[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Conceptverslag Personen- en familierecht

Verslag van een commissiedebat

Nummer: 2026D19243, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-21 14:48, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer, Personen- en familierecht

VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 16 april 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, over:

  • de brief van de minister voor Rechtsbescherming d.d. 5 juli 2021 inzake rapport "Impactanalyse Wijziging Transgenderwet" van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (35825, nr. 5);

  • de brief van de minister voor Rechtsbescherming d.d. 7 juli 2023 inzake inventarisatie geslachtsregistratie X (35825, nr. 19);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 1 oktober 2025 inzake vervolgtraject rapport Schade door schande (33836, nr. 126);

  • de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming d.d. 20 februari 2025 inzake advies internationale positie vermelding transgender ouder uit wie een kind wordt geboren op geboorteakte (36481, nr. 15);

  • de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming d.d. 20 juni 2025 inzake rapport van de Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-1984 (33836, nr. 122);

  • de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming d.d. 30 juni 2025 inzake beleidsreactie doorlichting Besluit geslachtsnaamswijziging (33836, nr. 123);

  • de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming d.d. 11 juli 2025 inzake voortgang afstands- en adoptiedossiers (31265, nr. 135);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 3 oktober 2025 inzake aanpak complexe scheidingen (31839, nr. 1111);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 4 november 2025 inzake onderzoek tussenevaluatie Wet herziening partneralimentatie (34231, nr. 19);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2025 inzake RSJ-advies Grondslagen van kindvriendelijke juridische procedures in het civiele familie- en jeugdrecht (33836, nr. 129);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 13 januari 2026 inzake reactie op gewijzigde motie van de leden Moorman en Kostić over het wetsvoorstel Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte alsnog aan de Kamer voorleggen (Kamerstuk 36800-VIII-33) (33836, nr. 130);

  • de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming d.d. 13 januari 2026 inzake brief houdende intrekking van het wetsvoorstel (35825, nr. 21);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 9 februari 2026 inzake voortgang interlandelijke adoptie (31265, nr. 136);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 2 april 2026 inzake toelichting op de intrekking van wetsvoorstel Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte (Kamerstuk 35825) (35825, nr. 22);

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 13 april 2026 inzake binnenlandse afstand en adoptie (33836, nr. 131).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Eerdmans

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Burger

Voorzitter: Eerdmans
Griffier: Paauwe

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bikker, Clemminck, Diederik van Dijk, Eerdmans, Kostić, Mutluer, Sneller, Straatman en Wendel,

en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Aanvang 13.59 uur.

De voorzitter:
Goedemiddag, dames en heren. Welkom in de vergadering van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid. U bent hier welkom tot 17.00 uur. Tot dan zijn wij met elkaar bezig. Ik heet van harte welkom de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, met haar gevolg. Wij praten vandaag over het personen- en familierecht. We hebben een volle bak aan Kamerleden, onder wie een nieuw gezicht, zie ik: de heer Clemminck van JA21. Hij wil ook graag meedoen in deze commissie, als dat mag. Ik kijk ook even naar de tribune … Nee hoor, haha! Als u even in het midden gaat staan, dan kunnen we u wat vragen stellen! Nee hoor, ik denk dat dit akkoord is als ik iedereen zo bekijk. Van harte welkom en doe uw best.

Wij hebben vier minuten spreektijd per commissielid voor de bijdrage. Ik wilde aan u voorleggen om drie interrupties te doen per persoon in de eerste termijn om eens te kijken hoever we komen. Lukt dat niet of heeft u meer vragen, dan kunnen we altijd kijken, gelet op de tijd, hoe het vordert. Maar het is best een groot onderwerp met veel vragen. Daar geven we ook de ruimte voor. Dit gezegd hebbende ben ik denk ik door de huishoudelijke mededelingen heen? Ik kijk even naar de griffier. Ja. Dan kunnen wij van start gaan. Ik geef als eerste het woord aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag vraagt de Partij voor de Dieren aandacht voor het recht van mensen om erkend te worden voor wie ze zijn. Voor trans, intersekse en non-binaire mensen is dat geen vanzelfsprekendheid. Zij zijn in Nederland aantoonbaar minder veilig. Ze worden vele malen vaker gediscrimineerd, bedreigd en zelfs mishandeld. Dat probleem wordt verergerd door wetgeving, die het hun heel moeilijk maakt om hun geslachtsregistratie aan te passen. Kan de staatssecretaris zich inleven in hoe vernederend het voelt dat je verplicht bent goedkeuring te vragen aan iemand anders over wie je bent? Zo voelt het voor trans en non-binaire mensen. Zij moeten volgens de wet onnodig verplicht eerst goedkeuring vragen bij de psycholoog of zelfs de rechter om erkend te worden.

Voorzitter. Al sinds 2019 belooft de politiek daarom dat de Transgenderwet moet worden gemoderniseerd. Partijen als VVD, CDA en D66 hebben voor de verkiezingen meerdere malen daarover beloftes gedaan aan de kiezer. Toch staan we hier vandaag nog steeds zonder een wet. En ondertussen wachten mensen.

Voorzitter. Dat wachten heeft gevolgen. Dat betekent dat mensen dagelijks spanning voelen bij het laten zien van hun ID bij het ophalen van een pakketje omdat hun registratie niet klopt met wie ze zijn, omdat ze telkens het risico lopen om geconfronteerd te worden met onbegrip, afwijzing of zelfs agressie. Dat zorgt voor stress, voor onveiligheid, voor het gevoel dat je identiteit steeds ter discussie staat.

Voorzitter. De huidige situatie is voor veel mensen vernederend, kost geld en leidt tot wachttijden van maanden. Dit zorgt voor onnodige overbelasting van gezondheidsdeskundigen, die hun tijd veel beter kunnen besteden aan echte problemen. Zij vragen daarom ook aan de politiek om aanpassing van de wet. Twaalf Europese landen hebben al geregeld dat mensen zonder tussenkomst van anderen worden erkend om wie ze zijn. Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het Regenboogakkoord, waarin ook het opnieuw indienen van de Transgenderwet staat. Mijn vraag aan de staatssecretaris is helder: waar wachten we nog op? Is zij bereid om de gemoderniseerde Transgenderwet zo snel mogelijk opnieuw naar de Kamer te sturen? Kan zij uiterlijk voor het debat over emancipatie met een tijdlijn komen voor het herindienen van de wet? Kan zij op korte termijn in gesprek gaan met de gemeenschap, voor wie dit belangrijk is, en met organisaties die die gemeenschap vertegenwoordigen, zoals het Transgender Netwerk, en daarover terugkoppelen aan de Kamer?

Voorzitter. Dan de positie van non-binaire mensen. Voor hen is het nóg ingewikkelder. Zij kunnen hun geslachtsregistratie alleen via de rechter laten aanpassen. Rechters hebben al gezegd dat dit discriminerend is en dat de overheid een wettelijke regeling moet bieden. Ongeveer 2% van de Nederlanders identificeert zich niet als man of vrouw. Daar hoor ikzelf ook tussen. Ook zij hebben recht op erkenning. Mijn vraag: wanneer komt de wettelijke mogelijkheid om een x te registreren zonder tussenkomst van de rechter? Al honderden mensen hebben inmiddels een x via de rechter kunnen verkrijgen, maar zij lopen weer tegen tal van problemen aan in de maatschappij. Is de staatssecretaris bereid met belangenorganisaties, zoals Transgender Netwerk, in gesprek te gaan om deze problemen in kaart te brengen en met een aanpak te komen?

Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over wetgeving, het gaat over mensen die vandaag leven met een gevoel van onzekerheid, onveiligheid en vernedering, omdat de overheid achterblijft. De beloftes zijn gedaan, het draagvlak bij deskundigen is er. Nu is het tijd om te leveren. Voor de politiek is het slechts een administratieve wijziging, maar voor veel mensen maakt het een wereld van verschil. Het gaat om het recht om jezelf te zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u zeer. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Mutluer namens GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Laat ik vooropstellen dat ik het een mijlpaal vind dat het kabinet voor de zomer excuses wil gaan maken aan afstandsmoeders die tot '84 onder ingrijpende en soms gedwongen omstandigheden hun pasgeboren kinderen hebben moeten afstaan, en aan hun kinderen. Voor die mensen gaat het over identiteit, over verlies en over een overheid die daarin een nare rol heeft gespeeld en daarmee levenslange schade heeft aangericht. Ik vraag de staatssecretaris om, naast die excuses, te komen tot concrete maatregelen om nieuwe misstanden te voorkomen. Dat zie je nu bijvoorbeeld bij arbeidsmigranten. Ik vraag haar ook om te komen met de juiste zorg voor de doelgroep, zodat zij de dossiers kunnen inzien op de juiste plek, en dat zij de regie krijgen om die te raadplegen, maar ook zodat ze naar familie kunnen zoeken, ongeacht de ontstaansgeschiedenis. Dat moet zo veel als mogelijk gegarandeerd worden. Is de staatssecretaris daartoe bereid?

Voorzitter. Dan de dubbele achternamen. Sinds 2022 kunnen ouders beide achternamen doorgeven aan hun kinderen. Je zou zeggen: wat mooi, een stap vooruit in gelijkwaardigheid. Maar het is allesbehalve dat. De wet pakt namelijk oneerlijk uit, en is onrechtvaardig en discriminerend voor heel veel vrouwen, die ook vandaag hier aanwezig zijn. Waarom? Omdat vrouwen altijd toestemming moeten vragen en krijgen van een vader om ook hun naam door te mogen geven. In de praktijk creëert dat afhankelijkheid in precies de situaties waarin juist bescherming nodig is. Dat blijkt uit alle verhalen die ik via Clara Wichmann heb gehoord, maar ook uit de verhalen van Rebecca en van Annemijn die we vanochtend in de Volkskrant hebben gelezen. Rebecca is geadopteerd en krijgt geen toestemming van haar ex om haar eigen roots mee te geven aan haar eigen kinderen. Het blijkt ook uit het verhaal van Chiara, die intieme terreur en een onveilige relatie heeft overleefd en die nu volledig gezag heeft, maar nog steeds toestemming aan haar ex-partner moet vragen om ook haar achternaam aan haar kind te geven. Ik kan daar met mijn hoofd gewoon niet bij. Het wrange is dat er geen rechtsgang en geen echte vangnetregel is. Er is alleen een hele ingewikkelde procedure om je naam te wijzigen via Justis, die geld en tijd kost, terwijl ouders niet iets willen wijzigen, maar iets willen toevoegen. Waarom accepteren we dit? Wat vindt deze staatssecretaris, ook als vrouw, van deze bepaling in de wet? Wil zij deze bepaling uit die wet lichten en zo snel mogelijk aanpassen? In mijn beleving kunnen wij niet wachten totdat die evaluatie plaatsvindt en het nog heel lang duurt voordat die wet überhaupt aangepast wordt. Ik wil die aanpassing ook heel graag met terugwerkende kracht. Graag daar een reactie op.

Dan internationale kinderontvoeringen. Het verhaal van Insiya staat voor mij symbool voor de strijd die achtergebleven ouders jaren moeten voeren. Ik heb onwijs veel respect voor de moeder van Insiya, Nadia, die na twaalf jaar nog steeds wacht en vecht. Wat mij betreft moet de politieke druk op het hoogste niveau blijven. Het handelsakkoord werd genoemd. Dat kun je gebruiken als drukmiddel, of ik zou zeggen: als hefboom, niet als breekijzer. Maar heb ook oog voor de noden van de achtergebleven ouders. Enerzijds zitten zij al met de ellende dat hun kind weg is, maar zij moeten vaak ook langdurig in juridische procedures blijven en het financiële gevecht aangaan.

Voorzitter. Tot slot over adoptie. Interlandelijke adoptie wordt beëindigd in 2030, misschien eerder. Wat mij betreft gebeurt dat wel met een hele zorgvuldige afronding van de procedures. Ik vraag bij de staatssecretaris oog voor de misstanden, die ook door familierechters worden geconstateerd. Zij zeggen namelijk dat we moeten oppassen, omdat er bij interlandelijk draagmoederschap een nieuw adoptieschandaal in de maak is. Ik ben voor de Wet draagmoederschap; die moet er komen. Er is een wetenschapstoets met een aantal hele goede aanbevelingen. Ik weet dat de staatssecretaris daarop ingaat. Ik hoop dat dat ook tot de nodige wijzigingen leidt. Ik hoop niet dat er rechtszaken plaatsvinden na de excuses van de Staat. Ook de geadopteerden willen namelijk gerechtigheid, zorg, ondersteuning en compensatie. Excuses aanbieden — dan rond ik echt af — vraagt ook om meer inspanningen van de staatssecretaris dan er nu worden geleverd.

De voorzitter:
Dank, mevrouw Mutluer. U heeft een interruptie van mevrouw Bikker van de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Mutluer legt terecht de vinger op de misstanden die er zijn geweest rondom adoptie en de grote gevolgen die die nu nog steeds hebben. Ik vond het juist daarom heel duidelijk om vanuit de wetenschappelijke hoek te horen, opnieuw: kijk uit wat je mogelijk maakt met dat wetsvoorstel over draagmoederschap als je de internationale route verder opent. Gezien de uitspraken van collega Mutluer is mijn vraag aan haar of zij ook vindt dat het wetsvoorstel echt een roekeloos pad inslaat als we internationaal draagmoederschap toch meer mogelijk gaan maken.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank voor die vraag. Nee, het is voor mij juist een onderschrijving dat we die wet nodig hebben. Dat is dus eigenlijk het omgekeerde van wat mevrouw Bikker zegt. Ik zie dat er onwijs veel misstanden zijn, ook in het buitenland: ouders die een terechte kinderwens hebben en geen draagmoeder hier in Nederland mogen vragen of krijgen en die dus hun heil zoeken in het buitenland, met alle gevolgen van dien. Dat kunnen we niet altijd controleren; we kunnen het niet altijd achterhalen. Ik denk dat die kinderrechters of familierechters terecht zeggen dat ze nu misstanden zien die lijken op die bij interlandelijke adoptie. Er wordt een beeld geschetst van vervalste documenten en misbruik van armoede. Juist daarom denk ik dat het onwijs belangrijk is om hier in Nederland met de juiste waarborgen en de juiste randvoorwaarden die wet omtrent draagmoederschap te hebben.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. We gaan luisteren naar mevrouw Wendel van de VVD.

Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Vandaag spreken we over personen- en familierecht. Dit debat gaat over allerlei verschillende onderwerpen, maar desondanks hebben we een relatief korte spreektijd. Ik vind het belangrijk om deze onderwerpen met zorg te behandelen en daarom kies ik vandaag voor focus. Ik focus me vandaag op verschrikkelijke gebeurtenissen uit het verleden welke tot vandaag de dag enorme impact hebben op mensen.

Tussen 1956 en 1984 zijn er in Nederland ruim 15.000 pasgeboren kinderen afgestaan door hun moeder. Voor het overgrote deel waren dit kinderen van ongehuwde jonge vrouwen die geen enkele kans zagen of kregen om hun kindje bij zich te houden. De moeders stonden meestal voor een voldongen feit; de kinderen werden direct na de geboorte van hen gescheiden, soms zonder dat de moeder het kind zelfs maar had gezien. De kinderen groeiden op zonder dat de moeders wisten waar en bij wie. Deze moeders moesten vaak zwijgen over hun zwangerschap en over de geboorte van hun baby. Een deel van de kinderen heeft nu, op volwassen leeftijd, nog altijd geen of beperkte kennis over hun eigen ontstaansgeschiedenis. In plaats van dat deze jonge, kwetsbare vrouwen werden ondersteund bij het laten opgroeien van hun kind, werden zij onder druk gezet om afstand te doen van hun baby.

Voorzitter. Toen ik dit een aantal maanden geleden voor het eerst hoorde, dacht ik echt: dit kan toch niet waar zijn? Maar helaas is het wel waar. En dat in ons Nederland! De VVD vindt dat vrouwen recht hebben op eigen regie, zeker in zulke wezenlijke aspecten van het leven als het al dan niet krijgen of behouden van een kind; het kennen van je eigen geschiedenis en de keuze met wie je familierelaties wil onderhouden. Deze regie ontbrak in het verleden heel vaak. Dat anderen, familieleden en instanties, over jou als jonge moeder beslisten, was eerder regel dan uitzondering. De VVD betreurt dit ten zeerste en zet zich al jaren in voor de erkenning van het leed en het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en hun kinderen destijds is aangedaan door hen gedwongen te scheiden en de moeders geen reële keuzevrijheid te bieden om hun kinderen te behouden en zelf op te voeden.

Deze week is heel bijzonder voor vele afstandsmoeders en -kinderen. De staatssecretaris heeft namelijk aangegeven excuses te zullen maken aan de betrokkenen. Dit is een heel belangrijke stap voor veel moeders en kinderen; ik kijk ook even naar de betrokkenen die hier vandaag bij dit debat aanwezig zijn.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Ik wil benadrukken dat volledige en onbeperkte inzage van de dossiers cruciaal is. De VVD heeft twee jaar geleden hier dan ook een motie over ingediend. Daarnaast ligt er de motie-Michon c.s. welke de regering verzoekt het mogelijk te maken dat afstandsmoeders een "brief van je moeder" aan het dossier in het Nationaal Archief kunnen toevoegen. We hebben ook verzocht om de archieven van Fiom over te dragen aan het Nationaal Archief. Ik heb de volgende vragen. Wat is de status hiervan? Zijn de moties al uitgevoerd? Het kabinet zegt zelf ook dat de tijd echt dringt. Wie heeft er nu echt die onbeperkte en volledige toegang? Geldt die ook voor de kinderen van de geadopteerden? Ook voor hen is het namelijk van groot belang om te weten waar zij vandaan komen. Waarom is dit nog steeds niet geregeld? Als daar een wetswijziging voor nodig was, had die allang in procedure kunnen worden gebracht wat de VVD betreft. Het gaat niet alleen om waar je vandaan komt, het is ook heel erg belangrijk omdat het kan gaan om je gezondheid.

Dan heb ik nog een algemene vraag. Wanneer kan de Kamer een reflectie verwachten van de ministeries en andere partijen die een rol hebben gespeeld, zoals is beloofd in de reactie op Schade door schande?

Tot slot, voorzitter. Een groot deel van de wensen van de afstandsmoeders en hun kinderen wordt gerealiseerd met de Wet afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel. Dit wetsvoorstel is tot 6 april in internetconsultatie geweest. Ik wil de staatssecretaris vragen wanneer zij het naar de Raad van State zal sturen. Hoewel ik begrijp dat ook de inzage van dossiers geregeld wordt in deze wet, wil ik vragen of de staatssecretaris toch al eerder iets kan regelen voor deze specifieke doelgroep, juist omdat de tijd voor hen zo dringt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wendel. Er is een vraag van mevrouw Mutluer.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Die vraag gaat niet over de terechte opmerkingen aangaande afstandsmoeders en -kinderen en wat zij nodig hebben. Ik wil mijn collega van de VVD vragen hoe zij kijkt naar mijn voorstellen ten aanzien van de dubbele achternaam. In 2022, toen we dat wetsvoorstel bespraken, hebben wij een wetswijziging voorgesteld om de discriminerende bepaling dat een vrouw toestemming van de man nodig heeft, uit het wetsvoorstel te halen. Naar het voorbeeld van België zouden we dat anders willen formuleren, namelijk: als een stel onderling niet met elkaar overeen kan komen of een kind wel of geen dubbele achternaam krijgt, dan geldt de naam van beide ouders op alfabetische volgorde. Is de collega bereid om de staatssecretaris te vragen deze discriminerende bepaling zo snel mogelijk uit het familierecht te halen, zodat vrouwen ook die gelijkwaardigheid voelen?

