Hernieuwbare energie
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 15 april 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, over Hernieuwbare energie.
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Zwinkels
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,
Nava
Voorzitter: Zwinkels
Griffier: Teske
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Boomsma, Flach, Jumelet, Müller, Van Oosterhout, Oosterhuis, Vermeer, De Vos en Zwinkels,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 15.30 uur.
Hernieuwbare energie
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 30 oktober 2025 inzake uitkomst vergunningverlening windenergie op zee: Nederwiek I-A (1 GW) (33561, nr. 98);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 21 november 2025 inzake resultaten traject Toekomst van de SDE++ (31239, nr. 439);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 5 januari 2026 inzake SCE: resultaten 2025 en openstelling 2026 (31239, nr. 442);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 december 2025 inzake voorlopige resultaten SDE++ 2025 (31239, nr. 441);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 16 januari 2026 inzake 1 GW-subsidietender windenergie op zee in 2026 (33561, nr. 99);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 20 januari 2026 inzake kabinetsreactie op het onderzoek A theoretical upper limit for offshore wind energy extraction (33561, nr. 100);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 13 februari 2026 inzake openstelling SDE++ 2026 (31239, nr. 444);
- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2025 inzake stand van zaken energiebesparingsplicht en appreciatie Berenschot-rapport Impactanalyse: versneld omschakelen naar 100% ledverlichting in 2030 (30196, nr. 857);
- de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 15 januari 2026 inzake rapport Energiebesparing stimuleren of verplichten? Onderzoek naar overlap van energiebesparingsbeleid (33016, nr. 7);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 1 april 2026 inzake conferentie Colombia over de transitie weg van fossiele brandstoffen (31793, nr. 299);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 23 maart 2026 inzake tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen zon-PV en windenergie (31239, nr. 445);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 31 maart 2026 inzake instellen van een nieuwe biedzone voor elektriciteit (LionLink) (2026Z06679);
- de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 3 april 2026 inzake aankondiging windenergie op zee subsidietender IJmuiden Ver Gamma-B (33561, nr. 101).
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Welkom bij de vast Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei. We hebben vanmiddag het commissiedebat Hernieuwbare energie op de agenda staan. Een bijzonder welkom aan de minister, haar ondersteuning, mensen op de publieke tribune, de pers en iedereen die kijkt. Ook een bijzonder welkom aan alle Kamerleden die hier vandaag aanwezig zijn. Ik kijk uit naar een goed debat. We gaan met elkaar van start.
Voorafgaand heb ik nog een mededeling. Ik moet zelf helaas iets eerder weg, namelijk op 18.00 uur. Ik heb de heer Boomsma bereid gevonden om mij te vervangen als voorzitter, als u dat allemaal goedvindt. Daarnaast heb ik begrepen dat een aantal andere leden ook iets eerder weg moet, waaronder de heer Vermeer. Ik hoop dat het debat zo loopt dat iedereen zo min mogelijk hoeft te missen. Laten we daar onderling flexibel in zijn en laten we hopen op een voorspoedig verloop van het debat.
Ik wil voorstellen om de werkwijze van de vorige keer weer op te pakken. Dat betekent dat u allen in totaal zes interrupties heeft, dus drie keer twee interrupties, dus één interruptie en een korte vervolgvraag. Gelet op het aantal sprekers lijkt dat goed te passen. Mocht straks toch de zaal vol komen te zitten, net als de vorige keer, dan gaan we daar misschien iets in snoeien, maar ik vind het belangrijk dat jullie voldoende vragen kunnen stellen.
Ik kijk ook nog naar het kabinet. Zijn er van tevoren nog mededelingen of bijzonderheden? Nee. Zijn er nog mededelingen vanuit de commissieleden? Nee. Dan stel ik voor dat we gaan beginnen. Ik geef graag het woord aan de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Het is even schakelen. Nederland is ingesteld op de meeste CO2-reductie voor de laagste prijs, maar we moeten ons blikveld verbreden. Ter rechterzijde is het goed te realiseren dat hernieuwbare energie meer is dan CO2-reductie; het maakt ons minder afhankelijk van flipperende gas- en olieprijzen en geopolitiek minder kwetsbaar. Ter linkerzijde zullen we moeten inzien dat het opschalen van duurzame energieproductie staat of valt met een betrouwbaar en meeschakelend energiesysteem. Wind- en zonneparken hebben hun prijs voor het energiesysteem.
De coalitie en het kabinet zetten specifiek in op wind op zee, maar kan het elektriciteitsnet op land al die windstroom wel aan? Aan de voorkant moet beter nagedacht worden over de impact op het gehele energiesysteem. Je zou er ook voor kunnen kiezen om meer te investeren in elektrificatie van de energie. Bij het eenzijdig stimuleren van wind op zee ben ik bang voor het subsidiëren van stroomproductie die de markt eigenlijk niet goed aankan en die slecht past in het energiesysteem. Hoe gaat de minister dit voorkomen?
Eerder heeft de SGP al aandacht gevraagd voor de potentie van energie uit water. Het is merkwaardig dat bedrijven die hier tegen dichte deuren aanlopen, in landen als Spanje en India met open armen worden ontvangen. In Nederland vergeten we dat wind- en zonneparken hoge systeemkosten met zich meebrengen. Juist energie uit water kan bijdragen aan een duurzaam, maar houdbaar energiesysteem. Energie-uit-waterprojecten moet op grotere schaal gaan laten zien wat ze waard zijn, willen investeerders er serieus geld in steken, maar ze zijn nog een maatje te klein voor de SDE++. Wil de minister dit jaar een strategie voor energie uit water opstellen, met gerichte steun vanuit bijvoorbeeld de extra SDE++-middelen?
Je ziet ook duurzame warmtebronnen worstelen met de SDE++. De kapitaallasten en aansluitrisico's zijn hoog en de SDE-systematiek sluit hier niet goed op aan. Kijkt de minister hoe warmteprojecten beter ondersteund kunnen worden?
Door de geopolitieke ontwikkelingen kunnen de prijzen van grondstoffen en materialen snel stijgen. Dat maakt het lastig om een goede businesscase voor duurzame energieprojecten op te stellen. Het kan zomaar gebeuren dat een SDE++-project hierdoor niet van de grond komt. Dat geldt ook voor koolstofarme waterstofproductie. De SDE is gebaseerd op één waardeketen, terwijl de afzet veel diverser is. Moet daar niet veel meer flexibiliteit in komen, vraag ik de minister.
De Kamer heeft de minister eerder al opgeroepen om voluit in te zetten op de ontwikkeling van kleine, modulaire kernreactoren. Ik heb op dit punt nog een concrete vraag. Ik maak uit het Ontwerp-Meerjarenprogramma Klimaatfonds op dat steun voor de Nederlandse inzet in het IPCEI Nucleair, een Europees project voor de versterking van nucleaire ecosystemen, is afgewezen, enkel en alleen omdat er geen inschatting gemaakt kan worden van de directe effecten voor nucleaire stroomproductie. Dat is echter inherent aan innovatie. Wil de minister alsnog deze steun toekennen?
Dan kom ik bij de glastuinbouw. Die werkt toe naar verwarming van kassen met aardwarmte en elektriciteit in plaats van gas. Cruciaal is wel dat er externe CO2 aangevoerd wordt. Doordat CO2-opslag eenzijdig gesubsidieerd wordt, dreigt alle CO2 onder de Noordzee te verdwijnen en moet de glastuinbouw gek genoeg onnodig gas blijven stoken. Een groot knelpunt is dat bioswap mogelijk niet wordt toegestaan. Dat betekent dat fossiele CO2 voor opslag en biogene CO2 voor hergebruik in kassen niet door dezelfde leiding mogen gaan. Een aparte leiding of heffing voor die biogene CO2 is onbetaalbaar, dus zou deze CO2 onder de grond verdwijnen en zouden aardwarmteprojecten op losse schroeven komen te staan. Het is onduidelijk of die bioswap past binnen de Europese ETS-richtlijn. Gaat de minister in overleg met Brussel en wil zij ervoor zorgen dat deze bioswaproute mogelijk blijft?
Tot slot, voorzitter. De SGP heeft grote moeite met het voornemen om de energiebesparingsplicht aan te scherpen door te kiezen voor een terugverdientijd van zeven in plaats van vijf jaar. Dat betekent dat financiële steun voor dure besparingsmaatregelen wegvalt. Er zijn ook in de uitvoering veel problemen. De rekenrente bij deze verplichting loopt soms uit de pas met de marktrente. Ook is netcongestie een grote belemmering. Juist de maatregelen met een terugverdientijd tussen vijf en zeven jaar leiden tot extra stroomgebruik. Verder laat de handhaving te wensen over. Ik krijg het signaal dat vooral gecontroleerd wordt bij bedrijven die voldoen aan de informatieplicht. Waarom geen focus op bedrijven die hun informatieverplichting verzaken? Vindt de minister met mij dat de boel op orde moet zijn voordat sprake kan zijn van aanscherping?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Voordat we doorgaan naar mevrouw Van Oosterhout, wil ik aan de commissie vragen of zij de heer Oosterhuis toe wil staan om vandaag ook deel te nemen aan dit commissiedebat. Ik zie dat dat het geval is. Nou, dat is goed om te constateren. Ook welkom aan mevrouw Müller, die is aangeschoven.
Dan gaan we nu door met mevrouw Van Oosterhout. Aan u het woord.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Zon en wind hoeven niet door de Straat van Hormuz. Hernieuwbare energie beschermt niet alleen ons klimaat en onze gezondheid, maar ook onze portemonnee en onze economie. Sinds de illegale bombardementen van Trump en Netanyahu op Iran is de gasprijs bij momenten verdubbeld. Grote vervuilers verdienen miljarden aan deze oorlog, terwijl gewone mensen weer voor torenhoge energiekosten moeten opdraaien. Dat komt door Trump en dat komt door Netanyahu, maar dat komt vooral ook door onszelf. Als Nederland hebben we te lang gewacht met het onafhankelijk worden van fossiele energie als gas. Als het Rijk veel sneller had gewerkt aan goedkope groene energie van eigen bodem, dan hadden we nu minder last gehad van die prijsstijgingen.
De voorzitter:
U krijgt daarover een interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Het is eigenlijk een beetje buiten de orde van dit debat, maar mevrouw … Nou ben ik het even kwijt. Oosterhuis?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Van Oosterhout.
De heer Flach (SGP):
Ja, sorry. Als u beide in deze commissie bent, raak ik in de war. Mevrouw Van Oosterhout begint er zelf over. Ik mis in de opsomming van wiens schuld het allemaal is de ayatollahs, die toch die toch die Straat van Hormuz blokkeren. Hoort dat ook niet in die opsomming?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dit debat gaat over hernieuwbare energie en wat heel belangrijk is om te benadrukken is dat wij al heel lang hebben gezegd dat de beste manier om onafhankelijk te worden en onze prijzen stabiel te houden investeren in hernieuwbare energie is. Dat moeten we doen door volop in te zetten op wind op zee — daar kom ik straks op — en zon op dak. Dat is de beste manier om onze economie weerbaar te houden en ook om onafhankelijk te worden van onstabiele regimes, waar het Midden-Oosten dan ook onstabiele regimes heeft.
De heer Flach (SGP):
Met dit antwoord ben ik het al meer eens, maar de schuld werd nadrukkelijk gelegd bij Trump en Netanyahu en daarom leek het me het gepast om de ayatollahs ook in dat rijtje te voegen. Met de rest van de conclusies over dat we minder afhankelijk moeten worden, kan ik het wel eens zijn.
Dank.
De voorzitter:
Mooi. Ik stel voor dat mevrouw Van Oosterhout doorgaat met haar betoog.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Laten we kijken naar Spanje. Zij kozen voluit voor hernieuwbare energie en hebben daardoor minder last van hoge gasprijzen. Nederland is geen Spanje, maar Nederland heeft wel één grote troef, namelijk onze Noordzee. Daar kunnen we enorm veel goedkope elektriciteit produceren voor Nederland. De politiek heeft daarbij te veel getreuzeld en daardoor zijn projecten stilgevallen. We moeten doorpakken met wind op zee om ons sneller te beschermen tegen gas- en oliecrises. Daarom ben ik de minister ook zeer erkentelijk voor onze goede samenwerking naar aanleiding van mijn motie over extra wind op zee. Ik ben erg blij dat we er nu voor zorgen dat we nog dit jaar de oproep gaan lanceren voor een extra windpark van 1 gigawatt, genoeg elektriciteit voor 1 miljoen Nederlandse huishoudens.
Nederland kan een windenergiegrootmacht zijn. Aan elk windpark op zee in de hele wereld heeft ten minste één Nederlands bedrijf meegewerkt. Wij Nederlanders zijn hier goed in. Zo was ik enkele weken in de Rotterdamse haven op bezoek bij Sif. Dat prachtige Nederlandse bedrijf maakt een soort kaarsenhouders voor windmolens op zee, zeer gespecialiseerd en zeer waardevol. Ze waren eergisteren ook te zien in het NOS-journaal; ze hebben namelijk een groot probleem. Doordat de ontwikkeling van windpark IJmuiden Ver Alpha hapert, dreigt Sif de productie binnenkort te moeten stilleggen. In de meest zwarte scenario's riskeren tot 750 mensen hun baan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Gelukkig kan de politiek bijdragen aan de oplossing. In oktober nam de Kamer de motie van Suzanne Kröger aan. De bedoeling was dat alle betrokken partijen rond de tafel zouden gaan om met een oplossing te komen. Kan de minister hier een update van geven en ook even inzicht geven in welke oplossingen op tafel liggen?
Zo'n aanpak is breder nodig voor de sector, want we zien in de windsector te vaak een kip-eiprobleem. Energiebedrijven hebben behoefte aan zekerheid om te investeren. Dat betekent dat er voldoende klanten moeten zijn voor hun elektriciteit. Tegelijkertijd wil onze industrie verduurzamen en overschakelen naar meer elektriciteit. Ze moeten er dan alleen wel zeker van zijn dat die er ook komt. Iedereen kijkt naar elkaar. Dat is niet goed voor onze industrie. Het voorbeeld van IJmuiden Ver Alpha toont aan dat er behoefte is aan meer onderlinge afstemming en coördinatie. Concreet betekent dat wat ons betreft een Noordzeepact. We brengen alle spelers rond de tafel: windmolenbouwers, netbeheerders, industrie, natuurverenigingen, noem maar op. Zo'n Noordzeepact maakt mogelijk dat we sneller onafhankelijk worden van dure olie en gas. Nederlanders krijgen dan sneller goedkopere groene energie. Ook het Rijk zal dan minder hoeven te subsidiëren. Zal de minister hierin de leiding nemen en zal ze de verschillende spelers rond de tafel samenbrengen? Zal de minister zich hardmaken voor een Noordzeepact?
Naast wind op zee kunnen we nog meer doen om onafhankelijk te worden van Trump en de oliesjeiks. Zo is er in de industrie nog heel wat potentieel voor energiebesparing, terwijl de productie gewoon op peil kan blijven. Niet-verbruikte energie is de goedkoopste energie. Als de industrie minder gas nodig heeft, stijgt de prijs minder hard voor iedereen. Zal de minister de terugverdientermijn van de energiebesparingsplicht optrekken van zeven naar tien jaar en zal ze eindelijk budget vrijmaken voor de handhaving? Het vorige kabinet besliste de doelgroep met 60% te verkleinen, waardoor Nederland 22% aan energiebesparing misloopt. In het licht van de huidige Irancrisis is dat enorm onverstandig. Zal de minister die verkleining van de doelgroep schrappen?
Verder houden we energie goedkoop door in te zetten op opslag, want dat zorgt ervoor dat de dure pieken van veel vraag en weinig aanbod afgevlakt kunnen worden. Onlangs sprak ik met Suncom, een Nederlands bedrijf uit Houten. Met hun warmteopslag kunnen ze fabrieken helpen hun gasverbruik meer dan te halveren, alleen heeft 80% van de fabrieken geen toegang tot de SDE++. Zal de minister voor dit soort toepassingen de SDE++ uitbreiden naar bedrijven met een middenspanningsaansluiting?
Wie "opslag" zegt, zegt natuurlijk ook "batterijen". Grote industriële batterijen helpen ons voor die enkele uren per jaar dat er te weinig zon en wind is. Ze remmen de stijging van de elektriciteitsprijs doordat ze de overschotten van goedkope zon en wind beter verdelen in de tijd. In België en Duitsland gaat het hard met de bouw van die batterijen, maar Nederland loopt achter. In onze buurlanden zijn batterijen tijdelijk vrijgesteld van nettarieven. Welke mogelijkheden ziet de minister om de bouw van batterijen in Nederland te versnellen? Gaat ze iets doen aan de nettarieven, zoals onze buurlanden dat doen? Hoeveel zou dat kosten? Wanneer komt er duidelijkheid over de goede locaties om die batterijen te bouwen?
Voorzitter. Met meer wind, meer besparing en meer opslag zorgen we voor goedkope groene energie voor Nederland. We beschermen ons tegen de prijsstijgingen door de Iranoorlog en andere gascrisissen die nog gaan volgen, want van die crisissen profiteren enkel de grote vervuilers en we willen juist dat gewone mensen erop vooruitgaan. Laten we dus vaart maken met die goedkope groene energie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Meer dan 14.000 bedrijven staan in de wachtrij voor een stroomaansluiting. De energieprijzen in Nederland zijn een stuk hoger dan in de rest van Europa. Steeds meer mensen kunnen de rekening niet betalen. Dat is de harde realiteit van hoe we ervoor staan in de energietransitie. Voor BBB is het altijd helder geweest: beleid moet haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Daarom zijn wij zeer kritisch op het huidige klimaatbeleid en de energietransitie. Wat we nu doen, is kamikazebeleid. We moeten stoppen met jaartallen aan doelen te koppelen.
Voorzitter. De Nederlandse energiemix is momenteel instabiel en onbetrouwbaar. Dat hebben we met z'n allen zelf veroorzaakt, want er is jarenlang willens en wetens ingezet op vormen van energieopwekking zonder betrouwbare basislast. Windturbines leveren alleen stroom als de wind waait en zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Oftewel: zonder wind en zon hebben we een groot probleem. Wat BBB betreft moeten we daarom inzetten op de meest efficiënte vorm van energie, ook qua ruimtegebruik: kernenergie. Deelt de minister de mening van BBB dat het onwenselijk is dat onze energievoorziening afhankelijk is van weersomstandigheden? Vindt de minister dan ook dat wij meer moeten inzetten op kernenergie dan we nu doen?
