Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D10839, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-10 10:58, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-09 10:00: Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 9 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (36800-XVI);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 4 oktober 2023 inzake kabinetsreactie op monitorrapportage "Rechtsbescherming van mensen met een beperking" van het College voor de Rechten van de Mens (24170, nr. 288);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 12 december 2023 inzake kabinetsappreciatie van Commissievoorstel tot uitbreiding richtlijn voor Europese gehandicaptenkaart en Europese gehandicaptenparkeerkaart (22112, nr. 3848);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 26 oktober 2023 inzake rapporten van onderzoek naar de in- en doorstroom van complexe zorg in de gehandicaptenzorg (24170, nr. 306);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 1 december 2023 inzake bestuurlijke afspraken uitvoering Wet zorg en dwang (25424, nr. 675);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 24 oktober 2023 inzake beleidsvisie Intimiteit en seksualiteit voor mensen met een beperking (32239, nr. 14);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 6 december 2023 inzake reactie op de motie van de leden Agema en Dijk over het afschaffen van de kilometerregistratie voor het Valysvervoer (Kamerstuk 24170-297) (24170, nr. 307);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2023 inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (31521, nr. 136);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 19 januari 2024 inzake reactie op de motie van het lid Westerveld c.s. over het vergoeden van spraakcomputers (Kamerstuk 24170-295) (29689, nr. 1238);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 januari 2024 inzake landelijk dekkend netwerk van infrastructuren (27529, nr. 313);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 januari 2024 inzake stand van zaken rondom de complexe gehandicaptenzorg (24170, nr. 308);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 1 februari 2024 inzake reactie op verzoek commissie over de werkwijze van Stichting Fokus (34104, nr. 401);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 februari 2024 inzake nationale strategie rond de positie van mensen met een beperking (24170, nr. 309);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 20 maart 2024 inzake voortgangsrapportage Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking (24170, nr. 310);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 maart 2024 inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van de brief aan Stichting Zorggeschil met betrekking tot ontevredenheid ingediende klacht over werkwijze Stichting Fokus (31765, nr. 845);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 maart 2024 inzake reactie op verzoek commissie over de vergoeding van een psychosociale hulphond via UWV, zorgverzekeraar of gemeente (32805, nr. 174);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 23 april 2024 inzake reactie op verzoek commissie over een brief over "behandeling van verstandelijk gehandicapte mensen" (24170, nr. 325);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 31 mei 2024 inzake nadere beleidsreactie op de voorlichting van de Raad van State over facultatieve protocollen VN-verdrag Handicap, IVRK en IVESCR (24170, nr. 326);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 mei 2024 inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (31521, nr. 138);
de brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 11 april 2023 inzake reactie op het verzoek van het lid Agema, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 7 maart 2023, over de afbouw van complexe zorg voor gehandicapten vanwege onrendabele tarieven (24170, nr. 282);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 17 juli 2024 inzake stand van zaken implementatie Richtlijn (EU) 2019/882 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (36380, nr. 7);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 19 juli 2024 inzake reactie op verzoek commissie inzake brandbrief met betrekking tot misstanden bij Fokus (34104, nr. 410);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 12 november 2024 inzake reactie op monitorrapportage "Reizen in het dagelijks leven" van het College voor de Rechten van de Mens (24170, nr. 330);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 9 december 2024 inzake stand van zaken ontwikkeling werkagenda bij de nationale strategie VN-verdrag Handicap 2040 (24170, nr. 334);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 6 december 2024 inzake afschrift brief aan Coalitie voor Inclusie over de belangen van inclusie en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (24170, nr. 332);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 6 december 2024 inzake opbrengsten als de kilometerregistratie zou worden opgeheven voor het Valysvervoer en als er geen indicatiestelling meer hoeft plaats te vinden (24170, nr. 331);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 31 januari 2025 inzake uitvoering motie van de leden Krul en Joseph over alle conclusies en aanbevelingen van het VN-comité in de werkagenda's opnemen met concrete en haalbare doelstellingen (Kamerstuk 24170-343) en motie van de leden Joseph en Krul over de artikelen 15 en 16 van het VN-verdrag Handicap met spoed opnemen in de nationale strategie en de werkagenda (Kamerstuk 24170-347) (24170, nr. 353);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 30 januari 2025 inzake vervolg complexe zorg (gehandicaptenzorg) (24170, nr. 352);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 12 februari 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de petitie van de Landelijk Meldpunt Misstanden Stichting Fokus (31765, nr. 902);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 17 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de stand van zaken uitvoering motie van het lid Westerveld over de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen openstellen voor ouderen met een verstandelijke beperking (Kamerstuk 36600-XVI-60) (36600-XVI, nr. 178);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 28 maart 2025 inzake voortgangsrapportage Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking (24170, nr. 354);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 20 mei 2025 inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (31521, nr. 141);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 3 juni 2025 inzake vervolg complexe zorg gehandicaptenzorg - juni 2025 (24170, nr. 357);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 2 juni 2025 inzake uitstel toezending kabinetsreactie op onderzoek Meerkosten van leven met een beperking (24170, nr. 356);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake beleidsreactie op Nibud-onderzoek Meerkosten van het leven met een beperking (24170, nr. 363);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 3 juli 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over de voortgangsrapportage Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking (Kamerstuk 24170-354) (24170, nr. 360);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 juli 2025 inzake tegemoetkoming voor mensen met een chronische ziekte en/of beperking (36600-XVI, nr. 202);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake reactie op brief LBVSO inzake participatieproces sprintsessies VN-agenda Handicap (24170, nr. 361);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025-2030 (24170, nr. 362);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 8 september 2025 inzake meerzorg thuis (34104, nr. 449);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 10 september 2025 inzake toekomstbestendige gehandicaptenzorg Drenthe en Groningen (31765, nr. 944);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 18 november 2025 inzake rapport naar aanleiding van het onderzoek naar de sociale veiligheid binnen Stichting Fokus Wonen (31765, nr. 952);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 16 oktober 2025 inzake reactie op vijf aangenomen en ontraden moties bij het debat over het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (24170, nr. 380);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 7 oktober 2025 inzake beleidsreactie op IGJ-rapport over de kwaliteit van het Wmo-toezicht in 2024 (29538, nr. 371);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 9 december 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de aangeboden petitie Stop discriminatie op grond van neurodiversiteit (30420, nr. 436);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 17 december 2025 inzake plan van aanpak voorkomen onnodige verzwaring zorgvraag van mensen met een beperking (34104, nr. 462);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 15 december 2025 inzake nadere informatie continuïteit van gehandicaptenzorg in Drenthe en Groningen (31765, nr. 955);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 15 december 2025 inzake bestaanszekerheid van ouders van (zorgintensieve) kinderen met een Zvw-pgb (25657, nr. 378);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 16 januari 2026 inzake reactie op het monitorrapportage "De grondbeginselen van het VN-verdrag handicap als basis van wetgeving en beleid" van het College voor de Rechten van de Mens (24170, nr. 382);
de brief van de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 3 februari 2026 inzake voortgang ratificatie voor Caribisch Nederland van VN-verdrag Handicap en Verdrag van Istanbul (24170, nr. 383);
de brief van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 13 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over de stand van zaken en de planning inzake de Goedkeuringswet Facultatief Protocol VN-verdrag Handicap te ontvangen voor het WGO Gehandicaptenbeleid op 23 februari 2026 (24170, nr. 384);
de brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport d.d. 4 maart 2026 inzake financiën Wlz-gehandicaptenzorg (34104, nr. 467).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Mohandis
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
Esmeijer
Voorzitter: Vliegenthart
Griffier: Meijerink
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bikker, Diederik van Dijk, Dobbe, Van Houwelingen, Ten Hove, Maeijer, Synhaeve, Tijmstra, Vliegenthart, Wendel en Westerveld,
en mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen allemaal. Hierbij open ik deze vergadering van de vaste
commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de orde is vandaag
het wetgevingsoverleg over het gehandicaptenbeleid. Ik heet de mensen op
de tribune en de mensen die het debat via de livestream volgen van harte
welkom. Uiteraard ook een warm welkom aan minister Sterk van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport. Datzelfde geldt natuurlijk voor de aanwezige leden
van de Kamer. Dat zijn mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA, mevrouw
Synhaeve van D66, mevrouw Maeijer van de PVV, mevrouw Wendel van de VVD,
mevrouw Tijmstra van het CDA, de heer Van Houwelingen van Forum voor
Democratie, de heer Van Dijk van de SGP, mevrouw Bikker van de
ChristenUnie, mevrouw Dobbe van de SP en mevrouw Ten Hove van Groep
Markuszower.
Ik geef aan de mensen die het debat thuis volgen via de livestream van
de Kamer of Debat Direct mee dat het debat wordt ondertiteld door
medewerkers van de Dienst Verslag en Redactie. Er loopt ook een aparte
livestream met een tolk Nederlandse Gebarentaal. Verder weet ik dat er,
naast het publiek hier op de tribune, ook mensen in de Statenpassage
meekijken. Weet dat het publiek ook gebruik kan maken van de aanwezige
schrijftolken. Als iemand daar gebruik van wenst te maken, kan die dat
hier vooraan melden aan de tolken. Ik heet iedereen in de Statenpassage
dus ook van harte welkom.
U heeft voorafgaand aan dit wetgevingsoverleg uw gewenste indicatieve
spreektijden doorgegeven. Dit geldt voor de eerste en tweede termijn. Ik
verzoek u om u hier dus ook aan te houden. Verder stel ik voor om
maximaal zes interrupties toe te staan in de eerste termijn van de
Kamer. Mocht de tijd het toelaten, zal ik daar natuurlijk ruimhartig mee
omgaan. Dan gaan we nu snel beginnen. Ik weet dat mevrouw Bikker een
punt van orde heeft.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er zo veel mensen zijn. Ik
weet helaas dat er ook mensen buiten staan die graag binnen waren
geweest. Zij kunnen hier nu niet binnen zijn, omdat zij in een rolstoel
zitten en er maar twee plekken zijn. Ik vind dat de Kamer daar wat aan
moet doen, maar dat is aan ons. Ik vind het belangrijk om er even bij te
zeggen dat dat zeker niet aan het Kamerpersoneel ligt. Maar ik denk dat
het dus wel goed is om af te spreken dat de Kamerleden in de schorsing
even naar de mensen toe gaan die hier nu niet kunnen zijn, en dat we dan
ook kijken of zij dit debat goed genoeg mee kunnen krijgen. Ik weet dat
daar heel veel maatregelen voor genomen zijn. Daar ben ik blij om.
Tegelijkertijd doet het pijn dat deze Kamer niet zo inclusief is dat
mensen hier gewoon kunnen aanschuiven en het debat in de zaal kunnen
volgen. Ik hoop daarom dat met de collega's de afspraak gemaakt kan
worden dat we in de schorsing ook eventjes naar degenen gaan die hier
niet zitten.
De voorzitter:
Ik zie Kamerleden knikken, dus dat was een duidelijk punt. Dank
je.
Dan gaan we nu echt snel beginnen. Ik stel voor dat we de
sprekersvolgorde hanteren die gebruikelijk is bij
begrotingsbehandelingen. Volgens mij zit iedereen zelfs al op volgorde.
Dat betekent dat ik het woord geef aan mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is helaas pijnlijk symbolisch voor dit debat
dat zelfs het hart van de democratie, zonder dat het personeel er wat
aan kan doen, niet voor iedereen toegankelijk is.
Voorzitter. Het is vandaag druk hier in de Tweede Kamer. Dat zien we
allemaal. Het is druk met collega's van andere partijen, maar ook druk
vanwege heel veel bezoekers die vandaag naar ons toe zijn gekomen en die
belangstelling hebben voor dit onderwerp. Ik zie mensen met een
arbeidsbeperking, mensen met een verstandelijke beperking, ouders,
mantelzorgers en hulpverleners. Het is natuurlijk niet voor niets dat
zovelen van u rood dragen. Ik weet ook dat het voor veel mensen flink
wat geregel was om hier überhaupt naartoe te kunnen komen. Dat toont
jullie betrokkenheid. Daarvoor enorm veel dank. Het is voor ons ook fijn
om te merken dat zo veel mensen betrokken zijn bij dit onderwerp. Er
zijn ook genoeg mensen die deze reis niet konden maken omdat ze moesten
werken, omdat ze hun cliënten niet in de steek wilden laten, omdat ze
voor hun kind moeten zorgen of omdat ze zelf niet in staat zijn om hier
te komen. Deze mensen luisteren misschien mee via de livestream. Ook
jullie bedank ik omdat jullie zo betrokken zijn.
Voorzitter. Dit debat gaat ergens over: de kwaliteit van leven van
miljoenen mensen. Op de agenda staat vandaag de begroting van het
ministerie van VWS. Daarom zit de minister hier ook. We hebben het
vandaag over het onderdeel Gehandicaptenzorg. Maar we gaan het ook
uitgebreid hebben over de plannen die in het nieuwe coalitieakkoord
staan, en over de gevolgen voor mensen met een beperking en hun
omgeving. Alleen al de afgelopen week heb ik tientallen berichten
gekregen van mensen met een beperking, ouders, grootouders,
mantelzorgers, hulpverleners en anderen. Die gingen allemaal over de
gevolgen van het coalitieakkoord, want heel veel mensen maken zich daar
zorgen over. Ik heb het dan ook over de stapeling: niet alleen worden de
zorgkosten groter, maar ook wordt er bezuinigd op de sociale zekerheid.
Dat raakt heel veel mensen. Uit al die mails blijkt dat een heel aantal
van hen zich zorgen maakt over hun eigen toekomst, die van hun kinderen
of die van hun cliënten. De bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van
het afgelopen kabinet worden namelijk doorgezet. Daarbovenop komen er
wat deze coalitie betreft ook nog eens gigabezuinigingen in de zorg.
Bovendien raken hoge zorgkosten mensen met een beperking het meest, al
helemaal gecombineerd met de bezuinigingen op de sociale
zekerheid.
Voorzitter. We hadden vorige week ook het debat over de VWS-begroting.
Ik noemde de bezuinigingen toen "laf". Dat is best een harde
kwalificatie, maar die gaf ik niet zomaar. Ik vind namelijk dat we in
Den Haag veel te veel de neiging hebben om vooral te luisteren naar de
luidste stem: de mensen die een heel goed lobbynetwerk hebben, de mensen
die ook het geld hebben om een duur lobbykantoor te betalen en de mensen
die andere Kamerleden heel goed kennen. Dat zijn vaak de mensen die wel
de tijd en de ruimte hebben om hiernaartoe te komen. Dat geldt niet
altijd voor mensen met een beperking en mensen in hun omgeving. Heel
veel mensen met een beperking hebben gewoon niet zo'n luide stem. Soms
hebben ze helemaal geen stem of kunnen ze zich niet uiten zoals ze dat
zouden willen. Ik wil de nieuwe minister dus vragen om een reflectie
daarop. Hoe ziet ze dat? Hoe gaat zij als bewindspersoon die
verantwoordelijk is voor het gehandicaptenbeleid staan voor deze groepen
en staan voor de mensen die een minder luide stem hebben? Of gaat ze,
zoals in coalitieakkoord is afgesproken, klakkeloos die bezuinigingen
doorvoeren, zonder oog voor de levens die daardoor achteruitgaan? Is ze,
net als wij, geschrokken van de doorrekening van de plannen? We kregen
eerst het coalitieakkoord en daar schrok ik al van. Iets daarna kwam de
onafhankelijke doorrekening van het Centraal Planbureau en daar schrok
ik nog meer van. Ik ben benieuwd hoe de minister dat ziet. Wat vindt ze
van de onzekerheid die er is bij heel veel van deze mensen, ook gezien
de personeelstekorten? Wat is haar visie voor de komende jaren? Wat gaat
zij doen om ervoor te zorgen dat het VN-verdrag Handicap echt uitgevoerd
kan worden? Ik kom straks, in mijn laatste blokje, nog wat meer terug op
het VN-verdrag.
Ik wil beginnen bij de plannen uit het coalitieakkoord, want dat is een
optelsom. Ik noem een paar dingen. De aftrekposten over zorg worden
afgeschaft. Dat scheelt zo'n 618 miljoen. Dat is dus een bezuiniging. Er
komen veranderingen in het eigen risico, die heel veel mensen met een
beperking raken. Het eigen risico gaat omhoog. De huishoudelijke hulp
gaat uit de Wmo. Er komt een eigen bijdrage voor de wijkverpleging. Ook
wil de minister een bestuurlijk akkoord voor de Wlz afsluiten en daar
gaat 990 miljoen mee gepaard. Dat zijn dus allemaal bezuinigingen. Dan
staan er ook nog andere plannen in, zoals het plan dat de zorg in natura
voorliggend wordt aan het pgb. Heel veel mensen met een beperking zeggen
daarover dat zij hun eigen regie verliezen als deze plannen doorgaan.
Daar komt de afschaffing van de IVA nog eens bovenop. Dat scheelt
ongeveer -5% aan inkomen. Ik ga vandaag niet in op andere bezuinigen op
sociale zekerheid omdat die bij de begroting van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid zitten, maar die raken natuurlijk wel de groep mensen
die hier zit, meeluistert en betrokken is bij dit onderwerp.
Als ik dan kijk naar de woorden in het coalitieakkoord, dan zie ik dat
daar staat dat "werken moet lonen" en dat er wordt gesproken over een
"fatsoenlijk inkomen". Maar mensen met een handicap of een chronische
ziekte worden met deze plannen juist verder in de onzekerheid gestopt,
dus hoe rijmen die woorden met de financiële doorrekening, waar gewoon
harde bezuinigingen in staan? Wordt de afschaffing van het
abonnementstarief van de Wmo nog doorgezet, ook gelet op het feit dat nu
aangekondigd is dat de huishoudelijke hulp geschrapt gaat worden uit de
Wmo? Hoe ligt dat? Hou verhoudt zich dat tot elkaar? Hoe reflecteert
deze minister op adviezen die zijn gedaan tijdens de technische briefing
over het houdbaarheidsonderzoek? Het advies was om juist niet te gaan
shoppen in maatregelen. Hoe rijmt de minister dat met de gemaakte keuzes
in het coalitieakkoord, zoals het schrappen van de huishoudelijke hulp?
Dat is toch shoppen in maatregelen? Hoe effectief is het schrappen van
de huishoudelijke hulp uit de Wmo als maatregel om de zorgkosten te
dempen als de kosten tegelijkertijd zullen lekken naar de Wlz en die dus
verder gaan oplopen?
Voorzitter. Ik heb ook een paar hele concrete vragen over de andere
bezuinigingsplannen. We kregen daar vorige week een brief over. Daar
waren we niet heel tevreden mee. Ik zie mevrouw Bikker ook al kijken;
zij vroeg toen om die brief. We vonden die brief te weinig concreet.
Vanochtend verscheen weer een nieuwe brief. Ik heb daar ook een paar
vragen over. In de brief van afgelopen woensdag laat de minister zien
dat er in 2025 en 2026 extra geld naar de gehandicaptenzorg ging om de
tarieven kostendekkend te maken. Dat is best wel wat. Want als zulke
forse bedragen nodig zijn om zorgtarieven kostendekkend te maken, dan
betekent dat dus dat de situatie hiervoor niet kostendekkend was en dat
er, met andere woorden, een tekort aan geld was. Dat lijkt me behoorlijk
zorgwekkend. Betekent dit dat er ook nog achterstallig onderhoud
ingelopen moet worden? Is daar extra geld voor uitgetrokken, vraag ik
aan de minister.
Dan de kostendekkende tarieven voor 2026. Concreet betekent dit dat de
gehandicaptenzorgaanbieders dit jaar tarieven krijgen die net hoog
genoeg zijn om alle uitgaven die ze moeten doen voor deze zorg te kunnen
betalen. Volgend jaar — dat kunnen we ook lezen in de tabel in die brief
— gaat er direct weer 158 miljoen euro aan tariefkortingen van af. Dan
is mijn vraag: als je tarieven eerst net kostendekkend maakt — dat
kunnen we letterlijk lezen — maar je er dan weer 158 miljoen euro van
afhaalt, dan betekent dit toch logischerwijs dat de tarieven in 2027
niet meer kostendekkend zijn? Hoe ziet de minister dit? Wat betekent dat
concreet voor medewerkers en cliënten?
Dan komen daar ook nog de bezuinigingen uit het coalitieakkoord bovenop.
Uit de brief blijkt dat er nog veel uitgewerkt moet worden en dat de
invulling van de nieuwe bezuiniging op de gehandicaptenzorg nog steeds
heel erg onduidelijk is. Toch gaat de bezuinigingsreeks uit het
coalitieakkoord volgend jaar al in. Er zou 130 miljoen euro van het
totale Wlz-budget af moeten in 2027. Hoe realistisch is dat, wil ik de
minister vragen. Ik heb ook snel de brief van vanochtend gelezen waarin
zij aangeeft: om het in 2027 te kunnen doen, moet ze die maatregelen
heel erg op tijd door de Eerste en Tweede Kamer krijgen. Daarbij moeten
mensen betrokken worden. Dat gaat misschien niet lukken. Maar hoe gaat
ze dit dan invullen? Moet dat uit de eigen zorgbegroting gehaald worden
of kan dat geld ergens anders vandaan komen?
De minister wil op termijn bijna een miljard euro bezuinigen op de
langdurige zorg en dat invullen met bestuursakkoorden per sector. Zijn
dat meerdere bestuursakkoorden of is dat er één? Uit de brief die
vanochtend kwam, maak ik op dat ze nog niet precies weet hoe dit bedrag
over de sectoren verdeeld gaat worden. Hoe ziet zij dat voor zich? Hoe
ga je met de sector het gesprek aan als je nog geen idee hebt van de
verdeling? In de brief wordt ook verwezen naar de raming, dus de
voorspelling die wordt gedaan voor de hele langdurige zorg. Daarin zien
we al dat die uitgaven dalen. Dus waarom doet deze coalitie daar dan nog
een schepje bovenop? Waar wordt op gebaseerd dat dit zomaar zou
kunnen?
Voorzitter. Ik heb een paar mensen uit de gehandicaptenzorg gevraagd:
wat betekent dit voor jullie als personeel? Zij geven aan dat
bezuinigingen op de gehandicaptenzorg directe gevolgen hebben voor de
veiligheid, de gezondheid en de kwaliteit van leven van mensen met een
beperking. In de praktijk betekenen bezuinigingen dat er minder vaste
begeleiders zijn. Juist dat is zo belangrijk voor mensen met een
beperking: dat er vaste gezichten zijn, dat je mensen herkent en dat je
ze vertrouwt. Ze moeten soms hele ingewikkelde medische handelingen
doen. Daar heb je gewoon vast zorgpersoneel voor nodig dat jou goed
kent. Veel cliënten in de gehandicaptenzorg zijn volledig afhankelijk
van hun begeleiders. Dat geldt niet voor iedereen, maar wel voor een
deel van hen. Als begeleiders hun cliënten niet goed kennen, neemt
bijvoorbeeld ook de kans op medicatiefouten toe of op andere fouten, die
weer direct raken aan de kwaliteit van leven en mogelijk ernstige
gevolgen hebben voor de gezondheid. Instabiliteit in teams kan
natuurlijk ook leiden tot onzekerheid en escalaties in groepen. Daarom
zijn dat vertrouwen en die voorspelbaarheid zo essentieel, vertellen die
zorgmedewerkers mij. Zij zeggen ook: accepteer dat personeelstekort
niet, maar werk aan het aantrekken van nieuw personeel voor deze sector,
want het is zo belangrijk. Die oproep doe ik ook graag aan de
minister.
De druk op begeleiders neemt ook al toe. We weten ook dat hoge werkdruk
en emotioneel zware situaties regelmatig leiden tot uitval in de sector.
Dat versterkt het personeelstekort natuurlijk alleen maar. Mijn vraag
aan de minister is dus: hoe gaat ze de spiraal naar onderen doorbreken
en zorgen dat de sector juist heel aantrekkelijk wordt om in te werken?
Ik wil haar ook vragen wat volgens haar de gevolgen van de bezuinigingen
zijn voor het werven van nieuw personeel. Ik hoor ook graag van haar hoe
ze denkt dat meer digitalisering een oplossing kan zijn. Dat kan het
namelijk zeker zijn; digitalisering kan op heel veel plekken best een
stukje helpen. Maar ten aanzien van mensen die soms 24 uur per dag hulp
nodig hebben, vraag ik mij af of ze niet te veel aan wensdenken doet en
of dit niet juist tot een achteruitgang in de kwaliteit van de zorg gaat
leiden en uiteindelijk ook voor gevaarlijke situaties kan zorgen.
Voorzitter. Alles wat ik net noemde, raakt ook aan de situatie bij de
medische logeerhuizen. ExpertCare is de afgelopen weken flink in het
nieuws geweest. Dat zijn een aantal medische logeerhuizen, waar kinderen
met een beperking naartoe gaan en waar ouders kinderen met een gerust
hart kunnen achterlaten om zelf soms even bij te komen. Stel je eens
voor … Ik zeg "stel je eens voor", maar veel mensen op de tribune kennen
die situatie natuurlijk. Voor de mensen die meeluisteren: stel je eens
voor dat je kind 24 uur per dag zorg nodig heeft en dat je er als ouder
vijf of tien keer per nacht uit moet, omdat er weleens iets kan zijn.
Ouders doen dat natuurlijk met alle liefde, want het is je kind, je wil
goed zorgen voor je kind en je houdt van je kind, maar dat is natuurlijk
niet jarenlang vol te houden zonder dat het ook gevolgen heeft voor je
eigen gezondheid. Daarom is logeerzorg, respijtzorg, zo belangrijk. Die
zorg is trouwens ook voor het kind belangrijk, namelijk om andere
leeftijdsgenoten tegen te komen.
Een heel aantal van deze locaties hebben de afgelopen jaren echter de
deuren gesloten, terwijl er al een tekort was. Dat kan gewoon niet. Heel
veel van deze kinderen kunnen niet fulltime thuis zijn, soms vanwege
ingewikkelde medische handelingen, maar soms ook vanwege de situatie van
de ouders, die even moeten bijkomen, zoals ik net al noemde. Een vader
vertelde me vorige week zijn zorgen. Hij vertelde bijvoorbeeld dat
sommige kinderen voor beademing afhankelijk zijn van apparatuur. Stel
nou dat er 's nachts wat misgaat en je het alarmsignaal van het apparaat
mist, omdat je gewoon zelf te moe en te uitgeput bent omdat je die nacht
al vier keer het bed uit moest. Als je dat alarmsignaal mist, kan je
kind doodgaan, vertelde hij tegen me. Dat kunnen de gevolgen zijn van
dit soort bezuinigingen.
Ik kreeg ook een mail van een grootouder van een kind met een hele
zeldzame genetische mutatie. Dat heeft als gevolg dat er sprake is van
een zware lichamelijke beperking en een onbehandelbare vorm van
epilepsie. Dit kind is een van de weinige kinderen in Nederland die dit
heeft. Dat maakt de zorg uitermate complex. Er moeten hele goede
hulpverleners en specialisten zijn die precies weten wat er nodig is en
die haar kennen. Het heeft gevolgen als dit soort medische logeerhuizen,
waar die goede specialisten zitten, sluiten. Ouders kunnen niet 24 uur
per dag zelf voor hun kind zorgen, vanwege alle oorzaken die ik net ook
al noemde.
In het debat van vorige week hadden we het hier ook over. Toen zei de
minister dat ze partijen aan tafel wil zetten als er geen oplossing
komt. Ik wil het nog wel een keer zeggen: er komt geen oplossing als de
minister niet ingrijpt. Ik denk dat veel mensen dat kunnen beamen. Voor
heel veel kinderen is er nog geen oplossing in zicht. Bovendien, als je
het personeel vertelt dat de locatie waar het werkt gaat sluiten — dat
is nu al over een paar weken, want die locaties sluiten per 31 maart —
dan begrijp ik dat het personeel op zoek gaat naar ander werk. Ik vind
dus dat de minister moet ingrijpen. Ik heb daar met mevrouw Bikker en
mevrouw Dobbe vorige week al een motie over ingediend. Daar gaan we
morgen over stemmen, maar ik hoop natuurlijk dat de minister vandaag
gewoon aangeeft dat ze gaat ingrijpen.
Ik heb een paar hele concrete vragen. Wat gaat de minister doen met de
aankondiging dat de cliëntenraad zijn steun voor de sluiting van de
locaties van ExpertCare intrekt? Blijven alle locaties langer open als
er op 31 maart geen passende plek is gevonden voor álle kinderen? Bij
wie ligt hiervoor de zorgplicht? Wat betekent de zorgplicht concreet?
Wat als er straks geen oplossing is? Stel, dit gaat mis. Wie kunnen wij
dan aankijken? Wie kunnen wij als Kamer dan verantwoordelijk houden voor
hoe dit is gelopen? Hoe wordt een "passende plek" gedefinieerd? Het gaat
dan dus om een passende nieuwe plek waar kinderen naartoe kunnen.
Hoe reflecteert de minister op de wachtlijsten die er al zijn voor heel
veel van dit soort plekken? Hoe reflecteert zij op het feit dat de
beschikbaarheid van dit soort zorg volledig afhankelijk lijkt te zijn
van private aanbieders en de continuering van de zorg zodoende in het
gedrang lijkt te komen als een aanbieder besluit om wat anders te gaan
doen of een pand te verkopen? Dat speelt niet alleen hier, maar dat
speelt veel breder in de zorg. Wat vindt de minister daarvan, juist
omdat we weten dat het hier gaat over mensen, soms kleine kinderen, met
een hele kwetsbare gezondheid? Er zouden verspreid over het hele land
eigenlijk twintig locaties moeten zijn, maar nu gaan alweer vier van de
acht instellingen sluiten. Hoe ziet de minister dat? Volgens mij is mijn
oproep duidelijk, namelijk: grijp in, minister! Die oproep zullen
collega's nog wel herhalen. Ik hoor heel graag de reactie van de
minister daarop in de tweede termijn.
Ik weet dat een aantal kinderen en ouders hiernaartoe gekomen zijn en
heel graag met de minister, maar in ieder geval ook ons als Kamerleden
willen praten. Eén daarvan is John. Vanochtend konden we al op Radio 1
meeluisteren met hoe de reis ging. Zij zullen straks ook in de Tweede
Kamer aankomen.
Voorzitter. Dit raakt ook aan een paar vragen die ik heb over meerzorg,
de regeling voor zowel kinderen als volwassenen die extra hulp nodig
hebben die niet via een andere wet of regeling te verkrijgen valt. We
hebben daar als Kamer in september al breed over gezegd: vind een
oplossing! Veel ouders hoorden dat die regeling zou aflopen. We zeiden
toen: vind een oplossing voor de korte en de lange termijn. Daar was
helemaal geen discussie over in de Tweede Kamer; iedereen vond dat. Wij
horen nog steeds van ouders dat zij in de onzekerheid zitten. Ik citeer
even een vader. Die vader schreef gisteren: "We hebben eindeloze
Excel-documenten ingevuld met alle zorgmomenten op minutenbasis,
verslagen van medici, de gedragsdeskundige, behandelplannen, protocollen
aangeleverd. Ondanks alle onderbouwingen: afgewezen! Inmiddels zitten we
al lange tijd in de bezwaarfase, een hoorzitting gehad, maar we wachten
nog op een uitspraak."
Ik weet zeker dat deze vader meeluistert. Ik ken hem ook, samen met
zoveel andere ouders. Ik wil de minister zeggen: dit is toch niet wat we
moeten willen? We moeten toch niet willen dat ouders bezig zijn met het
invullen van protocollen, dat ze alle zorgmomenten moeten opschrijven,
dat ze de hele tijd moeten verantwoorden dat die zorg nodig is en dat ze
vervolgens ook nog bezig zijn met een bezwaarfase en een hoorzitting en
nog steeds aan het wachten zijn? Ik wil gewoon dat deze ouders voor hun
kind kunnen zorgen en dat ze niet met dit soort dingen bezig zijn. Daar
gaat gewoon heel veel tijd en geld in zitten, maar het gaat ook ten
koste van de zorg en liefde die ouders aan hun kinderen kunnen geven. Ik
hoor van de minister graag een reactie op deze ellende waar we ouders in
storten.
Hoe reflecteert de minister op de zorgen van vele cliënten en hun
vertegenwoordigende organisaties dat het nieuwe beleidskader dat is
aangekondigd, heel veel risico's bevat op rechtsongelijkheid en
onvoldoende ruimte voor borging van maatwerk? Ze zijn bang dat er veel
meer afwijzingen zullen komen, ook al hebben de aanvragers deze zorg
gewoon hard nodig. Klopt het ook dat überhaupt niet alle
belangenorganisaties zijn meegenomen en zij ook niet allemaal hebben
gezegd het ermee eens te zijn? Wil de minister ook zorgen dat alle
belangenorganisaties voor deze groep volwaardig kunnen meepraten over
dit nieuwe kader? Het is namelijk ongelofelijk belangrijk dat mensen met
een beperking mee kunnen praten en mee kunnen besluiten over alles wat
hen aangaat. Is de minister ook bereid om opnieuw met deze
belangenorganisaties om de tafel te gaan?
Voorzitter. Er zijn ook bredere zorgen over de beschikbaarheid van
medisch specialisten. Dat speelt breder in de zorg. Ik ga niet in op
alle zorgen, maar het zijn er wel veel. Een tijdje geleden stelden wij
bijvoorbeeld vragen over Ehlers-Danlos. Veel mensen die dat treft, komen
op een wachtlijst te staan. Zij geven aan dat er te weinig specialisten
zijn en dat te weinig mensen voldoende van hun aandoening weten om hen
goed te kunnen helpen. We hebben daar schriftelijke vragen over gesteld.
De ambtsvoorganger van deze minister heeft daarop gereageerd, maar ik
zie nog geen concrete oplossing. Zou zij daar ook op in willen
gaan?
Er zijn ook zorgen over de beschikbaarheid in zorginstellingen van
artsen die gespecialiseerd zijn in mensen met een beperking. Wij horen
ook van artsen dat ze steeds minder vaak ter plekke zijn. Dat kan leiden
tot risicovolle situaties. Kan de minister daar ook op reageren?
Voorzitter. Ik ga naar mijn laatste blokje en dat gaat over het
VN-verdrag. Dat raakt natuurlijk ook aan dit debat. Ik heb het net de
hele tijd over zorg aan mensen met een beperking gehad, maar
gehandicaptenbeleid is natuurlijk veel breder en zou eigenlijk helemaal
niet bij het ministerie van VWS moeten liggen, omdat het alle domeinen
raakt. Ik ga in dit blokje met name in op de zorgvragen. We gaan later
dit jaar zeker nog uitgebreider praten over het VN-verdrag, maar ik vind
het heel relevant om dat hier wel te noemen.
In het coalitieakkoord staat een heel mooie zin. Laat ik daarmee
beginnen. Er staat: om de zorg en het leven van mensen met een beperking
te verbeteren, voeren we het VN-verdrag Handicap uit. Dat is hartstikke
mooi. Het is alleen jammer dat de financiële doorrekening hier haaks op
staat. Er staat namelijk nul euro gereserveerd om het VN-verdrag uit te
voeren. Sterker nog, ik noemde net al al de maatregelen die mensen met
een beperking raken, die ervoor zorgen dat zij minder goed mee kunnen
doen aan het leven. Ik heb het dan niet alleen over de hoge zorgkosten,
de bezuiniging op sociale zekerheid en de plannen om aan de
keuzevrijheid en het pgb te tornen. Dat kan niet samen met de mooie zin
uit het coalitieakkoord. Je kan niet enerzijds de keuzevrijheid en regie
afpakken, maar wel opschrijven dat je het VN-verdrag wil uitvoeren. Mijn
vraag aan de minister is dus hoe zij dat samen ziet gaan. Hoe gaat zij
dat VN-verdrag uitvoeren als het coalitieakkoord andere dingen doet? Kan
zij ook ingaan op de European Disability Card? De implementatie daarvan
zou vanaf 2027 moeten gebeuren, maar daar zien we ook nog niets over. En
kan de minister ook uitleggen hoe de kortingen op de Wajong, de plannen
om WW en WIA te versoberen en de plannen met de IVA-regeling, waar ik
het net al over had, zich verhouden tot het VN-verdrag?
Voorzitter. Ik had een langer lijstje, maar ik ga niet alle punten
noemen, vanwege de tijd en omdat we hier met heel veel collega's zitten,
maar ik wil wel de woorden herhalen van mensen met een beperking. Zij
zeggen duidelijk: ons geduld is op; wij willen volwaardig meedoen met de
samenleving, maar we merken dat we gewoon worden tegengehouden door
beleid en dat er barrières zijn. Ook mijn geduld is op. Daar kan deze
bewindspersoon niets aan doen, maar ik hoop wel dat zij zich de komende
tijd keihard gaat inzetten om samen met al die mensen te zorgen dat het
VN-verdrag echt wordt uitgevoerd.
Ik vraag de minister ook hoe zij in dat licht haar rol ziet als
coördinerend bewindspersoon. Gaat ze collega's van alle andere
departementen aan hun jasje trekken? Gaat zij ook zorgen dat de Lokale
Inclusie Agenda, waar gemeenten mee aan de slag moeten, in alle
gemeenteraden goed op de agenda staat? Ik krijg namelijk heel veel
signalen dat dit niet het geval is.
Voorzitter. Ik heb nog een paar wat specifiekere vragen, en daarna rond
ik af.
Mijn eerste vraag gaat over spraakcomputers. We hebben een paar jaar
geleden, volgens mij met steun van zo ongeveer de hele Kamer, een motie
en een amendement ingediend waarin we stelden dat spraakcomputers altijd
vergoed moeten worden, dus zowel de hardware als de software. Alleen
gebeurt dat nog steeds niet. Ik kreeg in de afgelopen weken een mail van
een ouder, die over zijn kind zei: "Mijn kind heeft een functionele
beperking. Die beperking zit in haar vermogen om zich te uiten. Zonder
communicatiemiddelen heeft ze geen stem, en dat heeft dagelijks een
enorme impact op haar welzijn en op ons gezin. Voor ons draait dit niet
om luxe maar om levenskwaliteit." Ik denk dat deze ouder heel mooi
verwoordt hoe belangrijk spraakcomputers zijn. Ik vind het dan ook heel
frustrerend dat wij met de hele Kamer willen dat die computers altijd
vergoed worden maar we in de praktijk horen dat dit niet gebeurt. Kan de
minister hierop dus reageren en kan zij natuurlijk zorgen dat dit wél
gebeurt?
Datzelfde geldt voor nog een aantal punten, zoals herindicaties. Daar
hebben wij eerder samen met het CDA een motie over ingediend, maar ook
dit is iets wat wij allemaal vinden. Het zou niet zo moeten zijn dat
mensen voortdurend moeten blijven bewijzen dat ze ziek zijn en dat ze
bepaalde vormen van hulp nog steeds nodig hebben. Nog steeds horen wij
dat dit toch moeilijk is. Wij horen nog steeds uit de praktijk dat
mensen elk halfjaar, elk jaar of soms elke drie jaar een stapel aan
formulieren moeten invullen, terwijl de beperking niet over is. Graag
een reactie van de minister.
Ik heb een tijd geleden ook vragen gesteld over stroomuitval,
calamiteiten en rampen. We hebben allemaal een mooi boekje gekregen
waarin staat wat je moet doen als er een ramp gebeurt. Maar stel dat er
stroomuitval is en je afhankelijk bent van beademingsapparatuur. Wat
gebeurt er dan? Ik heb de indruk dat ook hier de groep mensen met een
beperking weer een blinde vlek vormt. Ons is een halfjaar geleden een
plan toegezegd. Ik zou de minister graag willen vragen wat de stand van
zaken daarvan is.
Ook hebben we al langer geleden een motie ingediend die vraagt om een
passende verlofregeling voor ouders met een kind met een beperking,
omdat die ouders soms een tijdje niet volledig kunnen werken. Daar zijn
geen passende verlofregelingen voor. Het vorige kabinet zou daarmee aan
de slag gaan. Ik hoor graag van deze minister wat de stand van zaken
is.
Voorzitter. Ik heb een tijdje geleden ook vragen gesteld over een
webshop die beschermingsmaterialen verkoopt. Dan hebben we het
bijvoorbeeld over helmen met slotjes erop om te voorkomen dat mensen
zichzelf beschadigen. Ik ben geschrokken van die webshop. De antwoorden
van de minister gaan over de wettelijke basis, die nodig is, maar ik ben
benieuwd of hier in de praktijk altijd sprake van is. Is ook bekend
hoeveel van dit soort materialen er verkocht worden? Is bekend wat de
gevolgen zijn voor mensen? Ik begrijp namelijk dat je iemand die
zichzelf beschadigt in het uiterste geval moet kunnen beschermen, maar
het mag natuurlijk niet te snel gebeuren. Dat is de essentie van de wet.
Hoe gaat dat in de praktijk?
Ik heb nog heel veel meer punten, voorzitter, maar we hebben een
bepaalde spreektijd aangegeven en daar hou ik me aan. Ik wil afsluiten
met het bedanken van alle mensen die hiernaartoe zijn gekomen en die zo
veel betrokkenheid hebben met deze sector.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een mooi gloedvol betoog over de zorg. Het is fijn om te horen dat ook
GroenLinks-PvdA zich zorgen maakt over dat zinnetje uit het
coalitieakkoord dat naturazorg voorliggend is aan het pgb. Stel dat er
straks wetgeving komt die de keuzevrijheid voor het pgb inperkt, kan ik
dan hopen dat GroenLinks-PvdA tegenstemt?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Absoluut. Wij hebben altijd gezegd dat we eigen regie heel belangrijk
vinden. We vinden dat mensen met een beperking hun eigen leven moeten
kunnen leiden. Ik weet dat er een aantal budgethouders in de zaal zitten
die dit nog veel beter kunnen uitleggen dan ik dat kan. Het is
ongelofelijk belangrijk dat mensen over hun eigen leven gaan. Wij zijn
dus geen voorstander van het inperken van het pgb.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor het antwoord. Fijn dat te horen. Ik heb toch een vraag. Ik heb
het al eerder gevraagd, maar het blijft me verbazen. We hebben het over
de zorg en mevrouw Westerveld merkt heel terecht op dat elk dubbeltje
moet worden omgedraaid. De tarieven zijn vaak zelfs te laag. Als je dan
kijkt naar een heel ander domein, namelijk defensie, dan wordt daar
straks 19 miljard euro extra uitgegeven. Dat is die NAVO-norm van 5%
waar wij zo tegen zijn. Ik begrijp niet dat hier zo bezuinigd moet
worden, terwijl de PvdA tegelijkertijd die norm van 5% heeft
goedgekeurd. Misschien kan mevrouw Westerveld dat toch wat meer
toelichten? Is daar nog discussie over geweest? Als je die uitgaven met
19 miljard euro per jaar ophoogt, moet het geld toch ergens vandaan
komen? Hoe is dat gegaan?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik voel een déjà vu. Deze vraag heb ik afgelopen week ook gekregen. Toen
heb ik gewoon verwezen naar onze doorrekening. Elke politieke partij,
althans heel veel partijen, maakt een doorrekening. Soms wordt dat
gedaan door het Centraal Planbureau, soms gaat dat op een andere manier.
In die van ons kunt u heel helder zien wat onze keuzes zijn. Wij
bezuinigen niet op de zorg. Ik zou die vraag dus eerder stellen aan een
van de coalitiepartijen. Wij willen dat ons land veilig blijft, maar wij
willen niet dat dat ten koste gaat van onze publieke voorzieningen. Die
keuzes maken wij dan ook.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Het gevolg is natuurlijk dat je dan de staatsschuld op laat lopen of dat
je op andere terreinen bezuinigt. Er wordt ook op de sociale zekerheid
bezuinigd. Het is de laatste keer dat ik het vraag, hoor, maar ik vraag
me gewoon af of er binnen de PvdA-fractie überhaupt discussie is geweest
over die norm. Kan mevrouw Westerveld daar wat over zeggen? Mevrouw
Westerveld heeft al opgemerkt dat het geld ergens vandaan moet komen als
je 19 miljard euro per jaar wil besteden aan defensie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik wil meneer Van Houwelingen wel meenemen in ons interne proces, in de
totstandkoming van ons verkiezingsprogramma en de totstandkoming van de
doorrekening. Daar zijn wij een heel groot deel van de zomer met elkaar
mee bezig geweest. Dat leidt er bij ons toe dat we de keuze hebben
gemaakt om niet te bezuinigen op onze publieke voorzieningen zoals de
zorg, en zeker niet op de gehandicaptenzorg. Daar bezuinigen wij niet
op. Dat is helder te lezen in ons verkiezingsprogramma en in onze
doorrekening. Daar hebben veel mensen over nagedacht. Wij halen het geld
gewoon niet weg uit de gehandicaptenzorg. Dat is een vrij duidelijk
antwoord, denk ik.
De voorzitter:
Dan dank ik mevrouw Westerveld voor haar bijdrage en gaan we door naar
de inbreng van mevrouw Synhaeve van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank, voorzitter. Ik wil starten met de woorden die mevrouw Westerveld
uitsprak aan het begin van haar betoog en waar ze ook mee afsloot. Die
wil ik graag herhalen. Ook ik bedank alle mensen die hier aanwezig zijn
op de publieke tribune, de mensen die in de ruimte hiervoor aan het
meeluisteren zijn en de mensen die vanuit huis meeluisteren. Ik ben me
er heel erg van bewust dat jullie daarmee ook een duidelijk signaal
afgeven naar ons toe.