Mevrouw Wendel (VVD):
Gelijkwaardigheid is voor de VVD heel erg belangrijk. Ik vind het dus heel mooi dat collega Mutluer dit onderwerp agendeert. Het vorige kabinet heeft aangegeven de evaluatie naar voren te halen. We zouden nog een aantal jaar moeten wachten, maar het vorige kabinet heeft gezegd: nee, we gaan dat al in januari 2027 doen. Volgens mij is dat heel erg goed. Wel denk ik dat het goed is dat we die evaluatie zorgvuldig doen en die eerst afwachten. Wij zien de uitkomsten daarvan natuurlijk met interesse tegemoet. Gelijkwaardigheid tussen man en vrouw staat voor ons daarbij voorop.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Inmiddels hebben heel veel vrouwen ons via de mail benaderd met hun verhalen. Ik verzeker u dat dat er de komende tijd veel meer zullen worden. Vindt mijn collega ook niet dat het wachten op een evaluatie het signaal afgeeft dat we het allemaal leuk en aardig vinden wat hier nu gebeurt en dat het lijkt alsof we deze onrechtvaardige situatie willens en wetens in stand houden? Dat zeg ik omdat een evaluatie een jaar in beslag gaat nemen. Voordat die hier in de Kamer terugkomt, zijn we weer een jaar verder. Voordat de wet aangepast is en in de Kamer is behandeld, zijn we wéér een jaar verder. Deze vrouwen kunnen niet nog drie, vier jaar wachten. Daarom is mijn oproep en wens, ook richting de collega van de VVD: doe met ons mee. Laten we er voor al die vrouwen voor zorgen dat we dit soort bepalingen anno 2026 gewoon niet meer in onze wetboeken hebben staan.

De voorzitter:
Wil mevrouw Wendel een reactie geven?

Mevrouw Wendel (VVD):
Ja. Ik denk dat mijn reactie nog steeds heel erg aansluit bij wat ik net zei. Voor ons staat gelijkwaardigheid tussen man en vrouw echt voorop. Juist daarom vinden we het goed dat die evaluatie ver naar voren wordt gehaald. Wel vinden we het belangrijk dat dat zorgvuldig gebeurt, op een manier waarop we het in de praktijk voor deze vrouwen goed regelen. Toen dit wetsvoorstel er kwam, waren er heel veel argumenten tegen de uitvoering. Voordat ik hier iets over ga zeggen, wil ik dus weten of de uitvoering dit aankan. Zo blijft het niet alleen bij een goed voorstel, maar zal het ook resoneren in de praktijk. Ik zie de evaluatie dus met heel veel interesse tegemoet.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb net geschetst hoe trans mensen elke dag moeten leven met gevoelens van onzekerheid, onveiligheid en vernedering, omdat ze moeten wachten tot anderen hen überhaupt goedkeuren om wie ze zijn en omdat de overheid achterblijft. Vanuit de politiek, onder andere vanuit de VVD, beloven we al heel lang dat de modernisering van de Transgenderwet er snel moet komen. In het coalitieakkoord staat ook dat het Regenboogakkoord gewoon wordt overgenomen. Daar staat die Transgenderwet in. Ter bevestiging en hopend op een positief antwoord, vraag ik: staat de VVD nog steeds positief tegenover de modernisering van de Transgenderwet en roept zij vandaag samen met ons het kabinet op om heel snel met die wet naar de Kamer te komen?

Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD geeft eigenlijk al tijden aan — want het duurt lang; dat deel ik met het lid Kostić — dat het die Transgenderwet wil behandelen. Ik word dus niet blij van het feit dat die is ingetrokken, als ik het zo mag zeggen. We vinden het juist belangrijk dat we dit gesprek snel met elkaar voeren. Tijdens de eerste termijn van de Kamer, die al heeft plaatsgevonden, zijn er vooral heel veel vragen gesteld door mijn fractie. Die zouden wij graag beantwoord willen zien. Wat ik heel graag zou willen, is dat de nieuwe staatssecretaris, die hier vandaag zit, goed gaat kijken naar de eerste termijn van de Kamer van destijds en naar de vragen die daarin leefden, en dat er dan een nieuw wetsvoorstel naar de Kamer komt. Wat ons betreft gaat dat zeker geen jaren duren.

De voorzitter:
Dan nog een tweede vraag van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is goed om te horen dat de urgentie er ook is bij de VVD en dat de VVD die boodschap uitdraagt richting de staatssecretaris. Die wet is namelijk ook ingetrokken onder een VVD-kabinet. Ik ben dus blij dat de VVD hier nu een andere koers kiest.

Dan over mensen die heel graag een x zouden willen, omdat zij zich niet identificeren als man of vrouw. Is de VVD het met ons eens dat de staatssecretaris daar snel werk van zou moeten maken, omdat die mensen nu geen normale, eerlijke mogelijkheid hebben om te zijn wie ze zijn?

Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD wil eigenlijk kijken hoe we überhaupt zouden moeten omgaan met geslachtsregistratie. Wij vragen ons af hoe belangrijk het überhaupt is dat zoiets in een paspoort of een identiteitsbewijs staat. Overbodige geslachtsregistratie zouden we het liefst tegen willen gaan; dat sowieso.

Dan de specifieke vraag, over de x in het paspoort. Ook hiervoor geldt wat ons betreft dat dat een heel zorgvuldig wetgevingstraject moet zijn. De Raad van State is over het amendement van D66 uit het verleden natuurlijk duidelijk geweest, namelijk dat het "even" in een wet gegoten moet worden. Wij zouden die heel graag willen behandelen, maar ook daarbij geldt zorgvuldigheid.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik hoor collega Wendel over een nieuw wetsvoorstel voor de Transgenderwet zeggen dat het gaat om een "nieuw" wetsvoorstel. Mag ik daaruit afleiden dat we het nu niet hebben over een simpel kopietje dat opnieuw wordt toegestuurd, maar dat het letterlijk bij de tijd wordt gebracht? Ik denk dat het al verouderd was toen het werd ingediend en de ontwikkelingen hebben niet stilgestaan. Het is nog gebaseerd op een evaluatie van bijna tien jaar oud. Ik neem aan dat het, ook in de ogen van de VVD, wel een wetsvoorstel moet zijn waarin alle recente ontwikkelingen die er op dit terrein zijn geweest, ook internationaal, worden meegenomen.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat het goed is om te kijken naar wat er in de eerste termijn van de Kamer is gezegd en welke andere relevante zaken volgens de staatssecretaris hierin meegenomen moeten worden, en om dan een voorstel naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:
Ja, voldoende zo? Dan gaan we verder naar mevrouw Straatman van het CDA voor haar bijdrage.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik neem u graag mee naar 29 november 2024, naar de woorden van Trudy Scheele-Gertsen in de rechtszaal bij het hof Den Haag: "Het schrijnende hiervan is dat men tot op de dag van vandaag mij en al die andere vrouwen wil doen geloven dat zij wel zelf hebben gekozen voor afstand. Tot op de dag van vandaag werpt dat een schaduw over mijn leven en het merendeel van mijn lotgenoten: de schuld te krijgen de verantwoordelijkheid over je eigen kind niet te willen nemen, gezondigd tegen religieuze wetten, incapabel om je kind zelf op te voeden. Deze geschiedenis, we kunnen die niet terugdraaien, maar ik vraag wel nadrukkelijk om eerherstel. Voor alle moeders en mijzelf, in wat voor vorm dan ook. Het mag niet de geschiedenisboeken ingaan zoals de Staat er nu over denkt."

Voorzitter. Deze woorden spreken voor zich. Het leed dat afstandsmoeders en -kinderen is aangedaan, werkt door tot op de dag van vandaag. Daarom is het belangrijk dat we hierbij stilstaan, de rol van de overheid erkennen én markeren dat de Staat er sinds deze week niet langer zo over denkt. De brief van de staatssecretaris met de toezegging dat excuses worden aangeboden, is dan ook van grote betekenis. Ik dank de staatssecretaris dat zij in de hele korte periode dat zij er nu zit, dit dossier de aandacht en de urgentie heeft gegeven die het verdient. De staatssecretaris geeft aan dat excuses voor de zomer zullen komen. Kan zij het proces daarnaartoe schetsen en aangeven hoe afstandsmoeders en -kinderen daarbij betrokken worden?

Voorzitter. Excuses zijn het begin van een traject naar herstel. Ik wil daarbij aandacht vragen voor drie punten. Allereerst de toegang tot dossiers. Moeders en kinderen missen autonomie, terwijl het over hun eigen afstammingsgeschiedenis gaat. Mijn collega van de VVD stelde zojuist deze vraag en ik wil die graag ook stellen: wat is de stand van zaken wat betreft de overdracht van de Fiom-dossiers naar het Nationaal Archief en wat betreft het wettelijk verankeren van het recht op inzage, en welke digitale inzage is nu ook al mogelijk?

Ten tweede geldt dat waarheidsvinding niet eindigt bij excuses. Sterker nog, de excuses maken duidelijk dat de geschiedenis en de dossiers tot nu toe een verkeerd beeld gaven van de werkelijkheid. Daarom willen afstandsmoeders heel graag een brief toevoegen aan dossiers. Het Nationaal Archief ziet echter allerlei, wat mij betreft bureaucratische, bezwaren en ziet daarbij over het hoofd dat toegang tot dossiers vaak ook een eerste stap is naar mogelijk hersteld contact tussen moeder en kind. Het is dan juist heel cruciaal wat er in die dossiers staat. Dat belang zou wat het CDA betreft moeten prevaleren. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Klopt het dat de wet toevoeging van een brief niet in de weg staat? Kan de staatssecretaris toezeggen hierover met de minister van OCW in gesprek te gaan?

Voorzitter. Ten derde. Excuses hebben alleen zin als we van het verleden leren. Daarom schrikt het CDA van de verhalen die naar buiten komen over gedwongen afstand bij arbeidsmigranten. Heeft de staatssecretaris deze groep vrouwen voldoende in beeld en welke stappen zet zij om deze groep de juiste ondersteuning te bieden? Extra zorgwekkend is dat nog steeds met de juridisch niet bindende afstandsverklaringen wordt gewerkt. Deze hebben weliswaar inmiddels een andere werktitel gekregen, maar hebben nog steeds dezelfde impact. Feit blijft namelijk dat na ondertekening het mentaal moeilijker is om terug te komen op een besluit. Kan de staatssecretaris toezeggen dat deze praktijk van symbolische verklaringen tot afstand per direct stopt?

Voorzitter, ik rond af, maar niet voordat ik ook aandacht heb gevraagd voor een ander dossier, namelijk de Nederlandse geadopteerden uit Chileense kindertehuizen, waar ook veel misstanden hebben plaatsgevonden. Het strafrechtelijk onderzoek in Chili loopt nog, maar geadopteerden lopen opnieuw aan tegen een gebrek aan autonomie over hun eigen adoptiedossiers, die bij Fiom liggen. Fiom beslist welke informatie met Chili wordt gedeeld. Dat is tot nu toe helemaal niets, terwijl andere Europese landen wel meewerken. Wat kan de staatssecretaris voor deze groep betekenen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Mevrouw Straatman, dank. U heeft een interruptie van mevrouw Bikker te pakken.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik kan me bij die laatste vragen trouwens aansluiten, want juist ook voor deze groep mensen duurt het al eindeloos lang.

Dit bepaalt me eerlijk gezegd ook bij de bevindingen van de commissie-Joustra en bij het wetsvoorstel omtrent draagmoederschap, waarvan de commissie heeft afgesproken dat we de staatssecretaris vragen om een reactie op de wetenschapstoets. Ik wil op dit moment wel al heel graag weten hoe de collega van het CDA denkt over dit wetsvoorstel in de huidige vorm, omdat er afspraken over staan in het coalitieakkoord en ik me ernstige zorgen maak dat we, als dat dat wetsvoorstel zo doorgaat, een herhaling krijgen van misstanden uit het verleden. Daarnaast denk ik persoonlijk dat het onverstandig is om draagmoederschap verder normaal te gaan maken. Ik ben heel benieuwd hoe de CDA-fractie hierin staat en ook welke route de CDA-fractie voor zich ziet.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank aan mevrouw Bikker voor de vraag. In het coalitieakkoord staat dat we doorgaan met de Wet draagmoederschap, maar wel mede in ogenschouw nemend de aanbevelingen uit de commissie-Joustra. Ik denk dat daar twee van de punten samenkomen. Wij zaten vanochtend samen bij de technische briefing en ik denk dat mevrouw Bikker daar ook heel duidelijk heeft gehoord waar mijn zorgen zitten en waar mijn vragen over gingen, namelijk over die buitenlandse trajecten. Ik denk dat we onze ogen ook niet moeten sluiten voor de risico's die daarin liggen; daar heb ik zorgen over en daar heb ik vragen over gesteld. Ik ga, mede in ogenschouw nemend wat de commissie-Joustra over interlandelijke adoptie heeft opgeschreven, opnieuw kijken naar dit wetsvoorstel over draagmoederschap.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker, ik wijs u erop dat dit voor nu uw laatste interruptie is. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor het antwoord. Deskundigen wijzen er wat dat wetsvoorstel over draagmoederschap op dat ook de bemiddeling mogelijk gemaakt gaat worden en er dus ook veel meer advertenties zullen komen rondom binnenlands draagmoederschap. Nu heb ik altijd met het CDA opgetrokken, juist als het ging over dingen die je niet wilt. Ik zei daarvan heel vaak samen met het CDA: ga dan niet doen alsof je het via de wet beter geregeld gaat krijgen. Een voorbeeld daarvan is de gokmarkt, waarvoor we een-op-een samen optrokken om te zeggen: ga nou niet dat pad op en al helemaal niet een pad met reclame en advertenties. Heeft collega Straatman naast die reserve ten aanzien van buitenlands draagmoederschap — ik hoop dat dat buitenlands draagmoederschap helemaal gaat stoppen — ook terughoudendheid als het gaat om het binnenlands draagmoederschap? Hoe ziet ze dat qua proces in de komende maanden? Naar ik meen staat het namelijk wel op de planning om dit wetsvoorstel in mei of juni te behandelen.

Mevrouw Straatman (CDA):
We hebben een wetenschapstoets gehad. Daaruit kwamen een heel aantal aanbevelingen. Volgens mij waren er bijna twintig aanbevelingen van wetenschappers, die naar zowel het binnenlandse als het buitenlandse traject hebben gekeken. Het kabinet komt met een reactie daarop. Die ziet zowel op de binnenlandse procedure als op de buitenlandse procedure. Ik denk dat het dus een zorgvuldig traject is dat we dat afwachten en dat we kijken op welke manier we ook de binnenlandse procedure mogelijk met nog meer waarborgen kunnen omkleden. Tegelijkertijd zeg ik wel dat we ook te maken hebben met een realiteit waarin draagmoederschap plaatsvindt. Vanochtend werd ook duidelijk dat het ontbreken van die wettelijke regeling ook zorgt voor heel veel problemen. In het belang van wensouders, maar vooral ook in het belang van kinderen, zouden we het gewoon zorgvuldig moeten regelen. Ik ga dus met goed gemoed naar de reactie van het kabinet kijken, maar met name over het buitenlandse traject heb ik veel zorgen. Ik wil gewoon dat we op iedere mogelijke manier voorkomen dat we kwetsbare mensen in het buitenland opnieuw … Ik wil dat we voorkomen dat we te maken krijgen met dezelfde problematiek die we bij interlandelijke adoptie hebben gezien.

De voorzitter:
Dank. Dan gaan wij luisteren naar de heer Sneller. Hij spreekt namens D66.

De heer Sneller (D66):
Dank u wel, voorzitter. In een democratie is het grootste goed dat je je leven zo mag inrichten als je wil, zolang je anderen geen schade berokkent en je je aan de regels houdt. Maar dan moeten we wel zorgen dat die regels ook aansluiten bij hoe mensen hun leven willen leiden. De maatschappij verandert constant. Zie bijvoorbeeld het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Dat is dit jaar 25 jaar geleden ingevoerd. Ooit werd gedacht dat dat onmogelijk is; nu is het bijna vanzelfsprekend. Daarmee is het ook een bestendiging van rechten en een schild tegen discriminatie. Als sociaalliberaal zoek ik ook steeds naar manieren waarop we onze wetten zouden moeten aanpassen om aan te sluiten bij de maatschappij van nu en die idealen ook te ondersteunen.

Met die inleiding wou ik eigenlijk van rechts naar links, vanuit mij gezien, beginnen. Ten eerste een compliment aan mevrouw Mutluer voor het organiseren van het rondetafelgesprek over de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam. Dat was voor mij ook weer leerzaam. Volgens mij was het destijds een stap vooruit. Ik ben daar iets positiever over dan collega Mutluer. Ik heb ook persoonlijk gezien dat het een gewaardeerde stap is geweest. Mijn kinderen hebben in ieder geval nu die gecombineerde geslachtsnaam. Maar we hebben ook duidelijk van deskundigen en mensen die in minder gelukkige relaties zaten, gehoord hoe schrijnend het kan zijn. Het vetorecht van de man is volgens mij een gekke vorm, om het mild te zeggen. Dat heb ik zelf ook gevoeld toen ik toestemming moest geven en wist wat de gevolgen zouden zijn als ik die toestemming niet zou geven. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe zij hiernaar kijkt. We hoorden ook dat er onder andere een geschillenregeling zou moeten worden uitgewerkt. We hoorden dat er destijds bij de behandeling van het amendement-Mutluer/Bromet wat twijfels over waren. We hoorden ook dat er een evaluatie naar voren is gehaald. Hoe zorgen we ervoor dat we geen tijd verliezen in het geval dat we daar inderdaad toe besluiten en er een meerderheid blijkt te zijn in deze Kamer, en tegelijkertijd ook recht doen aan de zorgvuldigheid die dit naamrecht zeker ook vraagt? Dat is een vraag aan de staatssecretaris.

Dan kom ik bij de collega ernaast. De VVD-fractie heeft een initiatiefwetsvoorstel in consultatie gebracht over het meerouderschap. Dat is iets wat al sinds 2016, sinds het door de staatscommissie is aangeraden, wat mij betreft om een regeling vraagt en kansen biedt om meer stabiliteit en zekerheid te bieden voor kinderen. Ik vind dat een heel mooi initiatiefwetsvoorstel en hoop dat we dat verder kunnen gaan zien.

Dan kom ik bij collega Straatman, die ook in haar eigen inbreng al illustreerde hoe zij zich heeft ingezet voor de afstandsmoeders en daar ook sinds zij de Kamer in is gekomen haar tanden in heeft gezet. Het sierde haar dat ze complimenten aan de staatssecretaris gaf, maar die komen haar ook toe. Ik voeg me graag bij de vragen die gingen over inzage in de dossiers en hoe dat nou ook breder zit met het recht op het kennen van je ontstaansgeschiedenis.

Dan nog even terug naar collega Kostić, die twee terechte vragen stelde. Eén ging over de Transgenderwet en de tweede over de x in het paspoort. Sommige mensen denken dat die x in het paspoort over een marginaal verschijnsel gaat, maar bij het lezen van de rapporten blijken er gewoon 480.000 tot 580.000 Nederlanders te zijn die zeggen dat het waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk is dat ze hun geslachtsregistratie zullen aanpassen als dat via de gemeente mogelijk is. Dat zijn niet enkele tientallen mensen, zoals mensen soms lijken te denken als je ze tegenkomt. Mijn vraag aan de staatssecretaris over allebei deze wetsvoorstellen of voornemens is eigenlijk: wat zijn haar plannen op dat gebied?