Voorzitter. Dan wind op zee. De minister laat in een brief aan de Kamer weten dat in september een nieuwe aanbesteding start voor wind op zee, en BBB heeft nog steeds grote bedenkingen bij de businesscase die het kabinet voorstelt bij wind op zee. Bij de laatst uitgevoerde aanbesteding bleek namelijk dat geen enkel bedrijf geïnteresseerd was om wind op zee te realiseren zonder miljarden staatssteun. Dat maakt dat de belastingbetaler mag opdraaien voor de klimaatambities van de overheid. Wat BBB betreft moet herhaling daarvan voorkomen worden. Wat zijn de verwachtingen voor de eerstvolgende aanbesteding voor wind op zee, welke is dat en wanneer? Kan de minister toezeggen dat er niet nogmaals miljarden bijgelegd moeten worden? Wat BBB betreft kunnen we de jaarlijks 8 miljard euro aan windturbines beter besteden aan het isoleren van huizen, het verlagen van de energierekening en het bestrijden van energiearmoede.
Dan energie uit water. De heer Flach noemde dat ook al. De laatste jaren zijn er veel technische ontwikkelingen geweest op het gebied van energie uit water. Technologieën zoals bijvoorbeeld getijde-energie, golfenergie en offshore-energieopslag staan misschien nog in de kinderschoenen, maar uit de sector horen wij vooral dat er gebrek aan duidelijkheid is van de overheid. Deze onduidelijkheid staat verdere ontwikkeling, pilots en opschaling in de weg, en dat is wat BBB betreft onwenselijk. Hoe kijkt de minister naar de mogelijkheden voor energieopwekking uit water en is de minister in gesprek met deze sectoren? Zo ja, krijgt zij ook signalen dat de groei momenteel stagneert? Is de minister bereid om te kijken naar mogelijkheden voor pilotprojecten om de haalbaarheid van deze technologie in de praktijk te brengen? Wij zijn tenslotte een waterland.
Voorzitter. Tot slot de klimaatconferentie in Colombia. BBB vindt het onacceptabel dat er op essentiële onderdelen van onze verzorgingsstaat bezuinigd wordt, maar dat is natuurlijk een onderwerp voor een ander debat. Wat de harde bezuinigingen extra wrang maakt, is dat Nederland wel geld vrij kan maken voor het organiseren van een klimaatconferentie. We organiseren die samen met Colombia, waar de top ook plaatsvindt. Om een weekend lang te praten over het gebruik van minder fossiele brandstoffen vliegen we de halve wereld over. Als dat geen voorbeeld is van verkeerde prioriteiten, dan weet ik het ook niet meer.
Maar ik eindig graag realistisch, dus daarom een laatste vraag aan de minister. Is de minister het met BBB eens dat beleid altijd haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank, mevrouw de voorzitter. Het Nederlandse energiebeleid van de afgelopen jaren is een dramatische vergissing. Het is een soort economische harakiri die we aan het plegen zijn. De massale inzet op wiebelstroom van zon en wind geeft zo ongeveer de hoogste energieprijs ter wereld, verlammende netcongestie en beperkte opbrengsten in CO2-reductie. Spreekt onze minister weleens met Katherine Reiche, haar Duitse collega-minister? Die zei net in een stuk in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat het Duitse energiebeleid van de afgelopen tien jaar gebaseerd was op zelfbedrog. Ik citeer: "Eine Energiewende, die Systemkosten ignoriert, wird das Land ruinieren, das sie zu retten vorgibt." Of te wel, een energietransitie die systeemkosten negeert, zal het land ruïneren dat die zogenaamd redt. Ze zegt ook dat elektriciteit die moet worden afgeschaald vanwege overbelasting van het net, niet langer mag worden betaald door het publiek. Heeft de minister dat gelezen? Hoe ziet zij dat?
Voorzitter. Wij moeten het dus zo snel mogelijk over een andere boeg gaan gooien en massaal inzetten op het zo snel mogelijk uitrollen van kerncentrales, SMR's, netcongestie verminderen, energiebesparing en isolatie en tot die tijd wel gebruikmaken van kolen en gas. We nemen net als de wereld iets meer tijd en daarmee besparen we miljarden en kostbare ruimte voor natuur een woningen. Natuurlijk is het ook heel veelzeggend dat niemand inschreef op de laatste tenders voor wind op zee en dat de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking grotendeels ongebruikt bleef. Door wat nu al is opgesteld, is er al sprake van overcapaciteit met negatieve stroomprijzen op veel dagen van het jaar. Op zonnige dagen is het probleem vooral hoe je zo veel mogelijk stilzet en hoe je van die stroom af komt. Maar dat heeft natuurlijk enorme gevolgen.
Een vraag aan de minister: hoeveel uur is er in 2023, 2024, 2025 sprake geweest van negatieve stroomprijzen, en hoeveel uur moesten dus zon en/of wind worden afgeschakeld? Kan zij daarvan een overzicht verschaffen? Gedurende hoeveel uur per jaar kunnen de extra windturbines op zee die nu gepland zijn, nuttige elektriciteit opwekken voor ons land? Nog meer wind en zon zal dus betekenen dat je nog veel vaker moet gaan afschakelen. Wat zijn daarvoor nou de prognoses? Wat je nu extra neerzet, voegt dus steeds minder toe, voor steeds hogere kosten. Dus je krijgt stroom op momenten dat je die meestal juist niet nodig hebt. Hoe verhouden de overschotten en tekorten van de variabiliteit van wind en zon zich tot realistische scenario's van pogingen om het verbruik aanbodgestuurder te maken? Graag ook een reflectie daarop.
In plaats van de logische conclusie te trekken en dit niet meer te doen, wil het kabinet dus nog meer subsidie naar die windparken op zee: 8 miljard voor twee windparken van ieder 1 gigawatt. Dit is nog exclusief de kosten voor de kabels en de trafo's. Wat kosten die voor 1 gigawatt stroom van windturbines op zee?
Het grootste deel van die enorme bedragen zou dus gaan via die contract for difference. Dat betekent dat die windmolens stilgelegd moeten worden als de elektriciteitsprijs of de vraag te laag is. Dan moeten de producenten alsnog worden betaald. Je betaalt straks dus een gegarandeerde prijs voor stroom die niemand wil hebben. Dat lijkt mij waanzin. In de brief over windpark IJmuiden Ver Gamma-B staat verder dat het PBL in de tenders geen rekening houdt met een mogelijk invoedingstarief. Wat gaat er nu dan gebeuren met die kosten? Als er een invoedingstarief komt, moet de staat dat dan gaat compenseren? Iemand moet dat uiteindelijk betalen. Gaat het dan gebeuren binnen de bestaande voorziene budgetten of komt de minister dan met de vraag om aanvullende middelen ter beschikking te stellen?
Voorzitter, een ander punt. In het vakblad De Ingenieur van juli 2022 stond een interessante berekening waaruit blijkt dat het broeikaseffect bij het gebruik van lng uit Amerika en Rusland groter is dan bij het verbranden van steenkool, omdat bij die winning van schaliegas in Amerika heel veel methaan ontsnapt, wat natuurlijk een veel sterker broeikasgas is. Daar komt nog bij dat je dat gas moet koelen en vervoeren et cetera. Graag een reactie daarop.
Dan nog kort over biomassa. Dat kost ons ook miljarden en leidt tot meer CO2-uitstoot. Je hebt ook nog ecologische schade en luchtvervuiling. Waarom zouden we dat nou niet verder gaan afbouwen?
Voorzitter. Wat sowieso wél verstandig is, is energie besparen en isoleren. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken, hoef je niet te vervoeren en hoef je dus niet te betalen. Isolatie stuit op allerlei andere problemen, zoals stikstof en tijdrovende bureaucratische natuurregels omdat je steeds bijvoorbeeld moet controleren of er vleermuizen in zo'n spouwmuur zitten of mogelijkerwijs zouden kunnen zitten. Volgens mij kan je dat voorkomen door een soort managementplan, zoals Utrecht en een aantal Friese gemeenten hebben gedaan. Zou je dat nou niet nationaal moeten aanpakken? Dan kan je het sneller uitrollen.
Voorzitter. Tot slot iets over de klimaatconferentie in Colombia. Nu Nederland die organiseert, willen we natuurlijk wel weten wat daar precies wordt bekokstoofd. Ons is op dit moment onvoldoende duidelijk wat daar nou de inzet wordt van de minister en van de Nederlandse regering. Wij willen natuurlijk niet dat beslissingen die daar worden genomen onze concurrentiepositie verder ondermijnen. Waar wil de minister op uitkomen? Staat er al iets op papier over wat daar de inzet wordt? Kunnen wij dat dan zien?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank, voorzitter. Wat ons betreft zijn we goed op weg als het gaat om de overstap naar duurzame energie. In maart kwam 23,5% van het finale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen. Dat is een mooie ontwikkeling, zeker omdat dit aandeel de afgelopen jaren inderdaad gestaag is gegroeid. Ook als we naar elektriciteit kijken, zien we dat het hard gaat. Over de afgelopen twaalf maanden werd gemiddeld zo'n 57% van de stroomvraag gedekt door hernieuwbare energie. Duurzame bronnen spelen inmiddels dus een hoofdrol in onze stroomvoorziening. Vooral offshore windenergie springt eruit als grote motor achter deze groei. Windparken op zee zijn inmiddels goed voor ongeveer een zesde van het totale Nederlandse stroomverbruik. Dat is best indrukkend te noemen en laat zien hoeveel potentie de Noordzee heeft. Al met al geeft dit een positief beeld, maar er zijn natuurlijk nog genoeg uitdagingen op de weg naar een klimaatneutrale energievoorziening.
Voorzitter. Ik begin die uitdagingen met wind op zee. Verdere uitrol van wind op zee blijft essentieel voor een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem van de toekomst. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ambitie en realiteit beter in balans komen. De uitrol van wind op zee moet wat het CDA betreft beter aansluiten op de daadwerkelijke vraag naar elektriciteit, vooral vanuit de industrie. Daarover heb ik een aantal vragen. Hoe gaat de minister dit vertalen naar een nieuwe routekaart voor wind op zee? Is zij bereid daarin flexibiliteit in te bouwen, zodat de ambities ook echt waargemaakt worden en zodat we bouwen wat nodig is, bijvoorbeeld door uit te gaan van 30 gigawatt in 2040, met ruimte om op te schalen naar 40 gigawatt, zoals ook in het coalitieakkoord staat? Hoe zorgt de minister ervoor dat de groei van wind op zee daadwerkelijk beter wordt afgestemd op de elektrificatie van de industrie, zodat vraag en aanbod in balans blijven? Welke mogelijkheden ziet de minister daarbij voor maatwerkafspraken met de industrie gericht op clusters of gebieden?
Voorzitter. De plannen voor windenergie op zee in Nederland staan op korte termijn echt onder druk, zo horen we. Over belangrijke projecten — dit is door een aantal collega's al eerder genoemd — zoals IJmuiden Ver Alpha en Beta, zijn nog geen definitieve investeringsbeslissingen genomen. Daarmee is een belangrijk deel van de geplande capaciteit op korte termijn onzeker. Nederlandse bedrijven in de offshoresector maken zich hierdoor zorgen over de gevolgen en de duidelijkheid en betrouwbaarheid van het overheidsbeleid. Mijn vraag aan de minister is wat zij gaat doen om verdere vertraging te voorkomen. Wat is de stand van het overleg met betrokken partijen over oplossingen voor IJmuiden Ver Alpha? Hoe voorkomt de minister dat bestaande projecten, zoals IJmuiden Ver Alpha, vastlopen terwijl er tegelijkertijd nieuwe tenders worden opengesteld? Hoe zorgt zij voor investeringszekerheid binnen de brede offshoresector? Daar is ook veel werkgelegenheid mee gemoeid.
Voorzitter. Alleen als de vraag naar duurzame producten meegroeit, kunnen investeringen in opwekcapaciteit effectief en betaalbaar worden gerealiseerd. De bredere Europese inzet op vraagcreatie voor duurzame producten is daarbij een belangrijke ontwikkeling. Ook daarover heb ik een paar vragen aan de minister. Wat is de huidige stand van zaken in de Europese Raad ten aanzien van vraagcreatie voor duurzame producten en energie? Wanneer kunnen we uitgewerkte voorstellen verwachten? Welke mogelijkheden ziet de minister om op nationaal niveau te starten met vraagcreatie, uiteraard zonder daarmee het gelijke speelveld te verstoren?
Voorzitter, ten slotte innovatie. Eigenlijk is dat het belangrijkste, maar in mijn bijdrage is dit het slot. Ook innovatie en opschaling spelen een cruciale rol in het realiseren van onze doelen voor hernieuwbare energie. Innovatie zorgt voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën en verbeteringen van bestaande technieken. In Nederland vindt ook al veel innovatie plaats op het gebied van energie en duurzame warmteoplossingen. Ik ben in de afgelopen maanden al de nodige voorbeelden tegengekomen, zoals RIFT, dat ijzerbrandstoftechnologie ontwikkelt voor industriële warmte, en oplossingen als PowerStove en SunFleet, die laten zien hoe innovatieve warmteopslag en zonnethermie bij kunnen dragen aan een flexibel en CO2-arm energiesysteem. Mijn vraag aan de minister is hoe we een consistente pijplijn kunnen creëren van innovatie naar opschaling en bredere toepassing van dit soort technologieën. Zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden om de aansluiting van DEI+ naar SDE++ te verbeteren, zodat we die stap consistenter en sneller kunnen zetten? DEI staat trouwens voor Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie. Dat is niet onbelangrijk. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen die wat het CDA betreft zo snel mogelijk in gang moeten worden gezet.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat dit nog een vraag oplevert van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De heer Jumelet zei in zijn bijdrage dat we de behoefte van de industrie beter moeten laten aansluiten op wat er gebeurt op het gebied van wind op zee en dat ook Nederlandse offshorebedrijven meer duidelijkheid verdienen. Ik ben dan ook benieuwd hoe de heer Jumelet aankijkt tegen mijn voorstel voor een Noordzeepact, om zo al die partijen bij elkaar te brengen en dat kip-eiprobleem op te lossen.
De heer Jumelet (CDA):
Ik vind het een heel goed initiatief. Wat ik hier heb betoogd, is dat we aan de ene kant zien dat het juist noodzakelijk is om te investeren, in de breedte van wat we kunnen doen om te voldoen aan de energievraag, maar dat we tegelijkertijd zien dat het daar echt stokt. Je moet dus echt zorgen dat je dit verhaal — u noemde dit het kip-eiverhaal — doorbreekt. Dat kun je het beste doen door bij elkaar te gaan zitten en met elkaar goede afspraken te maken, ook als het bijvoorbeeld gaat om de maatwerkafspraken met de industrie. Het is echt een probleem als er energie wordt geproduceerd zonder dat er afname is. Dat zien we nu al. Daarom zijn er tenders die in de markt niet tot wasdom komen. Als het met zo'n pact zou kunnen, dan denk ik dat het een goed idee is om daar eens naar te kijken. Wellicht kan de minister daar ook op reageren.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog één korte vervolgvraag, want het is wat onduidelijk. Stelt de heer Jumelet nu in zijn bijdrage voor om de ambitie uit het coalitieakkoord van 40 gigawatt naar beneden bij te stellen, naar 30 gigawatt?
De heer Jumelet (CDA):
Nee. Ik stel niet voor om het bij te stellen, maar juist om een reële vraag-en-aanbodsituatie te creëren. Die 40 gigawatt staat er. Dat staat ook in het coalitieakkoord. We constateren dat het al lastig is om dit in 2030 te behalen. Die 30 gigawatt staat er vervolgens ook voor 2040. Dus we willen graag met elkaar zien hoe dat wordt gerealiseerd. Maar dat zit wel op die vraag-en-aanbodkwestie. 40 gigawatt staat, want in het coalitieakkoord staat dat dat gerealiseerd moet worden.
De voorzitter:
Dank u wel. U was aan het einde gekomen van uw betoog. Voordat we verdergaan, wil ik mevrouw De Vos welkom heten bij dit commissiedebat. We hebben de regel met elkaar dat we in totaal zes interrupties toestaan, drie keer twee. Dus u kunt ook altijd een vervolgvraag stellen. Dan gaan we naar de heer Oosterhuis. Aan u het woord.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank u, voorzitter. De oorlog in het Midden-Oosten, met de sluiting van de Straat van Hormuz, laat opnieuw zien hoe kwetsbaar een energiesysteem is dat gebaseerd is op olie en gas. Volgende week is er een plenair debat over hoe we met de acute gevolgen omgaan, maar de echte oplossing is natuurlijk het structureel verlagen van de vraag naar olie en gas. Dat betekent dat we vol moeten inzetten op verduurzaming, energiebesparing en hernieuwbare energie. We hebben al laten zien dat we dat kunnen. Nederland ging in vijf jaar van 40 miljard naar 30 miljard kuub gas. Dat kunnen we opnieuw. Met schone energie van eigen bodem maken we ons onafhankelijk, beschermen we mensen tegen prijsschokken en bouwen we aan een economie die klaar is voor de toekomst.
Voorzitter. Ik wil beginnen met het geven van een compliment aan het kabinet, in navolging van mevrouw Van Oosterhout. Het is namelijk goed dat het budget voor wind op zee wordt verdubbeld en dat er nu 8 miljard beschikbaar is om de energietransitie te versnellen. Maar zoals net ook al aan de orde kwam, is aanbod alleen niet genoeg. Een succesvolle uitrol van wind op zee vraagt ook om een voldoende en voorspelbare vraag naar elektriciteit. Daar zit het knelpunt, want veel bedrijven willen wel elektrificeren, maar lopen vast op netcongestie, hoge netkosten en grote investeringskosten. Daardoor blijven projecten liggen, terwijl de potentie er wel is en die vraag ook nodig is. Dus daarom mijn volgende vraag. Heeft de minister ook gekeken naar instrumenten om die vraagkant te stimuleren, zoals contracts for difference voor afnemers? En is de minister bereid om te onderzoeken hoe deze of andere instrumenten kunnen bijdragen aan meer elektrificatie in de industrie?
