdiensystematiek en zeker te stellen dat:
- de voorhang van het koninklijk besluit niet in deze kabinetsperiode wordt gestart;
- in plaats van de in het ontwerp-LVB opgenomen 50/50-verdeling, 60% van de ontstane geluidsruimte ten goede komt aan de omgeving en 40% aan de luchtvaartsector;
- dẹ totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager is dan de uitstoot van Schiphol in 2024,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels en Köse.
Zij krijgt nr. 648 (29665) (#35).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Eén vraag. Is het CDA op de hoogte van het feit dat de 10% die in deze motie staat voor omwonenden een onhoorbaar verschil van 0,05 decibel betekent? Wat bereikt het CDA hier nou echt mee als het gaat om minder hinder voor omwonenden?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dit voorstel gaat in op de groeiverdiensystematiek. Wij denken dat dit wel degelijk een heel groot verschil gaat maken voor de omwonenden. Ik heb ook eerder in het debat al aangekaart dat dit voor ons de grootste beweging is geweest in het hele debat van vanavond. Ik heb gedurende dit hele proces voorstellen gedaan. Ik ben begonnen met de voorhang. Ik koppel aan de voorhang nu ook deze voorwaarden. Ik kom ook nog met een extra maatregel, en daarmee eigenlijk met een aanpassing van het LVB. Ik denk dat ik daarmee alles doe wat ik kan doen hier. Ik hoop dat we met elkaar voorstellen blijven doen om verbeteringen voor de omwonenden ook echt te bewerkstelligen. Wat mij betreft doen we hier dus juist iets heel groots.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer De Groot, die spreekt namens de fractie van de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Het is helder.
Ik heb nog een motie over na de beraadslagingen. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit regels bevat voor preferentieel baangebruik, zodat vliegtuigen zo veel mogelijk gebruikmaken van de banen die de minste hinder veroorzaken;
overwegende dat de nieuwe geluidgrenswaarden in de praktijk invloed kunnen hebben op de mogelijkheid om die banen te gebruiken, en dat daarbij mede wordt gerekend op de inzet van stillere vliegtuigen;
overwegende dat voorkomen moet worden dat vliegverkeer door het bereiken van een geluidgrenswaarde uitwijkt naar banen die meer omwonenden belasten;
verzoekt de regering om na de inwerkingtreding van het LVB samen met LVNL en de ILT te volgen of de geluidgrenswaarden het preferentieel baangebruik in de praktijk beperken, daarbij ook de daadwerkelijke inzet van stillere vliegtuigen te betrekken, en de Kamer tijdig te informeren als hierdoor meer hinder dreigt te ontstaan, met voorstellen om dat binnen de geldende regels te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Goudzwaard en Heutink.
Zij krijgt nr. 649 (29665) (#36).
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een juridisch houdbaar LVB (Luchthavenverkeerbesluit) om tijdrovende en geldverslindende processen te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 650 (29665) (#37).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering tot nivellering van tarieven middels afschaffing dan wel verlaging van vliegbelastingen tot minimaal het gelijke niveau van onze buurlanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 651 (29665) (#38).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een juridisch houdbaar toekomstplan voor te bereiden ter behoud van de hubfunctie van Schiphol en ten behoeve van toekomstige groei van het aantal vliegbewegingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 652 (29665) (#39).
De heer Graus (PVV):
Dat is eigenlijk dat aantal van 600.000 waar we ooit waarschijnlijk naartoe moeten. Misschien moet het nog wel meer worden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering uitwijkmogelijkheden van vrachtvluchten, en daarmee schade voor onze economie, te voorkomen dan wel te beperken door desnoods het aantal nachtvluchten naar boven bij te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 653 (29665) (#40).
De heer Graus (PVV):
Dat moet uiteraard in overleg met de sector gebeuren.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het nationaal belang, waaronder de financieel-economische en sociaal-maatschappelijke belangen, van onze luchthavens te borgen door een speelveld te creëren dat minimaal gelijk is aan dat in de ons omliggende landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 654 (29665) (#41).