Voorzitter. Ik ben gezegend met hele lieve vrienden om me heen. Sommige
van hen leven met een beperking. Bij de ene vriend houd ik er rekening
mee dat hij niet van drukke omgevingen houdt. Bij een vriendin in een
rolstoel let ik erop dat er geen opstapjes zijn op de plek waar we gaan
eten en dat het toilet goed bereikbaar is. Dat ik niet meer stilsta bij
hun beperking betekent niet dat zij die niet elke dag ervaren. Ze hebben
een baan en doen volwaardig mee in de samenleving, maar ze hebben wel
iemand nodig die hen 's ochtends helpt om zich klaar te maken voor de
werkdag. Van die zorg zijn zij afhankelijk. Waar ik hoogstens even baal
als ik met een grote tas op het station sta en de lift stuk is, betekent
dit voor hen dat ze niet op hun werk kunnen komen. Als een elektrische
rolstoel kapotgaat en een spoedreparatie een week duurt, betekent dat
voor hen een week thuis zitten. Zij leren mij dat de kwaliteit van zorg
vaak direct de kwaliteit van leven bepaalt.
Voor D66 staat voorop dat mensen met een beperking volwaardig moeten
kunnen meedoen. Als zij zorg nodig hebben, moet die er zijn: nu en in de
toekomst. Het is goed dat de minister voorafgaand aan dit debat in haar
brief aan de Kamer heeft aangegeven dat ze dat met de sector wil
vormgeven.
Tegelijkertijd horen wij ook de zorgen uit de sector, over
personeelstekorten, over de druk op medewerkers en over de vraag of er
in de toekomst voldoende plekken zijn voor mensen met een intensieve
zorgvraag. Voor veel gezinnen gaat het daarbij niet om systemen of
beleid, maar om de hele concrete vraag: krijgt mijn kind of familielid
straks nog de zorg die nodig is? Het antwoord is: ja, die zorg moet in
de toekomst beschikbaar blijven. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn,
want de sector zal fors moeten hervormen. De vraag naar zorg groeit
snel, terwijl het aantal zorgverleners niet in hetzelfde tempo
meegroeit. Als we niets veranderen, lopen de wachtlijsten verder op en
neemt de druk op zorgverleners verder toe. Uiteindelijk raken we daarmee
juist de mensen met de grootste zorgvraag het hardst. Dat moeten we
voorkomen. We blijven dus investeren in de zorg en in de
gehandicaptenzorg. Daarnaast bouwen we aan een samenleving waarin mensen
met een beperking niet aan de zijlijn staan, maar volwaardig mee kunnen
doen.
Voorzitter. Ik gaf het vorige week in het debat ook al even aan: de
gehandicaptenzorg is een heel diverse sector. Dat hoef ik niet uit te
leggen aan de mensen op de publieke tribune en zij die deze debatten
volgen. Van mensen met een lichte verstandelijke beperking die hun weg
proberen te vinden in een steeds complexere samenleving tot mensen die
afhankelijk zijn van hulpmiddelen en dagelijkse ondersteuning tot mensen
met een ernstige meervoudige beperking, voor wie stabiele zorg in een
instelling elke dag het verschil maakt: voor al deze mensen geldt
hetzelfde. Ze willen meedoen en onderdeel zijn van onze samenleving,
maar onze systemen en regels sluiten lang niet altijd goed aan op deze
verschillende ondersteuningsvragen. Dat maakt het voor mensen en
gezinnen vaak onnodig ingewikkeld. Ik wil daarom bij een aantal
onderdelen stilstaan. Ik wil even stilstaan bij mensen met een lichte
verstandelijke beperking, vervolgens bij mensen met complexe zorgvragen,
daarna bij kinderen met een beperking en dan bij ouderen met een
beperking. Ik eindig met stilstaan bij het VN-verdrag Handicap.
Ten eerste mensen met een lichte verstandelijke beperking. In Nederland
gaat het om ongeveer 1,1 miljoen mensen. Onze samenleving wordt steeds
sneller en complexer. Formulieren, digitale loketten en ingewikkelde
regels vragen steeds meer van mensen. Voor mensen met een lichte
verstandelijke beperking zijn die systemen vaak veel moeilijker te
doorgronden. Als we daar beter rekening mee houden, kunnen we veel
problemen voorkomen en de mogelijkheden van mensen met een lichte
verstandelijke beperking beter benutten. Daarom heb ik de volgende vraag
aan de minister: welke stappen zet de minister concreet om te voorkomen
dat mensen met een lichte verstandelijke beperking pas in beeld komen
wanneer problemen zich hebben opgestapeld, bijvoorbeeld op het gebied
van schulden, werk of justitie?
Voorzitter. Ten tweede wil ik inzoomen op de complexe zorg en mensen met
een ernstige beperking, die intensieve zorg nodig hebben en vaak in een
zorginstelling verblijven. Dat zijn vaak mensen die decennialang op deze
plek verblijven. Het zijn mensen voor wie de kwaliteit van leven vaak
direct samenhangt met de zorg die ze ontvangen. Voor hen betekent goede
zorg niet alleen ondersteuning, maar ook veiligheid, nabijheid en
continuïteit, vaak jarenlang, soms een leven lang. Daarover heb ik de
volgende vragen aan de minister. De minister gaat bestuurlijke akkoorden
sluiten in de langdurige zorg, waaronder de gehandicaptenzorg. Welke
stappen worden daar nu al in gezet? Wanneer ontvangt de Tweede Kamer een
terugkoppeling. Worden daarbij ook organisaties zoals de Coalitie voor
Inclusie en Vereniging Inclusie Nederland betrokken?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank aan collega Synhaeve voor haar goede en mooie woorden over hoe we
inclusief kunnen zijn. Tegelijkertijd heb ik grote zorgen over de
afspraken in het coalitieakkoord over de bezuinigingen op de langdurige
zorg. Er is namelijk al een bedrag vastgesteld voor de complete
langdurige zorg, maar de minister schrijft heel duidelijk in haar beide
brieven dat ze nog niet specifiek kan maken wat dat voor de
verschillende sectoren betekent en dus ook niet voor de
gehandicaptenzorg. Dat betekent dat er als het ware gesprekken gevoerd
gaan worden op het drijfzand van aanstaande bezuinigingen waarvan we
niet weten hoe groot die gaan zijn. Ik heb de minister-president bij het
debat over de regeringsverklaring horen zeggen dat er beter gekeken moet
worden naar wat dit voor de gehandicaptenzorg betekent en naar
scenario's waarin de bezuinigingen juist daar niet zo hard neerslaan,
omdat er ook al het een en ander in het basispad zat wat controversieel
is verklaard en wat nog niet door de Kamer is. Wat is nou de weg die D66
hierbij voor ogen heeft, behalve dat met iedereen gesproken moet worden?
Dat laatste is mij helder. Dat vind ik ook mooi, maar ik wil ook weten
welke weg u verder voor ogen heeft. Is dat die 990 miljoen? Is dat een
half miljard? Hoe ziet D66 dat?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De zorg kan het nu al niet aan. We zullen dus keuzes moeten maken om die
zorg toegankelijk en betaalbaar te krijgen en te houden voor wie deze
het allerhardst nodig heeft. Ik ben ervan overtuigd dat het
coalitieakkoord daarvoor de kaders meegeeft. Ik vind het heel logisch
dat een coalitie aangeeft welke richting zij op wil gaan en daar de
financiën aan koppelt. Ik vind het ook heel logisch dat dit vervolgens
helemaal wordt doorgerekend en dat je op basis daarvan kijkt naar de
verdere invulling, en het is alleen maar goed en het is noodzakelijk om
dat samen met de sector te doen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nou ben ik nog niks wijzer. De zorg kan het immers niet aan. We hebben
ook gezien dat in de gehandicaptenzorg in de afgelopen jaren heel lang
geen dekkend tarief is gehanteerd. Dus ja, dan is het nogal wiedes dat
de zorg het niet aankon, want er werd niet betaald op basis van de
kosten die er waren. De afgelopen jaren hebben we gezien dat mensen in
de gehandicaptenzorg ouder worden — gelukkig maar — maar ook dat dit
langere tijd intensieve zorg vraagt. Dat betekent vaak ook iets voor
ouders van kinderen met een extra zorgvraag, die zelf ook ouder worden.
Van fractievoorzitters krijg ik een metaverhaal te horen: demografisch
gezien kunnen wij dat op de lange termijn niet betalen. Bijvoorbeeld
bezien vanuit de ouderenzorg is daar van alles over te zeggen. Ik ben
het er helemaal mee eens dat we het daar goed over moeten hebben. Ik ben
het er ook mee eens dat de meest kwetsbare mensen nog steeds altijd
goede zorg moeten krijgen, maar dit is een andere sector, een sector
waarin dat metaverhaal niet opgaat. Ziet collega Synhaeve dat? En wat
betekent dat voor de financiële keuzes van D66?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het volmondig met u eens: dit is een andere sector. Juist daarom
zou dit de sector moeten zijn die vooroploopt. Dit is immers de sector
waarin mensen vaak decennialang op dezelfde plek wonen. Als wij weten
dat binnen nu en een aantal jaren één op de vier mensen in de zorg zou
moeten werken om die zorg te kunnen blijven verlenen, dan weten we ook
dat dit op deze manier niet zal gebeuren. Juist daarom sta ik achter de
keuzes die we gemaakt hebben, want die zijn nodig, juist in deze
sector.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Langzaam maar zeker begin ik daar toch echt wel boos om te worden. Ik
waardeer collega Synhaeve enorm als collega, maar al die verhalen over
dat we meer mensen nodig hebben in de zorg zijn zeker van toepassing,
want we zien dat de generatie babyboomers ouder gaat worden. Dat is
fantastisch; we moeten kijken hoe we dat goed gaan doen. Deze groep
mensen echter onderdeel laten zijn van bezuinigingen, terwijl zij al
jarenlang tekortkwamen, vroeg al om wat in de doorrekening. Mijn partij
heeft dat in ieder geval gedaan en gezegd: niet bezuinigen op de
gehandicaptenzorg. Ik stond ervan te kijken hoeveel er was ingeboekt. Ik
baal er dan ook enorm van: welke brief ik ook krijg van de minister, in
geen enkele brief staat het bedrag dat bezuinigd zal worden op de
gehandicaptenzorg. Al deze mensen en alle mensen die buiten deze zaal
zitten kijken, weten niet wat dit de komende jaren gaat betekenen,
terwijl er al zo veel onzekerheid is. Mijn oproep aan D66 is dan heel
concreet. Ik heb eerder een uitgestoken hand gezien van de
minister-president. Ik hoor de minister ook zeggen dat zij die
bezuinigingen nu nog niet gaat invoeren, maar het gesprek aangaat. Ik
hoor coalitiepartijen zeggen: er is wel wat ruimte. Wat is die ruimte
nou?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wij hebben met elkaar afgesproken dat we de komende jaren ook in het
kader van de Wet langdurige zorg meer geld gaan besteden. We gaan van 40
naar 45 miljoen. We hebben ook gezegd: dat is lager dan het basispad en
we gaan nu nog niet helemaal aftekenen hoe dat precies binnen de
verschillende subsectoren landt, want interventies in de langdurige zorg
zijn gewoon echt anders dan interventies in de gehandicaptenzorg of de
complexe ggz. Daar staan we dus nog steeds achter. Dat is ook de lijn
waar we voor kiezen. Ik geloof dat dit de enige manier is om dit ook op
de lange termijn kwalitatief goed, betaalbaar en toegankelijk te
houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap niet dat de coalitiepartijen, maar ook D66, deze logica maar
blijven verkondigen: het gaat niet goed in de zorg, dus bezuinigen we
mogelijk nog tot een half miljard. Alsof dat het beter maakt. Iedereen
die hier zit weet dat het niet beter gaat op het moment dat er meer geld
uit de gehandicaptenzorg wordt getrokken. Die logica klopt gewoon voor
geen meter. Het is ook niet wat D66 vóór de verkiezingen heeft gezegd.
Volgens mij hadden we in september het laatste debat over de
gehandicaptenzorg. Toen had ik een debat met een collega van mevrouw
Synhaeve, en die zei: wij gaan staan voor de gehandicaptenzorg; ik vind
dat partijen die nu grote woorden gebruiken ook moeten leveren. Dat werd
er gezegd door D66 vóór de verkiezingen. Uit de doorrekening van het
verkiezingsprogramma van D66 blijkt dat de partij geen bezuiniging had
opgenomen op de gehandicaptenzorg. Het is de enige vorm van zorg
waarvoor D66 zich vóór de verkiezingen wel uitsprak tegen bezuinigingen.
Samen met collega Bikker en een aantal andere collega's hier vraag ik
mij nu af waar nu wel de ruimte en de mogelijkheid zitten bij D66 om die
verkiezingsbelofte alsnog na te komen. Volgens mij verdienen die mensen
dat ook.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wij hebben bij de verkiezingen de belofte gedaan dat we ervoor willen
zorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor de mensen die deze het
hardst nodig hebben. Dat is precies wat we gaan doen, juist door keuzes
te maken. Ik ben ervan overtuigd dat meer geld niet de oplossing zal
zijn. We moeten met elkaar kijken welke richting we opgaan. Daar geven
we het kabinet samen met de sector de ruimte voor; geef ons ook input om
te kijken hoe we dat precies vormgeven met elkaar. Dat is waar ik achter
sta en waar ik volgende week ook nog achter sta.
De voorzitter:
Laten we proberen de interrupties bondig te houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Meer geld gaat niet de oplossing zijn. Deze discussie hebben we ook
gehad toen het ging over de jeugdzorg en toen het ging over de begroting
van de hele zorg. Maar minder geld is toch ook niet de oplossing? Als je
de bezuinigingen die nu plaatsvinden ziet, hoe gaan die de zorg helpen?
Hoe gaat het de gehandicaptenzorg helpen als we misschien bijna een half
miljard euro gaan bezuinigen? Het is nog helemaal niet duidelijk waar
die bezuinigingen gaan landen, maar ze zijn wel ingepland, ook door
D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik begrijp de zorgen echt wel. Ik begrijp echt heel goed dat er zorgen
zijn, zeker bij deze groep mensen die zo'n lange tijd zorg nodig heeft
en waarbij de kwaliteit van zorg zo nauw samenhangt met de kwaliteit van
leven. Maar dat betekent niet dat ik dan de keuze maak om er steeds geld
bij te doen. Daarmee gaan we het op termijn gewoon niet redden. Dat
geloof ik niet. We gaan veel meer moeten kijken hoeveel personeel er
beschikbaar is en hoe we hen het meest effectief kunnen inzetten voor de
groep die dat het hardst nodig heeft. Er is een groep mensen waarvan ook
de sector aangeeft dat deze mensen op termijn misschien ook wel in de
wijk kunnen wonen. Er is ook een groep mensen die al decennialang in een
instelling woont; zij gaan hierna niet meer in de wijk wonen. Maar we
kunnen wel kijken hoe we ervoor zorgen dat de nieuwe groep die instroomt
wél een fijne plek in de wijk kan krijgen, met de zorg die daarbij
hoort. Voor die keuzes wil ik kijken wat we kunnen doen om die te maken,
zodat we het op de lange termijn toekomstbestendig kunnen maken en
houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mevrouw Synhaeve begon haar betoog met het bedanken van de mensen die
hiernaartoe zijn gekomen. Ik denk dat het heel terecht is dat we mensen
bedanken dat ze de moeite hebben genomen om hiernaartoe te komen en hier
in de Statenpassage mee te kijken, of om dat vanuit huis te doen.
Mevrouw Synhaeve zei ook: het is een belangrijk signaal dat zij hier aan
ons overbrengen. Een aantal mensen hier in de zaal zijn in het rood
gekleed. Een aantal van deze mensen zit hier omdat zij zien dat als er
bezuinigd wordt op de gehandicaptenzorg zoals mevrouw Synhaeve hier nu
verdedigt, zij of de mensen voor wie zij zorgen in de problemen gaan
komen. Als mevrouw Synhaeve dit daadwerkelijk een belangrijk signaal
vindt dat deze mensen hier vandaag komen afgeven, wat zegt zij dan tegen
deze mensen, meer dan "ik begrijp uw zorgen"?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik zie het als een belangrijk signaal om de keuzes die de komende
maanden, het komende half jaar, worden gemaakt, heel zorgvuldig met
elkaar te maken. Daar zit namelijk de ruimte. We hebben in het
coalitieakkoord de kaders geschetst en het kabinet is aan de slag met de
uitwerking daarvan. Daar zijn heel veel keuzes in te maken. Het signaal
dat ik afgeef, is: ik herken uw zorgen, ik deel uw zorgen en ik zal er
alles aan doen om ervoor te zorgen dat we de keuzes die we maken, zo
zorgvuldig mogelijk maken met elkaar.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij lopen er een paar woorden door elkaar. Ik heb het over
woorden als "hervormingen" en "bezuinigingen". Iedereen is hier voor
hervormingen. De zorg moet natuurlijk voortdurend hervormd worden. Maar
als je zegt dat de zorg toegankelijk moet blijven voor de groep die de
zorg het allerhardst nodig heeft, zoals mevrouw Synhaeve zegt, dan
begrijp ik niet waarom je gaat bezuinigen op de groep die de zorg het
allerhardst nodig heeft. Ik heb daarover een hele concrete vraag. Wij
zijn allebei woordvoerder Jeugdzorg. Daar moest ook hervormd worden en
dat ging gepaard met een bezuiniging. Dat was bij lange na niet zo'n
forse bezuiniging als hier. We zijn nu een paar jaar verder en het loopt
helemaal in de soep. Er gaan alleen maar meer jongeren naar de
jeugdzorg. De kosten rijzen de pan uit en alle gemeenten hebben daar
last van. Mijn vraag aan D66 is: waarom zou zo'n zelfde traject met fors
bezuinigen, nog meer dan op de jeugdzorg, en dan willen hervormen in de
gehandicaptenzorg wel goed uitpakken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik denk dat dit traject anders is. Ik denk dat we juist in dit traject
veel duidelijker aangeven dat we veel meer samen met de sector gaan
bepalen aan welke grote knoppen we moeten draaien. Ik denk dat voor mij
de les uit tien jaar meelopen in de jeugdzorg is dat we die knoppen in
de jeugdzorg onvoldoende met elkaar bepaald hebben, waardoor we er ook
niet in slagen om de zorg daadwerkelijk te hervormen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb niet echt de indruk dat iemand uit de sector zegt: wat een goed
idee; we gaan nadenken over de invulling van deze forse bezuiniging. Dan
even een wat technischere vraag. Ik heb in mijn bijdrage uitgelegd dat
er al een kostendekkend tarief is en dat de sector de afgelopen jaren
dus fors geld tekortkwam. Er komt nu een korting op dat kostendekkende
tarief. Wat vindt mevrouw Synhaeve daar dan van? We hebben een
kostendekkend tarief en daarop komt een bezuiniging. Wat vindt zij
daarvan?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik geloof veel meer in hervormingen waar een visie achter zit die we met
elkaar delen. De knop "draaien aan tarieven" is niet de manier waarop ik
dat het liefst zou willen doen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Er zijn bezuinigingen waarvan je aan de voorkant eerlijk moet zeggen dat
je niet precies weet hoe het uit zal pakken. Het kan ook meevallen. Maar
het punt is dat dat bij de groep waar mevrouw Synhaeve over spreekt,
mensen die langdurige complexe zorg nodig hebben, juist wel heel
voorspelbaar is. Dat kan elke zorgaanbieder bevestigen. Net als mijn
collega's heb ik er heel veel gesproken de afgelopen weken. Die zeggen:
"Er zijn twee kenmerken, namelijk arbeidsintensief en vaak groepsgewijs.
Deze bezuinigingen leiden hoe dan ook tot minder mensen op de groep,
minder aandacht voor cliënten en nog meer werkdruk voor het personeel
dat achterblijft." Ik heb de volgende vraag. Als dit aan de voorkant zo
duidelijk is, zegt D66 dan "dat accepteren wij eventueel", of zegt D66
"nee, deze uitkomst is hoe dan ook, hoe we ook gaan praten met elkaar,
onaanvaardbaar"?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De uitkomst moet altijd zijn dat de mensen die de zorg het allerhardst
nodig hebben, die kunnen krijgen. Dat geldt ook in deze sector, juist in
deze sector. Ik heb er zelf een beetje moeite mee dat er al allerlei
consequenties worden uitgetekend, terwijl we nog niet weten hoe we de
verdeling binnen de hervorming van de langdurige zorg precies gaan
vormgeven. Ik denk dat daar ook de ruimte zit om te kijken: wat doe je
binnen de ouderenzorg, wat doe je binnen de complexe ggz-zorg en wat doe
je binnen de gehandicaptenzorg? Dat doe je in de wetenschap dat
doorlooptijden in deze sector … "Doorlooptijden", wat een
verschrikkelijk woord. Maar als we hier veranderingen willen doorvoeren,
zal dat veel meer tijd in beslag nemen dan in de ouderenzorg misschien
het geval zal zijn.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Hier hoor ik toch wel een belangrijke opening, denk ik. De verdeling
ligt nog niet vast. Daaruit zou ik kunnen afleiden dat als de
consequenties zouden zijn zoals bijna elke zorgaanbieder voorspelt,
namelijk dat het ten koste gaat van de betreffende mensen en van het
personeel, het daar dus in ieder geval niet mag neervallen. Mag ik dat
zo concluderen naar aanleiding van het antwoord van mevrouw
Synhaeve?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Volgens mij zeggen wij heel duidelijk dat die verdeling nog niet
vastligt. Dat wordt ook bevestigd in de brieven vanuit het kabinet. Ik
val ook in herhaling, maar dat is vrij logisch als dezelfde vragen
steeds op een andere manier worden geformuleerd. We gaan het op een
andere manier met elkaar moeten organiseren, ook op de langere termijn.
Dat betekent ook dat dingen niet altijd als in de afgelopen jaren zullen
blijven gaan.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Laatste keer. Ik heb inderdaad geen rood aan, maar wil met alle respect
wel een beetje rood aanlopen van schaamte richting de mensen die hier
zijn. Als elke zorgaanbieder aan de voorkant zegt dat bezuinigingen
leiden tot achteruitgang van de kwaliteit van de zorg en voor het
personeel, zou dat een rode streep moeten zijn. Mijn laatste vraag is:
erkent mevrouw Synhaeve dat er heel veel investeringen worden verwacht,
onder meer in het vastgoed? Ook dat staat met nieuwe bezuinigingen op de
helling. Neemt D66 dat fundamenteel mee?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De keuzes die we maken, moeten uiteindelijk leiden tot betere kwaliteit
van zorg. Daar kunt u mij op aanspreken.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Een korte vraag. Ik hoor mevrouw Synhaeve een aantal keer zeggen dat de
zorg toegankelijk moet blijven voor de mensen die die zorg het
allerhardst nodig hebben. Mevrouw Westerveld heeft net een aantal
voorbeelden geschetst van mensen die die zorg hard, het hardst, of het
allerhardst nodig hebben. Wie zijn dan die groep mensen volgens mevrouw
Synhaeve? U vernauwt het nu tot mensen die dat het allerhardst nodig
hebben. Volgens mij is iedereen nu zo boos omdat die héle groep op wie
de bezuinigingen neerslaat die zorg hard nodig heeft. Wie bedoelt u dan
precies?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wat ik ook in mijn bijdrage probeerde aan te geven is dat de
gehandicaptenzorg en de doelgroep die daarbij hoort heel divers is. Elk
van die groepen zal iets anders nodig hebben. Ik kom daar later in mijn
bijdrage nog meer over te spreken. Wat in ieder geval buiten kijf staat,
is dat de mensen in een instelling die intensieve zorg nodig hebben die
moeten blijven krijgen. Die zorg moet kwalitatief goed zijn, met vaste
gezichten, niet alleen nu, maar ook binnen tien jaar.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan laat u mij eigenlijk in vertwijfeling achter. Volgens mij zijn dat
nou precies de dingen waarvan zo ongeveer de gehele sector zegt dat ze
zwaar onder druk komen te staan, zo niet afgebroken worden door die
bezuinigingen. Ik doel met name op de kwaliteit van leven van
zorgintensieve mensen. Zij waarschuwen er op alle mogelijke manieren
voor dat dit juist datgene is wat niet overeind blijft staan. Dus welke
visie zit hier dan achter? Of ontbreekt het gewoon aan visie? Dat kan
natuurlijk ook. Moesten er gewoon financiële keuzes gemaakt worden en is
toevallig nu de gehandicaptensector de pineut?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Om even door te bouwen op de vraag voor wie de zorg echt beschikbaar
moet zijn, merk ik het volgende op. Van de mensen die zorg nodig hebben
in zo'n intramurale setting, weten we dat we moeten kijken naar
bijvoorbeeld de groep VG6/VG7. Daarvan zegt de sector ook: die zouden op
termijn misschien wel in de wijk kunnen wonen, maar dan moeten er wel
voldoende woningen beschikbaar zijn voor die groep. Dat is een manier om
te kijken hoe je iets meer ruimte kunt creëren binnen die groep om te
zorgen dat we het beschikbare zorgpersoneel juist kunnen inzetten voor
de mensen die de zorg het hardst nodig hebben en die niet in de wijk
zullen kunnen wonen, ook niet met intensieve ondersteuning.
De voorzitter:
Ik geef mevrouw Synhaeve weer het woord voor het vervolg van haar
bijdrage. Maar eerst een interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb goed geprobeerd te luisteren naar de antwoorden van mevrouw
Synhaeve op alle vragen van de collega's. Eén ding zei mevrouw Synhaeve
naar aanleiding van een vraag van mevrouw Westerveld, namelijk dat de
tarieven op dit moment net kostendekkend zijn. "Kostendekkend" betekent
dat net de zorg gegeven kan worden die nodig is. Als het
niet-kostendekkend is, dan kun je dus niet meer de zorg geven die nodig
is, want dan is er onvoldoende geld voor. Mevrouw Synhaeve zegt: ik geef
er ook de voorkeur aan om niet tariefkortingen op te leggen maar dat
besparingen gebaseerd zijn op hervormingen. Nu zijn er een aantal
bezuinigingen waarbij dat aantoonbaar niet het geval is. Ik ben wel
benieuwd wat mevrouw Synhaeve daar dan van zegt. Het meerjarig
contracteren bijvoorbeeld gebeurt al, dus dat levert geen geld meer op.
Ook zou er bespaard worden op de verplaatsing van de handelingen uit de
Wlz naar de Zorgverzekeringswet. Dat gaat echter niet door, dus dat
levert ook geen besparing op. Deze hervormingen zijn dus al van tafel,
maar die forse bezuiniging staat nog steeds. Hoe moet ik dat rijmen met
het antwoord dat mevrouw Synhaeve net gaf? Want dit is dan gewoon een
tariefkorting.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dit is ook het onderdeel waar ik zelf de meeste moeite mee heb, want
daar blijkt geen visie uit. We kunnen het met elkaar oneens zijn over de
visie en we kunnen het met elkaar oneens zijn over de stappen die gezet
moeten worden, maar hier ben ik ook niet enthousiast over. Ik kijk ook
naar het kabinet om te zien of zij daar straks een reactie en een
reflectie op kunnen geven.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik zat met enige verbazing te luisteren. Ik zie iedereen rechts van mij
rood aanlopen. Ik hoorde mevrouw Synhaeve zojuist zeggen: kwaliteit van
zorg bepaalt de kwaliteit van leven. Mijns inziens vergt dat
investeringen. Als we nu nog niet exact weten hoe de plannen ingevuld
gaan worden en wat daarvan de consequenties zullen zijn, is het dan niet
eerlijker om nu pas op de plaats te maken en niet te zorgen voor verdere
onrust? Iedereen die dit aangaat, voelt daadwerkelijk dagelijks de
stress, omdat ze niet weten hoe de toekomst eruitziet. Pas op de plaats,
eerst een plan en dan kijken of er überhaupt bezuinigd kan worden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Kwaliteit van leven borgen vraagt om investeringen, maar ook om keuzes.
Bij de Wmo zien we dat veel mensen die gebruikmaken van huishoudelijke
hulp, dat prima zelf kunnen betalen en dat dat ten koste gaat van de
mensen die het niet kunnen betalen. Dat zijn keuzes die we nu al kunnen
maken, waar ik achter sta en die er juist toe leiden dat de mensen die
de zorg het hardst nodig hebben, die wel kunnen krijgen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat leidt tot een vervolgvraag bij mij. Naar de Wmo voor mensen die heel
vermogend zijn, zou ik nog kunnen kijken. Daar kan ik eventueel nog in
meegaan. Maar het belang van eigen regie en zeggenschap in verband met
het pgb is nogal strijdig met het coalitieakkoord. Een pgb is voor heel
veel mensen de sleutel tot participatie in de samenleving. Hoe ziet D66
dit?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat herken ik volledig. Ik denk dat er zeker een grote groep is voor wie
een pgb het verschil maakt, waardoor zij zelf keuzes kunnen maken en hun
leven vorm kunnen geven op de manier waarop ze dat zelf het liefst
willen. Daarom zeggen we ook dat zorg in natura voorliggend wordt, maar
als jij dat pgb kan dragen, dat zelf vorm kan geven en daarop kan
sturen, dan moet dat nog altijd beschikbaar blijven. Dat zal ook in de
toekomst zo zijn.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe. Aan mevrouw Bikker; sorry.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geeft niet, voorzitter. Ik vond dat mevrouw Synhaeve net iets
belangrijks zei, namelijk dat de bezuinigingen waar ze de meeste moeite
mee heeft en die ook voor D66 wel echt … Een meloen, een graat in de
keel, een steentje in de schoen: we kunnen daar van alles voor
gebruiken. Maar belangrijker is dat we samen kijken hoe we dat kunnen
oplossen, want mijn beeld is dat een deel hiervan, in tegenstelling tot
de bezuinigingen die zijn aangekondigd, eigenlijk nog de oude
bezuinigingen van de voorgaande kabinetten zijn. Is collega Synhaeve het
met me eens dat als we dat anders willen, het dan ook aan deze Kamer is
om een voorstel neer te leggen voordat we over de begroting stemmen? Is
D66 bereid daarover mee te denken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het zeker met mevrouw Bikker eens dat het uiteindelijk aan deze
Kamer is om daar een besluit over te nemen, maar ik wacht graag eerst de
reactie van het kabinet af.
De voorzitter:
Dan is opnieuw het woord aan mevrouw Synhaeve voor het vervolg van haar
bijdrage.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Voorzitter. Ik was in mijn betoog bij de mensen met een complexe
zorgvraag. Daarbij had ik een aantal vragen aan het kabinet in
aanvulling op de vragen die ik net al stelde. Welke wet- en regelgeving
zit nu in de weg om de beoogde hervormingen voor elkaar te krijgen?
Daarnaast zien we dat verschillende organisaties, waaronder de VNG,
oproepen om te onderzoeken wat de impact is van de hervormingen, zodra
we die meer invulling hebben gegeven, voor mensen met een levenslange en
levensbrede beperking. Hoe kijkt de minister aan tegen een dergelijk
verzoek?
In de stukken wordt gesproken over het mogelijk verminderen van bepaalde
vormen van institutionele zorg. Daar heb ik al een aantal vragen over
gesteld, dus die ga ik niet opnieuw stellen. Ik wil graag nog wel
stilstaan bij het meer organiseren van zorg in de wijk. We moeten ook
kijken of die wijk daar klaar voor is. Gemeenten hebben daarin een
belangrijke rol, onder andere via de Wmo. In het inspectierapport zien
we juist dat het toezicht op Wmo-zorg sterk verschilt tussen gemeenten.
Daarover heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt de
minister naar deze verschillen? Vindt zij het acceptabel dat de
kwantiteit en de kwaliteit van de geleverde zorg zo afhankelijk zijn van
de gemeente waar iemand woont? Hoe kijkt de minister aan tegen meer
landelijke standaardisering?
Voorzitter. Ten derde: kinderen met een beperking. We zeggen vaak dat
ieder kind mee moet kunnen doen. In de praktijk verdwalen ouders van
kinderen met een beperking vaak tussen onderwijs, zorg en jeugdhulp.
Juist de overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg is vaak veel te
hard. Dat zorgt voor grote problemen voor kinderen die volwassen worden,
die dan opeens grote verantwoordelijkheden moeten dragen en daardoor ook
voor opstapelende problemen kunnen komen te staan. Daarover de volgende
vragen aan de minister. Wat doet de minister om de overgang tussen
jeugdzorg en volwassenenzorg voor jongvolwassenen met een beperking zo
soepel mogelijk te laten verlopen? Waar moeten we beleid aanpassen om te
zorgen dat professionals de ruimte krijgen om jongeren en
jongvolwassenen goed in deze overgang te kunnen begeleiden?
Uit onderzoek van Stichting het Gehandicapte Kind blijkt dat een op de
drie kinderen met een beperking nooit bij een speelplek in de buurt
komt, omdat die speelplek daar niet toe uitnodigt. Ik heb de volgende
vraag aan de minister. Het coalitieakkoord vraagt meer aandacht voor
buitenspeelplekken. Hoe zorgt de minister dat dit inclusieve
buitenspeelplekken zijn?
Ten vierde: ouder wordende mensen met een beperking. Ook in de
gehandicaptenzorg zien we dat mensen ouder worden. Dat is positief, maar
het brengt ook uitdagingen met zich mee. Dementie komt bijvoorbeeld
steeds vaker voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Daarom de
volgende vragen aan de minister. Is de sector voldoende voorbereid op
deze ontwikkeling? Hebben we voldoende kennis en zorgvormen voor deze
combinatie van zorgvragen? Wordt dit onderwerp voldoende meegenomen in
de toekomstagenda van de sector?
Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over het VN-verdrag Handicap.
Iedereen in deze Kamer onderschrijft het VN-verdrag Handicap. Ik vind
het daarom ook goed dat een aantal aanbevelingen van het College voor de
Rechten van de Mens worden opgevolgd. Maar op sommige punten vind ik de
reactie te vrijblijvend. Zo wordt bijvoorbeeld nog bekeken of het
VN-verdrag onderdeel wordt van het opleidingsaanbod voor
rijksambtenaren. Mijn vraag aan de minister is simpel: waarom regelen we
dat niet gewoon, als we weten dat we juist zo veel voor elkaar moeten
krijgen op die andere departementen?
Daarnaast stelt het College voor de Rechten van de Mens dat de
implementatie van het VN-verdrag Handicap te traag verloopt en te weinig
concrete doelen kent. Ik maak me daar zorgen over, als we enerzijds
aangeven deze rijksbrede opgave te willen uitvoeren bij alle relevante
departementen, en tezelfdertijd terughoudend zijn in de ambities om dit
voor elkaar te krijgen Daarom de volgende vragen aan de minister. Op
welke manier gaat de minister zorgen voor meer snelheid en meer concrete
doelen? Op welke manier gaat de minister sturen op de uitvoering die
niet onder haar directe verantwoordelijkheid valt? Deze vragen heeft,
bedenk ik me nu, collega Westerveld ook al gesteld.
Tot slot, voorzitter, de werkagenda. De werkagenda gekoppeld aan het
VN-verdrag Handicap moet geen afvinklijst worden. Juist als we vanuit de
gedachte van het VN-verdrag Handicap gaan werken, zullen we die elke
keer moeten bijsturen, maar dat vraagt wel om duidelijke doelen met
duidelijke resultaten, en om de ruimte om steeds bij te sturen.
Voorzitter, ik rond af. Leven met een beperking mag geen beperking zijn
van iemands kwaliteit van leven. Voor veel mensen met een beperking
bepaalt de kwaliteit van zorg direct hun kwaliteit van leven. Daarom
zullen wij er alles aan doen om te zorgen dat die zorg toegankelijk
blijft, nu en in de toekomst. Dat vraagt ook dat we eerlijk zijn, zoals
ik al eerder heb genoemd, want de vraag naar zorg groeit sneller dan het
aantal zorgverleners.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan mevrouw Maeijer voor
haar inbreng in de eerste termijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we over de gehandicaptenzorg,
volgens mij voor het eerst in een apart wetgevingsoverleg. Ik vond dit
een heel mooi initiatief, waarmee de sector de aandacht krijgt die hij
verdient, want er gebeuren ontzettend veel mooie dingen in deze sector.
De werkbezoeken die ik heb afgelegd, hebben op mij een diepe indruk
gemaakt. Het aantal mensen hier op de tribune, maar ook elders in het
gebouw, maakt dat ook, want ik weet dat het voor velen heel veel moeite
heeft gekost om er vandaag bij te zijn of om op een andere manier dit
debat te volgen. Ik kan me zo voorstellen dat het ook heel veel moeite
kost om vandaag de hele dag aangehaakt te blijven, gelet op de ruime
spreektijden van iedereen. De minister zal straks ongetwijfeld ook nog
wel een tijdje aan het woord zijn.
Voorzitter. Ruim twee miljoen mensen in Nederland leven met een
beperking. Helaas is meedoen nog steeds niet vanzelfsprekend. Sinds het
uitkomen van het coalitieakkoord is de onrust groot. Dat is natuurlijk
niet zo gek. Het eigen risico gaat omhoog naar €520, de tegemoetkoming
voor chronisch zieken wordt afgeschaft, er komt een eigen bijdrage in de
wijkverpleging en er volgt een forse bezuiniging op de langdurige zorg,
waaronder de gehandicaptenzorg. Het feit dat er 10 miljard euro wordt
bezuinigd op de zorg is al krankzinnig, maar ik vind het verwerpelijk
dat er ook nog eens voor wordt gekozen om de rekening neer te leggen bij
patiënten, ouderen en gehandicapten. Ik zou de minister om te beginnen
dan ook willen vragen wat zij hier nou eigenlijk van vindt. Wat ons
betreft gaan deze plannen dan ook direct van tafel.
Voorzitter. Op een van de eerste dagen als Kamerlid, toen we net
geïnstalleerd waren voor deze periode, ontvingen we van de sector een
jojo. Die symboliseerde het jojobeleid van de afgelopen jaren, met
bezuinigingen die wel in de boeken staan en dan eerst wel en dan toch
weer niet doorgaan. In de boeken is dat natuurlijk niet zo erg, want
papier is geduldig. Maar voor alle zorgaanbieders die ermee moeten
werken, is het natuurlijk niet te doen. Dan gooit minister Sterk er ook
nog eens een forse bezuiniging overheen. Tot nu toe weten we dat de
bezuiniging op de langdurige zorg bijna 1 miljard moet opleveren. Het
wordt vastgelegd in een akkoord. Het gaat om passende persoonsgerichte
zorg en het verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg. Ook
wordt zorg in natura voorliggend op het pgb. Daarmee stopt ongeveer onze
kennis. Aan de minister heb ik dan ook de volgende vragen. Hoeveel komt
er voor rekening van de gehandicaptenzorg? Wat betekent volgens haar
passende persoonsgerichte zorg in de gehandicaptenzorg? Wat betekent het
verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg in de
gehandicaptenzorg? Als dit doorgaat, klopt het dan dat er geen
keuzevrijheid meer is voor het pgb? Ik heb daar vorige week een motie
over ingediend. Ik hoorde een aantal collega's ook een punt maken over
het pgb. Ik hoop dan ook dat zij mijn motie zullen steunen.
Voorzitter. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland geeft aan, los van
dat zij de bezuinigingen een donkere wolk vinden, dat de minister — ik
zeg dit even in mijn eigen woorden — soms een beetje aan het goochelen
is met de cijfers en de grafieken. Ik dacht eigenlijk dat we daar
vandaag een reactie op zouden ontvangen, maar de brief van de minister
die we net voor het debat ontvingen, gaat daar naar mijn idee helemaal
niet zozeer op in. De Kamer had namelijk vorige week nog eens gevraagd
om scenario's, een reactie op de brief die was gestuurd door VGN, het
concreet maken en een update ten aanzien van ExpertCare.
Achter de cijfers gaat natuurlijk een wereld schuil. Dat is een wereld
van zorg voor kwetsbare mensen en professionals die op hun tandvlees
lopen. Die wereld is nu bang voor een verschraling van zorg, met minder
persoonlijke aandacht, misschien wel minder wandelingen buiten, minder
tijd om te douchen, minder tijd voor een praatje, nog hogere werkdruk en
meer uitval. Wat zegt de minister tegen al die mensen die naar het debat
luisteren, hier op de tribune en thuis, en zich hier grote zorgen over
maken?
De minister heeft het in haar brief van vanochtend over allerlei
voorwaarden die zij wil hanteren, maar het financiële kader blijft
gewoon staan. Bent u bereid om de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg
van tafel te halen? In de brief van vanochtend lezen wij ook dat de
minister verwacht voor 1 juni nog geen akkoord te hebben. Zij wil de
bezuiniging die ingeboekt staat voor 2027 op een andere manier oplossen,
maar waar denkt zij dan aan?
Voorzitter. Volgens mij wil de sector wel administratieve lasten
terugdringen. Wat kan de minister doen om de sector hiermee te helpen?
Is zij bereid om op korte termijn met hen om tafel te gaan, om zo te
kijken wat er nog meer mogelijk is om ervoor te zorgen dat de spaarzame
tijd die er is naar de cliënten gaat?
Voorzitter. Persoonlijke aandacht en vaste gezichten zijn van
levensbelang in de gehandicaptenzorg. Er is nu al een tekort aan bijna
10.000 mensen in de zorg en dat aantal loopt op. Het zichtbaarder maken
van het prachtige werk en het vergroten van maatschappelijke waardering
staan hoog op de agenda van de sector. Ik denk dat steun van de overheid
daarbij zeer welkom is. Kan de sector op uw steun rekenen, vraag ik de
minister. Bent u bereid om toe te zeggen dat u de sector specifiek op
dit punt, het zichtbaarder maken van het werk en de mooie dingen die er
gebeuren, financieel gaat ondersteunen? Het gaat dan niet om
bureaucratisch geneuzel, maar gewoon om wat financiële steun zodat de
sector zelf een mooie campagne kan maken om hun prachtige werk aan
Nederland te laten zien. Ik hoor het graag.
Voorzitter. Meerdere organisaties spreken hun zorgen uit over de
verwachtingen van de inzet van informele zorg, specifiek in deze sector.
Een op de vijf medewerkers in de gehandicaptenzorg is ook mantelzorger.
Netwerken gaan al gebukt onder een zware zorglast. In hoeverre verlangt
de minister van het netwerk dat zij extra zorgtaken zullen oppakken? Wat
is de minister van plan om extra te gaan doen voor de mantelzorgers? Met
deze zorgbezuinigingen legt zij namelijk nog veel meer druk op hen, en
zij gaan al gebukt onder veel druk.
Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt melding gemaakt van het
VN-verdrag Handicap, maar daar stopt het eigenlijk ook wel. Er is
namelijk geen geld voor beschikbaar gemaakt. Verschillende organisaties
wijzen erop dat er voorstellen in het akkoord staan die haaks staan op
het verdrag. Hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Hoe is de minister
voornemens om haar rol als coördinerend bewindspersoon op te pakken? Ik
weet van dichtbij dat dit best taaie kost kan zijn.
Voorzitter. De minister kent vast het Nibud-rapport over de meerkosten
voor mensen met een beperking. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een
beperking te maken kunnen hebben met hoge noodzakelijke uitgaven,
bijvoorbeeld vanwege zorgkosten, hulpmiddelen of vervoer. Sommige
huishoudens hebben moeite met rondkomen of komen structureel geld
tekort. Waarom kiest het kabinet er dan toch voor om bijvoorbeeld de
tegemoetkoming chronisch zieken af te schaffen en het eigen risico te
verhogen? Wat denkt de minister dat dit met de levensstandaard van deze
mensen doet? Het kabinet zet daar een tegemoetkoming via gemeenten
tegenover. Erkent de minister dat met het bedrag dat het kabinet
beschikbaar stelt, veel minder mensen zullen worden geholpen dan eerder
het geval was? Erkent zij dat voor deze mensen alle maatregelen van het
kabinet zich op zullen stapelen? Hoe kijkt zij aan tegen het feit dat de
VNG bij de evaluatie van de regeling uiterst kritisch was op een
gemeentelijke regeling, juist vanwege de uitvoerbaarheid?
Voorzitter. Ons zorgsysteem kan een doolhof zijn op het moment dat je
zorg nodig hebt. Kan de minister vertellen hoe het ervoor staat met het
initiatief "altijd de juiste deur" en de overheidsbrede loketten? Er
zouden vorig jaar drie praktijkinitiatieven starten. Wat heeft dat nu
eigenlijk opgeleverd?
In de media verscheen laatst het bericht dat meer dan de helft van de
bushokjes in Nederland niet of slecht toegankelijk is voor mensen met
een beperking. Zes van de tien haltes hebben geen of onvoldoende
hulpmiddelen om blinden of slechtzienden te ondersteunden bij het
busvervoer. Voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel is iets
minder dan de helft van de bushaltes niet goed uitgerust. Welke actie is
de minister van plan om hierop te ondernemen? Nu ik het toch over het
vervoer heb: hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen
motie-Agema over het afschaffen van de kilometerregistratie en het
persoonlijke kilometerbudget van Valys?
Voorzitter. In het coalitieakkoord lezen we dat — ik citeer — "we
stoppen met het doorgeslagen indicatiecircus. Niemand hoeft zijn
chronische ziekte of beperking meer periodiek aan te tonen." Kan de
minister aangeven wat mensen, onder welke wet zij ook vallen, precies
van de minister kunnen gaan verwachten op dit punt en wanneer?
Voorzitter. Een aantal collega's noemden het al: er zijn een aantal
organisaties, waaronder Metgezel en het ZEVMB-kenniscentrum, die zich
zorgen maken over het nieuwe conceptbeleidskader van de meerzorg bij een
pgb. Want volgens hen biedt het onvoldoende waarborgen. Zij zien
risico's op rechtsongelijkheid voor cliënten, overschrijding van
bevoegdheden en onvoldoende borging van maatwerk. Herkent de minister
deze signalen? Kan zij op ieder van deze signalen afzonderlijk
ingaan?
Voorzitter. Dan een aantal vragen. Ik realiseer me dat ik een beetje van
de hak op de tak spring, maar er stond echt een veelvoud aan onderwerpen
op de agenda vandaag. Ik heb een aantal vragen over een aantal
specifieke aanbieders: De Trans, Focus en Villa ExpertCare. Ik begin bij
De Trans. Kan de minister een update geven van de situatie bij De Trans,
en dan natuurlijk in het bijzonder over het welzijn van alle bewoners?
