39e vergadering, woensdag 4 februari 2026
Opening
Voorzitter: Michon-Derkzen
Aanwezig zijn 138 leden der Kamer, te weten:
Aartsen, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van den Berg, Van Berkel, Bevers, Biekman, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, El Boujdaini, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Van der Burg, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Chris Jansen, Frederik Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Martens-America, Van Meetelen, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, minister voor Asiel en Migratie, viceminister-president, en de heer Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open de vergadering van woensdag 4 februari.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
We hadden even een kleine hiccup voor de bemensing van deze voorzittersstoel, maar het is opgelost.
Termijn inbreng
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Tseggai. Ze spreekt namens GroenLinks-PvdA. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.
Pardon, ik heb de minister nog helemaal niet welkom geheten. Hij is natuurlijk bij ons te gast. Welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Eén motie van onze zijde, over de versterking van de positie van raadsleden met een uitkering. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;
constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;
van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;
verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Westerveld.
Zij krijgt nr. 35 (36800-VII).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Deze motie is medeondertekend door mijn collega Westerveld, maar ik wil ook even de aandacht vestigen op het feit dat mijn collega Chakor al heel lang bezig is geweest met dit punt. Ik wil haar daarvoor bedanken vanaf deze plek.
De voorzitter:
Dat is heel vriendelijk. Dank u wel. Mevrouw Boelsma-Hoekstra is de tweede spreker in het tweeminutendebat. Aan u het woord.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant komen er geen moties, maar naar aanleiding van het verslag heb ik wel enkele vragen aan de minister. Ten eerste werd het mij niet helemaal duidelijk of alleen de omvang van de gemeenteraad in grote gemeenten uitgebreid gaat worden of ook die in kleine. In de brief van uw ambtsvoorganger staat immers dat er alleen naar gemeenten met 200.000 inwoners of meer wordt gekeken, maar in het debat gaf de minister aan dat het ook voor kleine gemeenteraden ging gelden. Kan de minister hier helderheid over geven?
Verder werd er tijdens het debat over de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, oftewel de UDO, gesproken. Die zou een antwoord moeten zijn om op realistische wijze takenpakketten bij gemeenten neer te leggen. Dat sluit ook goed aan bij waar mijn voorganger, Inge van Dijk, vaak op hamerde: geen taken zonder knaken. Mijn vraag is hoe dit in de praktijk werkt. Zijn decentrale overheden hiermee geholpen en is dit nou dé werkbare methodiek? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De derde spreker is mevrouw Den Hollander. Die ziet af van haar spreektijd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer in dit tweeminutendebat. Ik kijk even naar de minister. Zullen we voor een paar minuten schorsen? Ja. Ik schors voor een enkel moment. We gaan met een minuut of drie luisteren naar de beantwoording.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de beantwoording van een paar vragen en de appreciatie van een motie door de minister van Binnenlandse Zaken. Ik geef hem daartoe het woord. De minister van Binnenlandse Zaken.
Termijn antwoord
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de appreciatie van de motie op stuk nr. 35 over mensen met een uitkering en de eventuele belemmeringen die er dan zijn om raadslid te worden. Deze motie krijgt de appreciatie "overbodig". We zijn in gesprek over de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers, maar ook over ambtsdragers met een uitkering. Het is natuurlijk een sympathiek idee en we snappen het ook, maar vanwege de belemmeringen van de fiscaliteit kunnen we hier niets anders mee dan deze motie overbodig verklaren. De oplossingen zijn namelijk niet uit te voeren in de praktijk. Dat is het probleem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 heeft de appreciatie "overbodig". Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen dat hij al in gesprek is — dat is natuurlijk heel erg fijn — maar waar het natuurlijk vooral om gaat in het dictum van deze motie is dat we bezien hoe die bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden. Als de minister de motie zo leest dat hij of zijn opvolger de Kamer daarover informeert of daar nog even op terugkomt, kan hij er misschien wel mee leven.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai begint hier een hele onderhandeling over hoe u de motie ook zou kunnen appreciëren.
Minister Rijkaart:
De appreciatie blijft staan, maar ik ben wel bereid om … We hebben 6 maart weer een overleg met de belangenverenigingen en ik stel voor dat we het daar dan ook op de agenda zetten. Dan kunnen we kijken hoe we deze belemmeringen eventueel weg kunnen nemen en vanaf daar het vervolgproces opstarten.
De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 35 kreeg en krijgt daarmee de appreciatie "overbodig". Dan kunt u nu antwoord geven op de gestelde vragen.
Minister Rijkaart:
Ja. Mevrouw Boelsma-Hoekstra stelde een vraag over de gemeenteraad en over hoe die in omvang toenam. Dat gebeurt in principe alleen in de grote gemeenteraden, maar gaande het proces zijn we wel bereid om te kijken of er ook knelpunten zitten in de kleine gemeenteraden.
Dan de vraag over de UDO: is dit een werkbare methodiek? Tot op heden is dit een goede, werkbare methodiek. We merken wel dat deze nog wat meer bekend moet worden. Dat gaat al steeds beter. We zien dan ook dat de uitwerking daarvan ook al goed vorm krijgt en dat dit voor de diverse decentrale overheden dus inderdaad goed werkt. Het is echter ook wel een lerend proces. Als we daar gaandeweg knelpunten of verbeteringen zien, zullen we het zeker niet nalaten om die dan ook te implementeren. We hebben nog wel een evaluatie van de UDO; die vindt plaats in 2028. Dan ziet u mij hier waarschijnlijk niet meer staan, maar ik vertrouw erop dat een van mijn opvolgers u die evaluatie wel kan doen toekomen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dat er al lerende gekeken wordt of het aangepast kan worden is mooi, maar mijn interruptie ging eigenlijk over die gemeenteraden. In het verslag las ik toch dat ook de wat kleinere gemeenteraden werden meegenomen en dat is wezenlijk iets anders. Ik ben dus een beetje in verwarring over wat het nu is. U zegt: gaande het proces kunnen ze er misschien bij komen. Ik krijg graag een iets duidelijker antwoord, als dat zou kunnen.
De voorzitter:
Minister, u krijgt van mij het woord en ik wil tegen mevrouw Boelsma ook zeggen: graag via de voorzitter. Dus: mevrouw Boelsma vraagt aan de minister … De minister antwoordt.
Minister Rijkaart:
Ik verviel in dezelfde fout, voorzitter. Nou, nee — via de voorzitter uiteraard — het is in principe voor grote gemeenteraden. Daar starten we mee. Dat wil echter niet zeggen dat we kleine gemeenteraden helemaal uit het oog verliezen. Gaandeweg het proces kijken we dus ook naar de positie van die kleine gemeenteraden, die toch ook een bepaalde mate van druk ervaren. Dat is niet onbekend bij ons. Die nemen we dus ook wel mee in het proces, maar in principe beginnen we bij de grote.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van de beantwoording in deze termijn.
De voorzitter:
We gaan dinsdag over de ingediende moties stemmen. Daarmee ronden we dit tweeminutendebat af.
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan direct door met het Tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking. Daar hebben zich drie sprekers voor gemeld. De eerste spreker is mevrouw Bikker van de ChristenUnie. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen, ook aan de minister. Dank voor de goede en mooie brief die de minister heeft gestuurd. Ook het commissiedebat nam een aantal vragen weg. Als ik naar het geheel kijk van hoe we omgaan met de regio en alles buiten de Randstad, zie ik wel een lijn. Ik denk dat we daar als Kamer iets meer achteraan moeten zitten. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet-Schoof ervoor gekozen heeft om het programma Elke regio telt!, inclusief de succesvolle Regio Deals, te vervangen door het Nationaal Programma Vitale Regio's, waarbij slechts enkele regio's in aanmerking kwamen voor intensieve samenwerking met het Rijk;
overwegende dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn gesteld om die gestelde ambities waar te maken;
overwegende dat in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wordt gesteld dat er samen met de regio's gewerkt wordt om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren en dat wordt voortgebouwd op de aanbevelingen uit het rapport Elke regio telt!, maar dat er nog geen geld beschikbaar is gesteld voor deze ambitie;
overwegende dat niemand wil dat dit aanstaande kabinet een Randstadkabinet wordt;
verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn inzichtelijk te maken met welke financiën vorm wordt gegeven aan de gestelde ambities,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 180 (29697).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Ik nodig mevrouw Tseggai uit voor haar bijdrage. Zij ziet daarvan af. Ik kijk naar mevrouw Den Hollander voor haar bijdrage in deze termijn. Zij ziet daar ook van af. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Er is één motie ingediend, maar ik denk dat de minister die nog niet heeft, dus ik schors voor een minuut of twee.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Ik zie de minister staan. Hij is klaar om de motie die is ingediend door mevrouw Bikker te appreciëren. Ik nodig hem daar van harte toe uit. Het woord is aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. De motie op stuk nr. 180 krijgt de appreciatie "ontijdig". Dat heeft ermee te maken dat op dit moment nog niet inzichtelijk is waar de regio's precies om vragen. Het komende jaar werken we met die regio's samen om de plannen verder uit te werken. Dat moet dan uiteindelijk leiden tot een uitvoeringsagenda, waarmee we meer inzicht zullen krijgen in de uitvoeringskosten. Als je dan eenmaal zover bent dat die kosten inzichtelijk zijn, moet ik toch zeggen dat het aan het volgende kabinet en de Kamer is om daar een oordeel over te vellen.
De voorzitter:
Deze motie heeft het oordeel "ontijdig". Daarmee ligt de vraag voor of mevrouw Bikker bereid is om de motie aan te houden. Het woord is aan mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk altijd heel graag mee met het kabinet, maar om dit nu "ontijdig" te verklaren is iets anders. We zijn al heel lang bezig met het regiobeleid. Ik heb allerlei mensen uit verschillende regio's gesproken die al goede plannen hebben opgesteld die in de wacht zitten. Ook zijn er andere regio's die weten dat ze nu niet meedoen, maar misschien in de toekomst wel. Dit verzoek is heel eenvoudig. Het gaat er niet om dat we precies weten welke plannen in welke regio worden toegekend; dat staat er niet. Er staat wel: maak nou inzichtelijk met welk budget we het gaan doen, zodat we hooggespannen verwachtingen die we niet waarmaken kunnen voorkomen. Aan de andere kant moeten we wel helder hebben wat het pad wordt. Ik begrijp heel goed dat dat voor deze minister in de huidige termijn wat lastig is. Ik hoorde de heer Bontenbal ooit spreken over "ministers van buiten", dus wie weet. Anderszins zal daar iemand anders zitten straks. Maar ik denk wel dat dit een steun in de rug is voor de nieuwe bewindspersoon van Binnenlandse Zaken.
De voorzitter:
Begrijp ik hieruit dat u niet voornemens bent om de motie aan te houden, mevrouw Bikker? Dat is het geval. Minister, wijzigt u uw appreciatie na het pleidooi van mevrouw Bikker?
Minister Rijkaart:
Nee, want eigenlijk vraagt mevrouw Bikker een beetje het onmogelijke. Ik moet dan namelijk in een glazen bol gaan kijken om te zien waar die elf regio's — inmiddels zijn er al heel wat regio's bij die elf aangesloten — mee gaan komen. Dan wordt het een enorm nattevingerwerk, waar ik mijn opvolger echt niet mee op wil zadelen. Het klinkt heel eenvoudig, maar dat is het helaas niet.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, laatste maal op dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het gaat er niet om wat die regio's aanleveren; het gaat erom wat het kabinet op de plank legt op het gebied van financiën en welke ambities er zijn. We kunnen regio's namelijk eindeloos plannen laten maken, maar als daar geen geld voor is in Den Haag, dan heeft dat niet zo veel nut.
De voorzitter:
Uw pleidooi is helder. De minister heeft deze motie geapprecieerd met het oordeel "ontijdig".
De voorzitter:
We gaan er dinsdag over stemmen. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik wil direct door naar het volgende tweeminutendebat. Dat is het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek. Ik wijs de leden erop, voor zover dat nog niet bekend was, dat het natuurlijk mogelijk is om een enkele zin in de Friese taal uit te spreken. Ik zie ook leden van wie ik weet dat ze de taal ook machtig zijn. Maar ik hecht er ook aan te zeggen dat de voertaal hier in het parlement Nederlands is. Als u in het Fries praat, geef dan ook even aan wat dat in het Nederlands is. We voeren het debat natuurlijk in het Nederlands.
Dat gezegd hebbende, kijk ik of ik de heer Vermeer zie. Nee, die zie ik niet zitten. De tweede spreker in dit tweeminutendebat is de heer De Hoop. Die is er wel. Het woord is aan u.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Tige tank, foarsitter. Dank u wel, voorzitter.
In bytsje Fries hie hjoed reedride wollen, want it is koade read yn Fryslân en dan hast it leafst redens ûnder. Mar it is ek bysûnder om hjir yn de plenêre seal Frysk prate te meien. It is in skoftke lyn dat de nije bestjoersôfspraak Fryske taal oannommen is troch de Twadde Keamer. Dat gie om 18 miljoen. Dat hat soarge foar in oantal belangryke saken, byfoarbyld de bachelor Frysk.
Het is een tijdje geleden dat we hier in de Kamer de nieuwe bestuursafspraak voor de Friese taal hebben aangenomen. Dat ging om 18 miljoen euro. Dat heeft bijvoorbeeld ook gezorgd voor de bachelor Frysk, waar mijn fractie heel erg blij mee is.
Eat oars wat wy wichtich fûnen, wie dat de Fryske taal sichtber is yn it ferkear.
Iets anders wat wij belangrijk vonden, was dat de Friese taal zichtbaar is in het verkeer. Daar heb ik toentertijd met mevrouw Bikker een motie over ingediend. We zullen vandaag nog een extra motie indienen om het nog een beetje te versterken, maar er worden ook al mooie stappen gezet.
Ik haw dêrneist noch twa fragen oan dizze minister. Alderearst soe ik graach fan him witte wolle hoe't de Fryske taal dochs in noch steviger plak krije kin yn it Europeesk Hânfêst. Dêr haw ik noch in moasje oer mei mefrou Vellinga fan D66.
Allereerst, hoe kan de Friese taal toch nog een stevigere plek krijgen in het Europese Handvest? Daar heb ik nog een motie over met mevrouw Vellinga van D66.
Eigentlik is de alderwichtichste fraach de folgjende. As in minister dan dochs Frank Rijkaart hjit, dan soe ik him dochs freegje wolle — dit is foar alle Friezen ek wichtich — hoe't hy der mei syn ynfloed foar soargje sil dat sc Hearrenfean hjoed winne sil yn de kwartfinale fan de beker tsjin PSV. Graach dêr in tasizzing op.
Voorzitter. Ten slotte heb ik natuurlijk de vraag hoe deze minister, die toch Frank Rijkaart heet, ervoor kan zorgen dat sc Heerenveen vandaag in de kwartfinale van het bekertoernooi gaat winnen van PSV.
Tot zover, voorzitter. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop, voor uw mooie bijdrage. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar bijdrage in dit tweeminutendebat. Het woord is aan u.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Tankjewol, foarsitter. Dat wie in moaie bydrage fan kollega De Hoop. Hy referearde ek al oan in oantal moasjes wêroan wy as CDA meidwaan sille. As Frysk Keamerlid praat ik noch altyd it leafst Frysk en tink ik ek yn it Frysk. Ik tink dat as ik hjir oan it praten bin yn it Nederlânsk, de measten dat ek oan my hearre sille.
Als Fries Kamerlid praat en denk ik in het Fries. Als ik mijn bijdrage in het Nederlands doe, denk ik dat de meesten dat ook zullen horen.
Mei dy bril op haw ik de beäntwurding fan de fragen dy skriftlik steld binne, lêzen. Dêr wol ik aanst efkes op yngean.
Met die bril op heb ik ook de antwoorden van de minister op de vragen gelezen en met die bril op wil ik daarop ingaan.
Ik lês yn de beäntwurding fan de minister dat hy fynt dat bern yn Fryslân in goede basis fertsjinje yn sawol de Fryske as de Nederlânske taal en dat in goede behearsking fan it Frysk helpt om it Nederlânsk te learen, en oarsom.
Ik lees in de beantwoording van de minister dat hij vindt dat kinderen in Friesland een goede basis verdienen in zowel de Friese als de Nederlandse taal en dat een goede beheersing van het Fries helpt om het Nederlands te leren, en andersom.
Tagelyk lêze wy dat de minister yn de beäntwurding seit dat it logysk is dat it Nederlânsk ferplicht is mar it Frysk in opsje is yn de foarskoalske edukaasje. Eins seit de minister dus dat yn de foarskoalske perioade it Nederlânsk en it Frysk net itselde gewicht hawwe.
Even kort vertaald: het Nederlands en het Fries hebben niet hetzelfde gewicht in de voorschoolse educatie. Myn fraach oan de minister is: kin de minister yn oerlis mei de provinsje ynsichtlik meitsje hokker moaie foarbylden der binne yn de foarskoalske edukaasje dy it Frysk boargje en stimulearje, inisjativen dy ek oandacht hawwe foar it ynrinnen fan de efterstân op de Nederlânske taal? Want neffens my hoecht it inoar net te biten.
Eigenlijk zoek ik dus naar mooie voorbeelden van Fries in de voorschoolse educatie waarin het Nederlands en het Fries elkaar niet bijten maar versterken.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het is ook heel prettig dat het tweetalig is, wil ik u maar zeggen. Meneer Bevers, ik geef u het woord voor uw bijdrage in het tweeminutendebat.
De heer Bevers (VVD):
Voorzitter. Taal is mear as de wurden dy'tst brûkst. Taal is ûnderdiel fan wa'tst bist, hoe'tst tinkst en hoe'tst útdrukking joust oan dyn gefoel. Dyn memmetaal is de basis fan dyn kulturele identiteit. It is gelokkich in rjocht om dy yn it Frysk út te sprekken, hjoed ek hjir.
Voorzitter. Taal is meer dan de woorden die je gebruikt. Taal is onderdeel van wie je bent, hoe je denkt en hoe je uitdrukking geeft aan je gevoel. Je moedertaal is de basis van je culturele identiteit. Het is gelukkig een recht om je in het Fries uit te spreken, vandaag ook hier. U hoorde al aan mijn uitspraak dat ik geen geboren Fries ben, dus ga ik in het Nederlands verder. Ik heb twee vragen aan de minister. De minister heeft aangegeven in gesprek te zijn over de situatie van de rechtbanktolken Friese taal. Kan hij ons kort een update geven van de stand van zaken? Wat is er eventueel nog nodig om verdere stappen te zetten? Hoe kunnen we de inzet, positie en beschikbaarheid van de tolken verbeteren? Hun rol is immers essentieel voor de uitoefening van het recht om Frysk in de rechtszaal te spreken.
Mijn tweede vraag gaat over het advies van DINGtiid uit 2023 — nu wordt het even technisch — om artikel 8.1d III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden te ondertekenen. De minister van OCW gaf eind mei, juni 2024 al nadrukkelijk aan hier positief tegenover te staan en zei dat hij met de minister van BZK wilde verkennen of en hoe tot ondertekening kon worden overgegaan. DINGtiid heeft dit advies in 2025 herhaald in het adviesrapport over de positie en versterking van het Fries in het middelbaar beroepsonderwijs. U voelt mijn vraag al aankomen. We zijn bijna twee jaar verder, maar de ondertekening heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken is?
Tige tank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bevers. De volgende spreker op mijn lijst is mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Aan u het woord.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Tankjewol, foarsitter. Wat moai dat wy hjoed ek ús twadde rykstaal efkes hearre litte kinne yn de plenêre seal. Wat mooi dat wij onze tweede rijkstaal vandaag ook kunnen laten horen in de plenaire zaal.
Ik haw Frysk leard doe't ik al folwoeksen wie. It is dus net myn memmetaal of de taal fan myn hert, sa as it dat foar oaren yn dizze seal en yn it lân wol is. Ik heb Fries geleerd toen ik al volwassen was. Het is niet mijn moedertaal en ook niet de taal van mijn hart, maar dat is voor heel veel mensen in deze zaal, maar vooral ook in het land wel zo.
Mar ik wol sjen litte: dat hoecht ek net om it likegoed wichtich te finen en dysels yn te setten foar it Frysk. Het hoeft ook niet je moedertaal te zijn om het heel belangrijk te vinden en je in te zetten voor het Fries.
Ik sis dit ek as oanmoediging foar eltsenien dy't no tinkt: is dat Frysk gewoan te learen? Jawis, kinst it gewoan leare. Ik zeg dit ook als aanmoediging voor iedereen die denkt: is dit leerbaar dan? Ja, dit is gewoon te leren.
En omdat profesjonele oandacht foar it Frysk hiel wichtich is, haw ik in moasje, dy't ik foarlêze sil yn it Hollânsk. Ik heb een motie die ik in het Nederlands zal voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister heeft ingestemd met een overleg-kennistafel;
constaterende dat er genoeg overlegstructuren zijn bij DINGtiid;
overwegende dat het instellen van een adviserende kennistafel al langer een wens is;
overwegende dat een adviserende kennistafel kan bijdragen aan de gedeelde zorgplicht van het Rijk en de provinsje Fryslân;
verzoekt de regering de Landelijke Kennistafel Fries zo in te richten dat er wordt geadviseerd over de implementatie van de gedeelde zorgplicht van Rijk en provincie voor de Friese taal, met vertegenwoordigers van alle in het handvest genoemde domeinen;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer, Bevers, Boelsma-Hoekstra, De Hoop en Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 27 (33335).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vellinga. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Bikker. Iedereen vraagt zich af: zou mevrouw Bikker zich de Friese taal hebben aangeleerd? Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nee, voorzitter, ik heb van Piet Adema alleen "oant sjen" geleerd. Maar daar zijn we nog niet; dat komt aan het eind van mijn bijdrage. Ik sluit me trouwens van harte aan bij de prachtige bijdrages van de collega's. Dank ook voor het vertalen als ik het Friese woord af en toe net niet helemaal weet. Wat is het prachtig om het Fries hier te horen. Het is immers gewoon een rijkstaal en die moet hier dus ook voluit kunnen klinken.
Voorzitter. Ik sprak vorige week met Carlijn Niesink, onze lijsttrekker in Leeuwarden. Zij kwam aan met allerlei Friese lekkernijen. Ik dacht dat dat misschien iets is voor bij het volgende plenaire debat. De Friese taal én cultuur laat zich namelijk niet alleen goed horen, maar ook goed smaken: van de Friese dúmkes tot de sûkerbôle tot de oranjekoek en dan ook nog alle dingen die we niet op de vroege ochtend nuttigen, zoals de beerenburg.
Voorzitter. Ik heb een ander type motie, die over het deelnemen aan het verkeer gaat. Want was is het belangrijk, ook als je gewoon door je eigen provincie rijdt, dat je verkeersborden ziet in je eigen taal in plaats van alleen in het Nederlands. Ik had daar eerder met collega De Hoop al een initiatief voor, maar we zien dat het her en der nog een klein beetje spaakt loopt. Daarom heb ik een extra aanmoediging in de vorm van een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur 2024-2028 afspraken zijn gemaakt over permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân;
overwegende dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in de implementatiefase tegenstribbelt, terwijl de dagelijkse praktijk in talloze Europese regio's laat zien dat meertaligheid in het verkeer (veilig) kan;
verzoekt de regering zich te houden aan de gemaakte afspraken, de benodigde obstakels weg te nemen en ervoor te zorgen dat in permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân voorzien wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en De Hoop.
Zij krijgt nr. 28 (33335).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Dank ook inderdaad aan alle leden voor de mooie bijdrages, veel ook in de Friese taal. Ik kijk even naar de minister. Zullen we schorsen voor tien minuten? Dan gaan we strak om 11.05 uur luisteren naar de beantwoording van de minister. Ik schors voor tien minuten.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister van Binnenlandse Zaken in het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer en het Advies Friestalige Journalistiek. We hebben prachtige bijdrages gehoord van de Kamerleden. Ik geef het woord aan de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de moties.
Termijn antwoord
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik ga me toch echt niet aan het Fries wagen. Ik heb hier een aantal mensen in de Kamer zien zitten die mij dan direct voor de cursus op gaan geven. We hebben inmiddels namelijk begrepen: je kan het leren. Ik wil dat toch een beetje voorkomen.
Ik begin met de rechtbanktolken. Het ministerie van JenV heeft inmiddels meerdere overleggen gevoerd met vertegenwoordigers van zelfstandig werkende tolken. In het komende jaar worden er ook verder gesprekken gevoerd over hoe dat verder kan gaan en versterkt kan worden. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris van JenV in de jaarlijkse Kamerbrief in Q2 een update gaat sturen over de tolkdienstverlening. Die komt dan deze kant op.
Dan de ondertekening van artikel 8, lid 1, sub d onder III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Dat heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Inmiddels weet ik wel dat het ministerie van OCW in gesprek is met DINGtiid. In de zomer van 2025 zijn die gesprekken verder opgestart, ook met de provincie Friesland, over de mogelijke aanvaarding van dit artikel. Er wordt nader uitgewerkt hoe dat allemaal plaats kan vinden binnen dat handvest. De minister van OCW zal de Kamer voor de zomer van 2026 via een Kamerbrief over taal in het mbo informeren over de uitkomsten van deze gesprekken en de mogelijke vervolgstappen.
Dat brengt mij dan al bij de motie op stuk nr. 27 over de Landelijke Kennistafel Fries. Die krijgt oordeel Kamer. We zijn het eens met de indieners van de motie over het geven van een brede basis aan de Landelijke Kennistafel Fries. Daar hoort een zo breed mogelijke betrokkenheid vanuit het Friese veld bij. Derhalve onderschrijven we een en ander en geven we de motie oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 28 over het wegnemen van belemmeringen om te voorzien in meertaligheid op verkeersborden. Ook deze krijgt oordeel Kamer, want uit de analyse van de minister van IenW blijkt dat het uitvoerbaar is om de borden meertalig te maken. Ik vermoed dat dat ook gefaseerd gaat gebeuren. Op het moment dat zo'n bord aan vervanging toe is, wordt daar dan naar gekeken. Tegelijkertijd is dat ministerie verantwoordelijk voor dat stelsel en ligt de toepassing bij de decentrale wegbeheerders. Dat moeten we dus wel even in het achterhoofd houden.
Dan had ik volgens mij nog één vraag openstaan: hoe ga ik ervoor zorgen dat Heerenveen wint? Ik was recent aanwezig bij Heerenveen-Groningen. Dat hielp niet echt, moet ik heel eerlijk zeggen. Maar als we er nu met z'n allen voor zorgen dat deze minister en zijn team een beetje op tijd klaar zijn na de begrotingsbehandeling, dan wil ik wel m'n uiterste best doen om te gaan staan juichen voor het scherm. Die bereidheid heb ik dan wel.
De voorzitter:
Nou, aan die toezegging houden we u. Hiermee zijn we aan het einde gekomen ... O, u heeft nog een openstaande vraag. Ik geef het woord aan mevrouw Boelsma.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb nog de vraag gesteld om mooie voorbeelden te delen waarbij voorschoolse opvang of educatie wel lukt met oog voor het Fries.
De voorzitter:
Ja, ik herinner me die gestelde vraag.
Minister Rijkaart:
Ik herinner me nu dat ik het antwoord op die gestelde vraag in de app had staan. Daar kom je dan later achter.
Inmiddels heeft er een onderzoek plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er steeds meer vroegtijdig gebruik wordt gemaakt van het Fries, ook op scholen, en dat jonge gezinnen het Fries ook steeds vaker omarmen. Dat hebben we gezien. Ik noem even wat voorbeelden. Helaas heb ik ze niet allemaal zelf ondervonden, maar ik moet ze even voordragen. De "one teacher, one language"-aanpak wordt vaak gebruikt. Dat is de Engelse term, maar u komt er wel uit wat dat in het Fries is, denk ik. Er worden Friese en Nederlandse zaken aangeboden op scholen. Het gaat dan om dingen die in de klas hangen, materialen en liedjes. Het Fries en het Nederlands worden ook naast elkaar neergezet, zodat er uitwisseling plaatsvindt. Dan kunnen de kinderen makkelijker verbanden leggen. De SFBO gaat langs bij locaties voor kinder- en peuteropvang om te helpen bij het creëren van een taalrijke omgeving. Voor locaties die deelnemen aan het certificeringstraject — ja, dan moet ik er toch aan — Boartsjendewei in taal derby, zijn themamaterialen beschikbaar.
De voorzitter:
Minister, u doet uw best, zou ik zeggen. U doet uw best.
Minister Rijkaart:
Ik ga nu toch echt opgegeven worden voor die cursus Fries, vrees ik.
Het kenniscentrum SFBO voor de meertaligheid van jonge kinderen ondersteunt de Friestalige kinderopvang in Friesland. Het adviseert de locaties, bijvoorbeeld door vorm te geven aan de tweetalige ontwikkeling.
Voorzitter. Dit is mijn laatste tweeminutendebat. Met enig gevoel voor drama zeg ik dan: in het hart van mijn gevoel zal ik u nooit vergeten. Ik dank u voor de prettige samenwerking.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
We stemmen aanstaande dinsdag over de moties. Ik schors voor een enkel moment. Om 11.10 uur gaan we beginnen met het debat over de begroting van Binnenlandse Zaken.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen, zodat we kunnen beginnen met het debat over de begroting van Binnenlandse Zaken. De minister was al aanwezig; nogmaals welkom. We hebben maar liefst vijftien sprekers en vier maidenspeeches, dus het wordt een mooi debat. Natuurlijk hebben we, zoals vaker, een vrij strak tijdschema.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dat allemaal gezegd hebbende wil ik direct de eerste spreker in deze eerste termijn uitnodigen. Dat is mevrouw Huizenga van D66. Dit is tevens haar maidenspeech. Volgens goed gebruik wordt zij dan ook niet geïnterrumpeerd. We gaan naar haar luisteren.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, collega's en iedereen die meekijkt. Wat is het bijzonder om hier mijn eerste speech te houden. Eerlijk is eerlijk: het voelt soms nog alsof ik per ongeluk een andere deur ben binnengelopen, alsof ik naar de sportkantine wilde, maar ineens hier stond. Hup Zwolle!
Voorzitter. Van sportief, avontuurlijk en een tikje rebels naar nuchtere politica. Ik groeide op in Leeuwarden, in het Friese, dat nu zelfs afgesloten is van de rest van Nederland. Mijn vader was ondernemer en mijn moeder was lerares. Zij moest nog stoppen met werken omdat ze trouwde, terwijl ze veel meer wilde doen, ook voor anderen. Ik was vrij en blij. Ik kwam te laat en als er grenzen waren, dan was het mijn hobby om eroverheen te denderen. Dat was mijn wereld.
En nu? Ik ben al jaren serieus aan de slag. In mijn hoofd ben ik nog steeds die jonge godin die de wereld verovert, maar dan een die post krijgt van een beddenfabrikant speciaal voor 50-plussers: "zodat u makkelijker uit bed komt". Het ondernemerschap nam ik van mijn vader over. Dat heb ik de afgelopen 21 jaar dan ook gedaan: risico's nemen en keihard werken. De zelfredzaamheid en er zijn voor een ander, nam ik van mijn moeder over. Dat uitte zich in vrijwilligerswerk, onder andere als skidocent voor mensen met een beperking.
Ik weet inmiddels door mijn Statenlidmaatschap: de politiek is een avontuur. Dit is een van de plekken waar je écht verschil kunt maken. Toch voelt de politiek voor mij regelmatig als een toneelstuk. Soms kijk ik naar debatten die geen zoektocht zijn naar oplossingen, maar naar de beste oneliner. Boosheid wordt aangewakkerd en ophef wordt beloond. Maar boosheid bouwt geen huizen. Boosheid regelt geen goed bestuur en samenwerking. Intimidatie ondermijnt dat.
Voorzitter. Daarom ben ik hier. Het moet anders en het kan anders. Mensen willen bestuurders die problemen oplossen, punt. Mensen willen bestuurders die problemen oplossen, nu. Mijn missie is samenwerkingspolitiek. Geen vorm, maar inhoud en aan het werk. "Aan de slag", zou ik kunnen zeggen. Zoeken naar de gemeenschappelijke grond, want consensus is geen zwakte; het is de basis van onze besluitvorming. Dat geldt ook voor hoe we ons verhouden tot het decentraal bestuur. We moeten beleid maken en uitvoeringsorganisaties betrekken bij de totstandkoming van beleid. Nu meer dan ooit moeten we samenwerken, in de Kamer, maar ook in het land. Ik kijk ernaar uit om met alle overheden, partners en mensen in het land aan de slag te gaan.
Dan lachen en bewegen. Niets verbindt mensen sneller dan samen lachen en bewegen. Vanochtend zag ik op het nieuws dat The Muppet Show eenmalig terugkomt. Ik kreeg meteen een glimlach op mijn gezicht. Sport en bewegen — kijk naar sport of een festival: het maakt ons gelijkwaardig, gezond en vrolijk. Ik heb het over dat gevoel als je bij de Olympische Spelen of een WK met een vlag om je schouders het Wilhelmus uit volle borst meezingt: wij zijn TeamNL. Zo zie ik ook de politiek: naast mensen staan, niet tegenover hen. Empathie is geen zwakte. Het is de sleutel tot oplossingen, want als je echt luistert naar iemand die niet op jou lijkt, ontstaat er begrip.
En lachen. Politiek hoeft niet bloedserieus te zijn om effectief te zijn. Een beetje relativering helpt ons. Ik ben veranderd van een avonturier in een nuchtere politica. Ik geloof in een Kamer die zichzelf iets minder serieus neemt en de problemen van het land juist uitermate serieus neemt.
Dan naar Binnenlandse Zaken. Goed bestuur begint bij een overheid die doet wat ze belooft en tegen een stootje kan, een overheid die weerbaar is tegen druk, desinformatie, intimidatie en haar eigen neiging om alles ingewikkelder te maken dan nodig. Weerbaar bestuur betekent: duidelijke regels, transparante besluitvorming en bestuurders die hun rug rechthouden. Dat betekent dat ambtenaren, maar ook volksvertegenwoordigers en bestuurders veilig hun werk moeten kunnen doen. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan. We weten uit onderzoek dat veel mensen lang twijfelen of ze zich wel moeten kandideren, dat ze stoppen vanwege bedreigingen en intimidatie, die politici soms over zich heen krijgen.
Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen, niet alleen in en rond de raadszaal, hier en in de Statenzaal, maar ook juist online. Er is geen structurele monitoring van haat, en zeker niet van onlinehaat. Bovendien wordt bij onderzoek naar onlinehaat vaak gefocust op het slachtoffer en niet op de dader. Wij moeten beter in beeld krijgen waar deze onlinehaat vandaan komt. Daarom verzoek ik de minister om onlinehaat op te nemen als specifieke categorie in de Monitor Integriteit en Veiligheid. Momenteel wordt in de monitor gevraagd naar de ervaringen van politici met agressie en intimidatie. Een opsplitsing in online en offline biedt meer inzicht in het probleem. Ik dien dan ook een amendement in om het onderzoek naar daderprofielen mogelijk te maken, zodat we dit gerichter kunnen aanpakken.
Weerbaarheid zit echter ook in doelmatigheid. Een overheid die verdrinkt in regels, formulieren en uitvoeringsproblemen is immers kwetsbaar, voor fouten, voor wantrouwen en voor mensen die afhaken. Veel beleid is goedbedoeld, maar slecht uitvoerbaar. Energie die verloren gaat aan controle, verantwoording en vinklijstjes gaat niet naar oplossingen. Dat kan anders. Doelmatig bestuur is geen kil boekhouden. Het is respect voor belastinggeld en voor de tijd en het vertrouwen van mensen. Het is beleid dat werkt in de praktijk, niet alleen op papier in Den Haag, maar ook in de regio.
Juist daarom is het problematisch als beleid waarvoor wel middelen beschikbaar zijn, geen scherpe doelen kent. De Algemene Rekenkamer wijst er dan ook terecht op dat de BZK-begroting nog te vaak doelen bevat die niet concreet of meetbaar zijn. Hoe gaat de minister dit op orde brengen? Binnenlandse Zaken gaat voor mij over dát fundament: een sterke democratische rechtsstaat, een betrouwbare overheid en een bestuur dat met een duidelijk doel voor ogen problemen oplost in plaats van verplaatst.
Voorzitter. Tot slot mijn belofte. Ik zet mij in om te luisteren. Ik ga op zoek naar overeenkomsten, ook als je een andere politieke overtuiging hebt. En ik zet mij in voor een betere wereld, ook voor mensen van wie de wieg niet op dit kleine stukje aarde stond. Ik zal eerder doen dan roepen en ik maak het werk van mijn ouders af: bijdragen aan een samenleving met gelijke kansen. Als iemand onderweg valt, zal ik mij ervoor inzetten om diegene op te rapen, zoals ik dat jaren als skidocent heb gedaan. En struikel ik, dan hoop ik dat u mij helpt opstaan.
Als woordvoerder sport moet ik daarmee natuurlijk ook afsluiten. Voorzitter, collega's: ook wij zijn hier TeamNL.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Huizenga, blijft u hier alstublieft even staan. Ik wil u als eerste feliciteren met uw maidenspeech, maar aan het geroffel te horen zijn er meer mensen die dat willen. Ik schors voor een moment, zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen. Ik wens u heel veel succes.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat, vraag de leden plaats te nemen en geef het woord aan de tweede spreker van D66 voor zijn bijdrage in dit debat: de heer Sneller. Meneer Sneller, aan u het woord.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Mevrouw Huizenga, gefeliciteerd met de prachtige maidenspeech.
Voorzitter. Net als miljoenen anderen nemen wij thuis, tijdens het ontbijt op zaterdagochtend meestal, de weekendplannen door. Eerst de basics: wassen, strijken, het oud papier wegbrengen. En er is ook altijd nog wel wat werk te doen. Een verjaardagsfeestje van de kinderen hier of daar, en ze willen meestal dan ook op zondagochtend naar het zwembad, en knutselen, en voetballen en met de poes spelen. Dan wil ik zelf graag nog een rondje hardlopen en mijn vriendin wil tijd om aan haar boek te werken. Enfin, u snapt het: veel meer wensen dan in de agenda passen. En dus geldt zoals bij iedereen: niemand krijgt helemaal zijn zin; het is geven en nemen, we schikken allemaal een beetje in. Soms gaat dat soepel en soms geeft het wat gedoe, maar elk weekend komen we er samen uit en maken we een schemaatje — dat vervolgens natuurlijk helemaal niet volgens plan verloopt. Want het zou toch een mooie boel zijn als we iedere keer dat we er niet direct uit komen, zouden besluiten om dat weekend dan maar helemaal niets te doen. Of dat een van ons zegt: ik bepaal voortaan in mijn eentje wel de huishoudagenda! Nee, voorzitter, het is democratie in het klein.
Maar in de wereld in het groot zie ik eigenlijk dezelfde twee risico's voor onze democratische manier van samenleven. Aan de ene kant het risico van impasse, van besluiteloosheid en stilstand, en aan de andere kant dat van politici die zeggen: u kunt het allemaal krijgen. Politici die mensen op de mouw proberen te spelden dat ze, anders dan thuis of in hun vriendengroep, op de voetbalclub of op welke andere plek in de samenleving in het echte leven dan ook, in de politiek opeens wel alles kunnen krijgen wat ze willen zonder rekening te hoeven houden met anderen. Het is de stem van de autoritaire verleiding, die zegt: geef mij uw vertrouwen en ik schakel al die lastige tegenkrachten voor u uit, goedschiks en anders kwaadschiks. Beide bedreigingen kunnen onze democratische rechtsstaat ondergraven. Daarom moeten we in actie komen, enerzijds door te werken aan de slagvaardigheid van onze overheid en de besluitvaardigheid van onze politiek, en anderzijds door kanalen te graven naar de macht en de democratische rechtsstaat weerbaarder te maken.
Voorzitter. Het beeld is namelijk bij sommigen ontstaan dat de democratie niet in staat is om de grote uitdagingen van onze tijd het hoofd te bieden. En dat is, helaas, niet helemaal zonder reden. Te lang heeft de nationale politiek de aanpak van een aantal grote problemen voor zich uit geschoven en een werkwijze ontwikkeld met enorme schaduwzijden. In de afgelopen twee decennia is het aantal wetten en regels ruim verdubbeld. En hoewel het aantal ambtenaren fors is gegroeid, bleef de productiviteit van de overheid achter bij die groei. Dat merken mensen in hun dagelijks leven, want ze kampen als burger met onbegrijpelijke brieven of ondoenbare regels. Ze merken toenemende regeldruk en afnemende autonomie, als ondernemer of als professional in de uitvoering. En tegelijkertijd zien zij de woningnood toenemen en de klimaatcrisis verergeren. Als er dan iemand voorbijkomt die zegt "ik zal met mijn vuist op tafel slaan en het oplossen", dan klinkt dat misschien aantrekkelijk, maar is dat geen eerlijk en duurzaam antwoord.
Maar aan de andere kant is simpel zeggen "zo simpel werkt het niet" ook onvoldoende; dan dreigt stilstand. Dus moet wat mij betreft onze houding zijn: we gaan het beter doen. Het is hoognodig om de slagkracht van de overheid te vergroten door te vereenvoudigen, door te digitaliseren, door de Haagse departementale kokers te doorbreken en door minder afhankelijk te worden van externe inhuur. In de afgelopen tijd zijn hiervoor gelukkig ook veel bruikbare bouwstenen aangedragen: het rapport van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, over de deskundige overheid; de adviezen van de Hoge Colleges van Staat over een realistische overheid; en de brief van de Raad voor het Openbaar Bestuur van eerder deze week aan de formateur. Allemaal nuttige wenken. Als we die gezamenlijk in de praktijk brengen, kunnen we zorgen dat de overheid ook echt levert op de grote uitdagingen van onze tijd.
Voorzitter. Ervoor zorgen dat de democratie gaat presteren ten aanzien van die grote kwesties zal ook iets vragen van de Kamer. Vooruitgang vraagt om bewuste keuzes maken en die dan ook volhouden, maar het vraagt ook om geven en nemen. Want als 225 parlementariërs allemaal blijven hangen in hun eigen gelijk, gebeurt er niets. Dan biedt een minderheidscoalitie misschien een uitgelezen gelegenheid om daarmee te beginnen.
Daarnaast hoop ik ook dat we als Tweede Kamer vasthouden aan een aantal van onze eigen goede voornemens. Zo zei de parlementaire ondervragingscommissie over uitvoeringsorganisaties, onder leiding van André Bosman: meer vertrouwen in de uitvoering en minder micromanagement vanuit de politiek. De werkgroep Grip op informatie, onder leiding van Inge van Dijk, zei: een meer ontspannen omgang tussen Kamerleden en ambtenaren is nodig, om daarmee ook meer lucht te geven aan de rijksdienst. De aanbeveling van de werkgroep Meer dan de som der delen, onder leiding van Kees van der Staaij, was: beperk het aantal moties. Dit jaar zijn het er alweer 450, na één maand. Diezelfde werkgroep zei: besteed meer aandacht aan onze wetgevende taak. Dat zeg ik tegen de voorzitter/rapporteur wetgevingskwaliteit.
Laten we als Kamer ook serieus meer aandacht hebben voor al die evaluaties die wij krijgen, zoals we zelf hebben uitgesproken met de motie-Van Vroonhoven/Vermeer. Want we moeten niet vergeten soms ook te stoppen met beleid, of niet vergeten om inefficiënt beleid aan te passen. Het begin van een nieuwe kabinetsperiode is volgens mij een mooie kans voor een nieuwe start met deze voornemens en om ze in de praktijk te brengen.
Voorzitter. Naast stilstand is de tweede bedreiging voor onze democratie de opkomst van autoritair leiderschap. Wereldwijd winnen autocraten immers terrein. In 2018 al verscheen het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel. Nou kun je niet zeggen dat die in de volksmond "de commissie-Remkes" wordt genoemd, maar hier in de wandelgangen is dat in ieder geval wel het geval. Dat had de treffende titel: Lage drempels, hoge dijken. Het was een doorwrochte voorzet voor noodzakelijk onderhoud van de democratische rechtsstaat. Maar net als bij veel te veel staatscommissies de afgelopen 60 jaar, is er tot nu toe weinig terechtgekomen van de aanbevelingen. Er is mij veel aan gelegen om de aanbevelingen uit dat rapport niet van tafel te laten rollen. Onder opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken is sinds 2018 veel voorbereidend werk verricht. Soms is er helaas ook een stap teruggezet, omdat het eigen gelijk het won van de wens om vooruitgang te boeken. Het is nu 2026. Ik zeg: het is tijd voor een democratisch offensief. De bal ligt op de stip; tijd voor de afronding.
De heer Flach (SGP):
Ik deel de liefde voor de democratische rechtsstaat met de heer Sneller, omdat ik denk dat dat een staatsvorm is die al die verschillen in Nederland nog kan verbinden en die verschillen enigszins kan overbruggen. Maar toch maak ik mij daar wel wat zorgen om. Ik ben benieuwd naar de reflectie van de heer Sneller daarop. Je zou kunnen zeggen dat de rechtsstaat best wel stevig is, ook gezien een aantal verregaande rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld op het terrein van stikstof of klimaat. Dan moet je zeggen dat het deel "rechtsstaat" best wel in orde is. Ik maak me wat meer zorgen over het vermogen van de democratie om bij te sturen middels wetgeving. Volgens mij hebben we toch beide pijlers nodig om te kunnen spreken van een gezonde democratische rechtsstaat. Hoe kijkt de heer Sneller daarnaar?
De heer Sneller (D66):
Ten eerste maak ik mij meer zorgen over de weerbaarheid van onze rechtsstaat. Ik kom nu bij het deel "kanalen graven naar de macht". Dat gaat juist over ervoor zorgen dat mensen meer invloed hebben op hun bestuur en op de regelgeving die geldt in Nederland. Ik denk dat daar nog het een en ander te doen is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dan wacht ik sowieso met belangstelling dat deel van het betoog van de heer Sneller af. Het gaat mij om het volgende. Als wij als democratie niet in staat zijn om bij te sturen ten aanzien van datgene wat er leeft in ons land, omdat er bepaalde juridische constructies of verplichtingen zijn waarop we ons hebben vastgelegd, verliest de democratie ook een stuk van haar legitimiteit onder de bevolking. Mijn vraag aan de heer Sneller is: wat zegt dat dan over de kwaliteit van de wetten die we hebben gemaakt? Want rechters baseren zich nu eenmaal op wetten die ze voorgelegd krijgen.
De heer Sneller (D66):
De Grondwet is in Nederland notoir moeilijk aan te passen. Dat geldt nog meer voor internationale verdragen. Ik heb wel het gevoel dat een aantal van de voorbeelden die vaak genoemd worden in deze context, gewoon gaan over de rechter die zegt: ja, politiek, u heeft een afspraak gemaakt; daar moet u zich zelf aan houden. Dat is gewoon het legitimiteitsbeginsel, de basis waarop een democratische rechtstaat kan bestaan. Als wij het oneens zijn met een regel, dan moeten wij daar als politiek naar handelen en hem aanpassen. Anders moeten we ons eraan houden of zorgen dat in ieder geval de uitvoerende macht zich eraan houdt. Als het gaat om rechtszaken — over de SGP zelf, over stikstof, over Urgenda — en wij daar iets van vinden, dan moeten wij dat met een tweederdemeerderheid aanpassen, zoals opgenomen in de waarborgen. Daarbij is de democratie dan vervolgens aan zet.
De voorzitter:
Ik doe interrupties in drieën. Het kan ook iets korter, maar de heer Flach heeft een derde.
De heer Flach (SGP):
Daar ben ik het mee eens. Die taak ligt bij het parlement, en daar zit juist mijn punt: zouden we bij het opstellen van wetten niet meer rekening moeten houden met de effecten die ze hebben, zoals rechterlijke uitspraken, en het vermogen van de democratie om dan bij te sturen? Met andere woorden: moeten we jaartallen, percentages en dergelijke wel altijd in wetten willen vastleggen? Daarmee creëer je een soort juridisch betonblok, wat onvermogen geeft binnen de democratie.
De heer Sneller (D66):
Op één abstractieniveau hoger zou ik inderdaad zeggen: we moeten vaker doelen en minder vaak middelen afspreken in de politiek. Tegelijkertijd willen we ook consistentie en voorspelbaarheid. Als het bijvoorbeeld over de Vogel- en Habitatrichtlijn of over afbouwpaden voor de circulaire economie gaat, willen juist ook ondernemers langeretermijnzekerheid hebben over wat we precies gaan doen en wat ze kunnen verwachten van de overheid, niet zo van: er is een nieuwe meerderheid en volgende week is mijn investering weer overbodig geworden. Soms kan het dus ook juist heel nuttig zijn. Dat is per keer zoeken, denk ik. Het is wel belangrijk om dat vooraf, voordat we stemmen over die wet, goed af te wegen en om ook te leren van wat we hebben gezien op andere onderwerpen.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker met ook een interruptie over dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Eigenlijk over een iets ander punt uit de mooie bijdrage van collega Sneller, waar ik met veel belangstelling en ook wel instemming naar luisterde. Het is inderdaad belangrijk dat we hier zorgen voor goede wetten. Ik geloof dat het Willem Witteveen was die ooit zei dat de wet ook een kunstwerk is en dat dat ook wel iets van ons als Kamer vraagt. Maar daarna noemde collega Sneller de staatscommissie-Remkes. Een van de dingen die de staatscommissie-Remkes volgens mij adresseerde, was de bedreiging die de opkomst van AI inhoudt voor de politiek. De algoritmes maken het zo makkelijk dat je, als je bij YouTube een zoekterm intikt, hele andere filmpjes te zien krijgt dan die welke bij je zoekvraag horen. Ik geloof dat in een van de bijlagen als voorbeeld werd genoemd: je tikt GroenLinks in — die partij bestaat niet meer op zichzelf — en krijgt verwijzingen naar Forum voor Democratie. O, die partij bestaat nog wel, wordt gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, uw vraag graag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Je tikt GroenLinks in en je krijgt er een filmpje van Forum voor Democratie voor terug. Ik vind dat ergens een zoektocht, omdat het onze democratie ondermijnt wat mensen dan zien van onze zaal en van de dingen die wij doen.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou heel graag van collega Sneller horen hoe hij reflecteert op dat deel van het rapport-Remkes.
De heer Sneller (D66):
In mijn herinnering ging het niet zozeer over AI, dat in 2018 nog niet echt een ding was, maar ging het over microtargeting, waar mevrouw Bikker inderdaad terecht aandacht voor vraagt. Dat ondergraaft namelijk het publieke debat, omdat er verschillende werkelijkheden ontstaan voor kiezers en er geen gezamenlijk gesprek meer is. Daar maak ik mij veel zorgen om. Dat is uiteindelijk uit de Wet op de politieke partijen gehaald door het kabinet, omdat daar ook Europese regelgeving voor is gekomen. Ik vind wel dat de Europese regelgeving, of het nou de Digital Services Act of de Digital Markets Act is, nog onvoldoende heeft laten zien te functioneren, terwijl hierover bij mij heel grote zorgen zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind dat we momenteel te vaak het paard achter de wagen spannen, dus als de ontwikkelingen al gaande zijn. Collega Sneller heeft gelijk: het ging met name over de microtargeting en daarna hebben we het AI-vervolg gezien. Ik zou heel graag willen dat een kabinet juist op dit punt meer vooruit gaat denken: hoe kunnen we onze democratie beschermen, juist met die snelle ontwikkelingen? Hoe ziet D66 dat?
De heer Sneller (D66):
Honderd procent eens. Ook in de aanloop naar de verkiezingen van oktober heb ik daarover vragen gesteld aan het kabinet. We zien gewoon dat AI-nepfilmpjes in allerlei vormen en ook in politieke campagnes een grotere rol gaan spelen. Er wordt op gewezen dat er Europese regelgeving komt en dat het dan wordt gewatermerkt. Ik denk dat we daar meer bovenop moeten zitten, ook vanuit Nederland.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Goed om te horen, dan vinden we elkaar daarin. Ik heb er ook zin in daar de komende tijd werk van te maken. Terug naar de commissie-Remkes. Een ander onderdeel dat zij onderzochten, was de kiesdrempel. Eigenlijk zei de commissie-Remkes daarvan: doe dat nou niet, want dat lost het probleem niet op. Er zijn ook andere problemen zoals afsplitsingen of partijen die op enig moment weglopen; de heer Sneller had het erover aan het begin van zijn bijdrage. Waarom wordt het stevig overwogen advies van de commissie-Remkes niet overgenomen in de plannen van de huidige coalitie? Waarom wordt er opnieuw onderzoek gedaan naar de kiesdrempel? Dat brengt allerlei goedwillende, zeer mooi bijdragende partijen die een stem geven aan zo veel mensen, meteen weer in de onzekerheid.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste even over wat de staatscommissie-Remkes adviseerde om verdere versplintering van het politieke landschap tegen te gaan. Ik vind het echt een gemiste kans dat dingen zoals waarborgsommen en meer handtekeningen nodig hebben als nieuwe partij nog steeds niet zijn omgezet. Dat zit ergens verstopt in een wetsvoorstel over een nieuw kiesstelsel dat op het ministerie klaarligt. Laten we zorgen dat dat in ieder geval wel gebeurt. Verder denk ik dat het voor mevrouw Bikker geen geheim is waar dat vandaan is gekomen, want we hebben het vorig jaar, twee jaar geleden ook bij de begroting Binnenlandse Zaken besproken. Ik denk dat het goed is om die discussie nog een keer fundamenteel te voeren, ook in de Kamer, ook bezien vanuit de vraag voor welk probleem de kiesdrempel dan een oplossing is, volgens voorstanders.
De heer Clemminck (JA21):
De heer Sneller had het over het opnemen van doelstellingen in de wet. Ik kom hier eigenlijk bepleiten om dat vaker te doen. Dat is goed voor de lange termijn en het geeft zekerheid aan bedrijven, inwoners en organisaties. Het gaat ook over politieke termijnen heen. Ik ben dus eigenlijk wel benieuwd of het in de logica van de heer Sneller dan misschien ook wenselijk is om het aantal asielzoekers bij wet te regelen.
De heer Sneller (D66):
Nee.
De voorzitter:
Dit is enigszins buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Vanmiddag kan de heer Clemminck het daar geloof ik uitgebreid over hebben, maar mijn korte antwoord is nee.
De voorzitter:
Precies. De heer Clemminck, vervolgvraag.
De heer Clemminck (JA21):
Ik snap uw opmerking, maar ik probeerde de logica te begrijpen achter het pleidooi van de heer Sneller om vaker doelstellingen in de wet op te nemen. De heer Flach zei volgens mij net in zijn interruptie terecht dat dat de democratische mogelijkheden vermindert om veranderingen aan te brengen in de samenleving. Ik probeer te achterhalen waarom het in de ogen van de heer Sneller in het ene geval blijkbaar wel wenselijk is om doelstellingen in de wet op te nemen en in een ander geval niet. Ik gaf een voorbeeld, maar het kan ook een ander voorbeeld zijn.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste omdat voor mij een specifiek vastgepind aantal asielzoekers geen doelstelling is die ik zou willen vastleggen. Overigens geeft de heer Clemminck mijn antwoord aan de heer Flach ook onvolledig weer, want ik zei juist ook dat we er vaker naartoe moeten om doelen meer abstract vast te leggen en minder in allerlei jaartallen en tussendoelen.
De voorzitter:
De heer Sneller vervolgt zijn betoog.
De heer Sneller (D66):
Voorzitter. Ik kwam bij het versterken en vieren van de kracht van onze democratie en het graven van kanalen naar de macht. Dat vieren kunnen we over een aantal weken doen als we weer naar de stembus mogen, maar democratie gaat over veel meer dan af en toe verkiezingen. Het is een manier van leven, onlosmakelijk verbonden met hoe we met elkaar omgaan. De laatste tijd benadrukt Klaas Dijkhoff vaak dat het belangrijkste ambt in een democratie dat van de burger is. De burger moet de eigenaar zijn van de democratie en ik denk dat burgerschapsonderwijs daarin een rol te spelen heeft, zodat alle jongeren leren wat democratie betekent en hoe je dat doet, in het klein en in het groot, via de kerndoelen op scholen, via ProDemos en wat mij betreft ook vaker met de inzet van mensen die na hun pensioen hun kennis over de rechtsstaat overdragen aan volgende generaties. Ik hoor op dat punt graag een reactie van de minister op mijn amendement.