We zien ook dat bestaande instrumenten tekortschieten. De voorganger van deze minister schreef er ook over. In de SDE++ zitten regelingen voor elektrificatie van de industrie, maar die bieden in de praktijk nog te weinig zekerheid, bijvoorbeeld doordat veranderende nettarieven niet worden meegenomen. Dat maakt kosten onvoorspelbaar en remt investeringen. Dus hoe voorkomt deze minister nu dat onzekerheid die investeringen in de elektrificatie blijft remmen? En welke aanpassingen is de minister bereid te doen om dit te verbeteren?
Tot slot. Een concreet knelpunt in de SDE++, zeg ik in navolging van mevrouw Van Oosterhout, betreft de e-boilers met hogetemperatuuropslag. Die zijn nu niet mogelijk door de grens van een netaansluiting van 3 megawatt. Is de minister bereid om deze grens te verlagen, zodat ook middelgrote bedrijven met een middenspanningsaansluiting gebruik kunnen maken van de SDE++?
Voorzitter. Naast voldoende vraag naar elektriciteit is ook de businesscase van wind- en zonneprojecten zelf een groeiend aandachtspunt, want steeds vaker zijn er negatieve elektriciteitsprijzen en soms is er dus een overschot aan hernieuwbare elektriciteit. Tegelijkertijd ligt hier ook een kans. Door die elektriciteit op te slaan, kunnen we het systeem slimmer benutten en de waarde van duurzame opwek vergroten. Is de minister bereid om binnen de SDE++ ook te verkennen of uitgestelde levering kan worden gestimuleerd, zodat opslag en flexibiliteit beter worden beloond?
Batterijen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Daarin kan technisch al heel veel, maar de businesscase komt nog moeilijk van de grond, ook omdat er onvoldoende stabiele inkomsten zijn voor flexibiliteit en opslag. De minister werkt aan een capaciteitsmechanisme voor de momenten dat er te weinig opwek is. Welke rol ziet de minister voor een capaciteitsmechanisme om de businesscase voor opslag en flexibiliteit ook te verbeteren? En hoe zorgt de minister ervoor dat er binnen zo'n mechanisme vooral ook naar duurzame oplossingen wordt gekeken en dat batterijen hier een volwaardige positie in krijgen en er niet alleen wordt gekeken naar het beschikbaar houden van fossiele centrales?
Voorzitter. Tot slot energiebesparing, want energie die we besparen, hoeven we niet op te wekken, niet te importeren en niet te betalen. Dan kom ik vooral op de energiebesparingsplicht. Daar ligt nog een enorme kans, die we simpelweg niet mogen laten liggen. Het zijn besparingen die zichzelf terugverdienen en direct bijdragen aan lagere kosten en meer energiezekerheid. Bedrijven kunnen op een kosteneffectieve manier nog zo veel energie besparen als er op dit moment wordt opgewekt via wind op zee. Maar de cijfers zijn ook helder: slechts 31% van de bedrijven is gecontroleerd en maar 16% voldoet volledig. Kan de minister inzichtelijk maken waarom bedrijven investeringen die zich binnen vijf jaar terugverdienen toch niet doen? Is zij bereid om de handhaving te intensiveren? Ziet zij daarbij ook ruimte voor slimmer en actiever toezicht, zodat het niet alleen gaat om controleren maar bedrijven ook geholpen worden om sneller te besparen? Nu lopen we namelijk achter en raken de doelen uit het zicht. Welke concrete stappen zet de minister dus ook in de komende maanden om het gat te verkleinen en op koers te komen voor de doelen uit de Klimaat- en Energieverkenning?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. U heeft nog een vraag van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor in de bijdrage van D66 aan de ene kant de wens om wind op zee op te schalen, maar aan de andere kant de obstakels waar nu tegen aan wordt gelopen. Ik heb voor u eigenlijk dezelfde vraag die ik net aan de collega van het CDA stelde: hoe kijkt D66 aan tegen het Noordzeepact om het kip-eiprobleem op te lossen?
De heer Oosterhuis (D66):
Zal ik mij kortheidshalve gewoon aansluiten bij het antwoord van collega Jumelet? Ik vind dat een slim idee. Ik kijk ook uit naar de reactie van de minister daarop.
De voorzitter:
Ik zie dat dat inderdaad goed wordt ontvangen. Dan kunnen we door naar mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Hernieuwbare energie is voor de VVD meer dan CO2-reductie voor het klimaat. Het is een kwestie van nationale veiligheid en economische weerbaarheid. Elke windmolen op zee en elk zonnepaneel op een dak maakt ons minder afhankelijk van fossiele brandstoffen uit onstabiele regio's, zoals het Midden-Oosten. Het is ook goed dat het kabinet blijft inzetten op het mogelijk maken van meer hernieuwbare energie en energiebesparing. Tegelijkertijd zitten we ook met een realiteit van uitvoeringsproblematiek: we kampen met grote problemen ten aanzien van netcongestie, procedures voor hernieuwbare-energieprojecten duren veel te lang en de realisatie van windparken op zee blijkt minder eenvoudig dan eerder werd gedacht. Ook hiervoor kunnen we onze ogen niet sluiten.
Voorzitter. Over netcongestie spreken we volgende week. Laat ik dus beginnen bij de lange procedures voor hernieuwbare-energieprojecten. Een recente studie van Arcadis laat zien dat we de energietransitie met maar liefst 75% kunnen versnellen binnen de huidige regels. Het is onacceptabel dat de gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag tot een operationeel project al snel acht tot tien jaar bedraagt. Twee jaar voorbereiden en twee jaar bouwen: dat zou de nieuwe standaard moeten zijn. De sleutelwoorden hiervoor zijn "parallellisering" en "standaardisering". Waarom wachten op vergunning b, als je al kunt beginnen met procedure a? Ik vraag aan de minister: hoe gaat zij de successen uit dit Arcadis-rapport, zoals bij de snelle bouw van een lng-terminal, vertalen naar al onze energieprojecten? Is zij bereid om waar mogelijk bezwaarfases in te korten om de vaart erin te houden? Duitsland heeft hier de afgelopen tijd flinke stappen in gezet. Zij werken met artikel 8a. De bouwer mag daarmee tijdens een vergunningsprocedure al beginnen met de bouwvoorbereiding en de overheid kan al in een vroeg stadium informeel verklaren dat het project waarschijnlijk vergunbaar is. Wat kan Nederland hiervan leren?
Voorzitter. Ook als het niet waait en de zon niet schijnt, moeten we op elektriciteit kunnen rekenen. Naast onze inzet op vier kerncentrales hebben we in het coalitieakkoord afgesproken een capaciteitsmarkt in te voeren. Mijn collega refereerde daar ook aan. Recente onderzoeken onderstrepen dat dit essentieel is voor de leveringszekerheid vanaf 2028. Ik hoor graag van de minister wat de actuele status is van deze plannen. Wanneer kunnen we de eerste contouren hiervan verwachten?
Voorzitter. Dan kom ik op wind op zee. De ambitie is groot, terwijl we te maken hebben met uitdagende marktsomstandigheden, zoals gestegen rente en materiaalkosten. In januari is de Kamer geïnformeerd over de vormgeving van de 1 gigawatt met subsidie in 2026, vooruitlopend op de overstap naar de contracts for difference, de CFD's. De VVD kijkt positief naar deze stap en ziet ook uit naar de uitwerking van de CFD's. Halen we het ambitieuze tijdpad voor de inrichting hiervan? Hoe zorgt de minister dat we niet opnieuw in de val stappen van complexe tendervoorwaarden? De VVD krijgt namelijk signalen dat de tendervoorwaarden van verschillende tenders van elkaar verschillen. Dat kan van invloed zijn op hun succes.
Tot slot wil ik een punt maken over wind op land. In oktober 2025 is er een motie aangenomen van mijn collega Peter de Groot. Deze verzocht de regering om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 het nieuwe kader voor milieu-, geluids- en afstandsnormen te publiceren. We zijn inmiddels halverwege april en de provincies wachten op de landelijke normen om hun eigen verordeningen te kunnen maken. Ik vraag aan de minister waar dit kader blijft. Kan zij toezeggen dat dit zo snel mogelijk naar de Kamer en de provincies komt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Volgens mij bent u aan het einde gekomen van uw inbreng. Ik zie dat die een paar vragen heeft opgeleverd. De heer Boomsma was eerst.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb een vraag over wind op land. Het is toch ontzettend onverstandig om daarmee door te gaan als er allerlei betere alternatieven zijn, het het landschap aantast, het ontzettend duur is en het netwerk al overbelast is? Laat ik het zo vragen: wat wil de VVD dan zelf voor een afstandscriterium voor wind op land?
Mevrouw Müller (VVD):
In de motie die mijn collega aangenomen heeft gekregen, zeggen we dat 80% van de ruimte moet afvallen, maar dat er nog wel ruimte moet zijn voor wind op land, omdat dat juist kan bijdragen aan lokale opwek en lokale productiecapaciteit. Dus 80% zou afvallen.
De heer Boomsma (JA21):
Maar welk afstandscriterium, dus welke tiphoogte, denkt de VVD dan dat redelijk is voor de verdere uitrol? Ik heb het dus over een minimumafstand.
Mevrouw Müller (VVD):
We zeiden 80%. Dat houdt in: twee keer de tiphoogte. Dat vinden we belangrijk, want voor de gezondheid is het belangrijk om minimaal die afstand aan te houden, dus minimaal twee keer de tipafstand. Dat stond ook in de motie.
De voorzitter:
Ik sta nog een korte interruptie toe, omdat u de eerste keer niet helemaal antwoord kreeg op de vraag die u stelde. Als u nog een korte vraag heeft, mag u die stellen.
De heer Boomsma (JA21):
Twee keer de tiphoogte is toch veel te weinig? Dat leidt toch nog steeds tot heel veel overlast, geluid en aantasting van het landschap?
Mevrouw Müller (VVD):
Laat ik vooropstellen dat die afstandsnormen voor ons dus belangrijk zijn. Tegelijkertijd moet het ook mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor ondernemers, om zelf opwek te realiseren. Aan de ene kant: ja, afstandsnormen moeten duidelijk zijn en moeten ook duidelijk vanuit de landelijke overheid komen, zodat provincies daarmee aan de slag gaan. Tegelijkertijd vindt de VVD: wind op land kan ook helpen voor lokale opwek. Je moet het dus niet helemaal onmogelijk maken.
De voorzitter:
U mag er wat mij betreft nog een interruptie aan wijden, als u wilt, meneer Boomsma. Anders ga ik door naar een andere spreker. Nee? Oké. Dan ga ik naar mevrouw De Vos.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik hoor de VVD zeggen dat het belangrijk is om over te stappen van kolen en gas naar hernieuwbare energie, zoals dat wordt genoemd, om minder afhankelijk te worden van het buitenland. Is de VVD ervan op de hoogte dat er bijvoorbeeld voor windturbines en zonnepanelen allerlei metalen nodig zijn die in Nederland niet te vinden zijn, waardoor we dus per definitie afhankelijk blijven van het buitenland?
Mevrouw Müller (VVD):
In elke vorm van energie zit een bepaalde vorm van afhankelijkheid. Tegelijkertijd vindt de VVD: als je goed diversifieert en ervoor zorgt dat we van alle soorten stroomopwek iets hebben, dan zorg je daarmee dat je die afhankelijkheid zo goed mogelijk verkleint.
Mevrouw De Vos (FVD):
Volgens mij kunnen we constateren dat de afhankelijkheid de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Dat heeft er onder andere mee te maken dat we het Groningengasveld hebben gesloten. We hebben ook de kolencentrales voor een groot deel gesloten. Als de VVD voorstander is van diversificatie, moet er aan het huidige beleid nog wel het een en ander veranderen, volgens mij.
De voorzitter:
Ik hoorde daar geen vraag in, maar misschien wilt u nog wel een korte reactie geven.
Mevrouw Müller (VVD):
Dat deel ik niet helemaal. Ik vind dat we juist op de goede route zitten. We zien dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen enorm groot is; daarom zitten we nu met enorme prijsstijgingen. Verdergaan met diversificatie betekent dat we zelf moeten inzetten op hernieuwbare energie en tegelijkertijd moeten inzetten op eigen gasproductie, bijvoorbeeld in de Noordzee, en op het bouwen van kerncentrales en SMR's.
Mevrouw De Vos (FVD):
Heel kort een reactie hierop. Het is natuurlijk waar dat we op dit moment bepaalde grondstoffen uit onder andere het Midden-Oosten halen en daarvan afhankelijk zijn. Echter, laten we niet vergeten dat we ons eigen gasveld hebben gesloten en daarmee onze afhankelijkheid hebben vergroot, en dat we bepaalde tekorten die we nu hebben, misschien wel helemaal niet hadden gehad als we dat gasveld niet hadden gesloten.
De voorzitter:
Er is geen behoefte meer om daarop te reageren. We willen herhaling natuurlijk voorkomen. Dan kom ik bij de heer Vermeer voor een interruptie.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Müller gaf aan dat we voor lokale productie en afname wind op land nodig hebben. Kan dat zich, wat mevrouw Müller betreft, beperken tot kleine windmolens op erven en windmolens op industrieterreinen, zodat we die lelijke krengen niet in het open landschap hoeven te plaatsen?
Mevrouw Müller (VVD):
Kijk, de VVD staat niet te springen om zo veel windmolens op land. Dat hoeft ook helemaal niet. Tegelijkertijd moet er op bepaalde plekken ruimte zijn voor de provincies om te kunnen kiezen waar zij lokale opwek nodig hebben. Ik ga nu dus ook niet zeggen waar precies wel en waar niet. Ik wil alleen wel graag duidelijke afstandsnormen van de rijksoverheid.
De heer Vermeer (BBB):
Maar mevrouw Müller is er toch ook mee bekend dat de destijds in de RES vastgestelde opweknormen al zijn gehaald? Waarom vindt de VVD dan dat de provincies ruimte móéten hebben? Volgens mij hoeven ze dat helemaal niet. We hebben immers al aan alle doelstellingen voldaan, dus kunnen we nu naar de volgende fase. Is mevrouw Müller dat met mij eens?
Mevrouw Müller (VVD):
Ja, en tegelijkertijd: als we nu kijken naar netcongestie, is er enorm veel lokale opwek nodig. Windmolens dragen niet altijd bij aan netcongestie. Ze creëren ook een probleem, maar als je het laat samenvallen met de bouw van bijvoorbeeld gascentrales die je aan kunt zetten wanneer een windmolen niet voldoende draait ... Je moet het dus altijd in z'n geheel bekijken. Soms zal er wind op land nodig zijn, maar er zijn ook andere opwekmogelijkheden nodig. De vraag naar stroom en productie zal de komende tijd alleen maar toenemen en ik ga niet op voorhand precies zeggen wat we wel en niet kunnen doen.
De voorzitter:
We houden ze allemaal netjes bij, dus u kunt nog een vraag stellen als u wilt.
De heer Vermeer (BBB):
Dit is wel een interessante wending: we hebben gascentrales nodig ter compensatie, terwijl we daar volgens mij vanaf willen. Ik snap niet helemaal wat mevrouw Müller hiermee bedoelt. We willen immers juist minder gas gaan verbruiken en op deze manier hebben we weer extra gas nodig om de momenten te compenseren die wij missen bij windstilte. Hoe ziet de VVD dat?
Mevrouw Müller (VVD):
Klopt. Die willen we ook zo min mogelijk inzetten. Maar om de netcongestieproblematiek aan te pakken, waar we het volgende week over gaan hebben, moeten we kijken naar hoe we ervoor zorgen dat we meer stroom opwekken. Daarvoor hebben we verschillende energiebronnen nodig.
De heer Vermeer (BBB):
Maar het is de VVD toch ook bekend dat extra instabiele bronnen er juist voor zorgen dat er meer netcongestie is, terwijl we daar al een probleem mee hebben? Dit is hetzelfde als een snelweg aanleggen naar een woonwijk omdat er 's ochtends toevallig zo veel mensen naar hun werk gaan.
Mevrouw Müller (VVD):
Er zijn altijd verschillende belangenafwegingen. Aan de ene kant willen we minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, dus moeten we ook meer inzetten op hernieuwbare energie. Tegelijkertijd moeten we er ook voor zorgen dat we netcongestie voorkomen. Dat betekent dat je ook andere maatregelen moet nemen, zoals extra opwek realiseren die je alleen kort kunt aanzetten. Dat is een belangrijk onderdeel van het capaciteitsmechanisme waar ik de minister naar heb gevraagd.
De voorzitter:
Goed. Ik zie dat er verder geen vragen zijn. Dan wil ik naar de inbreng van mevrouw De Vos.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank u wel, voorzitter. De negatieve consequenties van het klimaatbeleid stapelen zich op en kunnen we grofweg verdelen in twee categorieën, allereerst de transitie van een betrouwbaar, zelfstandig functionerend energiesysteem naar een onbetrouwbaar, onrendabel energiesysteem dat afhankelijk is van subsidie en van de grillen van het weer en dat steeds verder verschuift richting elektrificatie, met alle gevolgen van dien voor het stroomnet. Recent is door wetenschappers van de TU Delft onderzocht dat er een natuurlijke grens zit aan de hoeveelheid stroom die je met grote windparken op zee kunt opwekken. Windparken beïnvloeden elkaar. Turbines vangen wind waardoor minder er minder wind overblijft voor andere, naburige turbines. De auteurs waarschuwen dat nationale beleidsdoelen daardoor te optimistisch kunnen uitvallen en noemen Nederland daarbij expliciet als voorbeeld. Volgens het onderzoek zouden windparken een derde minder stroom opwekken dan de Nederlandse overheid berekent. Volgens het kabinet zou dit onderzoek niet goed vergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie. De wetenschappers rekenen met een hypothetisch windpark van 10 gigawatt, terwijl Nederland uitgaat van afzonderlijke kavels van ongeveer 1 gigawatt of minder.