De overdracht zou per 1 januari van dit jaar plaatsvinden. Dat is alweer
even geleden, dus graag een stand van zaken.
Voorzitter. Dan Focus. In het onafhankelijke rapport dat is opgesteld
met betrekking tot Focus kwam naar voren dat er sprake is van sociale
onveiligheid. Kan de minister iets vertellen over hoe het nu gaat? Er
zijn een aantal verbetermaatregelen genomen. Krijgt Focus of uw
ministerie nog steeds meldingen over sociale onveiligheid? Kan de
minister iets vertellen over het vervolg? Want wie controleert nu
eigenlijk of er echt sprake is van verbetering?
Voorzitter. Mevrouw Westerveld had het al uitgebreid over Villa
ExpertCare. Ik was in de veronderstelling dat de minister in de brief
van vanochtend met een update zou komen. Volgens mij staat het er niet
in, of ik heb het niet goed gelezen. Ik dacht dat zij de signalen zou
controleren die vorige week in het debat zijn doorgegeven en dat ze in
ieder geval zou nagaan wat nu exact de stand van zaken is. Ik lees daar
niets over terug. Ik zie de minister knikken, dus ik verwacht dat zij
daar zo uitgebreid op terugkomt. Ik zou heel graag willen weten voor
hoeveel kinderen de zorg nu goed geregeld is, hoeveel kinderen en ouders
nog steeds in onzekerheid verkeren en welke rol zij voor zichzelf ziet.
31 maart nadert namelijk met rasse schreden. Ik hoop dat zij afstapt van
de afwachtende houding.
Voorzitter. Afrondend heb ik nog een aantal vragen. Hoe staat het met de
uitvoering van de aangenomen motie-Thiadens/Krul over verwisselbare
pedaalverhogers voor mensen met dwerggroei? Wat doet de minister
eigenlijk om de langdurige zorg klaar te maken voor crises, om specifiek
de langdurige zorg weerbaar te maken? Het gaat natuurlijk vaak over de
ziekenhuizen, maar ik denk dat het een terecht punt is om ook te kijken
in hoeverre de langdurige zorg, zoals ouderenzorg en gehandicaptenzorg,
klaar is voor een eventuele crisis en wat de minister nog kan doen om de
zorg daarin te ondersteunen.
Voorzitter. Mevrouw Synhaeve zei al even dat mee kunnen doen op jonge
leeftijd begint, bijvoorbeeld in de speeltuinen. Jantje Beton heeft de
ambitie om in iedere gemeente minimaal één inclusieve speelplek te
realiseren. Daarvoor is geld nodig. Is de minister bereid om met Jantje
Beton in gesprek te gaan over het geven van aanvullende
financiering?
Voorzitter, helemaal tot slot. Ik sluit eigenlijk af waarmee ik begon en
waarmee alle collega's hier begonnen, namelijk met een woord van dank
aan alle mensen hier op de tribune, mensen elders in het gebouw en
mensen die de livestream volgen, voor het geduld om naar mij en een
aantal voorgaande sprekers te luisteren. Natuurlijk sluit ik ook af met
een oproep aan de minister om de bezuinigingen te schrappen. Kom tot
inkeer, zou ik zeggen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng. Dan vervolgen we met de
inbreng van mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. Waarmee mevrouw Maeijer bijna eindigde, zou ik willen
starten, namelijk een dankwoord aan iedereen hier. Volgens mij geeft de
aandacht die er voor dit onderwerp is des te meer aan met hoeveel passie
mensen in de zorgsector werken en met hoeveel passie mensen met elkaar
iedere dag hun stinkende best doen om het te verbeteren. Allereerst dank
daarvoor.
Voorzitter. Voor de VVD is het belangrijk dat iedereen zo veel mogelijk
kan meedoen in de maatschappij, met of zonder beperking. We vinden het
belangrijk om te kijken naar wat mensen wél kunnen, in plaats van te
focussen op wat mensen niet kunnen. We stellen niet de beperking, maar
de talenten centraal. We zetten mensen in hun kracht. Mensen met een
beperking verdienen het om niet slechts verzorgd te worden, maar om een
zo compleet mogelijk leven te kunnen leiden. We moeten iedereen in staat
stellen zijn of haar talenten zo veel mogelijk te ontwikkelen. We kijken
wat nodig is om ervoor te zorgen dat iemand optimaal van het leven kan
genieten. Wat is er nodig om iemand met een beperking vrij en
zelfstandig te laten leven? Mensen met een beperking moeten zo veel
mogelijk kunnen werken, reizen, sporten en recreëren.
De VVD kiest ervoor om deze mensen te ondersteunen, niet door de regie
over te nemen, maar door aan te vullen waar dat nodig is. Zo stellen we
mensen in staat om hun eigen keuzes te maken. Daarvoor is wel een
verandering in denken noodzakelijk. Vroeger keken we naar wat iemand
individueel nodig had om mee te kunnen doen. We keken dus naar de
beperking. Inmiddels werken we toe naar een inclusieve samenleving. We
moeten ervoor zorgen dat de algemene voorzieningen geschikt zijn voor
iedereen. Zo kunnen ook mensen met een beperking gebruikmaken van deze
voorzieningen. Denk aan een theater, bibliotheek of sporthal. Dit hebben
we afgesproken in het VN-verdrag Handicap. Het is dan ook belangrijk dat
deze wordt uitgevoerd.
Toegankelijkheid van gebouwen moet ook voor mensen met een beperking de
normaalste zaak van de wereld zijn. Dat is het helaas nog steeds niet.
Ik vind het belangrijk dat zij voordat zij naar een publiek gebouw gaan,
niet hoeven uit te zoeken of dit wel toegankelijk is. Mensen moeten niet
zenuwachtig hoeven zijn over of het allemaal wel gaat lukken. De
drempels moeten de gebouwen uit en de liften de gebouwen in. Die liften
moeten dan ook vertellen waar je bent. Het klinkt zo logisch, maar
vanzelfsprekend is het helaas nog niet. Dat zien we ook vandaag hier in
de Tweede Kamer. Als we ergens het goede voorbeeld zouden moeten geven,
dan is dat hier.
De VVD hecht er waarde aan dat ervaringsdeskundigen altijd betrokken
worden bij renovatie of nieuwbouw. Zij weten immers precies wat
belangrijk is en wat echt niet vergeten mag worden. Wij pleiten dan ook
voor een toegankelijkheidslabel voor overheidsgebouwen. Als we willen
dat iedereen volwaardig kan meedoen in de samenleving, dan moet de
toegankelijkheid gewoon echt op orde zijn. Het is aan de overheid om het
goede voorbeeld te geven. Zo zetten we de norm. Mensen met een beperking
worden daardoor minder afhankelijk van de overheid en bepalen zelf hoe
zij hun leven inrichten. Mijn collega Daan de Kort heeft op 3 april 2024
van de toenmalige minister al de toezegging gekregen dat zij samen met
ervaringsdeskundigen zou kijken of er een toegankelijkheidslabel voor
publieke gebouwen uitgewerkt kon worden. Ik wil deze minister vragen wat
de stand van zaken hiervan is.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de mooie woorden over toegankelijkheid. We doen het in Nederland
helemaal niet goed. Dat heeft de VN-commissie die ons controleerde
anderhalf jaar geleden ook heel duidelijk gezegd. Die commissie zegt dat
er meer moet gebeuren, want we houden ons niet aan dat VN-verdrag.
Iedereen is het ermee eens dat het VN-verdrag moet worden uitgevoerd.
Mijn vraag is hoe de VVD dat wil doen als er nul euro voor gereserveerd
staat.
Mevrouw Wendel (VVD):
Juist omdat wij dat zo belangrijk vinden, hebben we het expliciet
opgenomen in het coalitieakkoord. Wat mij betreft mag daar namelijk geen
twijfel over bestaan. Hoe willen we dat gaan doen? Wat mij betreft is
het VN-verdrag Handicap niet alleen voor VWS. Volgens mij is het iets
wat iedere dag in ieder beleidsterrein doorwerkt. Volgens mij zou het
dan ook bijzonder zijn om daar expliciet bij VWS geld voor vrij te
maken. Wij vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat wat er gebeurt bij
publieke gebouwen op een inclusieve manier gebeurt. Daar is geen
discussie over mogelijk.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik vind dit hele mooie woorden van mevrouw Wendel, maar om ergens te
komen — u noemt bijvoorbeeld de bibliotheek en de sportvereniging — is
zo'n pgb juist hartstikke belangrijk om mee te kunnen doen in de
samenleving. Hoe ziet mevrouw Wendel dat dan als het pgb op de tocht
staat?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat mevrouw Ten Hove hier een goed punt aansnijdt. Ik zou dat
graag tweeledig willen beantwoorden. Allereerst wil ik ingaan op dat een
pgb nodig is om daar te komen. Voor een deel van de mensen is dat 100%,
helemaal waar. De VVD wil ernaartoe dat we de openbare ruimte zo
toegankelijk maken dat niet meer iedereen individueel iets nodig heeft
om daar te komen, maar dat het voor iedereen mogelijk is om daar te
komen.
Als tweede het persoonsgebonden budget. Ik heb daar de afgelopen tijd
ook veel vragen over gekregen, omdat het persoonsgebonden budget juist
door de VVD in het leven geroepen is. In het coalitieakkoord staat er
misschien een te kort zinnetje over, zou ik willen zeggen. Ik kijk even
naar de voorzitter. Deze vraag zou ik graag iets uitgebreider willen
beantwoorden; dan zal ik op de rest van de vragen bondig ingaan. Bij
dezen alvast een belofte. Het persoonsgebonden budget is voor heel veel
mensen 100% noodzakelijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom
vindt de VVD het ook belangrijk dat het pgb houdbaar blijft. Hoe willen
we dat doen? Door terug te gaan naar de essentie waarmee het pgb ooit in
het leven geroepen is. Wat ons betreft is het bedoeld voor mensen die
onder eigen regie hun eigen zorg kunnen inkopen. Op die manier kunnen
zij dan meedoen in de samenleving. Dat betekent dat we inderdaad zorg in
natura voorliggend maken voor de mensen voor wie wat prima voldoende is
om de zorg in te kunnen richten, maar dat betekent tegelijkertijd ook
dat bij de mensen voor wie zorg in natura niet voldoende is het pgb
gewoon beschikbaar blijft, zodat mensen regie over hun eigen leven
kunnen voeren.
De voorzitter:
Ik kijk heel even met een schuin oog naar mevrouw Maeijer. Had u een
interruptie? Ik zag uw hand. Nee? Oké. Dan geef ik het woord aan mevrouw
Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil even terug naar het VN-verdrag Handicap. De VVD heeft goed
uitgelegd waarom zij het VN-verdrag Handicap belangrijk vindt, maar
volgens mij was de vraag: hoe gaan we dat VN-verdrag Handicap uitvoeren
als daar nul euro voor is vrijgemaakt? Op die vraag heeft u nog geen
antwoord gegeven. Ik zou toch wel willen weten wat uw ideeën zijn over
hoe dit kan gebeuren zonder dat er geld voor is vrijgemaakt.
Mevrouw Wendel (VVD):
De constatering dat ik die vraag niet beantwoord heb, deel ik niet met
mevrouw Dobbe. Volgens mij heb ik juist uitgelegd dat het wat ons
betreft niet iets is wat alleen bij VWS ligt, waardoor we er niet
slechts bij VWS een potje voor vrijmaken. Het werkt in alle
beleidsterreinen door.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Daar ging mijn vraag slash irritatie een beetje over. In de ideale
wereld werkt dit natuurlijk zo. Bij VWS hebben we het over het
VN-verdrag Handicap en vervolgens gaat de bewindspersoon bij al haar
collega's langs en zegt: nou, kom maar met het geld, want we gaan het op
alle domeinen uitvoeren. Nu heb ik een klein beetje ervaring hiermee en
dat werkt niet altijd zo, kan ik u vertellen. Maar kunnen wij mevrouw
Wendel er dan op aanspreken dat er in alle begrotingen waar de
levensdomeinen aan de orde komen een potje met geld te vinden is waar de
coördinerend bewindspersoon op VWS naar kan verwijzen als zijnde voor
het VN-verdrag Handicap? Ik hoor u namelijk zeggen dat het niet alleen
van de VWS-begroting af moet komen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind dat het VN-verdrag Handicap niet iets is wat er nog even bij
hoort en wat een apart potje is dat ernaast hoort. Wat mij betreft is
het VN-verdrag Handicap verweven in alles wat we iedere dag, iedere
minuut, in ons beleid doen. Dat betekent dat in al onze begrotingen het
VN-verdrag Handicap met een groot uitroepteken een aandachtspunt
is.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voor mij is de conclusie gewoon dat die potjes met geld er dus eigenlijk
nergens zijn. Dat is denk ik concluderend wat ik hier hoor.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord, maar ik wil wel het volgende zeggen. Ik
begrijp kritiek op een coalitieakkoord. Als andere partijen aan tafel
hadden gezeten, zouden ze wellicht uiteraard andere keuzes maken.
Tegelijkertijd vind ik het volgende wel lastig. Wij schrijven expliciet
op dat wij echt veel waarde hechten aan het VN-verdrag Handicap en dat
wij willen gaan kijken naar wat mensen wél kunnen en naar hoe we met
elkaar kunnen samenleven, met of zonder beperking. Dan kun je kijken
naar wat je zelf anders zou hebben opgeschreven, maar je kunt ook
zeggen: fijn dat deze coalitie zo veel waarde hecht aan het VN-verdrag
Handicap; we trekken de komende jaren samen op.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik vind dit antwoord wel een beetje de wereld op zijn kop, want juist
doordat de VVD en anderen ervoor hebben gekozen om het op te schrijven,
is de verwachting natuurlijk dat er dan ook boter bij de vis komt. Dat
is de reden waarom de collega's hier mevrouw Wendel en anderen hierop
bevragen, van: hoe zit dat dan?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat ik in herhaling val als ik hier nog een keer op inga.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik begin me nu aan de beantwoording te irriteren. Wij constateren met
een aantal collega's dat er een heel mooie zin in het coalitieakkoord
staat over het uitvoeren van het verdrag. Dan vind ik het logisch dat
wij aan de coalitiepartijen, aan de VVD, vragen: "Hoe dan en met welk
geld dan? U heeft mooi opgeschreven dat alle gebouwen toegankelijk
moeten zijn, maar hoe gaat u dat dan doen?" En dan zegt u: ja, maar we
hebben het zo mooi opgeschreven. Zo werkt het natuurlijk niet. Als
jullie dit opschrijven, willen wij graag weten hoe jullie dit gaan doen.
Dan hebben we helemaal niets aan woorden als: weest u maar blij dat we
dit hebben opgeschreven. Wij kijken dan namelijk ook naar de financiële
bijlage, waarin we gewoon zien dat die mooie woorden niet worden
gehaald. Dát is hier het punt. Datzelfde geldt voor het pgb. Als de VVD
zegt het pgb juist zo belangrijk te vinden, kan de VVD toch niet voor
mensen besluiten dat het pgb ingekort wordt? Het gaat hier om regie.
Laat die regie dan bij mensen. Mijn vraag is dus: hoe rijmt u die mooie
woorden met wat u vervolgens gaat doen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben in mijn spreektekst ook ingegaan op bijvoorbeeld publieke
gebouwen, die wij toegankelijk willen maken als er gerenoveerd wordt of
als er nieuw gebouwd wordt. Daarbij moet het VN-verdrag Handicap
aandacht hebben, zodat dat op een goede en inclusieve manier gebeurt. Ik
zie gewoon niet in waarom ik daarvoor een apart potje met geld zou
moeten reserveren, want — om het even plat te slaan — als je een nieuw
gebouw bouwt, zorg je dat het op een inclusieve manier gebeurt. Ik zie
niet in waarom je dan specifiek zou moeten opschrijven: we moeten naast
deze renovatie nog geld vrijmaken voor het VN-verdrag Handicap. Dat is
namelijk al het uitgangspunt waarmee we bouwen. We bouwen volgens het
VN-verdrag Handicap.
De voorzitter:
Dan mag mevrouw Wendel … Nee, eerst mevrouw Westerveld nog. En een
kleine herinnering aan iedereen om via de voorzitter te spreken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Neem het renoveren en toegankelijk maken van schoolgebouwen. Natuurlijk
kost het geld als je gangen moet verbreden. Natuurlijk kost het geld als
je instappen bij bushokjes moet ophogen of moet verlagen zodat mensen
met een rolstoel erdoor kunnen. Natuurlijk kost het geld als je liften
moet maken in gebouwen, die er nog niet in zaten omdat het gebouw uit de
jaren dertig komt. Natuurlijk kost het geld als je in winkels
bijvoorbeeld moet zorgen dat bepaalde kassa's wat lager zijn zodat
iedereen erbij kan. Dat zijn allemaal voorbeelden die niet gratis zijn.
Die kosten gewoon geld. Dan moet je óf zeggen "we houden ons aan het
VN-verdrag, we gaan leveren en we zorgen dat scholen en andere
aanbieders van publieke voorzieningen, zoals zorginstellingen en
winkeliers, dit allemaal kunnen doen", óf zeggen "nee, we vinden het
niet zo belangrijk; we moedigen ertoe aan om het VN-verdrag na te komen
maar we gaan er niks voor leveren". Het is óf a, óf b. De reden waarom
ik zo geïrriteerd raak — dat hoort u ook — is dat we de hele tijd horen
"we gaan het doen", maar we vervolgens gewoon weten dat er niet geleverd
gaat worden. Dat is hier het grote punt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat ik helder heb gemaakt hoe ik hiernaar kijk. Wat mevrouw
Westerveld en ik, en vele anderen hier overigens, met elkaar delen, is
dat we het VN-verdrag Handicap belangrijk vinden en dat we vinden dat
dit moet worden uitgevoerd. Ik stel dus voor dat we de komende jaren
samen optrekken om ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik wil toch nog even terugkomen op het punt van het pgb. Wij hebben
vorige week bij de begroting een motie ingediend waarvan het dictum
luidt: verzoekt de regering niet te tornen aan de keuzevrijheid voor het
pgb. Ik hoorde mevrouw Wendel zonet eigenlijk zeggen: dat gebeurt ook
niet; we gaan er gewoon wat beter naar kijken. Kan ik dan verwachten dat
zij de VVD-fractie zal adviseren om die motie te steunen? Dat is dan
namelijk precies wat u wilt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ga nu niet in op wat wij morgen al dan niet gaan stemmen. Dat zult u
morgen horen. Wat u mij wel hoort zeggen, is dat wij het belangrijk
vinden dat het pgb beschikbaar is en blijft in de toekomst voor de
mensen voor wie dat hard nodig is. Mensen kunnen dan onder eigen regie
hun zorg inkopen om er op die manier voor te zorgen dat ze goed kunnen
meedoen in de samenleving. Dat betekent dus ook dat wij het eerlijke
verhaal vertellen. Bij mensen voor wie zorg in natura prima zal
volstaan, zal dat voorliggend worden. Ik heb de afgelopen tijd ook
bezorgde mensen op de lijn gehad die zeggen dat zij dankzij hun pgb
kunnen werken en zaken daarnaast kunnen doen en willen weten of zij dat
kwijtraken. U zal de VVD absoluut aan uw zijde vinden als wij zeggen dat
juist voor die mensen het pgb bedoeld is.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Maeijer, in de eerste termijn
dan; maakt u zich geen zorgen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan wacht ik nog even.
De voorzitter:
Mevrouw Wendel, vervolgt u uw inbreng.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Investeren in toegankelijkheid is niet alleen goed voor
mensen met een beperking die daardoor mee kunnen doen in de samenleving,
het is goed voor iedereen. Het is een win-win. Het College voor de
Rechten van de Mens is de nationale toezichthouder op de uitvoering van
het VN-verdrag Handicap. In de monitor uit 2025 concludeert het college
dat er weinig tot geen aandacht is voor de grondbeginselen participatie,
autonomie en toegankelijkheid. Ik wil de minister vragen hoe zij ervoor
gaat zorgen dat deze grondbeginselen vanaf nu wel degelijk onderdeel
zijn van iedere stap die wordt gezet op weg naar een inclusieve
samenleving. Het zijn immers randvoorwaarden voor vrijheid,
zelfstandigheid en het kunnen leiden van een spontaan leven. Dat zijn
zaken die mij als liberaal natuurlijk aan het hart gaan. De focus op wat
iemand wel kan in plaats van op wat iemand niet kan, is niet alleen
belangrijk voor mensen met een beperking. Het maakt ook de zorg beter en
het voorkomt dat steeds meer zorgmedewerkers nodig zijn. Dat is
belangrijk aangezien we een groot tekort hebben aan
zorgmedewerkers.
Om ervoor te zorgen dat we er ook in de toekomst kunnen zijn voor de
mensen die dat het hardst nodig hebben, moeten we een oplossing vinden
voor het personeelstekort. Dat start bij het behouden van
zorgmedewerkers die dag in, dag uit met alles wat ze in zich hebben zorg
verlenen. Natuurlijk moet dat ook door het werven van nieuwe collega's.
De VVD denkt dat innovatie ook een deel van de oplossing kan zijn. Ik
wil de minister vragen welke innovaties zij momenteel al ziet om het
personeelstekort te verminderen. Hoe kan innovatie ervoor zorgen dat
zorgbehoevenden de aandacht krijgen die zij nodig hebben? Daarnaast wil
ik nogmaals aandacht vragen voor het verminderen van de administratieve
lasten in de zorg. Volgens mij kan dat niet vaak genoeg gezegd
worden.
Voorzitter. Dan de indicatiestelling van de gehandicaptenzorg. Voor een
deel van de mensen die heel intensieve begeleiding, behandeling en
verzorging nodig hebben vanwege ernstige psychische en/of
gedragsproblemen bleek de VG7-indicatie, die bedoeld is om zorg te
vergoeden voor cliënten die de meeste zorg nodig hebben, niet passend te
zijn. De bekostiging van deze zorg bleek op onderdelen niet goed aan te
sluiten bij de zorg die een deel van de mensen met een VG7-indicatie
nodig heeft. Het kan en mag niet zo zijn dat er geen passende zorg
beschikbaar is voor mensen met een complexe zorgvraag. Het gaat immers
om mensen die afhankelijk zijn van deze passende zorg en ondersteuning.
De VVD vindt het dan ook goed dat er sinds 1 januari van dit jaar een
differentiatie is aangebracht tussen de VG7- en de VG7+-indicatie. Ik
wil de minister vragen of zij al beeld heeft bij hoe dit in de eerste
twee maanden gaat. Heeft de minister al eerste resultaten? Levert dit op
wat de minister had verwacht? Kunnen we er door deze differentiatie zijn
voor de mensen die dit het hardste nodig hebben? Als de minister nog
geen antwoord heeft op deze vragen, is dit in ieder geval een
vriendelijk doch dringend verzoek om ons hiervan echt heel nauw op de
hoogte te houden.
Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij de ondersteuning van mensen
met een beperking bij hun werk. De VVD vindt dat aan het werk gaan dé
manier is om optimaal mee te kunnen doen in de samenleving, of je nou
een beperking hebt of niet. De overheid moet dit ondersteunen. Daarom is
het ook belangrijk dat het aanvraagproces voor werkvoorzieningen bij
werkgevers gemakkelijk en snel is. Het aanvragen van hulpmiddelen moet
ook eenvoudiger worden. De VVD pleit voor minder papierwerk: sneller aan
de slag. Kan de minister toezeggen hiermee aan de slag te gaan?
Afsluitend, voorzitter. De VVD wil iedereen in zijn of haar kracht
zetten. Wij streven naar een inclusieve samenleving waarin we mensen zo
veel mogelijk ondersteunen om zo veel mogelijk uit het leven te kunnen
halen, om mee te kunnen doen, te kunnen werken, sporten en recreëren.
Mensen met een complexe zorgbehoefte moeten passende zorg kunnen
krijgen.
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag, aansluitend op het laatste punt. Wat vindt de VVD er
dan van dat juist door deze bezuinigingen een heel aantal ouders van
kinderen met een meervoudige beperking zeggen: ik moet straks
thuisblijven om beter voor mijn kind te zorgen? Sommigen moeten dat nu
al. Wat vindt de VVD ervan dat er nou zulke forse bezuinigingen zijn op
de sociale zekerheid dat heel veel mensen niet meer deel kunnen nemen
aan het dagelijks leven, niet meer kunnen sporten en recreëren of zelfs
niet meer naar hun werk kunnen, omdat er aan de andere kant keihard
bezuinigd wordt? Zijn dat volgens de VVD niet twee zaken om onmiddellijk
uit het coalitieakkoord te schrappen, juist om te doen wat mevrouw
Wendel in haar laatste woorden zegt?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik begrijp dat maatregelen uit het coalitieakkoord impact hebben. Het is
toch een harde boodschap, hoewel de tekst relatief kort is, omdat de
minister natuurlijk nog samen met het veld in overleg gaat over de vraag
hoe we dit het beste kunnen doen. Tegelijkertijd zijn deze maatregelen
er natuurlijk op gericht om ervoor te zorgen dat we zorg kunnen bieden
aan de mensen die die het hardst nodig hebben en om ervoor te zorgen dat
we het schaarse personeel — die schaarste hebben we nu eenmaal —
verdelen op zo'n manier dat juist de mensen die de zorg het hardst nodig
hebben, die zorg nu en in de toekomst ook krijgen.
De voorzitter:
U heeft nog één interruptie, mevrouw Westerveld. Wilt u die
gebruiken?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja. Mijn tweede punt ging over de bezuinigingen op de sociale zekerheid.
Die raken ook heel veel mensen. De hele tijd ligt de nadruk erop dat
mensen aan het werk moeten. Heel veel mensen willen aan het werk, maar
kunnen dat niet. Als ze vervolgens afgekeurd worden, raakt dat hen
keihard in hun portemonnee, omdat de VVD met andere partijen ook
bezuinigingen heeft voorgesteld op de sociale zekerheid. Hoe rijmt de
VVD dat nou met de mooie woorden van zojuist?
Mevrouw Wendel (VVD):
Het zijn heel veel vragen in een korte tijd en dat begrijp ik. Wij
rijmen dat als volgt. Wij zien dat er zowel in de sociale zekerheid als
in de zorg hervormingen nodig zijn om te zorgen dat we er ook in de
toekomst voor mensen kunnen zijn. Dat is waar alles wat wij doen, op
gericht is.
De voorzitter:
Dank aan mevrouw Wendel voor haar inbreng. We dachten dat u in de goede
volgorde zat, maar de heer Van Houwelingen is toch eerst in de officiële
volgorde en niet mevrouw Tijmstra; daar gaat ons plan van vanmorgen! Ik
nodig de heer Van Houwelingen dus uit voor zijn bijdrage.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Wat een verrassing!
Ik begin positief: ik denk dat er met mensen met een handicap in onze
samenleving op allerlei manieren meer rekening wordt gehouden in
vergelijking met 20, 30 jaar geleden. Dat is een goede zaak. Het kan
natuurlijk altijd beter, zoals terecht werd opgemerkt door een aantal
ambtsgenoten. Ik begrijp bijvoorbeeld dat er maar twee rolstoelen deze
zaal in kunnen. Het zou misschien mooi zijn om in ieder geval één
commissiezaal dusdanig in te richten dat er bij dit soort debatten meer
mensen aanwezig kunnen zijn. Misschien kan daar een motie voor worden
ingediend.
Het kan ook op allerlei andere manieren, zoals ik heb doorkregen van
Ieder(in), de belangenorganisatie voor mensen met een handicap, die hier
vandaag zit. Het werd net ook al genoemd: het gaat om kleine dingen. In
Frankrijk is het gebruikelijk dat een grote supermarkt ook lage kassa's
heeft, waar mensen met een rolstoel bijvoorbeeld zelf kunnen afrekenen.
Speeltuinen zijn bij ons vaak blijkbaar niet toegankelijk voor kinderen
met een handicap. Denk daarbij ook aan speeltoestellen, bijvoorbeeld een
schommel met een bakje waar kinderen met een handicap makkelijk in
kunnen. Het kan dus altijd beter, maar dat is goed aan het gaan.
Voorzitter. We zijn ook voorstander van de beleidsmatige verandering die
al tien jaar geleden is ingezet, namelijk dat de samenleving, dus
familie en vrienden, meer betrokken wordt bij de zorg. Dat hebben we
natuurlijk gezien met de Wmo. Dat is op zich een goede zaak, maar
familie, vrienden en de samenleving kunnen natuurlijk niet alles. Je
houdt zorgvragen over waarbij ondersteuning nodig is. Een heel groot
deel van het debat gaat er natuurlijk al over, maar daarop gaat
bezuinigd worden, en best zwaar ook: op z'n minst een half miljard in
2030. Daar komen de algemene bezuinigingen nog bij. Die zullen mensen
met een handicap extra zwaar treffen, denk ik. Dan heb ik het dus over
de eigen bijdrage in de zorg die omhooggaat, de wijkverpleging waar je
een eigen bijdrage voor moet gaan betalen en de kosten die je
waarschijnlijk niet meer van de belastingen af kan trekken. Dat zal
mensen met een handicap extra zwaar treffen. Dat vinden wij gewoon heel
droef. Dat is eigenlijk mijn hoofdboodschap in dit debat.
Het is terecht al een paar keer naar voren gekomen: elk dubbeltje in de
zorg wordt volgens mij wel tien keer omgedraaid. De tarieven zijn
inmiddels zo laag dat zorginstellingen omvallen. Het voorbeeld van
ExpertCare is al een paar keer genoemd. Volgens mij kan daar eigenlijk
bijna niks meer uit geperst worden. Ondertussen worden door dit kabinet
tientallen miljarden verspild, verbrand, weggegooid aan — ik kan het
niet anders zeggen — globalistische hobby's zoals steun voor Oekraïne en
massamigratie, die ons 20 miljard per jaar kost. Dat vindt Forum voor
Democratie zo wrang. Daar heeft onze fractievoorzitter, mevrouw De Vos,
terecht een groot punt van gemaakt. Ook noem ik natuurlijk het
krankzinnige klimaatbeleid, waar geen enkel Nederlands belang mee
gediend is. Ik heb het net naar voren gebracht: dat geld, bijvoorbeeld
die 19 miljard voor Defensie, moet ergens vandaan komen. Het gaat echt
om tientallen miljarden. Per jaar wordt gewoon minstens 50 miljard euro
weggegooid. Dat komt dus ook, onvermijdelijk, bij de zorg en de sociale
zekerheid vandaan. Daar worden de duimschroeven dus aangedraaid. Dat is
wat dit kabinet gaat doen. Politiek is keuzes maken. Nou, die keuzes
worden dus gemaakt. Daar hebben wij dus een heel groot probleem
mee.
Een ander zorgelijk punt, dat ook al een paar keer is genoemd, is het
pgb. Maak uzelf geen illusies: ze hebben het echt gemunt op het pgb.
Naturazorg komt dus voor te liggen. Waarom is dat het geval? Kijk, het
pgb heeft natuurlijk zijn beperkingen. Je kunt ermee frauderen en het
vergt een hele administratie. Het is niet voor iedereen weggelegd, maar
het mooie van het pgb is dat het de keuzevrijheid en de macht bij het
individu legt, bij de Nederlandse burger. Daarom is Forum voor
Democratie daar ook zo'n groot voorstander van. Die burger kan daarmee
zelf zijn eigen zorg inrichten. Dat vinden ze natuurlijk maar wat
vervelend. Waarom? Toevallig — nou, niet helemaal toevallig — was ik
vrijdag op bezoek bij een jeugdzorginstelling. Je ziet dat de kleine
instellingen steeds meer uit de markt worden gedrukt. Dat zal
ongetwijfeld ook bij de gehandicaptenzorg zo zijn. We zullen toegaan
naar alleen maar gecontracteerde zorg. Voor die instellingen wordt het
dus heel moeilijk om met een zorgverzekeraar een contract af te sluiten.
Dat zie je overal gebeuren, maar ook bij de gemeenten. Zij leveren vaak
goede zorg, waar u als individuele consument, zeg ik via de voorzitter,
blij mee bent. Die kunnen die zorg dus niet meer leveren. Zij worden uit
de markt … Het is een soort kartel, hè? Op gemeenteniveau zijn er
allemaal mensen die elkaar de bal toeschuiven. Het is zoals het in de
politiek ook gebeurt en zoals het overal gebeurt. Je zult nergens een
burgemeester van Forum voor Democratie aantreffen, want die zit gewoon
niet in die carrousel. Het pgb stelt ons in staat om daarbuiten te
treden, want dan kun je zelf je zorg kiezen. Daar gaat nu op bezuinigd
worden en dat vinden wij dus een hele kwalijke zaak. Mijn eerste vraag
aan de minister is: kan zij waarborgen dat de keuzevrijheid van mensen
met een pgb in toekomstige wetgeving onaangetast blijft? Ik vermoed dat
dat niet geval is; dan zullen wij daarover met een motie komen.
Een ander heikel punt bij de bezuinigingen is dat steeds meer
instellingen omvallen, omdat de tarieven die worden vastgesteld veel te
laag zijn. Dat is terecht al een paar keer genoemd. Dat geldt
bijvoorbeeld voor ExpertCare, die de zorgvilla's voor mensen met een
handicap heeft moeten sluiten. Maar dat is eerder gebeurd, hè? Ik
begrijp dat dit ook is gebeurd met Villa Vivre in Goirle. Misschien zegt
dat wat. Zij hebben ook moeten sluiten. Ik noem verder De Groene Burcht
in Capelle aan den IJssel. Je ziet het hier weer: elk dubbeltje wordt
tien keer omgedraaid. Inmiddels is de grens zó laag gelegd, dat
instellingen maar sluiten. En wie is dan de klos? Dat zijn natuurlijk de
mensen met een handicap of ouders die een kind hebben met een handicap.
Zij kunnen nergens meer naartoe, want de instellingen verdwijnen. Dat is
ook een vraag die ik aan de minister stel: hoe staat het nou met de
zware indicatie VG7? Hoeveel mensen staan op die wachtlijsten? Daar ben
ik ook wel benieuwd naar. Gaan die toenemen als die instellingen straks
omvallen? Dan krijg je dus geen zorg meer. Er is dan wel zorgplicht,
maar dan is er geen aanbod meer omdat de vastgestelde tarieven te laag
zijn.
Voorzitter, hierover wil ik nog een aanvullende opmerking maken. Als we
spreken over bezuinigingen, gaat het natuurlijk ook over de
bezuinigingen van de vorige kabinetten. Het is al een paar keer genoemd.
Die zijn al twee keer controversieel verklaard, maar staan nog gewoon op
de begroting voor volgend jaar. Het gaat om een bezuiniging in 2027 van
158 miljoen euro, oplopend tot 239 miljoen euro in 2030. Dit zijn dus
alleen nog maar de "oude" bezuinigingen. De minister benadrukt in haar
brief dat er in 2025 en 2026 extra geld bij is gekomen en dat de
tarieven voor de organisaties die gehandicaptenzorg leveren, daarmee nu
kostendekkend zijn. Dat is al een paar keer genoemd. Is zij het dan met
ons eens dat de bezuiniging op die tarieven met honderden miljoenen
euro's er onherroepelijk toe leidt dat die tarieven niet meer
kostendekkend zijn? Wij hebben die vraag ook. Dat is ook bijna logisch,
hè? Volgens mij trek ik nu een logische conclusie. Hoe moeten deze
organisaties straks zorg bieden als de vergoeding daarvoor lager is dan
de kosten die zij maken? In onze ogen rammelt de huidige onderbouwing
daarvoor. De voorganger van deze minister gaf in een vorig debat over
het gehandicaptenbeleid aan dat zij van deze bezuiniging af wilde. Hoe
denkt de minister over de wenselijkheid en de haalbaarheid van deze
bezuiniging?
Voorzitter. Dan nog even kort over de nieuwe bezuinigingen die in het
coalitieakkoord staan, onder andere de bezuiniging van 1 miljard euro op
de Wlz. De gehandicaptenzorg is onderdeel van die langdurige zorg. Het
is nog erg onduidelijk welk deel van die 1 miljard bij de
gehandicaptenzorg terechtkomt en wat de onderbouwing van deze
bezuiniging is. Snapt de minister dat deze onduidelijkheid funest is
voor de gehandicaptenzorg, die vaak al nauwelijks de eindjes aan elkaar
kan knopen?
Ik ga naar een afronding toe, voorzitter, maar dat is gewoon de nasmaak
die ik heb bij dit hele debat. We gaan nu elk dubbeltje omdraaien in de
gehandicaptenzorg om miljarden op te hoesten. Er wordt in totaal dus 10
miljard bezuinigd op de zorg. Dat gaat straks ook gebeuren bij de
sociale zekerheid. Dat doen we voor een zinloze oorlog in Oekraïne. Er
worden miljarden verspild aan, in onze ogen, totaal onzinnig
klimaatbeleid. Alleen al de massa-immigratie kost volgens Jan van de
Beek 20 miljard euro per jaar. Wij zitten als Forum voor Democratie maar
voor één entiteit in de wedstrijd: de Nederlandse bevolking. Het enige
wat mij kan schelen zijn de Nederlandse bevolking en het Nederlands
belang. Politiek is keuzes maken. Daarom vroeg ik het ook aan mevrouw
Westerveld. Wat mij betreft is het dus onbegrijpelijk dat dit soort
afwegingen, die totaal niet in het belang van de Nederlandse bevolking
zijn, worden gemaakt. Wij doen dat anders. Er komen ook verkiezingen aan
op 18 maart, dus als u er ook zo over denkt, zou ik zeggen: stem op
Forum voor Democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Even een klein ordepunt: we hebben afgesproken dat we stemadviezen en
dergelijke buiten dit debat laten. Dank u wel.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Je bent in een debat echt vrij om een stemadvies te geven.
De voorzitter:
Volgens mij is het signaal duidelijk. Als er geen interrupties zijn,
geef ik nu echt het woord aan mevrouw Tijmstra voor haar bijdrage.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage zal zich richten op vier punten.
Ik begin met de brief — sinds vanmorgen zijn het brieven — van het
kabinet. Die brieven gaan over de financiën van de gehandicaptenzorg.
Daarin worden ook een aantal kaders geschetst, en daar wil het CDA graag
op reageren en een aantal punten over meegeven. We zien een aantal hele
positieve punten. Er wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is om
veranderingen in een sector goed door te voeren. Er wordt erop gelet dat
er geen langere wachtlijsten ontstaan en dat de druk op medewerkers niet
verder oploopt. Wat wij het allerbelangrijkste vinden, is dat de plannen
uitgewerkt worden met de mensen die zorg krijgen, hun naasten en
zorgprofessionals, dus het hele veld. Ten aanzien van dat laatste wil ik
een punt meegeven aan de minister: geef hierin ook kinderen met een
beperking een stem. De ervaring of je wel of niet mee kunt doen in de
samenleving begint vaak al op hele jonge leeftijd.
De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt, en het CDA wil hiervoor
een aantal dingen meegeven. De complexiteit van zorgvragen groeit,
terwijl het personeelstekort aanhoudt. Hierdoor werken begeleiders
regelmatig onderbezet en moeten er voortdurend keuzes worden gemaakt
tussen noodzakelijke taken. Ook in de gehandicaptenzorg is schaarste aan
personeel geen tijdelijk probleem, maar een structurele realiteit. Voor
het CDA is het daarom belangrijk dat het kabinet met de sector aan de
slag gaat, niet vanuit tarieven, maar vanuit de inhoudelijke verandering
die nodig is om de zorgvraag in de samenleving te verminderen. Je wilt
dat mensen met en zonder beperking met elkaar samenleven vanaf het
eerste moment, dat kinderen met elkaar spelen en bij elkaar in de klas
zitten, en dat je niet apart of anders hoeft te zijn als je met een
beperking aan het werk gaat en een aanpassing nodig hebt, of op je eigen
manier meedoet bij een sportvereniging. Ieder mens telt en we hebben
ieder mens nodig. Dat is voor het CDA het uitgangspunt.
Het CDA wil dat bij de uitwerking van de plannen wordt ingezet op
preventie, inclusie en het anders organiseren van zorg en ondersteuning.
Voorbeelden uit de praktijk en onderzoek laten ook zien dat dat mogelijk
is. Daarmee kunnen mensen met een beperking langer en volwaardig meedoen
in de samenleving, remmen we de groei van de complexe zorgvraag en
blijft er ruimte voor professionals om hun werk goed te kunnen doen.
Passende zorg moet beschikbaar blijven voor de mensen die dat nodig
hebben, met een hoop minder regels. Daar ben ik al uitgebreid op
ingegaan tijdens het begrotingsdebat van VWS.
De brief van de minister van vorige week en de brief van vanmorgen
roepen nog wel wat vragen op. In de brief van vorige week staat dat het
budget van de langdurige zorg zal groeien naar 45,2 miljard in 2031,
maar er staat ook dat dit bijna 1 miljard minder is dan oorspronkelijk
door het CPB was berekend. Om welke raming van het CPB gaat het dan
precies? Wat betekent dit dan, vraag ik aan de minister. In hoeverre
slaat dit neer in de gehandicaptenzorg, of gaat dit vooral om de
ouderenzorg?
In de brief van vanmorgen staat dat voor 2027 een alternatieve besparing
wordt gezocht. Wij denken ook dat dat goed is, omdat het tijd en ruimte
geeft om echt tot een inhoudelijk akkoord te komen. Mijn vraag is wel of
die besparing dan wordt gevonden binnen de begroting van de Wlz, binnen
het VWS-domein of binnen de hele begroting. Ik hoop dat daar een reactie
op kan komen van de minister.
Het tweede punt waar ik het over wil hebben, is het VN-verdrag.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker heeft een interruptie op het eerste punt, denk ik.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat klopt, voorzitter. Het is goed om te horen dat het CDA zegt: moeten
we dit nou wel zo doen? Dat is eigenlijk hoe ik de bijdrage van mevrouw
Tijmstra beluister. Ik wil dit graag iets preciezer hebben. Ziet dat
voor het CDA op de nieuwe bezuiniging ten aanzien van de Wlz en de
gehandicaptenzorg, of ziet dat ook op de pijn, die collega Synhaeve al
verwoordde, in de coalitie ten aanzien van de tarieven in het basispad?
Ik denk dat het goed is om dat scherp te hebben, dus ik ben heel
benieuwd hoe collega Tijmstra dat ziet.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dat is een goeie vraag. Het CDA vindt het het allerbelangrijkst dat de
minister samen met de sector aan de slag gaat vanuit de inhoudelijke
lijn. We hebben namelijk gewoon te maken met het feit dat er
bezuinigingen staan vanuit vorige kabinetten. Het allerbelangrijkste
vind ik eigenlijk niet de discussie over het geld, maar de discussie
over hoe je tot een toekomstbestendige gehandicaptensector kunt komen,
waarbij het personeel dat we hebben, ook kan doen wat nodig is. Ik denk
dat dat het gesprek is dat de komende tijd gevoerd moet worden. Ik hoop
ook dat de ruimte wordt gegeven om dat gesprek te voeren. Ten aanzien
van het punt van mevrouw Bikker zeg ik het volgende. De minister heeft
zelf ook al in haar eerste brief aangegeven met de sector in gesprek te
gaan om te komen tot oplossingen. Daarin is ook het voorbeeld aangehaald
van de aanpak van het HLO, het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Wat ik
wil meegeven, is om in gesprek te gaan op de inhoudelijke lijn. Laten we
dat dan ook even afwachten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb in de voorbereiding van dit debat ook nog eens wat
verkiezingsprogramma's gelezen, niet alleen die van mezelf, maar juist
ook die van andere partijen. Wat me opviel bij het verkiezingsprogramma
van het CDA, is de duidelijke tekst "zorg voor elkaar". Dan denk ik:
mooi, dat gaat goed. Vervolgens ben ik gaan zoeken wat er staat over de
gehandicaptenzorg. Er staan mooie woorden over het VN-verdrag Handicap,
namelijk dat de mobiliteit en de toegankelijkheid moeten groeien. Maar
verder staat er eigenlijk niks, behalve — toen ben ik verder gaan zoeken
— bij de Wlz. Daar is de focus met name op de ouderenzorg. Daardoor heb
ik het beeld gekregen — ook als ik dat zo bekijk bij D66 — dat er
helemaal niet goed nagedacht is over wat deze maatregelen precies
betekenen voor de gehandicaptenzorg. Ik ben het heel erg eens met
collega Tijmstra dat de gehandicaptenzorg zeer toekomstbestendig moet
zijn en worden, ook als mensen ouder worden, ook als dat wat betekent
voor de informele zorg. Maar als je dat debat gaat voeren over de band
van bezuinigingen, waar we allemaal weten dat juist deze sector
jarenlang achterliep, waar de cao's zelfs nog steeds achterlopen,
waardoor er een groot tekort is aan medewerkers, dan weten we ook dat
als we dit pad ingaan, het onwijs moeilijke gesprekken worden die vooral
gaan over geld en niet over de inhoud. Herkent collega Tijmstra die
zorg? En als wij samen staan voor zorg voor elkaar — dat is namelijk een
christelijke waarde die we volgens mij delen — kunnen we dan ook eens
kijken hoe we het kunnen hebben over de inhoud en hoe we deze
bezuinigingen op de gehandicaptenzorg even zouden kunnen pauzeren? Of
nog beter: die bezuinigingen niet in de diepvries, maar gewoon eerst de
boel op orde en dan pas kijken hoeveel geld we daarbij ophalen. Hoe ziet
collega Tijmstra dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ben het voor een groot deel met mevrouw Bikker eens. Ik denk dat de
minister die route ook al uitgestippeld heeft in haar beide brieven.
Kijk, we hebben gewoon te maken met eerdere bezuinigingen van voorgaande
kabinetten. Daarvan zegt de minister: ik wil in gesprek met de sector om
te kijken hoe we die op de beste manier kunnen invullen. Ook staat er
bij de Wlz het een en ander opgenomen waarvan nog helemaal niet ingevuld
is in welke sector dat landt. Wat ik belangrijk vind, is het volgende.