Ten slotte een punt dat nog niet genoemd is: de echtscheidingen. De notarissen zeggen eigenlijk het volgende. Er liggen een paar mooie stukken over wat er gebeurt bij complexe scheidingen. Het is belangrijk dat beter wordt geborgd dat de kinderen goed worden begrepen en dat hun belangen worden geborgd. Daar moeten we zorgvuldig in zijn. Tegelijkertijd zijn er ook mensen die uit elkaar gaan in goed overleg, maar daar belasten we nu ook de rechterlijke macht mee. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om dat bijvoorbeeld via het notariaat te laten verlopen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Zeer bedankt.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank aan mijn collega van D66 voor het mooie betoog. Ik denk dat we hetzelfde doel hebben. Ik heb toch nog een vraag. Mijn collega vraagt aan de staatssecretaris wat haar plannen zijn met betrekking tot de uitvoering van het Regenboogakkoord, zoals in het coalitieakkoord staat, waarvan de Transgenderwet en de x in het paspoort onderdelen zijn. Wat is de boodschap van D66? Is D66 het met ons eens dat de staatssecretaris daar vaart mee moet maken en daarmee zo snel mogelijk naar de Kamer zou moeten komen?

De heer Sneller (D66):
Er was in beginsel ook een initiatiefwet waarvan ik me nog steeds afvraag of we die moeten voortzetten. Dat is mede afhankelijk van de antwoorden van de staatssecretaris en de voorkeuren van collega Kostić, want ik denk dat we in gezamenlijk overleg moeten bezien wat het beste is. Tegelijkertijd heb ik de bijlage met de uitvoeringsconsequenties gezien. Ik heb gezien hoeveel daarachter vandaan komt. Het is de vraag of dat als initiatiefwet het meest kansrijk is, of dat ik mezelf dingen op de hals haal die ik niet waar kan maken. Ik sta daar dus relatief open in, maar ik vind in ieder geval dat het moet gebeuren. Als het de meest kansrijke route is dat de staatssecretaris daarmee komt, dan graag.

De voorzitter:
Dank. Dat brengt ons bij de bijdrage van de heer Diederik van Dijk, SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Soms krijg je het gevoel dat de burgerlijke stand steeds meer op een snackbar gaat lijken. Zoals je bij een snackbar allerlei soorten friet en snacks kunt bestellen, kunt kiezen voor geen saus of dubbele saus en met of zonder uitjes, zo is ook bij de burgerlijke stand steeds meer naar eigen behoefte verkrijgbaar. Denk aan een enkele of een dubbele geslachtsnaam, wel of geen x in allerlei situaties, en het eenvoudig wijzigen van de achternaam. De gedachte is dat alles eenvoudig via de balie van de burgerlijke stand moet kunnen gebeuren, zonder hinderlijke rechter die toetst of de persoonlijke wens wel noodzakelijk, gewichtig of toelaatbaar is. De overheid waakt niet meer over de orde en stijl namens het collectief, maar voldoet snel en simpel aan individuele behoeftes. Aan het begin van haar ambtstermijn wil ik de staatssecretaris uitnodigen om een meer fundamentele reflectie te geven op dit rechtsgebied. Is er volgens haar nog voldoende balans tussen het algemeen belang en de individuele behoefte? De SGP wijst er bovendien op dat de onderbouwing van voorstellen nogal eens dun is, bijvoorbeeld toen de behoefte van een zeer beperkte groep uit een aanvechtbare peiling zomaar leidde tot het invoeren van de dubbele geslachtsnaam. Hoe wil de staatssecretaris bijdragen aan rijpe, zorgvuldige wetgeving?

Voorzitter. Dit is een natuurlijk bruggetje naar de plannen voor het naamrecht. De naam is een belangrijk onderdeel van de persoonlijke identiteit, maar die identiteit is volgens de SGP vooral een objectief gegeven, bijvoorbeeld vanwege de gegeven bloedbanden en familiestructuren. Het betekent niet dat de overheid het subjectieve gevoel diskwalificeert, zeker niet, maar we kunnen er zeker ook niet altijd zomaar aan toegeven. Als iemand zich bijvoorbeeld niet thuis voelt bij de naam Van Beek, omdat hij al jaren aan een rivier woont, hoeft de overheid niet te accepteren dat iemand Van Dijk wil heten. Het verbaasde de SGP dat het demissionaire kabinet het algemene recht overnam om eenmalig de achternaam te wijzigen, enkel op basis van een wankele suggestie in een rapport. Kunnen we ervan uitgaan dat dit kabinet daar niet mee doorgaat?

Voorzitter. Het is een goede zaak dat het wetsvoorstel over de zelfidentificatie is ingetrokken. Wat we op dit moment politiek ook vinden, het is in ieder geval duidelijk dat we met het oude voorstel niet verder kunnen. De tijden zijn, in de relatief korte jaren, echt veranderd. De oude onderbouwing, waaronder de evaluatie van de Transgenderwet uit 2017, volstaat echt niet meer. Onderkent het kabinet die realiteit? De SGP neemt aan dat de staatssecretaris rekenschap wil geven van de recente ontwikkelingen. Neemt de staatssecretaris bovendien de opvatting van het EHRM serieus dat een toets van een deskundige belangrijk kan zijn bij het wijzigen van de geslachtsregistratie?

Voorzitter. De relatie tussen een moeder en haar ongeboren kind is bijzonder, maar kan ook bijzonder kwetsbaar zijn. Dat blijkt in ieder geval juridisch zo te zijn. Lisette ten Haaf van de Universiteit Utrecht laat heel helder zien in een uitgebreid artikel in Ars Aequi, het favoriete blad van mijn collega Sneller, dat de wetgever de belangen van moeder en kind onvoldoende beschermt. Daardoor ontstaat binnen de jurisprudentie inconsistentie en dus rechtsongelijkheid voor zowel de moeder als het ongeboren kind. Te denken valt bijvoorbeeld aan de ondertoezichtstelling van een ongeboren kind of de situatie van een gedwongen keizersnede, waarbij ook het strafrecht hapert. Het doden van een levensvatbare foetus valt bijvoorbeeld wel binnen het bereik van het strafrecht, maar ernstige mishandeling niet. Dat roept fundamentele vragen op, die niet allemaal aan de rechtspraak overgelaten kunnen worden. Dat is ook de strekking van het genoemde artikel. Wil de staatssecretaris deze thematiek onderzoeken en verkennen hoe de wetgever meer duidelijkheid en daarmee rechtszekerheid kan bieden aan moeder en kind?

Voorzitter. Mijn laatste punt. Het is al eerder aangehaald door collega's: de wetenschapstoets voor draagmoederschap geeft veel reden tot nadere bezinning, bijvoorbeeld over het risico op misstanden. En daar ligt mijn vraag: kan de staatssecretaris aangeven of zij de nationaal coördinator bestrijding van geweld tegen vrouwen en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel om een advies wil vragen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank, meneer Diederik van Dijk. U heeft een paar vragen, te beginnen bij mevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik zeg dit met alle respect, want ik heb weleens tegenover collega Diederik van Dijk gestaan waarbij ik andere bewoordingen gebruikte en hij dat toch wel zwaar opnam, en daar wil ik niet naartoe. Aan de andere kant: als we het hebben over het naamrecht en het vetorecht van de man, had ik gehoopt, als het gaat om de dubbele geslachtsnaam, dat de SGP een andere bijdrage had willen of kunnen leveren. Want gaat mijn collega door zijn bijdrage niet voorbij aan al die gevoelens van vrouwen die zeggen dat dit niet rechtvaardig is? Gaat hij niet voorbij aan al die vrouwen die zeggen: "Ik zit in een toxische relatie waarin sprake is van intieme terreur. Dat naamrecht, dat vetorecht, die toestemming wordt misbruikt voor doeleinden waar ik last van heb en waar mijn kind last van heeft. En ik wil met gezag aan mijn kind ook míjn geschiedenis en míjn naam doorgeven."? Ik wil dat u daarop reageert.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze vraag. Een hele nette vraag; ik val niet ondersteboven. Dus dank voor alle compassie die ik hier proef. Nee, in alle ernst: een goede vraag. Waar ik in mijn bijdrage vooral de vinger op heb gelegd en waar ik ook serieus op wacht, is een serieuze reflectie op de verhouding tussen het algemeen belang en orde, waarvoor een overheid verantwoordelijk is, en de andere kant van allerlei individuele behoeften. Kijk, mevrouw Mutluer noemt een aantal hele pijnlijke situaties. Daarbij alle medewerking om die vrouwen te helpen. Als je dan af wil van een hele ellendige geschiedenis en van de achternaam van je man: alle begrip. Maar dat kan allemaal. Wat ik daartegenover zet, is het voorstel van nu gewoon iedereen die daar eventueel behoefte aan heeft, de mogelijkheid geven tot een nieuwe achternaam. Nou, dat vind ik typisch een voorbeeld van iets waar we volledig in doorslaan. Daar wil ik graag een nadere reflectie op hebben.

De voorzitter:
Mevrouw Mutluer is door haar vragen heen; dit ter geruststelling misschien. Dat brengt ons bij de heer Sneller voor zijn vraag.

De heer Sneller (D66):
Ik denk dat dit ook komt, zo zeg ik tegen collega Van Dijk, doordat hij zelf begint over "cafetaria" en die vergelijking gewoon iets te ver doortrekt als hij begint over "uitjes" als het gaat over kwesties zoals onderhavige en de diepgevoelde wensen van sommige mensen op dit soort punten. Ik denk dus dat dat een deel van de achtergrond is, en ik denk dat hij dat ook wel snapt. Tegen die achtergrond heb ik twee vragen, ten eerste over het kunnen wijzigen van die achternaam. Als ik de woorden van de vorige staatssecretaris daarover lees, zie ik dat het bijvoorbeeld ook tegen de achtergrond van de invoering van het bsn als identificerend iets is. Ik bedoel dat er dus op een andere manier tegemoet wordt gekomen aan de behoefte, die de heer Van Dijk denk ik terecht neerlegt, om ook orde, structuur en herleidbaarheid vast te leggen. In welke mate kan hij die redenering van de staatssecretaris volgen?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze vraag. Zo komen we toch echt wel verder. Kijk, in mijn korte spreektijd heb ik natuurlijk ook woorden gebruikt om een klein beetje te prikkelen: "Schieten we niet een beetje door? Waartoe dient een naam? In hoeverre moet dit zijn gebaseerd op een individuele behoefte? Zit er niet ook een andere kant aan?" Van het rapport dat eronder ligt — dat is van Andersson, zeg ik uit mijn hoofd — was ik niet erg onder de indruk, maar er stond één ding in waar ik het van harte mee eens ben en waarmee ik volgens mij ook uw vraag beantwoord. Het rapport suggereert inderdaad een algemeen recht voor iedereen op een eenmalige wijziging van de achternaam, maar — die aanbeveling heb ik niet meer teruggezien — zegt ook: ontwikkel eerst een visie op de functies van achternamen. Dat staat op pagina 44. Die hele tussenstap is overgeslagen door het demissionaire kabinet. Daar zit mijn punt. Waar zijn we nou precies mee bezig? Hoe kijken we naar achternamen? Zoals de heer Sneller zegt: het bsn relativeert in zekere zin de positie van de achternaam wat, maar in hoeverre? Het lijkt me echt wel goed om daar eens wat dieper over te debatteren, en dan krijg ik graag eerst een goede visie daarop van het kabinet.

De heer Sneller (D66):
Maar dan is er in ieder geval openheid om die relativering eventueel door te voeren. Zo hoor ik in ieder geval het antwoord van collega Van Dijk. Dat is mooi.

De andere vraag die ik had, is deze. Tussen neus en lippen door zei de heer Van Dijk dat er een wetsvoorstel was dat gebaseerd was op … Ik heb het niet helemaal goed genoteerd, maar ik geloof dat het neerkwam op "een flutpeiling" of in ieder geval op een peiling die niet zo goed was. In dat opzicht vroeg ik mij af hoe het zit met de feitelijke onderbouwing. We hebben van Rutgers, het expertisecentrum seksualiteit, het rapport Kiezen voor een "X". Ik noemde die cijfers in mijn eigen bijdrage. Ik vroeg me af hoe de heer Van Dijk kijkt naar die aantallen. Plaatst hij daar ook vraagtekens bij of onderschrijft hij die wel?

De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Sneller noemde die aantallen en ik heb geen reden om aan te nemen dat de heer Sneller ons iets anders voorstelt dan de werkelijkheid, dus daar wil ik best in meegaan. Voor mij is het wel heel belangrijk dat zo'n document iets objectiveerbaars heeft. Als je een persoon voor je hebt staan, moet je weten dat het een man is als het een man is en dat het een vrouw is als het een vrouw is et cetera. Het zit voor mij veel meer op dat punt, eigenlijk nog ongeacht de aantallen waar het over gaat.

De voorzitter:
Uw laatste interruptie.

De heer Sneller (D66):
Dat snap ik. De "et cetera" is dan denk ik de x, als ik de heer Van Dijk even mag helpen. Het is vooral belangrijk dat we wel over dezelfde feitenbasis praten. Blijkbaar is er in het verleden een onderzoek geweest waarvan de heer Van Dijk nu zegt: dat was eigenlijk een onvoldragen onderzoek en ik betwist de cijfermatige onderbouwing. Het is, denk ik, wel goed om in deze fase, voordat we dat hele traject zo meteen weer ingaan, even vast te stellen dat de heer Van Dijk zegt: ik heb geen reden om te twijfelen aan de cijfermatige onderbouwing.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Helder. Ik kan meteen een klein misverstand oplossen. Het onderzoek waar ik net naar verwees, ging over de dubbele geslachtsnaam. Dat was echt een rammelend onderzoek. We moeten altijd goed opletten. Deugen de cijfers? Zijn de mensen die worden geïnterviewd representatief? Welke organisaties inspreken maakt ook nog erg veel uit. Daar begint het: het begint bij de feiten. Daar wil ik ook altijd graag op aanspreekbaar zijn.

De voorzitter:
Zeker. Dank, meneer Diederik van Dijk. Dan gaan we naar mevrouw Bikker van de ChristenUnie. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Het rapport Schade door schande confronteert ons met een pijnlijk verleden, waarin moeders en kinderen ernstig tekort zijn gedaan. Moeders moesten zonder wettelijke basis verklaringen tekenen om afstand te doen van hun kinderen en dat heeft hen en hun kinderen ernstig beschadigd. Ik was diep onder de indruk toen ik las wat vrouwen ervaren hebben in die tijd. Dat de overheid haar rol erkent, is belangrijk en noodzakelijk. De aangekondigde excuses zijn daarom een goede zaak, maar voor de ChristenUnie geldt ook dat erkenning niet mag blijven steken in woorden alleen. Kan de staatssecretaris toelichten wat zij verstaat onder "zorgvuldige excuses", welke invloed getroffenen daadwerkelijk hebben op de inhoud en vorm daarvan en welke concrete stappen van herstel en nazorg het kabinet voor zich ziet?

Dan interlandelijke adoptie. Die wordt afgebouwd. Het is glashelder dat in het verleden veel is misgegaan. Tegelijkertijd wil ik vandaag ook met waardering spreken over de situaties waarin het wel goed ging en waarin het wel goed gaat, want naast de pijnlijke gevallen ken ik zeker ook gelukkige gezinnen, waarin zowel ouders als adoptiekinderen diepe verbondenheid ervaren en met dankbaarheid terugkijken op de totstandkoming van de familieband via adoptie.

Maar voor nu, in dit debat, zoom ik in op de misstanden. Recent nog erkende het gerechtshof Amsterdam namelijk, in de casus-Butink — NRC schreef er uitgebreid over — dat er ernstige misstanden waren en dat zowel de Staat als bemiddelingsorganisaties daarvan op de hoogte waren, maar dat toch niet onrechtmatig gehandeld is. Dit is de eerste geadopteerde die de Staat op deze wijze aansprakelijk heeft gesteld. Maar ondanks dat de rechter ernstige misstanden constateert en ondanks de kritische beschouwing van de commissie-Joustra en de excuses van de overheid, staat deze gedupeerde met lege handen. Hoe beschouwt en rijmt de staatssecretaris het dat er enerzijds sprake is van vastgestelde misstanden en excuses, maar er anderzijds geen herstel is van overheidswege?

Tot slot vraag ik het volgende. Welke lessen trekt het kabinet uit het verleden voor het huidige beleid en mogelijk nieuwe initiatieven? Onderstreept dit niet eens te meer dat we, voor zover mogelijk, echt moeten kijken hoe kinderen bij hun biologische ouders kunnen blijven, en anders kunnen opgroeien in de buurt van de omgeving waar ze geboren zijn?

Als je de casus bestudeert die ik eerder aanhaalde, lees je over een kind dat haar biologische moeder nog altijd niet gevonden heeft. Je leest ook over frauduleuze adoptie doordrenkt van commercie, waarbij lokale tussenpersonen in het land van herkomst letterlijk per kind werden betaald, en over kinderen die afkomstig waren van alleenstaande moeders met weinig geld, in de context van wijdverbreide corruptie. De commissie-Joustra schrijft in de context van Sri Lanka bovendien over babyfarms en kinderhandel. Alles wat je niet wilde, gebeurde daar. Nu schrijft Joustra dat structurele en systematische misstanden terug te voeren zijn op het ontstaan van een adoptiemarkt en het tot een verhandelbaar goed maken van kinderen, met inbegrip van markttermen als "vraag en aanbod", "kanalen", "tussenpersonen" en "vergunningen".

Joustra waarschuwt in dit verband voor dezelfde mechanismen als het gaat om draagmoederschap. Ondertussen ligt er een wetsvoorstel dat toch deze weg opgaat. Wetenschappers zijn glashelder: internationaal draagmoederschap geeft grote kans op misstanden. Nationaal zijn er enorm veel haken en ogen. We mogen daar niet naïef over zijn en we kunnen het niet nog een keer zo mis laten gaan. De ChristenUnie is helder: wij zien het wetsvoorstel over draagmoederschap als een heilloze weg. Die kant moeten we niet op. Het rammelt ook inhoudelijk. Daarom heb ik de volgende indringende oproep aan het kabinet. Ga niet door met dit wetsvoorstel. Trek het terug. Dit onzalige pad verder uitlopen zou een minderheidskabinet, dat nog op allerlei fronten in de Kamer zaken hoopt te doen, ook echt niet moeten willen. Stop nu het kan en luister goed naar de indringende waarschuwingen.

Voorzitter. Mijn collega Sneller sprak goede woorden over het omgaan met complexe scheidingen. Ik sluit me daarbij aan en sla dus, kortheidshalve vanwege de tijd, de vragen over die ik daarover wilde stellen, behalve de vraag wat de ambitie van het kabinet is op dit punt in de komende vier jaar. Dat wil ik wel weten.

Ten aanzien van de Transgenderwet is hier al veel gewisseld. Ik constateer dat de wet is ingetrokken. Dan moet je niet opnieuw hetzelfde proces op die manier ingaan. Natuurlijk moeten we kijken naar de bevindingen, ook die van de afgelopen jaren, van wat transgender mensen in Nederland meemaken.

O, mijn microfoon viel uit. De voorzitter is me zat! Daar hebben we het later over. Wat mijn fractie betreft is de wet nu ingetrokken en blijft dat zo.

De voorzitter:
Sorry, ik drukte u inderdaad even weg. Ik was de knoppen aan het uitproberen.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Maar eerlijk is eerlijk, u was ook al over uw tijd! Het was dus eigenlijk wel het goede moment om dat soort dingen even te testen. Maar zeer bedankt voor uw bijdrage, mevrouw Bikker. Dat brengt ons bij de laatste spreker van vandaag. Dat is de heer Clemminck namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Bikker heeft gelijk dat er bij interstatelijke adoptie helaas veel mis is gegaan, maar dat er inderdaad ook wel mooie, nieuwe verbanden zijn gecreëerd.