Voorzitter. Ook de Nederlandse uitrol bestaat echter uiteindelijk uit een groot cluster van windparken binnen hetzelfde Noordzeesysteem. Sterker nog, in de kabinetsreactie op het onderzoek staat dat het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee uitgaat van 30 tot 40 gigawatt voor het hele systeem. Het zou dus goed kunnen dat de Nederlandse overheid de energieopbrengst uit windparken op zee structureel overschat. Dat sluit aan bij het nieuws dat het maar niet lukt om bedrijven te vinden die een windturbinepark op de Noordzee willen bouwen, omdat het een slecht verdienmodel is. De oplossing van de minister is een nieuwe subsidiepot. Wat Forum voor Democratie betreft is het tijd om de realiteit onder ogen te zien. Kan de minister uitleggen waarom de bovengrens voor de stroomopbrengst van grote windparken op zee niet voor Nederland zou gelden, terwijl ook hier de samenhang van windparken tot interactie-effecten kan leiden? Kan de minister toelichten hoe de Nederlandse aannames over zaken als capaciteitsfactor, windparkdichtheid en zogeffecten, oftewel de mate waarin windturbines elkaars wind vangen, afwijken van die van de onderzoekers?
Voorzitter. Dan is er nog een tweede negatieve consequentie: de drang en dwang richting burgers en bedrijven om hun energieverbruik steeds verder te beperken. De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven om een warmtepomp aan te schaffen, zonnepanelen te plaatsen enzovoort. Bedrijven zouden deze maatregelen uiteraard automatisch treffen als ze daadwerkelijk energie, en dus geld, zouden kunnen besparen, zonder negatieve consequenties voor hun bedrijf. Een plicht betekent dus dat het op een van deze vlakken, of misschien wel allebei, misgaat.
Daarbij worden bedrijven ook verplicht om over te stappen naar ledverlichting, met als doel 100% ledverlichting in 2030 en een totale uitbanning van de gloeilamp. Ledlampen zijn dan wellicht iets goedkoper omdat ze zuiniger zijn, maar er kleven ook verborgen kosten aan. Volgens de Gezondheidsraad heeft ledverlichting een verstorende invloed op de biologische klok, wat zorgt voor een slechtere nachtrust, verminderde aandacht en een grotere kans op ongevallen, om nog niet eens te spreken over de killere sfeer die deze lampen in een ruimte brengen. Dat zit zo. In het spectrum van een ledlamp is blauw licht sterker aanwezig dan in natuurlijk licht zoals dat van een gloeilamp. Dat blauwe licht verstoort de biologische klok van de mens. Op lange termijn bestaat mogelijk zelfs een verhoogd risico op kanker, obesitas, hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen. Is de minister bereid om een onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van ledverlichting op de gezondheid in vergelijking met natuurlijke verlichting? Graag ook hier een reactie.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heb ik een vraag voor u van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik weet niet waarom een gloeilamp natuurlijk licht zou geven, want je jaagt elektriciteit door een draadje, maar in ieder geval: is Forum voor Democratie ermee bekend dat je ook ledlampjes kunt maken met meer geel, dus dat het niet per definitie dat blauwige licht is? Er zijn allerlei varianten op.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ja, dat klopt. Er is inderdaad ook een ontwikkeling gaande in de ledverlichtingswereld, maar het blijft staan dat ledlicht overal het algemeen meer blauw licht bevat. Je ziet het hier ook in de ruimtes. Volgens mij zijn er heel veel mensen die daar ook last van hebben. Je ervaart wel degelijk dat het een bepaalde invloed op je heeft als dat blauwe licht meer aanwezig is. Ik denk dat het heel relevant is om op het moment dat je iedereen gaat verplichten om de verlichting aan te passen, in huis maar ook in de werkruimte, heel goed onderzoek te doen naar klachten die dat kan opleveren.
De voorzitter:
Meneer Boomsma, als u nog een vraag heeft, stel ik voor dat u dat via de microfoon doet. Anders gaan we snel door naar de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Maar mevrouw De Vos weet toch dat er al jaren speciale ledverlichting is die daglicht juist veel beter benadert dan alles wat we in de tientallen jaren daarvoor gedaan hebben met tl en gloeilampen? Ik heb die destijds zelf in ons bedrijf laten installeren. Dat gaf gewoon aanmerkelijk betere resultaten, ook tijdens het beeldschermwerk van alle medewerkers. Waar komt dit dus opeens vandaan? Wat is voor mevrouw De Vos de trigger om nu te beginnen over iets wat volgens mij uit een ander decennium komt?
Mevrouw De Vos (FVD):
Nou, helemaal niet. Als de heer Vermeer de agenda van dit debat heeft bekeken, dan zal hij ook hebben gezien dat het doel voor bedrijven wordt om in 2030 100% op ledverlichting over te stappen. Voor burgers is dat op dit moment al zo, want als je in de winkel een gloeilamp wil kopen, dan kan je het alleen met de restjes doen. Bedrijven mogen die namelijk niet meer inkopen om te verkopen. Dat wordt gewoon onmogelijk gemaakt. Ik ben heel benieuwd naar de specifieke ledlamp waar de heer Vermeer het over heeft. Maar nogmaals, ledverlichting bevat in principe meer blauw licht dan gloeilampen, dan kaarslicht, dan zonlicht, dan allerlei andere vormen van licht, en dat kan consequenties hebben voor de gezondheid, het mentale welzijn van mensen. Ik zou eigenlijk niet weten wat erop tegen is om eens even uit te zoeken, om verder dan wat de Gezondheidsraad al heeft aangedragen uit te zoeken wat dat precies betekent.
De voorzitter:
Oké. U kunt door met uw betoog en u heeft nog één minuut spreektijd.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Ik ben ook bijna aan het einde van mijn betoog.
De energietransitie is niet alleen onhaalbaar en onbetaalbaar, maar tast ook de vrijheid en de geest van mensen aan. Forum voor Democratie is voor betrouwbare energie en voor keuzevrijheid en dus tegen het dwingende, betuttelende en bovendien risicovolle klimaatbeleid. Het is dan ook de hoogste tijd om ermee te stoppen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Misschien zag u mij net staren naar het plafond. Dat was geen desinteresse. Ik was zelf ook benieuwd of we hier ledverlichting hebben. Wie weet krijgen we daar straks ook nog een antwoord op.
Dank aan alle leden voor hun inbreng in deze eerste termijn. Ik kijk even naar de minister. Ik heb begrepen dat zij zo'n twintig minuten nodig heeft om tot een goede beantwoording te komen. Ik stel voor dat we om 16.45 uur verdergaan.
De voorzitter:
Welkom terug bij het commissiedebat Hernieuwbare energie. Ik stel voor dat we gaan beginnen met de beantwoording door de minister van alle gestelde vragen. Ik denk dat ze dat in blokjes gaat doen. We zullen uiteraard ook gelijk de eventuele toezeggingen noteren, mochten die er zijn. Daarna is er natuurlijk nog ruimte voor een tweede termijn.
Aan u het woord, minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb bedacht dat ik de inleiding waarschijnlijk in een paar zinnen kan doen. Dan ga ik daarna door naar het blokje wind op zee. Daar heeft bijna iedereen vragen over gesteld. Dan kom ik bij de stimulering van elektrificatie. Dat is eigenlijk de vraagkant. Die wilde ik er maar meteen op laten volgen, omdat dat zo in samenhang is besproken door uw Kamer. Daarna ga ik naar energiebesparing. Vervolgens ga ik naar andere vormen van hernieuwbaar aanbod. Daar zijn veel suggesties voor gedaan. Ook innovatie zit in dat blokje. En dan is er nog een blokje overig. Dat zijn er dus in totaal vijf.
Voorzitter. Als ik zo de inbreng van uw Kamer hoor, gaat het er eigenlijk om dat we onze weerbaarheid versterken, op de korte en op de lange termijn. Daarvoor is het belangrijk dat we volop werken aan duurzame energie. U vraagt ook terecht aandacht, in dat hele proces, voor de balans tussen energieopwekking en energievraag — hoe houden we die zo dicht mogelijk bij elkaar? — maar ook voor de balans — de heer Flach refereerde daaraan — tussen aan de ene kant sturen op de laagste kosten en aan de andere kant ook oog houden voor innovatie, zonder dat dat het in zijn totaliteit onnodig duur maakt. We doen dat allemaal in een context van Europese ambities en spelregels, maar ook van internationale concurrentie en natuurlijk in het bijzonder in de context van de grote, dikke streep die er op dit moment is gezet onder het feit dat we nu heel kwetsbaar zijn in onze energievoorziening. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we alle stappen in het energiesysteem die het moeten veranderen zo goed mogelijk op elkaar aan laten sluiten, prikkels consistent maken en waar nodig tijdelijk steunen om die hele transitie, dat hele systeem te laten kantelen? Volgens mij is dat de uitdaging waar ik ook uw Kamer over hoor en is dat een gezamenlijke zoektocht. Ik wil u ook danken voor een aantal nuttige suggesties die daarbij gedaan zijn.
Ik kom dan als eerste op de concrete vragen over wind op zee. Wind op zee is de goedkoopste schaalbare optie voor duurzame energie rond 2040. Daarom trekken we er zo hard aan. Om dat tot stand te brengen, heeft het kabinet middelen gereserveerd om door middel van contracts for difference windparken te laten vergunnen, want dan betaal je eigenlijk nooit meer dan nodig. Ook heeft het kabinet in het onlangs herziene Programma Noordzee de benodigde ruimte gereserveerd. Tegelijkertijd zijn er allerlei uitdagingen. We moeten dus ook zorgen dat we voorspelbaarheid voor de markt creëren in het uitroltempo.
Er zijn dus allerlei uitdagingen. Daar had u het terecht over. Met de actualisatie van het NPE deze zomer klikken we met elkaar vast wat we zeker weten. Tegelijkertijd maken we natuurlijk weer doorkijkjes naar de langere termijn en dan focussen we op implementatie. Zo focussen we nu op het realiseren van die 30 gigawatt rond 2040, want er zitten allemaal lange looptijden aan vast. We onderzoeken ook al hoe we de doorgroei naar de 40 gigawatt, de ambitie van het kabinet, mogelijk kunnen maken, maar we weten dat dat nog wat meer studie kost. In de tussentijd gaan we volop aan de slag met de eerste 30 gigawatt. We werken dat dus verder uit in een nieuwe routekaart voor windenergie op zee. Die wordt eind dit jaar aan de Kamer gestuurd. Ik kom zo nog even terug op het idee van een Noordzeepact, dat net nog een keer is gelanceerd.
Sommige partijen hebben gevraagd naar de businesscase voor windparken. Het vorige kabinet heeft al geld beschikbaar gesteld voor het tenderen van één windpark van 1 gigawatt en inderdaad, op verzoek van de Kamer, middels de motie van het lid Van Oosterhout, voor een tweede windpark dit jaar. Dat gaan we doen. Er is inderdaad een onzekere factor op dit moment en dat is dat ACM nog overweegt of een invoeringstarief iets is wat in dat hele energiesysteem hoort. Als dat er komt, heeft dat natuurlijk impact. Ik ben naar aanleiding van de motie van het lid Jumelet in gesprek met de ACM over die risico's en de gevolgen van de invoering en ik verken ook de gevolgen, maar ik weet nog niet of het wordt ingevoerd. Ik kan u dus verder nog niet zeggen wat we precies doen, maar we houden dat goed in de gaten en we bereiden ons voor.
De heer Boomsma vroeg naar de kosten voor net op zee, inclusief de stekkerdoos, het stopcontact op zee. Ik ben ooit, in een vorige rol, weleens in dat stopcontact geweest toen het nog aan land stond. Dat is trouwens ook heel interessant en enorm groot. Wat zijn de kosten van de transformatoren op land en de kabels? De kosten verschillen per windpark, afhankelijk van de lokale omstandigheden. Ze komen neer op ongeveer 2 miljard tot 3 miljard euro per gigawatt. De infrastructuur is minimaal 35 jaar bruikbaar, dus die wordt over lange tijd afgeschreven. Zoals met elke infrastructuur is er een generatie die op een gegeven moment aan de bouw van die infrastructuur moet beginnen. Vervolgens hebben vele generaties daar profijt van. Dat hebben we natuurlijk gezien met wegen, spoorwegen en het elektriciteitsnet. Nu betreft dat ook het net op zee en eventueel waterstof. Maar als ik het vergelijk met de totale kosten van de fossiele import van brandstoffen, waar we vervolgens niet 35 jaar van kunnen profiteren, dan kost de import van fossiele brandstoffen ons nu tussen de 20 miljard en 30 miljard per jaar. Dat is nog exclusief de extra kosten van de Irancrisis.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, krijgt u nog een vraag van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb even de vraag op welke kosten de minister doelt bij de fossiele brandstoffen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat zijn de totale kosten van de import van fossiele brandstoffen.
De heer Boomsma (JA21):
Ja, maar welke dingen waar zij op doelt, kosten geld?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat zijn de kosten van het importeren van fossiele brandstoffen. Dat is het geld dat we uitgeven aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is wat het kost.
De heer Boomsma (JA21):
O, gewoon de prijs van de olie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Jazeker, ja.
De heer Boomsma (JA21):
Maar het gaat natuurlijk om een vergelijking waarbij je alle kosten meetelt. Dus de kosten per kilowattuur van de verschillende energiebronnen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zet het voor u even in perspectief. Aan de ene kant zijn er natuurlijk investeringen in infrastructuur voor wind op zee. Dat is zo'n 2 miljard tot 3 miljard euro per gigawatt, maar die kan dan 35 jaar gebruikt worden. Om dat even in perspectief te plaatsen: aan fossiele import geven we per jaar al tussen de 20 miljard en 30 miljard uit, want die winst hoef je vervolgens niet per kilowattuur af te rekenen. Natuurlijk zijn daar nuances in te maken, maar u heeft hopelijk een beeld bij de orde van grootte. Want uiteraard, als we subsidie geven, dan doen we dat wel per kilowattuur. Er zit dus wel enige nuance in, maar de kosten van het huidige systeem vinden we eigenlijk zo normaal dat we het bijna niet meer in perspectief plaatsen. Dat zijn wel kosten die we maken en die nu dus extra oplopen en die daarom zo veel consequenties hebben voor onze economische situatie.
Voorzitter. De heer Flach uitte de zorg dat alleen wordt geïnvesteerd in wind op zee en niet in elektrificatie van de industrie. Zeker, daar hebben we ook heel veel aandacht voor. Daar kom ik zo meteen in het volgende blokje nog op terug. Meerdere partijen vragen om een integraal beeld van de ontwikkeling van windparken en het elektriciteitsnet. Dat is inderdaad dat Nationaal Plan Energiesysteem. Zoals ik net al zei, gaan we daarin kijken wat we nu vastklikken, zodat we voorspelbaarheid en zekerheid geven aan de markt. Een aantal van u vroeg daarnaar. Welke zaken moeten we nog verder uitwerken naar de toekomst toe, maar geven we wel duidelijk richting? Dat komt in dat plan te staan en dan kunnen we ook de samenhang van dat plan met elkaar bekijken. Er zijn verschillende programma's binnen de overheid die monitoren hoe deze ontwikkelingen zich voordoen en waarmee we kunnen bijsturen. Dat gaat om de meerjareninvesteringskosten energie et cetera.
Dan kom ik op de vraag van mevrouw Van Oosterhout over het Noordzeepact. Meerderen van u hebben gerefereerd aan hoe we vraag en aanbod goed op elkaar laten aansluiten. Voordat ik bij u kwam, had ik een gesprek met alle energieleveranciers in Nederland. Die vroegen eigenlijk ook: "Kunnen we niet toe naar bijna het verbinden van alle schakels in de keten in één soort aanpak, want dan heeft iedereen meer zekerheid? Dan ben je er niet afhankelijk van dat iemand ooit ergens wat gaat doen." Iedere schakel in de keten zegt dan: in de context van zo'n pact ga ik dít doen en ga jij dát doen. Dat zou de risico's en daarmee de kosten voor iedereen kunnen verlagen, waarmee misschien de kosten van het geheel kunnen worden verlaagd. Met maatwerkaanpak op zo'n keten zouden we misschien kunnen kijken waar de hobbels zitten waar je als overheid iets aan zou moeten doen. Nou hadden we als coalitie al gezegd: we gaan een clusteraanpak gebruiken bij de maatwerkafspraken. Kunnen we eens kijken of we dat misschien in een keten kunnen doen? Ik wil dat graag onderzoeken, zowel voor de Noordzee als op land. Als ik die suggestie zo mag interpreteren dat het er bij een Noordzeepact om gaat dat je eens probeert te kijken of je al die partijen in de keten bij elkaar kunt krijgen, dan vind ik het zeker heel interessant om dat te onderzoeken. Het is echt iets wat vandaag in gesprek met die partijen langskwam. Ik denk dat het een creatieve suggestie is, die we eens nader moeten bekijken met elkaar.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Is dat dan een toezegging van de minister dat zij hiernaar gaat kijken, en op welke termijn zal dat zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het is een toezegging om hiernaar te gaan kijken, maar omdat het echt vandaag pas opkwam, verbind ik er nog even geen heel exacte termijn aan, want dan hang ik mezelf misschien op aan iets, terwijl ik nog niet goed kan inzien hoeveel tijd het kost om al die partijen bij elkaar te krijgen. Misschien kunnen we in de tweede termijn even een inschatting geven ervan. Ja, zullen we dat doen? Dan kom ik daar nog even op terug in de tweede termijn.
De voorzitter:
Dat lijkt me een prima voorstel.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
In principe is het voorstel dat we doen niet helemaal nieuw. Er ligt al een aangenomen motie waarin wordt gevraagd om al die partijen bij elkaar te brengen, dus eigenlijk had dit al in gang gezet moeten worden. Het idee is niet helemaal nieuw, dus het is niet helemaal correct om te stellen dat het vandaag pas voor het eerst opkwam. Zijn er tot die tijd dan geen stappen gezet?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het was voor mij nieuw, omdat ik vandaag dit gesprek had. Toen die motie werd aangenomen, was ik even niet in de Nederlandse politiek actief, dus ik heb dat toen niet meegemaakt, maar het departement natuurlijk wel. Er is ook al eerder een gesprek geweest, maar het kwam vandaag juist ook op in het gesprek met de partijen zelf, dus ik denk dat er gewoon weer een mooie aanleiding is om daarnaar te kijken. Misschien is de invulling dan net een klein beetje anders dan eerder gesuggereerd is, waardoor er mogelijkheden zijn. We gaan het verkennen. Ik vind het een interessante suggestie. Ik hoorde ook steun bij meerdere van uw collega's.
Naast mij wordt de suggestie gedaan om u te zeggen dat we daar dit jaar nog bij u op terugkomen. Dat kunnen we in ieder geval zeggen.