De heer Graus (PVV):
Een gezegende nacht, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we ten slotte luisteren naar het lid Kostić, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit eigen onderzoek van het Rijk blijkt dat een kleiner Schiphol dan nu kan leiden tot een gezondere economie, gezondere mensen en een gezonder klimaat, terwijl de reisbehoeften van Nederlanders bediend blijven worden;
verzoekt de regering te erkennen dat de klimaatcrisis vraagt om een flinke krimp van Schiphol, maar dat dat positieve effecten heeft voor gezondheid en brede welvaart, en dit in te bedden in het kabinetsbeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 655 (29665) (#42).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de belangen van de luchtvaart volgens de rechter jarenlang boven die van omwonenden zijn gesteld en mensenrechten zijn geschonden;
constaterende dat in het concept-LVB Schiphol de grenswaarden voor geluidshinder over de hele linie zo zijn opgerekt dat de kans op overschrijding heel klein is en ook de Commissie mer kritisch is op de grenswaarden;
constaterende dat zelfs volgens ambtenaren van het ministerie deze voorgestelde grenswaarden "niets doen";
verzoekt de regering om de gezondheid van kinderen, ouderen en andere omwonenden van Schiphol te beschermen door de grenswaarden voor geluidshinder in het LVB (in overleg met gezondheidsexperts) aan te scherpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 656 (29665) (#43).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
- het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol als doel heeft rechtsbescherming van omwonenden te herstellen;
- de Gezondheidsraad de regering adviseert over de gezondheidsrisico's van omgevingsfactoren, waaronder de cumulatieve effecten van geluidshinder;
- de wetenschappelijke inzichten omtrent de effecten van ultrafijnstof, slaapverstoring et cetera zich snel ontwikkelen;
overwegende dat het LVB Schiphol daarom flexibel genoeg moet zijn om tussentijds te worden gecorrigeerd wanneer de feiten en gezondheidsadviezen daartoe roepen;
verzoekt de regering:
- om de uitkomsten en aanbevelingen van het (eerstvolgende) advies van de Gezondheidsraad omtrent de gezondheidseffecten van de luchtvaart te betrekken bij onder andere de monitoring van het LVB;
- tevens zo snel mogelijk over te gaan tot aanscherping van de normen in onder andere het LVB Schiphol indien de Gezondheidsraad concludeert dat de huidige grenzen onvoldoende bescherming bieden tegen gezondheidsschade,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 657 (29665) (#44).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rechter heeft geoordeeld dat de Staat de mensenrechten van omwonenden van Schiphol heeft geschonden;
verzoekt de regering excuses aan te bieden aan omwonenden van Schiphol voor de jarenlange schending van hun mensenrechten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 658 (29665) (#45).
Dank u wel. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de ingediende moties. Ik schors voor tien minuten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Wij zijn toegekomen aan de tweede termijn van de minister. Ik nodig hem graag uit tot de appreciaties van de ingediende moties en volgens mij de beantwoording van nog enkele openstaande vragen. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Voorzitter. O ja, die vraag, inderdaad, van mevrouw Kröger over 0,05 decibel stiller door gefaseerde terugkeer. Dat is niet het geval. In het totaalbeeld TVG gaat het om 0,12 decibel en 0,05 decibel in de laatste stap. Alleen, dit is een daling van het Totale Volume Geluid, een overall norm. Omdat het een logaritmische schaal is, is de uiteindelijke geluidsbelasting, die veel minder wordt, 14%. Dat is wel degelijk significant. Dat komt bijvoorbeeld omdat een reductie van 3 decibel een halvering van het geluid is, omdat het een logaritmische schaal is. Daarom is het wel degelijk heel significant. Dat daarover.
Op de vraag naar het precieze aantal ernstig gehinderden dat er is als gevolg van een dalende TVG bij groei kom ik schriftelijk terug, als dat goed is. Dat is een vraag die mevrouw Kröger gesteld heeft. Ik heb het daar net met mijn ambtenaren over gehad en ik dacht: ik wil niet de Kamer daar verkeerd over informeren. Ik wil dat even zorgvuldig doen. Dat kan ik snel doen. Dat kan deze week nog richting de Kamer komen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voor de stemming.
Minister Karremans:
Voor de stemming, zeker. Ja.
De voorzitter:
En die is deze week.
Minister Karremans:
Goed.
De voorzitter:
Nee, de beantwoording is deze week. De stemming is volgende week.
Minister Karremans:
Correct. Ik schrok al! Dus dat is goed.
De motie op stuk nr. 638 gaat over afzien van groei. Dat is de strekking van deze motie van mevrouw Kröger en het lid Kostić. Ik verwijs even, vanwege het tempo dat de voorzitter graag aanhoudt, naar het debat. Ik moet deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 638 wordt ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 639. Er moet natuurlijk zorg worden gedragen voor een geldige natuurvergunning, maar daar staat een deadline op. Een natuurvergunning is iets tussen de initiatiefnemer, Schiphol en het bevoegd gezag. Het proces van een natuurvergunning staat dus los van het moment van het openstellen van de capaciteitsdeclaratie. Daarom moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 639 wordt ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 640 van DENK vraagt om onderzoek te verrichten naar welke factoren Nederlandse reizigers ertoe bewegen om vanaf buitenlandse luchthavens te vliegen. De elementen zijn precies de elementen die reizigers meewegen in hun keuzes. Het KiM is de partij die dergelijke onderzoeken uitvoert. Het verzoek gaat ook om prijselasticiteit, maar dat is een kostbaar aanvullend onderzoek. Over — wat is het? — drie jaar hebben we weer een nieuw onderzoek. In die zin voegt het voor mij niks toe. In die zin is de motie overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 640 krijgt de appreciatie "overbodig".