Het CDA wil de zorg — we hebben het vandaag over de ouderenzorg — op een
toekomstbestendige manier vormgeven. Wat mij zelf het meeste raakt in
alle gesprekken die ik gevoerd heb in de sector, is de krapte aan
personeel die er nu al is. De bezuinigingen zijn in 2026 nog niet
ingegaan en tarieven zijn dit jaar op orde gebracht, maar ook nu knelt
het al aan alle kanten. Het belangrijkste vind ik dat we het gesprek
gaan voeren over de inhoud. Hoe kunnen we in gang zetten dat het volume
niet nog sneller groeit, omdat er niet genoeg mensen zijn om die zorg te
verlenen? Natuurlijk betekent een mindere groei van het zorgvolume ook
dat je minder uitgeeft, maar allerbelangrijkste vind ik dat we kijken
naar het personeelstekort en ons daartoe gaan verhouden.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Dobbe en daarna aan meneer Van
Houwelingen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ook hier volg ik de redenering "het knelt aan alle kanten, dus we halen
maar geld weg" niet. Die logica zie ik ook bij het CDA niet. Ik hoorde
het CDA wel zeggen dat zij een gehandicaptenzorg voor zich zien waarin
personeel kan doen wat nodig is. Ook wij zien dat graag voor ons. Het
CDA wil het dan liever niet over geld hebben, maar het gaat natuurlijk
wel over geld. We hebben het vandaag over de begroting en over de
plannen van dit kabinet om geld weg te halen bij de gehandicaptenzorg.
Het CDA zegt dan dat zij het graag over de inhoud hebben. Dat is nu
juist het probleem: een deel van deze bezuinigingen is niet gebaseerd op
inhoud, maar op hervormingen die niet doorgaan. Dan is het dus gewoon
een tariefkorting. Wat denkt het CDA dat een tariefkorting doet met de
gehandicaptenzorg, het personeel, de personeelskrapte, de kwaliteit van
zorg en de mensen die niet meer in de zorg kunnen blijven werken omdat
ze hun werk niet meer kunnen doen? Wat denkt het CDA dat dat doet met
het personeelstekort in de gehandicaptenzorg? Wij willen dat álle
bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van tafel gaan, maar zou het niet
fatsoenlijk zijn om in ieder geval die ongedekte bezuinigingen, die
niets meer zijn dan een tariefkorting, van tafel te halen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zoals ik net in mijn betoog heb gezegd, kiest het CDA niet voor de route
van tariefkortingen. Het CDA kiest op de inhoud voor de route van
hervormen. Die handreiking is ook gedaan, om samen met de sector in
gesprek te gaan over hoe je dat het beste kunt invullen. Ik denk dat de
totstandkoming van het HLO daar ook een voorbeeld van kan zijn. Ik ben
er ook van overtuigd dat het kan. Iedereen die ik spreek in de
gehandicaptensector, ook heel veel verpleegkundigen of andere
uitvoerende begeleiders, komt zelf met ideeën over hoe we het anders
kunnen doen. Volgens mij moeten we daar gewoon snel mee aan de slag
gaan.
De voorzitter:
Eerst is het woord aan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Mevrouw Tijmstra zegt zojuist dat er nou eenmaal bezuinigingen in de
boeken staan. Dat klopt, maar dat komt door keuzes die zijn gemaakt.
Daar gaat de politiek over. Ik wil ook mevrouw Tijmstra, die dus wel
haar handtekening onder die bezuiniging in het coalitieakkoord heeft
gezet, vragen wat nou de afweging van het CDA is geweest om wél op de
zorg te bezuinigen maar tegelijkertijd akkoord te gaan met bijvoorbeeld
19 miljard extra voor Defensie, met miljarden die naar Oekraïne gaan.
Wat is hier de afweging geweest? Hoe werkt dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Hoe dat werkt, is dat op het moment dat we niks doen in de zorg, we over
tien jaar ongeveer 300.000 mensen tekort hebben. Dan loopt het dus aan
alle kanten spaak, kunnen mensen die zorg nodig hebben, die niet meer
krijgen, lopen de wachtlijsten op en krijg je een enorme tweedeling in
de samenleving. Daar willen wij dus niet voor gaan. Nogmaals, natuurlijk
vertaal je dingen financieel in een begroting, maar ons gaat het erom —
vandaag spreken we over de gehandicaptenzorg, maar hetzelfde verhaal heb
ik over de ouderenzorg verteld bij de begroting van VWS — dat we met de
sector gaan hervormen om ervoor te zorgen dat het in de toekomst ook nog
houdbaar is.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Misschien ligt het aan mij, maar dit is voor mij nog geen begin van een
antwoord op mijn vraag. Mevrouw Tijmstra zegt: we gaan kijken hoe we de
zorg kunnen hervormen. IK had toch een duidelijke vraag gesteld. Er
wordt een keuze gemaakt door het CDA. Bijvoorbeeld in december heeft het
CDA ook gelijk binnen 48 uur zijn handtekening gezet onder een voorstel
om 700 miljoen euro, die over was op de Defensiebegroting, hup weg, naar
Oekraïne te sturen. En hier wordt elk dubbeltje honderd keer omgedraaid
door het CDA. Dus hoe werkt dat? Licht dat eens toe.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het kan natuurlijk dat Forum kiest voor andere oplossingen. Ik zeg niet
dat ieder dubbeltje omgedraaid wordt door het CDA. Het CDA wil bijdragen
aan een toekomstbestendige zorg, ook gehandicaptenzorg, vanuit het
gegeven dat we niet voldoende personeel hebben om de zorg te kunnen
bieden. Dat is nu ook al gaande. Ik vind dat we onze ogen daar niet voor
moeten sluiten. Ik las in het rapport over medische ethiek, meen ik, een
uitspraak van iemand uit de gehandicaptenzorg: "Politiek, maak keuzes.
Jullie leggen nu de verantwoordelijkheid op onze schouders zodat wij op
de werkvloer iedere keer moeten kiezen wie we zorg geven en wie niet.
Dit is een verantwoordelijkheid van de politiek. Maak keuzes." Die
verantwoordelijkheid wil ik nemen, waarbij ik de minister mee wil geven:
ga in gesprek met het veld om te kijken hoe je vanuit de inhoud kan
hervormen, om ervoor te zorgen dat de zorg overeind blijft en de druk op
het personeel vermindert.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend. Politiek is inderdaad keuzes maken. Het CDA kiest er dus voor
om heel veel geld uit te geven aan bijvoorbeeld Oekraïne, aan defensie,
en dat drukt uiteindelijk ook door op de zorgmarkt, om het zo maar te
zeggen. Defensie is nu bijvoorbeeld op zoek naar heel veel mensen;
10.000 mensen moeten bij Defensie erbij. Dat kunnen ze doen omdat ze van
het CDA heel veel geld krijgen, dat niet naar de zorg gaat. Die mensen
kunnen dus ook niet meer in de zorg werken, want die werken straks bij
Defensie. Zo simpel is het allemaal. Wij maken dus andere keuzes.
De voorzitter:
Mevrouw Tijmstra, wilt u nog een reactie geven?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dat was geen vraag. Andere keuzes maken mag, natuurlijk.
De voorzitter:
Dan mevrouw Maeijer voor haar laatste interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
In drieën is die dan toch, voorzitter?
De voorzitter:
Eén interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik schrok al even.
We hebben het de hele tijd over keuzes. De keuze die is gemaakt, is om 1
miljard weg te halen uit de langdurige zorg. Mevrouw Tijmstra heeft het
de hele tijd over de inhoud. Nog los ervan dat het natuurlijk waanzin is
om daar 1 miljard weg te halen, ontbreekt die inhoud juist volledig. Die
inhoud staat nergens. Vanuit welke inhoud heeft mevrouw Tijmstra dan
haar handtekening gezet onder die 1 miljard aan bezuinigingen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik zet geen handtekeningen, maar er werken drie partijen samen in een
coalitieakkoord. Als je weet dat de zorg niet verder kan groeien, dat je
de groei af moet remmen vanwege het personeelstekort, dan vind ik het
niet gek dat je een bedrag meerjarig opneemt in een begroting.
Natuurlijk is het zo dat je dat met elkaar, met het veld en met de
Kamer, verder uit gaat werken. Ik ben het niet met de PVV eens dat dat
een gekke route is. Ik denk dat dit een route van samenwerking is. Het
zou heel gek zijn als er vanuit een ivoren toren in Den Haag keihard
opgeschreven wordt hoe je het bedenkt. Ik geloof er veel meer in dat dit
iets is wat je samen met het veld doet, om op te halen wat werkt en wat
nodig is. Op die manier geef je het met elkaar vorm.
De voorzitter:
Dit was uw laatste interruptie. U had er al zeven gehad, mevrouw
Maeijer. Dit was er al een extra.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik vind het te makkelijk van het CDA om te stellen dat ze te maken
hebben met bezuinigingen vanuit het vorige kabinet. Ik deel de mening
van andere partijen dat het echt keuzes zijn die tijdens
onderhandelingen gemaakt zijn. Ik bemerk toch weer dat het ook op de
personeelstekorten wordt gegooid, maar investeringen, innovaties,
verbouwen en verduurzamen — alles om het draagbaar te houden — kosten
geld. Hoe ziet het CDA dat dan?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het CDA is in ieder geval heel blij dat in de tweede brief van de
minister aangegeven werd dat er ook gekeken wordt hoe je kan investeren
om de beweging naar de voorkant te maken, dus volgens mij wordt dat nu
ook gedaan.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Mij bereiken vooral berichten dat het geld om dat te kunnen doen
onvoldoende is. Met de maatregelen die nu voorliggen, maak ik mij
oprecht zorgen over de toekomst, dus nogmaals de vraag: hoe ziet het CDA
dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Hoe ik dat voor me zie, is dat we veel kunnen leren van het proces dat
doorlopen is met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Ik zou de minister
vooral oproepen om daarnaar te kijken. Daar is ook vanuit de inhoud
gekeken: wat is nodig en wat hoort daarbij aan randvoorwaarden en
ombuigingen op de langere termijn?
De voorzitter:
Dan mag mevrouw Tijmstra haar bijdrage vervolgen.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kom bij punt twee, het VN-verdrag. Om te
komen tot een inclusieve samenleving is het VN-verdrag natuurlijk een
heel belangrijk middel. In de werkagenda die nu voorligt, ontbreken nog
steeds 64 aanbevelingen die eerder gedaan zijn door het VN-comité. De
aangenomen motie-Krul van vorig jaar vroeg om een concreet stappenplan.
Dat ligt er op dit moment nog steeds niet, dus een logische vraag aan
dit missionaire kabinet is: hoe gaat u hier uitvoering aan geven? In de
gesprekken met het veld heb ik vooral gemerkt dat er onrust is bij de
doelgroep om wie het gaat, omdat er geen overzicht is van wat wanneer
wordt opgepakt. Als een stappenplan niet lukt, is het dan in ieder geval
mogelijk om een soort routekaart vorm te geven met de doelgroep, zodat
helder is wat wanneer wordt opgepakt? Als we in 2040 volledig inclusief
willen zijn, zoals opgenomen staat in het VN-verdrag, dan moeten we ook
kijken naar de planning. Als er wetswijzigingen nodig zijn, dan is daar
veel tijd voor nodig.
In het rapport van het College voor de Rechten van de Mens over de
uitvoering van het VN-verdrag werd ook geconcludeerd dat de
grondbeginselen nog weinig verankerd zijn in beleid en wetgeving. Ik
hoorde andere partijen daar ook al iets over zeggen. Ik realiseer me dat
het een uitdaging is, maar wij zien het ook echt als een kans om daar
het verschil te maken. De kabinetsreactie viel ons daarom een beetje
tegen. Het was vooral een overzicht van bestaande activiteiten. De vraag
die ik hier graag nog een keer wil stellen, is dus: wat gaat de minister
doen om de kennis van het VN-verdrag bij alle ministeries te vergroten?
Inclusie en toegankelijkheid zijn namelijk niet alleen een
zorgvraagstuk. Zij raken alle beleidsterreinen, en dus ook alle
ministeries.
Er ligt ook nog een aangenomen motie van het CDA van vorig jaar over
goede monitoring. Beleid heeft geen zin als we niet goed weten of we ook
echt vooruitgang boeken. Graag dus ook een reactie over hoe het hiermee
staat. Heeft het RIVM al een monitor opgezet? Wat kunnen we daar al van
verwachten?
Dan ga ik naar het derde punt: de meerzorgregeling. We vinden het goed
om te zien dat er nu concrete stappen zijn gezet, zoals een gezamenlijke
werkwijze en beleidsregels die zorgkantoren gaan hanteren. Daarmee wordt
in ieder geval op eenzelfde manier uitvoering gegeven aan de wet. Voor
gezinnen die te maken hebben met een plotseling afgewezen aanvraag of
een lagere toekenning, zit de oplossing echter in het krijgen van de
juiste ondersteuning. Dat is de reden waarom het CDA kijken naar een
onafhankelijke indicatiestelling zo belangrijk vindt. Wij willen
voorkomen dat we het nu juridisch misschien wel goed regelen, maar dat
de mensen om wie het gaat straks nog steeds de juiste zorg niet krijgen.
Ik ben een beetje zoekende naar hoe we dat het best in beeld kunnen
houden. Misschien kan de minister op dit punt reageren.
Een andere vraag die ik heb, is of de beleidsregels van zorgkantoren
openbaar worden. Zo weten budgethouders of het zinvol is om een aanvraag
te doen. Zo ja, waar kunnen ze die informatie dan vinden?
Voorzitter. Dan ga ik naar het vierde punt: de instroom van jongeren in
VG7 en het rapport dat ingaat op het voorkómen van zorgverzwaring. Er is
onderzoek gedaan naar waarom meer jongeren instromen in VG7 en hoe we
kunnen voorkomen dat hun zorgvraag zwaarder wordt dan nodig is. De
sleutel ligt in op tijd signaleren, het gezin goed ondersteunen en de
juiste omgeving bieden. Dit rapport en de aanbevelingen sluiten goed aan
bij het verminderen van de groei van de zorgvraag, waar ik in het begin
over sprak. Het kabinet heeft in zijn reactie vervolgstappen geschetst.
Daar wil ik twee punten even uit halen.
Een punt waar ik me wel echt zorgen over maak, is dat we lezen dat de
jeugdgezondheidszorg vooral goed aansluit bij gezonde kinderen, maar dat
ouders hun eigen weg moeten vinden meteen vanaf het moment dat zij een
kind krijgen met een beperking. Dan zie je hoe systemen meteen
uitsluiten en hoe er parallelle routes ontstaan voor kinderen met en
zonder beperking, niet als onderdeel van de samenleving, maar als
onderdeel van het zorgsysteem. Basisvoorzieningen moeten er volgens het
CDA juist zijn voor álle kinderen. Vroegsignalering en preventie
beginnen bij de jgz, het eerste contactmoment voor kinderen en gezinnen.
Welke concrete stappen zet de minister om de jgz hiervoor beter toe te
rusten?
Er staan ook heel positieve dingen in de reactie van het kabinet. Zo
wordt extra ingezet op logeerzorg. Dat vindt het CDA heel erg
belangrijk. Respijtzorg in de vorm van logeerplekken en dagopvang zijn
voor gezinnen die intensief zorgen een cruciale schakel om de zorg thuis
vol te kunnen houden. Het kabinet geeft aan dat er gewerkt wordt aan een
domeinoverstijgend aanbod. Mijn vraag is: is dat dan een landelijke
aanpak, of betekent het dat iedere regio verplicht een aantal
basisplekken voor logeerzorg moet organiseren? Wanneer kan de Kamer
hierover meer informatie verwachten?
Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.
De voorzitter:
Dan schors ik de vergadering voor een kort ogenblik voor een toiletpauze
en een wisseling van voorzitter.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Synhaeve
De voorzitter:
Goedemiddag. Ik wil de Kamerleden verzoeken om te gaan zitten. Wij
vervolgen deze vergadering. Ik ben gevraagd om de voorzitter te
vervangen, aangezien de vaste voorzitter afwezig is. Ik heb wel een
opmerking van praktische aard. Als ik zelf punten zal toevoegen — dat
zal wellicht in de tweede termijn aan de orde zijn — dan zal collega
Westerveld me vervangen als voorzitter. We lopen qua tijd al een beetje
uit. Dat neemt niet weg dat alle partijen natuurlijk alle ruimte moeten
hebben om hun eigen inbreng te delen, te beginnen met de heer Van
Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Succes met het voorzitterschap. "Er is meer
overvloed in dagelijks je aanwezigheid geven aan één ander, dan
dagelijkse ijver om honderden verder te helpen." Dit is een citaat van
de bekende psychologe en schrijfster Ann Voskamp. Als dat citaat voor
iemand geldt, dan is dat wel voor alle zorgmedewerkers, mantelzorgers en
vrijwilligers in de gehandicaptenzorg. Ik denk aan Rita. Samen met haar
man Gert en hun kinderen vormt zij al bijna 28 jaar een gastgezin voor
Annemarie. Annemarie is verstandelijk en lichamelijk beperkt. Samen
genieten ze ervan om te wandelen of om gewoon stil naast elkaar te
zitten en elkaars hand vast te houden. Volgens Rita kenmerken die
momenten zich door rust en aandacht. Het zijn momenten van grote waarde,
ondanks, of juist dankzij, de eenvoud.
Voorzitter. Rita is slechts een van de velen die dagelijks hun
aanwezigheid geven aan één ander. Hun inzet is goud waard. Het is goed
om dat in dit wetgevingsoverleg over gehandicaptenbeleid te benadrukken,
maar ik kijk vandaag niet alleen naar de begroting van 2026. Ik kijk ook
naar de plannen van de nieuwe coalitie. Ik zie dat die ervoor zorgen dat
donkere wolken zich samenpakken boven de gehandicaptenzorg. Ik stel voor
dat we wegblijven van semantische discussies over "minder meer". Er
worden honderden miljoenen bezuinigd op de zorg en ondersteuning voor
mensen met een beperking. Dat zijn mensen die vaak al te maken hebben
met een stapeling van zorgkosten en een eigen bijdrage. Daar komt een
stapeling van bezuinigingen bovenop. De SGP heeft zorgaanbieders
gevraagd om uit te leggen wat deze bezuinigingen concreet voor deze
mensen betekenen. Zij geven aan dat gehandicaptenzorg arbeidsintensief
en vaak groepswijs is en dat bezuinigingen direct ten koste gaan van
personeel en de kwaliteit van zorg: minder mensen op de groep, minder
aandacht voor cliënten, een hogere werkdruk voor de overgebleven
medewerkers en meer ziekteverzuim. Ook zullen de bezuinigingen naar
verwachting leiden tot het vooruitschuiven van noodzakelijke
investeringen in bijvoorbeeld vastgoed, met achterstallig onderhoud tot
gevolg.
Ik vraag specifiek aandacht voor een paar bezuinigingen uit het
kabinet-Rutte IV en het kabinet-Schoof, die keer op keer uitgesteld zijn
maar nu wél doorgevoerd worden. Het gaat bijvoorbeeld om de 140 miljoen
aan bezuinigingen op behandeling en meerjarige contracten. Dat bedrag is
niet realistisch en inhoudelijk niet verdedigbaar. Kortom, deze
opeenstapeling van bezuinigingen richt heel veel schade aan. De SGP
vraagt het kabinet daarom om deze niet door te laten gaan.
Voorzitter. De aandacht voor de bezuinigingen zou je haast doen vergeten
dat er meer nodig is. De gehandicaptensector zal baat hebben bij een
langjarige en samenhangende toekomststrategie, met duidelijke doelen en
afspraken. Dat voorkomt ook jojobeleid. Ik heb er eerder om gevraagd. Is
de minister bereid om het gesprek daarover op te starten? Ik vraag ook
hier opnieuw aandacht voor regeldruk. We spraken ter voorbereiding op
dit debat een zorgbestuurder. Hij zei: "Ik ga thuis niet elke dag mijn
thermometer in de koelkast leggen. Dat is niet het normale leven, maar
in de zorg moet dat wel." Regeldruk is eigenlijk een vorm van
risicobeheersing. Als we ook in de zorg toe willen naar het normale
leven, zijn we dan ook bereid om meer risico's te accepteren? Welke
regels passen er bij het normale leven? Welke ruimte voor zorgverleners
past daarbij? Graag een reflectie van de minister.
Voorzitter. De coalitie wil extra inzetten op de betrokkenheid van
informele zorg, van mantelzorg en vrijwilligers. De SGP steunt dat
graag. Ik verwijs ook naar de motie die ik heb ingediend bij de
VWS-begroting om langjarig werk te maken van respijtzorg. Tegelijkertijd
moeten we ook realistisch zijn: niet alles is te ondervangen met
mantelzorg. Voor lichtere vormen van ondersteuning is de zorgzame buurt
prachtig, maar cliënten met een VG7- of VG8-indicatie zullen toch echt
veel professionele hulp nodig hebben. Hoe voorkomt de minister
overtrokken idealisme? Wat kan redelijkerwijs van mantelzorgers worden
verwacht?
Voorzitter. De SGP vraagt al langer aandacht voor de positie van mensen
met een levenslange en levensbrede beperking. Bij de
begrotingsbehandeling van vorige week heb ik met collega's een
amendement ingediend voor actieonderzoek om de toegang tot zorg voor
deze groep te verbeteren. Ik heb goede hoop dat dit amendement wordt
aangenomen.
Voorzitter. De vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg is enorm
groot. De zorgaanbieders zoeken naar creatieve mogelijkheden om
personeel te werven en te binden. Een concrete optie is om de
zorginstellingen zodanig in te richten dat die geschikt zijn voor
bewoning door cliënten én medewerkers. Dat biedt niet alleen nabijheid
van zorg, maar helpt ook om medewerkers aan de sector te binden in een
tijd van grote personeelstekorten. Tegelijkertijd verlicht het de druk
op de lokale woningmarkt en draagt het bij aan het oplossen van het
bredere huisvestingsvraagstuk. Noem het de zusterflat 2.0. In
bijvoorbeeld Zeist is hier al een succesvol voorbeeld van. Het is van
groot belang dat zulke woonzorgconcepten expliciet worden meegenomen in
lokale huisvestingsplannen en woonvisies. Is de minister bereid om dit
samen met de collega van VRO te stimuleren?
Voorzitter. Enige tijd geleden bezocht ik een zorgboerderij in de mooie
Krimpenerwaard. De opzet van zorgboerderijen sluit naadloos aan bij de
richting van de toekomstagenda voor mensen met een beperking:
kleinschalige begeleiding en dagbesteding met veel persoonlijke
aandacht. Zorgboerderijen zijn als kleinschalige zorglocaties echter
niet duidelijk en niet consistent gepositioneerd in het zorglandschap.
Ik vraag de minister graag om hier werk van te maken.
Tot zover, voorzitter. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Bikker van de
ChristenUnie voor haar bijdrage in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een poos zitten luisteren. Volgens mij is
één boodschap wel helder in deze Kamer: ga niet door op dit pad. Wie ik
ook hoor, iedereen voelt ongemak bij deze bezuinigingen, ook
coalitiepartijen. Aangezien het een minderheidscoalitie is die een
meerderheid moet vinden buiten de coalitie, zou ik zeggen dat "minder
meer" in dit geval betekent: minderheidscoalitie, richt je op een
meerderheid. Dat betekent geen bezuinigingen op deze manier in de
gehandicaptenzorg. Dat vooraf.
Ik voer dit debat met Kars in mijn hoofd. Kars is een prachtige kerel.
Hij woont in Ommen en is fan van de ChristenUnie — dat terzijde. Hij
woont op een groep en werkt in het arbeidscentrum in Ommen. Hij maakt
supermooie ijsvogels voor in de tuin. Ik heb er eentje op mijn werkkamer
staan, want met vorst mocht hij nog niet naar buiten, maar binnenkort is
het zover. De zorg en begeleiding die Kars en zijn collega's krijgen, is
onbetaalbaar. De medewerkers nemen de tijd voor de cliënten. Ze nemen
hen serieus en zorgen ervoor dat ze met al hun talenten tot bloei komen.
En wat is dat gaaf. Want Kars en alle anderen die daar aan het werk zijn
in Ommen, horen net zozeer bij onze samenleving en onze dorpen als wie
dan ook. En dat moet blijven blijken uit ons beleid en uit onze wetten
en investeringen. Dat staat nu onder druk. Er is weinig personeel, dus
er wordt veel gewerkt met invalkrachten. Dat is logisch, maar daardoor
zijn er steeds weer nieuwe gezichten en wordt het gedrag van cliënten
minder goed herkend. Dat zorgt voor frustratie, boosheid en escalaties.
Er is weinig personeel en de zorgvraag neemt toe. Vergeleken met tien
jaar geleden is het werk zwaarder geworden, geven medewerkers aan.
Bewoners worden ouder en hun ouders ook. Bewoners hebben complexere
zorg.
Voorzitter. In elke bezuinigingsronde lijkt de gehandicaptenzorg weer
een klap te moeten opvangen, ook nu. Zonder echte kennis van de sector
is er vanaf de tekentafel besloten over de financiële ruimte voor de
gehandicaptenzorg. De brief van de minister geeft enigszins inzicht in
de grootte van de bezuinigingen. Bij twee posten die uit eerdere
kabinetten komen — het gaat ook om Rutte-IV, waarin de ChristenUnie
verantwoordelijkheid droeg; daar ben ik eerlijk over — bleek dat de
ingeboekte bezuiniging niet uit te voeren was. Als iets niet is uit te
voeren, is het niet meer dan logisch dat we zo'n bedrag schrappen of met
een andere inhoudelijke reden aangeven waarom het bedrag wel ingeboekt
kan worden. Tot nu toe geeft de minister echter aan – dat doet ze in
ieder geval in haar brief van vorige week — dat het logisch is dat die
maatregelen doorgaan en dat de sector daarmee heeft ingestemd. Maar dat
zie ik anders. Ik heb namelijk geturfd dat hier tien keer werd gezegd
dat we vanuit de inhoud moeten gaan hervormen. Dat betekent ook dat we
niet allereerst vanuit de plaat moeten bezuinigen, zou ik willen zeggen.
Ik ben hervormd qua geloof, dus ik hou heel erg van hervormen. Dat vind
ik goed; dat heeft ieder mens nodig, de minister ook. Laat ik dan niet
uit mijn plaat gaan over wat er is ingeboekt aan bezuinigingen. Volgens
mij is dat niet nodig. Hier zit een Kamer die zeer bereidwillig is om te
kijken hoe we de gehandicaptenzorg juist voor de lange termijn kunnen
behouden, maar dat kan niet als we beginnen met een korting op tarieven
en een verschraling van zorg.
Als we zo doorgaan, kan er minder personeel ingezet worden en kan
daardoor niet alle aandacht gegeven worden, terwijl de kwaliteit van
gehandicaptenzorg daarop drijft. Alle verhalen en alle frames over
"minder meer" in de zorg ten spijt geldt dat voor de gehandicaptenzorg
dus niet op dezelfde manier als elders in de zorg. Erkent de minister
dat het frame waarmee naar de zorguitgaven in totaal wordt gekeken niet
op dezelfde manier van toepassing is voor de gehandicaptenzorg? De
zorguitgaven in het algemeen stijgen fors. Dat klopt, maar dat komt
vooral door de vrijwel ongelimiteerde toevoeging van medicijnen en
behandelingen aan de vergoede zorg, door economische groei en door
vergrijzing. Ook mijn partij vindt het dus logisch dat er kritisch wordt
gekeken naar het basispakket, maar het grootste knelpunt in de zorg is
nu juist het personeel. Dáár moeten we een oplossing voor vinden. Die
vinden we niet door een bezuiniging in de gehandicaptenzorg in te boeken
waarvan we niet eens weten welke consequenties die heeft. Die heb ik ook
niet gehoord van de coalitiecollega's. Daarmee kalft de zorg zo af dat
er straks steeds minder mensen in de zorg willen werken en steeds minder
cliënten de zorg krijgen die ze minimaal nodig hebben. Kan de minister
daarom ingaan op de vraag wat voor haar de grootste opgave in de
gehandicaptenzorg is en welke stappen zij wil zetten om de zorg voor
mensen goed te houden?
Ik heb een paar ideeën. Ik ga u dus helpen. Let op, daar gaan we! Ten
eerste, en eigenlijk voorafgaand aan alles: de stapeling van de
bezuinigingen voor een besteedbaar inkomen. Dit kabinet snijdt niet
alleen in de zorguitgaven, maar ook in de zorginkomsten, met een
verhoging van het eigen risico, diverse eigen bijdragen, het schrappen
van de aftrek van specifieke zorgkosten, een beperking van de WW en een
versobering van de WIA. De motie-Stoffer geeft al terecht de opdracht om
naar de effecten te kijken, maar kan de minister een aantal casussen
uitwerken die aangeven hoe dit uit kan pakken voor mensen met een
beperking en, als het kinderen betreft, voor hun gezinnen? Hoe voorkomt
de minister dat al die aparte keuzes zodanig opstapelen dat iemand onder
het bestaansminimum zakt qua besteedbaar inkomen? Is dat voor haar een
rode lijn? Gaat ze daarbij ook meekijken met haar collega van Sociale
Zaken?
Ten tweede. Ik spreek veel ouders van kinderen met een beperking. Soms
zijn dat jonge ouders, maar vaak zijn het ook ouders die zelf in de 70
zijn, met kinderen van in de 40. Tegelijkertijd krijgen de kinderen een
grotere zorgvraag en wordt de draagkracht van de ouders minder, terwijl
er steeds meer inzet wordt gevraagd van mantelzorgers. Ik noem het
meegaan naar de huisarts en het ziekenhuis, of het kopen van tandpasta
of andere zaken. Dat doen deze ouders met liefde. Maar ze maken zich
zorgen over wie dat voor hun kind gaat doen als zijzelf ouder worden of
er niet meer zijn.
Voorzitter. Als iets mij op het hart is gaan drukken, dan zijn het wel
de gesprekken met deze ouders. Ik hoor ze met tranen in de ogen zeggen
hoe ze hopen dat hun kind hen niet zal overleven. We willen toch niet
dat ouders dat uitspreken? Dat gebeurt nu wel. Juist daarom zijn we het
deze mensen verplicht om de gehandicaptenzorg helemaal op orde te
hebben. In die zin wil ik de minister best meehelpen om te hervormen,
maar dan moeten we dus vooral inzetten op meer ondersteuning in de
mantelzorgtaken, het uitbreiden van mantelzorgverlof, zoals de SER
recent adviseerde, zodat broers en zussen ook eens kunnen inspringen,
het spreken met en luisteren naar de ouderverenigingen van mensen met
een beperking, en het pakken van meer regie op passende woonvormen; die
ontbreekt namelijk.
Voorzitter. Dat brengt me op het volgende. Voor mensen met een ernstige
meervoudige beperking — dan hebben we het over VG7 en VG7+ — zijn er
nauwelijks geschikte woonzorgplekken. De tarieven zijn recent
bijgesteld, maar de plekken zijn er nog niet. Nog steeds is de zorg
relatief duur. Of er nieuwe plekken bij komen, hangt vaak af van
ouderinitiatieven. Mijn indruk is dat hier geen of nauwelijks
coördinatie op zit, niet vanuit het Rijk, niet vanuit zorginstellingen
en niet vanuit gemeenten, terwijl de zorgbehoeften van nu en van de
toekomst toch wel in te schatten zijn. Begrijp me niet verkeerd: ik vind
het echt geweldig als ouders de handen ineenslaan en tot een initiatief
komen. Maar hier ligt toch een bredere verantwoordelijkheid dan bij deze
ouders alleen? Welke rol ziet de minister hierin voor zichzelf, zowel
met betrekking tot deze zwaardere groepen als voor alle woonzorgvormen
voor mensen met een beperking? Welke stappen kan zij met de VNG zetten,
zodat elke gemeente hiermee aan de slag gaat? Ik neem aan dat dit
eigenlijk zou moeten staan in elke woonvisie die een gemeente moet
hebben, of in de woonzorgvisie.
Voorzitter. Werken in de gehandicaptenzorg is mooi. Het is zelfs
ontzettend mooi. De mensen die ik spreek, doen het met hart en ziel.
Vandaag zeg ik allereerst tegen jullie: dank jullie wel, want wat doen
jullie prachtig werk! Het beeld dat je als startende mbo'er hebt, is
echter minder positief, denk ik. Ik hoor veel verhalen van mensen die de
overstap maken naar de ouderenzorg. Daarmee loopt het personeelstekort
in de gehandicaptenzorg op dit moment op tot de tienduizend. Welke inzet
gaat de minister plegen om dat gat te dichten? Kan zij in beeld brengen
wat de verschillen zijn tussen de cao voor de gehandicaptenzorg en die
van de ouderenzorg qua beloning per functie, secundaire
arbeidsvoorwaarden en werkdruk? Welke mogelijkheden kan deze minister
bovendien creëren om fulltime in de gehandicaptenzorg te kunnen werken?
Welke verantwoordelijkheid hebben zorginstellingen daar zelf in?
Ik zag dat de minister al op werkbezoek is geweest. Complimenten
daarvoor! Die eerste weken zullen loeidruk zijn. Mooi dat u bij 's
Heeren Loo in Noordwijk was; een prachtige plek. Zij heeft het daar
misschien ook gehad over de andere kijk op vakbekwaamheid die daar
gehanteerd wordt, namelijk: geen nadruk op formele diplomaeisen, maar op
iemands competenties en ervaringen. Dat biedt hele goede mogelijkheden
voor zij-instromers, maar het vraagt ook wat van de zorginstelling en
van onderwijsinstellingen om opleidingen op maat te bieden. Wil de
minister daarmee aan de slag? De vorige minister heeft afgeraden om met
evc's te werken in de zorg, omdat er te veel mee gefraudeerd werd. Maar
gaat het kind nu niet met het badwater de deur uit?
Voorzitter. Veel collega's hebben al wat gezegd over het VN-verdrag
Handicap. Ik sluit me eigenlijk aan bij alle vragen die daarover zijn
gesteld. Er moet me alleen nog iets van het hart ten aanzien van de
ExpertCare huizen, of het nou in Rijswijk, in Wezep of in Vleuten is. Ik
heb te veel ouders gesproken voor wie 31 maart al niet meer de datum is,
maar die nu al heel concreet de sluiting voelen, omdat ze het weekend
voor hun kind niet kunnen boeken. Minister, wacht dus geen dag. Zorg er
of voor dat de datum kan worden uitgesteld of dat er met het personeel
afspraken kunnen worden gemaakt. Het vertrouwen is tot op een dieptepunt
gedaald en we hebben allemaal gezien welke zorg deze kinderen nodig
hebben.
Voorzitter, ik sluit af. Ik vind het positief dat de minister het
amendement van collega's Van Dijk, Ten Hove en mij voor
praktijkonderzoek naar betere indicatiestelling voor mensen met een
levenslange en levensbrede beperking, steunt. Want mensen met een
levenslange en levensbrede beperking moeten niet jaar in, jaar uit de
meest intieme en minieme details delen met overheidsinstanties omdat er
anders geen herindicatie mogelijk is. Laten we alle mensen blijven zien
als mens, geschapen door dezelfde Maker. Daarom is iedereen intrinsiek
waardevol. Daar moet ons zorgbeleid uiting aan geven, voor Kars en voor
al die andere mensen waar ik zo trots op ben.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Dobbe namens de
Socialistische Partij.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er vandaag zo veel mensen
zijn gekomen en er nog steeds zitten na al die uren hier. Jullie houden
goed vol, ook goed in het rood. Ik denk dat het om goede besluiten te
nemen voor ons hier ook belangrijk is dat de mensen om wie het gaat zich
laten zien en van zich laten horen. Dank voor de mensen die in hier in
de zaal zitten, die meekijken en die verderop in de Statenpassage
zitten.
We spraken net hier buiten de zaal ook de ouders en de kinderen die
afhankelijk zijn van de zorg van ExpertCare. Zij zitten in grote
onzekerheid. We kregen van hen een hart vol zorg, omdat hun hart vol
zorgen zit. Dat is denk ik een signaal dat wij hier in de Kamer ook echt
heel serieus moeten nemen. Verschillende locaties voor intensieve
kindverpleging van de organisatie ExpertCare gaan dicht. Hierdoor komen
ongeveer 70 ernstig zieke of meer meervoudig gehandicapte kinderen en
hun ouders in de knel.
Ik ging zelf langs bij Lot en haar ouders. Lot is een meisje van 5 jaar
oud, met een vrolijk paardenstaartje in het haar. Ze heeft
specialistische zorg nodig, omdat ze niet zelfstandig kan lopen, praten
of eten, en omdat ze epileptische aanvallen heeft. Doordat zij drie
dagen per week naar de dagopvang van ExpertCare gaat en daar een nachtje
in de week kan logeren, lukt het haar gezin om naast de intensieve zorg
ook te blijven werken en tijdens de andere dagen volledig de aandacht en
de zorg te geven voor Lot en de andere twee kinderen, van 3 en 7 jaar
oud, in het gezin. Daar wil je er als ouder ook voor zijn.
Maar ineens kregen zij eind januari een mail dat op 31 maart de zorg van
ExpertCare zou stoppen. Ze zijn gaan zoeken naar een andere plek,
natuurlijk zijn ze dat gaan doen. Ze kwamen vooral wachtlijsten tegen.
Weinig organisaties bieden de specialistische zorg aan die Lot nodig
heeft. Het zijn grotere afstanden van huis, geen flexibele tijden waarin
zorg kan worden geboden, waardoor Lot er met een busje naartoe zou
moeten gaan, terwijl in dat busje niet de zorg geboden kan worden die ze
nodig heeft. Als zij bijvoorbeeld onderweg een epileptische aanval zou
krijgen, dan zou direct de ambulance gebeld moeten worden en moeten haar
ouders alsnog direct door naar het ziekenhuis. Er zijn geen
alternatieven. Als de plek bij ExpertCare voor Lot verdwijnt en er geen
andere plek is, dan zal een van haar ouders moeten stoppen met werken om
de volledige zorg van Lot zelf over te nemen of te kunnen organiseren.
Dit besluit is gewoon heel erg ingrijpend voor het hele gezin.
De minister zei vorige week hierop terug te zullen komen. Dat is heel
hard nodig, want inmiddels duurt het, geloof ik, nog maar 22 dagen tot
31 maart. Er kan dus geen dag meer gewacht worden. Ik ben ook heel
benieuwd of deze minister meer heeft gedaan dan in gesprek gaan, en of
er daadwerkelijk actie is ondernomen om deze locaties en deze enorm
belangrijke zorg in stand te houden. Want het bedrijf zegt wel deze
locaties niet te zullen sluiten zolang niet alle kinderen een nieuwe
plek hebben, maar bij zorgverleners moet ook brood op de plank komen.
Die gaan ook kijken waar ze kunnen gaan werken als er een sluiting op
handen is. Blijven zij dit nog doen? Zij moeten zelf ook overleven. Dan
zullen er dus zorgverleners gaan vertrekken en zal de locatie wellicht
zelfs sluiten als niet alle kinderen een nieuwe plek hebben. Wat gaat de
minister dus doen om dit te voorkomen voor nu, voor de korte termijn —
dat is ook heel duidelijk de oproep van deze ouders — en voor de lange
termijn?
Laten we eens kijken naar ExpertCare. Wat is dat voor een bedrijf? In
2021 is het overgenomen door een multinational, B. Braun, die zichzelf
"een van 's werelds toonaangevende medischetechnologiebedrijven" noemt.
Het is een multinational met 300 dochterondernemingen in 64 landen, met
een omzet van ruim 9 miljard euro en een stijging van de winst met maar
liefst ruim 31% in 2024. Dit is de zorginstelling waar we het over
hebben. ExpertCare zegt dat de tarieven van de zorgverzekeraars te laag
zijn en dat het daarom de zorg niet meer kan aanbieden. Als de ouders
van Lot hun zorgverzekeraar bellen, weet die eigenlijk niet waar het
over gaat en hoe het verder zou moeten. Lot en de vele andere kinderen
worden hier dus het slachtoffer van een systeem waarin de zorg wordt
overgelaten aan dit soort commerciële bedrijven, in dit geval een
multinational, voor wie winst maken het uiteindelijke doel is. Het is
immers een commercieel bedrijf. In dit systeem neemt niemand meer
verantwoordelijkheid, omdat de zorg wordt overgelaten aan de markt en
dus aan zorgverzekeraars, die geen antwoord hebben. Maar de zorg ís geen
markt en deze kinderen, die zorg nodig hebben, zijn geen product. De
minister is uiteindelijk eindverantwoordelijk om in te grijpen als het
niet goed gaat. Is de minister het ermee eens dat zij die
verantwoordelijkheid heeft? Wat vindt de minister er eigenlijk van dat
de markt tot dit soort situaties leidt, en wat gaat zij daaraan
doen?
Dan, voorzitter, de bezuinigingen, die oplopen tot misschien wel een
half miljard euro in 2030. Deze bezuinigingen vormen donkere wolken
boven de gehandicaptenzorg, want minder geld heeft gevolgen. Erkent de
minister dat dit gevolgen gaat hebben en dat het leidt tot minder
medewerkers, hogere werkdruk en minder tijd en aandacht voor mensen die,
soms volledig, afhankelijk zijn van zorg? De gehandicaptenzorg, de
mensen die daar werken en de mensen die zorg nodig hebben, verdienen
echt beter dan dit. Maar wat gebeurt er nu? Er was al te weinig geld
voor de gehandicaptenzorg en de tarieven waren al te laag om te doen wat
nodig was. Nu komt er eindelijk geld bij om die tarieven te herstellen
en om te doen wat nodig is, en nu wordt er aan de andere kant weer geld
weggehaald. Dan kun je dus niet meer doen wat nodig is. Er komen nieuwe
kortingen op het tarief en er is wéér onvoldoende geld om dit goed te
doen.
En dan zijn er nog de ongedekte bezuinigingen uit Rutte IV, die dit
kabinet gewoon heeft laten staan. Er zou bespaard worden, zoals ik al
eerder zei, door meerjarig contracteren, maar dat gebeurt al dus dat
levert niet die besparing op; dat levert geen geld op. Er zou ook
bespaard worden door de verplaatsing van behandelingen uit de Wlz naar
de Zorgverzekeringswet. Ook dat gaat niet door, maar de bezuiniging is
gewoon blijven staan. Deze bezuinigingen zijn dus niet gebaseerd op
besparingen of hervormingen. Het zijn gewoon tariefkortingen. Vindt de
minister dit verantwoord begroten? Graag een antwoord. Tarieven moeten
corrigeren omdat ze te laag zijn en er dan weer geld weghalen: is dit
het soort jojobeleid dat we van het nieuwe kabinet mogen verwachten? Dat
lijkt mij niet.
Het kabinet-Jetten voegt boven op deze bezuinigingen nog eens extra
bezuinigingen toe op de langdurige zorg. Het is naar verwachting 45
miljoen in 2027 voor de gehandicaptenzorg, oplopend naar 342 miljoen
structureel. Volgt u het nog, met al die berekeningen? Het is in totaal
ongeveer een half miljard. Daar kom je dan op uit. En dan is mijn vraag:
hebt u hierover met mensen uit de gehandicaptenzorg gesproken? Ze zitten
hier namelijk. Hier zitten een heleboel mensen die zorg geven of die
afhankelijk zijn van zorg. Ik ben heel benieuwd. Wij hebben dat namelijk
wel gedaan. Wij hebben een heleboel mensen gesproken en er was niemand,
maar dan ook niemand, die dit een goed idee vond. Als u met mensen uit
de gehandicaptenzorg zou hebben gesproken, dan had u dit ook gehoord.
Waarom wordt daar niets mee gedaan? Waarom worden er bewust keuzes
gemaakt waardoor mensen in de problemen komen? Vindt u de
gehandicaptenzorg eigenlijk wel belangrijk? Graag een antwoord, want dit
is een serieuze vraag.
Dan het VN-verdrag Handicap. Er is werk aan de winkel. Nederland is in
2024 al op de vingers getikt door de VN-commissie die zich bezighoudt
met de rechten van mensen met een beperking. In december 2025
concludeerde het College voor de Rechten van de Mens dat het VN-verdrag
nog lang niet overal en altijd als uitgangspunt wordt genomen bij de
ontwikkeling en uitvoering van wetgeving en beleid. Dat raakt mensen met
een beperking. Er is inmiddels een werkagenda bij de nationale strategie
voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap. Er is dus al een
heleboel papier gemaakt, maar nu moet er ook daadwerkelijk wat gaan
gebeuren. Er moet een extra inspanning worden geleverd om dit verdrag
goed na te komen. Dat is ook wat iedereen vindt en zegt. Maar er zijn
geen extra middelen vrijgemaakt. Er zijn überhaupt geen middelen
vrijgemaakt voor het VN-verdrag. Hoe kan dat? Waar is het budget dat
hoort bij deze werkagenda? Waar is het budget voor de uitvoering van het
VN-verdrag Handicap? Waar kunnen wij dat terugvinden? Hoe gaat u ervoor
zorgen dat het VN-verdrag Handicap wordt nageleefd als daar geen extra
geld voor wordt vrijgemaakt?
Heeft de minister de conclusies uit het rapport van het
VN-Vrouwenrechtencomité over de positie van vrouwen met een beperking
gezien? Er is armoede bij vrouwen met een beperking. Er is sprake van
hoge werkloosheidscijfers. Het is dus belangrijk dat de overheid bij de
monitor van het VN-verdrag specifiek ook data over vrouwen en meisjes
met een beperking uitsplitst met betrekking tot werk en
bestaanszekerheid, en dat beleidsmaatregelen zich ook specifieker kunnen
richten op vrouwen, zodat we dat weten. Is de minister bereid om dat te
doen?