Het is ook onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat mensen zich blijven herkennen in de politiek en in hun bestuur. Dat vraagt om het graven van kanalen naar de macht, met een nieuw kiesstelsel — we hadden het er al over — een andere manier om de Grondwet te herzien, burgerberaden en een correctief bindend referendum en met andere manieren om de democratie toegankelijker te maken. Naast die lagere drempels zijn dus ook hogere dijken nodig. Dan gaat het bijvoorbeeld over het invoeren van constitutionele toetsing, door onze Kamer vooraf maar ook door rechters achteraf, om een wet op de politieke partijen met strakkere waarborgen en om een update van de Algemene wet bestuursrecht, die mensen beter bedient en beschermt tegen willekeur, en om meer onafhankelijkheid van benoemingen bij belangrijke democratische instituties.
Voorzitter. Terwijl de democratische rechtsstaat wereldwijd onder druk staat, beginnen wij hier aan een bijzondere periode in de onze. We kunnen er volgens mij samen voor zorgen dat we tussen stilstand en de autoritaire lokroep de ruimte vinden voor democratische daadkracht en dijkverhoging.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller. Dat leidt tot een hele beweging richting de interruptiemicrofoon. Ik geef mevrouw Tseggai het woord voor een vraag aan de heer Sneller.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het even opgeschreven. De heer Sneller had het in zijn betoog over departementale kokers doorbreken en over inefficiënt beleid. De concrete doelen vind ik op zich allemaal heel goed. Eén beleidsterrein waar dat volgens mij heel erg misgaat, bespreken wij hier vandaag. Dat is discriminatie en racisme en de aanpak daarvan. In Den Haag houden maar liefst vijf departementen zich daarmee bezig. Het vorige kabinet had een nationaal programma beloofd. Waarom heeft D66 dat in het nieuwe regeerakkoord niet teruggehaald?
De heer Sneller (D66):
Dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik ga ervan uit dat mijn collega Bamenga daar maandag aandacht aan zal besteden bij het wetgevingsoverleg.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik haal dit even aan omdat uw partijleider gisteren in het debat expliciet benoemde dat het nieuwe kabinet discriminatie en racisme zal aanpakken. Concrete maatregelen daarvoor ontbreken echter en dat geldt ook voor het tegengaan van verkokering van het beleid. De heer Sneller verwijst naar een wetgevingsoverleg op maandag. Er is volgens mij maandag geen wetgevingsoverleg over dit onderwerp, dus ik zou daar toch graag een antwoord op willen.
De heer Sneller (D66):
Het antwoord dat ik u schuldig moet blijven, betreft het nationaal programma en waarom dat niet wordt voortgezet, ook omdat ik er net op wees dat mijn collega Bamenga woordvoerder is op het onderwerp discriminatie en hij ook de commissiedebatten met mevrouw Tseggai daarover doet. Volgens mij is dit een prachtig onderwerp dat zich ervoor leent om die verkokering te doorbreken en te kijken hoe je de vaak coördinerende rol van Binnenlandse Zaken steviger kan verankeren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het helemaal met de heer Sneller eens dat het een prachtig onderwerp is, maar ik had het graag teruggezien in het regeerakkoord. Maar ik ga dit debat vervolgen met de heer Bamenga.
De heer Sneller (D66):
Ik nodig mevrouw Tseggai uit om ook nog de paragrafen hierover in het coalitieakkoord te lezen en ook haar voorstellen naar voren te brengen om dat verder te versterken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een hele simpele vraag. Wat verdient een schoonmaker bij het Rijk?
De voorzitter:
Dat is ietwat buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Dat hangt er ook van af in welke trede van de schaal een schoonmaker zit, maar mevrouw Beckerman weet het ongetwijfeld beter dan ik.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag stel, is dat alle rijksambtenaren op de nullijn zijn gezet. Dat betekent heel veel voor mensen in de lagere salarisschalen, want terwijl zij op de nullijn staan, stijgen de kosten voor energie. De huren gaan omhoog. Als het aan D66 ligt, gaat het eigen risico omhoog.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. D66 weet het antwoord niet op de vraag wat schoonmakers verdienen. Vindt u het dan reëel, vraag ik via de voorzitter, dat zij op de nullijn worden gezet, met al die stijgende kosten?
De heer Sneller (D66):
Het is een beetje flauw wat mevrouw Beckerman nu zegt. Ik zei ook dat het afhankelijk is van de trede in de schaal waarin een schoonmaker zit. Het is goed dat mevrouw Beckerman de nullijn aanhaalt. We kregen gisteren de beantwoording van het schriftelijk overleg dat we daarover gehad hebben. Ik denk dat ik die vragen ook deels via mevrouw Beckerman aan de minister wil stellen, want daarin staat: ik heb een bod gedaan, maar dat is geen eindbod. Specifiek voor de lagere schalen zouden toeslagen een oplossing kunnen bieden, want het is natuurlijk een groot verschil of jij in schaal 16 of in schaal 8 bij de Rijksoverheid zit. Die zitten nu allemaal in hetzelfde regime. Het lijkt erop dat de minister een opening biedt, dus ik hoor graag wat hij zelf voor zich ziet om de onderhandelingen te openen. Die onderhandelingen gaan niet alleen over 2026, maar ook over 2027. Ik vond die nullijn altijd al ongelukkig en onverstandig, maar ik zie dat er nu ook wordt gekeken naar 2027 en eventueel een langere looptijd, om te zien welke ruimte er is om te compenseren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag aan D66 stel, is dat ik vrijdag ook dat akkoord heb gelezen. Wat mij echt raakte, omdat ik weet wat het betekent voor mensen in de lagere salarisschalen met al die stijgende kosten, is dat er geen uitgestoken hand in zat, maar dat er alleen maar stond dat ze de topsalarissen willen gaan verhogen. Sterker nog, er werd gezegd: naar voorbeeld van Singapore. Daar zijn de salarissen van de hoogste ambtenaren de hoogste ter wereld.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag aan D66 is niet om de vraag door te geleiden naar het kabinet, maar om de vraag te beantwoorden of dit wel reëel is: een nullijn, met misschien nog wel extra toeslagen. Dat vind ik geen manier om mensen te belonen, een nullijn met extra toeslagen aan de onderkant, terwijl u, naar analogie van Singapore, pleit voor topsalarissen voor een soort overheidselite.
De voorzitter:
Uw vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
Mevrouw Beckerman gooit ze ook hier weer allemaal op dezelfde hoop. Volgens mij is het "topsalarissendeel", zoals mevrouw Beckerman het noemt, er juist om als overheid specialisten aan te kunnen trekken, bijvoorbeeld in de ICT, om ervoor te zorgen dat we de Roemernorm, van de oud-partijleider van mevrouw Beckerman zelf, kunnen gaan halen en niet afhankelijk zijn van consultants die we moeten inhuren, waardoor de overheid kwetsbaarder wordt en we niet de capaciteit hebben om het zelf te regelen. Dat hoeft dus helemaal niet voor de top van het ministerie te zijn, maar juist voor de specialisten. Vervolgens geeft ze mij selectief weer als ik de minister vraag: wat is nou de ruimte de komende jaren voor ingroei? Niet voor niks zegt het Centraal Planbureau over de nullijn altijd: structureel levert het niks op, want uiteindelijk zal het ernaartoe moeten groeien. Ik denk dat daarin de hand veel meer uitgestoken is dan mevrouw Beckerman ziet.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, we doen interrupties in drieën. We gaan naar de interruptie van de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller had het over "kanalen graven naar de macht". Dat is natuurlijk een referentie aan Hans van Mierlo. De heer Sneller heeft het over een democratisch offensief. Een van de kroonjuwelen van D66 is natuurlijk de gekozen burgemeester. Toen de kroonbenoeming in 2018 uit de Grondwet werd gehaald, kenschetste de heer Jetten dat dat een historische overwinning voor D66 was. Is de partij van de heer Sneller nog steeds voorstander van de gekozen burgemeester?
De heer Sneller (D66):
Er zitten twee vragen in de interruptie van de heer Bosma. Overigens, welkom terug in de commissie voor Binnenlandse Zaken; hij werd gemist. De leden hebben dit inderdaad uit het verkiezingsprogramma geamendeerd.
De voorzitter:
De leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller zei dat ik twee vragen stelde, dus dan verwacht ik ook twee antwoorden, maar dit antwoord is voor mij akkoord.
De voorzitter:
Ik was ook wat in verwarring.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ziet u nou wel. Fijn dat u mij een beetje bijvalt.
De heer Sneller (D66):
Ik zie nog steeds veel redenen om het wel te doen.
De voorzitter:
Maar de leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar D66 is er dus geen voorstander van? Ik probeer een beetje te begrijpen hoe het dan werkt met die leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De gekozen burgemeester was een van de kroonjuwelen van D66. Dat geldt ook voor het referendum. Hans van Mierlo was daar ook een groot voorstander van. Het raadplegend referendum is gesneuveld door een D66-minister. Daar ging dus het ene kroonjuweel. Het andere kroonjuweel is de gekozen burgemeester. De heer Sneller heeft daar in het verleden vaak voor gepleit en zich daar sterk voor gemaakt. Nu mag hij dat niet meer vinden. Hij had dus een mening, maar de leden hebben nu bepaald dat, nadat het kroonjuweel een tijdje in de etalage lag, zoals de heer Pechtold zei, het kroonjuweel bij het grofvuil is gezet. De mening van D66 is dus niet langer: de gekozen burgemeester moet er komen?
De voorzitter:
De vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
De heer Bosma blijft wel in het verleden hangen, maar kent zijn geschiedenis slecht. Het was geen raadplegend referendum, maar een raadgevend referendum. Daar was de heer Van Mierlo toen overigens ook al tegen. Dat hoef ik de heer Bosma misschien niet uit te leggen. Ik mag het nog steeds vinden en de leden hebben niet gezegd: wij zijn nu tegen een gekozen burgemeester. Ik zeg richting de heer Bosma, als hij vraagt welk standpunt in het verkiezingsprogramma staat: daar staat het niet meer in. De andere vraag die hij stelde, is wat ik vind. Ik denk nog steeds dat het een goed idee is.
De voorzitter:
Meneer Bosma is nog niet helemaal tevreden. Hij wil nog even doorgaan op de interne partijsystematiek.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het wordt wel heel ingewikkeld. Om te beginnen wilde Hans van Mierlo een referendum over de Betuwelijn en over het Maastrichtverdrag. Dat komt op mij dus niet over alsof hij tegen het referendum was. Gaan we in de komende jaren dat we hier gezellig met z'n allen vergaderen, de heer Sneller zich dan horen uitspreken voor het goede ouwe kroonjuweel van D66, namelijk de gekozen burgemeester? Of is dit kroonjuweel ook gewoon gesneefd en gesneuveld? Is het voorbij? Is it history? Dat is namelijk historisch gezien wel van groot belang.
De heer Sneller (D66):
Dit zijn wel krokodillentranen van de heer Bosma. In geen enkel akkoord dat de heer Bosma heeft gesloten, heeft hij ook maar de geringste moeite gedaan om hier iets mee te doen. De keren dat ik hier heb voorgesteld om bijvoorbeeld een gekozen formateur in te voeren, heeft dat voorstel nog niet eens 50 zetels gehaald. Ik denk dus dat de energie van de heer Sneller de komende tijd inderdaad op een ander onderwerp zal zitten.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Bikker stelde net een vraag aan de heer Sneller over de kiesdrempel die in het coalitieakkoord is opgenomen. Het moet mij toch wel van het hart dat het wat mij betreft echt getuigt van je reinste vorm van antidemocratisch handelen als er een kiesdrempel wordt ingevoerd.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag. Misschien kan ik even in staat gesteld worden om een inleiding te houden?
De voorzitter:
U kwam iets later binnen, maar we hebben afgesproken, meneer Van Baarle, dat de interrupties weliswaar niet in aantal beperkt zijn, maar wel in tijd, zodat we op tijd kunnen afronden. We moeten stemmen en we hebben ook nog een Asielbegroting. Dat is dan mijn werk; neemt u mij niet kwalijk dat ik wel een beetje stuur op de lengte van een interruptie. Daarmee stuur ik dus niet op het aantal interrupties. 30 seconden is de norm.
De heer Van Baarle (DENK):
Goed, voorzitter. Ik zou graag aan de heer Sneller willen vragen of hij beseft hoe dit overkomt op heel veel politieke partijen die nu van de coalitie horen "wij willen met u samenwerken", terwijl diezelfde coalitie voorstelt om iets door te voeren waardoor de SP, 50PLUS, de ChristenUnie, de SGP en andere politieke partijen misschien uit het parlement geweerd gaan worden in de toekomst.
De heer Sneller (D66):
Eén. Ik denk dat "democratisch" een beetje sterk gesteld is. Ook de Kiesraad heeft zich immers op het standpunt gesteld dat een verhoging van de kiesdrempel prima mogelijk is binnen de grenzen van onze eigen Grondwet, zonder dat dit tegen de Grondwet ingaat. We hebben nu zo ongeveer het meest evenredige stelsel ter wereld. Ik denk dus dat dat wel meevalt. De heer Van Baarle hoeft mij niet uit te leggen hoe dat voelt. Ik werkte jarenlang voor onze fractie van drie zetels in dit parlement, dus ik snap heel goed wat daar de bezwaren tegen zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Als de heer Sneller heel goed beseft wat de bezwaren daartegen zijn, blijft het de vraag waarom hij namens een partij met de naam Democraten 66 zoiets gaat doen als het invoeren van een kiesdrempel, waarmee kleine politieke partijen, die van meerwaarde zijn voor het parlement omdat ze onderwerpen naar voren brengen die grote politieke partijen laten liggen, worden geweerd. Dat is toch iets wat alleen maar ten dienste staat van de status quo, van de grote politieke partijen en van de bestaande macht? Daar mag een politieke partij als D66 toch eigenlijk nooit voor zijn?
De heer Sneller (D66):
Ook hier geldt dat er hele andere redenen kunnen zijn die veel revolutionairder zijn, juist in stelsels die minder proportioneel zijn. Ik denk dat een evenredig stelsel de schokken juist meer kan absorberen, terwijl je ziet dat stelsels met een hogere kiesdrempel soms juist leiden tot grotere veranderingen en grotere swings. Tegelijkertijd denk ik: we gaan dat onderzoeken. Ik denk dat de argumenten die de heer Van Baarle nu naar voren brengt een belangrijke plek verdienen in die discussie. Ik denk dat er in zo'n onderzoek ook een belangrijke uitnodiging ligt: wat is het probleem nou precies en wat zijn de afwegingen die we daarin maken? Dan hebben we daarover, volgens mij heel democratisch, hier een goed debat over. Er staat niet: wij gaan dat invoeren. Dat moet de heer Van Baarle er dus ook niet van maken.
De voorzitter:
De heer van Baarle tot slot.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, tot slot, voorzitter. DENK is niet voor niets opgericht. Dat geldt voor meer politieke partijen in dit huis. DENK is opgericht omdat wij gezien hebben dat er bij onderwerpen zoals discriminatie, racisme, moslimhaat en het integratiedebat gewoon een gebrek is aan een bepaald perspectief dat wel in de samenleving speelt, maar geen weerklank krijgt in dit parlement. Met een kiesdrempel hou je dat geluid buiten het parlement en concentreer je de macht bij grote partijen. Ik zeg dus nogmaals in de richting van de heer Sneller: D66 zou dit nooit mogen doen.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag maar een standpunt van de heer Van Baarle, meneer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Nogmaals, ik denk dat de heer Van Baarle een aantal argumenten om het niet te doen of om de toegankelijkheid van het stelsel hoog te houden, goed naar voren brengt. Ik luister daar graag verder naar en zal de discussie met hem, maar ook met anderen blijven voeren.
De voorzitter:
Wordt vervolgd. Daarmee bent u aan het einde van uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan de heer Erkens, die spreekt namens de VVD.
De heer Erkens (VVD):
We gaan nog niet lunchen, zegt de voorzitter.
De voorzitter:
Nee. Aan u het woord.
De heer Erkens (VVD):
Dank u, voorzitter. De Nederlandse overheid kan en moet beter gaan werken: effectiever, efficiënter en moderner. Dat is geen ideologische wens maar een praktische noodzaak, want we zien een overheid die groter is dan ooit, maar ook op steeds meer dossiers vastloopt. Vergunningen blijven jaren liggen, waardoor er geen woningen gebouwd kunnen worden. Burgers en ondernemers verdwalen in loketten en regelingen. We hebben de uitvoering verdronken in te gedetailleerd beleid en daarmee onwerkbaar gemaakt, ook hier vanuit de Kamer, ook wijzelf. De overheid is daardoor groter en duurder dan ooit, maar levert tegelijkertijd steeds minder goed op haar kerntaak. Dat zie je terug in het vertrouwen van mensen in politiek en bestuur. Dat vertrouwen is laag en komt niet vanzelf terug; dat moet worden terugverdiend. Vertrouwen wordt hersteld wanneer de politiek samenwerkt in plaats van ruzie maakt. Vertrouwen wordt hersteld wanneer moeilijke keuzes niet worden ontweken. Vertrouwen wordt hersteld wanneer de overheid doet wat zij belooft en levert wat zij moet leveren.
Voorzitter. Daarom is het goed dat er een akkoord ligt voor een nieuw kabinet dat deze opgave onderkent. De tijd waarin we leven, van technologische versnelling en geopolitieke onzekerheid, vraagt om fundamentele hervormingen. De oplossing is niet meer van hetzelfde, in de vorm van een almaar uitdijende overheid, maar een overheid die weer werkt en prestaties levert: effectiever, efficiënter en moderner. Andere landen met een kleine overheid laten zien dat een kleine overheid tegelijkertijd ook een beter functionerende overheid kan zijn. Nederland kan dat ook. Juist in deze uitdagende tijd hebben we iedereen nodig die wil bijdragen aan die beter functionerende overheid: ambtenaren die elke dag hun werk doen en mensen van buiten de overheid die hun expertise willen inzetten om ons land vooruit te helpen. De afgelopen jaren heb ik gesproken met experts in binnen- en buitenland over deze overheidshervormingen. Ik heb een tijd terug hierover een initiatiefnota ingediend. Ik zie uit naar de behandeling daarvan in de Kamer.
Dat kan door vakmanschap centraal te stellen, te sturen op prestaties, strategisch te krimpen waar het kan en de afhankelijkheid van externe inhuur terug te dringen. Onze overheid moet weer tot de top vijf van de wereld gaan behoren. Ik ben dan ook trots dat veel van de plannen ook in het coalitieakkoord zijn beland. Dat vergt veel uitwerking, maar ik heb al een aantal vragen hierover aan de bewindspersonen. Dat betreft allereerst de afhankelijkheid van externe inhuur. Het kabinet heeft uitgesproken dat de Roemernorm van maximaal 10% aan uitgaven aan externe inhuur gehaald moet worden. Een belangrijke oorzaak dat het huidige percentage zo hoog is, is het ontbreken van een aantrekkelijk en concurrerend salarispad voor experts in onder andere het IT-domein binnen de overheid. Hierdoor wordt expertise niet binnenshuis gehouden en moeten dure externe krachten worden ingehuurd. Dat kost de belastingbetaler uiteindelijk een heel stuk meer geld. Hoe kan het kabinet ervoor zorgen dat specialistische expertise structureel binnen de rijksdienst wordt beloond en behouden? Voor welke andere specialistische functies geldt deze situatie, zo vraag ik de minister.
Dan de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een sleutelrol …
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, heeft u een interruptie van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Erkens sprak over de waardering voor mensen die werken voor het Rijk. Daarom heb ik voor hem een simpele vraag. Ik denk dat hij namens de VVD als law-and-orderpartij ook gevangenispersoneel heel erg waardeert. Wat verdient een gevangenbewaarder of, laten we zeggen, een penitentiair inrichtingswerker? Wat verdienen zij?
De heer Erkens (VVD):
Ik weet welk pad we gaan afwandelen, dus laten we gewoon naar de discussie over de nullijn gaan, want waarschijnlijk is dat de vraag die mevrouw Beckerman wil stellen. Ik heb natuurlijk niet elke functieschaal en -indeling van elke werknemer binnen de overheid scherp voor mezelf. Het kabinet geeft in de brief aan dat het een openingsbod is. Ik vind zelf de route van de nullijn niet de meest verstandige om een taakstelling binnen de overheid te behalen. De hele hervorming die ik voor me zie betekent dat de overheid kleiner en effectiever wordt, maar betekent ook dat je de juiste mensen goed beloont en kan behouden, met name ook in de uitvoering. Wat ik dadelijk aan de minister ga vragen, is om in gesprek met de vakbonden te kijken of je ook op een andere manier de taakstelling kan bewerkstelligen, juist om deze belangrijke mensen in de uitvoering perspectief te geven.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, vervolgvraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Aan D66 stelde ik de vraag over de schoonmakers, aan de VVD over de gevangenbewaarders. De reden dat ik die vraag stel is dat heel veel politici geen idee hebben wat die salarissen zijn, terwijl ze tegelijkertijd wel pleiten voor hogere waardering voor anderen. Wat zou de VVD dan een reële beloning vinden? We zien nu, en uit onderzoek blijkt, dat deze salarissen lager liggen dan elders. Juist in de lagere salarisschalen zien mensen de kosten enorm stijgen.
De heer Erkens (VVD):
Ik ga niet vanuit de Kamer voor elke functie een salaris bepalen en bepalen wat daar eerlijk en fair voor is. Volgens mij moet dat gewoon goed onderzocht worden door het kabinet en moet dat in de uitwerking met de vakbonden vastgesteld worden, zoals deze processen altijd lopen. Ik snap dat mevrouw Beckerman deze interruptie op deze manier heeft voorbereid, maar ik heb net al een antwoord gegeven op de vraag waar zij naartoe gaat, namelijk de vraag over de nullijn en het feit dat mensen er niet op vooruitgaan. Mij lijkt het logisch dat de minister in de gesprekken ook de ruimte voelt om te kijken of hij de besparing op andere manieren kan realiseren. Wij willen als VVD een kleinere overheid, maar die moet wel effectiever zijn. Dat betekent dat je de juiste mensen, met name ook in de uitvoering of met een bepaalde expertise, bijvoorbeeld op het gebied van IT, dat ik net noemde, waardoor we veel externe inhuur hebben, ook goed kan belonen. Ik hoop dat mevrouw Beckerman ook hoort dat wij best wel nader tot elkaar komen, als ik goed ingeschat heb waar zij naartoe wil met deze interrupties.
De voorzitter:
Ik zat al op drie vragen, mevrouw Beckerman. Of tel ik niet goed?
De heer Erkens (VVD):
Het waren er twee.
De voorzitter:
Laatste keer, mevrouw Beckerman. Excuus, ik moet beter tellen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb die interruptie inderdaad voorbereid. Ik neem aan dat we allemaal het debat voorbereiden. Dit punt is heel urgent, want er worden acties aangekondigd door deze essentiële ambtenaren. Die zijn heel essentieel. In mijn provincie is het vandaag code rood. We hebben Rijkswaterstaat heel hard nodig. Maar deze mensen zijn wel op de nullijn gezet. Ook aan de heer Erkens is mijn vraag de volgende. In het coalitieakkoord van vrijdag worden wel hoge salarissen aangekondigd voor echt hoogbetaalde ambtenaren. Die mogen omhoog. De heer Erkens zegt nu echt wel ruimte te willen zoeken, ook voor lagere salarisschalen. Is dit dan niet de hele logische route, om te gaan kijken of we deze beroepen niet moeten gaan herwaarderen bij de overheid, omdat zonder deze mensen Nederland echt stilstaat? Waarom wel voor de top voor hoger pleiten en niet duidelijk willen zijn over al deze essentiële beroepen?
De heer Erkens (VVD):
Ik pleit ook niet voor hogere salarissen voor de hele ambtelijke top. Wat er in het akkoord staat, is dat er gekeken wordt hoe we ervoor kunnen zorgen dat de juiste expertise binnen de overheid gehaald kan worden, zodat we niet hele dure externe krachten moeten inhuren. Ook gaf ik net aan dat het bij ons met name erom gaat dat de overheid effectiever en kleiner wordt. En dat betekent dus dat je de juiste mensen goed kan belonen en dat je de mensen in de uitvoering ook goed kan belonen. Ik heb al tweemaal aangegeven dat de minister wat mij betreft ook de ruimte heeft om in zijn gesprekken met die vakbonden de alternatieve routes te zoeken. Volgens mij vinden mevrouw Beckerman en ik elkaar hier eigenlijk dus best wel goed in. Ik zie haar ook instemmend knikken.
De heer Flach (SGP):
Ja, ik wil het over een heel ander onderwerp hebben. Bij de vorige behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, op 9 oktober 2024, hebben we het gehad over de kiesdrempel. Ik heb dat toen een oude ballon genoemd die voor de zoveelste keer werd opgeblazen. We waren allemaal getuige van de roemloze ondergang van de motie-Erkens, louter gesteund door zijn eigen fractie. Nu komt datzelfde idee bij het CDA vandaan, dat toen nog maar net bekomen was van een terugval naar vijf zetels. Mijn vraag aan de heer Erkens is of hij ze niet verteld heeft hoe het is verlopen op 9 oktober 2024.
De heer Erkens (VVD):
Ik zag bij die motie zelfs dat een aantal fractiegenoten van mij toch beschaamd hun hand omlaag deden, waardoor ik daar op dat moment eigenlijk in mijn eentje zat. Uiteindelijk is het probleem, zoals ik het zie, dat de politiek vrij versnipperd is. Je ziet dat je daardoor eigenlijk op bepaalde onderwerpen vaak toch meer ondersteuning nodig hebt om de diepte in te kunnen gaan. De heer Flach loopt heel veel debatten af en doet dat uitstekend. Ik denk wel dat er een discussie gaande is, ook in de maatschappij, over hoe je ervoor zorgt dat onze democratie goed kan functioneren. De kiesdrempel is daar een mogelijke route voor. Maar ik zie natuurlijk ook de weerstand en het verzet dat het uiteindelijk oproept bij partijen die aan de kant van de discussie zitten, of ze daarmee terugkomen of niet, en die een hele mooie parlementaire traditie hebben. Er staat daarom ook enkel in dat het een onderzoek is en dat we hierover met elkaar in discussie gaan in het parlement. Ik denk dat de heer Flach en ik de komende tien jaar bij deze begroting steeds dezelfde discussie met elkaar kunnen voeren.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Ik ben blij om te zien dat het enthousiasme bij de heer Erkens ook tot het nulpunt gedaald is; dat geeft moed wat dat betreft. We hebben toen namelijk ook gewisseld dat 1,5 miljoen mensen dan niet vertegenwoordigd zouden zijn in deze Kamer. Dat versterkt niet de democratie, maar vergroot eerder de tegenstellingen. We horen nog steeds bij de vijf gelukkigste volkjes van de wereld, ondanks, of misschien wel dankzij, dat versnipperde stelsel. Ik zou dus op z'n minst willen meegeven, als dat onderzoek dan toch gaat plaatsvinden, om ook eens te kijken naar de mooie effecten die het heeft. Natuurlijk kost zo'n begrotingbehandeling iets meer tijd, maar iedere Nederlander weet zich hier vertegenwoordigd in deze zaal. Ik ben dus blij dat u dat idee in ieder geval ook aanhangt.
De voorzitter:
Goed. Ik hoor geen vragen meer, meneer Erkens, dus we gaan …
De heer Erkens (VVD):
Even een hele korte reflectie, voorzitter. Ik vind dat de heer Flach het wel mooi verwoordt. We hebben volgens mij een heel mooi parlementair systeem in Nederland. Zoals de heer Sneller zei, zie je dat het ook wel veel beter tegen een stootje kan als je het vergelijkt met andere landen. We moeten dus volgens mij ook niet het kind met het badwater weggooien. We gaan hier tegen die tijd gewoon een inhoudelijke discussie over voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is de kern van onze Nederlandse democratische rechtsstaat dat we ook altijd de minderheden in het oog houden, omdat we weten dat we allemaal op een dag een minderheid zijn. Dat laten we juist ook mooi in ons representatieve stelsel zien, maar dat gaat natuurlijk wel tot aan de 150 Kamerzetels. Niet iedere burger kan hier zomaar komen spreken, want we hebben wel allemaal kiezersmandaat. Ik zie, net als collega Erkens, dat de versplintering absoluut ook negatieve gevolgen heeft. Mijn vraag is of we het dan niet veel meer zouden moeten hebben over afsplitsing en bijvoorbeeld kiezersmandaat?
De heer Erkens (VVD):
Dat is wat mij betreft ook een onderdeel van die discussie. Je moet het in het bredere plaatje zien. Ik denk dat, tegen de tijd dat dit onderzoek naar een kiesdrempel uitkomt, je met elkaar moet gaan bespreken welke problemen we met elkaar willen oplossen in het bredere geheel en of dit een deel van die oplossing daarvoor is of niet. Dan kunnen een heleboel andere aspecten natuurlijk ook aan bod komen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil niet telkens dezelfde beeldspraak gebruiken, maar opnieuw wordt het paard achter de wagen gespannen. Eerst wordt er een middel gepakt, namelijk het verhogen van de kiesdrempel. Dat gaat onderzocht worden. Maar het doel is bevorderen dat de politiek beter werkt. We moeten in het kader van alle afsplitsingen en alle versplintering kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de gewortelde stromingen het ideologische debat hier met elkaar kunnen voeren. Is collega Erkens het met mij eens dat je dan veel beter die onderzoeksopdracht zou kunnen veranderen in hoe je de politiek kunt versterken op deze punten en de versplintering op verschillende manieren tegen kan gaan?
De heer Erkens (VVD):
Ik vind zelf een onderzoek naar een kiesdrempel niet onlogisch, met alle voor- en nadelen die daarbij komen kijken. Mevrouw Bikker geeft aan: ik denk dat die discussie beter gevoerd kan worden als we die opdracht verbreden. Ik vind dat geen gekke gedachte.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben blij dat te horen, want ik ben altijd met collega Erkens opgetrokken op het gebied van onnodige onderzoeken en allerlei advies- en consultantbureaus die goudgeld verdienen aan ideeën waarvan we eigenlijk zelf al wisten dat die slecht waren. Daar zijn we tegen. Ik moedig collega Erkens dus van harte aan om samen met mij te kijken wat we beter kunnen doen zonder dat we allerlei advies- en consultantbureaus aan het werk zetten met belastinggeld.
De heer Erkens (VVD):
Ik vind dit een mooi voorstel. Mevrouw Bikker en ik zullen elkaar buiten dit interruptiedebatje opzoeken. Volgens mij willen we een probleem oplossen met elkaar en kun je daar een bredere discussie over voeren.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, welkom. U heeft een vraag aan de heer Erkens.
De heer Vermeer (BBB):
Sorry dat ik wat later was in verband met een box 3-debat.
De voorzitter:
Dat is helemaal niet erg.
De heer Vermeer (BBB):
Mijn vraag aan de heer Erkens hierover is: vindt de heer Erkens dat de grote crisissen in dit land veroorzaakt zijn door kleine of grote partijen?
De heer Erkens (VVD):
Veel van de problemen die wij in dit parlement ondervinden, hebben we ook deels met elkaar veroorzaakt in dit parlement. Dat heeft niet te maken met de grootte van partijen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dan is mijn vervolgvraag: als we dan toch een onderzoek doen, moeten we dan niet naast een kiesdrempel ook nog een kiesplafond instellen om te voorkomen dat er nog meer grote partijen zijn die grote problemen veroorzaken?
De heer Erkens (VVD):
Ik zie het voorstel van de heer Vermeer voor een kiesplafond wel tegemoet, maar ik denk dat een verbreding van deze discussie in de commissie voor Binnenlandse Zaken heel logisch zou zijn. Die discussie had ik net ook met mevrouw Bikker. Volgens mij proberen we met elkaar een probleem op te lossen, namelijk: hoe zorg je dat een parlement met 150 leden effectief zijn werk kan uitvoeren en zijn er op dat gebied meerdere routes die naar Rome leiden? Ik ben niet per se fan van het voorstel voor een kiesplafond, maar die bredere discussie lijkt mij hier wel logisch.
De voorzitter:
Tot slot. O, meneer Vermeer loopt terug. Meneer Erkens, vervolgt u uw betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan gaan we door naar de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een sleutelrol in het functioneren van de overheid en gaat over het topkader van onze overheid. Wat ons betreft wordt er echter nog te weinig gestuurd op expertise. Ook wordt er vaak in dezelfde netwerken gerekruteerd. Toppers vanuit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, de uitvoering, het onderwijs of wat dan ook maken te weinig de overstap naar deze functies. Daarom pleiten we voor langere zittingstermijnen, dus niet te veel rouleren tussen departementen, maar echt expertise opbouwen. Ook pleiten we voor fors meer extern werven, vanuit al die organisaties en velden die ik net noemde. Ik vraag aan de minister: welke concrete stappen kunnen er gezet worden om de ABD zodanig te hervormen?
Voorzitter. Een professionele overheid vraagt ook om duidelijke verwachtingen en het belonen van prestaties. Op dit moment stuurt de overheid te weinig op meetbare productiviteit en resultaten, met als gevolg dat het werk van hardwerkende ambtenaren onvoldoende wordt beloond en er in sommige organisaties een cultuur van middelmatigheid kan ontstaan. Daarbij zie je: als je extra stappen zet, wordt dat niet erkend. Dat is zonde.
Wie hard werkt, moet sneller kunnen doorgroeien en moet dat sneller kunnen terugzien, ook in de vorm van een beloning, zoals ik net in mijn interruptiedebat met mevrouw Beckerman ook aangaf. Het gaat echt niet alleen om topfuncties; het gaat om de hele ambtelijke organisatie. Daarom zijn we benieuwd — ik heb het al gezegd — of de minister alternatieven zag of ziet voor de nullijn in de salarisontwikkeling om de taakstelling te halen. Er kon immers ook gekozen worden voor een hervorming waarbij de overheid inkrimpt, maar we goede mensen wel blijven belonen. Graag een reactie van de minister hierop. Hoe borgt de minister dat de Rijksoverheid een aantrekkelijke werkgever blijft en hiermee geen demotiverend signaal afgeeft, waardoor juist de goede krachten vertrekken?
De heer Struijs (50PLUS):
Even een vraag over de ABD. Voor 50PLUS is die een doorn in het oog. Er wordt in de ABD-top, en zeker in de uitvoerende organisaties, veel gesproken over "regenwormmanagement". Dat wil zeggen: als je een regenworm doormidden slaat, heb je er twee. Er wordt niet voldoende geselecteerd aan de hand van diversiteit en de universiteit van het leven. Daarbij kijk ik vooral naar wetenschappelijke achtergronden. Wij zeggen weleens: geef wat meer ruimte aan de socioloog en de filosoof. Bent u het eens met deze stelling? Zo ja, wilt u daarin dan samen met 50PLUS optrekken?
De heer Erkens (VVD):
Ik ben het hier volledig mee eens. Ik denk dat er breder geworven moet worden. Op dit moment vissen we met name uit dezelfde vijver en waarderen we dezelfde kenmerken. Volgens mij zou het heel gezond zijn als we dat zouden verbreden, onder andere naar de voorbeelden die de heer Struijs noemde, maar ik heb er ook nog een aantal. Ik trek daar graag samen in op.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer Struijs?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb eigenlijk een vraag op een ander terrein, namelijk AI. Momenteel lopen er vele pilots met AI onder rijksambtenaren en gemeenteambtenaren. Die zijn zeer succesvol. Het is geen wondermiddel, maar de kwaliteit en de efficiëntie neemt toe. We zien echter dat die uitkomsten toch een beetje worden gedempt, omdat mensen ook een beetje bang zijn voor hun baan. Ik denk dat dat niet nodig is. Bent u het met mij eens dat de regulering van AI, met positieve en negatieve dingen, onderdeel moet zijn van het hele ambtenarenapparaat, als we er toch naar gaan kijken?
De heer Erkens (VVD):
Daar ben ik het volledig mee eens. De heer Struijs wist misschien hoe mijn inbreng zich ging vervolgen, want ik heb daar dadelijk ook nog een uitgebreid stuk over. Althans, dat dacht ik. Het biedt grote kansen en we hebben een krappe arbeidsmarkt. We zien dat een groot deel van de mensen bij de overheid, met name in de uitvoering, in de komende jaren met pensioen gaat. De heer Struijs kent de situatie bij de politie natuurlijk heel goed. Ik denk dat AI een kans biedt om bureaucratische activiteiten inderdaad deels te automatiseren, zodat we juist mensen vrijspelen voor de uitvoering, dus zeker, het moet in het DNA van de hele overheid komen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb twee keer ja; ik ga snel zitten!
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, op dit punt.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik was even aan het luisteren naar de inbreng van de heer Erkens. Ik ging een beetje terug naar de jaren tachtig. Toen was ik trouwens nog niet geboren.
De heer Erkens (VVD):
Ik ook niet.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Toen speelde heel erg de discussie over New Public Management, een efficiëntere overheid, maar we weten toch eigenlijk al dat dat leidt tot meer administratie, een verlies van politieke controle, doorgeschoten verantwoording, want meten is weten, en ook het verlies van publieke waarde bij de overheid?
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat toch ook niet helpen bij dat gebrek aan vertrouwen in de politiek, dat de heer Erkens aan het begin van zijn betoog noemde?
De heer Erkens (VVD):
Deze interruptie is terecht. Als we doorslaan en alles proberen te vatten in cijfers, dan krijg je een ander probleem. Dan gaan we een nieuw administratief circus optuigen met elkaar. Waar ik heen zou willen, is dat we ambtenaren en mensen in de uitvoering minder vanuit de beleidsdepartementen in Den Haag zouden voorschrijven hoe ze hun werk moeten doen, dat dat meer op hoofdlijnen wordt vastgelegd en dat er aan de hand van het resultaat getoetst wordt of het werk goed uitgevoerd wordt. Dat zou in de praktijk betekenen dat mensen in de uitvoering soms ook meer ruimte krijgen om zelf een besluit te nemen als ze zien dat het in de praktijk knelt. We proberen hier in Den Haag de regels dusdanig gedetailleerd te maken dat we eigenlijk elke uitzondering daar ook in vatten. Ik zou het mooi vinden als we die voor 80% van de situaties, de meest voorkomende gevallen, uitwerken en dat voor die 20% van de gevallen die niet in al die gedetailleerde regels wordt gevat, de ambtenaren in de uitvoering de ruimte krijgen om daar zelf een besluit over te nemen. Alleen, dat betekent wel dat je moet meten wat de uitkomsten zijn van de ruimte die je biedt. Dat kan ook best hoog over.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Op zich ben ik het daar wel mee eens, maar voor die menselijke maat is het dan toch ook belangrijk dat je genoeg capaciteit hebt bij de overheid en dat er genoeg beslissingen door mensen worden genomen? Ik zag ook het amendement van de heer Erkens over AI. Daar maak ik me dan toch zorgen over als ik dit allemaal hoor, ook met bijvoorbeeld de toeslagenaffaire in het achterhoofd. Deelt de heer Erkens die zorgen?
De heer Erkens (VVD):
Als een besparing op de overheid zou betekenen dat je met name in de uitvoering goede mensen verliest, dan steken we het inderdaad niet goed in met elkaar. Ik zie AI als kans om juist veel van de administratieve taken te automatiseren, zodat je mensen vrijspeelt om die menselijke maat toe te passen. Ik denk dat dat de toekomst is van deze technologie. Het zorgt er juist voor dat heel veel taken die geautomatiseerd kunnen worden, geautomatiseerd worden, waardoor we mensen en hun tijd vrijspelen om direct contact met de burger te hebben. Alleen, dat betekent dus ook dat wij als politiek niet alles moeten dichtregelen, zodat ze wel zelf een besluit kunnen nemen en mensen kunnen helpen. Het is allemaal nog hoog over en abstract. Dit zijn belangrijke discussies. Ik denk dat we in de uitwerking hiervan zeker een goede, inhoudelijke discussie kunnen voeren om nader tot elkaar te komen. Volgens mij willen we hierin namelijk hetzelfde bereiken.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, tot slot.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat denk ik ook, maar ik vind die taakstelling van 1 miljard extra die in het nieuwe regeerakkoord staat en die boven op de taakstelling van 22% uit het vorige regeerakkoord komt, toch wat visieloos. Ik denk namelijk dat als deze gedachte erachter zit, je eerst moet kijken naar wat daarvoor nodig is, in plaats van al aan het begin een bedrag op te leggen in een taakstelling. Ik help de heer Erkens dus hopen dat het goedkomt. Ik kijk uit naar leuke inhoudelijke discussies, maar er is ook meer voor nodig, zou ik de heer Erkens willen meegeven.
De heer Erkens (VVD):
Dat neem ik mee. Wat betreft de taakstelling en het akkoord denk ik zelf dat je uiteindelijk ook niet gaat hervormen en geen keuzes gaat maken aan de voorkant als er geen prikkel is om dat te doen. Daar geloof ik wel heel erg in. Maar ik ben het wel eens dat we er met elkaar voor moeten waken dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit van de uitvoering. Volgens mij willen we met deze hervormingen juist zorgen dat we de ambtenaren in de praktijk vrijspelen om mensen beter te helpen en willen we alle complexe regelgeving waar mensen in vastlopen, versimpelen. Ik zie uit naar dat debat.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan ga ik door. Tegelijkertijd vergt samenwerking en kennisoverdracht ook weer meer fysieke aanwezigheid op kantoor. De thuiswerkcultuur bij de overheid lijkt op sommige vlakken wel ver te gaan. Het is uiteraard heel logisch als je een dag thuiswerkt om het te kunnen combineren met een gezin of mantelzorg. Die ruimte moet er altijd blijven. Daar is geen discussie over. Maar dat is wat anders dan ambtenaren die voltijds in het buitenland wonen en alleen kunnen inbellen via Teams. Teams en samenwerkingsverbanden worden in de praktijk gevormd door elkaar te zien, door informeel ideeën op te doen bij de koffieautomaat. De productiviteit ligt ook hoger als je die focus kan hebben met elkaar. Graag hoor ik van de minister wat de impact is van het huidige thuiswerkbeleid op de productiviteit. Wordt dit gemeten en, zo nee, is de minister van plan dit te doen? Klopt het dat het thuiswerkbeleid uit de coronaperiode — dat was toentertijd een noodmaatregel — binnen de overheid in veel gevallen is voortgezet en ook niet is veranderd of afgebouwd? Is het correct dat het deels daardoor een mooie secundaire arbeidsvoorwaarde is geworden? Is dat gebeurd op basis van evaluaties en onderzoek of is het na de epidemie eigenlijk gewoon doorgezet omdat we het nou eenmaal hadden?
Voorzitter. Ambtenaren hebben dit werk gekozen om hun steentje bij te dragen aan de samenleving, niet om de hele dag formulieren in te vullen of gegevens handmatig door te akkeren. Dat is bijvoorbeeld het geval bij tijdsintensieve Woo-processen. Juist daar kan AI ondersteunend in zijn, om verzoeken sneller en met minder fouten af te handelen, zodat we daarvoor minder mensen nodig hebben en zij voor andere taken ingezet kunnen worden. We zien ook grote kansen om met de gerichte inzet van AI de productiviteit te verhogen. Zonder deze inzet dreigt de overheid vast te lopen in stijgende kosten zonder daar resultaat voor terug te zien. Bij welke concrete processen wil de minister AI inzetten om de productiviteit te vergroten? Zou een pilot bij de Woo misschien een logisch begin zijn? We zien immers dat de ministeries en de gemeentes heel veel mankracht kwijt zijn met het handmatig afdoen van al die verzoeken.
Voorzitter. Onze overheid is onnodig complex en groot geworden. Daarom ben ik benieuwd of de minister ook aan de voorkant naar alle taken en verantwoordelijkheden heeft gekeken. Welke gerichte keuzes zou je daarin nog kunnen maken? Waar moet de overheid sterk staan en waar gaan we te veel in detail? In het verleden is op andere onderwerpen vaak een interdepartementaal beleidsonderzoek uitgevoerd. Dan wordt alles helemaal doorgelicht om alle opties te inventariseren. Gelet op de besparing die in het coalitieakkoord is opgenomen voor 2028, lijkt het mij niet gek om ook hierop zo'n onderzoek uit te zetten. Dan kunnen we in de Kamer aan de voorkant een gericht debat met elkaar voeren: welke keuzes willen we wel maken, welke keuzes willen we niet maken en wat zijn de implicaties van die keuzes? Is de minister bereid na te gaan of hiervoor zo'n ibo gestart kan worden, zodat je gericht een taakstelling kan invoeren en niet, zoals in het verleden vaak gebeurde, de kaasschaaf hanteert, waardoor we uiteindelijk het probleem dat we willen oplossen, niet oplossen en toch teruggaan naar de oude patronen?
Voorzitter. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor al die goede, gemotiveerde mensen die de overheid rijk is en die elke dag weer proberen om Nederland een tikkeltje beter te krijgen. Zij verdienen een overheid die hun minder in de weg zit en hun prestaties beter waardeert.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Erkens. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouw Tseggai. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Tseggai, er is wat onrust over de lunch. Zal ik het even delen? Dat is altijd goed voor de mentale voorbereiding. In de ideale wereld ronden we de eerste termijn af, waarna we gaan lunchen — om 14.00 uur — en vervolgens gaan stemmen. Misschien moet je dat nooit delen — ik kijk nu even naar de voormalig Voorzitter — maar ik zit op schema: deze termijn in twee uur afronden.
Dat gezegd hebbend, geef ik het woord aan mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat iedereen zich ondanks de lage bloedsuikerspiegel toch kan concentreren op mijn inbreng.
Voorzitter. We bespreken deze begroting vandaag in een best wel gekke setting. Het jaar is al begonnen, de begroting is gemaakt door een dubbeldemissionair kabinet en we hebben net de plannen van het aankomende kabinet gezien. Het is dus een beetje gek, maar ik geloof dat we allemaal ons best gaan doen om er een zo goed mogelijk debat van te maken. In mijn inbreng wil ik graag bij vier punten stilstaan.
Allereerst ga ik in op de medeoverheden. Een discussie over interbestuurlijke verhoudingen komt al snel een beetje saai over, maar gezien de belangrijke taken die provincies, waterschappen en gemeenten allemaal uitvoeren, is zij dat allerminst. De gemeente is de overheid die het dichtst bij mensen staat. Iedereen heeft ermee te maken, of het nu gaat om het aanvragen van een paspoort, een bouwvergunning of een uitkering, of dat je gebruik wilt maken van voorzieningen zoals het buurthuis, de bibliotheek of de sportclub. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het onderhoud van de straat of over afval. Voor al deze cruciale voorzieningen staan gemeenten aan de lat. We zien dat gemeenten steeds meer financiële druk ervaren bij het in stand houden van deze voorzieningen. Dat speelt al vele jaren.
Het kabinet heeft het ravijnjaar wel tijdelijk opgelost, maar eigenlijk vooral vooruitgeschoven naar 2028. In het nieuwe coalitieakkoord staan mooie woorden over samenwerken met gemeenten, maar daarvoor is niet echt extra structureel geld gereserveerd, alleen incidenteel geld via een gemeenschapsfonds. We weten allemaal dat, als er geen afspraken worden gemaakt, gemeenten en daarmee dus de hele samenleving zich in 2028 voor een groot probleem gesteld zien. Ik ben benieuwd of de huidige minister kan bevestigen dat extra geld nodig is om dat ravijnjaar in 2028 af te wenden.
Voorzitter. Ik kom bij mijn tweede onderwerp. Het ging er net al even over: het Rijk als werkgever. Ook hier maak ik mij zorgen over. Zoals de heer Erkens net al zei, werken bij de Rijksoverheid inderdaad veel deskundige en toegewijde mensen: beleidsambtenaren en mensen van de Rijksschoonmaakorganisatie, maar ook ambtenaren bij uitvoeringsorganisaties. Er wordt keihard gewerkt om de dienstverlening van de overheid zo goed mogelijk vorm te geven. Mijn fractie zou het goed vinden als wij hier ook politiek waardering voor uitspreken en niet alleen maar meegaan met het frame dat ambtenaren onproductief en inefficiënt zouden zijn. Het huidige kabinet lijkt de Rijksoverheid vooral als een sluitpost te zien voor de financiën. Er moest 22% bezuinigd worden, maar daar lag niet echt een visie aan ten grondslag op wat de overheid dan niet meer of heel anders zou moeten gaan doen. De nieuwe coalitie wil er dan ook nog een keer op bezuinigen met maar liefst 1,5 miljard euro. En de overheid moet misschien wel slagvaardiger zijn en efficiënter, maar er wordt ook fors bezuinigd op subsidies. Wat er dan precies gaat gebeuren, anders dan dat er minder regels en minder externe inhuur zou moeten komen, is mij niet helemaal duidelijk. Deze minister stuurde niet zo lang geleden een brief aan de Kamer, waaruit bleek dat het nog allerminst gelukt is om de taakstelling te behalen. Daarom de vraag aan deze minister: is hij het met ons eens dat eerst een bezuiniging inboeken en daarna pas kijken hoe je die kunt behalen, toch een beetje de verkeerde volgorde is? En welke risico's ziet de minister voor de Rijksoverheid als er nog een keer zo fors bezuinigd wordt?
Wat mij in het coalitieakkoord verbaasde, is dat er enerzijds fors gesneden moet worden in het aantal ambtenaren, maar dat anderzijds de Wet normering topinkomens voor topambtenaren wordt versoepeld om die externe inhuur terug te dringen. Ik ben benieuwd of de huidige minister denkt dat hiermee de externe inhuur daadwerkelijk kan worden teruggedrongen. Ik noemde net al de mensen bij de Rijksschoonmaakorganisatie, maar ik zou ook de mensen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen willen noemen. Dat zijn ambtenaren die tegen relatief lage salarissen enorm belangrijk werk doen. Bij de DJI is de werkdruk enorm. Zij verdienen ontzettend veel waardering, niet alleen in woord, maar ook in een fatsoenlijk salaris. En het zijn deze ambtenaren in de lagere salarisschalen die stevig getroffen worden door de nullijn die dit kabinet dit jaar hanteert. Wat mijn fractie betreft is dat heel onverstandig. Een generieke nullijn betekent volgens mij juist dat de personeelstekorten nog verder zullen oplopen. Uit onderzoek van de FNV blijkt juist dat de uitvoeringsinstanties extra worden geraakt door de nullijn. Ik zou graag een reactie van de minister hierop zien. Welke risico's ziet hij? Erkent hij ook dat de nullijn bijdraagt aan de verdere uitstroom van medewerkers bij cruciale uitvoeringsorganisaties en dat dit die uitvoeringsorganisaties qua slagkracht eigenlijk terug kan duwen? En kan hij toelichten, of eigenlijk een update ervan geven, waar we bij de nieuwe cao nu zijn aanbeland? Hoe zet hij zich ervoor in dat er alsnog op korte termijn een cao kan worden afgesloten?
Voorzitter. Dan kom ik bij onze democratische rechtsstaat. Ik heb genoten van de beschouwingen die ik daar net over heb gehoord. We zien om ons heen dat de democratische rechtsstaat in omliggende landen steeds meer wordt ondermijnd, dus dat is iets wat we moeten onderhouden. In deze Kamer debatteren we vaak over de antidemocratische ontwikkelingen in andere landen, maar ook in ons eigen land zien we dat de onafhankelijke rechtspraak, vrije media en democratische instituties het steeds vaker te verduren hebben. Ook politici hebben steeds vaker te maken met bedreigingen. Dit alles helpt niet om onze democratische rechtsstaat goed te onderhouden, of goed te houden. Ik ben blij met een aantal nieuwe maatregelen in het coalitieakkoord, bijvoorbeeld constitutionele toetsing, het niet inperken van de Wet open overheid en het invoeren van een lobbyregister. Maar wat ik wel een beetje mis, is aandacht voor de sociale weerbaarheid. Als mensen in de samenleving niet meer het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is en als we niet voorkomen dat wie veel geld heeft invloed kan kopen, dan kunnen we op papier onze democratische rechtsstaat wel heel goed hebben geregeld, maar dan erodeert de democratie uiteindelijk toch wel. Bij deze begroting gaan we misschien al deze zorgen niet weg kunnen nemen, maar de minister kan ervan verzekerd zijn dat GroenLinks-PvdA hier de komende tijd voorstellen over zal doen, en ook langs de weg van de sociale weerbaarheid de democratische rechtsstaat zal proberen te versterken.
Dan, voorzitter, kom ik bij mijn laatste onderwerp: discriminatie en racisme. Ik had daar net al even een interruptiedebatje over. Ik ben eigenlijk ontzettend teleurgesteld over wat ik de afgelopen twee jaar in deze Kamer op dit onderwerp heb gezien, namelijk totale stilstand. Er zou een nationaal programma komen. Ik was daar erg hoopvol over, maar de minister heeft besloten om dit te beëindigen. Ik zou graag willen weten waarom. Betekent dat dat er geen gecoördineerde aanpak meer zal zijn op het gebied van discriminatie en racisme in een volgend kabinet? De versnipperde verantwoordelijkheid in Den Haag helpt niet, dus een nationaal programma over departementen heen lijkt mij erg belangrijk. Ik heb hier in de vorige periode ook een motie over ingediend met mijn oud-collega Koops van NSC, omdat die versnippering een probleem is waar we al langere tijd tegenaan lopen in deze Kamer. Zou de minister daarop kunnen reflecteren?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tseggai, voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan de heer Vermeer voor zijn bijdrage in eerste termijn. Hij spreekt namens de BBB. Aan u het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. BBB is opgericht om de stem van en voor het platteland en de regio te laten klinken in Den Haag. Te lang zijn het platteland en de regio onderbelicht geweest bij de totstandkoming van beleid. Er is een kloof ontstaan tussen Den Haag en de regio, een kloof die zijn oorsprong al decennia geleden kent. De mensen op het platteland voelen die afstand al lang, maar in plaats van te luisteren had Den Haag eerst een onderzoek nodig om dat te erkennen en te herkennen. Dat onderzoek is er gekomen: Elke regio telt! In het regeerprogramma van het demissionaire kabinet is uitgesproken dat er uitvoering zal worden gegeven aan de conclusies van dit rapport. BBB was en is er trots op dat dit is gelukt. Want precies daarvoor zijn wij opgericht.
Inmiddels zijn de gesprekken met de regio's volop gaande en worden er plannen besproken. We horen daar ook positieve signalen over. Maar plannen zijn pas iets waard als ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Daarom mijn eerste vraag aan de minister: kan de minister op korte termijn inzichtelijk maken wat de uitvoeringskosten zullen zijn van het Nationaal Programma Vitale Regio's? Net als bij de programma's in Groningen moeten we er namelijk voor zorgen dat we de kosten laag houden en dat zo veel mogelijk van het te besteden geld op de juiste plek terechtkomt. Net zoals we Groningen koste wat het kost blijven steunen, zijn ook andere regio's van groot belang voor de toekomst van ons land. Daarom zal ik namens mijn fractie in de tweede termijn een motie indienen om de regering te verzoeken de benodigde middelen zo ruimhartig als nodig is beschikbaar te stellen om het Nationaal Programma Vitale Regio's daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.
Voorzitter. Dan het Gemeentefonds. Knaken moeten taken volgen. Gemeenten krijgen steeds meer verantwoordelijkheden, maar het financiële plaatje blijft daarbij achter. Daarom vraag ik de minister of hij alsnog bereid is om te onderzoeken welk deel van het Gemeentefonds daadwerkelijk opgaat aan medebewindstaken en welk deel resteert voor autonome taken van gemeenten.
Over gemeenten gesproken: ik wil ook graag iets zeggen over lokale politieke partijen. BBB ziet lokale partijen als de ruggengraat van onze lokale democratie. Niet voor niets zijn het feitelijk de grootste partijen van Nederland. Het is niet uitlegbaar dat landelijke partijen wel subsidie ontvangen, terwijl lokale partijen zonder landelijke evenknie die niet krijgen. Collega Clemminck van JA21 heeft een amendement ingediend om al gereserveerde middelen eerder een bestemming te geven. Wij staan in principe welwillend tegenover dat amendement. Graag hoor ik ook van de minister hoe hij daartegen aankijkt. Overigens hebben die partijen ook zonder subsidie vaak vele verkiezingen gewonnen. Ik kan er zelf over meepraten. Het gaat niet alleen om geld, maar het moet wel eerlijk verdeeld worden.