Voorzitter. Dank aan de commissie dat ik vandaag mag deelnemen als woordvoerder Emancipatie van JA21. Ik zal in mijn betoog dus ook vooral de focus leggen op deze onderdelen. Maar eerst over Insiya. Zij werd tien jaar geleden uit Nederland ontvoerd en is illegaal in India zonder haar moeder. Dat is de situatie van Insiya, de dochter van Nadia. Ik spreek deze tekst namens mijn collega Ingrid Coenradie, die hier intensief mee bezig is. Ze heeft gesproken met de Indiase ambassadeur en met minister Berendsen, maar een concreet antwoord op de vraag wat Nederland gaat doen, blijft uit. Blijkbaar is het ontvoeren naar en vasthouden in een ander land iets wat we gedogen en ontbreekt het iedereen aan doorzettingsmacht. Dit kan toch niet? Alle jurisprudentie en moties ten spijt zijn we nog geen steek verder. Wat heeft het kabinet nodig om grote stappen vooruit te zetten om het contact tussen moeder en dochter op z'n minst weer te herstellen, om gehoor te geven aan het recht en niet toe te geven aan misdaad? Wat gaat het kabinet wanneer doen? Wat zijn de te nemen stappen? Wanneer kunnen we concreet beweging zien? Alle diplomatie is nu wel een keer voorbij. Is het kabinet bereid om deze kwestie op Europees niveau op het hoogste punt van de agenda te zetten?

Voorzitter. Dan over de Transgenderwet en de procedure voor de wijziging van de geslachtsregistratie. In 2014 is de koppeling tussen biologisch feitelijk geslacht en de registratie bij de overheid losgelaten. De term "geslacht" op bijvoorbeeld je paspoort moet eigenlijk "genderidentiteit" zijn. Mijn partij is kritisch op dit loskoppelen van het feitelijke geslacht en de geslachtsregistratie bij de overheid. Maar laat ik helder zijn: sociale acceptatie van transgenders is voor ons nooit, nooit een vraagstuk geweest. Genderdysforie bestaat, transgenders bestaan. Het zijn onze buurtgenoten, collega's op het werk, familieleden. Acceptatie is minimaal een kwestie van goed fatsoen. Transgenders zijn volwaardige burgers van ons land, met alle rechten en plichten die daarbij horen.

Voorzitter. Dat betekent dat er ook een procedure is om je geslachtsregistratie aan te passen. En die procedure ís er. In mijn gesprekken met de gemeenschap hoor ik nadrukkelijk de wens om hier aanpassingen aan te doen. De regering is voornemens een wetsvoorstel daarvoor in te dienen. Kan de staatssecretaris aangeven wat de tijdlijn gaat worden? Wanneer kunnen wij het wetsvoorstel verwachten? Kan de staatssecretaris aangeven dat dit wetsvoorstel in grote lijnen hetzelfde blijft als het ingetrokken wetsvoorstel? Die laatste vraag heeft ook te maken met een passage uit het coalitieakkoord waarin staat: "Het Regenboogakkoord is hiervoor de basis. Wij voeren dit akkoord zorgvuldig uit met wetgeving en beleid." Maar als ik dan het Regenboogakkoord ga lezen, staat er weer: het CDA neemt dit wetsvoorstel zorgvuldig in overweging. Kan de staatssecretaris verhelderen welke politieke afspraken zijn gemaakt binnen de coalitie dan wel binnen het kabinet? Voor mijn fractie is een balans tussen toegankelijkheid en zorgvuldigheid in de wijzigingsprocedure van groot belang. Voor de burgers moet de procedure helder, begrijpelijk en ook te doen zijn. Tegelijkertijd gaat het niet even om het wijzigen van een adres. De overheid heeft ook een verantwoordelijkheid om dit proces zorgvuldig in te richten. Burgers moeten goed weten wat de procedure inhoudt, wat de gevolgen zijn en er moet vastgesteld worden dat het een duurzame wens betreft. Is voor de staatssecretaris het vaststellen van de duurzame wens een belangrijk onderdeel van een zorgvuldig proces? Welke elementen bevat dit dan volgens de staatssecretaris? Daarnaast heeft de Staat ook een verantwoordelijkheid voor de mogelijke consequenties van een wijziging van de geslachtsregistratie, bijvoorbeeld als het gaat om de veiligheid en toegang tot het buitenland. Dat geldt zeker in het bijzonder voor de toevoeging van x.

Ik rond af, voorzitter. Een kritische blik zal mijn fractie ook hebben ten aanzien van de wijzigingsprocedure geslachtsregistratie voor kinderen onder de 16 jaar. Dat is nu nog niet mogelijk, maar in het ingetrokken wetsvoorstel werd hier wel een procedure voor voorzien, namelijk via de rechter. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen deze jonge leeftijd als het gaat om de wijziging van de geslachtsregistratie in relatie tot de zorgplicht van de overheid, dus met betrekking tot goed begrip, het goed kunnen overzien van de consequenties en een duurzame wil?

Voorzitter, dank u wel. Tot zover.

De voorzitter:
Zeer bedankt. Ik zie een vraag van de SGP. De heer Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Een vraag aan de heer Clemminck. Hij maakte een paar opmerkingen over de Transgenderwet en de nieuwe versie die wordt verwacht. Hij maakte daarbij ook een paar opmerkingen over dat het van belang is dat je op een respectvolle manier met transgender personen et cetera omgaat. Daar ben ik het honderd procent mee eens. Elk mens is gelijk, gelijkwaardig. Daar is geen discussie over. Maar het pijnpunt in het wetsvoorstel was juist dat dit ook jongeren raakt, zonder enige tussenkomst van een deskundige. Internationaal is er ook heel veel gebeurd. Er zijn steeds meer waarschuwingen, ook van gerenommeerde medici en wetenschappers: kijk uit, ga nou niet te snel mee in de transitie, want het gaat meestal vanzelf over; pas op om erin mee te gaan, want je komt in een proces waarvan soms het einde niet is te overzien. Die voorzichtigheid … Niemand wil hier mensen kwetsen; de SGP in ieder geval ook niet. Maar wat is nou werkelijk in het belang van juist ook jongeren? Neemt de heer Clemminck dat ook mee in zijn pleidooi richting dit kabinet?

De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Ik ben blij met de opmerking van de collega van de SGP. Mijn zorg zit namelijk ook op het volgende punt. We zagen een paar dagen geleden de uitkomst dat er een enorme toename is van de discriminatie van transgenders in Nederland. Dat is wat mij betreft echt een zorgpunt, dus ik ben ook blij met deze woorden van de collega van de SGP. Ik vraag om een zorgvuldig wetsproces en ik vraag om een procedure die aan de ene kant wel toegankelijkheid voor transgenders in Nederland borgt en tegelijkertijd zorgvuldig is. Mijn voornaamste kritische blik zal inderdaad gaan over de leeftijdsbepaling die in ieder geval in het ingetrokken wetsvoorstel zat en wellicht in het nieuwe wetsvoorstel zal zitten. Dan denk ik bijvoorbeeld ook aan het verbod op de conversietherapie, waar JA21 ook voorgestemd heeft. Daarbij hebben we de scheiding gemaakt tussen minderjarigen en volwassenen. Vanuit die blik kan ik t.z.t. ook kijken naar een nieuw wetsvoorstel op dit gebied.

De voorzitter:
Tot zover de eerste bijdrage vanuit de Kamer. Ik kijk even naar de staatssecretaris. Op welke termijn denkt zij de antwoorden gereed te hebben? Een halfuurtje? Zullen wij zeggen dat wij hier stipt om 15.30 uur weer vertrekken? Ja. Dan doen we dat. Dank u wel. Dan schors ik tot dan deze vergadering.

De vergadering wordt van 14.58 uur tot 15.32 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste commissie. Wij gaan door met de beantwoording van de vragen die in de eerste ronde door de Kamerleden zijn gesteld. Het lid Kostić heeft mij gemeld dat ze heel even naar een andere vergadering moet, dus zij is een halfuurtje elders, maar ze heeft haar spullen hier laten liggen, ter bevestiging van haar terugkeer. Wij gaan luisteren naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Dat is meteen even schakelen, want in mijn eerste mapje zitten de vragen over gender. Zal ik dat dan maar meteen omkeren?

De voorzitter:
Dat is wel sympathiek, denk ik.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat ga ik doen dan. Ik heb voldoende mapjes om het ergens tussen te schuiven.

Vandaag spreek ik voor het eerst met u over het personen- en familierecht. In aanloop naar dit debat heb ik gemerkt, voor zover ik dat niet al wist, dat dit iedereen raakt. Dit raakt iedereen op enig moment in z'n leven, of je het nu wilt of niet. Het heeft hele mooie, maar ook ingewikkelde en moeilijke kanten. Ik kan u vertellen dat mijn week begon met een telefoontje naar Frans en Ellen. Dat was een langverwacht telefoontje, waarin excuses van het kabinet werden aangeboden aan de afstandsmoeders en de afgestanen. De manier waarop we dat gesprek met elkaar voerden, over de manier waarop wij als kabinet proberen om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan wat nodig is op dit moment en de manier waarop we dit de komende maanden verder met elkaar gaan invullen, heeft diepe indruk op mij gemaakt; het was ontzettend persoonlijk. Daar wil ik dus mee beginnen. Grote dank daarvoor, want zo'n proces duurt lang en het moet zorgvuldig gebeuren, maar we zitten allemaal op dezelfde pagina wat dat betreft.

In het verlengde daarvan kan ik het volgende zeggen. Dit is mijn zesde week, maar vóór mij hebben heel veel mensen ontzettend veel werk verricht en gevochten voor het moment waar we nu zijn, niet in de laatste plaats enkele Kamerleden. Daar wil ik ook mijn dank en respect voor uitspreken, want daardoor is dit onderwerp boven op mijn stapel terechtgekomen.

Goed. Er zijn meer onderwerpen waar we het vandaag met elkaar over gaan hebben. Je afkomst is allesbepalend voor wie je bent, dus informatie daarover is belangrijk. Daarnaast gaat het personen- en familierecht ook over familiebanden en levensgebeurtenissen, zoals het ontstaan van gezinnen, in de verschillende vormen die er vandaag de dag bestaan, maar ook het uiteenvallen daarvan. Dat zijn levensgebeurtenissen met veel impact op ouders en kinderen. Er zijn de afgelopen jaren veel ontwikkelingen geweest in het personen- en familierecht. Het is geen rustige periode geweest. Soms is dat noodzakelijk, omdat je dingen in de wet moet vastleggen. Soms zijn het besluiten waarvan we nu zeggen: kijk daar nog eens goed naar. Interlandelijke adoptie wordt bijvoorbeeld afgebouwd. Er ligt een indringend rapport van de commissie-De Winter over binnenlandse adoptie en afstand. Over al deze onderwerpen spreek ik u vandaag, evenals over andere ontwikkelingen, zoals het naamrecht, waar ook vragen over gesteld zijn, en de aanpak van complexe scheidingen.

Ik zal ingaan op de vragen die door de Kamer zijn gesteld. Ik heb daar maar liefst tien mapjes voor. Ik zal de onderwerpen noemen, zodat u weet wanneer uw vraag ongeveer beantwoord gaat worden. Ik begin dus niet met gender, maar met binnenlandse afstand en adoptie. Dan ga ik naar het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie, de adoptiedossiers, gender, het naamrecht, de complexe scheidingen, de internationale kinderontvoeringen, het draagmoederschap en nog twee overige vragen.

De voorzitter:
Dan tel ik er negen, maar ik begrijp nu dat er twee blokjes overig zijn, of één blokje overig met daarin twee vragen. Heel goed. Ik telde er negen, maar ik schreef heel snel mee, dus het zullen er tien zijn. Genoeg te doen, in ieder geval.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ja, genoeg te bespreken. Ik begin met binnenlandse afstand en adoptie. Daarover is een vraag gesteld door mevrouw Mutluer van PRO. Zij stelde voorop dat het een mijlpaal is dat excuses zijn aangeboden en vroeg: bent u bereid om te komen met concrete maatregelen, ook gericht op het inzien van dossiers en het zoeken naar familie, om nieuwe misstanden te voorkomen? Ja, dat ben ik. Na ontvangst van het rapport Schade door schande hebben gesprekken plaatsgevonden met een aantal getroffenen, onder meer over de behoefte aan maatregelen die kunnen bijdragen aan erkenning en herstel. Die behoeften zijn zeer uiteenlopend. Dat moet ik ook zeggen. Ik kan daar waarschijnlijk niet volledig aan tegemoetkomen. Daar moeten we het ook met elkaar over hebben. Er moeten wel keuzes gemaakt worden. Ik begrijp dat de getroffenen heel graag duidelijkheid willen en ik wil ook tot een zorgvuldig besluitvormingsproces komen. Ik zal uw Kamer voor de zomer nader informeren over de resultaten van het reflectietraject, de opvolging van de aanbevelingen en de verdere maatregelen. Ik doe dat de komende periode samen met die getroffenen, zodat we ook daadwerkelijk bijdragen aan het herstel.

Dan de vraag van mevrouw Wendel: wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten van de reflectie op de gebeurtenissen rondom afstand en adoptie? Zoals ik zei, komt er voor de zomer een brief naar uw Kamer. Daar zal ik ook die uitkomsten van de reflectiebijeenkomst in meenemen.

Dan ga ik naar binnenlandse afstand en adoptie. Mevrouw Straatman vroeg hoe de afstandsmoeders en afgestanen bij het proces richting excuses betrokken worden. Zoals ik u net al zei, wil ik dat graag zorgvuldig doen. Ik doe dat ook heel graag samen. Over herstelmaatregelen hebben we nog een gesprek te voeren met elkaar: "Wat is toereikend? Wat is haalbaar? Hoe komen we nader tot elkaar?" We hebben wel met elkaar afgesproken dat dit allemaal voor de zomer plaatsvindt. Ik voel ook een grote urgentie om dit goed en zorgvuldig, maar ook snel met elkaar op te lossen. Ik heb ook een enorme bereidheid gevoeld bij de getroffenen om dat gesprek met ons te blijven voeren, zeker ook als het gaat over hoe je excuses maakt. De waarheid kan ik natuurlijk niet alleen maar zelf verzinnen. Het gaat er ook om hoe excuses ontvangen worden, welke woorden echt iets betekenen en hoe we die betekenis er voldoende aan kunnen toevoegen. Daar ben ik en daar ga ik de komende maanden met de getroffenen over in gesprek.

Dan de vraag van mevrouw Straatman over het gebruik van de afstandsverklaringen. Dat is een belangrijk onderwerp, waar volgens mij een aantal van u een vraag over gesteld hebben. Het is onderdeel van het protocol Afstand ter adoptie. In dit protocol zijn de samenwerkingsafspraken vastgelegd tussen alle organisaties die op dit terrein werken. Naar aanleiding van het rapport van commissie-De Winter is per begin 2026 besloten om de term "afstandsverklaring" te wijzigen in "verzoek tot voortzetten van de afstandsprocedure". Met het ondertekenen van dit document verzoekt een moeder instanties om de afstandsprocedure voort te zetten. Het document had en heeft echter geen juridische status. Ik begrijp dat überhaupt het ondertekenen van een document echt als heel vervelend of zelfs heel dwingend kan worden ervaren, terwijl dat juist niet de bedoeling is. De Raad voor de Kinderbescherming gaat daarom samen met de andere protocolpartners op zoek naar alternatieven voor het gebruik van een document en het zetten van een handtekening. Ik vind dit een goede ontwikkeling. Ik denk dat het passend en verstandig is.

Mevrouw Straatman (CDA):
Goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan en verder naar gekeken wordt. Tegelijkertijd zou ik ervoor willen waken dat we het beestje dadelijk een andere naam gaan geven en het vervolgens precies dezelfde impact heeft, want als ik de antwoorden op de Kamervragen lees, dan erkent de staatssecretaris ook dat de handtekening een louter symbolische waarde heeft, terwijl het wel een veel meer dan symbolische impact heeft. Het heeft geen enkele juridische betekenis, maar het vergt wel iets om daar later van terug te komen, zeker als iemand de Nederlandse taal of de Nederlandse gebruiken veel minder machtig is. Zou de staatssecretaris dus in die gesprekken, ook met de Raad voor de Kinderbescherming, willen meenemen dat het niet alleen om het veranderen van de naam gaat, maar dat we eigenlijk zouden moeten stoppen met het hele gebruik van zo'n document of het wettelijk moeten inregelen? Het is een van beide.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ja, dat klopt. Dat is ook precies het gesprek dat ik voer met de Raad voor de Kinderbescherming. Zij voeren dat gesprek ook weer met hun partners. Dan gaat het over het zoeken naar alternatieven voor überhaupt het gebruik van het document en het zetten van de handtekening.

Dan een vraag van mevrouw Bikker die eigenlijk in het verlengde ligt van de voorgaande vragen: wat is dan het zorgvuldige proces naar de excuses die voor de zomer gemaakt worden? Zoals ik net zei, ben ik daar natuurlijk heel graag over in gesprek met de getroffenen, over wie we eerder ook al het gesprek hebben gevoerd, en de belangenorganisaties die opkomen voor de belangen van de getroffenen. We zoeken naar hoe je zo veel mogelijk tegemoet kunt komen aan wat nodig is om de excuses te laten landen in de woorden die daar het beste bij passen. Dat is een opmaat naar de zomer. Ik zal u daar voor de zomer over informeren, zeker ook in lijn met de herstelmaatregelen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben blij met die toezegging. Dank daarvoor. Het is heel goed dat de staatssecretaris dat zo doet. Kan zij nog iets meer zeggen over hoe zij, richting de zomer, de getroffenen zelf hierbij betrekt en welke invloed zij hebben op de inhoud en de vorm?

Staatssecretaris Van Bruggen:
We zijn nu in overleg en willen het gesprek voeren over herstelmaatregelen en wat een tegemoetkoming kan zijn die nu nodig is en ook voor toekomstige generaties. Het intergenerationele gedeelte heeft namelijk ook schade veroorzaakt. Denk aan dossierinzage, psychosociale ondersteuning, DNA-kits en de belangrijke aspecten die in eerdere fasen zijn genoemd door deze groep getroffenen. Wij moeten goed beoordelen en kunnen kijken wat haalbaar en betaalbaar is. Voor ons is dat natuurlijk een belangrijke afweging. Tegelijkertijd mag die nooit leidend zijn. Dat wil ik ten eerste zeggen over de herstelmaatregelen. In tweede instantie, misschien ook wel voorafgaand daaraan, vraag ik mij af welke woorden we samen waardevol genoeg vinden op het moment dat we excuses aanbieden. Dat doe ik graag met de collega van VWS, mevrouw Hermans. Dat heeft u ook gezien. Zij heeft met mij en de getroffenen een gesprek gevoerd en is hier nauw bij betrokken geweest in de afgelopen anderhalve week, waarin dit allemaal op een snelle en zorgvuldige manier heeft plaatsgevonden. Dat zal ook het geval zijn in het vervolg, bij het goed en juist kiezen van de woorden die nodig zijn om echt tegemoet te komen aan wat excuses voor deze groep betekenen.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dan had ik nog een vraag van mevrouw Straatman over de groep vrouwen die als arbeidsmigranten in Nederland werken. Zij vroeg of ik die groep goed genoeg in beeld heb en of ik signalen ontvang over zorgen die we over deze groep hebben. De signalen over de groep vrouwen zijn bij mij bekend. Helaas bestaan er geen snelle en makkelijke oplossingen. Het kabinet moet en wil hier juist in de breedte heel goed naar kijken. De ministeries van JenV, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van VWS zijn hierover al met elkaar in contact en zijn ook in gesprek met veldpartijen. Samen zijn wij aan het verkennen wat er nodig is om bestaande hulp en ondersteuning beter te laten aansluiten bij de behoeften van de zwangere arbeidsmigrant. Wat gebeurt er dan heel feitelijk? Fiom biedt informatie over keuzeopties en biedt in Nederland ondersteuning in diverse talen. Er worden tolken ingeschakeld bij keuzehulptrajecten. Fiom heeft speciaal voor arbeidsmigranten een routekaart ontwikkeld, waarin de keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht. Daarnaast organiseerde Fiom onlangs voor de hulpverleners en contactpersonen van arbeidsmigranten bij stichting Barka een kennissessie over onbedoelde zwangerschap.