Ook is er een hoger risico voor vrouwen met een beperking op misbruik en
gendergerelateerd geweld en seksueel geweld. De toegankelijkheid van de
vrouwenopvang is nog niet op orde en de aanpak van geweld tegen vrouwen
heeft nog onvoldoende oog voor vrouwen met een beperking. Wat is de
aanpak van de minister om hiermee aan de slag te gaan?
We hebben eerder aandacht gevraagd voor meerkosten voor mensen met een
beperking. Daardoor hebben zij minder financiële ruimte dan mensen met
een vergelijkbaar inkomen zonder beperking. Het maakt uit in welke
gemeente je woont voor de vraag of je hierbij hulp, zorg of
ondersteuning krijgt. Dat moet toch niet uitmaken? We zijn het er toch
allemaal over eens dat het geen verschil zou moeten maken waar je woont?
Maar wat doet dit kabinet? Niet alleen wordt dit probleem niet opgelost,
de meerkosten voor mensen met een beperking worden hoger gemaakt door
het verhogen van het eigen risico naar €520, door het afschaffen van de
fiscale aftrekpost voor niet-vergoede zorgkosten, door het bijna
volledig afschaffen van de huishoudelijke zorg, door het invoeren van de
eigen bijdrage in de wijkverpleging en door de bezuiniging op de WIA. Is
dit een foutje van het kabinet? Zo niet, wat is dan de gedachte
hierachter als het gaat om de gevolgen voor mensen met een beperking en
de uitvoering van het VN-verdrag Handicap? Laten we ervoor zorgen dat
dit niet gebeurt en laten we deze maatregelen van tafel halen. Wat is de
minister bereid om hierin te doen?
Verder sluit ik aan bij de goede vragen die zijn gesteld over meerzorg.
Mensen komen nog steeds in de problemen door het wegvallen van
zorgbudget, terwijl zij al met moeite soms hele zware en ontzettend
belangrijke zorgtaken doen. Laten we deze mensen niet verder in de
problemen helpen. Zijn de kortingen hierop van tafel?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker van de zijde
van de Kamer in eerste termijn: mevrouw Ten Hove van de Groep
Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil iedereen die aanwezig is of thuis
meekijkt en -luistert bedanken voor hun betrokkenheid en het aanwezig
zijn. Dat is hartstikke nodig, want het gaat jullie allemaal juist aan.
Ook dank dat jullie zijn gebleven totdat ik als laatste spreker mijn
zegje mag doen.
De gehandicaptenzorg is een sector waarbij iedereen elke dag met hart en
ziel klaarstaat voor anderen. Het zou mooi zijn als we het vandaag
vooral daarover hadden kunnen hebben: over de zorg, de mensen en de
aandacht. Maar dat gaat helaas niet. Zoals gezegd hangen er donkere
wolken boven de sector. De bezuinigingen lopen op tot een half miljard
in 2030. De brief van de minister van afgelopen woensdag zet de
financiële cijfers op een rij, maar laat de andere kant van de
gelddiscussie eigenlijk volledig achterwege. Minder geld betekent
namelijk minder medewerkers en minder medewerkers betekent minder tijd
en aandacht voor mensen die de zorg juist zo hard nodig hebben en echt
niet zonder die zorg kunnen. Minder geld betekent ook — het werd al
gezegd — dat investeringen in betere huisvesting, duurzaamheid en
technologie op de lange baan worden geschoven, terwijl juist die
verbeteringen nodig zijn om de zorg toekomstbestendig te maken. In de
betreffende brief staat letterlijk beschreven dat extra geld, namelijk
de tariefverhogingen, nodig was om de tarieven redelijkerwijs
kostendekkend te maken. Tariefkortingen, die daar weer van afgaan,
zetten die kostendekkendheid dus direct onder hoogspanning. Graag de
visie van de minister hierop.
Tariefverhogingen zijn geen luxe of extraatje, maar zijn broodnodig. De
bedragen die er straks, vanaf 2027, af gehaald worden, zijn
tariefkortingen. De tarieven die met het extra budget eindelijk net aan
kostendekkend werden, duiken met diezelfde tariefkortingen dus weer
onder de kostprijs; het jojo-effect werd al benoemd. Dit wordt gedaan
zonder enige logische of praktisch uitvoerbare onderbouwing. Kan de
minister die onderbouwing vandaag toelichten? Wat is überhaupt de
inhoudelijke onderbouwing van de hele tariefmaatregel?
Voorzitter. Dit gaat alleen nog maar over de bezuinigingen van vorige
kabinetten, die nu doorgedrukt worden en vanaf 2027 voor het eerst in
zullen gaan. Hierbovenop volgt nog een nieuwe bezuiniging uit het
coalitieakkoord, namelijk die van de ombuiging in de Wlz. De minister
geeft in haar brieven aan nog meer tijd nodig te hebben om tot een goede
verdeling van de groeiruimte over de sectoren en een deugdelijke
onderbouwing te komen. Wat Groep Markuszower betreft is dit de wereld op
zijn kop: gigantische bezuinigingen aankondigen terwijl de plannen nog
uitgewerkt moeten worden. Het is ronduit schandalig. Is de minister het
met mij eens dat dit andersom zou moeten gebeuren? Zo ja, waarom gebeurt
dit dan niet? Is de minister zich ervan bewust dat hierdoor enorm veel
stress en onrust veroorzaakt worden bij alle mensen die dit aangaat?
Alleen daarom al zegt Groep Markuszower: trek die bezuiniging in. Maak
eerst maar eens een gedragen en uitgewerkt plan, samen met het werkveld
— heel belangrijk: samen met het werkveld! — en kijk vandaaruit
verder.
Dat brengt mij bij de meerzorgregeling. Kan de minister een update
geven? Heeft iedereen die geen aanspraak meer maakt op meerzorg
inmiddels duidelijkheid? Hebben zij ook nog toegang tot de juiste zorg?
Wie in elk geval wel duidelijkheid heeft gekregen, is Janine. Ze was
onlangs nog te zien in Hart van Nederland. Na jaren van meerzorg is haar
verlenging niet afgewezen, maar is haar aantal zorguren verlaagd. Per 1
april gaat zij van 24 uur naar 11 uur zorg per etmaal: 13 uur minder per
dag, terwijl haar situatie niet veranderd is. Janine vertelde mij dat
het zorgkantoor oordeelde dat ze haar zorg niet doelmatig had besteed,
maar hoe bestaat dit? Heeft zij dan hulp gekregen? Nee, niet voldoende
op een manier waarop ze haar zorg wél goed kan besteden. Hoe bestaat dit
oordeel, zeker gezien er niemand bij haar thuis is komen kijken en
ondanks verklaringen van de revalidatiearts, de logopedist en de
huisarts? Wél sprak zij op het zorgkantoor met een jurist. Is de
minister het met mij eens dat dergelijke ingrijpende beslissingen nooit
van achter een bureau gemaakt mogen worden en dat de menswaardige en
zorgzame kant nooit vergeten mag worden bij een juridische beslissing
over zorg?
Het verpleeghuis is inmiddels het geboden alternatief. Er zijn echter
overal enorme wachtlijsten, los van het feit dat Janine daar niks voor
voelt. Hoe wordt zo'n zorggat opgevangen totdat er wél een passende plek
of een alternatief is? Welke andere alternatieven zijn er te bedenken
die maken dat Janine en mensen met vergelijkbare situaties wél de regie
houden over de zorg die bij hen past? Welke opties heeft Janine nog om
te voorkomen dat ze in een verpleeghuis moet gaan wonen? Hoe rijmt dit
alles met de verschuiving van intramurale zorg naar investeren in
zorgzame buurten en de gemeenschapsontwikkeling, waardoor juist mensen
met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning?
Kan de minister aangeven hoeveel mensen dit jaar hetzelfde oordeel
hebben gekregen? Hoe verhoudt dit zich tot de wachtlijsten bij de
verpleeghuizen? Is er voor iedereen wel een passende plek en, zo ja, is
deze dan wel in de regio? Zorgkantoren werken inmiddels aan een uniform
beleidskader voor meerzorg. Op welke manier wordt hierbij het belang van
de meerzorggebruiker geborgd?
Voorzitter. Gehandicaptenzorg is en blijft mensenwerk. Zeker in de
intensieve zorg kan het echt niet met nóg minder mensen. De
gehandicaptenzorg kampt momenteel met een tekort van 10.000 medewerkers.
Volgens prognoses kan dat in 2034 zelfs zijn opgelopen tot 22.000. Voor
medewerkers in de gehandicaptenzorg dreigen een nog hogere werkdruk en
meer uitval. Onbegrijpelijk, want deze sector heeft het al zo zwaar.
Voor de intensieve zorg zijn de personeelstekorten nu al nijpend, wat
gevolgen heeft voor de veiligheid, voor de cliënten en het personeel en
vooral ook voor de menselijkheid.
Hoe gaat de minister de professionals die dagelijks op de werkvloer
staan, nauw betrekken bij alle uitdagingen waar de gehandicaptenzorg
voor staat? Hun praktijkkennis en ervaringen zijn immers onmisbaar in
nieuw te maken beleid. Hoe wordt houdbaar en vooral menswaardig beleid
in de gehandicaptensector geborgd, gelet op de huidige optelsom van
bezuinigingen, arbeidsmarkttekorten en beleidsambities? Hoe is dit te
rijmen met de ambitie van de coalitie om het VN-verdrag Handicap na te
leven, zoals beschreven in het coalitieakkoord?
Als laatste spreker wil ik niet over alles in herhaling vallen. Ik sluit
mij daarom aan bij de vragen en de zorgen over het pgb, ExpertCare, de
respijtzorg en de toegankelijkheid.
Ik heb nog wel een nabrander. We moeten zuinig zijn op de mensen die
zich dag en nacht inzetten om de gehandicaptenzorg in de benen te
houden, op de professionals, maar ook op de mantelzorgers. Zij verdienen
waardering en perspectief. Hoe gaat de minister hiervoor zorgen? Want
wie bezuinigt op de gehandicaptenzorg, bezuinigt op de meest kwetsbare
mensen in onze samenleving, en laten we eerlijk zijn: dat is niet
normaal. Wie dat niet kan inzien, heeft wat mij betreft zelf een
beperking.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn
van de Kamer. Ik kijk even naar de minister. Mijn voorstel zou zijn om
om 14.00 uur weer te beginnen. Dat is over iets meer dan 45 minuten. Is
dat voor u haalbaar? Een uurtje? Oké. Dan gaan we om 14.10 uur weer aan
de slag. Ik herinner de Kamerleden eraan dat we met elkaar hebben
afgesproken om nog even naar de hal te gaan.
De vergadering wordt van 13.08 uur tot 14.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag iedereen. Bij dezen heropen ik de vergadering. Ik wil
beginnen met het maken van een aantal procesafspraken. Mijn voorstel zou
zijn om, met het oog op de tijd, een maximum van zes interrupties te
hanteren voor de Kamerleden. Ik kijk even of iedereen dat oké vindt. Ik
hoor geen reactie, dus dat is bij dezen oké. Mij werd net al gezegd:
succes met deze onmogelijke opgave om om 16.30 uur af te ronden. Dat
gaan we wel proberen, ook omdat verschillende Kamerleden hebben
aangegeven niet beschikbaar te zijn als het uitloopt. Dat betekent dat
ik vrij streng zal zijn bij interrupties; die moeten heel snel richting
een vraag geleiden. Ik kijk ook heel vriendelijk naar het kabinet om te
vragen of de antwoorden, waar dat kan — er zijn natuurlijk heel veel
vragen gesteld — zo bondig mogelijk gemaakt kunnen worden.
Bij dezen geef ik het woord aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd
en Sport.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ook ik zal mijn best doen om kort en krachtig te
antwoorden. Mijn collega attendeerde mij erop dat dit debat ook gevolgd
wordt door mensen met een visuele beperking en dat zij geholpen zouden
zijn met een beschrijving van hoe wij hier zitten. Wellicht kunnen we
even kort de setting samen beschrijven. We zitten aan een U-vormige
tafel. Links van mij zitten de voorzitter, de griffier en alle
Kamerleden die in de eerste termijn al hebben gesproken. Rechts van mij
zitten twee VWS-collega's, die mij gaan helpen om de vragen zo goed
mogelijk te beantwoorden. Zoals ik bij de begroting ook al zei: deze
minister heeft het gevoel dat ze nu al examen moet doen zonder dat ze de
werkcolleges heeft kunnen volgen. Ik doe echt mijn uiterste best om
goede antwoorden te geven. Ik heb al ontzettend veel tijd gestoken in
het lezen van stukken en heb al een aantal werkbezoeken afgelegd, maar
ik weet nog niet elke punt en komma van elke motie die hier ooit is
uitgesproken. Daarvoor zijn mijn VWS-collega's aan mijn zijde. Tegenover
mij zitten heel veel mensen op de publieke tribune; een groot aantal
hiervan draagt rode kleding. Welkom in deze zaal, ook van mijn
kant.
Dan heb ik nog een praktisch punt. Ik weet dat dit debat wordt
ondersteund met een gebarentolk voor mensen met een auditieve beperking.
Ik ken mijn tekortkomingen: ik praat vrij snel. Ik zal echt mijn best
doen om niet te snel te praten, maar spreek me vooral aan als dat toch
het geval is, want dan wordt het lastig tolken, vrees ik.
Voorzitter. Dit debat gaat niet over mij, maar over goede zorg,
liefdevolle zorg, hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking.
Toch zou ik heel graag iets willen zeggen over de band die ik voel met
de gehandicaptenzorg. Mijn vader was ooit voorzitter van de
Oudervereniging Philadelphia in de Betuwe en mijn moeder las met kerst
de kerstverhalen voor. Zij was lerares, dus zij had er ook wat mee. Ik
weet ook nog dat ik als meisje bij de boot van De Zonnebloem stond. Mijn
moeder regelde daarvoor de reizen; ik mocht als meisje van 7 of 8 een
bosje bloemen geven aan alle mensen die met hun rolstoel weer van de
plank kwamen rijden. Dat betekende dat ik als kind al heel vroeg iets
leerde over wat het betekent als je leeft met een beperking. Dat kreeg
ik vanuit thuis ook mee, en dat liet mij in mijn verdere loopbaan ook
niet los. Als Tweede Kamerlid was ik betrokken bij de aanloop naar de
ratificatie van het VN-verdrag Handicap. Daarna heb ik mij ook een
aantal jaar ingezet als directeur van MEE, waarbij ik ook heel veel over
deze specifieke sector heb geleerd. En nu zit ik hier als minister van
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Ik ben heel blij dat het ondanks alle drukte en de korte tijd dat ik
hier zit, wel gelukt is om al een aantal mensen te ontmoeten die wonen
of werken in de gehandicaptenzorg. Zo ben ik rondgeleid bij 's Heeren
Loo door Nathalie. Ik mocht haar kamer bekijken en ze stelde me voor aan
haar huisgenoten en buren. Ik sprak ook met een groepsleider. Hij
vertelde hoe hij elke dag fluitend naar zijn werk ging sinds hij zijn
baan als chauffeur had ingeruild voor een baan in de gehandicaptenzorg.
En ik heb Luka, Cato en Anne op bezoek gehad. Alle drie waren ze in het
rood gekleed. Twee van hen, Cato en Anne, zijn hier ook aanwezig. Luka
moest werken vandaag, wat natuurlijk ook hard nodig is. Met hen heb ik
ook gesproken over de actie #SterkVoorGehandicaptenzorg, die zij gestart
zijn. Natuurlijk hebben we het ook gehad over de zorgen over de
bezuinigingen. Daar wil ik nog veel vaker met hen, maar ook met heel
veel anderen over praten. Ik was ook echt geraakt door hun enorme
werkplezier en de enorme passie waarmee zij hun werk doen. Hun werk is
duidelijk veel meer dan een baan; het is volgens mij echt een belangrijk
onderdeel van hun leven.
Voor mensen met een visuele beperking licht ik nu toe dat Cato en Anne
tegenover mij op de publieke tribune zitten. Ik groet hen even en zij
groeten terug. Ik ben heel trots en dankbaar dat er zo veel bijzondere
mensen dag en nacht klaarstaan voor mensen met een beperking. Ik beloof
dat ik alles uit de kast zal halen om hen de komende jaren zo goed
mogelijk te steunen. Het is goed om nog even te benadrukken dat dit
debat over veel meer gaat dan zorg in een instelling. Heel veel mensen
met een beperking wonen namelijk gewoon thuis, soms ook zelfstandig. Net
als mensen in een instelling zijn zij gebaat bij een toegankelijke
samenleving waarin ze mee kunnen doen. Om de zorg en het leven van
mensen met een beperking te verbeteren, voeren we dan ook het VN-verdrag
Handicap uit.
Voorzitter. Voordat ik overga tot het beantwoorden van de vragen, wil ik
één ding expliciet benoemen. Ik ben vorige week benaderd door
belangrijke organisaties die cliënten vertegenwoordigen, zoals onder
andere Ieder(in) — er zit een vertegenwoordiger in de zaal — en
KansPlus, om elkaar snel te ontmoeten. Die afspraak wordt al gemaakt en
ik zie er naar uit ook jullie snel te spreken.
Voorzitter. Dan ga ik over tot het beantwoorden van de vragen, aan de
hand van een aantal blokjes. Omdat er misschien nog veel mensen van
ExpertCare in de zaal zitten, wil ik het daar eerst even over hebben.
Daarom was ik net ook iets later hier. Daarna komt er een blokje over de
Wlz, waarin ik zal praten over de financiën, meer zorg, complexe zorg en
nog een aantal varia. In het vierde blokje zal ik het hebben over het
VN-verdrag. Daaronder vallen een aantal onderwerpen die ik zal
toelichten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Sorry, ik ben traag van begrip. Wil de minister het nog een keer
noemen?
Minister Sterk:
Ik zei al dat ik wat snel was. Ik zal het nog een keer doen. Ik begin
bij ExpertCare. Dan ga ik naar een groter blokje Wlz. Daar vallen vier
onderwerpen onder, te weten: het financieel akkoord — dat is dus de
discussie over de bezuinigingen — meer zorg, complexe zorg en een aantal
varia. U heeft namelijk ook een aantal vragen gesteld die moeilijk in
één thema waren te plaatsen. Het vierde blokje gaat dan over het
VN-verdrag. Sorry, dat is het derde blokje. De inleiding was mijn eerste
blokje. Excuus, dat is de verwarring. Voor u gaat het derde blokje over
het VN-verdrag en dan over de coördinatie en de sturing daarvan.
Daarnaast gaat het over de stapeling van de zorgkosten door het
coalitieakkoord, de inhoud van de werkagenda en de andere belangrijke
vragen die dan nog overblijven. Is iedereen bij? Mensen steken nu de
duimen op omdat ze allemaal bij zijn. Heel goed.
Dan beginnen we met ExpertCare. Ik heb net al kennisgemaakt met een
aantal van de ouders, en ook met Boaz. Ik wil me eerst tot hen richten,
hoewel ik me afvraag of er nog ouders in de zaal zijn vanuit ExpertCare.
Ze zijn net allemaal weg, hè. Ze volgen het nog wel, krijg ik nu te
horen. Oké, dat is mooi. Ik denk dat ik mij nauwelijks kan voorstellen
in wat voor onzekere situatie jullie je op dit moment bevinden. Ik maak
mij daar net als u ook grote zorgen over. Want het plotselinge besluit
van ExpertCare om een aantal locaties te sluiten, zonder een passend
alternatief voor uw kinderen te bieden, had niet op deze wijze mogen
gebeuren en heeft veel onrust en onzekerheid veroorzaakt. Op dit moment
zijn er veel mensen hard aan het werk om een oplossing te bieden en te
vinden. Dat is natuurlijk de zorgaanbieder zelf, en dat zijn de
zorgverzekeraars, de NZa en de IGJ. Zij proberen zo snel mogelijk
vervolgzorg te regelen voor de kinderen die dit raakt. Ik vind het
belangrijk dat zij daar ook nu echt alles aan doen en ook de ruimte en
tijd krijgen om dat goed te regelen. Maar ik heb vorige week ook goed
gehoord wat de Kamer zei, en zal dit dus zelf ook goed in de gaten
houden. Ik kan jullie wel verzekeren dat als het partijen niet lukt om
samen tot een goede oplossing te komen, ik zal kijken wat ik kan doen om
ervoor te zorgen dat jullie, ouders, de zorg krijgen die jullie nodig
hebben. Ik wens jullie dan ook heel veel sterkte toe in deze moeilijke
periode.
Dan richt ik mij specifiek tot de woordvoerders. Ik zei net al dat ik
bij de begrotingsbehandeling had beloofd om terug te komen op de
situatie bij Villa ExpertCare. De ambtenaren van VWS hebben vanmorgen
overleg gevoerd met de NZa, de IGJ en de zorgverzekeraars. Alle partijen
zijn er echt op gebrand om een oplossing te vinden voor deze kwetsbare
groep van ernstig zieke kinderen. Dat is complex en het vraagt ook tijd
om dit zorgvuldig uit te voeren. De NZA, de IGJ en de zorgverzekeraars
geven aan dat het een complexe operatie is om voor 31 maart een
alternatief aanbod te realiseren voor alle kinderen. Die signalen gaf u
zelf natuurlijk ook al. Daarom is ook afgesproken dat Villa ExpertCare
langer openblijft, totdat voor alle kinderen een passende oplossing is
gevonden. De NZa, IGJ en zorgverzekeraars hebben op dit moment geen
signalen dat grote aantallen personeel op zoek zijn naar ander werk,
maar ze kunnen niet uitsluiten dat dat misschien wel op individueel
niveau gebeurt. Villa ExpertCare neemt maatregelen om het commitment van
het personeel voor langere tijd te behouden en vertrekkend personeel op
te vangen via detachering. Ook hiervoor vind ik het belangrijk dat
partijen wel de tijd krijgen om daarin tot een passende oplossing te
komen. Met de NZa, de IGJ en de zorgverzekeraars is ook afgesproken dat
zij op korte termijn gezamenlijk met Villa ExpertCare in gesprek gaan om
het proces verder te stroomlijnen. Wij gaan volgende week opnieuw met de
betrokken partijen in gesprek om de voortgang te bespreken en dat zullen
we ook wekelijks gaan doen, dus dat wil ik u toezeggen. Ik voel mij hier
ook bij betrokken en het is ontzettend belangrijk dat hier gewoon een
goede oplossing voor komt. Ik zal de Kamer ook op de hoogte houden van
die gesprekken, dus die toezegging wil ik graag aan u doen.
Dat was het blokje ExpertCare, maar er waren nog een aantal specifieke
vragen gesteld.
De voorzitter:
Dat levert in ieder geval een aantal vragen op, maar misschien is het
goed om eerst die specifieke vragen nog even te beantwoorden en dan aan
het eind van dit blokje de vragen.
Minister Sterk:
Ja, dat zijn vragen van mevrouw Westerveld en van mevrouw Dobbe. Dat
gaat over bij wie die zorgplicht nu precies ligt en wat dat precies
betekent en zo. ExpertCare heeft de verantwoordelijkheid om alternatieve
zorg te organiseren voor haar cliënten. De zorgverzekeraars hebben de
wettelijke zorgplicht; dat betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat de
verzekerden, ook in het geval van een dreigende sluiting, de zorg die ze
nodig hebben ook echt blijven ontvangen. Voor die kinderen, die onder de
Wlz vallen, kopen zorgkantoren die zorg in. De NZa houdt toezicht op de
zorgplicht van zorgverzekeraars en heeft daarover op dit moment ook heel
nauw contact met Zilveren Kruis, de zorgverzekeraar binnen wiens gebied
dit valt. Zij hebben ook een speciaal team ingericht om een passende
oplossing te organiseren voor alle cliënten. Ten slotte is ook de IGJ
nauw betrokken. Die houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de
zorg en de plannen om de continuïteit van de zorg te borgen.
Dat was de vraag van mevrouw Westerveld. Dan had mevrouw Dobbe nog een
vraag. Zij zegt: "Het is een commercieel bedrijf. De minister moet nu
ingrijpen. Wat vindt de minister ervan dat de markt tot dit soort
situaties leidt?" Ik heb net al aangegeven dat de eerste
verantwoordelijkheid om tot een oplossing voor de continuïteit van de
zorg te komen bij de betrokken partijen ligt. Als het hun niet lukt om
een passende oplossing te creëren, zal ik kijken welke stappen er verder
nog nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze kinderen de zorg blijven
krijgen die ze nodig hebben.
In Nederland geldt dat zorgaanbieders, ook als ze commercieel
georganiseerd zijn, moeten voldoen aan dezelfde regels voor kwaliteit en
toegankelijkheid. Ik ben op dit moment ook bezig met het wetsvoorstel
Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, waarin ik nadere
eisen stel om niet-integere zorgaanbieders te weren uit de zorg door
bijvoorbeeld voorwaarden te stellen aan een winstuitkering. Overigens
hecht ik eraan om op te merken dat er natuurlijk ook investeerders zijn
die wél goede dingen doen in de zorg. Dat is ook belangrijk om de zorg
met elkaar te kunnen blijven financieren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een aantal vragen van de zijde van de Kamer.
Ik had als eerste een signaal van mevrouw Westerveld gezien.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik pak even mijn vragen erbij. Ik had nog een aantal meer specifieke
vragen gesteld. Is de minister er ook van op de hoogte dat er nu al
grote problemen zijn en dat er eigenlijk naar schatting twintig locaties
in het land zouden moeten zijn? We hadden ook de vraag gesteld: wat
gebeurt er nou op het moment dat er geen passend alternatief is? Ik heb
de minister goed gehoord. Ze zei: er komt een oplossing; daar ga ik voor
zorgen.
De voorzitter:
Probeer de vraag kort te houden.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is dan: wij krijgen wel signalen dat personeel weggaat, dus
hoe gaat de minister er dan voor zorgen dat er een oplossing komt?
Minister Sterk:
Volgens mij heb ik aangegeven dat wij, anders dan vorige week, er
dichter op zijn gaan zitten. We hebben wekelijks overleg en daar zullen
deze thema's ook aan bod komen. Wij hebben op dit moment die signalen
nog niet. Ik gaf net aan dat het op individueel niveau misschien wel zo
kan zijn, maar het lijkt me belangrijk dat we daarover het gesprek
blijven aangaan.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Kan de minister ons ook een tijdpad sturen? Ze zegt dat de locaties
langer openblijven. Tot wanneer blijven ze dan open enzovoort? Wat gaat
er wanneer gebeuren in gesprekken? Kunnen wij, niet vanmiddag maar in de
komende dagen, een tijdpad krijgen met wat het ministerie precies gaat
doen?
Minister Sterk:
Dat is lastig, want we kunnen pas stoppen als iedereen een oplossing
heeft. Wat mij betreft is dat morgen het geval, maar volgens mij is de
situatie iets ingewikkelder dan dat. Het is dus ook lastig om dan een
tijdpad te schetsen voor wanneer dat opgelost is, omdat het pas opgelost
is als alle kinderen een goede plek hebben gekregen; tenminste, als ze
een goed aanbod hebben gekregen, laat ik het zo zeggen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank aan de minister voor alle goede inzet, ook de afgelopen dagen.
Tegelijk: ik sprak net nog een vader uit Wezep, die aangaf dat zijn
kindje niet terechtkan omdat er sluiting dreigt en er geen nieuwe
aanvragen meer bij mogen komen. In ieder geval lukt het nu niet. In de
beantwoording van mijn schriftelijke vragen, van 2 maart, gaf de
minister ook al aan dat ExpertCare heeft aangegeven dat de zorgvilla's
langer open mogen blijven dan 31 maart als er niet voor alle kinderen
een passende oplossing is gevonden. Ik wil er juist daarom heel graag
meteen op vertrouwen dat het ook echt lukt als de minister die
toezegging doet. Maar nadat de minister dit opschreef, heb ik nog het
ene na het andere zorgwekkende bericht van ouders gehad dat ze die
ervaring niet hebben bij ExpertCare. Welke maatregelen heeft de minister
in gedachten als men het wel toezegt, maar niet levert?
Minister Sterk:
Zoals ik net al aangaf, zijn deze specifieke signalen mij niet bekend.
Misschien is het ook goed dat wij die informatie krijgen. Wat mij
betreft gaat het er in de gesprekken die wij nu voeren om dat we
uiteindelijk zorgen dat kinderen en ouders een goede oplossing hebben.
Eerder moeten we volgens mij niet stoppen. Maar deze specifieke casus
ken ik verder niet. Het lijkt mij goed om die in ieder geval te
betrekken bij de gesprekken die nu gevoerd worden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank, maar dat is niet helemaal mijn vraag. Wat heeft de minister,
behalve overleg, in handen om in zulke situaties in te grijpen? Daar mag
ze ook later op terugkomen, want dit heeft ook een stelselmatige
component. De vraag is namelijk: als we het stelsel zo hebben
georganiseerd dat we ons afvragen of het nog wel goed gaat als
aanbieders ermee willen stoppen maar de zorg eigenlijk nog doorloopt,
wat kunnen we in zulke knellende gevallen doen?
Minister Sterk:
De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de zorgverzekeraars. Die
hebben zorgplicht. Die moeten eigenlijk garanderen dat er een oplossing
komt. Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid zie ik daarop toe. Die rol
heb ik nu opgepakt door dat overleg aan te gaan en door mee te kijken
naar wat daar gebeurt. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij de
zorgkantoren. Die zullen daar ook op aangesproken worden. Dat gaan we nu
dus ook doen. Wat mij betreft houden we daar niet mee op totdat er voor
alle kinderen een oplossing is.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik wil even scherpstellen om te zien of ik de minister goed begrijp.
Hoor ik de harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat
iedereen een passende oplossing heeft gekregen? Is dat de harde
toezegging die ik hier hoor?
Minister Sterk:
Ja.
Mevrouw Dobbe (SP):
Op de vraag wie er verantwoordelijk is, hoor ik de minister zeggen:
ExpertCare, zorgverzekeraars, zorgkantoren, de NZa en de IGJ. De
minister noemt zichzelf niet, terwijl ze wel zegt: als het niet lukt,
zet ik mij in. Als deze minister zich niet verantwoordelijk voelt voor
het oplossen van dit probleem — ze stond zelf niet in dat rijtje — wat
gaat zij dan doen op het moment dat er geen passende oplossing wordt
gevonden voor deze kinderen? De toezegging dat de ExpertCare-locaties
zouden openblijven totdat er een passende oplossing zou komen voor de
kinderen was al gedaan. De vraag is of dat lukt. Wat gaat deze minister
dan heel concreet doen, behalve gesprekken voeren?
Minister Sterk:
Ik vóél me verantwoordelijk, maar in het systeem bén ik er uiteindelijk
niet voor verantwoordelijk. We hebben het zo met elkaar georganiseerd
dat de zorgverzekeraars die verantwoordelijkheid samen hebben met de
zorgaanbieder. Ik voel me wel verantwoordelijk en heb een
systeemverantwoordelijkheid. Daarom heb ik nu gezegd: ik wil erbovenop
blijven zitten en daarom wil ik wekelijks contact over hoe het nu staat.
Wij zullen de signalen die ik net hoorde ook gaan meenemen in die
gesprekken, want ook daar wil ik natuurlijk opheldering over
hebben.
De voorzitter:
Mevrouw Maeijer ... Sorry, eerst nog een vervolgvraag van mevrouw
Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister voelt zich verantwoordelijk maar zegt niet dat ze
verantwoordelijk is. De minister is natuurlijk wel
stelselverantwoordelijk. Als het stelsel vastloopt en er dingen misgaan
in het stelsel, dan is de minister dus wel verantwoordelijk. Op zichzelf
is dat problematisch. Ik ga hier dus nog een interruptie op plegen. Ik
heb namelijk een heel concrete vraag. Als het niet lukt om voor alle
kinderen een geschikte alternatieve plek te vinden, wat gaat deze
minister dan heel concreet doen?
Minister Sterk:
Zoals ik net al zei, is het in het systeem waarin wij werken de plicht
van de zorgverzekeraar om dat op te lossen. Daar spreken wij de
zorgverzekeraar nu ook op aan. De NZa ziet daarop toe. Als de
zorgverzekeraar dat niet doet, is de NZa dus in eerste instantie aan zet
om daarop te acteren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, daar gaan mijn interrupties. Dit is toch geen antwoord op de vraag?
Mijn vraag is heel concreet. De ouders willen het ook weten. Ze willen
niet weten dat er gesprekken worden gevoerd. Het is natuurlijk heel goed
dat er gesprekken worden gevoerd, maar zij willen weten wat deze
minister gaat doen als de locaties dichtgaan en er geen geschikte
alternatieve plek voor hun kind komt. De vraag is redelijk concreet,
toch?
Minister Sterk:
Misschien worden we het niet eens, maar volgens mij heb ik niet alleen
gezegd dat ik pas rust als elk kind een plek heeft, maar ook dat we goed
moeten kijken wie nou precies waar verantwoordelijk voor is. Dat hebben
we op een bepaalde manier georganiseerd. Volgens mij ligt die
verantwoordelijkheid nu bij de zorgkantoren en de zorgaanbieders, maar
ik rust niet voordat ieder kind een plek heeft. Die huizen gaan niet
dicht voordat ieder kind een plek heeft.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb een korte vraag. Kan de minister toezeggen dat zij erop toeziet
dat de ouders een passend aanbod ook zullen ervaren als een passende
oplossing? Ook op dat gebied kunnen de twee sporen natuurlijk
uiteenlopen. Er kan verschil zitten tussen wat je aangeboden krijgt en
wat je als ouder als oplossing voor je kind zou willen zien.
Minister Sterk:
Volgens mij moet dat vooral plaatsvinden in het gesprek over het zoeken
naar de oplossing en over de vraag wie daar in eerste instantie voor
verantwoordelijk zijn. Nogmaals, ik rust niet voordat er een oplossing
is voor al deze kinderen. Tot die tijd zullen de huizen openblijven. Ik
blijf daar de komende tijd ook op meekijken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Fijn dat in ieder geval voorlopig de zorgvilla's open kunnen blijven.
Toch heb ik een vraag, die ook al eerder terecht is gesteld: wie is daar
uiteindelijk verantwoordelijk voor? Ik begrijp dat de minister nu in
gesprek is. Is nou al duidelijk of die tarieven wel of niet te laag
zijn? Ik denk namelijk dat dan de zorgverzekeraars verantwoordelijk
zijn. Kan de minister daar iets meer over vertellen? De andere
zorginstellingen die ik noemde, zijn ook gestopt. Zij zeggen zelf dat de
tarieven te laag zijn.
Minister Sterk:
Op dit moment doet de NZa kostenprijsonderzoek daarnaar. Ik stel voor
dat we eerst even dat onderzoek afwachten.
De voorzitter:
Ik geef de minister het woord voor het volgende blokje. Dat is het
blokje Wlz en bestaat uit vier subblokjes. Ik stel voor dat we aan het
eind van elk subblokje ruimte geven voor alle vragen. Het eerste
subblokje is financiën.
Minister Sterk:
Voorzitter. Het is natuurlijk al heel veel gegaan over de voorgenomen
bezuinigingen. Dat zal ook niemand verbazen. Laat ik het volgende
vooropstellen. Wat betreft de gehandicaptenzorg en alles wat daarmee
moet gebeuren, moet hulp, zorg en ondersteuning voor de mensen met een
beperking vooropstaan, passend zijn en beschikbaar blijven. Om dat te
bereiken, is de overtuiging van het kabinet dat het anders moet in de
gehandicaptenzorg. Volgens mij wordt dat breed gedeeld. Ook vermoed ik
dat er mensen in de zaal zijn die dat zullen nazeggen. We willen
namelijk niet dat op een gegeven moment de wachtlijsten oplopen of dat
de continuïteit van zorg in het gedrang komt. We moeten verder kijken
dan het in stand houden van bestaande dingen en toewerken naar een nieuw
toekomstperspectief.
Er werd gevraagd wat voor visie ik heb. Ik zie een toekomst voor me
waarin mensen met een beperking van kinds af aan gewoon in de
samenleving kunnen leven en waarin zo vroeg mogelijk hulp beschikbaar is
voor gezinnen en mensen met een beperking, uiteraard met passende zorg
en ondersteuning wanneer dat nodig is. Om dat perspectief dichterbij te
brengen, is het ook van belang om te kijken naar de manier waarop we de
zorg georganiseerd hebben en is het van belang dat we daar stapsgewijs
veranderingen in aanbrengen.
Voorzitter. Vandaag spreek ik met u over het begrotingsonderdeel
Gehandicaptenzorg. Overigens is dat inderdaad voor het eerst. Het is
heel lang geleden dat we dat op deze manier hebben gedaan, dus ik denk
dat het feit dat we dit nu doen ook aangeeft hoe belangrijk de Kamer dit
onderwerp vindt. Ik heb u vorige week in een brief het financiële beeld
van de gehandicaptenzorg geschetst. Vanmorgen heeft u nog een
aanvullende brief daarover gekregen. Ik begrijp dat de aangekondigde
maatregelen als bezuinigingen worden ervaren, maar wat betreft het
verdere plaatje van de sector wil ik toch ook nadrukkelijk zeggen dat
deze sector de afgelopen jaren niet vergeten is. Los van de nog in te
vullen taakstellingen zijn er ook extra middelen beschikbaar gesteld. Zo
zijn de tarieven voor 2026 structureel met 392 miljoen euro verhoogd ten
opzichte van 2024. Dat was ook nodig voor kostendekkende tarieven. Ook
los van die verhoging is volgens de cijfers van het CBS de financiële
positie van zorgaanbieders in de gehandicaptensector op dit moment echt
gezond. De tariefverhoging geeft de sector aantoonbaar meer lucht en
daarbij stel ik elk jaar extra middelen beschikbaar om de groeiende
vraag en de loon- en prijsontwikkelingen op te vangen.
Dat betekent niet dat de opgave eenvoudig is. Ik begrijp heel goed dat
de sector behoefte heeft aan meerjarige zekerheid, zodat je weet waar je
financieel aan toe bent, je verantwoord beleid kunt voeren en je
continuïteit kunt bieden aan cliënten en medewerkers. Dat lijkt me ook
een hele legitieme wens. Juist daarom nodig ik de partijen uit de sector
uit om in gesprek te gaan over de invulling van een akkoord. Laten we
samen kijken wat we kunnen doen om te komen tot bestuurlijke afspraken,
waarbij we kritisch kijken naar hoe de zorg georganiseerd is en waarbij
we de toekomstambities verbinden aan heldere, realistische financiële
afspraken met begrip voor de sector, oog voor de toekomst en
verantwoordelijkheid voor een sluitende en houdbare begroting.
Ik ga toe naar een aantal specifieke vragen voordat ik dit blokje
afrond, voorzitter. De eerste vraag was van mevrouw Westerveld, over de
kostendekkende tarieven. Daar hebben overigens meer mensen vragen over
gesteld. Ik begrijp heel goed de vraag: als we eerst het tarief verhogen
en we vervolgens tariefmaatregelen nemen die daar wat aan afdoen, is dat
dan niet een beetje raar? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het
natuurlijk eigenlijk bezuinigingen zijn uit eerdere kabinetten die hier
nog steeds zijn ingeboekt. Dat werd net ook door Kamerlid Bikker gezegd.
Het eerlijke verhaal is ook dat deze coalitie er niet voor heeft gekozen
om die eruit te halen. Ik sta daar dus ook voor. U vraagt hoe dat dan
precies kan. Hoe kun je toch tariefmaatregelen doorvoeren die daar
mogelijk ook weer consequenties voor hebben? Het proces rondom de
tariefmaatregelen — dat weet u wellicht — is dat er nog twee
voorgehangen moeten worden. Die komen nog naar uw Kamer, eind april. Wij
zullen als kabinet moeten onderbouwen waarom wij denken dat dit kan en
hoe wij denken dat dit kan. Dat ga ik u nog toesturen. Volgens mij is er
nog een moment waarop we hierop wat dieper kunnen ingaan.
Wij zien mogelijkheden om zaken te doen, als je kijkt naar de
voorgestelde maatregelen. Ik noem digitale zorg. Als je spraakapparatuur
in de zorg kunt gaan inzetten, dan leidt dat tot een stuk minder
bureaucratie voor zorgmedewerkers. Daardoor hebben ze juist meer tijd
voor hun werk. Het doet verder niets af aan de kwaliteit van de zorg.
Meerjarig contracteren is een andere tariefmaatregel. Ik hoor u aangeven
dat het probleem is dat er vaak zoveel ingehuurd personeel is. Juist
door meerjarig te contracteren en op langere termijn te plannen, kun je
ervoor zorgen dat je als werkgever meer vast personeel in dienst kunt
nemen. Dat is volgens mij op een heleboel punten heel erg belangrijk.
Dat helpt mogelijk ook bij het naar beneden brengen van het
ziekteverzuim. Dat zijn zaken waar je aan zou kunnen denken. Ik zeg u
toe dat die maatregelen nog naar de Kamer komen in een
voorhangprocedure. We zullen moeten onderbouwen waarom wij denken dat
dit kan en nodig is. Dat gesprek gaan wij op een later moment ook nog
aan.
Er waren nog wat andere vragen. Welke stappen worden er nu al gezet rond
de bestuurlijke afspraken? Worden ook de inclusiepartijen daarbij
betrokken? Dat vroeg mevrouw Synhaeve. Ik ben al in gesprek gegaan met
de sector. Dat deed het ministerie, overigens, want ik zit hier nog maar
net. Ik was graag al met de sector in gesprek gegaan, maar helaas heb ik
daar nog geen tijd voor kunnen vinden. Ik ga dat zo snel mogelijk doen.
Er zijn al gesprekken geweest met de zorgaanbieders en de VGN,
zorgkantoren, ZN, cliënten, naastenorganisaties en de beroepsgroepen.
Tijdens die bestuurlijke overleggen wil ik als eerste de focus gaan
leggen op het langetermijnperspectief. Via een gezamenlijke ambitie wil
ik komen tot goede afspraken binnen de budgettaire kaders voor de
komende jaren. Ik denk ook dat dat de juiste manier is. We weten dat er
heel veel kennis en expertise in die sector zit. Die willen we ook
gebruiken om met elkaar het toekomstbeeld voor die sector te gaan
schetsen. Dat proces kost gewoon tijd. Ik wil u in ieder geval toezeggen
dat ik u voor de zomer informeer over de voortgang van die gesprekken.
Dat is volgens mij ook een antwoord op de vraag van de heer Van
Dijk.
Mevrouw Maeijer vroeg wat de bezuinigingen en het akkoord met de sector
voor wonen en zorg en de gehandicaptensector betekenen. Zoals u wellicht
nog wel weet, is er een Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen. De
bezuinigingen hebben geen effect op de hoogte van het budget dat
daarvoor beschikbaar is. U weet dat de vg-sector ook in aanmerking kan
komen voor die zorggeschikte woningen en dat er weer een nieuwe ronde
van die stimuleringsregeling in mei van dit jaar zal worden opengesteld,
ook voor nieuwe aanvragen.
Mevrouw Westerveld had ook een opmerking over het arbeidsmarkttekort.
Het moet me toch een beetje van het hart — ik heb dat ook al gezegd bij
de begroting — dat we hier best wel in mineur praten over het
toekomstperspectief van de gehandicaptenzorg. Ik zie vooral heel veel
mensen met enorm veel passie en betrokkenheid in de sector werken. Ik
zou hopen dat we dat verhaal ook blijven vertellen met elkaar. Dat doet
u overigens ook. Ik denk dat dat wel belangrijk is, omdat het lijkt
alsof het allemaal kommer en kwel is. Die paar werkbezoeken die ik nu
heb afgelegd, laten zien dat er ook echt heel veel vreugde is in die
sector. Laat ik het zo maar even zeggen. Overigens spreek ik ook mensen
die zien waar dingen anders kunnen. Ik spreek dus niet alleen maar
mensen die zeggen: het kan niet anders en we zitten nu al in de knel. Er
zijn echt ideeën over hoe het anders kan. Ik wil heel graag de komende
tijd met de sector die ideeën ophalen en kijken hoe we dat vorm kunnen
geven.
Er gebeurt dus al veel. De ambassadeurs van de gehandicaptenzorg zitten
hier ook in de zaal. Die hebben zelf ideeën en die houden mij scherp. Ik
heb aan hen aangegeven dat ik het ook goed vind om daar ook vaker met
hen over te spreken. We stellen op dit moment 185 miljoen beschikbaar
voor het opleiden en ontwikkelen van zorg- en welzijnsprofessionals
buiten het ziekenhuis. Daar was ook een vraag over. Er ligt ook een
stevige opdracht, zeg ik dan maar, bij de werkgevers in de zorg, want
goed werkgeverschap is echt wel een belangrijke sleutel in het
aantrekkelijk houden van het werk.
Mevrouw Maeijer had het ook over de …
De voorzitter:
Ik heb een vraag voor de minister: hoelang duurt dit subblokje nog
ongeveer? Ik zie namelijk al verschillende handen de lucht in
gaan.
Minister Sterk:
Ik heb nog vier vragen die ik zou willen beantwoorden.
De voorzitter:
Dan stel ik voor om dat eerst te doen, graag zo bondig als past.
Minister Sterk:
Ik zal het kort proberen te houden. Ik gaf net al aan dat het belangrijk
is dat gezichten bekend blijven in de gehandicaptenzorg. Daarom zou je
alle zzp'ers terug moeten dringen. Daarbij is meerjarig contracteren
juist ook belangrijk.
Mevrouw Bikker vroeg naar de verschillen tussen de cao's van de
gehandicaptenzorg en de ouderenzorg. Die zijn grotendeels
gelijkgetrokken in de laatste jaren. Ons inziens vormt dat op dit moment
geen belemmering om te kiezen voor een bepaalde sector. Overigens geven
veel medewerkers aan dat voor hen geld alleen niet de reden is om in de
sector te gaan werken. Het gaat ook om een heleboel andere zaken, zoals
goed werkgeverschap en gezien en gehoord worden.