Voorzitter. Tot slot de burgemeester. Mijn fractie is een groot voorstander van het moderniseren van ons staatsbestel. Wij hebben daar meerdere ideeën over. Maar ik licht er vandaag eentje uit: de gekozen burgemeester. De rol van de burgemeester is in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Waar het ooit vooral een administratieve en ceremoniële functie betrof, is het uitgegroeid tot een zware bestuurlijke en maatschappelijke rol, met grote verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid, orde én verbinding in de lokale gemeenschap. BBB is van mening dat bij zulke verantwoordelijkheden ook democratisch mandaat hoort, dus dat inwoners hun burgemeester rechtstreeks moeten kunnen kiezen én hem of haar op die manier er ook op kunnen afrekenen. Graag hoor ik van de minister hoe hij tegen de invoering van een gekozen burgemeester aankijkt. In tweede termijn zal ik namens BBB hierover een motie indienen met het verzoek aan het kabinet om een wetsvoorstel voor te bereiden dat de gekozen burgemeester mogelijk maakt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Ik kijk naar de heer Bosma. Gaat hij voor een interruptie? Nee, hij was zich letterlijk even aan het warmlopen. We gaan het trouwens iets anders doen. Ik wil naar de bijdrage van de heer Bosma en daarna naar de bijdragen van de beide sprekers van het CDA. Daarna wil ik schorsen voor de lunch.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk eens aan. Ik wist wel dat u voor rede vatbaar was.
De voorzitter:
Ik heb vooral zelf natuurlijk ook lichte trek.
De heer Martin Bosma (PVV):
O, het is gewoon weer eigenbelang?
De voorzitter:
Dat gezegd hebbende, is het woord aan de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Als mijn bijdrage overstemd wordt door vreemde geluiden, is dat mijn maag die rommelt. Het is mijn maidenspeech, maar interrupties zijn altijd welkom. Complimenten aan de maidenspeecher van hedenochtend, mevrouw Huizenga. Ik heb met veel plezier naar haar geluisterd. Zij gaat een gouden parlementaire toekomst tegemoet. Het was ook een invoelbare speech, want mevrouw Huizenga zei dat ze zich voelt als een jonge godin. Ik voel me ook als een jonge god. We zitten dus op dezelfde pagina, zal ik maar zeggen.
We moeten het vandaag doen zonder de staatssecretaris. Dat is vanwege kommervolle redenen. Ik sprak hem vorige week even. Ik heb de afgelopen jaren met heel veel plezier met hem samengewerkt. Ik denk dat ik misschien wel namens de hele Kamer spreek als ik zeg dat ik hoop dat de minister onze steun wil overbrengen aan de staatssecretaris en dat hij hem het allerbeste wil wensen. Ik heb een aantal weken geleden iets soortgelijks meegemaakt, dus ook dit is invoelbaar.
Het is toch een onwerkelijk debat vandaag. We hebben namelijk te maken met een minister, die wij vandaag de nieren mogen proeven, die niet één maar twee keer demissionair is. Staatsrechtelijk klopt het niet wat ik zeg, maar de minister begrijpt dat ik wil zeggen dat er twee partijen uit het kabinet gesprongen zijn. Gisteren hebben we natuurlijk het debat over het kabinet in de grondverf meegemaakt. Ik kan me dus voorstellen dat deze minister op het ministerie al bezig is met het inpakken van de familiefoto's en het bijeenschrapen van de herinneringen. Het is toch raar om met een minister in deze positie een debat te moeten voeren. Maar dat kan ook zijn voordelen hebben. Deze minister valt namelijk niks meer te verwijten, want over een paar weken is hij toch weg.
Daarom wil ik beginnen met een hele open vraag, namelijk: hoe is het hem bevallen? Wat is hem opgevallen? Hij was iemand van buiten de Haagse politiek, een zijinstromer, die ineens bewindspersoon werd. Wat heeft die frisse blik, die hij ongetwijfeld moet hebben, ook omdat hij er nog niet zo lang zit, hem opgeleverd? Hij komt zo'n ministerie binnen, het moederdepartement, zo'n olietanker, die al een kleine 200 jaar vaart. Wat vindt hij daar nou van? Hoe heeft hij dat als buitenstaander beleefd? Ik ben daar heel erg benieuwd naar. Iets breder: heeft hij enige invloed kunnen hebben? Nog iets breder gesteld: wat vindt hij van de staat van de democratie? Hoe gaat het daarmee, is mijn bescheiden vraagstelling. Het zijn hele open vragen. Hij kan ermee doen wat hij wil. Ik ben gewoon erg benieuwd naar zijn mening.
Het kabinet-Schoof — ik zou bijna zeggen "het vorige kabinet", maar het is het huidige kabinet — wilde geen kiesdrempel. Daar is weleens een motie over ingediend, maar die heeft het heel erg niet gehaald. Als een duveltje-uit-een-doosje is dit in het regeerakkoord terechtgekomen. Wat vindt de minister daarvan? Ik ben erg benieuwd naar zijn mening. Het stond niet in het regeerakkoord van Schoof, maar wel in het komende regeerakkoord. Wat vindt hij daarvan? Wat vindt hij van het argument, dat vandaag ook weer te berde werd gebracht, dat als je overgaat tot een kiesdrempel, je — noem eens wat — 1,5 miljoen mensen uitsluit en die dus eigenlijk buiten de democratie houdt? Vindt hij dat een valide argument of denkt hij dat de democratie er beter van gaat werken als we minder partijen hebben in de Tweede Kamer?
Een ander interessant onderwerp is het grondwettelijk hof. Mijn fractie is daar nooit een voorstander van geweest, maar het is wel in het vorige regeerakkoord terechtgekomen. Toen NSC uit het kabinet stapte, is het onderwerp eigenlijk volledig kaltgestellt, maar nu is het weer terug. Ik ben erg benieuwd wat de minister vindt van die ontwikkeling. Draagt een grondwettelijk hof bij aan een betere democratie?
Een ander onderwerp is — en dat is vaak ter sprake gebracht — de enorme kloof ...
De voorzitter:
De heer Sneller heeft een vraag voor u.
De heer Sneller (D66):
Bij wijze van interruptie een kleine correctie: het grondwettelijk hof is volgens mij niet terug.
De voorzitter:
Goed.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Dan een onderwerp dat vaker ter sprake is gekomen: de diplomademocratie, zoals dat genoemd wordt. Dat is een onjuiste betiteling. Dat gaat over de enorme kloof tussen praktisch en theoretisch opgeleide mensen. De heer Vermeer leek daar in zijn bijdrage ook aan te refereren, maar hij vloog het vooral regionaal aan. De heer Wouter Schakel heeft zeer belangwekkend politicologisch onderzoek verricht. Ik ben van huis uit politicoloog, en volgens mij is dat echt een van de allerbelangrijkste politicologische onderzoeken. Daaruit is gebleken dat er één groep in Nederland is die altijd zijn zin krijgt, linksom of rechtsom, en dat zijn hoogopgeleiden. Sterker nog, iets scherper geformuleerd: universitair gevormde mensen. Die krijgen vrijwel altijd hun zin in Nederland. Dat is onderzocht, dat is het briljante van het onderzoek, door een kleine 300 onderwerpen te nemen — 291 om precies te zijn — en te kijken wat er met meningen gebeurt. Worden die meningen beleid, of blijven die meningen plakken aan de toog van het café of de opiniepagina van de krant? Welke meningen worden er daadwerkelijk beleid? Wouter Schakel heeft dat uitgezocht en zegt: de meningen die beleid worden, zijn de meningen van de hoogopgeleiden in Nederland.
De voorzitter:
Ik zit even te kijken. Doet uw klokje het nog? U bent het een tijdje niet meer gewend, maar u bent behoorlijk door de tijd heen aan het gaan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb dat klokje in geen jaren gezien, dus daar moet u ...
De voorzitter:
Ik dacht: ik help u even. Er staat daaronder zo'n klein klokje.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zit midden in een re-integratieproces; u moet me wel een beetje helpen.
De voorzitter:
Daarom dacht ik ook: niet te streng zijn. Maar u schiet er nu toch wel doorheen en u staat daar zo ontspannen, dat dit nog uren kan duren.
De heer Martin Bosma (PVV):
Er komt nu twee jaar aan agressie uit, dat begrijpt u wel. Dat heeft zich in al die jaren behoorlijk opgehoopt.
De voorzitter:
Goed, maar in alle ernst, kunt u afronden?
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik brei er heel snel een eind aan. Uit politicologisch onderzoek blijkt dus dat de wereld, althans Nederland, er anders uit had gezien als niet hoogopgeleiden hun zin zouden krijgen, maar het brede Nederlandse volk. Dat gaat dan om immigratie, verschillen tussen rijk en arm, sociale voorzieningen, criminaliteit en Europese integratie. Hoe staat de minister daartegenover?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Omdat dit een buitengewoon boeiend onderwerp is. Als SGP-fractie hebben wij ons onlangs gelaafd aan de inzichten van de hoogleraren Bovens en Wille naar aanleiding van hun boek Diplomademocratie. Dus wij herkennen ook veel van wat de heer Bosma zegt. Ik ben benieuwd naar zijn opvatting over wat de oplossing daarvoor zou kunnen zijn. Het is natuurlijk onwenselijk als alleen hoger opgeleiden hun zin zouden krijgen en de rest van Nederland niet. Welke oplossingen ziet hij daarvoor?
De heer Martin Bosma (PVV):
Om te beginnen is die kreet "diplomademocratie" niet juist, want die gaat ervan uit dat het hoogopgeleiden zijn en dat het dus om personen gaat. Het gaat echter niet om personen, maar om denkbeelden en dat maakt het veel interessanter. Dus bepaalde denkbeelden worden beleid en andere denkbeelden weer niet. Daarom is dat dus niet een goede term. Als oplossing moet je bijvoorbeeld denken aan het referendum. De heer Flach zal er ongetwijfeld heel blij mee zijn dat ik dat noem. Dan kun je dus dwars door al die barrières die gebouwd zijn heen gaan. Je kunt bijvoorbeeld ook denken aan de gekozen burgemeester. Dat is een heel belangrijk onderwerp. Ik begrijp dat we daarvoor een motie krijgen.
Laten we ook eens praten over het kiezen van rechters. We zien nu een rechterlijke beslissing inzake Bonaire. Deze rechter is zelf klimaatactivist en baseert zich op Greenpeace. Dat zijn toch hele gevaarlijke dingen. Het ging net over een kleinere overheid. Dat is ook heel belangrijk. Een lobbyregister speelt hier ook een rol in. We moeten ervoor zorgen dat politieke partijen vrij kunnen zijn en dus niet aan de ketting worden gelegd door de overheid, zoals dreigt te gebeuren met allerlei maatregelen die we nu zien. Ik noem maatregelen die, weliswaar nog niet op beleidsniveau, maar toch informeel, worden aangeprezen om bijvoorbeeld de SGP aan te pakken omdat die bepaalde dingen vindt. Dus zorg er gewoon voor dat er maximale vrijheid is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dit lokt heel veel meer vragen uit. Die zal ik niet stellen, voorzitter, maar het boek Diplomademocratie laat ook zien dat hoogopgeleid wel degelijk verband houdt met denkbeelden. Dat ontstaat. Het is eigenlijk een nieuw soort klasse aan het worden, zo laten de beide hoogleraren zien, waarin mensen in hun eigen bubbel eigen denkbeelden ontwikkelen. Omdat de Kamer eigenlijk ook een onevenredige vertegenwoordiging is van het opleidingsniveau, noemen zij dat problematisch. Het mooie is dat ze zichzelf dat als hoogleraren ook aantrekken, van: wij hebben die mensen hoog opgeleid, maar ze kennelijk niet de denkbeelden meegegeven die het grootste gedeelte van Nederland heeft. In hoeverre ziet de heer Bosma ook oplossingen binnen het onderwijsstelsel?
De heer Martin Bosma (PVV):
Het zou goed zijn als het onderwijsstelsel wat diverser zou zijn en als universiteiten niet alleen maar linkse feestjes zouden zijn. Ik was op de opening van het academisch jaar van de Leidse universiteit. Dan hoor je daar een speech van een van de leiders van die universiteit, waarin allemaal linkse talking points worden afgevinkt: kolonialisme, slavernij, diversiteit, duurzaamheid. Het hele rijtje komt langs. Dan denk ik: vanuit hier geobserveerd zie ik twee taartpunten, waarbij de mensen van de Rijksuniversiteit ook een kleine buiging in de andere richting zouden kunnen maken. Maar dat doen ze niet. Blijkbaar moeten ze die linkse talking points allemaal afvinken omdat het instituten zijn die in belangrijke mate links zijn. De heer Flach heeft het over de bubbel van hoogopgeleiden. Die gaat nog veel verder. Een van de kenmerken van die hoogopgeleiden is dat ze heel erg conformistisch zijn. Er zijn dus meningen waar je aan moet voldoen, en waag het niet om daarvan af te wijken, anders lig je eruit. Dat gaat over heel veel dingen, over Zwarte Piet, over het klimaat et cetera.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai heeft ook een vraag voor u.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De discussie over diplomadiscriminatie wekte ook mijn interesse. Nu blijkt uit onderzoek, een peiling van EenVandaag, dat de PVV 47 zetels zou halen als alleen hoogopgeleiden in Nederland zouden stemmen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ah, dat klinkt goed.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dus we weten ...
De heer Martin Bosma (PVV):
Dan kunnen we nog een paar scheidingen hebben!
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
We weten dat praktisch opgeleiden fan zijn van de partij van de heer Bosma. Zou het niet leuk zijn voor die mensen als ze lid zouden kunnen worden van de PVV?
De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, dat zou helemaal verkeerd zijn. Nee, juist niet. Als je die diplomademocratie wilt versterken, moet je inderdaad toegaan naar een ledenpartij, een ledenconstructie. De reden waarom hoogopgeleiden altijd hun zin krijgen, is dat het bijvoorbeeld vergadertijgers zijn. Zij weten wegen te vinden om beleid te beïnvloeden, want zij zitten bij universiteiten, bij media, zij zijn die rechters en die officieren van justitie. Zij komen dus wel aan hun trekken. Als je geen vergadertijger bent, dan heb je het heel moeilijk. Wat nu allerlei partijen willen, is dat die vergadertijgers ook bij de PVV de macht kunnen grijpen.
Mevrouw Tseggai is van de Partij van de Arbeid en daar kun je zien hoe dat is misgegaan. Vroeger zaten die praktisch opgeleiden waar mevrouw Tseggai het net over had, bij de Partij van de Arbeid; nu niet meer. Want wat is er gebeurd met de Partij van de Arbeid? Die had een ledenconstructie — hoe dom kun je zijn? — en wat is er gebeurd? Allerlei doctorandussen, allerlei hoogopgeleiden hebben de macht overgenomen bij de Partij van de Arbeid. Die hoogopgeleiden, die doctorandussen, die heetten Nieuw Links. Daardoor is de Partij van de Arbeid geen arbeiderspartij meer, maar een partij voor linkse doctorandussen. Daar ben ik wel blij om, want de kiezers van de PvdA, de kiezers van mevrouw Tseggai, zitten nu bij de PVV.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel vriendelijk van de heer Bosma dat hij mij een lesje Nederlandse sociaaldemocratie geeft. Daar was ik nog niet van op de hoogte. Anyway, we hadden het over lid worden van de PVV. Als je als praktisch opgeleide meer betrokken wilt zijn bij de politiek, je mening wilt geven — want welke meningen er blijven plakken, is inderdaad heel erg belangrijk — dan is lid worden van een politieke partij bij uitstek een goede manier om dat te doen. En dan hebben we het niet alleen over vergaderen. We hebben het over politieke cafés waar je zaken met een biertje in de hand kunt bespreken.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Waarom is de heer Bosma daar zo bang voor?
De voorzitter:
Het is een beetje een herhaling van een eerder gestelde vraag.
De heer Martin Bosma (PVV):
Politieke cafés kun je organiseren zonder ledenconstructie. Wij drinken veel biertjes in onze partij, met heel veel plezier. Schokkend dat mevrouw Tseggai niet weet hoe dat is gegaan bij Nieuw Links, want dat is een heel belangrijk moment geweest in de geschiedenis van de sociaaldemocratie. Ik heb er een boek over geschreven; dat is gratis te downloaden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Het was een grapje.
De voorzitter:
Graag in de microfoon. Wat is uw antwoord op de vraag van mevrouw Tseggai?
De heer Martin Bosma (PVV):
O, u bent wel op de hoogte ... Mijn antwoord is dat een ledenstructuur helemaal niets toevoegt en dat ledenstructuren juist een aantasting zijn van de parlementaire democratie. Je hebt dat niet alleen gezien in het voorbeeld dat ik net noemde, maar bij het CDA ook. Dat schreef bijvoorbeeld Onno Ruding ook in zijn autobiografie. Hij zei dat het kader van het CDA veel linkser is dan de leden. De kiezers van het CDA willen rechts beleid, maar wat krijgen ze door die linkse kaders, door die linkse bestuurders? Een veel linkser CDA dan zij zelf zouden willen! Dat is een aantasting van de parlementaire democratie. Dus nee, we moeten niet toe naar een ledenstructuur en het moet helemaal niet van bovenaf worden opgelegd.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik concludeer dat de heer Bosma zich er zorgen over maakt of de meningen van praktisch opgeleiden wel blijven plakken voor beleid, maar dat hij niet wil dat die meningen blijven plakken bij zijn eigen partij, om de koers van zijn eigen partij te bepalen. Ik zou hem willen uitdagen om daar nog eens goed over na te denken.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zou mevrouw Tseggai willen uitnodigen om kennis te nemen van de parlementaire democratie, want Thorbecke wilde helemaal geen politieke partijen. Het huis van Thorbecke is een huis zonder politieke partijen. Als je kijkt naar de geschiedenis van bijna alle traditionele partijen hier, dan zie je dat het partijen waren die helemaal geen partijstructuur wilden. Waarom heette de voorganger van de VVD de "Liberale Unie" en niet de "Liberale Partij"? Dat was omdat ze de dwang van een politieke partij niet wilden. Waarom heette een van de voorgangers van het CDA, de CHU, de "Christelijk-Historische Unie"? Waarom scheidde De Savornin Lohman zich af? Dat was omdat hij tabak had van Abraham Kuyper, die een partij wilde …
De voorzitter:
Meneer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
… die zou gaan opleggen wat parlementariërs moesten stemmen.
De voorzitter:
Meneer Bosma!
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb wel gelijk, mevrouw.
De voorzitter:
Het is goed dat u weer terug bent op de plek waar u nu staat. Is het essentieel om hier nog een vraag over te stellen, meneer Vermeer, of zullen we naar de bijdrage van het CDA gaan luisteren?
De heer Martin Bosma (PVV):
Er staan allemaal mensen te dringen om mij te interrumperen!
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, in dit huis zou iedere vraag die iemand wil stellen als essentieel bestempeld moeten worden, dus ook deze.
De voorzitter:
Zeker. Ga uw gang, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Aangezien de heer Bosma hier met zo veel passie over spreekt, wil ik van hem horen of hij ook nog een verschil ziet tussen een volksvertegenwoordiger en een ledenvertegenwoordiger. Kan hij daarover filosoferen?
De voorzitter:
Nu wordt de heer Bosma op een nieuw onderwerp uitgenodigd om daar eens breeduit over te filosoferen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk, Burke hield ooit een fameuze rede, "To the Electors of Bristol". Burke is de grondlegger van het conservatisme. Er waren mensen in Bristol die op hem stemden en zeiden: we hebben op u gestemd, beste meneer Burke, en nu moet u ook doen wat wij van u willen. Burke heeft gezegd: nee, u heeft voor mij gekozen en nu moet u mij vertrouwen, want dat is het mandaat dat ik van u heb gekregen. De ledenconstructie is de pest voor de parlementaire democratie. Het is een enorme belediging voor ons dat we ons de les laten lezen door leden. Dat kan toch niet zo zijn? Het is toch tragisch dat D66 zich altijd sterk heeft gemaakt voor de gekozen burgemeester? Dat was een van de kroonjuwelen. Hans van Mierlo was daar trots op. Vervolgens wordt de kroonbenoeming uit de Grondwet gehaald. Dat is een van de grote dingen van D66 geweest. Nu zijn er leden — hoezo, leden? — en die gaan dan zeggen: "Nee, we willen het niet langer. Nu moeten we het inslikken." Dat is toch een vernedering van de fractie van D66 zoals die geschiedt door leden? Daar moeten wij toch met z'n allen tegen zijn? Bovendien zei de Grondwet: zonder last of ruggespraak. We moeten dus volledig maling hebben aan wat leden over ons denken te kunnen vinden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Het weggeven van kroonjuwelen en het niet doen wat je belooft, is natuurlijk heel slecht, ook voor het vertrouwen in de overheid en de politiek. Dat ben ik met de heer Bosma eens. Maar op welke manier zorgt de PVV dat het programma gevoed wordt en dat er feedback komt op het programma? Kan de heer Bosma daar even wat toelichting op geven?
De heer Martin Bosma (PVV):
Heel simpel. Wij zijn burgers en wij praten met iedereen. Je hoeft geen lid te zijn van een clubje of contributie betaald te hebben. In het Amsterdamse café praat ik met mensen en die komen met input. Als ik van hen dingen hoor waar ik het mee eens ben, dan veranderen wij van fractiestandpunt. Dat is heel simpel. Maar je hebt geen partij nodig. Verenigingen zijn ouderwets. Wie is er nog lid van een vereniging? Vroeger had je een bloeiend verenigingsleven. Dat is helemaal passé. Mensen die terug willen naar die verenigingen, willen terug naar de jaren vijftig. We leven in een tijd van Facebook en TikTok.
De voorzitter:
Tot slot de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Zonder verenigingsleven zouden heel veel buurten en wijken niet kunnen functioneren, dus die structuur helpt zeker. Het helpt ook zeker bij een voetbalwedstrijd om te kunnen zien wie er tegen wie speelt, kan ik als scheidsrechter zeggen. Dat heeft dus zeker nut.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het heeft zeker nut — daar ben ik het wel mee eens — maar de praktijk is dat het verenigingsleven zwaar is teruggelopen in de afgelopen decennia. Kijk eens bij voetbalverenigingen. Die hebben minder leden, minder vrijwilligers et cetera. Dat is de realiteit van vandaag. Het is dan raar om te zeggen: nee, de vereniging is helemaal de toekomst van de Nederlandse democratie. Het is juist niet de toekomst van de Nederlandse democratie; het is ons verleden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma, en goed dat u er weer bent. We gaan luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zij spreekt namens het CDA en houdt haar maidenspeech. De tweede spreker van het CDA, de heer Van den Brink, houdt eveneens zijn maidenspeech. Daarbij is het een goed gebruik om niet te interrumperen. Ik zou, als u dat beiden goedvindt, willen voorstellen om dan na beide maidenspeeches te schorsen voor felicitaties. Dat gezegd hebbende: mevrouw Boelsma.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin met mijn maidenspeech: ik heb een lesje gehad hoe je door interrupties je spreektijd goed kunt verruimen. Dank daarvoor dus, meneer Bosma.
Ik lees hier iets voor dat ik vond op de Engelse Wikipediapagina. Ik heb het even vrij vertaald naar onze beide rijkstalen, namelijk: "Eens in de vijftien jaar wordt ons land niet bestuurd vanuit Den Haag, maar door 22 rayonhoofden in Fryslân. Ons land is dan in goede handen." In onze tweede rijkstaal is dat: "By genôch iis leit it bestjoer net yn Den Haag, mar by de 22 Fryske rayonhaden. En dat giet bêst goed." Voordat me verweten wordt dat ik de feitjes omtrent het aantal rayonhoofden niet helemaal op orde heb: het is een wat ouder citaat.
Zonder gekheid: zo simpel kan het leven zijn. De waan van alledag beheerst vaak ons leven, totdat er iets ingrijpends of iets bijzonders gebeurt. Het ingrijpende verlies in mijn leven heeft mij laten inzien dat het leven ons gegeven is en dat niets planbaar of maakbaar is. Hoe belangrijk we vaak de waan van de dag vinden, vooral hier in de politiek, het is altijd te relativeren als je het in het perspectief van een ingrijpende gebeurtenis zet. Dan is alles bijzaak en dan is familie meer dan hoofdzaak.
Datzelfde geldt voor dat bijzondere. In mijn voorbeeld, voorzitter, gaat het om, zoals u het denk ik noemt, "de tocht der tochten" en zoals wij het noemen, de "Alvestêdetocht". Dat van die vijftien jaar klopt al lang niet meer, maar wat waren we er dichtbij in 2012. Volgens mij was er in Den Haag al bijna een nationale feestdag afgekondigd. Ik lees nu op dit moment op de sociale media dat erover nagedacht wordt om een Elfstedentocht op de weg te schaatsen, omdat er zo veel ijzel ligt. Daarom zijn er ook zo weinig mensen uit Fryslân vandaag. Bij de laatste Elfstedentocht was er gekte en drukte, maar bovenal heel veel plezier en saamhorigheid. Hoe zou het vandaag de dag gaan?
Voorzitter, ik schets hier even mijn verwachtingen: hysterie op X en ook een beetje ruzie over wanneer "it oan giet", volgeboekte hotels, influencers die de tocht alvast schaatsen voor de likes en voor de views, talkshows vol speculaties, en deskundigen die over elkaar heen buitelen. Ik denk dat, hier in Den Haag, een aantal moties worden ingediend — ik denk meer dan één — die de minister oproepen om er alles aan te doen om de tocht door te laten gaan, bijvoorbeeld door een snelle warmteonttrekking aan het knelpunt bij de tocht die de vorige keer bijna doorging, namelijk De Luts in Balk. Maar gelukkig — u hoorde het net in het citaat van een bekend politicus — ligt het besluit bij het bestuur, geadviseerd door de rayonhoofden en verwoord door de voorzitter van de Elfstedentocht. Die rayonhoofden laten zich niet sturen en gaan niet mee in de hypes, maar nemen op het juiste moment het juiste besluit. Daarom gaat dat best goed.
Die verantwoordelijke Friese rayonhoofden staan voor mij symbool voor hoe het ook kan: niet meegaan in de waan van de dag, verantwoordelijkheid nemen, relativeren, nuchter blijven, samen de schouders eronder zetten en het hele land laten genieten van het mooiste sportevenement in de wereld. We zullen zien hoe het allemaal gaat lopen. Het was een bespiegeling van mijn kant. Stiekem dromen velen met mij over de dag dat de legendarische woorden "it giet oan" weer klinken.
Maar nu de sprong naar de werkelijkheid. In de politiek gaan we vaak wél mee in de waan van de dag, is verantwoordelijkheid nemen lastig, lukt relativeren niet, gebruiken we te weinig ons nuchtere boerenverstand en proberen we allemaal onze schouders eronder te zetten, maar laten we daarbij het woord "samen" vaak achterwege. Hoe mooi zou het zijn als wij, als 150 Kamerleden, de klus klaren met als voorbeeld de rayonhoofden uit Fryslân. Samen de schouders eronder om het beste voor Nederland te doen. Voor mij als CDA'er betekent dat een Nederland waarin we wat meer omzien naar elkaar, verantwoordelijkheid willen nemen en uitstralen dat we pal achter onze democratische waarden staan.
Voorzitter. Dat brengt me bij het onderwerp waar we het vandaag over hebben, namelijk de begroting Binnenlandse Zaken, en voor mij specifiek alles wat met de medeoverheden te maken heeft. Tot voor kort was ik zelf werkzaam in gemeenteland. Ik weet hoeveel invloed ons handelen in Den Haag heeft op het werk van raadsleden, Statenleden, wethouders, gedeputeerden en waterschapsbestuurders.
Ik wil beginnen met de democratische waarden. Als eerste een belangrijk onderwerp in deze begroting, namelijk weerbaar bestuur. Er wordt geld vrijgemaakt voor de beveiliging van volksvertegenwoordigers en raadszalen. Op zich is dat goed, maar voorkomen is in mijn optiek beter dan genezen. Hierbij moeten we onszelf in de spiegel kijken. Decentrale overheden zijn gebaat bij helder beleid dat na democratisch besluit niet ter discussie wordt gesteld. Dat geldt voor zowel het kabinet als de Kamerleden. We hebben hier eerder vragen over gesteld naar aanleiding van de oproep van bestuurders uit de zuidelijke provincies naar aanleiding van bedreigingen en intimidatie. De antwoorden van de minister waren politiek correct, maar het gaat erom dat het kabinet en de Kamer verantwoordelijkheid nemen en laten zien pal achter onze bestuurders te staan. Dat geldt ook voor situaties waarin een democratisch genomen besluit je soms politiek gezien niet zo goed uitkomt. Als CDA'er zal ik mij de komende vier jaar inzetten voor een politieke cultuur waarin we laten zien dat we pal achter onze democratische waarden staan en intimidatie en bedreigingen niet accepteren.
Dan omzien naar elkaar. Ook in deze begroting ontbreekt de verwijzing naar de brede welvaart. U kent vast de Friese paradox: inwoners van Fryslân scoren relatief lager op de economische welvaart, maar juist hoger op de brede welvaart. De inwoners zijn gelukkiger dan in andere delen van Nederland, maar deze brede welvaart staat onder druk. Demografische trends en economische uitdagingen tasten de leefbaarheid aan. Dat geldt voor heel veel regio's. Als CDA willen we inzetten op een brede investeringsafweging om recht te doen aan het rapport Elke regio telt!, dat al eerder is genoemd, zodat de leefbaarheid op het platteland niet onder druk komt te staan. Kan de minister toezeggen dat er eindelijk uitvoering wordt gegeven aan dit rapport?
Als derde: verantwoordelijkheid nemen. Nieuwe taken richting medeoverheden moeten volgens de Financiële-verhoudingswet gepaard gaan met voldoende financiële middelen. Mijn vraag aan de minister is: kunt u aangeven of de Financiële-verhoudingswet altijd wordt opgevolgd?
Voorzitter. Verantwoordelijkheid nemen is ook vertrouwen geven. Het CDA kiest voor minder regels en meer vertrouwen. Welke ambitie heeft deze minister van Binnenlandse Zaken, of zijn opvolger, wat betreft het schrappen van regels? Op hoeveel geschrapte regels kunnen we dit jaar rekenen vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken?
Dan wil ik als laatste het volgende zeggen. Het demissionaire kabinet heeft bij aanvang van deze regeerperiode ingezet op goed bestuur. De medeoverheden moesten in staat gesteld worden om hun taken uit te voeren. De praktijk is echter weerbarstig. Mijn vraag aan de minister is: wat zijn de leerpunten uit de agenda voor goed bestuur?
Afsluitend, voorzitter. Deze begroting heb ik langs de lat van verantwoordelijkheid nemen, omzien naar elkaar en democratische waarden gelegd, met als voorbeeld handelen als de rayonhoofden en als doel een nog beter Nederland voor onze toekomstige generatie. Ik wil afsluiten met een bekend Fries gezegde: sizzen is neat, mar dwaen is in ding. U mag mij daaraan houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is wel heel spannend.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech. Het was prachtig. We schorsen voor de officiële felicitaties na de bijdrage van uw collega. Ik nodig de heer Van den Brink uit om naar het spreekgestoelte te komen en dan gaan we naar zijn maidenspeech luisteren. Ga uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil graag beginnen met de complimenten aan het adres van mevrouw Huizinga en mevrouw Boelsma voor hun mooie verhalen. Mijn ervaring tot nu toe is dat een maidenspeech een prachtige manier is om elkaar snel te leren kennen.
Ik wil het vandaag tijdens mijn maidenspeech over twee onderwerpen hebben: onze grondrechten en de democratie. Beide zijn van groot belang en beide staan onder druk. Als eerste wil ik het hebben over de grondrechten, onze vrijheden die in de Grondwet zijn vastgelegd. Ik wil vandaag niet pathetisch doen, maar die vrijheden hebben mij gemaakt tot wie ik ben. De eerste ruim 30 jaar van mijn werkzame bestaan heb ik hartstochtelijk gebruikgemaakt van de persvrijheid. Ik heb met ongelofelijk veel plezier, overtuiging en vrijheid journalistiek mogen bedrijven. Ik kan me niet herinneren dat die vrijheid ooit door iets of iemand van buiten is ingeperkt. Dat is een groot goed en dat moet zo blijven.
De negentien jaar daarvoor bracht ik door in het onderwijs, het bijzonder onderwijs in mijn geval. Ik zat op een protestants-christelijke basisschool, een reformatorische middelbare school en een evangelische hogeschool. Ik geloof niet dat die scholen ooit iets in de weg is gelegd om het onderwijs te geven op een manier zoals zij dachten dat dat moest. Ook dat is een groot goed. Al heel mijn leven profiteer ik van de vrijheid van godsdienst. Mijn ouders maakten van die vrijheid gebruik om mij te vertellen over God en geloof. Daar ben ik ze dankbaar voor. Ik maak zelf van die vrijheid gebruik door elke zondag een kerk te bezoeken. Mijn ouders en mij is geen strobreed in de weg gelegd. Zonder die vrijheden was ik niet geweest wie ik ben. Ik gun volgende generaties, onze kinderen en kleinkinderen, die vrijheden dan ook zeer. De tijd die mij hier in Den Haag wordt gegeven, wil ik heel graag gebruiken om die vrijheden in stand te houden, want er is wel werk aan de winkel.
De journalistiek ligt met enige regelmaat onder vuur. De winnaar van de vorige verkiezingen noemde journalisten "tuig van de richel". Gelukkig antwoordde het CDA-bestuur daarop met het op de kandidatenlijst zetten van een vertegenwoordiger van dat tuig. Ik dank het partijbestuur daar zeer voor. Dat de vrijheid van onderwijs vandaag de dag ook discussie oproept, is ons bij het CDA niet geheel ontgaan. Het kan niet anders of de honderdduizenden moslims in ons land hebben zich de afgelopen kabinetsperiode regelmatig afgevraagd: hoelang geldt die vrijheid van godsdienst eigenlijk nog voor ons? Ik zei het al, deze vrijheden liggen mijn fractie en mij na aan het hart, net als de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting. Niet omdat wij van het CDA vrij, vrijer, vrijst willen zijn; nee, het hebben van die vrijheden geeft de mogelijkheid en zelfs de verplichting om die vrijheid en verantwoordelijkheid te beleven.
De persvrijheid geeft de journalistiek de grote verantwoordelijkheid om de waarheid en daarmee de samenleving te dienen. Als dat niet gebeurt, mag en moet ze daarop worden aangesproken, het liefst door de samenleving zelf, desnoods door de rechter. De vrijheid van onderwijs is de vrijheid om jongeren en kinderen te vormen naar jouw beste inzicht, maar geen vrijbrief om groepen of mensen uit te sluiten of te discrimineren. Scholen die dat wel doen, moeten daarop worden aangesproken of zelfs gecorrigeerd, het liefst door de ouders, desnoods door de inspectie. De vrijheid van godsdienst is de vrijheid om te geloven op een manier die bij jou past en daar vorm aan te geven, maar geen vrijbrief om haat te zaaien tegen mensen die anders- of niet gelovig zijn. Als dat wel gebeurt, moet er worden ingegrepen, opnieuw, het liefst door de gelovigen zelf, desnoods door de overheid.
Ik wil me heel graag ervoor inzetten om die vrijheden de komende jaren overeind te houden, want deze vrijheden onderscheiden ons van andere, niet-democratische landen. Nederland is een fantastisch land. Je mag hier zeggen wat je vindt, je mag schrijven wat je wilt, je mag zijn wie je wilt zijn, je mag geloven, je geloof belijden op een manier die bij jou past, je mag opvoeden zoals je wilt. Dat moet zo blijven.
Ik kan een vergelijkbaar verhaal houden over onze democratie. Ook die onderscheidt zich van autocratische of nog minder vrije landen. Ook die moet bij de tijd worden gebracht, want dat de verkiezingen gelukkig goed zijn verlopen, betekent niet dat het echt lekker gaat. De kiezer verandert in korte tijd vaak van partij. Wij bieden de kiezer vervolgens ook nog weer de gelegenheid om wel heel vaak zijn of haar stem uit te brengen door er samen niet uit te komen. We moeten er met elkaar goed over nadenken hoe we onze democratie gezond en overeind houden in een tijd waarin om ons heen autocratische bewinden in opmars zijn. Er is de CDA-fractie alles aan gelegen om dat in ons land te voorkomen.
Daarom moeten we aan de bak. Dat begint met betrokkenheid, met burgers die mee willen doen, die lid willen worden van een politieke partij en die bereid zijn een partij te vertegenwoordigen in de gemeenteraad, in de Provinciale Staten of hier in de Tweede Kamer. Daarom staat mijn fractie positief tegenover het voorstel om in de Wet op de politieke partijen op te nemen dat partijen democratisch georganiseerd moeten zijn. Ik ben uiteraard benieuwd wat de minister alsook de Raad van State daarvan vinden. Eén element uit die wet, namelijk de financiering van lokale partijen, willen we alvast naar voren halen. Het geld dat daarvoor nodig is, is al gereserveerd voor dit jaar, dus in de tweede termijn zal ik samen met collega Boelsma een motie indienen om dat geld ook daadwerkelijk dit jaar al uit te geven.
Het gaat ons ook om democratisch ethos, een democratische gezindheid. Mijn partijleider zegt het vaak. Zien we elkaar als vertegenwoordigers van een deel van de bevolking die tot taak hebben om met andere vertegenwoordigers, van andere delen van de bevolking, samen tot een compromis te komen en dat ook uit te voeren? Of zien we elkaar sowieso als tegenstander? U raadt het al: mijn partij kiest voor dat eerste. Ik denk dat u in de komende jaren als het gaat om democratische vernieuwing, een iets progressievere CDA-fractie zult zien. We zijn voor een andere manier om de Eerste Kamer te kiezen en we zijn voor mooie vormen van burgerberaden.
Om de versnippering in deze Kamer tegen te gaan, wordt gesproken over een kiesdrempel. Het is er vandaag al eerder over gegaan. Het nieuwe kabinet gaat erop studeren. Veel eenvoudiger is het om het aantal ondersteuningsverklaringen dat nodig is om mee te kunnen doen aan de verkiezingen, te verhogen. Dat ligt nu op 580, plus 10 op de Caribische eilanden. Dat is echt heel weinig. De drempel om mee te doen aan verkiezingen is wel heel laag. Als we daar nou eens een paar duizend van maken, dan krijgen we vast in ieder geval een kleiner stembiljet. Ik vraag de minister om een reactie op dat idee. Wat mijn partij betreft past daar ook bij dat we af moeten van de gewoonte om altijd als een kabinet valt, meteen nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Verstandiger is het om na de val van zo'n kabinet te kijken of er andere mogelijkheden zijn. De kiezer verwacht van ons dat we ons werk doen en niet iedere keer om nieuw vertrouwen vragen.
Voorzitter. Er is werk aan de winkel, veel meer dan ik nu heb geschetst. Er ligt werk om het vreedzaam samenleven in ons land in stand te houden. Er ligt werk om Nederland dat prachtige land te laten blijven dat we al zo lang zijn. Mijn fractie en ik zetten ons daar de komende tijd met veel inzet voor in.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Mag ik ook mevrouw Boelsma vragen naar voren te komen? Ik feliciteer ook de heer Van den Brink van harte met zijn maidenspeech. Ik schors voor de felicitaties en direct voor de lunch. Ik wil met u afspreken om om 13.45 uur het debat te vervolgend. Het debat is geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Met de vaste Kamercommissie van Binnenlandse Zaken bespreken we de begroting van Binnenlandse Zaken. We hebben al naar een heel aantal sprekers geluisterd en zijn aangekomen bij de bijdrage van de heer Clemminck. Hij doet dat namens JA21. Als ik goed ben geïnformeerd, meneer Clemminck, is dit tevens uw maidenspeech. Daar kijken we erg naar uit. Dan geef ik u graag het woord voor uw maidenspeech. Meneer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Het is wel de derde keer dat ik hier in de plenaire zaal sta, maar de onderwerpen hiervoor waren niet echt geschikt voor een maidenspeech. Maar het is een mooie traditie, dus ik maak er graag gebruik van. De heer Bosma refereerde er al aan: ook van deze plaats sterkte aan de staatssecretaris. Dat is ook goed om te zeggen. Mag ik dan ook mijn eigen partijleider, Joost Eerdmans, beterschap wensen? Hij kijkt als het goed is, maar hij is helaas niet in staat om hier te zijn.
Voorzitter. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Ik was 16 jaar. Zoals altijd zat ik voor de televisie samen met mijn vader het zesuurjournaal te kijken, thuis in mijn ouderlijk huis in Tilburg. Dan, om 18.14 uur: een spoedbericht van Harmen Siezen. Hilversum. Mediapark. Pim Fortuyn. De moord op Pim Fortuyn, door een linkse milieuactivist, maakte op mij diepe indruk en zorgde ervoor dat ik van iemand die geïnteresseerd was in de actualiteit, iemand werd die geïnteresseerd raakte in de politiek. Het maakte dat ik na een stapelaarsroute via het vmbo koos voor een studie politieke geschiedenis en politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Voorzitter. Het is eervol om lid te mogen zijn van deze Kamer. Het maakt mij trots om dit te mogen doen voor een partij die onlosmakelijk verbonden is met het gedachtegoed van Pim. Met de winst van JA21 is het fortuynisme weer sterk terug in de Kamer. Ik wil dan ook mijn partij, van bestuur tot vrijwilligers en van fractiegenoten tot medewerkers, danken voor deze kans en eer.
Voorzitter. Wie ben ik, bij wie hoor ik en wie zijn wij? Voor iemand die geadopteerd is zijn dat vragen die wellicht nog wat explicieter leven dan voor een ander. Maar het zijn ook vragen die wij als Nederlanders onszelf veel meer moeten stellen. Ons land mag geen land worden van 18 miljoen burger-zzp'ers.
Voorzitter. Het is mijn diepe overtuiging dat wij in Nederland een culturele gemeenschap vormen, een culturele gemeenschap die niet gebaseerd is op etniciteit, maar op gedeelde waarden en normen. Fortuyn schreef in zijn boek De verweesde samenleving dat elke generatie de opdracht heeft om haar kernwaarden te formuleren, te behouden, te herijken en over te dragen aan de volgende generatie. Het is als een schakel. Maar wee de gemeenschap waarin die schakel ontbreekt, als een generatie het niet lukt of niet de wilskracht heeft om haar cultuur over te dragen aan de volgende generatie. Wat zouden wij zijn zonder inbedding in gemeenschappen? Wat zou ik zijn zonder mijn Zeeuwse en Brabantse familie, zonder de gemeenschap van mijn vriendengroep, zonder mijn clubje Willem II, zonder Nederland? "Wat wij in Nederland al eeuwen hebben opgebouwd, mogen we niet in enkele decennia laten afbreken", zei Pim. Een zorg, maar voor mij ook een motivatie om dit Kamerlidmaatschap te mogen vervullen.
Voorzitter. Sri Lanka, 1986. Een land in diepe ellende en armoede. Een burgeroorlog die al aan tienduizenden het leven heeft gekost. Een gemeenschap niet gebaseerd op cultuur, maar op etniciteit. Een lelijke geschiedenis. Zonder Nederland had ik op geen enkele manier de persoon kunnen zijn die ik nu ben. Ik leef in veiligheid en welvaart, had de kans om te studeren en om lief te hebben wie ik wil. Adoptie was een lot uit de loterij. Dat besef zit sterk in mij. Dat brengt een sterk plichtsbesef met zich mee: wat kan ik terugdoen, wat kan ik teruggeven aan Nederland? Voor mij was een van de manieren om dat te doen via mijn werk voor diverse Brabantse gemeenten, als ambtenaar, en later als ondernemer in de publieke sector daar.
Voorzitter. Ambtenaren dienen het algemeen belang, maar definiëren dit niet. De laatste jaren lijkt dit basisprincipe door een deel van de ambtenarij losgelaten te zijn. We zagen verdeeldheid, lekken en misschien wel ronduit muiterij. Een aantal voorbeelden. Ambtenaren die meewerken aan reconstructies in de media bij minister Faber en minister Wiersma, honderden ambtenaren die een brandbrief ondertekenen over een traag klimaatbeleid en dan hebben we nog de affaire rondom de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Veldkamp en Israël. Neem dit laatste voorbeeld. Hoe kan het nou zo zijn dat in de Kamerbrief rondom dit lek aan de ene kant werd gesteld dat de gelekte brief uitsluitend voor intern gebruik was, maar aan de andere kant geen actie werd ondernomen, omdat er geen gerubriceerde of vertrouwelijke informatie is gelekt? Hiermee is toch iedere toekomstige minister vogelvrij? We accepteren en legitimeren hiermee dat ambtenaren hun bewindspersoon voor de bus kunnen gooien. Wat JA21 betreft is het simpel: scherpe ambtelijke adviezen zijn altijd goed, maar ambtelijk lekken en muiterij is onacceptabel. Ik hoor hier graag een reflectie op van de minister. Ik vraag daarbij specifiek op welke wijze binnen de ambtenarij aandacht wordt besteed aan het staatsrechtelijke begrip van hun positie en rol. Ten slotte vraag ik hierover aan de minister of hij van mening is dat de Ambtenarenwet nog actueel is en voldoende handvatten biedt om op te treden tegen publieke ambtelijke ongehoorzaamheid.
Dan kom ik op mijn amendement. Lokale partijen zijn steeds populairder bij verkiezingen. We ontvingen laatst ook een brief van meer dan 100 lokale partijen over hun financiering. Het geld is er; het is nu alleen nog wachten op Den Haag tot de wetgeving is afgerond. Daarom kom ik met dit amendement. Ik hoop dat wij lokale partijen op deze manier nog dit jaar van financiële middelen kunnen voorzien.
Voorzitter. De minister van Binnenlandse Zaken is de hoeder van de democratie en de rechtsstaat. Er is, denk ik, terecht veel aandacht in deze begroting voor de beïnvloeding van statelijke actoren en desinformatie op sociale media. Maar de olifant in deze kamer blijft toch onbesproken: de vergaande juridisering van de bestuurlijk ruimte en daarmee de inperking van de politieke ruimte. Democratie betekent ook dat de burgers van Nederland via hun stem invloed kunnen uitoefenen op hoe ze willen leven. Een democratische meerderheid moet ook de mogelijkheid hebben om dingen te veranderen. Stemmen wordt anders een ritueel, symboliek zonder betekenis. Juridisering is als een sluipmoordenaar voor onze democratie. Het is gevaarlijk voor het draagvlak, vertrouwen en geloof in de parlementaire democratie. Er zijn voorbeelden genoeg. Denk uiteraard aan de Urgendazaak, de uitspraak over Shell en de CO2-uitstoot, het verbod op de uitvoer van F35-onderdelen naar Israël, het oordeel dat de bouwvrijstelling stikstof in strijd is met de Europese natuurbescherming en recent nog de uitspraak van de rechtbank Den Haag over Bonaire en klimaatverandering. We zullen de politieke ruimte en het politieke primaat terug moeten pakken, zodat de democratische wensen van Nederlanders ook de realiteit kunnen worden. Hoe reflecteert de minister hierop? En beziet de minister in dat licht bijvoorbeeld een constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten door afschaffing van artikel 120 van de Grondwet?
Voorzitter. Mijn entree in de Nederlandse politiek heeft mij twee dingen geleerd. Ten eerste heeft het me geleerd dat je niet van de verkeerde diversiteit moet zijn om bij sommige clubs te mogen horen. Ten tweede heeft het me geleerd dat veel mensen denken: zou hij zo hoog op de lijst van een rechtse partij hebben gestaan omdat hij van kleur is en omdat hij getrouwd is met een man? Een blanke Nederlander van over de 50 wordt ongeacht zijn kwalificatie en kwaliteit afgeschreven, alleen om zijn uiterlijke en culturele kenmerken. We hebben daar een woord voor. Hoe noemen we het ook alweer? Volgens mij is dat woord "discriminatie". Positieve discriminatie is een gruwel. Je wordt gereduceerd tot dat ene labeltje, dat ene hokje. Je bent van kleur, dus ben je voor herstelbetalingen voor het slavernijverleden. Je bent lhbti, dus ben je pro-Palestina. Je bent beide, dus ben je progressief links. En kan je nog vertrouwen op je eigen kunnen, als je tot de zogenaamde minderheid behoort? Hij zou wel hoog op die lijst hebben gestaan, las ik ergens, als excuus-allochtoon; hij is een bounty.
Voorzitter. Als ik ergens ook maar het lichte vermoeden zou hebben gehad dat mijn positie op de lijst van JA21 te maken zou hebben gehad met positieve discriminatie, dan had ik mijn zetel onmiddellijk teruggeven aan de partij. Maar het antwoord daarop is natuurlijk nee: bij ons, bij JA21, is er geen enkele plek voor discriminatie, ook niet voor positieve.
Voorzitter. Elke revolutie eet uiteindelijk z'n eigen kinderen op. Dat geldt ook voor het inclusie- en diversiteitsbeleid van dit ministerie. Uit schriftelijke vragen van JA21 bleek dat er miljoenen over de balk worden gesmeten voor verschillende cursussen, zoals de unconscious bias workshop en de advanced unconscious bias workshop. "Advanced" kan betekenen dat je de goede kant op gaat, of misschien is dat juist een probleem; ik heb geen idee. Ik ben ook wel even benieuwd of de minister tot die advanced-groep behoort of niet.
Een heuse inclusie-industrie. Alleen het afgelopen jaar gaf deze minister al €700.000 uit aan inclusiecursussen. Maar daarmee houdt het niet op, want voor het komende jaar staat er weer zo'n 3,5 miljoen euro in de boeken op de post "diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie". Ik citeer: "Een team dat het Rijk ondersteunt om diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusief denken en handelen op de werkvloer te bevorderen". Dat gaat over het team DGI. Graag een reflectie van de minister. Hoe rijmt hij de jacht op discriminatie aan de ene kant met quota die het voor bevolkingsgroepen oneerlijk, onmogelijk en ongelijk maken aan de andere kant?
Voorzitter, ik rond af. Laten we ons niet laten afleiden door een cursusje hier en een workshopje daar. Veiligheid is voor de lhbti-gemeenschap de basis. Toen ik met mijn Italiaanse man van Tilburg naar Utrecht verhuisde enkele jaren geleden, zeiden vrienden tegen mij: "In die en die wijk in Utrecht kun je niet wonen" en "Daar, daar en daar in Utrecht kun je eigenlijk niet hand in hand over straat". We zijn niet vrij tot we allemaal vrij zijn. Dat is een leus die we de afgelopen jaren veel op straat hebben gehoord. En inderdaad, de lhbti-gemeenschap is nog lang niet vrij in onze Nederlandse straten, net zomin als bijvoorbeeld onze Joodse gemeenschap. In alle bescheidenheid zeg ik: het zou mij een trots gevoel geven als ik een bijdrage kan leveren aan die vrijheid.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Ik wil u van harte feliciteren met uw maidenspeech. U had een mooi persoonlijk verhaal. Ik schors voor een enkel moment zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.
De voorzitter:
De heer Van Baarle is de volgende spreker op de sprekerslijst. Hij spreekt namens DENK. Ik wil hem uitnodigen voor zijn bijdrage in het debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, ik zal iets over mijn tijd heen gaan, want ik ga wat van onze tijd voor de AenM-begroting gebruiken. Dan weet u dat. Volgens mij wordt het ook netjes bijgehouden.
Uiteraard allereerst mijn complimenten aan iedereen die een maidenspeech heeft gehouden. Ik heb mooie en persoonlijke verhalen gehoord. Alle succes in dit huis.
Voorzitter. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat over de overheid zoals mensen die elke dag ervaren, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een paspoort of ID en het inloggen met DigiD, en zorgt ervoor dat mensen erop kunnen vertrouwen dat verkiezingen goed verlopen. Daarom is deze begroting zo belangrijk: mensen ondervinden er direct het effect van wanneer het systeem faalt. De komende tijd gaan we graag met de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken het debat aan over alle nieuwe beleidsvoornemens op deze vlakken. Deze minister heeft nog drie weken, maar we wensen hem in ieder geval veel succes met de overdracht.
Het is in ieder geval goed dat het juk van de PVV van de regering af is geschud. De PVV is eigenlijk verworden tot een niet meer serieus te nemen romppartij, waar niet alleen kiezers, maar inmiddels ook Kamerleden van weglopen. Ik zou vooral willen zeggen: ga zo door. De destructie van de PVV is eigenhandig ingezet. Die implosie kunnen wij alleen maar toejuichen.
DENK gelooft in een weerbare democratie. Dat betekent dat een democratie zich moet verweren tegen gedachtegoed dat antidemocratisch is en ingaat tegen onze rechtsstaat. Wat ons betreft was de deelname van de PVV aan de regering een directe aanval op de democratie en de rechtsstaat. Dat bewindspersonen met racistische denkbeelden, antirechtsstatelijke denkbeelden, antimoslimdenkbeelden en xenofobe denkbeelden in het kabinet plaatsnamen, was een frontale aanval op onze Grondwet en alles waar we voor staan.
In de politicologie worden soms veertien karakteristieken aan het fascisme verbonden. Een daarvan is sterk en voortdurend nationalisme; dan denk ik bijvoorbeeld aan een politieke partij waar mensen met de prinsenvlag zwaaien. Een ander is minachting voor mensenrechten; dan denk ik aan een politieke partij die voortdurend voorstellen indient om bijvoorbeeld de Koran te verbieden of moskeeën te sluiten. Weer een ander is zondebokpolitiek; dan denk ik aan de retoriek die hiervandaan komt, waarin vluchtelingen worden vergeleken met ziektes, met plagen, met natuurrampen, met tsunami's. Nog een voorbeeld is militarisme; dan denk ik aan een woordvoerder die het had over rollende tanks door het prachtige weidelandschap van Nederland. Seksisme, controle van de vrije pers, obsessie met nationale veiligheid: als je strikt kijkt naar politicologische definities, hebben we eigenlijk gewoon een fascistische partij in de regering gehad. Wat zegt dat over de staat van onze democratie? Wat zegt dat over de weerbaarheid van onze democratie? Ziet de minister niet dat we eigenlijk een enorme bedreiging van onze democratische rechtsstaat hebben gehad en nog steeds hebben?
Voorzitter. Onze democratie wordt ook bedreigd door buitenlandse inmenging. Dieptepunten in de afgelopen tijd waren bijvoorbeeld de BBB ...
De voorzitter:
Aardig dat u even met me meedenkt, meneer Van Baarle. De heer Flach heeft een interruptie voor u.
De heer Flach (SGP):
Ik wil even de lofzang op de democratie onderbreken. Is democratie wat de heer Van Baarle betreft overal in de wereld de beste staatsvorm?
De heer Van Baarle (DENK):
Wat mij betreft onderschrijven we hier in Nederland met z'n allen de democratische en parlementaire rechtsstaat, maar ik denk dat we het allemaal eens zijn dat we aan de parlementair-democratische rechtsstaat hier in Nederland flink wat kunnen sleutelen en verbeteren. Filosofisch en politicologisch gezien is dit ook een lange discussie. Iemand zei weleens: de parlementaire democratie is niet altijd in alle opzichten optimaal, maar het is het beste systeem dat we op dit moment kunnen bedenken. Dat is ook gewoon zo. Dat moeten we met elkaar uitdragen. Dat moeten we onderschrijven. Dat moeten we koesteren. Wat DENK betreft is dat dus zeker zo. De parlementaire democratie moeten we altijd onderschrijven en uitdragen.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Dat laatste ben ik zeker met de heer Van Baarle eens, maar hij had het ook over het weren van antidemocratische tendensen. Ik hoorde van de week op onze publieke omroep iemand die alle ruimte kreeg om uit te weiden over waarom hij vond dat de enige democratie in het Midden-Oosten ontmanteld zou moeten worden. Daarom stel ik ook de vraag: is dat overal op de wereld de beste staatsvorm? In feite is dat antidemocratisch. Hoe kijkt de heer Van Baarle daarnaar?