De voorzitter:
Prima, dat staat genoteerd. Een van die collega's heeft ook nog een vraag.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben nog niet helemaal aan het einde van de antwoorden over wind op zee, maar gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Nog even op dit punt. Ik hoor dat de minister zegt dat zij in gesprek is. Dat is heel goed. Wij hebben natuurlijk de afgelopen tijd ook heel wat gesprekken gevoerd over de reserve die er enigszins is om te investeren, omdat de afname uiteindelijk niet is geregeld. Soms ziet dat ook op het feit dat er contracten van soms maar vijf jaar kunnen worden aangegaan en de industrie bijvoorbeeld geen zicht heeft op de langere termijn. Ik zou willen meegeven om dat ook vooral in die gesprekken te adresseren, zo van: goh, hoe zit nou dat precies? Ik denk dat die balans tussen vraag en aanbod heel erg belangrijk is. Volgens mij willen we dat met elkaar onder de aandacht brengen. Dat kan heel goed worden meegenomen in die gesprekken, denk ik.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat wil ik van harte onderstrepen, want volgens mij is de meerwaarde van zo'n traject waarbij je al die elementen in de keten probeert in elkaar te laten grijpen, dat je ook ziet waar nou de haken en ogen zitten, dat je dit soort dingen echt boven tafel krijgt en dan kijkt of daar met elkaar wat aan te doen is. Hoe beter we namelijk in staat zijn om vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te laten blijven, hoe beter het is, want mensen die willen elektrificeren hebben dan de zekerheid dat er gebouwd wordt en mensen die bouwen hebben de zekerheid dat er ook vraag is. Netcongestie zit daar natuurlijk nog volop tussenin. Maar hoe optimaler we gebruikmaken van het net en hoe meer afspraken je kunt maken daarover, hoe meer we kunnen doen met de capaciteit die we hebben. Dat heeft soms ook te maken met de locatie waar je het dan over hebt en hoe erg de netcongestie op die plek is. Daarvoor is het dus eigenlijk echt belangrijk dat je met z'n allen in een kamer gaat zitten en kijkt: wat kan er wel bij al die schakels in de keten die daarvoor nodig zijn? Daarom zei ik ook: niet alleen op zee, maar ook op land moeten we volgens mij kijken waar zo'n soort aanpak zou kunnen werken. Daar gaan we mee aan de slag.
De vergunde windparken. Er is specifiek gevraagd naar IJmuiden Ver Alpha. Dat heeft hoge prioriteit. Het kabinet is al ruim een jaar met Noordzeker in gesprek. Het spreekt ook met andere partijen in de toeleveringsketen. Ik zoek echt intensief naar een oplossing. Dat gebeurt niet alleen ambtelijk. Afgelopen week heb ik ook zelf gesprekken gevoerd. Ik kan dus nog geen uitspraak doen over de specifieke situatie, maar het heeft echt alle aandacht, want het zou voor meerdere partijen in die keten ontzettend zonde zijn als dat niet zou lukken. Sif, de producent van de funderingen die werd aangehaald, is daarbij natuurlijk ook een belangrijk aandachtspunt.
Dan de inzet op contracts for difference voor toekomstige windparken. Contracts for difference kunnen pas vanaf medio 2027 worden ingezet. Dit jaar vallen die tenders nog onder het TOWOZ, een instrument dat de systematiek van de SDE++ volgt.
Dan ga ik in op de capaciteitsfactor, waar vragen over zijn gesteld. Er is inderdaad een onderzoek gedaan door Simão Ferreira et al., maar na bestudering daarvan ziet het kabinet geen grote gevolgen voor de vormgeving van het energiesysteem. De uitkomsten van verschillende studies zijn met elkaar vergeleken. We concluderen op dit moment dat de inschatting van de capaciteitsfactor in het genoemde artikel een te conservatieve inschatting is voor het Nederlandse uitrolscenario. Dit is nader toegelicht in de technische briefing die op 19 maart heeft plaatsgevonden. We blijven natuurlijk altijd actief in gesprek met verschillende experts. Mochten de gesprekken leiden tot nieuwe inzichten, dan kunnen we ook die bij een eerstvolgende actualisering van het Nationaal Plan Energiesysteem integreren in het klimaat- en energiebeleid. Wat dat betreft blijft het een traject waarbij we de kennis continu met elkaar verdiepen en periodiek kunnen meenemen.
Dan een vraag van mevrouw Müller over de successen uit het Arcadis-rapport; die vond ik wel mooi. De kosten worden voor een deel ook bepaald door de duur van vergunningen. In die zin is tijd ook geld, letterlijk, want er gaat veel tijd en energie van allerlei mensen in die processen zitten. Eigenlijk hebben we niet alleen last van netcongestie, maar op een bepaalde manier misschien ook van procescongestie — ik besprak het vanochtend met de staatssecretaris. Het zou natuurlijk hartstikke mooi zijn als de ambitie van twee plus twee jaar wordt gehaald, maar ik durf niet te zeggen of die te halen is met de successen uit het Arcadis-rapport, want in die processen zijn natuurlijk ook allerlei belangrijke waarborgen en belangen inbegrepen. De vraag is dus hoe je daar recht aan kunt doen en tegelijkertijd toch kunt versnellen, voor een deel via parallelle sporen. Dat is iets waar Arcadis op wijst. Interessant. Mijn collega De Bat spreekt met de NVDE over een inspirerend rapport. Hij gaat dit oppakken en kijken of we daarvan kunnen leren. Soms heeft dit direct een relatie met de netcongestie zelf, maar soms is het ook voor andere procedures relevant. Wij focussen daarbij wel op de projecten die te maken hebben met de energietransitie, en wel door heel gericht na te gaan of we daarbij versnellingen kunnen realiseren of dat er een aanpak is waardoor we allemaal op dit punt sneller zouden kunnen gaan. Dat gaan we dus doen.
Mevrouw Müller zei dat Duitsland stappen heeft gezet waar Nederland misschien van kan leren. Ook dat nemen we mee. De staatssecretaris komt hierop bij u terug door aan te geven welke mogelijkheden wij zien voor versnelling.
De voorzitter:
Ik heb even een korte vraag aan u. Ik kan me voorstellen dat leden zich na zo'n opmerking als "dat nemen we mee" of "het kabinet komt erop terug" soms afvragen of al dan niet een toezegging volgt. Wilt u dat duidelijker maken, zodat leden daarnaar kunnen vragen? Volgende week is er bijvoorbeeld een debat over netcongestie. U kunt ook de toezegging doen dat uw collega erop terugkomt per brief, bijvoorbeeld.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als wij zeggen "dit nemen wij mee" dan komt dat in principe terug in de eerstvolgende brief die we ergens over schrijven. Dat wil niet zeggen dat dit altijd een aparte brief zal zijn, want dat is misschien weer heel veel werk, zowel voor u als voor ons. Ik kan me voorstellen dat we op dit punt afspreken dat de staatssecretaris het vervolg van dit vraagstuk, over de versimpeling van de procedures, verder met uw Kamer bediscussieert. Dat hij daar al in de volgende weken allerlei nieuwe antwoorden op moet hebben, zal ik hem niet aandoen, maar dit zal in het vervolg wel onderdeel zijn van de gesprekken. Natuurlijk blijf ik daar ook goed van op de hoogte, want dit is voor het hele systeem heel belangrijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Fijn dat u die opheldering geeft. Ik zie dat mevrouw Müller hiermee ook akkoord is. Bent u bijna aan het einde van dit blokje windenergie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dit was het blokje wind op zee. Daarna ga ik naar vraagcreatie.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk even rond om te zien of er nog vragen zijn. We gaan eerst naar mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We zien dat er in de industrie ook steeds meer aandacht is voor natuurinclusieve windenergie. Dit helpt vissen, vogels en schelpdieren. Ik vroeg me af welke voorwaarden rondom natuurinclusiviteit de minister van plan is te gaan meenemen in de tenders die eraan komen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Misschien is dat een vraag die ik gemist heb, want ik weet niet welke voorwaarden dat zijn, maar wel dat natuurinclusiviteit natuurlijk belangrijk is. Dat is het sowieso bij de indeling op de Noordzee. Als we bekijken hoe we zo goed mogelijk gebruikmaken van de ruimte, is natuur ook een belangrijk aandachtspunt, naast bijvoorbeeld visserij. Het is best puzzelen op de Noordzee. Laat mij in de tweede termijn even terugkomen op welke natuurinclusieve voorwaarden we stellen.
De voorzitter:
Dat is prima. Volgens mij is het een nieuwe vraag. Het is prima om die mee te nemen in de tweede termijn. Heeft u een punt van orde, meneer Vermeer?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, namelijk de vraag of de minister bij dit punt meteen even de antwoorden kan meenemen die net zijn binnengekomen over het feit dat er nog helemaal geen ecologisch onderzoek gedaan is, of bekend is, naar allerlei effecten van wind op zee. Er zijn net antwoorden op Kamervragen over binnengekomen. Wil de minister het in dat perspectief meenemen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat wordt wel wat ingewikkeld, want nu gaan we een soort nieuwe eerste termijn beginnen.
De voorzitter:
Ik ben het met u eens, minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als die Kamervragen daarover al beantwoord zijn, dan hebben we vast binnenkort ook weer een gelegenheid om daarover te spreken. Ik heb dan nu misschien ook niet zoveel aanvullende informatie op de antwoorden op de Kamervragen die net gegeven zijn.
De voorzitter:
Ja, laten we ons nu even beperken tot wat we in de eerste termijn hebben gevraagd. Dan komen daar ook goede antwoorden op. We kunnen het eventueel in de tweede termijn meenemen en anders is het voor een later moment.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De mensen die meeluisteren, weten in ieder geval dat u daarop mogelijk in de tweede termijn terugkomt, meneer Vermeer, dus die kunnen er alvast even naar kijken.
De voorzitter:
Prima.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik had ook een vraag gesteld over windenergie op zee. Misschien is het antwoord aan mijn aandacht ontglipt, maar ik heb het in ieder geval nog niet gehoord.
De voorzitter:
Welke vraag had u gesteld?
Mevrouw De Vos (FVD):
Die ging over het onderzoek van TU Delft van begin dit jaar, over de vergelijking, dus in welke mate het windsysteem op zee in Nederland rendabel is en dat dit misschien wat negatiever uit blijkt te vallen. Wat is de reactie van het kabinet daarop?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij heb ik net antwoord gegeven op de vraag over dat onderzoek.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dan is het mijn fout en ga ik het even terugkijken. Dank u wel.
De voorzitter:
Geen probleem. Dat kan gebeuren.
De heer Boomsma (JA21):
De minister zei: het is tegen die tijd de goedkoopste vorm van hernieuwbare energie. Maar wat is nou een realistische prognose van de kosten per kilowattuur van deze windparken op zee voor die windenergie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zijn nu bezig met het opstellen van de voorwaarden van de volgende tender. Daarvoor wordt natuurlijk een maximumbedrag opgesteld. Volgens mij sturen we dat in juni aan de Kamer. We communiceren dan ook onze prognose van wat het maximaal zou kunnen kosten aan uw Kamer.
De voorzitter:
Meneer Boomsma, dit is uw vierde interruptie; dan weet u dat alvast. Ik heb de interrupties van tevoren niet gemaximeerd, maar ik wil met u bekijken of we wat sneller door de beantwoording heen kunnen. We zijn bij het eerste blokje. Ik wil het u alleen maar meegeven ter info: het is uw vierde vraag en we zijn bij blokje één.
De heer Boomsma (JA21):
Nog één vraag dan, want het lijkt me wel heel cruciaal om te weten wat een realistisch, optimistisch of negatief scenario is voor hoeveel het gaat kosten als je alles bij elkaar optelt. Ik denk namelijk dat je heel snel tegen de €0,20 per kilowattuur aankomt en dat is gewoon ongelofelijk veel geld. Als de minister dus zegt dat het de goedkoopste vorm is, vraag ik me af hoe dat zit. Ik had ook gevraagd wat nou de prognoses zijn voor hoe vaak je die dingen stil moet zetten, omdat er elders overproductie is of er sprake is van hele prijzen waardoor je die contracts for difference in werking moet stellen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over die uren heb ik inderdaad nog een antwoord ergens in een mapje zitten. Ik denk dat we dit niet zullen rekenen als een interruptie, voorzitter, want die vraag was gewoon gesteld en die zal ik ook nog beantwoorden.
Wat ik over de kosten kan zeggen, is dat die natuurlijk verschillen per windpark, omdat elke situatie anders is. PBL maakt daar een onafhankelijke inschatting van. We zullen nog voor de zomer met de ingeschatte tenderkosten voor dit windpark naar uw Kamer komen en dan kunt u ook kennisnemen van de inschatting die het PBL daarvan gemaakt heeft.
De voorzitter:
We zullen dat noteren als een toezegging. Ik stel voor dat de minister doorgaat met haar volgende blokje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik noteer de toezeggingen zelf ook even.
De voorzitter:
Helemaal goed.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de vraagcreatie. Ik heb eigenlijk net al in belangrijke mate gezegd hoe ik die zie, namelijk dat het heel belangrijk is dat we proberen om de productie en de vraagcreatie zo veel mogelijk synchroon te laten lopen.
Er was een specifieke vraag van de heer Jumelet over de Europese Raad en wat het Europese speelveld doet. Dat is natuurlijk enorm belangrijk voor de hele energietransitie. Zijn er daarnaast mogelijkheden op nationaal terrein zonder het gelijke speelveld te verstoren? In verschillende voorstellen van de EU wordt aan vraagcreatie gewerkt; denk bijvoorbeeld aan productielabels en ecodesignregelgeving. Recent is ook de Industrial Accelerator Act gepubliceerd, die zich specifiek richt op vraagcreatie in de energie-intensieve industrie. Daar zie je dus ook grootschalig de link met die verduurzaming. Nederland ziet hierin graag ambitie en steunt dat dus in Europa. We jagen dat verder aan. Ook op nationaal niveau zijn er bepaalde initiatieven genomen om de vraag naar duurzaam geproduceerde goederen te stimuleren, bijvoorbeeld in de grond-, weg- en waterbouw. Denk ook aan overheidsinkoop. Op een aantal punten werken we er zelf ook aan, maar eigenlijk wil je de grootschalige natuurlijk uit de markt laten komen. Daarbij werd er terecht aan gerefereerd dat netcongestie een belangrijke bottleneck is. Er is namelijk veel vraag, ook van bedrijven die graag willen elektrificeren. Dus hoe halen we daar de stop uit de leiding? Nogmaals, ik ben daarom heel blij dat de staatssecretaris nu bezig is om overal in het land met partijen te praten over hoe de situatie daar is en hoe we die kunnen lostrekken, of hoe we beter gebruik kunnen maken van de capaciteit die we hebben. Dan wordt het namelijk goedkoper voor iedereen. Het gaat ook om zo veel mogelijk benutten van de energie die we opwekken.
Dan het tijdpad voor de inrichting van de contracts for difference. De ontwerpkeuzes zijn afgelopen 20 maart gepubliceerd. Het wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de Raad van State. Het doel is om het wetsvoorstel voor de zomer naar de Kamer te sturen en uw Kamer dan ook te vragen om een voortvarende behandeling, zodat we voor het najaar van 2027 alles gereed hebben om de tenders uit te voeren. We zetten er op dit moment dus echt maximaal snelheid op.
Mevrouw Müller had nog een vraag over de verschillen in tenders. Het enige wat ik daarover kan zeggen, is …
De voorzitter:
Excuus. Voordat u daarmee verdergaat, is er een vraag van de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Ja, want de minister refereert aan het wetsvoorstel voor de contracts for difference. Gaat dat over de contracts for difference voor het aanbod van wind op zee of bevat het wetsvoorstel ook voorstellen voor de vraag? Ik had namelijk ook nog de vraag gesteld of daarnaar gaat worden gekeken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, ook deze vraag over de contracts for difference voor de vraag ga ik nog beantwoorden. Misschien hoeven we deze dan ook niet als interruptie te rekenen, want die vraag wordt inderdaad nog beantwoord. Dit ging nog even over aanbodzijde, omdat daar een specifieke vraag over was. Die had misschien in het andere mapje gemogen. Excuses.
De voorzitter:
Ik stel richting de leden voor om anders gewoon even het einde van het blokje af te wachten, zodat we eerst de beantwoording horen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan kom ik bij een vraag van de heer Jumelet over de consistente pijplijn voor innovatie en opschaling naar bredere toepassing. Nu zit ik even niet op de vraag- en aanbodas, maar op die van innovatie en kosteneffectiviteit. Hoe blijven we nieuwe ontwikkelingen introduceren? De aansluiting van de DEI op de SDE+ is zeer van belang om de innovatieve technieken verder op te schalen. Voor technologieën die al in de SDE++ zitten, wordt binnen de innovatieregelingen ingezet op reductie van de systeemkosten. Voor technologieën die mogelijk in de SDE++ opgenomen kunnen worden, wordt gekeken naar ondersteuning van projecten die al meer richting de vroege fase van opschaling gaan. Om die aansluiting beter te maken, hebben we eigenlijk het maximaal verkrijgbare subsidiebedrag verhoogt naar 30 miljoen. Daarnaast zijn we actief bezig met onderzoeken hoe we deze projecten verder kunnen ondersteunen in de opschaling richting de SDE++. Dit wordt meegenomen in de beleidsevaluatie van de energie-innovatieregelingen. De heer Jumelet schetst dat punt dus terecht, namelijk dat het in die overgang goed moet gaan om er uiteindelijk grootschalig van te kunnen profiteren in je energietransitie. Daar kijken we dus naar. Ook kijken we ernaar of, als de SDE++ niet het meest geschikte opschalingsinstrument is, er dan nog andere instrumenten zijn zoals Innovation Fund of andere combinaties van publiek en privaat kapitaal, in samenwerking met Invest-NL, om dit toch verder voort te zetten.
Dan was er een specifieke vraag van mevrouw Van Oosterhout en de heer Oosterhuis over de e-boilers. Hiervoor gaan we de grens dit jaar verlagen en het wordt dus inderdaad mogelijk om een aanvraag in te dienen voor e-boilers met hogetemperatuuropslag met een vermogen vanaf 2 megawatt. Daarmee groeien de mogelijkheden voor elektrificatie ook via deze techniek.