Dan de digitalisering. Die mag natuurlijk nooit leiden tot gevaarlijke
situaties. Daar zijn we het, denk ik, snel over eens. Ik denk dat het
goed is om realistische verwachtingen te hebben van digitale zorg. Ik
denk dat digitale zorg vooral veel kan betekenen voor de zeggenschap en
de zelfredzaamheid van mensen zelf, maar er zijn natuurlijk ook
voorbeelden van manieren waarop digitale zorg iets kan toevoegen aan
medewerkers in de zorg. Dan denk ik bijvoorbeeld aan beeldzorg. Die kan
zorgen voor laagdrempelige ondersteuning van mensen. Er zijn ook goede
voorbeelden in de innovatie-impuls. De voortgangsrapportage daarover
stuur ik aan het einde van deze maand mee met de brief over de
toekomstagenda.
Ten slotte had mevrouw Wendel ook een vraag over innovaties. Ik zei net
al dat we daar wel realistisch over moeten zijn. Ze kunnen helpen om
werk efficiënter te maken en minder administratieve lasten te hebben,
bijvoorbeeld door spraakapparatuur; dat noemen ze hier "spraakgestuurd
rapporteren". De beeldzorg heb ik net al genoemd.
Voorzitter. Ik ben aan het einde van dit kopje.
De voorzitter:
Top. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou de minister toch een iets verdergaande reflectie willen vragen op
wat een meerderheid van de Kamer hier zegt, namelijk: deze bezuinigingen
niet zo. Ik hoor de minister in haar antwoord telkens "binnen de kaders"
zeggen. Ze zegt een hele hoop dingen waarvan ik zeg: van harte mee eens,
mooi dat u in gesprek gaat en goed dat u het bekijkt op inhoudelijke
voorwaarden. Maar ik hoor daar telkens "binnen de kaders" achteraan. Ik
hoor hier in de Kamer aan deze kant keer op keer dat de tarieven, om
maar een voorbeeld te noemen, net met moeite kostendekkend zijn gemaakt
en dat er grote zorgen zijn over wat de ingeboekte bezuinigingen gaan
betekenen voor de tarieven. De minister refereert dan aan de
CBS-cijfers, maar in alle eerlijkheid: de aanbieders hadden op dat
moment al bezuinigingen ingeboekt en de Kamer heeft die vervolgens
controversieel verklaard. Dan worden die cijfers dus positiever dan ze
in werkelijkheid zijn als de bezuinigingen daadwerkelijk ingaan. Kan de
minister reflecteren op het punt dat "binnen de kaders" eigenlijk niet
houdbaar is als we deze Kamer zo horen? We hebben hier namelijk allemaal
voor ogen dat de gehandicaptenzorg moet kunnen werken met tarieven die
daadwerkelijk kostendekkend zijn.
Minister Sterk:
Ik heb aan het begin al duidelijk gesteld dat ik hier met een opdracht
zit. Dat is de opdracht die ook in het coalitieakkoord is meegegeven.
Wij zien dat de manier waarop wij de zorg in Nederland hebben
georganiseerd, op de langere termijn niet houdbaar is. We zien dat de
kosten steeds meer oplopen en dat we een groeiend tekort hebben aan
mensen die die zorg kunnen leveren. Willen wij ook in de toekomst zorgen
dat alle mensen die er nu zitten en er misschien gaan komen, passende
zorg krijgen, dan moeten we wat gaan doen. Dat betekent dat we de
financiële groei die er op dit moment in de zorg zit, moeten gaan
afbuigen. Dat doen we ook in de voorstellen vanuit het coalitieakkoord.
Dat is dat "minder, meer", zou je kunnen zeggen. Ik kan me heel goed
voorstellen dat dat gevoeld wordt als een bezuiniging. We zullen dus
moeten kijken hoe we dat terug kunnen brengen. We denken echt dat er
manieren zijn om dat te doen zonder dat dat leidt tot oplopende
wachtlijsten, toenemende druk op werknemers en het niet meer kunnen
leveren van de kwaliteit die we moeten leveren volgens het
kwaliteitskompas, want dat zijn wat mij betreft wel de randvoorwaarden.
Volgens mij is dat de harde bodem op basis waarvan die gesprekken worden
gevoerd. Ik hoor inderdaad ook wat u zegt, maar mijn positie is op dit
moment ook — ik zit hier nu anderhalve week — dat wij dit gesprek vooral
vanuit de inhoud willen gaan voeren en niet aan de voorkant al allerlei
harde financiële kaders willen gaan stellen waarbinnen dat gesprek zou
moeten plaatsvinden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Die harde kaders staan; dat is de financiële plaat van dit
coalitieakkoord. Ik zou ook heel graag de gesprekken vanuit de inhoud
voeren, maar wat me in de afgelopen gesprekken met de nieuwe coalitie
juist zo teleurgesteld heeft, is dat de minister-president bij het debat
over de regeringsverklaring moest toegeven dat het onvoldoende over de
inhoud van de gehandicaptenzorg is gegaan, terwijl de bezuinigingen wel
zijn ingeboekt. Vervolgens houd ik een motie aan om helemaal geen
bezuinigingen in de gehandicaptenzorg door te voeren, omdat de coalitie
zegt: we zien ruimte en komen met scenario's. Vervolgens krijg ik
brieven waarin nog eens wordt uitgelegd welke bezuinigingen al zijn
ingeboekt. Daar heb ik ook voor een deel verantwoordelijkheid voor
genomen. Dat vind ik ook logisch. Maar ik krijg op dit moment niet in
beeld welke inhoudelijke veranderingen in de gehandicaptenzorg die
geraamde bedragen op zouden leveren. Ik ben dol op hervormen, want ik
ben hervormd; ik herhaal het nog maar eens. Maar kom niet met een plaat
als kader waardoor wij eigenlijk allemaal uít onze plaat gaan. Dit past
niet bij wat de gehandicaptenzorg nodig heeft. Ik zou aan de minister
het volgende willen vragen. Als u nou in de beantwoording van de
minister-president de ruimte krijgt en als ik hier collega's zie
worstelen met de logica van deze bezuinigingen, pak dan die kans. U
hoeft dit financiële kader niet met uw leven te verdedigen. Dat is
meteen ook mijn vraag. Vindt u dat ook?
Minister Sterk:
Ik hoor aan de kant van de Kamer eigenlijk twee dingen die een beetje
tegenstrijdig zijn. Aan de ene kant wilt u scenario's waarin ik precies
zeg hoeveel geld er bezuinigd moet worden en welke scenario's je daarin
zou kunnen volgen. Aan de andere kant zegt u: het moet hervormd worden
en dat gesprek moeten we aangaan. Dat deelt u volgens mij ook met mij.
Ik heb in die brief geprobeerd duidelijk te maken dat ik er inderdaad
voor kies om niet al een aantal financiële scenario's neer te leggen,
maar te vertrekken vanuit het gesprek en te kijken wat het betekent voor
de opgelegde — in uw woorden — bezuiniging die er staat opgeschreven.
Volgens mij moeten we op die manier werken. Dat doen we niet alleen
omdat we sec willen bezuinigen, maar dat doen we ook omdat we zien dat
als de kosten toe blijven nemen zoals ze nu toenemen, we dat
uiteindelijk niet op kunnen brengen. Aan de andere kant zien we
overigens ook dat er elk jaar weer een onderbesteding is. Als het gaat
over de vraag of al het geld nodig is, dan zien we ook dat er een
onderbesteding is in de Wlz. Dat is dus breder dan alleen de
gehandicaptenzorg. Het gesprek dat ik graag zou willen voeren met de
sector, alle mensen die daar zelf in zitten, hun ouders en natuurlijk
ook u als Eerste en Tweede Kamer in dat proces, gaat vooral over de
vraag: hoe zouden we dat om kunnen buigen en wat is ervoor nodig om
uiteindelijk in de toekomst de zorg houdbaar te houden?
De voorzitter:
In algemene zin: op deze manier gaan we 16.30 uur niet halen. Ik ga
vanaf nu bij de interrupties bijhouden dat binnen een halve minuut ook
echt een vraag gesteld moet zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben een Kamerlid dat heel graag meedenkt over de toekomst van de
zorg. Ik zie de financiële doorrekening. Ik sta ook absoluut voor keuzes
in de zorg, omdat ik zie dat we, demografisch en qua arbeidskrachten,
niet zomaar kunnen doorgroeien. Dan gaan we weer naar algemene
gesprekken. Kan de minister daarin toch een andere beweging maken dan
tot nu toe? Nu moet ik namelijk tot de zomer afwachten, en er maar
rustig op hopen dat het goed komt. Dat vind ik gewoon onvoldoende.
Minister Sterk:
Ik probeer te schetsen dat de opdracht die ik als minister heb gekregen,
vraagt om een zorgvuldig proces. We moeten niet nu al aan de voorkant
besluiten hoe het eruit moet gaan zien en wat eruit moet komen. Dat is
een proces dat ik heel graag met de partijen zelf wil gaan doorlopen. Ik
wil u er ook met enige regelmaat over informeren hoe het ermee staat.
Dat is dus een toezegging die ik zou willen doen. En zoals u heeft
gezien hebben wij voor 2027, dus het jaar waarin de maatregel, de
korting of de bezuiniging of hoe je het ook wil noemen, al zou moeten
gaan lopen, aangegeven dat we proberen om dit op een andere manier te
dekken, zodat we de ruimte houden om dat gesprek op een goede manier te
voeren. Daar wil ik heel graag de ruimte voor krijgen, omdat dat volgens
mij de manier is waarop je dit zou moeten doen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit zit me echt dwars. Het is eigenlijk als volgt. Ik kom bij het
restaurant van minister Sterk en ik zeg: ik wil geen vis; verder vind ik
alles prima. Vervolgens krijg ik een menukaart waarop in elk gerecht
toch weer vis zit. Die vis, dat zijn de bezuinigingen op de
gehandicaptenzorg. De menukaart bevat telkens de bezuinigingen op de
gehandicaptenzorg. Deze Kamer, of tenminste een heel aantal partijen
daarin, vraagt: "Alstublieft, laat nou ook eens zien hoe het anders zou
kunnen als er zo veel onderbesteding is in de Wlz. Maak dat
inzichtelijk. Op welke terreinen zit dat en hoe kunnen wij het gesprek
daarover voeren?" En dan krijg ik telkens te horen: wacht u maar rustig
op ons proces en dan zullen we het wel zien met die bezuinigingen in de
gehandicaptenzorg. Maar dat was dus niet de vraag. Kom dus niet weer met
die menukaart met … Nou ja, ik wil de visboeren niet tekortdoen, want
vis is ook lekker, maar dit vroegen we niet en toch krijgen we het
telkens terug.
Minister Sterk:
Ik begrijp heel goed uw zorgen over de mogelijke impact — we weten het
natuurlijk nog niet — van de maatregelen die in ieder geval door de
vorige kabinetten zijn voorgesteld. Daarover heb ik gezegd dat ik ernaar
ga kijken en dat wij met een voorhang zullen komen. Wij denken dat we
dit kunnen onderbouwen, en dan is het aan de Kamer om daar wat van te
vinden. En van het deel dat vanuit het coalitieakkoord komt, denk ik dat
je dat … Kijk, de basis zal altijd zijn, en daar zitten natuurlijk ook
de zorgen, dat het niet mag leiden tot slechtere zorg voor mensen, tot
slechtere werkomstandigheden voor zorgmedewerkers en tot wachtlijsten.
Daarom heb ik ook zo duidelijk gezegd dat ik wil dat deze gesprekken
gaan plaatsvinden op basis van het uitgangspunt dat de wachtlijsten niet
mogen oplopen, dat de druk op medewerkers niet mag toenemen en dat de
kwaliteit op orde moet blijven. De NZa ziet ook toe op de tarieven. Die
kijkt ook of de tarieven kostendekkend zijn. Dat verandert ook niet
ineens door deze voorgenomen maatregelen. Dat zijn de kaders waarbinnen
dit allemaal gaat plaatsvinden.
Ik begrijp de zorgen en ik ben ook de eerste die moet zorgen dat de zorg
op orde blijft en wij passende zorg kunnen blijven bieden, maar dat
vraagt ook om een beweging naar de voorkant. Ik hoop bijvoorbeeld dat
het ons gaat lukken om een lichte verstandelijke beperking eerder te
signaleren, en niet pas via een test als mensen in de schulden komen.
Dan kunnen mensen ondersteuning krijgen. Daar zetten we op in, ook met
de toekomstagenda. Daarmee kan ook de druk afnemen op de zorg verderop
in de keten, die duurder is. Dat is het gesprek dat ik graag met de
sector zou willen voeren. Hoe kunnen we dat nog meer verbeteren en hoe
doen we dat in samenspraak met gemeentes? Hoe zorgen we dat
cliëntondersteuning daarin veel nadrukkelijker een plaats krijgt? Dat
zeg ik ook een beetje vanuit mijn ervaring als directeur van MEE. Ik
denk dat daar nog heel veel winst te behalen is. Ik denk ook dat er nu
soms mensen in de zorg zitten die veel beter af zouden zijn op een
andere plek. En voor de mensen die in de zorg zitten, moeten we met al
deze maatregelen nog steeds zorgen dat die zorg op orde is en dat de
mensen die daar werken het aankunnen en met plezier naar hun werk kunnen
gaan.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag kan relatief kort zijn. De minister had het over een
zorgvuldig proces. Mevrouw Bikker heeft net al duidelijk gemaakt wat de
bezwaren van de Kamer zijn, maar kan ik uit de antwoorden van de
minister opmaken dat de enorme bezuiniging die is ingeboekt ter
discussie kan komen te staan op het moment dat de bezuinigingen niet op
een goede manier ingevuld kunnen worden?
Minister Sterk:
Dat lijkt me allemaal veel te vroeg. Ik wil eerst gewoon het gesprek met
de sector aangaan. Er staat gewoon een opdracht in het coalitieakkoord
voor de hele Wlz. Die is niet gespecificeerd naar de drie sectoren die
daaronder vallen. Volgens mij is het van belang dat wij het gesprek met
die sectoren, dus niet alleen de gehandicaptensector maar ook die andere
sectoren, aangaan. In het HLO is gebleken dat er soms best dingen
mogelijk zijn, als je maar met elkaar het goede gesprek voert. Dat heeft
er ook toe geleid dat een van de maatregelen die eerder was ingeboekt
als een bezuiniging, is omgezet naar een tariefmaatregel, overigens ook
met steun van de sector zelf. Misschien zijn er wel meer van dit soort
dingen te bedenken. Maar het begint en staat of valt met dat goede
gesprek met al die partijen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat niemand hier zegt dat we alles zo moeten laten in de zorg.
Ik denk dat iedereen hier aan tafel denkt dat je best kunt bezuinigen
als er geld over de balk wordt gesmeten of als dat kan op een manier die
niet ten koste gaat van patiënten en cliënten. Ja, dan kan je best
bezuinigen. Maar het probleem is dat er eerst een bezuiniging wordt
ingeboekt en dat daarna pas het gesprek wordt gevoerd. Mijn vervolgvraag
aan de minister is dan wel: hoe gaat zij die gesprekken voeren? Gaat zij
aan die verschillende sectoren binnen de Wlz vragen wat ze kunnen doen
om deze bezuinigingen in te vullen? Hoe gaat dat eruitzien?
Minister Sterk:
Dat zou inderdaad een van de vragen kunnen zijn: waar ziet u zelf
mogelijkheden in uw eigen werk, bijvoorbeeld in de bedrijfsvoering of
door inzet van slimme middelen of in ieder geval met andere parameters,
om op een andere manier zorg te geven? Ik sprak net al over die
spraakapparatuur. Ik merk dat dat op andere plekken steeds meer wordt
gebruikt. Dat kan ontlastend zijn in wat zorgmedewerkers moeten doen.
Dat zijn voorbeelden rond digitalisering. Ik heb net ook iets genoemd
over plannen op langere termijn zodat je voorkomt dat je steeds
afhankelijk bent van zzp'ers, wat volgens mij op een heleboel punten
niet altijd de beste manier is om dit soort problemen op te lossen. Ik
denk dat daar best dingen mogelijk zijn. Ik heb in de paar gesprekken
die ik heb gehad echt al van een aantal mensen gehoord dat ze kansen
zien, en zij werken zelf in de zorg. Die ervaringen en kennis zou ik
daar graag bij willen betrekken. Ik heb een opgave. Daar loop ik ook
niet voor weg. Ik ga kijken hoe ik die zo goed mogelijk, met steun van
de sector, in kan gaan vullen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik ben het met de minister eens dat het moet starten met een goed
gesprek, maar ik deel de mening van de andere leden dat je daar dan ook
mee zou moeten beginnen. De opdracht lijkt nu steeds omgedraaid te
worden: er ligt een forse bezuiniging op tafel en aan de hand daarvan
worden de gesprekken gevoerd. Ik vind dat antwoord toch niet
bevredigend. Is de minister bereid om dat om te draaien?
Minister Sterk:
U weet ook hoe het werkt in dit huis. Er staat gewoon een bezuiniging
aangegeven. Nogmaals, ik zie ook dat er heel veel geld naar de sector
toe is gegaan de afgelopen jaren. Dat is ook terecht; daar wil ik niets
aan afdoen. Het is de bedoeling dat wij de lijn die nu steiler omhoog
gaat, wat gaan afbuigen. Wij bezuinigen ten opzichte van een raming van
het CPB die gebaseerd is op allerlei vooronderstellingen; daar werden
ook vragen over gesteld. Die ramingen gaan uit van een aantal
vooronderstellingen en op basis daarvan komt er dan een plaatje uit.
Volgens mij zou het gesprek niet moeten gaan over die CPB-raming en over
hun vooronderstellingen, maar over de vraag wat de sector zelf echt
nodig heeft binnen de kaders, die ik net heb genoemd, die wat mij
betreft de basis zijn in dat gesprek en die we overeind willen houden.
Dat is het gesprek dat de komende tijd gevoerd moet worden. Maar ik
begin mezelf een beetje te herhalen, merk ik, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, dat valt deze voorzitter ook op.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wil daar wel op reageren aan de hand van een voorbeeldje. We zeggen
dat de NZa toeziet op de kostendekkendheid. We zien bijvoorbeeld bij de
huizen van ExpertCare dat die tariefmaatregel niet kostendekkend is.
Vervolgens gaan die huizen sluiten en gaat de minister naar een
oplossing kijken. Dan gooien we toch oude schoenen weg voordat we nieuwe
hebben? Dat is toch de wereld op zijn kop? Volgens mij kan dat de
bedoeling niet zijn, van niemand hier.
Minister Sterk:
Volgens mij is het nooit slim om oude schoenen weg te gooien voordat je
nieuwe hebt. Volgens mij is het ook nu zo dat we gaan kijken of het
klopt dat die prijzen die ze krijgen voor de zorg in de ExpertCarehuizen
niet kostendekkend zijn. Als dat zo is, zullen we daar maatregelen op
moeten nemen. Dat is natuurlijk het proces waar we continu in zitten.
Dat is ook wat ertoe heeft geleid dat we de andere tarieven ook naar
boven hebben gebracht. Er kwamen namelijk signalen dat ze niet meer
dekkend waren. Dan gaat de NZa daarnaar kijken. Als de NZa aangeeft dat
het nodig is, dan voeren we dat vervolgens door. Dat geldt nu ook voor
deze huizen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik probeer het te begrijpen. Ik zou willen vragen: is daar dan ruimte
voor? De minister zegt namelijk ook de hele tijd dat ze aan de
budgettaire kaders vastzit. Stel nou dat er inderdaad uit komt, en dat
zou eruit kunnen komen, dat er meer geld nodig is, omdat die tarieven
niet kostendekkend zijn, is daar dan überhaupt ruimte voor? Hoe gaat de
minister dat voor elkaar krijgen?
Minister Sterk:
We hebben Wlz-breed 6 miljard te verdelen in deze kabinetsperiode. We
kunnen keuzes maken, maar ik ga niet nu al keuzes maken terwijl ik hier
net twee weken zit. We hebben een opgave vanuit het coalitieakkoord.
Nogmaals, die hebben we niet voor niks. Dat is geen droge
bezuinigingsmaatregel, maar ook iets wat we nodig vinden om de groei af
te buigen. Ik snap ook wel dat het voor mensen niet voelt als minder
meer, maar er gaat nog steeds meer geld naar de zorg toe. Binnen die
ruimte moeten we gaan verkennen wat er haalbaar is en welk budget daar
dan uiteindelijk bij hoort, maar dit zijn wél de kaders waarbinnen dat
gesprek plaats gaat vinden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Omdat het een belangrijk punt is en om even af te concluderen: het gaat
dus inderdaad om die kaders. Dat is de hele tijd ook ons punt: die staan
in beton gegoten. Daarover verschillen we van mening. Stel dat deze
minister straks 100 miljoen tekortkomt en zegt: "We krijgen het niet
kostendekkend. We moeten dat geld hebben, want anders gaan die
zorgvilla's weg." Zal de minister dan niet naar bijvoorbeeld haar
collega van Defensie stappen en zeggen: "Goh, jij krijgt er 19 miljard
bij. Kan dat niet ook 18,9 miljard zijn?" Is dat het eerlijke antwoord?
Dat kan dus niet in dit land? Dat ligt vast?
Minister Sterk:
Volgens mij was dat geen vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit kabinet gaat met een heleboel mooie woorden over het
toekomstbestendig houden van de zorg een heleboel geld uit de zorg
trekken. Bij de gehandicaptenzorg is dat ook gewoon zo: er komen
keiharde bezuinigingen aan. Nu mag de sector meepraten binnen bepaalde
kaders. De minister schetst als kaders: de kwaliteit moet op orde
blijven, er mogen geen personeelstekorten ontstaan en er mogen geen
wachtlijsten ontstaan. Maar als de mensen met wie u zo meteen in gesprek
gaat, zeggen dat dit wél gaat gebeuren, dan is er dus geen ruimte om er
weer geld bij te doen. Ik wil graag even de bevestiging dat ik dat goed
begrijp. Als dat zo is, dan herhaal ik de vraag die ik in mijn inbreng
heb gesteld: vindt u dit verantwoord begroten?
Minister Sterk:
Ik vind het te vroeg om nu die eerste vraag te beantwoorden, omdat dat
nog zal moeten blijken. Daarom is dat gesprek nodig.
Volgens mij is verantwoord begroten een kwestie van zien dat er in de
toekomst kosten aan gaan komen die je misschien niet meer kunt
financieren. Dan moet je zorgen dat je je begroting daarop aanpast. Dat
is wat er nu in het coalitieakkoord is gebeurd. We zien dat de kosten
toenemen, in ieder geval volgens de CPB-ramingen. Nogmaals, de
CPB-ramingen zijn een soort idee over hoe het zou kunnen gaan. We hebben
al eerder gezien dat er een onderbesteding is, dus dat de CPB-raming
misschien niet altijd kloppend is met wat er in de praktijk nodig is of
gebeurt. Daar zit dus al ruimte in. Vervolgens zullen we met elkaar
moeten constateren of de raming klopt. Dan hebben we volgens mij het
gesprek over de vraag of de begroting wel of niet klopte. Maar je weet
gewoon: in de toekomst hebben we minder geld, dus zullen we de begroting
bij moeten stellen. Dat is wat er gebeurt in wat er nu is
opgeschreven.
Mevrouw Dobbe (SP):
Volgens mij is verantwoord begroten ook zorgen dat mensen niet in de
problemen komen en als dat wel gebeurt, niet doen alsof dat niet zo is.
Als mensen die zorg nodig hebben, in de problemen komen en er wordt
gedaan alsof dat niet zo is, dan vind ik dat onverantwoord begroten. De
vraag die wij hier meermaals hebben gesteld, is heel duidelijk: als nu
uit de gesprekken met de sector blijkt dat dit niet kan, dat dit leidt
tot problemen in de zorg, dat de wachtlijsten gaan groeien, dat het
personeelstekort gaat oplopen omdat mensen weglopen en dat de kwaliteit
van zorg slechter wordt, gaat deze minister er dan geld bij doen of
niet? Het is mij nu niet duidelijk, want aan de ene kant zegt u nee en
aan de andere kant zegt u ja. Is het dus wel zo of niet zo?
Minister Sterk:
Ik heb duidelijk aangegeven wat wat ons betreft de basis is waar we op
moeten kunnen blijven staan. Daarover moeten de gesprekken gaan. Ik vind
het nogal een als-dandiscussie om nu al te moeten gaan constateren wat
we doen als we geld tekortkomen. Wij denken echt dat er mogelijkheden
zijn; dat gesprek zou ik graag willen voeren. Als dat niet zo is, dan
hebben we hier volgens mij een nieuw gesprek met elkaar.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik vind het toch wel ingewikkeld om hiernaar te luisteren. Er kunnen wel
allemaal basisvoorwaarden worden gesteld op het gebied van kwaliteit,
wachtlijsten of de uitval van personeel, maar de uitkomst van uw gesprek
staat vast. Dat is die 1 miljard die dit Wlz-breed moet gaan opleveren.
Klopt dat?
Minister Sterk:
De komende periode komt er 6 miljard bij. Daarbinnen vindt inderdaad een
ombuiging van die lijn plaats van 1 miljard, en dat gebeurt inderdaad
Wlz-breed. Vandaag hebben we het over de gehandicaptenzorg. Natuurlijk
blijft het belangrijk dat passende zorg gegeven kan worden, dat mensen
mee kunnen doen in de samenleving en dat zij daarbij ondersteuning
krijgen als dat nodig is, of dat nou thuis is of in een instelling. Daar
sta ik ook echt voor. Ik heb daarvoor een kader geschetst waarbinnen dat
volgens mij moet plaatsvinden en ik heb geschetst wat daarbij de
randvoorwaarden zouden moeten zijn. Binnen de ruimte van de 6 miljard
die erbij komt, moeten we dit gesprek dus gaan voeren, breed en
specifieker voor de gehandicaptenzorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Het lijkt me dat u dan een heel ingewikkeld gesprek moet gaan voeren,
want volgens mij heeft zo ongeveer iedereen die hier aanwezig is en
iedereen die mij of de Kamerleden die hier zitten de afgelopen weken
heeft benaderd, al gezegd dat die vlieger niet opgaat. Het zal ten koste
van de kwaliteit gaan. Er zullen mensen langer moeten wachten.
Professionals zullen misschien minder tijd aan hun patiënten kunnen
besteden. Er is geen tijd meer voor dat ommetje of dat praatje. Er zal
dus ingeboet worden op al die voorwaarden die u nu pretendeert te
schetsen, mevrouw de minister. Ik snap werkelijk niet met welke
boodschap of met welke visie de minister dan straks aanschuift bij dat
gesprek. Volgens mij is de enige visie die de minister dan heeft: we
kunnen het er met z'n allen over hebben, maar dit is mijn tabel en wat
onderaan de streep staat moet ik binnenbrengen.
Minister Sterk:
Ik heb al aangegeven wat mijn visie is. Er moet iets anders in de
langdurige zorg en in de gehandicaptenzorg, maar dat mag niet ten koste
gaan van wat ik net heb geformuleerd. Dat zijn volgens mij de kaders
waarbinnen wij heel graag dat gesprek aan willen gaan. Ik ben er echt
van overtuigd dat de sector daar ook heel goede en belangrijke ideeën
over heeft. Dat zullen we vervolgens doorvertalen naar wat dat
financieel betekent en de kaders daarvoor zijn vastgesteld in de
opdracht die in het coalitieakkoord is meegegeven.
De voorzitter:
Ik denk dat we door kunnen naar het subblokje meerzorg, maar dat doen we
niet voordat mevrouw Maeijer nog een vervolgvraag heeft gesteld.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Excuus, voorzitter. Ik realiseerde het me net ook al. Ik had nog een
vraag gesteld. De minister schreef in haar brief dat zij de bezuiniging
voor 2027 op een andere manier wil oplossen. Ze zei dat net ook. Ik ben
wel heel benieuwd waar de minister dan precies aan denkt.
Minister Sterk:
Daar voeren we op dit moment het gesprek over met de zorgkantoren. Daar
zal ik later op terugkomen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Die bezuiniging wordt dan wel binnen de VWS-begroting gezocht?
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Dan gaan wij nu door naar het subkopje meerzorg. De minister.
Minister Sterk:
Uw Kamer vraagt aandacht voor meerzorg thuis en voor de situatie van
gezinnen. Dit gaat mij ook aan het hart. Het gaat vaak om ouders van een
kind met een intensieve zorgvraag, ouders die toch al zwaar belast zijn.
Vaak is het hele gezinsleven ingericht rondom het verlenen van die zorg.
Onzekerheid over de vraag of je nog meerzorg krijgt, heeft gewoon een
enorme impact. In februari jongstleden heeft uw Kamer een brief
ontvangen over de stand van zaken en er is een stap vooruitgezet, want
zorgkantoren gaan vanaf 1 maart werken met een uniform beleidskader met
ruimte voor maatwerk. Zorgkantoren hebben op basis van casuïstiek
situaties in beeld gebracht waarin de gevraagde zorg nodig is gelet op
de specifieke woon- en gezinssituatie van de cliënt. In de tussentijd
hebben zorgkantoren aanvragen tijdelijk toegekend. Ook hebben alle
zorgkantoren voor 1 maart contact opgenomen met cliënten die naar hun
verwachting ook op grond van het nieuwe beleidskader in aanmerking
kunnen komen voor die meerzorg. We zijn er echter nog niet, want de
zorgkantoren zijn nog hard aan de slag om alle aanvragen zo snel
mogelijk af te doen.
Er staan mij twee dingen te doen. Het eerste ding dat mij te doen staat,
betreft het beleidskader. Ik ga de gevolgen van het nieuwe beleidskader
nauwgezet volgen. Samen met de zorgkantoren ga ik bekijken of het
beleidskader inderdaad leidt tot de juiste selectie van personen die
meerzorg nodig hebben en tot begrijpelijke en navolgbare uitkomsten.
Daarbij neem ik ook de signalen van verschillende cliëntenorganisaties
mee.
Het tweede dat mij te doen staat is de regelgeving verduidelijken per 1
januari 2027. Dat doe ik de komende maanden in overleg met
professionals, vertegenwoordigers van cliënten, zorgkantoren en het
Zorginstituut. Ik ga daarin een keuze maken die het beste aansluit bij
de beoogde doelstelling van meerzorg en recht doet aan de benodigde zorg
en de kwaliteit van leven van cliënten in de thuissituatie. Daarbij zal
ik ook letten op de uitvoerbaarheid. In juni zal ik de Kamer informeren
over de voorgenomen wijziging van de regelgeving en over de monitoring.
Dat zal ik doen op basis van de ervaringen van cliënten en
cijfers.
Ik heb een aantal specifieke vragen van het lid Westerveld. Zij vroeg of
ik bereid ben om met de belangenorganisaties om tafel te gaan. Uiteraard
ben ik daartoe bereid. Vorige week hebben cliëntenorganisaties een brief
gestuurd over het conceptbeleidskader. Een belangrijk deel van de
opmerkingen komt voort uit het feit dat het onderliggende document met
de richtlijnen nog niet is afgerond en nog niet met hen is besproken. Ik
zal aan de zorgkantoren vragen in gesprek te gaan met de
cliëntenorganisaties over hun reactie. Vanuit het ministerie van VWS
kunnen wij aansluiten bij die afspraak om de signalen goed te horen. Dat
helpt mij ook weer bij het goed vormgeven van de regelgeving die we gaan
maken.
Er is ook een vraag gesteld over de bureaucratie. Een aanvraag voor
meerzorg thuis kan inderdaad belastend zijn voor ouders. De tijdelijke
onzekerheid die ouders betreuren, vind ik echt jammer. Ik snap dat het
voor hen heel erg naar is. Om maatwerk te kunnen toepassen is wel
inzicht nodig in de problematiek en de situatie van de cliënt, want
iedere cliënt en ieder mens is natuurlijk uniek. In ons zorgstelsel is
het de taak van de zorgkantoren om een aanvraag voor meerzorg
inhoudelijk te beoordelen. Ik ben op zich blij dat de zorgkantoren die
handschoen hebben opgepakt en met dat nieuwe beleidskader zijn gekomen,
want dat biedt meer mogelijkheden voor maatwerk. Daar heeft de Kamer
volgens mij ook om gevraagd. Zorgkantoren werken op die manier ook
gelijk gericht. Ik denk dat het positief is dat zorgkantoren in de
tussentijd aanvragen tijdelijk hebben toegekend.
Mevrouw Tijmstra vroeg waar de beleidsregels te vinden zijn. De
zorgkantoren gaan die beleidsregels binnenkort publiceren in de
Staatscourant en op hun website.
Mevrouw Tijmstra noemde ook dat het juridisch wel goed geregeld kan
zijn, maar dat cliënten toch nog steeds niet de juiste zorg krijgen.
Zoals ik heb aangegeven, vind ik het ook belangrijk om daar zicht op te
krijgen. Er is periodiek contact met de zorgkantoren over de
uitvoerbaarheid en de consequenties van het nieuwe kader. Dat zullen we
ook hebben met de cliëntenorganisaties. Die zullen ons en de
zorgkantoren daarover informeren. We zullen tweemaal per jaar
beleidsinformatie aan u sturen over meerzorg thuis, waarin we dit ook
zullen meenemen. In die zin houden we dus de vinger aan de pols.
Mevrouw Maeijer vroeg zich af wat wij vonden van de reacties van
cliëntenorganisaties op het beleidskader. Ik heb net al gezegd dat we
die serieus nemen. De zorgkantoren gaan nu in gesprek. Wij zullen daar
ook bij aanschuiven om goed naar de signalen te luisteren, zodat we die
ook mee kunnen nemen in het traject van de aanpassing van de
regelgeving.
Mevrouw Ten Hove vroeg naar een update over de meerzorg. Ik zei net al
dat het nieuwe beleidskader vanaf 1 maart wordt gehanteerd. De
zorgkantoren beoordelen op basis daarvan. In afwachting van het nieuwe
beleidskader zijn een aantal aanvragen tijdelijk toegekend. Ze willen
proberen om de budgethouders zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Ik
denk dat dat ook belangrijk is. Alle zorgkantoren hebben vóór 1 maart
contact opgenomen met de cliënten die eerder meerzorg kregen, die daarna
is afgewezen, maar waarvan verwacht wordt dat zij die uiteindelijk weer
zullen krijgen op basis van het nieuwe beleidskader. Cliënten kunnen
sowieso altijd een nieuwe aanvraag doen. Het zorgkantoor moet daarover
altijd een gemotiveerde beslissing nemen.
Mevrouw Dobbe had de vraag of de kortingen op de meerzorg van tafel
zijn. Bij meerzorg thuis is geen sprake van bezuinigingen. Dat heeft
mijn voorganger ook bij meerdere debatten aangegeven.
Ten slotte, voorzitter. Mevrouw Ten Hove had nog de vraag hoeveel mensen
hetzelfde oordeel kregen als in de casus Janine en hoe zich dat verhoudt
tot de wachtlijsten bij de verpleeghuizen. Volgens de zorgkantoren
hebben in 2025 110 cliënten een afwijzing ontvangen. Dan kan het gaan om
aanvragen die deels of geheel zijn afgewezen, maar dat inzicht heb ik
niet. Hierbij geldt dat een deel van de mensen via toeslagen of een
Extra Kosten Thuis-regeling zijn geholpen. Ik zei net al dat er in het
beleidskader ruimte is voor meer maatwerk. Als er bijvoorbeeld geen
passende plek is vanwege wachtlijsten, kan er om die reden meerzorg
worden afgegeven.
Dat was dit blokje, voorzitter.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat leidt bij mij toch tot een vervolgvraag. De situatie die ik schetste
is als volgt: per 1 april gaat deze mevrouw per dag dertien uur minder
zorg krijgen bij een onveranderde situatie, terwijl zij graag meer zorg
had gewild. Wat gaat hier dan mis? In mijn ogen is dat dan toch echt een
bezuiniging.
Minister Sterk:
U stelt dat dat een bezuiniging is. Volgens mij is het een andere
beoordeling van de situatie van deze mevrouw, waardoor zij minder uren
krijgt. Als zij het daar niet mee eens is, gaf ik net al aan dat mensen
natuurlijk in bezwaar kunnen gaan tegen dit soort uitspraken van het
zorgkantoor. Dat ligt dus ook voor deze mevrouw open.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
In de casus die ik schetste, is dat bezwaar er ook geweest. Ze is met
een jurist in gesprek geweest, maar het hele menselijke aspect wordt
niet benoemd. Onder aan de streep is het feit dat zij minder zorg krijgt
en dat dat zorggat blijft bestaan. Het alternatief is dan het
verpleeghuis, maar volgens mij ligt daar nog heel veel tussenin. Welk
advies kan ik mensen in het land geven als ze mij zulke mailtjes
sturen?
Minister Sterk:
Ik sprak eerder ook al over het belang van cliëntondersteuning. Volgens
mij zou dit iets kunnen zijn wat opgepakt kan worden met iemand van
cliëntondersteuning, zodat die eens kan kijken welke mogelijkheden er
zijn in deze specifieke casus.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij het subblokje complexe zorg. Het woord is aan de
minister.
Minister Sterk:
Voorzitter. Ik zie dat ik alleen maar vragen heb, dus ik zal verder geen
inleidende teksten voorlezen. Er was een vraag van mevrouw Wendel, die
vroeg of er al een beeld was van die eerste twee maanden sinds de
invoering van de VG7+. Daar is op dit moment nog niet zo heel veel over
te zeggen, maar dat verwachtte u misschien ook niet. Als de eerste
resultaten van de monitor er zijn, zal ik u daarover informeren. We zijn
natuurlijk bezig met een bestuursakkoord. Ik denk dat het belangrijk is
om daarin op te nemen dat er voldoende plekken zijn voor mensen met
complexe zorgvragen. Het is belangrijk dat onderdeel van het
bestuursakkoord te maken. Dat is de toezegging die ik zou willen
doen.
De voorzitter:
Ik kijk even of daarmee het blokje complexe zorg al is afgerond.
Minister Sterk:
Nee, sorry, ik heb nog meer vragen, maar ik zag mevrouw Wendel naar
voren gaan, dus ik dacht even ...
De voorzitter:
Ja, maar ik probeer het in subblokjes te doen.
Minister Sterk:
Ik verwacht overigens dat ik voor de zomer inzicht heb in de eerste
resultaten van die VG7+. Dat was misschien wat u wilde vragen.
De heer Van Houwelingen vroeg naar de stand van zaken bij de
wachtlijsten. De laatste stand van zaken laat zien dat er in totaal 159
mensen met een VG7-indicatie op een plek wachten. Daarvan zijn er 2
urgent en 54 actief; dat laatste wil zeggen dat er op dit moment actieve
bemiddeling plaatsvindt. 103 wachten nog op een voorkeur. Die hebben nog
niet uitgesproken waar ze naartoe willen. Wel wil ik de nuancering
aanbrengen dat deze cijfers niet een volwaardig beeld schetsen. Vanuit
de bestuurlijke afspraken complexe zorg zet het Zorginstituut, nee,
Zorgverzekeraars Nederland — sorry, ik moet soms nog een beetje wennen
aan de afkortingen — stappen om te komen tot een compleet beeld van de
wachtlijst.
Ik heb nog twee vragen, voorzitter. Mevrouw Tijmstra had gevraagd naar
het voorkomen van zorgverzwaring in de complexe zorg en welke stappen
wij zetten om de jeugdgezondheidszorg daarvoor beter toe te rusten. We
moeten proberen om kinderen met een beperking of een dreigende
ontwikkelingsachterstand al vanaf de start te ondersteunen, zo veel
mogelijk via de gewone wegen. Dat begint natuurlijk op het
consultatiebureau. We zetten in op twee dingen die de
jeugdgezondheidszorg raken. Eén: het bevorderen van de vroegsignalering
via integrale vroeghulp. De jeugdgezondheidszorg, jgz, is bijna altijd
onderdeel van die netwerken. Daarnaast heeft mijn voorganger kortgeleden
aangegeven dat zij in gesprek gaat met de jgz over welke rol zij zouden
kunnen spelen bij de begeleiding van kinderen met een beperking en hun
ouders. Die verkenning start ik samen met de jgz op. Ik informeer u eind
dit jaar over de voortgang.
Dan had mevrouw Bikker nog gevraagd of er wel voldoende geschikte
woonzorgplekken zijn. Ik ga als minister over heel veel dingen, maar
over heel veel dingen ook niet. Waar ik in ieder geval geen directe
invloed op heb, is het bouwen en realiseren van die plekken. Dat ligt
primair bij de zorgorganisaties en de zorgkantoren, in samenspraak met
de gemeenten. Ik ben natuurlijk wel in gesprek met de mensen zelf en de
zorgaanbieders en de zorgkantoren over wat er nodig is, bijvoorbeeld
door beter inzicht te krijgen in de wachtenden en degenen die ervan
gebruikmaken. Daarvoor wil ik ook gebruikmaken van de
regiobeelden.
Dat waren de vragen die er op dit onderwerp lagen.
De voorzitter:
Ik zag eerst nog een hand van mevrouw Wendel. Dat is niet meer aan de
orde; dan ga ik naar de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Veel dank voor de laatste cijfers. Vergeleken met de laatste cijfers die
ik heb gezien, is het weer ietsje gestegen; niet veel, maar iets. Dat is
mijn laatste vraag of opmerking aan de minister. Als het verder lijkt te
stijgen, en we hebben ook bijvoorbeeld die zorgvilla's van ExpertCare
die omvallen, dan hoop ik dat de minister dat in de gaten houdt. Dat
betekent dat het nog minder goed toegankelijk wordt. De mantelzorgers,
waar wij een groot voorstander van zijn, hebben dat echt nodig; dat is
bekend. Ik maak me er wel zorgen over, omdat de cijfers volgens mij weer
wat gestegen zijn.
Minister Sterk:
Er wordt mij ingefluisterd dat dit de wachtlijsten van de
Zorgverzekeringswet zijn. Waar u over spreekt, is de Wlz, en dat is een
andere ... Sorry, het is andersom; ik ga het even opnieuw zeggen. Waar u
naar vroeg, waren de wachtlijsten in de Wlz. ExpertCare, waar u over
spreekt, valt onder de Zorgverzekeringswet. Die cijfers heb ik net niet
genoemd. Dat zal in die zin vooral daar terechtkomen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar het blokje overige binnen het deel Wlz. De
minister.
Minister Sterk:
Het lid Westerveld vroeg of ik de zorgen over de beschikbaarheid van
artsen in instellingen herken. Ja, ik ben het ermee eens dat het
zorgelijk is dat er onvoldoende artsen verstandelijk gehandicapten zijn
en dat daardoor de gezondheidszorg voor mensen met een beperking in de
knel zou kunnen komen. Er worden op dit moment 43 opleidingsplaatsen
beschikbaar gesteld op basis van de ramingen van het Capaciteitsorgaan.
We zien dat er de afgelopen jaren veel aandacht is voor die opleiding en
dat er de afgelopen twee jaar gelukkig wel een toename is van het aantal
artsen. Er zijn verschillende alternatieven die kunnen bijdragen aan
behoud en efficiënte inzet van deze artsen, bijvoorbeeld meer
samenwerking met de verpleegkundig specialist, met huisartsen of met
kinderartsen. Het kabinet zal in het tweede kwartaal van 2026 in ieder
geval met een reactie komen op het capaciteitsplan voor de komende vier
jaar. Dat is dus een reactie op de adviezen van het
Capaciteitsorgaan.
Dan de vraag: wat kan de minister doen om de administratieve lasten
terug te dringen en is ze bereid om op korte termijn aan tafel te gaan?
Ik deel absoluut de zorgen over de administratieve lasten voor
zorgprofessionals. De huidige 30% is te hoog. We hebben in ons
coalitieakkoord natuurlijk ook opgenomen dat we terug willen naar
ongeveer 20%. Dat geldt ook voor de gehandicaptenzorg. In mijn ogen
werkt alleen een brede aanpak als we de administratieve lasten willen
terugdringen. In de Regiegroep Aanpak Regeldruk zijn daarom alle
partijen vertegenwoordigd, waaronder de VGN. Ze hebben allemaal een
eigen en een gezamenlijke werkagenda. Zoals ik net al zei, is het doel
om de lasten in 2030 te verminderen met 20%; sorry, tot 20%. Wij zitten
dus al geregeld om de tafel. Als er nog partijen zijn met specifieke
punten, dan kunnen ze die natuurlijk altijd bij ons melden. Ook mevrouw
Wendel had hier vragen over. Het is echt nodig en het heeft ook mijn
volle aandacht.
De heer Van Dijk had ook vragen over de regeldruk. Welke regels passen
bij een normaal leven? Die zou je eigenlijk moeten hanteren. Hij vroeg
welke ruimte er daarbij is voor zorgverzekeraars. Wat mij betreft moeten
die inderdaad zo normaal als mogelijk zijn, ook waar het bijvoorbeeld
gaat om huiselijke zaken als de temperatuur van de koelkast, zoals u
heeft benoemd. Omdat ik ook niet wil dat er onnodige risico's worden
gelopen, brengt Vilans het overzicht wettelijk verplichte registraties
in de gehandicaptenzorg uit. Die heeft in 2025 een update gehad. Als
zorginstellingen zich hieraan houden, hoeven ze daar niets bovenop te
doen. Zo is er bijvoorbeeld de zogenaamde hygiënecode, waarin er voor de
huiselijke setting zoals kleine woonvormen simpeler regels zijn, meer
zoals thuis, zoals u ook aangaf.