De heer Van Baarle (DENK):
Nou, kijk, ik pleeg met de heer Flach van inzicht te verschillen over de vraag of de staat die hij benoemt, namelijk de staat Israël, een democratie is. Ik vind dat je de staat Israël, die een apartheidsbeleid voert in de richting van Palestijnen — het Israëlische leger heeft laatst toegegeven dat er meer dan 71.000 Palestijnen zijn vermoord in Gaza — geen "rechtsstaat" kan noemen. Ik vind dat je dat geen "democratie" kan noemen. Dat noem je een "genocidale apartheidsstaat". Het standpunt van DENK is wat dat betreft altijd klip-en-klaar geweest: vormen van misdaad zoals apartheid, genocide en onderdrukking dienen plaats te maken voor een toekomst waarin iedereen gelijke rechten heeft, of het nou gaat om moslims, joden, christenen of wie dan ook. Daarin heeft het apartheidsbestel van Israël wat ons betreft geen plek.
De voorzitter:
Meneer Flach, tot slot.
De heer Flach (SGP):
Dat een bevriende natie als Israël een democratie is, behoeft eigenlijk geen betoog. Ze hebben gewoon een volksvertegenwoordiging. Er zijn daar mensen op dezelfde manier aan het werk als wij. Wat de heer Van Baarle hier eigenlijk zegt, is: antidemocratische tendensen wil ik vooral weren als ze niet voldoen aan mijn eigen standaarden. Dat is geen democratie. Als je antidemocratische tendensen wil weren, moet je ook consequent zijn. Dan zou je eigenlijk moeten zeggen: dan hoor je democratische structuren elders op de wereld dus ook niet te ondermijnen. Dit laat toch wel een bepaalde discrepantie zien.
De heer Van Baarle (DENK):
Welnee. Ik heb bepleit dat we onszelf moeten houden aan de principes in onze Grondwet en van onze rechtsstaat. Die principes gelden voor iedereen. Als een politieke partij het bij haar oprichting tot haar missie maakt om artikel 1 van de Grondwet uit te hollen voor meer dan 1 miljoen Nederlandse moslims en daar ook nog eens voorstellen toe doet, kun je onderschrijven dat dat een bedreiging is voor alles waar we voor staan. Maar dat geldt ook als het gaat om het internationaal recht. Als we een staat hebben die een genocide pleegt, apartheidsbeleid voert en allerlei dingen doet die in strijd zijn met het internationaal recht, kunnen we met elkaar zeggen dat het daarmee in strijd is en dat het geen plek dient te hebben in een wereld met een internationale rechtsorde. Dus welnee, meneer Flach, het is niet selectief shoppen. Het is gewoon keihard staan voor onze Grondwet en de principes die daaruit volgen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het dieptepunt in de afgelopen tijd — ik had het over inmenging — was het zwaaien met een Israëlisch rapport door een politieke partij hier in de Kamer. Er is ook onderzoek waaruit blijkt dat politieke partijen een-op-een de teksten van de zionistische lobbyorganisatie CIDI oplepelen in dit parlement. Bij een andere politieke partij is er volgens de Israëlische krant Haaretz zelfs sprake van geweest dat medewerkers van de Israëlische ambassade in Den Haag een motie voor die politieke partij hebben geschreven. De PVV kreeg geld van zionistische clubs uit Amerika. Wie betaalt, bepaalt. Israël bespioneert instituten in ons land en Israëlische bewindspersonen mengen zich in de Nederlandse politiek. Het staat zelfs klip-en-klaar in het laatste Dreigingsbeeld Statelijke Actoren van de NCTV. Wat doet deze minister nou eigenlijk tegen deze vormen van inmenging door de regering-Netanyahu? Wat vindt de minister ervan dat politieke partijen in dit huis aan de leiband lopen — daar heeft het alle schijn van, gezien de voorbeelden die ik net opnoemde — van Israëlische beïnvloedingscampagnes?
Voorzitter. Dit ministerie is ook het coördinerend departement voor de aanpak van discriminatie en racisme, maar helaas ervaren nog te veel mensen in ons land discriminatie en racisme. Het is het vijfde jaar op rij dat het aantal meldingen hiervan in Nederland toeneemt. Het aantal meldingen bij het landelijk meldpunt voor discriminatie is verdubbeld. Dit is slechts het topje van de ijsberg, want uit onderzoek blijkt dat maar een op de tien mensen die discriminatie ervaren, er melding van maakt. Maar een op de tien. Wat gaat de minister doen om de meldingsbereidheid te verhogen? Het instituut dat hierin een cruciale rol kan spelen, is de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Dankzij een motie van DENK en D66 is deze nationaal coördinator in 2021 ingesteld. Sinds kort is diens rol eigenlijk geminimaliseerd tot slechts adviseren. Het is goed om in het coalitieakkoord te lezen dat er sprake moet zijn van een wettelijke verankering. Om die een handje te helpen, zal DENK op korte termijn een initiatiefwetsvoorstel presenteren om de NCDR wettelijk te verankeren en te versterken. We bereiden dat al een tijd voor. We zullen het dus binnenkort indienen.
Voor de tussentijd heeft de fractie van DENK twee amendementen ingediend, eentje over extra budget voor de nationaal coördinator en een over extra geld voor de algemene versterking van de bestrijding van discriminatie en racisme. Natuurlijk ontvangen wij graag een positief oordeel van de minister op onze amendementen.
DENK vindt dat de rol van gemeenten in de strijd tegen discriminatie niet onderschat mag worden. Van alle gemeenten voeren slechts 37 gemeenten een actief beleid tegen discriminatie. Vooral kleinere gemeenten hebben hier moeite mee. Hoe kunnen die kleinere gemeenten beter geholpen worden? Is het niet tijd om gemeenten te verplichten een actief antidiscriminatiebeleid te voeren en hen daarbij structureel te ondersteunen? Dat vragen wij al langer. Ik vraag de minister of hij bereid is dat te doen. Volgens mij werd dit onderzocht. Wat is daarvan de stand van zaken?
We lezen ook dat de minister bezig is met een nieuwe rijksinkoopstrategie. Hoe gaat hij hierbij maximaal de ruimte benutten om discriminatie als uitsluitingsgrond vast te leggen? Dat betekent gewoon dat een overheid die een contract afsluit, in alle gevallen niet samenwerkt met discriminerende bedrijven. Hoe zal dat worden doorgevoerd?
Dan de antidiscriminatievoorzieningen. Begin 2025 hoorden we dat er een nieuwe landelijke organisatie zou komen. Inmiddels zijn we in 2026, maar wat dit betreft lijkt het nog stil te zijn. Wat is de actuele stand van zaken? Is er een wetsvoorstel? Wanneer gaat dat in internetconsultatie? DENK wil echt dat meer vaart achter deze wet wordt gezet.
Voorzitter, tot slot. Moslimdiscriminatie is nog steeds een heel erg groot probleem in onze samenleving. Meer dan de helft van de moslims in Nederland geeft aan weleens discriminatie te hebben ervaren. Dames met een hoofddoek worden tot zeven keer minder uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Moskeeën in Den Haag, Waalwijk, Emmeloord en Middelburg zijn het afgelopen jaar opgeschrikt door intimidatie, haatincidenten en vernielingen, en dan zijn al die haatbrieven die verstuurd zijn naar vrijwel alle moskeeën in Nederland nog niet eens meegerekend. Het moet tijd zijn voor actie. Na onderzoek op onderzoek is de vraag hoeveel bewijs er nog nodig is voordat we kunnen erkennen dat moslimdiscriminatie gewoon een gerichte aanpak verdient, een eigen plan, een eigen aanpak. We zien een stevige inzet tegen andere specifieke vormen van discriminatie. Die is terecht, maar wanneer krijgt de discriminatie van moslims, een groep van meer dan 1 miljoen Nederlandse burgers, diezelfde aandacht? Op dit punt zullen we dus wederom een motie indienen.
Dan helemaal tot slot, voorzitter. Ik was één punt vergeten: de bewustwording rondom het slavernijverleden. Ik heb brieven en vragen gekregen vanuit maatschappelijke initiatieven. Zij geven aan dat het Aziatische deel van het Nederlandse slavernijverleden buiten de regelingen valt en onvoldoende aandacht krijgt. Ik zou graag aan de minister willen vragen of dat klopt en, als dat klopt, of hij bereid is om dat aan te passen.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Flach. Hij spreekt namens de SGP. Overigens, meneer Van Baarle: de administratie laat ik even over aan de Griffie, want met uw tijd gaat het inderdaad iets anders.
Meneer Flach, we gaan naar u luisteren.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. "Jullie rechtsorde is de onze niet." Met deze leus trokken de krakers in Amsterdam in de jaren tachtig ten strijde tegen de overheid. Ze gebruikten zelfs grof geweld tegen de politie. Hun optreden was een dieptepunt in onze geschiedenis. Er is alle reden om hun gedrag en hun leus af te kraken. Je kunt niet zomaar afstand nemen van de rechtsstaat, en al helemaal niet met geweld. Onze rechtsorde verdient bescherming.
Inmiddels is onze rechtsorde helaas in een omgekeerde toestand beland: de overheid valt vreedzame burgers lastig en sluit ze zelfs op omdat hun opvatting haar niet bevalt. Ik heb het niet over Rusland, maar over Nederland. Als eerste voorbeeld noem ik het misplaatste optreden van de gemeente Tilburg tegen Tom de Wal. Een raadslid van de PvdA zei daar: Tilburg moet geen podium bieden aan gevaarlijke onzin die mensen uitsluit en valse hoop verkoopt. Kennelijk leeft zelfs bij volksvertegenwoordigers de gedachte dat de gemeente mag bepalen welke inhoud wel of geen podium krijgt. Hoezeer je ook bezwaren kunt hebben tegen het optreden van De Wal, daar gaat de overheid gelukkig niet over, net zomin trouwens als de overheid linkse onzin op een kieslijst mag belemmeren. Wat vindt de minister ervan dat klassieke vrijheden steeds vaker onder vuur komen? Wil hij het standpunt van het Openbaar Ministerie over deze casussen onder de aandacht van gemeenten brengen, zo vraag ik hem. De gemeente Utrecht maakt het zo mogelijk nog bonter. In november werden wakers bij een abortuskliniek aangehouden omdat ze overlast zouden bezorgen. En dat was niet de eerste keer. Inmiddels blijkt echter uit openbaar gemaakte stukken dat de aantijgingen nergens op slaan. De toezichthouders van de gemeente stonden met de neus boven op de wakers en stelden vast dat deze niemand hebben aangesproken. De reuring ontstond juist door de dolle mina's — ja, ze zijn weer terug. Toch negeert de politie het oordeel van de toezichthouders en arresteert de wakers op grond van de laster door de dolle mina's. Hoe is dit in een rechtsstaat mogelijk, minister? Wordt dit soort obstructie door tegendemonstranten betrokken bij de beoogde wetswijziging? Het is heel begrijpelijk dat dit soort situaties leidt tot vervreemding en verontwaardiging. "Is dit nog mijn rechtsorde?", vragen burgers zich vertwijfeld af, zeker als we zien dat vernielers en bekladders geregeld fluitend wegkomen.
Dan een ander onderwerp, voorzitter. Niet alleen elke burger, maar ook elke regio telt. Ondanks dit prachtige motto signaleert de SGP echter nog steeds het risico van een kansenkloof tussen regio's in ons land. Sommige regio's vallen in de prijzen doordat ze in meerdere landelijke programma's zitten, andere vallen overal buiten de boot. Denk bijvoorbeeld aan Rivierenland. De kloof tussen regio's kan hierdoor toenemen. Het is belangrijk dat de minister aangeeft dat elke regio recht heeft op een aanspreekpunt bij het Rijk, ook als men niet onder een landelijk programma valt. Kan de minister toezeggen dat dit aanspreekpunt ook een overleg kan organiseren tussen Rijk en regio om over een langjarige agenda te spreken? Dat zou helemaal passen bij de aanbeveling van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen om regionale kansenagenda's op te stellen. De SGP vindt het mooi om te lezen dat de minister inmiddels enkele keren een locatiekeuze heeft kunnen beïnvloeden bij de verdeling van rijkswerkgelegenheid. Tegelijk blijft het eerlijke verhaal dat onderbedeelde provincies er nog niet allemaal op vooruitgaan. Sommige gaan zelfs tijdelijk achteruit. Ook ontbreekt een duidelijk en concreet perspectief. Heeft de minister op basis van de inventarisatie binnen de regio's inmiddels voldoende gegevens om een tijdpad met concrete doelstellingen te maken? Dat is belangrijke informatie om verdere stappen te kunnen zetten in de nieuwe kabinetsperiode.
In de relatie tussen de overheden is de zuurgraad de afgelopen jaren behoorlijk opgelopen. Arbitrages en rechtszaken lijken het nieuwe normaal. De handelwijze rond het overdragen en korten op specifieke uitkeringen staat symbool voor een gebrek aan respect voor medeoverheden. Dat moet echt anders, en dat begint, heel eenvoudig, bij voldoende inzicht en transparantie. Als het gaat om de bestaande taken constateert de ROB dat het kabinet helaas niet of nauwelijks beweging laat zien. De SGP begrijpt dat we de taken en middelen niet in detail kunnen beschrijven, maar er moet wel meer inzicht komen in of beide nog steeds in balans zijn. Is dat de inzet van het gesprek van de minister?
Ik eindig mijn bijdrage niet bij de krakers in Amsterdam, maar bij de burgers van Moerdijk. Deze Brabantse Galliërs verzetten zich tegen de Romeinse reuzen van windmolens en waterstofcentrales. Het opheffingsbesluit van de gemeente roept diepe emoties op. Je denkt je als inwoner bijvoorbeeld al in dat je niet meer naar het graf van je geliefde zou kunnen gaan. Of denk aan de rijksmonumentale kerk uit 1815. Dit soort plekken kunnen we niet zomaar wegvagen met een sloopkogel en een graafmachine. In Groningen zijn bij het opheffen van dorpen de begraafplaatsen van Weiwerd en de kerk van Heveskes blijven staan. Wil de minister uitdrukkelijk leren van zulke voorbeelden? Ik zal dat ondersteunen met een motie in tweede termijn.
De voorzitter:
En daarmee bent u gekomen aan het einde van uw bijdrage? Dank u wel, dank aan de heer Flach. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Bikker in deze eerste termijn. Zij spreekt namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Voordat ik begin natuurlijk eerst de felicitaties aan collega Huizenga voor haar prachtige speech, waarin ik ook echt iets hoorde van een kloppend hart voor ons hele land. Dank je wel, ik kijk uit naar de samenwerking. Mijn felicitaties aan collega Boelsma-Hoekstra, die mij net al liet kennismaken met alle mooie dingen die Friesland kent. Ik denk eerlijk gezegd dat we eerder een Elfstedentocht hebben dan de tien steden van D66. Dat hoop ik in ieder geval, al moet de woningnood ook snel opgelost worden. Ik hoor iemand zeggen dat het een metafoor is, maar ik wil wel die Elfstedentocht. Felicitaties aan collega Van den Brink, die prachtig sprak over de vrijheden die hem gevormd hebben en die wat mij betreft ook onze toekomstige generaties mogen vormen. Ik kijk ernaar uit om daarin samen op te trekken. Ook mijn felicitaties aan collega Clemminck, die prachtig sprak over wat de identiteit van een land is en welke normen en waarden je deelt. Volgens mij is dat juist een gesprek dat hier moet plaatsvinden. Dat belooft wat voor de komende Kamerperiode.
Voorzitter. We leven in een sterke democratische rechtsstaat, maar toch voelt onze manier van samenleven soms kwetsbaar. We kunnen die zomaar kwijtraken; kijk naar de Verenigde Staten. Een stevige verankering van onze grondrechten en een fysieke, digitale en inhoudelijke bescherming van onze rechtsstaat zijn dus cruciaal. Daarom is het goed om dat bij deze begroting te bespreken. De weerbaarheid van onze democratie staat in deze tijden van nepnieuws en polarisatie onder druk. In de begroting schrijft de minister daarover: "Agressie, intimidatie en bedreiging ondermijnen het bestuur en zijn onacceptabel." Mooie woorden.
Tegelijkertijd heeft ook dit kabinet het lokale bestuurders wel razend ingewikkeld gemaakt, want het kabinet zei dat het de Spreidingswet wilde afschaffen, maar deed dat niet. Lokale bestuurders stonden daardoor vaak extra in de wind en worden soms zelfs bedreigd. Ik vind dat het kabinet, de minister van Binnenlandse Zaken voorop, burgemeesters en wethouders onvoorwaardelijk moet steunen in het uitvoeren van hun wettelijke taken. Ik vind dat deze minister en dit kabinet zich veel fermer moeten uitspreken voor de rechtsstaat en voor uitvoering van de wet, in plaats van steeds alleen maar te zeggen dat lokale bestuurders niet bedreigd mogen worden. De wet is hier vastgesteld. Daarom moet er onvoorwaardelijke steun zijn voor mensen die nu vol in de wind staan doordat we het hier in Den Haag niet goed hebben geregeld. Het tweede gebeurt telkens opnieuw doordat het eerste wordt nagelaten. Een veilige publieke taak is niet alleen een kwestie van instrumenten of protocollen, zou ik willen zeggen. Het gaat ook om houding, om gedrag: hoe staan we achter die lokale bestuurders? Die rugdekking is de afgelopen jaren, pijnlijk genoeg, uitgebleven. Ik ben benieuwd hoe de minister, die pas kort hier zit, hiernaar kijkt. Welke adviezen geeft hij hierin?
Voorzitter. Dan over de regio's. In Den Haag wordt veel gesproken over hoe we ervoor zorgen dat het fijn is om in elk dorp en in elke wijk te wonen. Na het rapport Elke regio telt! werd duidelijk dat er te weinig is geïnvesteerd om de leefbaarheid op een heel aantal plaatsen op peil te houden en de verschraling tegen te gaan. De Regio Deals, mét geld, waren daar het eerste succesvolle antwoord op. Toen kwam het kabinet-Schoof, dat hét kabinet van de regio zou worden. Dat is helaas geen waarheid geworden. Wel woorden, geen daden, geen middelen, geen concrete stappen, geen boter bij de vis.
Voorzitter. Wat zou het jammer zijn als het aanstaande kabinet ook een Randstadkabinet wordt, zonder investeringen in de Lelylijn, in infrastructuur of in betaalbare woningbouw. Vanochtend nog werd uit cijfers van het CBS duidelijk dat in 51% van alle buurten en dorpen essentiële voorzieningen uit beeld raken. Kernen en plattelandsgemeenten hebben daar last van. Neem bijvoorbeeld Oldebroek. Of neem het dorpje Varik, waar het café sluit, of een eindje verderop Ophemert, waar de supermarkt dichtgaat. Het leidt tot een spiraal van verschraling. Na het verdwijnen van dit soort voorzieningen dreigt het einde van de lokale basisschool en dan gaat het hard met het hele dorp. De ziel gaat eruit. Dat kunnen we keren, juist door beleid hier, juist door geld te regelen voor de woningbouw, juist door de procedures te vereenvoudigen, zodat jongeren een huis kunnen kopen of huren in hun eigen dorp, hun kinderen naar de basisschool om de hoek kunnen gaan en de sportvereniging in leven blijft. Daar zet de ChristenUnie zich voor in. Ik vraag de minister waarom dit kabinet nog steeds geen geld heeft kunnen vrijmaken voor dorpen als Varik en Ophemert.
Een ander treffend voorbeeld is de spreiding van de rijkswerkgelegenheid over het land. Dit is al jaren een breed gedeelde wens, ook door dit kabinet. Ik zie de inspanningen, maar de praktijk komt zo langzaam van de grond. Kan de minister uitleggen hoe dit komt? Welk stevig advies geeft hij mee, ook aan zijn opvolger en het opvolgende kabinet? Hoe gaan we dit anders doen?
Voorzitter. Dan de gemeentefinanciën. Als trouwe woordvoerders Binnenlandse Zaken zeggen wij allemaal: geen taken zonder knaken. Dat is erin geramd door al die wethouders Financiën. De verhoudingen tussen Rijk en gemeente staan namelijk onder druk. Dat moet anders. De magere reactie op de adviezen van de ROB helpt niet. De minister schuift ze grotendeels terzijde. Waarom is dat? Hoe gaat de herijking van het gemeentefonds plaatsvinden? Ik wil ook tegen de nieuwe coalitie zeggen: geef de gemeente alsjeblieft een langjarig, duurzaam perspectief. Begroten op incidenteel geld is namelijk niet te doen.
Ik rond af, voorzitter. Dit gaat over staatsrechtelijke vernieuwing. Dat had u al verwacht van de ChristenUnie. Ik word eigenlijk gewoon een beetje boos van de hele tijd dat gefilosofeer over die kiesdrempel, met als enig argument dat ons land daardoor beter bestuurbaar zou worden. Dat is een kulargument! Het feit dat ons land af en toe onbestuurbaar lijkt, ligt echt niet aan die kiesdrempel. Dat ligt aan mensen die weglopen, aan persoonlijke blokkades en aan afsplitsingen. Remkes heeft klip-en-klaar die kiesdrempel afgewezen, dus waarom zouden we dan weer dat pad opgaan? Het is arrogantie van de macht om zoiets voor te stellen, nota bene door partijen die zelf ooit drie of vijf zetels hebben gehad. Toevallig ben ik bezig met een initiatiefnota op dit thema. Daarmee zetten we het om in positieve energie. Ik maak namelijk heel graag, heel vaak en hopelijk met velen werk van een weerbare democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Bikker. We kijken uit naar uw initiatiefnota. Daarmee zijn we toegekomen aan de bijdrage van mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens de SP. Mevrouw Beckerman heeft het woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Mijn felicitaties aan al die mensen die hun maidenspeech hebben gehouden.
Wat voor samenleving willen we zijn, en welke overheid hoort daar dan bij? Dat is in essentie waar deze begroting om draait. Wij vinden deze begroting schraal. We zien ook dat de nieuwe coalitie er nog weer een schep bovenop doet. Een meritocratie op steroïden, is dat wat het komende kabinet wil? Een samenleving waarin de zogenaamd hoogste diploma's worden gezien als verdienste, waarin er zelfgenoegzaam wordt neergekeken en snoeihard wordt bezuinigd op de mensen die deze samenleving draaiende houden, en waarin er steeds meer ongelijkheid, competitie tegen elkaar en individualisering is. Het huidige demissionaire kabinet zette de rijksambtenaren al op de nullijn. Dat raakt juist de mensen met de laagste salarisschalen hard. Denk aan schoonmakers in dienst van het Rijk, gevangenispersoneel, douane-inspecteurs, beveiligers, mensen hier in het restaurant en de mensen die voor Rijkswaterstaat vandaag wél de weg op moeten. Zij zitten allemaal op de nullijn, terwijl hun salaris vaak al lager is dan wanneer ze niet voor de Rijksoverheid zouden werken en terwijl de kosten voor levensonderhoud oplopen. De huren stijgen, evenals de prijzen voor boodschappen, energie, vervoer en straks misschien ook nog het eigen risico. De nullijn is toch niet vol te houden, vraag ik aan het kabinet.
Maar daar kwam vrijdag ook nog het coalitieakkoord. En wat gebeurt er? Komen er nu, na hogere bonussen voor bankiers als eerste daad, hogere topsalarissen voor ambtenaren? In het vrijdag gepresenteerde akkoord staat het als volgt: "We houden de Wet normering topinkomens tegen het licht, geïnspireerd op Singapore." Singapore is een machomeritocratie, waar de overheidselite van topambtenaren en politici de hoogste salarissen ter wereld verdienen. Het is een meedogenloos systeem. Is dat de overheid die we willen: riante salarissen aan de top, maar het uitknijpen van de uitvoerders?
Voorzitter. Dan de bezuinigingen op de gemeenten. 70% van de gemeenten verwacht op termijn tekorten, die gezamenlijk oplopen tot circa 3,4 miljard euro. Een structurele bezuiniging van 2 miljard hangt nog steeds als zwaard van Damocles boven gemeenten. Dit is door het zittende kabinet tijdelijk afgezwakt, maar met tijdelijk geld kun je ook geen structurele taken financieren. Bovendien zorgt al het tijdelijke geld dat capaciteit van ambtenaren naar het schrijven van aanvragen en andere bureaucratie gaat, in plaats van naar de gemeenschap. De financiële klap komt alsnog.
Daarbovenop komt het kabinet-Jetten met nieuwe klappen, want ook gemeenten krijgen een deel van de snoeiharde bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid direct of indirect op hun bord. Zo wordt huishoudelijke hulp niet meer vergoed. Mensen die huishoudelijke zorg nodig hebben, worden aan de markt overgeleverd. Voor de mensen die die hulp niet zelf kunnen regelen, blijven de gemeenten daarin voorzien. Maar wat dat betekent, is onduidelijk. Ik noem ook het inkorten van de WW naar maximaal één jaar, waarna mensen vaak in andere uitkeringen zoals de bijstand komen. Bovendien wordt er onvoldoende geld vrijgemaakt voor de noodzakelijke bouw van echt betaalbare woningen.
En dan is er jeugdzorg, een wettelijke taak die gemeenten moeten uitvoeren, maar waar ze onvoldoende geld voor krijgen. Een structureel ontwrichtend element binnen de gemeentelijke begrotingen. Dat zegt niet de SP, dat zegt BDO, dat dit onderzocht heeft. Op deze taak heeft dit kabinet bezuinigingen ingepland die oplopen tot 1,8 miljard in 2028, en we zien het komende kabinet niet met een structurele oplossing komen. Wel komt er — hoe wrang — een eigen bijdrage in de jeugdzorg, iets waar D66 overigens eerder nog tegen was. En ja, jeugdzorg moet anders; de marktwerking en de bijbehorende bureaucratie moeten eruit. In plaats daarvan worden de problemen nu simpelweg doorgeschoven naar het sociaal domein, zodat ze alsnog op het bord van de gemeenten liggen, terwijl die al onvoldoende geld hebben. De harde bezuinigingen van het aankomende kabinet op zorg en sociale zekerheid zijn al een snoeiharde aanval, en als we niets doen aan de financiële positie van gemeenten, kunnen daar nog meer bezuinigingen op volgen.
Voorzitter. Wat voor samenleving willen we zijn en wat voor overheid hoort daarbij? In de afgelopen decennia is de overheid steeds meer ten dienste gaan staan van bedrijven en ontstond naar inwoners juist een gestold wantrouwen. Dat had het toeslagenschandaal, de ellende in Groningen en tal van crises tot gevolg. Juist nu zou het moment zijn om te bouwen aan een andere overheid, ten dienste van mensen. Geen diplomademocratie, maar een die alle inwoners op waarde schat. En juist nu keert het kabinet-Jetten I weer terug naar het oude: een opleving van het neoliberalisme, een meritocratie waarin vooral theoretische diploma's worden gezien als verdienste en de werkende klasse harde klappen krijgt.
In Nederland mag je op heel veel gronden niet discrimineren, maar een letterlijk discriminatieverbod op basis van klasse kennen wij niet. Op initiatief van de SP zou de minister onderzoeken of discriminatie op basis van sociaal-economische status kon worden toegevoegd. Hoe staat het met dat onderzoek? Het kan wel eens heel hard nodig zijn. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Struijs. Hij spreekt namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank allen, voor de maidenspeeches. Dat maakt je trots om hier te mogen werken. Het is ook een handreiking aan de samenwerking. Daar ben ik echt heel blij mee, fijne collega's.
Ik sta hier toch ook een beetje met een ander gemoed, omdat ik voel dat ik de kalkoen word die met de kerst wordt opgegeten. Je krijgt een uitnodiging van de nieuwe coalitie om vooral constructief te zijn, maar vervolgens is de vraag of je wel echt welkom bent met deze kiesdrempel. Laat ik duidelijk zijn: ik vind de samenwerking met groot of klein, bijvoorbeeld met DENK of de ChristenUnie, noem allemaal maar op, een verrijking voor de democratie. Nou, u kunt maar weten hoe wij erin zitten, en dat is vrij fanatiek.
Maar goed, dat gezegd hebbende: een compliment aan deze minister voor zijn openheid, zijn kennis en zijn toegankelijkheid. Ik hoop dat wij dit terug kunnen zien in het nieuwe kabinet. In de korte tijd dat u dit doet, vind ik het echt van grote klasse. Dat heb ik ook maar even gezegd.
Dan nog even waar het hier om gaat: de begroting. Wij maken ons zorgen over de disbalans. Er is al meer over gesproken, maar laten wij even inzoomen op een paar dingen. 350 miljoen herverdelen voor chronisch zieken, die extra gedupeerd worden: hoe dan en waar dan? Hoe is die verdeelsleutel en waar zitten de meeste zieken? Ik zou hierop graag een reflectie willen van de minister. Hoe gaat hij dat dadelijk doorgeven aan de toekomstige minister?
Dan de ROB. Ook deze spreekt van een disbalans. Daar maken wij ons zorgen om. Ik weet dat er al wat schrale antwoorden zijn, maar ik zou iets meer verrijkende taal willen horen. Hoe gaan we het voor elkaar krijgen dat die disbalans eruit gaat, op basis van gelijkwaardigheid met de gemeenten? Er liggen veel voorbeelden onder, maar ik zou toch een beschouwing van deze minister willen horen op dit domein. Wat zet hij in zijn memo voor de toekomstige minister? Er is sprake van disbalans als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet, veiligheid, klimaat, woningbouw en noem maar op. Die moeten we opheffen. Er zijn veel problemen die we in deze democratie kunnen oplossen in samenwerking met de gemeenten. Dit blijft wel een zorgpunt voor ons.
Dan ondermijning. Ik ben enorm geschrokken van de gesprekken die ik heb met mensen die in gemeenteraden zitten, met wethouders, met eenieder die de democratie op lokaal niveau een warm hart toedraagt. Ik hoor van politiemensen maar ook van anderen dat bedreigingen een verdienmodel zijn geworden in onze democratie. Wat ik ook hoor, is dat ze het bewaken en beveiligen niet meer aankunnen. Dan heb ik het over de dynamische beveiliging, maar ook over de statische beveiliging. We zien namelijk dat er steeds meer druk komt om panden of instellingen te beveiligen, of het nou gaat om instellingen met een religieuze achtergrond, moskeeën of joodse instellingen, of noem allemaal maar op. Ze kunnen het niet meer waarmaken. Ik ben het van harte eens met wat de VNG zegt: die samenwerking tussen het landelijke stelsel bewaken en beveiligen en het lokale stelsel moet verbeteren. We hebben het hier namelijk wel over de hoeders van onze democratie en die moeten fatsoenlijk hun werk kunnen doen. Dus graag een reactie op mijn vraag over deze vorm van beveiligen, met name de samenwerking tussen landelijk en lokaal, via het stelsel bewaken en beveiligen, en op de vraag waar we kansen zien om die te verbeteren.
Ik wil ook even stilstaan bij de zorgfraude. Ik weet dat de minister gaat verwijzen naar VWS, maar het is te gek voor woorden dat gemeentes weten waar de dubieuze bureautjes zitten, die landelijk echt voor meer dan 10 miljard aan het frauderen zijn, maar dat als zo'n frauduleus bureautje gaat vertrekken van de ene gemeente naar de andere, die informatie niet gedeeld mag worden. Ziet de minister de mogelijkheid om dit vanuit zijn functie in samenwerking met onder andere VWS en Justitie en Veiligheid te verbeteren? Dit is namelijk een gemeenschappelijk probleem, vind ik.
Misschien ga ik met iets raars eindigen. Ik ben de Kamer in gekomen met de grap dat ik zo dicht mogelijk bij de wc's wil zitten, omdat ik van 50PLUS ben. Nou, dat heb ik geweten! Maar ja, het had ook iets profetisch. Mensen die ernstige medische aandoeningen hebben, durven namelijk de straat niet meer op omdat er geen publieke toiletten meer zijn. Mensen vereenzamen omdat ze de boodschapjes niet meer durven te doen, omdat ze weten dat daar geen publieke toiletten zijn. Ik weet dat dit ook bij VWS hoort, maar ik wil toch deze minister aanmoedigen — ik verzoek hem om dat te doen — om dit zo snel mogelijk samen met VWS en de gemeenten op te lossen, zodat we allemaal van het publieke domein gebruik kunnen maken. Ik als 50PLUS'er wil aan deze demissionaire minister een belofte doen. Zo gauw hij dit voor elkaar krijgt, wordt het eerste publieke toilet naar hem vernoemd. Daar gaan wij van 50PLUS ons hard voor maken.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Struijs. We komen bij de laatste bijdrage in deze eerste termijn van de zijde van de Kamer. Die is van mevrouw Lammers van de Groep Markuszower. Het is ook haar maidenspeech, begrijp ik. Ik geef haar daartoe graag het woord. Mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Bij deze begroting Binnenlandse Zaken gaat het formeel over cijfers, maar het zou moeten gaan om iets fundamentelers, namelijk hoe deze regering omgaat met lokale democratie, met gemeenschappen en met de rechtsstaat.
Voorzitter. Allereerst de voorgenomen gemeentelijke herindeling in de Liemers: Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg moeten opgaan in één gemeente. Dat wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend en noodzakelijk, maar dat is het niet. Daar willen wij dan ook zeer terughoudend mee zijn. Dit lijkt namelijk schaalvergroting om de schaalvergroting, met als gevolg meer afstand tot het bestuur en verlies van lokale identiteit. Neem de Hanzestad Doesburg, een eeuwenoude stad die al in 1237 stadsrechten kreeg, die het geweld van de Tachtigjarige Oorlog meemaakte, inclusief inname door de geuzen. Een herkenbare, trotse stad, waarvoor mensen hun leven hebben gegeven. Haar voortbestaan staat hier op het spel. Inwoners worden voor een voldongen feit gesteld.
Voorzitter. Ik wil ook aandacht besteden aan het dorp Moerdijk. Het plan om een dorp van ongeveer 1.100 inwoners te laten verdwijnen, een besluit dat mensen raakt in hun bestaan, in hun tradities, in hun sociale netwerken, in hun toekomst, en dat onder het mom van industriële uitbreiding en energietransitie. Dan wil ik toch vragen: van wie zijn die gemeenten eigenlijk, van bestuurders of van inwoners? Dat moet hier toch centraal staan? Het is toch van groot belang dat als het gaat om existentiële vragen over het voortbestaan van een dorp of stad, inwoners zelf direct hierover zeggenschap hebben? Nu wordt er over hen geregeerd, in Moerdijk zelfs door gemeenteraadsleden die zelf niet eens in Moerdijk wonen. Daarom moet dit besluit van tafel worden geveegd. Wij dienen daarom een motie in die voorstelt dat inwoners zich via een verplicht referendum kunnen uitspreken over fusies of opheffing van hun gemeente of delen daarvan.
Voorzitter. Dan even over Extinction Rebellion. We kennen het patroon inmiddels. Wegen worden geblokkeerd, infrastructuur wordt platgelegd en de wet wordt bewust overtreden. Dat wordt weggezet als activisme, ook onlangs nog door deze BBB-minister in het commissiedebat IVD-aangelegenheden. Maar laten we eerlijk zijn. Dit is links-extremisme. Het demonstratierecht is namelijk geen vrijbrief om de samenleving te ontwrichten of hulpdiensten te hinderen. Meerdere deelnemers aan deze acties zijn reeds veroordeeld voor hun criminele gedrag. Misschien wordt het vandaag ook tijd om vast te stellen dat de misdrijven die deze XR-extremisten begaan, bijna net zo ernstig zijn als het handelen van bestuurders, de burgemeesters die niet optreden. Wij zullen de minister verzoeken op te treden wanneer burgemeesters die door hem zijn aangesteld, niet handhaven.
Voorzitter. De kern is simpel. Democratie betekent dat je mensen serieus neemt en dat je inwoners een grote stem geeft bij existentiële vragen over hun dorp, hun gemeente en hun stad. Eeuwenoude gemeenschappen kunnen we niet zomaar laten verdwijnen. Daarnaast is het van groot belang dat eenieder die zich schuldig maakt aan strafbare feiten en de leefomgeving van mensen aantast, misschien zelfs wel levens verwoest, onmiddellijk wordt aangepakt. Iedereen die hier gemakzuchtig mee omgaat en weigert in te grijpen, moet hiervoor verantwoordelijk worden gehouden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Lammers. U zei in alle bescheidenheid dat u geen felicitaties hoeft, maar ik feliciteer u toch met uw maidenspeech. Mooi. Ik schors voor tien minuten. We gaan om 14.50 uur stemmen. Dan hebben we tevens de gelegenheid om in de schorsing mevrouw Lammers te feliciteren.
De voorzitter:
Ik schors tot 14.50 uur. Dan gaan we over tot de stemmingen. Dank u wel.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Voorzitter: Van Campen
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen. Mag ik rust in de plenaire zaal, zodat ik het woord kan geven aan de heer Krul voor een verzoek vanuit de fractie van het CDA? Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Onder 13, de stemmingen over moties ingediend bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken voor 2026, zouden wij graag de motie op stuk nr. 58 willen aanhouden.
De voorzitter:
Onder 13 … De motie op stuk nr. 48 of nr. 58?
De heer Krul (CDA):
De motie op stuk nr. 58.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 58 zal worden aangehouden.
Stemming Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Stemming Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis) (36744).
De voorzitter:
We hebben een stemverklaring van de heer Flach en ik geef hem daarvoor het woord.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Deze stemverklaring is mede namens de ChristenUnie. Over deze wet zou eerst niet worden gesproken. Toch debatteerden we er uiteindelijk uitgebreid over. Onze zorgen over de positie van pgb-houders en hun zorgverleners zijn helaas niet weggenomen. Waar de rechter de positie van zorgverleners bedoelde te verbeteren, dreigt in de praktijk een verslechtering van hun positie en wordt de continuïteit van zorg aan mensen met een persoonsgebonden budget in gevaar gebracht. Deze wet behandelt mensen die vanwege een zorgvraag zorgverleners in dienst hebben, alsof zij een volwaardige mkb-ondernemer zijn, met alle gevolgen en werkgeverslasten van dien. Zij hebben geen HR-afdeling, maar worden wel verantwoordelijk voor 104 weken loondoorbetaling, re-integratieverplichtingen, salarisadministratie en andere veeleisende werkgeversverplichtingen. Wij vinden dat met deze nieuwe regels pgb-houders en hun zorgverleners onnodig en onverantwoord in de knel dreigen te komen. Nu onze voorstellen om de wet op dit punt te verbeteren vrijwel allemaal zijn verworpen, zullen we tegen dit wetsvoorstel stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach.
Op 27 januari heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en de artikelen gestemd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 26), het amendement-Neijenhuis/Patijn (stuk nr. 27), het amendement-Flach (stuk nr. 10), het gewijzigde amendement-Neijenhuis (stuk nr. 35) en het amendement-Bühler (stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming Wet chartaal betalingsverkeer
Stemming Wet chartaal betalingsverkeer
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711).
De voorzitter:
Op 27 januari heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en de artikelen gestemd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Van Eijk c.s. (stuk nrs. 19, I tot en met IV), het amendement-Ergin (stuk nr. 34), het gewijzigde amendement-Ergin (stuk nr. 22), het amendement-Flach c.s. (stuk nr. 25), het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 20), het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 21), het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 14), het nader gewijzigde amendement-Flach c.s. (stuk nr. 26), de amendementen-Flach c.s. (stuk nrs. 27, I en II) en het amendement-Inge van Dijk c.s. (stuk nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Begroting Justitie en Veiligheid 2026, onderdeel Politie
Stemmingen moties Begroting Justitie en Veiligheid 2026, onderdeel Politie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026, onderdeel Politie,
te weten:
- de motie-Faber/Wilders over Marokkaans tuig terugsturen naar Marokko door denaturalisatie (36800-VI, nr. 44);
- de motie-Faber/Wilders over islamitische gebedsruimtes op politiebureaus verbieden (36800-VI, nr. 45);
- de motie-Faber over stoppen met het uitzenden van politiemensen naar het buitenland (36800-VI, nr. 46);
- de motie-Faber over de politie de opdracht geven te selecteren op competentie in plaats van op afkomst (36800-VI, nr. 47);
- de motie-Faber over de politie erop wijzen dat ze haar eigen beleid in de praktijk dient uit te voeren (36800-VI, nr. 48);
- de motie-Michon-Derkzen c.s. over garanderen dat financiële problematiek bij de politie niet wordt afgewend op de operationele sterkte (36800-VI, nr. 49);
- de motie-Michon-Derkzen c.s. over de motie op stuk nr. 80 (36 600-VI) alsnog uitvoeren door de politiebegroting inclusief de Politieacademie door te lichten (36800-VI, nr. 50);
- de motie-Mutluer c.s. over de Kamer informeren over de meerjarige keuzes in de politieformatie en de gevolgen daarvan voor de operationele functies per regio (36800-VI, nr. 51);
- de motie-Mutluer over de centrale regie op ICT binnen de justitiële keten versterken (36800-VI, nr. 52);
- de motie-Van der Werf c.s. over femicide en huiselijk geweld expliciet meenemen in de gesprekken over de veiligheidsagenda (36800-VI, nr. 53);
- de motie-Straatman c.s. over in kaart brengen welke wettelijke bepalingen of uitvoeringsregels in de praktijk belemmerend werken voor een doelmatige inzet van de politiecapaciteit (36800-VI, nr. 54);
- de motie-Straatman/Inge van Dijk over de richtlijn voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars spoedig landelijk implementeren (36800-VI, nr. 55);
- de motie-Struijs/Mutluer over regelen dat politie-uniformen en herkenbare politie-uitrusting niet langer online te koop zijn voor onbevoegden (36800-VI, nr. 56);
- de motie-Diederik van Dijk over overbodige managementlagen en projecten kritisch beoordelen en de vrijkomende middelen heralloceren naar blauw op straat (36800-VI, nr. 57);
- de motie-Diederik van Dijk over de begroting van de strafrechtketen in overeenstemming brengen met de taken (36800-VI, nr. 58);
- de motie-Dobbe over geen generieke vacaturestop bij de politie (36800-VI, nr. 59);
- de motie-Dobbe over tekorten bij de politie voorkomen en dit verwerken in de komende begrotingen (36800-VI, nr. 60);
- de motie-Coenradie over een gesprek met de politietop om de afstand tussen de politieleiding en de werkvloer te verkleinen (36800-VI, nr. 61);
- de motie-Coenradie over het handelingskader van de politie over hoe te handelen in diverse situaties vereenvoudigen (36800-VI, nr. 62);
- de motie-Coenradie over opsporing zwaarder laten wegen dan privacy bij geweld tegen hulpverleners (36800-VI, nr. 63).
De voorzitter:
We hebben een stemverklaring van mevrouw Lammers. Ik geef haar daarvoor het woord.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb een korte stemverklaring over de motie op stuk nr. 44 (36800-IV) van de leden Faber en Wilders. Deze motie gaat tien stappen verder dan het verkiezingsprogramma van de PVV, waarin alleen gerept wordt over het denaturaliseren van veroordeelde criminelen met een dubbele nationaliteit. Deze motie is misleidend en onnodig grievend, want niet alle Marokkanen woonachtig in Nederland zijn tuig, en niet al het tuig dat onze straten terroriseert is Marokkaans. Bovendien zegt de motie niets over een eventuele veroordeling. Daardoor zijn opeens alle Marokkanen het doelwit van Faber en Wilders. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Deze motie lost niets op, want die zal op deze manier bij lange na geen meerderheid in dit huis halen. Ook onze fractie wenst mensen met een dubbele nationaliteit die zijn veroordeeld voor een ernstig misdrijf, lang te straffen, vervolgens te denaturaliseren en dan ons land uit te knikkeren. Maar of die crimineel naast een Nederlandse bijvoorbeeld ook een Zweedse, Marokkaanse of Sudanese nationaliteit heeft, maakt ons niks uit.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt de motie-Faber/Wilders (36800-VI, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber/Wilders (36800-VI, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (36800-VI, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (36800-VI, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (36800-VI, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (36800-VI, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (36800-VI, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (36800-VI, nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer (36800-VI, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (36800-VI, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Straatman c.s. (36800-VI, nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Straatman/Inge van Dijk (36800-VI, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Struijs/Mutluer (36800-VI, nr. 56).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (36800-VI, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (36800-VI, nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36800-VI, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36800-VI, nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (36800-VI, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie (36800-VI, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (36800-VI, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties MIRT
Stemmingen moties MIRT
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het MIRT,
te weten:
- de motie-De Hoop c.s. over een tijdelijke oplossing voor het ontbreken van een oeververbinding voor fietsers in de stad Groningen (36800-A, nr. 20);
- de motie-De Hoop c.s. over in gesprek gaan met ProRail over de indexering van MIRT-projecten (36800-A, nr. 21);
- de motie-De Hoop c.s. over vervolgstappen en financiering voor de ov-knoop Brainport Eindhoven (36800-A, nr. 22);
- de motie-Van der Plas/Stoffer over een fysieke rijbaanscheiding op de N50 tussen Kampen en Ramspol (36800-A, nr. 23);
- de motie-Van der Plas over de gefaseerde aanleg van de Lelylijn als serieuze optie uitwerken (36800-A, nr. 24);
- de motie-Stoffer c.s. over in afstemming met de Vlaamse regering zo snel mogelijk een startbeslissing nemen voor het project Rail Ghent Terneuzen (36800-A, nr. 25);
- de motie-Stoffer c.s. over op korte termijn starten met de procedure voor de realisatie van station Dordrecht-Leerpark (36800-A, nr. 26);
- de motie-Grinwis c.s. over emplacement Haarlem in één keer toekomstbestendig verbouwen (36800-A, nr. 28);
- de motie-Grinwis c.s. over bij vrijvallende WoKT-middelen voorrang geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland (36800-A, nr. 29);
- de motie-Goudzwaard c.s. over bij MIRT-investeringen in kleine zeehavens standaard een veiligheids- en weerbaarheidstoets toepassen (36800-A, nr. 30);
- de motie-Goudzwaard c.s. over de middelen voor de Lelylijn als aparte, expliciet geoormerkte reservering in het Mobiliteitsfonds opnemen (36800-A, nr. 31);
- de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. over de woningbouwgebieden Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo-Enschede en Helmond als eerste in aanmerking laten komen voor aanvullende middelen (36800-A, nr. 32);
- de motie-Peter de Groot c.s. over een lijst van gemeenten met afgewezen aanvragen voor mobiliteitsmaatregelen bij woningbouw (36800-A, nr. 33);
- de motie-Peter de Groot/Stoffer over een gefaseerde aanpak voor knooppunt Hoevelaken uitwerken (36800-A, nr. 34);
- de motie-Peter de Groot over de oeververbinding bij de sluis van Nijkerk aanmerken als strategische infrastructuur (36800-A, nr. 35).
In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36800-A, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36800-A, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36800-A, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas/Stoffer (36800-A, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-A, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-A, nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-A, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-A, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-A, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard c.s. (36800-A, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Goudzwaard c.s. (36800-A, nr. ??, was nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (36800-A, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (36800-A, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot/Stoffer (36800-A, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot (36800-A, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026, onderdeel Media
Stemmingen moties Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2026, onderdeel Media
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026, onderdeel Media (36800-VIII),
te weten:
- de motie-Martens-America c.s. over het aantal omroephuizen concretiseren tot vier, met daarnaast omroephuis NOS/NTR (36800-VIII, nr. 52);
- de motie-Martens-America over in de Mediawet opnemen dat de Ster haar reclameruimte niet uitbreidt naar podcasts (36800-VIII, nr. 53);
- de motie-Mohandis over besparingen voor het jaar 2027 gelijk laten oplopen met de hervorming vanaf 2029 (36800-VIII, nr. 54);
- de motie-Mohandis/Oualhadj over een publiek-private samenwerking tussen NPO, publieke omroepen en streamingsdiensten (36800-VIII, nr. 55);
- de motie-Mohandis over uitspreken dat verdere commercialisering van de publieke omroep afbreuk doet aan het publieke karakter (36800-VIII, nr. 57);
- de motie-Bosma over ervoor zorgen dat de NOS haar nieuwsberichten weer deelt via X (36800-VIII, nr. 58);
- de motie-Bosma over wel meedoen aan het Eurovisie Songfestival 2026 (36800-VIII, nr. 59);
- de motie-Nanninga/Martens-America over het wetsvoorstel over de hervorming van het publieke omroepbestel vóór 1 juni in internetconsultatie brengen (36800-VIII, nr. 60);
- de motie-Van Houwelingen over een onderzoek door de NPO naar banden van journalisten met inlichtingendiensten (36800-VIII, nr. 61);
- de motie-Markuszower/Claassen over maximaal bezuinigen op de publieke omroep (36800-VIII, nr. 62);
- de motie-Van der Plas over een duidelijke overheadnorm opstellen voor de hele publieke omroep (36800-VIII, nr. 63);
- de motie-Van der Plas over een commissie voor parlementaire controle van de NPO instellen (36800-VIII, nr. 64);
- de motie-Ceder over ouders wijzen op de richtlijn voor schermgebruik (36800-VIII, nr. 66);
- de motie-Ceder c.s. over voorkomen dat lokale omroepen vanaf 2028 minder ontvangen dan nu (36800-VIII, nr. 67);
- de motie-Struijs over het budget voor de publieke omroep niet verder verlagen (36800-VIII, nr. 68).
In stemming komt de motie-Martens-America c.s. (36800-VIII, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Martens-America (36800-VIII, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mohandis (36800-VIII, nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Mohandis/Oualhadj (36800-VIII, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis (36800-VIII, nr. ??, was nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bosma (36800-VIII, nr. 58).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bosma (36800-VIII, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Nanninga/Martens-America (36800-VIII, nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-VIII, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Markuszower/Claassen (36800-VIII, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-VIII, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36800-VIII, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Struijs (36800-VIII, nr. 68).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026, onderdeel Herstel Groningen
Stemmingen moties Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026, onderdeel Herstel Groningen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026, onderdeel Herstel Groningen (36800-VII),
te weten:
- de motie-Bushoff/Beckerman over een goede uitvoering van maatregel 29 borgen (36800-VII, nr. 21);
- de motie-Bushoff c.s. over uitspreken dat alle gedupeerden recht hebben op een veilig, schadevrij en verduurzaamd huis (36800-VII, nr. 22);
- de motie-Beckerman/Bushoff over de situatie van zwaar gedupeerden met prioriteit oplossen (36800-VII, nr. 24);
- de motie-Beckerman/Bushoff over een concreet programma voor het realiseren van veilige, betaalbare woningen voor Groningse jongeren (36800-VII, nr. 25);
- de motie-Beckerman/Bushoff over de eventuele aanpassing van de regeling voor duurzaam herstel overlaten aan een nieuw kabinet (36800-VII, nr. 26);
- de motie-Kops over in 2026 alle "stille gedupeerden" actief benaderen (36800-VII, nr. 27);
- de motie-Clemminck over aanvullende duurzaamheidssubsidies in het versterkingsgebied afbouwen (36800-VII, nr. 28);
- de motie-Clemminck over vervolgonderzoek naar het stabiliseren van de Groningse ondergrond (36800-VII, nr. 29).
In stemming komt de motie-Bushoff/Beckerman (36800-VII, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (36800-VII, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36800-VII, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36800-VII, nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36800-VII, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kops (36800-VII, nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36800-VII, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36800-VII, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Onlinefraude
Stemming motie Onlinefraude
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Onlinefraude,
te weten:
- de motie-Mutluer over één centraal meld- en registratiepunt voor onlinefraude (29911, nr. 496).
In stemming komt de motie-Mutluer (29911, nr. 496).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik denk dat u mijn fractie zojuist heeft genoemd bij de stemming over de motie op stuk nr. 29 (36800-VII). De VVD wordt geacht tegen die motie te hebben gestemd.
De voorzitter:
Wij hebben dat genoteerd.
Stemmingen moties Politie
Stemmingen moties Politie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Politie,
te weten:
- de motie-Faber over het politiebestuur aanzetten te stoppen met politiek correcte spelletjes (29628, nr. 1304);
- de motie-Faber over de AMvB die voorziet in een verbod op religieuze uitingen voor boa's in werking laten treden (29628, nr. 1305);
- de motie-Van der Werf c.s. over het nieuwe undercoverteam structureel monitoren (29628, nr. 1306);
- de motie-El Abassi over bevestigen dat aanwezigheid van de politie op verbindende evenementen past binnen haar neutraliteit en publieke taak (29628, nr. 1307);
- de motie-El Abassi over inzicht in hoe de adviezen van de Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens over het verbod op religieuze uitingen voor boa's zijn meegewogen (29628, nr. 1308);
- de motie-El Abassi over geen verbod op religieuze uitingen voor boa's mogelijk maken (29628, nr. 1309);
- de motie-Coenradie over gerichter doelgroepenbeleid bij handhaving (29628, nr. 1310);
- de motie-Coenradie over afdwingen dat er wordt gestopt met de inzet van de controlepaal (29628, nr. 1311);
- de motie-Coenradie/Schilder over stoppen met het diversificatiebeleid binnen de politie (29628, nr. 1312).
In stemming komt de motie-Faber (29628, nr. 1304).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (29628, nr. 1305).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (29628, nr. 1306).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29628, nr. 1307).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29628, nr. 1308).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29628, nr. 1309).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (29628, nr. 1310).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (29628, nr. 1311).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie/Schilder (29628, nr. 1312).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Postennet
Stemming motie Postennet
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Postennet,
te weten:
- de motie-Piri/Ceder over de uitvoering van de taakstelling voor het postennet onmiddellijk opschorten (32734, nr. 57).
In stemming komt de motie-Piri/Ceder (32734, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties EU-actieplannen Israël en Palestijnse gebieden
Stemmingen moties EU-actieplannen Israël en Palestijnse gebieden
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat EU-actieplannen Israël en Palestijnse gebieden,
te weten:
- de motie-Piri over vaart zetten achter een nationaal verbod op investeringen in en handel met illegale nederzettingen (23432, nr. 619);
- de motie-Piri over het opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord opnieuw agenderen (23432, nr. 620);
- de motie-Piri/Van der Werf over niet toetreden tot Trumps Board of Peace (23432, nr. 621);
- de motie-Van Baarle over de volledige regering-Netanyahu tot persona non grata verklaren (23432, nr. 622);
- de motie-Van Baarle over EU-druk op Israël voor het beëindigen van maatregelen die hervormingen door de Palestijnse Autoriteit ondermijnen (23432, nr. 623);
- de motie-Van Baarle over verlenging van het EU-Israël-actieplan blijven blokkeren (23432, nr. 624);
- de motie-Van Baarle over pleiten voor operationele bescherming van UNRWA (23432, nr. 625);
- de motie-Dobbe c.s. over maatregelen om Israël te laten stoppen met het bouwen van E1-nederzettingen (23432, nr. 626);
- de motie-Dobbe c.s. over de toelating van waarnemers en journalisten in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever (23432, nr. 627);
- de motie-Ceder over het budget voor samenwerkings- en verzoeningsprojecten tussen Israëli's en Palestijnen verhogen (23432, nr. 628).
In stemming komt de motie-Piri (23432, nr. 619).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Piri (23432, nr. 620).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Piri/Van der Werf (23432, nr. 621).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 622).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 623).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 624).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 625).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (23432, nr. 626).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (23432, nr. 627).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (23432, nr. 628).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik was bij de verkeerde pagina, dus ik heb twee foutjes gemaakt. Kan gebeuren.
De voorzitter:
Het zijn er ook wel veel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Daarom. Het valt mee. Bij de motie op stuk nr. 619 hebben we volgens mij onze hand niet opgestoken, maar daar worden we geacht voor te hebben gestemd. Bij de motie op stuk nr. 621 worden we geacht tegen te hebben gestemd.
De voorzitter:
Het is genoteerd. Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
We zijn genoemd bij de motie op stuk nr. 626, maar het CDA wordt geacht tegen te hebben gestemd.
De voorzitter:
Dat is ook genoteerd, dank u wel.