De heer El Abassi (DENK):
Ik weet niet of de minister goed gelezen heeft wat ik precies vraag in de motie. Ik vraag om te kijken waarom mensen vanaf het buitenland vliegen, waarbij gekeken wordt naar inderdaad vliegbelasting en luchthaventarieven. Dat betekent eigenlijk het volgende. Hoeveel procent van de Nederlanders die vanuit het buitenland vliegen, vliegt daarvandaan vanwege de vliegbelasting? Hoeveel Nederlanders vliegen daarvandaan vanwege de ticketprijzen? Ik kan dat nergens in het KiM-rapport teruglezen. Daarom heb ik deze motie ingediend.
Minister Karremans:
Volgens mij is de vraag welke factoren hen ertoe bewegen. Ik zal even moeten kijken of we de volgende keer aan het KiM kunnen meegeven om te kijken om hoeveel procent dat gaat. De heer El Abassi heeft mij al een wensenlijstje richting het KiM laten sturen. Ik kan kijken of ik dat eraan toe kan voegen.
De voorzitter:
Daarmee blijft de appreciatie van de motie op stuk nr. 640 "overbodig".
Minister Karremans:
Daarmee zeg ik toe dat ik dat … Ja, zeker.
De voorzitter:
Maar wel met een toezegging. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 641.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 641 is ook overbodig. Het KiM is de partij die dergelijke onderzoeken uitvoert. Ik heb net ook geantwoord dat een nieuw groot onderzoek in 2028 wordt uitgevoerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 641 krijgt de appreciatie "overbodig".
De heer El Abassi (DENK):
In de motie vraag ik om het structureel te laten monitoren. Kan ik daarmee ook constateren dat de minister hier toezegt dat hij het al structureel monitort? Ja? Oké.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 642. Deze is ook overbodig omdat de effecten van een naar afstand gedifferentieerde vliegbelasting uitvoerig zijn onderzocht en zijn geactualiseerd. De effecten van de afstandsafhankelijke vliegbelasting en de actualisatie hiervan komen zeer spoedig naar de Kamer, dus die kan de heer El Abassi snel verwachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 642 krijgt de appreciatie overbodig. Dan de motie op stuk nr. 643.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 643 kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal op korte termijn een tijdlijn schetsen van het proces rondom de invulling van de ambitie voor de nacht uit het coalitieakkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 643 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 644.
Minister Karremans:
Voor de motie op stuk nr. 644 is mijn verzoek om die aan te houden. Deze motie gaat over de aanpassing van het AERIUS-model en daarvoor moet u een appreciatie krijgen van mijn collega van LVVN. Daarom vraag ik om de motie aan te houden.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Van der Plas. Zij schudt nee. Wat wordt dan de appreciatie?
Minister Karremans:
Dan moet ik 'm ontraden. En datzelfde geldt feitelijk voor de motie op stuk nr. 645.
De voorzitter:
Dan worden de moties op de stukken nrs. 644 en 645 ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 646 is van de heren Köse en Grinwis. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 646: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 647: ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 647: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 648 is een zeer ingrijpende motie, ook voor omwonenden, omdat de 60/40-verdeling ergens een heel mooi signaal naar omwonenden is dat op die manier voor de balans wordt gekozen. Die kan ik dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 648 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 649.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 649 krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 649 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 650 is overbodig. Daar zijn we gewoon mee bezig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 650 is overbodig.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 651 moet ik ontraden, want die heeft ook geen financiële dekking.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 651: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 652 is overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 652 is overbodig.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 653: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 653: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 654: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 654: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 655: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 655: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 656 moet ik ontraden, ook met verwijzing naar het debat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 656: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 657 ontraad ik ook met verwijzing naar het debat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 657: ontraden.
Minister Karremans:
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 658.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 658: ontraden.
Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van het kabinet. We zijn daarmee ook aan het einde gekomen van dit debat.
De voorzitter:
We gaan volgende week dinsdag stemmen over de ingediende moties. Er zijn een aantal toezeggingen gedaan. Ik wil de leden van de Kamer bedanken. Ik wil de minister bedanken voor zijn bijdrage. Maar ik wil bovenal alle medewerkers bedanken die er weer voor gezorgd hebben dat wij vanavond konden debatteren. Ik wens iedereen wel thuis en morgen gezond weer op. Het is 23.56 uur. Wel thuis.