Mevrouw Synhaeve had een vraag over verstandelijkgehandicaptenzorg en
dementie. De sector is volop bezig met dat vraagstuk. Via de Academische
Werkplaats GOUD is en wordt er veel kennis ontwikkeld juist over deze
doelgroep. De verwachting is dat de sector eind dit jaar een richtlijn
publiceert met betrekking tot veroudering bij mensen met een
verstandelijke beperking. Er is ook aandacht voor de samenwerking tussen
beide sectoren, bijvoorbeeld voor de inzet van verpleegkundige
expertise. Ook technologie kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Mevrouw Westerveld had ook een vraag over mensen met de
Ehlers-Danlos-aandoening. Wij vinden het als kabinet echt belangrijk dat
partijen samenwerken aan verbetering voor deze groep. Daarom wordt het
bieden van samenhangende zorg onder meer gestimuleerd via de erkenning
van expertisecentra voor zeldzame aandoeningen. Daarbij is ook het
ontwikkelen van een zorgpad voor de hele zorgketen van belang.
Zorgverzekeraars hebben daarbij de verantwoordelijkheid om te zorgen dat
verzekerden tijdig toegang hebben tot passende zorg. Als ministerie gaan
wij in ieder geval in gesprek met de patiëntenorganisatie om te
bespreken welke belemmeringen er zijn voor betere toegankelijkheid en
meer samenhang in de zorg.
Dan waren er vragen over de helm en de beschermingsmiddelen. Gedwongen
zorg mag altijd alleen maar het uiterste middel zijn. Ik hecht er belang
aan om dat te benoemen. Het mag ook alleen maar toegepast worden onder
de criteria en procedures van de Wet zorg en dwang. Dat geldt dus ook
voor beschermingsmiddelen. De inspectie ziet daarop toe en ziet het
gebruik van helmen voornamelijk in de gehandicaptenzorg. Ik ga ervan uit
dat zorgaanbieders en zorgverleners zich houden aan die wet- en
regelgeving. Misstanden kunnen — en moeten wat mij betreft — gemeld
worden bij de inspectie. Ik heb geen inzicht in het aantal verkochte
helmen.
Mevrouw Maeijer had een vraag over De Trans. Een update is dat de
cliënten en medewerkers per 1 januari zijn overgenomen door Cosis en
Vanboeijen. Die overname is goed verlopen. Wij hebben regelmatig overleg
met Cosis en Vanboeijen om op de hoogte te blijven. Op dit moment wordt
er ook overlegd over de vormgeving van de bijdrage van VWS aan de
nieuwbouw van 184 plekken als onlosmakelijk onderdeel van het
herstructureringsplan. Die bouw zal vervolgens plaatsvinden in de
periode van 2027 tot 2029.
Mevrouw Maeijer had ook een opmerking over Fokus, met de vraag hoe het
daar nu precies mee staat. Ik heb ook gezien dat de sociale onveiligheid
een enorme impact heeft gehad op cliënten en medewerkers. Fokus erkent
dit en is daar nu ook mee aan de slag, maar dat kost tijd. Dat betekent
dat de meldingen over sociale veiligheid nog niet volledig verdwenen
zijn. Er is inmiddels wel een nieuwe interim-bestuurder. Er zijn ook
nieuwe directeuren, die samen werken aan een open cultuur waarin
klachten en signalen structureel geregistreerd en opgevolgd worden, ook
met meer aandacht voor erkenning en een vroegtijdig gesprek. Een
casuïstiekteam van het ministerie is betrokken bij de individuele
casuïstiek. Er wordt ingezet op vaste teams en er wordt geïnvesteerd in
de scholing van medewerkers. Cliënten en medewerkers worden actief
betrokken via dialoogtafels. Het ministerie is daarbij, zoals ook in het
rapport over de sociale onveiligheid bij Fokus stond, een strategische
gesprekspartner.
Dan waren er vragen over zorgboerderijen en kleinschalige initiatieven.
Ik ben in ieder geval van plan om in voorbereiding op het bestuurlijk
akkoord met een aantal kleinschalige zorgorganisaties te gaan praten, om
te bekijken wat we daarmee kunnen en hoe we die een betere plek zouden
kunnen geven.
U had ook gevraagd of ik samen met de minister van VRO wil organiseren
dat zorginstellingen worden ingericht voor wonen voor cliënten en
medewerkers. U noemde daarbij de zusterflat 2.0. Ik vind het een heel
sympathiek idee om woon-zorgconcepten te realiseren waarin zowel
cliënten als medewerkers wonen. Waar partijen lokaal vinden dat
gecombineerde woonvormen daaraan kunnen bijdragen, kunnen ze dat ook al
doen. Ik ben ook bereid om met de minister van VRO mee te denken over
het wegnemen van eventueel belemmerende regelgeving.
Mevrouw Bikker had een vraag over zijinstromers. Ik zie dat de inzet van
zijinstromers in de zorg steeds belangrijker wordt in het kader van het
arbeidsmarkttekort. Er lopen op dit moment ook initiatieven, waaronder
in de gehandicaptenzorg. U noemde er daarnet al een van, bij 's Heeren
Loo, waarin gekeken wordt naar een tijdelijke of nieuwe systematiek,
zodat mensen met werkervaring snel passend ingezet kunnen worden. Ik
volg die bewegingen in de diverse sectoren en ondersteun daarbij graag
waar nodig en mogelijk, maar ik denk dat het op dit moment vooral aan
werkgevers is om een goede balans te vinden tussen gediplomeerde
begeleiders en zijinstromers. We zien ook dat bepaalde
gehandicaptenorganisaties dat al goed kunnen oppakken.
Mevrouw Maeijer stelde een vraag over overheidsbrede loketten. Zoals
mevrouw Maeijer ongetwijfeld zelf ook weet, zijn er diverse verkennende
gesprekken geweest met gemeenten die praktijkinitiatieven zijn gestart
in het kader van het traject van BZK voor overheidsbrede loketten. Een
aantal gemeenten hebben al grote stappen gezet. De ambitie is om deze
goede aanzet te verbreden en de bredere zorgvragen van inwoners mee te
nemen, bijvoorbeeld door het CIZ, zorgkantoren en zorgverzekeraars aan
te sluiten op het netwerk van directe telefonische lijnen tussen
overheidsdienstverleners. Dit voorjaar wordt dat geconcretiseerd.
Ten slotte had mevrouw Maeijer nog een vraag, over de weerbare zorg. Ik
vind het een hele mooie vraag, want ik denk dat het een heel belangrijk
onderwerp is dat ook echt onze aandacht verdient. De instellingen voor
langdurige zorg zijn op dit moment onderdeel van de ROAZ-structuur.
Vanuit die structuur worden er plannen gemaakt om de continuïteit van
zorg te borgen. Daarbij geldt dat de zorg in tijden van crisis en
conflict alleen toegankelijk kan blijven als de samenleving zelfredzaam
en samenredzaam blijft. Dit kan alleen als de samenleving ook na
crisistijd omziet naar kwetsbaren, zodat mensen zo lang mogelijk in hun
eigen omgeving kunnen blijven.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. Ik zag in ieder geval één vraag van de heer Van
Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb een vraag over de Wet zorg en dwang en de manier waarop die wordt
toegepast op mensen met een handicap. Ik begrijp van de minister dat de
inspectie daar toezicht op houdt. In het verleden zijn hier natuurlijk
misstanden mee geweest. De inspectie is de toezichthouder. Komt het voor
dat de inspectie zelf onaangekondigd instellingen bezoekt om te kijken
hoe mensen met een handicap, op wie de wet wordt toegepast, erbij
zitten? Komt dat wel of niet voor?
Minister Sterk:
Een van de manieren waarop de IGZ toezicht houdt, is door soms
onaangekondigd instellingen te bezoeken.
De voorzitter:
Ik zie verder geen vragen aan de zijde van de Kamer, dus dat brengt ons
bij het laatste blokje: het VN-verdrag Handicap.
Minister Sterk:
Dat is weer een blok met een aantal subblokken. Het eerste subblok gaat
over alles wat onder het VN-verdrag Handicap te brengen is. Ik gaf al
aan dat ik aan het begin van deze eeuw zelf bij dit onderwerp betrokken
was. Toen hadden we het er ook al over dat het geratificeerd moest
worden. Dat is inmiddels gebeurd. Ik denk dat het een heel belangrijk
verdrag is voor mensen met een beperking, want het gaat heel erg over de
vraag hoe zij zelfstandig hun plek in de samenleving kunnen hebben, net
zoals wij die allemaal hebben.
U vroeg hoe het kabinet dit verdrag uitvoert en hoe ik mijn
coördinerende rol invul. De werkagenda is voor de zomer aan uw Kamer
gestuurd. Die is natuurlijk een belangrijke basis van de vormgeving van
de uitwerking van het strategisch plan. Ik neem die uitvoering ook echt
heel serieus. In ieder geval wil ik de komende tijd met al mijn
collega's die daarbij betrokken zijn een gesprek voeren over de
werkagenda en de uitvoering daarvan. Het lijkt me een mooie start voor
deze minister om dat in ieder geval te doen en de breedte ervan bij
anderen onder de aandacht te brengen. Ik zal dat natuurlijk ook doen met
ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigende organisaties. Die zal ik ook
betrekken bij de uitrol van de werkagenda. We gaan het ook
monitoren.
Uw vraag was ook een beetje: waarom nemen we niet gelijk alle
maatregelen die erin staan? Het zou mooi zijn als we het in één zomer
kunnen overnemen en uitvoeren, maar dat lukt gewoon niet, bijvoorbeeld
omdat er ook aanbevelingen in staan om de Jeugdwet, de Participatiewet
en de Wmo terug te trekken. Een van de aanbevelingen is eigenlijk dat je
die niet meer zou mogen hebben. Wij zijn nu aan het kijken wat dat
precies betekent en waar het wat betreft die wetten nou precies over
gaat. Volgens mij zijn dat een aantal van de onderdelen die we als focus
hebben aangebracht in de werkagenda. Dat zijn ook de stappen die we
daarin willen gaan zetten.
Ik ga in op een aantal specifieke vragen over het VN-verdrag. Hoe zie ik
mijn rol? Ik gaf net al aan dat ik sowieso ga beginnen met een soort
rondje langs mijn collega's. Ik wil nog eens met hen het gesprek
hierover aangaan. Sowieso is er jaarlijks een overleg met al mijn
collega-bewindspersonen over de uitvoering. Ik hecht hierbij echt aan
een stevige positie van mensen met een beperking, want het gaat
tenslotte over hen. Zij moeten mede dat beleid samen vormgeven. Er zijn
ook directeurenoverleggen. Die zijn er overigens een keer in de zes
weken. Dus als u denkt dat één keer per jaar wel heel weinig is: er
vindt veel vaker ambtelijk overleg plaats. De vertegenwoordigende
organisaties sluiten daar ook bij aan. Die zijn trouwens georganiseerd
rond elk levensdomein. Zelf spreek ik ook jaarlijks met de
vertegenwoordigende organisaties en de VNG over de uitvoering van de
werkagenda. Elk ministerie monitort ook zelf de voortgang en de bereikte
resultaten. Een keer per jaar informeer ik de Kamer in de vorm van een
voortgangsbrief over de progressie. De eerste voortgangsbrief zult u
ontvangen in het vierde kwartaal van dit jaar.
Mevrouw Wendel en mevrouw Tijmstra hadden een vraag over de
grondbeginselen van het VN-verdrag Handicap. Die grondbeginselen vormen
natuurlijk het fundament van het verdrag. Die helpen ons om het verdrag
beter te begrijpen en geven richting aan de implementatie daarvan. Want
zo'n VN-verdrag is geen vrijblijvend kader. De Raad van State moet daar
ook aan toetsen als die toetst aan wet- en regelgeving. Een van de
maatregelen in de werkagenda is het ontwikkelen van kennisinstrumenten
voor het VN-verdrag Handicap bij beleidsmakers en wetgevingsjuristen.
Dit willen we samen met het College voor de Rechten van de Mens gaan
oppakken. Bij de uitvoering van de werkagenda willen we daar samen met
alle departementen oog voor krijgen. Dat is natuurlijk ook iets wat een
beetje ingeoefend moet worden. Dat is niet altijd vanzelfsprekend.
Daarom sluit de voorzitter van het college ook aan bij het volgende
overleg van de betrokken dg's om daar te spreken over de
grondbeginselen. U wilt natuurlijk dat het snel gebeurt en dat er
concrete doelen worden uitgewerkt. In die werkagenda staan ook concrete
maatregelen met een tijdspad. In de nationale strategie staan de doelen
die we met elkaar hebben vastgesteld. Dat hebben we samen met de andere
departementen gedaan. Dat is daarmee ook een opgave voor het hele
kabinet. Ik heb net al iets gezegd over hoe we dat gaan volgen. Ik heb
net ook al iets gezegd over de grondbeginselen.
Dan de vraag: hoe neem je ook mensen met een minder luide stem mee?
Mevrouw Westerveld stelde die vraag; ik had ook niet anders van haar
verwacht. Ik denk dat dat ontzettend belangrijk is, want er is een
stevige lobby vanuit de sector. Dat is ook mooi, want die
vertegenwoordigen groepen mensen. Maar je wil ook de minder luide stem
mee kunnen nemen van groepen die misschien minder gehoord worden maar
die ook een plek verdienen in dat verdrag. Ik vind het ontzettend
belangrijk om hen daar ook bij te betrekken. Daarom zitten ze ook bij
het overleg bij de verschillende departementen. Ik wil in mijn
werkbezoeken op zoek gaan naar groepen die wij misschien missen en die
we daar ook bij zouden moeten betrekken. Daar wil ik het voor nu even
bij laten.
Het CDA vroeg naar de motie-Krul over een concreet stappenplan. Dat ligt
er nog niet. U zei: dat mag ook een soort routeplan worden. Ik wil u wel
toezeggen dat ik even ga kijken naar wat we nu van plan zijn en wanneer
wat gaat gebeuren, zodat het proces een beetje inzichtelijk wordt: waar
staan we nu en hoe denken we in 2040 aan te komen? Ik wil u wel
toezeggen dat ik naar de Kamer toe zal sturen hoe we dat verder vorm
willen gaan geven.
U vroeg ook naar de monitor die is toegezegd. Ik heb het RIVM gevraagd
om die monitor samen te stellen. De afgelopen maand hebben ze een
selectie van de indicatoren voor de Monitor Nationale Strategie
VN-verdrag Handicap — zo heet 'ie — opgeleverd. Die is samen met de
relevante partijen ontwikkeld, waaronder natuurlijk ook mensen met een
beperking. Voor die monitoring maakt het RIVM gebruik van diverse
onderzoeken en enquêtes op verschillende levensdomeinen om een zo
volledig mogelijk beeld te geven. Daarmee biedt die ook inzicht in de
voortgang. Ik ben overigens ook bezig met het CBS om betere data te
krijgen wat dat betreft, want ook in hun rapportages wordt vaak geen
onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder beperking. Dat kan ook
helpen bij het krijgen van inzicht in hoe de situatie in de samenleving
is voor mensen met een beperking.
Ten slotte. Mevrouw Dobbe had nog een vraag over de conclusie uit het
rapport over het VN-verdrag over de positie van vrouwen en of wij in de
monitoring data van vrouwen kunnen uitsplitsen met betrekking tot werk
en bestaanszekerheid. Ik denk eerlijk gezegd dat dat vooral op het
bordje van mijn collega bij Sociale Zaken ligt. Zoals ik net al zei, ben
ik in ieder geval in overleg met het CBS, het RIVM en Nivel over het
vergroten van de beschikbaarheid van data, zodat we beter inzicht kunnen
krijgen in dat soort aspecten.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Als voorzitter heb ik dan in ieder geval de vraag wanneer de routekaart,
waarover net een toezegging is gedaan, naar de Kamer komt.
Minister Sterk:
Over twee maanden, krijg ik ingefluisterd.
De voorzitter:
Helder, dank je wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik vind het heel fijn dat de minister wil kijken naar een routekaart om
te kijken hoe we die laatste 64 aanbevelingen die nog openstaan, een
plek kunnen geven in de volgende werkagenda, zodat we overzicht hebben
van of we het in de termijnen allemaal gaan redden. Er zijn twee dingen
die ik wel belangrijk vind. Eén daarvan is dat het echt samen met de
doelgroep zelf vormgegeven wordt. Ik weet niet of dat in twee maanden
kan, maar dat is voor mij wel de route. Kijk nou met elkaar wat er nodig
is. Dat is ook de kern van het VN-verdrag. Dat wil ik vooral
meegeven.
Minister Sterk:
Dat ga ik even bekijken. Misschien is twee maanden dan wel heel krap.
Ook ik zie het belang daarvan. Het is dan even onder voorbehoud van of
de gesprekken daarover allemaal op tijd plaats kunnen vinden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik zou willen vragen of mijn vragen over het toegankelijkheidslabel ook
onder dit kopje vallen.
Minister Sterk:
Mij wordt ingefluisterd dat er nog twee kopjes zijn. Daaronder komen die
zo dadelijk terug. Ik ben nog niet klaar met het kopje VN-verdrag in z'n
geheel.
De voorzitter:
Dan gaan we verder met het volgende subkopje onder het VN-verdrag.
Minister Sterk:
Dat klopt. Dat gaat volgens mij om het coalitieakkoord, financiën en de
stapeling. Daarbij gaat het natuurlijk met name over individuen. De
eerdere bezuiniging ging natuurlijk over de gehandicaptensector.
Mevrouw Westerveld en mevrouw Dobbe vroegen naar de doorrekeningen van
het CPB. Voor een deel hebben we daar in de begroting, denk ik, al heel
veel over gesproken. Het doel van de bezuinigingen en de maatregelen die
we nemen is dat de zorg ook in de toekomst goed en toegankelijk blijft.
Die staat onder druk. We zullen maatregelen moeten nemen. Ik zie ook wel
dat de keuzes fors zijn. Ik denk dat we het allemaal gaan merken in onze
portemonnee, maar ik hoop vooral dat mensen gaan merken dat kwalitatief
goede zorg op de langere termijn beschikbaar blijft en dat die
ondersteuning er is. Niet kiezen is ook een keuze. We kiezen er in ieder
geval voor om niet weg te kijken. Daarmee is niet gezegd dat dit niet
vraagt om goed te kijken naar hoe bepaalde maatregelen uitwerken voor
bepaalde doelgroepen. We weten dat bepaalde maatregelen impact zullen
hebben. Daarom willen we volgende week, als de begroting van Sociale
Zaken is geweest — want we moeten dat natuurlijk nadrukkelijk samen met
Sociale Zaken doen — kijken hoe de stapeling van al die maatregelen
uitwerkt voor mensen, maar ook specifiek voor bepaalde groepen. Die mis
je soms in de grotere plaatjes. Dan zie je vooral wat het doet met
middeninkomens of lage inkomens. Volgens mij is het juist belangrijk om
ook te kijken naar wat de uitwerking is voor bepaalde doelgroepen
daarbinnen. Er is natuurlijk nog best ruimte om bepaalde maatregelen op
een bepaalde manier in te richten. Dat zou ik juist naar aanleiding
daarvan willen bekijken. Daarnaast hebben we ook nog 350 miljoen aan
middelen om eventuele consequenties te kunnen verzachten. Dat heb ik
over die stapeling van maatregelen.
Er was nog een vraag over de middelen voor de werkagenda. Ik weet niet
zo goed waarom die in dit mapje zit. O, die hoort hier ook bij. Er werd
een aantal keren gezegd dat er helemaal geen geld beschikbaar is voor
het VN-verdrag en de werkagenda. Er is in het voorjaar van 2025 extra
geld beschikbaar gesteld. Het gaat om bijna een miljard. Dat zit met
name in de maatregelen voor de uitvoering in het leefdomein werk en
inkomen. Daar is dus geld voor. Zo zijn er ook op andere begrotingen
soms budgetten die gaan helpen bij het vormgeven van het VN-verdrag. Dan
noem ik bijvoorbeeld de 30 miljoen die beschikbaar is gesteld voor het
Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV, de 10 miljoen vanuit het
Mobiliteitsfonds, de 560 miljoen die beschikbaar is gesteld voor
digitalisering van het mbo, hbo en wo, en de 90 miljoen die beschikbaar
is gesteld voor regionale programma's over onderwijs.
Daar zou ik ook het volgende over willen zeggen. Er wordt nu natuurlijk
steeds heel erg specifiek gekeken. We moeten apart maatregelen nemen
voor mensen met een beperking, maar uiteindelijk zou je natuurlijk naar
een systeem willen waarin reguliere middelen ook ingezet worden voor
mensen met een beperking. Dat is volgens mij wat het VN-verdrag
uiteindelijk wil, namelijk dat die mensen gewoon een normale plek daarin
krijgen. Het is dan ook moeilijk om een specifiek beeld te geven wat
betreft of er voldoende geld is. Volgens mij zijn er voldoende middelen.
We gaan natuurlijk verder met de uitwerking. We komen nog met een tweede
werkagenda. Ook daarbij zullen we natuurlijk bekijken wat dat vraagt aan
middelen en hoe we die te zijner tijd zouden kunnen regelen.
Ik ga nu eigenlijk weer terug naar de analyse van de effecten van de
bezuinigingen. Mevrouw Bikker vroeg of wij casussen zouden kunnen
uitwerken. Ik begrijp uw vraag voornamelijk zo dat je goed moet kijken
of specifieke doelgroepen niet extra hard worden getroffen, zoals ik net
ook heb uitgelegd. Je zult dus ook bij al die stapelingen moeten kijken
wat de uitwerking is. Dat kun je soms inderdaad op casusniveau doen voor
bepaalde mensen die misschien én hoge zorgkosten hebben én misschien ook
werkloos zijn — ik noem maar wat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nog even een toelichting op de vraag. Het gaat mij er echt om dat ik een
paar casussen heb, zodat ik heel concreet kan zien: wat betekenen de
maatregelen voor een gezin met een minderjarige met een handicap met een
VG7-indicatie? Op die manier kunnen we echt op gezinsniveau kijken, in
plaats van dat ik naar een of andere puntengrafiek moet kijken om te
zien voor wie dat zo uitpakt.
Minister Sterk:
We zullen kijken of we kunnen gaan werken met persona's, want dat geeft
inderdaad een beeld van wat het nou doet, als we de data tenminste
hebben. Daar gaan we mee aan de slag.
Dan de huishoudelijke hulp. Ik heb daar eigenlijk net ook al het een en
ander over gezegd. De maatregelen die worden voorgesteld, hebben
natuurlijk in zichzelf allemaal impact, maar binnen die maatregelen kun
je soms ook nog keuzes maken. Voor de huishoudelijke hulp geldt
natuurlijk dat het echt mensen zijn die die huishoudelijke hulp prima
zelf kunnen betalen. Je wilt ook voorkomen dat mensen die dat niet
kunnen, die huishoudelijke hulp niet meer zouden kunnen krijgen. Daar
zullen we naar moeten kijken. Er ligt op dat terrein denk ik ook een rol
voor de gemeentes om dat goed te doen. Dat moet dus ook worden bekeken
in de uitwerking van deze maatregel.
Voorzitter. Dat wilde ik hierover zeggen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vraag over het VN-verdrag, want ik denk dat niemand hier
in de zaal vindt dat er allemaal aparte budgetten en potjes moeten
komen. Volgens mij vinden we allemaal dat we moeten zorgen dat iedereen
mee kan doen en we geen groepen mensen apart zetten bij nieuwbouw en
verbouw aan gebouwen, maar ook bij het onderwijs en in de zorg. Maar
mijn vraag aan de minister was als volgt. Hoe rijmt zij het gegeven dat
er in het coalitieakkoord een flinke stapeling van zorgkosten is voor
mensen met een beperking die leidt tot ontoegankelijkheid, met de zin
dat zij als bewindspersoon het VN-verdrag wil uitvoeren?
Minister Sterk:
We weten nog niet precies hoe dit uitwerkt. Ik heb net aangegeven wat we
voor het proces gaan doorlopen. Volgens mij moeten we aan het einde
daarvan met elkaar bekijken wat de gevolgen voor mensen zijn, ook voor
de toegankelijkheid van bepaalde dingen als zorg.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is iets breder. We weten bijvoorbeeld uit de CPB-doorrekening
dat het aantal gezinnen en mensen in armoede stijgt. Ik denk dat we hier
ook best wel weten dat daaronder heel veel mensen zijn met een
beperking, omdat ze vaak minder kunnen werken, hogere kosten hebben en
er aantal belangrijke aftrekposten verdwijnen omdat er kortingen zijn.
We weten dus heel veel. Ik kan het lijstje noemen, maar we weten heel
veel. Als we dit weten, wat kan de minister dan specifiek doen om ervoor
te zorgen dat het VN-verdrag in de brede zin van het woord wordt
uitgevoerd en deze mensen volwaardig kunnen blijven meedoen?
Minister Sterk:
Volgens mij gaat het VN-verdrag over meer dan financiën. Dat is denk ik
ook het goede. Volgens mij moeten we nu als eerste stap gaan kijken wat
er klopt van de veronderstellingen van het CPB. Hoe werken die uit en
welke knoppen hebben we om daar iets aan te doen? Daar wil ik mij de
komende tijd voor gaan inzetten.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mevrouw Westerveld zegt het goed: we weten een heleboel dingen al wel.
We weten inderdaad dat de armoede in Nederland zal stijgen door de
plannen van dit kabinet en dat daar veel mensen met een beperking bij
zitten. We weten ook dat het Nibud eerder al een onderzoek heeft
gepubliceerd waarin staat dat mensen met een beperking in de problemen
komen omdat zij meer kosten hebben dan mensen zonder beperking. Dat
heeft gewoon financiële consequenties. Dat weten we allemaal al. Dan zie
je wat dit kabinet allemaal nog van plan is: het eigen risico verhogen,
afschaffen van de fiscale aftrekpost voor niet-vergoede zorgkosten,
bijna volledig afschaffen van de huishoudelijke zorg, eigen bijdrage
wijkverpleging en een bezuiniging op de WIA. Met de wetenschap dat
mensen nu al in de problemen komen en dit mensen alleen maar meer en
niet minder kosten geeft, is er toch geen realiteit denkbaar waarbij dit
niet zal leiden tot een verslechtering van de omstandigheden van mensen
met een beperking? Of ziet deze minister die wel? Welke informatie heeft
deze minister dan nog nodig?
Minister Sterk:
Ik gaf net al aan dat de keuzes die gemaakt zijn fors en ingrijpend
zijn, voor ons allemaal, maar ook zeker voor deze doelgroep. Daar wil ik
ook niet voor weglopen; dat heb ik al meermalen gezegd. Volgens mij
begint het er dan bij dat je goed in beeld wilt krijgen hoe dat
doorwerkt. Dat is meer dan alleen een inkomensplaatje wat mij betreft.
Dat gaat ook over de vraag hoe speciale doelgroepen daar dan binnen
vallen. Dat wil ik eerst in beeld krijgen, samen met Sociale Zaken.
Vervolgens moeten we kijken wat dat dan betekent voor de maatregelen die
we willen nemen en voor hoe we aan die knoppen kunnen draaien. Daarnaast
hebben we nog 350 miljoen waarmee we bepaalde zaken kunnen verzachten.
We zullen moeten kijken hoe we dat geld daarvoor zo goed mogelijk kunnen
inzetten.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan misschien toch een beetje een gewetensvraag. Als we dit allemaal
weten, waarom is er dan voor gekozen om dit zo te doen, dus om die
rekening juist neer te leggen bij deze groep? We kennen bijvoorbeeld al
het rapport van het Nibud en … Nou ja, de collega's noemden hier van
alles op. Waarom is deze keuze dan gemaakt?
Minister Sterk:
Ik heb het idee dat ik deze vraag al verschillende keren beantwoord heb.
Dat is omdat er gewoon dingen nodig zijn. We zullen de zorg
toekomstbestendig moeten maken en daarvoor zijn hervormingen nodig. Dat
is belangrijk. We hebben inderdaad een aantal forse keuzes te maken, die
we gewoon gaan voelen met elkaar. Ik wil daar ook niet voor weglopen.
Het is onze verantwoordelijkheid om dit niet terecht te laten komen bij
de zwakste mensen in de samenleving, en daarom moeten we die dingen in
beeld gaan brengen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik denk, met alle respect, dat de minister en ik niet zo veel gaan
voelen van de regeling waar we het nu over hebben. Dat is juist het
probleem. De mensen met een beperking, dus juist de zwakkeren, voor wie
de minister zegt op te komen, gaan dit voelen. Ik snap dus oprecht niet
waarom deze keuze is gemaakt, wetende wat we allemaal al met elkaar
weten. De minister noemde zonet ook de tegemoetkoming van 350 miljoen
die het kabinet ertegenover zet. Volgens mij heeft de VNG daarover al
eerder iets gezegd, bij de evaluatie van de regeling. De VNG was heel
kritisch over de uitvoerbaarheid van zo'n soort regeling via de
gemeenten. Erkent de minister dat?
Minister Sterk:
Ik herken volgens mij dat de VNG dat heeft gezegd, maar u wilt al gelijk
naar het eind van het proces rennen, door te constateren dat dit
bepaalde consequenties heeft. Ik wil gewoon graag dat wij als kabinet
eerst goed in beeld brengen wat de consequenties zijn, en we vervolgens
gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Daar zijn een aantal
mogelijkheden voor. Ik wil dat in ieder geval graag eerst afwachten
voordat we allerlei angsten veroorzaken bij mensen die daarin kwetsbaar
zijn. Ik begrijp dat je je afvraagt "wat gaat het voor mij betekenen?"
als je al die maatregelen ziet, maar daarom is het ook onze dure plicht
om dat eerst goed in beeld te brengen en vervolgens te kijken wat we
eraan kunnen doen.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de minister. Zijn daarmee alle vragen
beantwoord?
Minister Sterk:
Van dit blokje wel.
De voorzitter:
Dan komen we … Hoeveel blokjes hebben we nog?
Minister Sterk:
Ik heb nog twee blokjes.
De voorzitter:
Met het oog op de tijd zeg ik dat het helpt als we de vaart er een
beetje in houden, zodat we voor 16.30 uur ook de tweede termijn kunnen
doen. Ik hoor dat er een ordevoorstel is van mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter, het kan aan mij liggen, maar ik begin in een beetje in de
war te raken met alle blokjes. Dit is dus nog steeds het blokje
VN-verdrag Handicap, maar binnen dat blok zijn er nog twee blokjes? Of
zie ik dat verkeerd?
Minister Sterk:
Ja, dat klopt helemaal. Ik ben nu zelf bij het subblokje
werkagenda/VN-verdrag. Daar hebben we het zonet voor een deel al over
gehad. Daarna heb ik nog een blokje varia, maar dat mapje is niet zo
dik.
Mevrouw Wendel (VVD):
Oké, dan weet ik dat ik nog niet te laat ben met mijn vragen.
Minister Sterk:
Ik ga nu ook proberen om wat korter te antwoorden, voorzitter.
Mevrouw Westerveld had een vraag over de Lokale Inclusie Agenda. Wij
zien dat steeds meer gemeenten daar werk van maken. Desalniettemin
hebben nog niet alle gemeenten zo'n LIA, zoals het wordt genoemd. Daarom
heb ik subsidie verstrekt aan de VNG om te zorgen voor meer kennis, meer
samenwerking en meer praktische toepassing van het VN-verdrag, en om te
zorgen dat de VNG zich bestuurlijk gaat inzetten om gemeenten die nog
geen LIA hebben extra te enthousiasmeren en te stimuleren. U leest over
de voortgang hiervan in de eerste voortgangsbrief, eind 2026.
Dan was er een vraag van mevrouw Synhaeve over de gemeentelijke
verschillen. Een kenmerk van de Wmo is natuurlijk dat die decentraal
wordt uitgevoerd. Dat is ook enigszins wat wij willen. Tegelijkertijd
wil je ook geen hele grote verschillen. Op bepaalde onderwerpen, zoals
de zorgbeschikking — wordt die wel of niet langjarig afgegeven? —
proberen we die verschillen ook meer in beeld te krijgen. Maar in zijn
algemeenheid blijkt uit cliënttevredenheidsonderzoeken dat inwoners over
het algemeen best tevreden zijn over de zorg en ondersteuning die wordt
geboden vanuit de Wmo.
Mevrouw Synhaeve vroeg ook naar de landelijke standaardisering. Ik omarm
het belang van meer landelijke standaardisering op onderdelen die nu
onvoldoende werken. Dat bleek ook uit het Houdbaarheidsonderzoek Wmo
2015. De prioriteit ligt nu in eerste instantie bij verdere
standaardisering van inkoop en contractering. Daar valt nog best veel
winst te behalen, ook als het gaat om het verminderen van onnodige
administratieve lasten. In 2026 wordt verder vervolg gegeven aan de
verkenning van standaardisering van de productstructuur en de
uniformering van productcodes. Het doel is in ieder geval om te komen
tot een aanzienlijke verlichting van de administratieve lasten zodat er
ook maximale ruimte ontstaat voor goede zorg en ondersteuning. Dat voor
nu.
Mevrouw Wendel had vragen over het aanvraagproces voor werkvoorzieningen
en hulpmiddelen als het gaat over de juiste ondersteuning op de
werkplek. Dat zou eenvoudiger moeten worden. Ik zie ook dat dit
eenvoudiger zou moeten zijn. Het vorige kabinet heeft naar aanleiding
van een motie van het lid De Kort een brief aan de Kamer geschreven
daarover. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we willen gaan
verkennen hoe het re-integratiebeleid van gemeenten meer kan worden
geüniformeerd. Daarbij kijken we ook naar de voorzieningen die het UWV
verstrekt. De minister van Werk en Participatie gaat hiermee aan de
slag. Hij zal de Kamer voor de zomer over de invulling hiervan
informeren.
Mevrouw Synhaeve had ook vragen over lvb en hoe we ervoor kunnen zorgen
dat zij eerder in beeld komen. Ik heb al eerder vanmiddag aangegeven dat
ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we dat kunnen doen voordat
mensen onbedoeld in de problemen komen. Vanuit de Toekomstagenda zorg en
ondersteuning voor mensen met een beperking hebben mijn voorgangers en
ik de afgelopen jaren ingezet op meer bewustwording, kennisverspreiding
en -deling en vroegtijdige herkenning van deze doelgroep. Maatregelen in
de werkagenda moeten eraan bijdragen dat ook collega's uit het kabinet
daar meer hun verantwoordelijkheid in gaan nemen. Daarbij ligt de focus
op het bereiken van professionals in meerdere domeinen. Waar nodig
worden ook andere partijen en ervaringsdeskundigen betrokken bij de
concretisering, uitvoering en opvolging van die acties.
Mevrouw Synhaeve had ook een vraag gesteld over kinderen met een
beperking. Ook zij moeten mee kunnen doen en we moeten de overgang van
de jeugdzorg naar de volwassenzorg zo soepel mogelijk laten verlopen.
Daar zijn we inderdaad mee bezig. Dat gaat over het verbeteren van
kennis en expertise in de toegang en in de lokale teams die dit moeten
doen. In het kader daarvan loopt er ook een actieonderzoek langdurig en
levenslang. Hierover wordt de Kamer binnenkort geïnformeerd. Daarnaast
zijn het NJi en het Landelijk Kenniscentrum LVB bezig met een
handreiking toekomstgericht perspectiefplan, waarmee aan de hand van
langetermijndoelen een plan voor zorg en ondersteuning kan worden
gemaakt. Jeugd is ook onderdeel van de maatregelen uit de werkagenda,
onder andere wat betreft de overgangen tussen de zorgwetten.
Dan was er een vraag van mevrouw Maeijer en mevrouw Synhaeve hoe
buitenspeelplekken meer inclusief kunnen worden. Er zijn in de
werkagenda twee maatregelen opgenomen. De eerste is dat VWS subsidie
verstrekt aan Stichting het Gehandicapte Kind en Jantje Beton. Eind 2026
moet 70% van de gemeenten minimaal één inclusieve speeltuin hebben.
Uiterlijk in 2030 moet elke gemeente over minimaal één inclusieve
speeltuin beschikken. Dat is overigens ook de ambitie van Jantje Beton.
Daarnaast verkennen we hoe inclusiviteit een plek kan krijgen in de
ontwikkeling van groenblauwe schoolpleinen. Vanuit mijn vorige rol weet
ik dat dit best al heel veel gebeurt. Het zou heel mooi zijn om dat
daaraan te koppelen. De voortgang, inclusief financiën, de haalbaarheid
en de moties van de leden Leijten en Van Nispen en die van het lid
Maeijer, wordt met regelmaat besproken met de Stichting het Gehandicapte
Kind en Jantje Beton.
Het lid Van Dijk vroeg wat er redelijkerwijs van mantelzorgers verwacht
mag worden bij mensen die veel professionele hulp nodig hebben. Bij de
begroting hebben we met elkaar gesproken over het belang van mantelzorg,
zeker als we die beweging naar de voorkant willen maken. Mantelzorgers
leveren een heel belangrijke en waardevolle bijdrage. Het is geen
vervanging van formele zorg; we moeten oppassen met die suggestie.
Daarom is het van belang dat er vanuit de formele zorg oog is voor de
draagkracht en draaglast van mantelzorgers bij zorg en ondersteuning en
dat er ook ruimte is voor mantelzorgers om aan te geven wat hun grenzen
en mogelijkheden zijn. Vanuit de Mantelzorgagenda zet ik in op
verschillende acties om de gelijkwaardige samenwerking tussen
mantelzorgers en de formele zorg te bevorderen.
Mevrouw Maeijer vroeg wat we verwachten van het netwerk en of het alle
extra zorgvragen oppakt. Ook vroeg zij wat ik extra van plan ben om
mantelzorgers te ondersteunen. Er komt sowieso een reactie op het
SER-rapport, in lijn met de motie-Struijs. Daarover zal de Kamer ook
rond de zomer geïnformeerd worden. Verder zijn we bezig met een
werkagenda, waarin dit ook een plek krijgt.
Mevrouw Westerveld sprak over de stand van zaken wat betreft de
motie-Westerveld/Patijn over langdurig ziekteverlof voor ouders van
ernstig zieke kinderen. De vorige minister van SZW is naar aanleiding
van die motie eind januari op bezoek geweest bij de Vereniging
Kinderkanker Nederland. Op dit moment wordt er vanuit dat ministerie en
in afstemming met andere betrokken partijen gewerkt aan een
probleemverkenning en mogelijke oplossingsrichtingen.
Mevrouw Tijmstra vroeg naar respijtzorg. Ze vroeg of er wordt gewerkt
aan een landelijke aanpak. Daarover kan ik zeggen dat er in de
werkagenda en in het HLO afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld over een
regionale invulling van logeerzorg, om de respijtzorg beter te
organiseren. Ik vind het ook belangrijk dat we op regionaal niveau
kijken wat er nodig is en dat het aanbod aansluit op de behoeftes van
mantelzorgers en hun naasten. Het gaat dus niet alleen om aantallen,
maar ook om de vorm waarin je dat organiseert. Het doel is dus ook niet
om tot een basisaantal logeerplekken te komen, maar vooral om met elkaar
te verkennen welke vorm nou passend is bij de vraag van mantelzorgers.
In de voortgangsbrief over het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zal ik de
Kamer informeren over de stand van zaken rond de regionale invulling van
logeerzorg. Over de voortgang van de acties uit de werkagenda zal ik u
nog voor de zomer informeren.
Dan was er vanuit GroenLinks-PvdA en de PVV gevraagd naar de
herindicaties. Er is op dit moment geen juridische belemmering vanuit de
Wmo om indicaties voor de langere termijn af te geven. Wij stimuleren op
dit moment met de VNG de gemeenten om maatwerk te leveren bij
indicatiestellingen. We zien dat steeds meer gemeenten, gelukkig, zeg ik
dan maar, langdurig beschikken. Voor budgethouders met een
persoonsgebonden budget vanuit de Zvw is het mogelijk om een toekenning
van langer dan twee jaar te ontvangen. Die toekenning kan zelfs verlengd
worden tot maximaal vijf jaar. Dit wordt gemonitord. Ook is hier de
Handreiking verlengde toekenning Zvw-pgb voor opgesteld. Dit geldt niet
voor de kindzorg, omdat de situatie van kinderen vaak wel verandert.
Indicaties voor de Wlz zijn levenslang geldig en hoeven daarom niet
verlengd te worden. Wanneer de zorgvraag groter wordt, kan met een
herindicatie wel een hoger zorgprofiel worden aangevraagd. In het HLO is
opgenomen dat het proces van herindicaties bij het CIZ vereenvoudigd
wordt met een vermindering van administratieve lasten.
Voorzitter. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Westerveld
vroeg nog naar de European Disability Card. Er wordt op dit moment
gewerkt aan de implementatie daarvan. Het doel is om de kaart in juni
2028 in Nederland te kunnen uitgeven. We werken daarvoor nauw samen met
ervaringsdeskundigen, de vertegenwoordigende organisaties van mensen met
een beperking, de acceptanten van de kaart en de beoogde
uitvoeringsorganisatie. Dat gaat de komende periode verder worden
uitgewerkt. U ontvangt de voortgang bij de eerste voortgangsbrief
daarover, eind 2026.
Tot slot. Mevrouw Maeijer had nog vragen over de uitvoering van de
motie-Agema. Bij de uitvoering van die motie is het wel echt van belang
dat we daar zorgvuldig naar kijken, want het doelgroepenvervoer is best
wel een complex veld; Valys is daar natuurlijk maar één aspect van. Het
is ook belangrijk om te kijken naar de knelpunten die zouden kunnen
ontstaan als we dit zouden uitvoeren. Daar zijn we nu dus ook naar aan
het kijken. Daarnaast loopt er een verkenning naar de publieke
mobiliteit. Die gaat veel meer over de vraag hoe we mobiliteit integraal
voor iedereen toegankelijk kunnen maken; dat is waar je uiteindelijk
naartoe zou willen. De vraag is wat er tot die tijd nodig is. We doen er
dus nader onderzoek naar. De uitkomsten van dit onderzoek zullen we nog
dit voorjaar naar uw Kamer sturen.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Maeijer, uw laatste interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik had nog een vraag over de herindicaties. In mijn bijdrage citeerde ik
uit het coalitieakkoord. Daarin staat: "(…) we stoppen met het
doorgeslagen indicatiecircus: niemand hoeft zijn chronische ziekte of
beperking meer periodiek aan te tonen." In de beantwoording schetst de
minister wat nu al kan. Welke aanvullende acties kunnen we dan van de
minister verwachten? Deze zinnen waren immers best wel stellig. Ik snap
wat er nu al kan, maar dat is volgens mij niet wat hier staat.
Minister Sterk:
Volgens mij hebben we in de afgelopen periode vooral goede voorbeelden
opgehaald. Ik geloof dat in 199 gemeenten is gekeken hoe zij dat doen.
Wij zien overigens ook dat gemeenten al veel kunnen. Het is belangrijk
om die goede voorbeelden nu op te schalen en uit te breiden, zodat het
voor mensen echt gaat werken en ze niet elke keer een aanvraag hoeven te
doen terwijl dat niet per se noodzakelijk is.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Wendel. Heeft zij nog een vraag? Zij denkt
dat de minister daar nog op ingaat. Oké. Dan is het woord aan de heer
Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb nog één vraag openstaan over het pgb. Naturazorg wordt
voorliggend. Mijn vraag is: kunnen wij ervan opaan dat pgb-houders of
toekomstige pgb-houders niet door toekomstige wetgeving worden gedwongen
tot het ontvangen van naturazorg ten koste van hun pgb? Dat was mijn
vraag.
De voorzitter:
Dat was uw laatste interruptie. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Sterk:
Ik kon me eigenlijk wel vinden in de woorden van het lid Wendel. Zij gaf
het ook aan: zorg in natura is voorliggend, maar voor mensen voor wie
het echt een goede oplossing is, moet het in de toekomst mogelijk
blijven. Maar wel in die volgorde.
De voorzitter:
Het laatste blokje. De minister.
Minister Sterk:
Ik heb hier nog vijf vragen liggen. Ik hoop dat de mensen die nog een
antwoord verwachten dat hierin zullen vinden.
Ik ga eerst in op een vraag van mevrouw Westerveld. Stel dat iemand die
afhankelijk is van beademingsapparatuur, te maken krijgt met
stroomuitval. Wat is wat dat betreft precies de stand van zaken van het
plan van aanpak? Ik begrijp dat heel goed. Het idee dat dat zou kunnen
gebeuren terwijl je daarvan afhankelijk bent, lijkt me ook heel
beangstigend. Het ministerie start op zeer korte termijn een
marktconsultatie om te onderzoeken welke locaties op dit moment over de
nodige voorzieningen beschikken en wat daarmee kan. De eerlijkheid
gebiedt wel te zeggen dat het een zeer complex vraagstuk is, want het
gaat om heel veel verschillende hulpmiddelen, en mogelijk vragen die ook
om verschillende oplossingen. Het begint echter bij het agenderen van
het vraagstuk, en dat heeft u volgens mij gedaan. We zullen u voor de
zomer informeren over de stand van zaken.
Mevrouw Maeijer had een vraag over de uitvoering van de
motie-Thiadens/Krul over het mogelijk maken van het modulair aanpassen
van een auto voor kleine mensen. Naar aanleiding van deze motie heeft
met betrokken organisaties en ervaringsdeskundigen een rondetafelgesprek
plaatsgevonden. Er zijn een aantal stappen verkend om het modulair
aanpassen van de auto beter te faciliteren. Daar zijn drie vervolgacties
uit voortgekomen. De eerste is dat wordt onderzocht hoe men in de
omliggende landen omgaat met modulair aanpassen om zo de good practices
in beeld te krijgen. De tweede is dat wordt onderzocht of een pilot
mogelijk is, waarbij erkende bedrijven bepaalde aanpassingen kunnen
uitvoeren zonder tussenkomst van de RDW. De derde: belangenorganisaties
gaan actief lobbyen voor het meenemen van modulaire aanpassingen in de
eisen voor een Europese typegoedkeuring. Met deze stappen wordt verkend
hoe we die modulaire aanpassing op een veilige, maar ook werkbare manier
beter mogelijk kunnen maken.