Dan ben ik door het eerste blokje over binnenlandse afstand en adoptie heen. Ik ga naar het tweede blokje. Dat gaat over het wetsvoorstel afbouw adoptie.

De voorzitter:
Voordat u dat doet, heeft u nog een vraag van mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb een vraag over het punt van de arbeidsmigranten. Ik ben bekend met de verschillende routes die Fiom heeft. Tegelijkertijd was het ook Fiom die de noodklok luidde in het NRC-artikel over arbeidsmigranten. Zij zeiden dat zij de situatie eigenlijk onvoldoende in beeld hebben en dat er een situatie dreigt die we uit het verleden kennen en zeker nooit meer willen laten voorkomen. Wat kunnen we dus meer doen dan we nu doen? En moeten we daar geen spoed mee maken? We hebben immers uit het verleden geleerd wat voor ellende dat met zich meebrengt.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Het is absoluut terecht dat u hier nog even extra de vinger bij legt. Het gaat erom dat we in de breedte kijken naar de omstandigheden van arbeidsmigranten. Als die omstandigheden zo penibel zijn dat zwangere vrouwen zich op een of andere manier onder druk gezet voelen om hun kinderen af te staan, dan is dat een uitvloeisel van het feit dat we het in beginsel al onvoldoende goed geregeld hebben voor arbeidsmigranten. Dat is het gesprek dat we voeren met Sociale Zaken en met VWS. Tegelijkertijd is het mijn rol om juist daar aan tafel te zeggen: "Doordat al die omstandigheden niet goed geregeld zijn, komen deze vrouwen in precies dezelfde situatie terecht. Daardoor krijgen we een herhaling van zetten ten opzichte van het verleden." Dit onderwerp moeten we dus zeker daar aan tafel constant bespreekbaar maken. Ik kan niet veel meer doen dan de maatregelen bij Fiom die ik nu net noem. Weet wel, om u gerust te stellen, dat dit een onderwerp is dat mijn aandacht heeft aan die tafel met VWS en SZW. Het is namelijk juist belangrijk om zo'n kwetsbare groep, binnen een kwetsbare groep van arbeidsmigranten, extra goed in de gaten te houden.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter. Dan een vraag van mevrouw Wendel over het wetsvoorstel over afbouw van adoptie. Het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel is tot 6 april in internetconsultatie geweest. Wanneer stuurt u dit naar de Raad van State, vroeg zij. Het klopt dat de internetconsultatie vorige week is geëindigd. Er zijn 240 reacties op binnengekomen, 186 openbare en 54 niet-openbare. Ik ga hier even wat uitgebreider op in dan normaal gesproken. De keuze voor het maken van een openbare of niet-openbare reactie kan door de indiener van de reactie zelf worden gemaakt. Die keuze wordt dus niet door de ontvanger, door ons, gemaakt. Daarnaast zijn een paar reacties die openbaar waren ingediend niet langer meer openbaar omdat daarin persoonsgegevens van derden zijn vermeld. Het zou onverstandig zijn om die openbaar te maken. Ook deze reacties worden uiteraard gewoon betrokken bij de verdere voorbereiding van het wetsvoorstel, net zoals alle andere reacties. Ik streef ernaar om het wetsvoorstel in het najaar naar de Raad van State te sturen. We zijn nu die 240 reacties aan het bestuderen.

Dan de adoptiedossiers. Ik begin met een vraag van mevrouw Wendel en mevrouw Straatman. Zij willen weten wie er echt die onbeperkte en volledige toegang heeft tot inzage van dossiers. Geldt die ook voor de kinderen van de geadopteerden? Waarom is dit nog steeds niet geregeld? Dit is een complex onderwerp — ik heb mij er ook wat langer over moeten laten bijpraten — want het raakt aan verschillende aspecten van hoe zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens. Adoptiedossiers bevatten altijd persoonsgegevens van meerdere betrokkenen, bijvoorbeeld ook van geadopteerde broertjes en zusjes. Dat betekent dat er voorafgaand aan de inzage van een dossier altijd een belangenafweging moet plaatsvinden, ongeacht door wie er om inzage wordt verzocht. In het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel is een wettelijk vermoeden opgenomen dat het belang van een geadopteerde bij inzage van afstammingsgegevens zwaarder weegt dan de belangen van de overige belanghebbenden. Desalniettemin moet die weging nog wel worden gemaakt. Het wettelijk vermoeden geeft richting aan de belangenafweging en draagt bij aan de inzagemogelijkheden voor geadopteerden. Ik merk in de gesprekken met archiefbeheerders zoals het Nationaal Archief dat er aandacht en inzet is voor het belang van een zo breed mogelijke inzage in de dossiers. In beginsel wordt er inzage verstrekt in de afstammingsinformatie.

Dan ga ik door naar een vraag over internationale adoptie, namelijk die van mevrouw Straatman over Chileense adoptieouders. Bij Fiom liggen er dossiers over Chileense adopties. Fiom beslist welke informatie met de Chileense autoriteiten wordt gedeeld in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Dat is voor de Chileense geadopteerden onverteerbaar. Wat kunt u voor hen betekenen, wil mevrouw Straatman weten. Het is mij bekend dat de Chileense autoriteiten een strafrechtelijk onderzoek zijn gestart naar de adoptiepraktijken in het verleden. De Chileense autoriteiten zijn via de diplomatieke weg geïnformeerd over de beschikbaarheid van dossiers over Chileense adopties bij Fiom. Rechtshulpverzoeken verlopen via de aangewezen autoriteiten. Het is dus niet aan Fiom om beslissingen te nemen over het delen van informatie met de Chileense autoriteiten. De Chileense autoriteiten kunnen zich desgewenst wel in verbinding stellen met de Nederlandse autoriteiten om die informatie op te vragen. In algemene zin worden er geen mededelingen gedaan over individuele strafzaken, het contact daarover met buitenlandse autoriteiten of de wijze waarop er gehandeld is.

Dan de vraag van mevrouw Wendel over inzage in relatie tot het wetsvoorstel. Zij begrijpt dat inzage van dossiers wordt geregeld in de Adoptiewet maar vraagt mij of ik toch niet eerder al iets kan regelen voor deze specifieke doelgroep, juist omdat de tijd dringt. Ik zie helaas geen mogelijkheid om de inzage in dossiers nu echt anders te laten verlopen. Ik heb wel begrip voor de vraag. Het wetgevingstraject kost gewoon tijd. Ik zag u net al even nadenken over hoelang het allemaal precies moet duren. Het traject vraagt ook om zorgvuldigheid. Het gebeurt zo snel mogelijk, maar natuurlijk moet je ook heel goed kijken naar het moment dat je, voor of na de zomer, een wet verder brengt. Dat is waar we op dit moment staan. Ik blijf in overleg met onder meer het Nationaal Archief en Fiom over inzage in de dossiers en benadruk daarbij het belang van de betrokkenen bij die inzage. Ik constateer daarbij gelukkig dat dit belang breed wordt onderschreven.

Mevrouw Wendel (VVD):
U zag inderdaad mijn nadenkende gezicht. Ik zou het liefst willen zeggen: dit accepteer ik niet; ik wil dat het morgen online is. Tegelijkertijd … Nee, niet "online is"; ik bedoel uiteraard "geregeld is", niet "online is". Tegelijkertijd begrijp ik natuurlijk de realiteit waarin de staatssecretaris zich bevindt. Ik steun uiteraard dat de staatssecretaris dit met zorgvuldigheid doet, maar ik wil vragen of ze kan toevoegen dat ze dat met dezelfde bedrevenheid doet waarmee ze de afgelopen zes weken — ik geloof dat de staatssecretaris toen gestart is — met dit dossier aan de gang is gegaan. Ik wil dus vragen om ervoor te zorgen dat dit niet een van de dossiers is die nog ergens bungelt, maar dat u dit echt prioriteit blijft geven.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat zeg ik met liefde toe, omdat ik ook heel goed begrijp hoe belangrijk het is om te weten waar je vandaan komt en om inzage te krijgen waar dat nodig is. Ik begrijp ook heel goed dat er een belangenafweging noodzakelijk kan zijn. Daarvoor geven we dus ook alle ruimte en zo voer ik die gesprekken nu ook. Tegelijkertijd heeft het absoluut mijn prioriteit om dit goed en snel te regelen.

Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Wendel over de moederbrief. Dat is natuurlijk ook best wel weer een complex onderwerp. Er ligt een Kamerbreed aangenomen motie van collega Michon. Die heeft de regering verzocht het mogelijk te maken dat de afstandsmoeders een brief van de moeder aan het dossier in het Nationaal Archief kunnen toevoegen, waardoor afstandsmoeders de gelegenheid krijgen een aanvullende verklaring te verstrekken om zo de door hen geconstateerde onjuistheden of onvolledigheden in het dossier te corrigeren. Dat is de strekking van de motie. Zoals ik net ook al zei, ben ik mij zeer bewust van het grote belang van inzage in het dossier in relatie tot het verleden, de toekomst en in het kader van mogelijk contactherstel. Daar werd door enkelen van u ook aan gerefereerd. Het is ook bekend dat er behoefte kan zijn aan de toevoeging van een brief van een moeder aan het dossier. Mijn voorganger heeft uitvoerig gesproken met de rijksarchivaris. Dat heeft geleid tot de volgende inzichten. Het Nationaal Archief beheert archieven zoals deze, die zijn overgebracht door de organisatie die het archief samenstelt. Dat zijn altijd afgesloten dossiers. Ten behoeve van de authenticiteit en de betrouwbaarheid van een archief wordt er niets meer aan dat archief toegevoegd of eruit verwijderd. Zo werkt dat nou eenmaal, zeg ik even heel plat. Alleen documenten die bij een archiefvormer zijn achtergebleven en die behoren tot een eerder incompleet overgebracht archief worden daaraan toegevoegd. Dat is dus maar een klein groepje. Dit is in overeenstemming met de Archiefwet. Dat neemt niet weg dat ik de mogelijkheden onderzoek van een separaat archief waarin brieven van moeders zouden kunnen worden ondergebracht. Ik kan daar nu niet op vooruitlopen, maar ik wil dat heel graag rond de zomer met u delen. Die verkenning loopt namelijk nu en ik realiseer me heel goed dat het antwoord op deze vraag niet kan zijn dat het een afgesloten dossier is, dat dat nu eenmaal in de Archiefwet staat en dat we daar dus niks meer aan doen. Juist een separaat archief zou kunnen bijdragen aan het op een andere manier tegemoetkomen aan de mogelijkheid om een moederbrief toe te voegen.

Mevrouw Wendel (VVD):
In alle eerlijkheid kan ik deze interruptie eigenlijk hetzelfde beginnen als mijn vorige. Wat ik concreet zou willen vragen, is hoe de staatssecretaris er dan voor gaat zorgen dat het geen los archief wordt dat daar helemaal niet mee verbonden is. Met andere woorden, komt er een goede verwijzing in te staan, zodat het laagdrempelig te vinden is als betrokkenen in zo'n dossier kijken? Ja, dat.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat is een terechte vraag. Ik ben aan het onderzoeken hoe dat separate archief eruit zou kunnen zien. Ik ben dus ook aan het onderzoeken hoe het niet een losstaand pakketje brieven zou kunnen zijn, maar dat het er ook daadwerkelijk onderdeel van uit kan maken of dat het misschien een parallel dossier kan zijn, waardoor je het wel kan vinden. Ik kom graag voor de zomer terug op de vraag hoe dat er dan uitziet. Dat is eigenlijk de snelst mogelijke termijn zonder aan zorgvuldigheid in te boeten, laat ik het zo zeggen.

De voorzitter:
Een aanvullende vraag van mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):
Ik probeer het voor mezelf even goed te begrijpen. Betekent het nu dat de Archiefwet het niet toestaat, omdat de definitie van "een afgesloten archief" het niet mogelijk maakt dat er iets anders bij komt dan op basis van die ene uitzonderingsgrond die u zojuist noemde?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat klopt.

De voorzitter:
Ja. U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dank u wel. Mevrouw Straatman van het CDA en mevrouw Wendel van de VVD stelden beiden de vraag wat de stand van zaken is met betrekking tot het onderzoek naar de mogelijkheden van een wettelijke grondslag. Dat ligt eigenlijk in het verlengde hiervan. Ik denk dat dit antwoord hetzelfde is. Ja, dat is hetzelfde.

Dan ga ik naar de gerichte vraag van de VVD die ging over een motie die oproept om ook de archieven van stichting Fiom over te dragen aan het Nationaal Archief. Dat is een private organisatie en een privaat archief. Er moet zorgvuldig en terughoudend om worden gegaan met de wettelijke grondslag die verplichte overdracht van dossiers van private organisaties aan de overheid voorschrijft. Een dergelijke juridische grondslag is juridisch lastig. Het houdt immers blijkbaar een vorm van onteigening in. Het is wel een beetje een juridische rabbit hole waar je dan in terechtkomt, maar goed, daar zijn we zelf natuurlijk bij. In het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel wordt voorzien in een wettelijke grondslag voor vrijwillige overdracht van dossiers van private organisaties aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarmee kunnen de dossiers overgedragen worden aan het Nationaal Archief. Het verschil zit tussen het vrijwillig overdragen en het niet-vrijwillig overdragen. Voor Fiom geldt dat er sprake is van duurzame archivering van de dossiers. Fiom verleent op verzoek ook de inzage. Dat maakt dat ik op dit moment ook geen noodzaak zie om Fiom te verplichten die dossiers over te dragen. Ik kijk even naast mij, maar ik ga ervan uit dat dus ook gewoon gebeurt. Is er een vraag?

Mevrouw Straatman (CDA):
Toch nog over die dossiers. Het wordt nu natuurlijk wel een heel doolhof voor moeder en kind. Je wilt gewoon één loket waar alles samenkomt, omdat het ook het beginpunt is waar moeder en kind samenkomen. Als de wet het onmogelijk maakt er een brief bij te voegen, dan moeten we kijken hoe we daar op een andere manier mee omgaan. Het is natuurlijk wel absurd dat dit soort wettelijke bepalingen, die toch wel heel bureaucratisch lezen, het hersteld contact gewoon in de weg zitten. Voor zover er überhaupt al contact is, is dat natuurlijk vaak heel broos. Mensen gaan dan geen heel doolhof aan dossiers opentrekken om toch maar te vinden wat ooit de gedachte van de moeder was bij een dossier dat de kinderen nu lezen. Ergens snap ik inderdaad dat we met wettelijke problemen te maken hebben, maar aan de andere kant kunnen we hier ook op een pragmatische manier mee omgaan voor deze specifieke gevallen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Aan het begin van dit kopje zei ik ook dat ik me hier zelf iets langer over heb moeten laten informeren, want het is nu absoluut niet pragmatisch; laat dat duidelijk zijn. Het is ook heel erg belangrijk dat we het zo eenvoudig mogelijk maken om inzage in dossiers toe te staan. We hebben alleen wel te maken met wat belangrijke wetgeving, waarin a bijvoorbeeld een belangenafweging gemaakt wordt of waarin we b binnen een archiefwet nou eenmaal spreken over afgesloten dossiers, of c de variant die ik net noemde. Je ziet dus dat het hele kader ons eigenlijk dwingt om dit heel netjes en zorgvuldig te doen. Dat is ook niet over één nacht ijs gegaan, moeten we heel eerlijk zeggen.

Ik ben het wel absoluut eens met de vraag van mevrouw Straatman of we dit kunnen versimpelen en mogelijk kunnen maken dat mensen actief geïnformeerd worden, net zoals dat nu bijvoorbeeld gebeurt als een dossier wordt toegevoegd bij het Nationaal Archief. Kunnen we zorgen dat het eenvoudig is, dat ze makkelijk doorverwezen kunnen worden? Kunnen we daar zorg voor dragen? Ik zie dat eigenlijk in het verlengde van de vraag over de moederbrief, waar ik voor de zomer een bericht over wil sturen: hoe zorgen we nou dat als we informatie verzamelen op verschillende plekken, het niet alleen maar een kwestie is van door blijven zoeken en verrast worden dat er nog meer informatie op een andere plek staat, maar dat we dat ook daadwerkelijk als een pakket kunnen zien en dat we het zoeken en het vinden van informatie over waar je vandaan komt, ook eenvoudig maken? Ik wil daar de toezegging op doen dat ik wat betreft de moederbrief in zijn algemeenheid kijk naar hoe we die archivering nu hebben geregeld.

Mevrouw Wendel (VVD):
Mijn conclusie is dat dit allemaal juridisch geneuzel is. Ik denk te zien dat de staatssecretaris zich daar net zo aan ergert als ik. Ik heb er dus ook vertrouwen in dat de staatssecretaris dit met passie zal oppakken en zal kijken hoe we dit binnen de mogelijkheden die er zijn, kunnen oplossen. Ik wil de staatssecretaris ook vragen: als we daar wél wetten voor moeten wijzigen, binnen de grenzen van het redelijke uiteraard, kan ik er dan van uitgaan dat de staatssecretaris met voorstellen daartoe komt?

Ten slotte: de staatssecretaris sprak erover dat dossiers eigenlijk bezit zijn van Fiom, of we die dan gaan onteigenen en hoe je daarmee omgaat. Kan ik daaruit lezen dat de staatssecretaris Fiom wel echt met klem zal verzoeken om die dossiers over te dragen?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik hou van de wet; laat ik dat even vooropstellen. Het is dus niet zo dat ik denk dat het allemaal geneuzel is, want het dient ook absoluut een doel dat we dingen met elkaar heel goed en zorgvuldig hebben vastgelegd. We hebben het onszelf alleen soms ook wel heel erg ingewikkeld gemaakt en daar moeten we goed naar kijken. Wees er dus gerust op dat ik dat absoluut ga doen. Wat betreft Fiom verplichten: het is een collegiale organisatie waarmee het gesprek wordt gevoerd, zodat zij daar absoluut niet moeilijker over doen dan strikt noodzakelijk. Ik merk daar ook geen terughoudendheid, dus ik heb ook geen aanleiding om ze te verplichten of ze iets anders op te leggen. Weet dat dit bovenaan mijn lijstje staat van belangrijke onderwerpen en gespreksonderwerpen met Fiom.

Dan had ik een vraag van mevrouw Bikker over de adoptiezaak van mevrouw Butink. Zij vroeg: hoe vindt de staatssecretaris de geconstateerde ernstige misstanden en excuses rijmen met geen herstel van overheidswege in de casus-Butink? Ik heb het gelezen. Mevrouw Butink heeft bij de rechter een schadevergoeding gevorderd van de Staat, in verband met haar adoptie uit Sri Lanka in 1992. Deze vordering is uiteindelijk afgewezen. Het gerechtshof van Amsterdam heeft geoordeeld dat de Staat destijds niet onrechtmatig heeft gehandeld. De impact van die procedure en de redenen waarom die is ingesteld, is heel groot geweest voor mevrouw Butink. Mijn voorgangers en ik hebben dat heel goed begrepen. Mevrouw Butink heeft een voortrekkersrol op zich genomen met deze procedure. Naar aanleiding van het destijds door de Staat ingestelde cassatieberoep heeft zij in december 2022 een gesprek gehad met de toenmalige minister, de heer Weerwind. Er zijn afspraken met haar gemaakt over een tegemoetkoming in bepaalde kosten. Over de concrete inhoud van de afspraken kan ik geen uitspraken doen, maar dit is wel wat er toen is afgesproken.