De heer Flach had nog een vraag over de koolstofarme waterstofproductie, namelijk of er meer flexibiliteit kan zijn. Het PBL onderzoekt voor de SDE++ wat de kostprijs van verschillende technieken is en wat dan passende stimulering is. Dit is voor de kosteneffectiviteit van zo'n regeling ook weer heel belangrijk. Zowel voor projecten als voor de overheid is het belangrijk om zekerheid te hebben over maximale subsidiebedragen. Dan weet iedereen namelijk waarmee hij kan rekenen. Die duidelijkheid is dan weer belangrijk om non-realisatie van projecten te voorkomen. Daarom is meer flexibiliteit niet wenselijk op dit moment.
Dan was er ook de vraag over de duurzame warmtebronnen die worstelen met de SDE++. We zien dat in 2026 voor de verschillende duurzame warmtetechnieken onder de kapitaallasten wordt uitgegaan van hogere kosten dan in 2025. Daar hebben we het dus wat bijgesteld. We kijken ook breder naar de ondersteuning van duurzame warmteprojecten via de uitvoering van de onlangs aangenomen motie-Flach over aardwarmteprojecten, via de uitwerking van de garantieregeling warmtenetten en via het ibo energietransitie van de woningvoorraad. Hier kom ik ook weer rond de zomer op terug.
Dan komt de vraagkant met CFD. Ja, er wordt ook gekeken naar instrumenten aan de vraagzijde. Het kabinet heeft contracting for difference voor afnemers in 2025 onderzocht, maar hierna is besloten om op dit moment in te zetten op de aanscherping van de SDE++ om elektrificatie te versnellen. Er wordt wel gewerkt aan een Power Purchase Agreement-garantiefonds. De eerste pilots daarvoor worden verwacht in 2027. Daar hebben we naar gekeken, maar we hebben toch gekozen voor een ander instrument, dat op dit moment beter zou passen.
Dan de terechte vragen over opslag. In dat hele energiesysteem waarin we proberen om alles goed op elkaar te laten aansluiten, heeft ook opslag een rol. We hebben verkend of uitgestelde levering van stroom, zoals in batterijopslag, kan worden gesubsidieerd in de SDE++. Dat blijkt vanwege verschillende knelpunten in de uitvoering nog niet mogelijk. We zijn wel de mogelijkheden voor toegang tot bijvoorbeeld de benodigde data van de netbeheerders aan het onderzoeken en zijn hierover in gesprek met RVO, VertiCer en de netbeheerders. In de openstellingsbrief van de SDE++ 2027 kom ik hierop terug. Dat is natuurlijk heel belangrijk, maar belangrijker nog: we gaan ook naar een integrale beleidsagenda energieopslag. Dit is dan een technisch specifiek punt waarvoor specifiek een oplossing moet worden gevonden, maar wat onze visie is op de rol van opslag in het hele energiesysteem en de vraag of we het daarbij passende instrumentarium hebben, komt dus in een integrale beleidsbrief terug.
Mevrouw Van Oosterhout noemt ook andere opties. In België en Duitsland betalen de industriële bedrijven geen of slechts een deel van de nettarieven. Ze vroeg of daar misschien mogelijkheden zitten. Wij zetten in op batterijopslag via kortingen op de nettarieven met verschillende flexibele contracten, bijvoorbeeld het tijdsduurgebonden transportrecht. Daarbij kunnen bedrijven door buiten de pieken elektriciteit te gebruiken een korting krijgen op de nettarieven die oploopt tot 65%. Er is een capaciteitssturend contract waarbij tegen een vergoeding batterijen ook kunnen helpen om netcongestie te verlichten. Nogmaals, in de integrale beleidsagenda energieopslag die rond de zomer komt, kunt u zien welke plek dat ongetwijfeld zal hebben in het systeem en wat daar dan de maatvoering van is. We gaan natuurlijk ook nog werken aan de capaciteitsmarkt. De vraag is ook of het in die context nog een rol kan spelen. Mevrouw Müller vroeg naar de eerste contouren daarvan. Ook die komen rond de zomer, zodat we echt met elkaar in samenhang al die verschillende stukjes van de puzzel kunnen bezien. Het ging ook over: het capaciteitsmechanisme in beginsel technologieneutraal. Nogmaals, rond de zomer komen we erop terug. We nemen de opslag daarin mee.
Zoals beloofd kom ik nu bij de vragen over de negatieve stroomprijzen. Er werd gevraagd of we daar een overzicht van kunnen geven. In 2023 waren er 316 uren met een negatieve stroomprijs. In 2024 waren dat er 458 en in 2025 581. Niet alle uren kwamen ten laste van zowel zon-PV als windenergie. Dat waren dus verschillende tijden en momenten.
Volgens mij is er nog een ander antwoord, dat gaat over de hoeveelheid. Ik kom daar in een ander mapje op terug. Ik weet dat er nog een feitelijk antwoord is.
Meneer Oosterhuis vroeg ook: hoe voorkomt de minister dat onzekerheid over nettarieven investeringen en elektrificatie blijft remmen? In de Kamerbrief van 21 november 2025, over de toekomst van de SDE, zijn we ingegaan op de mogelijkheden om subsidiebeschikkingen te corrigeren voor veranderingen in nettarieven. De verkenning loopt op dit moment. We hopen de resultaten van deze verkeninning medio 2026 met uw Kamer te kunnen delen. Dat betekent helaas wel dat er voor de ronde SDE++ van dit jaar nog geen oplossing is. Dat wil ik er eerlijk bij zeggen.
Voorzitter, dat waren de vragen over de stimulering van elektrificatie. Nogmaals, een enkel antwoord zit per ongeluk misschien in een ander mapje. We doen ons best.
De voorzitter:
Dat was het blokje vraagcreatie. Ik kijk even rond of er nog leden met vragen zijn. Ja, de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik had inderdaad gevraagd hoeveel dagen of uren er een negatieve stroomprijs is. De vraag is ook wat de verwachting is wat betreft hoeveel uren die extra windturbines op zee, die u van plan bent neer te zetten, aan nuttige elektriciteit kunnen opleveren voor ons op land.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik wist dat ik 'm ergens gezien had. Windturbines op zee kunnen volgens het PBL, afhankelijk van de exacte locatie en met maximale productie, tussen de 3.700 en 3.850 uren aan nuttig te gebruiken energie leveren. Dat wil zeggen: energie tijdens momenten van positieve prijzen op de elektriciteitsmarkt. De inschatting van het PBL is dat over de looptijd van het Tijdelijk Ondersteuningsmechanisme Windenergie Op Zee, TOWOZ, gemiddeld 160 uren per jaar verloren gaan door negatieve prijzen. Dus: 160 uren gaan verloren bij negatieve prijzen en bij positieve prijzen leveren ze zo'n 3.800 uren op. Dat is de inschatting van het PBL.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u doorgaat naar het volgende blokje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan kom ik bij energiebesparing, want daar heeft u inderdaad allemaal veel over gezegd, zoals dat we zo veel mogelijk moeten inzetten op energiebesparing omdat dat kosten bespaart, onafhankelijkheid scheelt, investeringen bespaart en uitstoot bespaart. Er is inderdaad een wettelijke plicht. Die wordt op dit moment herzien. Daar komen we binnenkort over bij u terug.
Ik vond de vraag van de heer Oosterhuis heel goed. Als je gaat herzien, moet je namelijk wel weten waar het probleem zat. Hij vroeg waarom bedrijven niet de investeringen doen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Het blijkt dat de energiebesparingsmaatregelen soms niet worden getroffen, terwijl het bedrijfseconomisch en maatschappelijk wel kosteneffectieve investeringen zijn. Daarom is er op een gegeven moment die verplichting gekomen. Uit gesprekken met bedrijven, instellingen en brancheverenigingen blijkt dat dit met name komt doordat de natuurlijke focus van een bedrijf of instelling ligt op investeringen binnen het primaire proces, omdat de baten en lasten van deze investeringen, met name in grote bedrijven, decentraal worden afgewogen. Daardoor heeft het deel van de organisatie waar de uitgaven voor de energierekening worden gedaan profijt van lagere energiekosten, terwijl het organisatiedeel dat de noodzakelijke investeringen doet te maken krijgt met hogere uitgaven. Voor het bedrijf als geheel is het positief, maar dit is eigenlijk een split incentive. Dat is het korte antwoord. Door zo'n verplichting breng je dat bij elkaar en worden de maatschappelijke en financiële businesscase wel gerealiseerd. Er zijn overigens ook heel veel bedrijven die wel alle maatregelen uitvoeren die zich binnen vijf jaar terugverdienen.
Ik ga naar alle vragen die hiermee te maken hadden. De heer Oosterhuis had nog andere vragen gesteld. Ook mevrouw Van Oosterhout had hier nog vragen over gesteld, net als de heer Flach en volgens mij ook mevrouw Müller. Ik ben het met u eens dat de energiebesparing cruciaal is om ons land weerbaarder te maken. Zo geven JA21 en D66 aan: het is energie die je niet gebruikt, niet hoeft te betalen, niet hoeft te transporteren en niet hoeft op te wekken, dus dat is aan alle kanten een positieve case.
Aan de ene kant waren er vragen over toezicht en handhaving, want hoe zorgen we er nou voor dat het ook wordt geïmplementeerd? Op 13 april heb ik de Kamer geïnformeerd over de versterking van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht, zoals de motie-Van Oosterhout vroeg. De omgevingsdiensten hebben met behulp van middelen van het Rijk de toezichtscapaciteit inmiddels flink versterkt. Ook het delen van de energieverbruiksgegevens van netbeheerders met omgevingsdiensten levert sinds juli 2025 een belangrijke bijdrage. Het amendement-Kröger verzocht daarom. Sindsdien wordt er gewerkt aan versterking, waaronder het meerjarig uitvoeringsplan, gericht op versterking van toezicht en handhaving door meer uniforme werkwijzen, meer opleidingen, de structurele jaarlijkse bijdrage van 14 miljoen euro en een norm voor toezicht en handhaving die wordt onderzocht. Op basis van deze norm kan bepaald worden of aanvullend budget nodig is. Het is niet zo dat alleen de bedrijven die aan de informatieplicht voldoen, worden onderzocht. Dat is gelukkig echt een diverser beeld. Dat zeg ik even tegen de heer Flach, die er niet bij is.
Het delen van energieverbruiksgegevens biedt omgevingsdiensten volledig inzicht in de doelgroep, zodat ze gerichter kunnen sturen. Dat was iets wat uit het spoedplan van de NVDE kwam. Op basis van de verbruiksgegevens zijn er meer gerichte controles mogelijk. Daar vroeg D66 naar. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt natuurlijk wel bij de toezichthouder. Overigens neemt de toezichthouder netcongestie ook mee in de vraag: wat als iemand wel wil, en eigenlijk alles heeft klaarstaan, maar niet kan? Dat neemt de toezichthouder dan ook mee. Als het namelijk op basis van die informatie van de netbeheerder echt aantoonbaar en duidelijk is dat het gewoon niet kan, dan hoeven specifieke maatregelen niet direct uitgevoerd te worden. Ik denk dat dat ook belangrijk is.
Hoe kunnen we bedrijven eigenlijk nog meer ondersteunen — juist nu, zou ik zeggen — om hard aan de slag te gaan met besparingen? Het project Versnelling van Industriële Besparing van Energie is van start gegaan. Dat heeft de prachtige naam VIBE-2030. Het doel van het project is om een groot aantal energie-intensieve bedrijven te ondersteunen. We kijken op dit moment natuurlijk ook wat we kunnen doen in de context van de geopolitieke situatie. De effecten van dat energiebesparingspotentieel zijn dan extra belangrijk. Ik zal u eerlijk zeggen dat er een voorstel voor een aanpassing van het wetsvoorstel op mijn bureau lag toen ik net aankwam. Ik vond het toch goed om de voorgenomen wijzigingen in het licht van wat er nu allemaal gebeurt nog een keer te bekijken en te zien hoe we dat zo optimaal mogelijk kunnen laten fungeren. Ik moet wel opmerken dat een terugverdientijd van tien jaar voorbij de investeringshorizon gaat van veel bedrijven, maar we kijken wat we toch kunnen doen om dit zo goed mogelijk te laten werken. Ik kom daar op korte termijn bij uw Kamer op terug, ook op de aanpassing van de energiebesparingsplicht.
Welke concrete stappen gaan we de komende drie maanden zetten om dichter bij de doelen van de Klimaat- en Energieverkenning te komen? Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar concrete beleidsmaatregelen, om het energiebesparingspotentieel dat door TNO is geïdentificeerd, te benutten. Naar verwachting is dit onderzoek eind of halverwege dit jaar gereed. Het biedt samen met andere rapporten, zoals Routes naar realisatie en de aanbevelingen van het Burgerberaad Klimaat, input voor de besluitvorming over klimaat en energie. Nogmaals, in de context van de situatie in het Midden-Oosten kijken we natuurlijk in alle hoeken en gaten naar wat we nog meer zouden kunnen doen.
De heer Boomsma had nog een concrete vraag over vleermuizen. Hij zei: energiebesparing en isolatie zijn verstandig, maar er zijn problemen met vleermuizen; mensen willen wel, maar wat is daar dan de oplossing voor? De ministers van VRO en LVVN werken hieraan. Zij vinden het ook echt belangrijk om tot een snelle en natuurvriendelijke isolatieaanpak te komen. Ze hebben nu een landelijke aanpak uitgerold met provincies en gemeenten, waar soortenmanagementplannen een onderdeel van zijn. Voor die plannen is nu 112 miljoen beschikbaar. We zien wel dat die soortenmanagementplannen soms nog te lang duren. Om deze reden werken mijn collega's nu aan een landelijke gedragscode, die in veel gevallen tot een versnelling kan leiden. Er is dus geld, er is een aanpak en we kijken ook nog of het sneller kan, om ook hierin voor iedereen de potentie eruit te kunnen halen.
Dat was het laatste onder het blokje energiebesparing.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien eerst iets over de terugverdientermijn van tien jaar. Dat staat ook in het verkiezingsprogramma van D66, dus dat komt niet uit de lucht vallen. Misschien heb ik het gemist, maar ik heb nog geen antwoord gehoord op mijn vraag over de verkleining van de doelgroep. Ik vroeg me af of de minister dit punt gaat meenemen in de herziening waarover zij sprak.
De voorzitter:
Kunt u die vraag meteen beantwoorden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, voorzitter, dat kan ik. Als kabinetslid ben je niet altijd in staat om volledig je eigen verkiezingsprogramma uit te voeren. Ik weet dat ook de partij van mevrouw Oosterhout weleens in die positie heeft gezeten en ik weet dat zij die kent, in onderdelen van die partij, om er heel precies over te zijn. Ik zal inderdaad opnieuw kijken naar de verkleining van de doelgroep. Er werden aanpassingen gesuggereerd en ik heb gewoon gedacht: ik wil dit geheel aan aanpassingen wegen in de context van waar we nu staan en van de wensen die er zijn, om te kijken wat er kan en hoe we het reëel en implementeerbaar houden. Toezicht en handhaving zijn daar één punt in, maar in die samenhang kijk ik ernaar. Ik kom daar nog bij u op terug.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank aan de minister voor de beantwoording over de redenen waarom bedrijven nu niet aan die plicht voldoen. Dat sterkt me eigenlijk in de gedachte dat het niet zozeer gaat over handhaving, maar bijna over bindende advisering — zo zou je het bijna noemen — omdat we bedrijven er echt mee helpen om geen dief van hun eigen portemonnee te zijn. De minister gaf aan — dat schreef ze in de brief — dat ze wellicht ook gaat kijken naar normering van de omgevingsdiensten om dit te handhaven. Wanneer verwacht zij meer duidelijkheid te kunnen geven over de vraag of dat soort afspraken aan de orde zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het eerste punt van meneer Oosterhuis: dat was exact de vraag die ik zelf stelde. Volgens mij moeten we kijken of bedrijven advies kunnen krijgen en moeten we het zo makkelijk mogelijk voor ze maken. Zij hebben te maken met allerlei administratieve lasten en het is ingewikkeld voor ze. We kunnen het makkelijker voor hen maken. Toen ik dat zei, werd mij verzekerd dat dat onderdeel was van waar de extra capaciteit voor bedoeld is. Volgens mij is de intentie dus echt goed: bedrijven helpen om dat te kunnen doen.
Dan de vraag over de termijn. Dat durf ik zo uit mijn hoofd niet te zeggen. Daar komen we in tweede termijn dan even op terug. O, dat kan eind dit jaar, hoor ik net. Soms kan het snel gaan.
De voorzitter:
Betreft dat dan de termijn voor de toezegging over de aanpassing van de energiebesparingsplicht?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, daar kom ik al veel eerder bij u op terug. Dat ging over de norm.
De voorzitter:
Oké, dan wordt dat een aparte toezegging.
Dan gaan we door naar het volgende blokje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. Dat is het blokje ander hernieuwbaar aanbod en innovatie. Hoe kijkt de minister naar de mogelijkheden voor opwekking uit water? Dat was een vraag van de heer Vermeer en van de SGP. In algemene zin sta ik positief tegenover elke veelbelovende technologie die kan bijdragen. Met onze kennis hebben we in Nederland een sterke positie in maritieme innovaties. Daarnaast stimuleren we specifiek een aantal sectoren via het Klimaatfonds, waaronder zon op zee en een innovatieprogramma voor waterstof op zee. We zien inderdaad dat veel technologieën voor energie uit water na de pilotfase moeite hebben met de doorgroei. Dat heeft niet alleen met financiering te maken, maar ook met de vraag waar medegebruik binnen windparken mogelijk is. De DEI biedt mogelijkheden voor pilotprojecten voor energie uit water als die leiden tot CO2-reductie in Nederland. De SDE++ biedt steun voor aquathermie en tot dit jaar ook voor energie uit waterkracht. Voor dat laatste is de afgelopen jaren en ook voor aankomend jaar geen marktinteresse getoond. Als die marktinteresse er wel is, kan zo'n categorie opnieuw worden opengesteld.