Stemmingen moties Begroting Buitenlandse Zaken 2026
Stemmingen moties Begroting Buitenlandse Zaken 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (36800-V),
te weten:
- de motie-Van der Werf c.s. over zich inzetten voor het positioneren van Nederland als voorkeurslocatie voor het agressietribunaal (36800-V, nr. 46);
- de motie-Van der Werf c.s. over zich inzetten voor de versterking van lokaal bestuur in Syrië (36800-V, nr. 47);
- de motie-Klos c.s. over draagvlak zoeken voor een Europese veiligheidsraad (36800-V, nr. 48);
- de motie-Klos c.s. over de (gefaseerde) toetreding van Oekraïne tot de EU als onderdeel van een vredesakkoord (36800-V, nr. 49);
- de motie-Van der Burg c.s. over de diplomatieke visa van Iraans personeel met banden met Iraanse inlichtingenagentschappen intrekken (36800-V, nr. 50);
- de motie-Piri over uitspreken dat het volgende kabinet een bewindspersoon voor Europese Zaken moet hebben (36800-V, nr. 51);
- de motie-Piri c.s. over altijd ondubbelzinnig en consistent opkomen voor het internationaal recht (36800-V, nr. 52);
- de motie-Piri c.s. over garanties voor de veiligheid en de lokale rechten van Koerden in Rojava (36800-V, nr. 53);
- de motie-De Roon over inreisverboden voor islamitische predikers die de Nederlandse rechtsstaat bedreigen (36800-V, nr. 54);
- de motie-De Roon over zich terugtrekken uit het Ottawaverdrag (36800-V, nr. 55);
- de motie-De Roon over harder Nederlands optreden tegen de Russische schaduwvloot (36800-V, nr. 56);
- de motie-Boswijk c.s. over een contactgroep Noord-Europa oprichten (36800-V, nr. 57);
- de motie-Boswijk c.s. over de regelgeving van de ISA voor diepzeemijnbouw voortvarend afronden (36800-V, nr. 58);
- de motie-Boswijk c.s. over een Nederlands monument ter nagedachtenis aan de Holodomor (36800-V, nr. 59);
- de motie-Boswijk c.s. over de Russische schaduwvloot harder aanpakken door verdachte olietankers zo mogelijk te onderscheppen (36800-V, nr. 60);
- de motie-Hoogeveen over geen instemming geven aan afspraken waarbij Nederland rentekosten van Europese leningen aan Oekraïne moet betalen (36800-V, nr. 61);
- de motie-Hoogeveen/Stoffer over zich actief verzetten tegen iedere stap richting structurele gezamenlijke EU-schulduitgifte (36800-V, nr. 62);
- de motie-Hoogeveen over een volledige ambassadeursvertegenwoordiging in Caracas (36800-V, nr. 63);
- de motie-Dekker/Markuszower over in beleidsvoorstellen standaard een nationaalbelangtoets opnemen (36800-V, nr. 64);
- de motie-Van Baarle over sancties tegen personen en entiteiten die bijdragen aan illegale nederzettingen in de Palestijnse gebieden (36800-V, nr. 65);
- de motie-Van Baarle over wel pleiten voor opschorting van het associatieverdrag met Israël (36800-V, nr. 66);
- de motie-Van Baarle over de Israëlische ambassadeur ontbieden (36800-V, nr. 67);
- de motie-Van Baarle over onbelemmerde toegang tot humanitaire hulp in Syrië (36800-V, nr. 68);
- de motie-Van Baarle over straffeloosheid voorkomen van plegers van mensenrechtenschendingen (36800-V, nr. 69);
- de motie-Van Baarle over organisaties ondersteunen die zich inzetten voor de Oeigoerse bevolking (36800-V, nr. 70);
- de motie-Stoffer c.s. over onverminderd prioriteit geven aan godsdienstvrijheid en het tegengaan van geweld tegen christenen (36800-V, nr. 71);
- de motie-Stoffer c.s. over voorkomen dat aanvullende Rotterdamse containerterminalcapaciteit in handen komt van een Chinees staatsbedrijf (36800-V, nr. 72);
- de motie-Teunissen c.s. over een extra financiële inspanning voor het versterken van het Iraanse maatschappelijk middenveld (36800-V, nr. 73);
- de motie-Teunissen c.s. over nationale sancties tegen de Israëlische regering tot 37 organisaties hun humanitaire werkzaamheden kunnen hervatten (36800-V, nr. 74);
- de motie-Ceder over het voortouw nemen voor een conferentie van "middle powers" ter versterking van de internationale rechtsorde (36800-V, nr. 75);
- de motie-Ceder c.s. over voldoende structurele middelen voor de functie van speciaal gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging (36800-V, nr. 76);
- de motie-Ceder over uiterlijk per 24 april niet meer spreken van "de kwestie van de Armeense genocide" (36800-V, nr. 77);
- de motie-Dobbe c.s. over actief bijdragen aan onderzoek dat inzet op het monitoren en de bewijsvergaring van mensenrechtenschendingen in Syrië (36800-V, nr. 78);
- de motie-Dobbe c.s. over de oorlogsmisdaden in Syrië ondubbelzinnig veroordelen (36800-V, nr. 79).
De voorzitter:
Dan de stemverklaringen, allereerst van de heer Stoffer, die ik daarvoor het woord geef. Ik verzoek de leden om rust, zodat we goed naar de heer Stoffer kunnen luisteren.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Europese defensiesamenwerking kan alleen vorm krijgen in alle openheid met de NAVO. Europa moet zelfstandiger worden, maar de regie hoort bij de lidstaten te liggen. Voor de SGP is het onbespreekbaar dat Brussel het bevel voert over de strijdkrachten of dat het Europees Parlement beslist over de inzet van Nederlandse militairen. Wat de SGP betreft, treedt de Europese veiligheidsraad op als informeel overlegorgaan en in crisissituaties als regisseur, maar dan wel met een sleutelpositie voor het Verenigd Koninkrijk en vaste zetels voor de secretaris-generaal van de NAVO en de voorzitter van de Europese Raad.
Voorzitter. De SGP stemt tegen de motie op stuk nr. 48 (36800-V). Dat doen we niet omdat wij tegen een Europese veiligheidsraad als zodanig zijn. Onze bezwaren richten zich op het model waarin het zwaartepunt bij de Commissie ligt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Baarle krijgt het woord voor een stemverklaring.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik zou graag een stemverklaring willen geven over de motie op stuk nr. 53 (36800-V) van mevrouw Piri. In die motie gaat het over de lokale rechten en de veiligheid van Koerden in Syrië. Daar zijn wij vanzelfsprekend volmondig voor. Dat moeten we met elkaar bevorderen en waarborgen. Dat moeten we ook met elkaar uitspreken. In de motie gaat het ook over rekening houden met de lokale historische context. Ook daarvan zeggen we: daar moet nadrukkelijk rekening mee gehouden worden, dat moeten we uitdragen en daar moeten we voor staan. Tegelijkertijd zeggen wij dat we staan voor de territoriale integriteit van Syrië. Dat betekent dat Syrië een eenheidsstaat is en dat de territoriale integriteit daarvan te allen tijde gerespecteerd moet worden. Met die interpretatie en langs die lijn stemmen wij voor de motie van mevrouw Piri op stuk nr. 53.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan een stemverklaring van de heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat we als VVD pal staan voor het bestaansrecht van en de steun aan Oekraïne. We zijn als VVD wél tegen eurobonds. Het aankomende regeerakkoord is er dan ook klip-en-klaar over dat er geen eurobonds komen. Als VVD achten we het noodzakelijk om op Europees niveau gezamenlijk te investeren in defensie en in de Europese veiligheid. Voor ons als VVD is het van belang dat Nederland hierbij niet garant staat voor de uitgaven van andere Europese lidstaten en dat lidstaten garant staan naar rato van de omvang van hun economie. Het steunpakket voor Oekraïne voldoet aan die voorwaarden. We steunen de inzet van het kabinet, waarbij eventuele rentekosten eerst binnen de EU-begroting gedekt dienen te worden. Bovendien is de VVD van mening dat het kabinet zijn verantwoordelijkheid moet nemen om Oekraïne overeind te houden. We hadden deze steun het liefst gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden in Europa in te zetten. Daarom stemmen wij tegen de motie op stuk nr. 61.
De motie op stuk nr. 62 zullen we als VVD steunen, mits het duidelijk is dat onze fractie hiermee niet de steun intrekt voor de Nederlandse deelname aan bestaande instrumenten als de Europese Investeringsbank, macrofinanciële bijstand, de Oekraïne Faciliteit en SAFE.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (36800-V, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (36800-V, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos c.s. (36800-V, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos c.s. (36800-V, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Burg c.s. (36800-V, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Piri (36800-V, nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Piri c.s. (36800-V, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Piri c.s. (36800-V, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Roon (36800-V, nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Roon (36800-V, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Roon (36800-V, nr. 56).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boswijk c.s. (36800-V, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boswijk c.s. (36800-V, nr. 59).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Boswijk c.s. (36800-V, nr. ??, was nr. 60).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hoogeveen (36800-V, nr. 61).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hoogeveen/Stoffer (36800-V, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hoogeveen (36800-V, nr. 63).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dekker/Markuszower (36800-V, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 68).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 69).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-V, nr. 70).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Stoffer c.s. (36800-V, nr. ??, was nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-V, nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (36800-V, nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (36800-V, nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36800-V, nr. 76).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36800-V, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-V, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-V, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Stemmingen moties Begroting Justitie en Veiligheid 2026
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI),
te weten:
- de motie-Van der Werf c.s. over de positie van kinderen meenemen in de aanpak van femicide (36800-VI, nr. 79);
- de motie-Van der Werf c.s. over onderzoek naar een verbod op nudify-apps en vergelijkbare AI-toepassingen (36800-VI, nr. 80);
- de motie-Michon-Derkzen/Diederik van Dijk over de Kamer informeren wanneer terroristen in buitenlandse detentie uit zicht zijn (36800-VI, nr. 81);
- de motie-Ellian over uitspreken dat procesafspraken met grote criminelen onwenselijk zijn (36800-VI, nr. 82);
- de motie-Ellian over voorbereidingen treffen voor heropening van PI Almere (36800-VI, nr. 83);
- de motie-Abdi c.s. over de evaluatie van de wet-Mulder meenemen bij het opnieuw vaststellen van de hoogte van boetes (36800-VI, nr. 84);
- de motie-Abdi c.s. over een afzonderlijke cao voor het gevangeniswezen (36800-VI, nr. 85);
- de motie-Mutluer c.s. over een integraal deltaplan strafrechtketen (36800-VI, nr. 86);
- de motie-Mutluer c.s. over verlenging van een tijdelijk huisverbod tot maximaal één jaar toestaan (36800-VI, nr. 87);
- de motie-Mutluer c.s. over een landelijk dekkend netwerk voor professionele hulp in situaties van (ex-)partnergeweld en kindermishandeling (36800-VI, nr. 88);
- de motie-Van der Plas over een landelijk meldpunt dierenextremisme (36800-VI, nr. 89);
- de motie-Van der Plas over een juridische verkenning naar het begrip "extremisme" (36800-VI, nr. 90);
- de motie-Faber/Wilders over het partnerschap van de politie met het Halal Village Festival opzeggen (36800-VI, nr. 91);
- de motie-Faber c.s. over islamic Relief verbieden in Nederland (36800-VI, nr. 92);
- de motie-Faber/Wilders over de Moslimbroederschap en daaraan gelieerde organisaties in Nederland verbieden (36800-VI, nr. 93);
- de motie-Faber/Diederik van Dijk over bvo's mee laten betalen aan de politie-inzet (36800-VI, nr. 94);
- de motie-Faber over een eenduidig kader voor burgemeesters voor politie-inzet (36800-VI, nr. 95);
- de motie-Faber over de politie terug laten keren naar de kerntaken (36800-VI, nr. 96);
- de motie-Emiel van Dijk over gevangenisuniformen introduceren (36800-VI, nr. 97);
- de motie-Emiel van Dijk over meerpersoonscellen de norm maken (36800-VI, nr. 98);
- de motie-Emiel van Dijk over de minimale duur van gevangenisstraffen verhogen naar één maand (36800-VI, nr. 99);
- de motie-Emiel van Dijk over het opportuniteitsbeginsel afschaffen bij geweld tegen hulpverleners (36800-VI, nr. 100);
- de motie-Emiel van Dijk over het opportuniteitsbeginsel afschaffen bij gewelds- en zedenzaken (36800-VI, nr. 101);
- de motie-Emiel van Dijk over voorafgaand aan een WODC-onderzoek de Kamer inzicht verschaffen in de onderzoekers (36800-VI, nr. 102);
- de motie-Emiel van Dijk over in overheidsonderzoeken de gehele kostprijs van het onderzoek vermelden (36800-VI, nr. 103);
- de motie-Straatman c.s. over verbeterde gegevensdeling voor vroegtijdige signalering van een verhoogd risico op problematische schulden door verkeersboetes (36800-VI, nr. 104);
- de motie-Coenradie c.s. over contact- en gebiedsverboden toepassen bij een hoog risico op herhaald huiselijk geweld of kindermishandeling (36800-VI, nr. 105);
- de motie-Coenradie c.s. over onderzoek naar een langere tbs-verlengingsperiode (36800-VI, nr. 106);
- de motie-El Abassi over zo spoedig mogelijk structurele toegang voor de Inspectie Justitie en Veiligheid tot het CTER-themaregister (36800-VI, nr. 107);
- de motie-El Abassi over altijd onafhankelijk onderzoek bij vermoedens van disproportioneel politiegeweld (36800-VI, nr. 108);
- de motie-El Abassi over zich uitspreken tegen het collectief criminaliseren van bevolkingsgroepen op basis van afkomst (36800-VI, nr. 109);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over de DUUP-middelen exclusief inzetten voor mensen die de prostitutie willen verlaten (36800-VI, nr. 110);
- de motie-Diederik van Dijk/Coenradie over in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld expliciet aandacht besteden aan geweld tegen vrouwen in de prostitutie (36800-VI, nr. 111);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over een gespecialiseerde eenheid voor opsporing en vervolging na antisemitische misdrijven (36800-VI, nr. 112);
- de motie-Teunissen over de pakkans van mensen die betrokken zijn bij dierenmishandeling vergroten (36800-VI, nr. 113);
- de motie-Teunissen over het recht op anonieme deelname aan demonstraties waarborgen (36800-VI, nr. 114);
- de motie-Bikker c.s. over betere sturing vanuit de Rijksoverheid op de DUUP (36800-VI, nr. 115);
- de motie-Bikker c.s. over de campagne over de gevolgen van drugsgebruik voor criminaliteit en de samenleving voortzetten (36800-VI, nr. 116);
- de motie-Bikker/Tijs van den Brink over de schadelijke gevolgen van cannabis betrekken bij het preventiebeleid tegen roken (36800-VI, nr. 117);
- de motie-Dobbe c.s. over vrouwenrechtswinkels structureel borgen in het beleid omtrent de toegang tot het recht (36800-VI, nr. 118);
- de motie-Dobbe/Abdi over het bewerkstelligen van de kantoortoeslag voor de sociale advocatuur per 2027 (36800-VI, nr. 119);
- de motie-Dobbe over de nullijn voor rijksambtenaren van tafel halen, zodat ook gevangenispersoneel een fatsoenlijke loonsverhoging kan krijgen (36800-VI, nr. 120);
- de motie-Dobbe over meer maatwerk bij bezoekuren in de p.i.'s voor schoolgaande kinderen die hun ouders willen bezoeken (36800-VI, nr. 121);
- de motie-Struijs c.s. over ouderenmishandeling expliciet benoemen en verankeren in de beleidsprioriteiten van Justitie en Veiligheid (36800-VI, nr. 122);
- de motie-Struijs/Dobbe over een expliciete wettelijke definitie van zorgfraude (36800-VI, nr. 123);
- de motie-Schilder/Coenradie over minimumstraffen voor delicten waarop een gevangenisstraf van tien jaar of meer staat (36800-VI, nr. 125);
- de motie-Schilder/Coenradie over de strafvorderingsrichtlijnen voor zware geweldsmisdrijven en andere ernstige misdrijven substantieel verhogen (36800-VI, nr. 126);
- de motie-Schilder over meerpersoonscellen de norm laten zijn (36800-VI, nr. 127).
Voordat we gaan stemmen is er een stemverklaring van de heer Ellian. Daarvoor geef ik hem het woord.
De heer Ellian (VVD):
Dank u wel, voorzitter. In het verlengde van een stemverklaring die wij eerder hebben uitgebracht over de Moslimbroederschap, is het natuurlijk vanzelfsprekend dat de VVD-fractie vindt dat er in Nederland geen plek is voor organisaties die extremistisch gedachtegoed verspreiden. De Moslimbroederschap is een beweging die in sommige andere landen is verboden of onder toezicht van de veiligheidsdiensten is gesteld. Wij zouden graag zien dat de minister net zoals in Duitsland de mogelijkheid krijgt om dit soort extremistische organisaties te verbieden. Voor de uitvoering van deze motie is dus een wijziging van de wet nodig. Wij zullen die ter hand nemen. Voor dit moment stemmen wij voor deze motie. Het gaat om de motie op stuk nr. 93.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. We gaan stemmen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (36800-VI, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (36800-VI, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/Diederik van Dijk (36800-VI, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ellian (36800-VI, nr. 82).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ellian (36800-VI, nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Abdi c.s. (36800-VI, nr. 84).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Abdi c.s. (36800-VI, nr. 85).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (36800-VI, nr. 86).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (36800-VI, nr. 87).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (36800-VI, nr. 88).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VI, nr. 89).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VI, nr. 90).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber/Wilders (36800-VI, nr. 91).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber c.s. (36800-VI, nr. 92).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber/Wilders (36800-VI, nr. 93).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber/Diederik van Dijk (36800-VI, nr. 94).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (36800-VI, nr. 95).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Faber (36800-VI, nr. 96).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 97).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 98).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 99).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 100).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 101).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 102).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VI, nr. 103).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Straatman c.s. (36800-VI, nr. 104).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-VI, nr. 105).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Nog één keer.
In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-VI, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Daar moeten we hoofdelijk over stemmen. En dat wil mevrouw Coenradie ook? Graag. Dan gaan we dat doen. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen.
Mevrouw Coenradie, mag ik u het woord geven? Want volgens mij heeft u ons iets te vertellen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter, ik moest even snel rekenen. Dat is niet mijn beste vak. Excuus daarvoor richting de Kamer, maar ik zou 'm graag willen aanhouden.
De voorzitter:
We houden de motie aan. We zijn u zeer erkentelijk.
Op verzoek van mevrouw Coenradie stel ik voor haar motie (36800-VI, nr. 106) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-El Abassi (36800-VI, nr. 107).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (36800-VI, nr. 108).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (36800-VI, nr. 109).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-VI, nr. 110).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Coenradie (36800-VI, nr. 111).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-VI, nr. 112).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (36800-VI, nr. 113).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Teunissen (36800-VI, nr. ??, was nr. 114).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36800-VI, nr. 115).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36800-VI, nr. 116).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker/Tijs van den Brink (36800-VI, nr. 117).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-VI, nr. 118).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Abdi (36800-VI, nr. 119).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36800-VI, nr. 120).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36800-VI, nr. 121).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Struijs c.s. (36800-VI, nr. 122).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schilder/Coenradie (36800-VI, nr. 125).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schilder/Coenradie (36800-VI, nr. 126).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schilder (36800-VI, nr. 127).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)
Stemmingen moties Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals)
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals) (33118, nr. 305),
te weten:
- de motie-Kostić over geen verdere stappen zetten tot het nieuwe kabinet is aangetreden (33118, nr. 310);
- de motie-Van der Plas/Boomsma over het gewijzigde ontwerpbesluit zo spoedig mogelijk vaststellen en in werking laten treden (33118, nr. 311);
- de motie-Van der Plas over uitspreken dat Nederland geen plaats is voor de wolf (33118, nr. 312);
- de motie-Van der Plas over voorrang voor de bescherming van mensen en huisdieren boven de bescherming van individuele wolven (33118, nr. 313);
- de motie-Van der Plas over wolven die meer dan één keer een wolfwerend hek omzeilen als probleemwolf aanmerken (33118, nr. 314);
- de motie-Podt/Bromet over onderzoeken of een gebiedsgericht soortenmanagementplan kan bijdragen aan het voorkomen van conflictsituaties tussen wolven en mensen (33118, nr. 315);
- de motie-Boomsma/Flach over voorkomen dat wolven hun schuwheid verliezen en aan mensen wennen (33118, nr. 316).
In stemming komt de motie-Kostić (33118, nr. 310).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas/Boomsma (33118, nr. 311).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33118, nr. 312).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
CDA niet? Nou, het zag er anders uit, meneer Van den Brink!
In stemming komt de motie-Van der Plas (33118, nr. 313).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We doen 'm nog een keer.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33118, nr. 314).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
Mevrouw Van der Plas, we moeten er hoofdelijk over stemmen. Ik laat een stilte vallen en ik zie mevrouw Van der Plas naar de interruptiemicrofoon komen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik houd 'm aan tot volgende week.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dat wordt hogelijk gewaardeerd.
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (33118, nr. 314) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Podt/Bromet (33118, nr. 315).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma/Flach (33118, nr. 316).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Dieren buiten de veehouderij en dierproeven
Stemmingen moties Dieren buiten de veehouderij en dierproeven
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven,
te weten:
- de motie-Kostić over marokko en FIFA oproepen het doden van straathonden te stoppen en in te zetten op diervriendelijke alternatieven (28286, nr. 1417);
- de motie-Kostić c.s. over het verhandelen van stroomstoot- en prikbanden voor honden verbieden (28286, nr. 1418);
- de motie-Beckerman c.s. over volledige en tijdige uitvoering van het dierendagakkoord (28286, nr. 1419);
- de motie-Van der Plas over een alternatieve subsidieregeling voor het BPRC opstellen (28286, nr. 1420);
- de motie-Graus/Kostić over bezien hoe de rechten van dieren verankerd kunnen worden in de Grondwet (28286, nr. 1421);
- de motie-Graus over onderzoeken hoe DNA-databanken chiphandelingen kunnen vervangen (28286, nr. 1423);
- de motie-Graus/Kostić over een nationaal coördinator transitie proefdiervrije innovatie aanstellen (28286, nr. 1425);
- de motie-Graus/Kostić over een marktmeester benoemen voor het instellen van prijsplafonds voor primaire dierenzorg (28286, nr. 1426).
In stemming komt de motie-Kostić (28286, nr. 1417).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Ik verzoek u nog om enige stilte. We zijn met de eindspurt bezig!
In stemming komt de motie-Kostić c.s. (28286, nr. 1418).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (28286, nr. 1419).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (28286, nr. 1420).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (28286, nr. 1421).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1423).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (28286, nr. 1425).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (28286, nr. 1426).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Landbouw- en Visserijraad d.d. 22-23 september 2025 en appreciatie van de wetenschappelijke vangstadviezen van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES)
Stemmingen moties Landbouw- en Visserijraad d.d. 22-23 september 2025 en appreciatie van de wetenschappelijke vangstadviezen van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES)
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 22-23 september 2025 en appreciatie van de wetenschappelijke vangstadviezen van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) (21501-32, nr. 1728),
te weten:
- de motie-Kostić/Bromet over zich verzetten tegen EU-plannen om meer aalscholvers te doden (21501-32, nr. 1756);
- de motie-Bromet over het besluit over de invulling van de 1,2% van zeegebied dat gevrijwaard wordt van bodemberoerende visserij overlaten aan het nieuwe kabinet (21501-32, nr. 1757);
- de motie-Van der Plas over onderzoek naar de effectiviteit, selectiviteit en veiligheidsaspecten van nieuwe typen brievenbusnetten en zeefkelen (21501-32, nr. 1758);
- de motie-Van der Plas over voorstellen van de Europese Commissie ter vereenvoudiging van wet- en regelgeving met open vizier tegemoettreden (21501-32, nr. 1759).
In stemming komt de motie-Kostić/Bromet (21501-32, nr. 1756).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bromet (21501-32, nr. 1757).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (21501-32, nr. 1758).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (21501-32, nr. 1759).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Zoönosen en dierziekten
Stemmingen moties Zoönosen en dierziekten
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten,
te weten:
- de motie-Kostić over woningbouw en volksgezondheid prioriteren boven de intensieve geitenhouderij (29683, nr. 320);
- de motie-Grinwis c.s. over initiatieven mogelijk maken om geiten te verplaatsen naar verder weg van de bebouwde kom en/of locaties met kwetsbare bewoners (29683, nr. 321);
- de motie-Beckerman over structurele financiering voor het Q-koortscentrum in Noord-Brabant (29683, nr. 322);
- de motie-Beckerman over officiële excuses aanbieden aan de slachtoffers van Q-koorts (29683, nr. 323);
- de motie-Van der Plas over aanvullend onderzoek naar de vraag of het in de VGO-studies gevonden statistische verband ook geldt voor andere vormen van verblijf dan wonen (29683, nr. 324);
- de motie-Graus/Kostić over een adequaat monitoringssysteem om vervolguitbraken van virussen sneller te beteugelen en/of te voorkomen (29683, nr. 325);
- de motie-Graus over de invloed en reikwijdte van wind op de verspreiding van virussen meenemen in bestaande en nieuwe risicomodellen (29683, nr. 326);
- de motie-Graus over registratie en monitoring van vaccinatieprogramma's (29683, nr. 327);
- de motie-Graus over bij de WHO inzetten op een verbod op het gebruik van traditionele medicijnen met stoffen dan wel delen van wilde, bedreigde dieren (29683, nr. 328).
In stemming komt de motie-Kostić (29683, nr. 320).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (29683, nr. 321).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (29683, nr. 322).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (29683, nr. 323).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (29683, nr. 324).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus/Kostić (29683, nr. 325).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29683, nr. 326).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29683, nr. 327).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29683, nr. 328).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Wij worden graag geacht voor de motie op stuk nr. 325 te hebben gestemd.
De voorzitter:
Dat is genoteerd. Dank u wel.
Stemmingen moties Postcovid
Stemmingen moties Postcovid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over postcovid,
te weten:
- de motie-Bushoff c.s. over het voortbestaan van postcovid-expertisecentra garanderen (25295, nr. 2242);
- de motie-Bushoff c.s. over een brede meerjarige aanpak van postacute infectiesyndromen (25295, nr. 2243);
- de motie-Bushoff c.s. over zorgen dat het sociale vangnet ook toegankelijk is voor PAIS-patiënten (25295, nr. 2244);
- de motie-Jimmy Dijk c.s. over extra aandacht voor de groep zwaarst getroffen longcovidpatiënten (25295, nr. 2245);
- de motie-Jimmy Dijk c.s. over vóór de Voorjaarsnota richtlijnen opstellen voor keuringsartsen voor de beoordeling van mensen met long covid (25295, nr. 2246);
- de motie-Bikker c.s. over in gesprek gaan over het Duitse initiatief om long covid en PAIS aan te pakken (25295, nr. 2247);
- de motie-Bikker c.s. over kinderen en jongeren met postcovid en andere PAIS niet vergeten (25295, nr. 2248);
- de motie-Bikker c.s. over kennis en kunde uit de postcovid-expertisecentra zo snel mogelijk toelaten en laten vergoeden (25295, nr. 2249);
- de motie-Van Houwelingen over het subsidiëren van postvaxonderzoek (25295, nr. 2250);
- de motie-Van Houwelingen over uitspreken dat het onwenselijk is dat ziekenhuisbesturen zich publiekelijk en zonder onderbouwing distantiëren van feitelijke waarnemingen van hun artsen (25295, nr. 2251);
- de motie-Van Houwelingen over lareb de benodigde data laten aanleveren voor onderzoek naar de kwaliteit van coronavaccinregistraties (25295, nr. 2252);
- de motie-Van Houwelingen over uitspreken dat een (vermeende) consensus niet automatisch de waarheid is (25295, nr. 2253);
- de motie-Kostić over levende medische richtlijnen voor long covid en andere PAIS naar voorbeeld van de hiv-richtlijn (25295, nr. 2254);
- de motie-Kostić over bij begrotingskeuzes meewegen dat investeringen in het voorkomen en behandelen van PAIS zich terugverdienen (25295, nr. 2255);
- de motie-Kostić over een voorlichtings- en preventieplan omtrent PAIS (25295, nr. 2256);
- de motie-Van Brenk/Bikker over aandacht in het PAIS-beleid voor de gevolgen voor de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en voor de kennispositie van artsen en keuringsartsen (25295, nr. 2257);
- de motie-Maeijer over voorzien in de behoefte aan informatie over postcovid bij kinderen (25295, nr. 2258).
In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (25295, nr. 2242).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (25295, nr. 2243).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (25295, nr. 2244).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk c.s. (25295, nr. 2245).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk c.s. (25295, nr. 2246).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (25295, nr. 2247).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Bikker c.s. (25295, nr. ??, was nr. 2248).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze nader gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikker c.s. (25295, nr. 2249).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 2250).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 2251).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 2252).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 2253).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić (25295, nr. 2254).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kostić (25295, nr. ??, was nr. 2255).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (25295, nr. 2256).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Brenk/Bikker (25295, nr. 2257).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (25295, nr. 2258).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
Ik schors de vergadering een kort ogenblik, waarna we verdergaan met de regeling van werkzaamheden.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer de Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet en de Bankwet 1998 in verband met aanpassingen van het crisisraamwerk voor banken en beleggingsondernemingen ter aanvulling op de implementatie van Richtlijn 2014/59/EU en Richtlijn (EU) 2019/879 betreffende het kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie) (36822).
Aangezien alle ingeschreven sprekers zich hebben teruggetrokken, worden het tweeminutendebat IVD-aangelegenheden en het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid van de agenda afgevoerd.
Ik stel voor dinsdag 10 februari aanstaande ook te stemmen over de ingediende moties bij de wetgevingsoverleggen over de begrotingsonderdelen Jeugd en Water.
Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:
- het dertigledendebat over de loonkloof tussen mannen en vrouwen;
- het debat over het bericht dat bijna een derde van de werktijd in de zorg opgaat aan administratie;
- het debat over het tekort aan personeel in de kraamzorg;
- het dertigledendebat over de situatie van de Palestijnen.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Maritiem (CD d.d. 29/01), met als eerste spreker het lid Heutink van de Groep Markuszower;
- het tweeminutendebat Mijnbouw (CD d.d. 29/01), met als eerste spreker het lid Van Oosterhout van GroenLinks-PvdA;
- het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD d.d. 29/01), met als eerste spreker het lid Edgar Mulder van de PVV;
- het tweeminutendebat Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer (29659, nr. 161), met als eerste spreker het lid Van der Plas van BBB;
- het tweeminutendebat Digitaliserende overheid (CD d.d. 29/01), met als eerste spreker het lid Kathmann van GroenLinks-PvdA.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Dan geef ik voor het volgende deel van de regeling van werkzaamheden, waar we nu bij zijn aangekomen, als eerste het woord aan de heer Krul voor zijn verzoek.
De heer Krul (CDA):
Met duizendmaal dank aan alle collega's die mij even voor hebben gelaten. Ik begrijp dat het een uitzondering is, maar toch heel veel dank voor het meedenken. Dat helpt mij enorm.
Voorzitter. Wij lazen vandaag het toch schokkende nieuwsbericht dat bijna 27.000 mensen per jaar op de spoedeisende hulp belanden als direct gevolg van nicotinegebruik. Wat met name opvalt, is de toename van het aantal jongeren dat vapet en daar direct gezondheidsproblemen van ondervindt. Dat vinden wij zorgelijk. Omdat het commissiedebat Leefstijlpreventie is afgelast en nog niet is ingepland, willen wij hier graag een plenair debat over.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, gezien de ernst van de situatie steun, mede namens de SGP.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Steun.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Geen steun.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer Krul.
Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor haar verzoek namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week heeft de rechter een historische uitspraak gedaan in de klimaatzaak van Greenpeace over Bonaire. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse Staat onrechtmatig heeft gehandeld en het verbod op discriminatie heeft geschonden door Bonaire onvoldoende te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De Staat moet binnen achttien maanden bindende tussentijdse doelen in nationale regelgeving vastleggen om de uitstoot terug te dringen, inclusief die van de luchtvaart en de scheepvaart, én met een plan komen en dat uitvoeren om Bonaire weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Gezien de urgentie en de verstrekkende gevolgen verzoek ik om een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over deze uitspraak en de vervolgstappen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
De heer Kops (PVV):
Nee, geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter, want er is echt volstrekte nonsens ingebracht in dat proces. Daar is niet tegen opgetreden, dus wij willen hier zeker over praten. Steun.
Mevrouw Steen (CDA):
Volgende week spreekt uw Kamer over de begroting. U kunt het daarin meenemen. Geen steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als het zo urgent is, kan het inderdaad volgende week bij de Klimaatbegroting, dus geen steun.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Steun voor een debat op korte termijn, maar wel met een heel andere reden. Ons hebben berichten bereikt dat er verkeerde informatie uit de IPCC-rapporten is gebruikt. Ik wil graag dat de minister dat punt in een debat zou meenemen en een reactie daarop geeft.
De heer Russcher (FVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van den Berg. Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Het is een ontzettend belangrijke uitspraak. Het kabinet is opgeroepen om binnen achttien maanden met een nieuw plan te komen, dus ik zou dit debat met spoed willen inplannen. We moeten echt, echt fundamenteel hiermee aan de slag, dus van harte steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Belangrijke uitspraak. Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, gefeliciteerd.
Het woord is aan de heer Ergin voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Al jaren vraagt de Kamer in debat na debat aan het kabinet om de toeslagenouders hun dossiers te geven. Die ouders hebben recht op hun dossiers. Zij hebben het volste recht om te weten waarom ze onterecht zijn weggezet als fraudeur en waarom de overheid hen kapot heeft gemaakt. In plaats van duidelijkheid en dossiers krijgen ouders echter opnieuw te maken met tegenwerking. Vorige week bleek uit een interne memo dat dossiers niet worden verstrekt aan ouders. Dat is echt ronduit schandalig. Het is echt schandalig dat opnieuw het vertrouwen van al die ouders wordt beschadigd. Dit roept heel veel vragen op. Wat wist de staatssecretaris? Wat had de staatssecretaris moeten weten? Wat is er niet verteld aan de Kamer?
Voorzitter. Daarom vraag ik een debat aan met de staatssecretaris van Financiën. Daarbij heb ik ook een informatieverzoek in het kader van artikel 68 van de Grondwet. Ik wil een brief met een reactie van het kabinet met daarbij alle memo's en documenten waarin het beleid rondom het verstrekken van dossiers aan ouders aan de orde is geweest. Ik wil weten of deze documenten de verantwoordelijke bewindspersonen hebben bereikt. Zo ja, welke documenten hebben hen bereikt? Zo nee, waarom niet? En ik wil een tijdslijn vanaf het moment dat het achterhouden van documenten is geconstateerd. Ik wil weten wat daarmee is gedaan en hoe dit alles te rijmen valt met moties en toezeggingen die zijn gedaan tijdens de commissiedebatten op 7 november 2024, 27 maart 2025 en 24 september 2025.
De voorzitter:
Het informatieverzoek gaan we doorgeleiden naar het kabinet en ik ga kijken of er steun is voor het debat.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
De heer Vermeer (BBB):
Wij willen graag eerst de informatie uit dat informatieverzoek hebben en dan kijken of wij steun kunnen verlenen, dus op dit moment nog niet.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Wij willen graag op korte termijn de informatie naar de Kamer en op korte termijn een debat. Steun, mede namens de ChristenUnie.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Ook graag op korte termijn informatie en van harte steun voor dit goede verzoek.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Vorige week hebben we ook al een informatieverzoek gedaan. Het is goed om dat aan te vullen met de informatie waar de heer Ergin om vraagt. Wat ons betreft: laten we een debat inplannen als die informatie er is. Ik hoop eigenlijk dat er voor die tijd ook al een voortgangsrapportage is. Als die er voor die tijd is, zouden we er een groter debat van kunnen maken, met ook die stukken.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik sluit me aan bij de heer Vermeer: eerst het informatieverzoek afwachten en dan kijken of er een debat nodig is.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Wij sluiten ons ook aan bij de heer Vermeer.
Mevrouw Beckerman (SP):
Wij zeker niet. Wij steunen het verzoek.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Steun aan de lijn van Vermeer.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Mevrouw Bikker krijgt het woord voor haar verzoek namens de fractie van de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Medio 2023 stelde ik vragen over de contacten van de goklobby met het ministerie van Justitie bij het tot stand komen van wetgeving die online gokken mogelijk maakt. Wat schetst mijn verbazing? Pas op 5 december 2025 kreeg ik antwoorden. Ik kreeg een meter aan stukken over de banden van de goklobby met het ministerie van Justitie. Die hebben geleid tot een enorme toename van verslavingen en tot de legalisering van onlinegokken, waarbij de reclame over ons heen is gebuiteld, met grote gevolgen. Juist daarom, nu die stukken eindelijk openbaar zijn — vorige week zijn ze onverhoeds even offline gehaald; ik hoop dat ze weer online staan — lijkt het me goed dat de Kamer hier een debat over voert.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Steun, voorzitter.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Van harte steun, voorzitter.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Door wat ik tot nu toe heb kunnen lezen, ben ik enorm geschokt, dus steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het is erg goed nieuws dat er nu wél een debat komt. De vorige keer dat ik dit verzoek deed, was de Kamer nog even aan het studeren in de stukken, denk ik. Ik ben dus ontzettend verheugd dat inmiddels een grote meerderheid van de Kamer zegt dat dit debat snel moet worden gevoerd.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Claassen voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Er was een brede Kamermeerderheid om te gaan kijken of de geboortezorg in het Zuyderlandziekenhuis, locatie Heerlen, overeind gehouden zou kunnen worden. Er zou onderzoek naar gedaan worden. Nu ligt er het voorstel om dat te doen voor Heerlen, maar het bestuur in Heerlen zegt nu: dat hoeft niet, want er is onderzoek gedaan in Zoetermeer en dat is eigenlijk hetzelfde. Ik zou eigenlijk graag een debat willen met de minister om toch wat druk te zetten. Ik wil daarmee de minister aansporen om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar het overeind houden van de geboortezorg in het ziekenhuis in Heerlen. Waarom? De regio waarin de locatie Heerlen ligt, Parkstad, heeft een hele slecht SES-waarde. Dat betekent een gezondheidsachterstand voor zwangere vrouwen en de kinderen die daar geboren worden. Het is eigenlijk een schande. Daarom wil ik middels een debat met de minister graag de druk opvoeren.
Mevrouw Beckerman (SP):
Vanuit de SP natuurlijk van harte steun. Jullie strijden al heel lang voor het voortbestaan van dit ziekenhuis, inclusief geboortezorg. Ik kan dus niet anders dan dit ondersteunen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ook steun voor dit debat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Als verloskundige kan ik natuurlijk niet anders dan dit steunen. Het is heel belangrijk.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Geen steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat klinkt als een meerderheid.
De voorzitter:
Wat is uw tweede verzoek?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Mijn tweede debataanvraag gaat over wonen. Dat is voor mij een nieuw onderwerp. Ik heb begrepen dat wij het als Kamer heel belangrijk vinden dat we woningen gaan bouwen. Dat staat in zo'n beetje elk verkiezingsprogramma. Het staat ook in het nieuwe coalitieakkoord. We willen bouwen, bouwen, bouwen, maar elke keer is er berichtgeving dat dat niet lukt. Nu was de berichtgeving dat provincies weer allerlei maatregelen willen, waardoor het gewoon niet lukt om te bouwen. Ik denk dat het goed is om wat betreft dit onderwerp een debat te voeren over wat we als Kamer dan wél moeten doen om ervoor te zorgen dat we woningen gaan bouwen waar onze Nederlanders om smachten.
De voorzitter:
Ik kijk of er steun voor is.
De heer Mooiman (PVV):
Het is inderdaad een belangrijk onderwerp. We hebben er ook schriftelijke vragen over gesteld. Eerder is er een motie aangenomen om de bovenwettelijke eisen door provincies en gemeenten tegen te gaan. Ik denk echter dat dit het snelst kan worden behandeld in het notaoverleg over de Nota Ruimte, dan wel in het commissiedebat Staat van de volkshuisvesting. Voor nu dus geen steun, maar het kan wel snel behandeld worden in de commissie.
Mevrouw Steen (CDA):
Eens. Het is een belangrijk onderwerp. Volgens mij kunnen we hier eerder over spreken als we het in een commissiedebat bespreken, zoals over het Klimaatakkoord gebouwde omgeving, de Nota Ruimte of whatever. Volgens mij zijn we eerder als we het in een commissie doen. Dat scheelt weer een debat op het lijstje.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Eens met voorgaande spreker. Geen steun.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Geen steun, voorzitter.
De heer Vermeer (BBB):
Goed onderwerp, maar graag in het eerstvolgende commissiedebat. Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Nee. Een score van 50%, voorzitter. Dat is niet slecht.
De voorzitter:
Nee, hoor. Dat is heel keurig. Goed gedaan.
Meneer Stoffer krijgt het woord voor het verzoek namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. O, hij wordt vervangen door de heer Diederik van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Namens Stoffer doe ik het verzoek aan de Kamer om ook de minister van Economische Zaken uit te nodigen voor het debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host, is verkocht aan een buitenlandse techgigant, en over cloudmigratie naar Amerikaanse techgiganten. Tevens doe ik het verzoek om dit debat nog voor het voorjaarsreces in te plannen.
De voorzitter:
Concreet is het verzoek dus om het volgende week in te plannen?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Yes.
De heer Vermeer (BBB):
Ik hoop dat het lukt. Steun.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Dat hoop ik ook. Steun.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Van harte steun.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Steun, maar het hoeft van ons niet voor het voorjaarsreces.
De voorzitter:
Dus dat is geen steun voor het verzoek om het volgende week te doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, volgens mij heb ik het verzoek om het voor het voorjaarsreces te doen al eerder gesteund, maar hoe vaker, hoe beter. Uiteraard ook steun voor het verzoek om een bewindspersoon uit te nodigen.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik sta perplex.
De voorzitter:
Ja?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dit gebeurt niet elke dag.
De voorzitter:
Nee?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Bedankt, voorzitter!
De voorzitter:
De oogst is groot vandaag, bij u allen.
Dan is het woord aan mevrouw Teunissen voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren. We gaan kijken of het haar ook lukt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, ik hoop dat het lukt, want ik wil een debat aanvragen over de toekomst van de Nederlandse industrie. Dat is heel belangrijk, onder andere omdat de Wetenschappelijke Klimaatraad vorig week heel helder was in zijn advies Kiezen of verliezen: zonder flinke koerswijzigingen en scherpe keuzes zal Nederland niet alleen de klimaatdoelen niet halen, maar ook nog eens achteropraken. We hebben nog steeds een fossiele, ziekmakende industrie in Nederland. Daarover moeten we echt met de Kamer in gesprek en ook over hoe we ons verhouden tot de nieuwe plannen in het coalitieakkoord over de toekomst van de industrie. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Een heel belangrijk onderwerp. Van harte steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Volgende week hebben we de begroting Klimaat. Laten we het daar doen. Geen steun dus.
De heer Vermeer (BBB):
Eens met de vorige spreker. Zonder die industrie zou dit gehele gebouw hier niet staan, en niemand van ons. Geen steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Steen (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Geen steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Stöteler (PVV):
Geen steun.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het helpt niet, maar misschien als hart onder de riem: steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Partijen die de industrie belangrijk vinden, zouden dit volgens mij juist moeten steunen. Helaas, dan gaat het naar een commissiedebat.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Ceulemans voor zijn verzoek namens de fractie van JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Afgelopen zondag, 1 februari, startte de tweejaarlijkse cyclus van de Spreidingswet. Volgens die wet moet de minister voor 1 februari de capaciteitsraming, de provinciale opgave en het indicatieve aantal opvangplekken per gemeente bekendmaken. We hebben deze echter nog niet gezien en vinden het wel belangrijk om deze informatie te kunnen betrekken bij de begrotingsbehandeling Asiel en Migratie die we vanmiddag hebben. Door de korte tijd lukte het vrijdag net niet via een e-mailprocedure, dus bij dezen alsnog het verzoek om een brief van de minister voor Asiel en Migratie waarin zij aangeeft hoe ze hier invulling aan geeft, en om, als de aantallen al zijn vastgesteld, alle beschikbare informatie daarover te ontvangen voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van vanmiddag.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Echt ongelofelijk dat het er nog niet is. Steun.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik begrijp dat de gemeenten dit ook graag willen. Steun voor het verzoek. Alleen hoop ik niet dat het debat daarvoor wordt uitgesteld, dus dat vind ik hier een dilemma.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Steun voor het verzoek.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ook steun voor het verzoek. Inderdaad liever geen uitstel van het debat, maar wel dat we het in ieder geval kunnen betrekken bij het debat. Dan graag steun.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Steun voor het verzoek.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, dus ik denk dat het zal drukken op de schouders van de bewindspersonen om hier zo spoedig mogelijk aan te voldoen. Ik denk alleen, gelet op het feit dat de begroting over tien minuten begint, dat helemaal "voorafgaand" niet lukt. Maar laten we er in ieder geval voor zorgen dat er zo snel mogelijk een brief naar de Kamer komt.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja. We hebben eerst nog een tweeminutendebat, geloof ik, dus ze heeft iets meer tijd.
De voorzitter:
Klopt. We zullen ze aan het werk zetten, meneer Ceulemans. Vanzelfsprekend doen we dat met het grootste respect voor de bewindspersoon.
Het woord is aan de heer Boon voor zijn verzoek namens de Partij voor de Vrijheid.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter. We hebben van de week het rapport Gevangen in vrijheden van de Taskforce Antisemitismebestrijding ontvangen. Eigenlijk wilde ik "schokkend" zeggen, maar we zijn niet meer geschokt. We weten het. Het bevestigt wat iedereen al ziet: antisemitisme in Nederland is uit de hand gelopen. Het is structureel. Het is stelselmatig. Het maakt het leven van Joden op straat en universiteiten steeds onveiliger. Het rapport laat ook zien dat het beleid van dit kabinet en van schoolbesturen volledig faalt. Jarenlang is gekozen voor wegkijken, praten, verbinden en dialoogsessies. Dat heeft niets opgelost. Dat heeft het probleem alleen maar groter gemaakt. Daarom wil de PVV graag een brief met de reactie van het kabinet op het rapport en een debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Antisemitisme tiert welig. Dat zien we overal elke dag. Ik steun dus het debat. Ik zou daarbij willen meegeven aan de Griffie om te kijken of we dat debat voor het meireces kunnen inplannen, omdat we dan ook volop in de herdenkingen zitten, rond 4 en 5 mei. Dat lijkt me dus een passend moment om het in te plannen.
De voorzitter:
Ja, dank u wel; we gaan ernaar kijken.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas: steun en kijken of het voor het meireces kan.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Van harte steun. Ook graag die reactie op het ontvangen rapport.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Geen steun, voorzitter.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun voor het verzoek.
De heer Ceulemans (JA21):
Ook steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Volgens mij hebben we al ingepland dat we elk jaar een antisemitismedebat hebben, als ik het me nog goed kan heugen. Het is dus goed om het voor het meireces te houden, maar als we die afspraak al hebben, is het misschien goed om dat te doen, waardoor we het ook breder kunnen trekken. Dus steun voor het verzoek, maar volgens mij plannen we dan meerdere antisemitismedebatten in. Voor mij is het dan misschien handiger om het debat dat we al ingepland hebben, voor het meireces in te plannen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer Boon.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Heutink voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Schipholmedewerkers zijn tijdens de winterchaos van afgelopen maand totaal aan hun lot overgelaten door de luchthaven en door KLM. Terwijl passagiers agressief werden en de marechaussee personeel moest ontzetten, bleven managers dagenlang onzichtbaar. Dat blijkt uit een snoeiharde evaluatie van vakbond FNV Luchtvaart na een peiling onder bijna 200 beveiligers, schoonmakers en grondmedewerkers. Daarom wil ik een debat aanvragen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over deze evaluatie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Van harte steun.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Tijdens het begrotingsdebat heb ik hier ook aandacht voor gevraagd. Ik ben blij met dit verzoek. Ik kan het van harte steunen.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Dat wel.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zet 'm dan maar op de lijst.
De voorzitter:
Doen we.
Het woord is aan de heer Dassen voor zijn verzoek namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Terwijl er veel gebeurt in de wereld, gaat ook de Russische agressie in Oekraïne onverminderd door; zie ook de berichten dat steeds meer mensen in de kou zitten, onder andere in Kyiv. Elk jaar voert deze Kamer terecht een debat over de oorlog in Oekraïne, juist omdat die ook gaat over onze vrijheid en veiligheid. Daarom lijkt het me goed en noodzakelijk om ervoor te zorgen dat eind februari of begin maart weer een debat over vier jaar oorlog in Oekraïne wordt gepland, met de minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie. In aanloop daarnaartoe zou ik graag ook een brief ontvangen vanuit het kabinet met daarin de laatste stand van zaken.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
We doen dit inderdaad elk jaar. Het lijkt me goed om dat ook in het vierde jaar voort te zetten. Qua tijdstip heeft mijn fractie minder een voorkeur. Het belangrijkste vind ik dat de nieuwe bewindspersonen zijn ingewerkt en een debat kunnen voeren met de Kamer.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is belangrijk om het debat te voeren, maar ik wil inderdaad ook graag goed ingevoerde nieuwe kabinetsleden. Daar moet dus even goed naar worden gekeken. Maar steun voor het debat.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Van harte steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
De heer Van der Burg (VVD):
Steun, mede namens de SGP. Laten we het rond de 24ste doen; dat past ook.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mijn informatie staat het nieuwe kabinet op 23 februari op het bordes. 24 februari lijkt me wat vlot. Bovendien kan dit ook gewoon in een commissiedebat. Ik zou dus aan de heer Dassen willen voorstellen om het op een ander moment daar op de regeling van werkzaamheden te zetten.
De voorzitter:
Geen steun, dus.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Maeijer voor twee verzoeken namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Eind 2024 vond hier in de plenaire zaal een mooi debat plaats over palliatieve zorg en stervensbegeleiding. Dat is een belangrijk onderwerp, want uiteindelijk krijgen we daar allemaal mee te maken. Recent is er een rapport verschenen over hospices in Nederland en heeft de staatssecretaris de Kamer toegezegd om voor de zomer met een reactie te komen op een tweetal andere brieven over de subsidieregeling voor palliatieve zorg en de toekomstagenda. Dit lijkt mij daarom een goed moment om alvast rond die tijd een plekje in deze zaal te reserveren, omdat palliatieve zorg en stervensbegeleiding onderdeel van het leven zijn en ze dat dus ook van het debat moeten zijn en omdat we het daar met elkaar over moeten hebben.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Steun.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Wij willen het graag bespreken in een commissiedebat, dus geen steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Daar sluit ik me graag bij aan. Geen steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Van Berkel (D66):
In een commissiedebat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat kan makkelijk in een commissiedebat. Het is een belangrijk onderwerp, maar ik denk dat het ook sneller is om het in een commissie te doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Geen steun: commissiedebat.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Het is een belangrijk onderwerp, maar dit kan in een commissiedebat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Maeijer. Uw tweede verzoek.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Ouderen worden het ziekenhuis binnengebracht met doorligplekken van urenlang in de eigen ontlasting liggen, met vliegjes in het haar. Elke week komen er ouderen verwaarloosd binnen in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, zo lezen we vandaag in de krant. En dat is nog zonder de bezuinigingsplannen van het nieuwe kabinet, waarin onder andere het geld bestemd voor de terugkeer van de verzorgingshuizen en verpleegplekken met de botte bijl wordt weggehakt. Het is te schrijnend voor woorden. Het kan niet; het mag niet. Ik wil daar heel graag een debat over met de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg.
De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik stond te trappelen. Steun, uiteraard.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dit kan bij de begroting. Geen steun.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Steun, maar het voelt toch een beetje ongemakkelijk dat er nu debatten worden aangevraagd door mevrouw Maeijer, die hier de afgelopen tijd als staatssecretaris zelf iets aan had kunnen doen.
De voorzitter:
Dat mag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zit gewoon een beetje te twijfelen. We krijgen straks nog een begroting. We krijgen straks nog een debat over de regeringsverklaring. Ouderenzorg is hier gisteren ook flink genoemd. Ik vraag me dus of dat nu zin heeft, omdat het dan weer veel langer gaat duren. Ik ga het toch steunen, want ouderen in Nederland worden compleet uitgekleed, figuurlijk gezien dan, want er is geen tijd om hen in hun eigen kamertjes in een pyjamaatje te zetten. Figuurlijk gesproken worden ze uitgekleed. Dus ik steun het.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kan kort zijn: steun.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Graag in een commissiedebat.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Geen steun. Het kan bij de begroting. Groep Markuszower heeft ook nog een debat aangevraagd over ouderenzorg, met het zorggat. Daar past het ook mooi bij.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Geen steun. Het kan bij de begroting of in een commissiedebat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Heb ik 30 leden?
De voorzitter:
Dat wel. We zetten 'm op de lijst.
Ik schors een enkel ogenblik. Daarna gaan we verder met het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik wilde de minister van VRO welkom heten, maar die is hier op dit moment wel in persoon, maar niet in functie. Ik heet dus de minister voor Asiel en Migratie van harte welkom in ons midden voor het tweeminutendebat Vreemdelingen- en Asielbeleid. Het commissiedebat vond plaats op 9 december. Ik geef als eerste spreker van de zijde van de Kamer het woord aan mevrouw Vondeling namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties naar aanleiding van de twee commissiedebatten. Eén tweeminutendebat is geschrapt, dus ik voeg het nu allemaal samen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het COA volgens zijn eigen maatregelenbeleid asielzoekers bij wangedrag vier uur de toegang tot de opvanglocatie mag ontzeggen;
constaterende dat dit absurde beleid er in de praktijk toe kan leiden dat asielzoekers woonwijken in worden gestuurd en daar overlast veroorzaken;
overwegende dat de veiligheid en leefbaarheid van Nederlanders voorop moeten staan en niet ondergeschikt mogen zijn aan de rechten van asielzoekers die zich niet aan de regels houden;
verzoekt de regering asielzoekers die zich niet gedragen niet los te laten op de Nederlanders, maar ze te straffen en bij overlast en criminele feiten Nederland uit te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3506 (19637).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er signalen zijn dat statushouders fraude plegen door te claimen dat ze gescheiden zijn, waardoor ze dubbele woningen toegewezen krijgen van het COA;
overwegende dat het onacceptabel is dat Nederlanders jaren moeten wachten op een woning, terwijl asielstatushouders die fraude plegen voorrang krijgen en zelfs meerdere woningen tegelijk kunnen bemachtigen;
verzoekt de regering een diepgaand onderzoek in te stellen naar deze fraudepraktijken en bij geconstateerde fraude de verblijfsvergunning in te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3507 (19637).
Mevrouw Vondeling (PVV):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij het aflopen van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming meer dan 100.000 Oekraïners in Nederland automatisch een verblijfsvergunning voor drie jaar krijgen;
constaterende dat dit leidt tot een enorme extra druk op de woningmarkt, de sociale zekerheid en de zorgkosten;
overwegende dat Oekraïne zelf aangeeft dat het zijn eigen mensen terug wil hebben;
verzoekt de regering geen automatische verblijfsvergunningen voor drie jaar toe te kennen aan Oekraïners bij het aflopen van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, maar in plaats daarvan een actief terugkeerbeleid in te voeren voor alle Oekraïners in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 3508 (19637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Twee moties van onze kant.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al langere tijd gesproken wordt over specifieke azc's voor lhbti-asielzoekers en dat er oproepen hiertoe aan het COA worden gedaan;
overwegende dat het buiten reguliere azc's opvangen van deze doelgroep geen oplossing, maar het maskeren van het probleem is;
verzoekt de regering op geen enkele wijze medewerking te verlenen aan de totstandkoming van aparte azc's voor lhbti'ers en in plaats daarvan in te zetten op het verwijderen van asielzoekers die in de opvang een gevaar voor deze groep vormen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Clemminck.
Zij krijgt nr. 3509 (19637).
De heer Ceulemans (JA21):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inwoners en ondernemers in Budel en Maarheeze al jarenlang ernstige overlast en onveiligheid ervaren rond het azc Budel;
constaterende dat tussen de gemeente Cranendonck en het COA, vooruitlopend op het overgaan van het terrein naar Defensie eind 2027, afspraken zijn gemaakt over afbouw van het aantal opvangplekken en maatregelen tegen overlast;
constaterende dat er echter nog altijd ernstige overlast wordt ervaren;
verzoekt de regering om, aanvullend op bestaande maatregelen, te zorgen voor extra maatregelen om de overlast als gevolg van de opvanglocatie in Budel zo snel mogelijk terug te dringen, en de Kamer voor 1 mei 2026 te informeren over de concrete invulling, planning en uitvoering van deze maatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3510 (19637).
