Lijst van vragen over de Reactie op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (Kamerstuk 36773-3)
Initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven”
Lijst van vragen
Nummer: 2026D03067, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-23 14:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z21200:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-12-09 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-01-23 10:00: Reactie op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
36 773 Reactie op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven”
nr. Lijst van vragen en antwoorden
Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief Reactie op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (Kamerstuk 36 773, nr. 2) d.d. 4 december 2025 (Kamerstuk 36 773, nr. 3). De daarop door de staatssecretaris gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
Fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
| Nr | Vraag | Bijlage | Blz. (van) | t/m |
| 1 | Hoe wordt voorkomen dat de voorgestelde maatregelen leiden tot extra administratieve druk voor leraren en schoolteams? | |||
| 2 | Hoe worden de komende jaren kleinere klassen bevorderd vanuit het ministerie? | |||
| 3 | Hoe worden de resultaten en de effectiviteit van de bestaande maatregelen om basisvaardigheden te verbeteren gemeten en gemonitord? | |||
| 4 | In hoeverre wordt gemeten of studenten aan het einde van de opleidingen tot docent in het primair of voortgezet onderwijs goed Nederlands kunnen spellen? | |||
| 5 | Wat is de reden dat een verkenning naar de invoering van een verplichte voldoende voor het vak Nederlands, waar de Kamer in mei 2023 om heeft gevraagd, pas aan het einde van dit jaar wordt verwacht? | |||
| 6 | Wat is de plaats van schrijfvaardigheid en stelopdrachten die helder denken en redeneren stimuleren in de huidige lopende trajecten om het curriculum Nederlands te herzien? | |||
| 7 | Kunt u (voorbeelden of een indicatie) aangeven welke vormen van administratie “voor het geval dat” zullen worden geschrapt? | |||
| 8 | Welke administratieve taken (‘rompslomp’) houden leraren en leerkrachten van hun eigenlijke werk? | |||
| 9 | Welke inventarisaties onder leraren zijn er gedaan om hen te vragen van welke regels of taken zij vinden dat die hen afleiden van hun werk en/of die niet zinvol effectief zijn? | |||
| 10 | Kunt u t.a.v. de inzet om per acht fulltimebanen 40 dagen ontwikkeltijd te bieden aangeven of dit impact zou hebben op het lerarentekort en zo ja, welke? | |||
| 11 | Hoe schat u de juridische gevolgen in van de invoering van een ‘recht’ op begrijpelijke taal? | |||
| 12 | Zou na invoering van dit recht op begrijpelijke taal het mogelijk worden om de schrijvers van onbegrijpelijke taal aan te klagen? | |||
| 13 | Klopt het dat sommige gemeenten beschikken over een ‘terugzendservice’ die burgers uitnodigt onduidelijke boodschappen terug te sturen, waarna ambtenaren twee weken de tijd krijgen voor een nieuwe, begrijpelijke brief? Welke gemeenten doen dit en wat zijn de ervaringen daarmee? | |||
| 14 | Hoe en in welke mate is leesbevordering, jeugdliteratuur en leesdidactiek momenteel onderdeel van de curricula van pabo’s en tweedegraads lerarenopleidingen Nederlands? | 2 | ||
| 15 | Wordt binnen de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren expliciet aandacht besteed aan het versterken van leesexpertise bij aanstaande leraren en zo ja, hoe wordt dit ingevuld? | 2 | ||
| 16 | In hoeverre wordt bij de verkenning naar de verplichte voldoende voor het vak Nederlands ook de motie van het lid Haage betrokken over verkennen hoe schrijfvaardigheid beter valt te toetsen in centrale examens (Kamerstuk 31 293, nr. 838), die immers beoogt dat een voldoende voor het centraal examen Nederlands voortaan ook meer en andere vaardigheden behelst dan alleen begrijpend lezen? | 2 | ||
| 17 | Is bekend hoeveel jongeren van de middelbare school gaan met
een onvoldoende voor het vak Nederlands? |
2 | ||
| 18 | Welke aandeel van de scholen beschikt momenteel over een structureel ingerichte schoolbibliotheek, uitgesplitst tussen het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo? | 3 | ||
| 19 | Welke kwalitatieve criteria hanteert het kabinet om te bepalen of sprake is van een volwaardige schoolbibliotheek? | 3 | ||
| 20 | Hoe verhoudt de voorgenomen opschaling naar een structurele investering van € 50 miljoen per jaar vanaf 2028 zich tot de ambitie om alle scholen te bereiken? | 3 | ||
| 21 | Wat gaat de kwaliteitsalliantie leermiddelen voor het funderend onderwijs betekenen bij de uitvoering van de motie van het lid Haage over duurzame alternatieven voor wegwerpboeken stimuleren (Kamerstuk 32 034, nr. 61)? | 3 | ||
| 22 | In hoeverre volstaat het structureel maken van de middelen voor het landelijke bewezen effectieve programma de Bibliotheek op school (dBos) om uitvoering te geven aan de motie van het lid Moorman c.s. over een toegankelijke bibliotheekvoorziening in elke school in het funderend onderwijs (Kamerstuk 36 699, nr. 27) en in hoeverre zijn er aanvullende maatregelen nodig om deze motie uit te voeren? | 3 | ||
| 23 | Hoe kijkt u naar de status van het Kwaliteitskader Taal voor leermiddelen in relatie tot de voorgestelde keuring van leermiddelen in de initiatiefnota? | 3 | ||
| 24 | Hoe kunnen de initiatiefnemers ervoor zorgen dat de beoogde keuring van lesmethodes zoveel mogelijk aansluit bij bestaande initiatieven? | 3 | ||
| 25 | Wat is de stand van zaken met betrekking tot de oprichting van een kwaliteitsalliantie leermiddelen voor het funderend onderwijs? | 3 | ||
| 26 | Kan het kabinet goede voorbeelden geven van hoe gemeenten leesvaardigheid onder volwassenen willen bevorderen? | 3 | ||
| 27 | Welke van de "domme en asociale bezuinigingen", die kinderen met de grootste achterstanden op het vmbo raken, maar ook bibliotheken en opleidingen voor volwassenen, waarover beide initiatiefnemers schrijven (Kamerstuk 36 773, nr. 2, blz. 3) gaat u vooralsnog onverminderd doorzetten? | 4 | ||
| 28 | Kunt u puntsgewijs en gemotiveerd uiteenzetten welke van de vijf aanbevelingen van de initiatiefnota "Heerlijk, helder Hollands. Nederlanders hebben recht op duidelijke taal" van het toenmalige lid Van Gent (Kamerstuk 30 470, nr. 2) worden waargemaakt met de steun van het ministerie van BZK voor begrijpelijke overheidscommunicatie en de wettelijke verplichting voor bestuursorganen om besluiten op een begrijpelijke manier toe te lichten? | 4 |