Dan was er een vraag van de heer Flach over de Nederlandse inzet in het Europese project IPCEI Nucleair. Het klopt dat we inzetten op nucleair. We zijn er hard mee aan de slag. Daar is een bepaald budget voor. Er is op dit moment echter onvoldoende geld in het Klimaat- en energiefonds voor de volledige realisatie van alle nucleaire kabinetsambities. De subsidie van IPCEI moet niet ten koste gaan van de realisatie van die ambities, waarvoor de middelen al krap zijn. Ik wil benadrukken dat dit niet betekent dat we hier geen waarde in zien. Integendeel, we erkennen dat samenwerking in Europees verband, zoals een IPCEI, een belangrijke bijdrage kan leveren aan de versterking van het nucleaire ecosysteem. We verkennen daarom actief alternatieve mogelijkheden om dit initiatief toch te ondersteunen. Tegelijkertijd blijven we ons samen met andere lidstaten en betrokken partijen inzetten voor de verdere uitwerking van het IPCEI.
Dan de vraag van de heer Vermeer over kernenergie. Hij zei dat we daarop moeten inzetten. Daar ben ik het mee eens. Zon-, wind- en kernenergie, flexibiliteit en energieopslag spelen allemaal een belangrijke rol in de energiemix. Dat blijkt ook uit heel veel studies die zijn gedaan en die zijn gedocumenteerd voor het NPE. Dit kabinet zet in volle vaart in op een grotere rol voor kernenergie. We werken met de dit jaar opgerichte NEO NL aan de realisatie van twee nieuwe grootschalige kerncentrales. Daarnaast hebben we de ambitie om met de inzet op SMR's het nucleair ecosysteem breder te versterken. De staatssecretaris zal naar verwachting voor de zomer met een brief komen over de versterkte inzet op kernenergie. We spreken ook met andere landen over de mogelijkheden rond SMR's. Dat deden we laatst nog in Brussel en dat doen we ook in andere internationale gremia. Ik denk echt dat het heel nuttig is om met elkaar te werken aan een versnelling en versterking op de SMR-route.
Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Müller vroeg naar de milieu-, geluids- en afstandsnormen. Het kabinet heeft nog geen besluit genomen over die normen. Daar komt de staatssecretaris van IenW op terug. Ik kijk even of wij weten wanneer zij daarop terugkomt. We kunnen misschien even navraag doen bij IenW, zodat we in tweede termijn kunnen laten weten wanneer die normen komen. Volgens mij weten we allemaal waar dat over gaat.
Dan was er nog één vraag: waarom bouwen we biomassa niet verder af? Voor het kabinet geldt het uitgangspunt dat alleen duurzame biogrondstoffen een bijdrage aan de klimaat- en energietransitie kunnen leveren. De duurzaamheid wordt geborgd via criteria. Verder zetten we via het duurzaamheidskader biogrondstoffen in op een zo hoogwaardig mogelijke inzet en bouwen we, waar mogelijk, laagwaardige inzet van biomassa af. Die vervuiling waar de heer Boomsma het over heeft, komt natuurlijk vrij bij verbranding. Maar als je biomassa bijvoorbeeld inzet in de duurzame chemie, dan kun je daar op een andere manier toch goed gebruik van maken, op een hoogwaardige manier die ook hoogwaardige resultaten voor de economie tot stand brengt. Daarom is dat afwegingskader biomassa een belangrijk richtsnoer bij het sturen op ons biomassabeleid.
Dat was de laatste vraag in dit blokje. Dan heb ik nog één blokje, overig.
De voorzitter:
Heel goed, dank u wel. Ik begin bij mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Fijn als u dat punt over de toezegging om snel te komen tot de afstandsnormen bij uw collega zou kunnen checken. De provincies en de Staten vragen hier namelijk al heel erg lang om. Op een gegeven moment moet het Rijk ook verantwoordelijkheid nemen en een beslissing nemen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan het navragen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Alleen de heer Boomsma nog.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb een vraag over het IPCEI. Welk bedrag ontbreekt er dan precies en voor welk project?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Kernenergie is de portefeuille van de staatssecretaris. Ik durf dat uit mijn hoofd niet te zeggen. Heeft u binnenkort een debat met de staatssecretaris over kernenergie? Dan kunnen we zorgen dat de staatssecretaris voor dat debat goed geïnformeerd is daarover. Als u dan vervolgvragen daarover heeft, kunt u die ook meteen met hem bespreken. We zullen dit meenemen voor de voorbereiding van mijn collega op dat debat.
De voorzitter:
Ik hoor zojuist dat dat debat gaat plaatsvinden op 27 mei. Dan weten de leden dat ook. Dan komen we bij het laatste blokje: het blokje overig.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Boomsma had een vraag over Katherina Reiche. Ik heb zeker goed contact met haar. We hebben dit jaar nog contact gehad over de lange- en kortetermijnontwikkelingen van de energietransitie in Duitsland, maar ook in Nederland. We spreken elkaar natuurlijk ook in de context van de Europese Raad. We betrekken de inzichten die we vanuit andere landen krijgen ook allemaal bij de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem, dat ik rond de zomer naar de Tweede Kamer stuur. Ook de Europese context en alles wat daarbinnen gebeurt — ik noem interconnectie en de afspraken die daarbinnen worden gemaakt — zijn natuurlijk heel relevant voor hoe wij ons energiesysteem inrichten.
Er werd gevraagd of wij in overleg willen gaan met Brussel om te kijken of de bioswaproute mogelijk blijft. We zijn inderdaad in contact met Brussel. De randvoorwaarden die Europa stelt, zijn de goede werking van het ETS, emissiereductie in alle sectoren en koolstofverwijdering. Binnen die randvoorwaarden willen we graag in overleg gaan om te kijken wat er kan. We zetten ons dus in in Brussel en hopen dat er de komende maand meer duidelijkheid komt.
Dan kom ik bij de klimaatconferentie in Colombia. We hebben op 1 april een brief gestuurd aan uw Kamer over wat de inzet is. Het is dus geen onderhandelingsconferentie. We gaan daar daarom misschien op een wat andere manier naartoe dan bij een gewone COP, waarbij er een onderhandelingsinzet is. Er is hier natuurlijk een inzet, maar het is geen onderhandelingsinzet. Bij de COP in Dubai is een zinnetje opgenomen in de conclusies van de klimaatconferentie waarin staat dat we zouden gaan werken aan het afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. We zien nu allemaal hoe belangrijk het is dat dat gebeurt. De ruimte die de Nederlandse industrie daarvoor heeft, wordt natuurlijk ook medebepaald door het hele internationale speelveld en de internationale concurrentiekracht. Het is daarom van groot belang dat we tegelijkertijd met andere landen allemaal werken aan die afbouw. Naast ons eigen weerbaarheidsperspectief is dat nuttig vanuit een concurrentieperspectief en omdat je kunt leren van hoe andere landen dat doen en aanpakken. Het van elkaar leren is heel erg belangrijk.
Het is ook belangrijk dat dit soort signalen op een gegeven moment teruggevoed worden in het COP-proces. De groep landen die in Colombia samenkomt, vertegenwoordigt zo'n 30% van de mondiale vraag. Als we dus samen met die landen de transitie naar meer hernieuwbare en minder fossiele brandstoffen kunnen inzetten en ervoor zorgen dat bestaande initiatieven en coalities nauwer gaan samenwerken — dat scheelt ook voor iedereen kosten en is beter — dan zijn dat goede stappen. Het is dus belangrijk dat we dat niet alleen als Nederland doen, maar samen met andere landen. Zo is de transitie in de wereld zo voorspelbaar mogelijk en kan het bedrijfsleven ook op tijd de benodigde investeringen doen en ook weten dat we dat niet alleen in Nederland doen, maar dat we echt samen met andere landen aan die transitie werken. Hoe groter de markt voor groene en schone oplossingen is, hoe beter het is voor alle partijen die daarop willen acteren.
Dan was er nog een vraag van mevrouw De Vos over ledverlichting. Volgens mij zijn er op de markt voldoende alternatieven beschikbaar. Iedereen kan dus zelf kijken wat diegene daarin prettig vindt. Ik zie geen reden om hier zelf nog onderzoek naar te doen.
Voorzitter, dank u wel. Volgens mij waren dit de aan mij gestelde vragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik eerst naar mevrouw De Vos.
Mevrouw De Vos (FVD):
De minister zegt dat er voldoende alternatieven beschikbaar zijn op de markt, maar het hele punt is volgens mij dat we verplicht naar 100% ledverlichting over moeten schakelen. Om welke alternatieven gaat het dan precies?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er is inderdaad een Europese verplichting. We hebben dus ook vrij weinig ruimte in het uitfaseren van die gloeilamp en om die dan toch nog wél mogelijk te laten zijn. Ik bedoel dat er binnen de markt van ledverlichting heel veel verschillen zijn. Een aantal van uw collega's refereerde daar ook al aan. Ik denk dat de markt dit soort dingen ook voldoende oppakt. Ik zie dus niet echt een noodzaak om daar vanuit de overheid nog extra onderzoek naar te doen.
De voorzitter:
Oké. Meneer Boomsma, u heeft qua ruimte al vijf interrupties van mij gekregen.
De heer Boomsma (JA21):
Er was toch geen maximum?
De voorzitter:
Er was geen maximum, maar dat vraagt wel om een beetje eigen verantwoordelijkheid. Daar houdt u niet van, zegt u buiten de microfoon om. Dat staat dan ook genoteerd. Ik wil toch eigenlijk aan u verzoeken om nu een laatste en korte interruptie te doen, zodat we daarna snel met elkaar door kunnen naar de tweede termijn.
De heer Boomsma (JA21):
Dat is goed, voorzitter. Een van mijn vragen is niet beantwoord en daarnaast heb ik nog een andere vraag. De vraag die nog niet beantwoord is, ging over de studie in het vakblad De Ingenieur, waarin de CO2-kosten bij het gebruik van kolen en bij de lng die wij importeren werden vergeleken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U heeft volledig gelijk. Het antwoord daarop kreeg ik inderdaad nog in de nazending.
De voorzitter:
Perfect.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Even kijken. Ik probeer even het antwoord te lezen om te kijken of ik het sneller kan samenvatten. Ik weet namelijk niet of dit helemaal het antwoord op de vraag is.
De voorzitter:
Als u twijfelt, mag het wat mij betreft ook in de tweede termijn worden meegenomen. Dan heeft u misschien iets meer …
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, precies. Dit is een antwoord over de Europese methaanverordening, maar uw vraag is of de uitstoot van lng vanuit de VS hoger is dan die van steenkool. We doen altijd zo goed mogelijk ons best om te antwoorden, maar ik denk dat dit niet het antwoord is op uw vraag. We gaan kijken of we daar in de tweede termijn nog iets over kunnen zeggen.
De voorzitter:
Oké. Dan wil ik voorstellen dat we overgaan tot die tweede termijn. Ik kijk even naar de leden of dat gaat lukken. Dat is het geval. Dan begin ik bij mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel blij om te horen dat mijn collega's hier vandaag ook erkennen dat we vaart moeten maken met de energietransitie, helemaal in het licht van de energiecrisis, dat we nu volop moeten inzetten op hernieuwbare energie om onafhankelijker en weerbaarder te worden en dat we dus niet de kant moeten kiezen van de fossiele bedrijven, die nu per uur 30 miljoen dollar aan overwinsten maken, maar juist de kant van gewone mensen.
Ik kijk uit de naar brief van de minister over opslag en de concrete verdere stappen voor de energiebesparingsplicht om onze onafhankelijkheid nog verder af te bouwen. Ik hoop dat die snel komt, omdat energiebesparing natuurlijk een belangrijke rol speelt in dat geheel.
Ik ben ook blij om te horen dat de collega's en de minister brood zien in ons Noordzeepact. Ik zou hier ook graag vaart mee willen maken. Ik zou ook graag een tweeminutendebat willen aanvragen en ik zal daarin ook een motie indienen om daadwerkelijk vaart te maken met het Noordzeepact.
Tot slot wil ik het nog even over Colombia hebben. De minister gaf net in de eerste termijn namelijk aan dat het geen onderhandeling is. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat we daar als co-host onze positie pakken. Met name op het gebied van fossiele subsidies zou ik er bij de minister op willen aandringen om niet alleen als best practice het overzicht te lanceren, maar om daar ook daadwerkelijk toe te zeggen om nog een verder afbouwplan te ontwikkelen en daarmee op dat vlak het goede voorbeeld te geven.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Vermeer, aan u het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft zegt de minister helemaal niets toe in Colombia. Volgens mij is daar ook niets over afgesproken en ligt daar geen besluit van de Kamer aan ten grondslag. Ik zou dat ook graag zo houden.
Ik kom nog wel even terug op energie uit water. Het schijnt dat de mensen die zich daarmee bezighouden toch wel wat moeite hebben om daar financiering voor te krijgen. Dat geldt met name voor trajecten in een nog wat vroeger stadium. Wij zullen daar op een andere manier nog even op terugkomen.
Verder denk ik dat de heer Boomsma hele terechte vragen stelt over het weer eens maken van goede calculaties van de totale kosten van de verschillende energiebronnen die we inzetten. Daar zitten nog grote verschillen tussen. Wij hebben echt behoefte aan een goede kostenvergelijking op het huidige kostenniveau — dat mag uiteraard ook op een later moment in een brief — van al die aanlandkosten, van alles wat daarbij komt kijken en van wat er in een eerder stadium in alle vergelijkingen nooit is meegenomen, inclusief de miljarden aan steun die er nu ingepompt wordt. Alle oude berekeningen waren op tenders gebaseerd waarbij de Staat zelfs geld ontving, maar dit is de andere kant op. Wij zouden daar dus graag actuele kostprijsberekeningen van zien.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank. Wij denken dat de verdere inzet op nog meer wind- en zonne-energie gewoon niet verstandig is, gezien het huidige systeem en het feit dat het zo variabel is. Zo zie je alleen al dat je bij zonne-energie op zonnige dagen twee keer zoveel energie produceert als de Nederlandse vraag en moet je dus allerlei andere dingen gaan uitzetten. Dank voor het antwoord op de vraag die ik had gesteld over hoeveel uren dat nou nuttige elektriciteit oplevert, maar om het preciezer te zeggen gaat het natuurlijk om het aantal uren dat bij de huidige opwek uit wind en zon hoger is dan de huidige vraag. Die moeten er eigenlijk vanaf, want dan heb je die dus niet nodig. Dan is wat je daar opwekt dus ook niet nuttig.
Verder is kijken naar de echte kosten, inclusief alle systeemkosten, belangrijk, maar je moet ook naar de echte CO2-besparingen kijken. Ik vraag me bijvoorbeeld ook af hoeveel netto CO2-uitstoot je nu bespaart met 1 gigawatt extra wind op zee als je de carbon footprint meeneemt van alles, van de productie van de windturbines, van de kabels, van de fundering, van de trafo's, inclusief de curtailment die je dan hebt omdat er op dat moment geen vraag is.
Ik ben blij dat de minister in contact is met haar Duitse collega, maar ik ben ook gewoon benieuwd hoe zij haar uitspraak zag en dat stuk in de Frankfurter Allgemeine waarin ze zegt dat het Duitse energiebeleid van de afgelopen tien jaar gebaseerd was op zelfbedrog.
De voorzitter:
Bedankt. Ik ga naar de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van alle vragen. Ik denk dat het duidelijk is dat we wel moeten doorgaan met wind op zee en zon als het gaat om hernieuwbare energie. Dat mag hier gezegd worden, denk ik. Wat betreft de inzet willen we graag realistisch beleid, zeker als het gaat om de opwek, maar ook als het gaat om de vraag. Die moeten met elkaar in balans komen. Ik ben dus er inderdaad ook wel voorstander van om vooral vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Als dat in een Noordzeepact gebeurt, lijkt me dat prima. Maar goed, dat ziet alweer wat verder.
Er is nog wel een vraag die ik hier wil stellen. Op korte termijn zijn er gewoon ook een aantal problemen. Er komt een Noordzeepact. Het is ook goed om een rondetafel te houden of in ieder geval afspraken te maken. De minister noemde voor de korte termijn IJmuiden Ver Alpha, waar het echt al heel concreet is en waar gewoon grote problemen zijn. Bedrijven, offshorebedrijven, maken zich zorgen over de dag van morgen, om het maar even zo te zeggen, ook als het gaat om werkgelegenheid en aanverwanten. Ik kan me dus ook goed voorstellen dat we niet alleen maar naar dat Noordzeepact kijken, wat op zich ook een mooie manier is om vooral vraag en aanbod bij elkaar te brengen, maar dat we op korte termijn ook kijken hoe we kunnen stutten, kunnen steunen waar het dit soort voorbeelden betreft, want het zullen er nog wel meer zijn. Dus misschien daar nog even aandacht voor. Hoe kijkt de minister daarnaar en welke acties wil ze daarop zetten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van alle vragen. Ik ga nog even terug naar het begin van de beantwoording van de minister, waarin zij heel goed schetste wat de kosten zijn van het fossiele systeem, waar we natuurlijk gewoon elke liter olie en elke kuub afrekenen en niet voor weinig ook. Een duurzaam systeem, hernieuwbaar, heeft natuurlijk een compleet andere kostenstructuur. Daar investeren we veel aan de voorkant, grote kapitaalinvesteringen, maar vervolgens waait de wind gratis en gaat ook voor niets de zon op. Ik denk dus dat dat goed is. Ik wil de minister ook uitdagen om altijd te blijven schetsen wat het ons oplevert, de omschakeling naar een hernieuwbaar systeem, en welke kosten we daarmee vermijden, zodat we niet alleen maar naar enorme miljarden aan investeringskosten zitten te kijken, maar ook voor ogen houden wat het ons oplevert.
De minister heeft verder een aantal interessante brieven toegezegd rond de zomer, waar ik met blijde verwachting naar uitkijk, over een opslagagenda, het capaciteitsmechanisme met ook daarin aandacht voor opslag, onderzoek naar het stimuleren van de vraag en elektrificatie in de industrie. Dus dank.
De voorzitter:
Mooi. Dank u wel. Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel. Ook dank aan de minister voor de beantwoording en aan haar ondersteuning, want ik weet hoe hard daarboven nu gewerkt wordt. Ik ben blij met de toezegging die de minister heeft gedaan, eigenlijk voor de staatssecretaris, om echt werk te maken van het oplossen van die procedurecongestie, zoals zij het zo mooi noemde. Niemand zit te wachten op hele lange procedures en we roepen natuurlijk altijd op tot het oplossen daarvan, ook als Kamer. Ik wil de staatssecretaris dus echt — dat zal ik volgende week ook doen — aansporen om naar ons toe te komen met wat hij nu echt specifiek gaat versnellen, kijkend naar wat er met Arcadis gedaan is en ook in Duitsland.