Dank u wel. Het woord is nu aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïense ontheemden momenteel onder de Regeling Tijdelijke Bescherming vallen, die in maart 2027 afloopt, en dat het kabinet voorstelt hun daarna een verblijfsvergunning van drie jaar toe te kennen;
overwegende dat het van groot belang is dat het Nederlandse beleid rekening houdt met de wederopbouw van Oekraïne, zodat Oekraïners na hun tijdelijke verblijf snel terugkeren om bij te dragen aan de wederopbouw van hun land;
overwegende dat de duur van drie jaar het risico met zich meebrengt dat terugkeer wordt vertraagd, terwijl kortere verblijfsregelingen met automatische verlenging beter aansluiten bij de onzekere ontwikkelingen van de oorlog;
verzoekt de regering om tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar te verstrekken aan Oekraïense ontheemden, met automatische verlenging zolang de oorlog voortduurt, zodat terugkeer en deelname aan de wederopbouw van Oekraïne niet worden belemmerd bij beëindiging van de oorlog,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3511 (19637).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het terrein van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA, niet als openbare ruimte wordt aangemerkt en dit ertoe leidt dat boa's daar geen bevoegdheden hebben en de politie pas kan optreden nadat particuliere beveiligers hen hebben ingeschakeld;
overwegende dat bewoners en medewerkers en omwonenden van COA-locaties gebaat zijn bij een veilige en leefbare omgeving en dat het wenselijk is dat bij overlast of incidenten sneller en effectiever kan worden ingegrepen;
overwegende dat een mogelijkheid tot inzet van boa's en politie op COA-terreinen zowel de veiligheid als leefbaarheid in en rondom het COA kan vergroten;
verzoekt de regering te bezien hoe COA-terreinen juridisch kunnen worden aangewezen als gebieden waar boa's en politie hun bevoegdheden kunnen uitoefenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 3512 (19637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant twee moties. De eerste gaat over de aanpak van het tekort aan tolken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanwege een tekort aan tolken IND-afspraken regelmatig niet kunnen worden ingepland of geen doorgang vinden;
overwegende dat inzet van nieuwe digitale technieken het tolkentekort en bijbehorende logistieke problemen bij IND kan beperken en de doorlooptijd van aanvragen kan verkorten;
verzoekt de regering een pilot te starten waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Rajkowski.
Zij krijgt nr. 3513 (19637).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De tweede motie heeft betrekking op de noodzaak om te komen tot versnelling van de asielbeoordelingsprocedure.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de achterstanden bij de IND tot uitzonderlijk lange wachttijden leiden, waarbij inmiddels meer asielzoekers langer dan vijftien maanden wachten dan korter;
overwegende dat deze situatie onwenselijk is en raakt aan de menselijke maat;
overwegende dat de huidige productie van afgehandelde dossiers achterblijft bij de eigen doelstelling;
verzoekt de regering om vóór de zomer, samen met de IND, met aanvullende maatregelen te komen die leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging en versnelling van de asielbeoordelingsprocedure, en daarbij ook te bezien welke maatregelen ter verbetering van de inrichting en aansturing van IND-werkprocessen in de toekomst zouden kunnen worden genomen;
verzoekt de regering tevens de Kamer per kwartaal te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de afdoening van het aantal asieldossiers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 3514 (19637).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u, meneer Van Dijk. Dan is nu het woord aan mevrouw Westerveld als laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is algemeen bekend dat de noodopvang en zelfs de crisisnoodopvang geen geschikte plek is, eigenlijk voor niemand, maar helemaal niet voor kinderen. De Kamer heeft ook al vaker gevraagd om er rekening mee te houden, om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen in bijvoorbeeld de crisisopvang. Toch krijgen wij signalen dat het gebeurt. Daarom heb ik een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat meer dan 7.000 kinderen verblijven in noodopvangplekken of crisisnoodopvangplekken;
overwegende dat deze kinderen vaak moeten verhuizen en dit directe invloed heeft op hun gezondheid en hun welzijn;
overwegende dat dit ook zorgt voor onderwijsachterstanden, voor extra trauma's en psychische problemen;
overwegende dat veel (crisis)noodopvangplekken onvoldoende voldoen aan veiligheidseisen en er vaak een gebrek is aan speelruimtes, hygiëne en rust;
verzoekt de regering om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen op (crisis)noodopvangplekken, om te komen met een plan met concrete doelstellingen over het plaatsen van kinderen die nu in de (crisis)noodopvang zitten naar reguliere opvangplekken, en de Kamer per kwartaal te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 3515 (19637).
Dank u wel. Ik schors tot 16.55 uur voor de beantwoording en appreciatie. De vergadering is geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Keijzer:
Dank u, voorzitter. Er zijn tien moties ingediend. Vanmiddag en gister hebben we er over ongeveer 240 gestemd.
De voorzitter:
Jaja.
Minister Keijzer:
We beginnen dus weer lekker opnieuw, voorzitter.
De voorzitter:
Het land is weer een stukje mooier geworden.
Minister Keijzer:
De eerste motie is de motie-Vondeling op stuk nr. 3506. Ik ontraad deze motie. Hier lopen twee zaken door elkaar heen. Eén. Daar waar een asielzoeker zich misdraagt, is het best verstandig om diegene even opzij te zetten. Maar daar waar crimineel gedrag vertoond wordt, handelen we conform deze motie, namelijk met aangifte en vervolging. Deze motie hinkt een beetje op twee gedachten, terwijl je ze allebei nodig hebt.
Dan de motie op stuk nr. 3507 van mevrouw Vondeling. Ik weet niet precies wat mevrouw Vondeling hiermee bedoelt. Er staat dat statushouders claimen dat ze gescheiden zijn en dan dubbele woningen toegewezen krijgen van het COA. Ik herken dat niet. Het COA wijst ook geen woningen toe. Daarom ontraad ik deze motie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Even één korte vraag. Dit punt had ik aangestipt in het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. We hadden toen geen tweede termijn en de minister zou hier nog op terugkomen. Ze zou uitzoeken of deze berichten kloppen. Begrijp ik nu dus dat de minister zegt dat ze niet kloppen? Is het dus niet het geval dat statushouders soms bewust scheiden zodat ze in aanmerking komen voor twee woningen?
Minister Keijzer:
Was dat een vraag van mevrouw Vondeling?
De voorzitter:
Ja.
Minister Keijzer:
De vraag is dus of het voorkomt dat statushouders bewust scheiden zodat ze een tweede woning krijgen. Dat weet ik niet. Op dat moment zijn ze namelijk statushouder en wonen ze al ergens, en dan is het dus aan gemeenten.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Nou, als u het niet weet, is het misschien juist goed om het uit te zoeken. Daarom heb ik dat ook gevraagd, en daarom ook deze motie.
Minister Keijzer:
Dan is het eigenlijk jammer dat mevrouw Vondeling niet gewoon even de telefoon gepakt heeft om met mij het gesprek te voeren over wat ze precies bedoelt. Ik ben namelijk altijd bereid om even het gesprek aan te gaan en te kijken wat erachter zit en wat er wordt bedoeld. Voor statushouders geldt dat die legaal in Nederland zijn en ergens wonen. Die kunnen ook gaan scheiden, en als dat gebeurt, ja, dan moet een van de twee op zoek naar een nieuwe woning.
De voorzitter:
Nog één korte vervolgvraag en dan gaan we verder.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Even een kleine opheldering. De minister zegt dat het jammer is dat ik de telefoon niet heb gepakt, maar ik heb dit gewoon gevraagd in het debat. Ik denk dat dat ook de bedoeling is, dus dat ik niet de telefoon pak om u te bellen maar het gewoon rechtstreeks in een debat vraag en dat u daar dan op reageert.
Minister Keijzer:
Ja, maar dan krijg je dit dus. Ik weet niet precies wat mevrouw Vondeling nou met deze motie bedoelt. Ik ben altijd bereid om iets uit te zoeken of te verhelderen, maar als je het laat aankomen op dit formele moment en het ook op zo'n manier opschrijft dat ik denk "dit klopt al niet, want het COA geeft geen woningen aan gescheiden mensen", dan krijg je dit ongemak, terwijl ik zeer bereid ben om aan de bak te gaan bij misstanden.
De voorzitter:
Ja. Dan de motie op stuk nr. 3508.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 3508 staat haaks op de brief die ik eerder gestuurd heb over het langetermijnbeleid voor Oekraïners.
De voorzitter:
Dus de appreciatie is …
Minister Keijzer:
Ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 3509. Het spijt mij, maar ook deze moet ik ontraden. Ik ben het eens met de indieners dat je geen aparte azc's moet hebben voor mensen met een lhbti-voorkeur, maar ik vind het ook niet wenselijk om nou tegen het COA te zeggen: je mag ze ook niet even uit het straatje halen waar ze net in elkaar geslagen zijn. Het is overigens schandalig dat zoiets gebeurt; laten we daar duidelijk over zijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Daar kijk ik wel even van op. Kijk, iemand eventjes ergens weghalen is wel even iets anders dan hele apart azc's inrichten voor die doelgroep. In het commissiedebat hebben we het hier ook over gehad en toen was de minister klip-en-klaar. Toen zei ze: ik vind dit niet kunnen, want dan ga je mensen isoleren terwijl de mensen die het dóén eruit moeten. Daar was ik het roerend mee eens. Ik dien dus een motie in om dat te bekrachtigen en nu kiest de minister opeens een ander pad.
Minister Keijzer:
Nee, de minister kiest geen ander pad wat betreft aparte azc's voor lhbti. De mensen die hiernaartoe komen en zeggen dat ze vluchten voor oorlog en geweld, moeten zich hier niet gaan misdragen. Ze moeten hier niet hun cultuur en de middeleeuwse overtuigingen die ze soms meenemen, botvieren op mensen die al gevlucht zijn uit hun landen van herkomst omdat ze daar niet mogen houden van wie ze willen. Dat gaan we hier niet voortzetten, dus er komen geen aparte azc's voor lhbti-asielzoekers. In deze motie lees ik dat het COA helemaal het maatwerk wordt ontzegd. Om het COA helemaal niet toe te staan om bijvoorbeeld twee lhbti's die steun aan elkaar hebben, naast elkaar in een kamer te zetten, vind ik ook niet de weg.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat kan ik verhelderen. Zo is de motie niet bedoeld. De motie is bedoeld zoals de minister zei voordat zij een komma plaatste. Ze kan de motie uitleggen zoals ze die uitlegde.
Minister Keijzer:
O, de bedoeling is dus echt uitsluitend en alleen dat er geen aparte azc's komen voor lhbti. Dat ondersteun ik volledig en dan kan ik de motie oordeel Kamer geven, maar dan wel met inachtneming van wat ik hier daarover gezegd heb.
De voorzitter:
U heeft het gezegd. Daarmee krijgt deze motie met een interpretatie oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 3510.
Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 3510, van de heer Ceulemans en mevrouw Van der Plas. Er zijn al veel maatregelen genomen en er wordt continu bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn. In een brief die dit kwartaal nog komt, wordt de Kamer geïnformeerd over die maatregelen. Dat zal niet meer door mij gebeuren, maar wel door mijn opvolger. Deze motie kan oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3510 krijgt oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Dan heb ik de motie op stuk nr. 3511, van mevrouw Van der Plas. Die gaat over het idee dat we bij het langetermijnbeleid Oekraïne hebben ingezet op een vergunning voor drie jaar. Mevrouw Van der Plas vraagt in dat verband of het niet verstandig is om hiervan een tijdelijke verblijfsvergunning van een jaar te maken met een automatische verlenging zolang de oorlog duurt. Ik vind dit een interessante gedachte. Waarom? Dit vind ik, omdat deze mensen gewoon terug moeten naar het land van herkomst, naar Oekraïne, om hun land weer op te bouwen. Je moet alleen goed opletten dat je niet iets regelt wat onuitvoerbaar is voor de IND. Dit nog eens goed meenemen in de uitwerking van de langetermijnbrief Oekraïne vind ik een interessante gedachte. Het is alleen niet meer aan mij om dat te doen en daarom zou ik deze motie het oordeel "ontijdig" moeten meegeven, maar ik vind het wel verstandig om deze gedachte in de uitwerking van het langetermijnbeleid in de langetermijnbrief Oekraïne mee te nemen. Ik stel mij zo voor dat mijn opvolger daar nog op terug gaat komen op het moment dat die de verdere uitwerking ter hand neemt.
De voorzitter:
Dit betreft hier de motie op stuk nr. 3511, zeg ik erbij. Mevrouw Van der Plas, ik zou u als eerste het woord willen geven. Bent u bereid tot het aanhouden van de motie?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nu de minister dit zo zegt, zit ik even te denken. Wat de minister er nu eigenlijk bij zegt, zou je als een interpretatie kunnen zien. Dan gaat het om de motie met een interpretatie, met déze interpretatie. Maar goed, ik weet niet of de minister dat kan of wil, of dat dit überhaupt kan. We zitten natuurlijk in een twilightzone. Dat snap ik heel erg goed.
De voorzitter:
Ik heb al vaker gezegd dat er altijd een regering zal zitten. Als mevrouw Van der Plas haar motie in stemming wenst te brengen, dan verzoekt die motie iets van de regering. Wie er dan lid is van de regering, zullen we op enig moment zien.
Minister Keijzer:
Dit is voor mij Groundhog Day. Ik heb dit bij de begroting van VRO op dezelfde manier gedaan.
De voorzitter:
Ja, ik was erbij.
Minister Keijzer:
Ja, u was erbij. Ik vind het gewoon lastig om hier te zeggen: oordeel Kamer. Dan moet de regering dat namelijk uitvoeren. Ik denk dus dat het gewoon verstandig is dat de Kamer luistert naar de woorden die ik hier spreek en zichzelf afvraagt of het verstandig is om hierover na te denken op het moment dat het langetermijnbeleid wordt uitgevoerd. Ik vind van wel en daarmee heb ik gezegd wat ik gezegd heb. Ik vind echter ook dat je een nieuw bewindspersoon de ruimte moet geven om daar eigen afwegingen in te maken. Het is dus een mooi moment voor de Kamer om iets mee te geven aan de nieuwe bewindspersoon bij de laatste stemmingen voor het voorjaarsreces. Deo volente zal dat … Nou, "Deo volente" klinkt ook weer zo raar, want dit is niet iets wat ik gewild zou hebben en dan hoop ik gewoon God ook maar niet, dus ijs en weder dienende, zal dat de laatste keer zijn.
De voorzitter:
Dan is de vraag of mevrouw Van der Plas bereid is om de motie aan te houden. Of zegt ze "ik breng 'm toch in stemming"?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hou 'm voorlopig niet aan. Ik ga er even over nadenken. De Griffie hoort dan wel of ik 'm aanhoud. Het is in ieder geval goed om te horen dat de minister dit een interessant idee vindt.
De voorzitter:
De motie krijgt nu formeel de appreciatie "ontijdig", als die uiteindelijk toch in stemming wordt gebracht.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kijk hier even van op. Ik vind het heel raar. Er is namelijk besloten om voor drie jaar te gaan. Er wordt een motie ingediend die wat anders vraagt, en dan zegt de demissionair bewindspersoon: dat vind ik eigenlijk ook wel een interessant idee. Ongeacht dat die motie nu ontijdig wordt verklaard, ga je hiermee dus beleid ineens in een tweeminutendebat fors aanpassen en een andere denkrichting meegeven. Ik vind dat heel opvallend, gezien het eerdere besluit van het kabinet.
Minister Keijzer:
Ik zou tegen mevrouw Westerveld "tel uw zegeningen" willen zeggen, want er komt hier iemand met een idee terwijl er al beleid is voorgesteld en dan wordt er gezegd: nou, dat is eigenlijk best een interessant idee; laten we eens kijken of dat wat is. Dat zou ook gelden voor een geweldig idee van mevrouw Westerveld. Ik zeg niet dat ik het doe. Als ik gewoon nog missionair zou zijn, zou ik nu niet zeggen: fantastisch, gaan we doen. Ik vind wel dat je het moet zeggen als een Kamerlid komt met iets waarvan je denkt: nou, misschien is dit wel verstandig. In die langetermijnbrief over Oekraïne staat namelijk ook dat Oekraïners terug moeten naar het land waar ze vandaan komen, omdat dat land schreeuwt om Oekraïners om straks de boel weer op te bouwen. Je moet dan nadenken over een systeem dat het niet buitengewoon aantrekkelijk maakt om hier te blijven; dat is wat ik daarin lees. Als ik gewoon missionair zou zijn geweest, zou ik gaan zitten met mijn ambtenaren en vragen: "Oké, wat betekent dit dan? Hoe voer je dat uit? Wat zijn de consequenties voor de IND?" Als je een keer een brief hebt verstuurd en iemand met een goed idee komt, dan is het toch raar als je zegt: niks mee te maken; ik heb een brief verstuurd en dat is het. Dan neem ik mevrouw Westerveld toch ook niet serieus?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Nu wordt het anders uitgelegd. Natuurlijk: op het moment dat een bewindspersoon goede ideeën hoort, verwacht ik dat die daarmee aan de slag gaat, gesprekken voert enzovoort, enzovoort. Dat is wat anders dan wanneer je al die gesprekken al gevoerd hebt, je de Kamer naar aanleiding daarvan informeert en dan ineens in een debat een hele andere afslag neemt, juist omdat het niet zomaar een los idee is en het hierbij fundamenteel gaat om de rechten van mensen. Deze Oekraïense mensen zitten al in een onzekere periode. Dat wordt even in een debat verkort en nog onzekerder gemaakt. Ik vind het bijzonder dat er in een tweeminutendebat zo op een motie wordt gereageerd.
Minister Keijzer:
Maar dan is het lek boven: mevrouw Westerveld vindt gewoon dat die mensen hier moeten blijven. Dat vind ik niet. Ik vind — dat vind ik niet alleen ik; dat vinden ook de president van Oekraïne, de Oekraïense ambassadeur in Nederland en de regering in Oekraïne — dat als er straks vrede is, die mensen weer terug moeten gaan om dat land op te bouwen. Dat land ligt anders namelijk op zijn gat, om het maar eens onparlementair uit te drukken. Daarin verschil ik met mevrouw Westerveld in ieder geval van mening. Dit is niet meer dan: nou, een interessant idee; laten we eens kijken hoe je dat kunt doen en of het verstandig is om dat te doen.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Er worden mij hier woorden en meningen in de mond gelegd die ik uitdrukkelijk niet heb gezegd. Daar laten we het maar even bij.
De voorzitter:
Waarvan akte. De motie op stuk nr. 3512.
Minister Keijzer:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 3512. Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen om deze aan te houden. Hier zitten een heleboel haken en ogen aan. Ik kom nog met een veegbrief om een aantal zaken toe te lichten die nog wachten op duidelijkheid van mijn kant. Die ga ik naar de Kamer sturen. Daarin wil ik de verschillende kanten aan dit onderwerp toelichten. Anders zou ik 'm moeten ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas is daartoe bereid.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3512 is dus aangehouden. De motie op stuk nr. 3513.
Minister Keijzer:
Ah, ze knikte. Dat had ik niet gezien, voorzitter.
De voorzitter:
Ikke wel; daarom zei ik het.
Minister Keijzer:
Klasse.
Voorzitter. In de motie op stuk nr. 3513, van de heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski, wordt verzocht een pilot te starten waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald, en de Kamer hierover te informeren. We moeten hier zeker naar kijken. Met alle ontwikkelingen die ongelofelijk hard gaan, is hierin ook perspectief. Ik weet alleen niet of die pilot per direct gestart kan worden, want daarbij wordt natuurlijk ook allerlei privacygevoelige informatie gedeeld. Als ik de motie zo mag lezen dat de komende tijd gekeken gaat worden of het moment daar is en dat er dan gestart wordt, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Ik zie mevrouw Rajkowski knikken.
De voorzitter:
Ik zie het ook.
Minister Keijzer:
U ziet het ook!
De voorzitter:
Ja, ik zie het ook.
Minister Keijzer:
Goed zo. Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 3514, alleen van de heer Diederik van Dijk. Hij verzoekt de regering om voor de zomer samen met de IND met aanvullende maatregelen te komen die leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging en versnelling van de asielbeoordelingsprocedure, en hij verzoekt nog een aantal zaken. Deze kan ik oordeel Kamer geven. In het wetsvoorstel zit naar mijn smaak al het maximale, maar het is een goede zaak om altijd te kijken hoe het beter en daarmee sneller kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3514: oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 3515 van mevrouw Westerveld. Deze moet ik ontraden. Op dit moment zit de opvang overvol en ik heb gewoon geen mogelijkheid om toe te zeggen dat er geen nieuwe kinderen meer worden geplaatst in crisisnoodopvangplekken. Ik had vandaag nog niet gezegd dat het héél belangrijk is dat in de Eerste Kamer als de brandweer de twee asielwetten worden behandeld en aangenomen, al was het alleen maar omdat er elke week 400 mensen op Schiphol landen die in de nareis zitten. Daar is zo langzamerhand geen plek meer voor te vinden. Ze helemaal niet meer in asielnoodopvang plaatsen, zoals hier nu even gevraagd wordt, dus ook niet in die asielnoodopvang, waarvan de kwaliteit gewoon goed is, is onuitvoerbaar. Ik kan het niet mooier maken, hoezeer ik het snap. Dat motiveert mij ook om te zorgen voor goeie plekken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb moeite met een formulering als "het is gewoon onuitvoerbaar". Het is natuurlijk een politieke keuze dat het niet uitvoerbaar is.
Minister Keijzer:
Je kunt denken dat je met het indienen van een motie een azc geopend hebt, maar de praktijk is vele malen weerbarstiger.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Dan gaan we nu over tot de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie, en daarvan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik zou eigenlijk willen voorstellen om door te gaan en daar meteen mee te beginnen, maar ik zie een ordevoorstel van de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, een punt van orde. We hebben net een regeling gehad. Daarin heb ik gevraagd om een brief van de minister waarin ze aangeeft hoe ze omgaat met de capaciteitsraming, de provinciale opgave en de indicatieve aantallen per gemeente die voortvloeien uit de Spreidingswet. Ik heb mijn mail in de gaten gehouden. Klopt het dat die brief er nog niet is?
De voorzitter:
De minister heeft aangegeven dat het gevraagde morgenochtend voor aanvang uw kant op zal worden gestuurd.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik moet zeggen dat ik dat wel echt heel problematisch vind. Wat je ook van de Spreidingswet vindt, er is een deadline van 1 februari. We hebben vandaag het debat over de begroting Asiel en Migratie. De Spreidingswet is voor heel veel partijen een heel belangrijk onderdeel van hun inbreng bij de begroting. Deze stukken hadden er al een paar dagen moet liggen. Ik heb er vrijdag om gevraagd. Het was bekend dat ik het bij de regeling weer zou gaan vragen. Er was een meerderheid voor. Maar dan krijgen we de stukken een dag na de eerste termijn van de Kamer! Ik vind het vrij lastig en moeilijk werkbaar, moet ik zeggen. Óf de aantallen zijn al vastgesteld. Dan kan het hele zwikje naar de Kamer gestuurd worden. Óf het is nog niet gebeurd. Dan kunnen we nu in ieder geval een briefje krijgen waarin staat dat het nog niet gedaan is, en waarom niet.
De voorzitter:
We zullen het ermee moeten doen, meneer Ceulemans. Ik denk dat we dit dan maar moeten betrekken bij het debat dat u met de minister gaat voeren. Het is wat het is.
Ik wil de heer Paternotte het woord geven voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van D66.
De heer Ceulemans (JA21):
Oké, Ik wil wel gezegd hebben dat ik de boel niet een hele nacht ga opschuiven, maar ik vind het een hele vervelende …
De voorzitter:
U heeft het nu voor de derde keer gezegd, meneer Ceulemans.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Meneer Paternotte, u heeft het woord, zodra de bel gestopt is.
De heer Paternotte (D66):
Dank, voorzitter. Het is een bijzondere begrotingsbehandeling. Dat is natuurlijk allereerst omdat gisteren eigenlijk de blessuretijd van het demissionaire kabinet begonnen is. De formatie van een nieuw kabinet is gestart; de minister had het er net al even over. We zien dan ook dat vandaag het opkomstpercentage van de twee ministers van Asiel en Migratie op 50% ligt. Dat is overigens met een uitstekende reden van de zijde van de minister van Asiel en Migratie, die op een belangrijk werkbezoek is ... Ik word meteen geïnterrumpeerd door de minister!
De voorzitter:
Minister, wat doet u nou toch? U bent een beetje onrustig volgens mij. Ik stel voor dat u gewoon …
De heer Paternotte (D66):
Ik kan het me voorstellen, want het is …
De voorzitter:
… ontspannen gaat luisteren naar de eerste termijn van de Kamer.
De heer Paternotte (D66):
… voor deze minister waarschijnlijk — dat zei ze net zelf ook al — het laatste debat over dit onderwerp. Het is niet haar laatste debat in de Kamer, want ik zag dat ze volgende week nog over de renovatie van het Binnenhof in debat mag. Dus …
Voorzitter. Laat ik om te beginnen dit maar meteen gezegd hebben: wij zijn het lang niet altijd eens geweest met deze minister, maar ik wil haar wel danken voor het feit dat ze zich niet alleen met Asiel en Migratie, maar ook met Wonen en de renovatie van het Binnenhof heeft beziggehouden. Daar zitten ook moeilijke dossiers bij, zal ik dan maar even simpel zeggen. Ik bedank haar dat ze zich daarmee voor Nederland heeft ingezet.
Het is ook een gekke begrotingsbehandeling, omdat in de begroting een gapend gat zit voor het jaar 2027. Daar staat dan wel weer tegenover dat drie partijen een akkoord hebben gesloten, waarin ze het plan hebben opgenomen om dat gat met structurele financiering te lijf te gaan.
Voorzitter. Ik wil dit debat gebruiken om het te hebben over de drie grote uitdagingen die nu voor ons liggen, om te beginnen het Europees Migratiepact. Over vijf maanden, op 12 juli, moet het Europees Migratiepact ingaan. Dat wordt een hele grote renovatie van ons asielbeleid. We zijn er blij mee, want het kan betekenen dat we aan de Europese buitengrens kunnen gaan kijken wie een plek kan krijgen in Europa. Daardoor hoeven we minder van die ellenlange asielprocedures in Nederland te voeren, waardoor er hier dus ook meer plek komt voor de mensen die die ruimte nodig hebben. Maar het is ook een hele grote renovatie van het stelsel. Ik zou de minister daarom willen vragen hoe het op dit moment met de voorbereidingen gaat. Lukt het om met de uitvoeringsorganisaties ervoor te zorgen dat we op tijd klaarstaan?
Het Migratiepact heeft ook een andere kant, want het betekent dat we aan de buitengrenzen mensen gaan opvangen. Dat kan goed gaan, maar het is belangrijk dat Nederland daar actief aan bijdraagt. We hebben bijvoorbeeld in vluchtelingenkamp Moria gezien dat het flink mis kan gaan als zaken buiten ons zicht plaatsvinden. Daarom is het ook zo belangrijk dat Nederland actief gaat bijdragen aan die opvang. Ik zou de minister, hem dus, willen vragen hoe hij dit heeft meegenomen in de voorbereidingen op het Migratiepact en hoe hij het element van menswaardige opvang bespreekbaar heeft gemaakt in Brussel. Of wil hij dat nog gaan doen?
Voorzitter. Dan naar Nederland. Ik was op mijn eerste dag als nieuwe woordvoerder Asiel en Migratie in Ter Apel. Daar komt eigenlijk echt alles samen wat er misgaat in ons asielbeleid. We zien daar mensen die zich elke dag met hart en ziel inzetten om met houtje-touwtjeoplossingen ad hoc de boel draaiende te houden. Ook gisteren en vannacht weer leggen ze er wat veldbedjes en matrassen bij om ervoor te zorgen dat het nog even door kan werken. Er is nauwelijks doorstroming in Ter Apel. De school staat daar bijna leeg en aan de andere kant zien we ondernemers die keer op keer last hebben van een kleine, maar heel hardnekkige groep overlastgevers. We kunnen de mensen daar niet langer in de steek laten. Daarom zou ik allereerst de vraag willen stellen wat we nu aan de acute noodsituatie daar doen. Er zijn daar 2.200 mensen, terwijl het de afspraak is dat het er maximaal 2.000 mogen zijn.
De ondernemers. De minister is onlangs in Ter Apel geweest. Ik weet dat ze er veel mee bezig is, maar zijn de bureaucratische fouten inmiddels uit de schaderegelingen gehaald? In het akkoord, dat net is gesloten door D66, VVD en CDA, hebben we gezegd: we vinden dat gemeenten met een aanmeldcentrum recht zouden moeten hebben op extra politie-inzet. Zou het demissionaire kabinet daar alvast een begin mee willen maken, om te zorgen dat de mensen in Ter Apel daar ook op kunnen rekenen?
Voorzitter. Uiteindelijk is de oplossing natuurlijk dat er structurele inzet is, zodat het COA langdurige zekerheid heeft en contracten kan sluiten voor die langdurige opvang, zodat de IND voldoende mensen kan houden en gewoon haar werk kan doen en zodat de Dienst Terugkeer en Vertrek weet dat ze voldoende mensen heeft om te zorgen dat de mensen die weg moeten, ook weggaan.
De voorzitter:
Ik stel voor het aantal interrupties niet te maximeren, maar ze wel maximaal in drieën te doen. Verder moeten ze ook kort en beknopt zijn. Mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De heer Paternotte van D66 heeft het over de verschrikkelijke situatie in Ter Apel: "Het zit vol. De ondernemers hebben problemen en de winkels worden leeggeroofd. Een groep hardnekkige overlastgevers." Maar als de heer Paternotte van D66 dit zo'n probleem vindt, waarom is zijn fractie dan niet bereid om in te stemmen met asielwetten die in ieder geval iets aan de instroom gaan doen?
De heer Paternotte (D66):
Ik gaf net al aan dat het nodig is dat er structurele financiering komt, zodat er überhaupt asielopvang is. Dat heeft de vorige minister, minister Faber, bij het oud vuil gezet. Aan het eind van Rutte IV is eindelijk gezorgd voor structurele financiering en die is vervolgens weer geschrapt. Ja, daardoor krijg je inderdaad niet de opvanglocaties die kunnen zorgen voor doorstroom vanuit Ter Apel. Daarom zit het daar nu overvol. Ze wilde zelfs de Spreidingswet intrekken! En dat is natuurlijk een manier om te zorgen dat je een eerlijke spreiding over Nederland krijgt. Dus ja, als je op zo'n manier te werk gaat, laat je de chaos bestaan en probeer je ervan te profiteren.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Kan ik dan concluderen dat de heer Paternotte zegt: we hebben geen probleem met de instroom, al komen er 1.000 of 2.000 asielzoekers per week naar Nederland; we hebben een probleem met de opvang, dus we moeten meer azc's in Nederland plaatsen en we hoeven niets aan de instroom te doen?
De heer Paternotte (D66):
Nee. We moeten meer controle hebben over de instroom. We moeten meer controle hebben aan de buitengrenzen van Europa; daar heb ik het net over gehad. Daarom hebben we een sterke Europese Unie nodig. Daarnaast moeten we zorgen voor menswaardige opvang in Nederland. Die twee dingen gaan hand in hand. We moeten er trouwens ook voor zorgen dat mensen sneller gaan meedoen. Wat mevrouw Vondeling van de PVV zegt, is totaal niet waar. Ik denk dat we nu niet moeten kijken naar dingen die symbolisch zijn, zoals het plaatsen van bordjes bij asielzoekerscentra of mensen geen medaille geven. We moeten kijken naar maatregelen die werken, zoals het vereenvoudigen en het strenger maken van de asielprocedure, maar niet naar symboolmaatregelen.
De heer Boomsma (JA21):
Daarover zijn we het helemaal eens: geen symboolmaatregelen. Ik ben tevreden over een aantal aspecten van het nieuwe akkoord dat is gesloten. D66 heeft aangegeven: we willen dat migratie bij de volgende verkiezingen geen thema meer is. Maar ik ben wel benieuwd of we nader kunnen specificeren en smart kunnen maken wat dat precies betekent. Kan D66 aangeven bij ongeveer welke instroom D66 concludeert: nu is het probleem opgelost; wij denken dat het geen probleem meer is bij de volgende verkiezingen?
De heer Paternotte (D66):
Wij denken dat wij moeten zorgen voor stabiliteit. Ik bedoel dat mensen die te maken hebben met asielopvang, of het nou het COA, de IND of VluchtelingenWerk is, weten waar ze aan toe zijn en fatsoenlijke financiering krijgen. Ik bedoel dat we meer controle hebben over de instroom doordat het EU-Migratiepact goed werkt. Ik bedoel ook dat we goed samenwerken met Europa en dat we ons onderling aan de afspraken houden. Het is essentieel dat we in Nederland de asielprocedure flink vereenvoudigen. Als we die dingen doen, zorgen we ervoor dat we een goede kans hebben om de boel veel meer op orde te krijgen. Ik ga er geen getal op plakken, want we weten ook niet wat er in de rest van de wereld gebeurt. We weten bijvoorbeeld niet wat er de komende tijd in Oekraïne zal gebeuren. Ik hoop dat Rusland daar niet kan doorbreken. We moeten dat in ieder geval helpen voorkomen. Wij kunnen in Nederland niet bepalen wat er in de rest van de wereld gebeurt, maar wij kunnen er wel voor zorgen dat wij het hier op orde hebben.
De heer Boomsma (JA21):
Wat D66 nu aangeeft, zijn allemaal plannen. Het is heel goed dat daaraan wordt gewerkt. Controle is sowieso wat we nodig hebben. Op dit moment hebben we nog steeds 1.000 mensen per week en 2.000, 3.000 of 4.000 per maand. Dat is toch gewoon te veel? Stel dat het er komt over anderhalf of twee jaar. Wanneer gaan we dan tegen het kabinet zeggen: "Nu gaat het gewoon niet goed. Nu moeten we aanvullende maatregelen nemen. Dit is niet voldoende. We willen meer resultaten"? Kan D66 iets van een indicatie geven van hoe we daarmee om kunnen gaan?
De heer Paternotte (D66):
Volgens mij moeten we maatregelen nemen; ik heb er net een aantal genoemd. We moeten niet iedere week nieuwe maatregelen verzinnen. We moeten gewoon een duidelijke koers uitzetten en daaraan vasthouden. Anders ben je met hotseknotsboerenkoolbeleid bezig, wat we de afgelopen jaren hebben gezien.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Boomsma (JA21):
Hotseknotsboerenkoolbeleid: dat is inderdaad niet per se verstandig.
De heer Paternotte (D66):
Het is niet wenselijk. Het is misschien wel gezond, qua vitamines, maar niet handig.
De heer Boomsma (JA21):
We hebben gewoon een groot probleem. Het ligt ook gewoon aan de torenhoge instroom, al jarenlang. We moeten die instroom toch omlaag brengen? Ik wil toch graag van D66 horen hoe wij dit smart kunnen maken. Bij welke resultaten of welke instroom gaat D66 concluderen: oké, nu hebben we het onder controle en gaat het goed; nu zitten we op het goede pad en kunnen we verder? Ik bedoel niet alleen "procesmatig" of "we hebben controle".
De heer Paternotte (D66):
Als we er in Europa voor zorgen dat het Migratiepact werkt. Ik bedoel dat de meeste vluchtelingen aan de buitengrenzen van Europa worden opgevangen en daar de asielprocedure kunnen doorlopen. Volgens mij is dat een perspectief waar we met elkaar naartoe moeten werken. Dan krijg je een heel andere situatie. In de tussentijd moeten wij maatregelen nemen die wij kunnen nemen om ervoor te zorgen dat we in Nederland meer controle houden, dat de asielprocedure veel sneller gaat en dat mensen sneller meedoen en sneller integreren.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Paternotte legt terecht de vinger bij de overbelaste opvang. In dat kader heb ik de volgende vraag. Er zijn in Nederland gelukkig heel wat gastgezinnen die onderdak bieden aan statushouders. Dat ontlast de keten, is goedkoper en helpt de integratie. Ik weet dat het vorige Kamerlid mevrouw Podt zich hier ook positief over heeft uitgelaten.
De heer Paternotte (D66):
Ze is nog steeds Kamerlid.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat is ze nog steeds, zeker, maar ik bedoelde als woordvoerder Asiel. De SGP heeft een bescheiden amendement ingediend om dit iets te bevorderen, middels vrijwilligersvergoedingen. Zou dat op een welwillende houding van D66 kunnen rekenen?
De heer Paternotte (D66):
Als dat soort oplossingen bijdragen aan kleinschalige opvang, vinden we dat inderdaad heel sympathiek. Het is ook goed om daarover mee te denken. Ik moet uw amendement eerlijk gezegd nog bestuderen. Dat zullen we dan ook zeker gaan doen. Ik hoor uw oproep.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor hier geen symboolmaatregelen. Maar ik heb vrijdag ook het nieuwe regeerprogramma van D66, VVD en CDA gelezen. Daarin lees ik dat D66, die de nieuwe minister-president gaat leveren, straks de Faberwetten gewoon gaat uitvoeren. Twee maanden geleden zaten wij nog in een debat. Daar zei de heer Paternotte: nu riskeren we het broddelwerk van afgelopen zomer te gaan vervolgen door datzelfde broddelwerk een beetje op te gaan poetsen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zie dat hij dit herkent. Mijn vraag is: wat is er in die tijd gebeurd?
De heer Paternotte (D66):
Dat debat ging over de Novelle strafbaarstelling illegaal verblijf. Dat ging niet over de volledige Asielnoodmaatregelenwet. Wij zijn tegen strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dat vinden wij namelijk een symboolmaatregel, zoals u volgens mij terecht aanhaalt. Dat vonden we toen en dat vinden we nu nog steeds. Ik heb van het kabinet geen enkel goed argument gehoord waarom die maatregel echt zou bijdragen aan controle op instroom en aan menswaardige opvang. Integendeel. Dat is volgens mij ook — ik kan niet namens de Eerste Kamerfractie van D66 spreken — waarom ze in de Eerste Kamer kritisch naar die wet als geheel kijken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
U vindt het een symboolmaatregel, maar u gaat deze toch uitvoeren, na alle andere punten die ook al aan de VVD zijn weggegeven. Het debat van gisteren ging veel over zorg en sociale zekerheid. Op alles heeft de VVD gewonnen. Daar kreeg de partijleider van de heer Paternotte, de heer Jetten, de vraag: wat gaat u nou doen met het asielbeleid? Daarop zei de heer Jetten: we gaan het met volle overtuiging uitvoeren. We zijn nu een dag later, we hebben dit debat, en ik hoor: wij vinden dit een symboolmaatregel. Wat is het nu? Is dit een symboolmaatregel, of gaat D66 dit met volle overtuiging uitvoeren?
De heer Paternotte (D66):
Ik zag gisteren tijdens het debat de heer Klaver en de heer Wilders continu met elkaar overleggen. De heer Klaver zei dat het allemaal te rechts was en de heer Wilders zei dat het allemaal te links was. Wij gaan zorgen dat we de asielketen op orde brengen en gaan tegelijkertijd investeren in menswaardige opvang door er geld voor vrij te maken en door te zorgen dat bijvoorbeeld de Spreidingswet blijft. U heeft het over het beleid van minister Faber. Zij wilde de Spreidingswet intrekken, terwijl we de asielopvang nog niet eens op orde hebben en die wet op dit moment nog nodig is. Zij wilde het gemeenten verbieden iets te doen waarmee ze hun taakstelling konden halen. Ze wilde VluchtelingenWerk weg hebben van alle locaties, terwijl we er nu juist voor zorgen dat VluchtelingenWerk weer terug kan komen. Ze wilde het onmogelijk maken voor asielzoekers om te gaan werken, terwijl we dat nu juist makkelijker gaan maken. Dat zijn allemaal dingen die fundamenteel gaan veranderen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
De heer Paternotte is goed met woorden, maar we kunnen letterlijk het nieuwe regeerakkoord erbij pakken. Er was afgelopen zomer heel veel te doen om de Faberwetten. De heer Paternotte zegt dat het symboolmaatregelen zijn. Zijn fractie in de Eerste Kamer zegt dat de procedure niet goed is en de inhoud niet opschiet. Uitvoeringsorganisaties zeggen dat het averechts kan werken. Mensen in het hele land, ook wethouders van D66, hebben zorgen. Over deze wetten staat in het regeerakkoord dat D66 ze gaat uitvoeren als ze worden aangenomen. Daarvan zei de heer Jetten gisteren dat D66 ze gaat uitvoeren. Wat is het nu? Is het symboolwetgeving en helpt het niet, of staan jullie erachter en gaan jullie het uitvoeren?
De heer Paternotte (D66):
Het is heel simpel. In het akkoord staat dat als de Eerste Kamer de wet aanneemt, deze wordt uitgevoerd. Zo gaat het met wetten. Of het nou de Spreidingswet of de Asielnoodmaatregelenwet is: als de Eerste Kamer ze aanneemt, dan heeft een regering die uit te voeren. Als u dan zegt dat uitvoeringsorganisaties dat niet willen, dan moet u wel heel precies zijn. Uitvoeringsorganisaties zijn net als u en ik hartstikke kritisch op die strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dat vinden ze een maatregel waar ze niks aan hebben. Hetzelfde geldt voor de politie, bijvoorbeeld. Maar er zijn nog heel veel andere maatregelen in de Asielnoodmaatregelenwet. We hebben het COA, de IND en andere vertegenwoordigers uit de asielketen uitgenodigd aan de formatietafel. Je hoort van hen dat ze heel veel behoefte hebben aan versimpeling van de asielprocedure, zodat er niet zó veel verplichte stappen zijn die maken dat het heel erg lang duurt, waardoor vluchtelingen ook heel lang moeten wachten op duidelijkheid. Die maatregelen vindt u overigens ook terug in het akkoord van D66, CDA en VVD. Die zijn hartstikke hard nodig om ervoor te zorgen dat we in Nederland de opvang weer op orde krijgen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Paternotte en ik hebben de afgelopen jaren geregeld onderhandeld in andere kabinetten.
De heer Paternotte (D66):
Dat kan ik me nog herinneren, ja!
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat waren mooie tijden. Daarbij kwam strafbaarstelling ook geregeld aan de orde. Het is geen groot geheim dat een aantal van de partijen die hebben meegeregeerd die ook graag willen. Maar die is er nooit gekomen, mede vanwege het feit dat — dit waren ook de woorden die u eraan gaf in dit debat — het geen oplossing biedt en uitvoeringstechnisch ook best ingewikkeld is, nog even los van de morele vraag of je het moet willen. Nu staat het er wel in. Dat betekent dat D66 prioriteit heeft gegeven aan andere zaken en hierover niet zegt: tot hier en niet verder. Mevrouw Westerveld heeft het over symboolpolitiek, maar volgens mij is het zo dat onze penitentiaire inrichtingen, de sociale advocatuur en onze rechtspraak vastlopen als dit aangenomen wordt en uitgevoerd wordt op de manier die partijen als de PVV en andere partijen willen. Heeft de heer Paternotte het gevoel dat een van die bezwaren met dit akkoord is weggenomen, of koersen we op dit specifieke punt af op een drama?
De heer Paternotte (D66):
Ik vind het nog steeds een symboolmaatregel, onder andere omdat ik van de minister — dan heb ik het niet over deze minister, maar over de andere minister — geen duidelijk antwoord kreeg op de vraag wie hier nou echt mee geholpen is qua handhaving, gemeenten et cetera. Ik ben het met u eens dat er heel veel zou vastlopen als je dit zou uitvoeren zoals de PVV zou willen. Maar ik heb de minister ook het volgende horen zeggen: ondanks het feit dat de wettekst iets anders is, gaan we ons puur en alleen richten op mensen die de asielprocedure hebben doorlopen, afgewezen zijn en vervolgens hun eigen terugkeer naar het land van herkomst frustreren, en daarbij gaan we dan ook nog de prioriteit leggen bij overlastgevers. Als je het letterlijk zo doet en je je daar binnen de uitvoering helemaal aan houdt, dan vind ik het nog steeds een symboolmaatregel, maar denk ik niet dat daardoor bijvoorbeeld de hele keten van de sociale advocatuur gaat vastlopen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Als ik u goed begrijp, vallen ongedocumenteerde kinderen hoe dan ook buiten deze regeling. Mensen die geen asiel hebben aangevraagd maar om een andere reden in Nederland ongedocumenteerd zijn en geen overlast veroorzaken, vallen hier wat D66 betreft ook niet onder. Dan gaat het dus specifiek om de groep die niet meewerkt en overlast heeft gepleegd. Ik vind ook dat die harder aangepakt mag worden. U verwacht dat dan ook van de minister, zegt u. Stel dan dat er toch wat meer ruimte in de wet zit. Die ruimte biedt de wet trouwens ook. Er is ook geklaagd over het feit dat de wet niet hetzelfde zegt als de minister. Kunnen we verwachten dat de premier, maar ook D66, dan een streep trekt en zegt: dit is niet wat we hebben afgesproken?
De heer Paternotte (D66):
U slaat nu natuurlijk wel een paar stappen over. De Eerste Kamer moet er nog over oordelen. Als de Eerste Kamer die wet niet aanneemt, staan wij voor de taak om te kijken hoe we de asielprocedure gaan versimpelen. Maar die strafbaarstelling van illegaliteit komt er dan niet. Als die wet er wel komt, heb ik inderdaad begrepen dat de minister in de handhaving een duidelijke prioriteit schetst. Dan heb ik het over de prioriteit die u net ook aangaf.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vraag niet naar de prioriteit. Ik wil hier een piketpaal slaan, niet alleen voor de uitvoering. Ik heb het over de gevangenisketen en de rechtspraak, maar ook over gemeenten, de IND en de Raad voor de rechtspraak. Geen enkele instantie vindt dit aspect, die strafbaarstelling, een goed idee. We gaan met elkaar dus een spannend avontuur aan. Wij hebben maar drie zetels. Een minderheid gaat een kabinet vormen. Daar moet ik mij toe verhouden. Ik vraag me af of deze afspraak hard geldt en of een aantal categorieën voor D66 dus categorisch uitgesloten zijn. Eén: ongedocumenteerde kinderen. Twee: meerderjarige ongedocumenteerden die geen overtredingen begaan of overlast veroorzaken en die ook niet in aanraking zijn gekomen met de IND. Dat was namelijk de uitleg die de minister gaf en die u ook gaf. Ik wil over een paar maanden niet verrast worden met het bericht dat de minister dit toch breder trekt. Dan hebben we namelijk wel een probleem.
De heer Paternotte (D66):
We hebben in hetzelfde debat gezeten, met dezelfde minister. Ik denk dat wij hem allebei houden aan de afspraken die hij daarin heeft gemaakt over wat die handhaving gaat inhouden. Laten we wel zijn: zelfs het kabinet-Schoof had de strafbaarstelling van illegaal verblijf niet in het voorstel voor de Asielnoodmaatregelenwet zitten. Die is erin gekomen door een amendement van de PVV, dat op een of andere mysterieuze manier ook nog een meerderheid haalde. Wat mij betreft was dat een waardeloos amendement. Dat heeft ervoor gezorgd dat we nu nog steeds geen Asielnoodmaatregelenwet hebben. Een van de dingen waar ik zo kwaad over ben, is dat door dit element, dus die symboolmaatregel van de strafbaarstelling van illegaal verblijf, een wet waarvan het kabinet zegt dat die hartstikke hard nodig is negen maanden vertraagd is geraakt. Dus ja, mocht dit er komen en mocht de Eerste Kamer ermee instemmen — dat weet ik niet — dan denk ik inderdaad dat de minister gehouden moet zijn aan wat hij heeft gezegd over de handhaving. Dat zou betekenen dat het in ieder geval niet zorgt dat de hele keten vastloopt, waar uw angst en die van mij ook zouden zitten.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag net was niet of wetten uitgevoerd moeten worden. Mijn vraag was waarom D66 dit niet heeft uitonderhandeld. Als u het symboolmaatregelen noemt en zegt dat het broddelwerk en spookrijden is, wie houdt u dan nu voor de gek? Dat waren het afgelopen jaar allemaal kwalificaties van de heer Paternotte en zijn collega's over deze wetten. En nu staat dit gewoon in het akkoord. Waarom heeft D66 dit de afgelopen periode niet uitonderhandeld, als dit broddelwerk, spookrijden en al die andere kwalificaties is?
De heer Paternotte (D66):
Nogmaals, u haalt een paar keer "broddelwerk" aan en zegt dat het gaat over deze wetten. Ik heb afgelopen december gezegd dat dat gaat over de novelle. Het gaat niet over die twee wetten van vorig jaar juni, waar ik niet eens bij was. U moet me dus wel goed citeren. Wat D66 heeft gedaan, is afspreken dat wij voorlopig vasthouden aan de Spreidingswet, zodat we de opvang op orde kunnen krijgen. Het zou natuurlijk ook mooi zijn als het er kan komen dat het aan gemeenten zal zijn om te zorgen dat ze hun taakstellingen kunnen halen totdat er een goed alternatief is. Dat we zorgen dat mensen sneller kunnen meedoen, zodat ze na drie maanden weer aan het werk kunnen. Dat VluchtelingenWerk weer terugkomt op locaties. Dat we de tewerkstellingsvergunning voor asielzoekers flink gaan versimpelen, zodat mensen eerder aan het werk kunnen en sneller kunnen integreren. Dat we al die dingen doen om er op die manier voor te zorgen, samen met 2 miljard euro aan investeringen, dat kinderen niet door het hele land heen-en-weer gesleept worden. Dat is wat we hebben gedaan: concrete maatregelen die kunnen helpen voor snelle integratie en menswaardige opvang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan citeer ik graag een collega van de heer Paternotte van D66, die afgelopen juni over deze wetten zei en aan de regering vroeg: wie bent u nu voor de gek aan het houden? Dat ging over deze wetten, die nu in het regeerakkoord staan en waarvan de heer Jetten gisteren vol overtuiging zei: dit gaan wij uitvoeren. Waarom, is mijn vraag aan de heer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Uiteindelijk is er een verschil tussen uw partij en die van mij. Wij vinden dat we ook als Nederland maatregelen moeten nemen. Dat vinden wij. Uw partij vindt dat niet en dat mag. Wij vinden het niet verstandig om weer helemaal opnieuw te gaan beginnen. Ik heb genoeg kritiek op die wetten en die blijf ik ook hebben, zeker op het punt van strafbaarstelling van illegaal verblijf. Maar wij vinden het niet verstandig om weer helemaal opnieuw te gaan beginnen, terwijl COA, IND en voor een deel bijvoorbeeld ook VluchtelingenWerk zeggen dat we een aantal elementen uit die wetten gewoon nodig hebben op dit moment.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het is simpelweg niet waar dat wij niet zouden pleiten voor nieuwe maatregelen. Wij hebben de afgelopen tijd en in ons verkiezingsprogramma ook verschillende maatregelen neergelegd. Dat is één. Twee. Dit gaat niet alleen maar over een paar maatregelen. Dit gaat over mensenrechten. Dit gaat over fundamentele wetgeving. Dit gaat over de vraag of we mensen zonder de juiste papieren hier illegaal verklaren. Dat zijn allemaal zaken waarvan tot nu toe ook de partij van de heer Paternotte zei: dat moeten we niet willen; dat gaat in tegen die mensenrechten. Dat is nu weggegeven aan de VVD. Mijn vraag aan de heer Paternotte is de volgende. Waarom is dat gedaan? Wat heeft u daarvoor teruggekregen? Maar vooral: met welke D66 praten we nu en waar gaat u nou de komende tijd naar kijken, als u echt wil onderhandelen over bijvoorbeeld mensenrechten? Wordt dat met de rechterkant van de Kamer of blijft u wel staan voor fundamentele mensenrechten?
De heer Paternotte (D66):
We zijn tegen de strafbaarstelling van illegaal verblijf en daar blijven we tegen. Als ik u was, zou ik niet mij maar anderen proberen te overtuigen om daartegen te zijn. U kunt dan bijvoorbeeld in de Eerste Kamer terecht, want daar wordt het op dit moment behandeld. Door de Tweede Kamer is het al aangenomen. Als een wet in de Eerste Kamer wordt aangenomen, dan moeten we die ook met elkaar uitvoeren.
Een van de vele vragen die u net stelde, was waarop wij hebben ingezet en wat wij hebben uitonderhandeld. Het antwoord is: zorgen dat we de asielopvang in Nederland weer op orde brengen. Ik had het net over Ter Apel. Het is een totale bende, maar dat komt ook doordat asielzoekerscentra werden afgebouwd, dingen tijdelijk gefinancierd werden en COA geen langdurige contracten kon sluiten, waardoor mensen uiteindelijk in hotels of op cruiseschepen worden opgevangen en kinderen door het land heen-en-weer worden gesleept. We maken het in Nederland veel moeilijker om snel mee te doen dan bijvoorbeeld in Duitsland. In Duitsland krijgen mensen zo snel mogelijk een bsn en kunnen ze ook aan het werk. Je ziet dat asielzoekers die mogen blijven daarna veel minder vaak in een uitkering zitten. We willen graag dat mensen meedoen. Oekraïners hebben laten zien dat dat ook kan. Als mensen hier de gelegenheid krijgen om te werken, willen ze ook heel graag bijdragen. Daar zetten we allemaal stappen op. Daarnaast zorgen we ervoor dat de Spreidingswet voorlopig blijft, zodat we aan alle gemeenten een bijdrage kunnen vragen om voor voldoende opvangplekken te zorgen. Dat zijn allemaal dingen die veranderen ten opzichte van het vorige kabinet. Ik kan u ook nog een aantal andere voorbeelden geven. Volgens mij gaat dat heel erg helpen.
En inderdaad, die symboolmaatregel, strafbaarstelling van illegaliteit, gaat daar niet bij helpen. Sterker nog, ik heb eigenlijk bijna niemand in de Kamer überhaupt horen zeggen dat die denkt dat dat nou een grote bijdrage levert. De minister van Asiel en Migratie zei: het zal niet een heel grote bijdrage leveren, maar het is een klein onderdeeltje van het geheel. Ik denk dat we prima zonder zouden kunnen. Maar het allerbelangrijkste is dat we in Nederland zorgen voor meer controle over de Europese buitengrenzen en menswaardige opvang in Nederland.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Paternotte had het over de spanning die zit op de uitvoering in de asielketen. Onder meer de IND smeekt om afschaffing van de dwangsommen. Die bedroegen het afgelopen jaar 80 miljoen. D66 stemde destijds tegen een SGP-amendement om dit op te lossen. Hoe kijkt hij daar nu naar, ook gelet op het feit dat het afgelopen jaar gewoon 80 miljoen aan belastinggeld weg is gegaan naar dwangsommen die feitelijk contraproductief werken?
De heer Paternotte (D66):
Wij vinden dat wij als Nederland de taak hebben om ervoor te zorgen dat de IND structurele financiering krijgt en dat we procedures versimpelen, waardoor ze niet eindeloos duren en mensen niet eindeloos in onzekerheid zitten. Alleen het afschaffen van die dwangsommen lost namelijk echt niks op. We hebben er wel vertrouwen in dat dat als we dat doen, met die structurele financiering en met de invoering van het Migratiepact, ook niet meer nodig zal zijn. Door amendement van de SGP — dat hebben heel veel juristen ook aangegeven — zal een rechter waarschijnlijk een streep zetten, omdat je nu eenmaal niet kan zeggen dat een specifieke groep mensen ineens geen recht meer heeft op de waarborgen die er bestaan als zij in Nederland een juridische procedure doorlopen. Dan heeft het niet zo heel veel zin om als Tweede Kamer toch die stap te zetten. Dan kunnen we ons er beter op richten om de opvang op orde te krijgen en de procedure sneller te laten doorlopen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Wat betreft de eventuele juridische procedure: Nederland is het enige land in de EU dat zo'n regeling kent, dus juridisch ben ik daar niet zo bang voor. Dit zit echter ook in de Asielnoodmaatregelenwet, waar onder meer D66 in de Eerste Kamer zich over moet buigen. Daar gaat de heer Paternotte natuurlijk niet over, maar weten de D66-senatoren — anders kan de heer Paternotte dat misschien doorgeven — dat je met 80 miljoen per jaar ook gewoon 1.000 extra leraren zou kunnen aantrekken? Is D66 in de Eerste Kamer daarvan op de hoogte, denkt u?