Mevrouw Maeijer had ook een vraag over de toegankelijkheid van
bushaltes. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat het openbaar
vervoer voor iedereen toegankelijk is. Dat begint in ieder geval bij de
bushalte. Het Rijk heeft daarover met de betrokken partijen in het
Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer afspraken gemaakt. Voor
het uitvoeren daarvan staan de wegbeheerders aan de lat. De
staatssecretaris van IenW bespreekt de voortgang van de in het
bestuursakkoord gemaakte afspraken met de betrokken partijen.
En daar komt ie dan: mevrouw Wendel had een vraag over het
toegankelijkheidslabel. Het ministerie van VRO geeft aan dat het
invoeren van een verplicht toegankelijkheidslabel kostenverhogend werkt,
een nieuw toezicht- en controlesysteem vergt en constructief best
ingewikkeld is vanwege de grote diversiteit aan beperkingen.
Tegelijkertijd geeft een label inhoudelijk geen ander
handelingsperspectief voor gebouweigenaren dan een toets aan de
vrijwillige NEN-norm. Ook pakt een toegankelijkheidslabel grof uit en
zegt het weinig als dat in een index, cijfer of letter wordt uitgedrukt.
Uiteraard mogen marktpartijen zelf een toegankelijkheidslabel
ontwikkelen, maar een verplichting gaat wel heel ver. Het is namelijk
best wel complex. De toegankelijkheid van publieke gebouwen neem ik in
ieder geval wel mee in mijn gesprekken met VRO over de uitvoering van de
werkagenda van het VN-verdrag.
Ten slotte, voorzitter — hierna mogen de interrupties pas, geloof ik —
heb ik nog een vraag van mevrouw Westerveld over de spraakcomputers.
Formeel gezien valt deze vraag onder de verantwoordelijkheid van mijn
collega, maar er is eenheid van het kabinet, dus ik zal deze
beantwoorden. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat iedereen met
een spraakfunctiestoornis toegang heeft tot een passend hulpmiddel om
deel te kunnen uitmaken van de samenleving. Ik begrijp dat dat nu nog
niet altijd het geval is voor mensen die hier via de Zorgverzekeringswet
aanspraak op willen maken. Dat komt onder andere doordat
zorgverzekeraars de aanspraak nog verschillend interpreteren. De
minister van VWS is nu in gesprek met alle partijen, waaronder de
zorgverzekeraars, om tot een oplossing te komen. Ze zal de Kamer
daarover rond de zomer informeren.
Ik ben aan het einde van mijn blaadjes gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de Kamerleden. Mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Vanuit de VVD hebben wij de
afgelopen jaren best wel gedrukt op het toegankelijkheidslabel, zeg ik
in alle eerlijkheid. Dat gaat echt om publieke gebouwen. Wij denken dat
als we zo'n label toepassen op gebouwen als deze, je een veel betere
motivatie hebt om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat iedereen die hier
vandaag aanwezig wil zijn, hier ook binnen kan zijn. Het is dus echt een
trigger. Ik wil de minister vragen om dit mee te nemen in de gesprekken
met de minister van VRO, en dan specifiek voor publieke gebouwen.
Minister Sterk:
Ik zal het meenemen. Het gaat volgens mij ook om de Rijksgebouwendienst.
Volgens mij zijn we daar onderdeel van. De ervaring van vandaag vind ik
ook een reden om dat met de minister van VRO te spreken.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. In dat
kader geef ik graag mevrouw Westerveld het woord.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor alle antwoorden. Wat fijn
dat er nog zoveel mensen hier op de tribune zitten. Het is best een hele
lange zit voor ons allemaal en het gaat over heel veel verschillende
onderwerpen. Dank aan de minister voor alle antwoorden, maar ik ben over
een aantal onderwerpen nog niet helemaal gerustgesteld. Een daarvan
betreft de sluiting van de locaties van ExpertCare. We weten namelijk al
dat er enorme wachtlijsten zijn. Ik hoor van mensen die nauw betrokken
zijn signalen dat veel personeelsleden weggaan. Dat begrijp ik ook. Als
je hoort dat je locatie gaat sluiten, ga je een andere baan zoeken. Ik
vraag me echt af wat er met deze families gaat gebeuren als er geen
oplossing komt. Met mevrouw Dobbe en mevrouw Bikker heb ik daar
afgelopen week al een motie over ingediend. Daar stemmen we morgen over.
Die motie vraagt de minister om in te grijpen en ervoor te zorgen dat er
een oplossing voor de lange termijn komt. Verder heb ik mijn zorgen in
de eerste termijn al goed genoeg naar voren gebracht, denk ik.
Voorzitter. Ik heb drie moties, en die ga ik snel oplezen. De eerste
gaat over de tarieven.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in 2025 en 2026 extra geld is toegevoegd aan het
Wlz-budget om te komen tot kostendekkende tarieven voor de
gehandicaptenzorg, op basis van kostprijsonderzoeken door de NZa;
constaterende dat zorgkantoren vanuit hun verantwoordelijkheid voor
doelmatige zorg al een doelmatigheidskorting op de kostendekkende
tarieven toepassen;
overwegende dat de Wlz-tariefmaatregelen voor de gehandicaptenzorg in
2027 neerkomen op een bezuiniging van 158 miljoen euro en oplopen tot
een bezuiniging van 248 miljoen euro in 2031;
overwegende dat deze tariefmaatregelen direct ten koste gaan van de
kwaliteit van zorg, leiden tot zorgverschraling en dat de tarieven met
deze kortingen onder de kostprijs belanden;
van mening dat zorgtarieven kostendekkend behoren te zijn;
verzoekt de regering om kostendekkende tarieven in de gehandicaptenzorg
te garanderen en af te zien van niet-onderbouwde
tariefmaatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en
Bikker.
Zij krijgt nr. 160 (36800-XVI) (#2).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Deze ondertekening geldt ook voor mijn andere moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volwassenen en gezinnen met ernstig meervoudig
beperkte kinderen in 2026 onverwacht werden geconfronteerd met een
afwijzing voor meerzorg, terwijl de hulpvraag onveranderd of zelfs
verslechterd is;
constaterende dat in september de Kamer unaniem de motie-Westerveld c.s.
steunde, die de regering oproept een oplossing te vinden die leidt tot
zekerheid op de korte en lange termijn;
verzoekt de regering om gezinnen rust en zekerheid te geven door te
zorgen dat tot ten minste 2027 coulance wordt verleend aan gezinnen en
cliënten van wie de aanvraag is afgewezen;
verzoekt de regering tevens om het definitieve beleidskader meerzorg in
samenspraak met cliënten en belangenorganisaties voor cliënten vast te
stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en
Dobbe.
Zij krijgt nr. 161 (36800-XVI) (#3).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik naar de derde motie. Ik zet even de namen van de twee
collega's erbij. De derde motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel overheidsgebouwen ontoegankelijk zijn voor mensen
met een beperking;
constaterende dat al in 2022 de motie-Westerveld is aangenomen die gaat
over het toegankelijk maken van schoolgebouwen;
overwegende dat niet alleen schoolgebouwen, maar alle overheidsgebouwen
toegankelijk horen te zijn;
verzoekt de regering om te regelen dat de overheid en overheidsdiensten
bij tussentijds onderhoud, nieuw- of verbouw altijd voldoen aan de
Europese normen voor toegankelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en
Dobbe.
Zij krijgt nr. 162 (36800-XVI) (#4).
Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Westerveld vragen of zij tijdelijk het
voorzitterschap over zou willen nemen.
Voorzitter: Westerveld
De voorzitter:
Yes. Het woord is aan mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle mensen die er vandaag bij waren en
die dit online gevolgd hebben. Dank ook aan de mensen waarmee ik in de
schorsing langer heb mogen spreken. Ik wil via deze weg graag aangeven
dat ik de onzekerheid en zorgen ook met jullie meevoel; die onzekerheid
is verschrikkelijk. Het is daarom juist heel belangrijk, ook vanuit ons,
om ervoor te zorgen dat er snel duidelijkheid komt.
Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik vind het
heel belangrijk om nog een keer te benoemen dat de invulling van de
keuzes die we maken samen met de sector tot stand komt. Daarbij hebben
we ook oog voor de enorme diversiteit binnen de sector. Ik heb de
minister ook die toezegging horen doen. Dat is dus heel fijn. Wij zullen
daar natuurlijk scherp op zijn de komende tijd.
Voorzitter, afrondend. Voorop staat dat mensen met een beperking
volwaardig mee moeten kunnen doen en dat zij de zorg krijgen die nodig
is, nu en in de toekomst. Dat is ons principiële uitgangspunt en daar
mag u mij, ook in de toekomst, op blijven bevragen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik geef het woord terug aan mevrouw Synhaeve, die dus nu weer de
voorzitter is. O, daarvoor heeft mevrouw Dobbe nog een vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Stel dat de sector, stel dat de medewerkers en de patiënten in de
gehandicaptenzorg nu zeggen: dit kan niet zonder dat de kwaliteit
eronder lijdt, de personeelstekorten toenemen en de wachtlijsten
toenemen. Wat betekent dat dan voor de steun van D66 voor deze
bezuinigingsplannen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ons uitgangspunt is dat de kwaliteit juist omhoog moet gaan de komende
tijd en dat we juist op die manier de toegankelijkheid van zorg willen
garanderen. Dus als wij keuzes maken waaruit blijkt dat het juist tot
een lagere kwaliteit van zorg leidt, dan moeten we andere keuzes maken
met elkaar. Maar daar zie ik op dit moment nog geen aanleiding
toe.
De voorzitter:
Ik geef het woord nu weer terug aan mevrouw Synhaeve, die nu dus weer
opnieuw de voorzitter wordt.
Voorzitter: Synhaeve
De voorzitter:
Ik ben ook even zoekend. Bij dezen geef ik graag het woord aan mevrouw
Maeijer voor haar inbreng in de tweede termijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Ook van mijn kant dank aan de minister en de
ambtenaren voor de beantwoording van de vele vragen. Ik richt vooral een
bijzonder woord van dank aan de mensen hier op de publieke tribune.
Velen zijn nog gebleven. Dank daarvoor. Het is een lange zit, niet
alleen voor ons maar zeker ook voor jullie.
Voorzitter. Ik hoor de minister veel mooie woorden spreken over de
gehandicaptenzorg, maar onder aan de streep zet ze de bezuinigingen
gewoon door. Daarom de volgende moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om niet te bezuinigen op de
gehandicaptenzorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 163 (36800-XVI) (#5).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering in overleg te treden met de gehandicaptensector en
voor het zomerreces 2026 een plan van aanpak te presenteren om de
administratievelastendruk verder te verminderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 164 (36800-XVI) (#6).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Ik kom terug op het antwoord van de minister op mijn vraag
over de toegankelijke speelplekken, naar aanleiding van een bericht van
Jantje Beton. Ik weet dat er hard aan gewerkt wordt, maar zij geven
specifiek aan dat zij voor hun ambitie meer financiële middelen nodig
hebben en dat ze daar binnenkort op de lijn voor komen bij het
ministerie. Daar ging de minister niet op in, en daarom de volgende
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Jantje Beton de ambitie heeft om in iedere gemeente
minimaal één toegankelijke speelplek te realiseren;
verzoekt de regering financiële middelen ter beschikking te stellen voor
het realiseren van toegankelijke speelplekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 165 (36800-XVI) (#7).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, tot slot mijn laatste motie. Ik denk dat veel mensen hier
vandaag hebben gesproken over het mooie werk dat verzet wordt in de
gehandicaptenzorg. Eigenlijk zouden we het daar wat vaker over moeten
hebben, was de conclusie. Ik denk dat dat heel mooi is en het zou ook
mooi zijn als dat werk zichtbaarder zou zijn, niet alleen voor ons maar
eigenlijk voor heel Nederland. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om op korte termijn een financiële bijdrage te
leveren aan de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland ten behoeve van
een campagne om de gehandicaptenzorg meer zichtbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 166 (36800-XVI) (#8).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel. Ook dank aan de voorzitter.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Wendel, die afziet van haar tweede
termijn. Dan kijk ik naar de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik had
drie moties. Een daarvan was in verband met de rolstoelplekken, maar ik
begrijp dat ambtsgenoot Bikker daar ook een prachtige motie, hopelijk
met Kamerbrede steun, voor heeft klaarliggen, dus ik hou twee moties
over. Die ga ik voorlezen.
De eerste motie gaat over de mantelzorg, waar wij een groot voorstander
van zijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om respijtzorg te borgen voor mantelzorgers die
zorgen voor iemand met een 24/7 intensieve zorgbehoefte, en dit proces
samen met mantelzorgers of hun belangenbehartigers vorm te geven om zo
te komen tot een passend aanbod,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 167 (36800-XVI) (#9).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter. Mijn laatste motie gaat over het pgb. Ik vond het antwoord
van de minister heel eerlijk. Ik zag mensen op de publieke tribune
terecht verontrust kijken, want er gaat bezuinigd worden op het pgb. Dat
bleek ook wel uit de beantwoording, want als je zorg in natura
voorliggend maakt, dan eindig je natuurlijk met bezuinigingen op het
pgb. Dat willen wij niet, dus vandaar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord "naturazorg" wordt beschouwd
als "voorliggend op het pgb";
overwegende dat het pgb juist bedoeld is om zorgbehoevenden zo veel
mogelijk vrijheid te geven om zélf hun zorg vorm te kunnen geven;
overwegende dat dit laatste extra belangrijk is in een zorglandschap
waar het voor kleine aanbieders moeilijker en moeilijker wordt om een
contract af te sluiten met een zorgverzekeraar of gemeente;
verzoekt de regering er bij nieuwe wetgeving op toe te zien dat de
keuzevrijheid voor pgb in alle zorgwetten geborgd blijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 168 (36800-XVI) (#10).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In het coalitieakkoord is opgenomen dat er een
bestuurlijk akkoord met de sector gesloten wordt. In mijn eerste termijn
heb ik vooral willen meegeven dat het CDA het belangrijk vindt dat dat
volgens de inhoudelijke lijn uitgewerkt wordt, omdat dat voor een
transformatie in de sector zorgt die nodig is. Dat moet je doen samen
met alle partijen, samen met zorgverleners. Iedereen in het veld die ik
gesproken heb, heeft ook allerlei echt goede ideeën aangedragen over hoe
je de gehandicaptensector kan helpen om toekomstbestendig te worden. Om
dat mee te geven aan de minister, heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige personeelstekort van circa 8.700
medewerkers in de gehandicaptenzorg volgens de prognose kan oplopen tot
circa 20.300 in 2035;
constaterende dat de gehandicaptenzorgsector aangeeft dat het verlagen
van tarieven de druk op de sector verder kan vergroten;
overwegende dat het daarom nodig is de groei van de zorgvraag af te
remmen om de gehandicaptensector toegankelijk en werkbaar te
houden;
overwegende dat veranderingen in de gehandicaptenzorg er juist op
gericht moeten zijn dat mensen met een beperking meer onderdeel zijn en
blijven van de samenleving;
overwegende dat het verminderen van de groei van de zorgvraag ook helpt
om de werkdruk in de sector tegen te gaan;
overwegende dat voorbeelden uit de praktijk en onderzoek laten zien dat
vermindering van de zorgvraag mogelijk is door in te zetten op tijdig
signaleren, het gezin goed ondersteunen en het anders organiseren van
zorg en ondersteuning;
verzoekt de regering samen met de gehandicaptenzorgsector een
inhoudelijk akkoord te sluiten, dat gericht is op het verminderen van de
stijging van de zorgvraag,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijmstra.
Zij krijgt nr. 169 (36800-XVI) (#11).
Dank u wel. De heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de minister voor de gegeven
antwoorden. Het volgende schoot even door mijn hoofd. We kennen allemaal
het bekende raadseltje: "Hoeveel haren kun je uit een paardenstaart
trekken voordat het geen paardenstaart meer is?" Enigszins vergelijkbaar
is de vraag: "Hoeveel ombuigingen kun je doorvoeren in de
gehandicaptenzorg voordat het geen fatsoenlijke zorg meer is?" Wat mij
betreft blijven we heel ver weg van het beantwoorden van die
vraag.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de gehandicaptenzorg een veelheid aan lopende
trajecten bestaat die leidt tot versnippering van beleid en een gebrek
aan samenhangende visie;
overwegende dat deze versnippering het voor zorgaanbieders en andere
betrokken partijen moeilijk maakt om te werken aan een
toekomstbestendige inrichting van de gehandicaptenzorg;
overwegende dat verschillende veldpartijen, waaronder Zorgverzekeraars
Nederland, reeds in gesprek zijn om te komen tot landelijke afspraken en
een integrale koers voor de gehandicaptenzorg;
verzoekt de regering om samen met veldpartijen te komen tot een
integrale toekomststrategie voor de gehandicaptenzorg met een duidelijke
koers en landelijke afspraken, en de Kamer hierover nader te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie en
Bikker.
Zij krijgt nr. 170 (36800-XVI) (#12).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg groot
is en zorgaanbieders zoeken naar creatieve oplossingen om medewerkers te
werven en te behouden;
overwegende dat woon-zorgconcepten waarin zowel cliënten als medewerkers
wonen, kunnen bijdragen aan nabijheid van zorg en het binden van
personeel aan de sector;
overwegende dat dergelijke concepten de druk op de lokale woningmarkt
kunnen verlichten en een bijdrage kunnen leveren aan het bredere
huisvestingsvraagstuk;
verzoekt de regering om, samen met de minister van Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening, te stimuleren dat woon-zorgconcepten waarbij
cliënten en zorgmedewerkers nabij of in dezelfde instelling wonen
expliciet worden meegenomen in lokale huisvestingsplannen en
woonvisies,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie en
Bikker.
Zij krijgt nr. 171 (36800-XVI) (#13).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de antwoorden.
Tegelijkertijd ben ik niet gerustgesteld over het traject dat deze
coalitie wil volgen met de bezuinigingen in de gehandicaptenzorg. Eerder
heb ik met collega's Klaver en Dijk een motie ingediend om niet te
bezuinigen op de gehandicaptenzorg, die ik heb aangehouden. Ik ga nu
alsnog vragen om die in stemming te brengen. Drie keer is scheepsrecht.
We hebben het een aantal keer geprobeerd. Dan moeten we maar met een
Kameruitspraak verder.
Daarnaast heb ik twee andere moties. De een ziet op het tekort aan
medewerkers in de gehandicaptenzorg. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat mensen die werken in de gehandicaptenzorg niet zelden de
overstap maken naar een andere zorgsector zoals de ouderenzorg, omdat
daar de werkdruk lager is en het werk meer loont;
overwegende dat er nu al een fors tekort is aan personeel in de
gehandicaptenzorg en dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg;
verzoekt de regering de verschillen in cao's tussen de gehandicaptenzorg
en de ouderenzorg in beeld te brengen, op basis van daadwerkelijke
belasting, beloning en secundaire arbeidsvoorwaarden, de Kamer hier in
de zomer 2026 over te informeren en op basis daarvan een plan te
ontwikkelen om werken in de gehandicaptenzorg aantrekkelijker te
maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld en Diederik
van Dijk.
Zij krijgt nr. 172 (36800-XVI) (#14).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik eindig met waarmee ik begon, namelijk dat ik vind dat
deze Kamer toegankelijk moet zijn voor eenieder, zeker als we een debat
over gehandicaptenzorg voeren. Daarom een motie namens alle hier
aanwezige woordvoerders.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Tweede Kamercommissiezalen plek is voor maar
twee rolstoelen;
overwegende dat de Kamer daarmee onvoldoende toegankelijk is;
verzoekt het Presidium om voorstellen ter verbetering te doen en voor
het volgende debat Gehandicaptenbeleid aanpassingen te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld, Synhaeve,
Van Houwelingen, Wendel, Tijmstra, Diederik van Dijk, Dobbe, Ten Hove en
Maeijer.
Zij krijgt nr. 173 (36800-XVI) (#15).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat was 'm, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Hele goede moties van mevrouw Bikker. De conclusie van dit
debat die bij mij blijft hangen, is dat de bezuinigingen op de
gehandicaptenzorg voor dit kabinet vaststaan, terwijl we nu al weten dat
mensen hier de dupe van worden. Dat zijn dus de mensen die de zorg
moeten verlenen en de mensen die de zorg krijgen. Dat weten we nu al.
Dit gaat grote problemen geven. Dat weet de minister ook, want we hebben
het er hier net urenlang over gehad. Zij heeft als het goed is dezelfde
verhalen, dezelfde waarschuwingen en dezelfde signalen gekregen van al
die organisaties, al die zorgverleners en al die mensen met een
beperking die we allemaal hebben ontvangen tijdens en voor dit debat.
Dat weet deze minister dus ook. De sector mag nog even meepraten, maar
dat is het dan, want de bezuinigingen staan vast. Deze bezuinigingen
toch doorzetten, vind ik echt onverantwoord beleid. Ik zou het zelfs
onfatsoenlijk willen noemen. Daarom steunen de voorstellen die in dit
debat zijn gedaan door onder anderen mevrouw Bikker om de bezuinigingen
van tafel te halen en mevrouw Westerveld om niet door de bodem te zakken
met de gehandicaptenzorg. De Kamer is nu namelijk aan zet. De oppositie
is nu aan zet. We weten nu allemaal dankzij de heer Van Dijk dat we niet
oneindig veel haren in een paardenstaart hebben. Daar moeten we dus wat
aan doen.
Ik heb zelf nog een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het regeerakkoord meerdere plannen staan op het
gebied van de zorg en de sociale zekerheid die naar verwachting effecten
hebben op de positie van mensen met een beperking;
overwegende dat de positie van mensen met een beperking volgens het
standstillprincipe van het VN-verdrag Handicap niet achteruit mag
gaan;
verzoekt de regering om onafhankelijk in kaart te laten brengen wat de
gevolgen van het maatregelenpakket uit het regeerakkoord zijn voor de
positie van mensen met een beperking en hoe zich dit zich verhoudt tot
het standstillprincipe van het VN-verdrag Handicap, voordat deze
maatregelen worden doorgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove,
Westerveld en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 174 (36800-XVI) (#16).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland nog forse stappen moet zetten om mensen met
een beperking volwaardig mee te kunnen laten doen en om te kunnen
voldoen aan het VN-verdrag Handicap;
overwegende dat het echter onduidelijk is welk budget beschikbaar is
voor de werkagenda die hiervoor moet zorgen;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk budget er is
vrijgemaakt in de begrotingen van de verschillende departementen voor de
Werkagenda VN-verdrag Handicap I en de monitoring daarvan en in hoeverre
dit voldoende is voor de vastgestelde ambities,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove,
Westerveld en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 175 (36800-XVI) (#17).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit het recente rapport over de naleving van het
VN-Vrouwenverdrag blijkt dat Nederland onder andere tekortschiet als het
gaat om de positie van vrouwen met een beperking;
overwegende dat zij met name problemen zien op het gebied van armoede,
werkloosheid en seksueel en gendergerelateerd geweld bij vrouwen met een
beperking;
verzoekt de regering om op basis van de aanbevelingen uit het rapport
over het VN-Vrouwenverdrag plannen te maken om de positie van vrouwen
met een beperking te verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 176 (36800-XVI) (#18).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van het Nibud blijkt dat mensen met een
beperking te maken hebben met meerkosten die kunnen oplopen tot
duizenden euro's per jaar, terwijl zij vaak juist een lager inkomen
hebben;
overwegende dat er gemeentelijke regelingen bestaan om mensen met een
beperking te ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van meerkosten,
maar dat er grote verschillen bestaan tussen gemeenten in waar mensen
aanspraak op kunnen maken;
verzoekt de regering om in overleg met mensen met een beperking een
wettelijk basisniveau vast te leggen van gemeentelijke regelingen voor
mensen met een beperking,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 177 (36800-XVI) (#19).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn zijde vandaag geen moties. Wel moet mij
van het hart dat ik allerminst gerustgesteld ben over de toekomst en de
houdbaarheid van de gehandicaptenzorg. Ik begon mijn betoog met donkere
wolken. Voor mij is de lucht vandaag niet geklaard. Ik wil de minister
met alles wat we vandaag hebben ingebracht op pad sturen en aan het werk
zetten. Ga het gesprek aan met uw collega's in het kabinet. Sta op voor
de gehandicaptenzorg. Vecht om die bezuinigingen zo veel als mogelijk
van tafel te krijgen totdat u inzicht heeft in de gevolgen ervan. Laat u
niet beperken in uw taak om het andersom te doen. Kijk naar wat het
oplevert alvorens te kijken naar wat het kost.
Dank u wel.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb met veel plezier vandaag naar collega Ten Hove geluisterd, ook
naar haar inzet. Er liggen de komende dagen een paar moties voor om de
bezuinigingen in de gehandicaptenzorg te verminderen of niet door te
laten gaan. Eén daarvan is van mij. Ik ben heel benieuwd hoe de Groep
Markuszower daarnaar kijkt. Bent u bereid om daarvoor te stemmen, zodat
we die bezuinigingen van tafel krijgen?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik ga er in ieder geval alles aan doen om de neuzen morgen in de
vergadering dezelfde kant op te krijgen. Ik kan hier geen harde
toezegging doen, maar ik ga alles doen wat in mijn vermogen ligt om dat
te kunnen steunen.
De voorzitter:
Zoals u allen hebt kunnen zien, is het me niet gelukt om om 16.30 uur af
te ronden. Ik begrijp van de minister dat zij vijf minuten voorbereiding
nodig heeft. Ik stel voor dat wij iets voor kwart voor verdergaan. Het
gaat dan dus om 16.45 uur. We sturen erop aan zeker om 17.00 uur klaar
te zijn.
De vergadering wordt van 16.38 uur tot 16.47 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Wij gaan verder met de tweede termijn van
de zijde van het kabinet. We gaan weer aan de slag. Ik kijk naar het
kabinet om de achttien ingediende moties te appreciëren, met
uitzondering van de motie op stuk nr. 173, want dat is een oproep aan
het Presidium.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst de moties behandelen. Er zijn
weinig nieuwe vragen gesteld. Daarna zal ik dit commissiedebat
afsluiten.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 160 van het lid Westerveld over het
kostendekkend houden van de tarieven voor de gehandicaptenzorg. Ik geef
die oordeel Kamer. We moeten namelijk altijd de kostendekkendheid in de
gaten houden.
De motie op stuk nr. 161, ook van het lid Westerveld, over de gezinnen
met meerzorg wil ik ontraden. De uitvoering van die meerzorg ligt
namelijk bij de zorgkantoren. Ik heb gewoon geen bevoegdheid ten aanzien
van het kader. Ik ben wel verantwoordelijk voor de verduidelijking van
de regelgeving. Dat hebben we ook net in de eerste termijn
gewisseld.
De motie op stuk nr. 162 over de toegankelijkheid van overheidsgebouwen
wil ik ontraden, want de motie gaat wel heel ver. Ik heb net in de
eerste termijn wel toegezegd dat ik dit onderwerp mee zal nemen in mijn
gesprek met de minister van VRO dat ik zal voeren over de
werkagenda.
Dan de motie op stuk nr. 163 van het lid Maeijer om niet te bezuinigen
op de gehandicaptenzorg.
De voorzitter:
Een ogenblikje. We hebben een vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die gaat over de motie op stuk nr. 162. De minister zegt: die gaat wel
heel ver. Ik vraag me dan af wat er heel ver gaat, want de motie
verzoekt vooral om ons aan de Europese normen van toegankelijkheid te
houden.
Minister Sterk:
De motie gaat over het regelen dat er bij tussentijds onderhoud, nieuw-
en verbouw altijd voldaan moet worden aan de Europese normen voor
toegankelijkheid. Ik ga daar in eerste instantie niet over. Ik heb
natuurlijk wel de taak om te zorgen dat de toegankelijkheid op de agenda
blijft, daarom ook mijn toezegging om dat met de minister van VRO te
communiceren. Maar de minister van VRO gaat hierover. Zij staat hiervoor
in principe aan de lat, maar ik breng dat in ieder geval in. Die
toezegging deed ik ook net in het debat. Daarom moet ik de motie op dit
moment ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Krijgen wij dan een terugkoppeling van dat gesprek met de minister van
VRO? Dit is wel een andere uitleg dan dat het veel te ver gaat. Daar ben
ik wel blij mee, want dat gaat het natuurlijk niet. Maar we willen dan
wel graag een terugkoppeling hebben. Zou dat voor de stemmingen
kunnen?
Minister Sterk:
Jazeker, dat kunnen we doen in de voortgangsrapportage over de
werkagenda. O, u zei "voor de stemmingen". Excuus. Voor de stemmingen
heb ik hier denk ik nog niet over gesproken met de minister van VRO. Ik
vind dat dus wat ingewikkeld. Misschien kunt u de motie aanhouden, zodat
u hem later, als ik daarover gerapporteerd heb, een keer kunt inbrengen.
Als u dat niet wilt, dan moet ik 'm helaas ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot. We stemmen hier niet morgen over, maar pas volgende week. Dus
volgens mij heeft deze minister wel tijd om hier even met de minister
van VRO over te spreken en dan ook te kijken of ze dit advies van
ontraden handhaaft, want misschien hoeft de motie wel helemaal niet
ontraden te worden omdat de minister van VRO wel heel enthousiast is om
zich aan de Europese normen voor toegankelijkheid te houden.
Minister Sterk:
Als het ook ambtelijk overleg kan zijn, dan kan dat. Ik denk namelijk
dat het op ministerniveau niet gaat lukken. Ik ga ook nog naar de
Paralympische Spelen, zoals u misschien wel weet. Volgens mij is het ook
belangrijk dat ik daar als minister ben. Ik wil wel de toezegging doen
dat er ambtelijk afstemming over is en dat ik dat dan rapporteer voor de
stemmingen.
De motie op stuk nr. 163 had ik ontraden met verwijzing naar het gesprek
dat we hier al bij de begroting en vandaag ook over hebben
gevoerd.
De motie op stuk nr. 164 van het lid Maeijer gaat over een plan van
aanpak voor de administratieve lastendruk. Als ik dat mag betrekken bij
de gesprekken die ik heb in het kader van het bestuurlijk akkoord, dan
zou ik die motie oordeel Kamer willen geven, maar dat doe ik dan wel
iets later dan voor het zomerreces. Maar de gesprekken over het
terugdringen van de administratieve lastendruk lopen wel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar dan word ik een of ander bestuurlijk akkoord in getrokken. Daar
staat onder aan de streep ook een bezuiniging van 500 miljoen. Dus ik
zou de motie liever laten zoals-ie is en het lostrekken.
Minister Sterk:
Het gaat over gesprekken die we voeren in het kader van het bestuurlijk
akkoord. Het is natuurlijk aan u wat u daarmee wilt, maar als u wilt dat
ik voor het zomerreces van 2026 met een plan van aanpak kom, moet ik de
motie ontraden. Dat is namelijk te snel.
De voorzitter:
Dan is de motie bij dezen ontraden.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 165, over financiële middelen voor het
realiseren van toegankelijke werkplekken. Hiervoor geldt eigenlijk een
beetje hetzelfde als voor de vorige motie. Ik wil daar heel graag over
in gesprek met Jantje Beton, om te kijken wat er nodig is en om dat goed
in kaart te brengen, maar ik zou eigenlijk willen vragen of u de motie
wilt aanhouden tot ik de Kamer daarover uitsluitsel heb kunnen
geven.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Op zich wil ik dat best doen, maar dat ligt er natuurlijk wel aan
wanneer we dan uitsluitsel krijgen.
Minister Sterk:
Er wordt mij nu gezegd: dat kan voor de stemmingen. Ik zal dus voor de
stemmingen uitsluitsel daarover geven.
De voorzitter:
Dan is het advies volgens mij aanhouden, maar ik kijk even naar mijn
rechterkant.
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Sorry, ik zeg dit verkeerd; het is ook mijn eerste keer. Als ik het goed
begrijp, heeft mevrouw Maeijer nu aangegeven dat ze deze motie
aanhoudt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hou de motie aan totdat we de terugkoppeling hebben gekregen.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar motie (36800-XVI, nr.
165) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Sterk:
Voorzitter. Ik ben nu bij de motie op stuk nr. 166, ook van het lid
Maeijer. De motie gaat over een financiële bijdrage voor een campagne
van de VGN. Deze motie wil ik ontraden, maar ik ga wel graag in gesprek
met cliëntenorganisaties en met de ambassadeurs van de gehandicaptenzorg
over de vraag hoe we de gehandicaptenzorg meer zichtbaar kunnen
maken.
De motie op stuk nr. 167, van de heer Van Houwelingen, wil ik ontraden,
omdat het bieden van respijtzorg een gemeentelijke taak is, die ook
deels valt onder de zorgplicht van zorgkantoren.
Dan de motie op stuk nr. 168 van de heer Van Houwelingen, waarin staat
dat de keuzevrijheid voor pgb in alle zorgwetten geborgd moet blijven.
We hebben daar zonet al even over gewisseld. Ik wil het pgb beschikbaar
houden voor mensen die daarmee hun zorg kunnen organiseren en zelfregie
kunnen voeren, maar zorg in natura blijft voorliggend.
Dan de motie op stuk nr. 169, van het lid Tijmstra.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 168 is dus bij dezen ontraden?
Minister Sterk:
Sorry, had ik dat niet gezegd? De motie op stuk nr. 168 is ontraden, zeg
ik nog even voor alle helderheid.
De motie op stuk nr. 169 krijgt oordeel Kamer, want ik vind het
eigenlijk een ondersteuning van wat ik de komende tijd wil gaan
doen.
Dan de motie op stuk nr. 170, van de heer Van Dijk, over het samen met
veldpartijen komen tot een integrale toekomststrategie. Wat mij betreft
krijgt die oordeel Kamer, want dit is ook onderdeel van het te vormen
bestuursakkoord.
De motie op stuk nr. 171 is ook van de heer Van Dijk. Die gaat over het
stimuleren van woonzorgconcepten en het expliciet meenemen daarvan in
lokale huisvestingsplannen en woonvisies. Die wil ik ontraden, omdat dit
op het gemeentelijke niveau ligt, maar ik heb wel toegezegd dat ik
bereid ben om mee te denken over belemmerende wetgeving. Dat is, denk
ik, ook de rol die ik daarin heb.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De interpretatie die de minister geeft, spoort volgens mij heel erg met
de motie. Daarin staat niet dat de Rijksoverheid iets moet opleggen bij
gemeenten. De motie verzoekt de regering om iets te stimuleren, dus om
erover in gesprek te gaan en het te bevorderen. In die denktrant is deze
motie opgesteld, omdat wij geloven dat hierin nog heel veel te winnen
is.
Minister Sterk:
Als u "stimuleren" zo opvat dat ik dit onder de aandacht zal brengen in
het gesprek dat ik met de minister van VRO zal hebben over gepaste
woonvormen, mag de motie wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.
Dan de motie op stuk nr. 172, over het in beeld brengen van de
verschillen tussen de cao's in de gehandicaptenzorg en die in de
ouderenzorg. Ik begrijp de vraag van mevrouw Bikker heel goed. Je wilt
namelijk niet dat de ene sector medewerkers uit de andere sector
wegzuigt omdat er in die ene sector betere voorwaarden zijn.
Tegelijkertijd is het beoordelen of vergelijken van cao's eigenlijk niet
aan mij als minister. Dat ligt volgens mij bij de sociale partners.
Vanuit dat oogpunt wil ik deze motie ontraden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik begrijp dat de minister aan het begin van haar termijn even heel
rolvast wil zijn. Dat is te prijzen. Maar ik denk niet dat de sociale
partners deze verantwoordelijkheid gaan pakken, terwijl we wel samen
geconcludeerd hebben dat we grote verschillen zien in de
gehandicaptenzorg en de ouderenzorg, ook voor medewerkers. Ik zie die in
ieder geval. Misschien valt het wel mee op basis van de beloning, maar
gaat het juist om de secundaire arbeidsvoorwaarden. Als we hier als
Kamer en minister zeggen dat we werk willen maken van goede
werkgelegenheid in de gehandicaptensector, dan kan zo'n onderzoek toch
ook een middel zijn om de sociale partners verder aan te spreken op hun
verantwoordelijkheid? Ik zie heel goed dat de minister die
arbeidsvoorwaarden niet aan gaat passen — dat snap ik — maar het kan wel
een middel zijn om aan de sector te laten zien op welke punten ze kunnen
bijplussen of juist afpunten.
Minister Sterk:
Ik vrees dat ik toch blijf bij mijn oordeel "ontraden". Ik denk dat het
heel subjectief is als je die dingen met elkaar vergelijkt en stelt wat
het betekent voor mensen. Bovendien merkt u terecht op dat dit ook niet
direct bij mijn rol hoort. Ik blijf de motie daarom toch ontraden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Laatste poging. Ik denk juist dat het onderzoek ervoor kan zorgen dat we
van subjectief naar objectief gaan. Ik denk ook dat het wel de rol van
de minister is om de sociale partners te confronteren met onuitlegbare
verschillen of verschillen die onderlinge concurrentie op de
arbeidsmarkt tot gevolg hebben, iets wat we niet moeten willen. Ik gun
de minister dit onderzoek gewoon. Ik denk dat ze er heel veel baat bij
heeft. Ik hoop dat ze daarom denkt: "Weet je wat? Vooruit dan maar:
oordeel Kamer."
Minister Sterk:
Het is niet dat ik het belang er niet van inzie. Het gaat me om de
ingewikkeldheid van uw vraag. Dan moet je bijvoorbeeld zorgverlof gaan
vergelijken met het gegeven dat mensen aan de andere kant meer
gecompenseerd krijgen. Hoe weeg je dat dan? Dat is best normatief. Dat
vind ik gewoon ingewikkeld. Dat is de worsteling die ik heb met uw
motie. Daarom blijf ik toch bij het oordeel "ontraden".
De voorzitter:
De minister over de appreciatie van de resterende moties.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 173 over het verbeteren van de aanpassingen
hier in huis. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie van het lid Dobbe op stuk nr. 174 over het onafhankelijk in
kaart laten brengen van de gevolgen van het maatregelenpakket en de
vraag hoe die zich verhouden tot het standstillprincipe, ontraad ik.
Maar ik heb op een ander onderwerp de toezegging gedaan dat ik de
persona's in beeld wil brengen bij de uitwerking van de maatregelen die
volgen uit dit coalitieakkoord. Die toezegging wil ik nog even onder uw
aandacht brengen.
De motie op stuk nr. 175 van het lid Dobbe en vele anderen wil ik ook
ontraden. Die vraagt om in alle begrotingen te bekijken welk budget er
is vrijgemaakt. Ik weet niet of dat ons echt gaat helpen. Ik denk dat
het een enorme klus is. Ik wil eigenlijk veel liever mensen in de
uitvoering hebben, zodat we gewoon de handen in elkaar kunnen slaan om
uitvoering te geven aan het VN-verdrag. Waar we potentieel op hobbels
stuiten, staan we aan de lat om te bekijken hoe we die kunnen oplossen.
Dit in plaats van die andere weg.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik schrik er wel een beetje van dat de minister zegt dat dit een enorme
klus is. Je mag van de coördinerend bewindspersoon toch verwachten dat
zij dit al weet en dat zij dit zou willen weten als ze het niet weet?
Als ze dit niet wil doen … Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit
als Kamer moeten gaan regelen als we het VN-verdrag Handicap serieus
nemen.
Minister Sterk:
Volgens mij hebben we een werkagenda waarin we een aantal maatregelen
hebben getroffen. Die willen we gaan uitwerken om daarmee handen en
voeten te geven aan de doelstellingen uit het strategisch plan. Daar
moeten we volgens mij mee aan de slag. Ik ben in overleg met mijn
collega-ministeries daarover. Daar hebben we ook middelen voor. Volgens
mij is dat nu onze prioriteit. Ik heb net al aangegeven dat er
natuurlijk heel veel middelen zijn en dat een deel van die middelen ook
bedoeld is voor mensen met een beperking. Je kunt dus nooit uitputtend
in beeld brengen welke middelen er allemaal zijn. We zijn volgens mij
wel gehouden aan de werkagenda. Die hebben we ook samengesteld met de
veldpartijen. Volgens mij is dat waar we op moeten gaan sturen. Ik zou
liever daar de energie in steken dan in een onderzoek naar de middelen
die op de begrotingen staan. Daarom zou ik deze motie willen ontraden,
niet omdat ik het niet belangrijk vind.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dan leest de minister deze motie toch verkeerd, denk ik. De
minister heeft het over de werkagenda en zegt: daar zijn middelen voor
en daar gaan we mee aan de slag. Hier staat echter: "inzichtelijk te
maken welk budget er is vrijgemaakt (...) voor de Werkagenda VN-verdrag
Handicap". Dit is dan toch wat de minister nu al zegt te gaan doen?
Waarom zou ze dit weigeren?
Minister Sterk:
Omdat we volgens mij aan de slag moeten met die maatregelen. U gaat ons
erop aanspreken of die maatregelen uitgevoerd worden. Daar rapporteren
we ook over. Daar hebben een monitor voor opgesteld. Dat is volgens mij
waar we met elkaar aan willen werken. Zoals ik net al heb aangegeven, is
het best wel ingewikkeld om dat financieel in beeld te brengen. Wij
moeten echter gewoon die maatregelen uit gaan voeren. Daar mag u mij op
aanspreken.
De voorzitter:
De minister gaat verder met de appreciatie van de twee resterende
moties.
Minister Sterk:
Ik had inderdaad nog twee moties te gaan. Ik heb hier de motie op stuk
nr. 176, nog een motie van lid Dobbe, over het verbeteren van de positie
van vrouwen met een beperking. Ik wil in ieder geval toezeggen dat ik
daar in de volgende rapportage op in zal gaan. Ik wil eigenlijk vragen
of u de motie tot dan wilt aanhouden. Ik wil alleen een beetje
voorzichtig zijn met weer een heel plan maken, specifiek voor deze
groep. Als het over mensen met een beperking gaat, gaat het ook over
vrouwen met een beperking. Ik ben ook de Nationaal Coördinator Geweld
tegen Vrouwen, dus ook vanuit die optiek vind ik het belangrijk dat we
dat thema goed op de kaart gaan zetten. Dat gaat dan dus ook over
vrouwen met een beperking. Mijn vraag is dus of u deze motie zou willen
aanhouden.
De voorzitter:
Ik kijk of mevrouw Dobbe antwoord kan geven op die vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister zegt: ik ga dit sowieso doen, want ik vind dit heel
belangrijk. Waarom zou ik deze motie dan aanhouden? Dan kan de minister
'm toch gewoon oordeel Kamer geven? Dan kunnen wij 'm aannemen en dan
gaat zij plannen maken op basis van de aanbevelingen omtrent het
VN-Vrouwenrechtenverdrag. Ik zie het probleem niet.
Minister Sterk:
Ik wil eigenlijk vooral eerst even kijken wat we op dit moment allemaal
al doen. Misschien is dat in zichzelf al voldoende en hoeven we daar
niet een nieuw plan voor te maken. Mijn zorg is een beetje dat u van mij
vraagt om een plan te maken. Ik zou echter willen voorstellen dat ik
eerst aangeef wat we op dit moment doen en dat we vervolgens met elkaar
bepalen of dat voldoende is. Ik zie u nee schudden, dus ik vermoed dat u
dat niet voldoende vindt. Dan blijf ik erbij dat ik deze motie zal
ontraden.
De voorzitter:
Maar als ik het goed begrijp, wordt het oordeel dan "ontijdig".
Minister Sterk:
Ja.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het VN-commissie voor het VN-Vrouwenrechtenverdrag heeft al aangegeven
dat wat Nederland doet, onvoldoende is. Wat dat betreft hoeven we die
inventarisatie niet nog een keer over te doen, dus wat mij betreft
brengen we deze motie gewoon in stemming.
Minister Sterk:
Dan ben ik aangekomen bij de laatste motie. Dat is de motie op stuk nr.
177, ook van mevrouw Dobbe, over het in overleg met mensen met een
beperking vastleggen van een wettelijk basisniveau van gemeentelijke
regelingen. Die zou ik ook willen ontraden, ook omdat dat volgens mij
niet past bij de systematiek die we hebben en omdat ik al wel bezig ben
om een aantal zaken meer gelijk te trekken, zoals ik al heb
aangegeven.
Tot slot, voorzitter. Mevrouw Dobbe stelde mij een serieuze en
indringende vraag in de eerste termijn: vindt u de gehandicaptenzorg
belangrijk? Ik hecht er toch aan om hier aan te geven dat ik de
gehandicaptenzorg ontzettend belangrijk vind. Nogmaals, ik heb
aangegeven wat ik er persoonlijk mee heb. Ik ken mensen uit de sector.
Ik heb vrienden en ken mensen bij mij uit de straat met een beperking,
dus ik vind het ongelofelijk belangrijk dat wij hier als politiek
aandacht voor hebben. Dat is ook waarom ik denk dat wij met elkaar de
handen ineen moeten slaan om te zorgen dat we ook in de toekomst die
liefdevolle zorg kunnen bieden, zoals ik die graag noem.
Dat is een complexe opgave; dat zie ik ook. Daarom ga ik de komende
periode ook ambitieus aan de slag om dat gesprek aan te gaan met de zorg
en de ondersteuning voor mensen met een beperking. Ik hoop dan ook heel
veel mensen buiten de Kamer tegen te komen. Ik vind het jammer dat dat
niet het eerste was wat ik kon doen, maar dat ik gelijk diep in allerlei
debatten zat, want eigenlijk verdienen zij het dat ik eerst daarnaartoe
ga. Wat mij betreft is het zoals mevrouw Ten Hove met een kwinkslag
opmerkte: als je dit niet belangrijk vindt, dan heb je echt een
beperking nodig.
De voorzitter:
Dank u wel. Dank aan alle aanwezigen en aan het publiek in de zaal, in
de Statenpassage en online. We stemmen volgende week dinsdag over de
moties. Het stemmen over de amendementen vindt plaats bij de stemmingen
over de begroting zelf. Daar is nog geen datum voor bekend, maar dat
wordt waarschijnlijk eind maart.
Dank u wel.
Sluiting 17.06 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|