De voorzitter:
Dit roept een vraag op bij mevrouw Mutluer.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik heb mevrouw Butink afgelopen zondag mogen spreken. Ik denk dat mevrouw Butink niet alleen voor zichzelf vecht, maar voor heel veel andere jonge vrouwen en mannen die geadopteerd zijn, waarbij misstanden zijn geconstateerd waar excuses voor zijn aangeboden. Er wordt terecht gezegd: hoe kan het dat de Staat niet bijdraagt aan identiteitsherstel, ondersteuning bij waarheidsvinding en structurele psychologische hulp? Mevrouw Butink strijdt dus voor veel meer. Ik kan het gewoon niet rijmen dat er enerzijds excuses worden gemaakt en er anderzijds wordt gezegd dat de rechter anders heeft beslist en dat ze compensatie heeft gekregen van de vorige bewindspersoon. Dat rijmt gewoon niet. Graag even een reactie daarop.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik begrijp goed dat dit vragen oproept. Uiteindelijk ga ik niet op de stoel van het gerechtshof zitten. In deze casus is uiteindelijk geoordeeld dat de Staat niet onrechtmatig gehandeld heeft. Ik denk dat dat juridisch in ieder geval een belangrijke constatering is. Tegelijkertijd vraag je je bij de situatie die hier speelde, af wat het maken van excuses dan inhoudt. De algemene herstelmaatregelen die u net kort noemde — ik heb geen gesprek gehad met mevrouw Butink — zien natuurlijk ook op de activiteiten die INEA nu in zijn algemeenheid voor zijn rekening neemt. Ik ga ervan uit dat dat in heel veel gevallen toereikend is. Als dat niet het geval is, is het natuurlijk belangrijk daar het gesprek over aan te gaan. We hebben juist met elkaar afgesproken dat INEA de organisatie is die er zorg voor draagt dat deze mensen in hun herstel nog wel hun heil kunnen halen. Volgens mij is dat een belangrijke constatering. Ik begrijp ook heel goed dat deze groep, zeker vanuit die voortrekkersrol, teleurgesteld is dat het gerechtshof op deze manier geoordeeld heeft. Nogmaals, dat is daar. Ik denk dat daar juridische afwegingen zijn gemaakt die ook belangrijk zijn.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Bikker over de lessen van de commissie-Joustra: welke lessen trekt het kabinet uit het verleden voor het huidige beleid en de mogelijke nieuwe initiatieven? Het rapport van de commissie-Joustra heeft, naast belangrijke uitgangspunten met betrekking tot het belang van het kind, de kwetsbaarheden in het systeem heel goed weergegeven. De zorgvuldige afbouw van interlandelijke adoptie, die is ingezet in het wetsvoorstel — beter gezegd: het wetsvoorstel is daarvoor de juridische basis — is het gevolg van de lessen die in het verleden uit interlandelijke adoptie zijn getrokken. Het rapport van de commissie-Joustra heeft ook een bredere betekenis. Ook in andere dossiers is er oog voor de belangen van kinderen en mogelijke kwetsbaarheden in het systeem. Dit is dus de les die we daar in zijn algemeenheid en in bredere zin uit trekken.

Dat was mijn kopje over de adoptiedossiers. Ik zag dat lid Kostić ook weer terug is en dat we dus naar het onderwerp gender kunnen.

De voorzitter:
Het vorige blokje over adoptiedossiers roept nog twee vragen op. De heer Sneller mag eerst, daarna mevrouw Bikker.

De heer Sneller (D66):
Ik had meer in algemene zin een vraag gesteld onder dit kopje, over het recht om je ontstaansgeschiedenis te kennen. Gaan we daar meer over teruglezen in de brief die voor de zomer komt?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Het is goed dat u dat aanvult en een terechte opmerking. Zeker, dat kunt u ook daarin lezen. Dank u wel.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik had in het licht van het rapport-Joustra ook gevraagd welke impact het heeft op het wetsvoorstel over draagmoederschap. Komt de staatssecretaris daar ook later op terug?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Daar moet ik dan in de tweede termijn even op terugkomen.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dit is tegelijkertijd mijn laatste vraag, voorzitter. Ik had ook nog een vraag over de digitale inzage van dossiers. Komt de staatssecretaris daar in "overig" nog op terug, of nu?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ook in tweede termijn. Ik heb er in deze mappen wel iets over gelezen, maar ik wil de vraag zorgvuldig beantwoorden. Graag in de tweede termijn.

De voorzitter:
Ik wil de commissie voorstellen om het bij maximaal vijf interrupties te houden. Daar sloot mevrouw Straatman ook net mee af en dat leek mij een goede norm, de Straatmannorm. Misschien komen we daar een heel eind mee, als het zo kan. We hebben namelijk tot 17.00 uur. Dan gaan we door met blokje vier, gender.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik doe mijn best. Over de Transgenderwet zijn veel vragen gesteld. Ik begin bij lid Kostić en de heer Clemminck. Zij vroegen beiden: in het coalitieakkoord is opgenomen dat u blijft werken aan acceptatie, veiligheid en emancipatie van de lhbtiqa+-gemeenschap conform het Regenboogakkoord; wanneer gaat de Transgenderwet opnieuw worden ingediend? Ik hecht heel veel waarde aan de acceptatie, de veiligheid en de emancipatie van deze gemeenschap. Ik vind de woorden die gekozen zijn in het coalitieakkoord ook heel passend en mooi, namelijk: er zijn wetsvoorstellen ingediend die stil zijn komen te liggen, er zijn wetsvoorstellen die zijn ingetrokken, en we gaan alles wat bijdraagt aan de uitvoering van dat Regenboogakkoord in deze periode verder brengen.

Hoe gaan we dat doen? Dat is een mooie aanvulling op de vraag die mevrouw Wendel heeft gesteld. We hebben ook een eerste termijn in de Kamer ervaren over de Transgenderwet. Ik ken ook de samenstelling van deze Kamer, dus we moeten goed kijken hoe we zorgen dat we invulling en uitvoering kunnen geven aan die Transgenderwet. Het is een hele belangrijke wet, maar tegelijkertijd ook een die we echt zorgvuldig moeten aanpakken. Dat is waar ik de komende periode mee bezig ben. U kunt ervan op aan dat we uitvoering geven aan wat er in het coalitieakkoord staat. Het moment en de manier waarop we dat doen, bepaal ik heel graag met de Kamer samen. Wat dat betreft is dit een uitnodigende hand naar u om hierover het gesprek met mij te blijven voeren.

De voorzitter:
Dat roept een vraag op bij het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik kies mijn vragen ook heel graag zorgvuldig uit; mijn concrete vraag was of de staatssecretaris wil toezeggen dat ze met een tijdlijn komt voor de gemoderniseerde Transgenderwet en of ze met die tijdlijn wil komen voor het emancipatiedebat. Dat is voor ons echt fundamenteel. Daarnaast had ik ook nog gevraagd of ze op korte termijn in gesprek wil gaan met de gemeenschap die het betreft en de organisaties die die gemeenschap vertegenwoordigen, en daarover op korte termijn wil terugkoppelen naar de Kamer.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Om met dat tweede te beginnen: heel graag zelfs. Ik heb daar ook heel mooie brieven van ontvangen. Het is belangrijk dat zij zich ook gezien voelen door dit coalitieakkoord en dat ik ook ervaar hoe belangrijk de onderwerpen, niet alleen ten aanzien van de x maar ook van de Transgenderwet nog zijn voor deze groepen mensen. Wij zijn allemaal mensen, en als we dan uiteindelijk kijken naar hoe we elkaar mogen leren kennen en identificeren, zijn dit hele belangrijke stappen om jezelf te kunnen zijn in Nederland. Dat is precies wat het coalitieakkoord beoogt en dat is ook precies wat je juist met dit soort wetten vorm wilt geven. Tegelijkertijd moet dat zorgvuldig, zoals ik zei. Ik ga heel graag het gesprek aan, ook om mee te nemen wat nou het belang en de urgentie ervan is. Ik weet ook dat een wet een aanlooptijd en een uitvoeringstijd heeft, maar we hebben vier jaar, dus we gaan dit natuurlijk gewoon doen met elkaar. Tegelijkertijd is het absoluut belangrijk om dit heel zorgvuldig te doen. Die tijdlijn, voor het emancipatiedebat, wordt wel krap, maar laat ik toezeggen dat ik mijn uiterste best ga doen om u in ieder geval op dit onderwerp een beeld te kunnen geven van hoe de toekomst eruitziet. Dat wordt natuurlijk door mijn collega, de staatssecretaris van OCW, gedaan, want daar valt het emancipatiedebat onder.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank voor de toezegging over de tijdlijn. Over de zorgvuldigheid wil ik het volgende meegeven aan de staatssecretaris. Laat daar geen misverstanden over bestaan: de politiek heeft daarover nagedacht. Er is een uitgebreide evaluatie geweest en we hebben input gekregen van mensen uit het zorgveld, mensenrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties, die allemaal zeggen: zet nou door met deze wet. We weten al dat het zorgvuldig is. Mensen wachten er al sinds minstens 2019 op, toen voor het eerst die belofte werd gedaan. Er is een Regenboogakkoord en er is een meerderheid in deze Kamer om dat zo snel mogelijk door te zetten. Ik wil de staatssecretaris ook meegeven om dat mee te nemen in de planning die ze voor het emancipatiedebat gaat versturen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Daar ben ik me zeer van bewust. Absoluut.

De heer Clemminck (JA21):
Het coalitieakkoord refereert inderdaad aan het Regenboogakkoord en aan het op een zorgvuldige manier verder brengen van dat akkoord. Nu zitten er in het Regenboogakkoord zelf nog wat nuances als het gaat om de stellingname van politieke partijen, ook partijen die behoren tot de coalitie. Ik vroeg dus eigenlijk naar een politieke duiding. U refereert in het coalitieakkoord aan het Regenboogakkoord, maar in het Regenboogakkoord zitten dus nuances van deelnemers. Wat is dan de politieke duiding van de zinsnede in het coalitieakkoord?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Die is heel veel waard; dat vooropgesteld. Ten tweede heb ik het Regenboogakkoord natuurlijk ook gelezen en zie ik de nuancering die daar wordt aangebracht. Daarom is er ook de zorgvuldigheid in dit traject. Ik wil namelijk niet dat we met een wat ons betreft goed doordachte en goed gewogen wet komen, die uiteindelijk sneuvelt omdat we het niet zorgvuldig hebben aangepakt. Het allerbelangrijkste is dat als we dit met elkaar gaan doen, we het dus ook op een goede manier doen. Dat is het gesprek dat we nu met elkaar moeten voeren. Ik ben ook blij om van u te horen hoe we er vandaag de dag in staan. Dat neem ik mee. Wees er gerust op dat ik dit heel serieus neem en dat ik hier absoluut geen vertraging duld. Maar zorgvuldigheid vraagt tijd. Dat is waar ik op dit moment absoluut mee bezig ben.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Heel kort en misschien is dit bijna ten overvloede, maar ik hoor een dikke streep onder het woord "zorgvuldig". Daaruit leid ik af dat ook alle recente ontwikkelingen onder dat begrip "zorgvuldigheid" passen. Het is namelijk een trein die echt niet stilstaat. Ik heb in mijn bijdrage ook al verwezen naar de toenemende kritiek van medische wetenschappers, ook internationaal, die juist oproepen tot terughoudendheid. Ik ga er dus van uit dat de staatssecretaris die recente ontwikkelingen meeneemt, zeker als het gaat over de belangen van jongeren.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Uiteraard worden alle inzichten meegenomen. Dat kan ik zeker zeggen. Ik wil wel even terugkomen op uw vraag over de deskundigenverklaring. Ik denk dat het goed is om daar reëel over te zijn. Het belangrijkste is dat het EHRM daar een opvatting over heeft geuit, niet zozeer in de zin van "je moet", maar meer in de zin van "weeg dat goed, je kan". Ik denk dat we daar eerlijk over moeten zijn. We kiezen er natuurlijk voor om niet te zeggen dat het per se móét, maar juist dat het kán. Dat is ook hoe de Transgenderwet in het verleden is vormgegeven.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Wendel. Zij vroeg of ik goed kan kijken naar de eerste termijn van de Kamer. Dat kan ik zeker. Die neem ik daar absoluut in mee.

Dan kom ik op de vragen die gesteld zijn over non-binariteit. Dat is ook een belangrijke in het Regenboogakkoord. Het lid Kostić heeft gevraagd of ik bereid ben om gesprekken aan te gaan. Dat ben ik zeker. Ik ga ook absoluut in gesprek met de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie. Ik ga ook graag in gesprek met de belangenorganisaties.

In het verlengde daarvan is er ook nog een vraag gesteld over — ik zeg het maar even zo — de mogelijkheid om een x te laten registreren op de geboorteakte. Daarvoor is eerder in de Kamer een initiatief genomen. Op dat moment is er bij dat initiatiefvoorstel ook ambtelijke ondersteuning verleend. Dat is in 2023 stil komen te liggen. Ik nodig u van harte uit om daar ook weer de eerste stappen in te zetten. Ik bied ook heel graag de ambtelijke ondersteuning daarbij aan, omdat het eigenlijk samenloopt met hoe we het Regenboogakkoord vorm zouden willen geven.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste wil ik heel graag weten op welke termijn de staatssecretaris ongeveer met de belanghebbenden in gesprek zal gaan en daarover naar de Kamer zal terugkoppelen. Belangrijker is nog dat ze met wat ze nu zegt de bal als het om dit vraagstuk gaat eigenlijk weer terug naar de Kamer kaatst. Er zou namelijk een wetsvoorstel liggen. Zegt ze nou dat de Kamer zelf met een wetsvoorstel moet komen, omdat ze zelf niks gaat doen? Of gaat de staatssecretaris dit zelf voortvarend oppakken? Volgens mij hoor ik namelijk net dat D66 het liefst wil dat de staatssecretaris dit snel oppakt.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dit vraagt ook wel zorgvuldigheid. Ik denk dat dat dus ook is waar we staan. In het formele proces ligt hierover nog een voorstel in de Kamer. Ik wil dus ook niet door dingen heen lopen. Natuurlijk kunnen we met elkaar het gesprek voeren over hoe we dit vorm gaan geven. Volgens mij is dat waar we nu staan. Ik kan in ieder geval ambtelijke ondersteuning aanbieden bij het initiatiefwetsvoorstel. Laten we elkaar spreken over wat daar nog meer bij nodig is. Het raakt allemaal aan het uitwerking geven aan het Regenboogakkoord, zoals het ook in het coalitieakkoord is omschreven.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Misschien kan D66 dan precies toelichten hoe ze het bedoelen. Ik snap zeker dat de staatssecretaris de Kamer niet in de weg wil zitten. Het gaat ons vooral om de snelheid. Volgens mij heb ik voldoende benadrukt hoe urgent het voor heel veel mensen is en hoelang dit al wordt beloofd. We zien in Europa steeds meer landen die dit gewoon al wettelijk hebben geregeld. We kunnen dus heel snel aan de slag gaan. Het maakt me niet uit hoe het gebeurt, maar laten we snel aan de slag gaan. Ik heb het kabinet daarbij heel graag aan onze zijde.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik sta daarbij absoluut aan uw zijde.

De heer Sneller (D66):
Ik zeg even via de voorzitter tegen de staatssecretaris dat ik collega Kostić binnenkort even zal opzoeken om te kijken hoe we dit goed kunnen doen.

De voorzitter:
De staatssecretaris kan vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dank u wel, voorzitter. Ik kom bij het naamrechtdossier. Ik heb daar best een uitgebreide inleidende spreektekst voor. Ik ga dat gewoon doen, want we hebben nog wel even. Er zijn ook veel vragen over gesteld.

Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat de naam in onze tijd minder een puur administratief herkenningsteken is en juist meer uitdrukking geeft aan wie je bent en met wie je je verbonden voelt. Tegelijkertijd wordt in de beleidsdoorlichting geconstateerd dat er in de praktijk knelpunten worden ervaren, juist op het gebied van gronden, kosten en termijnen. Op basis van die inzichten heb ik een voorstel uitgewerkt voor de vereenvoudiging van de gronden en de bewijslast van de naamswijziging. In het voorstel krijgt elke Nederlander eenmalig de kans om zijn voor- en/of achternaam bij de gemeente te laten wijzigen zonder opgave van reden. Dit maakt naamswijziging niet alleen eenvoudiger, maar ook goedkoper. Zo willen we de drempels verlagen zonder in te leveren op zorgvuldigheid en gelijke behandeling.

Uw Kamer heeft daarnaast aandacht gevraagd voor de vangnetvorm. Dat is een belangrijke, zo hebben we vandaag ook allemaal in de Volkskrant kunnen lezen. De vangnetnorm bepaalt welke achternaam een kind krijgt als ouders er samen niet uit komen. Zo krijgt een kind binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap de achternaam van de vader van het kind. Recent heeft een rondetafelgesprek plaatsgevonden, op aangeven van mevrouw Mutluer. Daar hoorden we complimenten over. Volgens mij is het een buitengewoon interessante bijeenkomst geweest, waarin moeders en organisaties hun zorgen hebben geuit over de vraag of dit systeem in Nederland nog van deze tijd is, gezien er onderscheid gemaakt wordt tussen de man en de vrouw.

Als vrouw en als mens ben ik wel gevoelig voor de oproep om te komen tot een aanpassing, die ik verschillende leden hier vandaag heb horen doen. De planning is om dit onderwerp mee te nemen in de lopende evaluatie van de Wigg. Het ingewikkelde is natuurlijk dat die al naar voren gehaald is, naar januari 2027. Nu ga ik toch weer het woord "zorgvuldig" gebruiken. Ik wil de uitkomsten van de prejudiciële vragen die door de rechtbank Zeeland-West-Brabant aan de Hoge Raad zijn gesteld, meenemen in die evaluatie. Dat kost tijd. Voor je het weet is het januari '27. Op het moment dat ik door uw Kamer ertoe wordt opgeroepen om dit onderdeel naar voren te halen, zal ik daar zeker gehoor aan geven.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met het feit dat de staatssecretaris dit als vrouw en als mens onderschrijft. Dat is gewoon heel prettig. Aan de andere kant is het nu natuurlijk nog wel heel vaag. Het is onzeker wanneer de antwoorden op de prejudiciële vragen gaan komen. Dat kan een jaar duren, maar misschien ook wel anderhalf of twee jaar. We weten uit ervaring ook dat het afronden van de evaluatie wat tijd in beslag neemt. Dan moet er eerst een reactie op komen en dan ga je nadenken over hoe je dat eventueel in de wet kunt aanpassen. Een wetsaanpassing gaat nog een jaar duren. Dan moet die naar de Raad van State. Ik ben even aan het schetsen hoelang dat kan duren. Ondertussen hebben we te maken met onwijs veel vrouwen in heel veel situaties die hiermee van doen hebben, op een hele negatieve manier. Wat heeft de staatssecretaris van ons nodig? Ik kan me namelijk best voorstellen dat we haar een handje helpen en zelf met een wetsvoorstel voor wetsaanpassing komen, om zo de boel te versnellen en daarbij al die dingen wel mee te nemen. Ik ben dus even aan het zoeken. Kunnen we ergens samenwerken?