De heer Paternotte (D66):
Nu zegt de heer Diederik van Dijk van de Staatkundig Gereformeerde Partij eerst iets staatsrechtelijk zeer verstandigs, namelijk dat ik niet over de Eerste Kamerleden van D66 ga, en daarna gaat hij aan mij vragen of Eerste Kamerleden van D66 op de hoogte zijn van zijn interruptie. Nou, misschien kijken ze mee, maar dat weet ik eerlijk gezegd niet. Ik ga het na afloop controleren.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Ik heb al wat gezegd over de Oekraïners en dat zij hebben laten zien dat snel meedoen kan. Ik heb net eigenlijk alles daarover al gezegd, maar ik zou nog aan de minister willen vragen of de invoering van de nieuwe status die vanaf volgend jaar gaat gelden, waarvan Oekraïners zelf zeggen "prima, natuurlijk is het logisch dat wij op een gegeven moment ook gaan bijdragen als we in ruil daarvoor iets meer zekerheid over onze status in Nederland krijgen", samengaat met alles wat er tegelijkertijd met het EU-Migratiepact moet gebeuren. Of gaat het in het najaar vastlopen in de uitvoering?
Voorzitter. Als we deze stappen zetten, zijn wij ervan overtuigd dat we er inderdaad voor kunnen zorgen dat we de boel in Nederland meer op orde krijgen. Die stappen zijn: zorgen dat mensen sneller meedoen en zorgen voor snellere integratie, controle aan de Europese buitengrenzen en menswaardige opvang in Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Paternotte. De heer Boomsma heeft een interruptie.
De heer Boomsma (JA21):
In het coalitieakkoord staat ook dat de partijen ernaar streven om het internationale vluchtelingenrecht aan te passen. Dat vindt JA21 goed, maar het staat er nog wel erg onvolledig in mijn ogen. Er staat wel dat de inzet, het doel is om ervoor te zorgen dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden gedaan, maar is D66 dan ook van mening dat het dan niet meer binnen de EU moet kunnen, dus dat het als je illegaal inreist niet ook nog in de EU kan? Of is het alleen een aanvulling op wat nu al kan?
De heer Paternotte (D66):
Dat is het einddoel, dat je een situatie hebt waarin wij in Europa nog steeds een bijdrage leveren aan de opvang van vluchtelingen — de meesten worden nu in de regio opgevangen en een deel in Europa — maar dan niet omdat mensen met een boot over de zee zijn gekomen, maar omdat ze zijn uitgenodigd via hervestiging. Dat is het einddoel en dat is waarom je die verdragen, waaronder het VN-Vluchtelingenverdrag, wilt aanpassen.
De heer Boomsma (JA21):
Dat snap ik. Dat staat er ook, maar is de heer Paternotte het dan wel met mij eens dat als je het mogelijk maakt om ook buiten de EU asielaanvragen te doen, dat waarschijnlijk wel zal leiden tot een zeer grote toename van het aantal asielaanvragen, juist ook doordat — dat is wat we eigenlijk willen — mensen niet meer die mensensmokkelaars hoeven te betalen en die gevaarlijke reis hoeven te ondernemen? Is hij het ermee eens dat dat zal leiden tot een toename? Dat zou je dan in ieder geval alleen kunnen overwegen of doen als je dan vervolgens ook zegt dat mensen niet meer ook nog binnen de EU asiel kunnen aanvragen, en dat je ze in principe buiten de EU gaat opvangen.
De heer Paternotte (D66):
Ik denk dat je dan in ieder geval in een situatie komt waarin de standaardroute niet meer binnen de EU asiel aanvragen is, maar dat dat dan inderdaad via aanmeldcentra buiten de Europese Unie moet. Zo hebben wij het ons op zich ook voorgesteld. Er zullen ongetwijfeld nog wel verschillen zijn tussen D66 en JA21 als het gaat om wat dat dan betekent voor de verdragen en voor wie die gelden. Mensenrechtenverdragen in Europa gelden namelijk wat ons betreft voor iedereen die zich in Europa bevindt. Iedereen die zich in Europa bevindt, moet daar recht op hebben. Het doel is inderdaad wel dat mensen dan buiten de EU die procedure doorlopen. Hervestiging gaat natuurlijk ook hand in hand met zorgen dat wij een grote bijdrage leveren. We steken nu ook extra geld in ontwikkelingshulp. Dat zorgt ervoor dat de grondoorzaken van migratie mede worden aangepakt. Bijdragen aan opvang in de regio is ook een belangrijke bijdrage daaraan.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Boomsma (JA21):
Dit moeten we dan wel heel goed en precies gaan uitwerken en in de gaten houden, want als we niet uitkijken — als ik de heer Paternotte zo hoor, stelt mij dat niet gerust — krijgen we straks de situatie waarin mensen zich nog steeds kunnen beroepen op het recht op asiel binnen de EU, want u zegt: ja, die mensenrechtenverdragen gelden allemaal nog. Vervolgens kunnen ze ook nog asiel aanvragen buiten de EU en moeten we óók nog grote groepen mensen hier actief naartoe gaan halen. Dan belanden we van de regen in de stortregen.
De heer Paternotte (D66):
Dat betekent natuurlijk dat als je buiten de EU asiel kunt aanvragen en dat als je redelijkerwijze in staat bent geweest dat te doen, dat ook van je verwacht wordt en je niet alsnog in de EU die aanvraag doet. Maar ik kan me wel voorstellen dat er mensen zijn die gewoon geen kans hebben gehad om dat buiten de EU te doen. Ik weet niet of je daar dan een totale blokkade op moet leggen. Het zal inderdaad een uitwerking zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Rajkowski voor haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel. Voorzitter. Nederland is een open en vrij land en juist daarom moeten wij aan het stuur blijven staan. Asiel en migratie raken onze vrijheid en veiligheid, zeker als we die niet in de hand hebben. Daarom kiest de VVD voor een balans: beschermen waar het moet en grip waar het kan. Want open grenzen is misschien van alle tijden, maar het handhaven van de grenzen en bepalen wie er wel of niet binnenkomt en mag blijven ook.
Vandaag spreken we over de begroting. Het is misschien een beetje een raar moment, zo tussen een oud en een nieuw kabinet. Voor ons staat wel nog steeds boven water dat als we blijven betalen voor noodopvang, crisismaatregelen en cruiseschepen, we eigenlijk de prijs van gebrek aan grip betalen, en niet alleen in geld, maar ook in draagvlak en veiligheid. Wij willen dus weg uit die crisissfeer en terug naar grip. De werkelijkheid is dat de keten kraakt. Gemeenten lopen vast. De opvang loopt vast. Omwonenden voelen druk en ervaren op veel plekken ook ontoelaatbare intimidatie en onveilige situaties. Ook de echte vluchtelingen zijn hier de dupe van. Soms zien we meer chaos dan bescherming. Dit mogen we zo niet laten doormodderen. Daar trekken wij dus die harde grens. Wie het stuk Aan de slag heeft gelezen, ziet daarin toch wel een mooi aantal uitgangspunten als basis. Er staan stevige punten in om de grip weer terug te pakken. Er komen aanvullende nationale maatregelen en stevige instroombeperkende maatregelen. Europees blijven we inzetten op het beschermen van onze buitengrenzen. Het gaat om een harde aanpak van overlast en uit die crisissfeer wegkomen.
Voorzitter. Ik heb een zestal punten. Eerst de overlast. Wie hier bescherming zoekt, moet zich ook aan onze regels houden. Mensen die dat niet doen, of het nou gaat om strafbare feiten of overlast, verliezen wat ons betreft het voordeel van de twijfel. Daarom steunen we de harde lijn: veroordelingen zwaarder mee laten wegen, de glijdende schaal maximaal aanscherpen, Top X'ers steviger aanpakken, vtl en pbl uitbreiden et cetera, et cetera. Wat ons betreft horen de zwaarste gevallen dan ook echt in vreemdelingenbewaring. Veel Nederlanders stellen een simpele vraag. Het komt vaak in het nieuws. Vandaag hadden we het over de dwangsommen, over de 79 miljoen euro; o nee, dat was gisteren. Het gaat ook om de overlastlijn van Zwolle richting Ter Apel. Zo zeg ik het maar even, want het laatste stukje is een bus. Ook daar worden nog steeds de boetes niet geïnd. Of die boetes daadwerkelijk worden geïnd of niet, lijkt afhankelijk van de COA-locatie of misschien wel van de directeur, de bestuurder die daar zit. Er zijn ook mogelijkheden om toch aan het innen van die boetes te gaan werken, bijvoorbeeld het inhouden van het leefgeld. Is dat iets waar de minister nog wat gas op kan geven in de weken die zij nog voor zich ziet? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Dan over terugkeer. Terugkeer is wat ons betreft juist de kern van een geloofwaardig asielbeleid, want als mensen die weg moeten gaan niet weggaan of niet geholpen worden om weg te gaan, dan groeit de instroom alleen maar en verdwijnt ook het vertrouwen in de samenleving in het asielbeleid. Daarom zullen wij ons blijven inzetten voor de Terugkeerverordening in Europa. Daar is echt nog wel wat te doen, ook door een nieuw kabinet, om ervoor te zorgen dat die goed gaat landen.
Ondertussen zie je wel dat andere landen in Europa dan toch ontoelaatbare geitenpaadjes aan het zoeken zijn. We hebben eerder moties ingediend over wat Portugal probeerde met het erkennen van klimaatvluchtelingen. Die motie is toen breed gesteund in de Kamer. We zien nu ook Spanje. Spanje kondigde aan om grote groepen mensen zonder papieren via een versnelde route toch een verblijfs- en werkvergunning te geven. Dit zou zomaar een route kunnen zijn om via Schengen makkelijk binnen te komen en ook naar Nederland te gaan, juist terwijl wij hier een steeds strenger beleid op veiligelanders willen gaan doorvoeren. Dit maakt het hebben van grip op migratie en op wie er Nederland inkomt en wie niet voor ons dan wel een stukje lastiger. Kunnen de beide ministers hierop reageren? Hoe kunnen zij ervoor zorgen dat we dit soort shopgedrag van lidstaten een halt toeroepen?
Over de uitvoering is al wat gevraagd, dus die kan ik overslaan.
Voorzitter. Dan heb ik nog een specifieke zorg over het gemixt wonen. Er is vandaag een debat in Amsterdam geweest over Stek Oost. Daar waren veel problemen tussen statushouders en studenten, van intimidatie tot zelfs verkrachtingen en nog veel ergere dingen. Het lijkt erop dat daar lang niet juist is ingegrepen, terwijl juist flexibele huisvesting, tijdelijke huisvesting, doorstroomlocaties en gemixt wonen steeds meer een oplossing gaan zijn om ervoor te zorgen dat ook statushouders uit een azc gaan. Maar dan moet dat wel veilig kunnen. De vraag aan de minister is dan dus: op het moment dat zoiets echt mis dreigt te gaan, aan wie is het dan om in te grijpen?
Even kijken. Dit is al eerder gezegd in een interruptiedebat. Ik ga het toch nog maar even benoemen, want de heer Boomsma begon er net ook nog over. Al dit soort losse maatregelen zijn natuurlijk niet genoeg. Het is belangrijk om nu een aantal nationale maatregelen en Europese maatregelen te nemen. Uiteindelijk willen wij naar die fundamentele koerswijziging en naar een stelsel waarin bescherming in Nederland alleen maar via hervestiging gaat, gericht op de meest kwetsbaren en op het voorkomen dat minderjarige kinderen via zeer gevaarlijke migratieroutes en bootjes Europa moeten bereiken om dan het magische woord "asiel" te roepen. Volgens mij zouden wij dat allemaal als Tweede Kamerleden niet moeten willen.
Voorzitter. Nog een laatste punt. Ik begrijp dat dit debat plaatsvindt tussen de twee kabinetten in, dus kan ik deze minister niet vragen om een heel nieuw eventueel coalitieakkoord uit te gaan voeren. Ik heb mijn inbreng dus echt gericht op wat we nu de komende weken nog kunnen doen en welke stappen er gezet kunnen worden. Dan komt er toch nog eentje bij mij boven en die gaat over het bewaren van de biometrische gegevens. Op dit moment is er namelijk een tijdelijke wet die ervoor zorgt dat al de gegevens over vreemdelingen die bewaard worden, worden verwijderd als we geen besluit nemen als Eerste en Tweede Kamer voor 1 maart. Het lijkt erop dat de Staten-Generaal samen dat ook niet gaan halen. Daarom is de vraag om geen onomkeerbare stappen te zetten en dus de al afgenomen gegevens niet al te vernietigen zolang het nieuwe wetsvoorstel nog aanhangig is in een van beide Kamers, zodat we daarna een gedegen besluit kunnen nemen over wat we überhaupt met dit wetsvoorstel willen doen.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik stelde net ook even de vraag aan de heer Paternotte en die gaf aan: als het beleid nu wordt uitgevoerd, het Migratiepact lukt en we die keten op orde krijgen, dan is voor D66 eigenlijk alles koek en ei en dan zijn wij blij. Ik ben gewoon benieuwd hoe de VVD dat nu ziet. We hebben wat ons betreft namelijk gewoon een heel hoge instroom. Die moet drastisch omlaag. Dus kan de VVD misschien aangeven hoe zij daartegen aankijkt? Wat moet er nou precies gebeuren qua concrete resultaten? Wat moeten we behalen?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat is zeker een belangrijke vraag. Wat ons betreft staan de instroombeperkende maatregelen nog steeds bovenaan. Je ziet ook dat in dit coalitieakkoord een hele hoop van die maatregelen van het vorige coalitieakkoord worden doorgetrokken. De asielwetten worden bijvoorbeeld onverkort uitgevoerd als ze worden aangenomen. Ja, in Europa vindt ook een hoop discussie plaats over het Migratiepact en de Terugkeerverordening. Daar kijken wij dan ook — laat ik het zo maar zeggen — hoopvol naar, maar niet naïef. We moeten wel nationale maatregelen blijven nemen. Stel dat het pact en de Terugkeerverordening niet gaan werken zoals wij hopen dat ze gaan werken. Dan moeten wij er wel voor zorgen dat Nederland minder aantrekkelijk wordt dan het nu is. Daar staan wat punten over in het coalitieakkoord. Je ziet toch ook dat er de afgelopen twee jaar niet helemaal niks is bereikt. Het inwilligingspercentage was iets meer dan 80%. De laatste getallen zeggen 30%. Het is dus niet zo dat er helemaal niks gebeurt.
De heer Boomsma (JA21):
Dat klopt. Er zijn zeker ook echt wel goede dingen gedaan. Alleen is de instroom nog steeds gewoon heel hoog.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Zeker.
De heer Boomsma (JA21):
We zitten nog steeds tegen de 1.000 mensen per week. Dat moet gewoon stoppen. Ik wil dus graag van de VVD het volgende weten. Stel nou dat we over een jaar, als het nieuwe kabinet al die tijd heeft gezeten en van alles heeft gedaan, en het Migratiepact van start is gegaan, nog steeds op een instroom van 1.000 mensen per week zitten, of van 500 mensen per week, wat ook nog ongelofelijk veel is. Wat gaat de VVD dan doen? Wat kunnen we dan doen om in te grijpen?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dan gaan we dat dan bekijken. Dat hangt namelijk van heel veel dingen af. Wij zullen het blijven toetsen aan: kan Nederland het dragen? De heer Boomsma geeft nu aan dat dat wel spannend wordt. Klopt, dat is ook spannend. De instroom is nu veel te hoog. Dit zijn getallen die Nederland wat mij betreft niet kan dragen. Daar moeten we wat aan doen. Ik hoop dat we over een jaar een ander beeld hebben, met het pact en de Terugkeerverordeningen waar de onderhandelingen over door gaan lopen, maar ook met de aangenomen asielwetten die straks ingaan. Als dat niet zo is en als we met elkaar concluderen dat Nederland dit nog steeds niet kan dragen en dat we moeten ingrijpen, dan zullen we dat debat met elkaar voeren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Boomsma (JA21):
Prima. Dan moeten we inderdaad ingrijpen. Ik ben blij dat we het daarover eens zijn. Ik denk wel dat we er nu alvast over moeten nadenken. Ten aanzien van aanvullende maatregelen staat in het coalitieakkoord natuurlijk ook heel concreet bijvoorbeeld een tijdelijk verbod op nareizigers voor subsidiair beschermden. Maar de voorwaarden daarvoor zijn zo geformuleerd dat het heel erg de vraag is wanneer dat moment aantreedt. Je moet een hoge instroom hebben én de asielketen moet bezwijken én je moet het niet hebben kunnen voorzien. Wanneer is daar dan sprake van? Anders is dat toch een dode letter?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Het coalitieakkoord, zeker het hoofdstuk over asiel en migratie, is niet als dode letter bedoeld. Het zijn een hele hoop maatregelen die we al eerder met elkaar hadden afgesproken en die we nu gaan voortzetten. Ik heb er alle vertrouwen in dat we nu een kabinet krijgen, ook met … We hadden het laatste halfjaar echt twee bewindspersonen die er keihard voor hebben gestreden om nog binnen te halen wat er binnen te halen valt. Meteen maar even complimenten aan de minister die hier zit, en aan de andere, die hier morgen zit. Maar nee, dit is zeker geen dode letter. Als dit uit de hand blijft lopen, dan zullen we maatregelen moeten treffen. Een aantal haakjes staan in dat coalitieakkoord. Die heeft u net opgesomd.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb een vraag aan mevrouw Rajkowski. In de campagne hoorden we de VVD vaak zeggen: wie misbruik maakt van ons land, moet terug. Ze gaf in haar betoog net ook al aan dat het nu makkelijker wordt om eventuele veroordelingen mee te nemen in een asielaanvraag. Alleen lees ik in het coalitieakkoord niets terug over statushouders. Ik ben benieuwd hoe de VVD daar nu naar kijkt en of de VVD statushouders ook wil uitzetten als die zich misdragen en ze een veroordeling oplopen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat hangt natuurlijk ook weer van de situatie af. Statushouders hebben natuurlijk wel een ander soort status dan asielzoekers. Maar nee, wat ons betreft is het uitgangspunt dat als je hier in Nederland bent, hier tijdelijk mag blijven en uiteindelijk Nederlander wil worden, we dan gedurende het hele proces kijken naar hoe jij je hier gedraagt, maar ook naar inburgering en taal. Het gaat ook over gedrag. Zeker, dat zal allemaal meegenomen moeten worden. Daarom hoop ik ook … Misschien kom ik morgen toch nog met een motie over wat er in Amsterdam is gebeurd. Als er in dit soort situaties niet ingegrepen wordt, is dat wat ons betreft ontoelaatbaar.
De heer Russcher (FVD):
Welke concrete maatregelen zou de VVD dan willen om het makkelijker te maken om die statushouders uit te zetten?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik ga eerst luisteren naar de beantwoording in de eerste termijn van de vragen die ik heb gesteld. Waar ligt de verantwoordelijkheid om in te grijpen en wie gaat dat doen? Daarna ga ik kijken of ik een motie ga formuleren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Deze week zagen we mooie billboards van de VVD. Althans, ik denk dat de VVD ze heel mooi vindt. Ik vond ze nogal dominant aanwezig, om het zo maar te zeggen. Op die billboards viel me iets op. In het huidige kabinet, het kabinet dat nu nog zit, liep de VVD met ons voorop in "het strengste asielbeleid ooit". Op de billboards zag ik nu dat de laatste zin "doorpakken met streng asielbeleid" was. Ik zag daar dus een kleine afzwakking in. Er stond niet "doorgaan met het strengste asielbeleid ooit". Er zat een hele kleine disclaimer in, vond ik. Ik ben dus een beetje bang dat er de komende eigenlijk heel veel afgezwakt gaat worden. Kan mevrouw Rajkowski daar wat over vertellen? Wordt het een strenge asielaanpak of wordt het het strengste asielbeleid ooit?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik hoop nog steeds het laatste. Ik heb net gezegd dat er het laatste halfjaar echt veel is doorgepakt rondom de asielafspraken. Ik hoop echt dat een verandering gaat zijn dat we daar de aankomende kabinetsperiode nog veel meer in kunnen doen. Inboeten op strengheid is volgens mij niet het verschil. Het verschil gaat hopelijk zijn dat we met elkaar nog meer kunnen gaan realiseren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik maak me wel een beetje zorgen over deze minderheidscoalitie. CDA is toch meer aan de linkeroever gaan varen. D66 is toch een linkse partij. VVD zit daarbij. Ik ben dus een beetje bang dat er toch wat ingeleverd moet gaan worden van het strengste asielbeleid ooit. Nu lees ik dat er een minister voor Asiel en Migratie van het CDA komt. Ik snap dat het misschien lastig is om daar uitspraken over te doen, maar ik vraag me af hoe hard de VVD in de onderhandelingen heeft gevochten om Asiel en Migratie in eigen handen te houden.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat weet ik eigenlijk niet. Ik hoor nu van mevrouw Van der Plas dat het een CDA'er wordt. Dat wist ik niet.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Deze dingen worden natuurlijk in de krant gemeld; ze zijn nog niet officieel naar buiten gekomen. Maar mijn vraag daarna is natuurlijk: hoe hard heeft de VVD in de onderhandelingen gevochten om het ministerie te claimen voor het strengste asielbeleid ooit?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik weet dus niet hoe de gesprekken vandaag zijn gelopen. Maar ik denk dat het zeer transparant is dat het hoofdstuk over asiel en migratie er wat betreft inhoud, beleid en wat er op papier staat echt anders uit had gezien als de VVD niet aan tafel had gezeten. De heer Paternotte heeft er net ook wat over gezegd. In dit hoofdstuk hebben we heel veel dingen kunnen binnenhalen die een voortzetting zijn van het vorige kabinet. Dan gaat het om de ambitie en de wens om de grip echt terug te krijgen. Ik ben daar zeker trots op, ja.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de VVD in de eerste termijn. U heeft allen de heer Ceder uit coulance de ruimte gegeven om nu het woord te mogen voeren. Daarvoor geef ik hem het woord. Meneer Ceder, gaat uw gang met uw inbreng namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. In Nederland zoeken mensen asiel omdat zij in hun land van herkomst worden vervolgd. Vorige week was ik bij de demonstratie van jezidi's buiten voor de Kamer, hier vlakbij. Deze gemeenschap is op gruwelijke wijze vervolgd door IS. Mensen zijn vermoord. Vrouwen zijn verhandeld als seksslaaf. Het is voor hen nog niet altijd veilig in Irak. Toch vallen zij in onze asielprocedure nu tussen wal en schip. Ze voelen zich niet serieus genomen. Andere, omliggende landen hebben meer voor hen gedaan dan Nederland. Mijn vraag is wat de minister concreet kan betekenen voor de jezidi's als collectieve groep.
Daarnaast bereiken ons zorgwekkende signalen over de veiligheid in azc's. Bekeerlingen worden bedreigd door nota bene andere asielzoekers. Het aantal meldingen stijgt. COA-locaties staan onder druk. Er is soms terughoudendheid om op te treden bij religieuze spanningen. Is er zicht op waar deze dreigingen vandaan komen? Gaat het om jihadistisch gedachtegoed? Of is het beeld veel diffuser? Die analyse is nodig om gerichte maatregelen te kunnen nemen. Ik hoor het graag van de minister.
Voorzitter. Ik heb de afgelopen jaren, samen met andere partijen, herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de positie van bekeerlingen in de asielketen. Het COA beschikt over een beleidskader en werkinstructies levensbeschouwingen, maar signalen van onder andere Stichting Gave laten zien dat deze kennis nog niet overal bekend is. Dat is letterlijk levensgevaarlijk. Locaties zijn daardoor handelingsverlegen. Wat doet de minister om dit beleid op alle locaties structureel onder de aandacht te brengen? Is er regelmatig overleg met organisaties, zoals Stichting Gave, die hierbij kunnen ondersteunen?
Voorzitter. Dan visa. Religieuze organisaties en kloosters in Nederland geven aan dat het inmiddels vrijwel onmogelijk is geworden om geloofsgenoten uit te nodigen op een toeristenvisum, ook voor conferenties. Waar een uitnodigingsbrief eerder volstond, worden aanvragen nu vaak zonder duidelijke reden afgewezen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Welke ruimte ziet de minister om dit te verbeteren?
Voorzitter. Dan de Afghaanse vrouwen. Er is volop in het nieuws geweest dat zij teruggestuurd werden omdat het veilig genoeg zou zijn voor hen. Hoe kan het dat de minister via de IND van Afghaanse vrouwen vraagt zich te schikken naar de levensregels van de taliban en ze terug wilde sturen, terwijl Nederland tegelijkertijd de taliban aanklaagt wegens misdaden tegen de menselijkheid?
Tot slot. Vorige week spraken we tijdens een rondetafelgesprek over mensen zonder een geldige verblijfsvergunning. Zain Kiyani groeide op in Nederland, zonder papieren, maar werkt nu na het verkrijgen van een paspoort als bouwkundig ingenieur. Dit laat zien dat er mogelijkheden zijn. Wegkijken van ongedocumenteerde jongeren is economisch en sociaal onwenselijk. Juist nu de asielprocedures strenger worden, moeten we tegelijkertijd ook werken aan regelingen die jongeren perspectief bieden en tegelijk bijdragen aan de krappe arbeidsmarkt. Ik heb hierover meerdere moties ingediend de afgelopen jaren, ook met brede steun van de Kamer. Welke stappen zet de minister op dit dossier? Hoe voorkomen we dat nieuwe asielwetgeving deze trajecten doorkruist?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Het woord is aan mevrouw Westerveld voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid in eerste termijn.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Jaren geleden, in mijn rol als onderwijswoordvoerder, bezocht ik een school in de Achterhoek. Dat was een school voor kinderen die hier nieuw zijn. Nadat we een gesprek met leraren hadden gehad, zouden we ook een kijkje nemen in de klas. Maar op het moment dat de deur openging — ik weet dat nog heel goed — schoten die kinderen onder tafel met grote ogen van angst. Wat bleek? Ze waren bang voor weer een nieuw gezicht dat hen zou weghalen, dat ze misschien weer naar een nieuwe school zouden moeten of misschien nog erger: terug naar waar ze vandaan kwamen. Dat raakte me enorm. Ik herinner me dat nog steeds. Ik zag in deze klaslokalen kinderen die al veel te veel hadden meegemaakt, kinderen die van locatie naar locatie waren gesleept, kinderen die daar onder de schooltafels zaten en eigenlijk slachtoffer waren van ons asielstelsel.
De asielketen in ons land is de afgelopen jaren namelijk bij elkaar gehouden door ellelange wachtlijsten, door crisisnoodopvang, door gymzalen, door schepen, door evenementhallen, met weinig privacy, slechte hygiënische omstandigheden en uitzichtloosheid voor ontzettend veel mensen. We hebben inmiddels meer noodopvanglocaties dan reguliere opvanglocaties. Bijna 8.000 kinderen leven in een noodopvanglocatie. Asielzoekers wachten langer dan ooit op een besluit van de IND. De groep die langer dan vijftien maanden wacht op een beslissing van de IND is inmiddels groter dan de groep die korter dan vijftien maanden wacht.
Nederland is een van de rijkste landen van de wereld. Maar een beetje van onze welvaart delen met mensen die vluchten voor oorlog en geweld lijkt ons niet te lukken. We zijn ook een van de meest georganiseerde landen ter wereld, vaak overgeorganiseerd, maar deze vaardigheden inzetten om mensen die totaal vastlopen, die vluchten voor oorlog en geweld, lukt niet. Dat dat niet lukt, is geen onmacht; het is vooral onwil. Het is het gevolg van het negeren van adviezen van deskundigen, van de talloze rapporten en ernstige signalen. Het is onwil, wensdenken en wanbestuur.
Voorzitter. Afgelopen vrijdag werd het nieuwe coalitieakkoord gepresenteerd, dus de begroting waar we het vandaag over hebben, is deels ingehaald door de realiteit. Maar we bespreken hem wel vandaag, dus ik heb daar vragen over. Ik denk dat mijn harde woorden van zojuist door sommigen hier afgedaan worden als: ja, dat is een politieke invulling en een verschil van inzicht. Maar als we kijken naar de begroting, naar de cijfers, dan zien we direct hoe wanbestuur eruitziet. Deze begroting neemt namelijk binnen enkele jaren met 80% af, leunend op wetten waarvan het op dit moment nog niet zeker is of ze het gaan halen, op wetten waarvan het onbewezen is dat ze effect hebben op de aantallen asielzoekers. De Raad van State stelt dat. Verschillende uitvoeringsorganisaties zeggen dit. Nota bene de partij die straks de minister-president levert, zei dit ook toen we deze wetten behandelden.
Voorzitter. Als je dan zo'n begroting maakt, is dat simpelweg wanbestuur. Het leidt ertoe dat er om de haverklap een opvanglocatie sluit en er ergens anders weer een nieuwe open moet gaan. Het leidt ook tot enorme maatschappelijke onrust; dat weten we ook allemaal. Niet voor niets doen burgemeesters en wethouders, maar ook leden van onze gemeenteraadsfracties en de gemeenteraadsfracties van andere woordvoerders hier, voortdurend een beroep op ons. Zij zeggen: dit leidt ertoe dat wij deze mensen niet meer op een goede manier kunnen opvangen. Ik denk ook aan de mensen zelf, want dit leidt ertoe dat mensen die hiernaartoe zijn gevlucht om de haverklap moeten verhuizen. Kinderen moeten vaak afscheid nemen van net gemaakte vrienden. Wat doet dit met een kind dat hier op een gammele boot naartoe is gevlucht en enorm bang is voor water? Als zo'n kind dan nu weer opnieuw op een boot wordt opgevangen, in een locatie die op geen enkele manier geschikt is voor dat gezin en voor zo'n kind, kan ik me voorstellen dat de trauma's van kinderen die hier ontzettend getraumatiseerd aankomen, alleen maar heftiger worden.
Daarom heb ik een paar hele concrete vragen aan dit demissionaire kabinet. Erkennen zij dat deze begroting ertoe leidt dat het COA geen langetermijnafspraken kan maken over opvangplekken? Erkennen ze ook dat het COA met deze begroting dus afhankelijk blijft van de crisisnoodopvangplekken? Erkennen ze dat er de afgelopen tijd enorm veel geld over de balk is gesmeten omdat deze plekken twee tot drie keer duurder zijn dan reguliere opvangplekken? En erkent het demissionaire kabinet dat het COA op deze manier afhankelijk blijft van opvangplekken die in de verste verte niet geschikt zijn voor kinderen en voor mensen in een kwetsbare positie? Ik ben niet de enige die dit zegt, hè. Kijk naar de brief die de Algemene Rekenkamer ons stuurde. Zij rekenden uit dat een opvangplek dit jaar nog ongeveer €40.000 kost, maar dat dat bedrag met deze begroting in 2027 is afgenomen tot gemiddeld €7.500. Hoe realistisch is dat volgens het demissionaire kabinet? En hoe komt het dat er volgend jaar op deze begroting zo veel ruimte is om te bezuinigen op opvang?
De heer Paternotte (D66):
Dit is allemaal volkomen terechte kritiek op de plannen van het demissionaire kabinet als je doorkijkt naar 2027. Mag ik hieruit ook opmaken dat mevrouw Westerveld het een hartstikke goed idee vindt om er met een meerjarige, duidelijke financiering van 2 miljard extra voor te gaan zorgen dat het COA wél langetermijnafspraken kan gaan maken over opvang, en dat er structurele financiering is voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst, voor Nidos en voor VluchtelingenWerk?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kom nog op het nieuwe coalitieakkoord en dan begin ik met een aantal punten die ik positief vind. Dat is onder meer het feit dat er inderdaad structurele financiering komt, want dat is keihard nodig. Dat ga ik zo ook zeggen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb nog een vraag aan het demissionaire kabinet. Erkent het kabinet dat de twee asielwetten en het Asiel- en Migratiepact ook de IND fors zullen belasten en dat die ook om extra capaciteit vragen van de asielketen, waarbij de kans groot is dat de doorlooptijden langer worden en de opvangcrisis groter wordt? Hoe wil de demissionaire minister dat voorkomen? Ook het Centraal Planbureau stelt dat er in 2027 juist 2,3 miljard bij zou moeten komen op de Asielbegroting. Hoe komt het dat de demissionaire minister juist in 2027 die begroting laat afnemen van 8,9 miljard in 2026 naar 5,1 miljard in 2027? Begrijp me niet verkeerd: dit is absoluut geen pleidooi om met geld te strooien, maar wel een pleidooi voor realistisch begroten en voor eerlijk begroten. Ik zei dat zonet al. We weten namelijk dat reguliere opvangplekken niet alleen beter maar ook veel goedkoper zijn. Het is veel goedkoper om hulpverleners, de IND en de rechtspraak gewoon hun werk te laten doen in plaats van hen te belasten met symboolmaatregelen, en om mensen eerlijk te spreiden over het hele land. Ik zei zonet al dat dit ook staat in de brief van de Algemene Rekenkamer. Zij stellen daarin heel duidelijk, en ik citeer: wij verwachten van de minister dat de begroting, inclusief de bijbehorende meerjarenramingen, realistisch is. Dat is terecht, en dat zou de Kamer ook moeten vragen.
Voorzitter. Dan het favoriete onderdeel van de heer Paternotte, namelijk het coalitieakkoord. Ik begin bij wat mijn fractie daar verstandig aan vindt. De Spreidingswet blijft, er wordt meer geïnvesteerd in de opvang, de nadruk ligt op meedoen, er komt een stabiele financiering en er is aandacht voor de participatie van nieuwkomers, zodat ze kunnen meedoen. Zo veel mensen willen namelijk heel graag meedoen. Het is gewoon hartstikke verstandig om dat op te schrijven.
Tegelijkertijd, en dat bleek zonet ook uit ons interruptiedebatje, vind ik het bijzonder teleurstellend en ook pijnlijk dat D66, dat straks voor het eerst een minister-president gaat leveren, nu PVV-wetten gaat uitvoeren. Dat zijn wetten waarover de Raad van State, net als D66 eerder zelf, oordeelde dat ze onzorgvuldig zijn, niet doen wat ze beloven en uitvoeringsorganisaties nog meer belasten. Het zijn wetten waardoor mensen voor de gek worden gehouden. Dat zijn dus niet mijn woorden, maar de woorden van de voorganger van de heer Paternotte. Ik noem ook wetten zoals het tweestatusstelsel, waardoor de wachttijden bij de IND nog verder zullen oplopen. Ik noem wetten waardoor mensen strafbaar zijn omdat ze niet de juiste papieren hebben, terwijl we in het debat zelf waarschuwden voor uitbuiting en mensenhandel. Dat kunnen gewoon de gevolgen daarvan zijn. Ik noem wetten waardoor, vanwege de opstapeling van eisen rondom gezinshereniging, mensen die hierheen zijn gevlucht, jarenlang gescheiden worden van hun familieleden. Stel je eens voor dat je twee jaar moet wachten voordat je bijvoorbeeld je vader weer in de armen kunt sluiten of je kinderen weer kunt zien. Twee jaar lang! Dat heeft gewoon enorme gevolgen voor mensen die hier niet voor de lol naartoe komen, maar die vaak zijn gevlucht omdat ze in ontzettend onzekere omstandigheden zaten. Zij maken zich dan twee jaar lang of nog langer enorme zorgen over hun familieleden, hun geliefden, hun ouders of hun kinderen. Dit zijn ontzettend pijnlijke gevolgen van dit soort wetten. We weten ook dat het bijzonder schadelijk is voor alleenstaande minderjarigen dat ze zolang moeten wachten.
Nog erger is het dat de strafbaarstelling van de hier onrechtmatig verblijvende mensen een innovatieve maatregel is, een maatregel die mensen nog meer van de radar laat verdwijnen, niet beschermd tegen uitbuiting, en die er ook voor kan zorgen dat mensen zorg mijden.
De heer Boomsma (JA21):
Mevrouw Westerveld vindt dat er meer geld moet naar de opvang en ik kan dat ergens ook wel volgen, want de hele opvangketen piept en kraakt. Dat komt ook door dat hele jojobeleid van de afgelopen jaren. Nu heeft zij kritiek op allerlei maatregelen uit de noodmaatregelenwet en uit het coalitieakkoord. Ik ben gewoon benieuwd of GroenLinks-PvdA nou vindt dat de instroom naar beneden moet.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Wij vinden dat er gestuurd moet worden op de instroom, maar daar pakken we wel het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkeling bij. Die commissie zegt dat je, als je kijkt naar de instroom, het beste en het eerste moet kijken naar arbeidsmigratie. Als we kijken naar de aantallen, dan zijn er naar schatting rond de 1,2 miljoen arbeidsmigranten in dit land. Daar kun je wel op sturen, maar op dat vlak hebben we niets gezien van het afgelopen demissionaire kabinet. Sterker nog, staatssecretaris Paul zorgde ervoor dat een van de weinige maatregelen die er waren, van tafel werd afgevoerd. Daar kun je echter het beste op sturen. Natuurlijk zijn we bereid om te kijken wat goed is in alles. Natuurlijk pleiten wij voor stabiele financiering. Ik had net kritiek op de raming van de begroting, want of je nou aan de linker- of aan de rechterkant zit, we kunnen allemaal wel zien dat de raming niet deugt. Dat is mijn kritiek op het kabinet en op de begroting. Maar ja, je kunt sturen.
De heer Boomsma (JA21):
Het is goed dat het rapport van de Staatscommissie hier ook weer wordt genoemd. Het verbaasde mij eigenlijk ook dat dat nergens terugkwam in het coalitiedocument. Ik ga daar zo ook een vraag over stellen aan het CDA, denk ik. GroenLinks-PvdA zegt dus eigenlijk: sturen kan nou eenmaal alleen op arbeidsmigratie; op asielmigratie kunnen we eigenlijk niet sturen, dus die kan gewoon blijven op het niveau van nu of de afgelopen jaren.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dit is lastig. Het is niet per se een wensdenken of een bewering. Als je kijkt naar rapporten van bijvoorbeeld het WODC, dan zie je dat je gewoon lastiger kunt sturen op asiel en migratie, omdat je niet altijd in de hand hebt of zelfs helemaal niet weet welke oorlogen er om ons heen zijn. Als we kijken naar de golven van asielmigranten, dan zien we dat migratie vaak te maken heeft met oorlog elders. Daar kun je niet per se op sturen en dat is hier het ingewikkelde aan. Daarom benoem ik hier de arbeidsmigratie, want die gaat over veel grotere aantallen. Daar gaat het echter veel minder over, misschien ook omdat sommige partijen er baat bij hebben dat mensen hier voor lage lonen kunnen werken en werk doen dat veel mensen in Nederland niet willen doen. Dat kan daarachter zitten. Dat is echter wel de groep waar je het meeste op kunt sturen. Daarom benoem ik dit hier. Het zou mooi zijn als je veel beter kunt sturen, dus laten we dan ook heel realistisch zijn en kijken naar wat wetenschappers en de Staatscommissie ons aanraden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Boomsma (JA21):
Tot slot. Je kunt in beperkte mate sturen op asielmigratie binnen het huidige internationaalrechtelijke juridische kader. Daarom pleiten wij al heel lang voor een aanpassing daarvan. We zijn blij dat daar nu in ieder geval iets over staat in het coalitieakkoord. Hoe staat GroenLinks-PvdA daar tegenover?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We gaan over een tijdje praten over het Europees Asiel- en Migratiepact. Volgens mij is de goedkeuringswet naar onze Kamer gestuurd en gaan we het daar over een tijdje over hebben. En dat moet ook best al snel gebeuren. Als het Migratiepact uiteindelijk is aangenomen, zou het zo snel mogelijk moeten worden uitgevoerd. Europees kun je dat namelijk wél beter sturen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik was bijna aangekomen bij de afronding. Mijn afrondende woorden zijn als volgt. Ik kan me voorstellen — dat zei ik net ook al — dat minister Faber zich weinig aantrok van signalen en feiten, maar we zijn wel teleurgesteld in de plannen die er nu liggen. We denken namelijk dat het niet gaat werken en dat het symboolmaatregelen blijven.
Ik wil afsluiten met de jezidi's; de heer Ceder begon daar ook al over. Ik heb afgelopen week ook met een aantal van deze mensen gesproken. Zij ondervinden namelijk direct de gevolgen van het harde beleid. Na het aanscherpen van het zogenaamde landenbeleid — dat was in 2024 — worden asielaanvragen van jezidi's afgewezen; zij worden niet meer beschouwd als risicogroep. Daar hebben wij ook schriftelijke vragen over gesteld, maar gezien de urgentie heb ik daarover nog een paar vragen aan het kabinet. Erkennen zij dat het geweld tegen de jezidi's voortdurend terugkomt? Erkennen zij dat de bescherming van de jezidi's in Irak niet of nauwelijks verbeterd is? Is er bereidheid om dat landenbeleid op dit punt aan te passen? Zelfs in het strengste asielbeleid ooit was er namelijk op papier in ieder geval ruimte voor die echte vluchteling. Als deze mensen dat niet zijn, wie dan wel?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens BBB in de eerste termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De grenzen van wat ons land aankan, zijn bereikt: fysiek, sociaal en financieel. Gemeenten lopen over, de woningnood is ongekend en onze voorzieningen staan enorm onder druk. Het huidige asielsysteem faalt, de instroom is te hoog, procedures duren te lang en uitstroom komt nauwelijks op gang. Dat leidt tot overvolle opvanglocaties, spanning in dorpen en steden en onvrede bij Nederlanders die zelf moeite hebben om een huis of een zorgplek te vinden.
Het huidige demissionaire kabinet zet de stappen om dit aan te pakken: de Asielnoodmaatregelenwet, het tweestatusstelsel, het verbod op voorrang voor statushouders op sociale huur en het intrekken van de Spreidingswet. Deze wetten zijn cruciaal voor BBB en ik wil ze daarom kort aflopen.
Over de Asielnoodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel staat er dat deze onverkort door de aankomende regering worden uitgevoerd, mits die worden aangenomen in de Eerste Kamer. Maar gisteren lazen we in de media dat D66 in de Eerste Kamer voornemens is om tegen te stemmen. Hoe zit dit nou en wankelt dit akkoord nu al? Die wetten moeten door de Eerste Kamer heen, anders is de hele asielparagraaf weinig meer waard. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Verder lezen we in het akkoord dat het verbod op voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen voorlopig niet wordt ingevoerd, zolang de huisvestingsproblemen niet zijn opgelost. Daarmee erkennen de coalitiepartijen dat er een moment komt waarop die voorrang ook volgens hen niet langer gerechtvaardigd is.
De heer Paternotte (D66):
Mevrouw Van der Plas begint over de Eerste Kamer. Ze had net mij of mevrouw Rajkowski een vraag kunnen stellen over het akkoord, maar stelt in plaats daarvan vragen aan deze minister over het akkoord tussen D66, het CDA en de VVD. Ik wil de minister ook een beetje in bescherming nemen. Ik kan ervan getuigen dat zij niet betrokken is geweest bij dat akkoord. Ze kan daar dus ook moeilijk vragen over beantwoorden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben net een minuut op weg, denk ik, dus als de heer Paternotte nog even wil gaan zitten en luisteren … Ik heb zojuist de vraag aan de minister gesteld. Ik ben heel benieuwd naar haar visie daarop, omdat deze minister, samen met de andere minister, die hier nu helaas niet aanwezig kan zijn, heel erg hard heeft gewerkt om het asielbeleid en de wetten door de Tweede Kamer te krijgen. Natuurlijk ben ik wel geschrokken door wat D66 in de Eerste Kamer gisteren liet weten, met name vanwege de passage in het coalitieakkoord: we voeren die onverkort uit, mits die door de Eerste Kamer komen. Maar goed, dat gaan we zien.
Voorzitter. Wat BBB betreft kunnen we de behandeling van het wetsvoorstel daarom gewoon voortzetten, zodat de Kamer kan vaststellen wanneer dat moment is, bijvoorbeeld via een voorhangprocedure. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Hetzelfde geldt voor de intrekking van de Spreidingswet. Ook hiervan stelt de nieuwe coalitie dat deze overbodig wordt zodra er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn. Kunnen we, omdat er, alsof het niks is, bijna 2,5 miljard extra naartoe gaat, ook dit wetsvoorstel behandelen? Ik hoor ook graag van de minister hoe zij dit ziet.
Voorzitter. Deze vier wetten zijn echt cruciaal voor een functionerend maar ook eerlijk asielbeleid. We hebben te maken met die nationale wetten, maar we moeten ook internationaal zaken doen. Oud-BBB-Kamerlid Claudia van Zanten diende al een motie in om te verkennen welke verdragen herzien of eventueel opgezegd moeten worden. Graag hoor ik van de minister hoe het daarmee staat. Is er een plan en zijn er gesprekken gaande met andere landen? Als die niets opleveren, wat dan? Blijven we dan vastzitten aan verdragen die zijn opgesteld met een naoorlogs gedachtegoed en die inmiddels een totaal andere werking hebben, of zeggen we ze op?
Neem artikel 8 van het EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat het recht op gezinsleven. Dit is opgesteld in 1950 en was bedoeld om na de verschrikkingen van de Holocaust gezinnen te beschermen tegen de willekeur van de overheid. Het was nooit bedoeld als instrument voor grootschalige migratie naar Europa. Toch functioneert het wel zo. Ik vraag me af: dat klopt toch van geen kanten? Daarmee vraag ik de minister ook hoe zij dat ziet.
Ondertussen betaalt de hardwerkende Nederlander de rekening, dit jaar alleen al ruim 8,7 miljard. Dat is zonder de opvang van de Oekraïners. Het is omgerekend zo'n €885 per werkende Nederlander. Dat zijn alleen de primaire kosten. Daar zitten de zorg, onderwijs, de uitkeringen, de toeslagen enzovoorts dus nog niet bij. Deze nieuwe coalitie wil daar jaarlijks nog 2,4 miljard bovenop doen. Graag hoor ik van de minister wat zij van deze exorbitante bedragen vindt. Vindt de minister dat dit soort bedragen nog te verantwoorden zijn tegenover de burgers in Nederland? De hele asielketen is inmiddels miljarden duurder dan de hele politieorganisatie. Ze wordt bijna net zo duur als het hele mbo- en hbo-onderwijs gezamenlijk.
Voorzitter. Onder de mensen die binnenkomen, zit ook een significante groep raddraaiers en criminelen. Ik kan een hele waslijst aan incidenten opnoemen, maar het absolute dieptepunt zagen we in het gemengde wooncomplex in Amsterdam. Het idee om studenten samen te laten wonen met jonge mannelijke statushouders was al hartstikke naïef, maar wat daar is gebeurd, gaat alle grenzen te buiten: aanrandingen, groepsverkrachtingen en ernstige bedreigingen. Ik wil van de minister weten hoeveel van dit soort gemengde wooncomplexen er in Nederland zijn, en of daar signalen van ernstig wangedrag bekend zijn. Zijn de daders in Amsterdam inmiddels opgepakt? Als er straks een rechterlijke veroordeling ligt, is uitzetting namelijk mogelijk. BBB staat erop dat de minister deze mensen dan het land uitzet.
Voorzitter. Voor BBB is het uitzetten van criminele asielzoekers belangrijk, maar minstens zo belangrijk is voorkomen dat gevaarlijke personen ons land überhaupt binnenkomen. Precies daar ligt nu een groot risico. Enkele weken geleden heeft de door Koerden geleide SDF-militie het Al-Hol-kamp in Noordoost-Syrië verlaten. In dit kamp verblijven tienduizenden ISIS-vrouwen en kinderen, waaronder ook personen met Nederlandse paspoorten. Als het aan BBB ligt, kan deze groep Nederland niet in. Dat is simpelweg veel te gevaarlijk. Daarom vraag ik de minister of zij bereid is om de paspoorten van deze personen in te trekken, of om hen tot "1F" te verklaren. Een 1F-verklaring houdt in dat iemand wordt uitgesloten van bescherming onder het vluchtelingenrecht vanwege betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de vrede of misdrijven tegen de menselijkheid. Nederland moet veilig blijven, en dus vraag ik de minister of zij daartoe bereid is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan mevrouw Vondeling van de fractie van de PVV. Ik stel voor te schorsen na de zesde spreker, dus na de heer Van den Brink van het CDA. Dan schorsen we voor de dinerpauze.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen wij de begroting Asiel en Migratie voor 2026. Het is een begroting die opnieuw miljarden aan Nederlands belastinggeld opslokt. Bijna 9 miljard euro staat er nu op de rol. Daarvan gaat een groot deel, 4,5 miljard, naar de opvang van asielzoekers via het COA en Nidos, en er gaan ook nog eens vele miljarden naar de opvang van Oekraïners. Dan hebben we het alleen nog maar over de directe kosten. Als je alle indirecte kosten meerekent, de extra druk op zorg, onderwijs, de woningmarkt, de bijstand en veiligheid, dan loopt de rekening voor asiel en migratie in Nederland al jaren op tot wel 27 miljard euro per jaar. Dat is geld dat we hard nodig hebben voor onze eigen mensen: voor lagere belastingen, betaalbare huizen en goedkopere zorg en energie.
In plaats daarvan pompen we miljarden in een systeem dat ons land kapotmaakt. Het aanmeldcentrum in Ter Apel zit overvol. De maximale bezetting van 2.000 asielzoekers per dag wordt continu overschreden, doordat er steeds meer asielzoekers bij komen. De dwangsom die het COA aan de gemeente Westerwolde moet betalen vanwege overbezetting, is al opgelopen tot 3 miljoen euro en loopt elke nacht verder op met €50.000.
Ondertussen wachten bijna 50.000 asielzoekers nog op een beslissing over hun asielaanvraag. En in die een of twee jaar dat ze in de opvang zitten, kosten ze een vermogen: peperdure opvang, leefgeld en zorgkosten. Boven op dat alles maken ze aanspraak op tientallen miljoenen euro's aan wachtgeld. Vorig jaar heeft dat de belastingbetaler bijna 80 miljoen euro gekost.
Onze verzorgingsstaat bezwijkt onder de permanente instroom van mensen uit veelal islamitische landen die massaal profiteren van onze uitkeringen, zorg en sociale huurwoningen. Het straatbeeld verandert. Wijken worden onherkenbaar, worden geïslamiseerd en zitten vol met overlast, drugs, diefstal en criminaliteit. Vrouwen worden verkracht, buschauffeurs worden geïntimideerd en mishandeld, en oudere vrouwen worden vermoord.
De voorbeelden liegen er niet om. In het wooncomplex Stek Oost zijn Nederlandse jongeren en medewerkers sinds 2018 jarenlang geterroriseerd, bedreigd, aangerand en zelfs verkracht door de jonge mannelijke statushouders met wie ze gedwongen samenwoonden. Slachtoffers beschreven in een schokkende Zembla-uitzending het woonexperiment als pure hel: angst, trauma, bloed op de muren, mesdreigingen, steekpartijen en verkrachtingen.
Wooncorporatie Stadgenoot en de gemeente Amsterdam wisten al jaren van deze gruweldaden. Al in 2019 kwamen meldingen van verkrachting en aanranding binnen. Toch deden ze niets. Toen Stadgenoot in 2023 eindelijk wilde stoppen met dit levensgevaarlijke project, omdat ze de veiligheid niet meer kon garanderen, weigerde de gemeente Amsterdam dit en dwong de corporatie om door te gaan. Sterker nog, het experiment lijkt nog door te lopen tot 2028, alleen met iets minder statushouders. Schandalig! Het is een regelrechte misdaad tegen onze eigen jongeren.
Stek Oost is helaas geen uitzondering. In Startblok Riekerhaven was het al jaren raak met prostitutie, drugshandel, geweld en overlast. In november 2022 brandde een deel van het complex volledig af. De verdachte was een statushouder met psychische problemen die allang in beeld was bij instanties. Maar ook in Startblok Elzenhagen waren er vechtpartijen, steekincidenten, drugsgebruik, aanrandingen, vernielingen en intimidatie. Het waren allemaal incidenten, die zelfs doorgingen na alle zogenaamde maatregelen van de gemeente.
Voorzitter. Dit zijn geen incidenten. Dit zijn zieke sociale experimenten van linkse partijen, waarbij Nederlandse meisjes en jongens als proefkonijn worden gebruikt voor een multiculturele droom. De PVV wil dat deze gestoorde experimenten onmiddellijk worden gestopt: geen gemengde woonprojecten meer met statushouders en Nederlandse jongeren. Daders moeten keihard worden gestraft en Nederland worden uitgezet. En gemeenten en corporaties die dit soort waanzin blijven pushen, moeten worden aangepakt.
Voorzitter. Alsof al deze ellende nog niet genoeg is, verandert Nederland ook nog eens in een groot azc. Overal worden azc's uit de grond gestampt. Er zijn meer azc's in Nederland dan ziekenhuizen. Kosten noch moeite worden gespaard. Sportvelden moeten wijken voor asielzoekers. Verzorgingshuizen worden omgebouwd tot azc's. Gevangenissen worden omgetoverd tot asielopvang.
De asielwaanzin kent geen grenzen en escaleert met de dag. Syrische asielzoekers en andere niet-westerse migranten zijn betrokken bij steek- en schietpartijen door het hele land. In het openbaar vervoer durven mensen nauwelijks meer in te stappen uit angst voor agressie en intimidatie. Een aantal weken geleden nog is een chauffeur op station Emmen bedreigd, waarna uit veiligheidsoverwegingen de hele pendeldienst werd stilgelegd.
Het COA registreerde in 2024 meer dan 16.200 incidenten van agressie en geweld, een explosieve stijging die keihard samenhangt met de massale instroom van vooral jongemannen. Waarom voeren we geen zerotolerancebeleid tegen de overlast- en geweldplegers, vraag ik de minister. Waarom worden ze na een incident doodleuk overgeplaatst naar een ander azc, in plaats van dat ze linea recta het land worden uitgezet? En waarom krijgen asielzoekers die het ov terroriseren gratis buskaarten cadeau, in plaats van dat ze met diezelfde bus direct de grens worden overgezet?
Als de minister nu weer aan komt zetten met het excuus "we zijn gebonden aan EU-regels en we kunnen niet zomaar uitzetten", dan vraag ik de minister waarom het Dublinakkoord al jarenlang niet wordt uitgevoerd. Waarom laten we ondanks al die zogenaamd strenge EU-regels 96% van de asielzoekers gewoon binnen? Waarom geven we ze onderdak, gratis zorg, leefgeld en onderwijs? En dan krijgen ze vaak ook nog een verblijfsvergunning. Het bizarre is dat ik, als ik kijk naar de resultaten van de binnengrenscontroles, zie dat Nederland asielzoekers en Dublinclaimanten vaker van België en Duitsland overneemt dan we ze naar België en Duitsland terugsturen. We laten zelfs asielzoekers toe die al jaren in Duitsland verblijven en vloeiend Duits spreken.
Iedere week komen er 800 tot 1.000 asielzoekers bij. Dat zijn er meer in een week dan Denemarken in zeven tot acht maanden toelaat. Dat verschrikkelijke Europese Asiel- en Migratiepact, waar sommige partijen in de Kamer zo trots op zijn, gaat de massale instroom van migranten, asielzoekers, naar Nederland niet stoppen. Boten met migranten worden niet tegengehouden en teruggestuurd, maar binnengehaald en verdeeld over de EU. De Europese buitengrenzen blijven wagenwijd open. We blijven afhankelijk van landen als Griekenland en Italië, die de afgelopen decennia vrijwel iedereen door lieten lopen. Griekenland heeft nota bene al publiekelijk gezegd dat het pact niet gaat werken. En alsof dat niet genoeg is, is Brussel ook nog eens van plan om meer migranten uit onder andere Afrika legaal naar Europa en Nederland te halen. Het is duidelijk dat we het heft in eigen handen moeten nemen, onze eigen grenzen moeten bewaken en een asielstop moeten invoeren als we de instroom willen stoppen. Dat zijn de enige dingen die werken. Een groot deel van de Nederlanders is het daar roerend mee eens en wil een asielstop en remigratie.
Begin met het terugsturen van Syriërs, zeg ik tegen de minister. Assad is weg. Volgens de UNHCR zijn sinds 2024 meer dan 1 miljoen Syriërs teruggekeerd uit buurlanden als Turkije, Libanon en Jordanië. Zelfs Duitsland is begonnen met het gedwongen uitzetten van veroordeelde criminele Syriërs. Maar in Nederland komen alleen maar Syriërs bij. Het aantal Syriërs dat vrijwillig vanuit Nederland terugkeert, is lachwekkend laag, namelijk 0,08%. Bij elkaar zijn er tussen 2019 en 2025 amper meer dan 1.000 Syriërs uit Nederland vertrokken met behulp van DTenV. Ondertussen zijn er in dezelfde periode ongeveer 100.000 Syriërs bij gekomen via eerste asielverzoeken en nareis.