Ook ik kijk uit naar de vele brieven die er rond de zomer gaan volgen.
Eén vraag van mij is nog niet helemaal beantwoord. Die formuleer ik nu iets meer als een oproep. Het ging over marktpartijen bij wind op zee. Maak die voorwaarden nou niet te ingewikkeld en te complex. Als je het té perfect wilt doen en bijvoorbeeld nieuwe voorwaarden stelt over natuurinclusiviteit — daar ben ik overigens heel erg voor — dan kan dat immers betekenen dat uiteindelijk niemand biedt. Houd die voorwaarden dus simpel.
Dat was 'm.
De voorzitter:
Dat lokt nog een interruptie uit van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We horen juist van de industrie dat zij echt bereid zijn om dit te doen, maar zij roepen wel op tot standaardisatie. Dat is dus ook mijn oproep. Ik vroeg mij af of mevrouw Müller zich daarin kan vinden.
Mevrouw Müller (VVD):
Dat is een oproep die ik kan steunen, want dan is dit gestandaardiseerd. Wat mij betreft is dat simpel: maak het niet te complex. Dat is de oproep.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Mevrouw De Vos.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Ik kom toch nog even terug op het punt over de ledverlichting. Ik heb hier een artikel uit Nature voor mijn neus van begin dit jaar. Daarin staat ook dat ledverlichting wel degelijk echt schadelijke effecten kan hebben op de gezondheid. Er bestaat inderdaad een variant met een breder spectrum, waarbij die effecten mogelijk niet aanwezig zijn. Ik hoor de minister zeggen "dat moet de markt dan maar oplossen", maar het is wel een beetje makkelijk om vanuit je bureau eerst de markt te verstoren door alles wat geen led is te verbieden en dan te zeggen: nou, de markt moet maar oplossen welke ledlampen dan precies wel en niet gebruikt gaan worden. De ledlampen met een breed spectrum zijn ongeveer vijf à tien keer zo duur. Ik denk dat de minister zelf ook donders goed weet dat in heel veel woonkamers en werkruimtes niet díé ledlampen terecht gaan komen. Het lijkt mij dus nog steeds heel relevant en zinnig om een onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten van ledlampen en die te vergelijken met bijvoorbeeld die van gloeilampen. Dan kunnen we ook verschillende soorten ledlampen met elkaar vergelijken, maar we moeten wel weten waar we het over hebben voordat dit soort maatregelen worden getroffen. Keuzevrijheid hebben wij heel hoog in het vaandel staan; voor ons blijft dat altijd zo. Een dergelijke verplichting vinden wij dus sowieso zeer af te keuren.
De voorzitter:
Ik dank alle leden voor de tweede termijn. Ik kijk naar de minister: kan zij direct antwoorden? Het is inmiddels wel 18.00 uur. Ik ga mijn collega Boomsma vragen om mij te vervangen. Het zou prettig zijn als u letterlijk mijn plaats inneemt, meneer Boomsma. Helemaal goed. Ik wens u een goede voortzetting. Dan is nu het woord aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout vroeg naar Colombia. Wij zijn natuurlijk onderdeel van de coalitie voor de afbouw van fossiele subsidies. We zitten in een hele transitie. De afbouw van fossiel is een onderdeel van wat we met elkaar aan het doen zijn. Ik schetste, eigenlijk bij elke beleidswens, op een specifiek onderdeel daarvan steeds het belang van sturen op de samenhang van het NPE. Daarin bepalen we immers met elkaar hoe snel we gaan en wat er nodig is. Ook in die context kunnen we, denk ik, zien wat een verantwoorde afbouw is, inclusief de afbouw van de fossiele subsidies die nog in dat systeem zitten. Al dit soort transities moeten we met elkaar verantwoord doen. Van de zomer gaan we dat plaatje voor een aantal jaren weer met elkaar vastklikken en dan kunnen we zien wat er wat dat betreft nog verder weg kan.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Is dit de toezegging dat het afbouwplan daadwerkelijk wordt opgenomen in het NPE of in een ander plan dit jaar? Dat is waar ik om vroeg. Volgens mij is dat ook wat uw voorganger heeft toegezegd. Zij heeft gezegd: ik ben nu demissionair; het is aan een volgend kabinet om met een afbouwplan te komen. Ik begrijp dat je dat niet van vandaag op morgen kan doen, maar waar en in welke vorm kunnen wij dat afbouwplan wél vinden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
In het NPE komt een hoofdstuk over de verantwoorde afbouw van fossiel. Omdat dit een onderdeel is van de hele systeemtransitie, wordt in het NPE ook een hoofdstuk opgenomen waaruit blijkt hoe die verantwoorde afbouw eruitziet in de context van wat we nu weten over de hele energietransitie. Dat is het "plan"; dat wordt dus een hoofdstuk.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Een korte, verhelderende vervolgvraag. En dus ook van fossiele subsidies?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dit gaat over de afbouw van fossiel. Dat is afhankelijk van hoe je die afbouw ziet. Als we in de context van de systeemtransitie subsidies kunnen verminderen die niet meer nodig zijn, dan kunnen we die natuurlijk afbouwen. Volgens mij gaat dat hand in hand. We rapporteren jaarlijks bij de Miljoenennota over de afbouw van de subsidies. U kunt dan ook volgen wat er gebeurt.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij hebben we al met elkaar vastgesteld dat die fossiele subsidies overbodig zijn en dat die afgebouwd zouden moeten worden, dus volgens mij hoeven we het daar niet meer over te hebben. Ik weet ook dat er bij de Miljoenennota een overzicht is, maar ik ben echt op zoek naar een afbouwplan. Ik zou de minister ook aanmoedigen om niet alleen als co-host van die Colombiatop, maar ook als lead van die COFFIS-coalitie echt stappen te zetten om de best practices die de minister daar wil gaan neerzetten, ook goed te kunnen invullen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben zeer gemotiveerd om daar waar het kan niet onnodig subsidies te geven. Wat dat betreft is die intentie er, maar we moeten zorgen voor een verantwoorde afbouw, dus er zit wel ergens een balans in. Dat snapt mevrouw Van Oosterhout ook. Natuurlijk is er de ambitie om zo snel mogelijk zo veel mogelijk naar hernieuwbaar te gaan. De huidige context laat nog weer eens zien hoe belangrijk het is dat we dat doen. We houden dat voorzitterschap van die coalitie. We zullen natuurlijk steeds met elkaar bekijken hoe we die ambitie zo hoog mogelijk krijgen binnen de context van de transitie die we moeten maken.
Voorzitter. Dan maakte de heer Vermeer een opmerking over energie op water. Dat zien we heel graag terugkomen.
Dan kom ik op de vraag van de heer Vermeer over de kostprijsberekeningen. In de actualisatie van het NPE neem ik voor het eerst een integraal kostenbeeld van het energiesysteem mee. Daar zit dan ook de kostprijs van verschillende energiebronnen in. In die context wil ik ook de heer Oosterhuis danken, want hij schetste natuurlijk wel een reëel plaatje, namelijk dat je het moet afzetten tegen de vraag wat eigenlijk de kosten zijn van ons energiesysteem inclusief het feit dat we voor de import van fossiele brandstoffen moeten betalen. Daar hebben we nog niet eens de prijs van afhankelijkheid in meegenomen. Dat moeten we dus wel in elkaars perspectief zetten. Europa geeft per jaar nog steeds zo tussen de 250 miljard en 300 miljard uit aan de import van fossiele brandstoffen. Als we die kosten vermijden en overgaan naar een energiesysteem waarin we die energie zelf opwekken, kunnen we dat geld steken in onze eigen economie. We proberen die transitie zo kosteneffectief mogelijk neer te zetten. Het scheelt niet alleen afhankelijkheid en risico's, maar dus ook daadwerkelijk geld, dat nu vanuit Europa naar andere plekken in de wereld gaat en dat we ook kunnen steken in de eigen economie. In die afweging — daar staat ook uw Kamer voor — is het wel belangrijk om daarbij telkens ook de andere kant te schetsen. Ik zie de heer Vermeer knikken op dat punt, dus hij snapt dat heel goed.
Voorzitter. Dan de vraag over lng versus kolen. Ik had goed gezien dat het antwoord dat ik eerder kreeg aangereikt niet helemaal een antwoord was. Daar komen we even schriftelijk op terug, want dan kunnen we in alle precisie een antwoord geven op wat er gevraagd is.
Dan over de uitspraak van minister Reiche: u begrijpt heel goed dat ik niet een collega-minister ga recenseren. Dit zijn haar uitspraken en die laat ik voor haar. Wij maken onze eigen afwegingen in onze context. Daar houd ik het maar eventjes bij voor dezen.
Dank aan de heer Jumelet voor zijn steun voor de ingeslagen richting. Realistisch vraag en aanbod bij elkaar brengen: ik denk dat daarin heel veel van de efficiency van het energiesysteem en de transitie zit. Hoe doen we dat zo goed mogelijk? Daar zijn verschillende suggesties voor gedaan. Heel concreet zegt hij: IJmuiden Ver Alpha. Absoluut. Dat heeft echt de volle aandacht. Ik kijk dus met alle creativiteit naar wat we kunnen. Dit is er namelijk één die heel dichtbij is en heel concreet over nu gaat, met bedrijven die nu voor investeringsbeslissingen staan en mensen wier baan er nu van afhangt. Daar ben ik me heel erg van bewust. Mochten er nog creatieve ideeën zijn, dan zijn die ook altijd welkom, maar we kijken al volop naar wat we daar kunnen doen. Het heeft echt alle aandacht.
Dank aan meneer Oosterhuis voor het highlighten van de prijs van het niets doen. Dan blijven we honderden miljarden per jaar naar andere delen van de wereld sturen.
Ook dank aan mevrouw Müller. Zij zegt eigenlijk met betrekking tot die tenders: als we die uitrolsnelheid en voorspelbaarheid willen behouden, zorg dan wel voor de balans in hetgeen we aan die tenders koppelen, zodat het ook te doen is. Daar houden we dus rekening mee.
Dan zeg ik tegen mevrouw Vos: ondanks uw hernieuwde pleidooi, zie ik nu toch geen rol voor de overheid als het gaat om onderzoek naar de ledverlichting.
Voorzitter, dank u wel.
Mevrouw Müller (VVD):
Sorry dat ik hier nu weer naar vraag, maar ik heb echt meerdere vragen over de afstandsnormen gekregen en die wil ik graag kunnen beantwoorden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voor de zomer. Ik had het op een briefje geschreven: voor de zomer komt de staatssecretaris IenW met een brief over de afstandsnormen.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik denk dat ik mensen teleur ga stellen als ik zeg dat die weer een kwartaal later komt, maar ik zal meegeven dat het voor de zomer zal zijn. Wij blijven het kabinet aansporen om dat zo snel mogelijk te doen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U had trouwens helemaal gelijk; dat antwoord stond hier nog op mijn lijstje. Sorry dat ik dat niet meteen meenam. U had daar niet opnieuw naar hoeven moeten vragen. Dat is dus terecht.
De voorzitter:
Er is ook nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog een vraag gesteld over natuurinclusiviteit bij de tenders.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nu wreekt zich misschien dat ik dacht: ik ga meteen antwoorden en de laatste vragen komen nog wel. Die staan dan nog op een briefje of net onderaan het papiertje. Even kijken. In de kavelbesluiten worden voorwaarden verbonden aan de bouw van toekomstige windparken op zee. Zo moet die erosiebescherming van minimaal 40% van de windturbinefunderingen zo worden ontworpen dat daar nieuwe natuur kan opbloeien. Windparken op zee kunnen de natuur ook versterken, doordat er in die windparken niet gevist wordt en het bodemleven zich kan herstellen. Er is ook die eis van natuurinclusief bouwen. Er is ook het Wozep, het Windenergie op zee ecologisch programma. Daarin wordt ook bekeken wat er kan.
Tegelijkertijd denk ik: dit is de balans tussen de twee kanten van uw Kamer. Die zeggen: kijk naar wat er kan en hoe je zo veel mogelijk kunt doen met het feit dat we die windparken op zee bouwen. Maar die winst kun je alleen maar behalen als die windmolenparken ook gebouwd worden. Daarin moeten we weer de balans vinden ten aanzien van de hoeveelheid eisen die we stellen. Daarom sprak ik over de balans die we daarin zullen zoeken. Maar het is wel heel mooi dat we met die windmolenparken, die bijdragen aan onze groene transitie, ook nog kunnen werken aan natuurherstel, dat ook heel erg hard nodig is, juist op de Noordzee. We weten allemaal hoe dat zit.
De voorzitter:
Dank u wel. O, ik zie nog een vraag van de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb even zit kauwen op de overweging of ik deze vraag zou stellen. Het ging natuurlijk heel specifiek over IJmuiden Ver Alpha. Ik heb de minister horen zeggen dat dit haar volle aandacht heeft. Aangezien we het hebben over urgentie en de vraag wat nu juist van belang is om te doen, vraag ik de minister toch om een tijdsindicatie als het gaat om de oplossing. Is het zo dat de minister voor de zomer aan tafel gaat met die partijen om met elkaar te kijken naar oplossingen? Ik wil die vraag toch gesteld hebben, omdat ik denk dat het goed is om dit soort voorbeelden verder te brengen, juist met het oog op de verdere investeringen en de tenders die er uiteindelijk aan zitten te komen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Heel concreet: volgens mij moeten we daar voor de zomer een oplossing voor hebben, want anders lopen we tegen een situatie aan die zich vanzelf oplost, maar dan niet op de manier die wij zouden willen. Ik ben me absoluut bewust van die tijdlijnen. Daar werken we aan.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik vroeg me af of de minister misschien een onderbouwde reactie kan geven op mijn pleidooi, in plaats van alleen maar zeggen "ik zie geen rol voor de overheid hierin".
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik kan me voorstellen dat mevrouw De Vos terugkomt op dit punt, dus ik wil daar graag iets meer woorden aan wijden. Ik heb in het begin al aangegeven dat het verbod op de gloeilampen een Europees verbod betreft; daar hebben wij zelf verder geen invloed op. We zien dat er in de markt van de ledverlichting veel innovatie plaatsvindt. Natuurlijk zal het ene duurzamer zijn dan het andere, maar er is sprake van innovatie in die markt. Daarom zie ik op dit moment geen rol voor mij, als de minister die gaat over klimaat en energie, om een onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten van een van de aangeboden opties voor verlichting. Daarom was dat mijn antwoord.
Mevrouw De Vos (FVD):
Als het niet bij de minister van Klimaat past, kan het natuurlijk ook bij een andere minister terechtkomen; dat is mij verder om het even. Ik ben het er ergens fundamenteel wel mee eens dat het niet aan de overheid is om hier heel uitgebreid onderzoek naar te doen, ware het niet dat de overheid op dit moment wel een heel sturende rol inneemt ten aanzien van welke lichten er gebruikt mogen worden. Op het moment dat mensen volkomen de vrije keus hebben wat betreft welke lichten zij gebruiken, dan zou ik zeggen: laat het ze lekker zelf uitzoeken. Maar dat is natuurlijk niet de feitelijke situatie. Dan maakt zo'n prijsverschil toch ook heel veel uit. Heel veel mensen zullen nu eenmaal die specifieke ledverlichting waar gezondheidseffecten aan kleven gaan gebruiken. In dat geval lijkt het me wel heel relevant dat de overheid daar onderzoek naar doet. Of we moeten gewoon tegen de EU zeggen: wij trekken ons niets aan van dat gloeilampenverbod en we laten Nederlanders zelf bepalen wat zij gebruiken. Dat is nog de beste oplossing.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voor mij is dat gloeilampenverbod een gegeven. Ik zie dat er in de markt meerdere oplossingen beschikbaar zijn. Ik zie vanuit mijn rol dus geen reden om hier nader onderzoek naar te doen.
De voorzitter:
Er zijn verder geen vragen. Dan constateer ik dat wij klaar zijn met de tweede termijn. Ik dank de minister zeer hartelijk voor haar beantwoording en de aanwezige leden voor hun inbreng. Ik constateer dat er een tweeminutendebat is aangevraagd, met als eerste spreker mevrouw Van Oosterhout.
We gaan nog even langs de toezeggingen. Het zijn er acht, denken wij.
- Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer de nieuwe routekaart voor wind op zee.
Check.
- De minister informeert de Kamer voor het einde van het jaar over de verkenning van een Noordzeepact.
Check.
- In juni wordt de Kamer geïnformeerd over de prognose van het PBL ten aanzien van de kosten van wind van de nieuwe windparken op zee.
- Rond de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de eerste contouren van de capaciteitsmarkt. Opslag wordt daarin meegenomen.
- De Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de aanpassing van de energiebesparingsplicht.
Hoe kort is "korte termijn"?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan moet ik zeggen: voor de zomer. Ik hoop zo snel mogelijk, maar in alle eerlijkheid durf ik daar even ... Met de energiecrisis die er op dit moment is, blijven ook bij mij een aantal dingen iets langer liggen dan ik had gewild. Het is een onvoorspelbaar conflict. Dat heeft soms ook invloed op mijn agenda, maar ik doe mijn best om het zo snel mogelijk bij u te krijgen. Het is er in ieder geval voor de zomer.
De voorzitter:
Oké, in ieder geval voor de zomer.
Dan hebben we nog een toezegging aan mevrouw Van Oosterhuis. O, sorry, aan de heer Van Oosterhuis; dat is weer iemand anders.
- Voor het einde van het jaar informeert de minister de Kamer over de normering rond de energiebesparingsplicht.
- Voor het einde van deze maand wordt de Kamer geïnformeerd over de bioswaproute, in het kader van de gesprekken in Brussel.
Of gebeurt dat binnen een maand?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Binnen een maand.
De voorzitter:
Binnen een maand. Dan maken we er binnen een maand van.
- Tot slot. Er komt een schriftelijke reactie op de vragen over vervuiling van lng in het kader van het broeikaseffect vergeleken met steenkool.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ga er nog eentje aan toevoegen voor mevrouw Müller, namelijk dat de staatssecretaris van IenW voor de zomer komt met de afstandsnorm voor wind op land. Dat ging over de windturbines.
De voorzitter:
Die is toegevoegd. Hartelijk dank. Ik sluit de vergadering.