Staatssecretaris Van Bruggen:
In dit proces is er natuurlijk niet voor niks gekozen voor een evaluatie op de Wigg, de wet waar dit een onderdeel van is. In zijn totaliteit betekent het dus dat je daar iets uithaalt en dat al gaat aanpassen. Ik zeg u eerlijk dat ik daar voorzichtig mee zou willen zijn. Je moet het dus in zijn totaliteit bezien. De evaluatie is naar voren gehaald. Het heeft zeker mijn voorkeur om die af te wachten. Ik begrijp ook wat mevrouw Mutluer zegt, namelijk dat zo'n proces ook weer tijd kost. Tegelijkertijd zijn we er zelf bij wat betreft een evaluatie en de vragen hoe we het gaan inrichten, hoelang dat moet duren, wanneer we de resultaten willen zien en wanneer we de wet willen aanpassen. Op beide manieren kost het tijd. Als we het nu zouden doen, kost het tijd. Als we over een halfjaar met de evaluatie starten, het dan in de breedte bezien en het dan zouden doen, kost het ook tijd. Weet dat ik het belangrijk vind. Weet ook dat als ik er door uw Kamer toe opgeroepen wordt om dit eruit te halen en naar voren te halen, dat ik dat dan zal doen. Tegelijkertijd wil ik wijzen op het risico dat het met zich meebrengt als je dit onderdeeltje eruit trekt.

Daarbij wil ik nog even iets zeggen over wat ik vandaag vernam en wat ik ook een inzicht voor mezelf vond. Ja, het klopt dat de man een veto heeft, maar dat heeft de vrouw ook. Door de vrouw wordt het alleen niet zo vaak ingezet. In die zin is er dus sprake van gelijkwaardigheid. Tegelijkertijd zie je dat de uitwerking anders uitpakt.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is tijdens het rondetafelgesprek met uw commissie, voorzitter, uitgelegd dat het niet zo werkt. Ik moet het even goed zeggen. In dit soort gevallen is de man in familierechtelijke zin vaak totaal niet betrokken bij de vrouw. We hebben hier te maken met een partner die soms samen met een vrouw een kind opvoedt, maar soms niet eens aanwezig is in het leven van het kind. Toch moet die nog steeds de toestemming verlenen. Ik vind dat je die twee niet met elkaar kan vergelijken. De toenmalige minister heeft dat tijdens het debat ook gedaan. Dat lijkt mij echt geen recht doen aan de situatie nu.

Mijn vraag aan de staatssecretaris is de volgende. Ik zie wel wat mogelijkheden om dit uit te lichten. Ik hoor de risico's, maar het is niet onmogelijk. Wij gaan daar dus wel even over nadenken. We gaan ook nadenken over de vraag of dit met terugwerkende kracht kan, zodat alle vrouwen die die mogelijkheid nu niet hebben gekregen of te laat waren toen de overgangsregeling in het leven werd geroepen, hier straks toch een beroep op kunnen doen. Wij gaan daar dus mee aan de slag.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb nog een vraag gekregen van de heer Van Dijk over het algemeen recht op eenmalige naamswijziging. Dat was eigenlijk het eerste gedeelte waar ik net op terugkwam. U krijgt toch een beetje het antwoord dat dat uit de consultatiefase moet blijken. Op 6 april is de consultatiefase van de Wet afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel afgerond. Er zijn veel reacties op die consultatie binnengekomen. Uit een eerste analyse van de consultatie blijkt dat er veel behoefte is aan eenvoudige vorm van naamswijziging, in het bijzonder onder geadopteerden. Ik beraad me op de uitkomsten en de vervolgstappen ten aanzien van dit wetsvoorstel.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil aanhaken bij het punt over het voorstel om iedereen het recht te geven om een keer in zijn leven van achternaam te kunnen veranderen. Vereenvoudiging et cetera is allemaal uitstekend, maar het lijkt me echt een doorgeslagen wetsvoorstel, een doorgeslagen vorm van gelijkheid om iedereen zo'n recht te geven. Wat ik vooral mis — dat is een politieke opvatting — is het volgende. Tegen welke achtergrond, tegen welke visie moet je dit afzetten? Hoe kijken wij aan tegen de functie van achternamen? Zouden we het daar niet eerst een keer fundamenteel over moeten hebben, zoals bijvoorbeeld het Anderssonrapport opwierp? Dat lijkt me beter, voordat we weer met allemaal nieuwe initiatieven aan komen zetten waar heel veel tijd in gaat zitten en waarvan we ons echt kunnen afvragen of die nou onze prioriteit moeten zijn.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Het heeft mijn prioriteit omdat ik merk dat het ontzettend belangrijk is voor een hele grote groep mensen. We komen met dit wetsvoorstel blijkbaar ook tegemoet aan die vraag. Ik denk dat het goed is om dat in zijn totaliteit te wegen. Dat is wat de consultatiefase nu met zich meebrengt. Dat is wat we de komende periode gaan doen.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank. Ik kom al bij het volgende blokje. Ik wil internationale kinderontvoering en draagmoederschap, wat ook belangrijke onderwerpen zijn, ook graag de tijd geven. Dit is het mapje complexe scheidingen. Ik heb daar twee vragen over gekregen. De eerste is van de heer Sneller: welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om echtscheidingen via het notariaat te laten verlopen? Dat is een interessante gedachte. Ik laat dit onderzoeken door het WODC. Zij onderzoeken wat de verwachte voor- en nadelen zijn van een scheiding van paren zonder minderjarige kinderen zonder tussenkomst van de rechter. Ik betrek daarbij ook de rol van de notarissen. Ik verwacht in mei 2026, over dik een maand, het rapport aan uw Kamer te kunnen zenden. Rond de zomer komt mijn reactie daarop.

De tweede vraag die werd gesteld over scheidingen is van mevrouw Bikker: wat is de ambitie van de staatssecretaris op het gebied van complexe scheidingen? In de afgelopen jaren is gewerkt aan een gerichte werkwijze om ouders te begeleiden met hulp en ondersteuning voor gezinnen die dat nodig hebben en die zelf niet meer uit de situatie van een complexe scheiding komen. Dat project is recent afgerond. De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Sterk, organiseert bijeenkomsten met gemeenten om het te hebben over de methode die zou werken — die wordt ook wel de "Haaglandenmethode" genoemd — zodat regio's van elkaar kunnen leren. We ondersteunen de gemeenten en de professionals om deze werkwijze en de scheidingsexpertise te verwerken in een eigen lokale aanpak. Steeds meer gemeenten zetten in op de aanpak van scheidingen. Daarnaast werk ik momenteel samen met de juridische partners in de rechtspraak, de advocatuur, de Raad voor de Kinderbescherming en Villa Pinedo aan een rapport over kindvriendelijke juridische procedures bij scheidingen. Hier wordt ook het onderwerp contactverlies in meegenomen. De planning is dat het rapport rond de zomer naar u toegestuurd wordt.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank daarvoor. Ook dank voor de inzet op de agenda die ontwikkeld wordt mede naar aanleiding van de motie van collega Ceder. Als het gaat om complexe scheidingen, dan valt mij telkens op hoe groot de gevolgen zijn en hoelang die nog een effect hebben, ook op de levens van kinderen. Daarom wil ik niets liever dan dat we dit verbeteren. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris in de zomer gaat teruggeven aan de commissie, maar ik ben ook benieuwd hoe we het kunnen voorkomen. Wat kunnen we doen om relaties, waar mogelijk, nieuw leven in te blazen of om er op een eerder moment bij te zijn? Ik besef heel goed dat dat niet allemaal aan de overheid is, maar ik denk wel dat we de enorme gevolgen onder ogen moeten zien. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze in dat rapport niet alleen kijkt naar de eindsituatie, maar ook naar wat beter kan in het traject daarvoor, zowel vanuit de samenleving als op sommige punten vanuit de overheid?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker. Het gaat er natuurlijk wel heel erg om in hoeverre je je als overheid bemoeit met mensen die in een situatie komen waarin ze de bewuste keuze maken om uit elkaar te gaan. Maar als de gevolgen zo ingrijpend zijn, zeker voor kinderen, dan heb je wel een belangrijke rol. Dat is eigenlijk ook wat de Haaglandenmethode doet. Je zegt juist: hoe kunnen we in de gemeenten het gesprek faciliteren? We zien namelijk dat het effect op het gezin breder is en niet alleen de ouders aangaat. Het heeft echt effect op kinderen. We zullen het rapport in de zomer zien, maar ik weet dat het daarin ook gaat over hoe je binnen de rechtspraak kindgesprekken voert. Zij komen vaak in een situatie terecht waarin ze niet de keuze hebben of hun ouders wel of niet bij elkaar blijven. Ze worden binnen een klein halfuur gehoord door een rechter, wat best indrukwekkend is. Hoe kun je zo'n omgeving vormgeven, bijvoorbeeld door de kamer een beetje kindvriendelijk te maken? Hoe kun je de rechtspraak daarin faciliteren? Denk bijvoorbeeld aan de tijd die nodig is om dat gesprek goed te voeren. Er zijn allerlei omstandigheden waarvan je als overheid zou kunnen zeggen: hier hebben wij best wel een rol in. Ik wil niet vooruitlopen op het rapport, maar ik weet wel dat dit soort gesprekken daar deel van uitmaken. Als we het rapport hebben, is het goed om te kijken of er nog losse eindjes zijn, bijvoorbeeld zaken die we nog onvoldoende faciliteren.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb nog het blokje internationale kinderontvoeringen. Ik begin met de vraag die door mevrouw Mutluer en de heer Clemminck is gesteld over de reflectie op de ontvoering van het meisje Insiya. Een aantal van u hebben waarschijnlijk gisteren de moeder van Insiya gezien bij het programma Eva. Ik heb het zelf ook teruggekeken. Dat maakt indruk. Gisteren heeft de premier een gesprek gevoerd met de moeder van Insiya om te kijken wat je kunt doen in deze situatie, waarin er 22 vonnissen liggen en waarin er zo veel duidelijkheid is over wat de uitkomst zou moeten zijn. Het contact zou op z'n minst hersteld moeten worden, maar je staat als overheid met de handen op de rug. Dat gesprek is van belang, net als het kiezen van een brede aanpak hierin als kabinet. We moeten er op alle mogelijke manier voor zorgen dat we de invloed uitoefenen die we kunnen uitoefenen. Dat doen we. De minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris, ik, stemmen de acties strak op elkaar af, samen met onze diplomatieke posten. Gisteren heeft de minister ook nog gesproken met de moeder van Insiya. We blijven richting India herhalen dat de Nederlandse rechter onomwonden heeft vastgesteld dat de moeder het eenhoofdig gezag heeft. We benadrukken het urgente belang van onmiddellijk contactherstel tussen moeder en dochter. Een ander aspect is het genoemde handelsakkoord. Daar wil ik ook wel even inhoudelijk op terugkomen. Dat staat los van deze zaak. Ik begrijp ook wel dat u de vraag opwerpt. Dat akkoord wordt echter gesloten door Europa en niet door Nederland. Wij kunnen dus niet niet ondertekenen. Zoals ik net zei, blijven we wel met de diplomatieke partners het gesprek voeren en blijven we druk uitoefenen op India om ervoor te zorgen dat er juist wel ervaren en gevoeld wordt dat het nu echt genoeg geweest is.

De voorzitter:
Wie was er het eerst? Mevrouw Mutluer, en daarna de heer Clemminck.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat Nederland niet eenzijdig een handelsakkoord kan opzeggen. Dat gaat niet. Aan de andere kant heb ik ook de brief van Buitenlandse Zaken gelezen. Daar staat letterlijk in dat het akkoord geen inhoudelijke of juridische aanknopingspunten bevat voor deze zaak en nog breder voor de samenwerking in kinderontvoeringszaken. Daar zijn wij het gewoon niet mee eens. Waarom, zult u zeggen? Omdat in het handelsakkoord ook een clausule staat over mensenrechten en democratie. In onze beleving zijn kinderrechten mensenrechten en hebben we daarmee dus ook een heel duidelijk aanknopingspunt om dit als Nederland in ieder geval aan te zwengelen in EU-verband. Als de premier dit echt meent — we kennen de premier; die gaat niet zomaar dit gesprek voeren, dus hij meent het — dan moeten we hier in mijn beleving de politieke en diplomatieke druk maximaal blijven opvoeren, want ik zie een aanknopingspunt. Wilt u dat als staatssecretaris ook overbrengen, vraag ik via de voorzitter. Anders gaan we dat doen via een motie met onder andere collega Coenradie, denk ik. Ik krijg hier graag een reflectie op.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Weet zeker dat de minister-president, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en ik dit met elkaar bespreken, de urgentie zien en ook heel goed kijken naar alle middelen die ingezet kunnen worden. Als je het bijvoorbeeld hebt over zo'n handelsakkoord, vereist de diplomatieke weg ook een bepaalde druk. Daar zijn we als kabinet eensluidend over. Die oproep wil ik herhalen. Die herhaal ik hier en die herhaal ik aan de tafel met de minister. Maar ik geef u ook mee dat het zeker ook aan uw Kamer is om een uitspraak te doen over alles wat helpt in dat gesprek.

De voorzitter:
Dan nog een vraag van de heer Clemminck.

De heer Clemminck (JA21):
Ja, het begint allebei met een C, maar verder houdt de vergelijking met mijn collega Coenradie wel op. Ik kan er van alles over zeggen, maar ik laat het toch maar even gaan. Ik begrijp het. Ik zou het kabinet het volgende willen vragen. Dat handelsverdrag is een proces waarin Nederland op verschillende momenten juist ook met de Europese partners — hier komt een soort van pro-Europese uitspraak van JA21 — de druk kan opvoeren. Ik hoop dan ook dat het kabinet zijn Europese partners achter deze zaak gaat krijgen, zodat Nederland niet alleen staat tegenover India, maar we een blok kunnen vormen tegenover India in deze kwestie.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Absoluut. Wij hebben Europese partners. U ook. U heeft ook politieke partners in Europa. Zorg ervoor dat deze boodschap daar ook steeds weer op tafel ligt. Dat zou ik dan graag terug willen geven.

De voorzitter:
Dat roept een vraag op van mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar laten we wel wezen: het is veel krachtiger als een kabinet zich met andere regeringen inzet. Ik wil niet spreken voor JA21 en uw politieke partners in Europa, maar voor een partij als de ChristenUnie betekent dat in Europa dat we met zes parlementariërs aan de slag zijn. Dat is toch anders dan dat de regering zich erachter schaart. Ik zou dus echt aan het kabinet willen vragen om ieder evenement waar het maar mogelijk is ook te gebruiken. We weten immers allemaal dat dit meisje allang terug in Nederland had moeten zijn.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Daar kunt van op aan.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dank u wel. Er is nog een vraag gesteld door mevrouw Mutluer van PRO. Zij vraagt mij om aandacht te hebben voor de noden van de achtergebleven ouders, die zitten met de ellende dat hun kind weg is en die langdurige juridische procedures moeten voeren. Daar is uiteraard oog voor. In elke zaak spannen we ons maximaal in om te doen wat in het belang is van het kind en wat het Haags Kinderontvoeringsverdrag van ons vraagt. Het Centrum Internationale Kinderontvoering biedt gratis juridisch advies, voorlichting en mediation aan iedereen die in een persoonlijke of professionele omgeving te maken krijgt met dreigende internationale kinderontvoeringen. De achtergebleven ouder kan een verzoek tot teruggeleiding indienen bij de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden. De Centrale autoriteit ondersteunt de achtergebleven ouder juridisch in de teruggeleidingsprocedure, ook in het geval van ontvoeringen naar niet-verdragslanden. In dat geval wordt via de diplomatieke kanalen aandacht gevraagd voor de zaak. Twee jaar geleden is naar aanleiding van een motie van Kamerlid Van Nispen van de SP onderzocht waar achtergebleven ouders behoefte aan hebben. Die aanbevelingen uit het onderzoek zijn inmiddels opgevolgd.

Dan heb ik nog twee mapjes. Ik kom nu bij het mapje draagmoederschap en daarna bij overig.

De voorzitter:
Sorry. Gaat dit nog over het blokje ontvoering?

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan gebruik ik mijn laatste interruptie, voorzitter, waarvoor dank trouwens. U bent best coulant. Fijn.

De motie-Van Nispen is inderdaad uitgevoerd, maar er zijn meer wensen van ouders wier kinderen zijn ontvoerd. Dat kan soms de wens zijn om als lotgenoten bij elkaar te zitten en daarbij ondersteuning te krijgen, soms ook psychische ondersteuning, om dit leed te boven te kunnen komen. Er is ook behoefte aan advocaten die zich hiermee bezighouden of mediators waar ouders naartoe kunnen worden verwezen. De behoefte van ouders wier kinderen zijn ontvoerd, is breder. Is de staatssecretaris bereid om daar met een frisse blik naar te kijken en met de betrokken organisaties het gesprek te voeren om na te gaan wat er nog extra gedaan kan worden?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik heb niet de signalen dat het nu niet toereikend is, dus het is goed om dat even aan u mee te geven. Ik zei net dat het CIKO, het Centrum Internationale Kinderontvoering, gratis juridisch advies geeft en meedenkt over mediation. Als dat niet toereikend is, is het belangrijk dat we dat met elkaar constateren en dat ik de signalen krijg. Uiteraard ga ik dan ook graag in gesprek over wat nog nodig zou moeten zijn.

De voorzitter:
U kunt vervolgen.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Het blokje draagmoederschap. Het is een ethisch en juridisch zeer complex onderwerp. Dat maakt dat wij hier zorgvuldig mee om moeten gaan. Als je een kinderwens hebt maar die niet langs de natuurlijke weg kunt vervullen, is dat enorm ingrijpend. Mensen kiezen in dat geval soms voor draagmoederschap, maar deze manier om een kinderwens in vervulling te laten gaan kent ook de nodige risico's, die mede gelet op de vaak internationale component niet volledig kunnen worden uitgesloten. De commissie-Joustra naar misstanden bij de interlandelijke adoptie — daar werd ook door een aantal van u aan gerefereerd — heeft in het verleden ook al op dit risico gewezen. Risico's zijn er en zullen er zijn, met en zonder regeling.

Bij uw Kamer ligt het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming, waarvan de voorlopige planning is dat wij daar begin juni over komen te spreken. In het coalitieakkoord is opgenomen dat we de behandeling van het wetsvoorstel voortzetten met respect voor de aanbevelingen die zijn voortgekomen uit het WODC-rapport Het gedragen kind en de aandachtspunten uit het rapport van de Commissie onderzoek interlandelijke adoptie. Ik betrek daarbij zonder meer de wetenschapstoets. Ik zeg ook heel expliciet dat die nu in juni op de agenda staat, want de kabinetsreactie op de wetenschapstoets heeft u nog van mij tegoed. Ik heb natuurlijk ook wel even tijd nodig om dat goed te doen. Een aantal van u heeft daar ook vragen over gesteld: is het belangrijk dat er bijvoorbeeld nog een aanvullende rondetafel wordt georganiseerd? Ik zie geen aanleiding om daar nu iets voor te organiseren binnen mijn macht. Het is vooral aan uw Kamer om goed te kijken naar het moment van agendering. De kabinetsreactie op de wetenschapstoets kunt u zo spoedig mogelijk … Maar ook weer zorgvuldig, want die wetenschapstoets heeft ook bepaalde aanbevelingen in zich — daar is vandaag door u ook wat langer over doorgepraat — die ik goed zal moeten bestuderen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb net een, denk ik, duidelijk signaal gegeven aan de staatssecretaris hoe dit voor de ChristenUnie ligt. Als ik kijk naar het wetsvoorstel en de aanbevelingen die zijn gedaan in de wetenschapstoets maar ook op andere plekken, zoals door de commissie-Joustra, dan kan ik me haast niet voorstellen dat de staatssecretaris hetzelfde wetsvoorstel wil gaan verdedigen in de Kamers, ook gezien de teksten in het coalitieakkoord. Zegt zij hiermee ook dat het wetsvoorstel mogelijk aangepast gaat worden? Wat is het proces dat de staatssecretaris voor ogen heeft? Is dat enkel die brief en daarna in juni een behandeling doen? Of hoe ziet de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik zie het zo dat ik het gesprek met uw Kamer ga voeren over het wetsvoorstel. Ik denk dat het belangrijkste is om dan met elkaar de kaders en de inhoud te bespreken. We hebben het geladen met een wetenschapstoets. Ik denk dat het belangrijk is om goed te kijken hoe we daar als kabinet naar kijken. Alles in overweging nemende gaan we dan met elkaar het gesprek aan over dit belangrijke wetsvoorstel.