Meer dan 71.000 Syriërs hebben sinds 2015 een paspoort gekregen. Nu lopen 70.000 Syriërs rond met een tijdelijke vergunning. Als we op deze manier doorgaan en niets doen, krijgen deze 70.000 Syriërs straks een Nederlands paspoort en blijven ze voorgoed in Nederland. Dat is onacceptabel. Nederland is geen permanente opvanglocatie voor Syriërs, die hier niet thuishoren. De PVV zegt daarom: trek al die tijdelijke vergunningen in en stuur ze allemaal naar Syrië, vrijwillig of gedwongen; dat maakt ons niet uit. Laat ze hun eigen land opbouwen in plaats van dat ze hier de boel terroriseren en onze huizen, onze zorg en ons geld inpikken.
Voorzitter, ik rond af. Terwijl landen om ons heen, zoals Duitsland, Oostenrijk, België en Polen, keihard optreden en strenge maatregelen nemen om de instroom te stoppen, legt het kabinet-Jetten, met volle steun van de VVD, de rode loper uit voor nog meer asielzoekers. Dit is geen grip op migratie, maar overgave aan de asielindustrie. Dit is geen totale asielstop, zoals de PVV al jaren eist en wat de meerderheid van de Nederlanders wil. Gisteren nog stemde vrijwel iedere partij in de Tweede Kamer tegen onze motie om eindelijk een asielstop in te voeren, met als gevolg nog meer onveiligheid op straat, nog meer islamisering van onze wijken, nog hogere kosten, nog meer druk op de zorg enzovoort, enzovoort. Ook de dwangwet, die gemeenten dwingt om asielzoekers op te vangen, blijft gewoon in stand; geen intrekking en geen aanpassing. De voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen blijft voorlopig ook bestaan. In D66-taal betekent "voorlopig" gewoon "altijd". Nederlandse gezinnen, starters en ouderen blijven jarenlang op de wachtlijst staan, terwijl statushouders voorgaan. Ondertussen pompen ze miljarden euro's extra belastinggeld in asielopvang.
Onder het kabinet-Jetten krijgen we er niet tien nieuwe steden bij, maar in elke stad een azc erbij. Dat is geen beleid, maar verraad van de eigen bevolking. D66, VVD en CDA kiezen voor de asiellobby in plaats van voor de Nederlander. De PVV zal zich hiertegen blijven verzetten. In de tweede termijn zal ik daarom moties indienen om de asielkraan eindelijk dicht te draaien. Natuurlijk zullen wij tegen de begroting stemmen, tegen elke cent die naar deze falende asielindustrie gaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Brink voor zijn inbreng namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de begroting Asiel en Migratie van het nog demissionaire kabinet, op de drempel van de start van het nieuwe kabinet. Met de keuzes in het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord slaan we een nieuwe weg in. We kiezen voor een asielbeleid dat steunt op vier uitgangspunten: de instroom verminderen en inzetten op een nieuw internationaal asielverdrag, de asielopvang op orde brengen, mensen eerder laten werken als zij de kans hebben om hier te mogen blijven en het steviger aanpakken van overlastgevers. Kortom, voorstellen die het CDA de afgelopen jaren al vaker heeft bepleit. De laatste keer dat ik hier in de plenaire zaal sprak over asiel, was bij de behandeling van de Spreidingswet in 2023. Nu, twee jaar later, is mijn boodschap grotendeels hetzelfde. We zullen namelijk met elkaar moeten werken aan het verlagen van de instroom en tegelijkertijd aan het oplossen van de problemen in de asielopvang. Tegelijkertijd moeten we ook de integratie van de mensen die hier mogen blijven met veel meer inzet mogelijk maken. Te lang is in deze Kamer het debat gegaan over óf alleen de instroom óf alleen de opvangproblematiek. Het CDA wil de brug slaan door deze twee onderwerpen met elkaar te verbinden, zowel hier in de politiek als maatschappelijk als in de samenleving. Hopelijk is dat ook wat de partijen hier in de Tweede Kamer willen bereiken in de periode die voor ons ligt.
Voorzitter. Omdat er de afgelopen jaren veel onrust is geweest op dit dossier, wil ik vandaag nadrukkelijk stilstaan bij de medewerkers van de IND, Nidos, het COA, de Dienst Terugkeer en Vertrek en VluchtelingenWerk. Dat zijn de mensen die het systeem de afgelopen jaren draaiende hebben gehouden, vaak onder enorme druk en in steeds veranderende politieke omstandigheden. Dat heeft rechtstreeks effect gehad op hun werk. Wij willen hier vandaag uitgesproken hebben dat wij waardering hebben voor de veerkracht van alle medewerkers en vrijwilligers in de uitvoering, evenals voor die van lokale bestuurders die hun verantwoordelijkheid hebben genomen.
Voor het CDA begint asielbeleid bij rechtvaardigheid, bij de overtuiging dat ieder mens recht heeft op een menswaardige behandeling en dus ook op fatsoenlijke opvang. Tegelijkertijd betekent rechtvaardigheid ook dat een asielsysteem moet werken en dat het moet passen binnen de spankracht van de samenleving. Daarom is het CDA voorstander van het verlagen van de instroom van alle vormen van migratie, dus ook die van asiel. Met de Asielnoodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel, die hopelijk snel door de Eerste Kamer worden aangenomen, kunnen belangrijke stappen worden gezet richting een rechtvaardiger asielbeleid.
Bij de aanvaarding van de Asielnoodmaatregelenwet onlangs is ook de dwangsom geschrapt. Honderden miljoenen euro's zijn de afgelopen jaren betaald zonder dat dit effect heeft gehad op een snelle afdoening van aanvragen. Ik wil de minister vragen hoe het nu staat met de daadwerkelijke afschaffing van die dwangsom. Is deze direct mogelijk als de wet door de Eerste Kamer is gekomen?
Voor het realiseren van stabiele opvang is het CDA altijd voorstander geweest van de Spreidingswet. Solidariteit is namelijk geen vrijblijvend begrip. Elke gemeente moet verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren, het liefst met kleinschalige opvang. Daarom heb ik een concrete vraag aan de minister over wat hier ook al door JA21 is gevraagd. De wet schrijft volgens mij namelijk voor dat we voor 1 februari duidelijkheid moesten krijgen over de verdeling. Waarom hebben we die cijfers nog niet gekregen? Kunnen die alsnog morgen aan ons worden toegestuurd, met daarbij een verklaring?
Ik wil de minister ook vragen of er vanuit het ministerie of in samenwerking met bijvoorbeeld de VNG actief wordt meegedacht met gemeenten over de communicatie rondom nieuwe azc-locaties. Te vaak, ook de afgelopen tijd weer, zien we dat er alleen al door de wijze waarop door gemeenten gecommuniceerd wordt, nogal wat gedoe ontstaat. Gemeenten worstelen er ook mee op welke wijze ze dit nou het beste kunnen aanpakken. Graag een reactie hierover. Tegelijkertijd zitten we nog steeds met enorm hoge kosten voor de opvang van asielzoekers en statushouders. Erkent de minister dat deze kosten rechtstreeks samenhangen met het gebrek aan structurele opvanglocaties, structurele financiering en voldoende doorstroom in de afgelopen periode?
In een rechtsstaat wordt uitvoering gegeven aan de besluiten van de IND en is terugkeer het vanzelfsprekende sluitstuk. Er moet worden opgetreden wanneer mensen zich hieraan onttrekken. Op dit moment verlaat slechts 20% van de uitgeprocedeerde asielzoekers Europa daadwerkelijk. De minister heeft tijdens het debat over de novelle aangegeven dat er een akkoord bereikt is over de Terugkeerverordening. Graag horen wij wanneer die Terugkeerverordening in werking kan treden en wat dit concreet betekent voor het Nederlandse terugkeerbeleid. Hoe gaat dit leiden tot snellere en effectievere terugkeer, en wat zijn de cijfers over het uitzettingsbeleid van het afgelopen jaar vanuit Nederland?
De heer Boomsma (JA21):
Ik ben blij om te horen dat het CDA aangeeft dat het een beperking van de instroom, ook van asielzoekers, nastreeft. Ik zei het net al even, maar het verbaast me eigenlijk dat het rapport van de staatscommissie over de demografie niet terugkeert in het coalitieakkoord. Is dat wat het CDA betreft nog steeds leidend, en zou dat de ambitie moeten zijn?
De heer Bart van den Brink (CDA):
We hebben in dat debat — dat was, denk ik, anderhalf, twee jaar geleden — Kamerbreed uitgesproken dat we dat rapport omarmen en dat de conclusies ook moeten worden omarmd. Ik zat net nog even na te denken. Als je door dat coalitieakkoord heen kijkt, zie je dat ook terug. In die geest hebben we de afspraken gemaakt die er zijn. Op al die terreinen hebben we afspraken gemaakt, ook over bijvoorbeeld arbeidsmigratie. We zien ook accentverschillen; daar moet ik ook eerlijk over zijn. Op studiemigratie ligt nu net weer een ander accent dan de vorige keer. Dat komt ook doordat we in dit coalitieakkoord afspraken hebben gemaakt over de inzet wat betreft economie en vakkrachten. De geest van die Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen zit absoluut in dit akkoord. Op die lijn zullen we ook voortgaan.
De heer Boomsma (JA21):
Dat roept natuurlijk wel een vraag op. Als er inderdaad andere accenten liggen en de coalitie net iets minder wil doen aan arbeidsmigratie en studiemigratie, dan zal er om aan de voorgestelde bandbreedte te voldoen, méér moeten worden gedaan aan het beperken van asielmigratie. Deelt de heer Van den Brink die conclusie?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Ik denk dat we de discussie over de exacte bandbreedte en hoe je die toepast de afgelopen jaren nog niet helemaal uitgediscussieerd hebben, niet in deze Kamer en ook politiek-maatschappelijk nog niet helemaal. Even ter nuancering van mijn woorden, dan wel uw interpretatie van wat ik zei: als je kijkt naar wat we afgesproken hebben, blijft arbeidsmigratie in dit coalitieakkoord net zozeer een prioriteit als in het vorige coalitieakkoord. Wat betreft studiemigratie gaan de instroomcijfers ook nog steeds naar beneden, maar worden er wel experimenten gedaan met de vakkrachtenregeling en wordt er gekeken hoe we die op een nieuwe manier zouden kunnen vormgeven. We gaan daar dus wel degelijk mee door.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Boomsma (JA21):
Dan ook nog de vraag aan het CDA over die aanpassing van het internationaal vluchtelingenrecht. Nogmaals, wij waren tevreden over het feit dat dit werd aangekaart. Er staat nu dat het mogelijk moet worden gemaakt om asiel aan te vragen buiten de EU. Is de heer Van den Brink het met ons eens dat dat alleen kan als je het dan niet meer mogelijk maakt om dit binnen de EU te doen? Dat kan je misschien bij uitzondering doen, maar in principe moet het dan niet meer binnen de EU kunnen, omdat je anders alleen maar iets toevoegt.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Zeker. Volgens mij delen we hier een ideaal. Dat is een ideaal dat in het verleden al vaker door mij, maar ook door het CDA, is uitgesproken. Het ideaal is dat je naar een internationaal asielsysteem gaat waarin asiel echt alleen maar buiten Europa kan worden aangevraagd. Als het zowel in Europa als buiten Europa kan, dan is het dubbelop. Wij weten ook dat dat een lange weg zal zijn, maar het is wel ons doel om het asielsysteem echt te hervormen, zodat er buiten Europa asiel wordt aangevraagd, de mensensmokkelaar uit het systeem wordt gehaald en we mensen die op dit moment niet in de gelegenheid zijn om die asielaanvraag te doen, toch ook buiten Europa de aanvraag kunnen laten doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Europese samenwerking is hartstikke goed als alle landen meedoen, maar we zien keer op keer dat dat niet gebeurt. Er zijn hier al een aantal keer moties aangenomen om verdragen aan te passen, te herijken of misschien wel op te zeggen. De nieuwe minister van Asiel en Migratie moet dus naar Brussel om daarover te spreken. Wat nou als het niet gebeurt? Hoe gaan we ervoor zorgen dat we die instroom in Europa, maar zeker ook in Nederland, wel gaan beteugelen als er geen echte, extra strakke nationale maatregelen komen?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Allereerst slaan we met de vuist op tafel! Nee, dat is een grap van een tijdje geleden. Het ingewikkelde aan die internationale verdragen is dat we die met elkaar gesloten hebben. Daarom zul je die ook met elkaar moeten aanpassen; dat is een hele lange mars. Ik geloof niet in de route van eenzijdig verdragen opzeggen. Dit vergt een enorm lange weg van diplomatie en overtuigingskracht. Ik geloof dat heel veel landen in Europa hetzelfde probleem zien dat Nederland ziet, namelijk dat er wereldwijd een groot migratievraagstuk is en dat de wetten en de internationale verdragen die we daarvoor hebben, gewoon verouderd zijn en niet meer toegesneden zijn op de situatie van vandaag. Dat heeft BBB volgens mij ook vaak bepleit. Ik geloof dus zeker dat er momentum is, maar ik geloof ook echt dat het een lange weg is om dat diplomatiek voor elkaar te krijgen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ondertussen zien we qua instroom dat een deel van de mensen die we hier naar binnen halen, onze westerse normen en waarden volstrekt niet delen. Kijk alleen al naar wat er in Amsterdam is gebeurd in dat opvanghuis of studentenhuis. De zorg blijft wel degelijk bestaan over wat we hier elke week binnenkrijgen. Elke asielzoeker die hier naartoe komt — dit zijn gewoon berekeningen van het COA — kost €2.100 per maand. Dan praten we over €26.000 per jaar. Hun zorgkosten worden betaald, terwijl wij meer moeten gaan betalen voor het eigen risico. Je krijgt volledige medische behandelingen als je twee maanden in de opvang zit. Dat is gewoon niet meer houdbaar. Ik verwacht van deze nieuwe coalitie echt wel dat er doorgegaan wordt met het strengste asielbeleid ooit. We hebben niet alleen nu al een probleem, maar die problemen gaan ook echt nog veel groter worden. Wat vindt de heer Van den Brink daarvan?
De heer Bart van den Brink (CDA):
De problemen die mevrouw Van der Plas beschrijft, waren gisteren een probleem en die zullen morgen ook een probleem zijn. De coalitie die er zit, ongeacht welke, wordt geconfronteerd met een aantal hele grote vraagstukken op het terrein van asiel en migratie. Die zijn niet opeens minder groot als er een nieuwe coalitie zit. In die zin is die opgave ook voor de nieuwe coalitie enorm. Ik geloof wel dat we, met wat we als coalitie hier hebben neergelegd, de stappen kunnen zetten om dat onder controle te krijgen of er in ieder geval meer grip op te krijgen. We beperken de instroom, we brengen de asielketen op orde, we investeren in het aanpakken van overlastgevers en we laten mensen sneller meedoen. Ik denk dat dat bij elkaar opgeteld een enorm goede aanpak is om de problemen die u ook beschrijft echt minder te laten worden.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan even over arbeidsmigratie. Dat wordt er altijd even in gegooid, zo van: ja, maar daar moeten we ook de instroom beperken. Een groot deel van de arbeidsmigranten hebben we nu gewoon keihard nodig, in de bouw, in de schoonmaak, in de zorg, in de voedselproductie. Deze mensen dragen ook bij aan onze economie. In CBS-cijfers over het aantal bijstandsgerechtigden zien we een oververtegenwoordiging van migranten die buiten Europa zijn geboren, maar ook van migranten die in Europa zijn geboren en die geen bijdrage leveren aan onze economie. Die krijgen een bijstandsuitkering. Ik gun iedereen geld op zijn rekening zodat hij kan eten. Maar het is wel een wezenlijk verschil of je het hebt over arbeidsmigranten die hier onze economie draaiende houden — stel dat ze morgen allemaal weg zouden zijn, dan wens ik Nederland veel succes — of over mensen die afhankelijk zijn van een uitkering, die heel veel zorg nodig hebben, die vol met trauma's zitten en die een groot beroep doen op de zorg. Wij zeggen dat de zorgkosten zo hard stijgen vanwege de ouderen, maar ze stijgen ook heel erg vanwege het aantal mensen dat een beroep doet op een uitkering. Die cijfers zijn gewoon te vinden bij het CBS.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Ik denk dat mevrouw Van der Plas zeker gelijk heeft in die zin dat je die groepen niet tegenover elkaar moet zetten en ook niet te makkelijk op een hoop moet gooien. Het zijn gewoon twee hele verschillende vraagstukken. Het asielvraagstuk en alles wat daarmee samenhangt, met zijn internationale verdragen en de ingewikkeldheden die we daarvan kennen in de afgelopen jaren, heeft zijn eigen aanpak. Dat geldt ook voor de arbeidsmigratie, maar wel binnen een Europese context. U heeft helemaal gelijk dat arbeidsmigratie nu en in de toekomst noodzakelijk zal zijn voor onze economie. Maar waar we die kunnen beperken, zullen we dat moeten doen. Dat is de opgave die we met elkaar moeten oppakken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Van den Brink had het over de grote asielopgaven die er al heel lang liggen. Hij refereerde ook even aan de afgelopen twee jaar en de roerigheid — ik weet niet goed welke woorden hij precies gebruikte — die de asieldebatten hebben opgeworpen. Dat had niet in de laatste plaats ook te maken met de twee asielwetten van toenmalig minister Faber, en met hoe daartegen is gefulmineerd door heel veel fracties in deze Kamer. Maar nu, zonder al te veel ophef, gaat de nieuwe coalitie toch gewoon met die wetten verder. Wat zegt dat, afgezet tegen alle ophef die daar zo lang over is gemaakt?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Wat u hier aan mij vraagt, is een sociologisch dan wel politicologisch studieobject. Ja, wat zegt dat? Dat de stijl van besturen nogal bepalend is voor de wijze waarop je draagvlak organiseert in een gepolariseerd debat. Ik denk dat dat mijn eerlijke antwoord is. Over de maatregelen in zichzelf hebben we altijd gezegd dat ze binnen het Europees recht waren. Ze waren ook voorstelbaar; dat stond ook in ons verkiezingsprogramma. Alleen, de wijze waarop je het presenteert, de wijze waarop je doet voorkomen welk effect het heeft en ook de wijze waarop je laat zien of je de uitvoering serieus neemt, heeft denk ik het debat veroorzaakt dat we de afgelopen jaren hebben gezien. Ik denk dat we nu zien, mede dankzij de zittende bewindslieden in de afgelopen maanden, dat dat weer tot rust is gebracht. Dat is alleen maar fijn.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik begrijp het. Het is misschien ook een klein beetje een gemakkelijk antwoord. Dat de toenmalige coalitie er af en toe een potje van maakte, ga ik zeker niet ontkennen. Tegelijkertijd is er te veel gekeken naar de boodschapper, ten koste van de boodschap, en zouden we daar toch lessen uit moeten trekken. Misschien is dat de les die we breder moeten trekken.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Dan zou ik u allen moeten gaan recenseren terwijl ik hier net weer sta, sinds een jaar of tweeënhalf. Laat ik me daar maar niet aan wagen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de verbazing van de heer Van Dijk over hoe het kan dat wetten waarop heel veel kritiek was van onze kant van de Kamer, ook van D66, zo makkelijk worden overgenomen in een nieuw coalitieakkoord. We denken wel anders over de inhoud, zeg ik daar meteen even bij. Mijn vraag gaat daar wel over. Wij hadden een paar maanden geleden het debat over de novelle, het zogenaamde "kopjesoepamendement". Het CDA was aan het einde van dat debat gerustgesteld en zei: de hulpverleners kunnen hun werk gewoon blijven doen; mensen hoeven niet bang te zijn dat ze geen zorg meer krijgen. Anderhalve week geleden hadden we hier een rondetafelgesprek over, waarin een heel concreet voorbeeld werd genoemd: zwangere vrouwen gaan naar de GGD, die niet goed weet wat ze ermee aan moet en vervolgens de politie belt, die deze vrouwen vastzet. Dit soort signalen hoor ik meer. Ik zou dan toch willen weten van het CDA: als signalen binnenkomen dat mensen hulp zoeken maar toch de politie wordt gebeld, stelt dat het CDA dan echt helemaal gerust?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Minister Van Weel heeft in dat debat volgens mij aangegeven dat natuurlijk niet moet worden miskend dat er wel degelijk onrust is gecreëerd of is ontstaan in het debat dat over die novelle heeft plaatsgevonden. Hij rekende zich dat volgens mij ook aan. Ik doe dat ook, in de zin dat je je, als je zoiets steunt, ook rekenschap moet geven van de onrust die er dan ontstaat. Minister Van Weel heeft aangeven dat hij publiekelijk en met die organisaties het gesprek zal aangaan om ze echt die geruststelling te geven, maar dat ook duidelijk zal worden gemaakt in communicatie, op welke manier dan ook, dat medische hulp te allen tijde geboden moet worden. Dat dat in deze specifieke situatie, die ik niet ken, dan toch anders is gegaan, is zeker betreurenswaardig en moeten we zien te voorkomen. Dat is absoluut het doel dat we met elkaar nastreven. Feit is natuurlijk wel dat de Vreemdelingenpolitie in de situatie kan komen dat ze mensen aantreft die hier illegaal zijn en dat zij dan ook een taak heeft, maar medische zorg gaat altijd voor het optreden van de Vreemdelingenpolitie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Alle begrip dat er niet op individuele situaties kan worden ingegaan. De reden dat ik dit noem, is dat het hier in de Tweede Kamer in een openbare bijeenkomst aan ons werd gemeld. Ik hoor ook andere signalen. Ik heb alle begrip dat je daar als Kamerlid niet op kan ingaan als je de signalen niet precies kent, maar we weten dat deze wetten nog niet formeel in werking getreden. Verschillende partijen, zeker wij, hadden zorgen. De afdronk van het CDA was na het debat: mensen hoeven zich eigenlijk geen zorgen te maken, want medische hulp blijft bestaan. Ik hoor het u weer zeggen. Als er al voordat deze wetten zijn ingegaan toch verschillende signalen komen dat dat niet zo is, wat zegt dat dan over deze wetten? Wat zegt dat over de medemenselijkheid die het CDA zo hoog in het vaandel heeft staan?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er een wet ligt die in juridische zin op orde is en dat enkel het niet meewerken aan terugkeer strafbaar wordt gesteld. In juridische zin zit die wet gewoon goed in elkaar. En wat het in de praktijk betekent voor die organisaties? Ik kan ze geruststellen in juridische zin en in de communicatie dat mensen te allen tijde medische hulp kunnen krijgen. Minister Van Weel heeft ook toegezegd dat hij dat zo over blijft brengen, ook in de komende tijd als die wet zou zijn aangenomen. Op die manier hoop je natuurlijk dat de rust weer terugkeert in die organisaties en bij al die mensen. Ik geloof ook dat dat kan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het gaat natuurlijk over meer dan alleen medische hulp krijgen. Waar we het toen in het debat over hadden, is dat mensen zonder dat ze bang hoeven te zijn voor consequenties om medische hulp kunnen vragen. We hebben het debat gehad over uitbuiting. We willen volgens mij hier allemaal niet dat mensen die soms al jaren in Nederland zijn en die in een situatie zitten waarin ze worden uitgebuit, niet om hulp kunnen vragen omdat ze bang zijn dat ze worden opgepakt en het land uit worden gezet. Als we allemaal vinden dat medische hulp, maar ook hulp aan mensen die worden uitgebuit, en die misschien ook seksueel worden onderdrukt of worden uitgebuit, voorop blijft staan, maar dat in de praktijk niet zo blijkt te zijn — de eerste signalen komen binnen — had er dan niet wat anders in het nieuwe regeerakkoord moeten staan?
De heer Bart van den Brink (CDA):
Nee, niet over dit specifieke onderwerp. Ik snap best dat u de signalen noemt en die zullen misschien wel genoemd blijven worden. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook zo dat de complexiteit waarin die mensen leven al één hele grote onzekerheid is. Laat ik het zo zeggen: de wet in zichzelf veroorzaakt niet de onzekerheid waar die mensen al in verkeren door het feit dat ze uitgebuit worden dan wel illegaal hier verblijven. Wat wij te doen hebben, is die mensen te hulp schieten op het moment dat ze hulp nodig hebben en ervoor zorgen dat daar geen enkel beletsel voor ontstaat. Dat is waar wij als CDA voor zullen blijven staan en strijden als dat noodzakelijk is.
De voorzitter:
U vervolgt. Heel kort, mevrouw Westerveld. Heel kort.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dit antwoord, maar kijk naar de signalen en de wereld om ons heen. Ik wil de situatie in Nederland niet vergelijken met die in Amerika, maar we zien wel wat daar gebeurt. Ik wil dus nu heel graag aan het CDA meegeven dat ik me enorme zorgen maak en dat ik echt hoop dat we blijven staan voor hulp kunnen vragen zonder dat dat consequenties heeft.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Zeker. Zonder die vergelijking te willen overnemen: het is natuurlijk niet iets wat we in Nederland ooit op welke manier zullen toestaan dan wel mogelijk maken.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Bart van den Brink (CDA):
Dank u wel. Tot slot wil ik stilstaan bij 12 juni 2026. Het is al een paar keer genoemd. Dat is een belangrijk moment voor Nederland, want dan moeten de maatregelen uit het Europese Asiel- en Migratiepact geïmplementeerd zijn. Welke uitvoeringsrisico's ziet de minister nog bij de implementatie richting 12 juni, met name voor de IND? De Kamer heeft tot nu weinig inzicht gekregen in welke risico's er zijn nu de deadline snel nadert. Welke beleidskeuzes liggen er nog voor als de wetgeving en de capaciteit niet gelijktijdig gereed zijn? Moeten er dan nog keuzes gemaakt worden en welke zijn dat dan?
Tot nu toe heeft VluchtelingenWerk een belangrijke rol gespeeld in de juridische ondersteuning. Deze organisatie is met haar vrijwilligers diep geworteld in onze samenleving. Om die reden is in het coalitieakkoord ook opnieuw geld gereserveerd, zodat een deel van de bezuinigingen op VluchtelingenWerk van de baan is. Een van de veranderingen vanuit het Migratiepact is dat het verplicht is om legal counseling aan asielzoekers te verstrekken. Kan de minister uiteenzetten waarin dit verschilt van de huidige juridische ondersteuning die wordt geboden? Kan de minister toelichten waarom het kabinet ervoor heeft gekozen om die verantwoordelijkheid bij de IND te beleggen? In hoeverre gaan we daar nog een discussie over voeren bij de invoeringswet?
Tot slot, voorzitter. Hoewel er verschillen van inzet en inzicht bestaan tussen het CDA en een aantal keuzes van het huidige kabinet ten aanzien van asiel, hebben beide ministers in de afgelopen tijd, een turbulente periode, de verantwoordelijkheid om naast hun bestaande portefeuilles — dat waren al geen kleintjes — ook het asiel- en migratiebeleid voor hun rekening te nemen. Het CDA is hen daar erkentelijk voor.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er resteren nog vier sprekers in de eerste termijn. Ik hoop niet dat ik een te groot beroep op uw eetlust doe als ik voorstel om die toch even af te ronden. Ik zie dat daarmee wordt ingestemd. Dan geef ik het woord aan de heer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Nog steeds komen elke week rond de 1.000 asielzoekers naar Nederland. Dat zijn er nog steeds rond de 4.000 per maand, met nog eens nareizigers. Dat gebeurt maand na maand. Een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking wil dat niet en wil dat eigenlijk al decennia niet. De overheid moet nu dus eindelijk gaan leveren. Die instroom moet eindelijk snel en drastisch omlaag. De enige echte oplossing is een fundamenteel ander stelsel, want we zeggen nu tegen de hele wereld: als je in de problemen zit, kun je hier asiel aanvragen, maar alleen als je eerst illegaal hiernaartoe reist. Ondertussen blijven de armste mensen achter, sterven er duizenden mensen op zee en kan Nederland het niet meer aan. Dus de enige oplossing is een drastische herziening, van recht op asiel hier naar hulp en opvang elders. Het is daarom een goede stap dat de coalitiepartijen dat internationaal recht willen aanpassen zoals ze hebben opgeschreven, maar zoals ik eerder in interrupties al aangaf, staat dat er nu nog wel onvolledig. Want met asielaanvragen buiten de EU doorbreek je het model van de mensensmokkelaars, maar dat kan natuurlijk alleen als je het vervolgens onmogelijk maakt om dat ook nog in de EU te doen en als je de opvang dan ook wel buiten de EU gaat regelen. Wat ons betreft moeten die mensen dan niet alsnog over Europa worden herverdeeld. Hervestiging kan in uitzonderingen, maar mag geen afdwingbaar recht zijn. Het moet een gunst zijn die we eventueel kunnen verlenen en voorlopig ook even niet.
Voorzitter. Voor nu moeten we doen wat we nu kunnen. In de procedureverordening is onlangs het bandencriterium aangepast. Dus eerst konden asielzoekers alleen worden teruggestuurd naar een derde land als was vastgesteld dat ze daar een persoonlijke band mee hadden, maar vanaf juni kan dat dus ook onder andere voorwaarden als ze er doorheen zijn gereisd. Dat kan dus al over een dikke vier maanden. Dat biedt allerlei mogelijkheden voor opvang in de regio. We moeten dus wat ons betreft nu heel snel maatregelen gaan treffen om dat voor te bereiden, om voorwaarden te scheppen en om afspraken te maken met die derde landen. Ik wil oproepen om daarvoor zo snel mogelijk een plan van aanpak te maken, zodat we die kansen die de nieuwe procedure biedt echt gaan grijpen.
Voorzitter. Het kabinet had Clingendael verzocht een onderzoek te doen naar het externaliseren van asielprocedures en het aanpassen van verdragen, naar aanleiding van een motie van mevrouw Van Zanten en mijzelf. Kan de minister dat opsturen? Ik begrijp namelijk dat het af is. Wij willen daar graag over in gesprek.
Dan over de terugkeerhubs. Hoever is het kabinet nu met Uganda? Hoever is het kabinet nu met Uganda? Dat liep; er was een intentieverklaring. Ik lees in het coalitieakkoord dat dat on hold zou moeten worden gezet, maar wat is het nou? Hoe staat het nu met die gesprekken? Hoe dan ook, als dat dan on hold wordt gezet, is er des te meer reden om naar andere landen te gaan kijken, want wij willen een redelijk dekkend mondiaal netwerk van terugkeerhubs, dus niet alleen in Afrika maar ook elders.
Twee jaar geleden begon Duitsland al criminele Afghanen via Oezbekistan terug te sturen. Andere landen doen het via Qatar. Er zijn steeds meer landen hiermee aan de slag gegaan. Waar blijft Nederland? Welke initiatieven en welke afspraken lopen er tot nu toe?
Dan België. De Raad van State had Nederland verboden om alleenstaande asielzoekers terug te sturen naar België, omdat dat in strijd zou zijn met artikel 3 van het EVRM, het folterverbod. Dat zegt wat ons betreft heel veel over de noodzaak tot hervorming van het EVRM. Voor nu kan het natuurlijk niet zo zijn dat de Belgen ze dan doorsturen maar wij allerlei mensen moeten opvangen in duur hotels. Het gaat inmiddels al om meer dan 170 mensen die wij niet terug kunnen sturen. Wat gaat de regering hier dus aan doen? Hoe gaan die gesprekken nu?
Wat ook niet helpt is het volgende; mevrouw Vondeling had het er ook al over. In Spanje zouden nu in één klap honderdduizenden illegalen worden gelegaliseerd. Die mensen kunnen vervolgens gewoon naar Nederland doorreizen. Hoe ziet het kabinet dat? Is hier überhaupt contact over geweest, contact over gezocht met de Spaanse regering?
Voorzitter. De instroom moet omlaag, maar de terugkeer moet omhoog. Het hele idee van asiel is natuurlijk dat als de situatie waar mensen voor vluchten, verbetert, mensen daadwerkelijk terug moeten gaan. Dat is de enige manier om het stelsel überhaupt in stand te houden. Sinds de val van Assad is er veel veranderd in Syrië. Wat ons betreft kunnen grote groepen Syriërs nu in principe terug. Sommigen gaan al vrijwillig terug. Dat is ook goed. Dat moet vrijwillig waar het kan, met financiële hulp, maar anders gedwongen. Waar blijft het ambtsbericht? Dat zou eind januari komen. Wat JA21 betreft is dit buitengewoon urgent, want iedere dag dat we wachten, worden er nieuwe permanente verblijfsvergunningen aangevraagd. Dat is dus een enorme opgave, en wij verwachten ook dat het kabinet daarbij urgentie toont. De IND staat al onder enorme druk door de grote achterstanden, dus wil JA21 dat er een taskforce terugkeer Syriërs wordt opgericht om hiermee aan de slag te gaan. Dit betreft een operatie met in ieder geval de IND, de DTenV, de AVIM en andere betrokken organisaties. Die moeten echt topprioriteit gaan geven aan het herbeoordelen van die verblijfsvergunningen, indien nodig door externe krachten in te huren, om versneld de asielverzoeken van Syriërs af te handelen en te voorkomen dat deze mensen anders massaal in de illegaliteit verdwijnen in plaats van terugkeren. Wat is daarvoor nodig? Graag een reactie van het kabinet.
Voorzitter. Het is ook een feit dat heel veel Syriërs op dit moment voor grote problemen, voor criminaliteit en voor wangedrag zorgen. De ernst van deze situatie, waar ook linkse bestuurders, zoals de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch, voor waarschuwen, is niet te onderschatten. Te veel Syrische jongens verzieken de sfeer in onze binnensteden, rond stations en dergelijke, stelen, vechten, gebruiken drugs, vallen voorbijgangers lastig en maken ondernemers het leven zuur. Vorig jaar is mijn motie voor een landelijk actieplan voor afglijdende Syrische jongeren aangenomen. Waar is dat actieplan? Welke mogelijkheden ziet de minister voor aanvullende beperkende maatregelen, zoals een op te leggen avondklok?
Specifiek over jongeren nog het volgende. Veel van de Syriërs die als amv naar Nederland komen, zijn door hun familie vooruitgestuurd, bijvoorbeeld vanuit Turkije. Onderschrijft de minister dat er bij deze groep zeker sprake moet zijn van gezinshereniging — dat is een recht dat ze kunnen claimen op grond van het EVRM — maar dat ze dat net zo goed daar in Turkije kunnen doen? Het is natuurlijk gek dat mensen eerst zichzelf scheiden van hun familie door hiernaartoe te komen, dan zeggen "ik heb recht op gezinshereniging", waarna die familie hierheen moet komen. Het zou andersom moeten zijn. Deelt u de conclusie dat daar absoluut mogelijkheden voor zijn? Noorwegen heeft daar recent goede resultaten mee geboekt. Dat kan zeker omdat Turkije in die zin een relatief veilig land is.
Voorzitter. Dan de Spreidingswet. JA21 was vanaf het begin natuurlijk fel tegen deze wet, omdat gemeenten worden gedwongen tot asielopvang ongeacht het draagvlak, en ook als de gemeenteraad zelf dat pertinent niet wil. Wij vinden het onverantwoord dat de coalitiepartijen de Spreidingswet in stand willen houden. Overal in het land verrijzen op dit moment azc's, tegen de wil van de lokale bevolking in. De vragen zijn al gesteld. We zijn natuurlijk gewoon benieuwd naar hoe het nu zit met de ramingen, maar die krijgen we dan blijkbaar morgenochtend, dus dan kunnen we daarover in gesprek. We willen in ieder geval weten hoe het nu zit. JA21 wil die hele Spreidingswet van tafel, maar er is volgens mij wel iets wat we anders kunnen regelen. Zolang die wet er nog is, is het dwangelement toch een kan-bepaling? Dus zolang die Spreidingswet van kracht is, kan de regering toch gewoon besluiten om die dwang niet toe te passen op gemeentes? Erkent de minister dat je niet gedwongen bent om een gemeente te dwingen?
Voorzitter, tot slot. JA21 staat voor een fundamentele hervorming van ons asielbeleid en voorlopig een einde aan asielopvang op Nederlandse bodem. Tot het zover is, is onze inzet erop gericht de autonomie van gemeenten te herstellen en de instroom en de negatieve gevolgen hiervan voor onze inwoners maximaal in te perken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boomsma. U heeft een interruptie van mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik ken de brief die de Arnhemse burgemeester stuurde ook. Ik was een tijd geleden in mijn hoedanigheid als dakloosheidwoordvoerder in Utrecht. Daar sprak ik met een aantal mensen die daar werkten en die aangaven dat de beste manier om overlast tegen te gaan is ervoor te zorgen dat mensen wat te doen hebben: zorgen dat ze aan het werk kunnen en zorgen dat ze een opleiding kunnen volgen. Ik hoor graag van de heer Van Dijk of hij het met me eens is dat het ook relevant is dat mensen die hier zijn mee kunnen doen, een opleiding kunnen volgen, aan het werk kunnen en al dat soort dingen, om ook zelf wat nuttigs te doen met hun tijd. Dat willen ze vaak namelijk ook.
De voorzitter:
Dit is de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
De heer Van Dijk kan daar, denk ik, zo meteen op ingaan. Nee, hoor! Het is zeker waar: als mensen niks te doen hebben, dan is de kans groter dat er problemen ontstaan. Dat is zeker het geval bij jonge mannen. Maar hier gaat het, denk ik, om de perverse prikkels die nu bestaan. De jongeren worden eigenlijk vooruitgestuurd door hun familie, en vervolgens is er hier geen toezicht op. Dan hebben ze wel een voogd bij Nidos, maar dat is natuurlijk zeer beperkt. Als je Nederlandse jongens van 16 zonder hun ouders en zonder veel gezag ergens loslaat, dan kunnen ze zich weleens gaan misdragen; dat weten we ook van sommige vakantieverhalen. Hier gaat dat nu echt alle perken te buiten. Dat heeft ook de vorm van criminaliteit en hele extreme vormen van overlast. Ja, natuurlijk, zolang ze hier zijn … Daarom heb ik vorig jaar gevraagd om een plan van aanpak. Daar hoort wel bij dat je echt moet ingrijpen met maatregelen zoals een avondklok. Je moet veel beter toezicht houden op mensen. Als er manieren zijn om ze bezig te houden, is dat ook heel belangrijk, zeker als het minderjarige jongeren zijn; die moeten natuurlijk eigenlijk gewoon naar school. Allerlei andere dingen die we voor ze kunnen bedenken om bezig te blijven, zodat ze niet gaan klieren, zich gaan misdragen en mensen gaan bedreigen et cetera, zijn allemaal winst.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher voor zijn inbreng namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde. Iedereen kent dit nummer, geschreven in 1996. Het liet mensen — toen al — nadenken over ruimte en over leefbaarheid, want zelfs toen al werd gevoeld: ons land is klein. We zijn nu 30 jaar verder. Nederland is van 15 miljoen naar 18 miljoen inwoners gegroeid. Volgens de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen telt ons land als we op deze manier doorgaan in 2050 23 miljoen mensen, niet omdat we zelf meer kinderen krijgen, maar omdat er ieder jaar honderdduizenden migranten naar Nederland komen. 23 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde.
Toch ligt hier vandaag een begroting waarin opnieuw miljarden worden vrijgemaakt voor meer opvang, meer asielzoekers en meer instroom. In totaal gaat er dit jaar, zo valt te lezen in de begroting, 2,6 miljard euro naar asielopvang. De Immigratie- en Naturalisatiedienst kost ruim 1 miljard. Volgens onderzoekers zijn de totale kosten van migratie zo'n 27 miljard euro per jaar. Voor het terugkeerbeleid is slechts 35 miljoen euro begroot. Dit is geen asielbeleid meer. Dit is vestigingsbeleid. Dit is vestigingsbeleid voor de verkeerde mensen. Bedrijven, ondernemers, investeerders en zelfs onze eigen jeugd hebben Nederland inmiddels al verlaten of overwegen dit te doen. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de helft van de 18- tot 30-jarigen, jonge Nederlanders dus, overweegt om weg te gaan uit Nederland.
Voor hen in de plaats komen jonge mannen uit verre oorden, uit kansarme gebieden en uit culturen die haaks staan op de onze. Dit zien we terug in het dagelijks leven van miljoenen Nederlanders. We zien het in wijken, waar statushouders voorrang krijgen op woningen, op scholen, waar klassen overvol zijn, en in de spreekkamers, waar de huisarts geen plek meer heeft. We zien het in de bijstand, waar de rekening oploopt en bij onze vrouwen, die niet zomaar meer over straat durven lopen. We zien het in buurten, die binnen een paar jaar compleet veranderd zijn, waar mensen zeggen hun eigen straat niet meer te herkennen, waar oude buren zijn vertrokken en waar de sociale samenhang verdwenen is.
Dat alles gebeurt terwijl de instroom blijft doorgaan. In 2024 kwamen er 316.000 migranten binnen. In 2025 kwamen er meer dan 300.000 immigranten naar ons land. Dat is elk jaar een stad zo groot als Eindhoven. Ook in 2026 ligt Nederland op koers om die aantallen te evenaren. In 2015 waren er ruim 1,9 miljoen inwoners in het buitenland geboren. Nu zijn dat er ruim 3,1 miljoen. Daarnaast is het aantal mensen met een migratieachtergrond gegroeid van 3,7 miljoen naar 5,3 miljoen, een groei van bijna 44% in tien jaar tijd. Als we zo doorgaan heeft volgens het CBS in 2055 meer dan de helft van de inwoners van Nederland een migratieachtergrond.
Voor die mensen willen D66, het CDA en de VVD zogenaamd tien nieuwe steden bouwen. Nu al liggen er natuurlijk plannen om vóór 2030 meer dan 900.000 extra woningen te realiseren, maar het woningtekort is 400.000 woningen. Voor wie zijn al deze woningen dan, als het geboortecijfer van Nederland helaas op een historisch dieptepunt staat? Willen we überhaupt elke vierkante meter van Nederland volbouwen?
Dit hoeft niet eens als we stoppen met iedereen maar binnen te laten. Dan kunnen de boeren doorgaan met hun levenswerk en kunnen de mensen genieten van rust, ruimte, veiligheid, natuur. Dan kunnen wij onze identiteit behouden. Als we zo doorgaan, dan is daar over enkele decennia niets meer van over. Zelfs áls we als land willen ingrijpen, kan dat op dit moment niet, want Nederland heeft zijn soevereiniteit weggegeven aan de EU en zit vast in een web van internationale verdragen en Europese regels: het VN-Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Europese asielrecht. Stuk voor stuk belemmeren ze de autonomie van soevereine landen om zelf te bepalen wie er binnenkomt, wie blijft en wie terug moet.
Forum voor Democratie is de enige partij die zich wil ontdoen van al deze verdragen, zodat we weer zelf kunnen beslissen over ons eigen beleid. Dat wij de enige partij zijn die deze belangrijke keuzes durft te maken, merken we nu al aan het coalitieakkoord dat vorige week is gepresenteerd. Volgens een peiling van EenVandaag wil zo'n 80% van de Nederlanders immigratie drastisch inperken, maar hiervan is niets terug te vinden in het akkoord van D66, VVD en CDA. Ze erkennen grip op migratie te willen, maar schrappen de Spreidingswet niet en voeren geen asielstop in. Sterker nog, ze willen asielzoekers binnen de EU gaan herverdelen: een spreidingswet op Europees niveau. Er wordt geen stelling genomen over de maximale gewenste instroom of over de impact op de demografie, over de druk op de woningmarkt, de zorg, het onderwijs, de sociale voorzieningen of de veiligheid op straat, maar ook niet over het verlies van de Nederlandse identiteit.
Voorzitter. Het is eigenlijk heel simpel: als je ziet dat je land onder druk staat, dat voorzieningen vollopen, dat woningen ontbreken, dat er geen zicht meer is op wie binnenkomt of -blijft, dat vrouwen niet over straat durven, dat gevangenissen en schoolklassen vol raken, dat jonge mensen het land willen verlaten of dat zij geen gezin kunnen starten, dan zet je alles op alles om de immigratie te stoppen. Daarom wil Forum voor Democratie een opzegging van het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. We willen onttrekking aan het Europees asielrecht en desnoods de opgelegde boete accepteren, zoals Hongarije doet. We willen opvang in de regio en een asielstop, zodat we gewoon weer zelf bepalen wie er binnenkomt. Ook moet de Spreidingswet van tafel, zodat niet iedere gemeente een azc krijgt.
Voorzitter. Nederland is geen oplossing voor het falen van andere landen. Nederlanderschap is geen mensenrecht voor de hele wereld. Nederland is ons enige thuis. Forum voor Democratie wil dat beschermen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Russcher. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. Gaat uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Heb de vreemdeling lief als uzelf, zo lezen we in de Bijbel. Een vluchteling mag nooit onderdrukt worden en moet te allen tijde eerlijk behandeld worden. Tegelijk is de overheid geroepen orde en recht te handhaven. Die regels gelden ook de vreemdeling. De opdracht voor de overheid is niet grenzeloos, maar wel duidelijk: recht doen aan de vreemdeling binnen de landsgrenzen en verantwoordelijkheid dragen voor de orde, het recht en de daadkracht van de eigen samenleving. Dat is in het kort ook hoe de SGP kijkt naar asiel en migratie.
Voorzitter. De begroting waarover we vandaag spreken, maakt een duikeling van bijna 80% binnen enkele jaren. Het is de ultieme vorm van wensdenken: alsof dan de wereldvrede is uitgebroken en mensen niet meer op de vlucht zullen zijn. Terecht legde de Algemene Rekenkamer ook dit jaar de vinger bij deze dagdromerij.
Het is daarom een goede zaak dat de nieuwe coalitie terugkeert naar de afspraken uit 2023 over structurele en stabiele financiering van de asielketen. Op basis van de motie-Bisschop uit 2021 wordt geïnventariseerd welke structurele investeringen daarvoor nodig zijn. Krijgt de Kamer spoedig het totaalplaatje, inclusief het onderzoek naar bekostiging van de IND? Nu is geen gejojo nodig, maar een robuuste en wendbare asielketen, die tegen een stootje kan. Het is niet zo dat ieder bed altijd door een asielzoeker moet worden ingenomen, maar een repeterende opvangcrisis moet wel worden voorkomen. Uiteraard moeten spoedzoekers, studenten, starters en andere kwetsbare groepen gebruik kunnen maken van asielopvangplekken op het moment dat die overblijven. Wordt dit ook afgesproken?
Voorzitter. Er zijn gastgezinnen die onderdak bieden aan een statushouder en zo de opvangketen ontlasten. Dat is gastvrijheid pur sang. Het verdient een vrijwilligersvergoeding. Misschien denkt u: dat voorstel heb ik vaker gehoord. Dat klopt, maar ik blijf hierop hameren. Het is relatief goedkoop, het ontlast de overspannen opvangketen en het bevordert de integratie. Mijn fractie heeft daarom een amendement ingediend dat budget vrijmaakt voor een pilot hiervoor. Ik hoor graag de reactie van de minister daarop.
Voorzitter. De asielfile aan de IND-poort heeft inmiddels buitengewone proporties aangenomen. Nooit eerder lagen de asielaanvragen zo lang op de plank. De groep die langer dan vijftien maanden wacht op een beslissing, is inmiddels groter dan de groep die korter wacht. Dat is onwenselijk en, moeten we misschien ook wel zeggen, onmenselijk. Het geeft de SGP een ongemakkelijk gevoel dat onze toelatingsautoriteit het niet meer aankan. De doelstelling is dat er maandelijks 3.300 dossiers worden afgedaan, maar het waren er vorig jaar niet meer dan ongeveer 1.500. Eerder was er een taskforce om achterstanden weg te werken. Nu leidde dat ook weer tot allerlei onwenselijke effecten, zoals een hoger inwilligingspercentage, maar toch zou de SGP willen kijken wat we kunnen doen om dit stuwmeer aan aanvragen snel te verkleinen. Bij het tweeminutendebat heb ik zojuist een motie ingediend om hier echt stevige stappen in te zetten, samen met de IND. Ook heb ik een concreet voorstel voor een pilot gedaan om nieuwe technieken in te zetten voor bijvoorbeeld live vertalen van beoordelingsgesprekken. Ik reken op brede steun voor deze voorstellen voor versnelling van de asielbeoordelingsprocedure.
Voorzitter. In de EU-asielrichtlijnen wordt de positie van Syrische christenen erg rooskleurig ingeschat. Alleen in uitzonderlijke gevallen zouden lidstaten hun asielaanvraag moeten toekennen, omdat vervolging van christenen nauwelijks zou voorkomen, terwijl het document er bij individuen met ISIS-banden op voorhand van uitgaat dat zij in gevaar zijn; de wereld op z'n kop. Na de val van het Assad-regime en de machtsovername door de islamitische rebellengroep HTS is de situatie van christenen dramatisch verslechterd, blijkt ook uit de ranglijst van Open Doors. De SGP wil dat hier rekening mee wordt gehouden in het Nederlandse beleid. Dit onderdeel van de EU-richtlijn moet zeker niet leidend worden. Wil de minister dat toezeggen? In hoeverre is de informatie in deze richtlijn nog actueel, gelet op de ontwikkelingen sinds de jaarwisseling?
Voorzitter, ik heb nog één blokje. Ik zie dat de timer op nul staat. Hij begon op vier minuten, terwijl ik vijf minuten had gevraagd voor de eerste termijn. Dat is geen probleem, maar ik gebruik dan nog een paar seconden.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Tot slot de criminaliteit. In België werd recent een wet aangenomen waardoor veroordeelde criminelen hun staatsburgerschap kunnen verliezen. Het is de SGP al veel langer een doorn in het oog dat veel criminaliteit door asielzoekers of nieuwe Nederlanders nauwelijks consequenties heeft, terwijl ondermijning van de fundamenten van onze samenleving niet zonder gevolgen kan blijven. Daarom wordt op initiatief van de SGP de glijdende schaal tegen het licht gehouden, met als doel dat een veroordeling eerder leidt tot intrekking en uitzetting. In het uiterste geval moet veroordeling inderdaad ook kunnen leiden tot het verliezen van de Nederlandse nationaliteit, bijvoorbeeld bij georganiseerde criminaliteit, levens- of zedendelicten. Gaat het kabinet dit ook in Nederland omzetten in wetgeving? Wat kunnen we hier leren van België?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Er is een interruptie van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dat laatste lijkt me heel goed. Hoorde ik de heer Van Dijk nou inderdaad zeggen dat het nu zo is dat mensen met een IS-verleden of met banden met IS nu een voorkeursbehandeling krijgen en eerder asiel zullen krijgen omdat ze dan gevaar zouden lopen? Ik wist dit niet. Als dit zo is, dan is dat natuurlijk krankzinnig. Klopt dat? Zei hij dat nou?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb dat inderdaad zo gelezen in de betreffende richtlijnen. Ik was net zo verbaasd, of eigenlijk verbijsterd als de heer Boomsma. Daarom vraag ik daarover opheldering. Het geldt uitdrukkelijk niet voor ISIS-leden, maar heb je ISIS-banden, dan wordt je inderdaad geacht in gevaar te zijn ten opzichte van het huidige regime en kan het dus gemakkelijker zijn om hier asiel te krijgen. Dat is inderdaad de wereld op z'n kop, dus ik wil daar heel graag duidelijkheid over hebben.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Tot slot is het woord aan mevrouw Lammers voor haar bijdrage namens de Groep Markuszower als laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn bij de behandeling van deze begroting. Gaat uw gang.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. De Nederlandse gezinnen hebben het anno 2026 zwaar. Dagelijks zien zij hoge prijzen in de supermarkt, terwijl het inkomen achterblijft en de belastingen stijgen. Gezinnen staan in de kou vanwege een torenhoge energierekening. Op de weg staan files en in de trein is het overvol. Als kinderen op hun eigen benen willen gaan staan, is er geen woning te vinden. Er zijn te weinig huizen gebouwd en te veel woningen zijn weggegeven aan statushouders. De gezinnen in Nederland hebben het moeilijk.
Laten we eerlijk zijn: zij hebben ook steeds meer last van open grenzen. In 2024, een jaar waarin een stem op de PVV had moeten renderen, kwamen er ruim 44.000 asielzoekers naar Nederland. In 2025 waren dat er ruim 40.000. Dit jaar zitten we nu al op een gemiddelde van 800 asielzoekers per week. En dat worden er nog meer. Recent las ik dat in Spanje 500.000 illegalen in aanmerking komen voor legalisatie, met vrij verkeer door Europa en dus richting Nederland. Dit is onhoudbaar. De gevolgen raken alle aspecten van onze samenleving: de woningmarkt, de zorg, de scholen en de veiligheid. Inmiddels woont bijna ieder gezin op steenworp afstand van een azc, en iedereen weet wat dat betekent, namelijk waardedaling van de woningen en een groeiend gevoel van onveiligheid. Door massa-immigratie zijn onze straten onveiliger geworden en is Nederland op sommige plekken onherkenbaar veranderd. In Den Haag heeft inmiddels 59% van de inwoners een migratieachtergrond, en inclusief de derde generatie ligt dat rond de 66%.
Laat ik duidelijk zijn: ik ben mij ervan bewust dat er wereldwijd veel leed is. Maar na ruim een miljoen Rutte-immigranten vraag ik de minister of wij het station van redelijkheid en barmhartigheid niet allang zijn gepasseerd. Waar eindigt barmhartigheid en waar begint roekeloosheid? Barmhartigheid is nooit bedoeld als grenzeloosheid. Zonder bescherming van de eigen bevolking, cultuur en economie wordt barmhartigheid uiteindelijk onbarmhartigheid, juist voor degenen die je hoort te dienen. Dat zijn Nederlandse gezinnen, ouderen en jongeren.
Zoals professor Kinneging terecht stelt, draait migratie om één vraag: hoeveel kan een samenleving dragen zonder te ontwrichten? Dan moet ik constateren dat we anno 2026 al ver gevorderd zijn in deze ontwrichting. De cijfers liegen niet: 46% van de verdachten heeft een migratieachtergrond en 71% van de gevangenisplekken wordt bezet door mensen met een migratieachtergrond. Dat is ontwrichtend voor de veiligheid. De kosten zijn dat ook. Het gaat om jaarlijks 9,5 miljard euro met in de komende jaren nog eens miljarden extra. Dat geld kan maar één keer uitgegeven kan worden, bijvoorbeeld aan woningen, lagere lasten of meer politie. Meer dan de helft van de statushouders zit in de eerste vier jaar in de bijstand. Na negen jaar is dat nog steeds bijna een derde. Dat is ontwrichtend voor onze verzorgingsstaat.
De formerende partijen blijven hopen op voorstellen uit Brussel, terwijl Europa al jaren faalt op asielbeleid. In onze ogen is dat ijdele hoop. De mensen thuis willen geen Spreidingswet en geen aanhoudende instroom. Migratie is de afgelopen jaren een eenzijdige zelfopoffering geweest voor Nederland, met nauwelijks positieve opbrengsten. Wij als Groep Markuszower steunen elk voorstel dat de instroom daadwerkelijk beperkt, onveiligheid aanpakt en criminele vreemdelingen uitzet. Dat is de weg richting een asielstop.
Vandaag doen wij concrete voorstellen, te beginnen met een onmiddellijke noodstop op nareizigers. Oostenrijk laat zien dat dat kan en mag. Daarnaast willen wij dat IND-dossiers direct worden gedeeld met de veiligheidsdiensten en justitie. Dit gebeurt op dit moment nog te weinig, hebben wij vernomen uit het veld. Wij moeten weten wie ons land binnenkomt. En wie hier is, moet zich gedragen. Bij zware geweldsmisdrijven, zedenmisdrijven en georganiseerde misdrijven moet het Nederlanderschap worden ingetrokken van daders met een dubbele nationaliteit. Naar Belgisch voorbeeld — de heer Van Dijk had het er al even over — zullen wij hiervoor een initiatiefwet indienen. Zo bouwen we aan een Nederland dat veilig en leefbaar is voor gezinnen, met controle over onze grenzen en bescherming van onze samenleving.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lammers.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie. De voortzetting hiervan zal morgenmiddag plaatsvinden. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van deze vergaderdag van 4 februari 2026. Ik sluit de vergadering.