De voorzitter:
U bent door de Straatmannorm heen, mevrouw Bikker. Gelet op de tijd wordt het nu ook wat krap. De heer Diederik van Dijk heeft wel nog een interruptie. Gaat uw gang.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ga toch nog eventjes hierop door. We wachten natuurlijk met belangstelling de kabinetsreactie af, maar de staatssecretaris sluit eigenlijk aan de voorkant al bijna uit dat het wetsvoorstel veranderd wordt, terwijl juist de wetenschapstoets onder meer ook zegt dat het buitenlandtraject, waar zo veel vragen over zijn, versoepeld wordt. Dat staat eigenlijk haaks op de gedachte om zo veel mogelijk in het binnenland te regelen. Ik kan me dus voorstellen dat dat wel degelijk tot een wijziging van het wetsvoorstel zou leiden. Die gaan we dan als het goed is niet pas aan de orde stellen als we al in debat zijn.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik moet de mores in Den Haag misschien nog wat leren kennen, maar ik denk dat het juist heel mooi is dat we daar met elkaar het debat over voeren en dat we dan kijken hoe we dit wetsvoorstel nou verder moeten brengen en kijken waar we zorgen voor de zorgvuldigheid, ook in relatie tot de andere ontwikkelingen inzake interlandelijke adoptie. Zeker in z'n geheel, in z'n totaliteit, moeten we dat gesprek wat mij betreft tijdens dat debat met elkaar voeren.

De voorzitter:
U kunt door, staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik heb nog een vraag van de heer Van Dijk te beantwoorden. Die luidt: gaat u een advies op de wetenschapstoets vragen aan de Nationaal Rapporteur Mensenhandel? Dat is gebeurd. Dat advies is al opgevraagd en heeft onderdeel uitgemaakt van de consultatie van het wetsvoorstel. Daar nu nog een keer een advies over vragen zou eigenlijk dubbelop zijn, maar weet dat we dat in ieder geval meenemen.

Dan heb ik nog een mapje overig, met nog twee vragen daarin. Dat denk ik, althans. Er is wat beweging om mij heen, dus ik weet het niet zeker, maar ik ga daarvan uit. Anders hoor ik het graag van u in de tweede termijn.

Er was een vraag van de heer Sneller en de heer Van Dijk: hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen de verhouding tussen algemene rechten en individuele afweging? Dat is een vrij fundamentele vraag; misschien had ik hiermee moeten beginnen. We leven in een tijd waarin het recht om zelf te bepalen wie je wilt zijn steeds meer aandacht krijgt. Als het meer aandacht krijgt en de samenleving erom vraagt, dan moeten we ook kijken welke vormen daar geschikt voor zijn. Dat is wat we hier ook met elkaar doen. We zorgen ervoor dat als ergens een meerderheid voor is — dan bedoel ik niet de helft plus één, maar een breed gedragen voorstel — er een wetsvoorstel komt om dat vorm te geven. Dat is een hele goede ontwikkeling, denk ik. Ik vind het belangrijk dat we bij het opstellen van wet- en regelgeving steeds kijken in hoeverre het algemeen belang in de weg staat van in wetgeving ruimte geven aan het individuele belang.

De tweede vraag was van de heer Van Dijk. Die ging over het artikel De rechter als beschermer van het ongeboren kind. Volgens dat artikel beschermt de wetgever belangen van moeder en kind onvoldoende. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid aan de wieg; ondertoezichtstelling bij het ongeboren kind. Ook het strafrecht hapert. Dit is wel een fundamentele vraag. Ik zie naar aanleiding van het artikel geen noodzaak tot onderzoek naar nadere wettelijke regelgeving voor ondertoezichtstelling bij ongeboren kinderen. Volgens mij hebben we dat proces nu zorgvuldig ingericht. Het vraagt ook altijd ontzettend veel expertise, aandacht en zorgvuldigheid op het moment dat dit soort interventies wordt gepleegd. Ik ben er blij mee dat we natuurlijk ook een staatscommissie in het leven hebben geroepen, die juist ook echt kijkt wanneer je nou als overheid aan het ingrijpen bent in een gezin en op welke manier je dat doet. Dat raakt natuurlijk ook heel erg aan die ondertoezichtstellingen. Ik vind het juist in de breedte daarvan een belangrijk onderwerp om mee te nemen, niet specifiek naar aanleiding van dit artikel.

Dank u wel, voorzitter.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik had nog één interruptie, meen ik. Ik vrees dat dit antwoord toch wel heel kort door de bocht is. Ik verwees niet voor niks naar het artikel van Ars Aequi, waar ik zelf ook van schrok, waarin staat dat de wetgever eigenlijk gewoon tekortschiet als het gaat om de positie van zwangere vrouwen en kinderen. Waar ik ook van schrok in dat artikel, zijn de grote verschillen die we momenteel hebben tussen rechterlijke uitspraken omdat rechters te weinig houvast hebben. Er liggen in bijna vergelijkbare casussen soms echt verschillende uitspraken. Vergt dat dan niet toch iets meer aandacht van de wetgever?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat lijkt mij een goed onderwerp voor mijn gesprek met de Raad voor de rechtspraak. Ik zal dat dus meenemen. Dank u wel.

De voorzitter:
Staatssecretaris, had u nog een nabrander? Ik zag dat u net iets in handen kreeg.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik heb een nabrander. Dat waren de vragen die ik zei in tweede termijn te beantwoorden. Het is een beetje wat uw voorkeur heeft: gaan we dat nu of straks doen?

De voorzitter:
Dat kan in tweede termijn.

Ik kijk naar de klok en ik kijk naar de collega's. Ik denk dat er tijd is voor een heel summiere tweede termijn, waarin nog even een onbeantwoorde vraag kan worden gesteld. Wij moeten namelijk om 17.00 uur deze zaal uit, voordat het licht uitgaat. Dank aan de staatssecretaris. Ik ga kijken naar de leden. Het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel. Ik vraag graag een tweeminutendebat aan. Ik heb twee vragen.

De staatssecretaris heeft toegezegd dat over de Transgenderwet op korte termijn een gesprek zal worden gevoerd met de gemeenschap. Daarover zou worden teruggekoppeld naar de Kamer. Ik zou graag een kleine tijdsindicatie willen.

Mijn tweede vraag gaat over de toezegging om onder andere met Transgender Netwerk in gesprek te gaan over de problemen waar mensen die nu al een x in hun paspoort hebben, in de maatschappij tegenaan lopen. Daarover wil ik graag nog een verduidelijking en bevestiging van de staatssecretaris. Zal zij niet wachten op het wetsvoorstel dat die x op een andere manier moet gaan regelen? Dat is immers een ander traject. Het gaat om mensen die nu al een x in hun paspoort hebben en te maken hebben met heel praktische zaken zoals banken en verzekeraars die zich nog niet aan die realiteit hebben aangepast. Mijn concrete vraag was of de staatssecretaris in gesprek wil gaan met de belanghebbenden om na te gaan tegen welke problemen zij aan lopen en welke acties wij daarop kunnen nemen. Kan zij dat toezeggen?

Dank.

De voorzitter:
Mevrouw Mutluer.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik vond het heel fijn om dit debat te voeren met deze staatssecretaris. Ik dank haar voor haar constructieve houding. Ik kondig wel aan dat wij sowieso met een voorstel gaan komen, samen met de heer Clemment … Zeg ik het niet goed?

De voorzitter:
Het is de heer Clemminck.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Clemminck. Excuses. Ik ben niet zo van de namen.

De voorzitter:
Maar u gaat samen een voorstel doen.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
We zien toch een aanknopingspuntje om Insiya bij het handelsakkoord onder de aandacht te brengen en gaan daarom een voorstel doen. Naar aanleiding van het debat dat we net hebben gevoerd, ga ik ook een voorstel indienen ten aanzien van de dubbele geslachtsnaam om er zo voor te zorgen dat de onrechtvaardige situatie, een discriminerend element in de wet, verdwijnt.

Tot slot, voorzitter, heb ik nog één vraag en die heeft te maken met adoptie. Ik weet dat er kinderen zijn die geadopteerd zijn nadat ze te vondeling zijn gelegd. Een van mijn collega's, de heer De Hoop, is er daar één van. Ik heb laatst een podcast beluisterd. Kinderen die dat overkomt, zouden te allen tijde het recht moeten hebben om via de politie of elders te achterhalen wie hun ouders zijn. Het sluit een beetje aan op de discussie die we hebben gehad over adoptie in het algemeen. Is de staatssecretaris daartoe bereid? Eventueel kan zij daar later op terugkomen, maar ik vind dit wel een mooi puntje om mee af te sluiten.

De voorzitter:
Zeker. Dank. Mevrouw Wendel.

Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. In deze tweede termijn wil ik de staatssecretaris toch met klem danken voor de voortvarende aanpak van de afgelopen weken in het binnenlandse-adoptiedossier. Ik waardeer dat echt enorm. Volgens mij is met de aankondiging van excuses een hele belangrijke stap gezet. Tegelijkertijd druk ik de staatssecretaris nogmaals op het hart om met dezelfde urgentie en in hetzelfde tempo door te gaan met de rest van het proces naar de erkenning voor deze mensen, en dan doel ik met name op de openbaarheid van de dossiers en de "brief van je moeder".

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank, voorzitter. Ik kan me helemaal aansluiten bij de woorden van mevrouw Wendel. Dank voor de urgentie waarmee het traject is opgepakt, maar ik zie het wel echt als een beginpunt van het traject naar herstel. Laten we dus met name kijken naar de toegang tot de dossiers en de moederbrief: hoe kunnen we die op een pragmatische manier regelen? De vraag is immers ook wat een "afgesloten dossier" nou is. Gelet op de geschiedenis van dat dossier, kun je je ook heel erg de vraag stellen of een dossier zonder moederbrief niet per definitie onvolledig is en of de kwalificatie "gesloten" dan wel past. Dat is, denk ik, voor een later moment.

Misschien nog een korte toelichting op mijn vraag over de digitale inzage. Je ziet dat met name de afstandsmoeders — dat zal ook wel gelden voor een grotere groep mensen die op leeftijd zijn — naar het Nationaal Archief in Den Haag moeten gaan om daar om inzage te vragen, terwijl de technische uitrusting om via DigiD inzage te krijgen, er al is. Laten we daar dus ook op dat punt pragmatisch mee omgaan en dat gewoon faciliteren.

De voorzitter:
De heer Sneller.

De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording en aan de collega's voor het mooie debat. Ik meld mij binnenkort bij collega Kostić, zoals beloofd. Voor nu moet ik mij verontschuldigen.

Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. De agenda van vandaag was in zekere zin, althans zo heb ik het gezien, toch wel een beetje een ratjetoe van thema's, met alle respect. Ik vind het voor een deel wel een klein beetje exemplarisch voor de manier waarop wij omgaan met dit rechtsgebied, zeker als wij het hebben over het naamrecht. Daar hebben we het nodige over gewisseld. Daarbij is nu toch de vraag: gaan we nu zó ver mee in hele individuele gevoelens, en hoeveel waarde hechten wij aan collectieve kenbaarheid en orde et cetera, wat het algemene belang zou moeten dienen? Ik hoop dat we over dat punt, over de visie die achter het naamrecht ligt, toch een keer een wat fundamenteler debat met elkaar kunnen hebben.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik ben dol op fundamentele debatten, dus ik sluit mij graag aan bij collega Diederik van Dijk. Het allermeest wil ik echter de staatssecretaris graag een compliment maken. Op dit immens grote terrein zes weken actief zijn en dan al met zo veel kennis van zaken hier komen en vanuit het hart laten zien waar je betrokkenheid ligt, verdient gewoon een groot compliment. Veel dank daarvoor.

Ik heb wat vragen gesteld over het draagmoederschap in relatie tot de commissie-Joustra, maar ik kan me ook voorstellen dat de staatssecretaris, in plaats van daarop in te gaan in de tweede termijn, dat wat steviger behandelt in de brief.

Ik wil haar danken voor de toezegging rondom de complexe scheidingen en de inzet die het kabinet op dat vlak zal plegen.

De voorzitter:
Tot slot de heer Clemminck.

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de wijziging op het gebied van de geslachtsregistratie. Zorgvuldigheid is belangrijk, zowel in het wetgevingsproces als bij het voorstel dat komt. Dat heeft de staatssecretaris volgens mij heel helder gemaakt, maar dat geldt straks ook voor de uitkomst van de procedure, voor de balans tussen aan de ene kant de toegankelijkheid voor burgers en aan de andere kant de zorgvuldigheid. Voor mijn partij is vooral de leeftijdsbepaling een belangrijk onderdeel daarvan. Ik kijk uit naar de behandeling te zijner tijd.

Ik hoop dat dit meer zal zijn dan het optelt tot 76 zetels. Dat proef ik ook wel uit de woorden van de staatssecretaris. Juist bij dit soort vraagstukken en wetsbehandelingen moet volgens mij naar een breed draagvlak in de Kamer gezocht worden. Ik hoop dus dat dit uiteindelijk ook de intentie is van de staatssecretaris.

De voorzitter:
Dank. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor haar tweede termijn.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank, voorzitter. Ik begin met de vraag die mevrouw Bikker eerder heeft gesteld over de lessen uit het rapport van de commissie-Joustra. Het is echt goed om daarop wat zorgvuldiger en uitvoeriger terug te komen in een brief, want ik heb hier een vrij kort en technocratisch antwoord. Ik zou het ook jammer vinden, want anders doe ik hieraan geen recht. Als u dat goed vindt, kom ik daar dus schriftelijk op terug.

Dan de vraag van mevrouw Straatman over de digitale inzage: kunnen dossiers gedigitaliseerd worden? Archiefbewaarders gaan over eigen archivering. Dat is toch ook wel weer hoe het feitelijk zit, maar ik wil heel graag het gesprek met die archiefbewaarders aangaan om aandacht te vragen voor de mogelijkheden om hun dossiers te digitaliseren, zodat ze inzichtelijk worden en de mensen die inloggen met hun DigiD echt een compleet dossier bij het Nationaal Archief kunnen inzien omdat het daar inmiddels aan toegevoegd is. Dat is de ideale situatie. Het is belangrijk om te weten dat dit niet iets is waar ik per se vandaag wat mee kan. Het is wel waarover ik met hen het gesprek voer, want ik realiseer mij ook dat juist die digitalisering kansen biedt.

Dan de vraag van het lid Kostić. Ik ga graag op korte termijn in gesprek met de transgender- en x-gemeenschap. Dat zou ik graag voor de zomer doen, want dat helpt mij ook om mij dit dossier meer eigen te maken. Juist bij het personen- en familierecht heb ik dat nodig om met de goede dingen bezig te zijn; dat heb ik nu wel ervaren in de persoonlijke gesprekken die ik voer. Wat mij betreft wordt dat dus voor de zomer. Dat ligt ook aan de agenda's, maar dat zal vast goed komen.

Dan de problemen die nú worden ervaren door mensen die een x in hun paspoort hebben, bijvoorbeeld als zij zich bij banken of gemeenten moeten identificeren. Ik zou daar toch graag schriftelijk op terugkomen, want anders insinueer ik mogelijk iets over hoe het nu loopt en hoe wij dat anders zouden moeten doen. Ik denk dat het goed is dat ik daar even iets dieper induik, zodat ik schriftelijk iets meer tegemoet kan komen aan een zorgvuldig antwoord.

De laatste vraag die ik hier nog heb liggen, is van mevrouw Mutluer en die gaat over vondelingen, zoals collega De Hoop. Dit is al mogelijk via INEA. Dat is dus een beetje het feitelijke antwoord. Tegelijkertijd is het absoluut een groep die we niet uit het oog moeten verliezen. Het is niet iets waar je heel vaak in de krant over leest, om het maar even zo te zeggen. Ik denk dat het goed is om in dit onderwerp wat dieper te duiken en dit onderdeel te laten uitmaken van een schriftelijke terugkoppeling, zodat u een beeld krijgt van hoe het nu werkt.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Misschien kan ik het de staatssecretaris makkelijker maken. Ik hou van brieven, maar de staatssecretaris heeft gezegd dat zij sowieso in gesprek gaat met de belanghebbenden, onder andere met Transgender Netwerk.

Over de mensen met een x in het paspoort die tegen allerlei praktische problemen aan lopen: mijn vraag was vooral of de staatssecretaris dat ook kan bespreken tijdens het gesprek dat zij voor de zomer voert met Transgender Netwerk, zodat daar kan worden bekeken waar zich die problemen nou precies voordoen. Kan de staatssecretaris vervolgens terugkoppelen wat zij heeft gezien en welke oplossingen zij daarvoor ziet?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Helder verzoek. Dat ga ik zo doen. Hartelijk dank.

De voorzitter:
Dat was uw tweede termijn?

Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat klopt. Ik ben klaar.

De voorzitter:
Dank u zeer, staatssecretaris en de ondersteuning, voor deze beantwoording.

Ik krijg de toezeggingen van vandaag aangereikt. Ik ga ze voorlezen.

  • De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de Kamer voor de zomer van 2026 te informeren over het reflectietraject in het kader van het rapport Schade door schande en de aanbevelingen daarin, over de gesprekken met de getroffenen en over de herstelmaatregelen en het proces daarbij.

  • De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de Kamer voor de zomer van 2026 te informeren over het onderzoek naar de mogelijkheden voor een separaat archief voor moederbrieven.

  • De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe zich ervoor in te spannen de Kamer vóór het debat over emancipatie te informeren over de tijdlijn met betrekking tot een nieuwe transgenderwet en de gesprekken met de gemeenschap.

  • De staatssecretaris zegt toe dat, als in mei 2026 het WODC-rapport over het onderzoek naar het regelen van scheidingen via de notaris, naar de Kamer wordt gestuurd, zij de kabinetsreactie daarop in de zomer van 2026 aan de Kamer zal toezenden.

  • De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de kabinetsreactie op de wetenschapstoets wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschap en afstamming en de reflectie daarop van het lid Diederik van Dijk, zo spoedig mogelijk naar de Kamer toe te zenden.

  • De staatssecretaris zegt toe de Kamer voor de zomer te informeren over de problematiek die mensen ervaren met een x in hun paspoort.

Dat zijn ze.

Daarmee hebben wij de toezeggingen genoteerd. Ik dank de Kamer, de collega's, voor de inbreng en de staatssecretaris voor haar beantwoording. Ik dank alle mensen die hier op de tribune aanwezig zijn en allen die via de livestream luisteren, voor hun aandacht.

Ik sluit de vergadering.

Sluiting 16.59 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag CD van 16 april 2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl